Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 94, item 15

15 Strengere regels voor luchtkwaliteit

Aan de orde is het dertigledendebat over het advies van de Gezondheidsraad over strengere regels voor luchtkwaliteit.

De voorzitter:

We hebben de staatssecretaris nog niet kunnen vinden. Er worden wel pogingen daartoe ondernomen. Ik kijk de Kamerleden even aan met de vraag of zij het goed vinden dat we alvast zonder de staatssecretaris van wal steken. Als u zegt niet zonder hem te willen starten, dan moeten we nog even wachten tot we nader bericht hebben ontvangen. Het gaat overigens om de staatssecretaris van VWS.

Ik kijk rond en constateer dat er geen bezwaar tegen is om alvast met deze minister van start te gaan. Dan doen we dat.

Het is een dertigledendebat met een spreektijd van drie minuten per fractie. Als eerste is aan het woord mevrouw Kröger van de fractie van GroenLinks. Terwijl zij naar het spreekgestoelte loopt, zeg ik nog even tegen eenieder dat ik vier vragen per fractie zal toelaten. Hoe u die verdeelt, bepaalt u zelf. U mag ze achter elkaar stellen en u mag ze ook splitsen, maar maximaal vier vragen per fractie.

Mevrouw Kröger, u heeft het woord.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Luchtkwaliteit en de gezondheidsimpact daarvan blijven een grote bron van zorg. Ik sprak een expert die het vergeleek met asbest. Zelfs toen de gigantische gezondheidsimpact daarvan duidelijk was, heeft het nog lang geduurd voordat er adequaat beleid was, en nog steeds sterven er veel mensen aan asbestkanker. Luchtvervuiling is het asbest van deze eeuw.

Er spelen wat ons betreft twee zaken. Hoe zorgen we ervoor dat ons beleid primair is gericht op effectieve gezondheidswinst? En hoe zorgen we ervoor dat de wetenschappelijke inzichten over gezondheidseffecten sneller omgezet worden in preventief beleid?

Al ons economisch, ruimtelijk, verkeers-, landbouw- en milieubeleid heeft invloed op de luchtkwaliteit. Iedereen heeft een aandeel. We hebben dus eigenlijk voor al die beleidsterreinen kwantificeerbare en afrekenbare gezondheidsdoelen nodig. De Rekenkamer was duidelijk: losse maatregelen zonder samenhang of afrekenbare doelen zijn niet efficiënt of effectief. We moeten andersom redeneren: wat is de gezondheidswinst die we willen behalen, en wat is daarvoor nodig? Graag hoor ik van de staatssecretaris of zij deze logica deelt.

De Gezondheidsraad, de GGD en het RIVM hameren flink op generieke maatregelen om vooral landbouw- en verkeersemissies tegen te gaan en op specifiek beleid voor hotspots, met name voor diesel, dat verantwoordelijk is voor de grootste bijdrage aan alle vervuilende stoffen. Dan zijn bijvoorbeeld lokaal strenge milieuzones nodig en generiek bijvoorbeeld een forse verhoging van de dieselaccijns. Dat is veel effectiever en doelmatiger dan het oppompen van autobanden. Wij willen heel graag een overzicht van alle maatregelen die de Gezondheidsraad voorstelt, beoordeeld op de gezondheidseffectiviteit en een maatschappelijke kosten-batenanalyse daarbij. Kan de staatssecretaris dat toezeggen?

En dan met betrekking tot diesel. In Duitsland kreeg Volkswagen een boete van 1 miljard waarvan, zo hebben wij begrepen, 995 miljoen ging om opgelopen milieuschade. Die milieuschade hebben wij in Nederland ook opgelopen. Wat zijn de mogelijkheden voor Nederland met betrekking tot een boete?

Dan het tweede punt. Uit recent onderzoek van de Erasmus Universiteit blijkt bijvoorbeeld dat luchtvervuiling ook de hersenfuncties van foetussen en baby's aantast. Meer onderzoek is hier nodig. Ook is nader onderzoek nodig naar de werking en wisselwerking van verschillende andere milieuvervuilende stoffen. Er zijn steeds meer onderzoeken die aantonen dat de gezondheidsimpact van verschillende vormen van luchtvervuiling veel schadelijker is dan verwacht. Hoe zorgen we ervoor dat de uitkomsten van die onderzoeken snel en effectief in maatregelen omgezet worden?

