Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 12, item 6

6 Begroting Wonen en Rijksdienst

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van Wonen en Rijksdienst (XVIII) voor het jaar 2016 ( 34300-XVIII ).

De voorzitter:

We gaan verder met de tweede termijn van de begroting van Wonen en Rijksdienst. Eerste spreker is de heer Bashir van de SP, die nog zes minuten heeft.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik werd vandaag welkom geheten in deze commissie door de minister. Daarvoor natuurlijk dank. Ik heb in de afgelopen jaren vele begrotingsbehandelingen van Infrastructuur en Milieu gedaan. Ook heb ik het Belastingplan gedaan. Voor mij is het inderdaad de eerste keer dat ik de begroting Wonen mag doen. We hebben inhoudelijk een goed debat gevoerd, maar af en toe viel het mij wel heel erg tegen. Daarvoor wijs ik vooral naar de VVD. Ik heb hier gisteren oprecht gevraagd naar de instroom van statushouders, maar bijvoorbeeld ook hoe we de tekorten op de woningmarkt gaan aanpakken. Daar hebben wij als SP-fractie goede voorstellen voor gedaan: ga onmiddellijk bouwen, stop met de verkoop. Het viel mij echter heel erg tegen dat de VVD-woordvoerder zei dat we geen nieuwe sociale huurwoningen moeten bouwen, want dat zou een aanzuigende werking hebben op asielzoekers. Ik heb de afgelopen jaren wel betere argumenten gehoord, dus het viel mij heel erg tegen dat ik dat weer moest aanhoren.

Hetzelfde was vandaag het geval met de minister. Het debat begon goed. De minister heeft inhoudelijk gereageerd op de gestelde vragen. Maar hoe verder we kwamen in het debat hoe harder, hoe ideologischer het leek te worden. De minister ging het debat met gestrekte been in. Daarbij moet ik constateren dat de minister blijkbaar niet inhoudelijk wil reageren op de vragen over het tekort dat er is. Aangezien we constateren dat we in 2020 100.000 sociale huurwoningen tekortkomen, verwacht ik op zijn minst een plan van de minister voor Wonen om die tekorten aan te pakken. Als dat plan er niet komt, kunnen we niet anders dan concluderen dat de minister wegkijkt van de feiten.

Deze minister en dit kabinet waren al bezig om de corporatiesector kleiner te maken, en het wordt nog erger. De huurbescherming zal worden uitgekleed door tijdelijke contracten, en enorme huurverhogingen zijn nog steeds niet uitgesloten. De minister wuift de problemen in de sociale huursector weg. Wachtlijsten en een tekort aan betaalbare huurhuizen kun je natuurlijk oplossen door wat ik net zei, namelijk: bouwen, bouwen en bouwen. Helaas wil de minister daar niet aan. Hij laat huurders in de steek, maar als de staatskas 1,6 miljard nodig heeft, mogen de huurders wel de portemonnee trekken, want dan wil de minister natuurlijk wel samenwerken met corporaties en gemeenten om dat geld binnen te halen.

Wat ons betreft is er actie nodig. Daarom dien ik drie moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wachtlijsten voor sociale huurwoningen groeien;

constaterende dat de totale voorraad sociale huurwoningen sinds 1992 is gekrompen van 42% naar 30% van de huurwoningvoorraad;

verzoekt de regering om de verkoop van sociale huurwoningen te stoppen, met uitzondering van verkoop aan andere woningcorporaties en verkoop aan de zittende huurders met terugkoopgarantie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (34300-XVIII).

De heer Bashir (SP):

Als we de verkoop stoppen, zijn we er natuurlijk nog niet. Want dan houd je die wachtlijsten. Mensen zijn nu op zoek naar een woning en daarom moet er meer gebeuren. Er moet ook gebouwd worden. Je kunt de verhuurderheffing zodanig gebruiken dat er nog steeds geld naar de staatskas gaat maar er ook nog gebouwd wordt. Dan moet je daar wel voor willen staan. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de bouw van sociale huurwoningen en investeringen in onderhoud en in de leefbaarheid van buurten achterblijven;

constaterende dat de verhuurderheffing voor woningcorporaties de mogelijkheden voor investeringen flink beperkt;

verzoekt de regering, te komen met een voorstel om de verhuurderheffing voor woningcorporaties om te zetten in een investeringsplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (34300-XVIII).

De heer Bashir (SP):

We hebben ook kort gediscussieerd over de liberalisatiegrens. Door die grens te bevriezen, vallen steeds meer woningen daarbuiten. Mensen kunnen daardoor moeilijker aan een huis komen omdat het aantal sociale huurwoningen daardoor slinkt. Dat lijkt de SP geen goede zaak. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de liberalisatiegrens van €710,68 voor drie jaar wil bevriezen;

overwegende dat de voorraad sociale huurwoningen hierdoor sneller zal afnemen;

verzoekt de regeling, af te zien van het bevriezen van de liberalisatiegrens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (34300-XVIII).

De heer Madlener (PVV):

De SP maakt zich er druk om dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Dat is natuurlijk helemaal waar, maar dat heeft alles te maken met het feit dat statushouders voorrang krijgen op Nederlanders die al jaren op de wachtlijst staan. Nu is het plan van de SP om woningen te gaan bouwen, waarbij het zeer de vraag is of dat het haalt. Bovendien lost dat niets op tussen nu en het komende jaar, terwijl de problemen er nu zijn. Waarom blijft de SP voorrang geven aan asielzoekers bij sociale huurwoningen?

De heer Bashir (SP):

Ik heb het al in eerste termijn gezegd. Het probleem is niet zozeer dat er mensen zijn die voorrang hebben, maar wel dat er te weinig woningen zijn. Op het moment dat er schaarste is, moet je de schaarse woningen gaan verdelen. Dan bekijk je hoe je dat het slimste en het beste kunt doen. Nu gebeurt er echter het volgende. We hebben drie stoelen neergezet. Vier mensen die slecht ter been zijn, staan eromheen. De minister verkoopt samen met een meerderheid van de Kamer ook nog een stoel. De SP-fractie zegt dat je die stoel niet moet verkopen, maar moet behouden. Je moet er ook een stoel bij zetten om iedereen een huis te kunnen geven. De PVV-fractie en de meerderheid van de Kamer willen dat echter niet. Dan kun je wel discussiëren over de vraag hoe je die schaarse woningen gaat verdelen, maar zolang je niks aan het probleem zelf doet, blijft dat bestaan.

De heer Madlener (PVV):

De vergelijking met de kamer waarin er één stoel te weinig is, snap ik. Maar wat doet de SP? Zij zet de deur open en zegt: kom maar allemaal deze kamer in en zoek maar een stoel die er niet is. De SP wil ook de grenzen openhouden voor al die vluchtelingen terwijl zij weet dat er helemaal niet genoeg woningen zijn en dat Nederlanders die soms wel acht jaar op de wachtlijst staan, daardoor niet aan een woning kunnen komen. Ik vind dat echt onbegrijpelijk. Dat is nog afgezien van alle leefbaarheidsproblemen in de wijken die al die immigratie met zich brengt. De SP laat haar kiezers in de steek.

De heer Bashir (SP):

Ook al zou je de grenzen dichtgooien, dan houd je nog de situatie van drie stoelen met vier mensen eromheen. Je moet er gewoon een stoel bij zetten. Je moet huizen bijbouwen, mijnheer Madlener. Op het moment dat je dat niet doet, blijft het probleem van tekorten bestaan.

De voorzitter:

U zult daar vandaag onderling niet uitkomen, denk ik.

Het woord is aan de heer Van der Linde van de VVD-fractie.

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. Ik ben mijn betoog gisteren begonnen met de waarneming dat er een groot probleem is met de huisvesting van statushouders en dat we hen het liefst willen huisvesten buiten het bestaande sociale stelsel van huisvesting. Een van de belangrijke punten daarbij is dat mensen geen voorrang meer zouden moeten krijgen op de wachtlijsten van de corporaties. Ik ben blij met het antwoord van de minister dat hij geen optie wil uitsluiten. Tegelijk heb ik gisteren met veel woorden uitgelegd waarom ik geen motie zou gaan indienen op dit punt. Dat zei ik in de veronderstelling dat er geen meerderheid voor dat punt zou zijn. Nu ik iedereen heb gehoord, denk ik dat die meerderheid er best eens in zou kunnen zitten. Ik ben zo vrij om een motie in te dienen in de veronderstelling dat die breed gesteund zal worden, misschien ook wel door de D66-fractie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de huisvesting van statushouders een onevenredig grote druk legt op het stelsel van sociale huisvesting;

constaterende dat het kabinet al werkt aan alternatieve huisvesting om de statushouders anders te kunnen opvangen;

verzoekt de regering, de voorrangstatus voor asielzoekers met een tijdelijke verblijfsvergunning als voorrangscategorie in de Huisvestingswet te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Linde. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (34300-XVIII).

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

De heer Van der Linde constateerde zojuist in het debat dat hij van de heer Blok een toezegging had gekregen naar aanleiding van zijn vraag over de urgentieverklaring. De lijn van de VVD-fractie is altijd — dat vind ik soms jammer, maar ik kan die lijn ook wel een beetje begrijpen — dat je geen motie indient als je op dat punt een toezegging hebt gekregen en dat, als dat toch gebeurt, zo'n motie dan niet wordt gesteund door de VVD-fractie. Staat die lijn ook ten aanzien van deze motie?

De heer Van der Linde (VVD):

Die lijn staat ferm overeind. Ik heb de minister horen zeggen dat hij geen optie uitsluit. Gelet op de nadruk die wij op dit onderwerp hebben gelegd, vind ik dat net iets te weinig. Ik wil gewoon een duidelijke uitspraak van de Kamer hebben waar iedereen voor of tegen is. Dat kan nu.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Wij dienen vaak moties in die de VVD om die reden niet steunt. Maar goed, dat kan. Het punt is echter dat de heer Van der Linde zelf heeft geconstateerd dat hij een toezegging heeft gekregen in het debat. Dan moet hij nu met terugwerkende kracht toegeven dat dat kennelijk geen toezegging was of dat die niet voldoende was, want dat zei hij niet tijdens het debat, toen hij zei dat hij geen motie zou indienen. Hij zei dat pas toen de heer Madlener aangaf dat hij wel met een motie zou komen. Daarom lijkt de reden voor de heer Van der Linde om deze motie nu wel in te dienen, net een beetje een andere reden.

De heer Van der Linde (VVD):

Dat is fantastisch; dan heb ik steun.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Nee, dat heb ik niet gezegd.

De heer Koolmees (D66):

Ik heb vandaag en ook drie weken geleden, toen wij hetzelfde debat hadden, goed naar de minister geluisterd. De minister gaf aan dat dit om verschillende redenen een onverstandige richting is. Het is heel duur; de COA-kosten zijn heel hoog. Het is slecht voor de integratie, voor taal en voor werk, maar ook voor het draagvlak in de samenleving. Als je mensen die hier vijf jaar mogen blijven — zij hebben immers een verblijfsvergunning gekregen van vijf jaar — verspreidt over het land, is dat immers ook goed voor het draagvlak in de samenleving. Spelen al deze inhoudelijke argumenten van deze VVD-minister een rol in de afweging van de VVD?

De heer Van der Linde (VVD):

Dat draagvlak in de samenleving staat op dit moment juist ontzettend onder druk door de wachtlijsten in de sociale huisvesting. Die wachtlijsten zijn er. Laten we eerlijk zijn: afgelopen jaar was er sprake van 6% toewijzing aan statushouders, zoals mevrouw Voortman gisteren heeft aangegeven. Dat was het afgelopen jaar dus geen probleem. Met het huidige aantal van 14.000 wachtenden in de azc's wordt dit wel een probleem. Dat zie je; dat geeft spanning. Als wij als parlement die spanning niet onderkennen, doen wij ons werk niet. Vandaar deze motie.

De heer Koolmees (D66):

Die spanning onderken ik ook. Daarom is het goed dat er heel snel zaken gebeuren, zoals het benutten van leegstand en het zo snel mogelijk huisvesten van mensen om te voorkomen dat zij op straat komen. Door het indienen van deze symboolmotie wordt het paard echter juist achter de wagen gespannen. Daarmee bereik je juist niet wat de heer Van der Linde zegt te willen bereiken. Is dat een belangrijke overweging bij het indienen van deze motie van de VVD?

De heer Van der Linde (VVD):

Nee.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat is toch wel heel gemakkelijk. Ik gaf aan dat 6% van de vrijkomende woningen op dit moment voor statushouders is. Kennelijk gaat ook de VVD er inmiddels gelukkig van uit dat een heel groot deel van het aantal asielzoekers hier zal blijven. Dat is al een stukje realisme dat ik eerder miste. Door nu te zeggen dat zij worden gevestigd in aparte, voor hen bestemde huisvesting, zorg je er echter juist voor dat de integratie niet wordt bevorderd. Hoe wil de VVD ervoor zorgen dat mensen die apart worden gezet, alsnog integreren?

