Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201128684 nr. 319

28 684 Naar een veiliger samenleving

Nr. 319 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2011

I Inleiding

Het kabinet staat voor een forse intensivering van de aanpak van criminele jeugdgroepen. Criminele jeugdgroepen hebben een negatieve impact op de samenleving, zoals overlast en onveiligheid in buurten. Ze laten intimiderend gedrag zien en plegen criminele feiten. Dit grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren moet keihard worden aangepakt, aangezien ze het gevoel van veiligheid in wijk en buurt ondermijnen. Daarnaast moet worden voorkomen dat jongeren een criminele carrière tegemoet gaan of – door deel uit te maken van deze groepen – een volgende stap in hun criminele carrière maken. De professionals, die dagelijks aan de lat staan om deze problemen aan te pakken, moeten zo goed mogelijk in staat worden gesteld om slagvaardig te opereren.

De aanpak van criminele jeugdgroepen is een prioriteit uit het Regeerakkoord en het is daarmee één van de belangrijke prioriteiten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en gemeenten.

Eerder heb ik met u van gedachten gewisseld over de aanpak van criminele jeugdgroepen. De toezegging om uw Kamer te informeren over de wijze waarop het kabinet de aanpak van criminele jeugdgroepen wil intensiveren in de huidige kabinetsperiode, doe ik met deze brief gestand. Ook geef ik met deze brief aan hoe het kabinet uitvoering geeft aan de brief van de Vaste Kamer Commissie over jeugdgroepen d.d. 16 december 2010, kenmerk: 2010Z19635/2010D52227.

II Strategische conferentie Jeugdgroepen

Ik heb op 16 februari 2011 een Strategische Conferentie Jeugdgroepen georganiseerd om gezamenlijk werk te maken van deze daadkrachtige aanpak. Hierbij waren onder andere het OM, de politie, de Raad voor de Kinderbescherming en verscheidene gemeenten vertegenwoordigd. Deze conferentie heeft op hoofdlijnen de volgende resultaten opgeleverd:

  • Allereerst is gebleken dat deze problematiek onverminderd om aandacht vraagt;

  • Het is nu vooral zaak om de aanpak te professionaliseren, verder te verankeren en daartoe gezamenlijk heldere doelen te stellen;

  • De aanpak van de hinderlijke en overlastgevende groepen wordt door gemeenten krachtig voortgezet;

  • De aanpak van de criminele jeugdgroepen krijgt bij de politie en het OM prioriteit;

  • Vanuit het veld is benadrukt dat de lokale partners reeds over veel instrumenten beschikken om laatstgenoemde jeugdgroepen aan te pakken. Het is nu van belang om deze instrumenten doelgericht – in combinatie – in te zetten. In de uitvoering stuit men nu soms nog op knelpunten. Onderlinge kennisuitwisseling wordt als meerwaarde gezien;

  • Onverminderd dient te worden ingezet op zowel een groepsgerichte als een dadergerichte aanpak, waarbinnen lik-op-stuk een belangrijk element is. Om daadwerkelijk te kunnen doorpakken, is niet alleen het volledige scala aan justitiële interventies nodig, maar ook bestuurlijke interventies om deze groepen eveneens op andere wijze te frustreren;

  • Er is winst te behalen wat betreft ontschotting in de strafrecht- en zorgketens. Dit is met name van belang voor vroegsignalering, het voorkomen van recidive en het doelgericht inzetten van zorg. Hierbij gaat het om informatie-uitwisseling (privacy), casusoverleg – bijvoorbeeld in de Veiligheidshuizen – en dossieropbouw.

III Stand van zaken (aanpak) jeugdgroepen

De jeugdgroepen zijn met de zgn. shortlistmethodiek van Bureau Beke in kaart gebracht. Sinds eind 2009 registeren alle korpsen de jeugdgroepen op identieke wijze en is het mogelijk om op basis hiervan een inschatting te maken van de jeugdgroepen die problematisch van aard zijn. Deze kunnen worden onderscheiden in criminele, overlastgevende en hinderlijke jeugdgroepen.

Het landelijk beeld van eind 2010 geeft weer dat er 1.527 problematische jeugdgroepen, waarvan 1.154 hinderlijke jeugdgroepen, 284 overlastgevende jeugdgroepen en 89 criminele jeugdgroepen in kaart zijn gebracht. De jeugdgroepen zijn hiermee in beeld voor politie, het OM en de gemeenten.