Ik geef een voorbeeld. Het onderzoek naar ultrafijnstof rond vliegvelden loopt. Volgend jaar krijgen we als Kamer de eerste resultaten. Welke opties, technisch en beleidsmatig, heeft de staatssecretaris om de gezondheidseffecten waar nu onderzoek naar gedaan wordt, te mitigeren? Kan de staatssecretaris verschillende beleidsopties parallel aan het onderzoek in kaart brengen zodat er, als het onderzoek er is, snel geschakeld kan worden?

Dank u wel, voorzitter.

De heer Von Martels (CDA):

Mevrouw Kröger wil gezondheidswinst boeken. Daar ben ik ook helemaal voor. We weten alleen dat als het gaat om ziektelast, roken en overgewicht op nr. 1 en 2 staan. Welke maatregelen heeft u in petto als het erom gaat om op die twee terreinen gezondheidswinst te boeken?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik ben niet de woordvoerder over de preventie gezondheidszorg in de breedte. We hebben op dit moment een debat over luchtvervuiling. We hebben het over de vraag wat je als overheid kunt doen. Er zijn als gevolg van luchtvervuiling 20.000 vroegtijdig doden per jaar. Het lijkt me zinnig om echt te kijken hoe we op al die verschillende beleidsterreinen daar iets aan kunnen doen. Daar hoor ik heel graag van de staatssecretaris een reactie op.

De heer Von Martels (CDA):

Dat geldt natuurlijk ook voor mij. Maar aangezien u ook begon over asbest, ik weet niet eens of u daar ook woordvoerder over bent.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ja, u ook.

De heer Von Martels (CDA):

Het gaat om gezondheid en om het boeken van gezondheidswinst. Ik ben altijd er altijd erg voor om daar waar je de grootste winst kunt boeken, te beginnen. Daarom noemde ik zojuist die twee onderwerpen.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel. Het lijkt me zinnig om het met de staatssecretaris van IenW en de commissie van I&W die hier aanwezig zijn, te hebben over het onderwerp dat vandaag op de agenda staat. Dat is de luchtkwaliteit en de gezondheidseffecten ervan. Asbest is een onderwerp dat ook in die commissie hoort. Daarom noemde ik dat voorbeeld.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kröger. Het woord is aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Jaarlijks overlijden 12.000 mensen vroegtijdig door vervuilde lucht en worden vele tienduizenden ziek. Wij kunnen daar iets aan doen. Ik citeer de Gezondheidsraad. "De hoeveelheid gezondheidswinst die in de praktijk haalbaar is, hangt af van politieke keuzes." Politieke keuzes, voorzitter! Luchtvervuiling is vanwege de verschillende bronnen een veelkoppig monster. De Gezondheidsraad en zeer recentelijk het RIVM hebben deze bronnen in kaart gebracht en de Gezondheidsraad en het RIVM zijn het erover eens dat de intensieve veehouderij een van de hoofdoorzaken van vervuilde lucht is. Onze buurmannen kunnen daarover meepraten. De staatssecretaris schrijft dat luchtvervuiling niet stopt bij landsgrenzen. Vuile lucht uit andere landen kan hier de luchtkwaliteit verslechteren. Maar het omgekeerde is ook het geval. In Zweden wordt stikstof afkomstig uit onze veehouderij gemeten. We moeten verantwoording nemen voor onze uitstoot, en wel zo snel mogelijk.

Voorzitter. De staatssecretaris werkt inmiddels aan het Schone Lucht Akkoord. Dat is een soort agenda om met externe stakeholders en decentrale overheden plannen te maken voor een betere luchtkwaliteit. De Partij voor de Dieren is bang dat het Schone Lucht Akkoord de zoveelste poging is om uitstel te kopen. Dat is zorgelijk, want dat uitstel volgt op eerder uitstel en dat volgt weer op eerder uitstel, en intussen blijft de intensieve veehouderij ammoniak en fijnstof uitbraken. De maatregelen die tot nu toe genomen zijn, werken niet. Neem de gecombineerde luchtwassers. Daarvan was al bekend dat ze fraudegevoelig zijn, vaak uitstaan en veel stroom kosten. En een paar maanden geleden toonde de universiteit van Wageningen aan dat ze nog niet half zo effectief zijn als was beweerd. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur kwam begin april tot een vergelijkbare conclusie. Die conclusie is dat alle technologische oplossingen de uitstoot van broeikasgassen in de veeteelt onvoldoende hebben teruggedrongen en dat inkrimping van de veestapel noodzakelijk is. Kan de staatssecretaris inzichtelijk maken hoeveel geld er is gestoken en nog steeds wordt gestoken in luchtwassers en emissiearme stalsystemen. Die technische oplossingen lijken allemaal niet te werken, en toch blijven we er geld in steken. Voor de veehouderij staan alle seinen op rood. Is de staatssecretaris dat met mij eens? Is zij het met mij en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur eens dat de oplossing niet in techniek moet worden gezocht maar in minder dieren?

Voorzitter. Ik eindig met houtstook. Dat is een andere belangrijke bron voor luchtverontreiniging. De minister heeft begin juni geantwoord op schriftelijke vragen van mij. Ik heb er toch nog wat vragen over, want als we meer hout gaan stoken zal volgens het RIVM de luchtkwaliteit ernstig verslechteren. We gaan hier later nog over in debat. Er is een dertigledendebat aangevraagd over houtstook. Maar ik wil nu alvast weten hoe het mogelijk is dat er voor de aanschaf van pelletkachels nog steeds honderden euro's subsidie wordt gegeven. Zolang we niet zeker weten of pelletkachels deel van de oplossing zijn of deel van het probleem, zou dat toch niet verstandig zijn? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Wassenberg. Dan is het woord aan mevrouw Van Eijs van de fractie van D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Gezonde lucht is voor iedereen van levensbelang. 1 miljoen Nederlanders hebben last van longproblemen. Luchtvervuiling kent vele bronnen en houdt zich niet aan de grenzen. Soms komt het gewoon vanuit onze buurlanden of vanaf open zee Nederland binnendrijven. Volgens de Gezondheidsraad is de lucht wel een stuk schoner geworden. Dat is goed nieuws, maar er valt nog veel te verbeteren. Daar ligt een belangrijke rol voor de overheid, want D66 vindt dat iedereen recht heeft op schone lucht. Daarom ben ik ook blij dat dit kabinet verantwoordelijkheid neemt voor schone lucht. De staatssecretaris liet dat deze week nog zien door 100 miljoen te besteden aan het stimuleren van het gebruik van de fiets. Daarnaast is afgesproken dat we ons permanent gaan inzetten voor het verbeteren van luchtkwaliteit. We gaan verder dan de Europese normen. We streven naar de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie. Maar lokaal liggen er ook verantwoordelijkheden. Daarom ben ik blij dat D66 er in veel lokale coalities mede voor heeft gezorgd dat ook daar prioriteit aan het verbeteren van luchtkwaliteit wordt gegeven. Zijn de geformuleerde ambities op het gebied van luchtkwaliteit wat de staatssecretaris ervan had gehoopt? Hoe passen ze in het landelijke streven naar steeds schonere lucht?

De Algemene Rekenkamer concludeerde recent dat het beleid om de luchtkwaliteit te verbeteren beter en efficiënter had gekund, met minder geld. Hoe is de staatssecretaris van plan het beleid te veranderen, zodat het wel kostenefficiënt wordt?

De Gezondheidsraad zegt daarnaast dat generieke maatregelen het beste werken om voor alle Nederlanders de luchtkwaliteit te verbeteren. D66 streeft naar emissieloze, duurzame mobiliteit. In het regeerakkoord is al afgesproken dat we er hard naar streven dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Dat is hard nodig. U zou ook kijken naar de sjoemeldieselfraude, waar ik onlangs ook schriftelijke vragen over heb gesteld. En wederom moest ik om een brief vragen omdat er weer iets over naar boven kwam. Maar we kunnen als overheid meer doen. Ook brommers dragen bij aan de luchtvervuiling. Brommers leveren weliswaar een kleine bijdrage aan de uitstoot van stikstof en fijnstof, maar ze stoten des te meer andere vieze stoffen uit. Wat vindt de staatssecretaris daarvan? Is zij het met D66 eens dat we moeten streven naar enkel nog emissieloos vervoer en dat het dus van belang is dat we zo snel mogelijk overgaan op duurzaam vervoer, ook als het om brommers gaat? Kwetsbare groepen hebben extra last van vieze lucht. Juist voor deze groepen is het belangrijk dat de luchtkwaliteit verbetert en pieken in vervuiling voorkomen worden. Een van de oorzaken voor deze overlast kan houtstook zijn. D66 pleitte al een tijd geleden voor het introduceren van een stookalarm. Wanneer de weersomstandigheden ongunstig zijn, wordt mensen gevraagd een beetje rekening met elkaar te houden door minder te stoken.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Mevrouw Van Eijs geeft aan zorgen te hebben over sjoemeldiesel en daarover vragen te hebben gesteld. Ook erkent zij dat in rapporten eigenlijk aangegeven wordt dat juist voor diesel generieke maatregelen zouden werken. Aan welke maatregelen denkt mijn collega?

Mevrouw Van Eijs (D66):

De vragen die wij onlangs hadden gesteld gingen ook over het feit dat de Euro 6-norm nu niet gehaald lijkt te worden. Wij hebben afgesproken dat de diesels schoner moeten worden. Daar lijken ze nu niet aan te voldoen. Het lijkt mij goed dat wij ervoor zorgen dat ze er wel aan gaan voldoen en dat de nieuwe diesel zo schoon is als beloofd is. Ik denk dat dat in ieder geval al een stap in de goede richting zou zijn.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Is mevrouw Van Eijs het met mij eens dat het nodig is dat wij naar een uitfasering van diesel gaan?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik denk dat we uiteindelijk naar een uitfasering gaan, want wij willen naar emissieloze voertuigen. Dat heeft het kabinet ook aangegeven. Diesels zijn bepaald geen emissieloze voertuigen. Ik denk daarom dat het heel goed is dat een aantal autofabrikanten zelf al heeft aangegeven geen toekomst te zien in de diesel, omdat de overheid aangeeft dat we daar uiteindelijk vanaf moeten. Dan denken fabrikanten: we richten onze pijlen op elektrische auto's of waterstofauto's. Het gaat dus de goede kant op.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Het kabinet geeft aan dat in 2030 nieuwe auto's emissieloos moeten zijn, maar dan rijden er natuurlijk nog steeds een heleboel auto's rond. In welk jaar wil D66 dat de diesel is uitgefaseerd?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Zoals we ook met milieuzones hebben gezien, is het vaak een kwestie van de mogelijkheden van mensen om hun oude diesel in te ruilen voor een nieuwe diesel. Dat kan afhankelijk zijn van de vraag hoeveel duurder een nieuwe elektrische auto is. Ik vind het lastig om te voorspellen hoe dat in 2030 zal zijn, maar ik denk dat wij nu heel veel maatregelen kunnen nemen om vooral elektrisch vervoer te stimuleren en dat wij het daardoor steeds gemakkelijker zullen maken om van diesel over te stappen. Ik hoop dat wij mensen niet hoeven te verbieden om in hun oude diesel te rijden als dat hun enige mogelijkheid nog is.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik heb nog twee zinnen. Mijn fractie is blij dat de staatssecretaris recent in een brief meldde dat zij bezig is met een dergelijk stookalarm, samen met de gemeentes. D66 kiest voor schone lucht, nu en in de toekomst.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb mevrouw Van Eijs verschillende bronnen van luchtvervuiling horen noemen: brommers, auto's en houtstook. Dat is allemaal waar, maar twee dagen geleden is er een rapport uitgekomen van het RIVM waarin met name de intensieve veehouderij wordt genoemd. Daarin staat bijvoorbeeld dat in Nederland de plekken met de hoogst gemeten concentraties ammoniak liggen in gebieden met intensieve veehouderij. Dat wordt expliciet genoemd. Er wordt ook geschreven dat de veehouderij de belangrijkste bron is van ammoniak in het milieu. Wat vindt D66 daarvan? Is D66 het met de Partij voor de Dieren eens dat wij ook de veehouderij moeten aanpakken en dat het niet de olifant in de kamer mag zijn waar niemand het over heeft?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Volgens mij heeft de Partij voor de Dieren het hier heel vaak over, dus volgens mij is het niet zo dat er niet over gesproken wordt. Mijn collega Tjeerd de Groot heeft het ook vaak over de uitstoot van ammoniak in relatie tot kringlooplandbouw. Daar zijn heel grote winsten te behalen, door er kritisch naar te kijken en een ander systeem te introduceren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Wij hebben het hier over de luchtkwaliteit. Het RIVM en de Gezondheidsraad zeggen allebei dat de intensieve veehouderij een van de belangrijkste bronnen van de luchtverontreiniging is. Daardoor vallen er ook extra doden. Is dit dan niet het aangewezen moment voor D66 om daar ook een uitspraak over te doen? De heer De Groot staat hier nu niet. Ik vraag aan u ... Ik vraag aan mevrouw Van Eijs: wat vindt u ervan en vindt u dat de veehouderij moet worden aangepakt als een van de grootste bronnen van luchtverontreiniging?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Wat ik probeerde te zeggen door mijn collega aan te halen, is dat ook ik dit een belangrijk onderwerp vind. Ik denk dat er hele grote winst te behalen is met kringlooplandbouw en door kritisch te kijken naar hoe ammoniak verspreid wordt en hoe mest verwerkt wordt. Ik denk dat we dat uiteindelijk ook zeker moeten doen, want het is inderdaad een belangrijk onderdeel van luchtverontreiniging.

De voorzitter:

Dan gaan we nu luisteren naar de inbreng van de heer Van Aalst van de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Iedereen, ook de PVV, is voor schone lucht en die schone lucht is er gelukkig ook in Nederland. De Gezondheidsraad geeft terecht toe dat de luchtkwaliteit in Nederland de afgelopen decennia al sterk is verbeterd. We voldoen op vrijwel alle plekken aan de Europese grenswaarden. Bovendien komt de helft van al ons fijnstof dat boven Nederland hangt uit het buitenland. Iedere generatie auto's is weer een beetje schoner dan de vorige, omdat de consument daarom vraagt.

Voorzitter. Je zou zeggen dat deze feiten het een en ander in perspectief plaatsen, maar het tegendeel is waar. Dit kabinet suggereert dat de situatie onhoudbaar is, dat de burger de schuldige is en dat er zo snel mogelijk aanvullende beleidsmaatregelen nodig zijn. De raad adviseert namelijk autoluwe binnensteden, milieuzones en snelheidsbeperkingen. En de staatssecretaris geeft aan dit advies het liefst op te volgen. De PVV zal altijd keihard oppositie voeren om het doorgeslagen groene denken van de staatssecretaris een halt toe te roepen.

Voorzitter. De voorgestelde autoluwe binnensteden en de milieuzones zijn onverkapte pogingen om de automobilist uit de stad te verdrijven, maar ook het afdwingen van lagere maximumsnelheden is een verkeerd plan. Langzamer rijden zorgt voor meer files en daarmee voor een verdere verslechtering van de luchtkwaliteit. Het is allemaal symboolpolitiek die juist averechts werkt.

Als we dan ook nog te horen krijgen dat het klimaatgeneuzel een prominente plaats in gaat nemen in het Schone Lucht Akkoord, dan vervliegt bij de PVV de laatste hoop op concrete oplossingen voor de laatste knelpunten, want die hebben we niet gehoord. Het is allemaal ingrijpend, schadelijk en kostbaar, zonder aangetoond nut en noodzaak.

Voorzitter. Het mag duidelijk zijn dat Nederland de goede kant op gaat wat betreft luchtkwaliteit en dat niemand geholpen is met de draconische maatregelen die nu worden geopperd. Voorzitter, stop met die bangmakerij! Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Aalst. Dan is het woord nu aan mevrouw Van Brenk van de fractie 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Dank, voorzitter. "Het is een verdachte stof, maar er is geen aanleiding om te denken dat het nu consequenties heeft op de gezondheid van mensen. Dan lopen we vooruit op de feiten en er is geen acuut gevaar." Dat zei een Schipholtopman recentelijk desgevraagd over ultrafijnstof. Hij wil het onderzoek van het RIVM naar fijnstof afwachten en tot die tijd gewoon doorgaan met groeien. Voor het gemak wordt vergeten dat de Gezondheidsraad in zijn rapport over luchtkwaliteit erop wijst dat alle signalen de andere kant op wijzen. De raad spreekt van bewezen en waarschijnlijk oorzakelijke verbanden. Ook het RIVM stelt iets soortgelijks in een recent verschenen rapport. Opnieuw lijken economische belangen zonder zorgvuldige afweging voor de gezondheidsvraag te gaan en dat is zorgwekkend.

De Gezondheidsraad constateert dat de luchtkwaliteit in Nederland de afgelopen decennia is verbeterd en hier en daar zelfs aan Europese normen voldoet. Daartegenover stelt hij dat luchtkwaliteit na roken een van de grootste veroorzakers is van ziektelast en tot vroegtijdige sterfte kan leiden. Jaarlijks sterven er — u hoorde het net al — 12.000 mensen aan de gevolgen van luchtverontreiniging. De gezondheidsnormen liggen echter hoger dan de Europese norm. Sterker nog, zelfs bij concentraties onder deze waarde van de WHO kan fijnstof en luchtkwaliteit in het algemeen een slechte invloed hebben op de gezondheid. Daar mogen we ons met elkaar best wel wat van aantrekken, de regering voorop. Bij de Europese normen worden immers ook politieke en economische argumenten betrokken. Dat betekent dus niet per definitie dat met Europese normen de gezondheid voldoende wordt beschermd. Is de staatssecretaris bereid in Europees verband te pleiten voor verdere aanscherping van de normen tot deze gelijk zijn aan de normen die de WHO voorstelt?

De Gezondheidsraad meldt ook dat circa de helft van de luchtverontreiniging uit het buitenland komt. Nu weten we dat de staatssecretaris druk doende is met het Schone Lucht Akkoord. Dat is hartstikke mooi. De staatssecretaris is op Europees vlak in overleg en geeft zelf aan dat de gezondheid daar lang niet altijd centraal staat. 50PLUS hoort graag van de staatssecretaris of dat wel haar uitgangspunt is. Gaat zij meer aandacht besteden aan effectiviteit en coördinatie van de verschillende maatregelen?

Maar 50PLUS denkt ook aan de luchtvaart. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft recent nota bene hier in de Tweede Kamer gezegd dat de uitstoot de komende jaren natuurlijk zal toenemen rondom Lelystad Airport. Er moet immers gegroeid worden naar 45.000 vluchten. Het is toch eigenlijk verbijsterend dat de overheid deze toename van de uitstoot kennelijk als vaststaand feit accepteert en de bijbehorende risico's maar op de koop toe neemt? Het is maar welke keuze je maakt. Waarom houdt de overheid vast aan haar eigen onderzoek naar fijnstof dat pas in 2021 gereed is, terwijl al zo veel meer bekend is? Brengt zij hiermee niet de Nederlandse luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid van haar burgers in gevaar? Graag een reactie.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer, mevrouw Van Brenk. Dan is het woord nu aan de heer Von Martels van de CDA-fractie.

De heer Von Martels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Wij hebben het vandaag over kleine fracties, en dan bedoel ik niet kleine fracties zoals DENK en Forum voor Democratie — opvallend dat ze er vandaag niet bij zijn — maar kleine fracties zoals fijnstof, stikstofdioxide en ozon. De Gezondheidsraad heeft onderzoek gedaan naar het effect daarvan op de gezondheid. Een van de belangrijkste conclusies is dat de luchtkwaliteit de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd is. Met name de concentraties van fijnstof en stikstofdioxide zijn sterk gedaald. Bijna overal wordt voldaan aan de Europese grenswaarden. Daarnaast geeft de Gezondheidsraad aan dat de luchtkwaliteit nog beter kan en dat dat de gezondheid van veel mensen ten goede zou komen.

De Gezondheidsraad adviseert om in te zetten op generiek en internationaal beleid. Als eerste zijn ambities op dit onderwerp van belang, waarbij we moeten kijken hoe we knelpunten op kunnen lossen. Wel is het goed om je af te vragen waar we onze ambities op moeten inzetten. De hoeveelheid fijnstof die door menselijk handelen in het buitenland onze lucht binnenkomt, is duidelijk groter dan de hoeveelheid fijnstof uit alle Nederlandse bronnen samen. Afspraken in internationaal verband zijn dan hard nodig. De Gezondheidsraad adviseert om in Europees verband en in overleg met de buurlanden te bezien of maatregelen die in Nederland effectief zijn gebleken daar ook meer effect kunnen sorteren. Wat betreft Europees beleid wil de staatssecretaris de fitnesscheck afwachten die loopt tot eind 2019. Dat duurt ons te lang. Kan dit versneld worden? En welke kansen ziet de staatssecretaris om goede Nederlandse voorbeelden op de kaart te zetten in het buitenland? Gaat de staatssecretaris de nieuw te ontwikkelen indicator ook in Europees verband inbrengen en pleiten voor vergelijkbare uitwisselbare indicatoren?

Mijn tweede punt gaat over het Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit. De staatssecretaris geeft aan dat ze vanwege het sterk op samenwerking gerichte karakter in het nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit voornemens is om hiermee verder te gaan onder de naam Schone Lucht Akkoord. Het advies van de Gezondheidsraad is hiervoor de basis. Wat uit het advies neemt de staatssecretaris wel en wat neemt ze niet mee? Kortom, wat gaat ze concreet doen? De Gezondheidsraad adviseert onder andere een kosten-batenanalyse van de beleidsmaatregelen. Is het mogelijk om die nog voor het Schone Lucht Akkoord in het voorjaar van 2019 te ontvangen, met een nadere duiding van de inzet van de staatssecretaris?

Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over lokale initiatieven. De staatssecretaris wil het Schone Lucht Akkoord ook inrichten als agenda, waaraan ook lokale en regionale partijen een bijdrage kunnen leveren. Graag wil ik weten hoe de staatssecretaris aankijkt tegen potentiële ongewenste versnippering zoals bij de milieuzones. Ook zou ik graag willen weten wat gemeentes nu al wel en niet kunnen en of aanpassing van wet- en regelgeving inzet wordt van de op te stellen convenanten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger, uw laatste vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik stel mijn laatste vraag omdat het mij eigenlijk onduidelijk is of de heer Von Martels de 12.000 vroegtijdige sterfgevallen nou wel of niet als een zorgenpunt ziet, aangezien hij in zijn bijdrage met name benadrukt dat we al bijna aan de normen voldoen en dat het zo goed gaat. Mijn concrete vraag is of de heer Von Martels wil dat wij als overheid een doel stellen om dat aantal van 12.000 vroegtijdige sterfgevallen te halveren binnen een bepaald tijdbestek.

De heer Von Martels (CDA):

Het gaat erom wat het CDA wil. Het CDA wil natuurlijk de volgende generatie ook een goede toekomst geven. Dat betekent dat we oog moeten hebben voor natuur, voor ons hele milieu, voor bodem, voor water en voor de lucht. Daar moeten we eisen aan stellen. We moeten van tevoren goed duidelijk maken welke normen we daarvoor zelf vaststellen en die moeten we ook nakomen. Dat is mijn antwoord erop.

De voorzitter:

Was u klaar met uw betoog?

De heer Von Martels (CDA):

Ja, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer. Dan is het woord aan de heer Ziengs van de VVD.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Ja, het zoveelste dertigledendebat waarbij weer een onderwerp op de agenda staat waarvan je je kunt afvragen of we dat niet beter in een keer in een commissiedebat kunnen bespreken. Ook vanavond zullen er weer veel moties ingediend worden. Wij hoeven ons volgende week dinsdag niet te vervelen door de enorme hoeveelheid moties die ongetwijfeld voorbij zal gaan komen. Dat vind ik jammer, want een algemeen overleg is over het algemeen een podium waarop je wat dieper op bepaalde zaken kunt ingaan dan in een dertigledendebat met slechts een aantal minuten. Maar desondanks.