De heer Van der Linde (VVD):

Het begint al met de veronderstelling van mevrouw Voortman. Van die 14.000 mensen weten we dat zij een vergunning hebben gekregen om hier vijf jaar te blijven. Wij hopen nog steeds van harte dat zij daarna terug kunnen naar het land dat hun dierbaar is en dat zij, in het geval van Syrië, terug kunnen om dat land op te bouwen. Zo'n land zal die mensen hard nodig hebben, vooral als zij zo hoog zijn opgeleid als GroenLinks vermoedt. Ik zie dat punt dus helemaal niet.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Welk punt ziet de VVD niet? Anders kan ik niet goed reageren.

De heer Van der Linde (VVD):

De noodzaak van integratie zoals mevrouw Voortman die aangeeft, namelijk dat die mensen langdurig in de samenleving opgenomen moeten worden en dus ten volle moeten integreren. Ze moeten hier vijf jaar lang goed kunnen wonen en natuurlijk deel kunnen nemen aan het arbeidsproces, maar het hoeven geen Nederlanders te worden. Alles is erop gericht om die mensen in staat te stellen om terug te keren naar hun eigen land.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het wordt steeds fraaier, want nu gaan we er dus van uit dat mensen per definitie helemaal niet meer teruggaan en dat we dus ook helemaal niet gaan investeren in de integratie van mensen. Ik dacht dat de VVD in elk geval nog een partij was die vindt dat mensen moeten integreren wanneer ze hier zijn. Maar kennelijk is zelfs dat nu niet meer belangrijk.

De voorzitter:

De heer Van der Linde.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik hoorde geen vraag, voorzitter.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Wij vinden verdringing op de sociale woningvoorraad ook niet fantastisch. Daarom hebben wij een plan ingediend om de voorraad flink uit te breiden. Wij vinden het ook niet goed dat er verdringing is op de sociale markt, maar betekent deze motie dat de heer Van der Linde ook kan leven met ons voorstel om de voorraad zodanig uit te breiden dat alle urgent woningzoekenden een kans krijgen?

De heer Van der Linde (VVD):

Collega De Vries en ik hebben recht tegenover elkaar gestaan in het debat, vooral als het ging om aantallen van 100.000 woningen en de manier waaróp. Ik nodig de heer De Vries uit om een motie in te dienen die zodanig is vormgegeven dat ik haar aan mijn fractie kan voorleggen. En als hij, andersom, mijn motie aan zijn fractie wil voorleggen, kunnen we elkaar misschien nog vinden.

De heer Albert de Vries (PvdA):

We gaan uiteraard ons best doen, want dit kabinet heeft voor heel moeilijke opgaven gestaan en ook voor deze opgave moet een oplossing komen. Het is mooi als we het daarover eens worden, maar we kunnen echt de sociale voorraad niet afsluiten voor de statushouders als er niet voldoende aanbod is en dat aanbod ook niet openstaat voor Nederlandse mensen die acuut een woning zoeken. Wij zullen zo een motie indienen en dan zullen we zien hoever we komen.

De heer Van der Linde (VVD):

Dat juich ik toe.

De voorzitter:

U gaat verder.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb ook aandacht gevraagd voor het probleem met illegale onderhuur, dus woonfraude, in grote steden. Daarover dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat frauduleus gebruik van sociale huurwoningen een wezenlijk probleem is in de grote steden;

overwegende dat deze fraude in Amsterdam een omvang lijkt te hebben van 10% tot 20% van het socialewoningenbestand;

verzoekt de regering, voorstellen te doen voor concrete maatregelen waarmee woningcorporaties woonfraude kunnen aanpakken, waaronder toegang tot de basisregistratie personen, en te onderzoeken of versnelde ontbinding of vernietiging van de huurovereenkomst bij gebleken fraude mogelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Linde, Albert de Vries en Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (34300-XVIII).

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Ronnes. Blijkbaar staan collega's van u wat tijd af. Dat regelt u binnen uw eigen fractie.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Omwille van de tijd zal ik inderdaad kort zijn en mij beperken tot het indienen van moties en één amendement. Het amendement, dat ik reeds heb aangekondigd, gaat over het laten ingaan van een schenkingsvrijstelling op 1 januari 2016 in plaats van 2017. Daarnaast heb ik vier moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de problematiek rond krimp groter wordt terwijl de regering zich terug wil trekken;

overwegende dat de beoordeling of krimpregio's de met krimp samenhangende problematiek zelfstandig kunnen oppakken, nu nog niet gemaakt kan worden;

verzoekt de regering, de besluitvorming over de voortzetting en aanpassing van het krimpbeleid aan de Kamer voor te leggen na de evaluatie in 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energie besparen nog altijd beter is dan duurzame energie gebruiken;

overwegende dat het aantal aanvragen van Energiebespaarleningen van het Nationaal Energiebespaarfonds gestegen is, maar nog altijd te beperkt is;

verzoekt de regering, te onderzoeken waarom het gebruik van het Nationaal Energiebespaarfonds zo beperkt is;

verzoekt de regering tevens, een gerichte extra impuls op de regeling Energiebespaarfonds te organiseren, zodat er meer gebruik van wordt gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gemeenten onvoldoende financieel tegemoet worden gekomen in de kosten die gemaakt worden voor de huisvesting van asielzoekers;

overwegende dat het vooral de kosten betreft van maatschappelijke begeleiding die gerelateerd is aan de huisvestingstaakstellingen;

verzoekt de regering, in overleg met de gemeenten te streven naar tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden bij de huisvesting en integratie van statushouders,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (34300-XVIII).

De heer Madlener (PVV):

Het CDA trekt de knip voor de asielzoekers. Zo kennen we het CDA: de eigen mensen in de kou laten staan en royaal geld naar de asielzoekers. Waar is de dekking voor dit voorstel en wat gaat het kosten?

De heer Ronnes (CDA):

Wij roepen de minister op om in overleg te treden met zijn collega van Sociale Zaken die een deel van het budget beheert om te kijken of er op dit moment voldoende dekking is voor de taken die bij de gemeentes liggen.

Ik kom bij mijn laatste motie. Ik heb al gezegd dat het nooit zal lukken om de uit de klauw lopende huisvestingsproblematiek het hoofd te bieden als we er niet voor zorgen dat ons eigen toewijzingssysteem blijft werken voor alle andere woningzoekenden in de sociale huursector. Het draagvlak voor het vluchtelingenbeleid zal dan met de dag afnemen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de huidige toestroom van statushouders het onmogelijk maakt om het bestaande urgentiesysteem in stand te houden;

overwegende dat het overwegend gaat om oorlogsontheemden die een tijdelijk verblijf in Nederland hebben;

van oordeel dat bij tijdelijk verblijf ook tijdelijke woonruimte passend is;

verzoekt de regering, voor de grote groep oorlogsvluchtelingen niet de bestaande urgentieregeling voor huurwoningen toe te passen, maar uit te gaan van alternatieve tijdelijke woonruimte zoals leegstaande kantoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes, Van Vliet en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (3400-XVIII).

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. Wij danken de minister voor zijn antwoorden. Wij willen een goede en betaalbare woning voor iedereen. Wij willen een einde aan de wachtlijsten en aan verdringing in de sociale woningvoorraad. Om die reden steunt de PvdA de oplossingen uit de brief die de regering de vorige week naar de Kamer stuurde om op allerlei manieren woonruimte toe te voegen. Wel willen wij oplossingen van voldoende kwaliteit, omdat dat fatsoenlijk is en omdat we geen geld willen weggooien. De woningen die er nu bijkomen, moeten een poos meekunnen zodat zij zich helemaal of grotendeels zelf kunnen betalen.

Wij zien het voorstel van de regering als een goede eerste stap. Als we alle urgente woningzoekenden willen helpen, moet er echter meer gebeuren. We moeten niet de statushouders helpen en de Nederlandse woningzoekenden in de kou laten staan. Wij vinden dat alle gemeente daaraan een aandeel moeten leveren met het aanbieden van leegstaand vastgoed dat voor ombouw tot woningen geschikt is en met de verhuur van bouwgrond voor prefab-woningen. Op zo'n opdracht aan alle gemeenten is ons plan voor 100.000 tijdelijke woningen gebaseerd.

Nu de minister heeft aangegeven dat de tijdelijke woningen voor alle woningzoekenden toegankelijk zijn en hij wil meedenken om alle gemeenten met een indicatieve taakstelling te stimuleren om een aandeel te leveren, zitten we grotendeels op dezelfde lijn. Het enige verschil dat we nog zouden kunnen hebben, is het volume van de indicatieve taakstelling. Wij zijn bereid om dat stap voor stap te doen en nu het aantal toe te voegen woningen niet op de spits te drijven.

Wij hebben met genoegen gehoord dat de minister erin is geslaagd om investeerders te vinden voor de realisering van 600 nieuwe particuliere huurwoningen in het segment tot €950 per maand, maar ook hier gaat het niet om goede voorbeelden maar om het maken van volume. Dat is nodig om de doorstroming op gang te brengen en voor het weer uit de markt kunnen halen van de tijdelijke huurwoningen. Wij pleiten daarom voor maatregelen om de bouw van middeldure huurwoningen te stimuleren. Dit is de enige sector die niet op steun van de overheid kan rekenen. Als het lukt om deze woningen in grote aantallen te realiseren, stimuleren we niet alleen de doorstroming, maar besparen we ook op de uitgaven voor de koopmarkt en die van de sociale sector.

Ik wil op dat punt de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wachttijden voor de sociale huur steeds verder oplopen en dat daardoor steeds meer mensen in de knel raken;

constaterende dat de Kamer heeft uitgesproken dat de wachttijden niet mogen oplopen door de snel groeiende taakstelling voor de totale sociale doelgroep;

van oordeel dat het noodzakelijk is dat voor alle woningzoekenden een duurzame oplossingen wordt geboden;

verzoekt de regering, een indicatieve taakstelling voor gemeenten te introduceren voor het realiseren van extra tijdelijke en betaalbare woningen voor de sociale doelgroep door het beschikbaar stellen van voor ombouw geschikte gebouwen en door verhuur van bouwrijpe bouwkavels,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (34300-XVIII).

De heer Bashir (SP):

Gisteren bleek uit het plan van de PvdA dat de 700.000 permanente woningen die gebouwd gaan worden, niet voor de sociale voorraad bedoeld zijn. Er worden nu dus 100.000 tijdelijke woningen gebouwd om het probleem op te lossen, althans dat zou de PvdA willen. Als ik echter zo naar de motie luister, is het mij niet duidelijk hoe die 100.000 sociale huurwoningen gebouwd gaan worden. Als je grond ter beschikking stelt, los je natuurlijk niet het probleem van de middelen op. Kan de heer De Vries daar nader op ingaan?

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik dacht dat we hierover in eerste termijn uitgebreid van gedachten hadden gewisseld. Wij denken dat dit de corebusiness van de corporaties is en dat dit de doelgroep is die de corporaties met voorrang moeten bedienen, in een situatie waarin echt een noodplan nodig is om aan de vraag te kunnen voldoen. Wij denken dat de corporaties gewoon via de normale weg zouden kunnen investeren in tijdelijke huurwoningen en die gewoon via de normale weg van het WSW kunnen borgen. Natuurlijk zijn er een paar corporaties die de liquiditeit niet hebben. Daarover heb ik gezegd dat er in regionaal verband naar een oplossing gezocht zou kunnen worden, waardoor de indicatieve taakstelling die de gemeenten krijgen, toch in te vullen is.

De heer Bashir (SP):

Stel dat die motie wordt aangenomen, kan de heer De Vries dan garanderen dat die 100.000 woningen ook echt gebouwd worden? Er wordt een plan gemaakt, er wordt een motie ingediend, maar er wordt geen geld beschikbaar gesteld en er zijn geen afspraken gemaakt. Ik zie ook geen concreet plan. Ik kan me niet voorstellen dat die 100.000 woningen door deze motie tot stand komen.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb al gezegd dat ik het niet op de spits wil drijven of het er 100.000 of 90.000 worden. Wij vinden echter wel dat er grote volumes huurwoningen bij moeten komen. Wij denken, en hebben dat ook besproken met alle partijen die daarvoor nodig zijn, dat het op deze manier via de reguliere instrumenten zou moeten kunnen. Ik zei al dat ik gisteren in mijn mailbox allerlei plannen heb gekregen, ook uit de bouwsector, en dat mij zelfs totaal rendabele businesscases zijn aangereikt. Wij denken dus dat dit mogelijk moet zijn.

De heer Madlener (PVV):

Dit kabinet, gesteund door de PvdA, sluit de verzorgingshuizen voor ouderen. Tegelijkertijd pleit het voor het huisvesten van asielzoekers in gigantisch dure en mooie monumentale gebouwen. We hebben een lijst van de regering gekregen met opties voor het plaatsen van statushouders. Daarop staat bijvoorbeeld een prachtig gebouw in Maastricht en een enorm monumentaal gebouw in Den Haag. Dat zijn onbetaalbare locaties. Tegelijkertijd gooit dit kabinet de ouderen uit hun verzorgingshuizen. Kan de heer De Vries nog eens uitleggen waarom de PvdA ervoor kiest om statushouders massaal binnen te laten komen en te huisvesten op prachtige plekken in Nederland, terwijl hij zijn eigen mensen in de steek laat?

De heer Albert de Vries (PvdA):

Wij willen de statushouders via goede huisvesting een plek geven. De minister heeft geïnventariseerd wat hij op heel korte termijn beschikbaar kan stellen. Daar zitten kennelijk dus ook heel mooie gebouwen tussen. Als dat werkt — dat moet nog blijken, want de gemeenten moeten nog investeerders vinden — dan is dat een optie, omdat er nood is. Natuurlijk zal dat ook uit moeten kunnen, maar ik denk dat dit nodig is. Wat de ouderen betreft, denken wij dat het verstandig is dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen en dat we kleinschalige voorzieningen in wijken krijgen tot aan het volledig pakket thuis toe, zodat mensen niet afhankelijke worden in grote huizen waar zij op een klein kamertje moeten verblijven.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat de heer De Vries allemaal positieve reacties krijgt uit de bouwsector, snap ik wel. Die mensen denken: mooi, daar kunnen wij aan verdienen. Mijn zorgen gaan uit naar de andere kant, naar de partijen die dit moeten betalen. De heer De Vries zegt dat corporaties dit kunnen financieren via leningen bij het WSW, maar hij gaat er dan aan voorbij dat corporaties natuurlijk ook al allerlei investeringen doen. Het is maar de vraag of het WSW hiervoor een extra lening wil verstrekken. Hoe wil de heer De Vries daarmee omgaan?

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb in de beperkte tijd die wij hadden, met allerlei mensen gesproken, ook met mensen die uit de corporatiesector komen of die sector vertegenwoordigen. Zij zeggen dat dit de corebusiness is van de corporaties en dat er in deze tijd sprake is van grote nood in het land, met name voor de doelgroep die zij moeten bedienen. Zij hebben daarvoor een instrumentarium. Dan moeten er keuzes worden gemaakt en moet worden vastgesteld wat eerst moet worden gedaan. Zij zien mogelijkheden om aan zo'n opdracht te voldoen, zelfs als die optelt tot 100.000.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik spreek ook regelmatig mensen uit de corporatiewereld. Mijn bronnen zeggen iets heel anders. Wij spreken nu over een taakstelling die bovenop de andere taakstellingen komt. Hier wordt nogal wat gevraagd van corporaties en dan hebben wij het nog niet eens over de gemeenten waarvan wij verwachten dat zij de grond zo zullen aanleveren. Ik zet er nog wel wat vraagtekens bij of dit haalbaar is.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Over de gemeenten kunnen wij ook een hele discussie voeren, maar als gemeenten nu grond over hebben, die tegen de sociale huurprijs in huur kunnen uitgeven en die na vijftien jaar weer terugkrijgen, is dat ook een optie die uit moet kunnen. Ik heb allerlei berekeningen gezien, en niet alleen mooie plaatjes, waaruit blijkt dat veel mensen menen dat dit een goed plan is en dat het uitvoerbaar is.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb gisteren ook al gezegd dat ik plannen toejuich waarin onorthodox wordt nagedacht over oplossingen voor de problemen waar wij nu voorstaan. Om deze motie goed te kunnen beoordelen, zou ik het echter wel fijn vinden als ik de berekeningen kan zien die de heer De Vries kennelijk allemaal in zijn e-mailbox heeft gekregen. Is hij bereid die naar ons toe te sturen opdat wij zijn motie goed kunnen beoordelen voordat wij daarover stemmen?

De heer Albert de Vries (PvdA):

U krijgt van mij een voorbeeldberekening waaruit blijkt dat dit haalbare voorstellen zijn.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Zijn die berekeningen door de corporaties gevalideerd — laat ik het zo maar even zeggen — en, waar het de gemeenten aangaat, ook door de gemeenten? Daar komt de rekening natuurlijk ook te liggen.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb een berekening die mij het meest valide lijkt. Die is afkomstig van een lid van de transformatiecommissie die de minister adviseert in situaties waarin moet worden omgebouwd of tijdelijk moet worden gebouwd. Ik stuur die berekening graag toe.

De heer Ronnes (CDA):

In de voorstellen van de Partij van de Arbeid wordt ook iets gevraagd van de gemeenten. Ik heb begrepen dat de heer De Vries met de VNG heeft gesproken. Heeft de VNG iets gezegd over de financiële consequenties van zijn voorstellen voor de gemeenten?

De heer Albert de Vries (PvdA):

De VNG heeft een positief signaal gegeven. Zij heeft laten weten dat veel gemeenten bereid zijn om in deze richting naar oplossingen te zoeken. Zij vond het wel jammer dat in mijn motie alleen sprake is van gemeenten en niet van corporaties. Ik heb uitgelegd dat gemeenten met de nieuwe Woningwet de corporaties kunnen aansturen en dat dit dus niet nodig is. De gemeenten zien dit als een denkbare optie. Met de sociale huurprijzen en de verhuur van de grond tegen een normale prijs, terwijl zij de grond na vijftien jaar terugkrijgen, is het voor hen een haalbare optie. Het gaat dan natuurlijk over het gemiddelde, want het zal in de ene gemeente gemakkelijker zijn dan in de andere. Dat signaal is er echter.

Ik heb nog een tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de doorstroming in de socialehuursector wordt belemmerd door een gebrekkig aanbod van betaalbare huurwoningen in de vrije sector met een maandhuur tot €950,- ook wel middensegment genoemd;

overwegende dat er behoefte is aan 400.000 woningen in dit segment;

verzoekt de regering, bij investeerders, gemeenten en projectontwikkelaars te inventariseren welke maatregelen nodig zijn om de realisering van huurwoningen in het middensegment te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Albert de Vries en Van der Linde. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (34300-XVIII).

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb vervolgens nog een motie over mensen die langer zelfstandig willen wonen en hun woning willen aanpassen maar het geld niet kunnen vrijmaken dat in die woning zit.

Die motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanuit de Wmo niet alle gewenste aanpassingen mogelijk zijn voor mensen die langer zelfstandig willen wonen;

constaterende dat veel eigenaar-bewoners zelf een deel van de gewenste investeringen willen financieren vanuit de overwaarde;

overwegende dat veel van deze eigenaar-bewoners geen hypotheek meer afgesloten krijgen;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe een zogenaamde blijverslening kan worden vormgegeven en hoe daaraan vanuit de rijksoverheid of het SVn kan worden bijgedragen;

verzoekt de regering tevens, de Kamer hierover spoedig te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (34300-XVIII).

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb best al wel wat woorden gewijd aan de opdracht voor energiebesparing. Ik heb niet heel veel antwoord van de minister gekregen, bijvoorbeeld op mijn vragen over de stroomversnelling. Wij zullen daar met D66 een motie over indienen bij de Wet STROOM, om daar vaart in te krijgen. Een ander punt op het energiegebied is de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het met het energieakkoord beschikbaar gekomen bedrag van 35 miljoen voor de financiering van energiebesparende maatregelen door vve's nog geheel onbenut is;

constaterende dat sinds juni jl. het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) ook leningen verstrekt aan vve's voor de financiering van energiebesparende maatregelen, waarmee de noodzaak van een apart fonds voor vve's is komen te vervallen;

constaterende dat er naar aanleiding van de aangenomen motie-De Vries (32757, nr. 67) een breed gedragen voorstel is ontwikkeld ter ondervanging van de financieringsproblemen bij blok- of complexgewijs funderingsherstel door het vormen van een fonds;

verzoekt de regering, het onbenutte budget uit het energieakkoord voor een fonds voor funderingsherstel beschikbaar te laten komen, onder voorwaarde dat de andere partijen hieraan ook hun bijdrage leveren, zoals beschreven in het voorstel, en met als extra voorwaarde het volledig isoleren van de betreffende vloeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Albert de Vries, Van der Linde en Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (34300-XVIII).

De heer Albert de Vries (PvdA):

Over energie heb ik nog één opmerking. Ik heb ook gevraagd naar de salderingsregeling. In de schriftelijke en mondelinge beantwoording heb ik daar geen reactie op mogen krijgen. Misschien kan de minister dat in zijn tweede termijn nog doen.

Mijn laatste motie gaat over het in dienst nemen van en het voldoen aan de taakstelling van mensen met een arbeidsbeperking. Deze motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de ondertekening van het sociaal akkoord in april 2013 is overeengekomen dat bedrijfsleven en overheid de komende jaren gezamenlijk minstens 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking zullen creëren;

overwegende dat de overheid er daarvan minstens 25.000 zal moeten realiseren;

constaterende dat bij de eerste tussentijdse meting banenafspraak is gebleken dat de overheid bij het bedrijfsleven achterblijft als het gaat om de invulling van bedoelde banenafspraak;

van oordeel dat de overheid in dezen onder het motto "practice what you preach" juist het goede voorbeeld zou moeten geven;

verzoekt de regering, in haar hoedanigheid van werkgever extra inspanningen te verrichten teneinde voldoende banen voor mensen met een beperking als bovenbedoeld te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Albert de Vries en Kerstens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 19 (34300-XVIII).

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb een vraag over de vierde motie die de heer Van der Linde indiende, namelijk om de voorrangsstatus van asielzoekers met een tijdelijke verblijfsvergunning te schrappen uit de wet. Ik vroeg me af wat de Partij van de Arbeid met die motie gaat doen.

De heer Albert de Vries (PvdA):

In ons 100.000 woningenplan zeggen we dat die taakstelling eigenlijk niet nodig is als je voldoende toevoegt, dus als je ervoor zorgt dat Nederlandse woningzoekenden niet in de knel komen. Wij vinden echt dat iedereen een kans moet krijgen. Als dat kan worden geborgd, wordt die taakstelling minder belangrijk. Of we deze motie ondersteunen, ga ik nog precies bespreken. Wij vinden het belangrijk dat alle mensen, de statushouders en Nederlandse woningzoekenden, aan een woning worden geholpen en dat er wachtlijsten worden weggewerkt. U gaat dinsdag horen hoe wij gaan stemmen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Als de taakstelling ten aanzien van het plaatsen van het aantal statushouders niet nodig is, zou het ook geen probleem zijn om die te laten staan. Eigenlijk verwachtte ik wel een duidelijke reactie van de PvdA, zeker omdat er het beeld van uitgaat dat de lange wachtlijsten worden veroorzaakt door statushouders. Ik zou van de PvdA toch wel een wat heftigere veroordeling willen dan "we kijken er dinsdag wel eventjes naar".

De heer Albert de Vries (PvdA):

Het gaat ons om het doel: wij willen niet dat er verdringing plaatsvindt in de sociale huurvoorraad. Daarom willen wij een flinke hoeveelheid toevoegen. Op het moment dat dit lukt, is de noodzaak tot urgentie minder sterk. Maar het moet dan wel eerst verzekerd zijn en daarom wil ik er toch een voorbehoud van maken. We moeten echt zeker zijn dat alle woningzoekenden in Nederland de kans krijgen op een woning.

De heer Koolmees (D66):

Over dat doel ben ik het zeer eens met de heer De Vries, maar dat staat niet in die motie. Graag ontvang ik dus een helder antwoord. Als dat doel niet in de motie staat, neem ik aan dat de PvdA deze motie niet steunt.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb gezegd dat ik even afwacht wat de reactie is op onze motie. In onze motie staat nu dat er een taakstelling is voor alle gemeenten om voor alle groepen woningzoekenden voldoende woningen beschikbaar te stellen. Als we dat stadium bereiken, wordt de urgentie voor wie dan ook — of het nou gaat om mensen uit een blijf-van-mijn-lijfhuis of die uit detentie komen — minder relevant. Iedereen met urgentie kan dan heel snel een woning vinden. De urgentie voor statushouders is dan ook niet meer zo relevant. Maar daar moeten we dan wel komen en dat was ook het doel van mijn plan voor 100.000 woningen. Ik wil kijken hoever we ermee kunnen komen.

