Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 46, item 3

3 Vragenuur: Vragen Keijzer

Vragen van het lid Keijzer aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "Accountants waarschuwden vergeefs voor zorgchaos". 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. De zorghervormingen: te veel taken in te korte tijd over de schutting naar gemeenten. De accountants hebben gewaarschuwd, allerlei andere organisaties hebben gewaarschuwd en ik heb in deze Kamer gewaarschuwd. De staatssecretaris was dus een gewaarschuwd mens. 

Vorige week trokken de accountants nog maar weer eens aan de bel. De kop in het Financieele Dagblad was helder: accountants worstelen met administratieve chaos bij gemeenten en zorginstellingen. "Gekkenwerk" wordt het controleren van 25.000 contracten genoemd. De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants pleit voor een praktische oplossing. Dat is belangrijk. We hebben het over zorg aan kwetsbare burgers. Door alle veranderingen wordt er al veel te veel geld uitgegeven aan papier, boekhouders en accountants in plaats van dat er geld wordt uitgegeven aan zorg. Door deze kwestie wordt dat mogelijk nog erger. 

De CDA-fractie heeft daarom de volgende vragen. Een accountant vergeleek de juistheid van uitgaven in de zorg met het niet klagen van burgers als nieuwe lantaarnpalen branden. Vindt de staatssecretaris dit ook niet een heel rare vergelijking, aangezien je in de zorg spreekt over kwetsbare burgers die soms niet eens weten waar zij met hun klacht of bezwaar terecht kunnen? Heeft hij advies ingewonnen over de vraag hoe dit probleem op te lossen? Zo ja, bij wie? Zo nee, waarom niet? Is de staatssecretaris bereid om zich in te zetten voor gemeenschappelijke afspraken zoals een toetsingsprotocol, waardoor accountants zich hebben te houden aan reeds goedgekeurde verklaringen? Hiermee voorkom je dat meerwerk moet worden betaald omdat bij zowel de zorginstelling als de gemeente en de samenwerkende gemeente dubbel werk moet worden gedaan en er dus ook betaald moet worden. Wat gaat dit geintje eigenlijk wel niet kosten? Heeft de staatssecretaris daar zicht op? Voorkomt hij dat er weer meer geld gaat naar administratie, naar papier, in plaats van naar zorg? Wil de staatssecretaris de Kamer informeren over de manier waarop hij dit gaat oplossen? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Bij de voorbereidingen van de zorginkoop voor 2015 door gemeenten hebben wij in deze Kamer uitgebreid gesproken over de vraag welke uitgangspunten belangrijk zijn om te hanteren bij het overgangsjaar 2015. Het allerbelangrijkste vonden wij volgens mij dat mensen in het overgangsjaar de zorg konden krijgen die ze nodig hadden, dan wel dat zorgcontracten zouden worden gerespecteerd, dus dat de zorg kon blijven bestaan. Daar heeft voor 2015 het accent op gelegen. 

Dat heeft er onder andere toe geleid dat heel veel gemeenten bestaande contracten hebben gecontinueerd of hebben overgenomen en voorzien van een nadere bepaling. Ten aanzien van registratie, controle en verantwoording zijn daarbij enorm veel afspraken gemaakt. Dat is de reden waarom wij al vanaf 2014 met onder andere de NBA hebben gesproken over de potentiële stijging van registratielasten. Wij hebben de vraag gesteld wat wij konden doen om dat te verminderen. 

Er zijn een paar stappen gezet. Ten eerste is er in april 2015 een zogeheten modeloplegger rechtmatigheid gemaakt. Gemeenten kunnen die hanteren om afspraken te maken over de verantwoordingslast tussen gemeenten en zorgaanbieders, zodat niet op basis van al die contracten controles moeten worden uitgevoerd. Het is ingewikkelder, maar ik leg het even simpel uit. Gemeenten kunnen de modeloplegger dus gebruiken bij de controles. Ten tweede is er een groep gevormd door gemeenten en zorgaanbieders om te praten over verdere standaardiseringen. Ten derde hebben gemeenten en zorgaanbieders, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Wmo 2015 en ook al op de Jeugdwet, gezegd: wij moeten zorgen voor veel meer ICT-standaardisatie in het onderlinge berichtenverkeer. 

