Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 21, item 13

13 Huuraangelegenheden

Aan de orde is het VAO Huuraangelegenheden (AO d.d. 26/09).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Huuraangelegenheden. Ik heet welkom de minister van Binnenlandse Zaken. Welkom aan de Kamerleden en welkom aan de mensen die het debat hier dan wel op een andere manier volgen. Ik stel voor om als eerste het woord te geven aan de heer Ronnes. Hij spreekt namens de fractie van het CDA. U heeft een strikte tijd van twee minuten.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Ik zal dan verder geen uitgebreide inleiding houden en meteen beginnen met de motie over eerlijke inkomensafhankelijke huuraanpassingen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat duur en goedkoop scheefwonen verstorende factoren zijn voor een goed functionerende huurwoningmarkt;

overwegende dat bij de huidige regeling voor inkomensafhankelijke huurverhoging de maandelijkse huur voor diverse huurders met middeninkomens fors boven de sociale huurgrens kan stijgen, waardoor betaalproblemen kunnen ontstaan;

overwegende dat voor zittende huurders jaarlijks de huur in specifieke situaties al aangepast kan worden bij een daling van gezinsinkomen;

overwegende dat een systematiek voor scheefwonen alleen kan worden ontwikkeld als onderdeel van een totaalpakket, waarin ook de nieuwbouwproductie van middenhuur- en koopwoningen wordt opgeschroefd om scheefwoners te kunnen laten doorstromen;

verzoekt de regering om:

  • -mogelijkheden te verkennen om de huidige systematiek van de inkomensafhankelijke huuraanpassingen voor huishoudens met een inkomen vanaf de toewijzingsgrens te verbeteren waarbij voor de zittende huurders de ruimte voor huurverhoging beter wordt afgestemd op het huishoudinkomen;

  • -voor de hogere inkomens (vanaf ongeveer tweemaal modaal) de mogelijkheden te bezien om een verhoging in één stap naar de sociale huurgrens te realiseren;

verzoekt de regering tevens daarbij als uitgangspunt te nemen dat de inkomensafhankelijke huuraanpassingen:

  • -niet hoger kunnen zijn dan het woningwaarderingsstelsel toestaat;

  • -niet worden meegenomen in de huursombepaling;

verzoekt de regering voorts:

  • -de effecten op de huurtoeslag en de marginale druk te onderzoeken;

  • -de corporatiessector en de huurdersorganisaties bij de uitwerking te betrekken;

  • -de Kamer over de resultaten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes, Koerhuis, Van Eijs en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 294 (27926).

Dan motie nummer twee.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Dan kom ik bij mijn tweede motie, de motie huurtoeslag 55-plussers.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel 55-plussers huurtoeslag missen terwijl ze daar wel recht op zouden hebben;

verzoekt de regering in overleg te treden met ouderenorganisaties zoals KBO-PCOB, ANBO en KBO-Brabant om mogelijkheden te bespreken hoe deze groep senioren bereikt kan worden;

verzoekt de regering tevens na dit overleg actief de groep die recht heeft op huurtoeslag doch die thans mist voor zover dat mogelijk is te benaderen en hen te wijzen op de mogelijkheden.

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 295 (27926).

De heer Ronnes (CDA):

Dat was het, voorzitter. Meer tijd heb ik niet, denk ik.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Smeulders. Hij spreekt namens de fractie van GroenLinks. Ook voor u exact 2 minuten.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Die ga ik waarschijnlijk niet nodig hebben. Ik heb één motie. Die zal ik meteen voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote uitdagingen zijn om de gebouwde omgeving te verduurzamen;

constaterende dat ook de leefbaarheid van woningen en van de woonomgeving continu aandacht blijven vragen;

overwegende dat veel burgers actief betrokken zijn bij hun woning en woonomgeving en dat het belangrijk is om deze betrokkenheid te faciliteren;

overwegende dat het huidige initiatiefrecht voor huurders niet meer past bij de uitdagingen van deze tijd;

verzoekt de regering om in overleg met verhuurders het initiatiefrecht voor huurders te moderniseren zodat het aansluit bij de uitdagingen van deze tijd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders, Beckerman en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 296 (27926).

Dank u hartelijk. De heer Koerhuis spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang. Ook voor u twee minuten.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Een goed en betaalbaar huis is belangrijk voor iedereen, maar steeds meer mensen kunnen moeilijk een huis vinden. Er is een groot tekort aan huizen en er is veel meer vraag dan aanbod. Dat geldt zowel voor middenhuur- als voor koopwoningen. En omdat zo veel scheefwoners in de sociale huursector zitten, zijn de wachtlijsten daar ook te lang. Om dat scheefwonen aan te pakken, heeft het kabinet-Rutte/Asscher de inkomensafhankelijke huurverhoging ingevoerd: als je boven de inkomensgrens van de sociale huurwoning verdient, ga je procentueel meer huur betalen. Dit heeft echter weinig effect op de grootste scheefwoners, met de hoogste inkomens in de goedkoopste sociale huurwoningen. Een hoge procentuele stijging van een laag bedrag blijft een laag bedrag. Daarom heeft mijn collega Ronnes van het CDA namens de coalitie vandaag een motie ingediend om dat probleem aan te pakken en de inkomensafhankelijke huurverhoging te verbeteren.

Met dit plan, met deze motie, laten we scheefwoners doorstromen, en laten we corporaties sociale huurwoningen verhuren aan mensen met een laag inkomen, mensen die het echt nodig hebben. Bovendien leggen we zo het echte probleem bloot: er is geen tekort aan sociale huurwoningen, maar aan middenhuur- en koopwoningen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Beckerman. Zij spreekt namens de fractie van de SP. Ook voor u 2 minuten spreektijd.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u, voorzitter. Ik heb een motie: geen extra huurverhoging.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel huurders in sociale huurwoningen van wie het inkomen in de loop van de jaren is gestegen weinig mogelijkheden hebben om door te stromen naar een betaalbaar alternatief buiten de sociale huursector;

overwegende dat het om die reden geen pas heeft om deze huurders bij voortduring als "scheefwoner" of als "probleem" te typeren en hen op die wijze in zekere zin verantwoordelijk te maken voor de schaarste, terwijl zij die niet hebben gecreëerd;

spreekt uit om huurders met een hoger inkomen die in een sociale huurwoning wonen, geen extra huurverhogingen op te leggen zonder dat er voor hen voldoende redelijke en betaalbare alternatieven zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 297 (27926).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verhuurderheffing ook kan worden omgezet in een investeringsverplichting voor corporaties, die directe voordelen geeft voor huurders en zorgt dat het kabinet zijn doelstellingen voor nieuwbouw, betaalbaarheid en het energiezuinig maken van woningen beter bereikt;

overwegende dat door deze investeringen een groei is te verwachten van indirecte belastinginkomsten zoals btw, loonbelasting en inkomstenbelasting;

verzoekt de regering een onderzoek te doen naar de effecten op nieuwbouw, betaalbaarheid en het energiezuinig maken van woningen als de verhuurderheffing wordt omgezet in een investeringsverplichting;

verzoekt de regering tevens bij dat onderzoek te betrekken wat deze investeringsverplichting extra oplevert aan indirecte belastingen (zoals btw en extra loonbelasting),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 298 (27926).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal daklozen in Nederland tussen 2009 en 2016 met 75% is gestegen, ondanks het feit dat het hebben van een dak boven je hoofd een mensenrecht is;

overwegende dat het aantal huisuitzettingen de afgelopen jaren daalt, maar dat preventie van huurachterstanden en het voorkomen van dakloosheid belangrijk blijft;

verzoekt de regering in de uitwerking van de Nationale woonagenda expliciet aandacht te hebben voor het voorkomen van dakloosheid en huisuitzettingen vanwege huurachterstanden, en de Nationale woonagenda aan te vullen met oplossingen voor huidige daklozen, en dit integraal af te stemmen binnen de regering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Smeulders en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 299 (27926).

U heeft nog zestien seconden.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik ga het proberen.

De voorzitter:

Ik zeg dat, omdat ik de heer Ronnes van het CDA ook heb moeten beknotten. Dus als u het gaat redden, mag het. Maar als u er overheen komt, dan heeft u maandag ook nog een WGO Wonen. Mag ik u dat vragen?

Mevrouw Beckerman (SP):

Akkoord, dan laat ik deze motie nog even.

De voorzitter:

Dat is ook eerlijk richting de heer Ronnes.

Dan mag ik de heer Krol het woord geven. Hij spreekt namens de fractie van 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Dank u, voorzitter. Ook ik zal maar één motie indienen en de inleiding weglaten. Mijn motie sluit aan bij die van de heer Ronnes.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op basis van CBS-gegevens gesteld kan worden dat de huurtoeslag wordt onderbenut;

overwegende dat er in de begroting wel wordt uitgegaan van een volledige uitputting van de huurtoeslag;

overwegende dat mogelijk een op de zes 55-plushuishoudens recht op huurtoeslag laat liggen;

overwegende dat zelfs een op de vijf 85-plushuishoudens mogelijk recht op huurtoeslag laat liggen;

verzoekt de regering om een voorlichtingscampagne te starten, gericht op ouderen en hun verzorgers, om hen te wijzen op hun mogelijke recht op zorg- en huurtoeslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 300 (27926).

Ik dank u hartelijk.

Dan geef ik het woord aan de heer Kops. Hij spreekt namens de fractie van de PVV.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderhandelingen over een nieuw sociaal huurakkoord zijn geklapt;

overwegende dat hierdoor de huurprijzen volgend jaar harder dreigen te stijgen;

spreekt uit dat de lasten van huurders niet verder omhoog, maar juist omlaag moeten;

verzoekt de regering de huurprijzen volgend jaar te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 301 (27926).

De heer Kops (PVV):

Dan de tweede en laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vier coalitiepartijen onderling hebben bekokstoofd om scheefwoners aan te pakken;

constaterende dat elke coalitiepartij dit plan compleet anders heeft uitgelegd;

constaterende dat huurders zich als misdadigers voelen weggezet;

spreekt uit dat de lasten van huurders niet verder omhoog, maar juist omlaag moeten;

verzoekt de regering zich te verzetten tegen het plan van de coalitiepartijen om scheefwoners te bestraffen met enorme huurverhogingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 302 (27926).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer. Hij spreekt namens de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):

Om dat ellendige plan onmiddellijk in de shredder te gooien, om maar in de termen van de heer Kops te blijven.

Voorzitter. Het aantal huisjesmelkers neemt hand over hand toe. Veel studenten tekenen daar bezwaar tegen aan, maar er zijn er ook heel veel die dat niet doen. Die gaan naar de Huurcommissie, die doet een uitspraak, dan krijgen ze geld terug en dan vragen malafide verhuurders aan de volgende student weer een enorm hoog bedrag. Daar kan eigenlijk te weinig tegen worden opgetreden. Dat geldt ook als je arbeidsmigrant bent. Soms wonen er vijf of zes mensen in een huis, zoals in Rotterdam in de Tarwewijk, waar helemaal niet tegen opgetreden wordt. Kortom, er zijn gewoon criminelen aan de gang en daar wordt te weinig tegen gedaan.

In Groningen hebben ze een nieuw model ontwikkeld. Dat is unaniem door de gemeenteraad aangenomen. Ik hoop dat de Kamer ook unaniem achter deze motie kan staan. Deze motie gaat over een vergunningenstelsel voor verhuurders en ook voor bemiddelaars. Ik wil dat dat in heel Nederland wordt ingevoerd — Rotterdam denkt dat dat nog niet kan, terwijl ze er daar veel behoefte aan hebben — en dat de minister dat ook bevordert.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat huisjesmelkers en malafide bemiddelaars meer en meer hun kans grijpen;

overwegende dat privaatrechtelijk de mogelijkheden om effectief op te treden beperkt zijn;

overwegende dat Groningen de eerste gemeente is die een vergunningenstelsel voor verhuurders en bemiddelaars invoert per 1 januari 2019, maar hieraan wel juridische risico's zitten;

verzoekt de minister waar nodig de juridische risico's weg te nemen en andere studentensteden te stimuleren om eveneens een vergunningenstelsel in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 303 (27926).

De heer Nijboer (PvdA):

Ik denk echt dat het helpt. Als je vergunningen kunt intrekken van verhuurders die niet deugen, dan is dat een veel hardere straf dan de weg via de Huurcommissie. Ik hoop dus echt dat de minister hiermee aan de gang gaat en dat de Kamer ook uitspreekt dat we het zo moeten doen in Nederland. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Dik-Faber. Zij spreekt namens de fractie van de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet wooncoöperaties wil ondersteunen, waarbij huurders gezamenlijk eigenaar kunnen worden van hun woningen;

overwegende dat bewoners door middel van een wooncoöperatie meer zeggenschap en verantwoordelijkheid over hun woning en hun eigen omgeving krijgen en daarmee de samenleving versterken;

overwegende dat met name behoefte is aan heldere regels om het maatschappelijk kapitaal beschikbaar te houden voor het maatschappelijk doel, zoals een verbod op doorverkoop en de mogelijkheid van verkoop tegen een verlaagde prijs;

overwegende dat in deze fase met name praktijkontwikkeling cruciaal is en daar financiële middelen voor nodig zijn;

overwegende dat wooncoöperaties erg moeilijk financiering geregeld kunnen krijgen;

verzoekt de regering:

  • -suggesties uit de praktijk mee te nemen voor een effectieve structurele regeling voor wooncoöperaties, waardoor het maatschappelijk kapitaal beschikbaar blijft voor het maatschappelijk doel;

  • -een deel van de investering in de financieringsregeling te gebruiken voor praktijkontwikkeling om initiatieven succesvol de eindstreep te laten halen;

  • -hierover in overleg te gaan met wooncoöperaties, gemeenten, woningcorporaties en banken;

  • -in overleg met de minister van Financiën mogelijkheden te verkennen hoe financiering van wooncoöperaties kan worden versterkt en verbeterd en de resultaten aan de Kamer kenbaar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 304 (27926).

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Van Eijs. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik dien één motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel buitenlandse studenten die naar Nederland komen de Nederlandse taal niet machtig zijn;

constaterende dat buitenlandse studenten vaak beperkt in hun keuze zijn voor een woning vanwege afstand en tijdsdruk om huisvesting te vinden;

overwegende dat ook buitenlandse studenten recht hebben op een betaalbare en behoorlijke studentenkamer en op de mogelijkheid om naar de Huurcommissie te stappen;

verzoekt de regering om de essentiële onderdelen van de website van de Huurcommissie in het Engels beschikbaar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs, Smeulders, Nijboer, Koerhuis en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 305 (27926).

Dan schors ik de vergadering voor twee minuten, zodat de minister dan alle moties in haar bezit heeft en over kan gaan tot de beantwoording. De reden voor deze snelheid is dat we heel krap in de tijd zitten vanwege het feit dat de minister ons om 19.30 uur moet verlaten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister voor de beantwoording, met een reactie op de moties ingediend bij het VAO Huuraangelegenheden. Gaat uw gang.

Minister Ollongren:

Dank u wel, voorzitter. Ik zal de moties gewoon langslopen. De eerste motie, de motie-Ronnes c.s. op stuk nr. 294, vraagt om een aantal zaken te onderzoeken en verkennen. Daar ben ik graag toe bereid. Derhalve laat ik het oordeel over de motie graag aan de Kamer.

Dan de motie-Ronnes op stuk nr. 295. Misschien mag ik ook alvast verwijzen naar de motie-Krol op stuk nr.300. Die zie ik ook als motie die een suggestie doet om in overleg te treden om dingen te bezien. Daar ben ik toe bereid. In het AO heb ik al gezegd dat er onderzoek gedaan moet worden naar het niet-gebruik van toeslagen. Dat zal in het ibo Toeslagen ook gebeuren. Daarbij wordt ook bekeken wat BZK en de Belastingdienst kunnen doen om het gebruik van toeslagen verder te stimuleren. Ik zie het in zekere zin dus ook als een ondersteuning van het ibo dat ik toen heb aangekondigd. Ik laat het oordeel over de motie op stuk nr. 295, evenals dat over de motie op stuk nr. 300 graag aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 296 is getekend door de heer Smeulders, mevrouw Beckerman en de heer Nijboer. Ik wil hen erop wijzen dat ook in het kader van het klimaatakkoord dit soort zaken spelen. Mijn suggestie zou dus zijn om de motie nog even aan te houden, zodat we dat in samenhang kunnen bezien bij het klimaatakkoord.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik heb geen vraag meer. We houden de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Smeulders stel ik voor zijn motie (27926, nr. 296) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:

Veel dank.

Voorzitter. Dan ga ik naar de motie-Beckerman op stuk nr. 297. U weet dat er nog geen sociaal huurakkoord is, maar dat het gesprek daarover wel loopt. Ik wil dat heel graag een kans geven, dus ik wacht op de Woonbond en Aedes om te kijken of er zo'n sociaal huurakkoord komt. Tot die tijd zou ook deze motie wellicht kunnen worden aangehouden. Als dat niet het geval is, moet ik haar toch ontraden.

Met de motie-Beckerman/Nijboer op stuk nr. 298 wordt beoogd de verhuurderheffing om te zetten in een investeringsverplichting. U weet dat dat geen voornemen is dat in het regeerakkoord staat, dus daar wijs ik maar eventjes op. Ik zie mevrouw Beckerman bij de interruptiemicrofoon staan.

De voorzitter:

Als u de beantwoording over deze motie even afmaakt, geef ik daarna mevrouw Beckerman het woord.

Minister Ollongren:

Dat was mijn eerste punt. Dan mijn tweede punt. U vraagt om een onderzoek in de motie. Dat heb ik natuurlijk wel gezien, maar ik heb ook te maken met begrotingsregels. Volgens de begrotingsregels mogen we niet met dit soort inverdieneffecten rekenen, dus ik zie hier eigenlijk weinig ruimte om met een onderzoek uit te komen op iets wat passend en haalbaar zou zijn. Ik zie ook geen dekking voor de omzetting van de heffing in een investeringsverplichting. Met andere woorden, ik zie zo veel beren op de weg dat ik de motie moet ontraden.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik heb het gevoel dat de minister in de motie dingen leest die er niet staan. Er staat namelijk niet dat de verhuurderheffing wordt omgezet in een investeringsverplichting, al willen wij dat wel. Er staat alleen dat er onderzocht kan worden of dat mogelijkerwijs grotere voordelen heeft dan we tot nu toe denken. Het gaat simpelweg om een verzoek tot onderzoek. Het gaat er niet om de begroting te wijzigen of de coalitie te scheuren.

Minister Ollongren:

Ik vind het heel vriendelijk van mevrouw Beckerman dat ze het op deze manier brengt. Ik zei ook al dat ik het gelezen heb. Ik zie dus ook dat zij het heeft over een onderzoek, maar ik moet er natuurlijk wel over nadenken waar dat onderzoek dan toe zou kunnen leiden en dan kom ik terug op dezelfde drie punten die ik net heb genoemd. Vandaar dat ik bij mijn oordeel blijf: ik moet de motie ontraden.

De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 299 ziet op de daklozen en verzoekt de regering om die ook te betrekken bij de Nationale woonagenda. Ik vind dat eigenlijk een hele sympathieke gedachte. Ik vind het belangrijk dat er ook lokaal goede afspraken worden gemaakt voor kwetsbare groepen. Daar wordt natuurlijk al aan gewerkt, maar vanwege de sympathieke insteek wil ik het oordeel over deze motie wel graag aan de Kamer laten.

Over de motie op stuk nr. 300 van de heer Krol had ik net al een oordeel gegeven.

De motie op stuk nr. 301 is van de heer Kops. Ik zei net al dat er nog geen sociaal huurakkoord is. Deze motie van de heer Kops zegt: u moet gewoon die huurprijzen verlagen. Om dezelfde redenen als net zeg ik het volgende. Ik wil het liefst dat er een sociaal huurakkoord komt, maar ik wil in ieder geval niet, vooruitlopend daarop, al een bepaalde richting aangeven. Ik denk ook dat dit niet haalbaar is, dus ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 302 is ook van de heer Kops. Ik heb net bij de eerste motie het oordeel aan de Kamer gelaten. Deze motie gaat daar eigenlijk tegenin en moet ik dus ontraden.

De motie op stuk nr. 303 van de heer Nijboer en de heer Ronnes zegt dat het een van de oplossingen is om huisjesmelkers aan te pakken. Ik ben bekend met de Groningse aanpak. Ik denk dat er verschillende manieren zijn om om te gaan met goed verhuurderschap. Ik heb vorige week nog een overleg gehad met alle betrokken partijen. We hebben daar echt een paar stappen gezet. We gaan ook kijken naar hoe we met sancties aan de slag kunnen. Ik wil dus eigenlijk de aangedragen ideeën van alle partijen die daar waren verder brengen. In dat kader wil ik graag dat Groningse model ook bezien, dus daar wordt echt aan gewerkt. Misschien zouden de heren Nijboer en Ronnes deze motie willen aanhouden totdat ik terugkom met de uitwerking van de dingen die we in het bestuurlijk overleg hebben afgesproken. Dan kunt u dan bezien of u dan vindt dat in het kader van alles wat we gaan doen ook dit specifieke onderdeel door u nog verder onderzocht moet worden.

De heer Nijboer (PvdA):

Maar er wordt zo veel gepraat en overlegd. Ik wil gewoon graag dat er wat gebeurt tegen die huisjesmelkers. Een vergunningstelsel zoals in Groningen, waarvan de heer Ronnes en ik niet zeggen dat dat verplicht in heel Nederland moet worden ingevoerd, is wel echt iets anders dan het woningwaarderingsstelsel en de Huurcommissie. Die bijten echt veel minder. Ik vind het een geweldige actie die ze in Groningen doen. In Rotterdam dacht men dat het juridisch niet kon. Ik vind eigenlijk dat de minister zich moet uitspreken dat het geweldig is dat het daar gebeurt en ook moet stimuleren dat andere gemeentes een vergunningstelsel invoeren. Trek de vergunning in van die malafide verhuurders, want het gaat helemaal niet goed als we blijven overleggen.

Minister Ollongren:

Op één punt ben ik het niet helemaal met de heer Nijboer eens. Ik denk dat dat overleg ongelooflijk belangrijk is, maar het moet wel ergens toe leiden. In dat overleg hebben we gezegd een aantal stappen te zullen nemen. We vinden het toch belangrijk dat alle partijen daarbij betrokken zijn, van de studentenorganisaties tot de organisaties die voor de verhuur en de beleggers staan. Ik vind het een mooi model dat ze in Groningen hebben. Ik ga dat er ook zeker bij betrekken. U kunt misschien nog even afwachten hoe de gehele aanpak eruitziet, maar ik zeg in ieder geval toe dat het Groningse model daar onderdeel van uitmaakt.

De voorzitter:

En het oordeel?

Minister Ollongren:

Ik heb nog steeds hoop dat de motie wordt aangehouden.

De voorzitter:

Maar als de motie niet wordt aangehouden?

Minister Ollongren:

Dan geef ik een uitleg aan de motie. Dan zeg ik dat ik bezig ben met de aanpak van goed verhuurderschap. Daarbij hebben we het Groningse model in het vizier. Dan wordt het onderdeel van het onderzoek. Dan lees ik haar als een soort onderzoeksmotie en zou ze op die manier wel kunnen.

De heer Nijboer (PvdA):

De minister mag hier in het debat aangeven wat ze ervan vindt, maar volgens mij hebben de heer Ronnes en ik heel helder uitgesproken wat we hiervan vinden, wat we willen en ook wat het niet is. Het is geen verplicht vergunningstelsel voor iedereen. Dat staat er helder in. Het is geen onderzoeksmotie. Dus als ze dinsdag wordt aangenomen, dan heeft de minister haar wat mij betreft uit te voeren of de vrijdag erna in het kabinet te bespreken en dan horen we waarom ze haar niet wil uitvoeren.

De voorzitter:

In concludeer dat u de motie niet aanhoudt. Daarmee hebben we het oordeel van de minister gehoord en komen we bij de motie op stuk nr. 304.

Minister Ollongren:

De motie op stuk nr. 304 is de motie van mevrouw Dik-Faber. Over deze motie kan ik het oordeel aan de Kamer laten. Ik zal in 2019 met een financieringsregeling komen die gericht is op het opdoen van ervaring. Dat is eigenlijk de aanpak: eerst ervaring opdoen, kijken wat er werkt en wat er nodig is en dan overgaan op wetgeving. Zo lees ik de motie ook.

De voorzitter:

Voordat de minister verdergaat, ik zie de heer Koerhuis die nog een vraag heeft over de motie op stuk nr. 303. U bent niet de indiener van deze motie. Dus heel kort.

De heer Koerhuis (VVD):

Ja, de minister heeft de motie geïnterpreteerd als onderzoeksmotie. De heer Nijboer zegt dat het geen onderzoeksmotie is. Ik moet daar iets uit concluderen. De voorzitter zei het wel heel duidelijk, maar ik vraag het voor de helderheid toch nog even: wordt de motie dan inderdaad ontraden?

De voorzitter:

Dat heeft u goed gehoord.

De heer Koerhuis (VVD):

Oké.

De voorzitter:

Dan komen we bij de motie op stuk nr. 305.

Minister Ollongren:

Ja, voorzitter, want de vraag van de heer Koerhuis was aan u gericht. Ik zal dus de verleiding weerstaan om daar ook weer op in te gaan. Dan wordt het nog later.

De voorzitter:

Tenzij ik de verkeerde conclusie heb getrokken.

Minister Ollongren:

Ik heb mijn interpretatie eraan gegeven. De indiener was het niet eens met die interpretatie. Maar ik sta eigenlijk heel positief tegenover de inhoud van de motie, de motie gaat alleen net een stapje verder dan ik echt op dit moment kan toezeggen. Dus ik denk dat uw interpretatie helemaal de juiste is.

Voorzitter. Heb ik het goed dat ik bij de motie op stuk nr. 305 ben?

De voorzitter:

Zeker.

Minister Ollongren:

Dat is de motie die is ingediend door mevrouw Van Eijs. Die gaat over de website en de buitenlandse studenten die behoefte hebben aan Engelstalige informatie. Zoals de motie hier is opgeschreven, denk ik dat die behulpzaam is om ervoor te zorgen dat buitenlandse studenten in voldoende mate kennis kunnen nemen van de mogelijkheden die zij hebben. Ik laat het oordeel over de motie graag aan de Kamer.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is nog een vraag van mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):

Ik heb een korte vraag. Voordat ik weet of ik voor of tegen de motie zal stemmen, vraag ik me af wie dat moet betalen. Er is vorig jaar bezuinigd op de Huurcommissie. De financiering is in ieder geval veranderd. Ik weet niet hoe goed bij kas de Huurcommissie is. Ik vraag me dus gewoon af of zij dit moet betalen of dat het anders wordt geregeld. En als zij het moet betalen, kan zij dat dan ook?

Minister Ollongren:

Waar ik uiteindelijk naar toewerk, is een heel pakket aan maatregelen waar verschillende instellingen een rol in zullen spelen. We kijken bijvoorbeeld ook naar de websites van de onderwijsinstellingen. Daar moeten die instellingen voor zorgen. Er zijn onderdelen van de website van de Huurcommissie die in het Engels moeten worden vertaald. Dat kan de Huurcommissie doen. Ik ben aan het kijken hoe we voor internationale studenten een campagne kunnen opzetten. Dat is de campagne "Wegwijs met je huurprijs". Die willen we in het Engels gaan vertalen. Dat zal BZK doen. Dus zo zullen alle partijen wel een stukje bijdragen om te zorgen voor een voldoende Engelstalig aanbod, zodat de buitenlandse studenten niet in de problemen komen.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO Huuraangelegenheden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Kijkend naar de klok moet ik helaas constateren dat de andere twee VAO's, het VAO Nationale Woonagenda 2018-2021 en het VAO Woonaangelegenheden verplaatst worden naar volgende week. Die zullen dus volgende week geagendeerd worden.

De stemmingen over de zojuist ingediende moties zullen aanstaande dinsdag plaatsvinden.

Ik dank de minister hartelijk voor haar aanwezigheid en haar bijdrage aan dit debat. Dat geldt uiteraard ook voor de Kamerleden. Nogmaals, excuus voor de krappe tijd. Dank aan de mensen die het debat op de publieke tribune dan wel elders hebben gevolgd. Dank voor uw belangstelling. Ik schors de vergadering.

De vergadering wordt van 19.28 uur tot 20.15 uur geschorst.