Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 31, pagina 5-7

Vragen van het lid Van der Veen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het artikel "Minister biedt apothekers geld in ruil voor rust".

De heer Van der Veen (PvdA):

Voorzitter. In deze tijd, waarin wij elke cent nodig hebben voor zorg, gaat het niet aan dat apothekers volgend jaar een meevallertje krijgen van 100 mln. Dat meevallertje komt bovenop hun inkomen van zo'n € 100.000 per jaar. Ik ben dan ook geschrokken van het artikel in Trouw afgelopen weekend waarin wordt aangegeven dat de minister voor die extra 100 mln. rust op het farmaciefront wil kopen. Vandaar de volgende vragen.

1. Is de conclusie van Trouw terecht dat op het kostendekkende tarief 2011 dat de NZa berekend heeft – het rapport is bij het ministerie bekend – een opslag komt van in totaal ongeveer 100 mln.?

2. Kan de minister precies aangeven wat de apothekers in de afgelopen jaren hebben overgehouden, boven hun norminkomen van ruim € 100.000?

3. Klopt het dat de apothekers in 2010 meer hebben overgehouden dan in 2009?

4. Klopt het dat naarmate het tarief hoger wordt vastgesteld het voor zorgverzekeraars straks met vrije prijzen moeilijker zal zijn om afspraken te maken over een lager tarief, ook als dat tarief wel reëel is? Is de minister zich ervan bewust dat zij de apothekers daarmee in een voordeelpositie zet?

5. Gaat VWS nu wel of niet over het tarief? De minister schrijft in haar brief van gisteren dat alleen de NZa daarover gaat en dat dit een zaak is van partijen. Wat moet ik dan met de volgende uitspraak van een ambtenaar? Dat memo heeft de minister meegestuurd. "Om dit goed te laten gaan, moeten zorgverzekeraars hun onderhandelaars in het technische overleg en de adviescommissie bij de NZa in toom houden." Even verder lees ik: "Er moet worden voorkomen dat over de band van de Tweede Kamer opnieuw een debat wordt uitgelokt over het wel of niet bestaan van resterende marges bij de apotheken." Dat geeft op zijn minst aan dat de minister vindt dat VWS zich toch bemoeit met het tarief.

6. Graag krijg ik ook helderheid over de vraag of de minister de NZa wel of niet een aanwijzing kan geven. Graag krijg ik de juridische onderbouwing daarvan. Kan er een overzicht worden gegeven van de afspraken uit het transitieakkoord, waarbij precies wordt vermeld wat er van elke afspraak is terechtgekomen?

7. De minister wil rust aan het farmaceutisch front kopen. Wat vindt de minister ervan dat de apothekers deze week een actieweek beginnen omdat zij vinden dat zij te weinig inkomen hebben?

Minister Schippers:

Voorzitter. Het is belangrijk dat de Kamer goed is geïnformeerd. Naar aanleiding van het artikel heb ik daarom direct een brief ter verheldering gestuurd aan de Tweede Kamer.

De manier waarop wij de inkoop van de farmaceutische zorg hebben geregeld, is al zo'n twintig jaar toe aan herziening. Partijen zijn voortdurend met elkaar in oorlog. Hoe hoog zijn de inkoopvoordelen voor apothekers? Hoe hoog is het bedrag dat de overheid terughaalt? Welke gelden blijven dan achter bij de apotheker? Daarover is men het dan niet eens. Vervolgens treft men elkaar bij de rechter, en daarna wordt de Tweede Kamer het toneel waarop apothekers en zorgverzekeraars hun gelijk halen. Daarbij zit heel veel oud zeer: over de clawback, over het transitieakkoord, over het preferentiebeleid.

