Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 24, item 22

22 Snelle oplossing van de stikstof- en pfas-problematiek

Aan de orde is de voortzetting van het debat over een snelle oplossing van de stikstof- en pfas-problematiek.

De voorzitter:

We gaan verder met de tweede termijn van de kant van de Kamer. Volgens mij was de heer Futselaar aan de beurt. Het debat gaat over een snelle oplossing van de stikstof- en pfas-problematiek. Het woord is aan de heer Futselaar, namens de SP.

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter. De SP-fractie heeft de motie van wantrouwen niet gesteund, maar wat wij afgelopen halfjaar hebben gezien, was natuurlijk wel een wanvertoning. Op 29 mei heeft de Raad van State uitspraak gedaan. Een week daarna zijn alle provincies alle vergunningen gaan stopzetten; alle bouwprojecten lagen stil. Toen hadden onmiddellijk alle alarmbellen moeten gaan rinkelen, maar we moeten constateren dat voor de publicatie van het rapport het kabinet niets heeft gedaan en dat het daarna vooral ruzie heeft gemaakt, onderling en met provincies, en dat het een halfjaar heeft geduurd om met noodmaatregelen te komen. Een drietal moties, voorzitter.

De voorzitter:

Ik zou daarmee beginnen, als ik u was.

De heer Futselaar (SP):

Ik zie u al kijken. Het zijn korte.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland met zo'n 160 Natura 2000-gebieden Europees gezien een beperkt aantal heeft;

van mening dat de maatschappelijke waarde van deze natuurgebieden groot is, zeker in een tijd waarin de biodiversiteit in Nederland in een crisis verkeert;

verzoekt de regering op geen enkele wijze te tornen aan de omvang, ligging of instandhoudingsdoelstellingen van de Nederlandse Natura 2000-gebieden, tenzij om deze uit te breiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (35334).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tot op heden louter voor de varkenshouderij regelingen zijn getroffen voor een warme sanering;

van mening dat de stikstofproblematiek inspanningen vergt die moeten worden verdeeld onder alle sectoren in de veehouderij;

verzoekt de regering om op korte termijn te komen met een plan van aanpak voor warme sanering van de intensieve melkveehouderij en de pluimveehouderij en daar de bijbehorende financiële middelen voor te reserveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (35334).

De heer Futselaar (SP):

Tot slot.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in zijn brief van 13 november jongstleden heeft aangekondigd dat er ruimte komt voor zeven MIRT-projecten;

van mening dat de beperkte stikstofruimte die ontstaat uitsluitend zou moeten worden ingezet voor natuurbehoud, volkshuisvesting en vitale infrastructuur;

verzoekt de regering af te zien van haar voorstel om nu de betreffende zeven MIRT-projecten uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (35334).

Dank u wel, meneer Futselaar. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Groot, namens D66.

De heer De Groot (D66):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan het kabinet voor de beantwoording van de vele vragen.

Het gaat vandaag over de kwaliteit van de natuur, over de vraag hoe we die kunnen verbeteren en hoe we kunnen zorgen voor schone lucht en schoon water, met alle middelen die we hebben en met alle inzet die we hebben, zodat we straks onder de streep, per saldo, een natuur hebben die er veel en veel beter voor staat dan nu. Dat is waar we mee bezig zijn. En dat is waar D66 een bijdrage aan zal blijven leveren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Moorlag namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank, voorzitter. Dank aan de regering voor de beantwoording van de vragen.

Twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gevolgen van het stikstofbeleid zich op het platteland niet uitsluitend uitstrekken tot de veehouderij, maar ook over andere economische dragers;

overwegende dat het van groot belang is de leefbaarheid en de sociaal-economische vitaliteit van het platteland op peil te houden;

verzoekt de regering, in samenwerking met de medeoverheden, hiervoor een aanvullende agenda Vitaal Platteland op te stellen en, naast middelen voor de sanering van de veehouderij, middelen beschikbaar te stellen voor de leefbaarheid en sociaal-economische vitalisering van het platteland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (35334).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de voorgestelde stikstofmaatregelen ruimte moeten bieden voor de bouw van 75.000 woningen;

