13 Grondstoffen en afval

Aan de orde is het VAO Grondstoffen en afval (AO d.d. 25/6). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. De staatssecretaris toont ambitie om verder te komen met zaken zoals duurzaam inkopen, zwerfafval en elektronisch afval. En dat siert haar, maar uiteindelijk gaat het niet alleen om de woorden maar ook om de daden. We zien nog veel kansen die we nog beter kunnen benutten. We willen graag een paar zaken vastleggen om, ter ondersteuning van de staatssecretaris, tempo en urgentie vast te houden. Allereerst heb ik de volgende vraag aan de staatssecretaris. Kan zij toezeggen dat zij voordat de ministeriële regeling met de hoogst haalbare doelen voor het verpakkende bedrijfsleven wordt vastgesteld, deze zal voorleggen aan de Kamer zodat we betrokken blijven bij het debat over de hoogst haalbare doelen die zo'n cruciaal element vormen in de overeenkomst met het verpakkende bedrijfsleven? 

Dan elektronisch afval. Er is net een rapport verschenen waaruit helaas blijkt dat Nederland in de middenmoot zit en dat we dus echt nog een heleboel te halen hebben. Tegelijkertijd zijn er bedrijven die aangeven de deadline niet te halen. Ze zeggen dat dit voor een deel komt omdat het ingewikkelder is dan ze dachten en dat het voor een deel komt door de te hoge kosten. Met dat eerste heb ik wel enige sympathie, maar dat tweede is eigenlijk geen argument. Wat betreft dat eerste zou ik toch wel iets willen doen en vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat een groot deel van de bedrijven gespecialiseerd in verwerking van elektronische apparatuur de deadline voor certificering van 1 juli jl. niet gehaald heeft; 

overwegende dat er nu geen sprake is van een dekkende infrastructuur voor gecertificeerde bewerking van e-waste; 

verzoekt de regering, de bedrijven die voor 1 juli jl. reeds in de procedure richting certificering zaten, deze procedure voor 31 december 2015 af te laten ronden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 187 (30872). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dan heb ik nog een motie over zwerfafval. Het is van belang dat ook individuen gebruik kunnen maken van de retourpremie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het verpakkende bedrijfsleven en gemeenten spoedig met een plan van aanpak komen voor vermindering van zwerfafval; 

constaterende dat een retourpremie voor kleine plastic flesjes en blikjes voor scholen, sportverenigingen en andere goede doelen tot de opties behoort; 

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat een retourpremie voor individuen eveneens onderdeel uitmaakt van de proef die in 2016 van start gaat, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 188 (30872). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Tot slot wil ik het volgende zeggen. Ik heb op Spitsbergen ook weer kunnen zien welk afschuwelijk effect zwerfafval soms heeft, ook in de zee. Wij moeten ons met elkaar echt hard maken voor dit punt. Ik weet dat dit onderwerp breed leeft in de Kamer. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende twee moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat Nederland het enige land is waar het statiegeldsysteem niet wettelijk geborgd is; 

verzoekt de regering om in een dergelijke wettelijke borging te voorzien door middel van een ministeriële regeling onder het Verpakkingenbesluit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 189 (30872). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het draagvlak voor statiegeldsystemen aanzienlijk toeneemt zodra supermarkten een vergoeding ontvangen voor het in ontvangst nemen van statiegeldverpakkingen; 

verzoekt de regering om het draagvlak voor statiegeldsystemen te vergroten en te onderzoeken of bijvoorbeeld het toekennen van vergoedingen of een precycling premium daaraan kan bijdragen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 190 (30872). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dien de volgende drie moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de heffing op niet-statiegeldflessen uitsluitend geldt voor bedrijven die meer dan 50 ton verpakkingen op de markt brengen, waardoor het mogelijk is per bedrijf ruim een miljoen grote petflessen zonder statiegeld op de markt te brengen; 

verzoekt de regering, paragraaf 6 van het Besluit beheer verpakkingen 2014 zo spoedig mogelijk van kracht te laten worden met een ministeriële regeling die verplicht tot een statiegeld van €0,25 op plastic flessen voor frisdrank en water van 1 liter of meer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 191 (30872). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de milieueffectanalyse van de Raamovereenkomst Verpakkingen uitbreiding van statiegeld met kleine petflesjes niet is doorgerekend conform de aangenomen motie-Dik-Faber (30872, nr. 179); 

overwegende dat het gepresenteerde alternatief middels de retourpremie zou moeten leiden tot een vergelijkbare reductie van het zwerfafval en een vergelijkbare verbetering van recycling als uitbreiding van het statiegeld; 

verzoekt de regering, als doel voor de retourpremie te stellen dat deze moet leiden tot 85% retourname van kleine petflesjes en een milieueffectanalyse te doen met inbegrip van de gevolgen voor het zwerfafval, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 192 (30872). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat slechts een handvol milieustraten goed geoutilleerd is en daarom restafval naar de AVI (afvalverbrandingsinstallatie) mag afvoeren; 

constaterende dat desondanks veel milieustraten afvoeren naar AVI's en dat zelfs uit de restfractie van goed geoutilleerde milieustraten nog tot 35% recyclebare grondstoffen te halen is; 

verzoekt de regering, het Activiteitenbesluit en het Landelijk afvalbeheerplan zodanig te wijzigen dat de restfractie van milieustraten standaard naar sorteerinstallaties moet worden afgevoerd, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 193 (30872). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik heb een vraag over de laatste motie. Ik wil graag weten wat dit gaat kosten. Heeft de ChristenUnie daar zicht op? 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik denk dat het vooral heel veel gaat opleveren. Het gaat namelijk milieuwinst opleveren. Dat vind ik ontzettend belangrijk. Op dit moment verdwijnt er ontzettend veel restafval in de AVI's. Gemeenten proberen hun werk in de sorteerstraten zo goed mogelijk te doen, maar toch is er nog milieuwinst te halen. Daarom stel ik in deze motie voor om een aantal besluiten zodanig te wijzigen dat de restfractie van milieustraten standaard naar sorteerinstallaties moet worden afgevoerd. Volgens mij maakt dat de handhaving ook een stuk makkelijker. Ik zie dus niet vooral kosten, maar vooral opbrengsten. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Mevrouw Dik-Faber zegt "ik denk" en "ik zie", maar ik zou graag bewijzen hebben voordat we dit soort dingen aannemen. Als je niet weet wat de gevolgen zijn, of die nu positief of negatief zijn, kun je er geen goed oordeel over vellen hier. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb geen vraag gehoord. Mijn fractie staat hier voor goede sortering en voor milieuwinst. Dat is wat deze motie beoogt. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. We hebben voor het zomerreces een uitvoerig debat gevoerd, dat met name ging over statiegeld. Het werd duidelijk dat pvc nog niet is uitgefaseerd uit verpakkingen in supermarkten. Dat is de reden waarom het statiegeld op de grotere flessen behouden blijft. 

Alle andere afspraken die we met het bedrijfsleven hadden gemaakt, zijn overigens wel gehaald. Daarvoor maken we onze complimenten. Toch willen we alsnog graag weten wanneer het pvc eruit is. Misschien kan de staatssecretaris daar nu nog op ingaan. 

Een ander belangrijk punt is dat ook bedrijven, gemeenten en andere partijen hebben gezegd dat ze niet stil gaan zitten maar wel verder willen, door ook met de kleine flesjes en blikjes te bekijken hoe ze nu op een goede manier het afval — ook het zwerfafval — verder kunnen reduceren. Daartoe is er nu in de samenleving een initiatief dat wij alle ruimte en alle kansen willen geven om zich dat goed te laten ontwikkelen. Wij willen dat niet vooraf al wordt gezegd: het wordt toch niks, we gaan andere wegen inslaan. Wat ons betreft krijg dit gewoon alle kans. 

We horen ook van ondernemers die bezig zijn met recycling, met name van kunststoffen, dat verder hergebruik van die kuststoffen ook in Europees verband wordt gestimuleerd. Misschien kan ook de staatssecretaris er nog verder op ingaan hoe zij daar tegenaan kijkt en welke oplossingsmogelijkheden zij ziet. Daarmee kun je hergebruik ook enorm stimuleren. 

We hebben een toezegging van de staatssecretaris gekregen over het hergebruik van houten pallets. Wij zijn voor duurzaam hergebruik daarvan, maar dan moeten er wel nieuwe en realistische doelen komen. Gelukkig heeft de staatssecretaris dat ook ingezien en heeft zij ook gezegd in gesprek te gaan met de sector hoe men dit beter kan doen, want anders eindigen pallets gewoon als biomassa in de verbrandingsovens, terwijl wij liever hebben dat zij worden hergebruikt. 