De modeloplegger is klaar. De werkgroepen zijn aan de slag met standaardisering. Ik ben het zeer met mevrouw Keijzer eens: wij moeten absoluut voorkomen dat wij al die contracten met de bijbehorende administratielast overnemen. In plaats daarvan moeten wij zorgen voor een verlichting van de administratielast. 

Mevrouw Keijzer vroeg naar de vergelijking met lantaarnpalen. Ik denk ook dat die vergelijking niet zo gelukkig was. Ik geloof echter dat de accountant iets anders bedoelde. Als je komt tot prestatiefinanciering, kan de administratielast als zodanig al worden verlicht. In de zorg zien wij dat er per patiënt, per verrichting en per productcategorie wordt verantwoord. De accountant zegt dat je dat best wat eenvoudiger kunt regelen. De vergelijking met lantaarnpalen is weliswaar niet zo gelukkig, maar daardoor wordt wel duidelijk dat prestatiefinanciering kan helpen. 

Samen met de VNG en de zorgaanbieders proberen wij de standaardisering te faciliteren, voor zowel de ICT als de toetsingsprotocollen. Ik ben zeer bereid om de Kamer in de loop van het jaar te informeren over de afspraken tussen de VNG en de zorgaanbieders. Nogmaals, het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten en de zorgaanbieders dat de standaardisatie er komt. Ik houd daarbij een oogje in het zeil. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

De staatssecretaris zei net dat het niet zo gelukkig is om langdurige zorg te vergelijken met brandende lantaarnpalen. Volgens mij is het volstrekt ongepast. 

De staatssecretaris laat zijn antwoord in twee delen uiteenvallen. Het ene deel ziet op de toekomst. Standaardisatie is hartstikke nodig. Mijn vragen gaan echter over de problemen die er nu zijn. De nu achterblijvende goedkeurende verklaringen gaan leiden tot hoge kosten en tot situaties waarin allerlei meerwerk gaat ontstaan, doordat op al die verschillende niveaus heel precies moet worden uitgevlooid wat er al dan niet gebeurd is met zorggeld. 

De staatssecretaris had het over het modeloverleg rechtmatigheid, oftewel gemeenschappelijke afspraken. Ik heb, zoals hij van mij gewend is, een heel praktische vraag aan de staatssecretaris, namelijk: wat gaat door wie, waar, wanneer en hoe geregeld worden om te voorkomen dat dit een grote puinhoop wordt en om te voorkomen dat dit leidt tot hoogoplopende kosten, wellicht tot faillissement en uiteindelijk weer tot meer situaties waarin mensen hun zorg niet krijgen? Graag krijg ik van de staatssecretaris de toezegging dat hij zijn best gaat doen om die gemeenschappelijke afspraken over rechtmatigheid echt geregeld te krijgen. 

Ook wil ik van de staatssecretaris binnen een aantal weken horen hoe dat opgelost gaat worden. Ik wil niet dat dit weer vooruitgeschoven wordt. Daar is dit probleem te groot voor. De belangen zijn van dien aard dat dat ook niet kan. We hebben het over kwetsbare mensen die afhankelijk zijn van zorg. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Even om precies te zijn: de modeloplegger rechtmatigheid is er sinds april 2015 en het modelcontroleprotocol is er sinds november 2015. Die zijn dus klaar. De gemeenten moeten die nu samen met de zorgaanbieders gaan toepassen. Het is aan de gemeenten, de zorgaanbieders en overigens ook de gemeenteraad om dat te doen. Zij kunnen besluiten om te werken volgens het modelprotocol of zij kunnen zeggen: wij willen dat niet; wij willen toch een diepgaande controle van de jaarrekening. Ik kan ervoor zorgen dat de modeloplegger rechtmatigheid en het modelcontroleprotocol er zijn. Ik ben zeer bereid om bij gemeenten te benadrukken dat zij ervoor moeten zorgen dat zij die dingen gebruiken zodat zij zo weinig mogelijk registraties hebben ten aanzien van de jaarrekeningen. Het blijft echter een beslissing die de gemeente en de gemeenteraad samen met het college van burgemeester en wethouders moet maken. Het is immers hun verantwoordelijkheid. Ik ben het echter zeer met mevrouw Keijzer eens. Alles wat ik kan doen om ervoor te zorgen dat dat proces goed loopt, zal ik ook doen. Ik ben ook zeer bereid om de Kamer te zijner tijd te informeren over het resultaat daarvan. 

De voorzitter:

U hebt nog zestien seconden, mevrouw Keijzer. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik weet het. Ik merk toch dat de staatssecretaris dit weer vooruitschuift en dat hij daardoor zijn systeemverantwoordelijkheid, zoals dat heet, niet neemt. De problemen zijn het gevolg van te snel ingevoerde hervormingen. Ik ga maar weer verder met het stellen van schriftelijke vragen. Ik zal dit op een ander moment opnieuw aan de orde stellen, want dit gaat mij veel te makkelijk. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Toch even voor de goede orde. Mevrouw Keijzer zegt dat ik een aantal dingen vooruitschuif. Ik wijs er echter op dat een aantal dingen al klaar zijn. Zij zijn dus al gereed. Dat betekent dat gemeenten die vervolgens moeten gaan toepassen in overleg met hun zorgaanbieders. Ik kan geen dingen vooruitschuiven die al klaar zijn, want die zijn er namelijk al. 

Mevrouw Leijten (SP):

De staatssecretaris bezuinigt heel stoer 3 miljard op de zorg, er zijn 75.000 banen verloren en we horen hier dat hij een bureaucratische chaos heeft ontworpen waar de dure stropdassen van zorgverzekeraars en allerlei andere accountantsbureaus nu dik op binnenlopen, want die kunnen overleg op overleg op overleg stapelen. Er zijn dus veel dure stropdassen die geld krijgen, maar de mensen thuis krijgen geen thuiszorg meer. Als de staatssecretaris dit nu overziet, schaamt hij zich dan niet een beetje voor zijn beleid? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Wij hebben ons met z'n allen — misschien niet met u; dat weet ik niet — afgevraagd wat er belangrijk was in het jaar 2015. Het was belangrijk dat we er in die grote overgang met veranderingen voor zouden zorgen dat mensen, daar waar dat aan de orde is, zorg kunnen blijven krijgen of dat nieuwe zorg gecontracteerd kan worden als zij die moeten krijgen. We hebben maximale druk op de gemeenten gezet om ervoor te zorgen dat de contracten zouden worden overgenomen, dat er, met een duur woord, zorgcontinuïteit zou zijn en dat dit in het overgangsjaar zou plaatsvinden. Gemeenten hebben dat gedaan; alle aandacht was erop gericht om ervoor te zorgen dat er zorg zou kunnen blijven voor mensen die die zorg nodig hebben. 

Nu worden al die contracten bekeken en wordt er gevraagd of de registratielast van al die contracten niet te hoog is: moet dat niet simpeler en meer gestandaardiseerd en moeten er niet veel handigere afspraken worden gemaakt? Ja, natuurlijk moet dat. Ik ben blij dat in 2015 die zorgcontinuïteit gerealiseerd kon worden. Ik zal nog blijer zijn als we ervoor kunnen zorgen dat de registratielast afneemt. Wat mij betreft wordt die registratielast lager dan die voorheen was. Dat punt staat voor mij heel hoog op de agenda. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris.