Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 46, item 2

2 Vragenuur: Vragen Agema

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde. 

Vragen van het lid Agema aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitkomsten van een zorgenquête en de reactie van de staatssecretaris daarop waarin hij beweert dat de stopwatchzorg is afgeschaft terwijl dat niet waar is. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Een enquête van het Algemeen Dagblad onder 27.000 lezers geeft een ontluisterend beeld van de zorgontmanteling. 96% van de zorgverleners maakt zich zorgen over de ontwikkelingen. Ruim drie kwart vindt dat de kwaliteit verslechterd is. Slechts 15% van de mantelzorgers voelt zich gesteund door de gemeente. Van de zorgvragers is 70% niet minder, maar juist meer gaan betalen voor zorg. Een kwart van hen kwam zelfs in de financiële problemen. Maar de staatssecretaris geeft in zijn reactie aan dat hij verbeteringen ziet. Het AD bevraagt hem over 95% van de werknemers die zich grote zorgen maken. De staatssecretaris antwoordt: ik haal er een heel ander beeld uit. Echt, op elke vraag van het AD komt de staatssecretaris met een standaardzinnetje. 

Het AD vraagt of de overheveling leidt tot ongelijkheid tussen gemeenten. De staatssecretaris antwoordt dat dat gelijk behandelen juist tot ongelijkheid leidde. De staatssecretaris zegt dat er in de wet altijd een passende voorziening moet zijn. Ook dat is een instinker. Die zogenaamde passende voorziening betekent dat een kwart van de gemeenten maar helemaal gestopt is met huishoudelijke hulp. "Mensen die ouder worden, willen langer thuis blijven wonen", zegt de staatssecretaris. Maar is dat ook zo als vader daar crepeert? Ik dacht het niet. 

Het klopt ook niet, want de financiering van de verzorgingshuizen stopte. Daardoor zijn 60.500 plekken in drie jaar weg. De staatssecretaris zegt dat mantelzorg niet verplicht is. Ook dat is nonsens. Er is zoiets als de aftrekregel. Als broer, zus of kind de zorg wel op zich kan nemen, dan worden die uren gewoon afgetrokken. Dan zullen we eens kijken wie vader dan laat vervuilen. Dat doet niemand. Het is dus wel degelijk verplicht. 

Als klap op de vuurpijl stelt de staatssecretaris dat de stopwatchzorg is afgeschaft. Dat is werkelijk klinkklare onzin. Al die ouderen, langdurig zieken en gehandicapten die nu te maken krijgen met die vermaledijde herindicaties zien hun huishoudelijke hulp, hun verzorging, hun verpleging en hun begeleiding afgeroomd worden in minuten. Die minutenregistratie is springlevend. Die is levendiger dan ooit! Mijn oproep aan de staatssecretaris is om op te houden met die mooipraterij, om op te houden met het verdoezelen van waar hij mee bezig is en, als die minutenregistratie volgens de staatssecretaris dan over is, te stoppen met die herindicaties. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Ik geloof dat de vraag van mevrouw Agema uiteindelijk ging om de wijkverpleging en de stopwatchzorg. Voor de rest was het een beetje een betoog waaruit bleek dat zij het niet eens was met mijn antwoorden en wel met de enquête of andersom. Dat laat ik maar even voor haar rekening. 

Ik heb in mijn reactie op de enquête aangegeven hoe belangrijk het werk van de wijkverpleegkundige is en wordt. Juist in die hele verandering van meer zorg aan huis is het belangrijk dat de wijkverpleegkundige zorg een impuls krijgt en meer ruimte krijgt door ervoor te zorgen dat de zorg op maat wordt toegesneden op de individuele omstandigheden. Dat is de reden waarom wij bijvoorbeeld geregeld hebben dat niet meer het CIZ indiceert hoeveel uren wijkverpleging je krijgt, maar dat de wijkverpleegkundige zelf mag bepalen welke zorg nodig is. De aanspraak in de Zorgverzekeringswet luidt dat je recht hebt op wijkverpleegkundige zorg zoals wijkverpleegkundigen die plegen te bieden. Dat betekent dat de wijkverpleegkundige mag uitmaken welke zorg wordt geleverd en op welke wijze dat plaatsvindt. 

Zoals ik al in diverse brieven aan de Kamer heb geschreven, bekijk ik nog in hoeverre een en ander consequenties heeft voor de bekostiging van de wijkverpleegkundige zorg in 2017, zoals minder prestaties of een makkelijkere verantwoording. Naar aanleiding van de vraag hoe ik de bekostiging ga aanpassen, heb ik een toezegging gedaan. Het rapport over de bekostiging wordt over een week of twee naar de Kamer gezonden. Wij kunnen het dus met elkaar oneens zijn over de manier waarop je de enquête beoordeelt. Dat mag. Ik heb aangegeven op welke wijze ik heb geprobeerd om gestand te doen aan de uitspraken om de wijkverpleegkundige meer ruimte te geven, zodat hij of zij meer zelf kan bepalen wat nodig is. Dat is gerealiseerd. Dat vond ik grote winst, want de wijkverpleegkundigen zijn de fronttroepen van de verandering. 

