Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 oktober 2015
Conform de Regeling Grote Projecten rapporteer ik u over de voortgang van het Project
Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). De bijgevoegde voortgangsrapportage betreft
de periode 1 juli 2014 tot en met 30 juni 20151. In deze brief geef ik u zowel een terugblik op de verslagperiode als informatie
over de belangrijkste ontwikkelingen na de peildatum van 30 juni 2015 en een doorkijk
naar de komende periode.
Terugblik verslagperiode 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015
Deze verslagperiode zijn de laatste infrastructurele werkzaamheden ten behoeve van
het deelproject Landaanwinning gereed gekomen. Daarmee is de eerste fase van dit deelproject
binnen planning en budget afgerond. Fase 2, het opspuiten van de laatste terreinen,
wordt door het Havenbedrijf Rotterdam uitgevoerd indien de marktontwikkelingen daartoe
aanleiding geven.
Binnen het deelproject natuurcompensatie blijkt uit de metingen en analyses van de
natuurlijke processen in het Spanjaardsduin dat deze het afgelopen jaar in lijn met
de doelstellingen verliepen. Op grond van metingen blijkt dat 6,4 ha potentieel geschikt
is voor de ontwikkeling van vochtige duinvallei (6,1 ha benodigd). Het potentiële
oppervlak grijze duinen is iets afgenomen tot 13 ha, maar nog ruim voldoende om aan
de compensatieopgave van 9,8 ha te voldoen. De vegetatie begint zich geleidelijk te
ontwikkelen. Het aantal soorten en vindplaatsen is nog zeer gering. Indien nodig worden
extra beheermaatregelen getroffen om de vestiging van doelvegetaties te bevorderen.
Uit de evaluatie MEP Natuurcompensatie Voordelta (2013) bleek dat op basis van de
huidige monitoring geen conclusies mogelijk waren over de effectiviteit van de natuurcompensatie.
In deze rapportageperiode is daarom een aanpassing van het meet- en evaluatieprogramma
voor de jaren 2016 tot en met 2019 voorbereid. Daarnaast is in de evaluatie ook geconstateerd
dat de huidige rustgebieden voor de zwarte zee-eend niet of slechts gedeeltelijk worden
benut en daarmee nog niet optimaal gelegen zijn. Hiervoor is een verschuiving en vergroting
van de rustgebieden voor de zwarte zee-eend in de Voordelta in de vorm van een aanpassing
van het toegangsbeperkingsbesluit zwarte zee-eend voorbereid.
Het deelproject 750 ha natuur- en recreatiegebied kende een mijlpaal in de vorm van
herbouw en opening van een oude melkschuur in de Vlinderstrik op 11 juni 2015. De
melkschuur heeft nu de functie van bezoekerscentrum. In de Schiezone zijn door de
beheerder nieuwe struinpaden gerealiseerd. De realisatie van het Buijtenland van Rhoon
heeft vertraging opgelopen vanwege de weerstand in het gebied. Deze rapportageperiode
stond in het teken van de behandeling van het advies Veerman en het burgerinitiatief
«STOP project Buytenland nu!», waarvan de provincie Zuid-Holland de behandeling heeft
afgewacht. Aangezien de uitwerking van het advies Veerman een geheel andere aanpak
behelst, namelijk die van organische gebiedsontwikkeling, tekent de provincie Zuid-Holland
aan dat het onwaarschijnlijk is geworden dat de doelen tijdig worden gehaald. De Staatssecretaris
van Economische Zaken heeft aan de provincie Zuid-Holland gevraagd met een uitgewerkt
voorstel voor de gebiedscoöperatie te komen en een actualisering van de projectplanning.
Deze verslagperiode zijn weer vijf projecten afgerond uit het deelproject Bestaand
Rotterdams Gebied. Het totaal aantal afgeronde projecten komt daarmee uit op drieënveertig.
Door wijzigingen in het programma is het aantal projecten toegenomen ten opzichte
van de vorige verslagperiode. Het totaal aantal projecten is achtenzeventig. Het deelproject
loopt op schema.
Ontwikkelingen na peildatum 30 juni 2015 en vooruitblik
Bij Voortgangsrapportage 13 heb ik mijn voornemen aangekondigd om het Breeddiep te
verbreden. Hiervoor is gedurende deze verslagperiode een aanpassing van de UWO-Landaanwinning
voorbereid. Deze aanpassing is op 1 juli 2015 in werking getreden. De werkzaamheden
zullen de tweede helft van 2015 worden gestart en naar verwachting in 2016 worden
afgerond.
Gedeputeerde staten van Zuid-Holland hebben in juli 2015 drie kwartiermakers aangesteld
om een gebiedscoöperatie voor te bereiden voor het Buijtenland van Rhoon. Zij zullen
adviseren over de inrichting en samenstelling van de coöperatie, zodat deze kan worden
opgericht waarbij de verschillende belangen in het gebied voldoende vertegenwoordigd
zijn. De planning van de provincie Zuid-Holland is erop gericht dat er begin 2016
een gebiedscoöperatie is geïnstalleerd, waarna gestart kan worden met een gezamenlijke
visie en aansluitend het uitvoeringsprogramma.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus