Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201927926 nr. 294

27 926 Huurbeleid

Nr. 294 MOTIE VAN HET LID RONNES C.S.

Voorgesteld 8 november 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat duur en goedkoop scheefwonen verstorende factoren zijn voor een goed functionerende huurwoningmarkt;

overwegende dat bij de huidige regeling voor inkomensafhankelijke huurverhoging de maandelijkse huur voor diverse huurders met middeninkomens fors boven de sociale huurgrens kan stijgen, waardoor betaalproblemen kunnen ontstaan;

overwegende dat voor zittende huurders jaarlijks de huur in specifieke situaties al aangepast kan worden bij een daling van gezinsinkomen;

overwegende dat een systematiek voor scheefwonen alleen kan worden ontwikkeld als onderdeel van een totaalpakket, waarin ook de nieuwbouwproductie van middenhuur- en koopwoningen wordt opgeschroefd om scheefwoners te kunnen laten doorstromen;

verzoekt de regering om:

  • mogelijkheden te verkennen om de huidige systematiek van de inkomensafhankelijke huuraanpassingen voor huishoudens met een inkomen vanaf de toewijzingsgrens te verbeteren waarbij voor de zittende huurders de ruimte voor huurverhoging beter wordt afgestemd op het huishoudinkomen;

  • voor de hogere inkomens (vanaf ongeveer tweemaal modaal) de mogelijkheden te bezien om een verhoging in één stap naar de sociale huurgrens te realiseren;

verzoekt de regering tevens, daarbij als uitgangspunt te nemen dat de inkomensafhankelijke huuraanpassingen:

  • niet hoger kunnen zijn dan het woningwaarderingsstelsel toestaat;

  • niet worden meegenomen in de huursombepaling;

verzoekt de regering voorts:

  • de effecten op de huurtoeslag en de marginale druk te onderzoeken;

  • de corporatiessector en de huurdersorganisaties bij de uitwerking te betrekken;

  • de Kamer over de resultaten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ronnes

Koerhuis

Van Eijs

Dik-Faber