De voorzitter:

Voordat ik u het woord geef, mevrouw Agema, wil ik zeggen dat er een technische storing is waardoor mensen buiten de Kamer dit debat niet kunnen volgen. Er is geen geluid buiten de Kamer. 

Mevrouw Agema (PVV):

Het zal de PVV een keertje niet overkomen, voorzitter! 

De voorzitter:

Het is erg jammer, maar er wordt hard aan gewerkt. 

Mevrouw Agema (PVV):

Het zijn allemaal woordspelletjes van de staatssecretaris. Hij is daar een kei in. Ik heb pas een boek uitgegeven waarin ik 31 van die mantra's volledig fileer, maar hij gaat er maar mee door. Als 96% van de zorgverleners zich zorgen maakt, dan zegt hij: niks aan de hand. Als drie kwart zegt dat de zorg is verslechterd, dan zegt hij: klopt niks van. Het is zo! Hij kijkt voortdurend de andere kant uit. 

De staatssecretaris beweert dat de minutenregistratie is afgeschaft, maar dat is niet zo. Ik heb hier zo'n herindicatie. Daar staat gewoon: "Hulp bij de toiletgang: twee keer vijftien minuten. Aankleden: twee keer tien minuten." Dat zijn minuten en die minuten worden bijgehouden. Dat is de indicatie, die je krijgt. Dus ik vraag de staatssecretaris nogmaals: hou op met die onzin! Als hij een man is, een vent is, dan voegt hij de daad bij het woord en stopt hij met die herindicaties. Ik wil graag een toezegging van de staatssecretaris voor alle mensen die gebruikmaken van verpleging, verzorging en begeleiding dat zij geen herindicaties hoeven te ondergaan, want alleen dan is het einde stopwatchzorg. 

De voorzitter:

Het geluid doet het weer, heb ik gehoord. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ha! Gelukkig, voorzitter. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Het zou toch merkwaardig zijn om nu af te spreken dat of te vragen of de herindicaties geschrapt zouden kunnen worden? Indicaties en herindicaties zijn er juist voor om te bekijken op welke zorg je recht hebt. Dan kan de wijkverpleegkundige zelf bepalen hoe die gegeven wordt en hoe lang. Dat zal in veel gevallen een foto zijn van het moment waarop je komt. Misschien is de zorgbehoefte na een jaar wel anders en is er meer, minder of andere zorg nodig. Dat betekent dat er dan bekeken moet worden of de zorg nog voldoet. Daar zijn herindicaties voor nodig. Ik zou het erg jammer en ook fout vinden als wij naar een systeem gaan waarin wij op één moment een fotootje maken en zeggen "dit is de zorg waar je recht op hebt", de situatie vervolgens helemaal niet meer bekijken en ons niet meer afvragen of de zorg aangepast moet worden. Ik zou dat echt een foute wereld vinden. Dat lijkt mij geen goede zaak. 

Mevrouw Agema (PVV):

Dat kijken dat de staatssecretaris iedere keer doet, zorgt dus voor die minutenregistraties. Dat zorgt voor die indicaties. Het is een ingewikkeld begrip en een ingewikkelde uitwerking, maar de indicaties zorgen voor die minutenregistraties en de staatssecretaris zegt: ja, wij moeten wel kijken. Als iemand langdurig ziek is of gehandicapt, dan weten wij toch dat de situatie gelijk is dan wel slechter wordt? Maar deze mensen krijgen ermee te maken dat ze niet meer vier keer op een dag naar de wc mogen maar nog maar drie keer op een dag. Bij huishoudelijke hulp krijgen ze ermee te maken dat het raam niet meer helemaal gelapt wordt, maar alleen nog maar tot ooghoogte, of dat het konijn weg moet omdat het konijn niet meer verzorgd wordt. In de enquête geeft 56% van de mensen ook aan dat de zorg minder wordt, maar de staatssecretaris probeert maar te doen alsof de zorg ook nog meer kan worden! Dat is niet zo. Het is afbraak. De staatssecretaris moet stoppen met de minutenregistraties. Hij geeft hier niet toe dat er niet geherindiceerd wordt, dus het is allemaal weer een wassen neus gebleken. Het was allemaal weer grootspraak in het Algemeen Dagblad. Hij heeft de minutenregistratie niet afgeschaft. Het is een grote farce! 

Staatssecretaris Van Rijn:

Anders dan mevrouw Agema van mening is, ben ik heel blij dat we geregeld hebben dat niet meer het CIZ indiceert op hoeveel uren wijkverpleging je recht hebt, maar dat het nu aan de wijkverpleegkundige zelf is. Hij of zij kan nu zelf indiceren hoeveel wijkverplegende zorg nodig is en kan zelf bepalen wat er gebeurt. In de wet hebben we het recht op wijkverpleegkundige zorg vastgelegd en dat die is vormgegeven zoals de wijkverpleegkundige die pleegt te bieden. De professional bepaalt dus welke zorg je krijgt en hoelang. Ik vind dat grote winst. 

Ik praat met veel verpleegkundigen en er is heel veel discussie over de zorghervormingen. Het is best een moeilijk jaar geweest, waarin heel veel veranderde, maar met één ding waren wijkverpleegkundigen heel blij: dat zij hun werk weer meer terugkrijgen. Ik ga zelfs nog een stap verder door ook in de bekostiging zelf de nodige maatregelen te nemen; dat krijgt de Kamer binnenkort te horen. Mevrouw Agema kan het met me oneens zijn, maar ik ben er blij mee en ik zie dat de wijkverpleegkundigen er ook blij mee zijn. 

Mevrouw Agema (PVV):

De staatssecretaris is blij met minder. Het is alleen maar minder, minder, minder. Al die herindicaties blijven dus gewoon doorgaan. Straks worden de ramen helemaal niet meer gelapt. Straks worden mensen helemaal niet meer geholpen met hun toiletgang. Deze staatssecretaris is daar verantwoordelijk voor. 

De heer Krol (50PLUS):

Jammer dat net het geluid uitviel, want mensen hadden een aantal zeer interessante cijfers kunnen horen. Ik wou er ook zes noemen. 

De voorzitter:

Die gaat u nu voorlezen? 

De heer Krol (50PLUS):

Het zijn er maar zes. De helft van de mantelzorgers ervaart zijn taak als zwaar tot zeer zwaar. Ongeveer twee derde maakt zich zorgen over zijn rol als mantelzorger. 70% betaalt meer dan vorig jaar. 25% is door de veranderingen in de financiële problemen gekomen. 85% ervaart de veranderingen als negatief. 67% zegt niet voldoende tijd eraan te kunnen besteden. Mijn vraag is heel simpel: als de staatssecretaris de hele transitie over zou kunnen doen, zou hij het dan nog precies hetzelfde doen? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik heb bij de transitie en de hervorming van de langdurige zorg steeds gezegd dat als wij een samenleving willen waarin de langdurige zorg ook toegankelijk is en blijft voor mensen met een kleine portemonnee, en waarin meer ouderen komen die andere en grotere zorgvragen zullen gaan krijgen, wij er dan voor zullen moeten zorgen dat het zorgsysteem zich daarop aanpast. Dat betekent dat we moeten bekijken wat de beste zorg is. Er moet meer rekening gehouden worden met omstandigheden in de thuissituatie, en wat mij betreft ook met de positie van de mantelzorger, en als je recht hebt op wijkverpleegkundige zorg, moet de professional bepalen welke zorg je nodig hebt. In de instellingen moet de kwaliteit van de zorg verder verbeteren en er moet meer rekening gehouden worden met persoonlijke wensen. 

Dat zijn de veranderingen die we inzetten. Ik kan me heel goed voorstellen dat al die veranderingen ook onzekerheid met zich meebrengen en dat er allerlei inregelvraagstukken zijn. Natuurlijk is 2015 voor heel veel mensen geen makkelijk jaar geweest, maar ik ben er zeer van overtuigd dat als wij trots willen blijven op de langdurige zorg en ervoor willen zorgen dat mensen ook in de toekomst de zorg kunnen krijgen waar ze recht op hebben en die ze nodig hebben, deze veranderingen daar zeer dienstig aan zijn. Laten we met elkaar afspreken dat we dat heel regelmatig blijven volgen. 

Mevrouw Leijten (SP):

Dit verhaal van de staatssecretaris kennen we, want zo heeft hij zijn 3 miljard altijd verdedigd. Nu zien we dat 75% vindt dat de zorg is verslechterd. Daaronder zijn veel zorgverleners. 75.000 mensen zijn hun baan verloren. Ik herhaal: 75.000 mensen zijn hun baan verloren. Dan is 2015 nog niet eens het jaar geweest waarin de hardste bezuinigingen zijn gevallen. Dat wordt dit jaar nog erger. Blijft de staatssecretaris nu zijn verkooppraatje houden of wil hij ook een keer gaan kijken naar wat er daadwerkelijk gebeurt? Als hij dat laatste gaat doen, wil hij het beleid dan aanpassen? Anders is het misschien tijd om te gaan. 

Staatssecretaris Van Rijn:

De betaalbaarheid van de zorg is als thema genoemd. Dat is natuurlijk een ongelooflijk zorgwekkend punt. Mensen betalen zich nu inderdaad helemaal blauw aan de zorg: premies, belastingen, eigen bijdrage en eigen risico. Hoe komt dat? Niet omdat het beleid is gewijzigd, want dat was namelijk al zo. Dat komt doordat we te maken hebben met een stijgende zorgvraag, met veroudering, met technologie. Als we de zorg niet aanpassen, wordt de situatie dus niet beter maar slechter. Wij moeten er dus op twee manieren over nadenken. Eén: hoe kunnen we garanderen dat het ook in de toekomst betaalbaar blijft voor mensen? Twee: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de zorg zich meer aanpast aan de wensen van mensen die anders zijn dan in het verleden? Je kunt het standpunt innemen dat er niets aan gedaan moet worden, maar ik ben ervan overtuigd dat je dan niet op de goede manier met de toekomst bezig bent.