Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 31, pagina 42-69

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2011 (32500 X);

het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2009 (32360 X);

het jaarverslag van Defensie (32360 X, nr. 1);

het rapport bij het jaarverslag van Defensie 2009 (32360 X, nr. 2)

, en over:

- de motie-Jasper van Dijk over verlagen van het ambitieniveau van de krijgsmacht (32500 X, nr. 17);

- de motie-Bruins Slot c.s. over vergroting van het reservistenbestand (32500 X, nr. 18);

- de motie-Hachchi c.s. over universitaire diploma's voor afgestudeerden aan de NLDA (32500 X, nr. 19);

- de motie-Hachchi over een extra kwaliteits- en integriteitstoets voor medewerkers van opleidingsinstellingen (32500 X, nr. 20);

- de motie-Hernandez over in proportie brengen van het aantal hoge officieren (32500 X, nr. 21);

- de motie-Hernandez over marginaliseren van het aantal civiele personenauto's (32500 X, nr. 22);

- de motie-Hernandez over gewetensbezwaren van islamitische militairen bij de Nederlandse krijgsmacht (32500 X, nr. 23);

- de motie-Hernandez over een interdepartementaal cyberagentschap (32500 X, nr. 24);

- de motie-Wiegman-van Meppelen Scheppink c.s. over geen prioriteit aan politietaken voor de krijgsmacht (32500 X, nr. 25);

- de motie-Eijsink/Jasper van Dijk over aanwenden van de middelen voor vervanging van de F-16 voor verbetering van de operationele sterkte (32500 X, nr. 28);

- de motie-Eijsink c.s. over aanpassing van het besturingsmodel (32500 X, nr. 29);

- de motie-Eijsink c.s. over uitbesteden van onderhoud (32500 X, nr. 30);

- de motie-Eijsink c.s. over intensivering van de structurele samenwerking met Europese partners (32500 X, nr. 31);

- de motie-Ten Broeke c.s. over evaluatie van het project Onderhoud Bushmaster (32500 X, nr. 32);

- de motie-Ten Broeke c.s. over doelmatiger en goedkoper gebruik van het wagenpark (32500 X, nr. 33);

- de motie-Ten Broeke c.s. over het wegwerken van achterstanden in het onderhoud (32500 X, nr. 34);

- de motie-Knops c.s. over reductie van ten minste 30% bij de staven en de bureaucratie (32500 X, nr. 35);

- de motie-Knops c.s. over behoud van noodzakelijke kennis en ervaring bij overheid en bedrijfsleven (32500 X, nr. 36);

- de motie-Knops c.s. over internationale samenwerking bij aanschaf, onderhoud en instandhouding (32500 X, nr. 37);

- de motie-Hachchi over gemeenschappelijke Europese defensiebudgetten (32500 X, nr. 38);

- de motie-Hachchi/Eijsink over grote materieelprojecten in samenwerking met meerdere EU-lidstaten (32500 X, nr. 39);

- de motie-Hachchi c.s. over uitbesteding van diensten die de primaire taken ondersteunen (32500 X, nr. 40).

(Zie wetgevingsoverleggen van 24 november en 1 december 2010.)

De (algemene) beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik heet de minister van harte welkom. Wij gaan snel beginnen, want zoals u allen weet, hebben wij vanavond nog een debat te gaan. Ik verzoek u allen bij de griffier te melden hoeveel tijd u in eerste en tweede termijn van plan bent te gebruiken, zodat wij de goede tijd bij u kunnen instellen.

Het woord is aan mevrouw Albayrak van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Voorzitter. Het stemt mij behoorlijk droevig dat niet mijn collega Angelien Eijsink, maar ik hier vandaag sta. Zij heeft tot nu toe de debatten gevoerd. Dat doet zij al jaren als woordvoerder voor de Partij van de Arbeid. Door familieomstandigheden die zich plotsklaps hebben voorgedaan, kan zij hier helaas niet zijn. Het was aan haar geweest om hier de conclusies te trekken uit de twee wetgevingsoverleggen, over personeel en materieel, die hebben plaatsgevonden. In deze overleggen heeft zij haar zorgen geuit, maar ook concrete voorstellen gedaan die helaas bijna allemaal door de minister enigszins lichtzinnig zijn weggewuifd. Het stemt mij treurig dat ik vandaag het woord voer. Tegelijkertijd vind ik het behoorlijk spannend om hier te staan omdat het lang is geleden dat ik over Defensie heb gesproken. Het duurde niet lang voordat ik mijn hart weer voelde kloppen, voor zover dat al ooit heeft stilgestaan. Het gaat mij ook enigszins makkelijk af omdat Angelien Eijsink al haar debatten behoorlijk grondig voorbereidt. Ook nu komt alle eer haar toe. Dus als u zegt "wat een geweldige inbreng", dan refereert u aan de bijdrage van Angelien; zegt u "wat een bagger", dan refereert u zonder enige twijfel aan mijn presentatie.

Gezien de wetgevingsoverleggen, alles wat met Defensie te maken heeft en onze positie op dit moment, kunnen wij zonder enige twijfel zeggen dat de Nederlandse krijgsmacht op een vrij cruciaal punt is aanbeland. Jarenlang is op het randje gebalanceerd tussen ambitieniveau en inzetbare middelen. Jarenlang heeft het ook ontbroken aan het maken van strategische keuzes. Jarenlang is de besluitvormingsstructuur binnen Defensie niet gemoderniseerd. De gevolgen hiervan zijn op z'n zachtst gezegd zorgwekkend. Het defensieapparaat is langzaam maar zeker van binnen uit uitgehold. Dat heeft ook te maken met de gesloten cultuur en met het besturingsmodel van de defensieorganisatie.

Een snelle, meer diepgaande bewustwording van de hybride wereld om ons heen is van ontzettend groot belang. Dat is in ieder geval ook volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de basis voor een modern strategisch buitenlands beleid en veiligheidsbeleid. In die hybride wereld veranderen de verhoudingen voortdurend. Oude machten zien hun positie aangetast en nieuwe machten verschijnen aan het firmament. Vroegere vijanden werken in toenemende mate samen. Andere statelijke en niet-statelijke actoren vormen bedreigingen waar moeilijk vat op te krijgen is.

Het buitenlandbeleid en in het verlengde daarvan het defensiebeleid hebben zich de afgelopen jaren te weinig aan die veranderende wereld aangepast. Het vervelende gevolg is dat het strategisch gehalte van het beleid vaak tekortschiet. Prioriteiten ontbreken waardoor onvoldoende kan worden ingespeeld op de steeds veranderende multipolaire wereld. Daarom is de tweede belangrijke observatie van de WRR dat er gekozen moet worden. Die observatie werd ook al gedaan in de defensieverkenningen. Ik hoop nog steeds vurig dat er een integrale kabinetsreactie op die verkenningen komt en dat een en ander niet alleen aan de Kamer wordt overgelaten. Kiezen, daar gaat het dus om, zeker in tijden van financieel-economische tegenslag.

De Partij van de Arbeid wil dat de verkenningen het uitgangspunt zijn voor de beleidsbrief die de minister komend voorjaar naar de Kamer zal sturen. Wij willen ook dat de minister in die brief een visie en een actieplan opneemt inzake de intensivering van de internationale samenwerking op het terrein van Defensie. In vrijwel alle Europese landen wordt de komende jaren bezuinigd op defensie. Er is noodzaak tot meer intensieve samenwerking. Voorkomen moet worden dat er tekorten of duplicaties ontstaan.

Het is nu de taak van de minister om ervoor te zorgen dat Defensie op basis van gedegen analyses over de buitenwereld opereert. Een analyse van de Defensieorganisatie is onmisbaar om te kunnen bepalen hoe we in de toekomst verdergaan, maar vooral ook wat de mogelijkheden zijn. De krijgsmacht moet ook meer effectief worden aangestuurd en de inzetbaarheid moet omhoog.

De PvdA-fractie wil dat er zo min mogelijk wordt bezuinigd op het personeel, omdat daarmee een hypotheek op de toekomst wordt genomen. Het is blijkbaar nu niet mogelijk voor Defensie om structureel 2000 mensen uit te zenden. Dat is zorgwekkend, want het gaat wel om de core business van de operationele organisatie, oftewel het bestaansrecht van Defensie. Kortom, de militairen met de boots on the ground moeten centraal staan, dat is het uitgangspunt.

Volgens de minister gaan er 10.000 banen verdwijnen bij Defensie. Hij hoopt dat het meevalt, maar hij gaat voorlopig nog uit van deze 10.000. Op basis van welke feiten en gegevens maakt hij deze inschatting? We zien nog steeds geen enkele onderbouwing. Dit leidt tot een hoop onrust bij het personeel, maar als je vraagt waarom, hoeveel en waar, volgt vooralsnog alleen maar stilte. Ik hoor graag een reactie van de minister op de motie die mijn collega heeft ingediend bij het wetgevingsoverleg over materieel. Wij willen dat de middelen die op de rijksbegroting voor 2011 zijn gereserveerd voor de vervanging van de F-16's, worden aangewend voor het verbeteren van opleidingen, trainingen en het versterken van de operationele inzetbaarheid.

Dat brengt mij logischerwijs bij de JSF. Dat project wordt een steeds grotere molensteen om de nek van de gehele krijgsmacht. Hoe hoger de bewijzen dat het fout ging met dit project zich opstapelden, hoe dieper de opeenvolgende verantwoordelijken zich ingroeven in hun schuttersputjes. Ik hoop dat deze minister zijn spade opbergt, zodat we eindelijk een open en eerlijk debat kunnen hebben over de toekomst van Defensie, inclusief de vraag of de JSF daarbij een rol zal spelen en zo ja, in welke vorm. We hebben op 2 december een brief ontvangen, waaruit nogmaals blijkt wat wij allang weten, namelijk dat de kosten van dit project gierend uit de klauwen lopen, maar de toekomst is allesbehalve zeker.

De kosten zijn deze keer met 1,4 mld. gestegen; een toename van maar liefst 20% op het totaalbudget, terwijl het planningsaantal ongewijzigd is gebleven. In een reactie op deze brief zei premier Rutte dat hij niet getrouwd is met de JSF. Niet getrouwd, maar wel hartstikke verloofd inmiddels. Je weet hoe het gaat met verlovingen. Of je trouwt uiteindelijk, of je verbreekt de verloving. Graag hoor ik van de minister hoe hij de woorden van de premier uitlegt. Is er inderdaad geen voorschot genomen op de aanschaf? Hij zegt dat we in deze periode geen besluit nemen. Waarom zegt hij dan wel dat de keuze voor de JSF zou uitvallen als we nu zouden moeten beslissen?

Andere opties lijken nog open te liggen, maar het is ons allerminst duidelijk welke dat zijn en wat de minister bedoelt met een herijking van het JSF-project. In de brief van 2 december wordt niet ingegaan op de veel hogere exploitatiekosten van de JSF. De Partij van de Arbeid hoort hierover vandaag graag meer informatie van de minister. Klopt het dat de exploitatiekosten zullen verdubbelen ten opzichte van de ramingen van 2002?

In de brief staat ook dat het Pentagon nog werkt aan een nieuwe kostenanalyse. Deze betreft enerzijds de geactualiseerde raming van de D-CAPE en anderzijds een "should cost analysis" met streefgetallen. Logischerwijs heeft de actualisering van de Nederlandse cijfers daarop nog geen betrekking. Kunnen wij hieruit concluderen dat het bedrag van 1,4 mld. aan hogere kosten die nu bekend zijn, nog hoger kan uitvallen?

Je moet wel een uiterst ervaren pokerspeler zijn om met deze verhoogde inzet, inmiddels het dubbele, zonder met je ogen te knipperen toch door te spelen. Is de minister bereid, nu hij zelf hint op een herijking, eindelijk open kaart te spelen en serieus na te denken of hij niet moet passen? De minister heeft zelf nogal eufemistisch aangegeven dat de situatie erg vervelend is, zeker als je moet bezuinigen. Gaat hij nu ook conclusies trekken uit deze nogal kille constatering, die hij zelf heeft gedaan?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik heb alle respect en waardering voor het feit dat mevrouw Albayrak de behandeling van deze begroting op het laatste moment overneemt van haar collega. Toch heb ik een vraag aan de PvdA-fractie. Kan ik uit alle teksten concluderen dat de PvdA de stekker uit de JSF en dus ook uit het tweede testvliegtuig trekt?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Volgens mij is de PvdA niet anders dan consequent. Als u alle debatten terugleest die mevrouw Eijsink op dit punt heeft gevoerd, kunt u maar één conclusie trekken. Zij heeft eerder dit jaar in een motie al gevraagd om de aanschaf van het eerste toestel ook te heroverwegen ten gunste van het personeel. Wij denken dat de incidentele kosten die worden gemaakt voor de testtoestellen, voor structurele verbeteringen kunnen worden ingezet, met name ten bate van het personeel.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Die motie heb ik toen ook gezien. De vraag is alleen hoe het mogelijk is dat u de stekker uit dit project wilt trekken, terwijl de PvdA mede de motie-Hamer c.s. heeft ingediend waarin een aantal voorwaarden wordt gesteld aan de aanschaf van een tweede testvliegtuig. Die voorwaarden gaan over de prijs, het geluid en de werkgelegenheid. We wachten nog op uitvoering van die motie. Voordat uw eigen motie wordt uitgevoerd, iets wat ik altijd zou willen, besluit u bij voorbaat om de stekker eruit te trekken. Wat gebeurt er als bijvoorbeeld de prijs van het tweede testvliegtuig netjes binnen het gestelde budget blijft?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Daar zegt u nogal wat. De voorwaarden zijn gesteld voordat de motie-Eijsink c.s. was aangenomen, waarin om heroverweging van de aanschaf van het eerste testtoestel wordt gevraagd. Wij hebben met de criteria nooit bedoeld: minister, zoek maar uit of we aan de criteria voldoen en kom met een brief als het zover is. Wij hebben in de tussentijd veel informatie gekregen, waaronder de brief van de minister zelf waarin hij aangeeft dat er een kostenoverschrijding van 1,4 mld. is. Dat maakt het financiële plaatje anders. Mede gezien bijvoorbeeld de exploitatiekosten hebben wij het gevoel dat dit slechts het topje van de ijsberg is en dat de kosten ten nadele zullen blijven veranderen. U mag in een droomwereld blijven voortleven en denken dat de aanschafkosten van een testtoestel zullen meevallen, maar de hele wereld hieromtrent verandert en de feiten spreken voor zich.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De PvdA heeft drie criteria vastgesteld voor de aanschaf van testvliegtuigen. Inmiddels hebben we het eerste toestel aangeschaft. Voor het tweede toestel gelden die criteria eveneens. Het ministerie is nog steeds bezig met de uitvoering van de motie-Hamer c.s. Dat betekent dat we het resultaat van de herijking van het geluid en de definitieve prijs van het tweede testvliegtuig nog moeten vernemen. Misschien valt die prijs wel mee. Waarom trekt u de stekker er nu al uit terwijl de motie-Hamer c.s. nog moet worden uitgevoerd?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Blijkbaar staat het testvliegtuig voor u totaal los van de aanschaf van de JSF. Ik zie het kabinet echter voorsorteren. Alle mensen die er echt verstand van hebben, zeggen: je kunt wel een verhaal ophangen over hoe goed dit is voor het bedrijfsleven, maar er wordt voorgesorteerd op een besluit over vervanging van de F-16 en die vervanger wordt straks de JSF. Gezien de manier waarop dit project nu uit de klauwen loopt, willen wij pas op de plaats maken.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ook van mijn kant waardering voor het feit dat mevrouw Albayrak hier op het laatste moment de honneurs waarneemt voor haar collega Eijsink, met wie wij hierover vaak hebben gesproken. De aanleiding voor de woorden van mevrouw Albayrak is ongetwijfeld een opmerking die de minister-president heeft gemaakt. Hij heeft gezegd niet getrouwd te zijn met de JSF. Ik heb hem die opmerking al vele malen horen maken. Ik begrijp ook dat de ongetrouwde status van de minister-president ondertussen een obsessie voor de PvdA begint te worden, maar ik wil het graag hebben over de knipperlichtrelatie van de PvdA met de JSF.

Wim Kok heeft ooit deze deal bedacht. Wouter Bos heeft in het vorige kabinet de deal met het bedrijfsleven rondgemaakt. Mevrouw Hamer heeft een motie ingediend, zoals de heer Voordewind net zei, die nog steeds niet is uitgevoerd. Nu verwijst mevrouw Albayrak naar een motie van mevrouw Eijsink, die eigenlijk af wil van een eerste testtoestel, hoewel de prijs daarvan meevalt. Dat zou overigens ook voor het tweede testtoestel kunnen gelden. Mevrouw Albayrak zegt er nu bij: dat geld, zo'n 20 à 25 mln. per jaar, gaan we besteden aan personeel. Tegelijkertijd bezuinigt de PvdA in haar programma echter, nog los van de tegenvallers, 1,5 mld. op Defensie. Dat zijn dus 15.000 à 20.000 mensen bij de krijgsmacht die hun baan gaan verliezen. Mevrouw Albayrak, hoe rijmt u dit met elkaar?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Dit is hartstikke goed met elkaar te rijmen. U hebt dit debat met mevrouw Eijsink op vele momenten plenair en in andere vergaderingen gevoerd. U weet precies waar de consistentie in zit. U verwijst nu naar de heer Kok en de heer Bos, maar ik draai het om. Als de heer Ten Broeke zoveel jaren en zoveel kennis verder is, als wij zoveel inzicht hebben gekregen in wat er niet deugt aan het project, als zelfs de Amerikanen er op terugkomen, als wij twijfels hebben over de inzetbaarheid en over of het past in de visie van de minister, die nog moet komen, als wij weten dat het veel meer geld gaat kosten dan ooit is bedacht en als wij niet eens weten wat het betekent voor het totale budget en het aantal toestellen dat wij kunnen aanschaffen, wat dan? Het waren 85 toestellen en straks kunnen wij er voor hetzelfde bedrag nog 40 à 45 of misschien nog 45 à 50 kopen. Hoe past dat binnen de visie van de minister? Wat kunnen wij dan met die toestellen? Als de heer Ten Broeke al deze wijsheid achter zich laat en gewoon stug blijft vasthouden, is hij en niet ik verkeerd bezig.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dit is interessant. Wij laten de wijsheid niet achter ons. Die nemen wij mee. Om die reden zegt het kabinet niet anders te doen dan een tweede testtoestel aan te schaffen en daarmee alle opties open te houden. Het kabinet wil vooral niet nu al een order plaatsen, terwijl dat op dit moment a. onverstandig is en b. niet nodig. Mevrouw Albayrak zegt daarentegen: afbestellen en geen tweede testtoestel aanschaffen. Dat geld zie ik overigens straks graag terug in een amendement. Vervolgens wil zij van de plank kopen. Of wil zij een luchtmacht zonder vliegtuigen?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Wij willen een gedegen discussie over de toekomst van de krijgsmacht en over de toekomst van de luchtmacht binnen een visie op de krijgsmacht. Wij willen een gedegen discussie over de internationale inzet van Nederland en de bijdrage aan vrede en veiligheid die Nederland wil blijven leveren. Op basis daarvan willen wij een keuze maken voor vervanging van de F-16. Wij hebben op dit moment geen behoefte om op die keuze vooruit te lopen. Er zijn veel discussies geweest over de Saab Gripen en de Eurofighter. Een discussie over die keuze gaan wij voeren als wij daaraan toe zijn. De heer Ten Broeke sorteert voor op dat besluit. Het is een drogreden dat het nu kopen van testtoestellen geen voorsorteren is op de uiteindelijke order voor het kopen van JSF's.

De voorzitter:

Omdat u mevrouw Eijsink vervangt, ben ik heel soepel. Maar als u lang antwoordt, laat ik uw tijd doorlopen.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

De vragen zijn ook wel heel erg lang.

De voorzitter:

Die kunnen ook korter. Dat wordt mijn tweede project!

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Tot dusver de JSF. Wij komen daarover in afzonderlijke debatten nader te spreken. De relevantie voor deze begrotingsbehandeling is zo evident dat ik er niet aan voorbij kan gaan. Ik wil dan ook graag een antwoord van de minister op mijn vragen.

Ik moet helaas constateren dat het tot nu toe schimmige optreden van de minister, bijvoorbeeld met de brief van 2 december over de ontwikkeling inzake het JSF-project, exemplarisch dreigt te worden. Als ik terugkijk op de twee gevoerde wetgevingsoverleggen, constateer ik dat er nog veel af te dingen valt op openheid en daadkracht. De minister beschouwt, beziet en bedisselt, maar geeft weinig thuis als het op daden en doen aankomt. Hij constateert dat wij allemaal dezelfde zorgen delen. Er zijn door meerdere fracties echter veel concrete voorbeelden gegeven van "dezelfde oplossingen". Dan geeft de minister wederom niet thuis. Het begon bemoedigend met deze minister, die zei: never waste a good crisis. Hij heeft meerdere malen aangegeven het met zijn allen te willen doen. Dat siert hem. Een uitgestoken hand. Waar hebben wij dat vaker gehoord?

De PvdA wil met ontzettend veel liefde meedenken over de toekomst van de krijgsmacht, over het sterker maken van de krijgsmacht en over met krimpende middelen het aanwezige potentieel zo goed mogelijk benutten. De PvdA wil ervoor zorgen dat de militair in de defensieorganisaties weer centraal komt te staan. Onze voorstellen daartoe zijn ontzettend concreet.

De Kamer en de belastingbetaler hebben nog steeds geen zicht op het hoe en het waarom van de geconstateerde beperkte inzetbaarheid van diverse defensieonderdelen. De Rekenkamer schreef vorig jaar over diezelfde operationele inzetbaarheid: De informatie die de minister van Defensie elke maand krijgt over de operationele gereedheid van defensie-eenheden kent wezenlijke tekortkomingen. Deze informatie stelt de minister niet in staat, zich een volledig en juist beeld te vormen over de feitelijke situatie van de inzetbaarheid van de Nederlandse militairen en het materieel.

Als de minister al niet weet hoe het gesteld is met de operationele inzetbaarheid van onze krijgsmacht, hoe kan hij de Kamer dan goed informeren over de keuzes die hij maakt en de werkelijkheid die daarachter steekt? Dit gaat er niet alleen om of de minister goed is geïnformeerd en zijn politieke keuzes goed kan baseren op informatie. Dit gaat ook over de controlerende functie van de Kamer. Als de minister de informatie niet krijgt, krijgen wij die dus ook niet via de minister. Daarbij komt dat het nieuwe administratiesysteem SPEER zeker niet eerder dan 2014 beschikbaar zal zijn.