Wij zullen nog een motie steunen van de PvdA-fractie, die zo zal worden ingediend. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ongewenst reclamedrukwerk brengt grote milieudruk met zich mee. Veel mensen hoeven dat niet. Wij denken dat het goed is om die mensen daar ook bij te helpen door actief nee/nee-stickers te verspreiden en door ook een einde te maken aan de sluiproute die bedrijven helaas vaak gebruiken door reclamepost te sturen en daar dan doodleuk op te schrijven: "Aan de bewoners van dit adres". Dan zou die post ineens wel geadresseerd zijn. De Partij voor de Dieren wil de staatssecretaris vragen om in actie te komen. Daartoe dienen wij twee moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat jaarlijks 34 kilo ongeadresseerd reclamedrukwerk per huishouden wordt verspreid, wat een grote milieudruk met zich meebrengt; 

constaterende dat voor reclamedrukwerk en huis-aan-huisbladen nog altijd een opt-outsysteem geldt, waarbij burgers het drukwerk automatisch in hun brievenbus krijgen tenzij zij zelf actie ondernemen; 

constaterende dat een opt-outsysteem minder effectief is in het bestrijden van ongevraagde reclame dan een opt-insysteem, waarbij burgers geen drukwerk ontvangen tenzij zij kenbaar maken dit juist wél te willen; 

overwegende dat de keuze van de overheid voor een opt-outsysteem een grotere betrokkenheid van gemeenten vraagt om de ongewenste verspreiding van reclamedrukwerk terug te dringen, onder meer door de opt-out actief te faciliteren; 

verzoekt de regering, in overleg te treden met gemeenten om het gebruik van nee/nee-stickers beter te faciliteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 194 (30872). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bedrijven en organisaties geen ongeadresseerd reclamedrukwerk mogen laten bezorgen bij mensen met een nee/nee-sticker op de brievenbus; 

constaterende dat bedrijven en organisaties deze afspraak omzeilen door reclamedrukwerk quasi te adresseren door "aan de bewoners van" op de reclame te drukken; 

verzoekt de regering, te bezien hoe de sluiproute van de quasi-adressering bij reclamedrukwerk kan worden aangepakt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 195 (30872). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het klinkt allemaal sympathiek maar hoe voorkomt de fractie van mevrouw Ouwehand onnodige rompslomp? Je moet eerst uitzoeken wie al zo'n sticker op zijn deur heeft. Dat brengt extra lasten met zich. Hoe ziet de Partij voor de Dieren dat? 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens mij is dat niet zo heel erg ingewikkeld. Ik ken veel mensen die zich, net als ik, grote zorgen maken over het milieu, ook mensen die druk zijn en een baan hebben. Die moeten dan ook nog eens naar de gemeentewerf fietsen om een nee-neesticker op te halen. Dat kost gewoon tijd. Het komt er vaak niet van, terwijl je regelmatig denkt: dat moet ik even doen. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris aan gemeenten vraagt om een keer per jaar of een keer in de twee jaar bij mensen die nog geen sticker op de deur hebben zo'n sticker in de brievenbus te doen. Als de post wordt bezorgd, kan de bezorger snel zien of er al of geen sticker op de deur zit. Mensen die zo'n sticker best op de deur willen maar daar gewoon niet aan toekomen, kunnen dan eenmalig worden geholpen. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het lijkt mij toch wel bewerkelijk. Nogal wat mensen moeten ermee aan de slag. Misschien dat er nog kan worden gekeken naar andere mogelijkheden die wat gemakkelijker uitvoerbaar zijn. Misschien kan iets dergelijks op een website worden aangeklikt. Dat lijkt mij praktischer en dan kost het ook minder geld dan de variant die mevrouw Ouwehand voorstelt. Anders mag er ook wel financiering bij, want dit gaat geld kosten. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik deel die zorgen niet. Ik ben het zeer met mevrouw Mulder eens dat een opt-insysteem het allerbeste is. Je krijgt geen reclamedrukwerk, tenzij je er zelf om vraagt. De staatssecretaris heeft in het AO echter laten weten daar niet voor te voelen, maar we kunnen wel samen kijken naar mogelijkheden om het bestaande systeem zo goed mogelijk te laten aansluiten bij onze milieudoelen. Gemeenten verspreiden heel regelmatig informatie. In die stroom kan het gewoon mee. Ik vertrouw erop dat de staatssecretaris op een creatieve manier met de gemeente in overleg treedt om dit punt mee te nemen in de gemeentelijke informatievoorziening, die toch al loopt. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Er worden mij woorden in de mond gelegd, in die zin dat ik voor een bepaald systeem zou zijn, maar dat is niet het geval. Dat wil ik even rechtzetten. 

De voorzitter:

Dat is bij dezen gebeurd. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Dat was het. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Het is mij een genoegen om deze staatssecretaris weer te zien op onze eerste werkdag. Het is een beetje een schizofreen dagje. Het Rijk kondigt aan dat het in beroep gaat tegen de Urgendazaak, terwijl er tegelijkertijd duurzame koffertjes in ontvangst worden genomen, maar daar gaat dit VAO niet over. Ik heb een motie die betrekking heeft op de afvalverwerkingscapaciteit. Daar hebben wij tijdens het AO over gesproken. De motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat een circulaire economie weinig restafval kent; 

overwegende dat de gedachte achter het rijksprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) is om restafval tot een minimum terug te brengen; 

constaterende dat uit een recente proef met vrijwilligers bleek dat de hoeveelheid restafval met minstens 80% kan worden teruggebracht; 

constaterende dat afvalverwerkingsinstallaties in toenemende mate draaien op afval van buiten Nederland; 

van mening dat dit laatste een tijdelijke situatie betreft om kapitaalvernietiging in de verwerkingsbranche tegen te gaan; 

verzoekt de regering, de komende jaren toe te werken naar een situatie waarbij de verwerkingscapaciteit voor afval een reflectie is van de ontwikkeling van het binnenlandse aanbod, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 196 (30872). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

De heer Smaling weet toch dat we in Europa zijn en dat we één interne markt hebben, dus ook één afvalmarkt? Is het dan niet handig om onze zegeningen te tellen en om capaciteit die er ergens is, ook te benutten? 

De heer Smaling (SP):

De laatste jaren werd de capaciteit in Nederland voor een behoorlijk groot en groeiend deel benut door buitenlands afval. Ik heb daar ook schriftelijke vragen over gesteld een paar maanden geleden. Dat begrijp ik, want je hebt de capaciteit, dan is het zonde om die niet te benutten, alleen bestaat dan wel de neiging dat het de verkeerde kant op gaat. In Delfzijl is weer een uitbreiding op til. De heer Dijkstra en ik zijn, denk ik, allebei voorstander van het toewerken naar een circulaire economie, het liefst op Europese schaal of zelfs op wereldschaal. Ik denk dat er een verkeerd signaal van uitgaat als wij de uitbreiding van de verwerkingscapaciteit op z'n beloop laten, terwijl we met z'n allen juist willen dat er minder restafval is. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Uitbreiden of niet is toch een kwestie van marktwerking? De heer Smaling zal het toch met mij eens zijn dat het beter is om het hier te verbranden, nadat men er eventueel eerst nog grondstoffen uit heeft gewonnen, en restwarmte te verkrijgen, dan het te laten storten in Engeland? Verbranden en restwarmte is toch beter dan laten storten, of niet soms? 

De heer Smaling (SP):

Als je alles overlaat aan de marktwerking, dan zetten we geen stappen op het gebied van verduurzaming. Dat is punt één. Het tweede punt ben ik met de heer Dijkstra eens: storten is slechter dan verbranden op een redelijk geavanceerde manier. Ik zou ervoor pleiten dat ook Groot-Britannië tempo gaat maken in het afstappen van het storten en in de overstap op recyclen en op het überhaupt terugbrengen van de totale hoeveelheid afval. Ik vermoed dat dit ook speelt daar, maar ik het op dit moment niet. Dat is de insteek van deze motie. 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Voorzitter. Voor het reces hebben wij een uitvoerig debat gehad over het statiegeld. Het statiegeld blijft bestaan. De Partij van de Arbeid is blij dat de staatssecretaris aan de slag gaat met ons voorstel van een retourpremie. De Partij van de Arbeid wil ook meer werk maken van het voorkomen van zwerfafval. Daar past het plan van de retourpremie goed in, maar het mag wel wat breder worden ingezet dan alleen op kleine flesjes en blikjes. Dat is wat ons betreft een grote stap in de circulaire economie en op weg naar een duurzame samenleving. Ik heb nog een paar moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er in Nederland nog grote hoeveelheden grondstoffen kunnen worden gerecycled; 

overwegende dat het systeem van retourpremies veel breder getrokken kan worden en op die manier een grotere bijdrage kan leveren aan het hergebruiken van afval; 

verzoekt de regering, bij het plan van aanpak de mogelijkheden om retourpremies op andere materialen te verkennen, evenals de mogelijkheden om retourpremies ook voor individuen open te stellen, en de Kamer over de uitslagen van deze verkenningen te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cegerek en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 197 (30872). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat voor de invoering van de retourpremies er eerst een pilotonderzoek wordt uitgevoerd; 

constaterende dat er al eerder onderzoek is gedaan naar de reductie van kleine flesjes en blikjes in het zwerfafval in Nederland (Deelconvenant Zwerfafval, onderdeel van Convenant Verpakkingen III); 

constaterende dat door een niet-bruikbaar geachte nulmeting er geen conclusies getrokken konden worden op basis van dit onderzoek betreffende de effecten op kleine flesjes en blikjes; 

overwegende dat het kwalijk zou zijn als door gebrekkig onderzoek opnieuw jaren verspild worden zonder noemenswaardige conclusies; 

verzoekt de regering, een gedegen opzet van het onderzoek te waarborgen door onder andere te zorgen voor een wetenschappelijk verantwoorde bepaling van het onderzoekskader, een goede nulmeting en adequate monitoring, met een goedkeuringsverklaring van opzet, meetgegevens en conclusies door een onafhankelijke organisatie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cegerek en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 198 (30872). 