Heel terecht heeft de Tweede Kamer ruim een jaar geleden aan het toenmalige kabinet gevraagd om hieraan een einde te maken. Ik refereer mede aan de motie-Koşer Kaya hierover. De Tweede Kamer heeft het kabinet gevraagd om ervoor te zorgen dat er rust komt, waardoor alle partijen zich weer kunnen richten op datgene waarop zij zich moeten richten, namelijk op kwaliteit van zorg, op dienstverlening en op veiligheid. Daar moet het om gaan. Dat was het terechte verzoek van de Tweede Kamer. Dat is dus ook mijn inzet en dus ook de inzet van de VWS-ambtenaren.

In dat kader doet VWS een beroep op alle partijen. Wij doen een beroep op de zorgverzekeraars om zelf verantwoordelijkheid te nemen. De NZa stelt maximumtarieven vast. Wij doen een beroep op apothekers om vaart te zetten in de omslag die nodig is en om goede, meetbare farmaceutische zorg te leveren. Ook doen wij een beroep op de NZa om een redelijk receptregeltarief voor 2011 vast te stellen. Daarbij hebben wij tegen de NZa gezegd dat zij niet voor één jaar een heel nieuw systeem van kostprijsberekening moest optuigen. Wij gaan immers in 2012 over op vrije tarieven.

Kortom, de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van het tarief ligt geheel en al bij de NZa en niet bij mij. Partijen kunnen bezwaar en beroep aantekenen bij de onafhankelijke rechter. De NZa heeft nog geen besluit genomen, maar het ziet ernaar uit dat zij dat op 15 december zal doen.

De heer Van der Veen (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor haar antwoorden. Toch plaats ik nog twee opmerkingen. Ik ben het helemaal met de minister eens dat er gestreefd moet worden naar rust aan het farmaceutisch front. Er ligt zelfs nog een motie van mijn hand, geloof ik, waarin dat wordt bepleit. In dit geval gaat het echter om het inkomen van de apothekers. Al een aantal jaren wordt vastgesteld dat dit te hoog ligt. Nu wordt in het rapport van de NZa, dat ook bij het ministerie bekend is, aangegeven dat men in 2011 ongeveer 100 mln. wil uittrekken – laat ik het maar in die simpele bewoordingen te zeggen – om rust aan het front te kopen. Dat is voor ons onaanvaardbaar. De minister heeft eerlijk gezegd ook geen antwoord gegeven op mijn vraag daarover.

Mijn tweede opmerking gaat over de uitspraken van de ambtenaar die ik net citeerde. Als het werkelijk een zaak is van partijen, is het toch opvallend dat een ambtenaar tegen de zorgverzekeraars zegt: houd uw onderhandelaars in toom, want anders dreigt er een debat in de Tweede Kamer te ontstaan. Dat komt uiterst merkwaardig over.

Minister Schippers:

Voorzitter. Ik reageer erop dat ik voor Sinterklaas word uitgemaakt – dat vind ik zeker geen eretitel – en dat ik 100 mln. uitstrooi over een sector die dat niet eerlijk verdient. Daar verzet ik mij tegen, want ik bepaal helemaal het tarief niet. Het tarief wordt bepaald door de NZa. Ik wil ter toelichting wel technisch op de vraag van de heer Van der Veen ingaan. Hij zei dat ambtenaren zich hebben verslikt en een beroep hebben gedaan dat zij niet hadden mogen doen. De ambtenaren hebben geprobeerd om het oud zeer achter ons te laten en partijen ertoe te bewegen om naar de toekomst te kijken. Het voorstel ging over het volgende. De verhoogde clawback is ingesteld na, zoals achteraf bleek, de onterechte schorsing door de rechter van de clawback in 2008. De clawback is in 2009 en 2010 op 8,53% vastgesteld in plaats van de gangbare 6,82% om de gemiste clawbackopbrengst alsnog te realiseren. De afspraak was dat de verhoogde clawback twee jaar zou gelden. Die twee jaar lopen op 1 januari 2011 af. Het ligt dus in de lijn van de afspraak dat de clawback dan weer op het oorspronkelijke niveau wordt vastgesteld. De tijdelijke verhoging heeft 70 mln. opgeleverd, waar in 2008 was uitgegaan van 90 mln. Dat komt doordat de prijzen van geneesmiddelen waarover de clawback wordt berekend, sterk zijn gedaald. De clawback levert dan minder op maar apothekers hebben door de prijsverlaging, vooral door het beleid van zorgverzekeraars, eveneens kortingen en bonussen ingeleverd.

