34 775 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2018

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

2

 

Wetsartikel 1

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

     

1.

Leeswijzer

3

2.

Infrastructuuragenda

7

3.

Productartikelen

17

 

Artikel 12 Hoofdwegennet

17

 

Artikel 13 Spoorwegen

37

 

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

56

 

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

62

 

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

78

 

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

88

 

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

96

4.

Bijlagen

99

 

Bijlage 1 Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel

99

 

Bijlage 2 Verdiepingsbijlage

103

 

Bijlage 3 Overzichtsconstructie Kustwacht

149

 

Bijlage 4 Instandhouding

152

 

Bijlage 5 ProRail

176

 

Bijlage 6 DBFM-conversies

178

 

Bijlage 7 Tol

179

 

Bijlage 8 Lijst van afkortingen

185

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (begroting Hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting, de begroting van het Infrastructuurfonds en de begroting van het Deltafonds.

Voor u ligt de begroting van het Infrastructuurfonds.

Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.

Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting Hoofdstuk XII (artikelonderdeel 26.01). Daarnaast worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.

1. LEESWIJZER

Structuur

De opzet en de structuur van de begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • 1. Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2018 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.

  • 2. In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2018 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2018 begint.

  • 3. Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.

  • 4. In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:

    • van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;

    • van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.

    De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2017.

    Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2018. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.

  • 5. In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds.

  • 6. De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • 1. Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:

    Norm bij te verklaren verschillen

    Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)

    Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

    Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

    < 50

    1

    2

    ≥ 50 en < 200

    2

    4

    ≥ 200 < 1.000

    5

    5

    ≥ 1.000

    5

    5

  • 2. In bijlage 1 zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de begroting Hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.

  • 3. Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2031.

  • 4. Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2031 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.

  • 5. Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoor (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.

  • 6. Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuurfonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel 13.03 Aanleg en door het opnemen van het grafische schema met de financiële stromen (bijlage 5 ProRail).

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 is uitgebreid met uw Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de in de begroting 2018 doorgevoerde kasschuiven worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de in de begroting geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen van het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2018 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u op pagina 9 van deze begroting.

Groeiparagraaf

In de groeiparagraaf worden de belangrijkste verbeteringen in de begroting beschreven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Verbeteringen informatievoorziening via de begrotingscyclus

In aanloop naar de begroting 2017 is er door de rapporteurs mw. Visser en dhr. Hoogland namens de vaste Kamercommissie IenM voor de begrotingscyclus samengewerkt met vertegenwoordigers vanuit IenM om tot verbetervoorstellen voor de informatievoorziening via de begrotingscyclus te komen. In het Wetgevingsoverleg Jaarverslagen op 30 juni 2016 hebben zij over hun aanbevelingen gerapporteerd. Naar aanleiding van deze aanbevelingen zijn er reeds in de begroting 2017, het MIRT Overzicht 2017 en het jaarverslag 2016 verbeteringen aangebracht. Deze verbeteringen zijn toegelicht in de groeiparagraaf van de begroting 2017 en het jaarverslag 2016.

In de begroting 2018 en het MIRT Overzicht 2018 zijn de volgende verbeteringen aangebracht:

  • 1. In het MIRT Overzicht 2018 is bij alle projecten de koppeling tussen project- en beleidsdoelstellingen meer expliciet gelegd. Dit is gedaan door in alle projectbladen in het MIRT Overzicht een onderdeel toe te voegen waarin is aangegeven op welke wijze het desbetreffende project een bijdrage levert aan (een van) de beleidsdoelstellingen zoals geformuleerd in de beleidsbegroting van IenM.

  • 2. Conform aankondiging in de begroting 2017 is onderzocht of in het MIRT Overzicht 2018 een financiële eindverantwoording kan worden geïntroduceerd voor opgeleverde projecten in lijn met de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op dat vlak. Uitkomst van dit onderzoek is dat de vanaf het MIRT Overzicht 2017 opgenomen tabel «ontwikkelingen planning en budget» bij alle projecten in de planuitwerking- en realisatiefase vanaf het MIRT Overzicht 2018 jaarlijks met een jaar zal worden uitgebreid. Op deze wijze wordt geleidelijk het overzicht uitgebreid en ontstaat op termijn voor alle projecten het door de Algemene Rekenkamer aanbevolen totaaloverzicht van de ontwikkelingen in de planning en het budget.

  • 3. In het MIRT Overzicht 2018 is voor alle projecten in de realisatiefase de voortgang van de realisatie inzichtelijk gemaakt door in de tabel «gerealiseerd budget» het gerealiseerde budget uit te drukken als percentage van het totale beschikbare budget.

  • 4. In het MIRT Overzicht 2018 is aanvullend inzicht verschaft in de rijksmiddelen die per departement beschikbaar zijn gesteld voor opgaven in het ruimtelijk domein.

  • 5. In bijlage 4 instandhouding is in de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds inzicht geboden in de budgetbehoefte voor instandhouding.

Met de doorgevoerde verbeteringen zijn alle aanbevelingen van de rapporteurs mw. Visser en dhr. Hoogland verwerkt. Het komende jaar zal de nadruk liggen op het bevorderen van de kwaliteit van de doorgevoerde verbeteringen.

Naast de bovengenoemde verbeteringen in de informatievoorziening is er in deze begroting ook opvolging gegeven aan de Kabinetsreactie op het IBO «flexibiliteit in de infrastructurele planning». Op pagina 15 van deze begroting treft u de verbeteringen in de informatievoorziening die hieruit voortvloeien op de Infrastructuurfonds- en Deltafondsbegroting.

Instandhoudingsbijlage

In deze begroting zijn de onderstaande punten opgenomen in de bijlage 4 Instandhouding:

  • Conform de toezegging uit de voorgaande begroting, en zoals bevestigd in het wetgevingsoverleg van 17 juni 2017, wordt inzicht geboden in de beschikbare budgetten en budgetbehoefte voor instandhouding;

  • Er is invulling gegeven aan de motie Belhaj (Kamerstukken II 2016–2017 34 550, nr. 48). Deze verzoekt om inzicht te bieden in de stand van zaken van het beheer en onderhoud van de grote strategische bruggen op het hoofdwegennet;

  • Er wordt invulling gegeven aan de toezegging uit de eerste suppletoire begroting 2017 om nader inzicht te geven in de balanspost «nog uit te voeren werkzaamheden».

Tolbijlage

In bijlage 7 wordt met ingang van de begroting 2018 inzicht geboden in de financiële stromen die samenhangen met de (voorbereiding op de) beoogde tolheffing op de trajecten Blankenburgverbinding en ViA15.

2. INFRASTRUCTUURAGENDA

In de infrastructuuragenda wordt de agenda op projectniveau gepresenteerd, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2018 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2018 begint. Daarna volgt een toelichting op begroting op hoofdlijnen.

Mijlpalen en resultaten 2018

Beheer, onderhoud en vervanging

In 2018 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:

Beheer, onderhoud en vervanging

Mijlpaal

Project

Hoofdwegen

– Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare reis en route-informatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility.

– Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen.

Spoorwegen

– Verkeersleiding en capaciteitsmanagement.

– Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations.

– Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen.

– Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing.

Hoofdvaarwegen

– Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering.

– Beheer en onderhoud maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen blijvend te laten functioneren.

– Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties en afronding «NoMo AOV» achterstallig onderhoud vaarwegen programma.

Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Overzicht 2018.

Aanleg

Hieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2018 wil halen per modaliteit.

Hoofdwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– A1/A6 (deeltraject Schiphol–Amsterdam–Almere)

– N18 Varsseveld – Enschede

– N35 Zwolle Wijthem

– A27/A1 Utrecht Noord – knpt. Eemnes – Bunschoten

Start realisatie

– A4 Vlietland – N14 (onderdeel van de realisatie Rijnlandroute)

– A1 Apeldoorn Azelo

 

– A15 Papendrecht Sliedrecht

Spoorwegen

Mijlpaal

Project

Oplevering

– Vleuten–Geldermalsen: onderdeel Utrecht Centraal – Amsterdam Rijnkanaal

– Fietsparkeren bij Stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

– Programma Kleine Functiewijzigingen (diverse deelprojecten)

– Verbeteren Veiligheid Overwegen (diverse deelprojecten)

 

– Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (diverse deelprojecten)

– Niet Actief Beveiligde Overwegen (diverse deelprojecten)

– Meerjarenprogramma Ontsnippering Spoor (diverse deelprojecten)

– Meerjarenprogramma Geluid (diverse deelprojecten)

– Geluidsmaatregelen Zeeuwse Lijn

– NaNOV (diverse deelprojecten)

– Upgrade emplacementvoorzieningen i.h.k.v. Arbo-veiligheid (diverse deelprojecten)

– Rotterdam-Genua: Zevenaar-Grens 3e spoor

– Zwolle realiseren gelijktijdigheden rondom emplacement zwolle

– Opstellen reizigersmaterieel korte termijn (diverse deelprojecten)

Start realisatie

– Fietsparkeren bij Stations (diverse deelprojecten)

– Toegankelijkheid Stations (diverse deelprojecten)

 

– Programma Kleine Functiewijzigingen (diverse deelprojecten)

 

– PHS; Programma Hoogfrequent Spoor onderdeel: Ede OV-knoop, Eindhoven opstellen

 

– Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (diverse deelprojecten)

 

– Niet Actief Beveiligde Overwegen (diverse deelprojecten)

 

– Meerjarenprogramma Geluid (diverse deelprojecten)

 

– Sporendriehoek Noord Nederland: Hoogeveen snelheidsverhoging

 

– NaNOV; onderdeel Rheden

 

– Waalhaven Zuid herinrichten emplacement

 

– Opstellen reizigersmaterieel korte termijn (diverse deelprojecten)

Hoofdvaarwegennet

Mijlpaal

Project

Openstelling

– Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens

 

– Maasroute

 

– Sluis Limmel (als onderdeel van Maasroute)

Start realisatie

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden Lek

– Nieuwe Sluis Terneuzen

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Overzicht 2018.

Regionale/lokale infrastructuur

Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM is dus niet zelf verantwoordelijk, maar kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van een dergelijk project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. Op artikelonderdeel 14.01 zijn de grote regionale/lokale projecten nader aangeduid.

Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma’s wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer en het MIRT Overzicht 2018.

Begroting op hoofdlijnen

Verlenging looptijd investeringsfondsen tot en met 2031

Mede ingegeven door de motie van het lid Harbers c.s. (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. 50) is vorig jaar besloten om het Infrastructuurfonds en het Deltafonds met ingang van de begroting 2018 jaarlijks met een jaar te gaan verlengen. Bij de begroting 2018 betekent dit dat de looptijd van de investeringsfondsen wordt verlengd tot en met 2031.

Met de verlenging tot en met 2031 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten – een ruimte van circa € 5,5 miljard beschikbaar op het Infrastructuurfonds. Deze ruimte wordt bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. Hiervoor is in 2031 circa € 3,7 miljard benodigd.

De ruimte die in 2031 resteert na aftrek van de doorlopende verplichtingen betreft investeringsruimte en bedraagt circa € 1,8 miljard.

Belangrijkste wijzigingen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2017. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in verdiepingsbijlage.

Begroting op hoofdlijnen (bedragen x € 1.000)
 

art

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023–2030

2031

Stand Ontwerpbegroting 2017

 

5.878.321

6.240.415

6.262.750

6.356.639

6.234.048

6.406.529

44.251.664

0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

 

261.073

29.460

186.787

– 2.098

8.834

– 600

42.741

0

Stand 1e suppletoire begroting 2017

 

6.139.394

6.269.875

6.449.537

6.354.541

6.242.882

6.405.929

44.294.405

0

Belangrijkste mutaties Infrastructuurfonds

 

– 360.179

– 26.698

– 39.732

94.652

175.861

94.230

831.466

5.609.992

 

Kaderrelevante mutaties IF

                 

1

Bijdragen derden Hoofdwegennet

12

 

– 7.140

– 15.490

   

6.981

   

2

DBFM-conversies

                 
 

– A27/A1 Utrecht–Eemnes–Bunschoten

12

– 114.032

– 14.103

19.131

12.687

11.867

8.474

62.134

7.150

 

– Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

15

– 14.857

– 22.907

– 13.272

5.868

3.634

3.571

26.449

3.076

 

– N18 Varsseveld–Enschede

12

– 113.263

16.232

9.345

9.201

7.233

7.103

52.974

6.196

 

– SAA A6 Almere

12

– 28.528

– 53.060

– 77.255

33.134

11.832

11.622

86.187

9.960

3

Extrapolatie Infrastructuurfonds

                 
 

– Bijdragen aan Infrastructuurfonds

Div.

             

5.260.879

 

– Ontvangsten van derden

12/13

             

240.039

4

Loon- en prijsbijstelling

Div.

70.601

78.356

78.730

79.990

78.133

80.853

638.136

83.582

5

Ontvangstenschuiven

Div.

– 13.799

16.042

– 15.601

– 23.078

81.864

– 20.901

– 24.527

 

6

Overboeking Basisregistratie Ondergrond

18

– 8.000

– 10.000

– 10.000

– 9.500

– 5.930

     

7

Overboeking Elektronisch Identificeren

18

 

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 13.112

– 1.639

8

Overboeking Kustwacht

18

– 1.504

– 6.059

– 6.809

– 7.362

– 6.852

– 6.096

– 38.559

– 3.165

9

Overboekingen PF/GF/BCF:

                 
 

– Grensoverschrijdend Spoorvervoer

13

– 9.458

             
 

– Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP)

14

– 146.881

             

10

Realisatie tolsysteem

12

         

4.000

32.000

4.000

 

Diversen

Div.

19.542

– 22.420

– 6.872

– 1.649

– 1.281

262

9.784

– 86

                     
 

Mutaties binnen kader IF

                 

11

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

12

           

241.412

 
   

13

           

115.208

 
   

15

           

149.570

 
   

18

           

– 506.190

 

12

Inpassing generale kasschuif Infrastructuurfonds

13

– 250.000

60.000

190.000

         
   

18

250.000

– 60.000

– 190.000

         

13

Inpassing minregel generale kasschuif OB2017

13

– 80.000

   

80.000

       
   

15

– 20.000

   

20.000

       
   

18

100.000

   

– 100.000

       

14

Kasschuiven tussen modaliteiten

12

70.000

105.000

45.000

   

– 305.000

85.000

 
   

13

 

– 80.000

– 165.000

– 60.000

50.000

255.000

   
   

15

– 70.000

– 25.000

120.000

60.000

– 50.000

50.000

– 85.000

 

15

Multimodale Knoop Schiphol

13

           

250.000

 
   

17

           

– 250.000

 

16

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

12

         

– 38.000

– 296.000

 
   

15

         

38.000

296.000

 
                     

Stand Ontwerpbegroting 2018

 

5.779.215

6.243.177

6.409.805

6.452.193

6.421.743

6.500.159

45.125.870

5.609.992

Ad 1. Aan de lagere ontvangsten van per saldo € 15,6 miljoen ligt een viertal oorzaken ten grondslag. De bijdrage vanuit de regio voor N33 Assen–Zuidbroek valt lager uit als gevolg van meevallende uitgaven (– € 7,1 miljoen). Tevens vallen de ontvangsten lager uit wegens het niet doorgaan van de bestuursovereenkomst voor hoogwaardig openbaar vervoer A27/A1 (– € 1,1 miljoen) en een aanbestedingsmeevaller op A4/A9 Badhoevedorp (– € 14,4 miljoen). Daarnaast zijn er extra ontvangsten vanuit de regio voor de aanleg van een fiets- en voetgangerstunnel met betrekking tot de A28/A1 knooppunt Hoevelaken (+ € 7,0 miljoen).

Ad 2. Van de projecten A27–A1 Utrecht–Eemnes–Bunschoten, Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde, N18 Varsseveld–Enschede, en SAA A6 Almere is de DBFM-aanbesteding afgerond. De budgettaire reeksen van de aanlegbudgetten worden technisch omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Zie voor een nadere toelichting op deze wijze van verwerking bijlage 6 DBFM-conversies.

Ad 3. Bij de begroting 2018 wordt de looptijd van het Infrastructuurfonds met een jaar verlengd tot en met 2031. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2030 stand begroting 2017 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken.

Ad 4. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2017 en de verhoging van de pensioenpremie van het ABP. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2017 voor de loon- en prijsbijstelling en ter compensatie van de pensioenpremiestijging aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op de begroting Hoofdstuk XII en de investeringsfondsen.

Ad 5. Dit betreft het effect op de uitgavenramingen van bijdragen van derden die in de tijd verschuiven. Onder meer ontvangsten vanuit het EU-fonds Connecting Europe Facility for Transport (CEF Transport) voor ERTMS en bijdragen van derden voor A7 Zuidelijke Ringweg Groningen liggen hieraan ten grondslag.

Ad 6. Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord.

Ad 7. Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte.

Ad 8. De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte.

Ad 9. Dit betreft overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van Grensoverschrijdend Spoorvervoer (€ 9 miljoen) en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) (€ 147 miljoen).

Ad 10. Dit betreft de uitvoering van de tijdelijke tolheffing op Blankenburgverbinding en ViA15. De dekking van het daarvoor benodigde budget komt uit de tolopbrengsten.

Ad 11. Bij begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte.

In de begroting 2017 is aangegeven dat de beleidsruimte nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld. Om dit vast te kunnen stellen, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 253 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte op artikel 18 Overige uitgaven.

Ad 12. Op basis van de budgettaire prognose is bij de eerste suppletoire begroting 2017 een kasschuif van € 250 miljoen van 2017 naar 2018 (€ 60 miljoen) en 2019 (€ 190 miljoen) verwerkt. Deze kasschuif is bij de eerste suppletoire begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. Zoals aangekondigd in de eerste suppletoire begroting 2017 wordt deze kasschuif – op basis de geactualiseerde programmering – bij begroting 2018 over de artikelen verdeeld. De kasschuif is bij begroting 2018 volledig ingepast op artikel 13 Spoorwegen, aangezien met name op dit artikel sprake is van diverse autonome vertragingen in de programmering.

Ad 13. Bij begroting 2017 is een kasschuif van € 100 miljoen van 2017 naar 2020 toegepast ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. Deze kasschuif is bij begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. De meerjarige programmering is hiervoor niet aangepast en derhalve is de kasschuif bij begroting 2017 nog niet verdeeld over de artikelen. Bij begroting 2018 wordt deze kasschuif ingepast op artikel 13 Spoorwegen (€ 80 miljoen) en artikel 15 Hoofdvaarwegennet (€ 20 miljoen).

Ad 14. Op de verschillende modaliteiten treden diverse autonome wijzigingen van de programmering op. Om een betere verdeling van de overprogrammering over de verschillende modaliteiten te verkrijgen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Ad 15. In de begroting 2017 is vermeld dat binnen het totale beschikbare ERTMS-budget € 250 miljoen wordt vrijgemaakt om de capaciteit van de multimodale knoop station Schiphol te vergroten. Middels deze mutatie wordt € 250 miljoen overgeheveld vanuit artikelonderdeel 17.07 ERTMS naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg.

Ad 16. Op basis van het tweejaarlijks Vervanging en Renovatie (VenR)-prognoserapport blijkt tot en met 2030 sprake te zijn van een tekort op de vervanging- en renovatiebudgetten op artikel 15 Hoofdvaarwegennet. Dit gewijzigde beeld is ontstaan doordat voor het hoofdvaarwegennet de VenR-behoefte op middellange termijn beter in beeld is gekomen, waarbij de toegenomen kosten voor issues als bruggen (stalen bruggen/draagkracht) en het opnemen van damwandenproblematiek een belangrijk deel van de toename veroorzaken. Het tekort op artikel 15 Hoofdvaarwegennet zorgt op fondsniveau niet voor een verhoging van de benodigde middelen voor VenR, aangezien het VenR-prognoserapport tegelijkertijd een overschot liet zien op de vervanging- en renovatieopgave op artikel 12 Hoofdwegennet. In bijlage 4 wordt de vervanging en renovatieopgave nader toegelicht.

Overprogrammering

De in de begroting 2014 geïntroduceerde overprogrammering wordt gebruikt om te zorgen dat de budgetten voor aanleg van infrastructuur ook daadwerkelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Doordat met overprogrammering wordt gewerkt leiden vertragingen bij individuele projecten niet automatisch tot onderuitputting van het beschikbare budget.

De overprogrammering wordt uitsluitend gedurende de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2022) toegepast op de artikelen voor aanleg. In de totale periode tot en met 2031 is het volledige programma altijd gedekt. Overprogrammering wordt hoofdzakelijk gebruikt op de budgetten voor verkenning- en planuitwerking. In deze projectfases is de onzekerheid rondom de planningen – en daarmee het risico op vertraging – namelijk het hoogst. In de onderstaande tabel is de omvang van deze overprogrammering weergegeven.

Overprogrammering Infrastructuurfonds (bedragen x € 1 miljard)
 

T/m 2022

Vanaf 2023

Totaal

Aanlegprogramma

21,1

16,4

37,5

Aanlegbudget

19,3

18,3

37,5

Overprogrammering (–)

– 1,9

1,9

0,0

Op de artikelen voor realisatie is er sprake van een beperktere overprogrammering. Zowel de omvang als het ritme hiervan is inzichtelijk gemaakt in de projecttabellen bij de realisatieartikelen van de modaliteiten. Over de begrotingsperiode (de begroting tot en met het jaar 2022) genomen is het volledige programma gedekt op de artikelen voor realisatie (oftewel de overprogrammering is per saldo nul).

Gemiddelde uitgaven

Onderstaand zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2017–2031 gepresenteerd.

Gemiddelde jaarlijkse uitgaven van het Infrastructuurfonds 2017–2031 (bedragen x € 1 miljoen; gemiddeld per jaar: € 5.903 miljoen)

Gemiddelde jaarlijkse uitgaven van het Infrastructuurfonds 2017–2031 (bedragen x € 1 miljoen; gemiddeld per jaar: € 5.903 miljoen)

IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning

In het afgelopen jaar heeft het kabinet de IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 5) aan de Tweede Kamer verzonden. In de kabinetsreactie heeft het kabinet de behoefte aan flexibilisering in het Infrastructuurfonds en Deltafonds en opgave gericht werken in het MIRT onderschreven. Eén van de aangekondigde verbeteringen is de introductie van een flexnorm, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken wordt aangescherpt.

In de begroting 2018 wordt een eerste stap genomen om de flexnorm toe te passen in de begroting. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekking. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing.

Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.

Met de introductie van de flexnorm komen de termen bestemd, gebonden en verplicht die tot op heden werden gehanteerd om een indicatie te geven van de hardheid van de bestuurlijke afspraken in de huidige memorie van toelichting te vervallen. In de kabinetsreactie bij het IBO is aangeven dat naar mening van het kabinet dit onderscheid niet in voldoende mate scherpte aanbracht in de hardheid van de onderliggende bestuurlijke afspraken.

In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2018 conform hierboven geschetste flexnorm flexibel zijn om bij nieuwe planvorming te betrekken.

Art. ond.

Omschrijving

Budgetten t/m 2031 (€ mln.)

12.03.02

Gebiedsprogramma’s

600

12.07

Investeringsruimte Wegen

663

13.08

Investeringsruimte Spoor

1.050

15.07

Investeringsruimte Hoofdvaarwegen

150

18.11

Generieke investeringsruimte

2.642

18.17

Verkenningen Nieuwe Stijl

0

Totaal

5.105

Als percentage van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte)

12%

U wordt middels een brief apart geïnformeerd over de vervolgstappen die ik voornemens ben om de flexnorm beter te verankeren middels een nieuw artikel. Zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op het IBO «flexibiliteit in infrastructurele planning» zullen vanaf de begroting 2018 alle nieuwe verkenningen op een algemeen begrotingsartikel worden opgenomen. Hiervoor is bij deze begroting het artikelonderdeel 18.17 (verkenningen nieuwe stijl) aangemaakt. Er zijn nog geen nieuwe verkenningen gestart.

3. PRODUCTARTIKELEN

Artikel 12 Hoofdwegennet

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijkswegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 12 Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

2.998.493

3.228.362

3.255.485

3.002.954

3.206.961

2.072.912

2.096.079

Uitgaven

2.089.020

2.291.583

2.575.982

2.554.581

2.707.385

2.806.046

2.973.869

Waarvan juridisch verplicht:

   

91%

       

12.01 Verkeersmanagement

10.502

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

10.502

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

636.513

614.375

645.593

637.675

529.783

629.827

587.072

12.02.01 Beheer en onderhoud

512.618

543.123

576.208

525.938

457.546

529.706

424.364

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

512.618

543.124

576.208

525.938

457.546

529.706

424.364

12.02.04 Vervanging

123.895

71.252

69.385

111.737

72.237

100.121

162.708

12.03 Aanleg

528.355

493.322

781.590

905.105

1.160.531

1.215.916

1.472.204

12.03.01 Realisatie

475.612

439.118

545.870

643.308

932.433

889.322

870.841

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

36.012

30.750

30.616

20.337

10.128

11.715

0

12.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

52.743

54.204

235.720

261.797

228.098

326.594

601.363

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

13.950

10.801

12.407

13.117

11.792

13.045

13.045

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

333.509

618.921

581.030

455.632

460.687

410.514

397.500

12.06 Netwerkgebonden kosten HWN

580.141

561.285

564.089

552.488

552.704

546.112

513.419

12.06.01 Apparaatskosten RWS

459.269

452.682

447.350

440.173

439.605

430.093

414.741

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

459.269

452.682

447.350

440.173

439.605

430.093

414.741

12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

120.872

108.603

116.739

112.315

113.099

116.019

98.678

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

105.072

94.703

110.739

103.715

104.499

107.419

90.178

12.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

12.09 Ontvangsten

71.523

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

133.540

12.09.01 Ontvangsten

71.523

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

111.254

12.09.02 Tolopgave

0

0

0

0

0

0

22.286

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.291.583

2.575.982

2.554.581

2.707.385

2.806.046

2.973.869

3.232.836

3.068.026

12.01

Verkeersmanagement

 

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

3.673

3.672

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

614.375

645.593

637.675

529.783

629.827

587.072

590.282

619.225

12.03

Aanleg

 

493.322

781.590

905.105

1.160.531

1.215.916

1.472.204

1.755.537

1.577.124

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

618.921

581.030

455.632

460.687

410.514

397.500

367.071

360.979

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

561.285

564.089

552.488

552.704

546.112

513.419

516.273

507.026

12.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

133.540

57.345

63.078

 

Overige ontvangsten

 

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

111.254

14.811

20.544

 

Tolopgave

 

0

0

0

0

0

22.286

42.534

42.534

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.905.881

2.573.002

2.369.334

2.404.074

2.132.329

2.087.318

1.360.828

38.043.074

12.01

Verkeersmanagement

 

3.670

3.670

3.670

3.678

3.678

3.678

3.678

55.139

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

644.537

644.537

745.454

753.749

763.863

801.146

470.947

9.678.065

12.03

Aanleg

 

1.385.881

1.039.565

777.286

576.803

217.083

545.000

35.677

13.938.624

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

363.972

376.467

334.809

323.776

393.981

24.997

334.074

5.804.410

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

507.821

508.763

508.115

516.452

516.452

516.452

516.452

7.903.903

12.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

229.616

237.272

196.045

0

662.933

                     

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

43.034

43.130

43.034

47.234

42.534

42.534

46.733

1.093.545

 

Overige ontvangsten

 

500

596

500

4.700

0

0

0

684.254

 

Tolopgave

 

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

46.733

409.291

12.01 Verkeersmanagement

Motivering

Met verkeersmanagement streeft IenM naar een optimaal en veilig gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Daarmee worden de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid, bevorderd.

Verkeersmanagement

Producten

De uitgaven voor verkeersmanagement betreffen onder andere de inzet van weginspecteurs binnen de volgende maatregelcategorieën:

  • Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm.

  • Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement).

  • Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van bumperkleven en het negeren van rode kruizen.

  • Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden

De meeste van deze maatregelen zijn ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.

Dit heeft ook vorm gekregen in het lopende programma Beter Benutten Vervolg. Hierin wordt samen met andere infrabeheerders, vervoersorganisaties en bedrijfsleven gewerkt aan regionale maatregelen om bestaande weg-, vaarweg-, spoor- en OV-verbindingen beter te benutten en daardoor de regionale bereikbaarheid te verbeteren. Ook wordt hierin – onder de noemer Talking Traffic – gewerkt aan innovatieve, private diensten aan weggebruikers, die in het verlengde liggen van het publieke verkeersmanagement.

Daarnaast wordt ook in 2018 uitvoering gegeven aan meerdere, deels internationale Intelligente Transport Systemen (ITS)-projecten, zoals de ITS-corridor Rotterdam–Frankfurt–Wenen, met als doel coöperatieve diensten te ontwikkelen en te realiseren. Deze diensten zijn gebaseerd op draadloze communicatie tussen voertuigen en wegkantsystemen. Daarbij gaat het concreet om het waarschuwen bij wegwerkzaamheden en het verzamelen van data uit voertuigen ten behoeve van meer veiligheid voor weggebruikers en wegwerkers. Ook de Praktijkproef Amsterdam draagt bij aan de vernieuwing van verkeersmanagement.

Sinds 1 januari 2014 werkt het uitvoeringsprogramma Connecting Mobility als katalysator aan de realisatie van de Routekaart Beter Geïnformeerd Op Weg (looptijd t/m 2023). In eerste instantie is Connecting Mobility gestart met een driejarenplan dat eind 2016 is afgelopen. Medio 2016 is Connecting Mobility en het proces rond de Routekaart geëvalueerd. De conclusies daaruit worden meegenomen bij het vervolg. Meer informatie over het programma is te vinden op www.connectingmobility.nl.

De activiteiten die door Rijkswaterstaat (RWS) centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit het budget voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding bij deze begroting.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2016

2017

2018

Verkeerssignalering

km op rijbaan

2.716

2.728

2.728

Verkeerscentrales

aantal

6

6

6

Spits- en plusstroken

km

324

321

310

Toelichting

De verkeerssignalering zal in 2017 met name toenemen ten gevolge van de SAA projecten «A1/A6 Diemen – Almere Havendreef» en «A9 Holendrecht Diemen (Gaasperdammerweg)». De afname van de spitsstroken is voornamelijk het gevolg van het vervallen van spits- / plusstroken door wegverbredingen: in 2017 ten gevolge van «A9 Omlegging Badhoevedorp» en in 2018 tussen Twello en Deventer bij de start van «A1 Apeldoorn – Azelo».

Indicator verkeersmanagement
 

realisatie 2015

realisatie 2016

streefwaarde 2017

streefwaarde 2018

Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en route-informatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders (1)

       

a. beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meetlocaties dat goed functioneert

94%

93%

90%

90%

b. actualiteit data voor derden: % van de gegevens van een meetminuut, dat binnen 75 sec. daarna door RWS wordt geleverd aan NDW

98%

98%

90%

95%

Toelichting:

De indicator kent twee aspecten, namelijk de mate van beschikbaarheid van de RWS meetlocaties en de mate waarin meetgegevens tijdig (binnen 75 seconden) verstuurd zijn naar de Nationale Databank Wegverkeergegevens (NDW). Tot en met 2017 werden beide aspecten hier in één gemiddelde waarde gecombineerd gerapporteerd. Vanaf 2018 worden beide aspecten afzonderlijk gerapporteerd.

Ad 1:

Tot en met 2017 is een streefwaarde van 90% gehanteerd voor de PIN «actualiteit data voor derden». In het kader van de nieuwe meerjarige prestatieafspraken (2018 – 2021) tussen de directoraten-generaal en Rijkswaterstaat over het Beheer en Onderhoud, is ervoor gekozen om met ingang van het jaar 2018 een hogere streefwaarde te hanteren (95%), die beter aansluit bij de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de informatievoorziening over het hoofdwegennet.

12.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het rijkswegennet en de onmiddellijke omgeving daarvan in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van vlot, veilig en comfortabel vervoer van personen en goederen, onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier beheer en onderhoud enerzijds en vervangingen en renovaties anderzijds.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).

Vervanging en renovatie (VenR) betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en wegen, waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn veel kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

In bijlage 4 «Instandhouding» van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vallen.

12.02.01 Beheer en Onderhoud

Voor het gebruik van het wegennet zet IenM in op een optimale beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid over de levenscyclus van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het beheer en onderhoud.

De uitgaven voor het beheer en onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:

  • Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan.

  • Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken.

  • Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales.

  • Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting.

  • Uitgaven voor geluidmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhardingen, kunstwerken (bruggen en viaducten), DVM, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu. Deze percentages zijn gebaseerd op een langjarig gemiddelde.

Areaal rijkswegen
   

Eenheid

2016

2017

2018

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.803

5.805

5.842

Rijbaanlengte

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.650

1.661

1.678

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

76

77

Areaal asfalt

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

14

14

14

Groen areaal

 

km2

182

182

182

Toelichting:

De toename van hoofdrijbaanlengte wordt voornamelijk veroorzaakt door de nieuwe N18 Varsseveld – Enschede en N35 Zwolle – Wijthmen. De toename van de lengte van verbindingswegen en op- en afritten is de resultante van met name wijzigingen in de verbindingswegen in de SAA projecten «A1/A6 Diemen – Almere Havendreef» en A9 Holendrecht Diemen (Gaasperdammerweg) in 2017 en de nieuwe aansluitingen op N18 Varsseveld – Enschede in 2018. De toename van het rijbaanoppervlak wordt voornamelijk veroorzaakt door de verbreding van A27/A1 Utrecht Noord – Eemnes – Bunschoten, de nieuwe N18 Varsseveld – Enschede en de N35 Zwolle Wijthmen. Het groen areaal is in 2016 vastgesteld op 182 km2. Het groen areaal betreft voornamelijk bermen en sloten langs de rijkswegen.

Omvang Areaal
 

Areaal

Eenheid

Omvang 2018

Budget

x € 1.000

2018

Beheer, onderhoud en ontwikkeling

Oppervlakte wegdek1

km2

91

545.870

X Noot
1

Exclusief verzorgingsbanen

Indicatoren Beheer en Onderhoud
 

eenheid

realisatie 2015

realisatie 2016

streefwaarde 2017

streefwaarde 2018

Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1):

– t/m 2017: De verhouding verstoringen door aanleg, beheer en onderhoud ten opzichte van totale verstoringen (in km. min).

– vanaf 2018: Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (in voertuigverliesuren)

%

%

4%

3%

10%

10%

Technische Beschikbaarheid (2):

deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanlegwerkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden of falen van areaal.

%

98%

99%

90%

90%

Veiligheid:

         

a. voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming)

%

99,9%

99,8%

99,9%

99,7%

b. voldoen aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien).

%

99%

99%

95%

95%

Ad 1:

In het kader van de nieuwe prestatieafspraken, vanaf 2018, is gekozen voor indicatoren die beter aansluiten bij de beleidsdoelstellingen met betrekking tot de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het hoofdwegennet:

  • De indicator uit de voorgaande begrotingen wordt tot en met 2017 uitgedrukt in een percentage van de totale «filezwaarte» (eenheid kilometerminuten). Bij deze definitie wordt alleen gekeken over welke lengte de snelheid lager is dan 50 km/uur, zonder rekening te houden met de snelheid in de file, het aantal voertuigen, het aantal rijstroken.

  • Vanaf 2018 wordt deze indicator uitgedrukt in een percentage van het totale «reistijdverlies» (eenheid voertuigverliesuren). Deze wordt berekend op basis van de gereden snelheid ten opzichte van de normsnelheid (100 km/uur), de hoeveelheid verkeer per rijstrook, het aantal rijstroken en de lengte waarover langzamer gereden wordt. Wanneer de snelheid daalt, neemt het reistijdverlies toe. Wanneer de hoeveelheid langzaam rijdend verkeer toeneemt, neemt ook het reistijdverlies toe. Opgeteld geeft dit de extra reistijd die de weggebruikers gezamenlijk ondervinden door files, ten opzichte van de reistijd bij een normsnelheid van 100 km/uur.

Ad 2:

De indicator kent twee aspecten, namelijk in hoeverre de verhardingen voldoen aan de norm en mate waarin wordt voldaan aan de norm voor preventief strooien. Tot en met 2017 werden beide aspecten hier in één waarde gecombineerd gerapporteerd. Vanaf 2018 worden beide aspecten afzonderlijk gerapporteerd. Bij de nieuwe prestatieafspraken, vanaf 2018, is er in overleg tussen Beleid en RWS, voor gekozen de norm van «Stroefheid en spoorvorming» (onderdeel a) aan te passen van 99,9 naar 99,7%. Dit voorkomt het onnodig vroeg uitvoeren van preventief onderhoud.

12.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en voornamelijk ook vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk toeneemt.

Op dit artikel staat het merendeel van de beschikbare budgetten voor Vervanging en Renovatie van het Hoofdwegennet. Op begrotingsartikel 18 staan de VenR middelen voor 2031, die nog moeten worden toebedeeld. In het MIRT Overzicht1 worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet.

Deze werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 4 Instandhouding.

12.03 Aanleg

Motivering

Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt, met als doel om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.

12.03.01 Realisatie

Mijlpalen Realisatieprojecten

Producten

In 2018 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

A1/A6 deeltraject Schiphol Amsterdam Almere

N18 Varsseveld – Enschede

N35 Zwolle Wijthem

A27/A1 Utrecht Noord – knpt. Eemnes – Bunschoten

Start realisatie

A4 Vlietland – N14 (onderdeel van de realisatie Rijnlandroute)

A1 Apeldoorn Azelo

A15 Papendrecht Sliedrecht

Overige maatregelen

Meer Veilig

In het servicepakket Meer Veilig wordt gewerkt aan het realiseren van kosteneffectieve maatregelen waarmee locaties met een relatief hoog veiligheidsrisico worden aangepakt. Concrete voorbeelden van maatregelen zijn het obstakelvrij maken van bermen, het aanleggen van een rotonde, plaatsen van geleiderail of het aanpassen van de belijning. Van het servicepakket Meer Veilig zijn inmiddels 21 maatregelen gerealiseerd. Voor 2017 en verder staan nog 50 projecten gepland. Hiervan staan er 19 gepland voor 2017 en 27 voor 2018. Twee projecten zijn doorgeschoven naar 2019 en twee naar 2020.

De Tweede Kamer is op 14 oktober 2016 geïnformeerd2 over een reservering ad € 30 miljoen voor een vervolgaanpak Meer Veilig. De focus hiervan zal komen te liggen op het voorkomen van eenzijdige ongevallen door de bermen veiliger te maken.

Maatregelpakket Verzorgingsplaatsen

Dit pakket is gericht op het oplossen van de meest acute kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten op verzorgingsplaatsen langs (inter-)nationale vrachtcorridors. Binnen dit pakket worden landelijk ruim 300 extra parkeerplaatsen voor vrachtwagens gecreëerd en zijn nog eens ruim 400 parkeerplaatsen meerjarig gehuurd. Daarnaast wordt ingezet op een structurele kwaliteitsverbetering van naar verwachting 35 tot 40 verzorgingsplaatsen. Het totaal hiervoor beschikbare budget bedraagt € 25 miljoen. In 2017 en 2018 zal naar verwachting de laatste tranche aan maatregelen worden uitgevoerd. In Limburg zal Grensemplacement Venlo-Zuid worden gerenoveerd. In de provincie Zuid-Holland wordt langs de A4, A12 en A15 de capaciteit met in totaal circa 60 parkeerplaatsen uitgebreid. In de provincie Noord-Brabant wordt vanaf 2018 op zeven verzorgingsplaatsen de kwaliteit verbeterd en wordt capaciteit uitgebreid.