IV Doelstelling: criminele jeugdgroepen in twee jaar aangepakt

Criminele jeugdgroepen vormen de zwaarste categorie jeugdgroepen. Deze groepen bestaan uit jongeren die op het criminele pad zijn geraakt en vaker met de politie in aanraking komen. Kenmerkend voor deze groepen is dat het hierbij gaat om ernstige vormen van criminaliteit, zoals gewapende overvallen en mishandeling.

Daar de feiten die deze groepen plegen en de gevolgen hiervan zeer ingrijpend en ondermijnend ten aanzien van de veiligheid en het veiligheidsgevoel zijn, zal ik als Minister van Veiligheid en Justitie deze kabinetsperiode de focus leggen op de aanpak van de 89 nu in beeld gebrachte criminele jeugdgroepen en de sleutelfiguren binnen de overlastgevende groepen.

Concrete doelstelling is dat binnen twee jaar al deze 89 criminele jeugdgroepen zijn aangepakt. Dit zal ik samen met de partners uit het veld, onder regie van het OM, doen.

IVb Doelstelling: aanpak overlastgevende en hinderlijke jeugdgroepen geïntensiveerd

In het verlengde van de forse intensivering van de aanpak van criminele jeugdgroepen de komende twee jaar onder regie van het OM, ga ik er tevens vanuit dat de gemeenten de regierol op zich nemen om de aanpak van overlastgevende en hinderlijke jeugdgroepen te intensiveren en daarvoor de benodigde capaciteit vrijmaken. Naast bestuurlijke interventies, zijn voor deze grote groep van probleemjongeren met name ook preventieve maatregelen van essentieel belang. Bijvoorbeeld om jongere broertjes en zusjes van het criminele pad af te houden.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie faciliteert de gemeenten om deze ambities waar te kunnen maken. Met betrekking tot de bestuurlijke aanpak is de afgelopen twee jaar in samenwerking met gemeenten een handreiking opgesteld waarin de regierol van de gemeente ten aanzien van de aanpak van de hinderlijke en overlastgevende jeugdgroepen is uitgewerkt. Daarnaast zal het OM en de politie de gemeenten steunen via het strafrecht bij de aanpak van de sleutelfiguren binnen de overlastgevende groepen. Dit is van belang, aangezien deze sleutelfiguren anderen kunnen meesleuren in hun overlastgevend en crimineel gedrag.

V Concrete acties om deze doelstellingen te realiseren

Tegen de achtergrond van bovenstaande doelstellingen, is het aan de lokale driehoek om te bepalen wanneer welke jeugdgroep binnen de regio wordt aangepakt. Om de lokale partners en professionals bij de aanpak te faciliteren, heb ik het actieprogramma criminele jeugdgroepen geïnitieerd. Dit actieprogramma kent de volgende speerpunten:

1) Verdere professionalisering en verankering; een landelijk actieteam

Dit actieprogramma wordt vanuit mijn ministerie ingezet en gecoördineerd door een actieteam. Dit team richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen alle partners, het delen van «goede praktijk» in de verschillende politieregio’s, het versterken van de informatie-uitwisseling en het wegnemen van knelpunten in de uitvoering. Dit team staat in rechtstreeks contact met de uitvoerders ter plaatse en levert een bijdrage aan het oplossen van concrete knelpunten.

2) Knelpunten opgelost en expertise gedeeld; in elke regio één centraal aanspreekpunt

Naast dit landelijke actieteam worden 10 regionale coördinatoren aangesteld, die in de regio het centrale aanspreekpunt zijn, de knelpunten en good practices in kaart brengen en de aanpak van de lokale criminele groepen monitoren. Daarnaast zijn zij de verbindende schakel naar het landelijke actieteam. Dit om op landelijk niveau kennis en good practices te delen en knelpunten, die om een oplossing op rijksniveau vragen, aan te dragen.

3) Ontschotting in de strafrecht- en zorgketens: doorontwikkeling van de Veiligheidshuizen

Er wordt per criminele jeugdgroep een plan van aanpak opgesteld onder verantwoordelijkheid van de lokale driehoek. Voorop staat een dadergerichte aanpak met als doel de criminele carrière van jongeren in de kiem te smoren. Het zwaartepunt in de aanpak ligt bij de opsporing van strafbare feiten en een effectieve afdoening.