De heer Koolmees (D66):

Ik constateer dan dat de PvdA alleen in kan stemmen met zo'n motie als dat doel is gerealiseerd, en daarvoor niet.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Nee, natuurlijk niet. Er moeten geen mensen in de knel komen. Dat is ons uitgangspunt.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. De komst van zovele niet-westerse immigranten heeft Nederland voor grote problemen geplaatst. Ik kan mij nog heel goed de jaren negentig herinneren, toen de leefbaarheid in de steden en de komst van zoveel niet-westerse allochtonen zoveel ellende heeft veroorzaakt. Nog steeds hebben we te maken met de problemen die dat heeft opgeleverd. Hoeveel jaar hebben we de vogelaarwijken hier wel niet op de agenda, net als de islamisering en alle problemen van dien? Daarom is het heel treurig om te moeten constateren dat dit kabinet exact dezelfde fouten maakt als al die kabinetten hiervoor. Ik heb daarom het boek dat Pim Fortuyn hierover geschreven heeft, aangeboden aan de minister, om hem te helpen herinneren aan alle fouten die gemaakt zijn, om daar lessen uit te trekken en om te stoppen met de massa-immigratie. Want Nederland kan dit niet aan, Nederland wil niet islamiseren en heeft de woningen niet om al die mensen te huisvesten. Er moet natuurlijk gewoon opvang in de regio zijn en die is er in principe ook. Dat stemt mij dus heel somber, zeker omdat de VVD in de regering zit. Die pretendeert dit altijd ook belangrijk te vinden maar is geheel de weg kwijt.

Ik dien drie moties in. De eerste motie is een soort reservemotie voor de motie van de VVD, zodat we zeker weten dat de juiste teksten in stemming worden gebracht.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de voorrang voor statushouders voor sociale huurwoningen onmiddellijk te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (34300-XVIII).

De heer Madlener (PVV):

Dan een ander onderwerp betreffende de huisvesting.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel huiseigenaren onvoldoende kunnen profiteren van de huidige lage hypotheekrente;

constaterende dat veel huiseigenaren een hoge boeterente wordt opgelegd in geval van oversluiting van de bestaande hypotheek;

van mening dat deze boeterente voor veel huiseigenaren een te hoge drempel vormt om van hypotheek te veranderen en te profiteren van lage hypotheekrentes;

verzoekt de regering om met voorstellen te komen om de boeterente bij het oversluiten van hypotheken te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (34300-XVIII).

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Deze motie heb ik zelf vorig jaar bij de Financiële Beschouwingen ingediend. Daar is toen onderzoek naar gedaan door de minister van Financiën. Hij heeft gezegd dat het niet kan omdat het een privaatrechtelijke overeenkomst betreft. Beoogt de heer Madlener om het nu wel te doen, of zegt hij: laten we kijken naar andere mogelijkheden om dat punt te omzeilen maar wel hetzelfde resultaat te boeken?

De heer Madlener (PVV):

Dat iets niet kan, vind ik altijd moeilijk. Als het om asielzoekers gaat, kan ineens alles. Ik heb het hier over Nederlandse woningeigenaren. Ik zie dat bijvoorbeeld in België de maximale boeterente is beperkt. Daar kan het dus ook. Dus ik waag het te betwijfelen dat het niet kan. Ik vind dat het wel kan als wij dat met z'n allen willen. Dus laten we nog een keer proberen dit voor elkaar te krijgen, want Nederlanders hebben heel veel last van die lage rente. Je krijgt geen rente meer op je spaarrekening als je die al hebt. De pensioenen zitten in zwaar weer door die lage rente. Het enige waar je voordeel van hebt bij een lage rente is de hypotheekrente. De meeste mensen hebben daar echter niets aan omdat ze te maken krijgen met enorme boetes als ze hun hypotheek oversluiten. Nogmaals, in België is dat niet. De Nederlandse ING biedt hypotheken aan in België die veel gunstiger zijn en die niet die boeterente hebben, terwijl de Nederlanders die deze bank gered hebben wel die boeterente moeten betalen. Ik vind dat onbestaanbaar. Daarom wil ik het gewoon opnieuw proberen en ik hoop met uw steun.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het doel delen we, maar ik hoop alleen niet dat we er heel snel mee worden afgescheept in de zin van: dat hebben we al geprobeerd, dus dat gaan we niet meer doen. Daarom zoek ik met de heer Madlener naar andere wegen om wel hetzelfde resultaat te bereiken maar wellicht dan op een manier die wat effectiever is.

De heer Madlener (PVV):

Daarom heb ik de motie zodanig geformuleerd dat ik de regering vraag met voorstellen te komen om dit te bereiken. Dus daarmee laat ik enige ruimte aan de regering om dit te doen, maar ik vind wel dat wij ons als Kamer hard moeten maken voor al die Nederlandse woningeigenaren die een veel te hoge hypotheekrente betalen. Op deze manier heeft Nederland niets aan die lage rentes, terwijl het buitenland daar wel profijt van heeft.

De huurders zijn de laatste jaren constant geconfronteerd met enorme huurstijgingen en dat is niet goed voor de koopkracht van huurders en voor de Nederlandse economie. Het is alleen goed voor de woningstichtingen die steeds rijker worden. En we weten allemaal wat ze met dat geld doen. Dat is of het aan asielzoekers uitgeven of aan topsalarissen voor de directie. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat de huurders daar de dupe van zijn. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat huurprijsstijgingen de koopkracht de afgelopen jaren enorm hebben aangetast;

verzoekt de regering, de huurstijging voor niet-geliberaliseerde huurwoningen per 1 juli 2016 te maximeren op inflatieniveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (34300-XVIII).

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik dank de minister voor de heldere beantwoording. De minister was heel duidelijk over de woningmarkt: dat debat kan wel een beetje economisme gebruiken. Ik ben dat zeer met hem eens want juist omdat er de afgelopen twintig jaar weinig economisme is geweest, is de woningmarkt geheel vastgelopen. Eindelijk gaat het weer lopen en dat is goed nieuws.

Het debat van gisteren ging vooral over tekorten aan noodopvang en woningen, ook in relatie tot statushouders. Ik vond de woorden van minister Blok vandaag heel realistisch waar het gaat om de kosten voor het COA en de asielzoekerscentra die overvol zitten. Dat geldt ook voor wat hij gezegd heeft over het belang van integratie, het leren van de taal en het vinden van werk. Als mensen in Nederland vijf jaar blijven, zorg er dan ook voor dat ze goed geïntegreerd raken en dat de maatschappij dat aankan. De VVD is de afgelopen twee dagen een beetje in het valletje van de PVV gelopen of misschien is de VVD wel in haar eigen val gelopen door gisteren in de krant een stoer plan te lanceren waarvan de eigen minister zegt dat het onverstandig is voor de integratie en voor Nederland. Maar ja, de heer Madlener had een motie hierover boven de markt hangen en dat was toch een dreiging en dus moest de heer Van der Linde mee. Dan zie je dat stoere taal ook leidt tot verkeerd beleid.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van der Linde een vraag heeft.

De heer Koolmees (D66):

Ik had het ook wel een beetje uitgelokt, voorzitter.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik zou natuurlijk geen knip voor mijn neus waard zijn als ik hier niet even op zou reageren. Het was een glashelder plan. We hebben dat geleverd en we hebben de motie geleverd waar de heer Koolmees om gevraagd heeft gisteren. Dus wat dat betreft zou hij tevreden moeten zijn. Maar nu nog even de volgende vraag aan de heer Koolmees. Gisteren werd het een jij-bak genoemd toen ik D66 vroeg wat zij er zelf van vond. Nou, dat is natuurlijk heel eng bij D66. Gaat de heer Koolmees nou mee in de redenering en, zo nee, maakt hij zich dan überhaupt zorgen om al die mensen in Nederland die inderdaad op de wachtlijst staan, die inderdaad een woning willen hebben in de buurt van waar ze werken en die nu zien gebeuren dat die 14.000 aan een huis geholpen moeten worden?

De heer Koolmees (D66):

Ik maak me daar grote zorgen over. Vandaar dat ik gisteren en vandaag ook richting de minister heb gezegd dat hij alles moet aanpakken — de leegstand, het rijksvastgoed, maar ook het contact met de gemeenten en woningcorporaties — om noodopvang te realiseren en woningen te bouwen, zodat mensen ook een kans krijgen om een woning te vinden. Het gaat dan niet alleen om statushouders, maar ook om mensen uit blijf-van-mijn-lijfhuizen, om mensen die na een echtscheiding op zoek zijn naar een woning en om mensen die al lang op de wachtlijst staan. Zorg ervoor dat je dat probleem aanpakt. De minister is daar de afgelopen jaren mee bezig geweest. Hij is op de goede weg, maar het gaat niet heel snel. Hij moet dus alles aanpakken om dat te bevorderen.

Het gaat echter om het volgende. De VVD sloeg gisteren in de krant stoere taal uit en lanceerde een plan waarvan de minister van VVD-huize zegt: dat is helemaal geen oplossing voor het probleem waarmee we te maken hebben; sterker nog, het is slecht voor de integratie, het is duur en het paard wordt ermee achter de wagen gespannen. Maar omdat de VVD nu eenmaal die stoere taal heeft gebezigd in de krant, moet ze nu wel door. Daarom zeg ik: de VVD valt in zijn eigen val.

De heer Van der Linde (VVD):

Vorige maand kwam ik hier met het idee, overigens breed gedragen door andere partijen, dat er allerlei alternatieve huisvesting moest worden gevonden. Toen kreeg ik de indruk dat de heer Koolmees het eigenlijk maar een beetje een flauwekuldebat vond. Er ligt nu een brief van de minister, waarin wordt aangegeven dat er alternatieve huisvesting komt, dat men er hard mee bezig is. Wij proberen gewoon de volgende stap te zetten. Wil de heer Koolmees zeggen dat hij het debat van een maand geleden toch eigenlijk wel zinvol vond?

De heer Koolmees (D66):

Het flauwekuldebat van een maand geleden ging precies om hetzelfde punt. Ik ben het er zeer mee eens dat het kabinet aan de slag moet en dat deze minister en staatssecretaris Dijkhoff aan de slag zijn om ervoor te zorgen dat naast het creëren van noodopvang, naast asielzoekerscentra, ook de doorstroming op gang komt en er ook een einde komt aan de wachtlijsten. Er moet een einde komen aan de situatie waarin al die mensen zeer lang moeten wachten op een goede woning. Daar ben ik het zeer mee eens. Alleen ook toen werd het debat gekaapt door de retoriek en de symboliek van dit soort voorstellen van de heer Van der Linde.

Nogmaals, deze symboliek, dit voorstel, draagt helemaal niets bij aan het oplossen van dit probleem. Het draagt helemaal niets bij aan het creëren van een draagvlak in de samenleving voor dit soort problemen. Het enige wat echt een oplossing biedt, is ervoor zorgen dat er voldoende ruimte is om die mensen op te vangen. Daar is de minister mee bezig. Hij krijgt daarvoor zeer veel steun van D66. Maar dit soort proefballonnetjes leidt alleen maar tot een gebrek aan draagvlak. Het leidt er alleen maar toe dat de VVD inderdaad in het valletje van de PVV trapt. De VVD wordt daardoor gedwongen om in dit soort voorstellen mee te gaan. Dat is slecht voor de integratie en leidt ertoe dat er over vijf jaar weer geconstateerd wordt dat mensen geen baan hebben, geen inkomen hebben, de taal slecht spreken of allemaal bij elkaar zitten in een asielzoekerscentrum, zonder perspectief. Dat is echt het paard achter de wagen spannen. Daar hebben we in de afgelopen 30 jaar te veel van geleerd. Daar zou ook de VVD in de afgelopen 30 jaar van moeten hebben geleerd.

De voorzitter:

Dat leidt tot uitlokking. Ik sta slechts een heel korte opmerking toe en wil daarop ook een kort en bondig antwoord horen.

De heer Van der Linde (VVD):

Ik ben blij dat dit stukje in de Handelingen staat. Dat kunnen we er dan over een half jaar weer bij pakken.

De heer Koolmees (D66):

Dat gaan we zeker doen.

Ik ga verder met de evaluatie van de verhuurdersheffing. Ik vraag de minister om het punt dat ik gisteren heb gemaakt over ggz-instellingen en zorgwoningen daarin mee te nemen. Ik neem aan dat dit ook gebeurt.

Een volgend punt betreft het ABP. Het is goed nieuws dat de cao voor het rijk is afgesloten. Wij vernemen nu echter via uitgelekte berichten dat er ondanks die cao komend jaar toch hogere pensioenpremies komen als gevolg van slechte beursprestaties en een lagere rente. Kan de minister uitsluiten dat dit leidt tot minder agenten op straat of minder onderwijzers voor de klas? Ik hoor hier graag een reactie op. De minister heeft daar in eerste termijn niet op gereageerd.

Ik heb nog drie punten.

De voorzitter:

U hebt nog één minuut.

De heer Koolmees (D66):

Dat gaat lukken. De heer De Vries en collega Van Veldhoven hebben bij de Wet STROOM al een motie aangekondigd over de energiebesparing. Dat punt sla ik vandaag dus even over.

Ik wil over de studieschuld de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij een hypotheekaanvraag de oorspronkelijke hoogte van de studieschuld moet worden meegerekend, ook als de studieschuld al fors is afgelost;

overwegende dat het rekenen met de actuele hoogte van de studieschuld een realistischer beeld geeft van het risico dat de hypotheekgever loopt en mensen meer ruimte biedt om een huis te kopen;

verzoekt de regering om de regelgeving zo te wijzigen dat bij een hypotheekaanvraag de actuele hoogte van de studieschuld wordt meegewogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koolmees en Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Binnenhof dringend toe is aan het herstel van een aantal serieuze gebreken;

constaterende dat het kabinet een renovatie voorstelt die vijfenhalf jaar zal duren en 475 miljoen euro kost, maar waarbij onduidelijk is welke reikwijdte de renovatie heeft;

overwegende dat het Binnenhof moet voldoen aan alle wettelijke veiligheidseisen, maar dat een sobere en doelmatige renovatie het doel is;

overwegende dat de twee varianten die het kabinet voorlegt, onvoldoende tegemoetkomen aan de wens om de kosten zo veel mogelijk te beperken en de afsluiting van de publiekstoegankelijke delen van het Binnenhof sterk te reduceren;

verzoekt de regering, voorafgaand aan het te voeren plenaire debat over de renovatie van het Binnenhof goedkopere varianten uit te werken, waarbij het Binnenhof niet vijfenhalf jaar op slot hoeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koolmees, Ronnes, Bashir, Bisschop en Schouten.

Zij krijgt nr. 24 (34300-XVIII).

De heer Koolmees (D66):

Ik geef gelijk aan dat ik deze motie wil aanhouden tot na de technische briefing.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Koolmees stel ik voor, zijn motie (34300-XVIII, nr. 24) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er nu veel druk op de woningmarkt ontstaat, omdat statushouders sneller dienen door te stromen naar een huurwoning, als gevolg van de komst van veel vluchtelingen;

verzoekt de regering, op meerdere plaatsen in het land kleinschalige azc's te creëren, waar statushouders indien noodzakelijk langer kunnen verblijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nu al blijkt dat de doelen van het energieakkoord voor energiebesparing niet zullen worden gehaald;

overwegende dat volgens de Raad voor de leefomgeving het tempo van energiebesparing in de gebouwde omgeving juist verder omhoog moet;

overwegende dat voorkomen moet worden dat tijdige realisatie van de langetermijndoelen in gevaar komt door kortetermijnmaatregelen voor energiebesparing;

overwegende dat afspraken over betaalbaarheid wettelijk worden geborgd, maar afspraken over energiebesparing in de bestaande voorraad alleen vastliggen in akkoorden;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de transformatie van de volledige bestaande voorraad sociale huurwoningen naar nul-op-de-meter wettelijk kan worden verankerd met als einddatum van deze transformatie het jaar 2035, bijvoorbeeld door te verplichten jaarlijks gemiddeld 5% en minimaal 3% van de woningvoorraad naar nul op de meter te transformeren, en de Kamer binnen zes maanden een voorstel voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten en Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 26 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Waarderingskamer stelt dat er geen eenduidige beoordelingscriteria zijn voor de vraag hoe moet worden omgegaan met de WOZ-waardering van tijdelijke mantelzorgwoningen, waardoor er veel onzekerheid is voor gemeenten over de vraag hoe deze woningen moeten worden gewaardeerd;

constaterende dat de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten van de Wet waardering onroerende zaken de mogelijkheid biedt om te definiëren welke objecten buiten de WOZ-waardering kunnen blijven;

verzoekt de regering, landelijk te regelen dat tijdelijke mantelzorgwoningen niet worden meegenomen in de WOZ-waardering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (34300-XVIII).

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik begin met mijn moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel gemeenten momenteel hun taakstelling rond het huisvesten van statushouders niet nakomen;

overwegende dat door de verdeling van statushouders naar rato van het aantal inwoners per gemeente leidt tot slechte afstemming van statushouders en hun gezinssituatie op het aanbod van huisvesting in gemeenten;

verzoekt de regering, in overleg met de VNG en het COA, te onderzoeken of een taakstelling op regionaal in plaats van gemeentelijk niveau haalbaar is voor gemeenten, en de Kamer te informeren over hieromtrent gemaakte afspraken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een groot tekort aan betaalbare en geschikte woningen is voor kwetsbare groepen als ggz-patiënten, die niet langer in een instelling kunnen wonen, cliënten van maatschappelijke en vrouwenopvangcentra die uit moeten stromen, en vluchtelingen met verblijfsstatus;

overwegende dat de meerderheid van de nieuwkomers op de woningmarkt alleenstaand is en de sociale woningvoorraad slechts voor 8.8% uit een- tot tweekamerwoningen bestaat en er hier een mismatch is tussen vraag en aanbod;

verzoekt de regering, een actieplan nieuwkomers/herstarters op de woningmarkt te ontwikkelen en uit te voeren, leidend tot (ver)bouw van nieuwe kleine betaalbare woningen, te ontwikkelen en hierbij gemeenten, corporaties en opvangzorginstellingen te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het gebruik van leegstaande panden onder de Rijksgebouwendienst onderdeel uitmaakt van de aanpak van de regering om statushouders te huisvesten;

overwegende dat woningcorporaties niet de middelen hebben om het eigendom of de transformatie van deze panden tot woonruimte voor hun rekening te kunnen nemen;

verzoekt de regering, zorg te dragen voor de transformatie van de hiervoor bij haar beschikbare leegstaande panden en deze panden vervolgens onder het beheer van woningcorporaties te brengen, waarbij het eigendom van de panden bij het Rijk blijft liggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering met de huidige beleidsinzet niet gaat voldoen aan de afspraken die zijn gemaakt in het Energieakkoord met betrekking tot energiebesparing in woningen;

verzoekt de regering, te komen met een extra pakket aan maatregelen om ervoor te zorgen dat de afspraken met betrekking tot energiebesparing in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord worden nageleefd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (34300-XVIII).

De heer Bisschop ziet af van het woord in tweede termijn. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol voor 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Dank aan de minister voor zijn antwoorden. Er is terecht veel gesproken over de huisvesting van de grote stroom vluchtelingen die naar Nederland komen. Dat is inderdaad een enorm probleem. Daartoe ondertekenden wij een motie van het CDA.

50PLUS wijst nogmaals op het woningprobleem van een andere groep: ouderen en mensen met een zorgbehoefte. Mensen moeten langer thuis wonen, maar er is voor hen een tekort aan geschikte woningen. Dit probleem wordt alleen maar groter, gezien het feit dat het aantal 50-plussers de komende jaren zal toenemen. Een grondige aanpak is nodig. We moeten woningen in complexen die zijn voorbehouden aan bewoners vanaf 55 jaar allereerst gaan definiëren als aparte categorie. Daarna kunnen we maatregelen nemen om de beschikbaarheid te vergroten, om die woningen aantrekkelijker te maken en om de brandveiligheid te vergroten. 50PLUS zal hierbij nadrukkelijk de vinger aan de pols houden. Als de overheid wil dat deze ouderen langer thuis wonen, moet zij die ouderen ook helpen. Vandaar dat 50PLUS niet voor het eerst een landelijk actieplan ouderenhuisvesting bepleit.

Nog een heel dringende vraag: hoe beoordeelt de minister de stelling van 50PLUS dat de leeftijdsgrens bij de schenkingsvrijstelling arbitrair en misschien zelfs wel discriminerend is? Waarom is er eigenlijk een leeftijdsgrens vastgesteld?

Tot slot heb ik drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een toenemende behoefte bestaat aan geschikte woonruimte voor ouderen;

overwegende dat er nu al een tekort bestaat aan deze woningen;

overwegende dat de woningen in complexen die zijn voorbehouden aan bewoners vanaf 55 jaar niet geregistreerd worden als aparte woonvorm;

overwegende dat het voor het vaststellen van de beschikbaarheid, de registratie en de brandveiligheid van deze wooncomplexen een eerste en noodzakelijke voorwaarde is dat er een vorm van registratie van deze woonvorm bestaat;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe deze wooncomplexen als aparte categorie woningen kan worden geregistreerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat rookmelders verplicht zijn in woningen gebouwd vanaf 2003;

overwegende dat Brandweer Nederland pleit voor een verplichte rookmelder in alle woningen;

overwegende dat na invoer van een dergelijke regeling in het Verenigd Koninkrijk het aantal doden door woningbrand met 40% daalde;

overwegende dat rookmelders levens kunnen redden;

verzoekt de regering, het plaatsen van een rookmelder ook in woningen gebouwd voor 2003 verplicht te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (34300-XVIII).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een tekort is aan geschikte woningen voor ouderen;

overwegende dat dit probleem onder meer door het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen zal toenemen;

overwegende dat dit een landelijk probleem is dat landelijke aansturing behoeft;

overwegende dat het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen eind 2015 een slotrapportage oplevert;

verzoekt de regering, na ommekomst van deze slotrapportage met voortvarendheid de regie te nemen, teneinde dit tekort op de kortst mogelijke termijn aan te pakken, bijvoorbeeld aan de hand van een landelijk actieplan ouderenhuisvesting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33 (34300-XVIII).

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Voorzitter. Centraal voor mij stond de impact van de parlementaire enquête Woningcorporaties die ik nu in de begroting en in de wetgeving zou kunnen terugzien. Ik verzoek de minister een schriftelijke reactie te geven op de analyse van mijn fractie over de aanbevelingen die zijn doorgevoerd in de wetgeving en dus ook impact hebben gehad op het beleid. Ik wil ook graag dat de minister daarbij een uitspraak doet over hoe belangrijk hij het vindt dat wat de Kamer heeft gevonden na twee jaar zoeken ook zijn weg vindt naar beleid. Ik krijg graag een schriftelijke reactie; dat hoeft niet nu stante pede.

Een openstaand punt is de toezichthouder. Ik heb er bijna niemand over gehoord, maar het is wel een cruciaal thema in de sociale volkshuisvesting. Ik constateer zelf op basis van geluiden uit de huurhuisvestingssector dat er sprake is van een afvinkcultuur bij de huidige Autoriteit woningcorporaties. Zo heeft de enquêtecommissie dat nooit bedoeld. Ik verzoek de minister om een reactie, niet alleen schriftelijk zoals hij heeft gedaan met het noemen van aantallen mensen die er werken en het gegeven dat dat aantal misschien nog wordt uitgebreid. Ik wil graag weten in hoeverre de minister de vinger aan de pols houdt dat die afvinkcultuur niet leidend zal zijn, maar dat die integrale toezichthouder krachtig toezicht gaat houden.

Ik heb twee moties, namelijk op twee punten die ik van belang acht. De eerste motie betreft de doorstroming van scheefwoners. De minister gaat uit van een inkomenstoets een keer in de vijf jaar. Dat vind ik te lang. Dan houd je de vinger niet voldoende aan de pols.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat scheefwonen in sociale huurwoningen aangepakt kan worden door een passend huurbeleid dat o.a. gebaseerd is op jaarlijkse huurverhogingen boven op de inflatie voor hogere inkomens;

overwegende dat het recente huurakkoord tot lagere huurverhogingen leidt dan in eerdere plannen en dat doorstroming van scheefwoners hierdoor weer onder druk kan komen;

overwegende dat de minister de doorstroming wil monitoren door een vijfjaarlijkse inkomenstoets;

overwegende dat vijf jaar wel erg lang is om doorstroming te bevorderen;

verzoekt de regering om de genoemde inkomenstoets eens in de twee jaar toe te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Vliet en Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (34300-XVIII).

De heer Madlener (PVV):

Als je een te hoog inkomen hebt voor een sociale huurwoning, krijg je extra huurverhoging. Heel veel mensen zijn zzp'er en hebben wisselende inkomsten. Is het de bedoeling van de heer Van Vliet dat als mensen in inkomen erop achteruitgaan, die huurprijsstijging wordt ingeleverd en er weer een huurprijsverlaging plaatsvindt?

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Het is mijn bedoeling om de doorstroming een krachtige prikkel te geven. Er zijn heel veel scheefwoners. Zij hebben eigenlijk geen recht op de sociale huurwoning waarin zij wonen, maar maken niet plaats voor anderen die dringend behoefte hebben aan die woning en een lager inkomen verdienen. Het is de bedoeling van de motie om extra te prikkelen wat nu in de bestaande plannen zit, doorgerekend op basis van het recente huurakkoord. Als je inkomen vaker wordt getoetst, zou ook eerder kunnen blijken dat je helemaal niet zo veel verdient en in een lagere inkomenscategorie zit. Op dat moment kun je beslissen dat zo iemand alsnog recht heeft op die woning. Ook kun je dan met voortschrijdend inzicht pas op de plaats maken met de huur. Ik kan mij daar iets bij voorstellen.

De heer Madlener (PVV):

Hij kan zich er iets bij voorstellen. Stel dat je meer verdient dan die grens, dan krijg je extra huurverhoging. Als je het jaar daarop minder verdient, krijg je dan huurverlaging? Dat lijkt mij toch heel logisch. Dat moet toch de inzet zijn van de heer Van Vliet?

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Zo gemakkelijk is het niet. Ik kan mij niet zo heel goed voorstellen wie iedere keer een jaar later minder inkomen heeft. Als dat het geval is, zul je aan de bel moeten trekken. Als je de huur niet kunt betalen, zit je blijkbaar in een te dure woning en moet je andere stappen zetten. Ik kan mij wel voorstellen dat het onredelijk kan uitpakken. Als er vaker een inkomenstoets plaatsvindt, kan dat ook deze mensen helpen.