Meer Kwaliteit Leefomgeving

Dit pakket betreft het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). De geplande werkzaamheden binnen het MJPO lopen door tot en met 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsmaatregel is het plaatsen van een ecoduct of een wildtunnel onder de (spoor)weg door. Hierdoor kunnen dieren zich weer bewegen tussen twee natuurgebieden die gescheiden zijn geraakt (versnipperd) door de aanleg van Rijksinfrastructuur.

In de periode 2016–2018 wordt gewerkt aan de voorbereiding en uitvoering van de laatste tranche maatregelen. Op dit moment zijn ecoduct Maanschoten en een naastgelegen grote faunatunnel in uitvoering, wordt deze zomer een pakket aan kleinere faunavoorzieningen opgeleverd en worden o.a. verdere voorbereidingen getroffen voor ecoducten Duinpoort (nabij Zandvoort), de Groene Schakel (nabij Hilversum) en De Mortelen (nabij Boxtel).

Informatie over het programma, zoals de maatregelen, zijn ook te vinden op de website van het MJPO3.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere: De afname van € 231 miljoen komt voort uit de overheveling van het aanleg budget A6 Almere naar het DBFM artikel 12.04 (– € 232 miljoen), alsmede door de indexering naar prijspeil 2017 (+ € 7 miljoen) en een overheveling naar de A9 Gaasperdammerweg (– € 6 miljoen).

  • A9 Badhoevedorp: De afname betreft de lagere bijdrage van de gemeente Haarlemmermeer (– € 14 miljoen) vanwege een aanbestedingsmeevaller en de indexering naar prijspeil 2017 (+ € 1 miljoen).

  • A28 Knooppunt Hoevelaken: De toename van € 20 miljoen komt voort uit de scope aanpassing voor onder andere de aanleg van een fietstunnel en de indexering naar prijspeil 2017 (€ 8 miljoen).

  • A1 Bunschoten – Knooppunt Hoevelaken: De afname van het totaal budget van € 4 miljoen betreft de verwerking van de aanbestedingsmeevaller.

  • A4 Vlietland/N14: De toename van het projectbudget van € 2 miljoen betreft het meenemen van werkzaamheden in het kader van Beheer en Onderhoud tijdens de aanlegfase.

  • N61 Hoek–Schoondijke: De afname van het projectbudget met € 8 miljoen komt als gevolg van de verwerking van de aanbestedingsmeevaller.

  • A16 Rotterdam: Het project A16 Rotterdam is overgegaan van de planuitwerkingsfase naar de realisatiefase.

  • Het veiligheidsprogramma AKOE (Aanpak Kritische Ontwerp Elementen), onderdeel van Programma 130 km, kent een overschot van € 12 miljoen. Dit overschot is overgeheveld naar het programma Meer Veilig. Binnen dit programma wordt door de aanpak van risicolocaties direct bijgedragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma Hoofdwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

53

60

 

5

10

2

7

   

29

nvt

nvt

Programma 130 km

44

56

34

2

1

1

1

5

   

Programma aansluitingen

114

113

33

10

38

17

16

     

nvt

nvt

Quick Wins Wegen

12

12

11

1

0

         

ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding)

1.544

1.543

1.471

5

3

2

63

     

2016

2016

Projecten Noordwest-Nederland

                       

A10 Amsterdam praktijkproef FES

51

51

28

5

8

10

       

2018

2018

A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere

1.356

1.587

665

56

66

101

59

124

20

265

2024–2026

2024–2026

A9 Badhoevedorp

327

340

223

18

8

10

 

18

 

50

2017

2018

A2 Holendrecht – Oudenrijn

1.216

1.216

1.205

3

0

       

8

2012

2012

A28 Utrecht – Amersfoort

202

202

194

1

0

       

7

2013

2013

A28 Knooppunt Hoevelaken

763

743

51

27

31

38

107

180

109

220

2023–2025

2023–2025

A1 Bunschoten – Knooppunt Hoevelaken

20

24

19

1

 

0

       

2015

2015

N50 Ens–Emmeloord

20

20

19

1

           

2016

2016

A7/A8 Purmerend – Zaandam – Coenplein

21

21

20

1

0

         

2015

2015

A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas)

301

297

3

13

26

51

59

57

53

39

2028

2028

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

A24 Blankenburgtunnel (excl. tolopgave)

782

774

25

37

86

229

257

124

23

1

2022–2024

2022–2024

A4 Burgerveen – Leiden

548

547

538

3

         

7

2015

2015

A4/A44 Rijnlandroute

558

552

30

42

102

122

163

51

35

13

Regio

Regio

A4 Delft – Schiedam

659

658

630

2

10

3

3

3

3

5

2015

2015

A4 Vlietland / N14

16

14

           

6

10

2020–2022

Regio

N57/N59 EuroRAP (verkeersveiligheid)

11

11

0

0

5

5

1

     

2020

2020

N61 Hoek–Schoondijke

111

119

107

1

 

3

       

2015

2015

A16 Rotterdam

984

 

25

22

57

26

80

156

308

309

   

Projecten Zuid-Nederland

                       

A4 Dinteloord – Bergen op Zoom

258

258

256

1

   

1

     

2014

2014

A67 Aanpak toerit Someren

6

6

5

0

 

1

       

2015

2015

A2 Maasbracht – Geleen, 1e fase

154

154

154

0

0

         

2013

2013

A2 Passage Maastricht

679

679

653

3

 

4

 

0

 

19

2016

2016

A76 Aansluiting Nuth

59

59

45

 

14

         

Regio

Regio

Projecten Oost-Nederland

                       

A50 Ewijk – Valburg

271

270

265

4

0

 

2

     

2017

2017

N35 Combiplan Nijverdal

321

321

316

0

 

5

       

2015

2015

N35 Wijthmen – Nijverdal

15

15

0

1

4

6

4

0

 

1

2018

2018

A1 Apeldoorn Zuid – Beekbergen

32

31

8

17

5

2

       

2017

2017

N35 Zwolle – Wijthmen

48

48

8

16

7

3

1

3

 

10

2018

2018

Projecten Noord-Nederland

                       

N31 Leeuwarden (De Haak)

217

217

215

2

0

         

2013

2014

A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2

681

674

52

59

87

86

84

80

64

169

2019–2021

2019–2021

Overige maatregelen

                       

Meer kwaliteit leefomgeving

177

176

106

20

20

20

11

         

Meer veilig

49

37

17

10

10

   

12

       

Afrondingen

     

– 1

   

– 1

   

2

   

Totaal uitvoeringsprogramma

12.680

 

7.432

388

598

747

918

813

621

1.164

   

Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planuitwerking

     

76

100

44

14

1

       

Programma Realisatie (IF 12.03.01)

     

464

698

791

932

814

621

1.164

   

Budget Realisatie (IF 12.03.01)

     

439

546

643

932

889

871

1.164

   

Overprogrammering (–)

     

– 25

– 152

– 148

0

75

250

0

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

12.03.02 Verkenningen en Planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Beter Benutten: Vanuit het programma Beter Benutten zijn overboekingen gedaan naar decentrale overheden voor de uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn vastgelegd.

  • Kosten voorbereiding tol: De kosten voor de voorbereiding van de tijdelijke tolheffing zijn geraamd op artikel 12.03.02. Deze uitgaven worden gefinancierd uit de tolontvangsten. Zie ook bijlage 7 Tol.

  • De reserveringen voor Life Cycle Costs (LCC) zijn geactualiseerd door de verlenging van het Infrastructuurfonds van 2028 naar 2031. Daarnaast zijn de verschillende Beheer en Onderhoudsreserveringen en nalevingskosten SWUNG verzameld onder de reserveringen voor LCC. Het grootste deel van de nalevingskosten SWUNG is meegenomen in de beheer en onderhoudsperiode 2018 tot en met 2021 op artikelonderdeel 12.02.

  • Vervolgprogramma Meer Veilig: In de MIRT brief van het najaar 2016 is aangegeven dat er € 30 miljoen is gereserveerd vanuit de investeringsruimte Wegen voor het Vervolgprogramma Meer Veilig.

  • Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport: In het najaar van 2016 is tevens besloten om vanuit de investeringsruimte Wegen middelen toe te voegen aan het taakstellend budget voor de verbreding van de A6 Almere – Lelystad (€ 15 miljoen). Daarnaast is voor deze aansluiting reeds € 6,6 miljoen gestort in het Provinciefonds. Daarbij zijn de budgetten gesplitst weergegeven voor de verbreding van de A6 (€ 51 miljoen) en de aansluiting op de A6 (€ 13 miljoen).

  • A15 Papendrecht – Sliedrecht: Bij de bestuurlijke overleggen MIRT in het najaar 2016 is afgesproken om de scope van het project A15 Papendrecht – Sliedrecht te verruimen. In de eerste fase van de planuitwerking A15 Papendrecht – Sliedrecht is gebleken dat de nulvariant niet maakbaar is. Hiervoor is extra budget ter beschikking gesteld door IenM en de betrokken partijen.

  • A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Gouda: Het project is nieuw opgenomen nadat de startbeslissing is genomen.

  • A4 Leiden: In de MIRT brief van het najaar 2016 is aangegeven dat er € 50 miljoen is gereserveerd vanuit de investeringsruimte Wegen voor het project A4 Leiden.

  • A16 Rotterdam: Het project A16 Rotterdam is overgegaan naar de realisatiefase en is opgenomen bij artikel 12.03.01 Realisatie.

  • A27 Houten – Hooipolder: Er is aan het project A27 Houten – Hooipolder € 389 miljoen aan budget uit Vervanging en Renovatie (Art. 12.02.04) toegevoegd om drie bruggen binnen het project te vervangen (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 57).

  • A58 Aansluiting Goes: De bijdrage van het Rijk aan de A58 Aansluiting Goes is gestort in het BTW-compensatiefonds en het gemeentefonds.

  • A1/A30 Barneveld: De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om budget te reserveren voor de aanpak van A1/A30 Barneveld (€ 10 miljoen).

  • N50 Kampen – Kampen Zuid: De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om uit de investeringsruimte Wegen middelen te reserveren voor de verbreding op de N50 tussen Kampen en Kampen – Zuid (€ 5 miljoen).

  • Zoals aangekondigd in de MIRT brief in het najaar van 2016 is er voor de drie gebiedsprogramma’s ieder € 200 miljoen gereserveerd uit de investeringsruimte Wegen (12.07). Dit is voor het Programma bereikbaarheid Amsterdam, Programma bereikbaarheid Rotterdam–Den Haag en goederencorridor Oost.

Projectoverzicht behorende bij 12.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

TB

Openstelling

Realisatieuitgaven op IF12.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 234

– 235

 

nvt

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten

394

398

 

nvt

Geluidsaneringprogramma – weg

260

260

 

nvt

Kosten voorbereiding tol

29

0

   

Lucht – weg (NSL hoofdwegennet)

198

196

 

nvt

Reserveringen voor LCC

289

267

 

nvt

Snelfietsroutes

18

18

   

Tolreservering Blankenburgverbinding en ViA15

108

108

 

nvt

Vervolgprogramma Meer Veilig

30

0

   

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

176

178

 

nvt

Projecten Noordwest-Nederland

       

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere, deeltraject A9 Badhoevedorp – Holendrecht (deel 4)

717

709

2017

2024–2026

A27/A12 Ring Utrecht

1.153

1.141

2017

2024–2026

A7/A8 Corridor Amsterdam–Hoorn

300

300

   

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport: Verbreding A6

51

49

2020

2021–2023

Landzijdige Bereikbaarheid Lelystad Airport: Aansluiting A6

13

0

   

Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht

168

166

nvt

Regio

Stedelijke Bereikbaarheid Almere

26

26

nvt

nvt

Projecten Zuidwest-Nederland

       

A15 Papendrecht – Sliedrecht

15

11

2018

2018–2020

A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Gouda

175

0

2020

2024–2026

A4 Passage Den Haag

453

448

2019

2026–2028

A4 Leiden

50

0

   

Rijksbijdrage aan kwaliteitsprogramma Blankenburgverbinding

26

26

nvt

nvt

Projecten Zuid-Nederland

       

A2 ‘t Vonderen – Kerensheide

265

262

2017

2025–2027

A27 Houten – Hooipolder

1.263

860

2017

2023–2025

A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken

5

5

2019

 

Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport

25

25

nvt

 

N65 Vught – Haaren

98

97

 

2023

Programma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide–Zaarderheiken

152

150

2020

 

Programma SmartwayZ.NL: InnovA58

405

401

2020

2022–2024

Programma SmartwayZ.NL: ITS en Smart Mobility

30

30

nvt

nvt

Projecten Oost-Nederland

       

A1 Apeldoorn – Azelo

429

424

2018

Fase 1: 2020–2022

       

Fase 2: 2026–2028

A1/A30 Barneveld

10

10

   

A12/A15 Ressen – Oudbroeken (excl. tolopbrengsten) (ViA15)

547

541

2017

2021–2023

N35 Nijverdal – Wierden

105

104

2018

2022–2024

N50 Kampen – Kampen Zuid

5

5

   

Reservering Terugbetaling voorfinanciering A1 Apeldoorn – Azelo

29

29

 

nvt

Projecten Noord-Nederland

       

N33 Zuidbroek–Appingedam

97

96

2019

2021–2023

Overige projecten en reserveringen

148

321

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Nationaal

       

Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken

       

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico’s

       

Gebiedsprogramma’s

       

Projecten Noordwest-Nederland

       

Gebiedsprogramma regio Amsterdam

200

     

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Gebiedsprogramma Rotterdam – Den Haag

200

     

Projecten Oost-Nederland

       

Goederencorridor Oost

200

     

Totaal programma planuitwerking en verkenning

8.628

     

Begroting IF 12.03.02

8.628

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen en huisvestingsprojecten boven de € 25 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven. Het eerste DBFM-contract loopt af in 2022: de N31 Leeuwarden – Drachten.

Inmiddels is duidelijk dat mijlpalen rond tijdige beschikbaarheid bij deze projecten gehaald zijn. Zo zijn in 2016 conform planning voltooiingscertificaten afgegeven voor de A12 Veenendaal – Ede – Grijsoord en de A15 Maasvlakte – Vaanplein. Ook de hoeveelheid meerwerk gedurende de bouwfase is beperkt gebleven. In de DBFM(O)-Voortgangsrapportage 2016–2017 (Kamerstukken 2016–2017 28 753, nr. 43) zijn indicatoren opgenomen om de prestaties van (het contractmanagement van) DBFM te monitoren. Het gaat daarbij om prestatie indicatoren zoals tijdigheid (openstelling van het project), beschikbaarheid, wijzigingen en kortingen. Het kabinet heeft daarbij de ambitie geformuleerd om de KPI’s verder uit te breiden en te ontwikkelen, de komende jaren te monitoren en de trendontwikkeling te analyseren.

In de Voortgangsrapportage is ook aangegeven dat de risicoverdeling in het standaardcontract mogelijk op een aantal punten zal worden bijgesteld ten aanzien van enkele specifieke risico’s, zoals het management van stakeholders, waarmee marktpartijen in het verleden op moeilijkheden stuitten. Eerder was al besloten om niet langer gebruik te maken van lijstrisico’s. Op deze wijze wordt proactief gezocht naar een betere verdeling van de risico’s, waarbij alle betrokkenen hun mogelijkheden inbrengen om risico’s zo veel mogelijk te beperken.

Producten

Bij de projecten N31 Leeuwarden Drachten, A12 Lunetten–Veenendaal, 2e Coentunnel en N33 Assen–Zuidbroek, A15 Maasvlakte–Vaanplein en A12 Veenendaal – Ede – Grijsoord is sprake van volledige beschikbaarheidsvergoedingen. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Het afgelopen jaar zijn de aanbestedingen van de A27/A1 Utrecht Noord–Eemnes–Bunschoten, de A6 Almere en de N18 Varsseveld – Enschede afgerond met de Financial Close mijlpaal. De projecten A1/A6 Diemen–Almere Havendreef en de A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg) verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald.

Het afgelopen jaar zijn verder de aanbestedingen gestart van de projecten A16 Rotterdam en de Blankenburgverbinding. De DBFM-conversie, overheveling van de begrotingsbedragen vanuit de budgetten voor aanleg (artikelonderdeel 12.03) en onderhoud (artikelonderdeel 12.02) naar dit begrotingsartikel, zal plaatsvinden na de «financial close» van deze contracten. Na afloop van het DBFM-contract zal het budget voor Beheer en Onderhoud weer worden toegevoegd aan artikelonderdeel 12.02. Beheer, Onderhoud en Vervanging. Bij verlenging van de periode van het Infrastructuurfonds worden deze budgetten gezien als een doorlopende verplichting.

Voor 2017 en 2018 is voorzien dat de aanbesteding zal starten van de A12/A15 Ressen–Oudbroeken (ViA15) en de A9 Amstelveen.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Mee- en tegenvallers, ontstaan door verschillen in uitgekeerde indexering en per project contractueel ingepaste indexering, zijn binnen de DBFM-projecten op artikelonderdeel 12.04 budgetneutraal verrekend.

  • Aflossing tunnels: Nu het contract voor de laatste keer is aangepast, is de meevaller toegevoegd aan het saldo van mee- en tegenvallers. De meevaller is het gevolg van minder voertuigpassages gedurende de gehele contract periode.

  • A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg): De toename van € 12 miljoen betreft de indexatie naar prijspeil 2017. Daarnaast is het budget met € 6 miljoen verhoogd als gevolg van onvoorziene kosten om de (geluids)hinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken tijdens de aanleg van de tunnel.

  • A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A6 Almere): Het project is in 2017 over gegaan van de realisatiefase naar artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS.

  • A27/A1 Utrecht–Eemnes–Bunschoten: Het project is in 2017 overgegaan van de realisatiefase naar artikel 12.04 (Geïntegreerde contractvormen/PPS).

  • A59 Rosmalen – Geffen, PPS: In het contract is een rentefluctuatie compensatieregeling opgenomen. De ontwikkeling van de rentestand van de afgelopen jaren heeft geleid tot een overschot en is toegevoegd aan het saldo van mee- en tegenvallers.

  • N18 Varsseveld – Enschede: Het project is in 2017 overgegaan van de realisatiefase naar artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS.

Projectoverzicht behorende bij 12.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Openstelling

Eind

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

contract

Projecten Noordwest-Nederland

                         

Aflossing tunnels

939

1.239

568

46

47

48

48

48

32

102

 

A10 Tweede Coentunnel

2.141

2.223

1.063

54

52

52

52

54

52

762

2013

2013

2037

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A1/A6)

1.774

1.737

146

309

98

68

114

61

59

919

2019

2019

2042

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg)

1.103

1.068

36

19

200

55

57

52

94

590

2021

2021

2038

A1/A6/A9 Schiphol – Amsterdam – Almere (deeltraject A6 Almere)

374

   

7

9

9

42

59

15

233

2020

2040

A12 Lunetten – Veenendaal

669

642

299

25

24

24

24

24

24

225

2012

2012

2033

A27/A1 Utrecht–Eemnes–Bunschoten

349

 

14

9

10

31

20

16

12

237

2018–2020

2018–2020

2044

Projecten Zuidwest-Nederland

                         

A15 Maasvlakte – Vaanplein

2.111

2.060

1.138

100

84

80

53

53

53

550

2015

2015

2035

Projecten Zuid-Nederland

                         

A59 Rosmalen – Geffen, PPS

277

288

268

1

1

1

1

6

   

2005

2005

 

Projecten Oost-Nederland

                         

A12 Ede – Grijsoord

168

166

20

16

10

9

10

10

10

83

2016

2016

2032

N18 Varsseveld – Enschede

446

 

130

13

26

59

20

9

9

179

2018

2019–2021

2043

Projecten Noord-Nederland

                         

N31 Leeuwarden – Drachten

166

166

125

6

6

6

6

6

6

6

2007

2007

2022

N33 Assen – Zuidbroek

331

350

87

15

14

13

13

13

13

163

2014

2014

2034

Afrondingen

   

– 1

– 1

 

1

1

 

1

       

Tolgefinancierde uitgaven

NCW

                       

Tolgefinancierde uitgaven A24 Blankenburgtunnel

320

316

             

529

nvt

nvt

nvt

Tolgefinancierde uitgaven A12/A15 Ressen – Oudbroeken (ViA15)

289

286

           

18

459

nvt

nvt

nvt

Totaal

11.457

 

3.893

619

581

456

461

411

398

5.037

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

12.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2031 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2017 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2030 bedroeg € 1.051 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2018 nu € 663 miljoen tot en met 2031.

  • De vrije middelen die zijn ontstaan door de verlenging van het Infrastructuurfonds tot en met 2030 zijn onder andere gereserveerd voor programma bereikbaarheid regio Amsterdam (– € 200 miljoen), programma bereikbaarheid regio Rotterdam – Den Haag (– € 200 miljoen) en goederencorridor Oost (– € 200 miljoen). Daarnaast zijn deze middelen gereserveerd voor vervolgprogramma Meer Veilig (– € 30 miljoen), A4 Leiden (– € 50 miljoen) en A6 Almere –Lelystad (– € 15 miljoen).

  • Er zijn door de Tweede Kamer moties aangenomen (Visser c.s. (Kamerstukken II 2016–2017 34 550A, nr. 25). en Hoogland c.s. (Kamerstukken II 2016–2017 34 550A, nr. 40)) waarin de regering wordt verzocht om middelen uit de verlenging van het Infrastructuurfonds te reserveren voor de N50 Kampen – Kampen Zuid (– € 5 miljoen) en voor Kornwerderzand (– € 30 miljoen).

  • Voor de aanlegprojecten die in deze begroting van planuitwerking zijn overgegaan naar de realisatiefase, zijn de middelen voor Beheer en Onderhoud door areaalgroei aan artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging toegevoegd (– € 65 miljoen).

  • Bij de bestuurlijke overleggen MIRT in het najaar van 2016 is besloten om voor de A15 Papendrecht – Sliedrecht de scope van het project te verruimen (– € 2,5 miljoen)

  • Als gevolg van toegenomen areaal is meer personeel benodigd voor Beheer en Onderhoud bij Rijkswaterstaat (– € 13 miljoen). Hiervoor is in deze begroting gecorrigeerd.

  • Middels het instrument strategisch capaciteitsmanagement (SCM) kijkt RWS meerjarig (tenminste vijf jaar) naar de productie en de daarbij benodigde capaciteit. Daarbij is op basis van rekenregels de benodigde capaciteit voor de verschillende RWS producten berekend. Hieruit volgt een capaciteitsbehoefte als gevolg van areaalgroei (bediening van sluizen, tunnels en stuwen). Vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden middelen overgeboekt naar netwerkgebonden kosten op desbetreffende modaliteiten. Voor Hoofdwegennet betreft dit € 13 miljoen.

  • Verwerking van het saldo van mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma (+ € 331 miljoen). Met name veroorzaakt door een meevaller bij de aflossing van tunnels, er blijken minder betalingen nodig dan in de vorige begroting was voorzien (zie ook toelichting bij artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS), en de aanbestedingsmeevaller A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten.

  • Op basis van de verwachte beheer- en onderhoudsuitgaven is binnen de reservering voor LCC op artikelonderdeel 12.03 Aanleg voldoende ruimte aanwezig om alle geprogrammeerde projecten te dekken. De in begroting 2017 binnen de Investeringsruimte Hoofdwegennet opgenomen reservering voor consequenties areaalgroei op Beheer en Onderhoud is niet meer nodig.

12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 12.07 Investeringsruimte Hoofdwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Investeringsruimte

0

0

0

229.616

237.272

196.045

0

662.933

Totaal

0

0

0

229.616

237.272

196.045

0

662.933

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2018 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.842.244

2.448.283

2.527.321

1.749.871

2.423.260

1.603.286

1.562.900

Uitgaven

2.074.004

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

Waarvan juridisch verplicht:

   

91%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.214.109

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

13.03 Aanleg

708.115

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

540.171

498.984

505.834

463.280

359.561

267.479

266.701

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

21.074

58.176

62.124

69.530

65.376

42.141

31.050

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

29.841

85.506

195.706

94.708

164.979

390.338

364.956

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

117.029

8.394

2.609

8.389

3.561

20.000

21.711

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

134.760

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

13.07 Rente en aflossing

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08 Investeringsruimte

0

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

13.08.01 Programmaruimte

0

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

13.08.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

13.09 Ontvangsten

348.132

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

1.912.520

1.856.710

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

1.277.728

1.282.479

13.03

Aanleg

 

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

441.138

375.347

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

171.057

172.787

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

208.641

195.074

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.095.186

1.798.788

1.821.610

1.824.668

1.980.450

1.925.546

1.638.495

29.758.029

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.257.016

1.287.050

1.293.688

1.300.256

1.343.567

1.343.590

1.382.646

19.428.605

13.03

Aanleg

 

626.617

304.664

321.922

323.384

192.882

203.007

0

6.840.054

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

173.656

174.177

173.103

168.132

77.180

77.180

38.590

2.189.996

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

248.955

13.08

Investeringsruimte

 

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

1.050.419

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

320.728

201.836

201.857

201.878

201.899

201.921

201.943

3.304.635

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenM heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds.

De beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenM te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenM en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenM geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op. ProRail consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan.

Nadat de Minister van IenM heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van het Besluit Infrastructuurfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Het Beheerplan 2018 wordt in november 2017 door ProRail ingediend en wordt in december 2017 (na instemming door IenM) aan de Tweede Kamer toegezonden.

ProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,3 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,3 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief btw. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instandhouding en Bijlage 5 ProRail.

13.03 Aanleg Spoor

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;

  • voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;

  • uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven

  • NSP Arnhem Centraal

  • Regionet Amsterdam Aziëhavenweg emplacement

  • Regionet verbetering inhaling Wormerveer

  • Regionale lijnen: Arnhem – Doetinchem dubbelspoor te Wehl

Nieuw opgenomen projecten

Programma Aanpak Suïcidepreventie

Sinds 2010 vinden jaarlijks ongeveer 200 suïcides plaats op het spoor. Elk geval is een persoonlijke tragedie en verschrikkelijk voor de nabestaanden, het betrokken treinpersoneel, reizigers, en omstanders.

ProRail en NS hebben in beeld gebracht wat, naast de forse persoonlijke impact, de economische en maatschappelijke schade is die veroorzaakt wordt door suïcides op het spoor:

  • circa € 1 miljoen verstoorde reizen per jaar;

  • circa € 25 miljoen operationele kosten per jaar voor infrastructuurmanager en vervoerders;

  • circa € 38 miljoen economische schade per jaar (kosten voor de hinder van de reiziger).

Het nieuwe programma richt zich op het versterken van preventie en op de verkorting van de afhandeltijd van een suïcide-incident. Het programma bestaat uit vijf delen: registratie en effectmeting, kennismanagement, preventieve maatregelen, het verkorten van de afhandeltijd en het verlenen van de reguliere nazorg. Doel van het programma is het verbeteren van de veiligheid van het spoor en het vergroten van de betrouwbaarheid van de dienstregeling door een vermindering van de impact van verstoringen. De Tweede Kamer is op 11 mei 2017 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2016–2017 29 893, nr. 212). De MIRT subsidie voor het nieuwe programma bedraagt € 14 miljoen.

Automatische Trein Beïnvloeding – Verbeterde versie (ATB-Vv)

Het terugdringen van het aantal stoptonend sein passages (STS-passages) en van de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s is randvoorwaardelijk voor het kunnen realiseren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). Gebleken is dat de implementatie van Automatische TreinBeïnvloeding Verbeterde versie (ATB-Vv) bij seinen hierbij een effectief middel is. Eind 2017 zijn circa 2.900 seinen hiermee uitgerust. Op 25 november 2014 is uw Kamer geïnformeerd over het voornemen van IenM om, in aanvulling hierop, nog circa 1.350 extra seinen hiermee uit te rusten (Kamerstukken II 2014–2015 29 893, nr. 177). Zoals ook gemeld in bovengenoemd Kamerstuk zal de realisatie steeds per tranche plaatsvinden, waarbij de bijdrage aan de spoorwegveiligheid in samenhang met de verdere implementatie van ERTMS beoordeeld zal worden. Er zal alleen op die trajecten in ATB-Vv geïnvesteerd worden waar niet binnen afzienbare termijn ERTMS wordt aangelegd.

Overige wijzigingen

Geluidsanering Spoorwegen

Voor de geluidsanering bij Hoofdwegen en Spoorwegen is een taakstellend totaalbudget vastgesteld. Naast de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds worden vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII ook middelen uitgegeven voor het MJPG. Het deel van de MJPG-middelen dat op dit IF-artikel wordt verantwoord is verlaagd met € 39,3 miljoen aangezien dit deel van de voor geluidsanering uitgegeven middelen voor Spoor reeds verantwoord is op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII. Door deze verlaging op het IF blijft het totaal beschikbare projectbudget voor het Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoorwegen gelijk aan het vastgestelde budget (zoals ook vermeld op het MIRT-blad van dit project in het MIRT Overzicht 2017). De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

PHS spooromgeving Geldermalsen

Het project Spooromgeving Geldermalsen is een samenvoeging van het deelproject «vrijleggen MerwedeLingeLijn» en het project Geldermalsen. In verband met het afgeven van de realisatiebeschikking voor het deelproject PHS spooromgeving Geldermalsen is € 76,3 miljoen toegevoegd vanuit het planuitwerkingsbudget PHS aan het realisatiebudget.

Toegankelijkheid stations

Als gevolg van de keuze om het (innovatief) beveiligen van onbeveiligde stationsoverpaden onder te brengen in het programma Niet Actief Beveiligde Overwegen is € 3,6 miljoen overgeheveld vanuit het programma Toegankelijkheid Stations naar het programma Niet Actief Beveiligde Overwegen.

Fietsparkeren bij Stations

Uit de tussentijdse evaluatie (2015) van het Actieplan Fietsparkeren bij Stations (AFP) bleek dat de vraag van reizigers naar fietsparkeerplekken bij stations blijft stijgen en het beschikbare budget voor extra plekken onvoldoende is om in deze toenemende vraag te voorzien. In het bestuursakkoord Fietsparkeren bij Stations (d.d. 12-12-2016) hebben betrokken partijen afgesproken voor zowel de zeer korte als voor de langere termijn het tekort aan fietsparkeerplekken aan te pakken en gezamenlijk voortellen te ontwikkelen voor de dekking van de integrale kosten. Voor de korte termijn is € 40 miljoen vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08) voor een vervolg op het AFP. Daarmee kunnen, samen met de andere betrokken partijen, de stallingsproblemen op de twaalf meest urgent plekken worden aangepakt (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 700).

Nazorg gereed gekomen lijnen en halten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s is het verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 9,6 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Niet actief Beveiligde Overwegen (NABO’s)

Voor een impuls aan de gebiedsgerichte aanpak is € 25 miljoen extra budget vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08), zie ook Kamerstuk II 2016–2017 29 893, nr. 209. Daarnaast is een budget ter grootte van € 3,6 miljoen voor het (innovatief) beveiligen van onbeveiligde stationsoverpaden in het programma Toegankelijkheid overgeheveld naar het programma NABO.

OV SAAL

Vanwege een voorspoedig verlopen bouwproces kan het projectbudget worden verlaagd met € 53,5 miljoen (Cluster A € 12,1 miljoen en Cluster C € 42,4 miljoen). Dit is mogelijk op basis van een inventarisatie van de nog uit te voeren activiteiten, de nog te verwachten kosten en de resterende risico’s. De vrijvallende bedragen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Amsterdam CS, Cuypershal

De renovatie van de Cuypershal is een risicovol project, omdat niet volledig bekend is wat achter 120 jaar doorgevoerde aanpassingen naar voren komt. De aanpak om tot aanbesteding van het werk te komen is hierop aangepast. Dat heeft meer tijd gevergd. De geplande oplevering is hierdoor verschoven naar 2020.

Vleuten– Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

Op basis van het huidige risicodossier is het projectbudget onvoorzien voor het deelproject Utrecht Centraal–Utrecht Lunetten Houten verlaagd met € 12,2 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Sporendriehoek Noord Nederland

De sanering van de vervuilde grond op en rond het station Groningen is onderdeel van het project Groningen Spoorzone (onderdeel Sporendriehoek Noord Nederland). IenM heeft eind 2014/begin 2015 ingestemd met het dragen van de saneringskosten ad € 4,2 miljoen in de veronderstelling dat hiervoor gelden beschikbaar zouden zijn via de Stichting Bodemsanering NS (SBNS). Dit bleek niet het geval te zijn, aangezien Groningen niet op de eind 2014 opgestelde «afrondingslijst» van SBNS staat. Om de gedane toezegging gestand te doen is de voor de sanering benodigde € 4,2 miljoen toegevoegd vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Intensivering Spoor in Steden

De Regeling eenmalige uitkering Spoorse Doorsnijdingen (SpoDo) is in de afrondende fase. In de beschikkingen uit 2006 is voor de betreffende gemeenten de verplichting opgenomen dat de projecten vóór 1 januari 2017 in realisatie moeten zijn. Gemeenten dienen hiervoor bij IenM een startverklaring in te dienen, inclusief een verklaring van ProRail waaruit blijkt dat met de aan de spoorinfrastructuur gerelateerde activiteiten kan worden begonnen. De gemeente ontvangt vervolgens een 100% voorschot. Projecten waarvoor bij IenM vóór 1 januari 2017 geen startverklaring is ingediend, worden niet meer in behandeling genomen. De resterende middelen ad € 29,1 miljoen die in verband met de beëindiging van de regeling vrijvallen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten nationaal

                       

Benutten, betrouwbaarheid en capaciteit

                 

Be- en bijsturing toekomst

15

15

5

2

4

5

       

2019

2019

ERTMS-pilot Amsterdam–Utrecht en expertisecentrum

9

9

6

1

1

1

       

2015

2015

Geluidsanering Spoorwegen

594

627

31

20

16

25

36

38

133

295

divers

divers

Opstellen reizigerstreinen korte termijn

43

43

0

2

6

13

15

7

   

2020

2020

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

30

29

12

1

4

6

7

     

divers

divers

Verbeteraanpak stations

13

13

2

2

6

4

       

2018

2018

Verbeteraanpak trein

55

54

10

16

5

24

       

2019

2019

Vervolgfase Beter en Meer / Opstelcapaciteit

32

32

 

1

6

9

9

7

0

 

divers

divers

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                       

PHS Ede

43

42

 

2

1

12

12

8

4

4

2021

2021

PHS Diezebrug

2

2

2

             

2013

2013

PHS DSSU (incl. voorinvestering)

315

314

203

29

16

22

22

23

   

2017

2017

PHS Meteren – Boxtel

10

10

2

8

           

2017

2017

PHS Overweg Klompersteeg Veenendaal

9

9

0

1

2

3

1

2

   

2019

2019

PHS Rijswijk – Rotterdam

10

9

2

8

           

2023

2023

PHS Spooromgeving Geldermalsen

133

56

0

11

36

44

18

17

7

 

2021

2021

Stations en stationsaanpassingen

                       

Cameratoezicht op stations

13

13

5

6

2

1

       

2017

2017

Kleine stations

17

17

 

1

8

7

1

     

divers

divers

Toegankelijkheid stations

488

488

159

34

39

39

38

32

25

121

divers

divers

Overige projecten/programma's /lijndelen etc.

                       

Aanleg ATBvv

68

 

0

1

11

10

10

15

15

6

2023

 

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

20

20

4

11

3

1

       

2017

2017

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

392

392

345

20

10

13

4

1

   

divers

divers

Booggeluid

4

4

 

1

0

0

0

0

0

2

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

266

223

59

24

24

25

24

24

24

61

divers

divers

Kleine projecten personenvervoer

21

20

 

6

6

6

3

     

divers

divers

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

26

35

 

11

4

3

6

2

   

divers

divers

Niet actief beveiligde overwegen (NABO)

39

10

0

1

7

8

11

10

2

1

divers

divers

Ontsnippering

79

79

33

9

15

10

4

4

5

 

divers

divers

Programma aanpak suïcidepreventie

14

   

3

4

4

4

     

2021

 

Programma kleine functiewijzigingen

379

376

141

30

37

31

30

30

18

63

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

179

179

169

6

2

3

       

divers

divers

Projecten Noordwest Nederland

                       

Amsterdam–Almere–Lelystad

                     

OV SAAL korte termijn

688

742

575

43

38

17

15

     

2016

2016

OV SAAL Naarden Bussum

24

24

2

1

12

6

2

     

2019

2019

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

26

26

16

0

2

3

4

1

   

2020

2018

Amsterdam CS, Fietsenstalling

11

11

7

2

1

1

       

2019

2019

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

412

411

342

38

25

5

     

1

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

177

177

171

4

2

         

divers

divers

Vleuten – Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

914

925

821

42

28

16

8

0

   

divers

divers

Projecten Zuidwest Nederland

                   

Stations en stationsaanpassingen

                   

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

39

38

9

1

1

5

7

8

5

3

2022

2022

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Rijswijk – Schiedam incl. spoorcorridor Delft

607

606

582

6

6

6

6

     

2017

2017

Projecten Zuid Nederland

                     

Stations en stationsaanpassingen

                   

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

89

88

82

6

0

         

2017

2017

Projecten Oost Nederland

                     

Utrecht–Arnhem–Zevenaar

                     

Traject Oost uitv. convenant DMB

235

234

65

21

30

31

25

23

24

16

divers

divers

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Regionale lijnen Gelderland

16

16

13

2

1

0

       

divers

divers

Projecten Noord Nederland

                     

Partiële spooruitbreiding Groningen-Leeuwarden

49

49

18

8

23

         

divers

divers

Sporendriehoek Noord-Nederland

140

135

49

12

13

25

26

12

4

 

divers

divers

Afrondingen

       

1

1

– 1

   

– 2

   

Totaal ProRail projecten

6.745

 

3.942

454

458

445

347

264

266

571

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

Intensivering Spoor in steden (I)

215

245

209

6

           

2017

2017

Spoorzone Ede

42

42

35

7

           

2017

2017

Totaal overige (niet ProRail) projecten

257

 

244

14

               

Totaal uitvoeringsprogramma

7.002

 

4.186

467

458

445

347

264

266

571

   

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

     

12

24

18

13

4

1

     

Afrekening voorschotten

     

43

               

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

     

522

482

463

360

268

267

571

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

     

498

506

463

360

268

267

571

   

Overprogrammering (–)

   

– 24

24

             

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • Rotterdam–Genua deelproject Kijfhoek opheffen ATB eiland.

Overige wijzigingen

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

Het programma Rotterdam–Genua bestaat uit een aantal deelprojecten. Bij het deelproject «Zevenaar opheffen systeemeiland» is sprake van een aanbestedingsmeevaller en is het, op basis van een inventarisatie van de nog te verwachten kosten en de nog aanwezige risico’s, verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 6,1 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Het deelproject «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» is in dienst gesteld en het resterende budget ad € 0,6 miljoen is toegevoegd aan de post Nazorg gereedgekomen projecten.

Calandbrug

Op basis van de met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) gesloten overeenkomst is eind 2016 € 112 miljoen betaald aan HbR. Het tracebesluit is in mei 2017 vastgesteld. Daarmee is het project overgegaan naar de realisatiefase.

Nazorg gereedgekomen projecten

Het deelproject «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» is in dienst gesteld en het resterende budget ad € 0,6 miljoen is toegevoegd aan de post Nazorg gereedgekomen projecten. Tevens is de via ProRail ontvangen EU-subsidie ad € 2 miljoen voor het project «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» toegevoegd aan deze post ter dekking van de resterende nazorg werkzaamheden.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten nationaal

                       

Kleine projecten goederenvervoer

3

4

 

2

0

1

       

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

167

173

109

10

24

4

4

5

8

5

divers

divers

PAGE risico reductie

19

19

8

0

1

3

2

3

2

 

divers

divers

Programma Emplacementen op orde

59

58

 

3

12

11

3

4

4

22

2020

2020

Projecten Zuidwest Nederland

                   

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

12

1

8

2

4

     

2018

2017

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

220

218

72

1

4

24

39

27

13

38

divers

divers

Calandbrug

159

 

116

1

     

20

22

 

2020

2020

Projecten Zuid Nederland

                     

Venlo Logistiek multimodaal knooppunt

30

30

 

28

   

0

0

0

2

2019

2019

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv. progr. goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNov)

139

138

68

14

13

23

13

3

4

 

2021

2020

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

3

3

 

0

0

2

       

divers

divers

Afrondingen

       

+ 1

             

Totaal uitvoeringsprogramma

825

 

385

60

63

70

65

62

53

67

   

Uitgaven mbt planuitwerking op IF 13.03.05

     

– 5

– 1

   

– 20

– 22

     

Afrekening voorschotten

     

3

               

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

     

58

62

70

65

42

31

67

   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

     

58

62

70

65

42

31

67

   

Overprogrammering (–)

                     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Overige wijzigingen

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Vanwege de bijdrage van de verbinding Hengelo – Bad Bentheim aan het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdend vervoer en de verknoping van de nationale netwerken van Nederland en Duitsland heeft IenM in 2014 aangegeven onder voorwaarden bereid te zijn bij te dragen aan de exploitatiebijdrage. De belangrijkste voorwaarden waren de regionale cofinanciering van de regio, de inpasbaarheid van de verbinding in de dienstregeling en de regionale verantwoordelijkheid voor eventueel benodigde infrastructurele maatregelen. De provincie heeft aangegeven dat de inpasbaarheid in de dienstregeling is geborgd door capaciteitstoedeling door ProRail, en dat de benodigde infrastructurele maatregelen door Overijssel worden betaald. De regionale cofinanciering was al in 2014 toegezegd. Aangezien nu aan de voorwaarden is voldaan is de bijdrage van IenM van € 9,5 miljoen gestort in het provinciefonds.

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

Met de gemeente Venlo is een vaste Rijksbijdrage van € 18 miljoen overeengekomen voor de aanpak van de overweg Vierpaardjes in Venlo, € 16 miljoen hiervan is de binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) maximaal te verantwoorden bijdrage en wordt ter beschikking gesteld uit het budget van het LVO. De aanvullende € 2 miljoen wordt gedekt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Hier is voor gekozen omdat een oplossing voor Vierpaardjes tevens een bijdrage levert aan verbetering van de overwegveiligheid op lijnniveau van de Maaslijn. Deze € 2 miljoen wordt toegevoegd aan het programmabudget van het LVO, zodat de totale vaste Rijksbijdrage van € 18 miljoen uit dit budget kan worden betaald.

Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)

Het projectbudget is verhoogd met € 84 miljoen vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Hiermee is de door de omzetting van de zogenaamde leenfaciliteit ontstane kasspanning opgelost (zie ook de 12e voortgangsrapportage PHS, Kamerstukken II 2015–2016 32 404 nr. 79). Daarnaast is in verband met het afgeven van de realisatiebeschikking voor het deelproject PHS spooromgeving Geldermalsen € 76,3 miljoen overgeboekt naar het realisatieproject PHS spooromgeving Geldermalsen (artikelonderdeel 13.03.01).

Reizigersfonds

Volgens artikel 24 van de vervoerconcessie moet NS een geldsom (boete) voldoen indien één of meer bodem- of streefwaarden die in de concessie zijn opgenomen niet worden gehaald, tenzij voor het niet halen van de bodem- of streefwaarde een rechtvaardigheidsgrond bestond. De hoogte van deze geldsom volgt uit de vervoerconcessie en is direct opeisbaar. Ook de beheerconcessie kent een dergelijk sanctioneringsartikel (artikel 25). De vervoerconcessie en beheerconcessie bepalen verder dat de geldsom die NS cq ProRail betaalt, in samenspraak met de consumentenorganisaties, door concessieverlener (IenM) zal worden bestemd en worden ingezet voor de reizigers op het hoofdrailnet. Op 7 april 2016 heeft IenM in het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (Locov) met de consumentenorganisaties afgesproken dat het beschikbare bedrag niet per definitie onmiddellijk besteed moet worden. Het kan ook opgenomen worden in een reizigersfonds. Boetes kunnen daarin in de loop der jaren opgespaard worden, zodat mogelijkheden ontstaan om – in overleg met consumentenorganisaties – op enig moment grotere bedragen uit te geven. De consumentenorganisaties kunnen op elk moment een voorstel doen voor besteding van de beschikbare middelen. In deze begroting zijn de boetes van 2016 van ProRail (€ 1,1 miljoen) en NS (€ 1,3 miljoen) toegevoegd, zie ook Kamerstuk II 2016–2017 29 984, nr. 714.

Zwolle–Herfte

In de begroting 2017 was er vanuit gegaan dat de bijdrage van de Provincie Overijssel aan het tweede perronspoor Zwolle–Enschede via de Rijksbegroting zou lopen. In de eind 2016 opgestelde bestuursovereenkomst voor Zwolle–Herfte en het tweede perronspoor Zwolle–Enschede is echter afgesproken dat de regionale bijdragen rechtstreeks aan ProRail worden voldaan. Om die reden is de eerder opgenomen bijdrage van de Provincie Overijssel (€ 3,2 miljoen) weer in mindering gebracht op het projectbudget.

Multimodale Knoop Schiphol

Het MIRT-onderzoek Station Schiphol (november 2014) heeft aangetoond dat sprake is van capaciteitsknelpunten. De capaciteit van de treinperrons, de trappen/roltrappen, het busstation en de hal van Schiphol Plaza is onvoldoende om de groeiende stroom aan reizigers te accommoderen. Uit het MIRT-onderzoek blijkt dat dit een urgent probleem is.

Naar aanleiding van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek is in juli 2016 overeengekomen een verkenning te starten onder de naam Verkenning Multimodale Knoop Schiphol. Deze verkenning wordt volgens de MIRT-systematiek uitgevoerd door betrokken partijen (IenM, Schiphol, NS en Vervoerregio Amsterdam). Dezelfde partijen hebben zich in een intentieovereenkomst (28 april 2016) gecommitteerd aan een gezamenlijke aanpak van de multimodale knoop teneinde een integrale oplossing te bereiken die de veiligheid, capaciteit en kwaliteit van de knoop faciliteert. Bij het zoeken naar de oplossing wordt vooral gekeken naar een zo integraal mogelijke oplossing die toekomstvast en robuust is, maar ook een oplossing die flexibel kan inspringen op de veranderende mobiliteitsvraag. Hierbij wordt als ijkpunt de reizigersgroei tot 2040 genomen. IenM heeft € 250 miljoen vrijgemaakt voor dit project (Kamerstukken II 2015–2016 29 984, nr. 72).

Reservering Garantstellingen

Bij het afgeven van de subsidiebeschikking aanleg 25 kV en ERTMS tussen Zevenaar en de grens met Duitsland (onderdeel project Rotterdam–Genua) heeft IenM een garantstelling afgegeven voor € 10,3 miljoen voor het geval de door de EU toegezegde subsidie niet of slechts gedeeltelijk zou worden toegekend. Inmiddels is de EU-subsidie ontvangen. De op het planuitwerkingsartikel geraamde garantstelling onder de post «Overige projecten en reserveringen» is afgeboekt en toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planuitwerkingsprogramma personenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget1

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

         

Realisatieuitgaven op IF13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 72

– 71

   

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

39

39

 

divers

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

49

58

 

divers

Kleine projecten Personenvervoer

7

7

 

divers

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

197

193

 

divers

Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)

2.432

2.397

 

divers

Reizigersfonds

3

1

 

nvt

Reservering opbouw compensatie NS

160

159

 

divers

Projecten Oost Nederland

       

Quickscan decentraal spoor Oost Nederland

19

18

 

divers

Zwolle – Herfte

200

201

 

2021

Projecten Noordwest Nederland

       

OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad MLT

334

331

 

divers

Multimodale Knoop Schiphol

253

0

 

divers

Overige projecten en reserveringen

13

23

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

3.634

     

Begroting (IF 13.03.04)

3.634

     
X Noot
1

Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer

De post Kleine projecten is verhoogd met € 5 miljoen naar aanleiding van de toezegging van het Ministerie van EZ en het Ministerie van IenM om ieder maximaal € 5 miljoen beschikbaar te stellen om de regionale economische structuur van de provincie Limburg te versterken door het realiseren van een spooraansluiting naar de Carhandling Terminal Swentibold (VDL Nedcar) in Born.

Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget1

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma IF 13.03.02

48

5

   

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Goederenvervoer

16

10

 

divers

Overige projecten en reserveringen

       

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

64

     

Begroting (IF 13.03.05)

64

     
X Noot
1

Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031, volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Van het beschikbare budget is € 60 miljoen vrijgevallen naar de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08) als gevolg van de lage rentestand waardoor de beschikbaarheidsvergoeding lager uitvalt.

Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegen (Bedragen x € 1 mln.)

Infraprovider HSL

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

Beschikbaarheidsvergoeding1

3.632

3.626

1.489

150

150

153

161

164

162

1.203

Rente- en belastingaanpassingen2

– 135

– 56

– 127

9

– 16

– 6

– 5

– 4

– 2

16

Diverse afrekeningen, etc.3

80

66

25

17

28

1

1

1

1

7

Totaal

3.577

3.636

1.387

176

162

148

157

161

161

1.226

Begroting (IF 13.04)

     

176

162

148

157

161

161

1.226

X Noot
1

De beschikbaarheidsvergoeding is inclusief de verwachte toekomstige indexeringen.

X Noot
2

Rente wordt halfjaarlijks verrekend op basis van de werkelijke Euribor-stand; de belastingwijziging is een technische (voor de Staat budgetneutrale) correctie die bij de Belastingdienst leidt tot even grote ontvangsten.

X Noot
3

Dit betreft diverse wijzigingen op de HSL-Zuid infrastructuur, waarvan aanpassing van het ERTMS-systeem (voor de Intercity Nieuwe Generatie) de grootste is.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is.

Producten

Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2016 bedraagt nog € 313 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 miljoen aflossen, in 2020 € 75 miljoen en in 2027 € 72 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan.

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2031 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

Bij de begroting 2017 is binnen de investeringsruimte van Spoorwegen onderscheid gemaakt tussen programmaruimte en beleidsruimte. De programmaruimte betreft ruimte die reeds in de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden voor ambities en risico’s. De beleidsruimte betreft ruimte waarover de besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend kabinet. Op artikelonderdeel 18.11 wordt nader ingegaan op de totale beleidsruimte op de begroting van het Infrastructuurfonds.

Programmaruimte

De in de begroting 2017 opgenomen stand van de beschikbare programmaruimte tot en met 2030 bedroeg € 1.022 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2018 nu € 650 miljoen tot en met 2031.

  • Extrapolatie 2031 concessieopbrengsten (+ € 200 miljoen)

  • Saldo mee en tegenvallers, waaronder aanbestedingsmeevallers en vrijval onvoorzien OV SAAL, Vleuten–Geldermalsen, NSP Arnhem, Nazorg, Rotterdam–Genua (+ € 94 miljoen)

  • Vrijval regeling Intensivering Spoor in steden (+ € 30 miljoen)

  • Rentevrijval PPS contract Infraspeed (+ € 60 miljoen)

  • Vrijval Meerjarenprogramma Geluidsanering (+ € 39 miljoen)

  • Naar programma Fietsparkeren (– € 40 miljoen)

  • Naar programma NABO’s (– € 25 miljoen)

  • Naar programma suïcidepreventie (– € 10 miljoen)

  • Naar programma PHS naar aanleiding van de omzetting van de zogenaamde leenfaciliteit (– € 84 miljoen)

  • Naar programma Beheer, onderhoud en vervanging; afdekken opgetreden risico’s (– € 400 miljoen)

  • Naar programma Beheer, onderhoud en vervanging; afdekken opgetreden indexeringsverschillen (– € 142 miljoen)

  • Naar kleine projecten goederenvervoer (artikelonderdeel 13.03 Aanleg) ten behoeve van het realiseren van de spooraansluiting naar de Carhandling Terminal Swentibold (VDL Nedcar) in Born (– € 5 miljoen)

  • Naar programma ATB-Vv (– € 68 miljoen)

Beleidsruimte

Dit betreft investeringsruimte die ontstaat als gevolg van het ramen van doorlopende concessieontvangsten (HRN/HSL) voor de verlengde jaren in 2029 en 2030. Omdat het Kabinet Rutte II niet de concessieontvangsten in 2029 en 2030 wenst te bestemmen voor ambities en risico’s, wordt deze ruimte apart gehouden voor toekomstige kabinetten.

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Programmaruimte

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

(vervolg) 13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Programmaruimte

21.300

16.300

16.300

16.299

150.000

84.948

200.662

649.971

Beleidsruimte

0

0

0

0

200.224

200.224

0

400.448

Totaal

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

1.050.419

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenM voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02. Verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Concessievergoedingen

Producten

Dit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015–2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014 (Onderhandelakkoord IenM/NS 2011).

Prestatieboetes NS en ProRail

Dit betreft de boetes die NS en ProRail moeten betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald. Deze ontvangsten worden toegevoegd aan het «reizigersfonds» op artikelonderdeel 13.03.

Afrekeningen ProRail

Dit betreffen de afrekeningen van subsidies voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.

Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

             

Concessievergoedingen NS

175.194

184.036

191.165

196.302

201.202

206.010

Prestatieboetes NS en ProRail

2.300

0

0

0

0

0

Afrekeningen ProRail

51.347

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

16.855

130.214

11.049

1.027

1.061

1.096

Ontvangsten spoor

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII 2018 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

113.677

143.577

59.087

67.534

53.494

6.206

1.606

Uitgaven

141.544

202.050

246.600

201.111

170.614

96.629

5.098

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

100.603

163.093

194.764

109.215

102.607

84.529

1.605

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

0

498

0

1.606

1.607

1.605

1.605

14.01.03 Realisatieprogr reg/lok

100.603

162.595

194.765

107.610

101.000

82.924

0

14.01.04 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

14.02 Regionale Mob. Fondsen

0

0

0

0

9.233

0

0

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

40.941

38.957

51.836

91.896

58.774

12.100

3.493

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

4.891

5.257

2.595

33.145

23.594

12.100

3.493

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen

36.050

33.700

33.034

42.544

17.753

0

0

14.03.03 RSP – ZZL: REP

0

0

16.207

16.207

17.427

0

0

14.09 Ontvangsten

175

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

202.050

246.600

201.111

170.614

96.629

5.098

40.596

1.606

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

163.093

194.764

109.215

102.607

84.529

1.605

40.596

1.606

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

0

0

0

9.233

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

38.957

51.836

91.896

58.774

12.100

3.493

0

0

                     

14.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

14

Regionaal, lokale infrastructuur

uitgaven

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

1.002.280

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

735.991

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

0

0

0

0

0

0

0

9.233

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

0

0

0

0

0

0

0

257.056

                     

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII 2017 en beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).

Algemeen

Producten

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenM levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenM al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen).

Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokale infrastructuur (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Overige projecten en reserveringen

48

48

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

48

     

Begroting 14.01.02

48

     

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Nieuw opgenomen projecten

Hoekse Lijn

De Spoorweg Schiedam Centrum – Hoek van Holland Strand wordt omgebouwd tot metrolijn en aangesloten wordt op het metronetwerk van Rotterdam. Hierover bestaat sinds 2011 overeenstemming tussen IenM en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Er blijft een verbinding bestaan met het hoofdspoor zodat de vestiging van Vopak in Vlaardingen voor goederentreinen bereikbaar blijft. IenM heeft aan MRDH toegezegd dat het bedrag dat MRDH aan ProRail betaalt voor de aanschaf van de lijn (€ 18,3 miljoen) door IenM via een subsidiebeschikking aan MRDH beschikbaar wordt gesteld. Verder draagt IenM financieel niet bij aan de bouw, exploitatie of het beheer van de metroverbinding.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.03 Regionaal/lokale infrastructuur; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

 

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten Noordwest-Nederland

                       

Noord/Zuidlijn Noord–WTC

1.186

1.186

1.155

0

31

         

2018

2018

Utrecht Tram naar De Uithof

111

110

41

40

30

         

2018

2018

Ombouw Amstelveenlijn

78

77

5

7

25

25

16

     

2020

2020

Projecten Zuidwest-Nederland

                   

A12/A20 Parallelstructuur Gouwe

101

101

87

14

           

Regio

Regio

HOV netwerk Zuid-Holland Noord (voorheen Rijn-Gouwelijn)

205

203

33

8

47

33

34

51

   

2021

2020

Rotterdamsebaan

309

306

 

76

62

49

51

32

 

39

Regio

Regio

Hoekse Lijn

18

   

18

           

Regio

Regio

Afronding

                       

Programma Realisatie (IF 14.01.03)

2.008

 

1.321

163

195

108

101

83

 

39

   

Budget Realisatie (IF 14.01.03)

2.008

 

1.321

163

195

108

101

83

 

39

   

Overprogrammering (–)

                       

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • Bereikbaarheidsoffensief Randstad;

  • Amendement Dijsselbloem;

  • Amendement Van der Staaij;

  • Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);

  • Amendement Van Hijum;

  • Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;

  • Sluiskiltunnel

Producten

De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad, de amendementen Dijsselbloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick Wins NWA zijn volledig uitgekeerd. Alleen voor de Sluiskiltunnel, die inmiddels is opgeleverd, resteert een gereserveerd bedrag voor onvoorziene omstandigheden. Naar verwachting hoeft deze reservering niet te worden aangesproken.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Betreft het RSP-convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2007–2008 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol–Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het RMf RSP opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.

Binnen het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel (€ 150 miljoen) en een regionaal deel (€ 250 miljoen). Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van Economische zaken (EZ). Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, daarna is in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, is opgenomen op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Deze bijdrage wordt in jaartranches overgeboekt via het provinciefonds naar de regio. Van de oorspronkelijke € 150 miljoen vanuit het Rijk is nog € 50 miljoen niet uitgekeerd. Dat zal naar verwachting de komende jaren plaatsvinden. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het regionale deel van het REP.

De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008–2009 21 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Projectoverzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (14.03) (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

 

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten Noord-Nederland

                   

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten1 2 3

120

249

40

5

3

33

24

12

3

     

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds

536

535

409

34

33

43

18

         

14.03.03 Ruimtelijk economisch programma

50

65

 

0

16

16

17

         

Afronding

 

– 1

                   

Begroting (IF 14.03)

706

848

449

39

52

92

59

12

3

     

LMCA Spoor: spoordriehoek4

140

135

49

12

13

25

26

12

4

     

Totale rijksbijdrage Noord-Nederland

846

983

498

51

65

117

84

24

7

     
X Noot
1

Bijdragen regio zijn prijspeil 2007.

X Noot
2

Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol–Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 miljoen uit het MIRT ten behoeve van de A7 ZRG fase 2.

X Noot
3

Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 miljoen (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.

X Noot
4

Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII over 2017 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004–2005 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.392.685

1.658.260

863.989

890.399

786.966

620.238

772.501

Uitgaven

861.930

895.805

964.746

1.254.278

1.058.242

804.249

858.366

Waarvan juridisch verplicht:

   

99%

       

15.01 Verkeersmanagement

8.428

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.428

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

410.159

337.708

376.866

386.647

294.409

214.636

298.197

15.02.01 Beheer en onderhoud

310.851

278.408

269.466

286.759

265.808

194.675

195.729

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

307.117

273.679

264.728

263.974

261.084

189.789

191.815

15.02.04 Vervanging

99.308

59.300

107.400

99.888

28.601

19.961

102.468

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

25.080

0

0

0

0

1

1

15.03 Aanleg

124.309

205.758

227.570

323.205

286.411

233.580

203.242

15.03.01 Realisatie

119.948

163.881

218.362

316.222

285.021

204.979

199.125

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

4.361

41.877

9.208

6.983

1.390

28.601

4.117

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

4.361

1.608

379

331

304

697

1.508

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

11.565

34.716

44.839

232.771

166.789

46.912

53.284

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

307.469

309.098

306.946

303.130

302.108

300.596

295.118

15.06.01 Apparaatskosten RWS

278.244

280.878

278.254

275.403

274.381

272.520

266.819

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

278.244

280.878

278.254

275.403

274.381

272.520

266.819

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

29.225

28.220

28.692

27.727

27.727

28.076

28.299

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

29.225

28.220

28.692

27.727

27.727

28.076

28.299

15.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

15.09 Ontvangsten

94.081

94.736

131.197

133.927

100.240

59.500

37.668

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

895.805

964.746

1.254.278

1.058.242

804.249

858.366

734.530

693.885

15.01

Verkeersmanagement

 

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

337.708

376.866

386.647

294.409

214.636

298.197

330.323

260.850

15.03

Aanleg

 

205.758

227.570

323.205

286.411

233.580

203.242

57.040

85.960

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

34.716

44.839

232.771

166.789

46.912

53.284

45.022

44.648

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

309.098

306.946

303.130

302.108

300.596

295.118

293.620

293.902

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

94.736

131.197

133.927

100.240

59.500

37.668

0

7.976

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

675.959

841.440

873.626

774.885

759.255

774.863

576.139

12.540.268

15.01

Verkeersmanagement

 

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

127.875

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

231.841

232.721

231.357

311.783

319.477

311.478

206.094

4.344.387

15.03

Aanleg

 

97.741

242.469

246.966

110.739

51.435

76.685

21.721

2.470.522

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

44.930

44.322

43.725

42.951

42.629

42.573

42.539

972.650

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

292.922

293.403

294.680

297.260

297.260

297.260

297.260

4.474.563

15.07

Investeringsruimte

 

0

20.000

48.373

3.627

39.929

38.342

0

150.271

                   

0

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

565.244

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren.

15.01.01 Verkeersmanagement

Producten

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;

  • Monitoring en informatieverstrekking;

  • Vergunningverlening en handhaving;

  • Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien, die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouwbaarheid en reistijd op orde worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn:

  • Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;

  • Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Vanaf 2014 wordt in overleg met de sector gewerkt aan het zo goed mogelijk vormgeven van de bediening van sluizen en beweegbare bruggen tegen de achtergrond van taakstellingen. De Kamer is geïnformeerd over de wijze waarop RWS en haar collega vaarwegbeheerders dit vormgeven, via het stuk «vergezicht bediening sluizen en bruggen» (Kamerstukken II 2015–2016 34 300, nr. A56). Dit vergezicht wordt gebruikt om nadere maatwerkafspraken te maken of bestaande afspraken waar nodig en mogelijk te optimaliseren.

Met verschillende partijen zijn afspraken gemaakt over de invoering van vraaggestuurd bedienen of bediening op afstand waarbij samenwerking tussen beheerders of gezamenlijk investeren is overeengekomen. Begin 2016 zijn bijvoorbeeld nadere afspraken gemaakt met de provincie Overijssel om met behulp van bijdragen van de regio te komen tot een verbeterd bedieningsregime van de Twentekanalen. Met Limburg en Noord-Brabant zijn eerder al soortgelijke afspraken gemaakt. Alle gemaakte versoberingsafspraken worden in 2018 gemonitord en waar nodig en mogelijk bijgestuurd.

Waar mogelijk en zinvol wordt samen met de andere overheden naar centrale bediening op vaarroutes overgeschakeld. Vanzelfsprekend wordt getracht om de bediening zodanig in te richten, dat wachttijden en stremmingen zo veel mogelijk worden beperkt. Een goede informatievoorziening hierover aan gebruikers is daarbij van groot belang, waarbij rekening gehouden wordt met de sterk toegenomen beschikbaarheid van AIS (Automatic Identification System). Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenM (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2016

2017

2018

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

Bediende objecten

stuks

244

245

242

Toelichting:

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. Er worden in 2017 en 2018 geen veranderingen voorzien. Het aantal bediende objecten neemt in 2017 met één toe als gevolg van de ombouw van de Meppelerdiepsluis van keersluis tot schutsluis. Door de ombouw van een schutsluis met twee kolken naar een keersluis en een beweegbare brug naar een vaste brug bij Limmel neemt in 2018 het aantal bediende objecten met drie af.

De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het Hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement, zoals verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie betreffen het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en vaarwegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende zijn. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn er kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Voor zover de activiteiten centraal vanuit RWS worden ingezet, worden de kosten centraal gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in de bijlage instandhouding bij deze begroting.

In bijlage 4 Instandhouding is een nadere toelichting opgenomen met betrekking tot Beheer en Onderhoud en Vervanging.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd; zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma en/of het hoofdwatersysteem. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder Beheer en Onderhoud.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast.

De directeur Kustwacht heeft onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen, die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast heeft de directeur trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op schepen van de Rijksrederij en schepen, vliegtuigen en helikopters van het Ministerie van Defensie.

De Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe, haven Oudeschild en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Areaal Beheer en Onderhoud
 

Eenheid

Omvang 2018

Budget x € 1.000

2018

Vaarwegen

km

7.089

269.466

Toelichting

Het areaal bestaat enerzijds uit de hoofdtransportassen (HTA), hoofdvaarwegen (HVW) en overige vaarwegen (OVW), die voor de binnenvaart in beheer zijn bij RWS en die per 1 januari 2017 in totaal 3.460 kilometer meten en anderzijds het aantal kilometer zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal 3.544 kilometer.

In 2017 stelt Rijkswaterstaat vaste scheepvaartroutes voor de Belgische en Nederlandse Noordzeekust vast. Hierdoor nemen de zeecorridors met ongeveer 85 km toe. De totaal lengte vaarwegen komt daarmee op 7.089 km. Voor 2018 worden geen veranderingen voorzien. De overdracht van de Noordervaart zal naar verwachting na 2018 plaatsvinden.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2015

2016

streefwaarde 2017

streefwaarde 2018

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,9%

0,2%

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

0,2%

0,1%

0,2%

0,2%

Toelichting:

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten.

15.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren 60 van de vorige eeuw is de vervangingsopgave toegenomen. De projecten behorende bij deze opgave zijn opgenomen in het MIRT Overzicht4. Het totaal van de opgave wordt in de instandhoudingsbijlage toegelicht.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Het resterende deel van het programma Nota Mobiliteit Achterstallig Onderhoud Vaarwegen (NoMo AOV) is niet in het programma Vervanging en Renovatie opgenomen maar wel onderdeel van 15.04.02. Daarom staat in onderstaande tabel een overzicht van objecten NoMo AOV-onderdelen die niet voor 2018 zijn afgerond.

Overzicht objectenprogramma Vervangingen en renovaties

Vaarweg

Objecten/maatregel

gereed

Oost-Nederland

Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water

2018

Zeeland

Modernisering Object Bediening Zeeland (MOBZ, deel 1)

gereed

Zeeland

Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland

gereed

Noord-Holland

Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken

gereed

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.

15.03.01 Realisatie

Producten

In 2018 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

 

Projecten in het kader van Quick-wins regeling Binnenhavens

Maasroute

Sluis Limmel (als onderdeel van Maasroute)

Start realisatie

 

Nieuwe Sluis Terneuzen

 

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • De Zaan: Er is sprake van een vertraging op het project door een arbitragezaal tussen provincie en aannemer.

  • Nieuwe sluis Terneuzen: de toename van € 12 miljoen betreft de indexatie naar prijspeil 2017.

  • Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden–Lek: de toename van het projectbudget komt deels voort uit de indexatie naar prijspeil 2017.

  • Wilhelminakanaal Tilburg: de budgettoename van € 14 miljoen is het gevolg van geohydrologische problematiek waardoor er tussentijdse ingebruikname van de nieuwe Sluis III en het kanaalpand voor klasse II scheepvaart benodigd is.

Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (bedragen x € mln.)
 

Totaal

Budget

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Quick Wins Binnenhavens

61

61

60

1

           

2009–2017

2009–2016

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

97

97

86

9

2

         

2015

2015

Walradarsystemen

25

25

20

2

1

1

1

1

1

1

2018

2018

Beter Benutten

18

18

14

1

3

             

Projecten Noordwest-Nederland

                       

De Zaan (Wilhelminasluis)

13

13

10

   

3

       

2019

2017

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn Scheldeverbinding

2

2

1

 

0

         

2016

2016

Nieuwe Sluis Terneuzen

1.010

999

22

36

99

218

223

174

192

47

2022

2022

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

13

12

1

1

6

5

       

2019

2019

Quick Wins Volkeraksluizen

3

3

 

3

           

2017

2017

Projecten Zuid-Nederland

                       

Wilhelminakanaal Tilburg

96

82

72

24

   

0

     

na 2017

ntb

Zuid-Willemsvaart: aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel

430

430

420

2

0

2

6

     

2015

2015

Maasroute, modernisering fase 2

629

628

539

28

28

22

13

     

2018

2018

Projecten Oost-Nederland

                       

Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis)

65

64

43

11

1

       

10

2017

2017

Verruiming Twentekanalen fase 2

93

92

2

14

47

29

2

     

2019

2019

Toekomstvisie Waal

132

131

2

20

13

17

39

33

7

 

2019–2021

2019–2021

Projecten Noord-Nederland

                       

Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1: verbetering tot klasse Va

284

284

253

25

7

         

2017

2017

Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee

30

30

12

9

5

4

0

     

2017

2017

Overige projecten

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

2

3

 

2

0

 

1

         

Afrondingen

     

– 1

– 1

– 1

 

– 3

– 1

     

Totaal uitvoeringsprogramma

3.003

2.974

1.557

187

211

300

285

205

199

58

   

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

     

– 1

2

             

Programma Realisatie (IF 15.03.01)

     

186

213

300

285

205

199

58

   

Budget Realisatie (IF 15.03.01)

     

164

219

316

285

205

199

58

   

Overprogrammering (–)

     

– 22

6

16

           

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Vaarweg Lemmer–Delfzijl, fase 2: Vanwege de onderhoudstoestand van een van de bruggen binnen dit project is binnen de beperkte kasmiddelen van het rijk ruimte gevonden om die eerder aan te pakken door een kasversnelling van € 19 miljoen.

  • Toekomstvisie Waal: Het project Toekomstvisie Waal/deelproject Lobith (Beijenwaard) is in deze begroting van planuitwerking naar de realisatiefase gegaan.

  • Lichteren buitenhaven IJmuiden: dit project zal worden vertraagd, aangezien een aanpassing van de scope mogelijk noodzakelijk is als gevolg van herbezinning op de functie van de Averijhaven.

  • Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwedes: een partieel uitvoeringsbesluit voor voorbereiding van de realisatie (€ 1.3 miljoen) is genomen.

  • Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel: aanpassing van de scope van het project leidt tot een latere openstelling.

Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 1

– 24

 

nvt

Projecten Nationaal

       

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

9

9

   

Reservering consequenties areaaluitbreiding op beheer en onderhoud

205

150

   

Projecten Noordwest-Nederland

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam–Lemmer

6

6

 

2025–2027

Lichteren buitenhaven IJmuiden

65

65

nnb

nnb

Vaarweg IJsselmeer–Meppel

36

36

 

2023

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Capaciteitsuitbreiding overnachtingplaatsen Merwedes

20

20

2019

2021

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep–Dordtsche Kil

10

10

2010

2025–2027

Capaciteit Volkeraksluizen

152

152

 

2024–2026

Projecten Oost-Nederland

       

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

36

36

 

2026–2028

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

28

2018

2021–2022

Projecten Noord-Nederland

       

Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 2

102

102

2017

2023–2025

Overige projecten en reserveringen

357

342

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Kreekraksluizen

     

2026–2028

Projecten Oost-Nederland

       

Verkenning IJssel fase 2

     

2028

Reservering garantstelling Twentekanalen

     

2018–2020

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

1.025

     

Begroting 15.03.02

1.025

     

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen en huisvestingsprojecten boven de € 25 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private Opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private Opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven.

In de DBFM(O)-Voortgangsrapportage 2016–2017 zijn indicatoren opgenomen om de prestaties van (het contractmanagement van) DBFM te monitoren. Het gaat daarbij om prestatie indicatoren zoals tijdigheid (openstelling van het project), beschikbaarheid, wijzigingen en kortingen. Het kabinet heeft daarbij de ambitie geformuleerd om de KPI’s verder uit te breiden en te ontwikkelen, de komende jaren te monitoren en de trendontwikkeling te analyseren.

In de Voortgangsrapportage is ook aangegeven dat de risicoverdeling in het standaardcontract mogelijk op een aantal punten zal worden bijgesteld ten aanzien van enkele specifieke risico’s, zoals het management van stakeholders, waarmee marktpartijen in het verleden op moeilijkheden stuitten. Eerder was al besloten om niet langer gebruik te maken van lijstrisico’s. Op deze wijze wordt proactief gezocht naar een betere verdeling van de risico’s, waarbij alle betrokkenen hun mogelijkheden inbrengen om risico’s zo veel mogelijk te beperken.

De Brief Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water (Kamerstukken II 2010–2011 32 500 A, nr. 83) bevat een lijst van in totaal tien potentiële DBFM-projecten op het hoofdvaarwegennet. Al deze projecten worden getoetst aan kwalitatieve criteria en op mogelijke financiële meerwaarde. In de Voortgangsrapportage DBFM(O) wordt periodiek gerapporteerd over de DBFM-dealflow op langere termijn (meest recente voortgangsrapportage DBFM(O): Kamerstukken II 2016–2017 28 753, nr. 43).

Producten

Op dit moment zijn er nog geen DBFM-projecten op het hoofdvaarwegennet gerealiseerd. In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld, waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. Het contract voor de Sluis Limmel is het eerste project uit het DBFM Sluizenprogramma en is in 2014 afgesloten en openstelling wordt verwacht in 2018.

Het DBFM-contract voor de Zeetoegang IJmond is in september 2015 getekend, dat voor de 3e Kolk Beatrixsluis in 2016 en dat voor de sluis bij Eefde begin dit jaar. Deze projecten verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • Zeetoegang IJmond: betreft een indexatie naar prijspeil 2017 van € 10 miljoen.

Projectoverzicht behorende bij 15.04.01: Geïntegreerde contractvormen Hoofdvaarwegennet (bedragen x € mln.)
 

Totaal

Budget

Openstelling

Eind

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

contract

Projecten Noordwest-Nederland

                         

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

409

405

22

8

4

21

68

13

13

260

2019

2019

2046

Zeetoegang IJmond

927

917

46

17

32

201

67

26

26

511

2019

2019

2045

Projecten Zuid-Nederland

                         

Keersluis Limmel

90

89

6

3

6

3

18

2

2

48

2018

2018

2048

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

153

 

9

5

3

8

14

6

12

96

2020

2020

2047

Totaal

1.579

 

83

33

45

233

167

47

53

915

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZ, Financiën (Douane), IenM en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;

  • Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;

  • Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2031 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2017 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2030 bedroeg € 163 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2018 nu € 150 miljoen tot en met 2031.

  • Middels het instrument strategisch capaciteitsmanagement (SCM) kijkt RWS meerjarig (tenminste vijf jaar) naar de productie en de daarbij benodigde capaciteit. Daarbij is op basis van rekenregels de benodigde capaciteit voor de verschillende RWS producten berekend. Hieruit volgt een capaciteitsbehoefte als gevolg van areaalgroei (bediening van sluizen, tunnels en stuwen). Vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden middelen overgeboekt naar netwerkgebonden kosten op desbetreffende modaliteiten. Voor Hoofdvaarwegennet betreft dit – € 17,8 miljoen.

  • Met de regionale partners provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam is overeenstemming bereikt over de afrekening van de bijdragen aan het project Zeetoegang IJmond. Hiervoor wordt € 12,8 miljoen uit de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet onttrokken ten behoeve van de afrekening. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de vrijval van € 81 miljoen die al in de vorige begroting is verwerkt.

  • Verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (– € 9,9 miljoen), waarvan de omvangrijkste tegenvaller zich voordoet bij Wilhelminakanaal Tilburg (– € 14 miljoen).

  • Naar aanleiding van het MIRT overleg met de provincie Zeeland wordt maximaal € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de verdieping van de Wielingen voor verbetering van de nautische toegang van de Westerschelde (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 9).

  • De bijdrage aan de pilot Langsdammen Waal vanuit het Hoofdvaarwegennet bedraagt € 2 miljoen. Dit bedrag is overgeheveld naar het Deltafonds.

  • Bijdrage in de kosten voor het functioneel en gebruikersbeheer van Maritime Single Window (– € 1,9 miljoen).

  • Een herallocatie van het Infrastructuurpakket Wegen op verzoek van St. Eustatius voor de verharding en verbetering van een opstelplek voor goederen en containers met behulp van een EU subsidie (– € 0,4 miljoen)

  • Bijdrage IenM in verband met bestuurlijke afspraken over recreatietoervaart met de provincies aan de financiering van coördinerende activiteiten van de Stichting Waterrecreatie Nederland (– € 0,3 miljoen).

  • Bijdrage aan een verbeterde bediening op afstand Twentekanalen (– € 0,3 miljoen)

  • De reservering voor Bereikbaarheid Zuidoost-Brabant (BERZOB) komt te vervallen (€ 35 miljoen).

15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Investeringsruimte

0

20.000

48.373

3.627

39.929

38.342

0

150.271

Totaal

0

20.000

48.373

3.627

39.929

38.342

0

150.271

Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister zich ten minste halfjaarlijks tegenover de Tweede Kamer verantwoordt over de voortgang via een Voortgangsrapportage.

Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:

  • Betuweroute

  • Hogesnelheidslijn-Zuid

  • Project Mainportontwikkeling Rotterdam

  • ERTMS

  • ZuidasDok

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Openbaar Vervoer en Spoor en 18 Scheepvaart en Havens op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

73.174

1.483.348

310.309

113.779

192.576

308.853

577.603

Uitgaven

69.430

176.640

262.497

343.502

419.891

482.804

477.000

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

17.02 Betuweroute

1.689

3.095

4.942

4.807

0

0

0

17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

416

5.731

8.894

22.750

17.200

16.600

16.700

17.03.01 Realisatie HSL – Zuid

416

5.731

8.894

22.750

17.200

16.600

16.700

17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

6.687

8.996

34.940

3.872

1.724

2.993

2.993

17.07 ERTMS

26.755

43.282

98.823

147.261

208.772

283.829

299.771

17.08 ZuidasDok

33.883

115.536

114.898

164.812

192.195

179.382

157.536

17.09 Ontvangsten

40.124

34.809

30.436

61.496

69.039

92.586

39.677

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

176.640

262.497

343.502

419.891

482.804

477.000

408.574

339.095

17.02

Betuweroute

 

3.095

4.942

4.807

0

0

0

0

0

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

5.731

8.894

22.750

17.200

16.600

16.700

0

0

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

8.996

34.940

3.872

1.724

2.993

2.993

2.993

2.993

17.07

ERTMS

 

43.282

98.823

147.261

208.772

283.829

299.771

278.127

214.672

17.08

ZuidasDok

 

115.536

114.898

164.812

192.195

179.382

157.536

127.454

121.430

                     

17.09

Ontvangsten

Ontvangsten

34.809

30.436

61.496

69.039

92.586

39.677

33.056

31.303

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

252.505

206.005

237.078

197.364

81.043

126.742

0

4.010.740

17.02

Betuweroute

 

0

0

0

0

0

0

0

12.844

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

0

0

0

0

0

0

0

87.875

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

2.993

2.993

2.993

35.180

0

0

0

105.663

17.07

ERTMS

 

165.283

136.408

138.421

108.500

81.043

126.742

0

2.330.934

17.08

ZuidasDok

 

84.229

66.604

95.664

53.684

0

0

0

1.473.424

                     

17.09

Ontvangsten

Ontvangsten

21.214

62.068

24.094

19.708

0

0

0

519.486

17.02 Betuweroute

Motivering

De Betuweroute is een 160 kilometer lange, tweesporige spoorlijn tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar–Emmerich die exclusief bestemd is voor het goederenvervoer. De Betuweroute kan ruwweg opgedeeld worden in twee delen, te weten het nieuw aangelegde A15-tracé en de bestaande Havenspoorlijn. Het A15-tracé is per 16 juni 2007 officieel in gebruik genomen. Hier zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf. Op de Havenspoorlijn zijn ERTMS en 25 kV in bedrijf sinds 13 december 2009. Hiermee is de Betuweroute als groot bouwproject klaar. De status van Groot Project is formeel beëindigd op 28 april 2011.