Bij het vormgeven van het plan van aanpak kan tussen de betrokken ketenpartners verbinding worden gelegd via de Veiligheidshuizen. Hier kan bijvoorbeeld worden bepaald welke mix van interventies er, gelet op het gedrag en de problematiek, aangewezen is en welke ketenpartner het voortouw heeft ten aanzien van een bepaalde jongere. Daarbij wordt de verbinding gelegd tussen preventie, straf en zorg. De meerwaarde is het kunnen leveren van maatwerk bij de groeps- en dadergerichte aanpak. Doordat zorgpartners, gemeenten, welzijnswerk en justitiële partners als de Raad voor de Kinderbescherming, DJI, het OM en de politie, intensief met elkaar samenwerken worden de krachten gebundeld. Bij het tenuitvoerleggen van dadergerichte interventies worden ook de ouders en eventuele broertjes en zusjes betrokken.

De komende jaren zet het kabinet in op de doorontwikkeling van Veiligheidshuizen. De inspanningen zullen zich richten op het slagvaardiger en professioneler (en daarmee effectiever) maken van de geïntegreerde, dadergerichte aanpak in Veiligheidshuizen. Onderdeel van de doorontwikkeling is onder meer het ontwikkelen van een casusoverleg ondersteunend systeem (GCOS) om daders en groepen beter in beeld te krijgen en te houden.

4) Instrumenten in combinatie inzetten; maatwerk en lik-op-stuk

Instrumenten

Doel is deze jongeren doelgericht te treffen, op een manier die hen het meest raakt en effectief is. Een effectieve aanpak van (sleutelfiguren binnen) criminele jeugdgroepen wordt gerealiseerd door een combinatie van straffen en andersoortige maatregelen; met bestaande instrumenten, zoals de gedragsbeïnvloedende maatregel, het gebiedsverbod, de meldingsplicht en het contactverbod (zoals opgenomen in de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast), reclasseringsmaatregelen, taak- en leerstraffen, detentie, en het snelrecht. Ook zijn financiële ontneming en de zogeheten patseraanpak bestaande instrumenten, waarvan de gebruikmaking zal worden gestimuleerd.

We doen dit ook met nieuwe instrumenten, zoals de maatregelen, die momenteel worden ontwikkeld ten aanzien van adolescentenstrafrecht en de strafdienstplicht. Op korte termijn wordt u nader geïnformeerd over deze instrumenten door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Ook is het zogeheten «landelijk instrumentarium jeugdstrafrechtketen», dat momenteel wordt ontwikkeld, in dit kader relevant. Doel is dat met behulp van dit diagnose-instrumentarium iedere jongere naar een passende sanctie of maatregel kan worden geleid. Om er zorg voor te dragen dat – indien nodig – iedere jongere een passende gedragsinterventie geboden kan worden, wordt ingezet op het ontwikkelen, (laten) erkennen en landelijk implementeren van de benodigde gedragsinterventies. Zo wordt voor iedere jongere, die een strafbaar feit heeft gepleegd, een passende dadergerichte aanpak gerealiseerd.

Snelheid

Door het stimuleren van consequente handhaving en het in combinatie inzetten van verschillende sancties (straffen en maatregelen), wordt maatwerk gerealiseerd. Jongeren dienen in het kader van een effectieve aanpak ook snel te worden opgepakt en berecht. Het consequent geven van lik-op-stuk is van belang. Hiervoor is een nauwe samenwerking tussen alle partijen en vooral de lokale overheid, de politie en het OM van fundamenteel belang.

De werkprocessen worden kritisch tegen het licht gehouden. Onder meer wordt ingezet op versnelling van de afdoening in de strafrechtketen. Voorts experimenteren enkele rechtbanken – mede met het oog op lik op stuk – met het met voorrang ter zitting brengen van de zwaardere criminele jongeren. Hierbij wordt samengewerkt met andere programma’s zoals het actieprogramma Ketenaanpak Overvalcriminaliteit.

Ik ben voornemens om samen met de partners in de ketens en de professionals in het veld de aanpak van de criminele jeugdgroepen op deze wijze verder te verankeren en door te ontwikkelen, met als doel een veiliger Nederland.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten