Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829984 nr. 774

29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 774 MOTIE VAN HET LID LAÇIN

Voorgesteld 14 juni 2018

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de btw-verhoging van 6% naar 9% in het openbaar vervoer leidt tot een duurder tram-, bus-, metro- en treinkaartje voor reizigers;

constaterende dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) onderzoekt wat de gevolgen van de btw-verhoging zijn voor reizigersstromen en verschillende doelgroepen in het openbaar vervoer;

overwegende dat deze prijsverhoging per 1 januari 2019 voor mensen een drempel opwerpt om gebruik te maken van het openbaar vervoer als één van de meest duurzame vormen van vervoer;

overwegende dat er verschillende mogelijkheden zijn om de extra financieringslast voor ov-vervoerders en daarmee direct ov-reizigers te compenseren of te ontzien, bijvoorbeeld door verlaging van de gebruiksvergoeding spoor of het instellen van een reizigersfonds ter compensatie;

verzoekt de regering om, voor Prinsjesdag verschillende opties in kaart te brengen hoe reizigers en vervoerders ontzien of gecompenseerd kunnen worden voor de btw-verhoging in het openbaar vervoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

Laçin