overwegende dat uit berekeningen van het RIVM blijkt dat de voorgestelde stikstofmaatregelen juist in de gebieden waar de woningnood het hoogst is onvoldoende ruimte voor nieuwbouw bieden;

overwegende dat woningzoekenden, gemeenten en bouwbedrijven niet weten of en wanneer de woningbouw weer op gang gaat komen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de ruimte die ontstaat door verlaging van de maximumsnelheid en beschikbaar is voor vergunningverlening bij voorrang wordt ingezet voor het op gang brengen van de woningbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (35334).

Dank u wel.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter, tot slot. Ik vind het eigenlijk wel een beschamende vertoning. Zes maanden heeft het geduurd voordat een ei is gelegd door het kabinet en dat ei is in hoge mate een windei. De PvdA is voorstander van veel meer bron- en herstelmaatregelen, maar constateert ook dat de coalitie op dit moment in beton gegoten zit.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording van de vragen. Er is bij de beantwoording nog wel één puntje blijven liggen. Ik had ook gevraagd naar het zetten van een streep door het circuit in Zandvoort. Het is heel merkwaardig dat, terwijl er in het duingebied een tekort aan stikstofdepositieruimte is, juist in het Zandvoortse duingebied zo'n circuit wordt gerealiseerd. De minister zegt "ja, maar dat is een bevoegdheid van de provincie", maar dat antwoord vind ik eigenlijk niet toereikend. Ik zou vinden dat de minister hier ook wat van moet vinden.

Voorzitter. Twee moties alvorens ik mijn betoog ga afronden.

De voorzitter:

Nou, u heeft niet zoveel tijd meer.

De heer Bisschop (SGP):

Ja. Ik begin maar vast, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is bij interne en externe saldering in de landbouw vergunde ruimte in te nemen en productierechten af te romen;

overwegende dat de voorgestelde aanscherpingen leiden tot grote onzekerheid over duurzame bedrijfsontwikkeling, dat ze geen recht doen aan bedrijven die voor het PAS-tijdperk "ammoniakrechten" gekocht hebben en dat het afromen van productierechten bij externe saldering het functioneren van dit instrument ernstig belemmert;

verzoekt de regering in overleg met de betrokken sector en provincies de voorgestelde aanscherpingen te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (35334).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de toetsing van nieuwe infrastructuurprojecten middels AERIUS de depositie berekend wordt tot een afstand van 5 kilometer, omdat "bijdragen van wegverkeer op enkele kilometers afstand van de weg niet betekenisvol te herleiden zijn tot een individueel project";

overwegende dat bij onder meer woningbouwprojecten de stikstofdepositie tot op oneindige afstand berekend wordt, terwijl de emissies kleiner zijn dan bij infrastructuurprojecten;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de gehanteerde lijn ten aanzien van infrastructuurprojecten doorgetrokken kan worden naar woningbouw en andere projecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (35334).

Dank u wel.

De heer Bisschop (SGP):

Ik was al bang dat u me geen kans meer zou geven om nog een betoog te houden. Dan moet u dat betoog over mezenpootjes en Natura 2000-gebieden missen.

De voorzitter:

Ik weet zeker dat ik u weer terugzie in een ander debat. Dan kunt u uw verhaal afmaken.

Mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Er is slecht nieuws en er is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat iedere dag dat dit kabinet wacht met een aanpak waarmee de natuur wél zal worden verbeterd en de stikstofuitstoot van met name de veehouderij zal worden verminderd — ammoniak is wel echt het meest schadelijke! — het slechter gaat met de natuur. Het goede nieuws is het volgende. Over de premier werd altijd wel gezegd dat hij een soort teflonlaagje had waar alle kritiek van af leek te glijden. Ik denk dat je nu over een "pfas-premier" zou moeten spreken. Maar daar lijken barstjes in te komen. Het lijkt erop dat het kabinet — weliswaar véél te langzaam — door begint te krijgen dat het oude beleid, waar het willens en wetens mee heeft ingestemd, voor een ongelooflijke puinhoop heeft gezorgd.