Ten slotte kom ik bij de krimp. Nogmaals, krimp is een niet te onderschatten probleem in sommige delen van ons land. Die delen van het land kun je niet wegstrepen. Over tien jaar hebben we nog steeds Oost-Groningen, Drenthe, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Ze verdwijnen niet zomaar. Krimp kun je niet wegstrepen; het is een niet te onderschatten probleem.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in krimpgebieden de krimp een overheersend maatschappelijk probleem is waarvoor betrokken overheden, woningcorporaties en huiseigenaren oplossingen proberen te verzinnen;

overwegende dat het overschot aan particuliere te koop staande woningen de kern van het probleem vormt waarbij die leegstaande woningen, veelal in het goedkopere segment, erg lang te koop staan voor erg lage prijzen en bijdragen aan verloedering van straten;

overwegende dat voor sociale huurwoningen ook in krimpgebieden wachtlijsten bestaan en dat woningcorporaties bereid zijn leegstand in de particuliere woningmarkt te matchen met behoefte aan sociale huurwoningen;

overwegende dat de corporaties dat onder andere willen doen door die leegstaande woningen te kopen en tijdelijk te verhuren als sociale huurwoning onder de liberalisatiegrens, maar dat dit alleen rendabel kan als er niet ook nog eens een verhuurderheffing over die tijdelijke huuropbrengst afgedragen moet worden;

constaterende dat bovengenoemde oplossing bovenop bestaande instrumenten komt als extra middel en bij vrijstelling niet leidt tot derving van verhuurderheffing zoals die nu uit de ramingen blijkt;

verzoekt de regering, experimenten in krimpgebieden mogelijk te maken door tijdelijke verhuur van extra aangekochte leegstaande panden vrij te stellen van verhuurderheffing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (34300-XVIII).

We wachten even totdat de minister alle moties heeft. Daarna kunnen we verdergaan.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

De minister gaat nu in rap tempo antwoorden en de moties langs.

Minister Blok:

Voorzitter. De Kamer, en in het bijzonder de heren Ronnes, De Vries en Van Vliet hadden nog een antwoord tegoed over de passage in de begroting over de krimpregio's. Ik trek het boetekleed aan, want die passage stemt niet overeen met mijn wens; ik ben natuurlijk wel verantwoordelijk voor die teksten. We maken afspraken met een looptijd van vijf jaar. Die lopen nu dus tot 2019. Op dat moment gaan we evalueren. In mijn begrotingsartikel zit er inderdaad vanaf dat moment geen geld meer. Dat is de reden dat ik die toelichting ook gaf. In de krimpmaatstaf van het Gemeentefonds zit het nog wel. Ik zeg echter graag toe — dat is een beetje over mijn graf regeren, maar het is een toezegging waarmee het kabinet ongetwijfeld uit de voeten kan — dat aan het eind van de periode van die afspraken in 2019 op basis van evaluatie besloten zal worden over de voortzetting.

Er zijn een paar vragen gesteld en heel veel moties ingediend. De heer Bashir wil nog steeds een plan voor 100.000 sociale huurwoningen. Het verrast mij dat hij alleen dit deel uit de rapportage neemt, want de aantallen voor de andere onderdelen van de woningmarkt zijn veel groter. Los daarvan: ik geloof niet in een planeconomie. Wij hebben heel bewust in de Woningwet het invullen van de lokale behoeftes ook lokaal neergelegd.

De heer Bashir heeft drie moties ingediend, die ik, hoewel er een wisseling van spelers is bij de SP, toch wel herken als tekstvast. Volgens mij zijn die namelijk vaker ingediend. In de motie op stuk nr. 6 wordt de regering verzocht om de verkoop van sociale huurwoningen te stoppen met uitzondering van de verkoop aan woningcorporaties en zittende huurders. Die motie moet ik ontraden, omdat ik al heb aangegeven dat het met het oog op de samenstelling van de voorraad in een plaats of in een woningcorporatie verstandig kan zijn om een deel te verkopen en de opbrengsten daarvan een goede bestemming te geven.

In de motie op stuk nr. 7 van de heer Bashir wordt de regering verzocht om te komen met een voorstel om de verhuurderheffing om te zetten in een investeringsplicht. Ook die motie is al vaker ingediend. Dit is een ongedekte motie, die ik alleen al om die reden moet ontraden.

In zijn motie op stuk nr. 8 verzoekt de heer Bashir de regering om af te zien van de liberalisatiegrens. We hebben in dit debat uitgebreid gedeeld hoe belangrijk het is dat de middeldure huursector zich ontwikkelt en dat het van belang is dat er juist woningen komen net boven de liberalisatiegrens. Investeerders geven aan dat het daarbij enorm helpt dat ze weten dat ze niet door inflatie ingehaald worden door de liberalisatiegrens. Ook deze motie moet ik derhalve ontraden.

In de motie-Van der Linde op stuk nr. 9 wordt de regering verzocht, de voorrangsstatus voor asielzoekers met een tijdelijke verblijfsvergunning als voorrangscategorie in de Huisvestingswet te schrappen. Ik heb in het debat gezegd dat ik niets uitsluit, maar wel de consequenties in kaart wil brengen voor de begroting van V en J. Waarschijnlijk leidt dit tot een langer verblijf bij het COA. Daarnaast heb ik gewezen op de kosten: het wordt minder makkelijk om werk te vinden. Ik heb aangegeven dat ik het in de gesprekken met gemeenten en woningcorporaties wil meenemen en dat ik van plan ben om de Kamer volgende maand daarover te rapporteren. Ik vraag de heer Van der Linde om de motie aan te houden totdat ik de rapportage op deze onderdelen heb kunnen maken.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Koolmees wil interrumperen, maar dit is niet zijn motie.

De heer Koolmees (D66):

Inderdaad, voorzitter, maar ik heb een verduidelijkende vraag. Begrijp ik goed dat als de heer Van der Linde zijn motie niet aanhoudt, de minister deze ontraadt?

Minister Blok:

Ik heb de heer Van der Linde gevraagd om zijn motie aan te houden. Op dit moment beschik ik niet over de informatie om alle consequenties te overzien.

De voorzitter:

Goed. De minister gaat verder met zijn betoog.

De heer Koolmees (D66):

Nee, voorzitter. Wat is het oordeel van de minister als de heer Van der Linde zijn motie niet aanhoudt?

Minister Blok:

Nu beschik ik niet over voldoende informatie, dus op dit moment zou ik de motie ontraden. Als zij wordt aangehouden, heb ik al aangegeven dat er wat mij betreft geen taboes zijn. Dat heb ik ook over andere voorstellen gezegd. Ik wil wel de consequenties in kaart brengen.

De motie-Van der Linde c.s. op stuk nr. 10 gaat over illegale onderhuur. De regering wordt daarin verzocht om voorstellen te doen voor concrete maatregelen waarmee woningcorporaties woonfraude kunnen aanpakken, waaronder toegang tot de Basisregistratie Personen, en te onderzoeken of versnelde ontbinding of vernietiging van de huurovereenkomst bij gebleken fraude mogelijk is. Ik deel zeer de ambitie om woonfraude aan te pakken. Het eerste deel, dat gaat over de toegang tot de basisregistratie, is in handen van de gemeenten. Er is geen verbod op, maar de gemeente moet het goed vinden. Het tweede deel, dat gaat over het onderzoek, zeg ik graag toe. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer.

De motie-Ronnes/Van Vliet op stuk nr. 11 gaat over het krimpbeleid. Daarin wordt de regering verzocht, de besluitvorming over de voortzetting en aanpassing van het krimpbeleid na de evaluatie voor te leggen aan de Kamer. Ik heb net gezegd dat ik dat van plan ben, dus ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. De heer Ronnes zou ook kunnen overwegen om zijn motie in te trekken.

De heer Ronnes (CDA):

Met de toezegging en deze uitleg wil ik de motie wel intrekken. Ik wil alleen nog een additionele vraag stellen. Wij hebben signalen gekregen dat het specifieke team dat zich nu bezighoudt met de krimp, ontmanteld wordt. Kan de minister de Kamer schriftelijk informeren of dat inderdaad zo is en, zo ja, hoe zich dat verhoudt tot het huidige beleid van het kabinet?

Minister Blok:

Ik kom daarop graag schriftelijk terug. Dit laat bij mij geen belletje rinkelen, want mijn mensen zijn juist in gesprek over de invulling van de krimp en anticipeermaatregelen daaromtrent.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Ronnes. Trekt hij zijn motie in?

De heer Ronnes (CDA):

Met de uitleg van de minister dat het volgens hem een foute passage in de begroting is, trek ik de motie in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Ronnes/Van Vliet (34300-XVIII, nr. 11) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Blok:

Dit was een fout die onder mijn verantwoordelijkheid valt, want de heer Ronnes heeft gelijk dat dit er zo stond.

De motie-Ronnes op stuk nr. 12 gaat in op het gebruik van het Energiebespaarfonds. In de motie wordt de regering verzocht, te onderzoeken waarom het gebruik daarvan beperkt is — gelukkig signaleert ook de heer Ronnes dat het gebruik ervan gelukkig sterk is toegenomen — en een gerichte extra impuls te organiseren. Op dit moment is het bestuur van het Energiebespaarfonds inderdaad in gesprek, onder meer met energiebedrijven en lokale overheden, om te bekijken hoe er een verdere impuls kan worden gegeven. De motie vat ik op als ondersteuning van beleid en daarmee laat ik het oordeel erover aan de Kamer.

In zijn op één na laatste motie, op stuk nr. 13, verzoekt de heer Ronnes de regering om in overleg met de gemeenten te streven naar een tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden bij de huisvesting en integratie van statushouders. Dit is echt een ongedekte motie; ik geloof dat de heer Madlener daar ook op wees. Ik vrees dat ik ongedekte moties altijd moet ontraden.

De laatste motie van de heer Ronnes, op stuk nr. 14, dient hij in samen met de heren Van Vliet en Krol. Daarin wordt de regering verzocht om voor de grote groep oorlogsvluchtelingen niet de bestaande urgentieregeling voor huurwoningen toe te passen, maar uit te gaan van alternatieve tijdelijke woonruimte zoals leegstaande kantoren. Ook hierover wil ik, in lijn met wat ik tegen de heer Van der Linde zei, eerst in overleg gaan. Ik wil dit intern doorspreken, vanwege de begrotingsconsequenties, en met de medeoverheden en woningcorporaties. Ik vraag dus ook de heer Ronnes en zijn mede-indieners om deze motie aan te houden totdat ik hun daarvan verslag heb gedaan.

Ik kom bij de moties van de heer De Vries. In zijn motie op stuk nr. 15 wordt de regering verzocht om een indicatieve taakstelling te introduceren voor het realiseren van extra tijdelijke en betaalbare huurwoningen door het beschikbaar stellen van voor ombouw geschikte gebouwen en door verhuur van bouwrijpe bouwkavels. Ik waardeer het zeer dat de heer De Vries ook naar mijn reactie op zijn plan heeft geluisterd. Ook hem zou ik willen vragen om zijn motie aan te houden. Ook een indicatieve taakstelling is namelijk een aanwijzing richting medeoverheden. Dat zijn dezelfde medeoverheden waarmee ik op korte termijn alweer om tafel zit. Ik wil met hen ook echt de consequentie ervan bespreken, en daar bij de Kamer op terugkomen. Ik verzoek de heer De Vries dus om de motie aan te houden totdat ik met die reactie bij de Kamer terugkom.

In de motie-Albert de Vries/Van der Linde op stuk nr. 16 wordt de regering verzocht om bij investeerders, gemeenten en projectontwikkelaars te inventariseren welke maatregelen nodig zijn om de realisering van huurwoningen in het middensegment te versnellen. Dat vind ik een sympathieke motie. Ik ben daar ook mee bezig, maar zal er ook over rapporteren. Het oordeel over deze motie laat ik dus graag aan de Kamer.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als de heer De Vries de motie op stuk nr. 15 niet wil aanhouden, wat is dan het oordeel van de minister?

Minister Blok:

Als de moties waarbij ik om aanhouding vraag omdat ik nadere informatie nodig heb, niet worden aangehouden, moet ik ze om dezelfde reden ontraden.

De voorzitter:

Dat zetten we erbij. De minister gaat verder.

Minister Blok:

Ik kom bij de motie-Albert de Vries op stuk nr. 17. Daarin verzoekt de heer De Vries de regering om te onderzoeken hoe een blijverslening kan worden vormgegeven en hoe daaraan vanuit de rijksoverheid of de SVn kan worden bijgedragen. Ik heb hierover ook een gesprek gevoerd, zowel met de heer Norder als met de SVn. Het gevraagde onderzoek zeg ik graag toe. De heer De Vries zal begrijpen dat ik over het gedeelte over de bijdrage van de rijksoverheid zeer terughoudend ben. Met die kanttekening laat ik het oordeel graag aan de Kamer.