Waar gaat het nu om? Verzekeraars vinden dat de resterende 20 mln. ook moet worden teruggehaald en apothekers vinden dat zij meer besparingen hebben opgebracht dan zij volgens het transitieakkoord hadden moeten doen. Zij zijn daarvoor echter gecompenseerd in het tarief, dat de afgelopen jaren is gestegen. Zo zit dit dossier vol met oud zeer, waarbij de ene een plusje heeft en de ander een minnetje. Mijn ambtenaren hebben gesteld: laten wij die plusjes en minnetjes tegen elkaar wegstrepen, eens ophouden met elkaar voor de rechter te bevechten en eens kijken naar de toekomst, aangezien het om patiënten en kwaliteit van zorg gaat en niet de hele tijd om geld.

De heer Van Gerven (SP):

De discussie die wij nu voeren, heeft alles te maken met het feit dat de apothekers de afgelopen twintig jaar miljarden euro's hebben verdiend aan de voordelen die zij hadden als zij medicijnen inkochten. Dan kregen zij bonussen en kortingen van de farmaceutische industrie. Zou het niet veel beter zijn als wij de kortingen en bonussen afschaffen en overgaan bijvoorbeeld tot het centraal inkopen van medicijnen? Wij halen dat weg bij de apothekers. Als dan een inkoopvoordeel wordt behaald, dan komt het ten goede van de samenleving en verdwijnt het niet in de zakken van apothekers. Wat vindt de minister van dit voorstel?

Minister Schippers:

Heel veel van het geld waar de heer Van Gerven over spreekt – het was ook schandalig dat het zo geregeld was – is teruggehaald door het preferentiebeleid. Overigens is de SP altijd tegen dat beleid geweest. Wij willen nu over naar een systeem dat helder en transparant is en geldt voor de hele zorg. Dat is namelijk het systeem waarin zorgverzekeraars zorg inkopen bij zorgaanbieders. Dat doen zij ook bij apothekers. Laten wij daar ook hier een begin mee maken. Dat heeft het vorige kabinet al met de Kamer besproken en daartoe is besloten. Ik wil doorzetten dat wij per 1 januari 2012 overstappen op vrije tarieven.

De heer Van Gerven (SP):

Dat is geen antwoord op mijn vraag, voorzitter.

De voorzitter:

Ik vond van wel.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb twee vragen. De eerste vraag is deze. De minister gaat in de mondelinge beantwoording niet erg in op de titel van het artikel, maar zeker niet in de brief. In de titel staat dat de minister 100 mln. aan de apothekers zou geven. Wij kregen net een e-mail van de apothekers waarin zij stelden: wij gaan er juist op achteruit. Hoe zit dat nou? Waar komt die 100 mln. vandaan?

De tweede vraag gaat over de communicatie vanuit het ministerie van VWS. In de brief staat duidelijk dat gezegd is dat moet worden voorkomen dat over de band van de Tweede Kamer opnieuw een debat wordt uitgelokt. De Tweede Kamer bepaalt natuurlijk zelf waar zij over debatteert. Ik wil graag van de minister horen hoe zij die uitspraak beoordeelt.

Minister Schippers:

Om met het laatste te beginnen, de Tweede Kamer bepaalt uiteraard zelf waar zij over debatteert. Ik heb in mijn antwoord aan de heer Van der Veen geprobeerd te duiden waar het hier over ging, namelijk dat partijen steeds naar rechters lopen, dat partijen hun gevecht in de Tweede Kamer uitvechten en dat de Kamer, in de persoon van de heer Van der Veen maar ook van mevrouw Koşer Kaya en anderen, meerdere malen terecht heeft gezegd: wij moeten daarmee stoppen, kabinet, ga eens rust aan het front creëren. Dat is precies wat mijn ambtenaren momenteel proberen.

Die 100 mln. is berekend op basis van het verwachte tarief, dat circuleert. Dat is een concepttarief. Op basis daarvan heeft men berekend wat een en ander zou betekenen. Ik ga echter helemaal niet over dat tarief. Dat tarief wordt vastgesteld door de NZa. Al zou ik dus iets willen uitdelen of geld willen terughalen, ik kan het niet eens. De NZa bepaalt dat namelijk. Dat laat ik ook aan de NZa. Die hebben wij daarvoor opgericht. Die moet dat doen, niet ik.

Mevrouw Dijkstra (D66):

De minister heeft het over de invoering van vrije tarieven in 2012. Wanneer kan de Kamer een plan van aanpak verwachten over hoe wij tot die vrije tarieven komen?

Minister Schippers:

Wij hebben nu nog één jaar waarin de NZa de tarieven vaststelt. Daarom heb ik de NZa verzocht om niet een heel systeem te introduceren voor dat ene jaar en om het te blijven doen zoals zij deed. Daarna geven wij de tarieven vrij. De zorgverzekeraars zullen de tarieven moeten uitonderhandelen met de apothekers, net zoals indertijd met de fysiotherapeuten. Het zijn overigens maximumtarieven; dat vind ik belangrijk om op te merken. Iedere verzekeraar die zegt dat hij veel te veel betaalt, kan altijd nog een prijs uitonderhandelen die onder deze tarieven ligt.

De voorzitter:

Wanneer stuurt u de brief?

Minister Schippers:

Ik heb geen brief. Wij hebben een vast tijdpad, dat door het vorige kabinet is vastgesteld. Ik zet het door de vorige minister ingezette tijdpad voort.

Mevrouw Arib (PvdA):

Er moet mij iets van het hart. De onrust die er al deze jaren heerst, heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat de apothekers niet bereid waren om inzichtelijk te maken wat in hun zak en wat in hun zaak gaat. Een van de belangrijkste voorwaarden om dat voor elkaar te krijgen, is dat de NZa een tarief vaststelt. De minister zegt dat zij daar niet over gaat, maar volgens mij kan zij wel degelijk een aanwijzing geven. Daar krijg ik graag een reactie op.

Een vraag is blijven liggen. Deze is ook door mijn collega Van der Veen en anderen gesteld. Heeft de minister nu wel of niet 100 mln. beschikbaar gesteld om de zaak min of meer tot rust te brengen?

Wij krijgen graag alle achterliggende informatie die hierop betrekking heeft voor het algemeen overleg dat deze week of volgende week plaatsvindt.

De voorzitter:

Dat zijn drie vragen aan de minister.

Minister Schippers:

Wat bij apothekers blijft hangen, is heel lang duister geweest. Dat was zeer onterecht. De Kamer heeft er hard aan getrokken; er zijn veel onderzoeken naar gedaan. Daardoor is er enigszins zicht gekomen op wat er bij de apothekers blijft hangen. Op basis daarvan is de clawbackberekening gemaakt en zijn de gelden teruggehaald. De NZa bepaalt de tarieven en ik heb geen enkel voornemen om een aanwijzing te geven om dat te veranderen, omdat ik dat in de bekwame handen van de NZa laat. De NZa is daarvoor ingesteld en ik ga daar niets aan doen.

Ik stel dus ook helemaal niets beschikbaar. Ik zou niet weten waarvan; het zijn allemaal premiegelden! Ik stel niets beschikbaar. De NZa stelt een tarief en op basis daarvan wordt er afgerekend. Ik stel niets beschikbaar!

Mevrouw Arib vroeg naar de achterliggende stukken. Ik heb de brief gestuurd. Omdat ik niet wilde dat het bericht zou circuleren dat er allerlei geheime notities zouden zijn, heb ik meteen de bijlage van de e-mail waarover het ging, eraan geniet. Dat vond ik erg belangrijk; voor de helderheid aan de Kamer leek mij dat het allerbeste.