Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 94, item 5

5 Spoor

Aan de orde is het VAO Spoor (AO d.d. 06/06).

De voorzitter:

Aan de orde is een VAO Spoor. Hartelijk welkom aan de beide staatssecretarissen. Ik zou de aanvrager van dit VAO, de heer Laçin van de SP, het woord willen geven.

De heer Laçin (SP):

Dank, voorzitter. Ik heb vier moties, dus ik begin gelijk met voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat goede internationale treinverbindingen duizenden vluchten per jaar overbodig kunnen maken;

constaterende dat de vraag naar internationale treinkaartjes het afgelopen jaar is gestegen;

overwegende dat het huidige, internationale spoornetwerk ruimte biedt voor verbetering;

verzoekt de regering vol in te zetten op het snel realiseren van goede, internationale treinverbindingen naar Europese steden waar momenteel vaak naar gevlogen wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 772 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat machinisten van Keolis op het traject Enschede-Zwolle zeven keer door een rood sein zijn gereden in de afgelopen zes maanden;

constaterende dat de ILT dit "niet ongebruikelijk" noemt en de provincie zegt "dat er geen onveilige situaties zijn ontstaan";

overwegende dat veiligheid van werknemers en reizigers te allen tijde prioriteit nummer één moet zijn;

van mening dat het passeren van een rood sein niet genormaliseerd mag worden;

verzoekt de regering te onderzoeken waarom machinisten door een rood sein rijden, in te zetten op het voorkomen van het rijden door een rood sein en hierover in gesprek te gaan met de concessieverleners,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 773 (29984).

Voordat u verdergaat, heeft de heer Van Aalst een vraag.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan mijn collega Laçin. Ik probeer even te duiden wat nu de meerwaarde van zijn motie is. Volgens mij heeft eigenlijk iedereen gezegd dat niemand wil dat we door een rood sein rijden. De heer Laçin heeft het voorbeeld geschetst van met een auto door een rood licht rijden. Dat wil ook niemand. Het gebeurt helaas. Daar moeten we met elkaar heel streng op zijn. Wat beoogt de heer Laçin nu met zijn motie? Volgens mij is dit staand beleid. Ik vraag me eigenlijk af wat hij wil.

De heer Laçin (SP):

Wat ik met deze motie wil, is dat we inzetten op het voorkómen van rijden door een rood sein. Want wat zie je? Aan de ene kant heb je de ILT, die het niet ongebruikelijk noemt. Aan de andere kant heb je de provincie, die het normaliseert door te zeggen dat er geen onveilige situaties zijn ontstaan. Ik wil graag van de staatssecretaris dat zij in gesprek gaat met de concessieverleners om dit te voorkomen en te kijken waar het aan ligt dat de machinisten door rood rijden.

De heer Van Aalst (PVV):

Dat is precies het punt dat ik wilde maken richting mijn collega van de SP. Volgens mij is dat exact wat de staatssecretaris zou moeten op dit moment. Zo niet, dan ga ik me echt zorgen maken. Dus in die zin vraag ik me af of uw motie niet overbodig is.

De heer Laçin (SP):

In mijn beleving niet, maar ik hoor graag straks wat de staatssecretaris daarvan vindt.

De voorzitter:

U gaat verder met uw derde motie.

De heer Laçin (SP):

Ik ga verder.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de btw-verhoging van 6% naar 9% in het openbaar vervoer leidt tot een duurder tram-, bus-, metro- en treinkaartje voor reizigers;

constaterende dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onderzoekt wat de gevolgen van de btw-verhoging zijn voor reizigersstromen en verschillende doelgroepen in het openbaar vervoer;

overwegende dat deze prijsverhoging per 1 januari 2019 voor mensen een drempel opwerpt om gebruik te maken van het openbaar vervoer als één van de meest duurzame vormen van vervoer;

overwegende dat er verschillende mogelijkheden zijn om de extra financieringslast voor ov-vervoerders en daarmee direct ov-reizigers te compenseren of te ontzien, bijvoorbeeld door verlaging van de gebruiksvergoeding spoor of het instellen van een reizigersfonds ter compensatie;

verzoekt de regering om voor Prinsjesdag verschillende opties in kaart te brengen hoe reizigers en vervoerders ontzien of gecompenseerd kunnen worden voor de btw-verhoging in het openbaar vervoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 774 (29984).

Uw laatste motie.

De heer Laçin (SP):

Tot slot.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de NS per 2 juli 2018 een toeslag van €0,50 wil invoeren op het opladen van de ov-chipkaart aan de servicebalie;

constaterende dat het opladen aan een oplaadautomaat voor veel mensen een te grote opgave is;

overwegende dat ruim 12.000 reizigers en honderden NS-medewerkers middels een aangeboden petitie hun afkeur tegen deze toeslag kenbaar hebben gemaakt;

verzoekt de regering met de NS in gesprek te gaan en zich in te zetten tegen de invoering van deze toeslag op het opladen van de ov-chipkaart aan de servicebalie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 775 (29984).

De heer Laçin (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank. Dan gaan we door naar de heer Ziengs van de VVD.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Ook in het vorige debat stapelden zich de moties alweer op, dus ik voorzie in ieder geval alweer een warme dinsdagmiddag, volgende week als we gaan stemmen over al die moties. Om die reden heb ik geen motie in voorbereiding.

Ik wil alleen nog een enkele vraag stellen aan de staatssecretaris, mevrouw Van Veldhoven. Ik heb overigens dezelfde vraag al gesteld in de procedurevergadering gisteren, maar omdat de staatssecretaris hier toch aanwezig is, kan ze er nu wellicht direct een antwoord op geven. We hebben in het laatste AO eigenlijk heel veel punten besproken. Het debat ging ook alle kanten op. Dat is waarschijnlijk mede de reden waarom we nu dan weer zo veel moties voorbij zien komen. Maar het zou mooi zijn als we ergens in september, uiterlijk oktober dan toch echt een algemeen overleg over decentralisatie, marktwerking en de omvorming van ProRail kunnen hebben. De staatssecretaris heeft ook toegezegd dat de quickscan die gemaakt zal worden zo spoedig mogelijk in het najaar zal komen. Ik verzoek de staatssecretaris om die quickscan uiterlijk twee weken voorafgaande aan dat nog te plannen AO naar de Kamer te sturen om in ieder geval daarvan goed kennis te nemen. Dan gaat het inderdaad met name om die regiolijnen.

Een ander onderwerp dat ik in het AO ook aan de orde heb gesteld, is Eurostar. Collega Kröger van GroenLinks zal nog met een motie komen. Ik heb, ook gezien het feit dat ik zelf geen moties wil indienen, besloten om mijn handtekening daaronder te zetten, omdat ik me daarvoor altijd samen met haar hard heb gemaakt. Zij komt straks met die motie.

Daar wil ik het bij laten, voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank. Het woord is aan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een bilaterale overeenkomst tussen Groot-Brittannië en Nederland voorbereidt op korte termijn, zodat de paspoort- en bagagecontroles voor de Eurostar in Nederland kunnen plaatsvinden, en parallel hieraan een nieuw vierlandenverdrag voorbereidt met Groot-Brittannië, België en Frankrijk;

overwegende dat het nieuwe vierlandenverdrag moet worden voorgelegd en geratificeerd door Nederland en hiervoor in de planning één jaar is uitgetrokken, gerekend vanaf januari 2019, en er hierdoor geen effectieve tijdwinst wordt geboekt;

overwegende dat indien een nieuw vierlandenverdrag niet leidt tot afwijking van de Grondwet, de regering kan kiezen voor voorlopige toepassing van het verdrag in afwachting van ratificatie;

overwegende dat het Nederlandse parlement zelf kan instemmen met een voorlopige toepassing van het verdrag gedurende het proces van ratificatie, voor bepalingen die niet leiden tot afwijking van enige wettelijke regeling;

spreekt de voorkeur van de Kamer uit om een voorlopige toepassing van het verdrag te bewerkstelligen waardoor de directe treinverbinding naar Londen en douanecontroles in Nederland, conform de inhoud van het nieuwe verdrag, sneller in 2019 in plaats van 2020 opgestart kunnen worden;

verzoekt de regering tevens om zich maximaal in te spannen het vierlandenverdrag eind 2018 gereed te hebben en de optie van een voorlopige toepassing te onderzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 776 (29984).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter, mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer, het kabinet en de sectorpartijen het erover eens zijn dat vliegen vooral voor de lange afstand is bedoeld en dat voor veel korte afstanden de trein een beter alternatief is;

overwegende dat de Kamer middels de aangenomen motie-Amhaouch c.s. (34775-XII nr. 30) en de motie-Paternotte c.s. (29665 nr. 328) aandacht heeft gevraagd voor snelle spoorverbindingen vanaf Schiphol en internationaal treinreizen;

overwegende dat de sectorpartijen in het spoor en de luchtvaart in onderlinge afstemming veel kunnen betekenen om internationale treinreizen te verbeteren op de factoren tijd, gemak en geld;

verzoekt de regering om samen met de sectorpartijen en het bedrijfsleven tot afspraken te komen, bijvoorbeeld in een green deal, om (zaken-)reizen binnen Europa zo veel mogelijk met de internationale trein af te leggen als alternatief voor korte vliegreizen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Sienot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 777 (29984).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter, mijn derde motie.

De voorzitter:

Heel snel.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de veiligheid op het spoor de eerste prioriteit dient te zijn en dat andere belangen en afwegingen hieraan ondergeschikt dienen te zijn;

constaterende dat bij recent overgenomen spoorlijnen er sprake is van een groot aantal STS-passages;

verzoekt de regering om landelijk vast te leggen dat een plan van aanpak voor de opleiding van machinisten en de operationele veiligheid onderdeel van de concessie wordt en dat er voldoende goed opgeleid personeel beschikbaar is bij aanvang van de nieuwe dienstregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Gijs van Dijk en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 778 (29984).

De heer Van Aalst heeft een vraag.

De heer Van Aalst (PVV):

Ik wil een punt van orde maken. Ik maak bezwaar tegen de constatering van mijn collega van GroenLinks, die we ook in de commissie hebben gehoord, dat de duur van de opleiding zou zorgen voor onveilige situaties en dat er nu ondeugdelijk personeel zou rijden op treinen in Nederland. Volgens mij is dat volledig onjuist en is het niet correct zoals ze het zojuist verwoord heeft.

De voorzitter:

Dat lijkt me niet eens een punt van orde, maar meer een inhoudelijke opmerking.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ja. Daar wil ik ook heel graag inhoudelijk op reageren. Volgens mij komt uit de analyse van de ILT dat er met name op nieuwe trajecten meer STS-passages zijn en dat dat een veiligheidsrisico is, en dat op die nieuwe trajecten machinisten worden ingezet die op dat moment nog niet de ervaring hebben. De staatssecretaris heeft ook aangegeven dat er verder gekeken gaat worden in hoeverre dat met het opleidingsniveau te maken heeft. Bij het opleidingsniveau gaat het natuurlijk ook over de ervaring van machinisten en over de vraag of zij vanaf de eerste werkdag voldoende zijn voorbereid om het traject te gaan rijden. Volgens mij is dat de centrale vraag, en willen wij allemaal dat dat het geval is.

De heer Van Aalst (PVV):

Ik ben blij dat ze het met me eens is, volgens mij, want ervaring heeft inderdaad niets te maken met opleiding. Iemand die wordt opgeleid voor een heel korte lijn, kan dat misschien in drie maanden doen, en iemand die wordt opgeleid voor heel Nederland, doet daar misschien een jaar over. Het is dus onzin om te stellen dat de duur van de opleiding invloed zou kunnen hebben op de kwaliteit van het personeel dat afgeleverd wordt. Dat punt wil ik toch echt maken.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik raad de heer Van Aalst zeer aan om de motie even goed te lezen. Ik las haar inderdaad ongelofelijk snel voor. In de motie gaat het niet over de duur van de opleiding, maar over de vraag of de mensen vanaf de eerste werkdag qua ervaring — want bij een goede opleiding hoort ook het opdoen van ervaring op een traject — voldoende in staat zijn om op dat moment meteen dat traject te rijden. Dat is de centrale vraag.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Kröger. Dan is nu het woord aan de heer Amhaouch — ik spreek uw naam altijd verkeerd uit; excuus — van het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. Afgelopen winter, toen er op 10 en 11 december complete chaos was door wisselstoringen — iedereen weet dat nog wel, denk ik — zijn ProRail en NS drie keer overgegaan op een landelijk uitgedunde dienstregeling, de LUD-regeling. De vraag is of de LUD erin voorziet dat belangrijke spoorknooppunten in de regio's, zoals Zwolle, Arnhem en Eindhoven, bereikbaar zijn vanuit de Randstad om reizigers toch naar de andere kant van Nederland te krijgen. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de invoering door NS van een landelijk uitgedunde dienst bij extreem winterweer grote delen van het land niet bereikbaar worden;

verzoekt de regering in overleg te treden met de NS en ProRail opdat de landelijk uitgedunde dienstregeling zodanig wordt vormgegeven dat de belangrijke knooppunten ook buiten de Randstad bereikbaar blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch, Jetten en Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 779 (29984).

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. Dan de Betuwelijn. We moeten constateren dat de Betuwelijn nog steeds niet goed functioneert, met te veel storingen, onderhoudsachterstand en verkeerde tarifering, en niet concurrerend is zonder beschikbare en betrouwbare spoorwegen. In het regeerakkoord staat dat we het gebruik van de Betuweroute willen stimuleren om overlast langs de andere routes zo veel mogelijk te beperken, maar de tarieven voor goederenvervoer over het spoor gaan stijgen, terwijl Duitsland de tarieven verlaagt. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Betuwelijn nog niet optimaal benut wordt;

overwegende dat de tarifering uit de pas gaat lopen met de tarieven in Duitsland;

overwegende dat een verschuiving van vrachtvervoer op de weg naar vrachtvervoer op het spoor wenselijk en noodzakelijk is;

verzoekt de regering een actieplan met concrete doelen en termijnen op te stellen zodat de Betuwelijn optimaal benut wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 780 (29984).

Dank. Tot slot het woord aan de heer Sienot van D66.

De heer Sienot (D66):

Voorzitter. D66 wil stil, schoon en snel treinvervoer. We zijn daarom blij met de toezeggingen van de staatssecretaris bij het AO, bijvoorbeeld die over een vroege verbinding tussen Breda en Brussel en de toezegging om met mensen in de regio Meteren in gesprek te blijven over de aanpak van mogelijke overlast. Daarnaast zien we uit naar de reactie van de staatssecretaris en haar collega's op ons plan om het tekort aan technisch personeel in de spoorsector aan te pakken.

Verder zou ik één motie willen indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zowel streeft naar een toename van het goederenvervoer over het spoor als naar een vermindering van de overlast voor omwonenden;

constaterende dat uit onderzoek tot nu toe geen eenduidige relatie naar voren komt tussen snelheid enerzijds en trillingen en geluid anderzijds;

constaterende dat op sommige meetlocaties, waaronder Oldenzaal, een dergelijk verband wél is aangetoond;

overwegende dat de overlast voor omwonenden, met name in de nachtelijke uren, zo veel mogelijk moet worden beperkt;

verzoekt de regering op basis van deze onderzoeken samen met ProRail een afwegingskader op te stellen om te beoordelen of een locatie geschikt is voor gedifferentieerd rijden, en om het komende jaar een praktijkproef te doen op in ieder geval één locatie om de effecten in beeld te brengen;

verzoekt de regering tevens bij uitwerking van stimuleren goederenvervoer ook parallel te werken aan een robuust basisnet en onderzoek naar maatregelen om extra hinder te verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot en Jetten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 781 (29984).

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik kijk naar beide bewindspersonen. Kunnen zij direct reageren? Zij hebben behoefte aan een schorsing.

De vergadering wordt van 11.08 uur tot 11.13 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Staatssecretaris Harbers:

Voorzitter, dank u wel. Ik reageer op de motie-Kröger/Ziengs op stuk nr. 776 over de Eurostar. Ik heb een paar zinnen uitleg nodig om aan te geven op welke wijze ik het oordeel uiteindelijk aan de Kamer kan laten; dan weet u dat alvast. Eerst moet ik erop wijzen dat de motie zegt dat er een bilaterale overeenkomst is tussen Groot-Brittannië en Nederland. Ook dat is een bilateraal verdrag, dat ook geratificeerd moet worden. Zodra de inhoud daarvan bekend is, zullen we ook in de Nederlandse wetgeving — waarschijnlijk in het Vreemdelingenbesluit en/of de Vreemdelingenwet — aanpassingen moeten plegen om de Britse grenswachten de bevoegdheid te geven om op Nederlands grondgebied hun taken uit te oefenen.

Het tweede punt is, zoals gezegd, het vierlandenverdrag met Frankrijk, België en het VK, dat al die andere zaken vastlegt. Net als van u is de inzet van het kabinet om de directe verbinding zo snel mogelijk te realiseren. Vanwege de aanpassingen die nog gedaan moeten worden, zal dat niet per 1 januari 2019 gaan. In de motie wordt dan ook terecht gesteld dat het gaat om "sneller in 2019", waarbij de mogelijkheid van een voorlopige inwerkingtreding wordt genoemd. Dat is heel creatief. Ik ben dus ook bereid om dat verder te gaan onderzoeken. Daarbij zal ook de vraag opkomen — dat kan ik nu nog niet overzien — welke consequenties dat heeft voor de andere landen waar die trein doorheen rijdt. Ik weet niet of ook zij die mogelijkheid kennen van voorlopige inwerkingtreding en of zij daarmee akkoord gaan, maar ik ken ook hun ratificatietermijnen niet. Dat gaan we dus verder uitzoeken. Als ik uw motie en uw oproep zo uitleg dat u mij vraagt om, zodra die verdragen klaar zijn, alle mogelijkheden voor versnelde inwerkingtreding in kaart te brengen en aan de Kamer te communiceren, waarbij ik ook zal schetsen wat de snelste route voor deze drie trajecten is — inclusief de risico's die zich daar eventueel bij kunnen voordoen, de mogelijkheden en de onmogelijkheden — dan zie ik dat als een steun in de rug. Dan kan ik het oordeel over de motie met die uitleg overlaten aan de Kamer.

De voorzitter:

De heer Van Aalst, niet zijnde de indiener van de motie, heeft een vraag.

De heer Van Aalst (PVV):

Het heeft waarschijnlijk te maken met de beantwoording van de staatssecretaris. Hij doet toch wel heel veel suggesties om deze op een bepaalde manier te interpreteren. Ik vraag me hierdoor af: wat zou de staatssecretaris nu eigenlijk níet doen als de motie er niet zou zijn? Volgens mij is dit namelijk exact wat hij nu dagelijks doet. Dus ik neig ertoe te zeggen: als u de motie zoveel verandert, wordt deze overbodig.

Staatssecretaris Harbers:

Nee, ik verander haar niet, want ten opzichte van het debat dat we hadden in de Kamer is bijvoorbeeld de optie van voorlopige inwerkingtreding echt nieuw. Ik kan het niet in alle facetten overzien, maar het dictum van de motie luidt: verzoekt de regering om zich maximaal in te spannen om dat verdrag eind 2018 gereed te hebben en het daarna zo snel mogelijk te implementeren. Dat waren wij van plan, maar gelet op de toevoegingen lijkt me de vraag van de Kamer om aan het eind van het jaar ook in te gaan op die verschillende mogelijkheden, reëel.

De heer Ziengs (VVD):

Wellicht kan de staatssecretaris dan gewoon de motie overnemen, met de toelichting die hij gegeven heeft. Dan zijn we er ook.

De voorzitter:

Dat is ook zeker een optie. Ik kijk even naar de andere indiener, mevrouw Kröger.

Staatssecretaris Harbers:

Ik kan haar overnemen, met de uitleg die ik zojuist heb geschetst. Dat is dan niet helemaal naar de letter van de motie, maar wel met de uitleg dat ik bereid ben die opties te onderzoeken en die te zijner tijd met de Kamer te delen. Ik zie dat dan als een inspanningsverplichting. Het is geen resultaatsverplichting, want wat dat betreft ben ik van de inhoud van die verdragen en de andere landen afhankelijk.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank voor deze toelichting. Ik vind het belangrijk dat de motie het signaal afgeeft dat dit onderwerp urgentie heeft en dat het kabinet dat overneemt. Er wordt ook gekeken naar creatieve oplossingen om het zo snel mogelijk te doen. Daarbij wordt ook de voorlopige toepassing onderzocht. Met die uitleg ben ik blij.

Staatssecretaris Harbers:

Dan zijn we het eens en kan ik met die uitleg de motie overnemen.

De voorzitter:

Is er bezwaar tegen het overnemen van deze motie? Ik kijk naar de heer Van Aalst. Hij houdt ons in spanning.

De heer Van Aalst (PVV):

Ik vind het lastig, want er zitten wel een aantal dingen in waarover ik twijfel. Het is een heel complex dossier, waar we heel goed naar moeten kijken. We brengen niet voor niets als commissie een werkbezoek aan Eurostar, om van al dat soort dingen te bekijken hoe dat nu gaat. Ik neig er toch naar om niet direct akkoord te gaan met overnemen, vooral omdat er mogelijk een aantal wijzigingen en interpretatieverschillen ontstaan. Daarvan denk ik dat ze wel eens kunnen leiden tot problemen.

De voorzitter:

Helder.

Staatssecretaris Harbers:

Het is aan de Kamer, maar het is een onderdeel van de opdracht dat ik de Kamer te zijner tijd niet alleen op de mogelijkheden en onmogelijkheden zal wijzen, maar ook op de risico's die daarbij horen. Dan is het aan de Kamer om daar al dan niet mee in te stemmen.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 776 van mevrouw Kröger en de heer Ziengs wordt dus niet overgenomen en komt dus in stemming. Dan is het woord aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. De heer Laçin vraagt de regering om vol in te zetten op het snel realiseren van goede ...

De voorzitter:

Voordat u verdergaat: er is nog een vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Even voor de helderheid: de motie komt in stemming met "oordeel Kamer".

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

De heer Laçin vraagt mij in zijn motie op stuk nr. 772 om vol in te zetten op het snel realiseren van goede, internationale treinverbindingen naar Europese steden waar momenteel vaak naar gevlogen wordt. Precies daarover hebben we met de Kamer al een aantal keren gesproken. Ik ben daar hard mee bezig. Ik heb ook al een brief toegezegd. Die komt binnenkort. Deze motie is dus overbodig en daarom moet ik haar helaas ontraden. Maar we werken er met elkaar naartoe. Dat werd al even aangegeven in een korte inleiding in het VAO en in de discussie tussen de Kamerleden onderling. Maar we werken aan hetzelfde, meneer Laçin.

Twee moties gaan over STS-passages. In de motie op stuk nr. 773 vraagt de heer Laçin mij om te onderzoeken waarom machinisten door een rood sein rijden, in te zetten op het voorkomen van het rijden door een rood sein en hierover in gesprek te gaan met de concessieverleners. Veiligheid is van groot belang. Dat vinden wij allemaal. Als we ergens een hoger aantal STS-passages zien, dan moet dat reden zijn om dat nader te onderzoeken. Ik denk dat dit ook Kamerbreed wordt gesteund. Daarom heb ik ook gezegd dat ik de ILT zal vragen om dat te onderzoeken. Daarmee kunnen we kijken wat de oorzaken zijn, zien of we daar de vinger achter kunnen krijgen, en vervolgens bepalen wat gepaste acties zijn. Ik wil de heer Laçin daarom vragen om deze motie aan te houden. Ik hoop voor het AO ERTMS/Spoorveiligheid van 28 juni daar misschien al iets meer over te kunnen zeggen. Dan kan de heer Laçin bekijken of nadere moties nog nodig zijn. Daarom verzoek ik hem om deze motie aan te houden. Als hij dat niet doet, dan loopt hij wat mij betreft vooruit op het onderzoek dat ik al heb toegezegd en moet ik de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 774 van de heer Laçin gaat over het niet door laten gaan van de btw-verhoging voor tickets. Ook deze motie moet ik helaas ontraden, want de btw-verhoging in de ov-tarieven maakt deel uit van de hervorming van het belastingstelsel. Er staat lastenverlaging elders tegenover. Die discussie hebben we in het AO uitgebreid gevoerd. We hebben eerder al wel gezegd dat het KiM onderzoek zal doen naar de effecten. Als die resultaten er zijn, dan zouden die weer kunnen leiden tot discussies over wat je wel en wat je niet wilt doen. Maar daar wil ik niet op vooruitlopen. Dus óf de motie wordt aangehouden, óf ik moet haar ontraden.

De heer Laçin (SP):

Volgens mij is het verzoek in de motie niet om de btw-verhoging af te schaffen maar om in kaart te brengen hoe de reizigers ontzien of gecompenseerd kunnen worden voor die btw-verhoging. De vraag is dan om die opties voor Prinsjesdag naar de Kamer te sturen, zodat wij dat kunnen meenemen in de begrotingsbehandeling. Dus volgens mij is dat een heel ander verzoek dan hoe de staatssecretaris het hier uitlegt.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik moet eerst het onderzoek van het KiM hebben om te kunnen weten of er effecten zijn. Als ik niet weet welke effecten er zijn, kan ik ook niet in kaart brengen of en hoe je dingen zou kunnen compenseren als je dat al zou willen. Want het oordeel van het kabinet is dat die compensatie al voorzien is in de breedte van de fiscale hervormingen die we hebben gedaan. Dit verzoek loopt dus, nog los van de politieke duiding die je eraan zou kunnen geven, ook vooruit op het onderzoek van het KiM, dat eerst moet aantonen of er een probleem is. Daarom blijf ik bij mijn oordeel.

De heer Laçin (SP):

Dan houd ik deze motie voorlopig aan en dan komt die vast nog wel terug, want ik ben er honderd procent zeker van dat uit het KiM-onderzoek een effect zal komen. Dan kom ik daar later op terug.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29984, nr. 774) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Meneer Laçin, zou ik dan ook van u mogen weten wat u met de motie op stuk nr. 773 doet? Houdt u die ook aan of wilde u die in stemming brengen?

De heer Laçin (SP):

Ik dacht: ik reageer op alle moties die ik heb ingediend als de staatssecretaris klaar is. Even kijken, de motie op stuk nr. 773 ... Nee, die houd ik niet aan, omdat daarin ook het verzoek staat om in gesprek te gaan met de concessieverleners. Ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris tijdens het AO om de ILT onderzoek te laten doen, maar ik vraag hier iets meer van de staatssecretaris. Ik vraag haar ook om naar aanleiding van het onderzoek van de ILT in gesprek te gaan met concessieverleners, zodat dit niet meer voorkomt. Dat verzoek gaat dus iets verder. Daarom kijk ik eigenlijk ook nog even naar de staatssecretaris, of zij haar oordeel daarover kan veranderen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

De heer Laçin en ik werken in dezelfde richting. We willen zorgen dat het veilig wordt. Ik heb ook al gezegd dat ik eerst het onderzoek wil laten doen en dat het vooral bij de concessieverleners ligt. Maar op basis van het onderzoek spreken we ook met hen. We zullen de uitkomsten van het onderzoek uiteraard met de concessiehouders bespreken, maar vanwege de manier waarop in deze motie vooruit wordt gelopen op dat onderzoek, zou ik de heer Laçin toch willen vragen om de motie aan te houden. Ik heb namelijk al gezegd dat ik het onderzoek ga doen en die gesprekken ga voeren. Dus wat voegt een motie nog toe aan datgene wat we al met elkaar hebben afgesproken, ook in de discussie van daarnet? Laat mij nou uitvoeren wat we tijdens het debat al met elkaar hebben afgesproken en kijk dan naar aanleiding van de resultaten of er nog aanleiding is om mij in een motie te vragen om iets extra's te doen, in plaats van nog een keer op te schrijven wat we al met elkaar hebben gewisseld en wat ik al zou doen.

De voorzitter:

We gaan het debat niet opnieuw doen, meneer Laçin.

De heer Laçin (SP):

Neeneenee, ik ga reageren op het verzoek van de staatssecretaris en zeggen of ik de motie aanhoud of niet.

De voorzitter:

Oké, graag.

De heer Laçin (SP):

Ik wil deze motie ook aanhouden, maar wel met de toevoeging die de staatssecretaris net deed, namelijk dat ze vóór het AO ERTMS/spoorveiligheid met het onderzoek naar ons toe komt.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik ben natuurlijk afhankelijk van de ILT, maar ik ga mijn best doen om dat te doen, want dat is een goed moment om dit soort dingen met elkaar te bespreken. Dus als het even kan, doen we dat daar.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29984, nr. 773) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dus even voor de duidelijkheid: de motie op stuk nr. 773 en de motie op stuk nr. 774 worden aangehouden. Dan zijn we nu bij de motie-Laçin/Gijs van Dijk op stuk nr. 775.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ja, voorzitter. Ook het onderwerp van de €0,50 toeslag voor het opladen hebben we gewisseld tijdens het debat. De wijze waarop de NS zijn serviceverlening uitvoert, moet ik echt bij de NS laten, mits die daar goed overleg over heeft met consumentenorganisaties. En dat is hier het geval geweest. De NS heeft ook gezegd coulant om te gaan met mensen die echt niet anders kunnen. Daar wil ik het dus bij laten. Er is ook gratis hulp van servicepersoneel aanwezig op stations en bij de automaten. Ik verwacht van de NS dat die zich houdt aan de afspraken. Ik zal daar ook op aandringen, maar deze motie gaat voor mij te ver. Daarom moet ik hem ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 775 krijgt het oordeel ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan de motie Kröger/Sienot op stuk nr. 777, over een green deal voor internationale treinreizen. Ook dit is een onderwerp waarover de Kamer volgens mij in de volle breedte zegt: dat moeten we méér doen. Ik heb zelfs spontaan tijdens het AO gezegd: misschien kunnen we daarover wel iets van een deal maken. Daar moeten de sectorpartijen natuurlijk zelf vooral ook veel aan doen. Gelukkig benadrukte mevrouw Kröger dat ook. Ik vraag mevrouw Kröger en de heer Sienot dus om deze motie aan te houden totdat ik met de toegezegde brief kom en dan te kijken of daarin nog dingen missen. Laten we daarna bepalen wat er nog aanvullend bij motie nodig is. Ik ben hiermee zeker aan de slag en ik zal de sectorpartijen zelf ook zeker vragen om flink aan de knoppen te draaien. Zij hebben veel van de knoppen in handen. Ik verzoek de indieners dus om de motie nog even aan te houden.

De voorzitter:

Het verzoek is om de motie aan te houden. Mevrouw Kröger, wilt u daarop reageren?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Deze motie is eigenlijk het gevolg van een debat dat we een aantal keren gevoerd hebben over de rol die de overheid kan spelen om dit aan te jagen, naast de sector zelf. De staatssecretaris heeft in het debat heel duidelijk aangegeven wat ze van de sector verwacht en wat de overheid kan doen. De motie roept heel duidelijk op om daarin samen met een plan te komen. Dus ik hoop dat de Kamerbrief over internationaal spoor die voor het reces komt, daar een plan voor schetst. Ik kan de motie dus aanhouden tot de Kamerbrief er is.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29984, nr. 777) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Heel fijn. Daarbij zeg ik tegen mevrouw Kröger dat er ook na deze brief over internationaal spoorverkeer zeker nog uitwerking nodig zal zijn op een aantal punten. Maar we delen echt de intentie die inderdaad breed leeft in de Kamer en die door mevrouw Kröger, en overigens ook door meneer Sienot en anderen, al een aantal keer op tafel is gelegd. We werken daar ook hard aan. Ik dank mevrouw Kröger er dus voor dat ze nog een keer het belang daarvan onderstreept met deze motie. Ik dank haar ook voor het aanhouden.