De Partij voor de Dieren wacht dus op twee dingen. Zij wacht op een volmondige erkenning hiervan en op excuses aan iedereen die hierdoor wordt geraakt. De boeren zijn tien kostbare jaren afgenomen om om te schakelen; de bouwers zaten hier niet op te wachten. Dat is echt de schuld van partijen die hiermee hadden ingestemd. Voorts wacht de Partij voor de Dieren op een pakket aan maatregelen dat past binnen de wettelijke verplichtingen die het kabinet gewoon moet nakomen. Zo veeleisend is dat niet.

De Partij voor de Dieren wil het kabinet twee voorstellen meegeven.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse import van piepjonge kalfjes de laatste jaren stijgt, wat leidt tot extra stikstofuitstoot en ernstig dierenleed, alleen al tijdens de lange transporten;

constaterende dat de import van kalfjes voor de vleeskalversector bovendien niet past binnen de kringlooplandbouw;

verzoekt de regering in de maatregelen voor de langere termijn een beëindiging van de import van kalfjes op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (35334).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, met uw toestemming nog een laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet geen nieuwe projecten wil die leiden tot meer stikstofuitstoot;

constaterende dat uit recent onderzoek blijkt dat biomassacentrales significant meer stikstof uitstoten dan kolen- en gascentrales;

constaterende dat het kabinet de komende jaren vele miljarden subsidie uit wil geven voor de bouw van nieuwe biomassacentrales, zonder inzicht in de effecten te hebben verschaft aan de Kamer;

spreekt uit dat er geen wildgroei aan biomassacentrales mag komen;

verzoekt de regering vóór de behandeling van de begroting EZK de Kamer te informeren over de effecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (35334).

Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Bedankt voor de coulance, voorzitter.

De voorzitter:

De begroting van Economische Zaken is volgende week.

De heer Geurts heeft nu het woord namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik heb geen moties, maar nog wel een paar opmerkingen. Ik bedank het kabinet voor de antwoorden, ook de schriftelijke, die op zeer korte termijn zijn gegeven. Zoals gezegd blijft het kabinet aan zet om met voorstellen te blijven komen om de stikstofproblematiek aan te pakken. De bouw moet vlot worden getrokken.

Ik heb nog twee vragen. Kan de minister toezeggen dat in het vervolg bij maatregelen de mkb-toets gedaan wordt, zodat er tijdig kan worden bijgestuurd? En waarom stelt het kabinet geen stikstofmarinier aan, iemand die op gezag van de minister overal dwars doorheen kan breken, die het mandaat heeft om het goede te doen? Want wij zijn zo bang voor Groningse toestanden, waarbij iedereen naar elkaar wijst en medewerkers daardoor werkeloos thuiszitten.

En in mijn laatste seconde, voorzitter. De SGP-fractie had kunnen zeggen: goed dat Natura 2000-gebieden tegen het licht gehouden worden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Geurts. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Geen moties van mijn kant. Wel een aantal opmerkingen en nog één vraag.

Ik gaf aan dat ik wat er nu ligt echt een wanprestatie van het kabinet vind. Ik had een interruptiedebat met de minister-president. En het heeft veel te lang geduurd voor het pakket dat er nu ligt. Maar het echte moeilijke werk komt nog. Het echte werk om de veestapel terug te dringen, moet nu beginnen. Ik verwacht dus ook dat er over een maand een volledig uitgewerkt plan ligt, met ook alle financiën en het hele financiële plan dat nodig is om ertoe te komen.

Wij blijven ons met man en macht verzetten tegen iedere aantasting van de natuur. Als ik de premier en de coalitie hoor, die vinden dat allerlei natuurgebieden aangepakt kunnen worden, zoals de Grevelingen en het Wierdense Veld, maak ik me grote, grote zorgen. Wat we nodig hebben, is niet minder natuur, maar meer natuur. Het probleem is niet de natuur, maar de uitstoot van stikstof.

Tot slot. De bestuurlijke werkelijkheid in Nederland is veranderd. Langzaam gaat het eindelijk de kant op waar we naartoe moeten, met het besef dat de bomen niet tot in de hemel groeien en dat we onze economische activiteit moeten aanpassen aan onze ecologische grenzen. Dat betekent dat we bij iedere keuze die we maken, moeten kijken waar we onze ecologische ruimte aan uitgeven. Daarom heb ik de volgende vraag. Er gaan nu zeven infrastructurele projecten toch door. Ik wil echt weten welke stikstofruimte deze projecten innemen. Hoeveel huizen zou je daarvoor kunnen bouwen? Dat is wel de afweging die we moeten maken. We kunnen niet meer alles. Ik wil weten hoeveel stikstofruimte dit inneemt. Dat zou ik graag van de minister horen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik nu het woord aan de heer Harbers namens de VVD.

De heer Harbers (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Het is alle hens aan dek, ook om de maatregelen die vandaag en gisteren zijn aangekondigd op zeer korte termijn in te voeren. Verlies dus geen dag, noch bij pfas, noch bij het indienen van de noodwet en de spoedwet, opdat die op de kortst mogelijke termijn hier in de Kamer behandeld kunnen worden. Ik herhaal het nog maar een keer: werk in de tussentijd ook met dezelfde voortvarendheid aan wat er nog moet gebeuren: het uitwerken van de ondersteuning voor de emissiearme landbouw. Of dat nou is door kringlooplandbouw of door op een andere manier de investeringen te ondersteunen in de innovatieve technieken die daarbij horen.

Hetzelfde geldt voor het traject met Brussel: het doorlichten van de instandhoudingsdoelen en het kijken naar de slimste indeling van Natura 2000-gebieden, die ook daadwerkelijk ervoor zorgt dat je dit in de toekomst kunt handhaven, zodat we niet over vijf of tien jaar tegen dezelfde problemen aanlopen.

Tot slot een vraag. De vliegende brigade is een paar keer genoemd, het team van ambtenaren dat provincies en gemeenten ondersteunt. Nog steeds hoor ik dat men bij projecten en gemeenten daar onvoldoende een beroep op doet of dat het team niet bekend is. Ik zou het kabinet dringend willen aanraden: blijf iedere dag, via alle kanalen maar ook rechtstreeks, aan gemeenten en provincies dat aanbod doen om te helpen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Harbers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Nee, mevrouw Ouwehand, het spijt me heel erg, maar het is de tweede termijn. We zitten hier al vanaf ongeveer half elf. Er is ook nog een ploeg Buitenlandse Zaken die de begroting moet afhandelen. Dus ik geef nu het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Ik begon mijn bijdrage vandaag in dit debat met het woord "balans". Voor mijn fractie is het belangrijk dat er weer evenwicht komt tussen economie en ecologie. De afgelopen tijd is dat evenwicht ver te zoeken geweest. Dat evenwicht hebben we niet morgen gerealiseerd. Dat besef ik ook, maar daar gaan we wel stap voor stap naar op weg. Dat betekent voor de korte termijn dat er maatregelen worden genomen, zoals het herstel van de natuur. Zoals minder snel rijden: 100 km/u overdag. Dat betekent dat we maatregelen nemen om de woningbouw weer op gang te brengen.

Voor de lange termijn zullen we ook verdere bronmaatregelen moeten nemen. Dat zal nog best een stevig debat worden, ook hier in deze Kamer. Voor mijn fractie gelden daarvoor twee uitgangspunten. In de eerste plaats is het duidelijk dat we keuzes moeten maken. "Niet alles kan" was al de veelzeggende titel van het rapport van de commissie-Remkes. Mijn fractie vindt het heel belangrijk dat alle sectoren daaraan hun steentje bijdragen.

Dan rest mij de leden van het kabinet heel veel wijsheid toe te wensen bij alle stappen die nog gezet moeten worden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Dik-Faber. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. Twee vragen en één opmerking. De eerste vraag is gericht aan minister Schouten en gaat met name over de ongebruikte stikstofvergunningen. We zullen toch niet meemaken dat we heel veel geld moeten uitgeven om vervolgens ongebruikte vergunningen, die dan weer gebruikt zijn, te moeten afkopen in het kader van het verminderen van de stikstofdepositie? Ik vraag dat, omdat voor ons van belang is dat die stikstof niet in de natuur komt. Als we gebieden eerder kunnen vrijwaren van stikstof, is dat beter.

De tweede vraag is voor de minister van Milieu, moet ik nu zeggen. Wat verhindert de minister om al morgen in de ministerraad de waarde met een factor vijf te verhogen naar 0,5, zodat die al vanaf morgen zou gelden voor de pfas-norm?

Mijn opmerking geldt de minister-president. Het is meer een opmerking van dankbaarheid, want hij heeft in navolging van wat ik voor het herfstreces deed, J.C. Bloem weer even teruggebracht in de collectieve herinnering.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een van de oorzaken van de stikstofcrisis is gelegen in het feit dat er te veel gebieden en vaak relatief kleine gebieden als Natura 2000-gebieden zijn aangewezen;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk het aantal Natura 2000-gebieden te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (35334).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet per 1 oktober 2019 een nieuwe norm heeft ingevoerd voor pfas;

constaterende dat de bouwsector hierdoor compleet verrast is en grote schade lijdt;

verzoekt de regering voortaan bij iedere substantiële wijziging van het beleid een impactanalyse te laten maken, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (35334).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voorstelt om de maximumsnelheid voor auto's terug te brengen van 130 km/u naar 100 km/u;

overwegende dat hierdoor auto's die niet bijdragen aan de uitstoot van stikstofoxiden, zoals auto's die 100% elektrisch rijden of auto's die op waterstof rijden, hierdoor onterecht getroffen worden;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om deze categorieën auto's vrij te stellen van deze snelheidsbeperkende maatregel, en de Kamer over de uitkomst te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (35334).

De heer Van Haga (Van Haga):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Er is behoefte aan een korte schorsing van vijf minuten. Ik schors de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 17.38 uur tot 17.41 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:

Voorzitter. Aan mij is een vraag gesteld over Zandvoort. Dat is een zaak van de provincie Noord-Holland.

Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Schouten.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Minister Schouten:

Voorzitter. Ik heb bijna alle moties, en waar ik ze niet heb, zijn ze voor de collega's, dus dat merkt u vanzelf.

De motie op stuk nr. 5 van de heer Futselaar ontraad ik. Wij hebben in de brief duidelijk aangegeven waar wij wel op inzetten ten aanzien van Natura 2000.

De motie-Futselaar op stuk nr. 6 is overbodig. In de brief van 4 oktober heeft het kabinet al aangegeven dat het inzet op een regeling, een warme sanering voor de landbouw en de veehouderij. Daar wordt al aan gewerkt, dus dit is een overbodige motie. Daarmee ontraad ik die motie, want overbodige moties hoeven we niet.

De motie op stuk nr. 7 is voor collega Van Nieuwenhuizen.

De motie op stuk nr. 8 van de heer Moorlag ontraad ik. Ik heb net al tegen de heer Moorlag gezegd dat wij al het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland hebben. Daar is ook geld voor beschikbaar. Ook in het Klimaatakkoord zitten middelen voor het vitale platteland, dus dit doen wij al. Daarom ontraad ik ook deze motie.

De motie op stuk nr. 9 is voor collega Van Nieuwenhuizen.

De motie-Bisschop op stuk nr. 10 ontraad ik ook. In de brief van 4 oktober hebben wij precies de lijn uitgezet hoe wij omgaan met bijvoorbeeld het intern en extern salderen en latente ruimte. Dat gaan wij niet heroverwegen, dus deze motie ontraad ik.

De motie-Bisschop op stuk nr. 11 over het kijken hoe je nu precies die berekeningen doet, wordt betrokken bij de commissie metingen en berekeningen. Die commissie gaan wij instellen. Dat heb ik al aangekondigd aan de Kamer. Voor de goede orde: dat betekent nog niet dat deze bij de herziening van de AERIUS-calculator, die in januari plaatsvindt, betrokken zal worden. De commissie gaat gewoon over het algemeen kijken naar de berekeningen hiervan. In die zin is die motie overbodig, want we gaan al doen wat de heer Bisschop vraagt, al wordt de lijn niet als zodanig doorgetrokken. We gaan onderzoeken hoe die berekeningen precies zijn.

De voorzitter:

En het oordeel nu?

Minister Schouten:

In die zin zou ik haar moeten ontraden. Maar we gaan het wel doen. Dat is een beetje de dolheid van de motie. Het is niet per se het doortrekken van de lijn zoals die voor de infrastructuurprojecten geldt. In die zin is de motie te beperkt. Dat wordt echt ontraden, voorzitter.

De motie op stuk nr. 12 van mevrouw Ouwehand gaat over de beëindiging van de import van kalfjes. Het is niet zo dat ik dat nu even eigenstandig kan doen. Wij hebben in Europa vrij verkeer van mensen en goederen enzovoorts. We zijn wel in gesprek met de sector en de sector zelf heeft ook aangegeven te willen kijken naar de import van kalveren. Ik ontraad de motie.

De motie op stuk nr. 13 doet collega Van Veldhoven.

De motie-Van Haga op stuk nr. 14. We hebben zelf in de brief aangegeven hoe we met de Natura 2000-gebieden omgaan. Deze motie gaat daarin verder en daarom ontraad ik deze motie.

De moties op stukken nrs. 15 en 16 worden door de collega's gedaan.

Dan heb ik nog één vraag van de heer Van Otterloo. Hij zegt dat bedrijven die latente ruimte niet moeten kunnen inzetten voor hun activiteiten. Ook hierbij verwijs ik naar de lijn die we hebben neergelegd in de brief van 4 oktober voor hoe wij omgaan met de latente ruimte. Ter toelichting: er zijn bijvoorbeeld in de pluimveehouderij bedrijven die op het ene moment voller staan dan op het andere moment. Die gaan wij niet zomaar een deel van het bedrijf afnemen omdat die dan toevallig niet volstaat. Daarom doen we dat dus niet.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan, meneer Futselaar, maar het kan alleen als u een motie aanhoudt of intrekt.

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter. Ik wil heel graag toelichten waarom ik een motie die volgens de minister overbodig is, niet intrek. Wat anders wel mijn gebruik is.

De voorzitter:

Oké, maar het hoeft niet.

De heer Futselaar (SP):

De motie stelt expliciet ook om geld te reserveren en tot nu toe heeft het kabinet in dit soort dingen de neiging om bestaande potjes te noemen als grond van beleid. Ik wilde graag even inzichtelijk maken waarom ik de motie wel in stemming laat brengen.

De voorzitter:

Ik denk niet dat dat indruk maakt, maar u hebt het geprobeerd.

Minister Schouten:

Bestaande potjes? Wij hebben naar ik meen twee weken geleden aangegeven dat we 500 miljoen extra uittrekken voor de aanpak van de stikstofproblematiek.

De voorzitter:

Dan de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):

Ik had nog twee vragen openstaan. Ik weet niet of deze minister die beantwoordt. De eerste ging over de mkb-toets en de tweede over de stikstofmarinier.

Minister Schouten:

Ja, de stikstofmarinier. Dat is een beetje ingewikkeld. Ik krijg hier eerst het verwijt van de Kamer dat de Kamer een commissie instelt en dat wij dan iets niet doen, omdat de Kamer wil dat er een commissie wordt ingesteld. Nu vraagt de Kamer weer om iets en dan krijg ik straks weer het verwijt dat wij zelf iets niet doen. Wij zijn gewoon zelf hard bezig, ook met andere bevoegde gezagen, om het probleem op te lossen.

De heer Geurts (CDA):

Waar het bij die stikstofmarinier om gaat, is dat gemeentes, provincies en ook bedrijven gewoon snel ergens terechtkunnen. Daar is een groep van ambtenaren voor, heb ik begrepen. Ik zie in het veiligheidsdomein dat zo'n marinier, zo'n veiligheidsmarinier bij een burgemeester et cetera, wel werkt om op bepaalde plekken even ter plekke het zetje te gaan geven, zodat het even gaat lukken. Dat geldt bij pfas en dat geldt bij stikstof.

Minister Schouten:

Collega Van Veldhoven gaat zo nog in op de vliegendebrigadeachtige constructies.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik weet niet wie nu aan de beurt is? Dat is de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dank u wel, voorzitter. Er was nog een vraag van de heer Klaver. Die had betrekking op de zeven MIRT-projecten. In aanvulling op wat ik in eerste termijn heb gezegd, merk ik op dat we met dit pakket — dan heb ik het over het spoedpakket van de spoedwet — die 75.000 woningen kunnen realiseren. De 30% voor natuurherstel is er afgetrokken en dan is er nog voldoende ruimte over voor deze zeven MIRT-projecten. Ik zal proberen om iets van de complexiteit te schetsen, want ik wil natuurlijk heel graag ook de heer Klaver goed antwoorden. De gemiddelde benutting van die afzonderlijke zeven projecten kennen we en die varieert van 0,01 tot 0,7. In ieder gebied is er natuurlijk wisselend sprake van woningbehoefte. Dus hoeveel woningen je nou precies met die ruimte zou kunnen bouwen, hangt heel erg af van of je vlak bij een Natura 2000-gebied wilt bouwen of er verder vandaan, van de dichtheid van het bouwen, enzovoort. Dat speelt allemaal een rol.

Ik zal het nog even toelichten voor de heer Klaver, want ik zie hem nog steeds kijken alsof het hem nog niet helemaal duidelijk is. Ik neem het voorbeeld van de ring Utrecht. Dat project heeft alleen maar netwerkeffecten op het Natura 2000-gebied van de Veluwe. De snelheidsverlaging langs de Veluwe wordt daarom ingezet voor dat project, want er moet een directe relatie zijn tussen de ruimte die vrijkomt en de ruimte die toebedeeld wordt. Bij de Veluwe is er op dit moment ook niet echt sprake van een stikstofprobleem in de woningbouw.

De voorzitter:

De moties.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:

Dan de motie op stuk nr. 7, van de hand van de heer Futselaar, om af te zien van die zeven MIRT-projecten. Het is duidelijk dat ik die ontraad.

Dan nog de motie op stuk nr. 16 van de heer Van Haga, met het verzoek om een uitzondering te maken op de snelheidsbeperkende maatregel voor elektrische auto's. Daar hebben we uitvoerig bij stilgestaan in het debat. Die ontraad ik ook.

De voorzitter:

Oké. Dank wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister voor Milieu en Wonen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. 50PLUS vroeg me waarom de norm niet naar 0,5 gaat. Dat is omdat dat zonder onderbouwing in strijd is met het beginsel dat we grond met gif in Nederland niet verspreiden. Er is dus een onderbouwing nodig voordat we een landelijke achtergrondwaarde kunnen vaststellen. Die kan ik niet zo vaststellen, want dan zou grond met gif verspreid kunnen worden naar schone grond.

De VVD vroeg terecht naar de vliegende brigade. Het is misschien goed om aan te geven op welke manieren we ervoor zorgen dat er antwoorden komen op de vragen die er terecht leven. Het is een zeer technische materie. Het is volstrekt begrijpelijk dat niet iedereen meteen weet hoe daarmee om te gaan. We hebben dus verschillende dingen. We hebben de helpdesk. Die is gewoon elke dag bereikbaar, voor iedereen en voor alle vragen. Het voorbeeld van de zandberg in Zeist is hier al genoemd: één telefoontje naar de helpdesk en het kon worden opgelost. Want het was echt onzinnig en het hoefde helemaal niet stil te liggen. Zo zijn er meerdere voorbeelden.

Het eerste is dus de helpdesk. Daarnaast organiseren we informatiemarkten in de regio. Er zijn er al een aantal georganiseerd en er staan er ook nog een aantal op de rol. We organiseren werkconferenties om voor concrete projecten die vast dreigen te lopen de boel los te trekken binnen de ruimte die er al is en straks natuurlijk ook weer binnen de nieuwe ruimte die er is, om zo ervoor te zorgen dat projecten en ook bevoegde gezagen weten dat die projecten door kunnen.