Wij willen graag dat de minister ons kengetallen verstrekt. Wij willen weten wat een militair kost, de opleiding, de uitrusting, de oefening. Alleen op basis van kengetallen kunnen wij een schatting maken van de verdeling van de kosten tussen de operationele commando's en de ondersteunende diensten van Defensie. Hoe verhoudt één militair zich tot de staf die nodig is om die ene militair operationeel in te zetten?

En ja, wij blijven ook aandringen op een parlementair onderzoek naar de oorzaken, gevolgen en de mogelijke verbeteringen van de haperingen en manco's binnen de defensieorganisatie. Alleen op basis van een heldere analyse van de huidige situatie binnen Defensie en die oorzaken kunnen verantwoorde keuzes worden gemaakt voor de toekomst. Als het antwoord van de minister onbevredigend is, zal ik hierover een motie indienen.

De Partij van de Arbeid roept al jaren dat Defensie een onafhankelijke inspectie moet krijgen. In onze notitie van 2007 "In dienst van Nederland, in dienst van de wereld" staat het al: Nog steeds kent het ministerie echter geen enkele onafhankelijke inspectie en dat is niet meer van deze tijd. De inspecteur-generaal voor de krijgsmacht, de IGK, is adviseur van de minister en gaat bovendien niet over de financiële situatie van de organisatie. De IGK controleert dus niet en weet niets over de centen en de besteding ervan. Gegeven de druk op het defensieapparaat en het gebrek aan transparantie daarbinnen, is het goed dat er een onafhankelijke inspectie komt. Die inspectie kan bijdragen aan een grotere openheid en het hierdoor sneller vinden van structurele oplossingen voor de mismatch tussen de ambities, de middelen en de doelmatige inzetbaarheid. Ook op dit punt heb ik een motie voorbereid.

Over het besturingsmodel is lang gesproken. De militair centraal, dat is de wens van de Partij van de Arbeid. Om dit te bereiken, moet het besturingsmodel van de organisatie worden aangepast. De commandant der strijdkrachten, de CdS, moet centraal in de organisatie staan en dus niet de planners, de beleidsmakers, de ondersteuners en de controllers. Dit werd zo al aanbevolen in het rapport-Fransen van 2002. Sindsdien is daarmee niets gebeurd. Ik hoop echt dat de minister zal werken aan het in de driving seat krijgen van de CdS. Wij hebben tijdens het wetgevingsoverleg Personeel een motie ingediend. Ik krijg daarop graag de reactie van de minister. Zal hij de topstructuur bij Defensie herzien zodat alle systemen in dienst komen te staan van de militair?

Ik vraag met nadruk aandacht voor de nazorg. Mevrouw Eijsink heeft er gedurende jaren met tomeloze inzet niet alleen voor gezorgd dat dit onderwerp op de politieke agenda is komen te staan, maar ook dat er flinke stappen zijn gezet op dit dossier. De beslissing tot het uitsturen van militairen behoort tot een van de zwaarste beslissingen en brengt enorme verantwoordelijkheden met zich. Onze mannen en vrouwen lopen vaak grote risico's, dat behoeft geen uitleg. Dit betekent dat de Staat verantwoordelijk is voor een optimale nazorg aan diezelfde mannen en vrouwen. Dit is inmiddels een vastgelegde verplichting en zo hoort het ook te zijn. Wij willen dan ook dat er absoluut geen enkele bezuiniging komt op de nazorg. Wij hebben daarvoor een motie voorbereid.

Bij dit onderwerp hoort ook de afwikkeling van de schadeloosstelling voor de zogenaamde oude gevallen. De nadere uitwerking van de regeling schadeloosstelling laat nog altijd op zich wachten. Dit is verschrikkelijk, want het gaat om de ereschuld aan veteranen en nabestaanden, zoals wij het zijn gaan noemen. De Partij van de Arbeid wil nu dat er middelen worden gevonden voor de afbetaling van deze ereschuld.

De minister heeft gezegd dat wij een gezamenlijke oplossing moeten vinden. Angelien Eijsink heeft die handschoen opgenomen. Zij is gaan praten met de minister van Financiën, maar zijn antwoord was: "Wat moet ik hiermee? Hans koopt maar een tank minder." Zo kunnen wij elkaar nog wel een poosje bezighouden. Wat doet de minister met deze opmerking van de minister van Financiën? De Kamer heeft het geprobeerd, Angelien Eijsink heeft het geprobeerd. Ik zal een motie indienen waarin de regering wordt gevraagd om bij de Voorjaarsnota 2011 te komen met een voorstel voor financiering vanuit de rijksbegroting en de minister moet dan maar zoeken naar dat geld.

De voorzitter:

De tijd die u had aangegeven, is voorbij.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ik heb nog een halve minuut nodig. Dan ben ik klaar. Ik ben me ervan bewust dat dit ten koste gaat van mijn spreektijd in tweede termijn.

De voorzitter:

Dan bent u gewaarschuwd.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Dan kom ik bij het onderwerp diversiteit. Daarover is lang gesproken met de minister in het wetgevingsoverleg over personeel. Hoewel de minister zegt dat deze motie ondersteuning van zijn beleid is, gaan wij haar toch indienen. Wij zijn er namelijk niet gerust op. Als het algemeen beleid van het kabinet is om het diversiteitsbeleid af te schaffen, welke ruimte heeft de minister dan nog om op zijn departement met dat beleid door te gaan? Er is jarenlang voor gevochten. Er begint eindelijk een ontwikkeling te komen waardoor Defensie niet alleen qua gender maar ook qua etnische achtergrond van militairen iets meer gaat lijken op een goede afspiegeling van de samenleving. Ook getalsmatig zijn deze mensen hard nodig, omdat het huidige tekort aan personeel bij Defensie nooit weggaat als de minister deze bronnen niet weet aan te boren.

Ten aanzien van het punt van de werkgelegenheid geldt eigenlijk precies hetzelfde. Ook daarover hebben wij een motie voorbereid. In tijden van aanzienlijke bezuinigingen lijkt het mij evident dat er locaties worden gesloten. Ik vraag echter de minister om bij het sluiten van defensielocaties recht te doen aan de eerder aangenomen motie-Heijnen, waarin wordt verzocht om bij rijksreorganisaties rekening te houden met de economische situatie en de werkgelegenheid in de krimpgebieden, de gebieden die al zo ernstig lijden onder de economische crisis. Ik vraag de minister om bij het sluiten van de defensielocaties in lijn met deze motie te handelen.

Ik wacht op concrete toezeggingen van de minister. Daartoe is in de wetgevingsoverleggen al vele malen een poging gedaan, maar vooralsnog gaf de minister niet thuis. Mevrouw Eijsink heeft in eerdere debatten aangekondigd dat het haar bijzonder moeilijk valt om onder deze omstandigheden straks vóór de begroting van het ministerie van Defensie te stemmen. Ik weet dat dit zwaar klinkt, maar de zaak weegt ook zwaar. De minister moet echt bewegen om de zorgen weg te nemen over de invulling, namelijk hetgeen de minister straks in zijn beleidsbrief schrijft. Als de minister daarbij niet aan de zorgen van de Partij van de Arbeid tegemoetkomt, moeten wij ons er echt op gaan beraden of wij de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor een begroting die de zorgen niet wegneemt maar eerder groter maakt.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik kom nog even terug op het zinnetje "Hans koopt maar een tank minder". Dat betrof de schadeloosstelling ten aanzien waarvan ik het zeer met mevrouw Albayrak eens ben dat daarvoor iets moet worden geregeld. Begrijp ik het goed dat de minister van Financiën tegen mevrouw Eijsink heeft gezegd: als de minister van Defensie een tank minder koopt, kunnen wij die schadeloosstelling regelen? Dat lijkt mij een heel goed kabinetsstandpunt.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Misschien moet de heer Van Dijk dat debat maar met de minister van Financiën voeren. De minister probeerde natuurlijk te zeggen: als er een defensiewens is, moet de minister van Defensie daarvoor maar zelf dokken.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Het geluid van de Partij van de Arbeid is toch wel historisch te noemen. Zij dreigt namelijk tegen de Defensiebegroting te gaan stemmen, dus ook tegen de missies die de regering op dit moment uitvoert en die zij misschien wil gaan uitvoeren. Daarover verbaas ik mij een beetje. Ik voer dit soort debatten al jaren, eerst met het vorige kabinet en nu met de nieuwe minister. Het kabinet bezuinigt 900 mln. Je zou toch zeggen dat dit een bezuiniging is waar links Nederland zijn vingers bij aflikt. Misschien mag ik ook de Partij van de Arbeid bij "links Nederland" rekenen. De PvdA wilde 1,5 mld. bezuinigen en de minister komt de PvdA daarbij heel ver tegemoet. Hoe kan het nu dat de PvdA tegen een begroting gaat stemmen die juist een heel groot gedeelte van haar verkiezingsprogramma invult?

De voorzitter:

Mevrouw Albayrak, kort antwoorden graag.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Die bezuinigingen zouden wij voor een belangrijk deel anders hebben ingevuld.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat is nu juist het punt. U loopt een beetje voor de troepen uit. De beleidsbrief met de invulling van de bezuiniging moeten wij nog krijgen van de minister.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ik moet kort antwoorden van de voorzitter. Dat valt mij niet gemakkelijk. Als ik terugdenk aan al de debatten die wij hebben gevoerd, zeg ik: het is inderdaad geen lichtvaardig genomen besluit. Ik wacht het antwoord van de minister af. Hij deed een handreiking en hij kreeg concrete voorstellen. Ik noem de onafhankelijke inspecteur. Neemt u het rapport van de Algemene Rekenkamer nu eens serieus en probeert u op basis van een gedegen analyse te bezien wat er met de eerdere reorganisaties is gebeurd. Onder minister Voorhoeve ging het om 900 mln., daarna nog eens 800 mln. onder minister Kamp. Nu gaat het om bijna 1 mld. onder deze minister. Het waren reorganisaties waarvan wij vandaag de dag niet met een rechte rug kunnen zeggen dat die een bijdrage hebben geleverd aan een slimme krijgsmacht. Wij weten niet of de juiste besluiten zijn genomen. Wij willen ervan leren. Daarom vragen wij om een parlementair onderzoek. Ons verzoek is afgezwakt, omdat de minister begon over een patiënt op de operatietafel en zei dat wij niet de chirurg moesten gaan spelen. Daarom vragen wij niet om een enquête waarin mensen onder ede kunnen worden gehoord, maar om een parlementair onderzoek. Ik hoop dat de Kamer daarin meegaat. Als je die zaken in beeld hebt, kun je op basis van de analyses daarvan betere keuzes maken voor de toekomst.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Voordewind. Ik wil eigenlijk naar maximaal twee interrupties. Wij moeten vanavond nog een ander debat voeren, zoals bekend. Dus: kort, kort, kort.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik wil nog een afrondende opmerking maken, want ik krijg toch geen antwoord van mevrouw Albayrak op mijn vragen over die bezuinigingen. Zij noemt de bezuinigingen van de vorige kabinetten, die zij eigenlijk vreselijk vindt.

De voorzitter:

Dit is geen korte vraag, mijnheer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee. Ik wil er toch op wijzen dat nu een bezuiniging van 900 mln. wordt voorgesteld, terwijl in het verkiezingsprogramma van de PvdA 1,5 mld. staat. Ik vind dat zij te ver op zo'n beleidsbrief vooruit loopt door nu al te dreigen met het niet steunen van deze begroting. Daar wil ik graag een reactie op hebben, want die heb ik nog niet gekregen.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ik weet het goed gemaakt. Sinds 1998, het jaar dat ik in de Kamer kwam, zijn er zeker vijf defensienota's van de PvdA verschenen waarin precies staat welke keuzes wij maken voor de krijgsmacht. Die gaan over de topstructuur, over de aansturing en over materieelkeuzes. Als de heer Voordewind die leest, weet hij hoe wij die bezuinigingen hadden ingevuld. Dat zijn wezenlijk andere keuzes dan de afgelopen jaren zijn gemaakt onder die grote reorganisaties waarmee die grote bedragen waren gemoeid.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De CDA-fractie is het met mevrouw Albayrak eens dat je zo laat mogelijk moet kijken naar de operationele capaciteit in het kader van deze bezuinigingen. Hoe rijmt zij haar opmerking dat kazernes niet gesloten mogen worden met de plannen van haar fractie om 1,5 mld. te bezuinigen? Wij hadden immers nog meer moeten bezuinigen als de PvdA nu aan het stuur had gezeten. Hoe kan zij die uitspraak rijmen met die bezuiniging van 1,5 mld.?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Het waren andere keuzes geweest, zoals ik al heb geantwoord. Ik zeg niet dat er geen locaties gesloten mogen worden. Ik zeg alleen dat bij het maken van de keuze moet worden gekeken naar de werkgelegenheidseffecten voor de krimpregio's. Daar gaat de motie die ik heb aangekondigd over.

De heer Ten Broeke (VVD):

Met alle respect dat ik voor mevrouw Albayrak en ook voor mevrouw Eijsink heb, gaan de handschoenen toch wel een beetje uit nu de PvdA-fractie heeft aangekondigd tegen de begroting van het ministerie van Defensie te stemmen. In haar eigen programma heeft de PvdA 1,5 mld. aan bezuinigingen opgenomen. In de vorige kabinetsperiode zijn er voor 400 mln. lijken uit de kast komen rollen. Die komen daar dus nog bovenop. 60% van de Defensiebegroting gaat naar salarissen, wachtgelden, pensioenen en nazorg. Daar wil de PvdA-fractie niet aankomen, dat budget wil zij zelfs opplussen. Als ik dat even heel snel met elkaar verdisconteer, kom ik tot de conclusie dat de PvdA de hele krijgsmacht wegbezuinigt met de 2 mld. die zij nog moet vinden als zij die zaken allemaal in stand houdt. Maakt u dat sommetje eens voor mij, mevrouw Albayrak?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Als u mevrouw Eijsink echt recht wilt doen, mijnheer Ten Broeke, kijkt u naar de positie die zij heeft ingenomen in de tijden dat de PvdA in de regering zat. Dat was een uiterst kritische positie. Zij distantieerde zich op momenten zelfs van de lijn van het kabinet, althans zij was daar heel erg kritisch over. Als u dat erkent, doet u haar recht. Er is een fractie geweest en een kabinet. U kunt gaan wijzen op de verantwoordelijkheid die de PvdA met overtuiging heeft gedragen, ook voor het beleid van VVD-ministers inderdaad. Dat doet niets af aan de inzet van mevrouw Eijsink als lid van de PvdA-fractie.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik zal dat voor de komende jaren onthouden. Ik heb vorig jaar ook overwogen om tegen de begroting te stemmen, maar daar was een aanleiding voor. Die aanleiding was een rapport van de Algemene Rekenkamer. Wij hebben toen, vanuit de oppositie, besloten om dat niet te doen. De reden daarvoor is mede door de heer Voordewind genoemd, namelijk dat wij het op dat moment onverantwoord achtten, met troepen in het buitenland, om het kleed onder het ministerie vandaan te trekken. Nu zit er een minister die schoon schip gaat maken, die heeft aangekondigd de zaak stevig aan te willen pakken. Hoe kan in 's hemelsnaam deze opstelling van de PvdA-fractie een bijdrage leveren aan het herstel van de krijgsmacht op dit moment?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Diezelfde minister vraagt de PvdA-fractie verantwoordelijkheid te nemen voor de besteding van gelden voor een begroting die beleidsarm is, waarvan de invulling nog moet komen en waar de PvdA-fractie in vele debatten haar zorgen over heeft geuit en alternatieven voor heeft aangedragen. De PvdA-fractie heeft over deze begroting minimale vragen gesteld. Zij heeft de minister gevraagd om wat zaken toe te geven of te doen om daarmee zorgen van de fractie weg te nemen. Het minste dat deze minister had kunnen doen, was op een paar van deze punten zeggen dat hij ernaar zou kijken. Zelfs dat antwoord kwam echter niet. Het wordt ons dus ook niet makkelijk gemaakt om met dezelfde zorg die de VVD-fractie destijds had, in te stemmen. Inderdaad, terugblikkend kunnen wij zeggen dat het rapport van de Algemene Rekenkamer er nog steeds ligt. Mijn fractie heeft er op dit moment en op basis van de antwoorden van de minister geen vertrouwen in dat zijn keuzes de zorgen van de Algemene Rekenkamer zullen wegnemen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. Toen Maurits van Oranje-Nassau in 1589 het commando over de Nederlandse troepen overnam, stond hij voor een schier kansloze opdracht. Op alle fronten werd er verloren. De Staatse troepen kregen er op het slagveld keer op keer van langs. De organisatie van de legers klopte van geen kant, het moreel was laag en de schatkist was leeg. Maar binnen een paar jaar wist Maurits deze situatie te keren. Hij maakte van een volksopstand een georganiseerde, maar vooral ook succesvolle strijd tegen de Spaanse overheerser. Hij hervormde de organisatie van zijn troepen, de training, de gevechtstactiek van de infanterie, hij gebruikte het beschikbare materieel optimaal en hij veroverde en verdedigde steden met nieuwe, guerrilla-achtige technieken. Daarmee keerde hij het tij in de Tachtigjarige Oorlog. Zo wonnen we de slag bij Nieuwpoort, en niet de slag bij Nieuwspoort, zoals een onverlaat in de Kamer ooit beweerde.

Hoe het ook zij, Maurits van Oranje staat nu nog bekend als een groot militair hervormer. Nog fraaier is dat na zijn Trojaanse list met het turfschip waarmee hij Breda innam, zijn reputatie als krijgsheer dusdanig was gestegen dat de Staten-Generaal besloten om hem meer geld, jawel, meer geld, voor het leger ter beschikking te stellen. Daarna zou de Republiek nog vele militaire successen behalen. Die behaalde zij ook door de inhuur van huurlingen uit Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Schotland. Het was dus een soort Europees leger avant la lettre, zeg ik tegen mevrouw Hachchi.

Van minder meer maken; de huidige minister van Defensie wens ik de reputatie van Maurits toe. Hij zal moeten bezuinigen op een organisatie die in een slechte staat verkeert. De organisatie verkeert in die staat deels omdat eerdere bezuinigingen de krijgsmacht op zijn reserves hebben laten interen. In het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarover wij zojuist al debatteerden, werd daarop vorig jaar al gewezen. Deels verkeert de organisatie in slechte staat omdat men op adem moet komen van een inspanning in Uruzgan van het niveau van de Champions League. Zij verkeert echter toch vooral in slechte staat omdat de organisatie zelf uit het lood is. De absolute noodzaak om de financiën van Nederland weer op orde te krijgen, maken het dan ook noodzakelijk om opnieuw bij Defensie te snijden. De VVD-fractie had dat liever anders gezien. Daarover gaat de heer Voordewind mij ongetwijfeld nu een vraag stellen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dit lijkt wel uitlokking. Ik was niet van plan om daarover een opmerking te maken.

Mijn eerste opmerking gaat over de schatkist die leeg zou zijn en de bezuinigingen die de afgelopen jaren zouden zijn doorgevoerd. Mag ik de heer Ten Broeke erop wijzen dat het vorige kabinet bij zijn start 500 mln. heeft geïnvesteerd in het defensieapparaat? Met de steun van de VVD-fractie hebben wij daarna nog eens vier maal 50 mln. uitgetrokken voor de exploitatie van de missie in Afghanistan. Als wij dat bij elkaar optellen, komen wij uit op 700 mln. extra. Mag ik de heer Ten Broeke er ook op wijzen dat onder zijn minister Kamp er wel een hele bezuinigingsslag heeft plaatsgevonden?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik heb dit debat vorige jaar ook met de toenmalige minister Van Middelkoop van de ChristenUnie gevoerd. Volgens mij was de heer Voordewind ook bij dat debat aanwezig, zodat hij op de hoogte moet zijn van de uitkomst ervan. Minister Van Middelkoop moest toen toegeven dat er onder minister Kamp juist geld was bijgekomen voor Defensie, en niet zo'n beetje ook. Op de begroting voor 2003 stond 7,3 mld. voor Defensie opgenomen. Op de begroting voor 2007 stond daarvoor 7,9 mld. opgenomen. In de Slotwet 2003 was het bedrag 7,4 mld., in de Slotwet 2007 8,4 mld. Als wij spreken over de werkelijke uitgaven, kwam er onder Henk Kamp dus 1 mld. bij voor Defensie. Dat is de realiteit. Dat moest minister Van Middelkoop vorige jaar ook toegeven.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij kunnen een rekensommetje maken, want ik doelde op de verkoop van materieel. Daarmee heeft de minister toentertijd heel veel geld gewonnen. Daarmee heeft hij ook "gekannibaliseerd" op de hardware van Defensie, zoals de voorganger van de heer Ten Broeke nogal eens dreigde te zeggen. Er is dus ingeboet op de operationele capaciteit van Defensie. Als de heer Ten Broeke dus cijfers noemt, moet hij er de cijfers uit het andere rijtje bij optellen. Als hij dat doet, kan hij zien dat hij netto waarschijnlijk op een verlies uitkomt.

De heer Ten Broeke noemde ook het rapport van de Algemene Rekenkamer. Toevallig heeft juist de vorige minister van Defensie, de heer Van Middelkoop, dit rapport heel serieus genomen. Hij heeft daarvoor een ambtelijke werkgroep in het leven geroepen en hij heeft de financiën aangepakt. De heer Ten Broeke kan daarover lezen in het laatste rapport van de Algemene Rekenkamer. Wat is zijn reactie daarop?

De heer Ten Broeke (VVD):

De heer Voordewind erkent in ieder geval dat er onder Henk Kamp geld is bijgekomen. Dat is goed. Dat deed de minister van Defensie, van ChristenUniehuize, in het vorige kabinet ook. Toen werd er nog niet veel extra geld gestart en er is ook nog geld bijgekomen. Dat hebben wij nooit ontkend. De realiteit is dat deze minister een beetje een bende heeft aangetroffen. Dat levert ons bovenop de 635 mln. aan bezuinigingen nog eens een bezuiniging van 400 mln. extra op. Dat is de realiteit van vandaag. Dat lossen wij niet meer op met de verkoop van materieel.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik ben vereerd dat de heer Ten Broeke mij in zijn betoog expliciet noemt. Het is ook nog maar het begin, dus ik ben benieuwd. De VVD heeft in de campagne van afgelopen voorjaar gepleit voor het investeren in Defensie. Vervolgens bleek al snel dat er geen sprake was van investeren, maar dat het saldo op nul uitkwam. Nu blijkt zelfs dat er moet worden bezuinigd. Waar blijft die belofte van de VVD?

De heer Ten Broeke (VVD):

Dat is heel simpel. Wij hadden in ons programma 120 mln. extra voor Defensie uitgetrokken. Dat leek ons een verstandige keuze. Wij wilden ook een hoger ambitieniveau. Wij wilden eigenlijk het niveau zoals wij dat in Uruzgan hebben gezien met een missie op brigadeniveau, met daarnaast de missies die wij er nog bij hebben; een kleine twintig in totaal. Wij zouden graag vasthouden aan dat ambitieniveau. Tegen de achtergrond van de realiteit van de rijksfinanciën en het moeten onderhandelen met partijen die andere zaken in hun programma hebben opgenomen, komen wij helaas tot een bezuiniging. Die bezuiniging leek zich aanvankelijk te beperken tot 600 mln. Daarmee zouden wij de veelzijdig inzetbare optie nog overeind kunnen houden, maar gegeven de extra tekorten die er bovenop zijn gekomen, ben ik van mening dat dit ambitieniveau voor de komende tijd niet reëel en niet haalbaar is. Daar zijn wij volstrekt eerlijk in. Voor de rest hebben wij ons gehouden aan alles wat wij hebben gezegd. Vervolgens maak je afspraken.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik hoorde van de heer Ten Broeke dat het VVD-verkiezingsprogramma onvoldoende was afgestemd op de financiële realiteit. Klopt dat?

De heer Ten Broeke (VVD):

Nee, wij hebben andere keuzen gemaakt, zoals dat wel vaker gaat. Als het programma van de SGP zou zijn uitgevoerd, dan zou er – dat geef ik toe – nog meer geld naar Defensie zijn gegaan, 250 mln., dus twee keer zoveel als onze 125 mln. Daar neem ik mijn pet voor af, maar dan hadden er ook andere keuzen voor de rijksbegroting moeten zijn gemaakt en die zouden in het kader van de coalitie waarschijnlijk niet overeind zijn gebleven; tenzij de SGP ooit de absolute meerderheid behaalt, maar ik weet niet of ik dat de heer Van der Staaij moet toewensen. Vanuit de huidige situatie van de SGP is dat niet reëel, maar vanuit onze situatie ook niet.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik zal mij niet uitlaten over de toekomst van de SGP, al laat de absolute meerderheid inderdaad wel even op zich wachten.

Wat vindt de VVD-fractie van het budget dat nu is overgebleven voor Defensie? Is dat ook voor de toekomst het budget waarmee wij het moeten doen?

De heer Ten Broeke (VVD):

Wie in de toekomst kan kijken en bijvoorbeeld kan voorspelen dat de SGP ooit de absolute meerderheid haalt, kan die vraag misschien beantwoorden. Net zo min als de heer Van der Staaij dat van zijn partij kan zeggen, kan ik dat voor Defensie zeggen. Ik kan wel iets zeggen over deze situatie en deze begroting. Ik vind de bezuiniging die wij nu doorvoeren buitengewoon zwaar. Wij staan daar wel voor en ik zal de minister wat dit betreft vol steunen. De minister heeft gezegd dat hij daartoe sneuvelbereid was, maar wij gaan geen martelaar van hem maken. Wij gaan de minister dus helpen op een verstandige manier. De heer Van der Staaij was niet aanwezig bij het Materieeldebat, maar ik heb toen aangegeven – collega Bosman deed dat bij het Personeeldebat – dat ik geen andere bijdrage zou hebben gehouden als bijvoorbeeld het VVD-programma zou zijn uitgevoerd. De ironie is dat een aantal hervormingen waar wij lang voor hebben gepleit nu vanwege de bezuinigingen kan worden doorgevoerd.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik heb hier de nota "Investeren in veiligheid" van de VVD bij me, uit mei 2010. Ik wil daar een klein citaat uit voorlezen: "De bezuinigingen van de afgelopen twintig jaar hebben hun tol geëist. Het huidige Defensiebudget is historisch en internationaal gezien bijzonder laag. Er is geen ruimte tot verdere bezuiniging en reducties, ook niet in tijden van economische crisis." Ik wilde aan de heer Ten Broeke vragen of hij deze nota, waarmee hij campagne heeft gevoerd maar waarvan, zoals nu blijkt, volstrekt niets is waargemaakt, nu in de prullenbak wil werpen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Geenszins. Dit is een buitengewoon goede nota. Daarin staan onder andere een paar zaken die wij hebben overgenomen en die zelfs hun weg naar het regeerakkoord hebben gevonden, bijvoorbeeld een andere wijze van vormgeven van de begroting. Deze notitie is geschreven door een commissie binnen de VVD. Een van de auteurs, mijnheer Hoekzema, zit hier in de zaal, achterin. Op de avond die wij hebben georganiseerd naar aanleiding van deze nota, hebben wij daarvan direct gezegd dat wij de financiële extra's die daarin worden genoemd, niet zouden overnemen. Sterker nog, wij hebben dat nog een keer gezegd bij de vaststelling van ons partijprogramma. In ons partijprogramma staat immers plus 120 mln. en dat staat niet in de nota. Daarin wordt zelfs gesproken over 5% extra, meen ik. Dit verschil moet de heer Van Dijk wel even maken. In partijen als de VVD worden die discussies heel breed gevoerd. De inspanningen juich ik toe, maar dit is uiteindelijk niet de partijlijn geworden die wij in de campagne hebben verdedigd. Die is plus 120 mln., en daar sta ik hier nog steeds voor.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Die nota is glashelder. Daarin wordt gewoon gezegd: wij moeten stoppen met bezuinigen. De VVD zit in het kabinet en de VVD gaat fors bezuinigen. Dat gaat in tegen haar eigen partijstandpunt. Daarom sluit ik me wel enigszins aan bij de brief van de Nederlandse Officieren Vereniging. De voorzitter van die vereniging zegt daarin dat er eigenlijk sprake is van kiezersbedrog; militairen zijn immers traditioneel VVD- en CDA-stemmers. "Zeker voor de VVD die in zijn programma nog aangaf 125 mln. extra aan defensie te willen besteden", staat in die brief te lezen. Het is een lege huls, mijnheer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Nee, de lege huls is het type krijgsmacht waarop u uitkomt als wij uw programma gaan uitvoeren, met 3 mld. aan bezuinigingen. Dat betekent dat je eigenlijk geen krijgsmacht overhoudt. U moet misschien toch even leren dat je binnen een partij een onderscheid kunt maken. Bij de VVD zijn mensen op een gegeven moment met een notitie gekomen, die niet is omarmd door de fractie in de zin dat het extra bedrag dat daarin werd uitgetrokken zijn weg heeft gevonden naar het partijprogramma. Voor dat laatste sta ik hier.

De voorzitter:

Ik ga uw tijd weer aanzetten.

De heer Ten Broeke (VVD):

Bij de SP gaat dat anders, dat weet ik. Overal waar het SP-logo staat, is waarschijnlijk maar één visie mogelijk. Bij ons in de partij wordt er gedebatteerd en gediscussieerd. Er zijn ook mensen die het liefst nog meer hadden willen uitgeven. Dat zit er niet in.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Nee, nee, niet meer. De heer Ten Broeke gaat door met zijn betoog.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik zie dat u mijn tijd alweer even hebt laten lopen.

De voorzitter:

Dat had ik ook gezegd.

De heer Ten Broeke (VVD):

De VVD had het dus liever anders gezien; dat moge helder zijn. Wij hadden een kleine plus willen hebben, en wij hadden direct veelzijdig inzetbaar willen zijn. Dat zit er pas op middellange termijn weer in. De ironie is wel dat de verhalen die collega Bosman bij het overleg over Personeel en ik bij het overleg over Materieel hebben gehouden, met de strekking dat er radicaal moet worden hervormd om Defensie te moderniseren, nu waarschijnlijk een grotere slagingskans hebben, omdat de megabezuinigingen die wij moeten doorvoeren een zodanige druk zullen creëren dat de zaak daaronder in ieder geval vloeibaar wordt gemaakt.

Ik heb al aangegeven dat wij buitengewoon geschrokken zijn van wat wordt genoemd de "tooth-to-tail-ratio" bij Defensie. Er zijn anderhalf keer zoveel mensen voor ondersteunende diensten bij DMO als er infanteristen zijn. Bij de Commando DienstenCentra zijn er zelfs ruim 12.000 mensen in de staf. Dat zijn cijfers waarvan wij zeer zijn geschrokken. Die maken het noodzakelijk om te groeien naar wat wij hebben genoemd de "krijgsmacht 2.0", een krijgsmacht die operationeel inzetbaar is maar waarbij de militair weer het uitgangspunt moet zijn en niet zijn ondersteuning. Dat laatste is op dit moment het geval

Als de hervormingen worden doorgevoerd die wij tijdens de afgelopen WGO's hebben bepleit en die in een aantal moties zijn vastgelegd, lijkt het ons dat wij op middellange termijn kunnen komen tot een krijgsmacht die slimmer en efficiënter werkt. De minister heeft die moties ook omarmd. Ik ben bereid om ze om die reden terug te trekken, teneinde een constructieve bijdrage te leveren aan de terugdringing van de motielawine die wij in dit huis over het algemeen meemaken. Een toezegging is immers een toezegging, maar daarvan krijg ik zo meteen graag nog een bevestiging van de minister. Wat de VVD-fractie betreft moet het motto zijn: als je minder te besteden hebt, ga je meer uitbesteden en moet je slimmer aanbesteden.

Een paar zaken die tijdens het WGO zijn besproken, wil ik terughalen. Wij moeten terugkeren naar de kerntaken van de krijgsmacht. Dat is de operationele inzetbaarheid. Wij moeten terug naar de militair; dit uitgangspunt is ook door mevrouw Albayrak naar voren gebracht. Dit betekent dat ook de Defensiebegroting moet worden ingericht langs de lijnen van deze kerntaken, zoals in het regeerakkoord is opgenomen. Alles wat de soldaat nodig heeft, van zijn DT tot zijn voertuig, moet zo veel mogelijk worden uitbesteed of anders aanbesteed. Daar hebben wij een aantal moties voor naar voren gebracht. De 150 Bushmasters die terugkomen uit Uruzgan, werden daar onderhouden door Thales. Waarom moeten ze dan hier in de mottenballen in een kazerne? Ik snap dat niet. Dat moet anders in een project of pilot. Ik wil hier heel graag van de minister een heldere opvatting over horen. Nu de Vikings terugkeren, gaan ze in onderhoud bij IBL in Leusden, dat van de minister is, terwijl ze ook in onderhoud zitten op twintig minuten rijden bij Van Halteren Metaal, dat een privaat bedrijf is. Nogmaals, ik ben bereid om mijn motie in te trekken maar dan krijg ik graag een heel heldere toezegging van de minister.

Collega Bosman heeft tijdens het WGO over personeel al onze visie gepresenteerd op de organisatie. Er moet sprake zijn van een verdergaande mate van verjonging. Defensie is top-heavy: één generaal per 473 mensen. Dat lijkt ons wat zwaar. Er zijn te veel chiefs en te weinig indians. Dat moet veranderen. Ook daarover ligt er een motie met het percentage 30. Ik meen dat het CDA die heeft ingediend. Graag krijgen wij hier helderheid over van de minister zodat wij hem daaraan kunnen houden.

Voor staven geldt hetzelfde. Van de 8,25 mld. in de Defensiebegroting van 2011 gaat er € 8.181.000 naar de staven. Dat is veel te veel. Collega Bosman vroeg de minister al om een reductie van de staven. 30% ligt nu voor.

In burgerpersoneel moet fors gesneden worden, in de ondersteunende onderdelen voorop. In de Dienst Materieel Organisatie zitten anderhalf keer zo veel mensen, namelijk 6500, als er infanteristen zijn. Bij de ondersteunende stafdiensten zitten 12.000 mensen, onder wie enorm veel burgers, op een organisatie van 61.000 mensen waarvan wordt verwacht "every soldier a rifleman" te zijn. Dat kan dus niet.

Er moet één hoofdkwartier komen. Daar werd ook al op gezinspeeld. Ook wij zouden graag zien dat de eerdere toezegging van de minister gestand wordt gedaan dat er één hoofdkwartier komt voor staven van de Koninklijke Luchtmacht, Landmacht, Marine en de Koninklijke Marechaussee. Kan hij dat toezeggen?

Kostenbeheersing. Er moet meer standaardisering komen. Defensie moet ophouden met het broodje speciaal. De Chinook had softwareproblemen in de cockpit. Dat project is 20 mln. duurder uitgevallen omdat men geen standaardcockpit wilde aanschaffen. De derde DC-10, idem. Wederom kwamen er een software-upgrade en een aanpassing van het interieur. Daarom kan de DC-10 niet meer Europees meedoen. Vorige maand schreef de minister aan de Kamer dat de aanschaf van twintig NH90's – dat is een Europese helikopter, mevrouw Albayrak – wederom duurder is geworden, dit keer 52,3 mln. Als je dat omrekent, is de JSF er niets bij.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Dat klinkt als een opsomming van redenen om een parlementair onderzoek te houden.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik zie de motie van mevrouw Albayrak met genoegen tegemoet.

Bij SPEER is sprake van 400 mln. erbij. Misschien is dat ook een reden. De vervanging van de wielvoertuigen is een totaal megalomaan project. De minister steunde onze suggestie om meer standaardvrachtwagens aan te schaffen. Waarom moet elke eenheid zijn eigen vrachtwagen hebben? Als de nood echt aan de man komt en 40.000 militairen verplaatst moeten worden, dan nationaliseren wij maar een paar bussen.

Over het leasen van een wagenpark dienden ook wij een motie in. De minister oordeelt daar positief over. Hij omarmt het project. Graag hoor ik of ik dat goed gehoord heb. Als dat zo is, trek ik mijn motie in.

Ook wil de VVD-fractie aandacht voor het aanbesteden. Ik wil graag meer militair aanbesteden en minder Europees aanbesteden omdat wij nu eenmaal spreken over een gesloten markt. Wij hoeven op dat vlak – ik vrees dat ik mevrouw Hachchi nu tegen de schenen ga schoppen – niet het beste Europese jongetje van de klas te zijn. In artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt een uitzondering mogelijk gemaakt op basis van wezenlijke belangen van nationale veiligheid. Wij hebben een goede innovatiegedreven militaire industrie, die niet alleen bestaat uit zo'n 250 midden- en kleinbedrijven maar ook uit grote jongens als Thales, Ten Cate en Damen Shipyards. Daar moeten wij meer gebruik van maken. Ik vind het bijvoorbeeld te gek voor woorden dat Ten Cate zijn vezels wel aan de Chinezen en de Amerikanen, met wie wij samenwerken, kan leveren maar in Nederland een dichte deur vindt. Andere Europeanen maken gretig gebruik van deze uitzondering. Ik zou graag van de minister horen dat hij "militair, tenzij" vooropstelt in plaats van "Europees, tenzij". Dat kan onder de huidige verdragen. Dat moet nu maar eens gebeuren.

Onze lijn in het materieelonderhoud is kraakhelder. Er is geen keuze meer. De minister moet gaan samenwerken met het bedrijfsleven. Dit is de tijd van een vergaande mate van publiek-private samenwerking. Wij gaan ervan uit dat de minister dit steunt, zoals hij ook tijdens het wetgevingsoverleg aangaf. Ik wil in het bijzonder wijzen op het onderhoud van F-16-motoren, waarbij een vergaande pps-constructie is voorgesteld door het bedrijfsleven. Ik hoor daar graag de opvattingen van de minister over.

Innovatie. Wij willen op deze plaats nogmaals de aandacht vestigen op de bezuinigingen op TNO. Wij danken de minister voor zijn heldere uitleg maar zijn er nog niet helemaal gerust op. TNO wordt namelijk dubbel gestraft. Eerst was er sprake van 35% ondanks de motie van vorig jaar van de VVD, de Partij van de Arbeid en nog een paar partijen. Nu is er nog eens sprake van extra zaken na de verplaatsingen van een en ander naar het ministerie van EL&I. En dan komt er nog een keer een generieke bezuiniging. Dat leidt tot een bezuiniging van om en nabij de 50%. Dat is onverstandig. Bezuinigen op innovatie gaat op de middellange termijn ten koste van de veiligheid van soldaten. Het is disproportioneel ten opzichte van andere kennisinstellingen. De kennis hoort bij onze wetenschappers; die moeten wij straks inkopen, inclusief de wetenschappers die wij dan zijn kwijtgeraakt. In Uruzgan is vaak genoeg gebleken dat innovaties van TNO mensenlevens hebben gered. Ik denk bijvoorbeeld aan de IED-upgrade voor de YPR of de lfas-sonar, die 19 mln. aan onderzoek heeft gekost en 28 mln. aan besparingen heeft opgeleverd. Wij zijn bereid om daarover een nieuwe motie of amendement in te dienen; dat amendement heb ik al laten verspreiden.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik heb het amendement van de heer Ten Broeke voor mij. Hij wil graag extra geld voor TNO. In mijn termijn zal ik pleiten voor meer onderzoek door TNO naar het stralingsgevaar van verarmd uranium en naar ander stralingsgevaar voor militairen en burgers. Is de heer Ten Broeke het met mij eens dat TNO daarvoor ook moet worden ingezet?

De heer Ten Broeke (VVD):

Als ik het wel heb, heeft TNO ook een onderzoekslijn in die richting. Vorig jaar hebben wij daarover een uitgebreid debat gevoerd. Anders dan de heer Van Dijk zal ik mij niet uitlaten over wat TNO exact moet doen. Ik wil niet op die stoel gaan zitten. Defensie was aankoper van TNO-onderzoekslijnen. Ik denk aan de voorbeelden die ik net gaf, maar ook aan de RPG-netten bij Kamp Holland en de compoundbescherming waarin TNO een cruciale rol heeft gespeeld. Dat waren allerlei zaken die op dat moment opkwamen, waar Defensie op dat moment behoefte aan had en die Defensie dus op dat moment heeft weggezet. Ik ga niet nu al zeggen: dit moet u precies doen. Dat is ook niet mijn rol; dat moet Defensie vooral zelf blijven doen. Ik vrees dat de reparatie die ik nu hoop door te voeren onvoldoende zal zijn om alle programma's te redden, maar ik hoop in ieder geval de kern daarvan overeind te houden. Dat is essentieel voor de technologische krijgsmacht, de krijgsmacht 2.0 die wij wensen.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ik heb ook een vraag over dit amendement. Even interessant als de vraag waar de gelden naartoe gaan, is de vraag waar de gelden vandaan komen. Ik zie dat de heer Ten Broeke het geld vooral zoekt bij de wervings- en recruteringsbudgetten. Kan hij daar nadere uitleg over geven?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik doe het even uit mijn hoofd. Het betreft 18 mln. voor werving en recrutering en een kleine 36 mln. aan bonussen. De getallen weet ik niet exact, maar ik denk dat ik in de buurt zit. Mevrouw Albayrak kent de situatie bij Defensie. Er zal de komende jaren iets minder gerecruteerd worden. Men zal het op een andere manier moeten doen. Onze veronderstelling is denk ik niet al te gewaagd: als er iets minder wordt gerecruteerd, wordt er ook iets minder uitgekeerd. De bonussen zijn al helemaal niet noodzakelijk meer.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Denkt de heer Ten Broeke dan dat de minister zelf niet zo slim is om op het idee te komen dat daar geld overblijft?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik acht de minister buitengewoon hoog en ik denk dat hij dit potje ook wel heeft gezien. Het is mij nog niet geworden dat hij het al heeft geplunderd. Wij zullen het zien, want de minister moet nog antwoorden.

De wereld verandert en het wordt er niet veiliger op. Dat is allemaal helder. Nederland heeft er ongelooflijk veel belang bij dat de wereld veiliger is en wordt. Dat belang kunnen wij niet alleen binnenslands beschermen; wij moeten ook onze handelsbelangen beschermen. Wij zijn de zestiende economie en de negende exportnatie van de wereld. De VVD wil op middellange termijn vasthouden aan het ambitieniveau "veelzijdig inzetbaar"; dat is optie vier uit de verkenningen. Ons nationaal belang is om blijvend te participeren in een stabiele en voorspelbare wereld. De VVD wenst geen free rider op veiligheidsgebied te worden, niet in het binnenland en niet in het buitenland. Defensie moet nu bijkomen van de inspanningen in Uruzgan en zich tegelijkertijd richten op het verwerken van de bezuinigingen. Met de juiste keuzes moet het mogelijk zijn om over een aantal jaren weer veelzijdig inzetbaar te zijn. Nederland zal daarbij moeten inzetten op een hoogwaardige technologische inzet; vandaar het amendement over TNO. Boots on the ground zullen wij nu eenmaal minder kunnen leveren dan andere landen.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Grashoff wil interrumperen. Hij pleegt een interruptie nog voordat hij zijn maidenspeech heeft gehouden. Dat was in vroeger tijden ondenkbaar, maar nu mag het.

De heer Grashoff (GroenLinks):

De heer Ten Broeke is voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Hij heeft net verdedigd dat het kabinet een behoorlijke bezuiniging doorvoert op Defensie. Daar komen al die tegenvallers nog bij. Hoe ziet hij voor zich dat een en ander op een behoorlijke manier in stand kan blijven als hij blijft kiezen voor het scenario van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht? Het lijkt mij dat hij meer wil dan met het geld mogelijk is.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dat heb ik volgens mij net aangegeven. Dan moet ik de tekst nog eens voorlezen. Wij hebben heel veel voorstellen gedaan onder andere over onderhoud, uitbesteden, aanbesteden, personeel, inzetbaarheid, verjonging en de vermindering van de staven. Met al die voorstellen moet mogelijk gemaakt worden om van krijgsmacht 1.0, van een staand leger dus, tot een expeditionair leger, een hoog technologisch leger, te komen dat inderdaad nog steeds veelzijdig inzetbaar is. Laten wij niet vergeten dat wij zelfs op dit moment nog altijd aan een kleine twintig missies meedoen. Twintig missies! Dat is niet weinig, maar veelzijdig en inzetbaar.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ziet de heer Ten Broeke misschien de voordelen van het realiseren van veelzijdige inzetbaarheid in een internationale, Europese samenwerking? Gezamenlijk kun je immers meer kwaliteit leveren. Hoe kijkt hij hier tegenaan?

De heer Ten Broeke (VVD):

Zeker, dat heb ik ook al herhaalde malen aangegeven. Wij doen al aan Europese inzet. Wij voeren mijnendienst uit met de Belgen, zelfs onder Belgisch commando. Bovendien werken wij amfibisch samen met de Britten. Onze luchtmacht werkt samen met die van de Noren. Ten aanzien van inkoop zouden wij veel meer kunnen doen, hoewel het procurement in Europa voorlopig nog een drama is. Wij hebben ook allerlei plannen in dit verband en zijn daar dus bepaald niet tegen. Sterker nog, wij zijn er van harte voorstander van. De heer Grashoff vindt de VVD dus aan zijn zijde. Ik feliciteer hem overigens met zijn maideninterruptie.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik zou bijna willen dat de heer Ten Broeke wel even zijn tekst herhaalt. Ik schoot namelijk omhoog toen ik hoorde: voor de lange termijn kiest de VVD voor veelzijdig inzetbaar.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voor de middellange termijn.

Mevrouw Hachchi (D66):

Is daar een opening? Staat de ambitie bij de VVD nu ter discussie? Kan de heer Ten Broeke dit iets meer toelichten?

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik heb vorige week ook al een antwoord gegeven op een dergelijke vraag van mevrouw Hachchi. Dan doen wij dat debat ook nog een keer over. Ik vind het prima. Gegeven de extra bezuinigingen die er nu bijkomen vanwege de tegenvallers uit de vorige periode, heb ik aangegeven dat ik het voor de komende jaren, voor deze kabinetsperiode, niet reëel acht dat wij de veelzijdige inzetbaarheid direct weer kunnen activeren. Zonder de bezuinigingen was dat overigens ook niet direct gelukt, omdat wij op adem moeten komen van Uruzgan. De inzet daar was veel hoger dan zelfs onder veelzijdig inzetbaar zou kunnen worden gerealiseerd, althans in de optie waarvoor wij gekozen hebben in ons programma. Het was mij een lief ding waard geweest als wij dit wat sneller hadden kunnen doen. Wij zullen dit nu op een andere manier moeten doen. Ik denk dat dit echt kan. De doemverhalen over de krijgsmacht van tien jaar geleden hebben er ook niet toe geleid dat de krijgsmacht is omgevallen. Sterker nog, het buitenland komt nu hier kijken op welke wijze wij dat toen hebben gedaan. Het is mijn ambitie dat het buitenland over vijf jaar weer hiernaartoe komt om te bekijken op welke manier wij dit hebben gedaan. Ik denk dus dat het mogelijk is.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het pleidooi van de VVD over het vasthouden aan veelzijdig inzetbare krijgsmacht, terwijl er tegelijkertijd enorm wordt bezuinigd, kan ik alleen grenzeloos naïef noemen. Dit doet mij denken aan een liedje van Neil Young of liever gezegd aan een variant daarop: keep on dreaming in the free world.

Wij hebben ook nog de Joint Strike Fighter. Daar is vorige week nieuws over gekomen. Die wordt een flink stuk duurder. Heb ik het goed begrepen dat de VVD wel vasthoudt aan 6,2 mld.? Gaat de VVD dus niet naar 7,6 mld.? Staat de VVD dus open voor minder JSF-toestellen?

De heer Ten Broeke (VVD):

Nu doen wij het debat van vorig jaar over. Die verhoging was toen nog niet bekend. Ik heb destijds wel al heel helder aangegeven dat bij de VVD in de enveloppe die is gereserveerd voor de opvolging van de F-16 – dit zou de JSF kunnen zijn – 6,2 mld. zit. Wat ons betreft komt daar ook geen cent bij. Dit bedrag is het ons voor de komende jaren waard. Wij zullen dus moeten zien hoeveel vliegtuigen er uiteindelijk komen. Als dit JSF-toestellen zijn, weet de heer Van Dijk kennelijk al wat die over vier jaar kosten. Hiervoor moet je de dollarstand op dat moment kennen en weten hoe zeer de grondstofprijzen tot dan wijzigingen. Een van de redenen waarom het JSF-project nu duurder is, is het feit dat titanium ineens zo duur is. Daar wordt dat ding namelijk van gemaakt. De Amerikanen hebben een enorme stofkamoperatie gedaan om al deze extra's boven water te krijgen. Zij hebben daarvoor het hele management veranderd. Je moet dan weten of de Amerikanen als inkoopcombinatie niet meer druk gaan zetten op bijvoorbeeld een van de leveranciers, zijnde Lockheed. Je moet ook weten of de marges van Lockheed kunnen worden beperkt. Je moet je bovendien afvragen of dit niet ook een mogelijkheid is voor alle Europese partners in het JSF-project. Al deze mogelijkheden zullen zich de komende jaren nog uitkristalliseren. Daarom is het zo ontzettend verstandig dat dit kabinet niet meer doet dan wat het doet, namelijk het aanschaffen van een tweede testtoestel. Alle opties worden in dat geval opengehouden, maar tegelijkertijd is er de ruimte voor de Nederlandse industrie om geld te verdienen door deze hoogwaardige technologische investeringen terug te halen. Dat doen ze heel behoorlijk met een orderportefeuille van nu al meer dan 1 mld. aan getekende contracten en voor 4 mld. aan raamcontracten.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het probleem met dit vliegtuig is dat wij keer op keer te horen krijgen dat het duurder wordt. Wat mij betreft is het eigenlijk een bodemloze put. De vraag is of de VVD ook bereid is om op een dag te zeggen dat zij inziet dat dit vliegtuig eigenlijk een vliegende Betuwelijn is en om ervan af te zien. Staat de VVD daarvoor open?

De heer Ten Broeke (VVD):

Over de Betuwelijn wordt tegenwoordig weer gereden en dat is maar goed ook. Toch zou ik het daarmee niet willen vergelijken, maar wij zullen zien.

De heer Van Dijk heeft maar één agenda en die is heel helder. Hij wil geen vliegtuig voor de luchtmacht. Hij wil van de luchtmacht het liefst een grote vakbond maken die de hele dag op een leeg vliegveld formulieren zit in te vullen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Daarna gaat hij 3 mld. bezuinigen op Defensie, halveren dus, en moet hij 25.000 militairen de straat op schoppen. Dan zal hij ongetwijfeld bij de uitgang foldertjes staan uit te delen dat het aan de SP niet heeft gelegen, Net zoals bij de farmaceutische industrie. Altijd tegen en vervolgens weer huilen als er een Nederlands bedrijf moet sluiten. Wat mij betreft heeft de SP geen enkel recht van spreken over de defensietoekomst en is haar opstelling inzake de vervanging van de F-16 verregaand onverantwoordelijk.

De voorzitter:

Mijnheer Grashoff, u was net al geweest op dit punt.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik zou ook graag op de JSF reageren. Daar ben ik net niet op ingegaan.

De voorzitter:

Het is een goed gebruik dat u op hetzelfde punt in het betoog van de heer Ten Broeke in één keer uw interruptie maakt en dat niet associatief doet.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik wil een ander onderwerp aansnijden en dat is de JSF.

De voorzitter:

Dat snap ik, maar zo doen wij het niet. Ik wil er dus toch maar niet aan beginnen. Zo zijn de regels. U hebt ook nog een tweede termijn. De heer Ten Broeke vervolgt zijn betoog.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik wil nog twee punten bespreken, de piraterij en de civiele inzet van de krijgsmacht.

Wij zijn trots op de Nederlandse deelname aan piraterijmissies in de Golf van Aden. Wij maken ons wel zorgen over de omvang van dit probleem. Ik zal nu even niet spreken over de Nederlandse tanker IVER EXACT, die dichter bij India moest worden beschermd dan bij de Golf van Aden. Ik wil het even hebben over wat deze week heeft plaatsgevonden met een Zuid-Afrikaans schip, waarbij de Nederlandse marine wel adequaat heeft ingegrepen. Vervolgens voelde de autoriteit onder wier vlag het schip vaart, zich ineens niet verantwoordelijk voor de heroïsche actie die de Nederlanders daar hebben uitgevoerd.

Wij willen in ieder geval voorkomen dat de berechting van piraten op onze schouders neerkomt. In eerste instantie pleiten wij voor berechting in de regio. Dat lijkt voorlopig onmogelijk te zijn. Wij bepleiten berechting door staten onder wier vlag de gekaapte schepen voeren. Met name Tanzania, waarmee wordt gesproken en dat op jaarbasis 389 mln. begrotingssteun krijgt van de Europese Unie, en Kenia, dat 50 mln. aan ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie ontvangt, zijn hiervoor potentiële partners. Wanneer gaat deze regering eindelijk werk maken van aandringen bij mevrouw Ashton om ook die relatie in het spel te brengen als het gaat om iets heel simpels als een overnameovereenkomst, die op dit moment niet met deze landen kan worden gerealiseerd? Wij roepen de minister op om te kijken welke mogelijkheden hiertoe bestaan. Wij blijven bij het standpunt dat de piraten die in Nederland worden berecht, onder geen beding na het uitzitten van hun straf hier kunnen blijven en hier asiel kunnen aanvragen. Dus geen rustoord voor gepensioneerde Somalische piraten, dus geen asiel voor zeerovers wat ons betreft. Als de marine de volgende keer een Zuid-Afrikaans schip tegenkomt, moet er misschien eerst maar even met de ambassadeur worden gebeld en gezegd worden: wij willen wel ingrijpen, maar willen jullie dan die mensen ook overnemen? Het is uiteindelijk hun verantwoordelijkheid.

Het laatste punt betreft de civiele inzet van de krijgsmacht. Daarover wordt veel gesproken, vanavond misschien ook nog even. Wij zouden graag de krijgsmacht vaker civiel inzetten, met name de Koninklijke Marechaussee, voor beveiligingsdoeleinden. De VVD pleit ervoor om militairen meer in te zetten in de samenleving, in noodsituaties, bij sneeuw en dergelijke – dat is een noodsituatie in dit land – en bij de beveiliging van overheidsgebouwen. Bij regulier optreden, zoals de ME-inzet bij demonstraties in Den Haag, kan de Koninklijke Marechaussee ook vaker worden ingezet. Zij ontving immers dezelfde training en is aanzienlijk goedkoper. Volgens de heroverwegingen kan in totaal 45 mln. worden bespaard met het overhevelen van politietaken naar de Koninklijke Marechaussee. Wij denken hierbij specifiek aan het grenstoezicht zeehavenpolitie, het binnenlands vreemdelingentoezicht en mobiele grensteams. Alleen al op het vreemdelingentoezicht valt 26,5 mln. te besparen. Wat kan dat volgens de minister opleveren? Kan hij een deal maken met zijn collega van Veiligheid? Dat kan én Defensie én de politie een voordeel opleveren.

Voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Ik heb het idee dat de heer Grashoff nog een vraag heeft. Ik ben misschien een beetje flauw, maar wij moeten allemaal het vak leren. Laten wij het zo afronden. Aan het eind van het betoog gekomen, wil ik nog een opmerking maken.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik heb de heer Ten Broeke uitvoerig gehoord over allerlei problemen en misstanden bij beslissingen van Defensie inzake investeringen, zaken die financieel uit de hand lopen. Maar ik heb hem in dat kader in het geheel niet gehoord over de JSF, terwijl dat toch wel het summum is van de drama's die hij schetst. Dat vind ik heel bijzonder.

De heer Ten Broeke (VVD):

Legt u eens uit welke effecten dat heeft op de rijksbegroting.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Het gaat niet om de effecten op de rijksbegroting. Het gaat erom dat u kritiek hebt op financieel uit de hand lopende projecten, maar dat u dat bij de JSF helemaal achterwege laat. Bent u daarbij zoveel coulanter?

De heer Ten Broeke (VVD):

U staat hier vandaag bij een begrotingsbehandeling. Het is misschien goed dat u zich dat realiseert. Dit is de begroting van Defensie en ik kijk naar de uitgaven op die begroting. De enige uitgave die wij in het kader van de opvolging van de F16 doen in de komende jaren, is de aankoop van een tweede testtoestel. Het eerste testtoestel was al iets goedkoper dan wij hadden verwacht. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat het tweede testtoestel dat niet zal zijn; wij zullen dat moeten afwachten. Het komt neer op ongeveer – wat zullen wij zeggen? – 20, 25 mln. per jaar. Dat bedrag gaat mevrouw Albayrak straks aan personeel bijplussen, terwijl zij in haar eigen begroting een veelvoud van die mensen weer de straat opjaagt. Maar goed, dat terzijde. Ik snap dus niet helemaal goed wat uw vraag is. Die 1,4 mld. heeft als zodanig geen directe relevantie voor de begroting van dit jaar, volgend jaar en het jaar daarna of elke begroting die dit kabinet hoopt uit te zitten.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik denk dat het echt naïef is, als u daarbij geen enkel verband ziet met de beslissing waarvoor wij hier staan. Ik kan niet anders zeggen. Als u de kosten zo uit de hand ziet lopen en u wel dat tweede testtoestel wilt aanschaffen, wat doet u dan als u straks uiteindelijk tot de conclusie komt: het wordt geen JSF? Zet u het dan weer op Marktplaats?

De heer Ten Broeke (VVD):

Als wij uiteindelijk voor de afweging komen te staan om een opvolger van de F16 aan te wijzen – dat zou de JSF kunnen zijn – komen wij op dat moment bij dat besluit. Daarom is het verstandig dat het kabinet niets anders heeft gedaan dan de aankoop van een tweede testtoestel. Wat dat betreft, geven wij veel meer helderheid dan het vorige kabinet, dat zelfs daarover nog eindeloos heeft lopen stoeien. Ik weet tot op de dag van vandaag niet waar bijvoorbeeld de PvdA voor staat, maar laten wij het over onszelf hebben. Als wij bij dat besluit komen, is het voor de VVD heel helder: geen cent erbij op het budget dat wij er nu voor hebben uitgetrokken. Dat heb ik vorig jaar al aangegeven en dat geef ik nu weer aan. Wij moeten afwachten wat er verder met dat budget gebeurt, want wij krijgen in maart nog een brief. In de brief over de JSF die ons al heeft bereikt en waarin die 1,4 mld. als extra werd genoemd, heeft de minister eigenlijk met zoveel woorden aangegeven dat hij ook daarop nog een keer terugkomt. Dan zullen wij er ongetwijfeld weer een debat over voeren; ik hoop met u.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Heeft de heer Ten Broeke het alleen over de KMar of bijvoorbeeld ook over de landmacht, wanneer hij spreekt over de civiele inzet?

De heer Ten Broeke (VVD):

Nee, ik heb het nu expliciet over de Koninklijke Marechaussee gehad. In de Politiewet – u kent die waarschijnlijk nog beter dan ik – zie je een aantal gedeelde taken. Ik heb met name gekeken naar de opleidingen die gelijkluidend zijn bij de politie en de Koninklijke Marechaussee. U weet dat dit kabinet voornemens is om de grensbewaking en het vreemdelingentoezicht meer landinwaarts te verplaatsen. Het is dan niet meer dan logisch dat, als je toch gaat voor een nationale politie, je dat niet weer gaat overdoen aan andere beambten. Ons lijkt het niet onhandig en eigenlijk wel efficiënt, als er wordt gekeken of dat niet ook door de Koninklijke Marechaussee kan worden gedaan. In de heroverwegingen die nog onder uw verantwoordelijkheid zijn gemaakt, wordt die mogelijkheid ook genoemd. Het levert zelfs een bezuiniging van 26,4 mln. op.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ja, dat ging wel om een heel andere constructie. Maar nog even over de KMar. Gaat het om een intensivering van de taken en bevoegdheden die zij al hebben of gaat het om nieuwe taken?

De heer Ten Broeke (VVD):

Nee, volgens mij ligt dit in het verlengde van de taken die zij nu al hebben. Grenstoezicht doen zij al, zeehaventoezicht ook. Als er hier in Den Haag demonstraties zijn, worden zij ook nu al sporadisch ingezet voor ME-achtige taken.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Maar die mogelijkheden en bevoegdheden zijn er al: politie, ME en, als dat onvoldoende is, bijstand van de KMar. Wat betekent de zin in het regeerakkoord, waar de heer Ten Broeke nu de aandacht op vestigt, over een geïntensiveerde civiele inzet van de krijgsmacht? De heer Ten Broeke zegt dat het gaat om de KMar en niet om de hele krijgsmacht. In zijn visie gaat het dus uitdrukkelijk niet om een uitgebreide inzet van de KMar bij rellen in wijken waarbij politie en ME optreden. Als het nodig is, kan de KMar daarbij al worden ingezet. Daar komt dus niet een extra krijgsmachtinzet bovenop.

De heer Ten Broeke (VVD):

U stelt een veelheid van vragen. Ik stel voor om in het verlengde van de huidige taken het zwaartepunt meer naar de KMar te verplaatsen. Dat heeft een aantal voordelen. De taken die u nu noemt, liggen verder in de sfeer van het binnenlands-civiele optreden van de KMar. Ik meen dat wij daar vanavond ook een debat over houden. Ik zou daar niet op tegen zijn, maar ik ben geen specialist op dat terrein. Ik heb het nu met name over krijgsmachtgerelateerde taken die nu al door de KMar worden uitgevoerd, waarbij het niet zozeer gaat om bijstandstaken, als wel om hoofdtaken. U weet dat de KMar de afgelopen jaren gezond gegroeid is.

De voorzitter:

U moet korter antwoorden. Anders ga ik uw spreektijd weer aanzetten.

Mevrouw Hachchi (D66):

De heer Ten Broeke heeft het alleen over de KMar, maar ik heb hier het stenogram van het debat van 25 november met minister Opstelten. Die sluit niet uit dat de landmacht – hij noemde zelfs het Korps Mariniers – in Nederland wordt ingezet.

De heer Ten Broeke (VVD):

Goed plan.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij hebben vandaag met de minister van Defensie te maken, die zegt dat hij daar niets voor voelt. Hij zegt dat de krijgsmacht er is voor de externe veiligheid en niet voor het opvullen van het toevallige verlof van een politieagent. Wat is daarop de reactie van de minister?

De heer Ten Broeke (VVD):

Moet ik nu een reactie geven op waar de minister wel of niet voor voelt? Ik heb het hem net zelf gevraagd en hoop dat zijn gevoelens ondertussen wat warmer zijn geworden. Wij zullen het morgen horen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat is iets te makkelijk. U moet uw eigen standpunt bepalen. De minister heeft in de Volkskrant uitspraken over gedaan. Daar hebt u kennis van kunnen nemen. Wat is uw reactie op dit soort uitspraken van de minister die hier zit?

De voorzitter:

Ik sta niet op de sprekerslijst. U bedoelt de heer Ten Broeke.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik heb u ook aangesproken. Ik vraag het via u aan de heer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Uw opvatting, voorzitter, zou ook interessant zijn geweest. De mijne heb ik gegeven. Ik heb er zelfs een heel helder voorstel bij gelegd. Wij zullen zien wat de minister ervan vindt. Ik denk dat hij na het horen van mijn betoog wat warmer is geworden. Wij zullen het morgen horen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. "Ze verwoesten, slachten, nemen onder valse voorwendsels in beslag, en dit prijzen ze als de opbouw van een rijk. En als er in hun kielzog niets anders overblijft behalve een woestenij, noemen ze dat vrede." Dat schreef de Romeinse senator Tacitus tweeduizend jaar geleden aan zijn medesenatoren naar aanleiding van de Romeinse verovering van Brittannië.

De SP is voorstander van een Nederlandse krijgsmacht, maar wenst deze terughoudend te gebruiken. Iemand met een hamer heeft al snel de neiging om elk probleem als een spijker te zien. Terughoudendheid moet troef zijn als het gaat om oorlog. De vraag is wat de regering van de krijgsmacht verwacht. In het regeerakkoord lezen wij dat de regering wil vasthouden aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Tegelijk weten wij dat er 1 mld. wordt bezuinigd, dat er 10.000 mensen moeten verdwijnen, en dat er verschillende soorten missies moeten kunnen worden uitgevoerd. Daaronder vallen eerdere missies die buitengewoon omstreden zijn, zoals die in Irak en Afghanistan. Dit soort missies heeft natuurlijk grote gevolgen voor een krijgsmacht waar continu op wordt bezuinigd. Motivatie en vertrouwen onder militairen nemen af. Er is achterstallig onderhoud. Oefeningen en trainingen worden verminderd en er zijn nauwelijks voorraden. "De minister is vooral veelzijdig tekortgeschoten", moet mijn conclusie dan zijn. De krijgsmacht zou er veel beter voor staan als wij niet zo nodig moesten deelnemen aan bepaalde missies. Wat heeft de inzet bij die missies nu eigenlijk opgeleverd? Heeft die per saldo tot een verbetering geleid? Dat is een retorische vraag.

Als de minister fors gaat bezuinigen zonder het ambitieniveau bij te stellen, is het onvermijdelijk dat de krijgsmacht nog verder onder druk komt te staan. Minder geld zou minder taken moeten betekenen, maar de minister zegt: minder geld en wij handhaven het takenpakket. Dat wringt. Het is een knoop die de minister aan militairen niet kan uitleggen. Wij hebben de dure plicht om militairen goed uitgerust op pad te sturen, veilig, verantwoord en fatsoenlijk betaald. De vakbonden hebben hun krachten gebundeld tegenover de "doldrieste plannen" van de minister, zo lees ik op hun site. Het wordt tijd dat de minister met een gepast antwoord komt.

De SP is voorstander van een kleinere krijgsmacht die niet is gericht op aanvalsoorlogen, maar op stabilisatie en vredeshandhaving. De missies die de SP heeft gesteund voldoen daaraan. In ons voorstel beroepen wij ons op de heroverwegingen van afgelopen voorjaar waarin gedetailleerd wordt toegelicht hoe de krijgsmacht kan worden verkleind. Tegelijk blijven wij voldoen aan de doelstellingen om de internationale rechtsorde te bevorderen en het eigen grondgebied te verdedigen. De vraag is of de regering ook durft te kiezen. Tot nu toe is het stil en weet de krijgsmacht alleen dat flink zal worden bezuinigd. Tegelijkertijd blijft de minister beweren dat Nederland dezelfde taken kan blijven uitvoeren. Hij zaait daarmee onrust.

De krijgsmacht weet ook dat het kabinet vasthoudt aan de Joint Strike Fighter. De minister wil immers een tweede testtoestel aanschaffen. Dit is nu een goed voorbeeld van een project dat nog eens goed moet worden bekeken in het licht van de bezuinigingen. De JSF is bij uitstek bedoeld voor aanvalsoorlogen. De totale kosten zijn gestegen tot 7,6 mld. Nu staat de regering voor de keuze: houd zij vast aan dit prestigeproject, dat almaar duurder wordt, of komt de minister met beide benen op de grond en zegt hij dat de JSF nu geen prioriteit heeft? Daarmee kan hij zichzelf verlossen van een molensteen.

De premier zei vorige week ook al dat hij niet is getrouwd met de Joint Strike Fighter. Dat zijn wijze woorden, maar hoe zit het dan met dat tweede testtoestel? Misschien is de regering daarmee niet getrouwd, maar zij heeft op z'n minst een verhouding met de JSF. Misschien wordt het eens tijd om daarmee op te houden. Wim Kok zei al eens over de ontwikkelingsfase: meedoen is kopen. Vrij vertaald: meedoen is trouwen. Ik vind daarom dat de regering wel is getrouwd met de JSF. Ik heb daarom een echtscheidingsakte voor de minister, waarmee hij kan scheiden van de JSF en waarin hij besluit dat er geen recht is op alimentatie en het kabinet belooft om niet opnieuw mee te doen aan hopeloze prestigeprojecten. Ik zal de akte straks aan de minister overhandigen. Ik ben ervan overtuigd dat hij daar heel blij mee is.

De voorzitter:

Wij gaan dat meteen voor u regelen, want dat kan niet wachten, denk ik. Wij zullen ervoor zorgen dat kopietjes worden rondgedeeld en dat de minister daarover de beschikking krijgt. Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dank u wel, voorzitter.

Ik heb nog wat vragen. Volgens de heer Boeder, wiens artikel op de website www.jsfnieuws.nl staat, kan de minister met 6,2 mld. ongeveer 50 toestellen betalen. Houdt de regering nog steeds vast aan 85 toestellen, wat altijd is gezegd, of past zij dat aantal aan? Dat gaan wij ongetwijfeld horen, maar ik wil het nu alvast aan de minister voorleggen. Ik vraag het ook aan het CDA en de VVD: is 85 nou een hard aantal, of bent u bereid om het aantal JSF-toestellen te verminderen? De PVV vraag ik of zij het met mij eens is dat het besluit over het tweede testtoestel heroverwogen kan worden. De kosten zijn immers fors verhoogd en daarmee is het regeerakkoord niet meer actueel.

Er is nog een post waarop de regering kan bezuinigen, namelijk op onze kernwapentaak. Heeft de minister het Amerikaanse diplomatieke rapport van november 2009 gezien dat via WikiLeaks openbaar werd en waarin wordt bevestigd dat in Nederland inderdaad kernwapens zijn opgeslagen? Welke besparing zal de beëindiging van de kernwapentaak opleveren? Graag hoor ik een reactie.

Ik heb bij interruptie al gesproken over de gezondheid. Veel mensen zijn vermoedelijk slachtoffer van Defensiematerieel, dat gevaarlijk kan zijn voor milieu en gezondheid. Het gaat dan om allerlei materieel, schoonmaakmiddelen, de Hawk-radar. Ik vind dat de regering echt de plicht heeft om daar onderzoek naar te doen. Dat kan via TNO. De heer Ten Broeke hield die mogelijkheid ook open. Als hij daarvoor ruimte openlaat, wil ik dat graag steunen. Dat geldt ook voor verarmd uranium. De minister zegt zelf ook dat dit sterk vervuilend spul is. Dat lijkt mij genoeg reden om daar goed onderzoek naar te doen.

Over gezondheid gesproken, hoe zit het nu precies met het advieswerk van de minister voor de tabakslobby? Hij zou dat hebben gedaan vanuit zijn bv. Bestaat die bv nog? Wat was zijn rol in de versoepeling van het rookverbod? Graag een reactie.

De minister verklaarde in een reactie op mijn vragen over wapenhandel dat niet zomaar alles wordt verkocht. Dat is goed. Heeft de minister er dan ook geen bezwaar tegen dat wapenexportvergunningen drie weken van tevoren aan de Kamer worden gemeld? Wil hij zich daar sterk voor maken bij de minister van Economische Zaken?

Over clusterwapens hebben we al eerder gesproken. Het is heel goed dat er een verdrag tegen clustermunitie is gekomen. Wij zouden er graag een verbod op investeringen in clustermunitie aan willen toevoegen. Het is eigenlijk vreemd om deze bommen te verbieden en tegelijk bedrijven de mogelijkheid te geven om te investeren in clustermunitie. De minister zou echt een pluim van de SP krijgen als hij nu zegt dat we dat investeren ook gaan verbieden.

Dank ook voor de brief met de positieve reactie van de minister op ons wetsvoorstel over veteranen, waar we nog op terugkomen. De minister heeft in een eerder debat gezegd dat het budget voor promotie en reclame voor Defensie, zoals het beroemde spotje over geschikt of ongeschikt, wel minder zal worden. Kan hij exacte cijfers geven met hoeveel het budget voor promotie en reclame wordt verminderd?

Er is ook nog een programma "Oranje baretten", voor kinderen tussen 11 en 16 jaar die belangstelling zouden moeten krijgen voor Defensie. Ik vind het eerlijk gezegd niet acceptabel om zulke jonge kinderen al te lokken voor de wereld van Defensie. "Oranje baretten" is ook een website. De minister gebaart dat hij het fantastisch vindt, maar ik niet, dus misschien moet ik hierover maar een uitspraak van de Kamer vragen.

Voor het personeel is er zwaar weer op komst. Tienduizend mensen komen op straat te staan. We dienen te zorgen voor een goed perspectief. Gezien de bijzondere aard van het werk bij de krijgsmacht moet bekeken worden of overtollig personeel met voorrang kan worden herplaatst bij andere overheidsdiensten. Is de minister het met mij eens dat deze mensen, indien mogelijk en indien zij dat willen, heel goed bij de politie terecht zouden kunnen? Daar zijn immers grote tekorten. Uiteraard moet je dan zorgen voor goede omscholing, maar volgens mij zou dit een win-winsituatie kunnen zijn.

Voorzitter. Als de regering het wil, kan er veel geld worden bespaard bij Defensie. Naast kernwapens en de JSF is er veel materieel dat kan verdwijnen, zoals te zien is in de heroverwegingen. Ik nodig de minister uit om mee te gaan met deze SP-visie. Wij gaan voor een kleinere krijgsmacht, gericht op vredeshandhaving, met een goede uitrusting voor het personeel. De minister kan zeggen dat hij dat te ver vindt gaan; dat de SP te weinig ambities toont; dat de SP voor de derde plaats gaat, zoals hij laatst deed. Hij mag zeggen dat de SP te weinig verantwoordelijkheid neemt. Hij kan ook zeggen dat het met links nog veel erger wordt bij Defensie, om de indruk te wekken dat het met deze minister eigenlijk alles meevalt en dat Defensie blij moet zijn met een minister die zegt: tot hier en niet verder, na deze bezuinigingen gaan we echt weer investeren.

De minister mag dat allemaal zeggen, maar hij zit wel met een probleem. De regering gaat 1 mld. bezuinigen en tienduizend mensen wegdoen zonder het takenpakket te verkleinen, en de regering houdt vast aan een straaljagerfiasco waarvan heel Nederland niet snapt wat we ermee moeten. Als de minister straks klaar is met zijn antwoorden, dat het allemaal veel erger zou worden met links, wat niet ter zake doet, dan raad ik hem aan om zorgvuldig te kijken naar de enorme bezuiniging waar hij zelf voor heeft getekend. Hij heeft ervoor gekozen, want hij wilde zo nodig regeren, maar kom dan ook met een realistische invulling en stop met dromen over nieuwe, onverantwoorde missies.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Ik citeer: "De heren hebben mij niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wordt mij bevolen de vlag op één schip te voeren, dan zou ik daarmee toch op zee gaan en mijn leven wagen." Deze woorden sprak Michiel de Ruyter toen hij op het punt stond om naar de Middellandse Zee te vertrekken. Onze militairen brengen deze woorden nog dagelijks in de praktijk, in Afghanistan, Bosnië, Tsjaad en Sudan, aan de kust van Somalië en in vele andere landen. Het ontbreekt hen ook niet aan doorzettingsvermogen, plichtsbesef, loyaliteit en professionaliteit. In Nederland en alle andere landen doen onze militairen hartstikke goed werk en boeken zij tastbare resultaten, maar de militairen die terugkomen in Nederland, wacht stormachtig weer. De economische crisis heeft diepe gaten geslagen in de overheidsfinanciën. Om het schip der Staat drijvende te houden, wordt een deel van de bemanning op een ander schip gezet. Voorraden worden overboord gegooid en een deel van de zeilen wordt gestreken.

Dit treft ook Defensie. Het leger staat voor de grootste bezuinigingsopdracht in tijden. Dit is uitermate zuur, maar met het oog op de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is het niet te veranderen. De defensieorganisatie zal de komende jaren kleiner en wendbaarder moeten worden, maar het mag niet gebeuren dat Defensie averij gaat oplopen. Defensie is namelijk onze reddingsboei. Je vraagt je af wat een reddingsboei op een schip doet totdat het schip begint te zinken. Ons land is, als zestiende economie en zevende exportnatie ter wereld, voor zijn veiligheid, welvaart en welzijn in hoge mate afhankelijk van ontwikkelingen in het buitenland. Het leger is onze verzekeringspolis in een wereld die wordt gekenmerkt door onzekerheid, onderlinge afhankelijkheid van en een tekortschietende beschikbaarheid en verdeling van grondstoffen, water, energie en voedsel.

Afgelopen maand las ik een treffend stuk over de meerwaarde van Defensie in een redactioneel commentaar van een van de grote kranten. Ik citeer: "Stabiliseringsmissies, waarbij zo nodig geweld kan worden gebruikt, zijn even onaangenaam als noodzakelijk in een wereld waarin piraten op zee, extremisten in mislukte staten en tot de tanden bewapende dictators hun gang kunnen gaan. (...) Wie de nationale veiligheid, de belangen van de Nederlandse economie, de internationale rechtsorde en de mensenrechten serieus neemt, die wil dat Nederland internationaal daadwerkelijk kan optreden met de partners binnen de NAVO." Denk hierbij maar aan de oplopende spanningen tussen de beide Korea's, de positie van Iran in de regio, de humanitaire ramp in Haïti, de situatie in en om Somalië – waar koopvaardijschepen en hun bemanningen worden belaagd door piraten, zoals al door meerdere sprekers is aangehaald – en de dreiging van het terrorisme. Deelt de minister de mening van het CDA dat een krijgsmacht nodig blijft die in staat is, onze landsgrenzen te verdedigen en dus ook hoog in het geweldsspectrum op te treden?

Hebben wij in Nederland nog Defensie nodig? Jazeker. Anders koop je een reisverzekering of een Wegenwacht-abonnement zonder binnenlanddekking. Je denkt dat je het niet nodig hebt totdat je pech hebt. Ik wijs op de MKZ-crisis, vogel- en varkenspest, het redden van drenkelingen met Search and Rescue in de Noordzee en het IJsselmeer, hulp bij overstromingen in Limburg, het Land van Maas en Waal, de Betuwe, het Westland en Friesland, grenstoezicht om criminelen tegen te houden, ondersteuning bij ontruimingen en demonstraties, coördinatie bij rampenbestrijding, explosievenopruiming en terrorismebestrijding. Daarmee heb ik nog niet eens alle taken gehad.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De ambities klinken hartstikke mooi en ik begrijp dat de CDA-fractie het ambitieniveau van Defensie wil vasthouden. Ik heb echter ook de verkenningen gelezen. Daarin wordt een aantal scenario's geschetst op basis van de mogelijkheden die er zijn bij bezuinigingen van een bepaald bedrag. Als je die mogelijkheden doorrekent, kom je op optie E uit: meerzijdig beperkt. Daarmee zit je ongeveer op de bezuiniging van 1 mld. Is het niet veel eerlijker en realistischer tegenover de mensen binnen Defensie om daarvan uit te gaan? Nu wilt u het ambitieniveau vasthouden, maar toch 1 mld. bezuinigen. Komt u daarmee niet veel te veel in een spagaat terecht?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De heer Voordewind loopt vooruit op mijn betoog. Het CDA gelooft in een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Dat betekent dat je de komende periode ervoor moet zorgen dat er evenwicht is tussen de ambitie en de operationele capaciteiten. Het gaat echter een stap te ver, ook gezien het verhaal dat ik zojuist vertelde over de uitdagingen in Nederland en de wereld, om wegens de bezuinigingen gelijk af te stappen van de veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Dat zou geen recht doen aan de kracht die de krijgsmacht internationaal en nationaal kan zijn.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Mijn waardering. Wij hebben in het vorige kabinet gezamenlijk afgesproken dat verkenningen nodig zijn, omdat wij wisten dat wij in zwaar weer terecht zouden komen. Aan de werkgroep is dan ook gevraagd door te rekenen waarop wij uitkomen als bezuinigd moet worden. Mevrouw Bruins Slot was daarbij. Haar collega's waren daarbij. Die doorrekening komt gewoon uit op een beperkt ambitieniveau. Moet mevrouw Bruins Slot niet gewoon toegeven dat wij dit niet meer voor elkaar krijgen? Een grote missie, misschien een aantal kleinere missies, plus de nationale taken handhaven; dat krijgen wij toch niet meer voor elkaar?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De CDA-fractie staat voor de veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Wij dringen er ook bij de minister op aan om die te behouden binnen de huidige opgave. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht betekent niet dat, zoals sommige mensen denken, altijd alles op hetzelfde moment moet kunnen. Wat je aan middelen hebt, en de beperkingen daarop, moet in evenwicht zijn met wat je doet.

Defensie zal kleiner en wendbaarder moeten worden, maar mag met de komende bezuinigingen geen averij oplopen. Dat vergt stuurmanskunst van de minister en van de politiek. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht blijft onze verzekeringspolis en houdt het schip der Staat zeewaardig. Een taak loslaten is het afsluiten van een verzekering zonder voldoende dekking. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht betekent echter niet dat je alles moet kunnen of dat je altijd alles moet kunnen. De polsstok van de ambities reikt zover als het budget strekt, zeg ik in antwoord op de vraag van de heer Voordewind, en er aan operationele kwaliteiten op de mat kunnen worden gebracht. Dat betekent ook keuzes maken om te investeren. Een van die keuzes is cyber warfare.

Met onze afhankelijkheid van internet, digitale netwerken en mobiele telefonie, vormt cyber warfare een dreiging voor de veiligheid van onze economie en onze bevolking. Defensie moet werk maken van de weerbaarheid in het militaire en het civiele informatiedomein. Deze notie moet de minister ook echt opnemen in zijn beleidsbrief, die volgend jaar komt. Andere landen zijn inmiddels bezig om speciale afdelingen hiervoor binnen het veiligheidsdomein op te richten. Van deze ervaringen zal de Nederlandse krijgsmacht ook optimaal gebruik moeten maken om niet het wiel opnieuw uit te vinden. Graag hoor ik een reactie van de minister.

Hoe moet Defensie er dan uit komen te zien? Tijdens het WGO materieel en het WGO personeel is de CDA-fractie hierop uitgebreid ingegaan. Wij laten nog een aantal onderwerpen de revue passeren. In 2008 en 2009 heeft het CDA al gewaarschuwd. De CDA-fractie maakte zich zorgen over de problemen van Defensie, het steeds krappere budget, de gereedstellingsproblemen en de oplopende kosten. In 2008 heeft het CDA de minister aangespoord om de problemen direct bij de kop te pakken. De toenmalige minister reageerde nog vol overtuiging dat het allemaal meeviel en dat hij alles onder controle had. Tja. De focus van de bezuinigingen moet eerst liggen op de bureaucratie, de dienstverlening en de ondersteuning, zeg ik ook naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Albayrak. Dit betekent een verkleining van de Haagse staven en de overige niet-operationele staven en verdere bundeling van de ondersteunende diensten en het uit- en inbesteden van taken die niet noodzakelijkerwijs door Defensie zelf moeten worden gedaan. De operationele capaciteit dient naar mening van de CDA-fractie zo veel mogelijk ontzien te worden. Hoe ziet de minister dit? Graag een reactie.

Het besturingsmodel is ons een doorn in het oog, zeg ik ook in reactie op de PvdA-fractie. De collega's hebben tijdens het vorige WGO materieel hierover al uitgebreid gesproken. Mijn collega Knops heeft aangehaald dat met het in 2005 ingevoerde nieuwe besturingsmodel niet alle gewenste resultaten behaald zijn. Hoe kan een organisatie die eenhoofdig leiderschap tot waarheid heeft verweven in zijn eigen aansturing meerdere kapiteins op een schip toelaten? Het is een onwenselijke situatie die slagvaardig beslissen in de weg zit. De staven van Defensie zijn af en toe net rupsje-nooit-genoeg. Zij zijn te veel in de organisatie gegroeid, met alle bureaucratie en bestuurlijke drukte van dien. Niet echt des militairs. De regering dient in te zetten op een reductie van de staven van ten minste 30%. De CDA-fractie kijkt dan ook halsreikend uit naar het aannemen en uitvoeren van de motie over staven en het terugbrengen van de bureaucratie.

De VVD zei het al. Intensievere samenwerking tussen Defensie en industrie moet op het gebied van onderhoud en instandhouding. Met de inkrimping van de defensieorganisatie zal ook een deel van het deskundig personeel overtollig worden. Het CDA vindt het belangrijk dat deze kennis niet verloren gaat. Een actieplan van de regering met de defensiegerelateerde industrie is nodig om deze unieke kennis en ervaring bij overheid en bedrijfsleven te behouden. Gezamenlijk onderhoud en instandhouding moeten ook in internationaal verband plaatsvinden. Op dit gebied valt nog de nodige winst te behalen. Het gaat dan ook om het delen van schaarse capaciteit. Nederland moet zich voortdurend afvragen welke taken Defensie zelfstandig moet kunnen uitvoeren en welke taken in internationaal verband kunnen worden uitgevoerd. Hoe ziet de minister dit?

Internationale samenwerking moet zo veel mogelijk verlopen volgens het principe "one size fits all". Uit een artikel in Atlantisch Perspectief blijkt dat toevoeging van nationale eisen een van de oorzaken is van latere aflevering en een nog duurder prijskaartje. Om een voorbeeld te geven: ongeveer 50% van de kosten van nieuw defensiematerieel wordt gegenereerd door de laatste 20% van de operationele eisen. Dat is gigantisch. De 24 versies van de NH-90 hebben geleid tot 5 mld. meerkosten. Dit kan echt niet meer uit! Het is tijd om van "nice to have" naar "need to have" te gaan. Toch enkele Engelse begrippen, voorzitter. "Nice to have" leidt namelijk tot het in stand houden van een heleboel capaciteiten bij DMO, de herstelbedrijven en bij de verwerving, die anderszins niet nodig zouden moeten zijn. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister.

Helaas zal een ander materieelbeleid niet alle bezuinigingen opleveren. De bezuinigingen brengen onzekerheid met zich voor de burgers en de militairen die werkzaam zijn bij Defensie en dat doen zij al jaren met overtuiging. De minister heeft gedwongen ontslagen aangekondigd. Hij heeft een verantwoordelijkheid om zijn mensen goed terecht te laten komen – de heer Van Dijk sprak daar ook al over – en om te proberen de gedwongen ontslagen zo veel mogelijk te beperken. De opbouw van de organisatie moet echter veranderen. Ik noem een echt flexibel personeelsbeleid, een langere duur van de functievervulling, geen baan meer voor het leven en een top die "lean and mean" is. Dit moet terugkomen in de beleidsbrief van de minister.

Ik haal nog een aantal punten naar voren. Ik zei al dat het belangrijk is dat de Defensieorganisatie weer een gezonde opbouw krijgt van betaalbaar en jong personeel. De minister heeft echter een vacaturestop voor burgers en een selectieve vacaturestop voor militair personeel ingesteld. Voorkomen moet worden dat er gaten ontstaan in de personeelsvulling van de organisatie die de komende jaren weer moeten worden gedicht of, nog veel erger, dat er straks voor die plekken misschien externe inhuur nodig is. Hoe ziet de minister de verhouding tussen externe inhuur en de selectieve vacaturestop? Hoe voorkomt hij een misschien onbedoeld waterbedeffect?

Goed werkgeverschap betekent ook dat Defensie zich in de komende periode maximaal moet inspannen om personeel van werk naar werk te krijgen. Dit heeft namelijk voordelen voor de werkgever en ook voor de werknemer. De militair of burger stroomt van de ene naar de andere baan zonder dat er een gat in zijn cv komt en Defensie is minder geld kwijt doordat de ontslagen werknemer niet op het sociaal beleidskader drukt.

In navolging van de SP vraag ik welke mogelijkheden er bijvoorbeeld zijn om militairen bij de politie aan te nemen. De politie heeft meer mensen nodig. Hoe zal de minister zich inspannen voor werk naar werk? Hoe zal hij er bijvoorbeeld voor zorgen dat de diploma's van onderofficieren civiel worden erkend? Wij hebben hierover al gesproken tijdens het wetgevingsoverleg personeel, maar de minister zou daarop nog terugkomen.

Ik kom tot een afronding. Oefenen is de basis van het optreden van de militair, "train as you fight". Er is echter flink in het budget gesneden en een verhoging van het budget kan bijdragen aan de getraindheid en de inzetbaarheid van de militair. De CDA-fractie wil dan ook een amendement indienen om in totaal 4 mln. van het budget voor werving over te hevelen naar het oefenbudget van de verschillende krijgsmachtonderdelen. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister.

Tot slot: waar zal het CDA de beleidsbrief 2011 op beoordelen? Als eerste: geen halve maatregelen. Er moet een nieuw evenwicht komen in de financiën en de organisatie en daarbij moet er oog zijn voor het personeel. Daarnaast moeten de operationele capaciteiten zo veel mogelijk worden ontzien en moeten scherpe keuzes worden gemaakt bij in- en uitbesteden. Tot slot noem ik herziening van het besturingsmodel en meer internationale samenwerking.

In de werkkamer van de minister hangt een schilderij van Michiel de Ruyter. Onze zeeheld Michiel de Ruyter heeft de meest moeilijke opdrachten tot een goed einde gebracht. Laat dit een inspiratiebron zijn voor de minister. Overigens hebben zowel Michiel de Ruyter als de minister zich bij het aannemen van hun ambt sneuvelbereid verklaard, maar dat terzijde.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Gaat mevrouw Bruins Slot over het ambitieniveau van het CDA of doet haar collega dat?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Bedoelt u te vragen of ik de enige ben die de inbreng bij de begroting doet? Dat is inderdaad zo.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dan kan ik mijn vraag over het ambitieniveau stellen. Mevrouw Bruins Slot heeft zelf bij de krijgsmacht gewerkt. Zij weet dus in elk geval bij benadering heel goed hoe de sfeer daar nu is. Veel mensen zijn onzeker, hebben met onduidelijkheid te maken en moeten wachten tot het voorjaar. Ik denk dat die mensen zo gauw mogelijk duidelijkheid moeten hebben. Wij weten een ding wel zeker: er gaat heel veel bezuinigd worden. Is het dan niet reëler om nu te zeggen dat de krijgsmacht zich de komende tijd bescheidener gaat opstellen, zich meer gaat richten op stabilisatie en op vredeshandhaving dan op die vermaledijde veelzijdige inzetbaarheid met een beetje landmacht, een beetje luchtmacht en een beetje marine? Is het voor het CDA niet ook veel reëler om te zeggen: wij schakelen even een tandje terug en dan kijken wij over een paar jaar wel weer verder? Of houdt het CDA ook vast aan "veelzijdig inzetbaar" zoals de VVD?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De kracht van een veelzijdig inzetbare krijgsmacht is dat je te land, ter zee en in de lucht bij een bepaalde opdracht aanwezig kunt zijn. De heer Van Dijk heeft dat tijdens zijn bezoeken mogen ervaren. Het is niet zo – de heer Van Dijk legt namelijk die relatie – dat het afstappen van een bepaald ambitieniveau tot minder onzekerheid in de organisatie zal leiden. In de komende periode gaat het juist om het maken van heldere keuzes. Een veelzijdig inzetbare krijgsmacht is een heldere keuze.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat vind ik te makkelijk. Precies daarvan zegt de hele krijgsmacht: dat kan niet; vasthouden aan veelzijdige inzetbaarheid en tegelijk zoveel bezuinigen. Dat is een knoop. De Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht heft het gezegd. Volgens mij was u daarbij. Je kunt niet dit ambitieniveau handhaven en zoveel geld bezuinigen. Houdt u nu vast aan die illusie of zegt u: nee, wij moeten even een toontje lager zingen, want anders plegen wij roofbouw op al die krijgsmachtonderdelen?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Een tweetal zaken zijn belangrijk van de dingen die heer Van Dijk aanhaalt. Ten eerste geloof ik niet in illusies en ook niet in glazen bollen. De heer Van Dijk zet zichzelf echter al direct op de achterbank in plaats van achter het stuur. Dat is zo ontzettend jammer. Bij een veelzijdig inzetbare krijgsmacht zit je namelijk achter het stuur. Ook belangrijk is hoe de organisatie daarover denkt. Wij beiden zijn niet meer werkzaam bij Defensie. Wij beiden spreken mensen van Defensie en dan blijkt dat er verschillend over wordt gedacht.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik vind het heel gemakkelijk om te zeggen dat de SP "op de achterbank gaat zitten". Nou ja, ik vind het eigenlijk ook wel leuk bedacht, maar er is ook nog zoiets als veiligheid. Je kunt de krijgsmacht niet uitputten. Dat zeg ik ook tegen de minister, want die zag ik knikken. Het is heel makkelijk om te roepen dat de krijgsmacht veelzijdig inzetbaar is, terwijl de soldaten ondertussen zonder schoenen lopen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Veiligheid ontstaat door het personeel goed te trainen en het goed materieel te geven. Dat is onafhankelijk van je ambitie. Het is de basisopgave van de krijgsmacht en zijn leiding om daarvoor te zorgen. Bij een veelzijdig inzetbare krijgsmacht moet je er ook voor zorgen dat de operationele capaciteiten die je hebt, het geld dat je de komende tijd hebt en datgene wat je daarvoor op de mat moet leggen, in evenwicht zijn. Dat kan prima met een veelzijdig inzetbare krijgsmacht.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Vindt de CDA-fractie, net als de minister zei toen hij aantrad: genoeg is genoeg, geen bezuinigingen meer na deze taakstelling?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De bezuinigingen zijn ingegeven door de slechte financieel-economische situatie waarin Nederland verkeert en door het dichten van het gat in de overheidsfinanciën. Ik kan dus geen blanco cheque uitschrijven, gezien het feit dat de wereld om ons heen ook veranderlijk is.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik heb de minister, toen hij uit de Trêveszaal naar buiten kwam, duidelijk horen zeggen: ik zal deze bezuiniging nog accepteren, maar dit is voor mij echt de ondergrens. Onderschrijft de CDA-fractie dat nog wel, of zegt de CDA-fractie: wij sluiten niet uit dat wij volgend jaar en het jaar daarop zelfs boven 1 mld. uitkomen?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De CDA-fractie beseft dat wij de financieel-economische situatie niet kunnen voorspellen. De minister heeft een duidelijke uitspraak gedaan. Wij hebben de minister die uitspraak laten doen, maar wij hebben niet gezegd dat wij ons daarbij aansluiten.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw Bruins Slot begon en eindigde haar inbreng met Michiel de Ruyter. Dat is prachtig. Maar weet zij ook waarom het in 1676 misging met de laatste veldslagen van Michiel de Ruyter?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik pas altijd een beetje op met het aftroeven van de heer Van der Staaij, waar het gaat om historische kennis. Ik laat hem dus de gelegenheid om aan iedereen hier te vertellen wat er precies is gebeurd.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het probleem was dat de vloot te zwak was. Michiel de Ruyter vond dat al, als militair. Degenen die aan het bewind waren, zeiden echter dat het moest kunnen, dat hij best met minder middelen kon doorgaan met die vloot. Zou niet een les moeten zijn dat wij echt geld moeten uittrekken voor Defensie, juist als wij een groot beroep doen op de Michiel de Ruyters van deze tijd?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik had al het idee dat de heer Van der Staaij dit voorbeeld zou aandragen. Het is goed dat hij dit zegt. Wat de heer De Ruyter heeft gedaan – dat is het knappe – is dat hij toch de opdracht is gaan uitvoeren omdat hij een kans zag dat hij er wel goed uit zou komen. Dat heeft hij geprobeerd. Ik denk dat je met die ambitie in elk geval van start moet gaan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik hoop toch dat het met toekomstige veldslagen beter afloopt dan met die met die te zwakke vloot. Ik ga even naar de Defensiebegroting van nu. Als mevrouw Bruins Slot zegt – ik steun dat op zich – dat wij een veelzijdig inzetbare krijgsmacht moeten houden, betekent dit toch linksom of rechtsom dat er op termijn echt geld bij moet?

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Zoals ik al zei, kan ik de financieel-economische situatie niet voorspellen. Ik ben wel blij dat de heer Van der Staaij aansluit bij de ambitie om een veelzijdig inzetbare krijgsmacht te behouden. Zoals de heer Ten Broeke al zei, zullen wij de nieuwe organisatie zodanig moeten opbouwen dat wij die ambitie kunnen behouden. Daar ligt de uitdaging de komende periode.

In reactie op de SP-fractie zeg ik – dat is al meermalen gezegd – dat wij niet nu al op de achterbank moeten gaan zitten en opgeven, zeggen dat wij het niet voor elkaar kunnen krijgen. Je moet juist nu doorpakken en ervoor zorgen dat je de juiste keuzes maakt om verder aan de slag te kunnen gaan met Defensie.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Defensie piept en kraakt al jaren en daar komen forse bezuinigingen bovenop: 635 mln. en misschien zelfs 1 mld. De dijk is doorgebroken en de minister probeert dit probleem met een zandzakje op te lossen. Geen zandzak lost dit echter op. Wij moeten de dijk dichten, maar niet met zandzakken. De dijk moet herbouwd worden. Wij moeten de krijgsmacht hervormen.

Onze veiligheid, onze welvaart en ons welzijn zijn niet vanzelfsprekend. Deze verworvenheden zullen beschermd moeten worden, ook in de 21ste eeuw. Een nieuwe wereld – een wereld waarin natuurlijke bronnen schaarser worden, er een klimaatcrisis is, technologie kansen biedt en risico's met zich meebrengt en er machtsverschuivingen plaatsvinden – brengt onzekerheden met zich mee. Omdat onze belangen zich uitstrekken tot ver over onze landsgrenzen en omdat ons lot verbonden is met dat van 6,8 miljard anderen, is een toekomstbeeld van de Nederlandse krijgsmacht voor de periode 2020-2030 nu meer dan ooit nodig.

Door de economische crisis dalen wereldwijd de defensiebudgetten. Het Nederlandse defensiebudget daalt, zoals ik al zei, met minstens 635 mln. Daar zit de stijging van de kosten van de JSF van 1,4 mld. nog niet eens bij. Toch denkt de minister dat het huidige ambitieniveau en het huidige krijgsmachtmodel houdbaar zijn. Dat is wat mijn fractie betreft pure fictie. De minister moet kiezen, het kabinet moet kiezen. De minister ontslaat naar eigen zeggen 10.000 mensen, zonder visie. Hij geeft minder geld uit aan oefeningen en opleidingen, zonder visie. Hij heeft minder geld uit aan materieel, ook zonder visie. Kortom, de minister schiet zonder te richten.

De D66-fractie wil wel hervormen. Wij kiezen voor een andere krijgsmacht met een modern ambitieniveau. De 21ste eeuw en de enorme bezuinigingsronde bieden daarvoor kansen, kansen voor een sterkere en slimmere krijgsmacht: minder taken beter uitvoeren.

D66 wil dat Nederland deelt in de collectieve verantwoordelijkheid voor een veilige wereld. Wij willen een bijdrage leveren die ons land structureel kan dragen. Daarom moet de krijgsmacht zich meer concentreren op stabilisatie- en normalisatiemissies. D66 wil vooral bijdragen aan stabiliteit, aan veiligheid en aan het vestigen van de rechtsorde. Om dit te kunnen doen, moeten de landmacht, de luchtmacht en de marine binnen een missie naadloos op elkaar aansluiten; verschillende uniformen met hart voor één organisatie.

In die uniformen wil D66 de beste mensen hebben. Defensie moet als werkgever aantrekkelijk worden. Defensiepersoneel moet betere kansen krijgen voor een toekomst na Defensie. De tijden dat je je hele leven voor Defensie werkt, zijn immers voorbij. Daarom heb ik onlangs een motie ingediend om officieren officieel een academisch diploma te geven.

Het kabinet sluit zijn ogen voor de realiteit en stelt dat diversiteitsbeleid niet nodig is. Om diverse kwaliteiten bij Defensie hoog te houden, overweeg ik om een motie in te dienen.

Voor de veteranen hoop ik dat de minister nu eindelijk, samen met de Kamer, een echte veteranenwet gaat maken.

D66 wil ook het beste materieel. Wij willen echter alleen het materieel dat wij echt nodig hebben voor de ambitie van de krijgsmacht. Wat moeten wij daarvoor doen? Grote materieelprojecten, zoals het JSF-project, moeten in Europees verband worden aangepakt. Wat Defensie zelf niet hoeft te doen, moet worden uitbesteed. Wat we niet nodig hebben, moeten we afstoten, bijvoorbeeld de kernwapentaak. Investeringen moeten op peil blijven. Onder dit kabinet daalt het percentage dat wordt geïnvesteerd in nieuw materieel naar 18. Als dit structureel wordt, zal een steeds groter deel van de bewapening verouderd raken. Mijn fractie wil dat onvoorziene extra bezuinigingen niet het investeringsquotum verder zullen raken. Kan de minister dit toezeggen?

Ik vraag de nieuwe minister of er een verbod kan komen op zowel directe als indirecte investeringen in clustermunitie.

Defensie moet niet alleen slimmer werken, maar ook slimmer worden. Jarenlang gaf het ministerie 80 mln. per jaar uit aan research and development. Vorig jaar werd hierin al hard gesneden, tot 22 mln. Een kwart van het Nederlandse onderzoek is geschrapt. Wat gaat de minister hieraan doen? Deelt hij de mening dat kennis en innovatie cruciaal zijn, en dat dit op lange termijn ook geld kan besparen?

Niet alleen de Nederlandse krijgsmachtonderdelen moeten naadloos op elkaar aansluiten, maar ook de Europese krijgsmachten. De kleine, versplinterde krijgsmachten in Europa staan voor een keuze: of samen inzetbaar zijn, of nauwelijks inzetbaar zijn. De Fransen en Britten hebben dit door. Zij gaan samenwerken bij toekomstige operaties, opleidingsprogramma's, technologieverwerving en het verbeteren van de gezamenlijke defensie-industrie. Nederland moet dit voorbeeld volgen. Door de financiële nood besloot Nederland in de jaren negentig al tot de oprichting van het Duits-Nederlandse Legerkorps. Een gezamenlijke Belgisch-Nederlandse vloot is opgezet. Het is tijd voor het zetten van volgende stappen. Daarom heb ik vorige week een motie ingediend waarin wordt gevraagd dat Nederland expliciet gaat pleiten voor gemeenschappelijke Europese defensiebudgetten. Ik ben blij dat de minister deze motie omarmt. Ik wil samen met hem concrete stappen zetten voor nieuwe samenwerkingsprojecten. De EU Battlegroups zijn daarvan een voorbeeld. Die zijn al inzetbaar maar worden niet ingezet. Daarvoor wordt het de hoogste tijd. Gaat het kabinet hiervan werk maken? Wanneer zal de Battlegroup volgens de minister worden ingezet? Het mag duidelijk zijn dat D66 voor de lange termijn streeft naar een Europese veiligheidsmacht.

Defensie past in een breder plaatje. Het buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking gaan hand in hand met de inzet van onze krijgsmacht. Defensie zorgt voor vrede en veiligheid, zodat structurele ontwikkeling kan plaatsvinden. Uiteindelijk plukt iedereen de vruchten van een stabielere, meer rechtvaardige en meer duurzame wereld.

De keuzes die wij nu maken, bepalen de toekomst van Defensie. Het is tijd om te kiezen voor een moderne defensie die anders is ingericht, anders opereert en anders samenwerkt. Blijven wij dromen dat onze krijgsmacht niet stuk kan en blijven wij tegelijkertijd Defensie stuk bezuinigen? Of erkennen wij dat wij alles op alles moeten zetten om te varen, rijden en vliegen als krijgsmacht van de 21ste eeuw?

De heer Ten Broeke (VVD):

Nu de fracties in de Kamer elkaars nieren vandaag proeven over het ambitieniveau van de krijgsmacht, lijkt het mij niet meer dan fair om dat ook bij de D66-fractie te doen. D66 kiest voor 1 mld. bezuinigen. Daar komen de 400 mln. die we nu al kennen bij. Totaal is dat dus 1,4 mld. Mevrouw Hachchi gaat voor het scenario van veiligheid brengen. Ik lees even voor wat dat betekent. Het heeft een verslechtering van de internationale positie van Nederland tot gevolg, onder meer in de Europese Unie en de NAVO. Het heeft tot gevolg dat internationale samenwerkingsverbanden worden beëindigd, zoals het Duits-Nederlands legerkorpshoofdkwartier, het United Kingdom/Netherlands Amphibious Force enzovoorts. Het zal waarschijnlijk betekenen dat er minder multinationaal wordt opgetreden. Hoe rijmt mevrouw Hachchi dit met al de fantastische woorden die zij in haar eerste termijn heeft gewijd aan internationaal samenwerken?

Mevrouw Hachchi (D66):

D66 kiest voor het ambitieniveau veiligheid brengen. Die ambitie is gericht op bepaalde missies die Defensie uitvoert. In het heroverwegingsrapport is daartoe een berekening opgenomen met een bezuinigingsruimte van 1 mld., als dat veiligheid brengen tenminste heel strak wordt geregeld. D66 heeft gekozen voor een bezuiniging van 850 mln., voorzien van een CPB-berekening. Daar zit dus ruimte in. Het mag duidelijk zijn dat wij niet kiezen voor de optie veiligheid brengen waarbij wij in strijd handelen met onze Europese samenwerkingsambitie.

De heer Ten Broeke (VVD):

Ik stel de vraag op een andere manier nog een keer. Wij hebben allemaal te leven met de realiteit, zelfs D66 zal daaraan moeten geloven. De structurele bezuiniging onder de variant waar D66 voor gaat, is 900 mln. Desondanks heeft D66 1 mld. ingeboekt, maar ook D66 moet leven met de realiteit van rijkskortingen en tegenvallers. Dan kom je op ongeveer 1,5 mld. aan bezuinigingen. Dat is de realiteit waar ook D66 mee te maken heeft. Hoe kan mevrouw Hachchi de volgende zinsnede dan overeind houden, ook gelet op de maatschappelijke effecten: "Door personele reducties zullen er voor internationale civiele ondersteuning en civiele bijstand minder militairen voorhanden zijn." Dat is precies het ambitieniveau waar mevrouw Hachchi over spreekt! Al dat Europese wapengekletter waar zij het over heeft, maar geen Duitsland in het Nederlandse legerkorps, geen samenwerking met de Britten, terwijl zij net de Fransen en de Britten een pluim uitdeelt, en geen Europese samenwerking op het gebied van een nieuw vliegtuig! Waar blijft dat Europese hart van D66?

Mevrouw Hachchi (D66):

D66 is niet in het kabinet gegaan. Ik kan alleen aangeven wat de plannen van mijn fractie zijn ten aanzien van Defensie. Die zijn helder. Wij gaan uit van een bezuiniging van 900 mln., gebaseerd op de ambitiekeuze veiligheid brengen. Europese samenwerking is daarbij voor ons leading. De heer Ten Broeke heeft het over de realiteit van nu, maar uiteindelijk gaat het erom of je als partij in het kabinet gaat zitten en waar je dan over onderhandelt.

De heer Ten Broeke (VVD):

Mevrouw Hachchi heeft volkomen gelijk. Zij zegt het goed. D66 is niet in het kabinet gegaan. Als D66 echter oppositie wil voeren, dan moet dat gebeuren op basis van de werkelijkheid waarmee wij hier allemaal te maken hebben. Ik constateer dat D66 oppositie voert tegen een luchtspiegeling.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik neem die woorden absoluut niet over. Ik vind het wel heel erg gemakkelijk om te letten op de woorden die ik gebruik. Ik zal daar dus extra op letten. Ik wijs er nog maar eens op dat het niet D66 is geweest die de onderhandelingen over Paars heeft gestopt, maar daar hoef ik niet verder over uit te wijden. Dat weet de heer Ten Broeke zelfs beter dan ik. D66 heeft uiteindelijk een keuze gemaakt wat Defensie betreft. Wij kiezen voor een ambitie met de bijbehorende bezuiniging. Dat is niet in strijd met onze ambities over Europese samenwerking.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Hernandez van de PVV, die zijn maidenspeech zal houden. Ik zie dat de heer Hernandez denkt dat hij hier heel lang moet staan, want hij heeft hulpmiddelen bij zich. Aangezien het een maidenspeech is, kan de heer Hernandez niet worden geïnterrumpeerd.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Het is een gebruik dat de stoerste mannen afzien van dat recht.

De voorzitter:

Ja, maar wat is stoer, mevrouw Albayrak? Daar kunnen wij tweeën een hele avond over van gedachten wisselen.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Er zijn ook heel veel stoere vrouwen in de Kamer die dat al hebben gedaan.

De voorzitter:

Dat zou kunnen, maar daar mag de heer Hernandez zelf voor kiezen. Ik denk dat hij kiest voor een traditionele maidenspeech, zonder interrupties.

De heer Hernandez (PVV):

Voorzitter. Als mensen het nodig vinden om mij te interrumperen, dan heb ik daar geen moeite mee. Als mevrouw Albayrak dat leuk vindt, dan vind ik het prima.

De voorzitter:

Als er nog vragen zijn, dan kunnen die ook aan het eind van uw betoog worden gesteld, of in tweede termijn. U moet niet zo snel toegeven aan mevrouw Albayrak, hoor! Ik ga u een beetje helpen. Uw tijd gaat nu in.

De heer Hernandez (PVV):

Voorzitter. Ondertussen heb ik al een notaoverleg en al heel wat AO's en WGO's gehad, maar vandaag houd ik inderdaad mijn maidenspeech in de plenaire zaal. Ik voel mij vereerd.

Voorzitter. 64 jaar geleden vertrok de Eerste Divisie op 7 december naar West-Java, Indië. De naam van deze divisie verwijst naar de rede van koningin Wilhelmina op 7 december 1942. Om de inzet van dienstplichtigen mogelijk te maken, was een Grondwetswijziging nodig. Vandaag vindt de 51ste herdenking plaats van alle gesneuvelde militairen die het embleem van deze bijzondere divisie hebben gedragen. Ik was graag in Schaarsbergen aanwezig geweest bij deze plechtigheid. Echter, door het hier te benoemen, hoop ik bij te dragen aan de herinnering.

In haar rede wees koningin Wilhelmina erop dat er een grondwetswijziging nodig was voor het uitzenden van dienstplichtigen ten behoeve van de bescherming van de Nederlandse belangen buiten de landsgrenzen. Nu heeft Nederland in de Grondwet staan dat het een krijgsmacht heeft ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. De PVV vindt dat dit veranderd moet worden. De PVV staat op zich welwillend tegenover toekomstige operaties, maar hierbij moet meer gekeken worden naar het Nederlandse belang, en niet naar de internationale rechtsorde. De handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde is voor de VN een hoofddoel, maar moet per definitie geen grondwettelijke taak zijn voor Nederland. Nederland is het enige land ter wereld dat zichzelf in een grondwet verplicht om de internationale rechtsorde te handhaven en te bevorderen. Wij moeten onze militairen niet uitzenden door de grondwettelijke taak te geven om de orde te handhaven in Congo of de rechtsorde te bevorderen in Afghanistan. Enkel de bescherming van onze territoriale soevereiniteit en onze eigen nationale belangen moet in de Grondwet worden vermeld.

Bij het inzetten van Nederlandse militairen buiten de landsgrenzen dient er meer gekeken te worden naar Nederlandse belangen. Te denken valt aan het actief beschermen van onze koopvaardijvloot met onze marine. Nederland is van oudsher een zeevarende natie met een maritieme traditie om trots op te zijn. Dat zijn wij een beetje vergeten, dus ik wil graag een aantal voorbeelden aanhalen. Door Duinkerker kapers werd zo'n enorme schade toegebracht aan de scheepvaart van de Republiek dat de Staten-Generaal in 1587 besloten deze kapers als zeerovers te behandelen en het recht van voetspoeling toe te passen, dat wil zeggen zeerovers zonder enige vorm van proces overboord gooien.

Tijdens de Zweeds-Nederlandse Oorlog in 1658 stuurden de Staten-Generaal een vloot naar De Sont om de belangrijke handelsroute naar de Oostzee open te houden. De opdracht was: Kopenhagen redden en iedereen op zijn bakkes slaan die ons dat wil beletten. Deze slag werd gewonnen, een bondgenoot bevrijd en een vrije handelsroute afgedwongen. Tussen 1661 en 1663 voerde Michiel de Ruyter succesvol acties uit tegen de Barbarijse zeerovers. Vandaag de dag heeft de Nederlandse koopvaardijvloot wederom last van piraterij op zee. De PVV wil een breder mandaat voor de marine en de inzet van mariniers ter bescherming van onze koopvaardijvloot. De PVV pleit er dan ook voor om de bezuinigingen zo min mogelijk neer te leggen bij de marine. Graag een reactie van de minister.

De PVV is beslist niet tegen internationale missies zoals Operation Enduring Freedom. De PVV is een groot voorstander van het voeren van de strijd tegen het internationale terrorisme. De Nederlandse bijdrage in Afghanistan is in verhouding tot andere NAVO-landen enorm geweest. Los daarvan heeft Nederland in het moeilijkste gebied van Afghanistan de kooltjes uit het vuur gehaald voor de Afghanen en de internationale gemeenschap. Wij hebben ons solidair genoeg getoond. Nederland hoeft wat de PVV betreft zich nergens voor te schamen. Nederland heeft vier jaar lang een enorme militaire inspanning geleverd, een inspanning die de krijgsmacht aan de rand van het faillissement heeft gebracht. Op alle gebieden zijn ernstige tekorten ontstaan, met als gevolg een niet-inzetbare krijgsmacht. Het is genoeg geweest. Wat de PVV betreft geen nieuwe missie naar dit woestijnland.

Het ergste is dat er niets geleerd is van deze ernstige situatie en dat er partijen zijn die zeggen dat zij de krijgsmacht een warm hart toedragen, maar deze doodleuk voor de volgende zware missie op pad willen sturen; een politiemissie nota bene, een missie waar ook de politie niet op zit te wachten. Werd de PVV niet weggehoond toen zij voorstelde om de krijgsmacht meer in te gaan zetten in Nederland? Maar nu, nu zelfs burgemeesters in het zuiden van het land ondergedoken zitten uit angst voor criminelen, nu zij zeggen dat de politie de situatie niet meer aankan en vragen om hulp van de krijgsmacht, krijgt de PVV toch nog gelijk. Laten wij vooral de broodnodige agenten uitzenden naar Afghanistan, want wij hebben ze hier in Nederland echt niet nodig, dat blijkt wel weer.

In het algemeen wordt gesteld dat deze bezuinigingen de schuld zijn van de PVV. De PVV wilde inderdaad bezuinigen, maar niet op de operationele slagkracht van de krijgsmacht. Het was de PVV die pleitte voor minder militaire inzet in het kader van de internationale rechtsorde en geen verlenging in Afghanistan wilde, waar door onze krijgsmacht moskeeën gebouwd werden en korans werden uitgedeeld. Het was de PVV die zei: wel de "d" van "defense", maar niet de "d" van "development". En het was de PVV die zei: snijden in de bestuurslaag in staven van Defensie. Het is ook dankzij de PVV dat de aankoop van de JSF is uitgesteld en dat het bij een tweede testtoestel blijft. Wij hebben inderdaad onze handtekening gezet voor het tweede testtoestel. Maar dat compromis, dat tweede testtoestel, is altijd nog beter dan de Partij van de Arbeid in de regering.

Het Verdrag van Lissabon heeft op het gebied van defensie maar één einddoel: een gemeenschappelijke Europese defensie. In het Europese eenwordingsproces worden steeds nieuwe stappen gezet om stukjes soevereiniteit over te hevelen naar de Europese Unie. In het verdrag wordt gestreefd naar een Europees gemeenschappelijk defensiebeleid, dat moet leiden tot een gemeenschappelijke defensie. De PVV is hier fundamenteel tegen. Nederland moet alle taken met betrekking tot de territoriale verdediging en de nationale veiligheid behouden. Graag krijg ik hierop een reactie van de minister.

Wij hebben net gezien wat de kostenposten zijn met betrekking tot de dienstauto's. Bij Defensie is in 2009 voor 0,5 mln. aan bekeuringen gereden en is 1,5 mln. aan schade gereden. Daarnaast wil ik graag opheldering van de minister over de zottigheid dat Defensie het gehele civiele wagenpark in eigendom heeft – het is dus aangekocht – en dit vervolgens uitbesteedt aan een leasemaatschappij. Opgeteld – ik ga aan de veilige kant zitten met mijn berekening – is Defensie ongeveer 20 mln. per jaar kwijt aan dit wagenpark.

Ten aanzien van het diversiteits- en voorkeursbeleid heeft de minister tijdens het WGO personeel in de ogen van de PVV een zeer onbevredigend antwoord gegeven. De minister gaf aan vast te houden aan het Actieplan diversiteit Defensie 2009-2012. Ik heb de minister beloofd, hierop terug te komen tijdens de plenaire behandeling. Kan de minister mij nu toezeggen dat hij uitvoering gaat geven aan het regeerakkoord, waarin staat dat het kabinet een einde gaat maken aan het diversiteits- en voorkeursbeleid en selectie alleen moet plaatsvinden op basis van kwaliteit? Hoe denkt de minister hieraan invulling te geven bij Defensie? Graag krijg ik hierop een reactie.

De Commandant Landstrijdkrachten geeft aan zich rot te schamen voor de luxe kazerne in Utrecht en voor de tekorten aan schoeisel voor nieuwe soldaten. Op 5 december heb ik van de sint een paar gevechtslaarzen gekregen, die ik graag aan de minister wil geven als symbolische daad om de ontstane tekorten weg te werken. De PVV draagt hieraan graag een steentje bij.

De voorzitter:

Mag ik u als eerste van harte feliciteren met uw maidenspeech? Het is mooi om hier weer iemand met een veteranenspeld te zien. Wat u nu doet, het overhandigen van de laarzen aan de minister, is nu precies niet de bedoeling, maar dat heb ik maar niet gezien. Als u, terwijl ik schors, hier voor de voorzittersstoel komt staan, kunt u worden gefeliciteerd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Opnieuw gaat een collega zijn maidenspeech houden, namelijk de heer Grashoff van GroenLinks.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. De heer Hernandez heeft net een goedlopend verhaal gehouden, waar ik met volle aandacht naar heb geluisterd. Dat is hem fantastisch gelukt. In de inhoud zouden zomaar wat verschilletjes kunnen zitten met wat ik nu ga vertellen. Van mijn kant complimenten. Eén ding doe ik in elk geval anders dan de heer Hernandez; ik ga graag het debat aan. Ik heb dat natuurlijk zelf al gezocht door als eerste te interrumperen. Ik heb er geen moeite mee om geïnterrumpeerd te worden. Ik ben wel wat gewend.

Laat ik het maar recht voor zijn raap zeggen: bij Defensie is het bedrijfsmatig en financieel een behoorlijke puinhoop. Dat is niet het geval sinds vandaag of gisteren maar al jaren. Zie de conclusies van de Algemene Rekenkamer in veel rapporten de afgelopen jaren. Sprekers voor mij hebben daarover al een aantal citaten aangegeven die er niet om liegen. Onze nieuwe minister is daar keihard tegen aangelopen. Er is sprake van een lijk uit de kast van zijn voorgangers, die in het verleden toch enigszins kozen voor pappen en nathouden. Dat kan nu niet meer onder druk van de bezuinigingen. Er zit dus voor de minister weinig anders op – maar het is wel te waarderen – dan nu het deksel ervan af te trekken en de consequenties duidelijk in de discussie in te brengen.

De minister roept dan dat er 10.000 mensen uit moeten en dat hij gedwongen ontslagen wellicht niet kan voorkomen. Dat heeft iets van een shock-and-awe-strategie. Daarin zie je el de desastreuze gevolgen van de wanprestatie van de afgelopen jaren. 10.000 mensen eruit. Dat is ruim één op de zeven en ook op korte termijn. Mijn fractie vindt dat van de zotte. Het is een enorme inbreuk op de inzetbaarheid en kwaliteit van de krijgsmacht. Het leidt tot grote schade. Defensie is voor ons van GroenLinks een belangrijke kerntaak van de overheid, waar wij dus zorgvuldig mee omspringen. Krimp zal er zijn, ook in de visie van GroenLinks, maar die zal op een zorgvuldige en geregisseerde manier moeten plaatsvinden.

Wat de situatie bij Defensie betreft, is de maat vol. Ook wij willen daarom, zoals de Partij van de Arbeid reeds bepleitte, een parlementair onderzoek. Aangezien de onderste steen maar steeds niet bovenkomt, moet het parlement daar nu maar voor zorgen. Maar dat ontslaat de minister geenszins van zijn verantwoordelijkheid om per direct in te grijpen en orde op zaken te stellen. Als dat harde consequenties heeft voor de Defensietop, dan steunen wij de minister daarin, op voorhand.

Het kan en moet anders. Onze referentie ligt niet in de tijd van Michiel de Ruyter. Laten wij wel wezen, daar hebben wij echt geen steun aan in het maken van onze keuzes heden ten dage. Keuzes, keuzes en keuzes, maar de regering maakt ze niet. Wij hebben een verkenningenrapport van 2 cm dik, waarin de scenario's worden geschetst waaruit te kiezen valt, maar uiteindelijk kiest deze regering voor de veelzijdig inzetbare krijgsmacht. Ofwel, wij blijven globaal doen wat wij al deden.

Bij de multi-inzetbare krijgsmacht staat in het verkenningenrapport het icoon van het stoere Zwitserse zakmes. Voorzitter, ik zal laten zien wat wij krijgen: dit minizakmes. Ik hoop dat hij te zien is. Dat is wat lastig op deze afstand. Er zit een mesje aan waar je geen appel mee kunt schillen, een schaartje waar je toch echt een vouwblaadje mee kunt knippen, en natuurlijk, heel belangrijk, een nagelvijl.

De voorzitter:

En een tandenstoker.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Een tandenstoker zit er inderdaad ook op. Die is heel belangrijk. Maar dit is dus wat je krijgt. Ik zou graag op deze beeldspraak straks een reactie van de minister krijgen. En als het mag, wil ik dit graag aan het eind van het betoog aan de minister aanbieden ter leering ende vermaeck.

De voorzitter:

Het is een goed gebruik dat wij alleen dingen aanbieden die toevoegbaar zijn aan de Handelingen. Ik zou niet weten hoe dit moet. Misschien kunnen wij een foto van het mesje toevoegen.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat mag maar dan krijgt hij hem toch. Ik had ook voor wat minder geld een vrij stevige stiletto kunnen kopen, maar om verkeerde associaties te voorkomen, heb ik die niet meegenomen vandaag.

Uit de verkenningen blijkt duidelijk dat de komende decennia de dreiging niet zozeer bestaat uit een groot interstatelijk conflict op ons eigen grondgebied als wel voortkomt uit terreurnetwerken en destabilisatie van andere delen van de wereld, met grote humanitaire gevolgen daar en een grotere onveiligheid hier. Tevens ontstaan vluchtelingenstromen waar wij hier de negatieve consequenties van zouden kunnen meemaken. Vanuit die analyse en vanuit het besef van de beperkte overheidsmiddelen vallen de benodigde scherpe keuzes te maken. Sprekers voor mij hebben behartenswaardige dingen gezegd over het tegengaan van de bureaucratie bij Defensie en het rationeler omgaan met de materieelstrategie. Dat zijn goede dingen, maar je redt het er niet mee als je op deze schaal moet bezuinigen; en de minister moet dat! Wij stellen voor om vier keuzes toe te voegen.

De eerste keuze is: kiezen voor een scenario met een beperkt aantal gespecialiseerde taken, zowel op het terrein van de verdediging van het Europees en bondgenootschappelijk grondgebied, als op het terrein van militaire missies elders in de wereld. Deze keuzes maak je natuurlijk in overleg met je EU-partners. GroenLinks pleit voor de inzet van stabilisatiemissies: langdurigere, gezamenlijke operaties in fragiele staten om vrede, veiligheid en stabiliteit te brengen voor de burgerbevolking. Daarbij gaan wij consequent uit van de 3D-benadering: defence, diplomacy en development. Defensie is nooit een op zichzelf staand instrument; het is een van de instrumenten die in samenhang worden ingezet.

De tweede keuze is: fors investeren in Europese samenwerking. GroenLinks roept dit al jaren, maar wij waren een roepende in de woestijn. Nu ontstaan er dan toch openingen. Als zelfs de grote Europese defensiemachten, die niet altijd vriendjes van elkaar geweest zijn in de geschiedenis, Engeland en Frankrijk, over hun schaduw heenstappen en intensief gaan samenwerken, dan zou Nederland daar toch ook flinke stappen in moeten kunnen zetten! Ik ben blij dat de minister daar ruimte voor ziet; hij heeft daar uitspreken over gedaan. Ik ben ook blij dat de heer Ten Broeke vandaag heeft gezegd daar ruimte voor te zien. De minister heeft aangegeven dat hij een lijstje zou maken met EU-samenwerkingsmogelijkheden. Bestaat dat lijstje al? Zo ja, kunnen wij daar dan op korte termijn met de minister over spreken? Is hij dan bereid om dat daarna actief te bespreken en er een serieus punt van te maken, gericht op het vormen van een kopgroep binnen de Europese Unie?

De derde keuze is: onmiddellijk stoppen met het JSF-project. Ik zou niet weten waar je de "stealth" kernwapendrager JSF voor nodig hebt, als onze vijanden bermbommen leggen of aanslagen op het oog hebben. Als wij nu beslissen, geen tweede testtoestel te kopen en het eerste terug te geven, heeft de minister in 2011 in elk geval een slordige 200 mln. meer te besteden. Na de brief van de minister van vorige week is het helemaal duidelijk: dit project is een van de allergrootste zeperds in lange tijd. De stekker eruit! Het is een peperduur speeltje; het wordt elke dag een paar miljoen duurder. Moet de minister dat dan aanschaffen, terwijl hij op korte termijn 10.000 man personeel op straat moest zetten? Volgens GroenLinks is het aan niemand meer uit te leggen. Premier Rutte gaf vrijdag aan niet getrouwd te zijn met de JSF. Sprekers voor mij hebben mooie beeldspraken gebruikt met termen als "verloofd" en een "echtscheiding". Het is nog veel erger: premier Rutte blijft maar smoorverliefd! Daar helpt geen echtscheidingsakte tegen! Misschien kunnen rouwverwerking en een stukje therapie helpen. Liefde maakt blind, zeggen wij dan. Is deze minister net zo verliefd als de premier, of staat hij iets meer met beide benen op de grond? De extra ruimte die de minister kan verkrijgen door zowel uit het JSF-project als de testfase te stappen, heeft hij nodig om op een goede manier met het personeelsverloop te kunnen omgaan. Zo hoeft hij niet direct personeel op straat te zetten, is er meer ruimte voor natuurlijk verloop en kan hij de vernieuwing en verjonging van de krijgsmacht voortzetten. Vanaf 2013 zal Defensie immers te maken krijgen met een forse vergrijzing en dus met een hogere uitstroom. De minister kan daar dan gebruik van maken voor een geregisseerd proces van inkrimping.

De vierde keuze is: veel rationeler omgaan met het materieel en het vastgoed. Defensie beschikt over een enorm aantal gebouwen en over gronden met een totaaloppervlak dat gelijk is aan dat van de gemeente Den Haag. Dat is veelal erg inefficiënt. Haal daar nu eens stevig de hark doorheen; de stofkam kan er ook nog achteraan! Stoot terreinen en inefficiënte gebouwen af en concentreer je op een beperkter aantal locaties, overigens met begrip voor spreiding in het land. Daar is de defensieorganisatie immers heel geschikt voor. Er zijn in elk geval enkele binnenstedelijke locaties met een behoorlijke marktwaarde. Misschien kan de minister beginnen met het afstoten daarvan. Daarnaast valt er het nodige te verdienen door overtollig materieel niet te snel en niet te goedkoop door te verkopen. Daar hebben wij de nodige signalen over gekregen.

Voor GroenLinks staan de mensen bij Defensie centraal. Militairen moeten goed getraind op missie gaan. Bezuinigingen op training en opleiding wijzen wij dan ook af. Militairen moeten met goede spullen op pad gaan, dus beter met een pantservoertuig dat bestand is tegen bermbommen, dan met een JSF. Militairen behoren bovendien een heel goede begeleiding en verzorging te krijgen als zij terugkomen met mentale of fysieke schade. De samenleving is dat moreel aan hen verplicht. Naar ons inzicht wordt er ook op dit belangrijke ethische punt eigenlijk al jaren aangerommeld. Daarom dienden wij samen met de Partij van de Arbeid, de SP en D66 het initiatiefwetsvoorstel veteranenzorg in. De minister zegt dat hij de Kaderwet veteranen en ons initiatiefwetsvoorstel in elkaar wil schuiven. Het is goed dat hij daarbij nu ook aangeeft dat het karakter van het initiatiefwetsvoorstel daarbij behouden blijft. Laat het duidelijk zijn: voor ons staat de inhoud van het initiatiefwetsvoorstel echt voorop. Laten wij daarom snel om de tafel gaan zitten, het verdere proces stroomlijnen en binnen enkele maanden komen met een voldragen en gedragen wetsvoorstel.

De voorzitter:

Aan mij de eer om de heer Grashoff als eerste te feliciteren. Het is heel bijzonder als iemand zo'n ervaren indruk maakt tijdens zijn maidenspeech. Van harte gelukgewenst.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Mijn gelukwensen ook aan de heer Grashoff voor zijn inbreng. Hij leek inderdaad, zoals de voorzitter al zei, een heel ervaren politicus. Het was alsof hij het al jaren deed. Mijn complimenten dus en veel succes in de Kamer. De heer Hernandez ook succes; hij staat al heel makkelijk achterin nu. Voordat ik de hele Kamer langs ga en mijn spreektijd op is, wil ik een paar woorden aan de minister wijden.

De afgelopen jaren is er veel gevraagd van het defensieapparaat, van de dames en heren van Defensie. Nederland heeft een substantiële bijdrage kunnen leveren aan verschillende missies wereldwijd. Dat heeft ook zijn tol geëist en ook letterlijk mensenlevens. Niets anders dan respect vanuit onze fractie daarvoor.

Vandaag spreken wij niet alleen over de begroting van Defensie voor 2011, maar misschien nog wel meer over de toekomst van het defensieapparaat met het oog op de voorgenomen bezuinigingen. Mijn fractievoorzitter heeft in het debat over het regeerakkoord al gezegd dat het mogelijk op een kaasschaafmethode zou kunnen uitlopen. Wij moeten dat natuurlijk afwachten, want wij hebben de beleidsbrief nog niet. Als wij het echter afzetten tegen het ambitieniveau dat de regering wil hanteren, veelzijdig inzetbaar, houd ik mijn hart vast dat er inderdaad weer bij elk krijgsmachtonderdeel een stukje af gaat. Natuurlijk is de ChristenUnie ook niet vies van een paar idealen, maar enigszins realistisch in de zaak staan zou wel helpen. Wanneer de minister zelf al aangeeft de haalbaarheid van zijn plannen ter discussie te stellen, welke consequenties verbindt hij er dan zelf aan?

Natuurlijk ontkom je niet aan bezuinigingen, alhoewel onze fractie dat niet had gedaan op dit punt. Met een grote bezuiniging zoals de minister zelf heeft aangekondigd, moet hij echter toch kijken naar het ambitieniveau. Ik heb ook al in een interruptiedebatje gezegd dat in het eindrapport van de Verkenningen daaraan verschillende scenario's worden gekoppeld. Ik heb gelezen dat je dan uitkomt bij ongeveer 1 mld. bij de categorie "meerzijdig beperkt". Ik geef de minister dat rapport nog maar eens in overweging, om toch ook een realistischer beeld voor zijn eigen troepen te schetsen. Het is belangrijk dat de minister daarover nu ook duidelijkheid geeft en dit niet uitstelt tot in maart, want het ambitieniveau bepaalt ook de keuze van de bezuinigingen.

Ik was gematigd positief over de uitspraken van de minister in het wetgevingsoverleg over de inzet van de krijgsmacht voor de verschillende politietaken. Ik zeg "gematigd", omdat er een verschil van inzicht blijkt te bestaan tussen deze minister en minister Opstelten van Justitie over de inzet van de krijgsmacht. De minister van Justitie heeft gezegd dat hij scherp wil inzetten als het gaat om het defensieapparaat en de politietaken en deze minister zegt dat dit slechts in uitzonderlijke situaties aan de orde kan zijn. Zolang die niet aan de orde zijn, zo zegt de minister, hoeft er niets te gebeuren.

De minister zei dat het ook gaat gebeuren, als het wel aan de orde is, maar dat wat hem betreft de motie van collega Wiegman overbodig is. Dan zult u zeggen, zo zei de minister, dat het regeerakkoord op dat punt ook overbodig is en dan hebt u een punt. Regeerakkoorden zijn geen absolute waarheden van waaruit je voor 100% kunt leven. Dat standpunt herhaalt deze minister in een interview in de Volkskrant van 27 november. Het gaat zelfs met een waarschuwing gepaard.

Minister Opstelten laat echter een heel ander geluid horen tijdens de begrotingsbehandeling Veiligheid en Justitie. Hij geeft tal van voorbeelden waarvoor het defensieapparaat vrolijk kan worden ingezet – bewaken, beveiligen, evenementen – en sluit af met de geruststellende mededeling dat de minister zich geheel kan vinden in de uitgesproken tekst. Het is toch merkwaardig om twee verschillende visies van twee ministers uit hetzelfde kabinet te horen, want normaal spreekt een kabinet met een mond. Graag krijg ik een nadere toelichting.

Wij hebben in de voorgaande periode flink gesproken over piraterij. Ook dit kabinet zet zich in ter bestrijding van piraterij. In dat debat hebben wij veelvuldig gesproken over de inzet van mariniers op schepen waar wij niet direct bij kunnen komen, met name de Nederlandse koopvaardijschepen. Ik ben heel benieuwd naar de visie van deze minister op dat punt, want daarover verschilde de ChristenUnie-fractie in ieder geval met haar eigen minister van mening. Wij voeren het punt nog maar eens op en wij zullen zien hoe dat landt in de Kamer.

Ik moet even terug naar een ander blaadje ...

De voorzitter:

De heer Ten Broeke komt u te hulp.

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij hebben op het punt van de piraterij vaak en ook met genoegen met de ChristenUnie opgetrokken. Het is goed dat de heer Voordewind nog eens hierop wijst, want de ernst van de situatie neemt toe. Ik had het al over de kwestie die zich deze week heeft voorgedaan. Het verhaal gaat dat piraten in toenemende mate koopvaardijschepen inzetten als een soort moederschip om andere koopvaardijschepen aan te vallen. Is de heer Voordewind niet met mij van mening dat het nu hoog tijd wordt om de beveiligingsmaatregelen daar serieus ter hand te nemen en ook na te denken over de inzet van wellicht mariniers?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik ben blij met deze vraag. De heer Ten Broeke en ik hebben op dit punt gezamenlijk opgetrokken richting het vorige kabinet. Dat is ook precies mijn vraag aan dit kabinet: in hoeverre is het bereid om mariniers op koopvaardijschepen te plaatsen zonder dat wij daar meteen langs varen? Dat gebeurde wel bij de WFP-schepen van de Wereldvoedselorganisatie. Maar dan ben je nog erg beperkt, omdat je alsnog een schip ernaast moet laten varen. Het idee was dat vanaf een moederschip, een fregat, mariniers met een helikopter op koopvaardijschepen geplaatst konden worden en dat wanneer nodig bijstand via die helikopters kon worden gegeven. Daarmee zou je schepen, ook op een veel langere afstand, heel effectief kunnen beveiligen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Is de heer Voordewind het ook met mij eens dat bij eventueel ingrijpen nadrukkelijker moet worden gekeken naar de vlag waaronder die koopvaardijschepen varen en dat eerst moet worden nagegaan of de landen onder de jurisdictie waarvan die schepen varen bereidheid tonen om eventuele gevangenen zelf op te nemen en te berechten?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat ligt natuurlijk voor de hand. Ik betreur het samen met collega Ten Broeke dat het ons niet is gelukt om dat bijvoorbeeld in Kenia te doen. Het kabinet was toen ook bereid om daarvoor fondsen te verstrekken, maar schijnbaar stopt dat proces. Als wij piraten gaan aanhouden die op schepen van andere landen hebben gezeten, moeten wij inderdaad kijken of die landen bereid zijn om de gijzelnemers op te nemen. Maar ik vind dat niet een heel harde voorwaarde. Het gaat erom dat wij, als ons om bijstand wordt gevraagd in NAVO- of EU-verband, niet voor een keuze komen te staan: kunnen wij contact hebben met het land van herkomst van het gegijzelde schip en kunnen wij op dat moment een overeenkomst met dat land sluiten? Dat proces kan te lang duren, waardoor wij niet in staat zijn om die piraten aan te pakken. Wenselijk is het wel.

De heer Ten Broeke (VVD):

Wij proberen hier overeenstemming te vinden over een aantal van dit soort belangrijke zaken. De heer Voordewind zou het kabinet enorm helpen, als hij en zijn fractie zich uitspreken voor het inzetten van de drukmiddelen die Europa kan hanteren. Immers, als wij daar onder Europese vlag een operatie proberen uit te voeren om de rule of law ter zee te garanderen, dan is het niet meer dan logisch dat ook Europese drukmiddelen, bijvoorbeeld ontwikkelingsgelden – ik heb net aangegeven hoe hoog die bedragen voor een aantal landen zijn – in te zetten om er iets voor terug te krijgen, bijvoorbeeld juridische overnameovereenkomsten. Is de heer Voordewind dat met de VVD-fractie eens?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Tot het woord "ontwikkelingsgelden" viel wel. Die gelden reserveren wij natuurlijk voor de allerarmsten in de wereld om hun armoede te bestrijden. Wij hebben natuurlijk de HGIS-gelden, waar wij ook justitiële ondersteuning voor kunnen geven. Wij steunen u in het doel, maar het geld mag niet uit de ODA-gelden komen.

De voorzitter:

Hebt u uw papieren weer gevonden?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ja, mijn medewerker heeft het milieu willen sparen en mijn tekst tweezijdig gekopieerd. Ik blijk een pagina te hebben overgeslagen. Ik keer terug naar het ambitieniveau. Ik was teleurgesteld in de uitkomsten van dit kabinet, met die heel grote bezuinigingen, terwijl het CDA en in veel grotere mate de VVD een hoog ambitieniveau hadden. Zij wilden juist investeren. Met deze draconische bezuinigingen is in feite het PVV-programma uitgevoerd. Je zou bijna kunnen zeggen dat links Nederland met deze bezuinigingen zijn vingers aflikt. Het PvdA-programma wordt bijna overgeschreven.

De minister kwam, toen hij net was aangesteld, uit de Trêveszaal met de opmerking: dit is genoeg, ik accepteer deze bezuiniging maar geen cent meer. Wij kennen de minister als een uitgesproken mijnheer. Toen collega Timmermans van de PvdA en ik gezamenlijk wilden optrekken om de minister te helpen om in Brussel geen extra claim op de Defensiebegroting te laten ontstaan door die overschrijding van de NAVO-begroting voor volgend jaar, zei de minister tot mijn verbazing: dat kan gebeuren, wij pakken ons verlies en accepteren die 5 mln. of 6 mln. of 7 mln. extra. Ik geef toe dat het niet veel is, maar het is wel een bedrag dat er nog eens bovenop komt.

Ik maak mij grote zorgen over de JSF. Het vorige kabinet, met de ChristenUnie, heeft onder zware voorwaarden ingestemd met de aanschaf van een eerste testvliegtuig. Ik heb toen gezegd dat het mij verstandig leek om maar één vliegtuig aan te schaffen. Wij hebben dezelfde harde eisen gesteld voor een tweede testvliegtuig. In hoeverre hebben de stijgende kosten van de productie van de JSF betrekking op de prijs van een testvliegtuig? Wij hebben indertijd scherpe afspraken gemaakt over de totale begroting van de twee testvliegtuigen. Hebben de stijgende productiekosten effect op de prijs van het testvliegtuig? Ik neem aan dat dit kabinet in zijn investeringsquota bedragen reserveert voor de eventuele aankoop van de productie van de JSF's. In hoeverre vereist dit een stijging van het gereserveerde bedrag per jaar op de begroting van Defensie? Betekent dit een vervuiling van de heel harde uitspraak van de minister dat hij geen extra toename van het beslag op zijn begroting zou accepteren?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Vooral CDA en VVD houden nog krampachtig vast aan dit project, dit straaljagerfiasco. Alle andere partijen zijn buitengewoon kritisch. Hoe zit dat met de ChristenUnie? Ziet u ook in dat wij hiermee moeten stoppen?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Daar heb ik net een interruptiedebatje met mevrouw Albayrak over gehad. Ik heb haar gezegd dat wij moeten wachten tot de brief van het kabinet er is. Wij moeten wachten tot wij de prijs weten van het tweede testvliegtuig. Ik heb altijd gezegd: het moet wel voldoen aan het budget dat wij toen hebben vastgesteld. In de motie-Hamer staat onder andere dat het moet voldoen aan de geluidsnormen en de geluidscontouren. Ook de werkgelegenheid wordt daarin genoemd. Ik wacht netjes de uitvoering van die motie af om te zien of de aankoop van een tweede testtoestel aan de criteria voldoet. En dan moeten wij onze mind opmaken. Als de kosten uit de klauwen lopen en boven de begroting uitkomen, dan wordt het voor ons een "no go".

De heer Jasper van Dijk (SP):

Waarom zo'n nodeloos ingewikkeld verhaal? Waarom niet nu de balans opmaken na de brief van vorige week? Uit die brief blijkt dat de toestellen bij elkaar meer dan 7,5 mld. kosten. Wij kunnen later nog andere besluiten nemen. Waarom meegaan in dit moeras van het tweede testtoestel? De heer Kok zei het al: meedoen is kopen. De ChristenUnie heeft toch wel gewoon beide benen op de grond en kan toch zeggen dat wij hier even mee stoppen?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ja, maar als je afspraken maakt en je motie in de Kamer wordt aangenomen, dan moet je de regering ook de kans bieden om daar antwoord op te geven. Wij hebben wel gehoord van een prijsstijging van de productietoestellen, maar wij hebben nog geen prijs gehoord van het tweede testvliegtuig. Ik vind het wel reëel om af te wachten wat de prijs van het tweede testvliegtuig zal zijn.

Wij hebben al geluiden uit Amerika gehoord die erop wijzen dat de aanschaf dan de productievliegtuigen waarschijnlijk pas in 2015, 2016 of misschien wel pas in 2017 zal plaatsvinden. Die keuze hoeft de ChristenUnie op dit moment dus niet te maken. Ik sluit niet uit dat wij dan opnieuw een soort kandidatenvergelijking moeten maken.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ook ik snap die voorzichtigheid niet. Het valt mij ook tegen van de ChristenUnie, want zelfs de minister gaat verder. Hij schrikt van de 1,4 mld. kostenoverschrijding en vindt het echt een tegenvaller. Hij zegt dat hij het gaat herijken. Dat is al veel meer dan wat de ChristenUnie nu doet. De heer Voordewind stelt alleen vragen aan de minister, maar wat vindt hij ervan? Ziet hij een verband tussen de gestegen kosten en de testtoestellen?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat moet dus nog blijken uit de prijs van het tweede testvliegtuig. Ik ben erg benieuwd of de minister daar al iets over kan zeggen en of de prijsstijging voor de productievliegtuigen nu al invloed heeft op de prijs van het testvliegtuig. Ik vind het wel netjes om af te wachten totdat wij die prijs weten. Wij hebben er lang over gediscussieerd. Bij een vergelijking van de kandidaten hebben wij er twee overgehouden. Wij hebben daarvoor veel werkbezoeken afgelegd. Ik wacht nu eerst dit proces af zodat duidelijk wordt welke prijs daar uitkomt, inclusief de geluidscontouren. Ik moet zeggen dat ik de verontrusting die mevrouw Albayrak uit, deel. Natuurlijk, als de kosten van zo'n project met zo'n bedrag stijgen, hou ik mijn hart vast voor de toekomst. Maar dan hebben wij het over 2015, 2016. Die zorg deel ik met mevrouw Albayrak.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Ik snap het nog steeds niet. Ik ga nog even in op het verband tussen de testtoestellen en de mogelijke uiteindelijke aanschaf. Als de testtoestellen goedkoop genoeg zijn, houdt de heer Voordewind dan het perspectief open op aanschaf straks? Ik hoor hem zeggen dat het besluit anders wordt als zij te duur zijn. Besluit hij dan om het testtoestel niet te kopen? Zegt hij daarmee ook dat hij dan helemaal niet meer voor het project gaat? Ik snap niet wat de heer Voordewind hier aan het doen is.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij hebben afgesproken – ik zeg het uit mijn hoofd – dat wij een bedrag van 274 mln. zouden reserveren voor de aanschaf van twee testvliegtuigen. Omdat wij bij de vorige ronde de prijs van het tweede testvliegtuig nog niet wisten, heeft de coalitie besloten om in ieder geval het eerste testvliegtuig aan te schaffen. Daar wisten wij toen de prijs wel van. Wij wachten nu de prijs van het tweede testvliegtuig af. Mocht het bedrag buiten het budget vallen, dan zal dat voor ons ertoe leiden dat wij niet akkoord gaan met de aanschaf van het tweede testvliegtuig.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik begrijp van dit verhaal ook eigenlijk niks. Zelfs al is dat tweede testtoestel voor de helft te krijgen, dan doet dat niks af aan de kostenoverschrijding van 1,4 mld. die nu al een feit is. Dan kun je toch nog steeds zeggen dat je dat niet pikt en niet doorgaat? Dan heb je dat testtoestel wel voor de helft, maar je hebt er niks aan. Zet de heer Voordewind het dan op Marktplaats?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dan zijn we een jaar of vijf verder. Zoals ik net al zei, moeten we dan misschien een nieuwe kandidatenvergelijking maken om te zien of er dan een juiste prijs-kwaliteitsverhouding is. Een andere optie is waar de VVD voor pleit: 6,2 mld. blijvend reserveren en concluderen dat je minder toestellen kunt aanschaffen. Wij hebben de kandidatenvergelijking eerder gemaakt. Wij hebben daarbij veel aspecten vergeleken, ook van de Saab Gripen. De kwaliteit van de JSF bleek een stuk hoger te liggen dan die van de Saab Gripen. Dat pleit dus erg voor de JSF. De prijsontwikkeling, het geluid en de geluidscontouren zijn echter punten die sterk meewegen in onze afweging, maar het zijn niet de enige punten van afweging.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat betekent toch dat het testtoestel kosten op het sterfhuis is?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee, want met die testvliegtuigen neem je met de Amerikanen deel aan de testfase en daar doe je heel veel kennis mee op. Nogmaals, wij stellen het besluit over die vliegtuigen uit totdat het noodzakelijk is. Tot die tijd moeten we het met de F-16's doen.

De heer Ten Broeke (VVD):

Het is goed dat de heer Voordewind nog eens aangeeft wat in de vorige kabinetsperiode in de begrotingen stond ingeboekt voor die twee testtoestellen. Dat was inderdaad 247 mln. Het is ook goed dat hij nog eens ingaat op de bizarre motie-Hamer, waarvan de heer Voordewind mede de auctor intellectualis was, en die volgens mij alweer van tafel is, omdat de PvdA dat geld niet meer wil uitgeven. Weet de heer Voordewind ook nog wat er stond op het beroemde bonnetje van de heer Pechtold en wat daarvan vervolgens is uitgegeven?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

We hadden toen een begroting afgesproken van naar u zegt 247, maar volgens mij 274 mln., voor twee testvliegtuigen. Daar zat nog een deel extra materiaal bij. Het eerste testvliegtuig kostte 110 mln. Dat betekent dat we nu nog een vrije marge hebben om dat tweede testvliegtuig aan te schaffen.

De heer Ten Broeke (VVD):

U zit dichtbij, maar volgens mij was het zelfs iets onder 100 mln., zodat er inderdaad nog een ruime marge is. Wat betekent dat voor de steun van de fractie van de ChristenUnie voor dat tweede testtoestel? U hebt net een interessante formule gebrouwen over dat tweede testtoestel. U zegt: als het maar niet te duur wordt, steunen we die aanschaf. Dan constateer ik dat u dat tweede testtoestel ook wenst te kopen als het weer in die orde van grootte zit of misschien zelfs lager, want die geluiden zijn er ook.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik heb net gezegd dat mijn fractie er positief tegenover staat als we dat tweede testvliegtuig kunnen aanschaffen binnen het begrote bedrag van 274 mln. dat wij toen hebben vastgesteld, naast de andere voorwaarden die in de motie-Hamer zijn beschreven.

Voorzitter. Ik rond af. De grootste vraag die mijn fractie nu heeft, is hoe wij de militairen kunnen voorzien van de meest basale behoeften, als we horen dat er een tekort is aan toiletpapier, kistjes, munitie en ga zo maar door. Hoe denkt de minister dat op heel korte termijn op te lossen, zelfs nog voordat wij die brief in maart krijgen?

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Allereerst mijn complimenten aan de heren Hernandez en Grashoff voor hun welbespraakte bijdragen aan dit debat. Een buitenstaander die deze maidenspeeches ziet, zou denken dat het de gewoonte is of wordt om een cadeautje te geven aan de betreffende bewindspersoon, maar het zou niet goed zijn om nu al te zeggen dat dit ook tot de mores van dit huis behoort.

"Defensie kampt met een onbalans tussen het beschikbare budget en haar ambitie- en activiteitenniveau en daar komen de ombuigingen in het regeerakkoord nog bovenop." Dit is geen zuur oppositioneel zinnetje, maar een volzin van deze minister in een van zijn eerste brieven aan de Kamer. Voor Defensie zijn de druiven van het regeerakkoord zuur. De regering en haar gedoogpartner worden nogal eens verdacht of beticht van rechtse sympathieën, maar deze uiten zich niet in veel liefde voor het defensiebudget.

Toen ik mij gisteren over de defensiebegroting boog, ter voorbereiding op dit debat, viel prompt het licht uit in mijn woonplaats; een langdurige stroomstoring. Nu is er geen enkel causaal verband tussen die begroting en die stroomstoring, maar het doet je wel beseffen dat iets wat je als vanzelfsprekend ziet, dat er altijd stroom is, in één keer weg kan zijn. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de veiligheid. Wij zijn al lange tijd gezegend met vrede, welvaart en stabiliteit, maar ook dat is geen vanzelfsprekendheid. Er zijn genoeg mogendheden of groeperingen die met een combinatie van politieke en militaire macht hun wil proberen op te leggen aan anderen en voor geweld niet terugdeinzen. Dan hebben we een goed uitgeruste krijgsmacht nodig, ook in de toekomst. Wij zien militaire macht als een noodzakelijk kwaad om dat in te dammen. Nederland kan internationaal vrede, welvaart en stabiliteit bevorderen, ook met inzet van militaire macht. Die belangrijke veiligheidstaak wordt door Defensie vormgegeven. Daarom hechten wij, ook vanuit onze Bijbelse beginselen, aan die taak van bevordering van vrede en gerechtigheid. Dat moet de inzet van Defensie zijn.

Het is van groot belang dat Nederland blijft beschikken over een doeltreffende en geavanceerde krijgsmacht. Hier liggen grote zorgen. De ambities blijven hoog, zo blijkt uit het regeerakkoord, maar er is geen passend budget. In de afgelopen jaren is er gesneden in de operationele capaciteiten. Onmisbare investeringen worden gefinancierd door de verkoop van defensiematerieel. Er wordt afgezien van broodnodige versterkingen. Daarnaast worden vele projecten gefaseerd. En dan te bedenken dat we een slopende Afghanistan-missie achter ons hebben, die veel heeft gevraagd van personeel en materieel.

Ik merk in contacten met militairen dat het hen echt heeft geraakt dat opnieuw zo stevig wordt gesneden in de uitgaven voor Defensie en dat er zo veel banen op de tocht staan. Velen hebben heel veel voor de defensieorganisatie betekend en doen dat nog steeds. De minister heeft eerder gezegd dat hij gedwongen ontslagen niet kan uitsluiten, maar wij hopen dat zo veel mogelijk zal worden ingezet op het voorkomen van gedwongen ontslagen. Laat bij eventuele ontslagen vooral worden gekeken naar de toplagen. Kijk bijvoorbeeld naar de verhouding tussen het aantal generaals en het totale aantal militairen. Ons leger kent één generaal per 500 militairen. Iemand zei: dat heeft zelfs Rusland nooit gehad. De VS kennen één generaal per 4000 militairen. Natuurlijk is dit relatief, maar het zegt wel wat. Hier moet dus oog voor zijn.

In het regeerakkoord kiest het kabinet voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht met het daarbij behorende ambitieniveau, zoals uitgewerkt in de verkenningen. Mijn stelling is dat dit met de huidige middelen en beoogde bezuinigingen gewoonweg niet gaat lukken. Ik constateer dat we, als we niet oppassen, weer ouderwets gaan sturen op geld en niet op inhoudelijke analyses en scenario's. Wilden we daar niet juist vanaf? Als de regering hoge ambities heeft, wat wij steunen, moet het defensiebudget daarmee wel in overeenstemming zijn. Deze ambities vergen een dienovereenkomstig gefinancierd defensieapparaat dat niet onderhevig mag zijn aan opportunistische bezuinigingsmaatregelen. Als kabinet en parlement die standvastigheid niet tonen, moet de consequentie zijn dat we ons internationale militaire ambitieniveau omlaag brengen. De SGP zou daar liever niet voor kiezen, maar we moeten die werkelijkheid wel onder ogen zien.

Daarmee kom ik bij het kernpunt in mijn bijdrage: welke mogelijkheden zijn er als we deze bezuinigingen als politieke realiteit moeten aanvaarden? Ik zeg dit met pijn in het hart, want de SGP had graag een andere keuze gemaakt en staat daar nog steeds voor. Wat betekenen deze bezuinigingen voor de langere termijn? Hoe denkt de minister over een koppeling aan bijvoorbeeld een percentage van het nationaal inkomen, zoals de NAVO-richtlijn? Overigens gaat het ons niet per se om die koppeling. Hoe kun je eventueel een ander mechanisme verzinnen waardoor Defensie structureel kan rekenen op een volwaardig budget, passend bij de ambities? Wat kan de minister doen met een financieel ontwikkelingsperspectief op lange termijn, waarover in de verkenningen wordt gesproken? Zou het wellicht een goede benadering zijn om vanuit de verkenningen op objectieve gronden veiligheidspolitiek te bekijken waar we in de toekomst met de uitgaven voor Defensie naartoe willen? Graag een reactie op dat punt.

Tot slot: ik kan heel kort zijn over de JSF. De echtscheidingsakte van de SP past noch bij onze visie op het huwelijk, noch bij onze visie op de JSF. We vinden dat we niet verliefd moeten zijn op zo'n toestel, maar ook niet moeten worden gedreven door een hekel aan zo'n toestel. We bepleiten een zakelijke benadering. Daarbij zien we in de kostenstijging een flinke tegenvaller. We moeten goed bekijken hoe die is veroorzaakt. Ligt die wellicht in bijkomende factoren, zoals grondstoffenprijzen, hoge loonkosten en dergelijke? We kunnen geneigd zijn om de JSF uit te willen stellen vanwege de grote uitgaven, maar snijden we onszelf niet in de vingers als we de definitieve beslissing over de aanschaf van een vervanger van de F-16 te ver vooruitschuiven? De F-16's zijn namelijk wel eindig. Bij uitstel hebben we straks minder keuzemogelijkheden omdat de Gripen en de Eurofighter dan niet meer in productie zijn. Op langere termijn rest ons dus geen andere keuze dan de JSF. Zoals velen zeggen: moeten we dat wel willen? Kortom, hoe rationeel is het, puur zakelijk beschouwd, om de zaak ver vooruit te schuiven? Die vraag leg ik bij de minister neer. Houdt de minister, om in de beeldspraak van de heer Van Dijk te blijven, niet te weinig bruiden over voor een goede vervanging van de F-16?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik vrees dat ik het niet eens ga worden met de SGP. Ik doe toch een poging, juist omdat de heer Van der Staaij zo terecht zegt dat wij ons niet moeten blindstaren op de JSF. De tegenvallers ziet de heer Van der Staaij ook. Hij noemt nota bene de Eurofighter en de Saab Gripen. Is hij niet dusdanig reëel dat hij ook zegt dat wij open moeten blijven staan voor andere vliegtuigen op het moment dat de JSF zulke grote tegenvallers vertoont?

De heer Van der Staaij (SGP):

De tegenvallers als zodanig vind ik nog geen reden om nu opeens de voorkeur te geven aan een ander toestel. Die worden er niet in een keer veel beter van. De kostenstijgingen zijn natuurlijk serieus te nemen. Wij hebben nooit bepleit blind voor per se dit toestel te gaan of ons vast te leggen op een aantal van deze jachtvliegtuigen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De heer Van der Staaij zegt dat het wel een onsje minder kan met de generaals. Een prima opmerking. Hoe ziet hij verder de opbouw van de organisatie van Defensie voor zich? Ziet hij ook daar nog wijzigingen?

De heer Van der Staaij (SGP):

Bij de opbouw van de organisatie hechten wij zeer aan voldoende operationele capaciteit. Er moet gekeken worden wat er gesneden kan worden in de staven en juist ook in de bureaufuncties. Uiteindelijk delen wij wat mevrouw Bruins Slot naar voren bracht in een eerder overleg, namelijk het belang van verjonging van het personeelsbestand. Een gevaar bij een reorganisatie is dat daar onvoldoende aan toegekomen wordt. Wij hechten er, met de CDA-fractie, aan dat de verjonging haar beslag krijgt.

De (algemene) beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek de minister, als hij voornemens is om een aantal vragen schriftelijk te beantwoorden, om die antwoorden uiterlijk morgen om 14.00 uur aan te leveren. De leden kunnen de antwoorden dan nog bestuderen voor de eerste termijn van de minister. Ik zie aan de minister dat dit kan. Morgenmiddag om 17.00 uur gaan wij de rest van deze begroting behandelen.

Ik schors tot 20.30 uur. Ik hoop dan te beginnen met het laatste debat. Dat hangt af van het verloop van de algemene politieke beschouwingen in de Eerste Kamer. Anders volgt om 20.30 uur nader bericht.

De vergadering wordt van 19.24 uur tot 20.30 uur geschorst.