Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 21, item 3

3 Raad Algemene Zaken d.d. 12 november 2018

Aan de orde is het VAO Raad Algemene Zaken d.d. 12 november 2018 (AO d.d. 06/11).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Raad Algemene Zaken van 12 november 2018. Ik heet de minister welkom en geef mevrouw Leijten namens de SP-fractie het woord.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Gezien de tijd en het duidelijke debat begin ik gewoon met het voorlezen van de moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nationale parlementen momenteel slechts acht weken vanaf publicatie van een voorstel hebben om het te analyseren en te beoordelen op het subsidiariteitsbeginsel, beter bekend als de gelekaartprocedure;

constaterende dat de door Eurocommissaris Timmermans ingestelde taskforce voor subsidiariteit en proportionaliteit en meerdere nationale parlementen de periode als te kort ervaren;

voorts constaterende dat de Europese Raad in 2016 in zijn conclusies opnam dat de periode moest worden verlengd naar twaalf weken;

verzoekt de regering zich in te zetten om de tijdsperiode voor de gelekaartprocedure te verlengen van acht naar twaalf weken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1917 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat burgers geen slachtoffer mogen worden van de onderhandelingen tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk over de brexit;

constaterende dat de premier van het Verenigd Koninkrijk heeft uitgesproken dat burgers uit EU-lidstaten in het Verenigd Koninkrijk verblijfsrecht behouden in het geval van een no-deal brexit;

van mening dat Nederland een dergelijke garantie voor Britse burgers in Nederland moet geven;

verzoekt de regering verblijfsrecht voor alle Britten die momenteel in Nederland woonachtig zijn te garanderen, ook in het geval van het ontbreken van een akkoord over het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 1918 (21501-02).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het subsidiariteitsbeginsel, zoals vastgelegd in artikel 5 van het Verdrag van de Europese Unie, zegt dat de Europese Unie alleen wetgeving dient te maken als lagere overheidsinstellingen dat zelf niet kunnen afhandelen;

constaterende dat een beoordeling van de bevoegdheidsverdeling pas gebeurt nadat de Europese Commissie met een voorstel is gekomen;

van mening dat het beter is dat de Europese Commissie eerst aantoont dat een voorstel Europese regie vereist, voordat ze een voorstel indient en regeringen en parlementen dwingt hun positie terug te onderhandelen;

verzoekt de regering de discussie te starten over een omgekeerde werkwijze waarbij de Europese Commissie moet aantonen dat een oplossing Europese regie behoeft in plaats van dat nationale regeringen en/of parlementen aan moeten tonen dat iets hun bevoegdheid is, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1919 (21501-02).

Dank u wel. Mevrouw Maeijer namens de PVV-fractie.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dank u wel, voorzitter. De Europese Commissie wil af van veto's. Brussel wil van besluitvorming bij unanimiteit naar besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Dat zien we op het gebied van buitenlandbeleid en nu ook weer op de terreinen belastingheffing en sociaal beleid. Als we iets om onze soevereiniteit geven, dan moeten we dat absoluut niet willen. De minister zei tijdens het AO dat het niet voor de hand ligt, maar veel fermer dan dat werd het niet. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Commissie in het Werkprogramma 2019 voorstelt om op het gebied van belastingheffing en sociaal beleid een verschuiving te maken van besluitvorming met unanimiteit naar gekwalificeerde meerderheid;

verzoekt de regering op het eerstvolgende moment waarop het Werkprogramma 2019 in de Raad Algemene Zaken wordt besproken, kenbaar te maken dat het afstappen van besluitvorming bij unanimiteit, al dan niet op delen van het gebied van belastingheffing en sociaal beleid, wat Nederland betreft onbespreekbaar is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer, Edgar Mulder en De Jong. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1920 (21501-02).

Dank u wel, mevrouw Maeijer. Ik kijk of de minister kan reageren. Ik begrijp dat hij nog helemaal geen moties heeft ontvangen. Ze worden nu rondgedeeld. We wachten even tot de minister de moties heeft.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het VAO en ik geef de minister het woord.

Minister Blok:

Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 1917, de eerste motie van mevrouw Leijten, verzoekt de regering zich in te zetten om de tijdsperiode voor de gelekaartprocedure te verlengen van acht naar twaalf weken. Ik heb tijdens het AO gezegd dat de Nederlandse regering sympathie heeft voor een langere periode en dat dit een verdragswijziging vereist. De motie vraagt om een inzet van de regering. Die wil ik graag plegen. Deze motie laat ik dus graag aan het oordeel van de Kamer.

De tweede motie van mevrouw Leijten, die op stuk nr. 1918, verzoekt de regering het verblijfsrecht voor alle Britten die momenteel in Nederland woonachtig zijn, te garanderen, ook in het geval van het ontbreken van een akkoord over het uittreden van het VK uit de Europese Unie. Ik heb richting de Kamer aangegeven dat ik het van groot belang vind dat de Britten die zich in Nederland bevinden een fatsoenlijke regeling met betrekking tot hun verblijfsrecht krijgen. Dat heb ik overigens ook eerder al naar buiten gebracht.

De formulering die hier gekozen is, namelijk "garanderen", wekt een stelligheid die op dit moment niet waar te maken is. Dat is overigens ook niet wat de Britse regering heeft uitgesproken richting Europese onderdanen. Ook wat hen betreft heeft de Britse regering aangegeven dat zij zorg wil dragen voor een zorgvuldige regeling, zonder te spreken over garanties of de invulling van heel belangrijke onderwerpen als sociale zekerheid, de toegang tot opleidingen en de financiering daarvan. Dus deze formulering, die veel verder gaat dan de uitspraak die ik daar zelf over heb gedaan, leidt ertoe dat ik deze motie moet ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 1919, ook van mevrouw Leijten. Die verzoekt de regering de discussie te starten over een omgekeerde werkwijze, waarbij de Europese Commissie moet aantonen dat een oplossing Europese regie behoeft in plaats van dat nationale regeringen en/of parlementen aan moeten tonen dat iets hun bevoegdheid is, en hierover de Kamer te informeren. Het subsidiariteitsprincipe is heel belangrijk; dat ben ik helemaal met mevrouw Leijten, en ik denk met de hele Kamer, eens. Maar de suggestie in deze motie dat de Europese Commissie geen enkele subsidiariteitstoets doet, is onjuist. Het is niet zo dat de Nederlandse regering of de Tweede Kamer, maar daar gaat zij zelf over, het altijd eens is met die subsidiariteitstoets, maar hij wordt wel gemaakt. Omdat die aanname al onjuist is, moet ik ook deze motie ontraden.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik wil even terugkomen op de motie over de Britse burgers. Wat als ik in het verzoek "te garanderen" weghaal en het bijvoorbeeld formuleer als "er zorg voor te dragen dat de Britten die momenteel in Nederland woonachtig zijn hier kunnen blijven verblijven" of zoiets? Komt het dan wel tegemoet aan wat de heer Blok al wel heeft uitgesproken, maar wat niet gevoeld wordt?

Minister Blok:

Maar dan is het wel de vraag wat de motie toevoegt. Kijk, als u dezelfde formulering gebruikt als die ik al in een persbericht heb gebruikt, dan zijn we het natuurlijk met elkaar eens, maar dan laat ik dat even uw kant op komen.

Mevrouw Leijten (SP):

Het heel erg lastige hieraan is dat de positie van de inwoners, zowel van de inwoners in het Verenigd Koninkrijk als van de Britse op EU-grondgebied, wel degelijk inzet is bij de onderhandelingen. De bedoeling hiervan is om de angel eruit te halen en de onzekerheid bij hen weg te nemen. Dat heeft het persbericht van de minister tot nu toe nog niet gedaan.

Minister Blok:

Dan is natuurlijk de vraag of deze motie dat wel gaat doen, maar in ieder geval met deze formulering niet. Een formulering gelijk aan het persbericht zal ik natuurlijk oordeel Kamer laten, maar brengt wel de vraag met zich mee wat die toevoegt.

De voorzitter:

Dan de motie van mevrouw Maeijer.

Minister Blok:

De motie van mevrouw Maeijer gaat erover dat het afstappen van besluitvorming bij unanimiteit, al dan niet op delen van het gebied van belastingheffing en sociaal beleid, wat Nederland betreft onbespreekbaar is. Tijdens het algemeen overleg heb ik duidelijk aangegeven dat Nederland hier geen enkele behoefte aan heeft. Ik kan niet een ander land het recht ontnemen om hierover te willen praten. Dus de motie met deze formulering moet ik ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u een motie aanhouden of intrekken, mevrouw Leijten?

Mevrouw Leijten (SP):

Die eerste motie ...

De voorzitter:

Oordeel Kamer.

Mevrouw Leijten (SP):

Jazeker. Omdat de minister zich over die termijn van twaalf weken hier anders opstelt dan in het AO, is mijn vraag aan hem of hij die motie kan overnemen ...

De voorzitter:

Daar ben ik altijd voor.

Mevrouw Leijten (SP):

... of dat ik het kan zien als een toezegging, want dan hoeven we niet te stemmen vanmiddag, voorzitter.

De voorzitter:

Dat vragen we het even aan de minister.

Minister Blok:

Ik corrigeer dan wel even dat dit anders is dan ik in het algemeen overleg heb gezegd. Ik heb ook daar gezegd dat het een verdragswijziging vraagt maar dat ook de Nederlandse regering het belang ziet van een goede periode. Dat herhaal ik hier en daarom wil ik de motie ook wel overnemen.

De voorzitter:

Dan kijk ik of iemand daar bezwaar tegen heeft. Dat is niet het geval.

De motie-Leijten (21501-02, nr. 1919) is overgenomen.

Dan bent u daar heel blij mee, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Zeker, voorzitter. Dan is de stemming die ik heb aangevraagd over de moties vanmiddag niet nodig en kan het dinsdag gewoon mee op de stemmingslijst. Tenzij mevrouw Maeijer wel wil stemmen. Dat wil ik haar natuurlijk niet ontzeggen.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik zou stemming toch wel waarderen, omdat het Commissiewerkprogramma wel op de agenda van de Raad Algemene Zaken van aanstaande dinsdag staat. Het punt waar mijn motie over gaat, wordt dus besproken.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we vandaag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.