Dan de motie op stuk nr. 778 over treinveiligheid na aanbesteden. Dat was de tweede motie over STS. Ik heb inderdaad een probleem met de een-op-een getrokken conclusie dat het aan de opleidingen ligt dat er STS-passages zijn. Zoals ik net al in de beantwoording tegen de heer Laçin heb gezegd, heb ik de ILT gevraagd om eerst een analyse te maken. Als we die analyse hebben, kunnen we kijken wat er nog meer nodig is. Daarom moet ik de motie op deze wijze dus ontraden. De motie zegt: leg meteen een landelijk plan van aanpak vast voor de opleiding van machinisten om daarmee de STS-passages te voorkomen. Maar we hebben eerst de analyse nodig om te weten waar het aan ligt. Mevrouw Kröger zou de motie ook aan kunnen houden, maar als ze dat niet doet, moet ik hem om deze reden ontraden. De motie loopt vooruit op het onderzoek waar we de resultaten nog van afwachten.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 778 wordt ontraden. Of wordt de motie toch aangehouden? Ik zie mevrouw Kröger kijken. Nee, oordeel ontraden. Dan de motie op stuk nr. 779.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

In die motie gaat het erom dat we ook in winterse omstandigheden, wanneer er moet worden teruggeschaald om ervoor te zorgen dat het land bereikbaar blijft, zeker weten dat belangrijke knooppunten buiten de Randstad bereikbaar blijven. Dat is het basisprincipe van de landelijk uitgedunde dienstregeling, maar we hebben in het AO met elkaar gewisseld dat het wel belangrijk is dat ook de reizigersorganisaties betrokken worden bij de vraag of dit nou het optimum is wat we met elkaar kunnen verzinnen. Mag ik de motie zo interpreteren dat ik de NS en ProRail ga vragen om hierover nog een keer in gesprek te gaan met de reizigersorganisaties om te zien of hun zorgen ook buiten de Randstad voldoende gedekt worden? Daarbij zal ik specifiek aan hen vragen om in die gesprekken aandacht te besteden aan de steden die bij het indienen van de motie werden genoemd. In dat geval zou ik de motie zo kunnen overnemen.

De voorzitter:

De motie-Amhaouch c.s. (29984, nr. 779) is overgenomen.

Deze motie wordt dan niet in stemming gebracht.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan zullen we dat zo gaan uitvoeren. Dan de motie op stuk nr. 780 van het CDA. Die vraagt om een actieplan voor de Betuwelijn met concrete doelen en termijnen. We delen volgens mij allemaal dat we de Betuwelijn zo veel en optimaal mogelijk willen benutten. Er komt heel binnenkort een brief met maatregelen over het spoorgoederenvervoer. Daarin zal ik ook ingaan op het verbeteren en stimuleren van het benutten van de Betuwelijn. Daarom vraag ik de heer Amhaouch om de motie aan te houden totdat hij die brief ontvangen heeft. Dan kunt u daarna bezien of u van mening bent dat dit daarin voldoende is opgenomen. En anders weet u waar het nog aan schort.

De heer Amhaouch (CDA):

We zullen die motie aanhouden. Het gaat ons erom dat er een concreet actieplan komt, waarin we samen met de gebruikers, de goederenvervoerders, duidelijke targets afstemmen over wanneer we tevreden zijn met elkaar en wanneer niet.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dat lijkt me heel goed. We zullen proberen om in de brief over het spoorgoederenvervoer, waarmee ik de Kamer heel binnenkort hoop te informeren, meer helderheid te geven over een aantal van deze punten.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Amhaouch stel ik voor zijn motie (29984, nr. 780) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Tot slot de motie op stuk nr. 781.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan de motie op stuk nr. 781. Deze verzoekt de regering om bij de uitwerking van het stimuleren van goederenvervoer parallel ook te werken aan een robuust basisnet, maatregelen om hinder te verminderen en gedifferentieerd rijden. Ik kan deze motie overlaten aan het oordeel van de Kamer, want we weten inderdaad dat gedifferentieerd rijden op sommige locaties een optie kan zijn. Er is nog wel meer onderzoek nodig om vast te stellen wat en waar precies, maar laten we daarmee aan de slag gaan. In dat onderzoek past inderdaad ook een praktijkproef. Daarom kan ik deze motie overlaten aan het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 781 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan was er nog een vraag van de heer Ziengs. Hij verzocht om in het najaar met elkaar een debat te voeren over ProRail, marktordening, decentralisatie en de quickscan. De quickscan komt in november. Dat kan ik niet verder versnellen, want die moet goed worden uitgevoerd. De Kamer zou in haar planning natuurlijk rekening kunnen houden met de planning van het AO. Over de hervorming van ProRail zouden we wel eerder kunnen spreken, al in september/oktober. Dus ik laat het even aan de Kamerleden over om te bepalen welke onderwerpen ze dan in welk AO willen bespreken. Ik ben graag bereid om alles zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen, maar voor die quickscan ben ik ook afhankelijk van andere partijen. Die is pas in november gereed.

De voorzitter:

Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit VAO Spoor. Ik dank de staatssecretaris voor haar komst naar de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.