Producten

Sinds de beëindiging als groot bouwproject worden nog enige restpunten afgewikkeld (waaronder acties voortvloeiend uit de MER-evaluatie). Deze restpunten worden sinds 2010 afgehandeld in het Project Nazorg Betuweroute. De geschatte einddatum is 2019.

Projectoverzicht 17.02 Betuweroute (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Betuweroute

4.895

4.895

4.883

3

5

5

       

2007

2007

Begroting (IF 17.02)

     

3

5

5

           
17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid

Motivering

De HSL-Zuid is een 125 kilometer lange, tweesporige hogesnelheids-spoorlijn tussen Amsterdam en de Belgische grens bij Breda die exclusief bestemd is voor het personenvervoer. De HSL-Zuid kan ruwweg opgedeeld worden in de nieuw aangelegde hogesnelheidsinfrastructuur tussen Hoofddorp en Rotterdam, tussen Barendrecht en de Belgische grens en de aftakking naar Breda en het bestaande spoor tussen Amsterdam en Hoofddorp en tussen Rotterdam en Barendrecht. Op de HSL-Zuid zijn ERTMS en 25kV in bedrijf. Het traject tussen Amsterdam en Rotterdam is per 7 september 2009 officieel in gebruik genomen, het traject tussen Rotterdam en Antwerpen per 13 december 2009 en de aftakking naar Breda per 3 april 2011. Naar aanleiding van het rapport van de parlementaire enquêtecommissie zet het kabinet (Kamerstukken II 2015–2016 33 678, nr. 16) in op een betere benutting van de HSL-Zuid met kortere reistijd voor de reizigers en een betrouwbare dienstverlening.

In de Voortgangsrapportage HSL-Zuid wordt de Tweede Kamer separaat en uitgebreid geïnformeerd over het gehele HSL-Zuid vervoersysteem. In het najaar van 2016 is de 39e Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2016–2017 22 026, nr. 489) aan de Tweede Kamer verstuurd. De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft op 13 februari 2017 besloten de grootprojectstatus voor het HSL-Zuid project te handhaven, maar de informatieafspraken te wijzigen door voortaan één voortgangsrapportage per jaar te willen ontvangen in plaats van twee en bij iedere voortgangsrapportage een controle van de Auditdienst Rijk te willen ontvangen die zich beperkt tot de restpunten (betonkwaliteit, zettingen, geluidsreductie en de afhandeling van schades en grondzaken).

Producten

De bouwwerkzaamheden aan het tracé zijn gereed, er resteren nog enkele restpunten. De belangrijkste hiervan zijn het nemen van geluidsmaatregelen en het oplossen van zettings- en betonproblematiek. De planuitwerking voor de geluidsmaatregelen en de risicoanalyse naar de zettings- en betonproblematiek zijn in 2017 gestart. De overige resterende werkzaamheden hebben betrekking op de afhandeling van grondzaken, schadezaken en nog uit te voeren evaluaties.

In de investeringsruimte is € 60 miljoen gereserveerd voor infrastructurele maatregelen gericht op het wegnemen van verstoringen op de HSL-Zuid, waarover de Tweede Kamer in december 2016 is geïnformeerd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 22 026, nr. 495). Het betreft hier met name de maatregelen gericht op windproblematiek en de overgangen tussen hogesnelheidsspoor en conventioneel spoor.

Projectoverzicht 17.03 HSL-Zuid (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

HSL-Zuid (IF 17.03.01)

6.225

6.225

6.137

6

9

23

17

17

17

 

2009

2009

HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02)

115

115

115

                 

HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03)

1.012

1.012

1.012

                 

Totaal

7.352

7.352

7.264

6

9

23

17

17

17

     

Begroting (IF 17.03)

     

6

9

23

17

17

17

     
17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Motivering

Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling:

  • het versterken van de positie van de mainport Rotterdam, en

  • het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond.

In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn «Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)» (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbedrijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd.

IenM beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoordelijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn belegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarvan RWS is belast met de uitvoering. EZ is het aan te spreken ministerie voor de 750 hectare en IenM is het ministerie voor de landaanwinning en het BRG.

IenM is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamerstukken II 2006–2007 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend projectministerie. Als zodanig is de Minister van IenM verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer heeft op voorstel van de Minister (Kamerstukken II 2015–2016 24 691, nr. 125), vanwege de fase waarin PMR zich bevindt, ingestemd met een eenvoudiger governance structuur en ermee ingestemd dat de voortgangsrapportage voortaan bestaat uit toezending van de jaarlijkse monitorinformatie van de Tafel van Borging. De laatste Voortgangsrapportage van de Minister van Infrastructuur en Milieu betreft de veertiende Voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2015–2016 24 691, nr. 123/124).

Producten

In 2006 heeft het parlement de herstelde PKB PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereenkomsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlementaire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De eerste fase van het deelproject landaanwinning is gereed, de natuurcompensatie is aangelegd en ingesteld en wordt gemonitord en van het BRG-programma is meer dan de helft van de projecten uitgevoerd. Het deelproject 750 hectare zijn onderdelen gereed en in uitvoering of voorbereiding van uitvoering.

De volgende producten worden onderscheiden:

  • Uitvoeringsorganisatie: betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing;

  • 750 hectare Natuur- en recreatiegebied: betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuurwaarden. De deelbijdrage van IenM is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds;

  • Groene Verbinding: betrof de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een gemaximeerde IenM-bijdrage;

  • BRG: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren;

  • Natuurcompensatie: betreft de instelling van een Bodembeschermingsgebied, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Voorts zijn uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie en toerisme en visserij en wordt de planschade/ nadeelcompensatie gefinancierd;

  • Landaanwinning: betreft de vaste bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour;

  • BTW Buitencontour: betreft de niet-compensabele BTW over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage;

  • Onvoorzien: dient onder voorwaarden ter bekostiging van onvoorziene uitgaven aan PMR. Als gevolg van de verbreding van het Breeddiep is een aanvulling op de uitwerkingsovereenkomst met het Havenbedrijf Rotterdam afgesloten. Dit was reeds als scopewijziging aangekondigd in de 13e Voortgangsrapportage PMR (Kamerstukken II 2014–2015 24 691, nr. 121/122). De dekking van de bijdrage van IenM wordt gevonden in de Post Onvoorzien.

  • De Minister van IenM heeft op 14 september 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 34 003, nr. 25) naar de Kamer aangegeven dat zij € 35 miljoen zal investeren in de Verdieping van de Nieuwe Waterweg als concurrentieversterkende maatregel voor de mainport Rotterdam. Vanwege het veranderende risicoprofiel van PMR is 35 miljoen vrijgevallen in de Post Onvoorzien op artikelonderdeel 17.06, die als dekking voor deze investering wordt ingezet. Met Havenbedrijf Rotterdam is een addendum op de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) Landaanwinning PMR overeengekomen.

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

Meetbare gegevens

  • 2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompensatie afgerond;

  • 2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed;

  • 2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II;

  • 2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 hectare;

  • 2012 Bestemmingsplannen 750 hectareonherroepelijk;

  • 2013 Landaanwinning eerste fase gereed;

  • 2014 Groene Verbinding opgeleverd en in gebruik genomen;

  • 2014 Laatste infrastructurele projecten voor aansluiting Maasvlakte II op Maasvlakte I gereed;

  • 2015 Officiële opening eerste terminal Maasvlakte II

  • 2021 Deelprojecten 750 hectarenatuur- en recreatieterrein en BRG afgerond;

  • Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven.

Projectoverzicht bij 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

                       

Uitvoeringsorganisatie1

24

24

18

0

0

0

0

0

0

3

nnb

nnb

750 ha

30

30

30

             

nnb

nnb

Groene verbinding

31

31

31

             

2011

2011

Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

                   

2021

2021

Landaanwinning

                       

Voorfinanciering FES monitoringsprogramma

2

2

2

             

2007

2007

Voorfinanciering FES natuurcompensatie

114

114

84

3

3

2

1

3

3

15

nnb

nnb

Landaanwinning

742

742

742

             

2013

2013

BTW Buitencontour

138

138

138

             

2013

2013

Onvoorzien2

78

77

9

5

32

1

     

32

nnb

nnb

Afrondingen

1

 

1

1

 

1

1

         

Totaal

1.160

1.158

1.055

9

35

4

2

3

3

50

   

Begroting (IF 17.06)

     

9

35

4

2

3

3

50

   
X Noot
1

Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ heeft in 2005 en 2006 een hersteltraject gelopen. De kosten hiervan zijn opgenomen onder de uitvoeringsorganisatie.

X Noot
2

Uit de post onvoorzien wordt de Verdieping Nieuwe Waterweg gedekt in het aangegeven kasritme (zie paragraaf Producten voor nadere toelichting).

17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)

Motivering

Het hoofddoel van het Rijk in de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) voor het spoorsysteem is de kwaliteit van het spoor als vervoersproduct te verbeteren zodat de reizigers en verladers de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie zien en gaan/blijven gebruiken. Om in Nederland een stap voorwaarts te kunnen zetten in de prestaties van het spoorsysteem, zal ERTMS ingezet worden als (onderdeel van) het verkeersmanagement systeem. ERTMS is in de eerste plaats bedoeld ter vervanging van het beveiligingssysteem, de verhoging van de spoorwegveiligheid en de interoperabiliteit. In de tweede plaats moet voldaan worden aan de Europese eisen ten aanzien van de invoering van ERTMS voor de EU-TEN corridors.

De doelstellingen van (de invoering van) ERTMS zijn:

  • Verhogen van de veiligheid van het spoorsysteem;

  • Verhogen van de interoperabiliteit van het spoorsysteem;

  • Vergroten van de capaciteit van het spoorsysteem;

  • Verhogen van de snelheid van de treinen;

  • Verhogen van de betrouwbaarheid van het spoorsysteem.

Producten

Op 11 april 2014 heeft de Kamer ingestemd met de voorkeursbeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2013–2014 33 652, nr. 14). Deze voorkeursbeslissing vormt de start van de planuitwerkingsfase. Het programma ERTMS is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten aangewezen als Groot Project. Als zodanig legt de Staatssecretaris van IenM verantwoording af over het programma. De Kamer wordt twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage over de voortgang van het programma ERTMS geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de Staatssecretaris van IenM betreft de zesde voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2016–2017 33 652, nr. 52).

De voorkeursbeslissing houdt in dat ERTMS met beproefde technologie van Level 2 in de periode tot en met 2028 wordt ingevoerd op het spoor in grote delen van de brede Randstad. Er zijn diverse deelproducten samengesteld die uiteindelijk moeten leiden tot een programmabeslissing in 2018. De producten betreffen onder andere de aanbesteding- en contracteringstrategie (Kamerstukken II 2016–2017 33 652 nr. 46) en een uitrolvolgorde (Kamerstuk II 2016–2017 nr. 45), waarvan respectievelijk de contouren en het concept met de Kamer zijn gedeeld. Met de programmabeslissing zal de planuitwerkingsfase worden afgesloten en start de realisatiefase.

Voor de invoering van ERTMS is – na de verlaging van € 250 miljoen voor de Multimodale Knoop Schiphol (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 A, nr. 72) – in het Infrastructuurfonds een taakstellend budget beschikbaar van € 2,37 miljard. Voor de Planuitwerkingsfase is circa € 96 miljoen beschikbaar gesteld (studiekosten), tevens is er circa € 110 miljoen ter beschikking gesteld voor voorbereidende werkzaamheden voor de realisatiefase. Een deel daarvan is verplichtingenruimte, waarvan de uitgaven na de programmabeslissing zullen vallen. Circa € 13 miljoen apparaatsbudget wordt verantwoord op de IenM beleidsbegroting. Nadat de Programmabeslissing is genomen zal het resterende budget overgeboekt worden naar artikelonderdeel 17.07 Realisatiefase.

De Europese Unie heeft in 2016 een aantal subsidieaanvragen van het programma ERTMS gehonoreerd. In totaal kan maximaal circa € 30 miljoen aan subsidie worden toegekend. Deze te verwachten ontvangsten zijn toegevoegd aan het ERTMS budget.

Projectoverzicht 17.07 ERTMS (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

European Rail Traffic Management System

                   

Realisatiefase (17.07.01)

113

22

 

18

42

39

13

         

Planuitwerkingsfase (17.07.02)

2.259

2.574

44

23

57

108

195

284

300

1.249

   

Studiekosten

80

88

44

23

14

             

Pilotkosten

                       

Overige planuitwerking OV-SAAL

229

226

       

4

4

21

200

   

Overige planuitwerking (excl. OV-SAAL)

1.949

2.260

   

42

108

191

280

279

1.049

   

Afronding

       

1

             

Programma

2.372

2.596

44

41

99

147

209

284

300

1.249

   

Afrekening voorschotten

     

3

               

Afronding

     

– 1

               

Begroting (IF 17.07)

   

44

43

99

147

209

284

300

1.249

   
17.08 Zuidasdok

Motivering

De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer–Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam Zuid toe. De vergroting en kwalitatieve opwaardering van de stationscapaciteit is nodig om de groeiende reizigerstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP kwaliteitsnorm. Om ruimte te bieden aan de uitbreiding van de OV-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. De investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie.

Producten

Het integrale project Zuidasdok is te onderscheiden in verschillende projectonderdelen. In de begroting zijn de volgende onderdelen onderscheiden:

  • Projectorganisatie en voorbereiding (inclusief Knopen);

  • Uitbreiding van de OV-terminal (inclusief keersporen, regionaal OV en ketenmobiliteit);

  • Tunnel en uitbreiding van A10;

  • Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.

Overzicht van de bijdragen:

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het project. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).

Overzicht van de bijdragen (bedragen x € 1 mln.)

Projectomschrijving

Totaal

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

Zuidasdok

                 

– Bijdrage IenM1

1.061

100

41

91

141

175

149

57

307

– Bijdrage provincie Noord-Holland2

79

       

26

26

27

 

– Bijdrage stadsregio Amsterdam

155

14

12

12

16

25

21

12

43

– Bijdrage Derden

93

 

32

     

1

 

60

– Bijdrage Amsterdam

216

19

18

17

23

35

30

16

58

– EU-ontvangsten

3

1

2

           

Afrondingen

                 

Totaal

1.607

134

105

120

180

261

227

112

468

X Noot
1

De bijdragen die vanuit het TEN-T programma in 2013 is ontvangen en wordt uitgegeven, is apart inzichtelijk gemaakt bij EU-ontvangsten.

X Noot
2

De bijdragen van provincie en Stadsregio zijn uitsluitend bestemd voor OVT en ruimtelijke inrichting en zullen als zodanig worden verantwoord bij de eindafrekening.

Overzicht van de uitgaven:

Om in de begroting de totale uitgaven van het project weer te geven, zijn de uitgekeerde bedragen via de BDU en de betalingen van Amsterdam voor het project Zuidasdok in het verleden weer in de begroting en het integrale overzicht opgenomen.

Projectoverzicht 17.08 Zuidasdok (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

 

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Zuidasdok

                   

2028

2028

Projectorganisatie en voorbereiding

270

257

84

32

17

16

15

15

15

76

   

OV-terminal incl. keersporen

362

338

16

22

38

58

55

32

11

130

   

Tunnel en A10

797

772

 

33

34

97

173

158

79

223

   

Generieke en ruimtelijke inrichting

179

210

33

18

31

8

18

22

8

41

   

Afrondingen

– 1

 

1

   

1

   

– 1

– 2

   

Totaal

1.607

1.584

134

105

120

180

261

227

112

468

   

Begroting (IF 17.08)

     

105

120

180

261

227

112

468

   
17.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenM worden betaald, verantwoord.

HSL-Zuid

Producten

Zie hiervoor het projectoverzicht bij het uitgavenartikel 17.03 (Ontvangsten derden). Deze ontvangsten betreffen voornamelijk de opbrengsten uit de verkoop van restgronden, uitkeringen van verzekeringen en schadevergoedingen van aannemers.

Zuidasdok

Zie hiervoor de verstrekte onderbouwing bij het uitgavenartikel 17.08 (Overzicht van de bijdragen).

ERTMS

De Europese Unie heeft in 2016 een aantal subsidieaanvragen van het programma ERTMS gehonoreerd. In totaal kan maximaal circa € 30 miljoen aan subsidie worden toegekend. Deze ontvangsten zijn toegevoegd aan het ERTMS budget.

Afrekening voorschotten ProRail

Zie hiervoor het projectoverzicht bij het uitgavenartikel 17.07 (Afrekening voorschotten). Dit betreft de afrekening van de subsidie voor de ProRail inzet voor de Betuweroute en ERTMS over afgesloten begrotingsjaren.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 18 Scheepvaart en havens (Intermodaal vervoer), 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) en 13 Ruimtelijke ontwikkeling (Reservering Omgevingswet) van de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

833

66.261

2.966

2.313

1.165

1

2

Uitgaven

1.677

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

18.02 Beter Benutten

0

0

0

0

0

0

0

18.03 Intermodaal vervoer

192

3

0

0

0

0

0

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

18.06 Externe veiligheid

1.485

6.740

1.016

879

775

0

0

18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. uitgaven.

0

0

0

0

0

0

0

18.07.02 Subsidies algemeen

0

0

0

0

0

0

0

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.08.01 Apparaatskosten RWS

0

0

0

0

0

0

0

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.03 Afroming Eigen Vermogen Rijkswaterstaat

0

32.507

0

0

0

0

0

18.11 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.01 Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.13 Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

18.14 Minregel: rentevrijval

0

0

0

0

0

0

0

18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif

0

0

0

0

0

0

0

18.15.01 Ramingbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

18.15.02 Kasschuif

0

0

0

0

0

0

0

18.16 Reservering Omgevingswet

0

27.244

1.950

1.299

255

0

0

18.17 Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

18.09 Ontvangsten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.09.01 Ontvangsten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.09.02 Tolopgave

0

0

0

0

0

0

0

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

207.606

550.802

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

0

0

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

3

0

0

0

0

0

0

0

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

6.740

1.016

879

775

0

0

0

0

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

0

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.15

Ramingsbijstelling

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.16

Reservering Omgevingswet

27.244

1.950

1.299

255

0

0

0

0

18.17

Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

18.09

Ontvangsten

Ontvangsten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

550.802

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

0

0

0

0

524.761

555.804

2.034.530

3.187.764

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

1

18.03

Intermodaal vervoer

 

0

0

0

0

0

0

0

3

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

0

0

0

0

0

0

0

9.410

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

32.507

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

2.641.543

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

445.202

445.202

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.15

Ramingsbijstelling

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.16

Reservering Omgevingswet

0

0

0

0

5.670

22.680

0

59.098

18.17

Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

18.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

32.507

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

550.802

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

De subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het spoor (BGS) is in 2016 beëindigd. Het resterende budget ad € 5 miljoen is vrijgevallen ten gunste van de investeringsruimte Spoorwegen. Er resteert in 2017 nog een beperkt bedrag aan te verrekenen uitvoeringskosten.

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II 2005–2006 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet».

18.11 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de investeringsruimte die nog niet concreet is toebedeeld aan modaliteiten verantwoord. Binnen de investeringsruimte wordt onderscheid gemaakt tussen programmaruimte en beleidsruimte. In beginsel is alle investeringsruimte aangemerkt als programmaruimte, tenzij wordt besloten om (delen van) de investeringsruimte als beleidsruimte aan te merken. De programmaruimte betreft ruimte die reeds in de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden voor ambities en risico’s. De beleidsruimte betreft ruimte waarover de besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend kabinet.

Programmaruimte

Zoals toegelicht in de begroting op hoofdlijnen is de looptijd van het Infrastructuurfonds bij deze begroting verlengd tot en met 2031. Door deze verlenging ontstaat er ook generieke investeringsruimte (totaal € 1,6 miljard). Deze generieke investeringsruimte is toegevoegd aan artikelonderdeel 18.11.

Beleidsruimte

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte. In de begroting 2017 bedroeg de beleidsruimte die niet nog concreet was toebedeeld aan modaliteiten € 1,5 miljard. In de begroting 2017 is aangegeven dat dit bedrag nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.

Om vast te kunnen stellen of de budgetten voor doorlopende verplichtingen in de jaren 2029 en 2030 nog moet worden bijgesteld, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 253 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte uit de verlenging tot en met 2030.

18.11 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 18.11 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Programmaruimte

0

0

0

0

0

13.805

1.589.328

1.603.133

Beleidsruimte

0

0

0

0

519.091

519.319

0

1.038.410

Totaal

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

2.641.543

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn noodzakelijke middelen opgenomen voor Vervanging en Renovatie vanaf 2031. Deze middelen worden nog niet toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Op een later moment worden deze middelen toegewezen aan het artikel 12 Hoofdwegennet, het artikel 13 Spoorwegen en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds. Toewijzing van deze middelen zal geschieden op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk (inclusief Deltafonds). In de instandhoudingsbijlage wordt nader ingegaan op de vervangingsopgave.

Het budget voor Vervanging en Renovatie is op het niveau van 2030 doorgetrokken, maar wordt voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging en nog niet toebedeeld aan de modaliteiten. Voor Spoor betreft dit alleen de verwachte toename van de vervangingsopgave vanaf 2031, zoals in de instandhoudingsbijlage bij de begroting 2017 is opgenomen.

18.16 Reservering Omgevingswet

Motivering

Voor de eerste investeringen ten behoeve van het Digitale Stelsel Omgevingswet als onderdeel van het programma Omgevingswet zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen. Op dit artikelonderdeel is de reservering opgenomen voor de implementatie van de Omgevingswet, naar aanleiding van het ondertekenen van het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken stelselherziening omgevingsrecht door de Minister van IenM en de koepels VNG, IPO en UvW op 21 april 2016. Deze reservering is bestemd voor de eenmalige kosten waaronder de investeringen voor het digitale stelsel en de invoeringsondersteuning voor de Omgevingswet. Deze middelen worden op de begroting Hoofdstuk HXII verantwoord.

18.17 Verkenningen Nieuwe Stijl

Motivering

In dit artikelonderdeel staan de verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en 75% zicht op financiering hebben. Voorts gaan verkenningen nieuwe stijl niet automatisch door naar de planuitwerking, maar vindt er een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaats. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de SVIR. Dit artikelonderdeel geeft de mogelijkheid om budgetten voor Verkenningen Nieuwe Stijl vorm te geven.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting Hoofdstuk XII komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII.

Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investeringsfondsen op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Ontvangsten

5.026.766

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

19.09 Ten laste van begroting IenM

5.026.766

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2031 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

               

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

6.030.014

5.661.891

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

               

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

5.553.891

5.121.536

5.041.999

4.942.140

5.233.405

5.225.818

5.361.316

82.475.935

19.09 Bijdragen ten laste van begroting Hoofdstuk XII

Motivering

Dit begrotingsartikel is technisch van aard.

4. BIJLAGEN

Bijlage 1 Voeding van het Infrastructuurfonds en begrotingsstaat per productartikelonderdeel

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

12

Hoofdwegennet

Uitgaven

2.291.583

2.575.982

2.554.581

2.707.385

2.806.046

2.973.869

3.232.836

3.068.026

2.905.881

2.573.002

2.369.334

2.404.074

2.132.329

2.087.318

1.360.828

38.043.074

12.01

Verkeersmanagement

 

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

3.673

3.672

3.670

3.670

3.670

3.678

3.678

3.678

3.678

55.139

12.02

Beheer, onderhoud en vervanging

614.375

645.593

637.675

529.783

629.827

587.072

590.282

619.225

644.537

644.537

745.454

753.749

763.863

801.146

470.947

9.678.065

12.03

Aanleg

 

493.322

781.590

905.105

1.160.531

1.215.916

1.472.204

1.755.537

1.577.124

1.385.881

1.039.565

777.286

576.803

217.083

545.000

35.677

13.938.624

12.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

618.921

581.030

455.632

460.687

410.514

397.500

367.071

360.979

363.972

376.467

334.809

323.776

393.981

24.997

334.074

5.804.410

12.06

Netwerkgebonden kosten HWN

561.285

564.089

552.488

552.704

546.112

513.419

516.273

507.026

507.821

508.763

508.115

516.452

516.452

516.452

516.452

7.903.903

12.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

229.616

237.272

196.045

0

662.933

                                     

12.09

Ontvangsten

Ontvangsten

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

133.540

57.345

63.078

43.034

43.130

43.034

47.234

42.534

42.534

46.733

1.093.545

 

Overige ontvangsten

 

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

111.254

14.811

20.544

500

596

500

4.700

0

0

0

684.254

 

Tolopgave

 

0

0

0

0

0

22.286

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

46.733

409.291

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

2.145.394

2.485.580

2.499.238

2.616.884

2.657.132

2.840.329

3.175.491

3.004.948

2.862.847

2.529.872

2.326.300

2.356.840

2.089.795

2.044.784

1.314.095

36.949.529

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

1.912.520

1.856.710

2.095.186

1.798.788

1.821.610

1.824.668

1.980.450

1.925.546

1.638.495

29.758.029

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

1.277.728

1.282.479

1.257.016

1.287.050

1.293.688

1.300.256

1.343.567

1.343.590

1.382.646

19.428.605

13.03

Aanleg

 

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

441.138

375.347

626.617

304.664

321.922

323.384

192.882

203.007

0

6.840.054

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

171.057

172.787

173.656

174.177

173.103

168.132

77.180

77.180

38.590

2.189.996

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

248.955

13.08

Investeringsruimte

 

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

1.050.419

                                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

208.641

195.074

320.728

201.836

201.857

201.878

201.899

201.921

201.943

3.304.635

 

Concessie HRN/HSL

 

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

177.118

2.656.770

 

Overige ontvangsten

 

68.578

137.132

25.096

20.211

25.145

29.988

31.523

17.956

143.610

24.718

24.739

24.760

24.781

24.803

24.825

647.865

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

1.900.947

1.876.136

1.851.941

1.897.702

2.029.752

1.978.720

1.703.879

1.661.636

1.774.458

1.596.952

1.619.753

1.622.790

1.778.551

1.723.625

1.436.552

26.453.394

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

202.050

246.600

201.111

170.614

96.629

5.098

40.596

1.606

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

1.002.280

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

163.093

194.764

109.215

102.607

84.529

1.605

40.596

1.606

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

735.991

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

0

0

0

9.233

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

9.233

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

38.957

51.836

91.896

58.774

12.100

3.493

0

0

0

0

0

0

0

0

0

257.056

                                     

14.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

202.050

246.600

201.111

170.614

96.629

5.098

40.596

1.606

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

1.002.280

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

895.805

964.746

1.254.278

1.058.242

804.249

858.366

734.530

693.885

675.959

841.440

873.626

774.885

759.255

774.863

576.139

12.540.268

15.01

Verkeersmanagement

 

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

127.875

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

337.708

376.866

386.647

294.409

214.636

298.197

330.323

260.850

231.841

232.721

231.357

311.783

319.477

311.478

206.094

4.344.387

15.03

Aanleg

 

205.758

227.570

323.205

286.411

233.580

203.242

57.040

85.960

97.741

242.469

246.966

110.739

51.435

76.685

21.721

2.470.522

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

34.716

44.839

232.771

166.789

46.912

53.284

45.022

44.648

44.930

44.322

43.725

42.951

42.629

42.573

42.539

972.650

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

309.098

306.946

303.130

302.108

300.596

295.118

293.620

293.902

292.922

293.403

294.680

297.260

297.260

297.260

297.260

4.474.563

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

20.000

48.373

3.627

39.929

38.342

0

150.271

                                     

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

94.736

131.197

133.927

100.240

59.500

37.668

0

7.976

0

0

0

0

0

0

0

565.244

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

801.069

833.549

1.120.351

958.002

744.749

820.698

734.530

685.909

675.959

841.440

873.626

774.885

759.255

774.863

576.139

11.975.024

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Uitgaven

176.640

262.497

343.502

419.891

482.804

477.000

408.574

339.095

252.505

206.005

237.078

197.364

81.043

126.742

0

4.010.740

17.02

Betuweroute

 

3.095

4.942

4.807

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

12.844

17.03

Hogesnelheidslijn-Zuid

 

5.731

8.894

22.750

17.200

16.600

16.700

0

0

0

0

0

0

0

0

0

87.875

17.06

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

8.996

34.940

3.872

1.724

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

35.180

0

0

0

105.663

17.07

ERTMS

 

43.282

98.823

147.261

208.772

283.829

299.771

278.127

214.672

165.283

136.408

138.421

108.500

81.043

126.742

0

2.330.934

17.08

ZuidasDok

 

115.536

114.898

164.812

192.195

179.382

157.536

127.454

121.430

84.229

66.604

95.664

53.684

0

0

0

1.473.424

                                     

17.09

Ontvangsten

 

34.809

30.436

61.496

69.039

92.586

39.677

33.056

31.303

21.214

62.068

24.094

19.708

0

0

0

519.486

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

141.831

232.061

282.006

350.852

390.218

437.323

375.518

307.792

231.291

143.937

212.984

177.656

81.043

126.742

0

3.491.254

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

0

0

0

0

0

0

524.761

555.804

2.034.530

3.187.764

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

3

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

6.740

1.016

879

775

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

9.410

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

32.507

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

2.641.543

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

445.202

445.202

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.15

Ramingsbijstelling

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18.16

Reservering Omgevingswet

27.244

1.950

1.299

255

0

0

0

0

0

0

0

0

5.670

22.680

0

59.098

                                     

18.09

Ontvangsten

Ontvangsten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

32.508

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

550.802

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

550.802

 

Bijdrage van hfdst XII (art 26)

– 516.815

2.966

2.178

1.030

0

0

0

0

0

0

0

0

524.761

555.804

2.034.530

2.604.454

Bedragen x € 1.000

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

19

Bijdragen andere begrotingen Rijk

                               

19.09

Ontvangsten

Ontvangsten

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

6.030.014

5.661.891

5.553.891

5.121.536

5.041.999

4.942.140

5.233.405

5.225.818

5.361.316

82.475.935

                                     
 

Totaal uitgaven

 

5.779.215

6.243.177

6.409.805

6.452.193

6.421.743

6.500.159

6.329.056

5.959.322

5.938.867

5.428.570

5.310.984

5.210.960

5.477.838

5.470.273

5.609.992

88.542.155

 

Totaal ontvangsten

 

1.104.739

566.285

452.980

457.109

503.263

417.991

299.042

297.431

384.976

307.034

268.985

268.820

244.433

244.455

248.676

6.066.220

 

Totaal Bijdrage van hfdst XII (art 26)

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

6.030.014

5.661.891

5.553.891

5.121.536

5.041.999

4.942.140

5.233.405

5.225.818

5.361.316

82.475.935

Bijlage 2 Verdiepingsbijlage

In de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.

Artikel 12 Hoofdwegennet

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

3.638

3.638

3.639

3.638

3.635

3.632

3.631

3.630

3.628

3.628

3.628

3.636

3.636

3.636

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

3.638

3.638

3.639

3.638

3.635

3.632

3.631

3.630

3.628

3.628

3.628

3.636

3.636

3.636

0

Extrapolatie 2031

3.636

                           

3.636

Prijsbijstelling 2017

630

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

Mutaties Miljoenennota 2018

 

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

42

3.678

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.01 Verkeersmgmt.

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

3.673

3.672

3.670

3.670

3.670

3.678

3.678

3.678

3.678

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

609.164

631.992

616.981

537.601

454.296

820.791

796.719

800.952

801.253

773.447

746.027

735.612

735.612

735.612

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 18.546

350

2.662

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

590.618

632.342

619.643

537.601

454.296

820.791

796.719

800.952

801.253

773.447

746.027

735.612

735.612

735.612

0

A15 Papendrecht – Sliedrecht: derde rijstrook

– 2.200

         

– 2.200

                 

Afspraken SLA BenO

0

 

48.665

– 3.959

– 52.030

89.555

– 11.638

– 23.548

– 27.708

– 13.361

– 10.904

– 4.647

– 3.475

6.525

6.525

 

BenO A28/A1 Knooppunt Hoevelaken

– 1.004

   

– 370

– 370

– 264

                   

Bruggen A27

– 389.000

           

– 119.000

– 90.000

– 90.000

– 90.000

         

Correctie Uitvoeringsbesluit A4 Vlietland–N14

– 1.564

         

– 626

– 938

               

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

– 50.284

   

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

– 3.868

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

– 23.864

   

– 1.836

– 1.836

– 1.836

– 1.836

– 1.835

– 1.835

– 1.836

– 1.836

– 1.835

– 1.835

– 1.836

– 1.836

– 1.836

DBFM SAA A6 Almere

– 39.828

     

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

– 3.319

Extrapolatie 2031

465.920

                           

465.920

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

2.787

– 56.593

6.691

33.620

88.319

– 177.560

– 21.282

– 22.350

– 22.737

2.612

34.691

43.934

43.934

43.934

 

Nalevingskosten SWUNG

56.127

14.065

13.919

13.919

13.919

305

                   

Omzetting payrollers

– 240

– 80

– 80

– 80

                       

Prijsbijstelling 2017

120.087

6.985

7.340

7.535

6.066

6.639

5.328

5.353

5.353

5.640

5.640

5.640

5.735

5.850

35.133

5.850

Uitvoeringsbesluit A13/A16 Rotterdam

64.590

               

10.765

10.765

10.765

10.765

10.765

10.765

 

Uitvoeringsbesluit ZuidasDok

32.800

                     

8.200

8.200

8.200

8.200

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

– 334.000

         

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 38.000

– 30.000

 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

23.757

13.251

18.032

– 7.818

175.531

– 233.719

– 206.437

– 181.727

– 156.716

– 128.910

– 573

18.137

28.251

65.534

470.947

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderh & verv.

614.375

645.593

637.675

529.783

629.827

587.072

590.282

619.225

644.537

644.537

745.454

753.749

763.863

801.146

470.947

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

 

631.536

815.629

1.090.180

1.200.544

1.332.627

1.561.952

1.523.996

1.381.070

1.228.153

898.620

653.755

470.349

217.210

217.210

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

128.742

– 1.488

– 11.229

– 4.565

9.518

0

19.036

19.036

0

0

0

2.697

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

760.278

814.141

1.078.951

1.195.979

1.342.145

1.561.952

1.543.032

1.400.106

1.228.153

898.620

653.755

473.046

217.210

217.210

0

A15 Papendrecht – Sliedrecht: derde rijstrook

2.200

         

2.200

                 

Afspraken SLA BenO

0

 

– 64.228

– 5.593

41.778

– 101.878

16.826

28.799

33.459

19.361

16.904

10.647

7.975

– 2.025

– 2.025

 

BenO A28/A1 Knooppunt Hoevelaken

1.004

   

370

370

264

                   

Beter Benutten Blauwe Golf Verbindend

– 104

– 104

                           

Beter Benutten-BOO gedeelte spitsstroken A7/A8

– 1.221

   

– 1.221

                       

Beter Benutten-ITS

– 1.000

– 500

– 500

                         

Bijdragen derden Hoofdwegennet

– 8.509

   

– 15.490

   

6.981

                 

Bruggen A27

389.000

           

119.000

90.000

90.000

90.000

         

BZK: eID

0

 

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

– 877

12.048

– 1.524

Connecting Mobility

– 3.900

– 1.300

– 1.300

– 1.300

                       

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

73.042

                       

36.521

36.521

 

Correctie Uitvoeringsbesluit A4 Vlietland–N14

1.564

         

626

938

               

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

– 246.195

– 121.974

– 23.842

– 8.117

– 3.510

             

– 88.752

     

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

– 207.477

– 126.519

– 9.963

– 47.346

– 9.117

             

– 14.532

     

DBFM SAA A6 Almere

– 232.119

– 35.541

– 62.165

– 86.037

– 5.435

– 42.941

                   

Defensie: MOC Kustwacht

0

– 805

– 3.242

– 3.643

– 3.939

– 3.666

– 3.261

– 2.480

– 2.480

– 2.480

– 2.480

– 2.480

– 2.480

– 2.480

38.756

– 2.840

Eenvoudig Beter

0

37

2.463

– 2.500

                       

Extrapolatie 2031

36.521

                           

36.521

GF: MIRT-onderzoek A2: Deil – Den Bosch/Vught

– 10

– 10

                           

Havenimpuls CN (St. Eustatius)

– 400

– 400

                           

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

28.944

39.391

– 34.682

– 41.561

– 1.259

109.477

39.045

– 21.432

23.045

– 22.620

– 175.804

– 102.246

– 102.233

261.935

 

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

– 983

– 4.257

312

363

338

297

7.747

943

158

323

180

– 5.421

     

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

0

– 69.617

3.450

   

17.011

49.156

                 

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

70.000

105.000

45.000

   

– 305.000

 

25.000

30.000

30.000

         

Meerjarenprogramma Geluidsanering

– 2.300

                     

– 2.300

     

Motie Visser c.s. N50 Kampen – Kampen-Zuid

5.000

                         

5.000

 

Nalevingskosten SWUNG

– 56.127

– 14.065

– 13.919

– 13.919

– 13.919

– 305

                   

OCW: Beter Benutten

500

500

                           

Ombouw programmadirectie Beter Benutten

– 6.000

 

– 3.000

– 3.000

                       

Omzetting payrollers

– 1.170

– 390

– 390

– 390

                       

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

– 4.280

– 5.350

– 5.350

– 5.082

– 3.173

               

23.235

 

Prijsbijstelling 2017

142.830

11.050

13.999

14.155

17.140

16.355

21.479

16.333

22.319

5.286

36.460

21.023

17.765

17.243

– 95.497

7.720

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

– 22.249

64

173

 

– 6.400

 

11.532

 

26.086

   

277.607

 

– 231.311

– 100.000

 

Strategisch Capaciteit Management areaalgroei

0

– 1.063

– 1.481

– 1.553

– 2.317

– 3.184

– 3.184

             

12.782

 

Uitgaven realisatie tolsysteem

40.000

         

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Uitkomsten BO MIRT najaar 2016

695.000

                     

245.000

300.000

150.000

 

Uitvoeringsbesluit A13/A16 Rotterdam

0

               

– 10.765

– 10.765

– 10.765

53.825

– 10.765

– 10.765

 

Uitvoeringsbesluit ZuidasDok

– 32.800

                     

– 8.200

– 8.200

– 8.200

– 8.200

Uitvoering tol: bijdrage aan RDW

– 3.898

 

– 814

– 966

– 1.243

– 875

                   

Voorbereiding tol: bijdrage aan RWS

– 7.136

 

– 1.699

– 1.699

– 1.699

– 2.039

                   

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 266.956

– 32.551

– 173.846

– 35.448

– 126.229

– 89.748

212.505

177.018

157.728

140.945

123.531

103.757

– 127

327.790

35.677

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.03 Aanleg

493.322

781.590

905.105

1.160.531

1.215.916

1.472.204

1.755.537

1.577.124

1.385.881

1.039.565

777.286

576.803

217.083

545.000

35.677

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

 

561.811

508.934

332.315

374.991

357.405

322.746

350.944

322.311

324.386

317.380

434.005

214.211

214.211

214.211

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

47.644

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

609.455

508.934

332.315

374.991

357.405

322.746

350.944

322.311

324.386

317.380

434.005

214.211

214.211

214.211

0

Beter Benutten-BOO gedeelte spitsstroken A7/A8

1.221

   

1.221

                       

Bijdragen derden Hoofdwegennet

– 7.140

 

– 7.140

                         

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

168.370

                       

84.299

84.071

 

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

201.035

7.942

9.739

31.116

20.065

15.735

12.342

12.173

12.014

11.852

11.691

11.532

11.375

11.283

11.158

11.018

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

226.362

13.256

26.195

58.527

20.154

9.069

8.939

8.811

8.715

8.611

8.501

8.393

22.819

8.214

8.126

8.032

DBFM SAA A6 Almere

265.839

7.013

9.105

8.782

41.888

58.092

14.941

14.734

14.530

14.372

14.193

14.004

13.817

13.634

13.455

13.279

Extrapolatie 2031

294.234

                           

294.234

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

– 25.783

27.765

18.493

– 8.049

– 34.452

45.753

– 23.325

25.829

1.053

20.861

141.113

58.312

58.299

– 305.869

 

Prijsbijstelling 2017

65.982

7.038

6.605

5.178

5.238

4.665

4.311

3.734

3.666

3.698

3.841

3.369

3.242

4.041

– 155

7.511

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

– 308.998

 

– 173

 

6.400

 

– 11.532

 

– 26.086

   

– 277.607

       

Mutaties Miljoenennota 2018

 

9.466

72.096

123.317

85.696

53.109

74.754

16.127

38.668

39.586

59.087

– 99.196

109.565

179.770

– 189.214

334.074

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.04 GIV/PPS

618.921

581.030

455.632

460.687

410.514

397.500

367.071

360.979

363.972

376.467

334.809

323.776

393.981

24.997

334.074

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

548.881

531.628

527.203

527.653

517.494

505.182

511.464

503.562

505.022

505.456

503.977

510.783

510.783

510.783

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 1.497

– 516

– 568

– 509

26

26

26

26

26

26

26

26

26

26

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

547.384

531.112

526.635

527.144

517.520

505.208

511.490

503.588

505.048

505.482

504.003

510.809

510.809

510.809

0

ABP pensioenpremie

35.958

2.414

2.409

2.402

2.405

2.390

2.382

2.393

2.393

2.397

2.398

2.391

2.396

2.396

2.396

2.396

Afspraken SLA BenO

0

 

15.563

9.552

10.252

12.323

– 5.188

– 5.251

– 5.751

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 4.500

– 4.500

– 4.500

 

Bijdrage Bedrijfsgeneeskundige zorg

20

20

                           

Connecting Mobility

3.900

1.300

1.300

1.300

                       

Extrapolatie 2031

506.309

                           

506.309

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

634

634

634

634

549

141

– 84

– 926

– 1.361

– 855

         

Loonbijstelling 2017

77.452

4.274

5.516

5.429

5.429

5.290

5.124

5.151

5.144

5.154

5.156

5.141

5.161

5.161

5.161

5.161

KNMI offerte 2017

– 216

– 40

– 20

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

– 12

Omzetting payrollers

1.410

470

470

470

                       

Overboeking coördinerende inkoopfunctie

– 750

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

Prijsbijstelling 2017

40.443

2.398

2.975

2.876

2.886

2.879

2.630

2.636

2.640

2.645

2.644

2.642

2.648

2.648

2.648

2.648

Strategisch Capaciteit Management areaalgroei

13.200

1.481

1.481

1.553

2.317

3.184

3.184

                 

Verduurzaming SLA

2.000

1.000

1.000

                         

Voorbereiding tol: bijdrage aan RWS

7.136

 

1.699

1.699

1.699

2.039

                   

Mutaties Miljoenennota 2018

 

13.901

32.977

25.853

25.560

28.592

8.211

4.783

3.438

2.773

3.281

4.112

5.643

5.643

5.643

516.452

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.06 Netwerk HWN

561.285

564.089

552.488

552.704

546.112

513.419

516.273

507.026

507.821

508.763

508.115

516.452

516.452

516.452

516.452

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

451.651

305.961

293.827

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 2.697

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

448.954

305.961

293.827

0

Calamiteiten opstelplaats

– 1.200

                     

– 1.200

     

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

88.752

                     

88.752

     

Havenimpuls CN (St. Eustatius)

400

                     

400

     

Meerjarenprogramma Geluidsanering

2.300

                     

2.300

     

Motie Hoogland c.s. Kornwerderzand

– 30.000

                         

– 30.000

 

Motie Visser c.s. N50 Kampen – Kampen-Zuid

– 5.000

                         

– 5.000

 

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

331.311

                       

231.311

100.000

 

Strategisch Capaciteit Management areaalgroei

– 12.782

                         

– 12.782

 

Uitkomsten BO MIRT najaar 2016

– 695.000

                     

– 245.000

– 300.000

– 150.000

 

Uitvoeringsbesluit A13/A16 Rotterdam

– 64.590

                     

– 64.590

     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 219.338

– 68.689

– 97.782

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

229.616

237.272

196.045

0

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 HWN

 

2.355.030

2.491.821

2.570.318

2.644.427

2.665.457

3.214.303

3.186.754

3.011.525

2.862.442

2.498.531

2.341.392

2.386.242

1.987.413

1.975.279

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 HWN

2.511.373

2.490.167

2.561.183

2.639.353

2.675.001

3.214.329

3.205.816

3.030.587

2.862.468

2.498.557

2.341.418

2.386.268

1.987.439

1.975.305

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 HWN

 

2.291.583

2.575.982

2.554.581

2.707.385

2.806.046

2.973.869

3.232.836

3.068.026

2.905.881

2.573.002

2.369.334

2.404.074

2.132.329

2.087.318

1.360.828

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

126.245

81.400

79.498

105.493

86.230

143.635

39.946

58.324

39.034

39.131

39.034

43.234

38.534

38.534

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

13.019

4.547

0

0

9.518

0

19.036

19.036

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

139.264

85.947

79.498

105.493

95.748

143.635

58.982

77.360

39.034

39.131

39.034

43.234

38.534

38.534

0

Bijdragen derden Hoofdwegennet

– 15.649

 

– 7.140

– 15.490

   

6.981

                 

Extrapolatie 2031

38.534

                           

38.534

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

0

6.582

11.197

– 8.864

– 15.356

53.157

– 22.189

– 5.646

– 18.879

 

– 2

         

Prijsbijstelling 2017

7.168

279

398

199

364

9

1.113

9

597

 

1

       

4.199

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

64

64

                           

Uitgaven realisatie tolsysteem

40.000

         

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Mutaties Miljoenennota 2018

 

6.925

4.455

– 24.155

– 14.992

53.166

– 10.095

– 1.637

– 14.282

4.000

3.999

4.000

4.000

4.000

4.000

46.733

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten HWN

146.189

90.402

55.343

90.501

148.914

133.540

57.345

63.078

43.034

43.130

43.034

47.234

42.534

42.534

46.733

ABP pensioenpremie

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2017 ter compensatie van de pensioenpremiestijging aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op Hoofdstuk XII en de fondsen.

Afspraken SLA BenO

Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud, zogenoemde Service Level Agreement (SLA). Middels een kasschuif via artikelonderdeel aanleg 12.03 Aanleg worden middelen op artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging en 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN conform de SLA gebudgetteerd.

Bijdragen derden Hoofdwegennet

De bijdrage vanuit de regio voor N33 Assen–Zuidbroek valt lager uit als gevolg van meevallende uitgaven (– € 7,1 miljoen). Tevens vallen de ontvangsten lager uit wegens het niet doorgaan van de bestuursovereenkomst voor hoogwaardig openbaar vervoer A27/A1 (– € 1,1 miljoen) en een aanbestedingsmeevaller op A4/A9 Badhoevedorp (– € 14,4 miljoen). Daarnaast zijn er extra ontvangsten vanuit de regio voor de aanleg van een fiets- en voetgangerstunnel met betrekking tot de A28/A1 knooppunt Hoevelaken (+ € 7,0 miljoen).

Bruggen A27

Naar aanleiding van de problematiek omtrent de Merwedebrug zijn de werkzaamheden met betrekking tot de bruggen op het traject A27 Houten – Hooipolder heroverwogen. Geconcludeerd is dat een versnelde vervanging en toekomstvaste aanleg over de totale levensduur van de bruggen leidt tot lagere Life Cycle Costs. Voor de vervangingsinvestering wordt € 389 miljoen overgeboekt vanuit artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging naar artikelonderdeel 12.03 Aanleg (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 57).

BZK: programma elektronisch identificeren (eID)

Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte.

In de begroting 2017 is aangegeven dat de beleidsruimte nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld. Om dit vast te kunnen stellen, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 120,8 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen op artikel 12 Hoofdwegennet. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte op artikel 18 Overige uitgaven.

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Er is sprake van een aanbestedingsmeevaller van € 88,8 miljoen. Deze wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdwegennet en doorgeschoven naar latere jaren. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project N18 Varsseveld – Enschede afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

DBFM SAA A6 Almere

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere deeltraject A6 Almere afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

Defensie: MOC Kustwacht

De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, vinden kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaats.

Eenvoudig Beter

In het kader van het programma Eenvoudig Beter wordt in 2017 € 7,5 miljoen overgeboekt van de begroting HXII naar artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet op het Infrastructuurfonds. Door vertraging in het wetgevingstraject zijn de middelen in 2018 en 2019 benodigd. Via de aanlegprogramma’s van Hoofdwegennet vinden kasschuiven plaats om de middelen in de juiste jaren te begroten.

Extrapolatie 2031

Dit betreft de extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2031. De doorlopende verplichtingen worden overgeheveld naar desbetreffende productartikelen. De budgetten voor vervanging en renovatie worden voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging. Het restant van € 1,6 miljard wordt ten gunste gebracht van de programmaruimte op artikel 18 Overige uitgaven. Tot slot zijn de ontvangsten van derden verwerkt.

Kasschuiven binnen Hoofdwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk. De omvangrijkste kasschuiven vinden plaats op artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging, artikelonderdeel 12.04 Geïntegreerde contractvormen wegens geactualiseerd kasritmes op met name de projecten A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere en A15 Maasvlakte–Vaanplein, en artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten wegens onder meer een ontvangstenschuif op A7 Zuidelijke Ringweg Groningen.

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven tussen modaliteiten

Op de verschillende modaliteiten treden diverse autonome wijzigingen van de programmering op. Om een betere verdeling van de overprogrammering over de verschillende modaliteiten te verkrijgen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Loonbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende loonbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Meerjarenprogramma Geluidsanering

Op de begroting HXII stond er voor € 75 miljoen aan activiteiten geraamd die vallen binnen de scope van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG). Hiervan was reeds € 43,7 miljoen gerealiseerd op Hoofdstuk XII. Hiermee was echter tot op heden geen rekening gehouden binnen het op het Infrastructuurfonds beschikbare budget voor MJPG. Dit betekent dus dat – gelet op het budget gestuurde karakter – er nu € 43,7 miljoen teveel staat geraamd bij het MJPG op het Infrastructuurfonds. Deze € 43,7 miljoen valt vrij naar de investeringsruimte Hoofdwegennet (€ 2,3 miljoen) en Spoorwegen (€ 41,4 miljoen).

Motie Hoogland c.s. Kornwerderzand

Bij het notaoverleg over het MIRT van 28 november 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 52) is de motie ingediend en aangenomen € 30 miljoen beschikbaar te stellen voor de nieuwe sluis bij Kornwerderzand. Met deze mutatie wordt € 30 miljoen onttrokken uit de investeringsruimte Hoofdwegennet en toegevoegd aan artikelonderdeel 15.03 Aanleg (Hoofdvaarwegennet).

Motie Visser c.s. N50 Kampen – Kampen-Zuid

Bij het notaoverleg over het MIRT van 28 november 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 52) is de motie ingediend en aangenomen om € 5 miljoen beschikbaar te stellen voor de aanpak van de verkeersveiligheids- en doorstromingsproblemen met betrekking tot de N50 Kampen–Kampen Zuid. Met deze mutatie wordt € 5 miljoen onttrokken uit de investeringsruimte Hoofdwegennet en middels een kasschuif in 2020 toegevoegd aan artikelonderdeel 12.03 Aanleg.

Nalevingskosten SWUNG

Met deze overboeking wordt de reservering op planuitwerking en verkenning voor de nalevingskosten SWUNG toegevoegd aan artikelonderdeel 12.02 Beheer en onderhoud overeenkomstig de Service Level Agreement (SLA) met Rijkswaterstaat zoals eerder gemeld bij de begroting 2017.

Ombouw programmadirectie Beter Benutten

De huidige programmadirectie Beter Benutten zal in 2017 worden omgebouwd. In het kader van de ombouw wordt ingezet op het doorzetten van de werkwijze van Beter Benutten, innovatie en Intelligente Transport Systemen (ITS) als primaire activiteit met raakvlakken met aanpalende thema’s als de fietsagenda, Logistiek en Duurzame mobiliteit. Hiertoe wordt in 2018 en 2019 in totaal € 6 miljoen overgeheveld naar de begroting HXII.

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdwegennet

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Hoofdwegennet. De omvangrijkste meevallers doen zich voor bij aflossing tunnels (€ 303,7 miljoen) en A59 Rosmalen–Geffen (€ 11,5 miljoen).

Strategisch Capaciteit Management

Middels het instrument strategisch capaciteitsmanagement (SCM) kijkt Rijkswaterstaat meerjarig (tenminste vijf jaar) naar de productie en de daarbij benodigde capaciteit. Daarbij is op basis van rekenregels de benodigde capaciteit voor de verschillende Rijkswaterstaat producten berekend. Hieruit volgt een capaciteitsbehoefte als gevolg van areaalgroei (bediening van sluizen, tunnels en stuwen). Vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden middelen overgeboekt naar netwerkgebonden kosten op desbetreffende modaliteiten. Via kasschuiven op de aanlegartikelonderdelen van Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden de middelen uit de investeringsruimte in het juiste ritme ter beschikking gesteld.

Uitgaven realisatie tolsysteem

Dit betreft de budgettaire verwerking van de uitvoering van de tijdelijke tolheffing, Blankenburgverbinding en ViA15. De dekking van het daarvoor benodigde budget komt uit de tolopbrengsten.

Uitkomsten BO MIRT najaar 2016

Vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet wordt € 695 miljoen overgeboekt naar verkenningen en planuitwerkingen op artikelonderdeel 12.03 Aanleg voor de programma-aanpak Bereikbaarheid (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 9). Het gaat om het gebiedsprogramma Rotterdam–Den Haag (€ 200 miljoen), gebiedsprogramma Amsterdam (€ 200 miljoen), goederencorridor Oost (€ 200 miljoen), vervolgprogramma Meer Veilig (€ 30 miljoen), A4 Leiden (€ 50 miljoen) en A6 Almere–Lelystad (€ 15 miljoen). De programma’s dragen bij aan betere deur-tot-deur bereikbaarheid door inzet op zowel weg, OV/spoor, vaarwegen, fiets als smart oplossingen.

Uitvoeringsbesluit A13/A16 Rotterdam

Als gevolg van het uitvoeringsbesluit A13/A16 Rotterdam worden aanvullend benodigde middelen voor beheer en onderhoud vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet toegevoegd aan artikelonderdeel 12,02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Uitvoeringsbesluit ZuidasDok

Als gevolg van het uitvoeringsbesluit Zuidasdok worden de middelen die voor beheer en onderhoud gereserveerd staan op artikelonderdeel 12.03 Aanleg overgeheveld naar artikelonderdeel 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

Op basis van het (tweejaarlijks) VenR-prognoserapport blijkt tot en met 2030 sprake te zijn van een tekort op de vervanging en renovatieopgave op artikel 15 Hoofdvaarwegennet. Dit gewijzigde beeld is ontstaan doordat voor het hoofdvaarwegennet de VenR-behoefte op middellange termijn beter in beeld is gekomen, waarbij de toegenomen kosten voor issues als bruggen (stalen bruggen/draagkracht) en het opnemen van damwandenproblematiek een belangrijk deel van de toename veroorzaken. Het tekort op artikel 15 Hoofdvaarwegennet zorgt op fondsniveau niet voor een verhoging van de benodigde middelen voor VenR, aangezien het VenR-prognoserapport van Rijkswaterstaat tegelijkertijd een overschot liet zien op de vervanging- en renovatieopgave op artikel 12 Hoofdwegennet. In bijlage 4 wordt de vervanging en renovatieopgave nader toegelicht.

Voorbereiding tol: bijdrage aan Rijkswaterstaat

Voor de uitvoering van de tijdelijke tolheffing op Blankenburgverbinding en ViA15 en de hieraan gekoppelde uitbreiding van de formatie heeft Rijkswaterstaat extra capaciteit nodig. De dekking van het daarvoor benodigde apparaatbudget komt uit de tolopbrengsten, aanmaningsvergoedingen en boetes. Voor de openstelling van de projecten worden de uitgaven ingepast in de begroting van het Infrastructuurfonds (en later terugbetaald vanuit de tolontvangsten).

Artikel 13 Spoorwegen

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

1.245.661

1.226.826

1.192.105

1.213.190

1.215.680

1.207.073

1.209.904

1.190.864

1.229.572

1.228.591

1.298.154

1.178.499

1.178.499

1.178.499

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

30.954

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

1.276.615

1.226.826

1.192.105

1.213.190

1.215.680

1.207.073

1.209.904

1.190.864

1.229.572

1.228.591

1.298.154

1.178.499

1.178.499

1.178.499

0

Afrekening BTW gebruiksvergoeding ProRail

1.788

1.788

                           

Beheer, onderhoud en vervanging regionale projecten

2.250

         

2.250

                 

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

299.608

                       

149.793

149.815

 

Extrapolatie 2031

1.366.926

                           

1.366.926

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

21.598

– 3.956

– 2.956

23.148

31.548

– 22.356

– 20.000

4.000

– 31.026

 

– 63.000

63.000

     

Overdracht Hoekse Lijn

– 18.679

– 18.679

                           

Prijsbijstelling 2017

214.585

14.325

14.108

13.709

13.952

13.980

13.881

13.914

13.695

14.140

14.129

14.204

14.277

15.275

15.276

15.720

Programma aanpak suïcide

– 4.235

 

– 1.400

– 1.400

– 1.435

                     

Restwerkzaamheden HSL-Zuid

291

291

                           

Risicoreservering naar beheer, onderhoud en vervanging

542.000

7.260

9.680

37.110

44.370

44.370

73.910

73.910

73.920

44.330

44.330

44.330

44.480

     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

26.583

18.432

46.463

80.035

89.898

67.685

67.824

91.615

27.444

58.459

– 4.466

121.757

165.068

165.091

1.382.646

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderh.& verv.

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

1.277.728

1.282.479

1.257.016

1.287.050

1.293.688

1.300.256

1.343.567

1.343.590

1.382.646

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

 

735.505

674.583

676.245

705.775

769.580

481.374

339.676

304.448

469.912

262.030

237.502

83.743

229.463

290.173

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

187.567

– 2.118

– 513

– 659

– 710

– 626

– 250

– 250

– 250

0

0

0

0

3.952

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

923.072

672.465

675.732

705.116

768.870

480.748

339.426

304.198

469.662

262.030

237.502

83.743

229.463

294.125

0

Aanvullend budget programma NABO

25.000

 

5.000

5.000

7.500

7.500

                   

Afrekening deelproject MJPG

12

12

                           

ATB Vv

68.000

1.000

11.000

10.000

10.000

15.000

15.000

6.000

               

Bijdrage provincie Overijssel 2e perron Zwolle

– 3.206

– 1.603

– 1.603

                         

Bodemsanering station Groningen

4.200

     

4.200

                     

Boetes NS en ProRail

2.300

2.300

                           

Bureau Sanering Verkeerslawaai

2.100

             

2.100

             

BZK: eID

0

 

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

– 647

7.764

 

Defensie: MOC Kustwacht

0

– 594

– 2.393

– 2.690

– 2.908

– 2.707

– 2.408

– 1.831

– 1.831

– 1.831

– 1.831

– 1.831

– 1.831

– 1.831

26.517

 

Dekking budgetspanning PHS

84.000

                       

70.000

14.000

 

Extra rijksbijdrage Fietsparkeren bij stations

40.000

                         

40.000

 

PF: Grensoverschrijdend Spoorvervoer

– 9.458

– 9.458

                           

Inpassing kasschuif Infrastructuurfonds

0

– 250.000

60.000

190.000

                       

Inpassing minregel generale kasschuif OB2017

0

– 80.000

   

80.000

                     

Intercity Dordrecht Breda

0

380

                       

– 380

 

Kasschuiven binnen Megaprojecten

2

80.208

– 20.317

– 67.170

– 74.384

– 92.010

– 45.471

72.168

49.328

54.717

2.893

– 29.120

251.232

– 81.043

– 101.029

 

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

0

– 40.991

83.337

– 16.610

– 20.947

– 1.323

– 1.239

– 2.227

               

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

55.412

46.014

8.241

– 49.284

– 57.065

– 17.464

32.076

– 28.238

76.430

3.567

64.439

– 62.563

– 37.188

– 34.377

 

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

 

– 80.000

– 165.000

– 60.000

50.000

255.000

                 

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

2.000

         

2.000

                 

Meerjarenprogramma Geluidsanering

– 41.400

               

– 41.400

           

Multimodale Knoop Schiphol

250.000

             

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

     

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

– 3.160

– 3.950

– 3.950

– 3.753

– 2.342

               

17.155

 

Prijsbijstelling 2017

74.151

5.107

6.252

7.419

6.005

8.972

9.899

13.223

11.437

30.686

– 348

12.579

14.560

14.128

– 65.768

 

Programma aanpak suïcide

14.235

2.500

3.900

3.900

3.935

                     

Risicoreservering naar BOV

0

22.070

19.650

8.970

710

25.710

– 11.000

– 11.000

– 11.000

– 11.000

– 11.000

– 11.000

– 11.110

     

Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen

– 93.841

– 34.640

– 23.797

– 17.288

– 12.066

   

– 6.050

               

SpoDo regeling

– 29.193

– 20.555

– 8.638

                         

Spooraansluiting VDL Nedcar

5.000

                         

5.000

 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 272.012

93.808

– 39.825

– 111.639

– 48.912

203.670

101.712

71.149

156.955

42.634

84.420

239.641

– 36.581

– 91.118

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.03 Aanleg

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

441.138

375.347

626.617

304.664

321.922

323.384

192.882

203.007

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

158.806

159.508

162.083

169.070

169.882

169.803

171.057

172.787

173.656

174.177

173.103

168.132

168.132

168.132

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

34.752

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

193.558

159.508

162.083

169.070

169.882

169.803

171.057

172.787

173.656

174.177

173.103

168.132

168.132

168.132

0

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

– 181.904

                       

– 90.952

– 90.952

 

Extrapolatie 2031

38.590

                           

38.590

Geluidsmaatregelen HSL-Zuid

230

230

                           

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 18.000

10.500

7.500

                       

Rentemeevaller Infraspeed

– 60.000

 

– 7.750

– 22.000

– 12.500

– 9.000

– 8.750

                 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 17.770

2.750

– 14.500

– 12.500

– 9.000

– 8.750

0

0

0

0

0

0

– 90.952

– 90.952

38.590

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.04 GIV/PPS

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

171.057

172.787

173.656

174.177

173.103

168.132

77.180

77.180

38.590

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

48.362

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 31.765

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

0

Extrapolatie 2031

16.597

                           

16.597

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

16.597

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.07 Rente & afl.

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

40.581

63.582

51.229

53.492

85.451

80.958

80.579

49.913

57.758

52.759

50.631

49.668

382.598

312.929

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

3.345

– 4.045

– 45

– 1.345

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 3.952

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

43.926

59.537

51.184

52.147

85.451

80.958

80.579

49.913

57.758

52.759

50.631

49.668

382.598

308.977

0

Aanvullend budget programma NABO

– 25.000

 

– 5.000

– 5.000

– 7.500

– 7.500

                   

ATB Vv

– 68.000

– 1.000

– 11.000

– 10.000

– 10.000

– 15.000

– 15.000

– 6.000

               

Beheer, Onderhoud en Vervanging regionale projecten

– 2.250

         

– 2.250

                 

Bodemsanering station Groningen

– 4.200

     

– 4.200

                     

Bureau Sanering Verkeerslawaai

– 2.100

             

– 2.100

             

Dekking budgetspanning PHS

– 84.000

                       

– 70.000

– 14.000

 

Extra rijksbijdrage Fietsparkeren bij stations

– 40.000

                         

– 40.000

 

Extrapolatie 2031

200.224

                           

200.224

Intercity Dordrecht Breda

380

                         

380

 

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 65.450

– 51.270

– 11.497

27.424

26.805

41.108

– 12.076

24.238

– 45.404

– 3.567

– 1.439

– 437

37.188

34.377

 

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

– 2.000

         

– 2.000

                 

Meerjarenprogramma Geluidsanering

41.400

               

41.400

           

NSP Arnhem

– 424

– 424

                           

Ontvangst SBNS

600

600

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Friesland

– 177

– 177

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Limburg

– 252

– 252

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Noord-Holland

– 288

– 288

                           

Prijsbijstelling 2017

5.386

 

78

105

305

324

344

357

369

876

438

438

438

438

438

438

Programma aanpak suïcide

– 10.000

– 2.500

– 2.500

– 2.500

– 2.500

                     

Rekenmodel Trillingen RIVM

– 1.000

– 300

– 700

                         

Rentemeevaller Infraspeed

60.000

 

7.750

22.000

12.500

9.000

8.750

                 

Risicoreservering naar BOV

– 542.000

– 29.330

– 29.330

– 46.080

– 45.080

– 70.080

– 62.910

– 62.910

– 62.920

– 33.330

– 33.330

– 33.330

– 33.370

     

Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen

93.841

34.640

23.797

17.288

12.066

   

6.050

               

SpoDo regeling

29.193

20.555

8.638

                         

Spooraansluiting VDL Nedcar

– 5.000

                         

– 5.000

 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 43.926

– 59.537

– 35.684

– 16.985

– 56.451

– 31.958

– 74.579

– 40.413

– 36.458

– 36.459

– 34.331

– 33.369

– 32.374

– 23.805

200.662

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.08 Investeringsruimte

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 Spoorwegen

2.228.915

2.141.096

2.098.259

2.158.124

2.257.190

1.955.805

1.817.813

1.734.609

1.947.495

1.734.154

1.775.987

1.496.639

1.975.289

1.966.330

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 Spoorwegen

2.453.768

2.134.933

2.097.701

2.156.120

2.256.480

1.955.179

1.817.563

1.734.359

1.947.245

1.734.154

1.775.987

1.496.639

1.975.289

1.966.330

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 Spoorwegen

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

1.912.520

1.856.710

2.095.186

1.798.788

1.821.610

1.824.668

1.980.450

1.925.546

1.638.495

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

185.262

314.308

200.642

195.736

200.651

205.474

208.284

194.705

319.852

201.398

201.419

201.440

200.224

200.224

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

63.777

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

249.039

314.308

200.642

195.736

200.651

205.474

208.284

194.705

319.852

201.398

201.419

201.440

200.224

200.224

0

Afrekening BTW gebruiksvergoeding ProRail

1.788

1.788

                           

Afrekening deelproject MJPG

12

12

                           

Bijdrage provincie Overijssel 2e perron Zwolle

– 3.206

– 1.603

– 1.603

                         

Boetes NS en ProRail

2.300

2.300

                           

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

2.496

                       

1.237

1.259

 

Extrapolatie 2031

201.505

                           

201.505

Kasschuiven binnen Spoorwegen

0

– 6.440

1.288

1.288

1.288

1.288

1.288

                 

Ontvangst SBNS

600

600

                           

Prijsbijstelling 2017

5.744

 

257

284

305

324

344

357

369

876

438

438

438

438

438

438

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 3.343

– 58

1.572

1.593

1.612

1.632

357

369

876

438

438

438

1.675

1.697

201.943

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten spoorw.

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

208.641

195.074

320.728

201.836

201.857

201.878

201.899

201.921

201.943

Aanvullend budget programma NABO

Naar aanleiding van een aantal incidenten is besloten om € 25 miljoen toe te voegen aan het projectbudget voor Niet Actief Beveiligde Overwegen (NABO's) (Kamerstukken II 2016–2017 29 983, nr. 209). Middels deze mutatie wordt dit geëffectueerd. De dekking vindt plaats vanuit de investeringsruimte Spoorwegen.

ATB Vv

Dit betreft een overboeking vanuit de investeringsruimte Spoorwegen naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg voor de verdere uitrol van Automatische TreinBeïnvloeding Verbeterde versie (ATB-Vv). Het betreft hier enkel trajecten waarop niet binnen afzienbare termijn ERTMS wordt aangelegd.

BZK: programma elektronisch identificeren (eID)

Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte.

In de begroting 2017 is aangegeven dat de beleidsruimte nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld. Om dit vast te kunnen stellen, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 57,6 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen op artikel 13 Spoorwegen. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte op artikel 18 Overige uitgaven.

Defensie: MOC Kustwacht

De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, vinden kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaats.

Dekking budgetspanning PHS

Door de opheffing van de PHS-leenfaciliteit is een kasspanning van € 84 miljoen op het programma ontstaan (Kamerstukken II 2015–2016 34 404, nr. 79). De spanning wordt opgelost door € 84 miljoen te onttrekken uit de investeringsruimte Spoorwegen en toe te voegen aan het programmabudget van PHS op artikelonderdeel 13.03 Aanleg.

Extra rijksbijdrage Fietsparkeren bij Stations

Om te waarborgen dat de doelstellingen van het actieplan Fietsparkeren bij Stations worden behaald, wordt € 40 miljoen aanvullend budget toegekend aan het programma Fietsparkeren bij Stations (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 691). De dekking vindt plaats uit de investeringsruimte Spoorwegen.

Extrapolatie 2031

Dit betreft de extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2031. De doorlopende verplichtingen worden overgeheveld naar desbetreffende productartikelen. De budgetten voor vervanging en renovatie worden voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging. Het restant van € 1,6 miljard wordt ten gunste gebracht van de programmaruimte op artikel 18 Overige uitgaven. Tot slot zijn de ontvangsten van derden verwerkt.

Inpassing kasschuif Infrastructuurfonds

Op basis van de budgettaire prognose is bij de eerste suppletoire begroting 2017 een kasschuif van € 250 miljoen van 2017 naar 2018 (€ 60 miljoen) en 2019 (€ 190 miljoen) verwerkt. Deze kasschuif is bij de eerste suppletoire begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. Zoals aangekondigd in de eerste suppletoire begroting 2017 wordt deze kasschuif – op basis de geactualiseerde programmering – bij begroting 2018 over de artikelen verdeeld. De kasschuif is bij begroting 2018 volledig ingepast op artikel 13 Spoorwegen, aangezien met name op dit artikel sprake is van diverse autonome vertragingen in de programmering.

Inpassing minregel generale kasschuif begroting 2017

Bij begroting 2017 is een kasschuif van € 100 miljoen van 2017 naar 2020 toegepast ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. Deze kasschuif is bij begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. De meerjarige programmering is hiervoor niet aangepast en derhalve is de kasschuif bij begroting 2017 nog niet verdeeld over de artikelen. Bij begroting 2018 wordt deze kasschuif ingepast op artikel 13 Spoorwegen (€ 80 miljoen) en artikel 15 Hoofdvaarwegennet (€ 20 miljoen).

Kasschuiven binnen Megaprojecten

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven binnen Spoorwegen

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk. De omvangrijkste kasschuiven doen zich voor op artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging, artikelonderdeel 13.04 Geïntegreerde contractvormen op de beschikbaarheidsvergoedingen aan Infraspeed, en op 13.08 Investeringsruimte vanwege onttrekkingen en toevoegingen aan de investeringsruimte.

Kasschuiven tussen modaliteiten

Op de verschillende modaliteiten treden diverse autonome wijzigingen van de programmering op. Om een betere verdeling van de overprogrammering over de verschillende modaliteiten te verkrijgen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Loonbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende loonbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Meerjarenprogramma Geluidsanering

Op de begroting HXII stond er voor € 75 miljoen aan activiteiten geraamd die vallen binnen de scope van het Meerjarenprogramma Geluidsanering (MJPG). Hiervan was reeds € 43,7 miljoen gerealiseerd op Hoofdstuk XII. Hiermee was echter tot op heden geen rekening gehouden binnen het op het Infrastructuurfonds beschikbare budget voor MJPG. Dit betekent dus dat – gelet op het budget gestuurde karakter – er nu € 43,7 miljoen teveel staat geraamd bij het MJPG op het Infrastructuurfonds. Deze € 43,7 miljoen valt vrij naar de investeringsruimte Hoofdwegennet (€ 2,3 miljoen) en Spoorwegen (€ 41,4 miljoen).

Multimodale knoop Schiphol

In de begroting 2017 is vermeld dat binnen het totale beschikbare ERTMS-budget € 250 miljoen wordt vrijgemaakt om de capaciteit van de multimodale knoop station Schiphol te vergroten. Middels deze mutatie wordt € 250 miljoen overgeheveld vanuit artikelonderdeel 17.07 ERTMS naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg.

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen hebben, kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Overdracht Hoekse Lijn

IenM draagt de hoofdspoorweg Schiedam–Hoek van Holland Strand (Hoekse Lijn) over aan de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). MRDH betaalt ProRail de boekwaarde van de lijn (€ 18,3 miljoen), hetgeen door IenM via artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur wordt gecompenseerd. Voorts wordt de NS conform het contractuele kader gecompenseerd voor misgelopen inkomsten. Hiertoe wordt € 0,3 miljoen overgeheveld naar de begroting HXII. De totale boeking wordt gedekt uit met de overdracht gepaarde vrijval van middelen voor beheer, onderhoud en vervanging.

PF: Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds ten behoeve van een bijdrage aan de provincie Overijssel voor het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Programma aanpak suïcide

Dit betreft een overboeking vanuit de investeringsruimte Spoor (€ 10 miljoen) en vanuit artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging (€ 4,2 miljoen) naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg ten behoeve van het nieuwe programma aanpak suïcide. Het nieuwe programma is gericht op het versterken van suïcidepreventie en op de verkorting van de afhandeltijd van een suïcide-incident op het spoor (Kamerstukken II 2016–2017 29 893, nr. 212).

Rentemeevaller Infraspeed

Infraspeed, de infrabeheerder van HSL-Zuid, heeft voor de aanleg van HZL-zuid een lening afgesloten waarvan IenM het renterisico draagt. Door de lage rentestand is sprake van een rentemeevaller van € 60 miljoen. Deze € 60 miljoen wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Spoorwegen.

Risicoreservering naar BOV

In de begroting 2017 is toegelicht dat in de investeringsruimte Spoorwegen een risicoreservering is opgenomen voor potentiële tekorten op beheer, onderhoud en vervanging van Spoorwegen. Uit de subsidieaanvraag van ProRail voor 2017 blijkt dat de risico's zijn opgetreden. Derhalve wordt de risicoreservering overgeheveld naar artikelonderdeel 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Saldo mee- en tegenvallers Spoorwegen

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Spoorwegen. De omvangrijkste meevallers doen zich voor bij OV-SAAL korte termijn (€ 54,5 miljoen), Vleuten–Geldermalsen (€ 12,2 miljoen) en een garantstelling voor Rotterdam–Genua (€ 10,4 miljoen).

SpoDo regeling

De regeling eenmalige uitkering Spoorse Doorsnijdingen (SpoDo) bevindt zich in de afrondende fase. Projecten dienden uiterlijk begin 2017 in de realisatiefase te bevinden om een beroep te kunnen doen op de regeling. De resterende middelen worden toegevoegd naar de investeringsruimte Spoorwegen.

Spooraansluiting VDL Nedcar

IenM draagt bij aan het realiseren van een spooraansluiting van VDL Nedcar. Hiertoe wordt € 5 miljoen overgeheveld vanuit de investeringsruimte Spoorwegen naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg.

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

132.863

173.577

109.630

85.923

88.162

52.210

34.854

1.606

9.336

9.335

9.336

9.426

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 6.747

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

126.116

173.577

109.630

85.923

88.162

52.210

34.854

1.606

9.336

9.335

9.336

9.426

0

0

0

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

0

18.485

20.043

– 415

15.859

– 5.594

– 50.605

2.227

               

Overdracht Hoekse Lijn

18.332

18.332

                           

Prijsbijstelling 2017

8.148

160

1.144

 

825

1.961

 

3.515

       

543

     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

36.977

21.187

– 415

16.684

– 3.633

– 50.605

5.742

0

0

0

0

543

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 14.01 Grote reg./lok.proj.

163.093

194.764

109.215

102.607

84.529

1.605

40.596

1.606

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

0

0

0

9.128

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

0

0

0

9.128

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling 2017

105

     

105

                     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

105

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 14.02 Reg.Mob.fonds.

0

0

0

9.233

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

83.469

158.666

74.765

51.490

22.194

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

8.759

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

92.228

158.666

74.765

51.490

22.194

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BCF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 5.500

– 5.500

                           

GF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 36.277

– 36.277

                           

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

0

92.123

– 106.830

17.025

5.088

– 10.094

2.688

                 

PF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 105.104

– 105.104

                           

Prijsbijstelling 2017

4.594

1.487

 

106

2.196

 

805

                 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 53.271

– 106.830

17.131

7.284

– 10.094

3.493

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 14.03 RSP/ZZL

38.957

51.836

91.896

58.774

12.100

3.493

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 Reg./Lok.infra.

216.332

332.243

184.395

146.541

110.356

52.210

34.854

1.606

9.336

9.335

9.336

9.426

0

0

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 Reg./Lok.infra.

218.344

332.243

184.395

146.541

110.356

52.210

34.854

1.606

9.336

9.335

9.336

9.426

0

0

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 Reg./Lok.infra.

202.050

246.600

201.111

170.614

96.629

5.098

40.596

1.606

9.336

9.335

9.336

9.969

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 14.09 Ontvangsten Reg./lok.infra

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BCF/GF/PF Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds (€ 105,1 miljoen), het Gemeentefonds (€ 36,3 miljoen) en het BTW-compensatiefonds (€ 5,5 miljoen) in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP).

Kasschuiven binnen Regionaal, lokale infrastructuur

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk. Hieraan ligt met name een snellere uitbetaling aan de medeoverheden in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) ten grondslag.

Overdracht Hoekse Lijn

IenM draagt de hoofdspoorweg Schiedam–Hoek van Holland Strand (Hoekse Lijn) over aan de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). MRDH betaalt ProRail de boekwaarde van de lijn (€ 18,3 miljoen), hetgeen door IenM via artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur wordt gecompenseerd. Voorts wordt de NS conform het contractuele kader gecompenseerd voor misgelopen inkomsten. Hiertoe wordt € 0,3 miljoen overgeheveld naar de begroting HXII. De totale boeking wordt gedekt uit met de overdracht gepaarde vrijval van middelen voor beheer, onderhoud en vervanging.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

8.428

0

Extrapolatie 2031

8.428

                           

8.428

Prijsbijstelling 2017

1.455

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

Mutaties Miljoenennota 2018

 

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

8.525

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.01 Verkeersmgmt.

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

366.969

382.587

326.299

298.791

236.016

289.618

297.966

249.914

191.986

192.714

191.160

225.710

225.710

225.710

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

381

– 35.070

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

367.350

347.517

326.299

298.791

236.016

289.618

297.966

249.914

191.986

192.714

191.160

225.710

225.710

225.710

0

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

105.248

                       

52.624

52.624

 

Extrapolatie 2031

204.769

                           

204.769

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

– 20.302

– 300

– 300

– 7.483

– 1.018

– 1.018

– 1.018

– 1.018

– 1.018

– 1.018

– 1.018

– 1.019

– 1.019

– 1.019

– 1.018

– 1.018

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 32.899

28.207

69.303

– 6.819

– 22.911

– 32.662

– 9.249

– 29.880

– 631

– 488

– 282

38.987

– 338

– 338

 

Omzetting payrollers

– 849

– 283

– 283

– 283

                       

Prijsbijstelling 2017

45.626

3.840

4.315

4.395

3.347

2.441

2.959

3.324

2.534

2.204

2.213

2.198

3.113

3.200

3.200

2.343

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

0

   

– 5.692

               

5.692

     

Uitvoeringsbesluit Lobith

12.132

 

108

108

108

108

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

 

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

334.000

         

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

38.000

30.000

 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 29.642

32.047

60.348

– 4.382

– 21.380

8.579

32.357

10.936

39.855

40.007

40.197

86.073

93.767

85.768

206.094

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderh.& verv.

337.708

379.564

386.647

294.409

214.636

298.197

330.323

260.850

231.841

232.721

231.357

311.783

319.477

311.478

206.094

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

 

186.361

302.555

285.586

203.503

262.811

129.801

47.165

71.256

128.735

293.559

237.894

103.816

28.420

28.420

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

87.741

5.226

5.932

134

134

134

134

134

134

124

0

35.525

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

274.102

307.781

291.518

203.637

262.945

129.935

47.299

71.390

128.869

293.683

237.894

139.341

28.420

28.420

0

Afrekening Zeetoegang IJmond

17.760

5.000

                   

12.760

     

BERZOB

– 34.840

                 

– 20.000

– 14.840

       

Beter Benutten Blauwe Golf Verbindend

104

104

                           

Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet

8.644

         

668

 

7.976

             

BZK: eID

0

 

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

– 115

1.495

– 115

Caribisch Nederland: havenprojecten

– 8.705

 

– 8.705

                         

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

44.322

                       

22.161

22.161

 

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

– 74.087

– 19.870

– 25.247

– 13.816

– 6.813

– 827

– 7.514

                 

Defensie: MOC Kustwacht

0

– 105

– 424

– 476

– 515

– 479

– 427

– 325

– 325

– 325

– 325

– 325

– 325

– 325

5.026

– 325

 

– 2.698

 

– 2.698

                         

Extrapolatie 2031

22.161

                           

22.161

Havenimpuls CN (St. Eustatius)

400

400

                           

Inpassing minregel generale kasschuif OB2017

0

– 20.000

   

20.000

                     

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

27.870

– 19.243

– 79.777

10.308

23.656

33.337

10.025

30.855

1.077

602

– 137

– 39.249

338

338

 

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

5.619

61

 

647

             

– 6.327

     

Kasschuiven tussen modaliteiten

0

– 70.000

– 25.000

120.000

60.000

– 50.000

50.000

 

– 25.000

– 30.000

– 30.000

         

Motie Hoogland c.s. Kornwerderzand

30.000

                         

30.000

 

MSW: functioneel beheer

0

– 320

– 320

– 320

– 320

– 320

– 320

       

1.920

       

Omzetting payrollers

– 480

– 160

– 160

– 160

                       

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

– 560

– 700

– 700

– 665

– 415

               

3.040

 

Pilot Langsdammen Waal

0

– 968

– 986

               

1.954

       

Prijsbijstelling 2017

16.605

2.850

3.204

4.022

3.486

3.198

2.933

1.456

2.479

– 465

– 76

2.079

1.678

2.256

– 12.495

 

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

13.536

3.568

 

5.692

               

4.276

     

Strategisch Capaciteit Management

0

– 1.772

– 2.468

– 2.555

– 3.131

– 3.955

– 3.955

       

17.836

       

Uitvoeringsbesluit Lobith

– 12.132

 

– 108

– 108

– 108

– 108

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

– 1.300

 

Verdieping van de Wielingen

2.000

                   

2.000

       

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 68.344

– 82.909

31.687

82.774

– 29.365

73.307

9.741

14.570

– 31.128

– 51.214

9.072

– 28.602

23.015

48.265

21.721

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.03 Aanleg

205.758

224.872

323.205

286.411

233.580

203.242

57.040

85.960

97.741

242.469

246.966

110.739

51.435

76.685

21.721

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

10.904

40.448

211.999

155.058

41.970

41.334

40.709

40.102

39.653

39.077

38.514

37.961

37.961

37.961

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

24.031

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

34.935

40.448

211.999

155.058

41.970

41.334

40.709

40.102

39.653

39.077

38.514

37.961

37.961

37.961

0

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

85.951

5.313

2.640

8.027

13.699

5.479

12.103

4.527

4.466

4.406

4.352

4.295

4.239

4.183

4.128

4.094

Extrapolatie 2031

37.961

                           

37.961

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 5.926

1.241

10.099

– 3.864

– 1.070

– 758

– 726

– 427

360

390

419

262

     

Prijsbijstelling 2017

11.056

394

510

2.646

1.896

533

605

512

507

511

503

497

489

485

484

484

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 219

4.391

20.772

11.731

4.942

11.950

4.313

4.546

5.277

5.245

5.211

4.990

4.668

4.612

42.539

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.04 GIV/PPS

34.716

44.839

232.771

166.789

46.912

53.284

45.022

44.648

44.930

44.322

43.725

42.951

42.629

42.573

42.539

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

299.916

296.388

293.553

292.547

290.206

285.054

287.689

288.456

287.751

287.918

288.535

291.161

291.161

291.161

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 361

– 52

– 77

– 211

– 134

– 134

– 134

– 134

– 134

– 124

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

299.555

296.336

293.476

292.336

290.072

284.920

287.555

288.322

287.617

287.794

288.535

291.161

291.161

291.161

0

ABP pensioenpremie

22.722

1.498

1.503

1.510

1.507

1.522

1.530

1.519

1.519

1.515

1.514

1.521

1.516

1.516

1.516

1.516

Extrapolatie 2031

291.161

                           

291.161

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

375

375

375

375

325

83

– 50

– 548

– 806

– 504

         

KNMI offerte 2017

– 360

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

Loonbijstelling 2017

49.021

2.646

3.451

3.411

3.403

3.374

3.301

3.274

3.281

3.271

3.269

3.284

3.264

3.264

3.264

3.264

Omzetting payrollers

1.329

443

443

443

                       

Prijsbijstelling 2017

20.158

1.138

1.394

1.384

1.380

1.372

1.353

1.346

1.352

1.349

1.354

1.364

1.343

1.343

1.343

1.343

Strategisch Capaciteit Management

18.531

2.467

2.468

2.555

3.131

3.955

3.955

                 

Verduurzaming SLA

2.000

1.000

1.000

                         

Mutaties Miljoenennota 2018

 

9.543

10.610

9.654

9.772

10.524

10.198

6.065

5.580

5.305

5.609

6.145

6.099

6.099

6.099

297.260

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.06 Netwerk HVWN

309.098

306.946

303.130

302.108

300.596

295.118

293.620

293.902

292.922

293.403

294.680

297.260

297.260

297.260

297.260

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

57.243

27.280

39.929

38.342

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 525

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

57.243

26.755

39.929

38.342

0

Afrekening Zeetoegang IJmond

– 12.760

                     

– 12.760

     

BERZOB

34.840

                 

20.000

14.840

       

Havenimpuls CN (St. Eustatius)

– 400

                     

– 400

     

MSW: functioneel beheer

– 1.920

                   

– 1.920

       

Pilot Langsdammen Waal

– 1.986

– 32

                 

– 1.954

       

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

– 9.936

32

                   

– 9.968

     

Strategisch Capaciteit Management

– 17.836

                   

– 17.836

       

Verdieping van de Wielingen

– 2.000

                   

– 2.000

       

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

20.000

– 8.870

– 23.128

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.07 Investeringsruimte HVWN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

20.000

48.373

3.627

39.929

38.342

0

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 HVWN

872.578

1.030.406

1.125.865

958.327

839.431

754.235

681.957

658.156

656.553

821.696

821.774

694.356

631.609

630.022

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 HVWN

984.370

1.000.510

1.131.720

958.250

839.431

754.235

681.957

658.156

656.553

821.696

821.774

729.356

631.609

630.022

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 HVWN

 

895.805

964.746

1.254.278

1.058.242

804.249

858.366

734.530

693.885

675.959

841.440

873.626

774.885

759.255

774.863

576.139

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

93.675

120.617

127.927

100.240

59.500

37.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

3.041

0

6.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

96.716

120.617

133.927

100.240

59.500

37.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Afrekening Zeetoegang IJmond

5.000

5.000

                           

Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet

8.644

         

668

 

7.976

             

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

0

– 10.580

10.580

                         

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

3.600

3.600

                           

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 1.980

10.580

0

0

0

668

0

7.976

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten HVWN

94.736

131.197

133.927

100.240

59.500

37.668

0

7.976

0

0

0

0

0

0

0

ABP pensioenpremie

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2017 ter compensatie van de pensioenpremiestijging aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op Hoofdstuk XII en de fondsen.

Afrekening Zeetoegang IJmond

Met de regionale partners provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam is overeenstemming bereikt over de afrekening van de bijdragen aan het project Zeetoegang IJmond. Van de gemeente Amsterdam wordt € 5 miljoen ontvangen. Voorts wordt vanuit de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet € 12,8 miljoen toegevoegd aan artikelonderdeel 15.03 Aanleg, omdat de provincie Noord-Holland van de eerdere ontvangen bijdrage € 17,8 miljoen terugkrijgt.

BERZOB

De reservering voor Bereikbaarheid Zuidoost-Brabant (BERZOB) komt te vervallen. De middelen vloeien terug naar de investeringsruimte Hoofdvaarwegennet.

Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet

De bijdragen derden voor Hoofdvaarwegennet zijn verhoogd vanwege een subsidiebijdrage vanuit de EU in het kader van Connecting Europe Facility (CEF) voor de Nieuwe Sluis Terneuzen.

BZK: programma elektronisch identificeren (eID)

Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Caribisch Nederland: havenprojecten

Dit betreft een overboeking vanuit planuitwerking en verkenning op artikelonderdeel 12.03 Aanleg naar de begroting HXII ten behoeve van de renovatie van de haveninfrastructuur op Bonaire. Deze uitgaven worden op de begroting HXII verantwoord.

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte.

In de begroting 2017 is aangegeven dat de beleidsruimte nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld. Om dit vast te kunnen stellen, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 74,8 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen op artikel 15 Hoofdvaarwegennet. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte op artikel 18 Overige uitgaven.

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

Defensie: MOC Kustwacht

De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, vinden kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaats.

Extrapolatie 2031

Dit betreft de extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2031. De doorlopende verplichtingen worden overgeheveld naar desbetreffende productartikelen. De budgetten voor vervanging en renovatie worden voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging. Het restant van € 1,6 miljard wordt ten gunste gebracht van de programmaruimte op artikel 18 Overige uitgaven. Tot slot zijn de ontvangsten van derden verwerkt.

Inpassing minregel generale kasschuif begroting 2017

Bij begroting 2017 is een kasschuif van € 100 miljoen van 2017 naar 2020 toegepast ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. Deze kasschuif is bij begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. De meerjarige programmering is hiervoor niet aangepast en derhalve is de kasschuif bij begroting 2017 nog niet verdeeld over de artikelen. Bij begroting 2018 wordt deze kasschuif ingepast op artikel 13 Spoorwegen (€ 80 miljoen) en artikel 15 Hoofdvaarwegennet (€ 20 miljoen).

Kasschuiven binnen Hoofdvaarwegennet

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk. De omvangrijkste kasschuiven vinden plaats op artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging, artikelonderdeel 15.04 Geïntegreerde contractvormen wegens geactualiseerd kasritmes op Zeetoegang IJmond en Keersluis Limmel, en artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten wegens een ontvangstenschuif op Nieuwe Sluis Terneuzen.

Kasschuiven binnen Megaprojecten

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.

Kasschuiven tussen modaliteiten

Op de verschillende modaliteiten treden diverse autonome wijzigingen van de programmering op. Om een betere verdeling van de overprogrammering over de verschillende modaliteiten te verkrijgen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren tussen alle modaliteiten in het Infrastructuurfonds noodzakelijk.

Loonbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende loonbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Motie Hoogland c.s. Kornwerderzand

Bij het notaoverleg over het MIRT van 28 november 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 A, nr. 52) is de motie ingediend en aangenomen € 30 miljoen beschikbaar te stellen voor de nieuwe sluis bij Kornwerderzand. Met deze mutatie wordt € 30 miljoen onttrokken uit de investeringsruimte Hoofdwegennet en toegevoegd aan artikelonderdeel 15.03 Aanleg (Hoofdvaarwegennet).

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Saldo mee- en tegenvallers Hoofdvaarwegennet

Dit betreft de verwerking van het saldo mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet. De omvangrijkste tegenvaller doet zich voor bij Wilhelminakanaal Tilburg (€ 14,0 miljoen).

Strategisch Capaciteit Management

Middels het instrument strategisch capaciteitsmanagement (SCM) kijkt Rijkswaterstaat meerjarig (tenminste vijf jaar) naar de productie en de daarbij benodigde capaciteit. Daarbij is op basis van rekenregels de benodigde capaciteit voor de verschillende Rijkswaterstaat producten berekend. Hieruit volgt een capaciteitsbehoefte als gevolg van areaalgroei (bediening van sluizen, tunnels en stuwen). Vanuit de investeringsruimte Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden middelen overgeboekt naar netwerkgebonden kosten op desbetreffende modaliteiten. Via kasschuiven op de aanlegartikelonderdelen van Hoofdwegennet en Hoofdvaarwegennet worden de middelen uit de investeringsruimte in het juiste ritme ter beschikking gesteld.

Uitvoeringsbesluit Lobith

Als gevolg van het uitvoeringsbesluit Lobith worden de middelen die voor beheer en onderhoud gereserveerd staan op artikelonderdeel 15.03 Aanleg overgeheveld naar artikelonderdeel 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging.

Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegennet

Op basis van het (tweejaarlijks) VenR-prognoserapport blijkt tot en met 2030 sprake te zijn van een tekort op de vervanging en renovatieopgave op artikel 15 Hoofdvaarwegennet. Dit gewijzigde beeld is ontstaan doordat voor het hoofdvaarwegennet de VenR-behoefte op middellange termijn beter in beeld is gekomen, waarbij de toegenomen kosten voor issues als bruggen (stalen bruggen/draagkracht) en het opnemen van damwandenproblematiek een belangrijk deel van de toename veroorzaken. Het tekort op artikel 15 Hoofdvaarwegennet zorgt op fondsniveau niet voor een verhoging van de benodigde middelen voor VenR, aangezien het VenR-prognoserapport van Rijkswaterstaat tegelijkertijd een overschot liet zien op de vervanging- en renovatieopgave op artikel 12 Hoofdwegennet. In bijlage 4 wordt de vervanging en renovatieopgave nader toegelicht.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

942

942

4.807

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

6.153

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

7.095

942

4.807

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

– 4.000

4.000

                         

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 4.000

4.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.02 Betuweroute

3.095

4.942

4.807

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.03 HSL

 

40.745

40.745

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

5.968

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.03 HSL

46.713

40.745

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Geluidsmaatregelen HSL-Zuid

– 230

– 230

                           

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

– 40.930

– 32.320

22.750

17.200

16.600

16.700

                 

Prijsbijstelling 2017

938

469

469

                         

Restwerkzaamheden HSL-Zuid

– 291

– 291

                           

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 40.982

– 31.851

22.750

17.200

16.600

16.700

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.03 HSL

5.731

8.894

22.750

17.200

16.600

16.700

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.06 PMR

 

6.866

4.316

3.796

1.690

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

63.163

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

8.219

30.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 35.000

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.06 PMR

15.085

34.316

3.796

1.690

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

2.934

28.163

0

0

0

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

– 6.266

– 61

                 

6.327

     

Prijsbijstelling 2017

2.075

177

685

76

34

59

59

59

59

59

59

59

690

     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 6.089

624

76

34

59

59

59

59

59

59

59

7.017

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.06 PMR

8.996

34.940

3.872

1.724

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

2.993

35.180

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.07 ERTMS

44.463

48.204

102.588

151.588

181.000

271.000

350.295

314.000

270.000

189.301

159.301

409.732

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

36.811

8.523

8.025

9.657

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.07 ERTMS

81.274

56.727

110.613

161.245

181.000

271.000

350.295

314.000

270.000

189.301

159.301

409.732

0

0

0

EU-subsidies ERTMS

0

– 2.714

– 7.023

– 8.025

– 9.657

27.419

                   

Kasschuiven binnen Megaprojecten

– 2

– 35.278

48.637

44.420

57.184

75.410

28.771

– 72.168

– 49.328

– 54.717

– 2.893

29.120

– 251.232

81.043

101.029

 

Multimodale Knoop Schiphol

– 250.000

             

– 50.000

– 50.000

– 50.000

– 50.000

– 50.000

     

Prijsbijstelling 2017

26.448

 

482

253

                   

25.713

 

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 37.992

42.096

36.648

47.527

102.829

28.771

– 72.168

– 99.328

– 104.717

– 52.893

– 20.880

– 301.232

81.043

126.742

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.07 ERTMS

43.282

98.823

147.261

208.772

283.829

299.771

278.127

214.672

165.283

136.408

138.421

108.500

81.043

126.742

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

88.158

109.334

163.250

190.373

177.680

156.042

133.752

120.992

83.430

65.973

94.755

41.439

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

25.081

0

0

0

0

0

0

0

0

197

0

5.014

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

113.239

109.334

163.250

190.373

177.680

156.042

133.752

120.992

83.430

66.170

94.755

46.453

0

0

0

Calamiteiten opstelplaats

1.200

                     

1.200

     

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

983

4.257

– 312

– 363

– 338

– 297

– 7.747

– 943

– 158

– 323

– 180

5.421

     

Prijsbijstelling 2017

16.754

1.314

1.307

1.874

2.185

2.040

1.791

1.449

1.381

957

757

1.089

610

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

2.297

5.564

1.562

1.822

1.702

1.494

– 6.298

438

799

434

909

7.231

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.08 ZuidasDok

115.536

114.898

164.812

192.195

179.382

157.536

127.454

121.430

84.229

66.604

95.664

53.684

0

0

0

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 Mega VenV

181.174

203.541

274.441

343.651

361.614

429.976

486.981

437.926

356.364

258.208

256.990

514.334

0

0

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 Mega VenV

263.406

242.064

282.466

353.308

361.614

429.976

486.981

437.926

356.364

258.405

256.990

484.348

0

0

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 Mega VenV

176.640

262.497

343.502

419.891

482.804

477.000

408.574

339.095

252.505

206.005

237.078

197.364

81.043

126.742

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

22.661

28.607

60.797

67.615

64.426

39.226

32.680

30.947

20.973

61.165

23.820

14.470

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

15.178

8.523

8.025

9.657

0

0

0

0

0

197

0

5.014

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

37.839

37.130

68.822

77.272

64.426

39.226

32.680

30.947

20.973

61.362

23.820

19.484

0

0

0

EU-subsidies ERTMS

0

– 2.714

– 7.023

– 8.025

– 9.657

27.419

                   

Kasschuiven binnen Megaprojecten

0

– 647

   

647

                     

Prijsbijstelling 2017

5.505

331

329

699

777

741

451

376

356

241

706

274

224

     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 3.030

– 6.694

– 7.326

– 8.233

28.160

451

376

356

241

706

274

224

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten Mega VenV

34.809

30.436

61.496

69.039

92.586

39.677

33.056

31.303

21.214

62.068

24.094

19.708

0

0

0

EU-subsidies ERTMS

ERTMS heeft bij de eerste suppletoire begroting een aantal subsidies toegekend gekregen vanuit het EU-fonds Connecting Europe Facility for Transport (CEF Transport). Met de EU is een nieuwe ontvangstenritme afgesproken, deze boeking betreft de verwerking daarvan.

Kasschuiven binnen Megaprojecten

Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk. De omvangrijkste kasschuiven doen voor op artikelonderdeel 17.03 HSL-Zuid en artikelonderdeel 17.07 ERTMS.

Multimodale Knoop Schiphol

In de begroting 2017 is vermeld dat binnen het totale beschikbare ERTMS-budget € 250 miljoen wordt vrijgemaakt om de capaciteit van de multimodale knoop station Schiphol te vergroten. Middels deze mutatie wordt € 250 miljoen overgeheveld vanuit artikelonderdeel 17.07 ERTMS naar artikelonderdeel 13.03 Aanleg.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

4.723

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 4.720

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

3

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.03 Intermod.verv.

3

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

4.568

1.008

872

769

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

2.137

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

6.705

1.008

872

769

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling 2017

56

35

8

7

6

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

35

8

7

6

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.06 Ext.veiligheid

6.740

1.016

879

775

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverst.kosten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

772.300

772.300

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.11 Investeringruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

772.300

772.300

0

BZK: eID

– 22.946

                         

– 22.946

 

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

– 506.190

                       

– 253.209

– 252.981

 

Defensie: MOC Kustwacht

– 76.406

                         

– 76.406

 

Extrapolatie 2031

1.562.279

                           

1.562.279

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

– 43.430

                         

– 43.430

 

Prijsbijstelling 2017

183.636

                         

156.587

27.049

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– 253.209

– 239.176

1.589.328

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.11 Invest.ruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Extrapolatie 2031

445.202

                           

445.202

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

445.202

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen B&O&V

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

445.202

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

– 60.000

0

0

100.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 290.000

60.000

190.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

– 350.000

60.000

190.000

100.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Inpassing kasschuif Infrastructuurfonds

0

250.000

– 60.000

– 190.000

                       

Inpassing minregel generale kasschuif OB2017

0

100.000

   

– 100.000

                     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

350.000

– 60.000

– 190.000

– 100.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

75.001

40.300

8.600

4.800

0

0

0

0

0

0

0

0

5.670

22.680

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 56.083

– 31.350

– 7.400

– 4.600

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

18.918

8.950

1.200

200

0

0

0

0

0

0

0

0

5.670

22.680

0

Eenvoudig Beter

0

7.463

– 7.463

                         

Prijsbijstelling 2017

1.480

863

463

99

55

                     

Mutaties Miljoenennota 2018

 

8.326

– 7.000

99

55

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet

27.244

1.950

1.299

255

0

0

0

0

0

0

0

0

5.670

22.680

0

                                 

Totaal uitgaven stand ontwerpbegroting 2017 Overige uitg.en ontv.

24.292

41.308

9.472

105.569

0

0

0

0

0

0

0

0

777.970

794.980

0

Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2017 Overige uitg.en ontv.

– 291.867

69.958

192.072

100.969

0

0

0

0

0

0

0

0

777.970

794.980

0

Totaal uitgaven stand Miljoenennota 2018 Overige uitg.en ontv.

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

0

0

0

0

0

0

524.761

555.804

2.034.530

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv.

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten Overige uitg.en ontv.

32.507

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

550.802

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

550.802

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Mutaties Miljoenennota 2018

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 18.10 Voordelig saldo

550.802

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                 

Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2017 Overige uitg.en ontv.

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire begroting 2017 Overige uitg.en ontv.

583.309

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2018 Overige uitg.en ontv.

583.309

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

BZK: programma elektronisch identificeren (eID)

Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Correctie extrapolatie 2029 en 2030

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte.

In de begroting 2017 is aangegeven dat de beleidsruimte nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld. Om dit vast te kunnen stellen, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 253 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte op artikel 18 Overige uitgaven.

Defensie: MOC Kustwacht

De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, vinden kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaats.

Eenvoudig Beter

In het kader van het programma Eenvoudig Beter wordt in 2017 € 7,5 miljoen overgeboekt van de begroting HXII naar artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet op het Infrastructuurfonds. Door vertraging in het wetgevingstraject zijn de middelen voor externe inhuur in 2018 en 2019 benodigd. Via de aanlegprogramma’s van Hoofdwegennet vinden kasschuiven plaats om de middelen in de juiste jaren te begroten.

Extrapolatie 2031

Dit betreft de extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2031. De doorlopende verplichtingen worden overgeheveld naar desbetreffende productartikelen. De budgetten voor vervanging en renovatie worden voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging. Het restant van € 1,6 miljard wordt ten gunste gebracht van de programmaruimte op artikel 18 Overige uitgaven. Tot slot zijn de ontvangsten van derden verwerkt.

Inpassing kasschuif Infrastructuurfonds

Op basis van de budgettaire prognose is bij de eerste suppletoire begroting 2017 een kasschuif van € 250 miljoen van 2017 naar 2018 (€ 60 miljoen) en 2019 (€ 190 miljoen) verwerkt. Deze kasschuif is bij de eerste suppletoire begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. Zoals aangekondigd in de eerste suppletoire begroting 2017 wordt deze kasschuif – op basis de geactualiseerde programmering – bij begroting 2018 over de artikelen verdeeld. De kasschuif is bij begroting 2018 volledig ingepast op artikel 13 Spoorwegen, aangezien met name op dit artikel sprake is van diverse autonome vertragingen in de programmering.

Inpassing minregel generale kasschuif begroting 2017

Bij begroting 2017 is een kasschuif van € 100 miljoen van 2017 naar 2020 toegepast ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. Deze kasschuif is bij begroting 2017 doorgevoerd op artikelonderdeel 18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif. De meerjarige programmering is hiervoor niet aangepast en derhalve is de kasschuif bij begroting 2017 nog niet verdeeld over de artikelen. Bij begroting 2018 wordt deze kasschuif ingepast op artikel 13 Spoorwegen (€ 80 miljoen) en artikel 15 Hoofdvaarwegennet (€ 20 miljoen).

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Totaal mutatie

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Ontwerpbegroting 2017 artikelonderdeel 19.09

 

5.450.478

5.695.483

5.793.886

5.887.555

5.823.241

5.981.194

5.927.449

5.559.846

5.452.331

5.020.230

4.941.206

4.841.853

5.133.523

5.127.853

0

Mutaties voorjaarsnota 2017

 

– 417.251

16.390

172.762

– 11.755

– 684

– 600

– 224

– 224

– 224

26

26

26

26

26

0

Stand eerste suppletoire begroting 2017 artikelonderdeel 19.09

5.033.227

5.711.873

5.966.648

5.875.800

5.822.557

5.980.594

5.927.225

5.559.622

5.452.107

5.020.256

4.941.232

4.841.879

5.133.549

5.127.879

0

ABP pensioenpremie

58.680

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

3.912

Beter Benutten-ITS

– 1.000

– 500

– 500

                         

BCF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 5.500

– 5.500

                           

Bijdrage Bedrijfsgeneeskundige zorg

20

20

                           

BZK: eID

– 22.946

 

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

– 1.639

Caribisch Nederland: havenprojecten

– 8.705

 

– 8.705

                         

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

– 6.692

– 114.032

– 14.103

19.131

12.687

11.867

8.474

8.305

8.146

7.984

7.823

7.664

7.507

7.415

7.290

7.150

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

– 8.438

– 14.857

– 22.907

– 13.272

5.868

3.634

3.571

3.509

3.448

3.388

3.334

3.276

3.220

3.164

3.110

3.076

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

– 4.979

– 113.263

16.232

9.345

9.201

7.233

7.103

6.976

6.880

6.775

6.665

6.558

6.452

6.378

6.290

6.196

DBFM SAA A6 Almere

– 6.108

– 28.528

– 53.060

– 77.255

33.134

11.832

11.622

11.415

11.211

11.053

10.874

10.685

10.498

10.315

10.136

9.960

Defensie: MOC Kustwacht

– 76.406

– 1.504

– 6.059

– 6.809

– 7.362

– 6.852

– 6.096

– 4.636

– 4.636

– 4.636

– 4.636

– 4.636

– 4.636

– 4.636

– 6.107

– 3.165

Defensie: Onderhoud Dorniers

– 2.698

 

– 2.698

                         

Eenvoudig Beter

0

7.500

– 5.000

– 2.500

                       

Extrapolatie 2031

5.260.879

                           

5.260.879

GF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 36.277

– 36.277

                           

GF: MIRT-onderzoek A2: Deil – Den Bosch/Vught

– 10

– 10

                           

Intercity Dordrecht Breda

380

380

                           

KNMI offerte 2017

– 576

– 64

– 44

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

– 36

Loonbijstelling 2017

126.473

6.920

8.967

8.840

8.832

8.664

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

8.425

MSW: functioneel beheer

– 1.920

– 320

– 320

– 320

– 320

– 320

– 320

                 

NSP Arnhem

– 424

– 424

                           

OCW: Beter Benutten

500

500

                           

Ombouw programmadirectie Beter Benutten

– 6.000

 

– 3.000

– 3.000

                       

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

– 43.430

– 8.000

– 10.000

– 10.000

– 9.500

– 5.930

                   

Overboeking coördinerende inkoopfunctie

– 750

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

– 50

Overdracht Hoekse Lijn

– 347

– 347

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Friesland

– 177

– 177

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Limburg

– 252

– 252

                           

PF: Bijdrage P+R locaties provincie Noord-Holland

– 288

– 288

                           

PF: Grensoverschrijdend Spoorvervoer

– 9.458

– 9.458

                           

PF: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

– 105.104

– 105.104

                           

Pilot Langsdammen Waal

– 1.986

– 1.000

– 986

                         

Prijsbijstelling 2017

984.811

59.159

64.493

64.796

65.800

64.483

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

66.608

Rekenmodel Trillingen RIVM

– 1.000

– 300

– 700

                         

Strategisch Capaciteit Management

1.113

1.113

                           

Uitvoering tol: bijdrage aan RDW

– 3.898

 

– 814

– 966

– 1.243

– 875

                   

Verduurzaming SLA

4.000

2.000

2.000

                         

Mutaties Miljoenennota 2018

 

– 358.751

– 34.981

– 9.823

119.284

95.923

101.574

102.789

102.269

101.784

101.280

100.767

100.261

99.856

97.939

5.361.316

Stand ontwerpbegroting 2018 artikelonderdeel 19.09

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

6.030.014

5.661.891

5.553.891

5.121.536

5.041.999

4.942.140

5.233.405

5.225.818

5.361.316

                                 

Totaal ontvangsten stand ontwerpbegroting 2017

 

5.450.478

5.695.483

5.793.886

5.887.555

5.823.241

5.981.194

5.927.449

5.559.846

5.452.331

5.020.230

4.941.206

4.841.853

5.133.523

5.127.853

0

Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire begroting 2017

5.033.227

5.711.873

5.966.648

5.875.800

5.822.557

5.980.594

5.927.225

5.559.622

5.452.107

5.020.256

4.941.232

4.841.879

5.133.549

5.127.879

0

Totaal ontvangsten stand Miljoenennota 2018

 

4.674.476

5.676.892

5.956.825

5.995.084

5.918.480

6.082.168

6.030.014

5.661.891

5.553.891

5.121.536

5.041.999

4.942.140

5.233.405

5.225.818

5.361.316

ABP pensioenpremie

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. De middelen die bij de eerste suppletoire begroting 2017 ter compensatie van de pensioenpremiestijging aan de begroting Hoofdstuk XII zijn toegevoegd, worden toebedeeld naar diverse artikelen op Hoofdstuk XII en de fondsen.

BCF/GF/PF Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds (€ 105,1 miljoen), het Gemeentefonds (€ 36,3 miljoen) en het BTW-compensatiefonds (€ 5,5 miljoen) in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP).

BZK: programma elektronisch identificeren (eID)

Voor de stelselkosten van het programma elektronisch identificeren (eID) is structureel € 16 miljoen benodigd vanaf 2018. IenM levert hieraan een structurele bijdrage van € 2 miljoen. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van het Infrastructuurfonds. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

Caribisch Nederland: havenprojecten

Dit betreft een overboeking vanuit planuitwerking en verkenning op artikelonderdeel 12.03 Aanleg naar de begroting HXII ten behoeve van de renovatie van de haveninfrastructuur op Bonaire. Deze uitgaven worden op de begroting HXII verantwoord.

DBFM A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project A27/A1 Utrecht – Eemnes – Bunschoten afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Er is sprake van een aanbestedingsmeevaller van € 88,8 miljoen. Deze wordt toegevoegd aan de investeringsruimte Hoofdwegennet en doorgeschoven naar latere jaren. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

DBFM Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project Capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

DBFM N18 Varsseveld – Enschede

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project N18 Varsseveld – Enschede afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

DBFM SAA A6 Almere

In 2016 is de DBFM-aanbesteding van het project A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere deeltraject A6 Almere afgerond. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen. Daarnaast wordt het niet DBFM gedeelte van Aanleg naar Geïntegreerde Contractvormen overgeheveld vanuit het oogpunt van integrale verantwoording van het project.

Defensie: MOC Kustwacht

De ministeries van IenM, VenJ, EZ, Financiën en Defensie investeren in een Maritiem Operatiecentrum (MOC) voor de Kustwacht. Dit betreft de budgettaire verwerking van het aandeel van IenM. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, vinden kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaats.

Eenvoudig Beter

In het kader van het programma Eenvoudig Beter wordt in 2017 € 7,5 miljoen overgeboekt van de begroting HXII naar artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet op het Infrastructuurfonds. Door vertraging in het wetgevingstraject zijn de middelen voor externe inhuur in 2018 en 2019 benodigd. Via de aanlegprogramma’s van Hoofdwegennet vinden kasschuiven plaats om de middelen in de juiste jaren te begroten.

Extrapolatie 2031

Dit betreft de extrapolatie van het Infrastructuurfonds naar 2031. De doorlopende verplichtingen worden overgeheveld naar desbetreffende productartikelen. De budgetten voor vervanging en renovatie worden voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging. Het restant van € 1,6 miljard wordt ten gunste gebracht van de programmaruimte op artikel 18 Overige uitgaven. Tot slot zijn de ontvangsten van derden verwerkt.

Loonbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende loonbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Ombouw programmadirectie Beter Benutten

De huidige programmadirectie Beter Benutten zal in 2017 worden omgebouwd. In het kader van de ombouw wordt ingezet op het doorzetten van de werkwijze van Beter Benutten, innovatie en Intelligente Transport Systemen (ITS) als primaire activiteit met raakvlakken met aanpalende thema’s als de fietsagenda, Logistiek en Duurzame mobiliteit. Hiertoe wordt in 2018 en 2019 in totaal € 6 miljoen overgeheveld naar de begroting HXII.

Overboeking Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Bij de begroting 2018 worden op het Infrastructuurfonds en Deltafonds middelen vrijgemaakt voor Basisregistratie Ondergrond (BRO). De vrijgemaakte middelen worden gereserveerd op het Deltafonds en worden tranchegewijs naar de begroting HXII overgeheveld waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord. Dekking vindt plaats uit artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte. Om de middelen in de juiste jaren over te hevelen, hebben kasschuiven via de aanlegprogramma's van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet plaatsgevonden.

PF: Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds ten behoeve van een bijdrage aan de provincie Overijssel voor het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer.

Prijsbijstelling 2017

Dit betreft de toegekende prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit Hoofdstuk XII wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds.

Bijlage 3 Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland

De Kustwacht Nederland nieuwe stijl is sinds 1 januari 2007 actief. De Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze medeverantwoordelijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede voor de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvan afgeleide Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke Minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht Nederland.

De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan 2017/2018 voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenM gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf (exploitatie en investering) en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten (kosten).

Defensie / CSZK / Kustwacht (uitgaven):

  • Exploitatie: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht Nederland. Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC). Het KWC is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.

  • Investering: op basis van de Visie 2020 is door de Raad voor de Kustwacht ingestemd met de ontwikkeling van een modern informatiesysteem voor dienstverlening en handhaving. Om deze doorontwikkeling van informatie gestuurd optreden vorm te geven, is het noodzakelijk om het bestaande Communicatie- en Coördinatiecentrum en het Maritiem Informatieknooppunt te integreren tot een Maritiem Operatiecentrum (MOC). Ook wordt geïnvesteerd in de door de Raad vastgestelde urgente behoeftestellingen (Kamerstukken II 2016–2017 30 490, nr. 29).

De exploitatie- en investeringskosten worden door de deelnemende departementen gezamenlijk gedragen.

Specifieke bijdrage departementen (kosten):

Veiligheid en Justitie:

  • De inzet van Politie helikopters op planning of afroep voor luchtwaarneming en spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.

  • Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter.

  • De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

Financiën:

  • De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

Defensie:

  • De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, luchtwaarnemers, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

  • De inzet van de Koninklijke Luchtmacht (personeel) bestaande uit; vliegers ten behoeve van de Kustwachtvliegtuigen.

  • De inzet van de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; Kustwachtcentrum, Maritiem Informatie Knooppunt, de beheerskosten van Defensie en inzet Mijnenbestrijdingsvaartuigen.

  • Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter, Defensie heeft in 2015 budget overgedragen voor 5 jaar aan IenM, tevens loopt de bijdrage van VWS voor patiëntenvervoer via Defensie.

Infrastructuur en Milieu:

  • De inzet van in standhouden vaarwegmarkering, betonningsvaartuigen, inhuur loodsen en onderhoud systemen. De bedragen zijn afkomstig uit de budgetten van Rijkswaterstaat (RWS).

  • Bijdrage voor de inhuur van SAR helikopter, het contract is in 2015 door IenM voor 5 jaar afgesloten.

  • Financiering van een sleepboot voor het bieden van noodsleephulp; het contract is begin 2016 door IenM voor 10 jaar afgesloten.

  • Financiering van twee vliegtuigen voor het bestrijden van rampen en incidenten.

  • De inzet van RWS (personeel) bestaande uit; luchtwaarnemers en liaison.

  • De inzet van ILT (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen en liaison.

Economische Zaken:

  • De inzet van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (personeel) bestaande uit; opstappers voor de schepen, Maritiem Informatie Knooppunt, handhavingsdesk en liaison.

  • De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; opstappers en liaison.

Departement

Begroting

Activiteit

Doel

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

                     

DEFENSIE / Kustwacht (Uitgaven):

                 

Defensie / kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie)

Centrale coördinatie Kustwachttaken

24.300

25.560

28.404

28.309

29.164

29.164

29.854

Defensie / kustwacht

X

Uitvoering Kustwachttaken (investering)

Investeringen, o.a. t.b.v het MOC (vanaf 2016). Mede door onderstaande departementen te financieren

424

5.079

9.644

10.519

10.607

9.733

7.748

                     

Subtotaal eigen uitgaven kustwacht

 

24.724

30.639

38.048

38.828

39.771

38.897

37.602

     

BIJDRAGEN DEELNEMENDE DEPARTEMENTEN (Kosten):

               

Veiligheid en Justitie

VI

Inzet Politie-personeel & helikopter, bijdrage inhuur SAR helikopter

Algemene handhaving / wetgeving scheepvaartverkeer / bemanningcontrole

2.900

3.113

3.023

3.023

2.323

1.623

1.623

Financiën

IX

Inzet Douane personeel

Fraudecontrole

1.582

1.097

1.097

1.097

1.097

1.097

1.097

Defensie

X

Inzet KMar-personeel voor luchtwaarneming, inzet vliegers Dornier, beheerskosten, bijdrage inhuur SAR helikopter

Uitvoering grensbewaking / luchtsurveillances / beheerskosten Defensie

10.373

10.691

10.691

10.691

9.691

8.691

8.691

Infrastructuur en Milieu

XII

Inzet vaarwegmarkering, loodsen, inzet RWS personeel voor luchtwaarneming, inhuur SAR helikopter

Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance

8.933

10.536

10.226

10.226

6.856

3.486

3.486

Economische zaken

XIII

Inzet NVWA- en SodM-personeel

Visserijcontrole en Staatstoezicht op de Mijnen

458

456

456

456

456

456

456

Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen

 

24.246

25.893

25.493

25.493

20.423

15.353

15.353

                     

Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht

 

48.970

56.532

63.541

64.321

60.194

54.250

52.955

Bedragen x € 1.000,–.

Realisatie 2016 conform Kustwacht Nederland jaarverslag 2016.

Begroting 2017 – 2022 conform Gecombineerd Jaarplan 2017/2018, voor de uitvoeringstaken door de Kustwacht.

Medio 2015 is het contract voor de inhuur van de SAR helikopter door IenM afgesloten. Defensie en VenJ dragen een deel bij door budgetoverheveling en VWS betaald voor patiëntenvervoer via Defensie aan IenM. Dit is terug te vinden in de tekst van het jaarverslag Kustwacht Nederland 2016.

De inhuur van de SAR helikopter door IenM loopt tot medio 2020, daarom gaan bij VenJ, Defensie en IenM de bedragen omlaag vanaf 2020.

BIJLAGE 4 INSTANDHOUDING

In deze bijlage wordt, in vervolg op eerdere bijlagen met betrekking tot het beheer en onderhoud en vervanging, een toelichting gegeven op de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van IenM vallen. Dit betreft het Hoofdwatersysteem, het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdspoorwegnet.

Allereerst wordt de instandhoudingsfilosofie nader toegelicht. Vervolgens is een overzicht van beschikbare en benodigde middelen tot en met 2031 opgenomen waarna verder wordt ingegaan op de wijze waarop met Beheer en Onderhoud wordt omgegaan in relatie tot DBFM contracten.

1. In stand houden Rijksinfrastructuur

De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van deze netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereikbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden borgen IenM en de uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus.

Scope instandhouding

Onder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van beheer en onderhoud en vervanging en renovatie van de bestaande infrastructuur. Bij Spoor wordt hiervoor de afkorting BOV gehanteerd. Bij de RWS netwerken wordt onderscheid gemaakt tussen respectievelijk Beheer en Onderhoud (BenO) en Vervanging en Renovatie (VenR). Tot het domein van het beheer behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersmanagement en watermanagement. Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren. Vervanging is het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object, terwijl renovatie zich erop richt de levensduur van het bestaande object te verlengen. Het gaat expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infrastructuur.

Aanpak instandhouding

De instandhouding van de netwerken wordt op de volgende wijze aangepakt:

Uitgangspunt 1: Een goede instandhouding moet worden geborgd over de gehele levenscyclus van infrastructuur

Een goede instandhouding van het hoofd(vaar)wegennet, het hoofdwatersysteem en het hoofdspoorwegennet is een randvoorwaarde voor de veiligheid, de bereikbaarheid en de leefbaarheid van Nederland. Om dit te bereiken moet de duurzame instandhouding van de netwerken systematisch over de gehele levenscyclus worden geborgd.

Uitgangspunt 2: Prestaties en optimalisatie kosten/hinder staan centraal

Bij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van onderhoud centraal. Het zijn immers de prestaties, zoals de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur die de gebruikers zelf direct ervaren. Over deze te leveren prestaties maakt IenM afspraken met ProRail en worden binnen IenM afspraken gemaakt met RWS. Deze afspraken vormen de basis van het onderhoud dat door ProRail en RWS wordt verzorgd.

De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing van en verantwoording over de gewenste prestaties.

De prestatieafspraken met ProRail zijn opgenomen in de 10-jarige beheerconcessie en de jaarlijkse beheerplannen. Met RWS wordt een Service Level Agreement (SLA) met een looptijd van vier jaar afgesproken. In 2018 wordt een nieuwe SLA van kracht, deze loopt tot en met 2021.

Met de uitvoeringsorganisaties worden afspraken gemaakt over de gewenste prestaties en hiervoor worden de benodigde middelen beschikbaar gesteld. De uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de daarbij horende beheer- en onderhoudsregimes.

Daarop aanvullend wordt bij de netwerken van RWS voor vervangingsopgaven projectsturing toegepast. Ook hierbij staan prestaties van het netwerk en optimalisatie centraal. De projectmatige sturing van vervangingsopgaven verloopt op basis van opdrachten voor tranches van projecten. Deze projecten worden in een doorlopende cyclus van lange termijn prognoses en inspecties bepaald.

Prestaties RWS

Prestatiegebied

Prestatie-indicator

Streefwaarde

Hoofdwegennet

Beschikbaarheid

Technische beschikbaarheid van de weg

90%

Files door werk in uitvoering a.g.v. aanleg en gepland onderhoud

10%

Levering verkeersgegevens:

– Beschikbaarheid data voor derden

– Actualiteit data voor derden

90%

95%

Veiligheid

Voldoen aan norm voor verhardingen

99,7

Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding

95%

Hoofdvaarwegennet

Beschikbaarheid/

Betrouwbaarheid

Stremmingen gepland onderhoud

0,8%

Stremmingen ongepland onderhoud

0,2%

Tijdig melden ongeplande stremmingen

97%

Vaargeul op orde:

– Toegangsgeulen

– Hoofdtransportassen

– Hoofdvaarwegen

– Overige vaarwegen

95%

90%

70%

65%

Veiligheid

Vaarwegmarkering op orde

95%

Hoofdwatersysteem

Waterveiligheid

Handhaving kustlijn

90%

Beschikbaarheid stormvloedkeringen

100%

Waterhuishouding op orde

100%

Betrouwbaarheid informatievoorziening

95%

Prestaties ProRail
 

Bodemwaarde

Streefwaarde 20191

Prestatie-indicator

   

Klantoordeel reizigersvervoerders

6

7,0

Klantoordeel goederenvervoerders

6

7,0

Reizigerspunctualiteit 5 minuten HRN (gezamenlijk met NS)

89,20%

91,30%

Reizigerspunctualiteit 15 minuten HRN (gezamenlijk met NS)

96,70%

97,30%

Reizigerspunctualiteit 5 minuten HSL (gezamenlijk met NS)

82,50%

84,30%

Punctualiteit 3 minuten reizigersverkeer totaal

87,00%

90,00%

Punctualiteit 3 minuten regionale series

92,40%

93,40%

Punctualiteit 3 minuten goederenverkeer

80,00%

N.t.b.

Geleverde treinpaden

97,50%

98,20%

Klanthinder als gevolg van storingen infra

610

546

X Noot
1

Handhaving op de geleverde prestaties vindt plaats op basis van de afgesproken bodemwaarde. Voor het jaar 2019 geldt een streefwaarde waarop een evaluatie plaats vindt bij de midterm review van de huidige concessie.

IenM en ProRail hebben een aantal prestatie-indicatoren doorontwikkeld zodat deze beter aansluiten bij de beleving van de reiziger en verlader en daarnaast beter passen bij de sturing door ProRail. In 2017 is in dit kader al een aantal prestatie-indicatoren gewijzigd. Met ingang van 2018 wordt de prestatie-indicator punctualiteit goederenverkeer vervangen door de prestatie-indicator transitietijd. Met deze indicator wordt de gerealiseerde rijtijd ten opzichte van geplande rijtijd (in het oorspronkelijke plan van de goederenvervoerders) binnen Nederland gemeten. IenM en ProRail werken op dit moment de ambities voor de bodem- en streefwaarde voor deze nieuwe indicator uit.

Verbeteren prestatiesturing Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem

In 2015 is bij het opstellen van de SLA gebleken dat het opdrachtgeverschap nog verbetering behoeft. Besloten is de toen lopende SLA met een jaar te verlengen en 2016 te gebruiken om de prestatiesturing te versterken en een actieve aanpak van duurzaamheid daarin te integreren. In die periode zijn belangrijke stappen gezet om het oorzakelijke verband tussen beleidsdoelen, prestaties, instandhoudingsmaatregelen en kosten voor de drie netwerken inzichtelijk te maken. Er is echter ook gebleken dat het keuzeproces nog optimalisatie vergt en prestatiesturing nog doorontwikkeling behoeft. Een ontwikkelingsslag is nodig om een betere doorvertaling te kunnen maken van de beleidsdoelen naar instandhoudingsregimes. In de SLA worden daarom ontwikkelafspraken gemaakt ter verbetering van het systeem om het assetmanagement te koppelen aan verschillende prestatieniveaus. In de SLA 2018 – 2021 zijn – in aanvulling op en als integraal onderdeel van de prestatieafspraken en het beschikbaar stellen van budgetten – ontwikkelafspraken vastgelegd. Deze hebben betrekking op het aanpassen van de systematiek, het uitvoeren van pilots en het toepassen van nieuwe technieken. De ontwikkelafspraken moeten er toe leiden dat bij de daaropvolgende SLA (2022–2025) keuzemogelijkheden beter kunnen worden onderbouwd en er meer inzicht is in de mogelijkheden om prestaties te differentiëren en de effecten die dat heeft op zowel de beleidsdoelen als de benodigde middelen.

IenM onderzoekt, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer, de mogelijkheid indicatoren te ontwikkelen om de doelmatigheid van onderhoud van de door RWS beheerde netwerken inzichtelijk te maken. Het ontwikkelen van indicatoren die daadwerkelijk iets zeggen over doelmatigheid van BenO is complex. Er zijn veel factoren die van invloed zijn op input, output, outcome en de bijbehorende doelmatigheid. Dat geldt voor exogene factoren zoals bijvoorbeeld klimaat (vorstschade, klimaatverandering). Maar ook voor de tijdfactor: zo levert bijvoorbeeld een extra impuls in onderhoud (extra B&O-uitgaven) in een bepaald jaar, in dat betreffende jaar zelf meer verkeershinder en dus meer voertuigverliesuren (VVU’s) (en dus lagere outcome-prestaties) op, terwijl het positieve effect van de impuls vaak pas één of meer jaren later meetbaar is. En ook hebben de werksoorten aanleg, VenR en BenO invloed op de doelmatigheid van iedere afzonderlijke werksoort. Zo kunnen bijvoorbeeld bezuinigingen bij de aanleg leiden tot hogere uitgaven voor BenO. Dit betekent dat het traject om te komen tot een doelmatigheidsindicator op voorhand niet geheel voorspelbaar zal zijn. Het is uitvoeren, evalueren en bijschaven ofwel: al doende leren.

Flexibele onderhoudsplanning

Voor de verschillende onderdelen van het areaal is een flexibele onderhoudsplanning beschikbaar. De keuze van het juiste moment van ingrijpen bij het verrichten van onderhoud aan of het vervangen of renoveren van infrastructuur wordt bepaald aan de hand van:

  • 1. Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodzakelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.

  • 2. Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.

  • 3. De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparen.

Ad 1. Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodzakelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.

Op basis van de beleidsdoelen bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid worden de prestatieniveaus van de netwerken bepaald en de (functie) eisen aan het areaal toegekend. Hierbij valt te denken aan de functies die de onderdelen van het areaal moeten vervullen en de manier waarop deze functies bijdragen aan de prestaties op netwerkniveau. Ieder onderdeel van het areaal heeft een hierbij aansluitend onderhoudsplan waarin rekening wordt gehouden met de risico’s voor de prestatie bij het gehanteerde onderhoudsscenario. Dit geheel resulteert in het vigerend beheerconcept. Uit het onderhoudsplan volgt een voorzien moment voor het onderhoud.

RWS en ProRail zorgen dat netwerken voldoen aan de prestatieafspraken die IenM met hen maakt (respectievelijk SLA en beheerconcessie). Vanzelfsprekend is het mogelijk om de prestatie- afspraken en/of andere randvoorwaarden aan te passen indien daar aanleiding toe bestaat.

Ad 2. Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.

De beheerders van de netwerken hebben een actueel inzicht in (de staat van) het bestaande areaal en de onderhoudsbehoefte daarvan. De daarvoor noodzakelijke informatie wordt actueel gehouden op basis van (een programma van) risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden.

Ad 3. De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparen.

Behalve de staat van de objecten wordt bij het plannen van de uitvoering van werkzaamheden ook rekening gehouden met de mogelijkheden om activiteiten te bundelen om daarmee kosten te besparen en/of hinder voor gebruikers te beperken.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

De hierboven geschetste aanpak leidt ertoe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Dit betekent dat met het oog op de efficiëntie, onderhoud eerder of later kan worden uitgevoerd dan volgt uit het vigerende beheerconcept. Er is dan sprake van vervroegd of uitgesteld onderhoud.

Voor uitgesteld onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:

«Er is sprake van uitgesteld onderhoud (of vervanging) als de assets wel blijven voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken5 terwijl bewust wordt afgeweken van het vigerend beheerconcept waarbij de keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van feitelijke technische conditie en planoptimalisatie of prestatieafspraken.»

Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken.

Uitgesteld onderhoud wordt onderscheiden van «achterstallig onderhoud». Voor achterstallig onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:

«Er is sprake van achterstallig onderhoud (of vervanging) als de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken.»

Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.

In het jaarverslag van het Infrastructuurfonds (Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 725 A, nr. 1) en van het Deltafonds over 2016 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 725 J, nr. 1) is voor de eerste keer gerapporteerd over het volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud aan het einde van 2016.

De komende jaren wordt de omvang van het uitgesteld onderhoud jaarlijks gemonitord. Na een aantal jaren kan worden bezien of er een norm (beheersbare prikkel) uit af te leiden valt hoeveel uitgesteld onderhoud acceptabel is. Dit past in de lijn die is uitgedragen in de bestuurlijke reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Instandhouding van het Hoofdwatersysteem dat eerst ervaring wordt opgedaan en dat inzichtelijke informatie werkende weg zal worden aangescherpt.

Het bepalen van de omvang van het uitgesteld onderhoud is geoperationaliseerd door te kijken welke onderhoudsmaatregelen per 1 januari 2017 op basis van het gebruikte onderhoudsregime een geadviseerd onderhoudsmoment hadden in 2016 of eerder. Voor het bepalen van de omvang van het achterstallig onderhoud is van de uitgestelde onderhoudsmaatregelen beoordeeld of de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken.

Naar aanleiding van de overgenomen motie van het lid Belhaj (Kamerstukken II 34 550 XII, nr. 48) is met de brief van 10 juli 2017 inzicht geboden in de stand van zaken van het beheer en onderhoud van de grote strategische bruggen op het hoofdwegennet en de beantwoording van de vraag of sprake is van achterstallig onderhoud bij deze bruggen en zo ja, hoeveel dit is en welke bruggen het betreft.

In onderstaande tabel is de totale omvang van het volume aan uitgesteld- en achterstallig onderhoud per modaliteit weergegeven.

Netwerk

volume uitgesteld onderhoud

waarvan achterstallig

Hoofdwegennet

€ 226 miljoen

€ 15 miljoen

Hoofdvaarwegennet

€ 244 miljoen

€ 24 miljoen

Hoofdwatersysteem1

€ 37 miljoen

Hoofdspoorwegnet

X Noot
1

Hierbij zijn de kosten voor de kustlijnzorg buiten beschouwing gelaten. Dit is gedaan omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.

Uitgesteld onderhoud heeft geen gevolgen voor de veiligheid. Uitgangpunt is dat de assets blijven voldoen aan geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. Daar waar sprake is van achterstallig onderhoud worden de onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om de achterstalligheid op te heffen zo snel mogelijk in de onderhoudsprogrammering opgenomen en uitgevoerd. Daar waar de verkeersveiligheid in het geding kan zijn worden bovendien tijdelijke beheersmaatregelen genomen zoals tijdelijke afscherming of snelheidsverlaging.

De hiervoor beschreven aanpak voor het in stand houden van de infrastructuur leidt er toe dat de planning van onderhoudswerkzaamheden flexibel van aard is. Met het uitstellen en vervroegen van onderhoud wordt beoogd efficiënter en met minder hinder te werken. In de brief van 30 juni 2017 is Tweede Kamer geïnformeerd over de gezamenlijk met partijen in de spoorsector ontwikkelde nieuwe visie en werkwijze voor toekomstbestendig en efficiënt werken aan het spoor. Het gezamenlijke vertrekpunt waaruit gewerkt wordt, is de optimale balans tussen 1. de onderhouds- en vervangingsbehoefte die nodig is om het spoor betrouwbaar te houden; 2. daarbij zo min mogelijk hinder voor reizigers en verladers als gevolg van werkzaamheden aan het spoor te veroorzaken; en 3. het efficiënt omgaan met de beschikbare financiële middelen voor het werken aan het spoor. In dat kader wordt ook gekeken op welke wijze zinvol binnen de toegepaste onderhoudsfilosofie gerapporteerd kan worden over het eventuele volume aan uitgesteld en achterstallig onderhoud.

Nog uit te voeren werkzaamheden (NUTW)

In de begroting van het agentschap Rijkswaterstaat is de balanspost reeds uitgevoerde/nog uit te voeren werkzaamheden opgenomen. De omvang van deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar rekenkundig bepaald. De post is bedoeld om vertragingen en/of versnellingen in de werkzaamheden van het agentschap Rijkswaterstaat op te vangen. Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan immers blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan tijdens de planning van de begroting was voorzien. Dat kan diverse oorzaken hebben. Zo wordt met uitstel en vervroegen van onderhoud beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken. Daarnaast kan er sprake zijn van uitvoeringstegenvallers of vertragingen in de aanbestedingsprocedures.

De omvang van de balanspost is ultimo 2016 t.o.v. ultimo 2015 gestegen met 96 miljoen. Deze stijging wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat de in het verleden ontstane tekorten als gevolg van schadevaren en -rijden zijn aangevuld. Dit was nodig om te waarborgen dat uitgestelde onderhoudsmaatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. De opbouw van de post NUTW per ultimo 2016 is als volgt:

Omschrijving

Bedrag € mln.

Beheer en onderhoud en verkeersmanagement

   

a) Hoofdwatersysteem

262

 

b) Hoofdwegennet

–/– 6

 

c) Hoofdvaarwegennet

–/– 35

 

Subtotaal Beheer en onderhoud en verkeersmanagement inclusief Landelijke Taken

 

221

     

Overig

   

w) Hoofdwatersysteem

44

 

x) Hoofdwegennet

17

 

y) Hoofdvaarwegennet

61

 

z) Overig

5

 

Subtotaal Overig

 

127

     

Totaal

 

348

Hieronder worden de belangrijkste posten toegelicht die de opbouw van de post NUTW bepalen.

  • Ad a) Van de € 262 miljoen voor het Hoofdwatersysteem heeft € 61 miljoen betrekking op de middelen die in de begroting 2015 beschikbaar zijn gesteld voor het nieuwe artikel waterkwaliteit op het Deltafonds. Deze middelen zijn aan dat artikel toegevoegd in de jaren 2017 tot en met 2020. De balanspost wordt hierdoor in hetzelfde tempo verminderd.

    Een post van € 74 miljoen heeft betrekking op middelen voor de kustlijnzorg. Die mogen door de opdrachtnemer besteed worden binnen de contractperiode, zodat deze de uitvoeringsplanning over de looptijd van het contract kan optimaliseren. Daarnaast is € 103 miljoen bestemd voor noodzakelijke onderhoudsmaatregelen in de SLA 2018–2021.

  • Ad c) De reeds uitgevoerde werkzaamheden op het Hoofdvaarwegennet ad € 35 miljoen hebben voor € 29 miljoen betrekking op de Overdracht van de Gekanaliseerde Hollandse IJssel aan het Waterschap. De toekomstige beheer en onderhoudslasten zijn toen in één keer afgekocht. Deze post loopt af in jaarlijkse porties van € 3 miljoen.

  • Ad w) Van de € 44 miljoen voor het Hoofdwatersysteem heeft € 19 mln. betrekking op Herstel en Inrichting en € 21 miljoen op Verkenningen en Planuitwerkingen.

  • Ad x) Van de € 17 miljoen op het Hoofdwegennet is € 49 miljoen bestemd voor servicepakketten. Daar staat tegenover dat er sprake is van Reeds Uitgevoerd Werk van € 22 miljoen voor Verkenningen en Planuitwerkingen en van € 9 miljoen voor landelijke taken aanleg.

  • Ad y) Van de € 61 miljoen op het Hoofdvaarwegennet is € 56 miljoen bestemd voor NoMo AOV.

Na afloop van de huidige SLA-periode (2018) wordt bekeken in hoeverre de middelen op de balanspost die betrekking hebben op het beheer en onderhoud nodig zijn voor werkzaamheden die wel waren gepland binnen de SLA periode, maar die nog niet (volledig) zijn uitgevoerd of later zijn geprogrammeerd, te weten in de SLA periode 2018–2021. Indien er meer middelen beschikbaar zijn dan daadwerkelijk nodig voor deze nog niet volledig uitgevoerde werkzaamheden kunnen deze alternatief worden aangewend. Bij te weinig middelen op de balanspost zal op analoge wijze aanvulling plaats moeten vinden. Daarover zal dan in het kader van de reguliere begrotingsbesluitvorming worden gerapporteerd en besloten.

Uitgelicht: schaderijden en schadevaren

Rijkswaterstaat spant zich maximaal in om de schade die wordt aangebracht te verhalen. Echter soms is de veroorzaker van de schade niet bekend of is de schade hoger dan de verzekeraar uitkeert of is er sprake van niet verzekerd zijn, waarbij verder verhaal op de veroorzaker niet mogelijk is omdat deze niet over andere middelen beschikt om de schade alsnog te compenseren.

Eigenaren van schepen kunnen bovendien, tenzij de schade met opzet of door roekeloosheid is veroorzaakt, aansprakelijkheid voor aanvaringen beperken. Dat heeft tot gevolg dat de partij die door een aanvaring schade lijdt alleen tot een bepaald maximumbedrag zijn schade vergoed kan krijgen. Het meerdere blijft voor zijn eigen rekening. De hoogte van dat maximumbedrag hangt af van de grootte van het betreffende schip. De beperking van aansprakelijkheid is vastgelegd in Internationale verdragen. Om volledig kostenverhaal mogelijk te maken zou wijziging van de betreffende verdragen noodzakelijk zijn.

Balansposten ProRail

Tussen IenM en ProRail is sprake van een subsidierelatie waarbij is afgesproken dat:

  • Overschotten bij ProRail op uitgevoerde werkzaamheden (zoals aanbestedingsmeevallers) worden toegevoegd aan de egalisatiereserve op de balans bij ProRail, waarbij de egalisatiereserve maximaal 5% van de (gemiddelde) subsidie mag bedragen. De egalisatiereserve per eind 2016 bedraagt € 31 miljoen. Eventuele tekorten op uitgevoerde werkzaamheden worden ten laste van de egalisatiereserve gebracht.

  • Overschotten bij ProRail die betrekking hebben op verleende subsidies die pas later in de tijd benodigd blijken te zijn, worden jaarlijks, na vaststelling van de subsidie, terugbetaald aan IenM en weer toegevoegd aan de middelen in het Infrastructuurfonds, waarna ze door ProRail weer kunnen worden aangevraagd in het jaar dat deze middelen alsnog benodigd zijn.

Ontwikkelingen in het areaal

Bovenstaande aanpak wordt toegepast bij het beheer en onderhoud van bestaande infrastructuur. Bovendien krijgt instandhouding bij de aanleg van nieuwe infrastructuur reeds aandacht door bij de besluitvorming de onderhoudskosten over de hele levenscyclus in beeld te brengen (Life Cycle Costing, LCC). Op deze wijze worden niet alleen de kosten voor aanleg, maar ook de kosten voor toekomstig onderhoud bij de besluitvorming betrokken. Indien een beslissing tot de nieuwe aanleg tot hogere onderhoudskosten leidt, worden bij de startbeslissing van de verkenning, naast de investeringskosten, ook deze meerkosten voor het onderhoud op de begroting van de fondsen gereserveerd. Wanneer de realisatie van het aanlegproject aanvangt worden deze gereserveerde middelen toegevoegd aan het Beheer en Onderhoudsbudget.

Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS en ProRail per verantwoording 2016.

Areaal Hoofdwegen

Eenheid

 

Rijbaanlengte

Hoofdrijbaan

km

5.803

Verbindingswegen en op- en afritten

km

1.650

Areaal asfalt

Hoofdrijbaan

km2

76

Verbindingswegen en op- en afritten

km2

14

Groen areaal

 

km2

182

Verkeerssignalering op rijbanen

 

km

2.716

Verkeerscentrales

 

stuks

6

Spits- en plusstroken

 

km

324

Viaduct over RW

 

stuks

1.007

Viaduct in RW

 

stuks

1.842

Brug vast

 

stuks

726

Brug Beweegbaar

 

stuks

54

Tunnel

 

stuks

27

Aquaduct

 

stuks

15

Areaal Hoofdvaarwegen

Eenheid

 

Vaarwegen:

km

7.004

– waarvan binnenvaart

km

3.460

– waarvan zeevaart

km

3.544

Schutsluiskolken

stuks

129

Bruggen beweegbaar

stuks

115

Bruggen vast

stuks

213

Afmeervoorziening

stuks

9.803

Areaal Hoofdwatersysteem

Eenheid

 

Kustlijn

km

293

Stormvloedkeringen

aantal

5

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

   

–  Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

180

– Niet primaire waterkeringen/duinen

km

652

–  Uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.684

Binnenwateren

km2

3.050

Spui-, uitwateringssluiskolken

stuks

92

Gemaal

stuks

20

Kunstwerken t.b.v. natuur

stuks

13

Stuwcomplex

stuks

10

Hoogwaterkering

stuks

3

Waterreguleringswerken

stuks

92

Sifons / duikers / hevel

stuks

263

Bron: RWS NIS

Areaal Spoorwegen

 

Eenheid

 

Netlengte in exploitatie

Totaal

km

3.434

 

Waarvan enkelsporig

km

950

 

Waarvan meersporig

km

2.484

 

Netlengte geëlektrificeerd

km

2.167

Totale spoorlengte

 

km

7.219

Wissels

 

stuks

7.006

Overwegen

 

stuks

2.370

Seinen

 

stuks

12.093

Stations

 

stuks

404

Bruggen (beweegbaar)

 

stuks

56

Tunnels

 

stuks

15

2. Budgettaire aspecten

Onderstaand zijn per netwerk zowel de beschikbare budgetten als de budgetbehoefte tot en met 2031 gepresenteerd. Hiermee zijn de budgetbehoefte en de beschikbare budgetten voor Instandhouding in een overzicht samengebracht. Het overzicht is uitgesplitst naar de budgetten voor het verkeers- en watermanagement, het beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Hiermee wordt tevens voldaan aan de tijdens het wetgevingsoverleg over de Jaarverslagen Infrastructuur & Milieu op 29 juni 2017 door de Minister en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu gedane toezegging om in de begroting voor 2018 informatie op te nemen over de budgetbehoefte voor langjarig onderhoud, beheer en vervanging.

2. Totaaloverzicht beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water (x € 1.000)
1. Budgetten verkeers-/watermanagement en Beheer en Onderhoud1

Artikelonderdeel

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Hoofdwegen

Behoefte/raming

579.976

620.580

567.278

499.236

572.603

538.173

540.034

540.714

565.868

565.869

565.867

575.023

585.137

585.137

585.137

8.486.633

IF 12.01

Budget verkeersmanagement

3.680

3.680

3.681

3.680

3.677

3.674

3.673

3.672

3.670

3.670

3.670

3.678

3.678

3.678

3.678

55.139

IF 12.06.02

Budget verkeersmanagement Landelijke Taken

17.177

21.113

19.594

19.770

20.342

15.890

15.860

15.721

15.633

15.634

15.631

16.089

16.089

16.089

16.089

256.720

IF 12.02.01

Budget Beheer en Onderhoud

543.123

576.208

525.938

457.546

529.706

424.364

426.275

427.224

452.537

452.537

452.538

460.833

470.947

470.947

470.947

7.141.670

IF 12.06.02

Budget Beheer en Onderhoud Landelijke Taken

15.996

19.580

18.066

18.241

18.878

14.445

14.426

14.297

14.229

14.229

14.229

14.623

14.623

14.623

14.623

235.105

Totaal budget verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwegen

579.976

620.580

567.278

499.236

572.603

458.373

460.234

460.914

486.068

486.069

486.067

495.223

505.337

505.337

505.337

7.688.633

 

Potentieel tekort hoofdwegen

0

0

0

0

0

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 79.800

– 798.000

                                   

Spoorwegen

Behoefte/raming

484.074

471.098

441.846

439.076

439.858

423.920

421.910

409.153

405.005

407.016

406.902

408.080

465.850

465.858

503.871

6.593.516

IF 13.02

Budget beheer en onderhoud (incl. verkeersmanagement)2

484.074

471.098

441.846

439.076

439.858

423.920

421.910

409.153

405.005

407.016

406.902

408.080

465.850

465.858

503.871

6.593.516

Totaal budget Beheer en Onderhoud Hoofdspoorwegen

484.074

471.098

441.846

439.076

439.858

423.920

421.910

409.153

405.005

407.016

406.902

408.080

465.850

465.858

503.871

6.593.516

 

Potentieel tekort Spoorwegen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

                                   

Hoofdvaarwegen

Behoefte/raming

296.729

290.464

305.071

284.111

213.213

232.262

231.424

230.344

230.283

231.239

229.815

265.109

265.110

265.110

242.613

3.812.895

IF 15.01

Verkeersmanagement

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

8.525

127.875

IF 15.06.02

Verkeersmanagement Landelijke Taken

4.986

4.986

4.986

4.986

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

4.997

74.907

IF 15.02.01

Beheer en Onderhoud

278.408

272.164

286.759

265.808

194.675

195.729

194.921

193.821

193.765

194.720

193.301

228.590

228.590

228.591

206.094

3.355.936

IF 15.06.02

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken

4.810

4.789

4.801

4.792

5.016

5.011

4.980

5.001

4.997

4.997

4.993

4.998

4.998

4.998

4.998

74.179

Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen

296.729

290.464

305.071

284.111

213.213

214.262

213.424

212.344

212.283

213.239

211.815

247.109

247.110

247.110

224.613

3.632.897

 

Potentieel tekort Hoofdvaarwegen

0

0

0

0

0

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 18.000

– 180.000

                                   

Hoofdwatersysteem

Behoefte/raming

146.138

164.238

162.003

120.963

135.950

157.583

180.944

150.440

198.255

161.556

165.013

156.926

156.926

156.926

156.926

2.370.786

DF 3.01.01

Watermanagement

7.112

7.111

7.083

7.083

7.083

7.083

7.083

7.108

7.108

7.108

7.308

6.908

6.908

6.908

6.908

105.900

DF 5.02.01

Watermanagement Landelijke Taken

3.947

3.947

3.947

3.947

3.958

3.958

3.958

3.933

3.933

3.933

4.043

3.822

3.822

3.822

3.822

58.792

DF 3.02.01

Beheer en Onderhoud Waterveiligheid

110.083

122.834

120.725

78.504

97.993

99.939

123.075

92.683

140.498

103.799

106.188

100.236

100.236

100.236

100.236

1.597.263

DF 3.02.02

Beheer en Onderhoud Zoetwatervoorziening

15.731

21.093

20.995

22.176

17.644

17.531

17.756

17.644

17.644

17.644

18.140

17.148

17.148

17.148

17.148

272.594

DF 5.02.01

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Waterveiligheid

6.923

6.912

6.912

6.912

6.924

6.924

6.924

6.924

6.924

6.924

7.120

6.731

6.731

6.731

6.731

103.250

DF 5.02.01

Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Zoetwatervoorziening

2.341

2.341

2.341

2.341

2.348

2.348

2.348

2.348

2.348

2.348

2.414

2.281

2.281

2.281

2.281

34.987

Totaal Watermanagement en Beheer en Onderhoud Watersysteem

146.138

164.238

162.003

120.963

135.950

137.783

161.144

130.640

178.455

141.756

145.213

137.126

137.126

137.126

137.126

2.172.786

 

Potentieel tekort Hoofdwatersysteem

0

0

0

0

0

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 19.800

– 198.000

                                   

Totaal budget verkeers-/watermanagement, beheer en onderhoud

1.506.916

1.546.380

1.476.198

1.343.386

1.361.623

1.234.337

1.256.711

1.213.050

1.281.812

1.248.080

1.249.997

1.287.539

1.355.423

1.355.431

1.370.947

20.087.831

X Noot
1

Exclusief apparaatskosten en bijdragen derden.

X Noot
2

De aanleg en operationele activiteiten van verkeersmanagement is bij Spoorwegen opgenomen onder «Beheer en Onderhoud» vanwege het feit dat ProRail dit niet apart inzichtelijk maakt.

2. Vervangingen en renovaties

Vervanging1

Artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–20302

Hoofdwegen

Behoefte/raming

                             

2.536.395

IF 12.02.04

Budget Hoofdwegen

71.252

69.385

111.737

72.237

100.121

162.708

164.007

192.001

192.000

192.000

292.916

292.916

292.916

330.199

ntb

2.536.395

Spoorwegen

Behoefte/raming

                             

7.156.590

IF 13.02

Budget Hoofdspoorwegen

469.071

428.089

450.843

509.089

514.834

512.903

517.890

535.200

512.007

540.021

547.868

552.109

531.829

534.837

ntb

7.156.590

Hoofdvaarwegen

Behoefte/raming

                             

1.256.149

IF 15.02.04

Budget Hoofdvaarwegen

59.300

107.400

99.888

28.601

19.961

102.468

135.402

67.029

38.076

38.001

38.056

83.193

90.887

82.887

ntb

991.149

Nader toe te delen Infrastructuurfonds

                               

IF 18.12

Budget vervanging en renovatie

                           

445.202

 

Hoofdwatersysteem

Behoefte/raming

                             

630.325

DF 3.02.03

Budget Hoofdwatersysteem

56.727

37.727

29.345

3.812

101

65.980

60.090

98.250

114.639

96.347

109.111

106.299

106.299

106.299

106.299

1.097.325

Totaal budget vervangingen en renovaties

656.350

642.601

691.813

613.739

635.017

844.059

877.388

892.480

856.722

866.369

987.951

1.034.517

1.021.931

1.054.223

1.086.365

12.761.521

 

Totaal Budget Beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water

2.163.266

2.188.981

2.168.011

1.957.125

1.996.640

2.078.396

2.134.100

2.105.530

2.138.533

2.114.448

2.237.948

2.322.056

2.377.353

2.409.654

2.457.312

32.849.353

X Noot
1

De definitie van vervanging en renovatie verschilt per beheerder (RWS en ProRail). De budgetten zijn om die reden per modaliteit niet één-op-één te vergelijken.

X Noot
2

De budgetbehoefte is bepaald tot en met 2030. De exacte toedeling per jaar wordt bepaald aan de hand van de tranches die in realisatie zullen worden genomen. Daarom zijn de budgetten ook nog niet over de jaren verdeeld. Voor 2031 en verder moet de budgetbehoefte en de verdeling over de modaliteiten nog nader worden vastgesteld.

3. Gereserveerde budgetten BenO

Artikelonderdeel

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Hoofdwegen

                                 

IF 12.03.02

Reserveringen binnen verkenningen en planuitwerkingen (m.n.LCC)

0

0

0

69

2.028

2.333

9.103

27.963

35.293

40.311

40.384

44.155

28.175

28.175

31.194

289.182

IF 12.07.01

Reservering potentieel tekort beheer en onderhoud

                     

140.862

122.272

135.624

 

398.758

 

Totaal reserveringen hoofdwegen1

0

0

0

69

2.028

2.333

9.103

27.963

35.293

40.311

40.384

185.017

150.447

163.799

31.194

687.940

Spoorwegen

                                 

IF 13.08

Reserveringen binnen IR (risico's BOV)2

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal reserveringen spoorwegen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Hoofdvaarwegen

                                 

IF 15.03.02

Reservering consequenties areaalgroei op BenO

         

18.744

18.744

18.744

18.744

18.745

22.162

22.161

22.161

22.161

22.161

204.526

IF 15.07.01

Reservering potentieel tekort beheer en onderhoud

                           

90.000

90.000

 

Totaal reserveringen hoofdvaarwegen

0

0

0

0

0

18.744

18.744

18.744

18.744

18.745

22.162

22.161

22.161

22.161

112.161

294.526

Watersysteem

                                 

DF 1.02.01

Reservering areaalgroei

                     

5.095

8.834

   

13.929

DF 1.02.01

Reservering potentieel tekort beheer en onderhoud

                         

99.000

 

99.000

 

Totaal reserveringen watersystemen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.095

8.834

99.000

0

112.929

                                   

Totaal reserveringen

 

0

0

0

69

2.028

21.077

27.847

46.707

54.037

59.056

62.545

212.273

181.442

284.960

143.355

1.095.395

                         

Totaal Budget beheer, onderhoud, vervanging wegen, spoor, vaarwegen en water, incl. reserveringen

2.163.266

2.188.981

2.168.011

1.957.194

1.998.668

2.099.473

2.161.946

2.152.236

2.192.570

2.173.504

2.300.494

2.534.328

2.558.795

2.694.614

2.600.667

33.944.748

X Noot
1

Op basis van de verwachte beheer en onderhoudsuitgaven is binnen de reservering voor LCC op Art. 12.03.02 voldoende ruimte aanwezig om alle geprogrammeerde projecten te dekken. De in OB2017 binnen de Investeringsruimte Wegen opgenomen reservering voor consequenties areaalgroei op BenO is niet meer nodig.

X Noot
2

De in de begroting 2017 gereserveerde € 400 miljoen is overgeheveld naar het budget voor BOV.

Door verschillen in aansturing en organisatie tussen ProRail en RWS is een vergelijking tussen de budgetten voor BOV van Spoor met de RWS-netwerken (Wegen, Vaarwegen en Water) niet altijd te maken:

  • De budgetten Verkeersmanagement zijn bij ProRail onderdeel van de reguliere BOV-budgetten.

  • De apparaatskosten van ProRail (exclusief de apparaatskosten van aanlegprojecten) maken deel uit van de BOV reeksen. Voor een goede vergelijking van de cijfers zijn ze in bovenstaande tabel niet meegenomen. Hierdoor wijken de budgetten af van die in artikel 13 van de begroting van het Infrastructuurfonds.

2a Budgetbehoefte en beschikbaar budget Beheer en Onderhoud Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem

RWS heeft, zoals aangekondigd in de instandhoudingsbijlage van de begroting 2017, ten behoeve van de SLA 2018–2021 het benodigde langjarige bedrag voor Beheer en onderhoud voor het geldende prestatieniveau in beeld gebracht. Dit is gebeurd aan de hand van de hierboven beschreven flexibele en risico- en prestatiegestuurde onderhoudsplanning (assetmanagement). Na herijking van de lange termijn ramingen is met RWS in overleg gegaan en is kritisch gekeken of aanvullend budget echt nodig is. Voor de SLA 2018–2021 is de conclusie getrokken dat voor het Hoofdwegennet aanvullende budget noodzakelijk is. De begroting is daarop aangepast, zodat de prestaties gehandhaafd kunnen blijven. Voor het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem past de programmering bij gelijkblijvend prestatieniveau binnen de tot en met 2021 beschikbare middelen.

Voor de periode na 2022 ligt voor de drie netwerken de prognose van het benodigde langjarige bedrag om het huidige prestatieniveau voor beheer en onderhoud te handhaven hoger dan het beschikbare budget. De tabellen laten zien dat er in de periode 2022 tot en met 2031 ca. € 8,5 miljard beschikbaar is voor Beheer en Onderhoud van de netwerken (inclusief bijdragen derden). De budgetbehoefte voor instandhouding van de RWS-netwerken bedraagt ca. € 9,7 miljard in de periode 2022–2031. Voor het verschil, het potentiële tekort van bijna € 1,2 miljard, is een reservering van 50% getroffen binnen de Investeringsruimte van de desbetreffende modaliteiten. Bij een kans van optreden tussen de 33 en 66% bedraagt de risicoreservering van 50%.

Daarom zal de komende periode in samenspraak tussen de beleidsdirecties van IenM en Rijkswaterstaat worden bekeken welke maatregelen zoals versobering of aanpassing van de prestatiedoelen mogelijk zijn om budgetbehoefte en budget met elkaar in overeenstemming te brengen en wat daarvan de consequenties zullen zijn voor de gebruikers van de netwerken. Op basis hiervan kan in de aanloop naar de SLA 2022–2025 overgegaan worden tot het treffen van maatregelen of aanpassing van het budget om te voorkomen dat achterstanden ontstaan.

2b. Versobering en efficiency Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem

In bijlage 4.2 van de Infrastructuurbegroting 2012 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de toen niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 en over de mix van maatregelen om deze problematiek te beheersen.

Een van de maatregelen betreft een pakket aan efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. De afspraken over deze te realiseren maatregelen zijn opgenomen in het Programma Versobering en Efficiency. De versoberingen en efficiencymaatregelen zijn stapsgewijs geïmplementeerd, omdat dit de mogelijkheid bood om binnen het afgesproken budgettaire kader door een verstandige mix van maatregelen passend bij de lokale situatie optimalisaties aan te brengen. Hierdoor konden en kunnen eventuele negatieve gevolgen voor doorstroming en veiligheid worden beperkt.

In bijlage 5 van de Infrastructuurbegroting 2013 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingmaatregelen van € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd. Hiervan is tot en met 2016 € 891 miljoen gerealiseerd. In die bijlage is tevens een eerste inschatting opgenomen van effecten op veiligheid en doorstroming.

In bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting 2015 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingsmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk uitgesplitst en de prognose bijgesteld. In deze bijlage is de verwachte bandbreedte op basis van de verdere uitwerking en implementatie van de maatregelen in beeld gebracht. Wanneer het totaalpakket aan maatregelen bij de onderkant van de bandbreedte dreigt uit te komen, zal worden bijgestuurd door nieuwe maatregelen te treffen. Op basis van het huidige beeld is de inschatting dat het realiseren van het totale pakket van € 1,64 miljard aan versobering- en efficiencymaatregelen mogelijk is. Ten opzichte van de vorige begroting zijn de inzichten niet gewijzigd.

Netwerk

Maatregel

Initiële Bedrag in € miljoen t/m 2020

Prognose realisatie bedragen in € miljoen t/m 2020

HWN

Verminderen communicatie bij onderhoud

30

30

HWN

Versoberen bermbeheer

40

35

HWN

Onderhoud kunstwerken uiterste jaar

50

45–50

HWN

Versoberen verlichting

35

30–35

HWN

Verruimen werkvensters en op delen van het netwerk overdag werken met minder flankerende maatregelen.

75

75–80

HWN

Versoberen DVM

165

150

HVWN

Minder maaien taluds

10

10

HVWN

Minder baggeren hoeken zeetoegangen

35

40

HVWN

Verminderen (wal)voorzieningen schippers

10

10

HVWN

Minder baggeren vaarwegen

45

55

 

Subtotaal versoberingen

495

480–495

Alle

Efficiencymaatregelen

800

815– 820

 

Subtotaal efficiencymaatregelen

 

815–820

Alle

Besparing Landelijke Taken

200

200

Alle

Bijzondere baten t.b.v. B&O

100

30

HVWN

Opbrengsten HVWN

60

HWS

Heffen Leges1

HWN

Verhoging BenO budget

45

45

 

Subtotaal overige maatregelen

345

305

 

Totaal

1.640

1.630–1.650

Noot 1: Het voornemen leges te heffen op grond van de waterwet is nog niet ten uitvoer gebracht gelet op de invoering van de omgevingswet.

2c. De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging ProRail

ProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,3 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,3 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief btw.

Op 15 september 2015 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de audit PwC c.s. op de financiële meerjarenreeksen van ProRail voor beheer, onderhoud en vervangingen van het spoor. Hierbij is geconstateerd dat er sprake is van een potentieel tekort van € 475 miljoen dat zich in de periode vanaf 2018 tot en met 2028 kan voordoen. Daarnaast is ook een aantal risico’s gesignaleerd, waarvoor op de begroting een reservering was getroffen van € 400 miljoen, en is een risico op indexeringsverschillen benoemd. In de volgende passages is de actuele stand van zaken met betrekking tot het potentieel tekort en de risico’s opgenomen.

Potentieel tekort en toekomstbestending en efficiënt onderhoud van het spoor

Naast het verminderen van het potentiële tekort moet ook de manier waarop ProRail onderhoud aan het spoor uitvoert, veranderen, omdat de hoeveelheid werk toeneemt, de hinder toeneemt en de daartoe beschikbare tijd en middelen tekort schieten. Dit heeft geleid tot een gefaseerde aanpak om te komen tot een toekomstbestendig en efficiënt onderhoud van het spoor, waarover de Tweede Kamer op 16 juni 2016 is geïnformeerd. In de brief van 30 juni 2017 is Tweede Kamer geïnformeerd over de gezamenlijk met partijen in de spoorsector ontwikkelde nieuwe visie en werkwijze voor toekomstbestendig en efficiënt werken aan het spoor. Het gezamenlijke vertrekpunt waaruit gewerkt wordt, is de optimale balans tussen 1. de onderhouds- en vervangingsbehoefte die nodig is om het spoor betrouwbaar te houden; 2. daarbij zo min mogelijk hinder voor reizigers en verladers als gevolg van werkzaamheden aan het spoor te veroorzaken; en 3. het efficiënt omgaan met de beschikbare financiële middelen voor het werken aan het spoor.

Risico’s en reservering BOV

Uit de door ProRail ingediende subsidieaanvragen 2016 en 2017 van ProRail blijkt dat een groot deel van de eerder door PWC c.s. gesignaleerde risico’s zich ook daadwerkelijk heeft voorgedaan. Het betreft dan met name de correctie van bovenbouwvernieuwingen in de financiële meerjarenreeksen (audit PwC), hogere uitgaven voor de instandhouding en lagere ontvangsten uit gebruiksvergoeding voor het gebruik van de Betuweroute, het vervangen van de Oosterdokbruggen, het verplaatsen van de verkeersleidingspost op Kijfhoek en het effect van de uitspraak van de ACM op de hoogte van de gebruiksvergoeding. Hierop is besloten om de risicoreservering binnen de investeringsruimte spoor ad € 400 miljoen over te hevelen naar het budget voor beheer, onderhoud en vervanging. Daarnaast is aanvullend € 142 miljoen uit de investeringsruimte spoor overgeheveld naar het budget voor beheer, onderhoud en vervanging om opgetreden indexeringsverschillen op te kunnen vangen.

2d. DBFM en budgetten voor beheer en Onderhoud

Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het aanlegbudget, (ii) het beschikbare beheer en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.

Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten aanleg- en beheer en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden tegenwoordig op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd.

De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit Aanleg, BenO (incl. areaalgroei) wordt overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zgn. financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime (Service Level Agreement) wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Er wordt momenteel overigens wel aan gewerkt om bij de nog af te sluiten DBFM contracten ook bijstelling mogelijk te maken.

Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere beheer en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het beheer, onderhoud en vervanging artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract zal het BenO-deel weer aan de reguliere onderhoudsbudgetten van RWS worden toegevoegd.

Naar aanleiding van de toezegging in de begroting 2017 in het kader van de verbetering van de kwaliteit van de informatievoorziening treft u in het jaarverslag 2016 en de begroting 2018 van het Infrastructuurfonds bij artikelonderdeel 12.04 (Hoofdwegennet) en artikelonderdeel 15.04 (Hoofdvaarwegennet) aanvullende informatie over DBFM.

In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten eind 2017 DBFM contracten zullen zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten zijn de genoemde BenO middelen (per jaar) ingezet. Deze zullen na afloop van het DBFM contract weer beschikbaar komen tegen het dan geldende prijspeil.

Project

Areaalinformatie

Einde DBFM contract

Uitgenomen B&O budget/jaar (€)

Hoofdwegennet

Baanlengte1

Grote kunstwerken

Wegconfiguratie in M-fase

   

A59 Rosmalen–Geffen

23 km

 

2x2

2019

1,0 miljoen

N31 Leeuwarden–Drachten

56 km

Langdeel aquaduct

2x2

2022

5,5 miljoen

A12 Lunetten–Veenendaal

65 km

 

2x4, 2x3

2033

5,9 miljoen

A10 Tweede Coentunnel

39 km

1ste en 2de Coentunnel

2x3+2x2, 2x4

2037

12,0 miljoen

N33 Assen–Zuidbroek

105 km

 

2x2

2034

2,8 miljoen

A15 Maasvlakte–Vaanplein

129 km

nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel

2x3+2x2, 2x3, 2x2

2035

31,7 miljoen

A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA)

72 km

Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug

2x5+2, 2x4+2

2042

11,9 miljoen

A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord

50 km

 

2x3

2032

2,2 miljoen

A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA)

41 km

Gaasperdammertunnel

2x5+1

2038

14,2 miljoen

N18 Varsseveld Enschede

70 km

 

2x2+2x1

2043

1,8 miljoen

A27/A1 Utrecht Noord – knpt. Eemnes – Bunschoten

53 km

 

2x3+2x4

2043

3,9 miljoen

A6 Almere

39 km

 

2x5

2039

3,3 miljoen

A24 Blankenburgverbinding

ntb2

Blankenburgtunnel, Aalkeettunnel

2x3

ntb2

ntb2

Hoofdvaarwegennet

Vaarweglengte

       

Keersluis Limmel

 

Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis

 

2048

0,4 miljoen

Beatrixsluis 3e Kolk

4 km

Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal

 

2046

2,8 miljoen

Zeetoegang IJmond

 

Nieuwe zeesluis en sluiseilanden

 

2045

2,5 miljoen

Sluis Eefde

 

nieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021)

 

2047

1,0 miljoen

Hoofdspoorwegnet

         

HSL

         
X Noot
1

Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op- en afritten

X Noot
2

Dit contract is nog niet afgesloten op het moment van schrijven van de Begroting. De definitieve cijfers worden vastgesteld bij afsluiten van het contract.

3. Opgave vervanging en renovatie

Bij einde van de technische levensduur van infrastructurele objecten wordt overgegaan tot vervanging of renovatie van deze objecten. Einde technische levensduur wordt breed opgevat. Ook niet langer ondersteunde, verouderde technologie worden als reden voor einde technische levensduur beschouwd. Hetzelfde geldt voor economisch niet meer verantwoord onderhoud. De keuze voor vervanging dan wel renovatie is mede gebaseerd op de kosten over de resterende dan wel nieuwe levenscyclus. Zo is voor grote bruggen, tunnels en sluizen renovatie vaak een goedkoper alternatief rekening houdend met de levenscyclus, dan het geheel nieuw bouwen van eenzelfde object.

Toekomstige vervangingen hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersysteem

Door RWS is de vervangingsopgave voor het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem geactualiseerd. De prognose voor het vervangen of renoveren van objecten is gebaseerd op het handhaven van de bestaande functionaliteit en het prestatieniveau, naar huidige technische standaarden. Voor de korte termijn zijn de aan te pakken objecten vastgesteld via inspecties en/of herberekeningen. Dat gebeurt met een bandbreedte wanneer dat precies moet. Voor de langere termijn is dit inzicht er op objectniveau niet. Maar wel voor groepen objecten met vergelijkbare problemen, waarvan vervanging en renovatie op middellange termijn verwacht wordt. Voor de langere termijn wordt de prognose gebaseerd op een statistische analyse van het areaal.

Ten opzichte van de vorige prognose (2014) is de behoefte voor de periode 2021–2030 beter in beeld, waarbij de toegenomen kosten voor issues als bruggen (stalenbruggen en draagkracht) en het opnemen van damwandenproblematiek voor een verhoging van de opgave voor het HVWN verklaren.

Dekking van de opgave

Om de toekomstige VenR-opgaven te dekken zijn op basis van het prognoserapport 2010 in de begrotingen van het IF en DF reserveringen gemaakt. Deze reserveringen dekken de totale VenR opgave, echter binnen de verdeling over de netwerken zijn de middelen voor HVWN ontoereikend.

De prognose 2017 heeft ertoe geleid dat binnen het IF vanuit de reservering voor de VenR-opgave voor het HWN € 334 miljoen is overgeheveld naar het VenR-budget voor het HVWN. Op de reservering voor het HWN resteert hiermee voldoende budget om de opgave voor het HWN te dekken. Voor het HVWN resteert een verschil van € 265 miljoen om de VenR-opgave voor het HVWN te dekken.

De objecten op het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem hebben vaak een functie op beide netwerken. Ik laat onderzoeken of de nu gehanteerde toewijzing van objecten en/of kosten aan het Hoofdvaarwegennet of het Hoofdwatersysteem overeenstemt met het zwaartepuntprincipe en of dit gewijzigd moet worden. Daarna kan worden bezien of een overheveling tussen het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet in de begroting 2019 nodig is.

Op verzoek van de Kamer worden in het MIRT projectenoverzicht de vervanging en renovatie projecten met een budgettair beslag van meer dan € 10 miljoen separaat toegelicht.

Vervangingen spoor

De vervangingsinvesteringen maken onderdeel uit van de BOV-reeksen in de begroting en bedragen in 2018 circa € 430 miljoen en lopen op tot circa € 535 miljoen in 2030. Voor de periode na 2030 is een verhoging van de vervangingskosten te verwachten, met name omdat het einde van de levensduur van een groot aantal kunstwerken zal zijn bereikt. Daarnaast zullen vanaf die periode de bovenleidingportalen (in totaal 100.000 stuks) worden vervangen.

Beschikbaar budget Infrastructuurfonds voor VenR vanaf 2031

Op artikel 18.12 van het Infrastructuurfonds zijn noodzakelijke middelen opgenomen voor Vervanging en Renovatie voor Hoofdwegen, Hoofdspoorwegen en Hoofdvaarwegen vanaf 2031. Het budget voor Vervanging en Renovatie is daarbij op het niveau van 2030 doorgetrokken. Deze middelen worden nog niet toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Toewijzing van deze middelen zal op een later moment geschieden op grond van een nadere onderbouwing van de vervangingsbehoefte per netwerk. Voor Spoor betreft dit alleen de verwachte toename van de vervangingsopgave vanaf 2031.

4. Duurzaamheid

Het klimaat verandert merkbaar, de natuur staat onder druk, grondstoffen worden schaarser en mensen ervaren hinder. Daarom wordt voor zowel de netwerken beheerd door RWS als voor het spoor ingezet op onder andere het terugdringen van het energieverbruik en hergebruik van materialen, aansluitend op de visie en ambitie Duurzaam IenM. Daarin zijn klimaat en energie, circulaire economie en interne verankering (in bijvoorbeeld alle opdrachten) de drie prioriteiten binnen een breder scala aan duurzaamheidsdoelen waar IenM op actief is. Op verantwoordingsdag 2016 is het duurzaamheidsverslag IenM 2016 aan de Kamer gestuurd, waarin nadere informatie is te vinden.

4a. Duurzaamheid hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwatersysteem

Bij het beheer en onderhoud van de door RWS beheerde netwerken worden momenteel maatregelen genomen en pilots gedaan op de thema’s «klimaat en energie», «circulaire economie» en «vitaal natuurlijk kapitaal». De aanpak op deze fronten wordt jaarlijks doorontwikkeld naar aanleiding van de resultaten van de uitgevoerde maatregelen.

Energie en Klimaat

Het doel is om in 2030 als IenM geheel klimaatneutraal te zijn en de netwerken energieneutraal te hebben gemaakt. Hierop wordt binnen IenM gestuurd middels de CO2 prestatieladdersystematiek.

De cijfers met betrekking tot CO2 emissies en energiebesparing worden halfjaarlijks intern gerapporteerd. De CO2 reductie ten opzichte van 2009 is in 2017 circa 28%, waarmee het gestelde doel van 20% reductie in 2020 al ruimschoots behaald is. Hiervoor verantwoordelijk zijn de inkoop van garanties van oorsprong (GVO) van groene stroom uit Nederland, het toepassen van biobrandstoffen bij de Rijksrederij en (nog beperkt) de overgang naar LED in de openbare verlichting verantwoordelijk. Opwekking van hernieuwbare energie op eigen areaal voor het eigen gebruik, draagt nog niet substantieel bij, maar is in potentie zeer omvangrijk. De lange termijn strategie is erop gericht om steeds minder afhankelijk te worden van de inkoop van GVO’s en klimaat- en energieneutraliteit te verkrijgen door besparen, het vergroenen van het energieverbruik (elektrificeren, groene brandstoffen en gas) en opwekking van duurzame energie op eigen areaal voor eigen gebruik.

Energiebesparing is cruciaal, maar blijft ook een uitdaging, met name vanwege de nieuwe aanleg die sinds 2009 heeft plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt, met extra energievraag tot gevolg. Dat maakt dat vermindering van het energieverbruik goed in het MIRT proces verankerd moet worden en er in het staande areaal structureel naar energiebesparing moet worden gekeken.

Circulaire economie

Ten aanzien van materiaalgebruik en grondstoffen worden korte termijn doelen nog nader vastgesteld in het licht van de lange termijn transitie naar een circulaire economie. Door middel van onder andere duurzaam inkopen wordt hier al wel op gestuurd. Zo is bijvoorbeeld De CO2– Prestatieladder inmiddels onderdeel van het contractenbuffet en wordt door gecertificeerde bedrijven jaarlijks zo’n 1,6% CO2 bespaart. De eerste interne rapportage duurzaam inkopen GWW over 2017 zal in de eerste helft van 2018 worden opgeleverd, wat een belangrijke basis oplevert voor een vervolgaanpak

Vitaal natuurlijk kapitaal

Aan de positieve impact die de transitie met zich meebrengt ten aanzien van het toepassen van hernieuwbare grondstoffen en stimuleren van biodiversiteit, wordt invulling gegeven door de pilots die op diverse locaties in uitvoering zijn. Met deze pilots wordt ervaring opgedaan ten aanzien van de monitoring en sturing op een optimaal gebruik en behoud van het natuurlijk kapitaal. Elementen daarvan kunnen vervolgens in de standaardpraktijk worden opgenomen.

4b. Duurzaamheid spoor

Ook in de toekomst moet het spoor één van de meest duurzame vormen van vervoer blijven. In 2016 is een Meerjarenplan Duurzaamheid vastgesteld. Hierin staan voor zowel de stations als de spoorinfrastructuur de doelstellingen voor 2020 en 2030. Om dit te bereiken wordt zoveel mogelijk samengewerkt met andere partijen in de sector.

Voor 2018 zijn een aantal thema’s tot speerpunten bestempeld: energie; CO2, grondstoffen en materialen; het duurzaam werken en ruimtelijke kwaliteit.

Efficiënt omgaan met energie

ProRail wil haar energie-efficiency met 30% in 2030 ten opzichte van 2015 verbeteren. Voor 2018 betekent dit een reductie van het verbruik van 3% ten opzichte van 2017. In de komende jaren worden onder andere ledverlichting op emplacementen en stations geïnstalleerd. Verder zullen het aantal wissels worden verminderd. Ook worden samen met vervoerders maatregelen getroffen die moeten leiden tot minder energieverbruik door treinen. Mede in dit kader worden In 2017 de maatschappelijke kosten en baten en benodigde investeringen in kaart gebracht van het verhogen van de bovenleidingspanning naar 3kV.

CO2, grondstoffen en materialen

Een grote uitdaging is het realiseren van de CO2– reductiedoelstelling in de materiaalketen. Dit is uitdagend, omdat materialen lang meegaan en het introduceren van nieuwe materialen lastig is. Om een beter inzicht te krijgen in het CO2– verbruik wordt in 2018 de dominantie-analyse (=impactanalyse) geactualiseerd en wordt een digitaal afvalregistratiesysteem voor projecten geïntroduceerd.

Duurzaam werken

In alle bedrijfsprocessen is duurzaamheid tegenwoordig een vanzelfsprekend onderdeel van het werk. Centraal staat hierbij de Aanpak Duurzaam GWW (Grond, Weg en Waterbouw). De kern van deze aanpak is dat er afspraken worden gemaakt om binnen de gehele sector één systematische werkwijze toe te passen en een uniform instrumentarium te hanteren voor de verduurzaming van producten en bedrijfsprocessen. Voor de realisatie van projecten betekent dit dat al in een vroeg stadium van de verkenning en het ontwerp aandacht wordt gegeven aan duurzaamheid. In de afgelopen jaren is hierbij al substantiële winst behaald met duurzaam materiaalgebruik (circulair), vermindering van hinder voor de omgeving tijdens de bouw en het opwekken van energie op perronkappen en stationsdaken. Deze aanpak wordt in 2018 toe op alle nieuw op te starten projecten toegepast. Ook het beheer en onderhoud verduurzaamt. In 2018 zal ProRail bijzondere aandacht geven aan de verduurzaming van de onderhoudscontracten. Het ecologisch bermbeheer en het energiegebruik op emplacementen krijgen hierbij bijzondere aandacht.

Bijlage 5 ProRail

In de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie Onderhoud en Innovatie spoor (Kamerstukken II 2011–2012 32 707, nr. 16) is een pakket maatregelen aangekondigd om de informatievoorziening naar de Tweede Kamer beter en transparanter te maken (aanbevelingen 14 en 15). Een deel van deze maatregelen is verwerkt in Bijlage 4 (instandhoudingsbijlage) en de verdiepingsbijlagen. In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de aansluiting tussen de middelen op het Infrastructuurfonds en de bestedingen door ProRail betreft. In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • A. Specificatie inkomsten en uitgaven ProRail: Aansluiting tussen de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2018–2022.

  • B. Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail: Een schematische weergave van de financiële stromen van de spoorinfrastructuur in 2018.

Onderdeel A – Specificatie inkomsten en uitgaven ProRail

Naast de rijksbijdragen voor beheer, onderhoud en vervanging, aanleg-projecten (MIRT) en rente en aflossing ontvangt ProRail ook gebruiksvergoeding van vervoerders en bijdragen van derden voor omgevingswerken (zowel aanleg als onderhoud). In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven van ProRail voor de periode 2018–2022.

Bedragen x € 1 miljoen
 

2018

2019

2020

2021

2022

13.02: Beheer, onderhoud en vervanging

1.245

1.239

1.293

1.306

1.275

13.03: Aanlegprojecten spoor totaal

766

636

593

720

684

13.03: Aanlegprojecten niet-ProRail

– 60

0

0

– 20

– 22

13.07: Rente

17

17

17

17

17

17.02: Betuweroute

5

5

0

0

0

17.07: ERTMS

99

147

209

284

300

14.03: RSP-projecten

3

33

24

12

3

Rijksbijdragen, inclusief BTW

2.075

2.077

2.136

2.319

2.257

Waarvan BTW

419

421

431

463

452

Rijksbijdragen, excl. BTW

1.656

1.656

1.705

1.856

1.805

Gebruiksvergoeding vervoerders

337

347

348

349

347

Bijdragen derden onderhoud

40

29

29

29

28

Bijdragen derden aanleg

212

180

180

180

180

Totaal inkomsten ProRail

2.245

2.212

2.262

2.414

2.360

           

Uitbesteed werk beheer, onderhoud en vervanging

1.056

1.049

1.095

1.105

1.077

Uitbesteed werk nieuwbouwinvesteringen

770

745

749

892

867

Apparaatskosten

405

405

404

403

402

Rentelasten

14

14

14

14

14

Totaal uitgaven ProRail

2.245

2.212

2.262

2.414

2.360

Onderdeel B – Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en ProRail

Financiële kasstromen spoorinfrastructuur 2018

Financiële kasstromen spoorinfrastructuur 2018

Bijlage 6 DBFM conversies

Budgettaire verwerking van DBFM-contracten

Kenmerken DBFM-contracten

Een DBFM-contract is een geïntegreerde contractvorm, waarbij de opdrachtnemer verantwoordelijk is voor het ontwerp (design), de bouw (build), financiering (finance) en het onderhoud (maintain). De opdrachtgever gaat binnen een DBFM-contract een langlopende verplichting aan met een consortium van private partijen. Gedurende een periode van 20–25 jaar betaalt het Rijk een vergoeding aan het consortium voor de beschikbaarheid van de infrastructuur (beschikbaarheidsvergoeding). Voorts is een kenmerk van DBFM-contract een langjarig en vlak betalingsritme.

Verwerking potentiële DBFM-projecten in de verkenning- en planuitwerking

Bij de DBFM-projecten in voorbereiding wordt in de begroting op voorhand geen rekening gehouden met dit afwijkende betalingsritme dat kenmerkend is voor DBFM-contracten6. Net als voor andere MIRT-projecten wordt bij de betreffende modaliteit het volledige bedrag voor aanleg geraamd op het artikel voor verkenning- en planuitwerking en wordt een reservering voor het onderhoud gemaakt binnen de reguliere onderhoudsbudgetten en/of de investeringsruimte. Mocht in een later stadium een aanbesteding in DBFM-vorm toch niet mogelijk of opportuun blijken, dan blijft een meer klassieke aanbesteding via deze werkwijze altijd mogelijk.

Verwerking DBFM-contracten na overgang in de realisatie- en exploitatiefase

Bij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is de exacte omvang van de langjarige verplichting bekend. In de eerstvolgende begroting worden in samenspraak met het Ministerie van Financiën de klassieke reserveringen op de IenM-begroting gecorrigeerd voor het afwijkende kasritme van het DBFM-contract7. Een betaling aan een DBFM-consortium is een gecombineerde vergoeding voor onder meer de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur, daarom wordt het volledige budget vervolgens geplaatst op het artikel voor geïntegreerde contractvormen bij de betreffende modaliteit.

Bijlage 7 Tol

Met de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, is vastgelegd dat bij de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen – Oudbroeken (ViA15) tol geheven kan worden (http://wetten.overheid.nl/BWBR0037517/2016-03-15#Hoofdstuk3_Artikel16).

De financiële ruimte op de rijksbegroting in de fondsperiode (tot en met 2031) is onvoldoende om deze projecten zonder tolheffing uit te kunnen voeren.

Per aanlegproject is een tolopgave vastgesteld. Voor de Blankenburgverbinding (BBV) is deze tolopgave € 316 miljoen (pp 2016) en voor de ViA15 € 286 miljoen (pp 2016). Dit betreft de netto contante waarden en is begroot op Artikel IF 12.04.

Daarnaast is sprake van uitvoeringskosten die gepaard gaan met het innen van tol, de handhaving en het beheren en onderhouden van het tolsysteem.

Bij tolheffing wordt uitgegaan van een periode van 25 jaar. Als de tolopgave op een wegdeel eerder wordt gerealiseerd, dan zal de tolheffing op dat wegdeel worden beëindigd.

In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem verder wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan en een handhavingsplan die aan de Staten-Generaal worden voorgehangen voordat de tolheffing van start gaat. Het uitvoeringsplan bevat een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalingsmogelijkheden en de klantenservice. In het handhavingsplan zal worden beschreven hoe de boete wordt opgelegd en geïnd en hoe het toezicht is georganiseerd. De invulling van de aangenomen moties8 gericht op de beperking van de kosten van de uitvoering, de bewaartermijn van privacy gevoelige gegevens,

de beperking van het aantal niet betalingen en maatregelen ter voorbereiding van de beëindiging van de tol worden hierin meegenomen.

In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de financiële stromen en de voortgang van het realiseren van de tolopgave per project inzichtelijk maakt.

In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • A. Specificatie inkomsten en uitgaven gerelateerd aan de tolprojecten en de tolorganisatie.

  • B. Specificatie van de kosten van de uitvoeringsorganisaties

  • C. Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en Tolorganisatie

Planning

De tolheffing wordt samen met de beoogde uitvoeringsorganisatie Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor het Wegverkeer, Centraal Justitieel Incassobureau en Inspectie Leefomgeving en Transport verder uitgewerkt. Deze uitwerking landt in het uitvoeringsplan en het handhavingsplan. De realisatie van het systeem en de voorbereiding van de organisatie is voorzien in de periode 2018–2021. De start is gekoppeld aan de openstelling van de Blankenburgverbinding en de ViA15.

Onderdeel A – Specificatie inkomsten en uitgaven

In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2018–2021 en wordt een doorkijk gegeven voor wat betreft de tolinkomsten voor de jaren daarna.

Bedragen x € 1.000

Uitgaven

Artikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032 e.v.

Rijksbijdrage voor project Blankenburgverbinding

IF 12.04

         

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

22.344

344.227

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

5.486

5.500

5.573

5.663

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

1.050

1.050

1.050

1.260

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

503

597

768

541

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

306

995

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Subtotaal Blankenburgverbinding

5.486

5.500

5.573

5.663

0

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

22.344

344.227

                                 

Rijksbijdrage voor project ViA15

IF 12.04

       

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

20.389

292.570

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

4.514

4.500

4.428

4.336

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

649

649

649

779

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

311

369

475

334

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

189

615

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Subtotaal ViA15

4.514

4.500

4.428

4.336

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

20.389

292.570

                             

Totaal uitgaven Tol

10.000

10.000

10.001

9.999

18.286

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

42.733

636.797

                               
                                 

Risicoreservering Tol

IF 12.03

0

0

5.000

8.000

41.037

14.000

11.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

563

                                 

Ontvangsten

                               
                                 

Geraamde ontvangsten Tol

IF 12.09

0

0

0

0

22.286

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

46.733

636.797

Toelichting op de tabel

Voor de realisatie en exploitatie van tol is er een aantal rollen en taken die vervuld worden, die betrekking hebben op zowel reguliere inning als voor de wettelijke aanmaning en handhaving. Het betreft kosten van het ketenbureau, algemene communicatie en marketing van tol die voor de gehele keten gelden.

Om het mogelijk maken tol te kunnen innen, moeten de ketenpartners zich gedegen voorbereiden, systemen aanpassen en producten en diensten inkopen. De kosten die hier bij worden gemaakt komen ten laste van de tolopgave en worden voorgefinancierd uit de reservering tol. Voor de verdeling van de kosten van de ketenpartners over de projecten is een verdeelsleutel bepaald op basis van verkeersvolumes.

Het kasritme van de ontvangsten wordt in een later stadium geactualiseerd op basis van de laatste inzichten.

Onderdeel B – Specificatie van de kosten van de uitvoeringsorganisaties

Om tolinning mogelijk te maken wordt een uitvoeringsprogramma ingericht. Binnen het programma werken de beoogde uitvoeringsorganisatie samen aan de voorbereiding van de tolheffing voor beide aanlegprojecten. De kosten worden toebedeeld aan respectievelijk de Blankenburgverbinding en ViA15 en zullen worden gedekt uit de toekomstige tolontvangsten op deze verbindingen. Om de impact te bepalen hebben de beoogde uitvoeringsorganisaties in 2017 uitvoeringstoetsen uitgevoerd. Ook is de uitbreiding van de rijksformatie (CJIB en RWS) voor de realisatiefase geraamd. In deze begroting zijn de totale apparaatskosten (inclusief ZBO-RDW) zichtbaar gemaakt. In 2018 zal, na afronding van de voorbereidingsfase, het programmabudget voor de realisatiefase aan de uitvoeringsorganisaties worden toegevoegd.

Bedragen x € 1.000

Uitgaven

artikel

2018

2019

2020

2021

           

Rijksbijdrage voor project Blankenburgverbinding

IF 12.04

       

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

5.486

5.500

5.573

5.663

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

1.050

1.050

1.050

1.260

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

503

597

768

541

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

306

995

Subtotaal Blankenburgverbinding

 

5.486

5.500

5.573

5.663

           

Rijksbijdrage voor project ViA15

IF 12.04

       

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

4.514

4.500

4.428

4.336

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

649

649

649

779

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

311

369

475

334

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

189

615

Subtotaal ViA15

 

4.514

4.500

4.428

4.336

           

Totaal uitgaven Tol

IF 12.03

10.000

10.000

10.001

9.999

Toelichting op de tabel

In de tabel zijn de apparaatskosten voor de realisatiefase opgenomen. Deze kosten zijn op basis van de hiervoor genoemde verdeelsleutel toebedeeld aan de beide aanlegprojecten.

Bij de uitvoering vormen Rijkswaterstaat (RWS) en de Dienst Wegverkeer (RDW) de basis voor het primaire proces van de tolketen. Zij vervullen samen de rol van «Tolheffende Instantie» en zijn verantwoordelijk voor de registratie, matching en inning (inclusief frontoffice). Voor handhaving en toezicht wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande werkwijzen. Het CJIB is daarom verantwoordelijk voor het versturen en innen van wettelijke betaalherinneringen en opgelegde bestuurlijke boetes. ILT verzorgt het toezicht op weg.

Voor een beperkt aantal onderdelen binnen de tolketen (o.a. uitvoering bezwaar en beroep en toezicht personenvervoer) is de uitvoeringsorganisatie nog niet bepaald. De verwerking van het beleggen van deze taken volgt naar verwachting bij begroting 2019.

Onderdeel C – Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en Tolorganisatie

Bedragen x € 1.000

2018

2019

2020

2021

Specificatie bijdragen aan de uitvoeringsorganisaties

       
         

Totale bijdrage aan Rijkswaterstaat

1.699

1.699

1.699

2.039

– waarvan bijdrage apparaat

1.699

1.699

1.699

2.039

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

         

Totale bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

814

966

1.243

875

– waarvan bijdrage apparaat

814

966

1.243

875

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

         

Totale bijdrage aan Centraal Justitieel Incassobureau

0

0

495

1.610

– waarvan bijdrage apparaat

0

0

495

1.610

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

Toelichting op de tabel

In de tabel wordt de verdeling tussen het apparaat en het programma zichtbaar gemaakt. In deze begroting is alleen de uitbreiding van apparaat voor de realisatiefase weergegeven. In de begroting 2019 wordt – na het uitvoeringsbesluit – het benodigde programmabudget toegevoegd.

Bijlage 8 Lijst van afkortingen

AIS

Automatic Identification System

AKI

Automatische Knipperlichtinstallaties

AOV

Achterstallig Onderhoud Vaarwegen

APB

Activiteitenplan en Begroting

ATB-Vv

Automatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versie

BCF

BTW-Compensatiefonds

BDU

Brede Doeluitkering

BenO

Beheer en Onderhoud

BOV

Beheer, Onderhoud en Vervanging

BR

Betuweroute

BRG

Bestaand Rotterdams Gebied

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CSZK

Commando Zeestrijdkrachten

DBFM

Design, Build, Finance and Maintain

DF

Deltafonds

DSSU

Doorstroommaatregelen station Utrecht

DVM

Dynamisch Verkeersmanagement

ERMTS

European Rail Traffic Management System

EU

Europese Unie

EVT

Eigen Veerdienst Terschelling

EZ

Ministerie van Economische Zaken

G3

de drie stadsregio’s Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden

GF

Gemeentefonds

GIV

Geïntegreerde contractvormen

GSM-R

GSM-Rail

HRN

Hoofdrailnet

HSA

High Speed Alliance

HSL

Hogesnelheidslijn

HVWN

Hoofdvaarwegennet

HWN

Hoofdwegennet

IenM

Ministerie van Infrastructuur en Milieu

IBOI

Index voor de Bruto Overheidsinvesteringen

IF

Infrastructuurfonds

IMPULS

Plan van aanpak Beheer en Onderhoud

IPO

Interprovinciaal Overleg

KPI

Kernprestatie indicatoren

LocoV

Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer

LTSa

Lange Termijn Spooragenda

KWC

Kustwachtcentrum

LCC

Life Cycle Costs

LVO

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen

MIRT

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

MJPO

Meerjarenprogramma Ontsnippering

MKS

Missiekritieke Systemen

MOBZ

Modernisering Object Bediening Zeeland

NDW

Nationale Databank Wegverkeergegevens

NoMo

Nota Mobiliteit

NS

Nederlandse Spoorwegen

NSP

Nieuwe Sleutelprojecten

OTB

Ontwerp Tracébesluit

OV

Openbaar Vervoer

OVS

Openbaar Vervoer en Spoor

OV SAAL

Openbaar Vervoer Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad

OVT

Openbaar Vervoer Terminal

PF

Provinciefonds

PHS

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

PB

Projectbesluit

PKB

Planologische Kernbeslissing

PMR

Project Mainportontwikkeling Rotterdam

PPS

Publiek-Private Samenwerking

PVVO

Programma Verbeteren Veiligheid Overwegen

REP

Ruimtelijk Economisch Programma

RINK

Risico inventarisatie natte kunstwerken

RMf

Regionale Mobiliteitsfondsen

RSP

Regiospecifiek Pakket

RVB

Rijksvastgoedbedrijf

RWS

Rijkswaterstaat

SAA

Schiphol – Amsterdam – Almere

SLA

Service Level Agreement

SVIR

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

SWUNG

Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid

TB

Tracébesluit

TEN-T

Trans Europese Transport Netwerken

TPN

Trade Port Noord

UvW

Unie van Waterschappen

V&R

Vervanging en Renovatie

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

WenR

Ministerie van Wonen en Rijksdienst

ZZL

Zuiderzeelijn


X Noot
2

Kamerstuk 34 550-A, nr. 9

X Noot
4

Zie het programma Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegen

X Noot
5

Er zijn situaties denkbaar waarbij assets niet (langer) voldoen aan de prestatieafspraken, zonder dat dit verband houdt met de onderhoudsconditie (bijvoorbeeld bij een tweetal stormvloedkeringen). In dergelijke situaties is geen sprake van uitgesteld (of achterstallig) onderhoud

X Noot
6

Deze werkwijze vloeit voort uit begrotingsregel 28 van het Kabinet Rutte II.

X Noot
7

Technisch gezien betekent dit een verlaging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin het kasbudget geraamd stond en een verhoging van het uitgavenkader (van het begrotingstotaal van het Infrastructuurfonds) in de jaren waarin er een beschikbaarheidvergoeding nodig is.

X Noot
8

Motie 34 189 nr. 16 Hoogland/Visser, motie 34 189 nr. 17 Visser/Hoogland, motie 34 189 nr. 18 Visser/Hoogland, motie 34 189 nr. 19 Hachchi.

Naar boven