Mevrouw Cegerek, uw tijd is op. Wilt u uw motie heel snel voorlezen? 

Mevrouw Cegerek (PvdA):

Het is een heel korte motie, en mijn laatste. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het van belang is voor de circulaire economie om de gehele materiaalketen te verduurzamen; 

overwegende dat er verschillende mogelijkheden zijn om dit te stimuleren; 

verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om materiaalketens te verduurzamen en ketentransities te starten en de Kamer over de resultaten van dit onderzoek te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cegerek en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 199 (30872). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Wij hadden met elkaar een goed algemeen overleg over grondstoffen en afval. De volgende keer noemen wij het alleen maar "grondstoffen", zou mijn idee zijn. Ik ben positief over de toezegging van de staatssecretaris om te reageren op ons zespuntenplan om meer uit afval te halen. Op het moment dat je het stempeltje "afval" zet op iets wat afgedankt is, vormt dat namelijk soms een onheuse belemmering voor verdere verwerking. Dat komt enerzijds doordat wij nog niet helemaal een gelijk speelveld in Europa hebben. Het kan dus ook niet zo makkelijk over de grens. Daar willen wij voorstellen voor doen. Wij hebben die ook gedaan en zien graag de reactie van de staatssecretaris tegemoet. Als wij die grondstoffen weten te herwinnen en gebruiken, kan dat ook heel grote voordelen opleveren. De VVD is van mening dat alles wat een positieve economische waarde heeft, kansen moet krijgen in die circulaire keten. Ik wil die grondstoffen dus ook benutten. Dat betekent milieuwinst en dat betekent ook CO2-winst, zeker vandaag belangrijk. Het hergebruik van grondstoffen biedt ook kansen voor al onze ondernemers, die daar heel veel kennis van hebben. Ik vraag de staatssecretaris om in ieder geval dit jaar nog te reageren op mijn plan "Haal meer uit afval". Als dat niet in een algemeen overleg kan, mag het wat mij betreft ook schriftelijk. Dan kunnen wij het afdoen en weten wij waar wij staan. 

Ten slotte wil ik ingaan op de definitiekwestie omtrent hout. In de Raamovereenkomst Verpakkingen staan al die materialen, waaronder ook hout. Hout komt er niet zo goed uit. Dat ligt eigenlijk niet aan het hout zelf, maar aan het feit dat wij het product hergebruiken. Mevrouw Mulder noemde de pallets al, die wij gewoon als product hergebruiken en dus niet in de shredder gooien, versnipperen of wat dan ook. Wij doen op dat gebied dus weinig aan recycling, maar zorgen er gewoon voor dat die dingen opnieuw kunnen worden gebruikt. Die definitiekwestie belemmert de boel nu. Als daar aanpassingen nodig zijn, horen wij dat ook graag en kunnen die op onze steun rekenen. Nu komt hout namelijk ten onrechte in het verdomhoekje te zitten. Dat is eigenlijk onterecht. 

De vergadering wordt van 17.39 uur tot 17.45 uur geschorst. 

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Ik zal eerst de moties behandelen en daarna de vragen beantwoorden die zijn gesteld. 

De eerste motie, op stuk nr. 187, is ingediend door mevrouw Van Veldhoven. Daarin wordt de regering verzocht, de bedrijven die voor 1 juli jl. reeds in de procedure richting certificering zaten, deze procedure voor 31 december 2015 te laten afronden. 

De voorzitter:

Excuses, staatssecretaris. Ik moet nog melden dat mevrouw Van Veldhoven en mevrouw Van Tongeren hebben laten weten dat zij naar een ander debat moesten gaan. Zij hebben de plenaire zaal verlaten. 

Staatssecretaris Mansveld:

Er zijn per 1 juli voldoende gecertificeerde verwerkers. Zeker 15 bedrijven en 22 verwerkingsstromen zijn gecertificeerd. Zoals ook al vóór de certificering het geval was, bevindt circa de helft van deze bedrijven zich in België en Duitsland. Van de capaciteit die in Nederland beschikbaar is voor de verwerking van dit ingezamelde afval, is 95% gecertificeerd. 

In haar tweede motie, op stuk nr. 188, vraagt mevrouw Van Veldhoven de regering, er zorg voor te dragen dat een retourpremie voor individuen eveneens onderdeel uitmaakt van de proef die in 2016 van start gaat. Tijdens het AO heb ik gezegd dat ik het belangrijk vind dat er wordt bekeken of dat tot de mogelijkheden behoort. Opleggen heeft volgens mij echter geen zin. Volgens mij is het juist belangrijk dat de verpakkingsindustrie dat zelf oppakt. Daar moet men bekijken wat hiervoor handig is. Volgens mij is het wel goed dat de verpakkingsindustrie op voorhand niets uitsluit. Elke keer moet men bekijken of het kan. Ik wacht het plan van de deelnemende organisaties af en ik ontraad deze motie. 

In de motie op stuk nr. 189 verzoekt het lid Van Tongeren de regering, in een dergelijke wettelijke borging te voorzien door middel van een ministeriële regeling. Het huidige statiegeldsysteem voor grote petflessen is geborgd. We gaan nu experimenteren met kleine flesjes en met blikjes. Het in werking laten treden van statiegeldartikelen in het besluit laat hiervoor geen ruimte. Ik heb tijdens het AO van 25 juni in reactie op een vraag van mevrouw Van Tongeren toegezegd om de stichting Afvalfonds Verpakkingen te vragen om de afspraak van 2007 te herbevestigen dat men statiegeld niet zonder instemming van mij zal afschaffen. Dat heb ik inmiddels gedaan en de stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft dit herbevestigd. Ik zal de Kamer de brief van deze stichting samen met het plan van aanpak voor de retourpremie begin oktober aanbieden. Daarmee is er wat mij betreft geen aanleiding om statiegeld wettelijk te borgen. Ik ontraad dan ook deze motie. 

In de motie op stuk nr. 190 wordt de regering verzocht, het draagvlak voor statiegeldsystemen te vergroten. Ik ontraad deze motie. Door partijen worden nu retoursystemen ontworpen. Dat wachten we af. Ik zal deze suggestie echter in ieder geval wel doorgeven. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 191. Mijn administratie lijkt in de war te zijn, maar dat is niet zo. In die motie wordt de regering gevraagd, paragraaf 6 van het Besluit beheer verpakkingen 2014 zo spoedig mogelijk van kracht te laten worden met een ministeriële regeling die verplicht tot een statiegeld van €0,25 op plastic flessen voor frisdrank en water van een liter of meer. Ik heb net bij de motie op stuk nr. 189 eigenlijk al de motivatie genoemd waarom ik ook deze motie ontraad. 

De motie op stuk nr. 192 is ook van mevrouw Dik-Faber. Daarin vraagt zij de regering, als doel voor de retourpremie te stellen dat dit moet leiden tot 85% retourname. Aan de retoursystemen stellen we meerdere eisen. Het is wat mij betreft te eenzijdig om je daarbij alleen te richten op een percentage. Ook het gemak van de consument speelt mee. Verder worden de systeemkosten in de brief genoemd. Wel moeten we natuurlijk goed meten wat het effect is op de hoeveelheid zwerfafval. De motie zoals die nu is ingediend, ontraad ik echter. 

In de motie op stuk nr. 193 van het lid Dik-Faber wordt de regering verzocht, het Activiteitenbesluit en het Landelijk afvalbeheerplan zodanig te wijzigen dat de restfractie van milieustraten standaard naar sorteerinstallaties moet worden afgevoerd. Voor het reces heb ik de Kamer een onderzoek toegestuurd waaruit blijkt dat met betere scheiding bij milieustraten van meer afval grondstof kan worden gemaakt. In het Activiteitenbesluit is net een regeling opgenomen, gericht op bronscheiding, met daarin ook de optie nascheiden, maar dan onder voorwaarden. Ik richt me nu op het implementeren van deze regeling. Wat mij betreft, is verdere regelgeving niet nodig. Ik ontraad dan ook deze motie. 

In de motie op stuk nr. 194 van het lid Ouwehand wordt de regering verzocht, in overleg te treden met gemeenten om het gebruik van nee/nee-stickers beter te faciliteren. Het is niet voor het eerst dat ik deze motie voorbij zie komen. Ik zal daar een kort antwoord op geven: ik zie deze motie als ondersteuning van beleid, zodat ik haar aan het oordeel van de Kamer laat. 

In de motie op stuk nr. 195 van het lid Ouwehand wordt de regering verzocht, te bezien hoe de sluiproute van de quasi-adressering bij reclamedrukwerk kan worden aangepakt. Als ik deze motie zo mag interpreteren dat het een oproep is om met de gemeenten en BZK in gesprek te gaan, dan zie ik haar als ondersteuning van beleid. Als mevrouw Ouwehand van mij verwacht dat ik het aanpak, kan ik deze motie alleen ontraden. Want ik vind het heel belangrijk dat de maatregelen op de juiste plek genomen worden. Dat ik via deze motie gestimuleerd word om dat ook aan te kaarten bij partijen, daar heb ik geen probleem mee. Ik denk dat dat goed is. Maar op het moment dat er een resultaatverplichting aan te pas komt, ontraad ik de motie. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan leven met de interpretatie van de staatssecretaris. Ik voeg er natuurlijk aan toe: ik hoop dat het lukt. Ik zal geen namen noemen, maar een zichzelf duurzaam noemend warenhuis heeft deze sluiproute de afgelopen weken gebruikt. Iedereen met een nee/nee-sticker heeft gewoon de dikke catalogus op de deurmat gekregen, omdat daarop geprint was "Aan de bewoners van dit adres". Als we dat kunnen stoppen, wens ik de staatssecretaris veel succes. Ik kan leven met haar interpretatie. 

Staatssecretaris Mansveld:

Dat is een mooi antwoord. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

De staatssecretaris geeft eigenlijk twee interpretaties. Mevrouw Ouwehand is er als de kippen bij om de woorden van de staatssecretaris vriendelijk te bejegenen, zodat de motie in ieder geval oordeel Kamer blijft. Maar gaan we ambtelijke capaciteit inzetten voor dit soort dingen? Ik zie mevrouw Ouwehand al lachen, want er zit natuurlijk wat achter. Straks komt er geen drukwerk meer door de brievenbus. Gaan we daar capaciteit op zetten of is de motie een losse flodder? 

Staatssecretaris Mansveld:

Een resultaatverplichting kan ik niet bieden. Wat ik wel kan bieden, is in de overleggen met gemeenten dit onderwerp aan te snijden en aan te geven, welke motie daarover in de Kamer is ingediend en hoe daarop door het parlement is gereageerd. Ik vind het wel belangrijk dat ik in de reguliere overleggen tussen mijn ministerie en gemeenten dit onderwerp op tafel kan leggen. Maar ik wil heel graag dat de uitvoering van dit soort maatregelen gebeurt op de plek waar ze omarmd worden — ik laat dat aan gemeenten — en waar niemand in een verkeerde rol schiet. Zo kijk ik ernaar. Wat de capaciteit betreft, gaat het mee in de bestaande reguliere overleggen. 

In de motie op stuk nr. 196 van het lid Smaling wordt de regering verzocht, de komende jaren toe te werken naar een situatie waarbij de verwerkingscapaciteit voor afval een reflectie is van de ontwikkeling van het binnenlandse aanbod. Ook dat is een motie die ik al eerder voorbij heb zien komen. Ik meen me te herinneren dat de heer Smaling, van wie ik heel blij ben dat hij er op de eerste dag na het reces weer is, hierover al eerder een motie heeft ingediend. Bij de transitie naar een circulaire economie staat voor mij het doel voorop en niet het middel. Ik wil meer recycling en minder verbranding. Sturen op verbrandingscapaciteit is daarvoor niet het meest effectieve middel. Ik ga dan ingrijpen op een vrijgegeven markt. Capaciteitsregulering leidt niet tot minder Nederlands restafval naar AVI's. Ook is niet duidelijk hoe het uitbreiden van verbrandingscapaciteit zal leiden tot minder recycling. De Kamer kent mijn inzet: meer recycling en minder verbranding. Maar ik ga echt niet ingrijpen op deze vrijgegeven markt. Ik ontraad deze motie dan ook. De Kamer kent mijn inzet. Ik wil meer recycling en minder verbranding, maar ik ga echt niet ingrijpen in deze vrijgegeven markt. Ik ontraad de motie dan ook. 

De voorzitter:

De heer Smaling heeft een vraag over deze motie. 

De heer Smaling (SP):

De staatssecretaris heeft in het AO gezegd dat zij toch ook wel heel erg wil streven naar vermindering. De mening "tijdelijk" met betrekking tot de benutting van de verwerkingscapaciteit voor buitenlands afval heeft zij ook onderschreven. Uit dat stukje van het algemeen overleg leidde ik af dat deze motie bij haar wel in goede aarde zou vallen. 

Staatssecretaris Mansveld:

Wij delen het doel van meer recycling en minder verbranding, maar ik heb al eerder in het debat gedeeld dat ik niet wil ingrijpen in een vrijgegeven markt. De heer Smaling stelt in zijn motie dat de verwerkingscapaciteit een reflectie moet zijn van de ontwikkeling van het binnenlandse aanbod. Dat vind ik lastig, want daarmee zeggen we eigenlijk dat de AVI's op de vrijgegeven markt zich in feite op andere sectoren moeten gaan richten. Ik vind dat gewoon geen goed besluit. Dus ik blijf de motie ontraden. 

