Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729893 nr. 212

29 893 Veiligheid van het railvervoer

Nr. 212 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2017

Op 21 juni 2016 heb ik uw Kamer over de beleidsimpuls Railveiligheid1 geïnformeerd, waarmee de prioriteiten voor de periode tot 2020 zijn vastgesteld. Onderdeel daarvan is de aanpak van suïcidepreventie en -afhandeling op het spoor. ProRail heeft mij onlangs een nieuw programma «Suïcidepreventie, afhandeling en nazorg op het spoor 2017–2021» aangeboden. Ik heb besloten hiervoor ca. € 14 mln. ter beschikking te stellen.

Inleiding

Sinds 2010 vinden jaarlijks ongeveer 200 suïcides op het spoor plaats. Elk geval is een persoonlijke tragedie en verschrikkelijk voor de nabestaanden, het betrokken treinpersoneel, reizigers en omstanders. Suïcide is een breed maatschappelijk probleem dat, onder regie van het Ministerie van VWS2, in samenwerking met betrokken partijen uit onder andere de gezondheidszorg, onderwijs en hulpdiensten wordt aangepakt. Samen met de spoorsector wil ik hier een actieve bijdrage aan leveren door het spoor als plaats voor suïcide zoveel mogelijk te ontmoedigen. ProRail werkt hier sinds 2010 aan. Het nieuwe programma is verbreed doordat alle reizigers- en goederenvervoerders erbij zijn betrokken. De aanpak richt zich op het versterken van preventie én op de verkorting van de afhandeltijd van een suïcide-incident. De maatregelen leveren een verbetering op van de spoorveiligheid en de betrouwbaarheid van de dienstregeling. ProRail en NS hebben in beeld gebracht wat, naast de persoonlijke impact, de economische en maatschappelijke schade is die veroorzaakt wordt door suïcides op het spoor. Het gaat jaarlijks om ca. 1 miljoen verstoorde reizen, € 25 mln. aan operationele kosten en € 38 mln. aan economische schade (kosten voor de hinder van de reiziger). Een gezamenlijk programma is daarom noodzakelijk om met een gericht pakket aan maatregelen de veiligheid op het spoor en de betrouwbaarheid van de dienstregeling te verbeteren.

Nieuw programma «Suïcidepreventie, afhandeling en nazorg op het spoor 2017–2021»

Het nieuwe programma bestaat uit vijf werkstromen; (1) registratie, effectmeting en analyse, (2) kennismanagement, (3) preventieve maatregelen, (4) verkorten van de afhandeltijd en (5) verlenen van nazorg.

Registratie, effectmeting en analyse bevatten onderzoeksactiviteiten om de kennis over de problematiek van suïcide op het spoor en effecten van maatregelen verder op te bouwen en te borgen. Om te leren van ervaringen uit de afgelopen periode heeft ProRail in 2016 een evaluatie uitgevoerd van de lopende aanpak. De inzichten uit de evaluatie zijn in het nieuwe programma verwerkt. Een voorbeeld hiervan is de aanpak van risicolocaties, als onderdeel van de preventieve maatregelen. Op deze locaties zijn hekken, antiloopmatten, schrikverlichting en borden geplaatst die verwijzen naar 113 Zelfmoordpreventie3 voor directe hulp. Uit de evaluatie blijkt dat dit heeft geleid tot een reductie van 30 tot 40% van het aantal fatale incidenten. Een substantiële verbetering dus, die in het nieuwe programma op andere plekken langs het spoor zal worden voortgezet.

Lessen uit de pilot Brabant

In Brabant heeft ProRail een pilot gedaan met een gebiedsgerichte aanpak, waarbij technische maatregelen zijn genomen op de baanvakken Eindhoven-Deurne en Eindhoven-Heeze. In deze regio zijn ook afspraken gemaakt met relevante partners, zoals GGZ-instellingen. Het aantal fatale incidenten langs de vrije baan is met deze aanpak fors gereduceerd. Wel heeft een verschuiving plaats gevonden naar de overwegen op deze baanvakken. Overwegen zijn in heel Nederland het meest gebruikte toegangspunt voor spoorsuïcides. ProRail ontwikkelt daarom innovatieve, specifieke oplossingen voor overwegen. Er worden proeven gestart met cameratoezicht op afstand en directe opvolging van meldingen door incidentbestrijders of beveiligingsdiensten en het toepassen van blauw licht.

Ook niet-technische preventieve maatregelen zijn en worden ingezet. Bijvoorbeeld cursussen hoe om te gaan met mogelijk suïcidale personen voor mensen die werken in de omgeving van het spoor. De afgelopen periode leert ook dat een gerichte media-aanpak van belang is. Via 113 Zelfmoordpreventie onderhouden ProRail en NS contact met de media om op passende wijze te informeren over het onderwerp.

Het programma besteedt ook aandacht aan de afhandeling van een suïcide-incident. Hierbij zijn veel partijen betrokken, waardoor afstemming een factor is bij de afhandelduur. Deze bedraagt gemiddeld circa 2,5 uur en is lang. De gezamenlijke ambitie, van alle betrokken partijen, is om deze afhandeltijd te verkorten naar 1,5 uur. Dit kan via bijvoorbeeld proeven om treinen en spoor sneller te reinigen en het sneller ter plaatse krijgen van de verschillende partijen die een rol spelen in de afhandeling. Ook kunnen frontcamera’s op treinen een belangrijke bijdrage leveren aan het versnellen van de afhandeltijd. NS rust nieuw materieel, zoals de FLIRT, inmiddels standaard uit met frontcamera’s.

Tot slot

Ik ben ervan overtuigd dat ProRail en de vervoerders met dit nieuwe programma stappen zullen zetten in het verder vergroten van de spoorveiligheid en het verminderen van de impact van verstoringen door suïcides. Dit is in het belang van nabestaanden, spoorwegpersoneel en reizigers.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstuk 29 893, nr. 204

X Noot
2

Via de Landelijke agenda suïcidepreventie (2014–2017)

X Noot
3

Tot februari 2017 was dit 113Online.