Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200929279 nr. 85

29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde

nr. 85
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2008

In het overleg dat ik eind vorig jaar met de Tweede Kamer heb gevoerd over het kabinetsstandpunt inzake de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke organisatie (Kamerstukken II 2007/08, 29 279 en 31 200 VI, nr. 64 en Handelingen II 2007/08, blz. 2425–2427) heb ik aangegeven binnen afzienbare tijd tot een herziening van de gerechtelijke kaart van Nederland te willen komen. De burger in Nederland heeft recht op kwalitatief goede rechtspraak en om dit ook in de toekomst te kunnen blijven waarborgen is een aanpassing van de huidige indeling van Rechtspraak en OM, die stamt uit de negentiende eeuw, nodig.

Ik verwacht in de loop van 2009 een concreet voorstel voor de nieuwe kaart te kunnen doen. In deze brief geef ik, vooruitlopend daarop, reeds de visie van het kabinet op de nieuwe kaart weer. U leest achtereenvolgens:

1. het historisch perspectief

2. de overwegingen voor een herziening

3. de visie op een nieuwe gerechtelijke kaart

4. de visie nader toegelicht per organisatie

5. de te nemen vervolgstappen

1. Het historisch perspectief

De gerechtelijke kaart gaat over de indeling van de Rechtspraak en het openbaar ministerie (OM), zowel bestuurlijk als territoriaal. De huidige gerechtelijke kaart heeft een lange geschiedenis. Napoleon Bonaparte stelde per decreet in 1811 al de indeling in arrondissementen vast. De hoofdstructuur van negentien arrondissementen en vijf ressorten is vervolgens sinds de Wet op de rechterlijke indeling van 1951 grotendeels dezelfde gebleven1. Echter, vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw hebben de gerechten en het OM diverse moderniseringen doorgemaakt. Ieder met een eigen invulling en een eigen tempo, maar in dezelfde richting. Hieronder schets ik de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen tijd.

Naar één organisatie met centrale sturing

In 1998 is met het rapport van de Adviescommissie toerusting en organisatie zittende magistratuur (Commissie Leemhuis) het startschot gegeven voor een modernisering van de rechterlijke organisatie, die resulteerde in een ingrijpende wijziging van de organisatie van de Rechtspraak. Met de inwerkingtreding van de Wet organisatie en bestuur gerechten op 1 januari 2002 is binnen de gerechten een nieuw bestuursmodel geïntroduceerd: het gerechtsbestuur, bestaande uit de president, de sectorvoorzitters en de directeur bedrijfsvoering. Het gerechtsbestuur is integraal verantwoordelijk voor alle aangelegenheden van het gerecht.

De toen opgerichte Raad voor rechtspraak heeft een sturende rol op beheer- en bedrijfsvoeringterrein. De Raad vertegenwoordigt de Rechtspraak naar buiten toe en draagt zorg voor de interne afstemming en coördinatie. Naast een adviesfunctie bij nieuwe beleids- en wetsvoorstellen heeft de Raad een belangrijke taak in de vergroting van de juridische kwaliteit.

Het OM is in de jaren negentig omgevormd tot één organisatie onder leiding van het College van procureurs-generaal. Met de reorganisatie van het OM in 1995–1998 zijn er heldere bestuurlijke lijnen van het College naar de parkethoofden vastgelegd en is er voldoende ruimte gegeven voor de hoofden van de arrondissementsparketten om hun organisatie in te richten.

Verbetering prestaties en meer ketenoriëntatie

De afgelopen jaren is het accent binnen de organisaties van de Rechtspraak en het OM meer komen te liggen op het optimaliseren van de eigen organisatie en het bezien van de eigen organisatie in een steeds complexer wordende omgeving.

De Commissie evaluatie modernisering rechterlijke organisatie (Commissie Deetman) stelde in 2006 dat het centrale thema voor de Rechtspraak kwaliteitsbevordering is1. Stimulansen voor deze kwaliteitsbevordering kunnen zowel binnen als buiten de organisatie gevonden worden.

In 2002 heeft de Raad voor de rechtspraak al een begin gemaakt met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk en overkoepelend kwaliteitssysteem voor de rechtspraak: RechtspraaQ. In het jaarverslag van de Raad voor de rechtspraak over 2007 (Kamerstukken II 2007/08, 31 200 VI, nr. 182) zijn de eerste tastbare resultaten zichtbaar van de in 2007 opgestelde kwaliteitsnormen.

Daarnaast worden er vanuit de omgeving steeds hogere eisen gesteld aan de kwaliteit van rechtspraak. Met de kwaliteit van rechtspraak doel ik op de juridische (inhoudelijke) kwaliteit van rechterlijke uitspraken. Kwaliteit van rechtspraak gaat echter ook over de dienstverlening van de gerechten. Ik noem als voorbeeld de snelheid van procedures en de bejegening van klanten (justiabelen en ketenpartners).

Door de toenemende complexiteit in de samenleving is er de laatste jaren sprake van een sterke differentiatie in het zaaksaanbod. Het merendeel van de zaken die de Rechtspraak behandelt zijn standaardzaken maar daarnaast is er een groot deel niet-doorsnee zaken die vragen om specialistische kennis. Deze tendens is zichtbaar binnen het OM en de advocatuur en heeft geleid tot specialisatie binnen die instituties. In de tweede plaats leidt zaaksdifferentiatie, ook bij de Rechtspraak, tot een grotere oriëntatie op ketenpartners. Niet de mogelijkheden van de individuele organisatie maar effectieve dienstverlening aan de burger wordt centraal gesteld.

Binnen het OM heeft onder andere de toenemende vraag naar specifieke kennis op deelgebieden in 2004 geleid tot een veranderingsstrategie vanuit twee leidende gedachten. Allereerst de verwachting dat de prestaties van het OM als geheel worden verhoogd door een nadrukkelijker onderscheid te maken tussen de behandeling van zaken die maatwerk vereisen en standaardzaken. Daarnaast is aangegeven dat het OM beter kan presteren door de kwetsbaarheid van de kleinere parketten te verminderen door schaalvergroting.

Dit heeft geleid tot concernvorming bij het OM. Er is een Landelijk Parket opgericht voor de bestrijding van georganiseerde misdaad en een Functioneel Parket voor de bestrijding van criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude. Kennis over de verkeershandhaving is geconcentreerd bij het Bureau Verkeershandhaving en over ontneming bij het Bureau Ontneming. Op het terrein van de bedrijfsvoering is er een Dienstverlening OM opgericht metshared service diensten. Tenslotte is een Centrale Verwerkingseenheid opgericht voor de afhandeling van standaardzaken.

Naast al deze ontwikkelingen zullen de negentien arrondissementsparketten vanaf 1 januari 2009 samenwerken in elf regio’s. Hieronder in paragraaf 4 licht ik deze regionalisering bij het OM nader toe. In 2004 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer reeds ingelicht over deze organisatieontwikkeling binnen het OM en met de vaste commissie voor Justitie hierover gesproken (Kamerstukken 28 684, nrs. 25, 30, 37 en 47).

Conclusie

Ik concludeer dat de afgelopen vijftien jaar de organisaties van de Rechtspraak en het OM stevige moderniseringen hebben doorgemaakt. Van vrij zelfstandige eenheden heeft er een ontwikkeling plaatsgevonden naar landelijk werkende organisaties die de kwaliteit van hun taakuitoefening, een effectieve dienstverlening aan de burger, hoog in het vaandel hebben. De organisatieontwikkeling stopt wat mij betreft hiermee niet. In de volgende paragraaf leest u mijn overwegingen.

2. Overwegingen voor een herziening

Alvorens op deze overwegingen in te gaan merk ik op dat het werk van rechters en officieren van justitie anno 2008 in grote mate verschilt van het werk in de tijd dat de kaart is getekend. Mijn verwachting is dat door verdere digitalisering vele aspecten van de gerechtelijke procedure zullen veranderen. Het beeld van rechters en officieren van justitie achter dikke papieren dossiers zal steeds meer gaan plaatsmaken voor digitale dossiers en zittingen met videoconferenties.

In de omgeving van Rechtspraak en OM, bij de overige juridische beroepsgroepen, is bovendien de structuur van negentien arrondissementen steeds minder bepalend geworden. Gerechtsdeurwaarders hebben vanaf 2001 een landelijke bevoegdheid. Vanaf 1 september 2008 is in de advocatuur het verplichte procuraat afgeschaft. Hierdoor kunnen advocaten in civiele zaken zonder tussenkomst van een procureur procederen in een ander arrondissement dan waar ze kantoor houden.

Een herziening van de gerechtelijke kaart in Nederland past bovendien binnen een bredere Europese tendens, zoals blijkt uit een onlangs verschenen rapport van de Raad van Europa1. Denemarken heeft net een omvangrijke herziening achter de rug en in Frankrijk staat een modernisering prominent op de agenda. De aanleiding voor deze herzieningen ligt bij een toegenomen differentiatie van het zaaksaanbod en een toenemende behoefte aan specialisatie en concentratie. De ontwikkelingen in het buitenland laten zien dat Nederland niet alleen staat in de behoefte om de gerechtelijke organisatie door te ontwikkelen om te kunnen blijven voldoen aan de hoge kwaliteitseisen.

Overwegingen voor de Rechtspraak en het OM

Voor een herziening van de gerechtelijke kaart van Rechtspraak en OM hanteer ik de volgende overwegingen:

1. De toenemende behoefte aan specialisatie. Uit het hierboven beschreven historisch perspectief wordt duidelijk dat Rechtspraak en OM moeten specialiseren om niet-doorsnee zaken goed te kunnen blijven doen. Als een rechtbank of arrondissementsparket te weinig van die zaken krijgt, kan dat op termijn ten koste gaan van de kwaliteit van de rechtspraak. Het gevaar bestaat dan dat rechters en officieren van justitie zich door het geringe aanbod van dat type zaken onvoldoende kunnen specialiseren. Voor specialisatie is een bepaald volume van zaken, mensen en middelen nodig.

2. De kwetsbaarheid van de kleinere gerechten en parketten, in het primaire proces en in de bedrijfsvoering. De door de Raad voor de Rechtspraak ingestelde Commissie Van der Winkel constateert in haar eindrapport1 een kwetsbaarheid in de eenheden van Rechtspraak. Niet alle gerechten zijn groot genoeg om in het primaire proces voor alle rechtsgebieden te voorzien in de noodzakelijke diepgaande kennis (in relatie tot voldoende volume). In de bedrijfsvoering kan niet op alle terreinen van de organisatie de gevraagde kwaliteit worden geleverd voor een redelijke prijs.

Beide overwegingen zijn voor het OM aanleiding geweest om enerzijds landelijke organisatie-eenheden op te richten voor specialistische terreinen (zie hierboven onder paragraaf 1) en anderzijds te gaan «regionaliseren». Deze ontwikkelingen waren vooral ingegeven door de gedachte dat de organisatie beter functioneert als deze in lijn is gebracht met de werkprocessen.

Anno 2008: aanvullende overwegingen voor de Rechtspraak

Binnen de Rechtspraak is het gesprek over specialisatie en vermindering van kwetsbaarheid van organisatieonderdelen pas later gestart omdat de urgentie voor de Rechtspraak daartoe in 2004 nog niet aan de orde was. Anno 2008 zijn er echter aanvullende overwegingen waarom ik een herziening van de indeling van de Rechtspraak thans wel nodig acht. Dit betreft de volgende punten die van toepassing zijn op de Rechtspraak:

3. De geringe instroom van zaken in de bestuurssectoren maakt een herinrichting van de bestuursrechtspraak in eerste aanleg urgent. De Raad voor de rechtspraak heeft in 2007 de Commissie Toedeling Zaakspakketten ingesteld. Deze Commissie beveelt in haar rapport2 van juni 2008 aan alle bestuursrechtelijke zaken in eerste aanleg bij elf rechtbanken te concentreren (bijlage 1). Binnen de Rechtspraak wordt momenteel besproken hoe om te gaan met de conclusies uit dit eindrapport. Dit zal in 2009 leiden tot een advies van de Raad voor de rechtspraak.

4. De wens tot een versterking van de bestuurskracht van de Rechtspraak. De Commissie evaluatie modernisering rechtspraak gaf in haar eindrapport als uitdaging voor de rechtspraak voor de komende jaren om de ontwikkeling door te maken van beheren naar besturen. Doelmatig bestuur vereist dat er niet te veel te besturen eenheden zijn. In de huidige bestuurlijke constellatie van de rechtspraak is er sprake van relatief veel bestuurders (ongeveer 150 bestuurders op in totaal circa 2000 rechterlijke ambtenaren en circa 6500 gerechtsambtenaren).

Relatie met Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie

De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), de beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie, riep in juli van dit jaar in haar advies over het conceptwetsvoorstel Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie al op tot een visie op de spreiding van de Rechtspraak in Nederland (zie bijlage 2).1 Genoemd wetsvoorstel bevat, naast vele andere zaken, samenwerkingsbepalingen voor de gerechten. De NVvR pleit voor éérst een herziening van de gerechtelijke kaart en vervolgens beantwoording van de vraag of samenwerkingsbepalingen dan nog wenselijk en nodig zijn.

Ik zie net als de NVvR inhoudelijke verbondenheid tussen het wetsvoorstel en de herziening van de kaart. De volgtijdelijkheid van beide trajecten zie ik anders. Het wetsvoorstel, dat begin volgend jaar wordt aangeboden aan de Raad van State en naar verwachting in het voorjaar van 2009 aan uw Kamer, biedt mogelijkheden om bestaande knelpunten alvast te kunnen oplossen én het biedt mogelijkheden om op termijn voorbereidingen te treffen voor de implementatie van een nieuwe gerechtelijke kaart.

Ik deel de opvatting van de NVvR dat een visie van het kabinet op de gerechtelijke kaart nodig is en die visie geef ik dan ook in de volgende paragraaf.

3. De visie op een nieuwe gerechtelijke kaart

Vanuit bovenstaande overwegingen heb ik advies gevraagd aan de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal over de herziening van de gerechtelijke kaart. De Raad geeft in zijn reactie van medio juli dit jaar aan in gesprek te zijn met de gerechtsbesturen over de herziening van de gerechtelijke kaart (bijlage 3).1 Ook de nadere besluitvorming over het eerder genoemde rapport van de Commissie Toedeling Zaakspakketten maakt dit nodig. Het College geeft mij in zijn advies (bijlage 4)1 als aandachtspunt mee te streven naar congruentie in de keten op meerdere gebieden, te weten: geografisch, inhoudelijk en bestuurlijk.

Mede op basis van de adviezen van de NVvR, de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal heb ik mijn visie opgesteld. Die bevat drie hoofdlijnen waarbij de kwaliteit van de rechterlijke organisatie voorop staat. De herindeling van de gerechtelijke kaart heeft immers tot doel om nu, en in de toekomst, kwalitatief goede rechtspraak te kunnen waarborgen.

De bestuurlijke indeling

Specialisatie en deskundigheidsbevordering vragen om een groter volume van zaken, mensen en middelen dan binnen het huidige bestel van negentien bestuurlijke eenheden mogelijk is. Ik zie bestuurlijke schaalvergroting als het instrument dat oplossing biedt. Dit zal in mijn visie op termijn resulteren in een nieuwe indeling van de gerechtelijke kaart in rechtsgebieden waarbij in een gebied één of meerdere locaties voor Rechtspraak zijn, bestuurd vanuit een gedeeld bestuur. Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is het gerecht in het huidige arrondissement Zwolle/Lelystad dat één gerechtsbestuur heeft voor feitelijk twee locaties: Zwolle en Lelystad.

De elf regio’s waar het OM vanaf 2009 mee gaat werken kunnen als leidraad dienen.

Het locatiebeleid

Voor wat betreft het locatiebeleid ga ik uit van ten minste locaties voor Rechtspraak in de hoofdsteden van de provincies en de tien grootste gemeenten van Nederland. Bereikbaarheid en continuïteit kunnen bepalend zijn voor het aanwijzen van andere locaties.

Bestuurlijke schaalvergroting resulteert in minder gerechtsbesturen maar dus duidelijk niet in minder hoofdlocaties voor rechtspraak. De justiabele heeft belang bij de kwaliteitsbevordering die wordt voorzien met de nieuwe gerechtelijke kaart maar de justiabele heeft ook belang bij goede geografische bereikbaarheid van rechtspraak. Geografische bereikbaarheid is daarnaast ook van belang voor de ketenpartners van de Rechtspraak in verband met de uitvoering van een effectief veiligheidsbeleid.

De omgeving

Voor Rechtspraak en OM zijn de advocatuur, de politie en het decentrale bestuur belangrijke ketenpartners. Het uitgangspunt is dat buitengrenzen van Rechtspraak, OM politie en veiligheidsregio’s congruent aan elkaar zijn. Wanneer de indeling van politie, OM en Rechtspraak op elkaar aansluiten kunnen deze organisaties in de veiligheidsketen veel effectiever met elkaar samenwerken. Op het bestuurlijke niveau maar met name op het operationele niveau waar de zaken daadwerkelijk worden afgehandeld. In mijn visie moeten rechters en officieren van justitie op lokaal niveau met hun ketenpartners blijven zorgdragen voor maatwerk en goede dienstverlening aan burgers.

4. De visie nader toegelicht per organisatie

Hieronder licht ik de visie nader toe. Uitgangspunt blijft de wettelijk vastgelegde territoriale congruentie van de indeling van Rechtspraak en OM. Hieronder ga ik eerst in op de «eerstelijnsorganisatie» van Rechtspraak en OM. Daarbij ga ik in op zowel de bestuurlijke indeling als het locatiebeleid. Aangezien ik Rechtspraak en OM vanuit het ketenperspectief bezie ga ik hieronder vervolgens ook in op de relatie tussen OM en de politie. Tot slot komen de ressorten aan bod.

Rechtspraak

Voor nu en in de toekomst hecht ik veel waarde aan een kwalitatief goede rechtspraak. Om dat te kunnen blijven waarborgen, nu en in de toekomst, is het in de eerste plaats nodig dat er sprake is van specialisatie en/of concentratie van zaken op bepaalde terreinen. In de tweede plaats is het nodig dat deskundigheid van rechtspraak is gewaarborgd.

Zowel specialisatie als deskundigheidsbevordering is pas goed mogelijk bij een bepaald volume van zaken, mensen en middelen. Ik gaf al aan de huidige constellatie van negentien eenheden hiervoor een te beperkte schaal te vinden. Bestuurlijke schaalvergroting biedt de mogelijkheid om de Rechtspraak daarvoor wel voldoende uit te rusten. Doordat het volume van zaken groter wordt kan de kwaliteit beter worden gewaarborgd en is specialisatie mogelijk. Het primaire proces en de bedrijfsvoering zijn dan minder kwetsbaar door uitval van mensen. Een groter aantal middelen biedt de dan te formeren gerechtsbesturen kortom meer ruimte en flexibiliteit, en de gelegenheid om bestuurskracht te tonen.

Met betrekking tot die vestigingsplaatsen van de Rechtspraak is mijn uitgangspunt dat rechtspraak in elk geval moet blijven plaatsvinden in de hoofdsteden van de provincies en de tien grootste gemeenten. Bereikbaarheid en continuïteit kunnen bepalend zijn voor het aanwijzen van andere locaties. Binnen de nieuwe rechtsgebieden worden aldus locaties aangewezen waar een gebouw is voor rechtspraak met zittingszalen en werkkamers voor rechters en juridisch medewerkers. De praktische uitwerking zal worden afgestemd met andere indelingen op de kaart van Nederland.

OM

In paragraaf 1 wees ik reeds op de ingezette richting van regionalisering bij het OM. Vanaf 1 januari 2009 zal binnen het OM gewerkt gaan worden met elf regio’s met behoud van de arrondissementale structuur. De regio’s zullen worden bestuurd door een regiomanagementteam dat bestaat uit de «regiohoofdofficier» van justitie, de lokale hoofdofficieren van justitie, indien aanwezig de fungerende hoofdofficier van justitie, en een directeur bedrijfsvoering. Elke hoofdofficier blijft zijn gezagsmatige rol vervullen in de aansturing van de politie en als gesprekspartner van de korpsbeheerder. Het is dus een interne aanpassing waar de directe omgeving van het OM geen last van mag hebben.

Met de komst van elf regionale samenwerkingsverbanden heeft het OM zijn primaire taken op drie niveaus georganiseerd. Landelijk met het Landelijk en het Functioneel Parket, regionaal met de regionale samenwerkingsverbanden en lokaal met de arrondissementsparketten.

Uitgangspunt blijft dat in elke politieregio het OM op adequate wijze is vertegenwoordigd in het regionaal college (het bestuur van de politieregio) en de regionale driehoek. Het OM biedt met deze interne nieuwe structuur flexibiliteit in de eigen organisatie om zich aan te kunnen passen aan ontwikkelingen in de omgeving van het OM.

Ten aanzien van het locatiebeleid blijft het OM gevestigd op de hoofdvestigingsplaatsen van de Rechtspraak. Daarbuiten streeft het OM naar voldoende aanwezigheid in de gebieden waar «werk aan de winkel» is. Dit is onder andere te zien in de belangrijke bijdrage die het OM levert in de Veiligheidshuizen. Het OM blijft uiteraard zijn rol vervullen als voorzitter van de Arrondissementale Justitiële Beraden.

OM en politie

Het kabinetsstandpunt over het politiebestel zal één dezer dagen aan uw Kamer worden verstuurd. In het politiebestel worden enkele belangrijke stappen gezet in dezelfde richting als de herindeling van de gerechtelijke kaart. Dit betreft in ieder geval de bovenregionale samenwerking van de politiekorpsen. De ontwikkelingen in het politiebestel en de herindeling van de gerechtelijke kaart versterken elkaar.

Het uitgangspunt van het kabinet is dan ook congruentie van de buitengrenzen van Rechtspraak, OM, politie en veiligheidsregio’s aan elkaar. Het OM biedt met de regionalisering de nodige flexibiliteit om zich te kunnen aanpassen, ook aan ontwikkelingen in het politiebestel.

Ressorten

Bestuurlijke schaalvergroting op het arrondissementale niveau heeft naar verwachting ook gevolgen voor de ressorten. Ik acht het goed mogelijk dat wanneer sprake is van een verkleining van het aantal te besturen eenheden bij Rechtspraak en OM in de «eerstelijnsorganisatie», dit ook op het ressortelijke niveau het geval zal zijn. Overwegingen als specialisatie, kwetsbaarheidvermindering en deskundigheidsbevordering spelen immers ook daar. De vraag naar de consequenties voor de ressorten wil ik daarom opnemen in het concrete voorstel voor de nieuwe kaart.

5. Vervolgstappen

De komende periode zal het OM ervaring opdoen in het regionale model en de discussie rondom het politiebestel zal zich uitkristalliseren. Binnen de Rechtspraak zal de komende maanden uitsluitsel worden gegeven over bestuurlijke schaalvergroting en de consequenties van het locatiebeleid. Daarnaast wil de Rechtspraak ervaring opdoen in verdergaande samenwerking. De besturen van de rechtbanken Groningen en Assen hebben aangegeven intensiever te willen gaan samenwerken, mogelijk op termijn uitmondend in bestuurlijke samenvoeging van beide rechtbanken. Zij dienen naar de mening van de Raad voor de rechtspraak en de Presidentenvergadering daartoe de mogelijkheid te krijgen. Ik juich deze ontwikkeling toe en zie de samenwerking tussen de gerechtsbesturen van Groningen en Assen als een eerste stap in de richting van bestuurlijke schaalvergroting. In het wetsvoorstel Evaluatie modernisering rechterlijke organisatie zal de mogelijkheid worden gecreëerd dat gerechten hun bestuur kunnen delen.

Ik blijf de komende periode met Raad en College in gesprek over de herziening van de gerechtelijke kaart. Ik ben voornemens om, nadat ik uw Kamer in de loop van 2009 heb geïnformeerd over het concrete voorstel van de herziening, de uiteindelijke voorstellen op te nemen in een wetsvoorstel tot herziening van de gerechtelijke kaart.

De hierboven weergegeven visie is mijn uitgangspunt voor het gesprek met én binnen de Rechtspraak en OM over de gerechtelijke kaart in de komende periode. De afgelopen maanden heb ik deze uitgangspunten besproken met de NVvR en met bestuurders van diverse stakeholders van Rechtspraak en OM. Ik zal graag met u in overleg treden over de hierboven beschreven visie.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Wel vond per 1 januari 2002 een belangrijke wijziging plaats toen met de Wet organisatie en bestuur gerechten de 62 kantongerechten bestuurlijk zijn ondergebracht bij de 19 rechtbanken en daarmee een einde kwam aan de indeling in kantons.

XNoot
1

Rechtspraak is kwaliteit. Eindrapport Commissie evaluatie modernisering rechterlijke organisatie. Den Haag, december 2006.

XNoot
1

European judicial systems, edition 2008. Zie: http://www.coe.int/t/dg1/legalcooperation/cepej/default_;EN.asp

XNoot
1

Goede rechtspraak door sterke regio’s. Eindrapport Commissie Van der Winkel, Den Haag, oktober 2006.

XNoot
2

Specialisatie, concentratie en kwaliteit van rechtspraak. Rapport Commissie Toedeling Zaakspakketten. Den Haag, juni 2008. Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.