De heer Smaling (SP):

Ik houd de motie even aan, als het mag. Ik bespeur namelijk toch wel een soort parallelliteit in gedachten, maar dat komt er nog niet helemaal uit. Misschien dat het even twee maanden nodig heeft. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Smaling stel ik voor, zijn motie (30872, nr. 196) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Staatssecretaris Mansveld:

Ik zie het onderwerp graag weer tegemoet. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 197 over de mogelijkheid om retourpremies op andere materialen te verkennen, evenals de mogelijkheden om retourpremies ook voor individuen open te stellen. Hier is het anders geformuleerd dan in de motie van zojuist. Ik vind het belangrijk dat er steeds gekeken wordt in een keten om die keten optimaal circulair te laten zijn. Daarom ben ik ervoor om te bekijken of retourpremies een van de mogelijkheden zijn om dat in de keten te ondersteunen en te versnellen. Dat zou ook kunnen gaan om retourpremies voor individuen. Het is niet mijn primaire inzet, maar ik vind dat steeds naar alle middelen gekeken moet worden om het doel te bereiken zonder dat ik dat verplicht stel. Gezien de wijze waarop het in deze motie geformuleerd is, zie ik haar als ondersteuning van beleid, zonder dat ik het verplichtend wil laten werken. Er zal echter naar gekeken worden of dat het gewenste effect heeft, zoals hopelijk bij de pilots met retourpremie voor petflesjes het geval is. 

In de motie op stuk nr. 198 van het lid Cegerek wordt verzocht om gedegen onderzoek te waarborgen. Daar kan ik kort over zijn. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid en laat het oordeel aan de Kamer. 

In de motie op stuk nr. 199 wordt de regering verzocht om materiaalketens te verduurzamen en ketentransities te starten, en de Kamer over het resultaat van het onderzoek te informeren. Ik denk dat juist de verduurzaming van die ketens een belangrijk onderdeel is van die transitie naar de circulaire economie. Er is al een aantal ketens die worden aangepakt: beton, voedsel, verpakkingen, fosfaat, hout, textiel, biotische ketens, kunststof en gft. Dat is heel goed. Met het onderzoek waar mevrouw Cegerek naar vraagt, gaan we binnenkort van start. Met de gemeenten heb ik namelijk afgesproken om in het kader van VANG Huishoudelijk Afval alle materiaalketens aan te pakken. Ik heb de Kamer toegezegd om haar binnenkort te informeren over een ketenaanpak voor huishoudelijke afval en er komt een agenda voor het verder oppakken van materiaalketens. De criteria voor het selecteren van stromen komen ook in die aanpak. Ik zie deze motie dus als ondersteuning van beleid. 

Dan kom ik bij de vragen. Mevrouw Van Veldhoven is er niet meer, maar zij heeft mij gevraagd om toe te zeggen dat ik de ministeriële regeling voor de hoogst haalbare doelen aan de Tweede Kamer voorleg. Ik begrijp heel goed dat de Kamer hierbij betrokken wil zijn. Ik ben er in principe geen voorstander van om ook alle ministeriële regelingen naar de Kamer te sturen, maar uit pragmatische overwegingen wil ik deze regeling naar de Tweede Kamer sturen. Mijn antwoord op de vraag is dus: ja. 

Wanneer kan pvc uitgefaseerd zijn? Dat is best wel een ingewikkelde vraag. Wij zien namelijk dat het wel verminderd is, maar dat het vaak in producten zit die een minder hoge omloopsnelheid hebben, waardoor het langer duurt voordat er nieuwe producten zijn waar dat niet meer in zit. Ik vind het heel ingewikkeld om de Kamer een datum te geven. Voor mij is belangrijk dat ik met de Kamer afspreek dat we willen zien dat de hoeveelheid pvc jaarlijks naar beneden gaat. Ik kan echter geen garantie geven over in welk jaar het zal zijn. Ik deel echter de zorg van de Kamer en de wens om pvc uit te faseren. 

Mevrouw Mulder heeft gevraagd naar het op Europees niveau stimuleren van verder hergebruik van kunststof. Ik streef naar recycling van kunststof afval. Dat past in ons streven naar een circulaire economie. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap is de transitie naar een circulaire economie een prioriteit. De Europese Commissie komt met een nieuw pakket voor stimulering van de circulaire economie. Ik kijk naar de kansen daarin voor meer recycling van kunststof. 

Mevrouw Mulder heeft gevraagd of ik welwillend sta ten opzichte van het verzoek van de sector om hergebruik van houten pallets te stimuleren. Ik meen dat de heer Dijkstra ook een opmerking daarover maakte. Ik ga hierover met de sector in gesprek. Dit sluit ook aan bij mijn eerdere toezegging aan de Kamer om met de houtsector afspraken te maken over het stimuleren van hergebruik van houten pallets. 

Tegen de heer Dijkstra zeg ik nog: ja, er komt dit jaar een reactie op uw zespuntenplan. Dank daarvoor. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

We stemmen komende dinsdag, dus vandaag over een week, over de ingediende moties. 

Naar boven