In de motie-Albert de Vries c.s. wordt de regering verzocht om het onbenutte budget uit het energieakkoord beschikbaar te laten komen voor een fonds voor funderingsherstel, onder voorwaarde dat de andere partijen daaraan ook hun bijdrage leveren. De heer De Vries heeft gelijk dat er een onbenut budget uit het energieakkoord is, dat ik in eerste instantie wilde richten op verenigingen van eigenaren. Het is nu gelukt om verenigingen van eigenaren ook vanuit het Nationaal Energiebespaarfonds te bedienen. Het ter beschikking stellen van niet gebruikte fondsen vraagt altijd overleg van mij met de collega van Financiën. Dat volgt nou eenmaal uit de begrotingsregels. Dat overleg zeg ik graag toe. Met die kanttekening laat ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

Er is ook een motie ingediend over de arbeidsbeperkten. Ik heb de motie even niet voor me, maar daarin wordt de regering gevraagd om nu maatregelen te nemen. De meting van het aantal arbeidsbeperkten vindt plaats per einde van dit jaar. Er is wel een tussenrapportage geweest, maar dat is geen eindrapportage. Het lijkt mij logisch om de vraag over aanvullende maatregelen te beantwoorden zodra die meting bij de Kamer in het komende voorjaar beschikbaar is. Om nu al om aanvullende maatregelen te vragen, gaat mij een stapje te ver. Ik zou daarom willen vragen om deze motie tot het voorjaar aan te houden.

In de motie op stuk nr. 20 verzoekt de heer Madlener de regering, de voorrang voor statushouders voor sociale huurwoningen onmiddellijk te beëindigen. Het woord "onmiddellijk" betekent dat ik de motie sowieso moet ontraden, want dan heb ik ook niet de tijd om de consequenties te onderzoeken, waarom in de moties van de heren Van der Linden, De Vries en Ronnes is gevraagd.

In de motie op stuk nr. 21 gaat de heer Madlener in op de boeterente en hij vraagt de regering met voorstellen te komen om de boeterente bij het oversluiten van hypotheken te beperken. Wanneer een hypotheek wordt uitgeleend, trekt een financier daarvoor geld aan, of dat nu een bank is of een andere instelling. Meestal gaat dat via obligaties waarop ook een vaste rente wordt vergoed. Als er vroeger wordt afgelost, moet er nog wel rente betaald worden aan het pensioenfonds of de andere eigenaar van die obligaties maar zijn er geen inkomsten meer. Om daarin te voorzien, berekent zo'n bank een boeterente. Als je dat bij wet zou veranderen, zoals in België kennelijk is gebeurd, gaat de rente op gewone hypotheken omhoog. Dan zal daarin een veiligheidsmarge worden ingebouwd of wordt überhaupt de mogelijkheid uitgesloten om tussentijds over te sluiten. Beide zijn schadelijk voor de consument. Om die reden moet ik deze motie ontraden.

De heer Madlener (PVV):

Wat de minister nu zegt, dacht ik eerst ook. Groot was echter mijn verbazing toen ik in België ging wonen, of daar veel verbleef, omdat bleek dat er in België een maximum zit aan de boete, namelijk drie maanden rente. Toen bleek ook nog dat ING Bank heel veel hypotheken koopt voor lagere tarieven dan in Nederland. Het kan dus wel en de hypotheekrente in België is lager dan die in Nederland door ING Bank die met Nederlands geld gered is. Nou, gekker moet het toch niet worden!

Minister Blok:

Ik constateerde vandaag al eerder dat het van belang is dat ik de eerste zinnen van interrupties nog even terugvertaal naar wat ik wel heb gezegd. Ik heb niet gezegd dat het niet kan; ik heb gezegd dat het tot extra kosten leidt. Dat hypotheken in België goedkoper lijken, is hier vaker ter sprake gekomen. In België worden veel lagere hypotheken verstrekt dan in Nederland, over het algemeen tot 80% van de executiewaarde. Naarmate de hypotheek lager is in relatie tot de waarde van het huis, daalt de marge op die hypotheken. Maar dat is echt een heel ander effect dan het effect van de boeterente. Ik blijf de motie dus ontraden, want ik vind haar echt schadelijk voor de consument.

De heer Madlener (PVV):

Maar dat laatste blijkt ook niet het geval te zijn. Zelfs een hypotheek die wat lager is, is nog steeds goedkoper in België. Het klopt niet wat de minister zegt. Ik vraag hem dan ook om op zijn minst onderzoek hiernaar te doen, want het kan natuurlijk niet zo zijn dat een door Nederlanders geredde bank in België veel gunstiger hypotheken aanbiedt dan voor Nederlanders. Ik vind dat de minister zich hier echt te gemakkelijk van af maakt. Het zou een enorme winst zijn voor Nederlandse huizenbezitters als de Belgische regels ook in Nederland zouden gelden.

Minister Blok:

De heer Madlener sprak over lagere hypotheken in België, maar het gaat er juist om dat in België lagere hypotheken worden verstrekt met een lagere loan to value. Mevrouw Schouten wees er terecht op dat op haar verzoek mijn collega van Financiën dat onderzoek heeft gedaan. Daarin is ook op deze effecten gewezen. Nogmaals, per saldo vind ik het schadelijk voor de consument. Het beperkt de keuzevrijheid of het jaagt de prijs omhoog.

In de motie op stuk nr. 22 verzoekt de heer Madlener de regering de huurstijging voor niet-geliberaliseerde huurwoningen te maximeren op inflatieniveau. Dat is nog lager dan in het akkoord tussen Aedes en de Woonbond staat. Dat tast ook zeer de investeringscapaciteit van woningcorporaties aan. Ik moet deze motie dus ontraden.

Ik kan in reactie op de heer Koolmees bevestigen dat ik bij de evaluatie van de verhuurdersheffing ook in zal gaan op de uitwerking van de heffing in de gezondheidszorg, specifiek de ggz.

De heer Koolmees vroeg opnieuw naar de effecten van de pensioenpremie. Ik wil echt eerst de openbare stukken daarover afwachten voordat wij gaan speculeren over wat er gebeurt met de premie en wat de effecten kunnen zijn.

De heer Koolmees en mevrouw Schouten hebben een motie ingediend op stuk nr. 23, waarin de regering wordt verzocht om de regelgeving zo te wijzigen dat bij een hypotheekaanvraag de actuele hoogte van de studieschuld wordt meegewogen. Ik heb aangegeven dat de regelgeving daarin voorziet. Als een studieschuld niet lang meer loopt, verandert het maandbedrag weliswaar niet, maar kan een hypotheekverstrekker er wel rekening mee houden dat de schuld nog maar een overzienbare periode loopt. Tegen die achtergrond zie ik niet welke regel er nu nog aangepast zou moeten worden. Derhalve moet ik de motie ontraden.

In zijn motie op stuk nr. 24 verzoekt de heer Koolmees het kabinet om goedkopere varianten uit te werken van de verbouw van het Binnenhof. De heer Koolmees gaf gelukkig direct aan dat hij eerst de technische briefing af wil wachten. Dat waardeer ik zeer omdat ik daarna graag de specifieke vragen die dan nog overblijven, van de Kamer ontvang en zal beantwoorden.

Mevrouw Schouten vraagt de regering in haar motie op stuk nr. 25 op meerdere plaatsen in het land kleinschalige azc's te creëren, waar statushouders indien noodzakelijk langer kunnen verblijven. Ik stel mevrouw Schouten voor dat ik collega Dijkhoff vraag hier eerst een brief over te sturen, want ik kan de voors en tegens van haar vraag niet goed inschatten. Ik kan ook niet inschatten of er in grote mate kleine locaties gesloten zijn. Als ik mag afspreken dat er eerst een brief komt over de stand van zaken, dan vraag ik mevrouw Schouten deze motie aan te houden totdat die brief er is, en die zo nodig ook te bespreken met collega Dijkhoff.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik ga daar een beetje tussenin zitten. Die brief is prima. Dat lijkt me goed. Dan wil ik die echter wel voor de stemmingen hebben, zodat we deze motie eventueel toch in stemming kunnen brengen. Daarom zou ik de brief graag voor dinsdag ontvangen.

De voorzitter:

De stemmingen staan inderdaad voor dinsdag gepland.

Minister Blok:

De agenda van collega Dijkhoff laat weinig ruimte, maar ik zal hem vragen dit te doen.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 26 over energiebesparing. Daarin wordt de regering verzocht te onderzoeken hoe de transformatie van de volledige bestaande voorraad sociale huurwoningen naar nul-op-de-meterwoningen wettelijk kan worden verankerd met als einddatum van deze transformatie het jaar 2035, bijvoorbeeld door te verplichten jaarlijks gemiddeld 5% en minimaal 3% van de woningvoorraad naar nul-op-de-meterwoningen te transformeren. Deze motie sorteert ontzettend voor en heeft heel grote consequenties. Dit legt een heel grote financiële verplichting op aan woningcorporaties. Zij loopt bovendien ook nog eens vooruit op de evaluatie van het energieakkoord. Met name het feit dat de motie al helemaal aangeeft welke kant er op gewerkt moet worden, brengt mij ertoe deze motie te ontraden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als de minister de motie goed leest, ziet hij dat er staat "te onderzoeken hoe". Om nu al te constateren dat hier allerlei onoverkomelijke financiële consequenties uit voortvloeien, lijkt mij wat prematuur. De vraag is puur: is de minister bereid te bekijken wat de mogelijkheden dan wel de onmogelijkheden zijn.

Minister Blok:

Na het "te onderzoeken hoe" volgt een lange alinea die ik net heb voorgelezen. De tekst is zeer verplichtend en het voorstel is daardoor financieel zeer ingrijpend. Dit doorkruist de systematiek van de Woningwet om in lokale afspraken te laten bepalen waar financiële ruimte aan wordt besteed. In deze motie wordt naar mijn mening veel te veel voorgesorteerd. Daarom blijf ik bij ontraden.

In de motie op stuk nr. 27 van mevrouw Schouten wordt de regering verzocht te regelen dat tijdelijke mantelzorgwoningen niet worden meegenomen in de WOZ-waardering. Ik doe mevrouw Schouten een vergelijkbaar verzoek als bij de vraag over het azc. De WOZ valt onder de minister van Financiën. Kan zij ermee instemmen dat hij eerst een brief over de consequenties van dit verzoek aan de Kamer stuurt en dat de motie daarna in stemming wordt gebracht? Ik kan dit niet helemaal overzien.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Schouten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het is prima dat er een brief komt, maar ook hier het verzoek of de Kamer die voor dinsdag kan ontvangen zodat wij over deze motie kunnen stemmen.

Minister Blok:

Ook dat verzoek zal ik overbrengen, maar ik kan niet voorspellen of dit lukt. Dit is een veelomvattend verzoek. Ik praat nu over het werk van een collega en zijn ambtenaren. Ik hoop dat het lukt. Ik probeer te helpen, maar dit is niet mijn portefeuille. Het zou niet zuiver zijn als ik hier uitspraken doe over een terrein waar ik niet rechtstreeks over ga.

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik heb een kort punt van orde. Mevrouw Schouten heeft een paar keer gevraagd: wat is nu het oordeel van de minister indien … Wij horen hier over brieven die wel of niet aan de Kamer worden gestuurd voor de stemmingen. Blijkbaar worden deze moties niet ingetrokken of aangehouden. Daarom krijg ik graag het oordeel van de minister op dit moment, want zo kan ik er niets mee.

Minister Blok:

Dan kom ik weer bij de algemene formulering die ik eerder uitsprak. Als ik tijd vraag om te overleggen of omdat ik een collega de gelegenheid wil geven eerst inhoudelijk te reageren omdat het zijn beleidsterrein is, en die gelegenheid is er niet, dan moet ik de motie ontraden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is voor mij een aangelegen punt; dat geldt overigens ook voor die andere motie. Ik snap dat de minister wat meer moet uitzoeken, maar ik wil graag de druk op het proces houden. Dat is ook mijn belang. Ik hoop dat de minister ervoor kan zorgen dat zijn collega van Financiën dit voor dinsdag aan de Kamer kan sturen. Zo niet, dan zal ik volgende week dinsdag bekijken wat ik met de motie doe. Ik wil echter wel graag de druk erop houden.

Minister Blok:

Als dat in redelijkheid kan, graag, want ik heb ook geen belang bij uitstel. Ik begrijp ook heel goed waarom mevrouw Schouten de vraag stelt.

In de motie op stuk nr. 28 van mevrouw Voortman wordt de regering verzocht in overleg met de VNG en het COA te onderzoeken of een taakstelling op regionaal in plaats van gemeentelijk niveau haalbaar is voor gemeenten. Ik ben een beetje verrast over deze motie. Ik heb expliciet gezegd dat ik dit heb besproken met de VNG. Als ik dezelfde vraag nog een keer stel, krijg ik waarschijnlijk hetzelfde antwoord. Ik begrijp niet hoe ik mevrouw Voortman gelukkig kan maken. De VNG heeft duidelijk laten weten dat zij hier geen behoefte aan heeft.

De voorzitter:

Mevrouw Voortman wil hierover nog iets zeggen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik wil het wel uitleggen. Ik heb mijn voorstel juist aangepast naar aanleiding van de reactie van de minister. Ik vroeg of je niet zou moeten zeggen: in sommige gemeenten niet en in andere gemeenten meer. Naar aanleiding van de reactie van de minister heb ik navraag gedaan bij de VNG en zij opperde: zou je niet beter een taakstelling op regionaal niveau kunnen voorstellen, want daar zijn wij wel mee geholpen. Daarom heb ik het op deze manier gedaan; dus naar aanleiding van contacten met de VNG.

Minister Blok:

Ik geloof mevrouw Voortman op haar woord als zij zegt dat dit de mening is van de VNG. Ik had het dan wel handig gevonden als ik dat ook had gehoord in het overleg. Ik zal dit meenemen in het overleg dat ik nog zal voeren. Ik laat deze motie aan het oordeel van de Kamer.

In de motie op stuk nr. 29 verzoekt mevrouw Voortman de regering om "een Actieplan Nieuwkomers / Herstarters op de Woningmarkt te ontwikkelen en uit te voeren, leidend tot (ver)bouw van nieuwe kleine betaalbare woningen, te ontwikkelen en hierbij gemeenten, corporaties en opvangzorginstellingen te betrekken". Ik vind dit onlogisch tegen de achtergrond van de Woningwet. Nogmaals, dit werd Kamerbreed gesteund. Er werd Kamerbreed gezegd dat de behoefte en het type woning lokaal kunnen worden ingeschat, evenals waarvoor de financiële capaciteit moet worden ingezet. Dat was mijn reactie op ieder verzoek aan mij om nu alweer, minder dan een halfjaar na de aanname van de wet, landelijke regie en actieplannen te gaan organiseren. Dergelijke moties moet ik dus ontraden. Die wet is niet met slechts een meerderheid van één stem aangenomen, maar echt breed. Ik waardeer dat ook. Dat is echt een hoeksteen van de wet.

In de motie op stuk nr. 30 vraagt mevrouw Voortman om zelf panden te transformeren. Zo ligt de motie niet op mijn stapeltje, maar zo komt het verzoek wel uit mijn geheugen. In dat geval is het een ongedekte motie, want we hebben geen budget om zelf panden tot woonruimte te verbouwen. Dat doen we ook nooit, omdat we dan gaan optreden op een markt waarop andere aanbieders opereren. Ik heb al eerder aangegeven dat ik bij ongedekte moties met het oordeel "ontraden" kom. Ik heb de motie inmiddels ontvangen en inderdaad staat er het verzoek aan de regering in om voor die transformatie te zorgen.

In de motie op stuk nr. 31 wordt de regering verzocht om "te komen met een extra pakket aan maatregelen om ervoor te zorgen dat de afspraken met betrekking tot energiebesparing in de gebouwde omgeving uit het Energieakkoord worden nageleefd". Ook deze motie sorteert voor op al dan niet juiste uitgelekte stukken. Ze sorteert ook voor op de evaluatie van het energieakkoord. Om die reden moet ik die motie ontraden.

De heer Krol stelde mij nog de vraag of een leeftijdsgrens bij schenkingen discriminerend is. Je moet ook bij belastingwetgeving uitgaan van economisme; ik kan dat ook niet helpen. Je moet incalculeren of er routes kunnen ontstaan om belastingen, bijvoorbeeld successierechten, te ontwijken. We gaan allemaal een keer dood, maar op een bepaald moment krijgen we het gevoel dat het echt dicht in de buurt komt. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat mensen op dat moment bewust routes gaan gebruiken om de successierechten te ontwijken. Vandaar dat zo'n schenkingsmogelijkheid, die overigens een groot goed is, wel in de tijd wordt ingeperkt. Daarom is deze niet discriminerend.

De heer Krol (50PLUS):

Het gaat in dit geval om zo'n jonge leeftijd — ik wijs op de leeftijd van de minister zelf — dat het misschien toch wel verstandig zou zijn als hij daar nog eens met zijn collega van Financiën over zou praten. Ik denk namelijk dat er nu toch wel heel veel mensen buiten de boot vallen.

Minister Blok:

Met dank voor de complimenten over mijn jonge leeftijd, antwoord ik toch weer dat ik de afweging logisch vind. De risico's op — om de term maar te blijven hanteren — economistisch gebruik afwegend, vind ik de afbakening van 40 jaar voor schenkingen aan kinderen en verwanten logisch.

De heer Krol diende een drietal moties in. In zijn motie op stuk nr. 31 verzoekt hij de regering "te onderzoeken hoe deze wooncomplexen als aparte categorie woningen kan worden geregistreerd". Ik heb al aangegeven dat ik en mijn ambtenaren hier al uitgebreid over hebben nagedacht, omdat dit verzoek al eerder is gedaan en van verschillende kanten is gekomen. Alles afwegende zijn we tot de conclusie gekomen dat dit echt onuitvoerbaar is. Om die reden moet ik deze motie ontraden.

In de motie op stuk nr. 32 verzoekt de heer Krol de regering om "het plaatsen van een rookmelder ook in woningen gebouwd voor 2003 verplicht te stellen". Ik had de heer Krol gevraagd te wachten tot ik kom met een rapport over brandveiligheid en mijn reactie daarop, maar hij dient deze motie nu al in. Dat brengt mij tot het verzoek om de motie aan te houden tot het rapport er is. Anders ontraad ik de motie nu.

In de motie op stuk nr. 33 wordt de regering verzocht na ommekomst van de slotrapportage van het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen met voortvarendheid de regie te nemen teneinde dit tekort op de kortst mogelijke termijn aan te pakken, bijvoorbeeld aan de hand van een landelijk actieplan ouderenhuisvesting. Mijn probleem zit in de overweging van het tekort, die ook in het dictum staat. Ik wil echt nog een keer van het aanjaagteam horen wat de precieze situatie is. Wij hebben hier al vaak geconstateerd dat er wordt gesproken over tekorten en wachtlijsten maar dat de onderbouwing niet altijd even sterk is. Met de rest van de motie heb ik niet zo veel moeite, want natuurlijk gaan collega Van Rijn en ik na ommekomst van het rapport van het aanjaagteam de regie nemen over de verdere implementatie. Maar de harde stelling dat er een tekort is voordat het rapport er is, leidt, vrees ik, alweer tot mijn verzoek om de motie aan te houden tot het rapport er is.

De heer Krol (50PLUS):

Ik ga de minister helpen en de motie wijzigen in: "overwegende dat er behoefte is aan geschikte woningen".

Minister Blok:

Dan kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:

De motie-Krol (34300-XVIII, nr. 33) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er behoefte is aan geschikte woningen voor ouderen;

overwegende dat dit probleem onder meer door het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen zal toenemen;

overwegende dat dit een landelijk probleem is, dat landelijke aansturing behoeft;

overwegende dat het Aanjaagteam Langer Zelfstandig Wonen eind 2015 een slotrapportage oplevert;

verzoekt de regering, na ommekomst van deze slotrapportage met voortvarendheid de regie te nemen, teneinde dit tekort op de kortst mogelijke termijn aan te pakken, bijvoorbeeld aan de hand van een landelijk actieplan ouderenhuisvesting,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37, was nr. 33 (34300-XVIII).

Deze gewijzigde motie wordt dus "oordeel Kamer".

Minister Blok:

Ik kom nu toe aan de inbreng van de heer Van Vliet. Ik heb hem inderdaad tekort gedaan door niet in te gaan op zijn uitgebreide analyse van de enquête. Dat zal ik graag schriftelijk doen, want ik heb haar wel gelezen en vond het een mooi overzicht, dat overigens laat zien dat er al heel veel geregeld is of op korte termijn nog naar de Kamer komt.

De heer Van Vliet vroeg ook naar de werking van de Autoriteit woningcorporaties. Hij had het over een afvinkcultuur. Allereerst zullen de heer Van Vliet en ik het met elkaar eens zijn dat er in het enquêterapport kritiek was op het functioneren van de toezichthouder, toen nog het Centraal Fonds, dat we sindsdien wel verbeteringen hebben gezien, maar dat het zoals het ging in ieder geval niet goed was. Hoewel er dezelfde mensen werken onder een andere ophanging, moet een nieuwe toezichthouder in zijn nieuwe rol, die veel uitgebreider is, de vorm natuurlijk pakken. Ik monitor dat en vind het ook van belang om van de ondertoezichtgestelden te horen wat hun ervaring is. Het feit dat de ondertoezichtgestelde — ik kan geen mooiere term gebruiken — woningcorporaties en ondertoezichtgestelden in bredere zin vinden dat een toezichthouder veel vraagt en kritisch is, is voor mij nog niet meteen een reden om ongerust te zijn, want daarvoor hebben we het toezicht. Maar ik zeg de heer Van Vliet wel toe dat ik ook met de woningcorporaties in overleg zal blijven over hoe dat toezicht uitpakt.

De heer Van Vliet heeft twee moties ingediend. Zijn motie op stuk nr. 34 gaat over de doorstroming. Daarin wordt verzocht om in de wet doorstroming, die dit najaar komt, de inkomenstoets niet eens in de vijf maar eens in de twee jaar toe te passen. Het zal de heer Van Vliet niet geheel verrassen dat ik ook hierop reageer met het verzoek de motie aan te houden totdat die wet bij de Kamer ligt. De Kamer heeft dan overigens ook het recht van amendement. Dat is het moment om alle voors en tegens tegen elkaar af te wegen.

De heer Van Vliet (Van Vliet):

En als ik het dictum wijzig in: "verzoekt de regering, waar mogelijk een kortere termijn voor de inkomenstoets te hanteren"? Dan pin ik het niet vast op twee jaar.

Minister Blok:

Ik ben in een soepele bui, dus dan laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie wordt aangepast en daarmee is het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie-Van Vliet/Ronnes (34300-XVIII, nr. 34) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat scheefwonen in sociale huurwoningen aangepakt kan worden door een passend huurbeleid dat onder andere gebaseerd is op jaarlijkse huurverhogingen boven op de inflatie voor hogere inkomens;

overwegende dat het recente huurakkoord tot lagere huurverhogingen leidt dan in eerdere plannen en dat doorstroming van scheefwoners hierdoor weer onder druk kan komen;

overwegende dat de minister de doorstroming wil monitoren door een vijfjaarlijkse inkomenstoets;

overwegende dat vijf jaar wel erg lang is om doorstroming te bevorderen;

verzoekt de regering om waar mogelijk de genoemde inkomenstoets eens in de twee jaar toe te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38, was nr. 34 (34300-XVII).

Minister Blok:

Dan kom ik op de laatste motie van de heer Van Vliet en dat is de motie op stuk nr. 35 waarin de regering wordt verzocht experimenten in krimpgebieden mogelijk te maken door tijdelijke verhuur van extra aangekochte leegstaande panden vrij te stellen van de verhuurderheffing. Ik heb al aangegeven dat ik alle wijzingen in de verhuurderheffing echt mee wil nemen in de evaluatie die komend jaar al plaats gaat vinden. Dus op dit moment moet ik de motie ontraden.

Voorzitter. Hiermee hoop ik op de resterende vragen en de moties voldoende gereageerd te hebben.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb even gewacht totdat de minister helemaal klaar was met zijn antwoord. Als advies op de motie op stuk nr. 15 heeft de miniser gezegd dat hij eerst de gesprekken wil afwachten met de gemeenten, Aedes en andere partijen. Kan hij een indicatie geven van hoe lang hij daarvoor denkt nodig te hebben?

Minister Blok:

Dat betreft de motie over de indicatieve taakstelling. Ik heb aangegeven dat ik op korte termijn overleg heb. Omdat de vragen een aantal juridische en financiële consequenties hebben, zou ik daar de komende maand op willen regeren. Dus dat is in november.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Dus ik kan over een maand een brief van u verwachten?

Minister Blok:

In november in ieder geval. Nogmaals, het heeft financiële en juridische consequenties.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ja, maar mijn motie gaat uit van een behoorlijke urgentie.

Minister Blok:

Zeker, maar ik hoop dat de heer De Vries heeft waargenomen dat alle maatregelen die mijn collega's of ik snel konden nemen, ook snel genomen zijn. Aangezien er ten aanzien van deze motie en de andere moties waarover ik hetzelfde oordeel heb gegeven, sprake is van juridische en financiële consequenties en ik overigens ook fatsoenlijk overleg wil voeren met degenen die dit uit moeten voeren, zou ik daar graag in november bij de Kamer op terug willen komen.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister en de collega's voor de inbreng. De stemmingen staan gepland voor aanstaande dinsdag.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.