Daarnaast is er inderdaad de vliegende brigade. Dat is eigenlijk gewoon een team van mensen — dat zijn geen ambtenaren, maar ingenieurs met veel kennis van zaken — die hier speciaal voor zijn ingehuurd, om ook weer met raad en daad terzijde te staan om te voorkomen dat projecten onnodig stilliggen.

Er is een taskforce ingericht met vertegenwoordigers uit bestuurlijke partijen, maar ook het bedrijfsleven is gevraagd daar aan te schuiven. Op die manier kunnen we, waar het in de keten nog vastzit, de concrete problemen op tafel te krijgen. Op die manier kunnen we ook echt weten waar het eventueel nog knelt in de praktijk en kunnen we voor oplossingen zorgen.

Tot slot is er een bestuurlijk overleg om er op bestuurlijk niveau voor te zorgen dat we, waar nodig, ook als bestuurders elkaar aansporen om aan de slag te gaan en de stappen te zetten of de vragen te beantwoorden die er nog zijn.

De vraag van de heer Harbers was: via alle kanalen? Het antwoord daarop is: ja, absoluut, uiteraard. Ik doe dat hier vandaag. We hebben het zelfs ook via Twitter verspreid. Hoe bereik ik die bodemhelpdesk? Waar kan ik naartoe als ik gebruik wil maken van die vliegende brigade? We moeten dat zeker via alle kanalen doen, om zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen te helpen bij de stappen die ze echt willen zetten, en bij de kennisvragen die er soms nog zijn.

De voorzitter:

De moties.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ik moet ingaan op een paar moties. De motie van de heer Moorlag, op stuk nr. 9, vraagt eigenlijk om voorrang. Wij geven inderdaad voorrang aan woningbouwbeleid. Daarom kan ik de motie oordeel Kamer geven, want dit is conform hetgeen het kabinet heeft voorgesteld.

De motie op stuk nr. 13 is van mevrouw Ouwehand. Ik kan haar toezeggen dat er een brief over biomassa komt vóór de behandeling van de begroting van EZK. De specifieke informatie waar zij naar vraagt, kan niet worden geleverd in deze brief. Dus als mevrouw Ouwehand met deze motie alleen om een brief over biomassa vóór de behandeling van de begroting van EZK vraagt, dan kan ik die motie overlaten aan het oordeel van de Kamer. Ik maak daarbij dus de kanttekening dat die heel specifieke informatie in die brief nog niet te leveren is. Ik zie mevrouw Ouwehand knikken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan leven met de uitleg van het kabinet, voorzitter.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Heel fijn. Dan geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Wat doet u dus met uw motie, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zij krijgt oordeel Kamer, dus dan komt zij gewoon op de stemmingslijst, toch?

De voorzitter:

Oké.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Ja. In de motie op stuk nr. 15 vraagt de heer Van Haga om bij wijzigingen inderdaad een impactanalyse te doen. Dat doen we uiteraard zo veel mogelijk. Het tijdelijk handelingskader hier was een verruiming ten opzichte van de wetgeving. Daarom is dat hierbij niet specifiek gedaan, want het bood in alle gevallen meer ruimte. Maar uiteraard moeten we dit doen. Ook moeten we kijken naar een andere methodiek voor die omgang met niet-genormeerde stoffen. Ook daar zullen we zeker een goed impact assessment van maken. Want ik denk dat we allemaal delen dat we zo veel mogelijk, zo soepel mogelijk en zo goed mogelijk voorbereid willen zijn in eventuele volgende gevallen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Wat is het oordeel over de motie?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Oordeel Kamer.

De voorzitter:

Oké. Dank u wel.

Hiermee zijn we ook gekomen aan het einde van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen. Ik dank de minister-president, ik dank de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister voor Milieu en Wonen. Ik dank de Kamerleden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Van der Lee