We kunnen vaststellen dat de Gezondheidsraad in zijn advies benadrukt dat de luchtkwaliteit in Nederland de laatste decennia aanzienlijk is verbeterd. De heer Von Martels noemde het net ook al even. Toch zijn er een aantal puntjes die ik hier wel ter sprake wil brengen namens mijn fractie. Ik begin even met de luchtwassers. Er zijn veel maatregelen genomen ten aanzien van de luchtwassers. Die zijn, zo lijkt het, vaak genomen op basis van foutieve gegevens, want in de praktijk blijkt dat meetstations zodanig zijn geplaatst dat ze niet op de juiste positie staan. De gegevens daarvan worden gebruikt voor het ontwikkelen van beleid. Dat heeft niks te maken met gedegen onderzoek. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook hoe zij het Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit en het Schone Lucht Akkoord wil professionaliseren en beoordelen op effectiviteit. Is zij het met mij eens dat er eerst meer onderzoek moet plaatsvinden voordat er echt beleid wordt gepresenteerd?

Verder hebben we geconstateerd dat de Rekenkamer vernietigend heeft geoordeeld over het beperkte inzicht van de minister van IenM — dat zal dan ook over de staatssecretaris gaan, in dit geval — in de kosteneffectiviteit en de doelmatigheid van het Nederlandse luchtbeleid. Is de staatssecretaris bereid om ingezette maatregelen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit ex ante, dus vooraf, door te laten rekenen en ook op meerdere indicatoren te beoordelen? Daarbij kan zij ongetwijfeld voorbeelden bedenken, zoals concentraties en blootstelling, de gezondheidseffecten en de kosteneffectiviteit. Is de staatssecretaris bereid om maatregelen die na de ex-anteberekening, de berekening vooraf, niet effectief blijken te zijn op kosten en effect niet in te voeren, ondanks dat deze misschien wel emotioneel breed gedragen worden? Oftewel, wil de staatssecretaris het luchtkwaliteitsbeleid baseren op feiten in plaats van op emotie?

Verder wil ik graag weten van de staatssecretaris hoe het nu staat met de voortgang rondom de uniforme milieuzones. We zien allerlei wilde plannen her en der in de steden verschijnen, waarbij eigenlijk niet blijkt hoe je die uiteindelijk weer in een bepaald vat moet gieten.

Verder is de boodschap aan de staatssecretaris: geen extra koppen op Europese regels als het gaat om luchtkwaliteit. Lucht stopt namelijk niet bij de grens. Wij gaan voor heldere maatregelen en geen gebakken lucht.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Ziengs. Dan zijn we gekomen aan het eind van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik stel een schorsing tot 20.45 uur voor.

De vergadering wordt van 20.39 uur tot 20.45 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan dadelijk luisteren naar de beantwoording door de staatssecretaris. Ik geef aan dat ik ook in deze termijn per fractie maximaal vier vragen zal toestaan.

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. We hebben dit debat met elkaar op het moment dat we eigenlijk middenin een proces zitten om ferme stappen te zetten. Laat ik zeggen dat volgens mij een aantal van de punten die in dit debat naar voren komen, mij sterken in de manier waarop we het aan het aanpakken zijn. Die punten kunnen hier en daar wellicht ook nog worden meegenomen. Maar we zitten middenin een proces van het opstellen van een Schone Lucht Akkoord; dat is door een heel aantal van uw leden al genoemd. Maar we zitten ook in het proces van een aanpassing van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. En waarom doen we dat? Omdat schone lucht van levensbelang is voor iedereen. Dat heeft ook een aantal van de leden van uw Kamer gezegd. Ik ben dan ook blij met het advies van de Gezondheidsraad. Want dat advies zet de gezondheid van mensen voorop bij het verder verbeteren van de luchtkwaliteit, en het geeft ook nuttige handvatten voor mijn beleid.

Dat advies wordt als basis gebruikt voor het uitwerken van het Schone Lucht Akkoord. Dat doe ik dus inderdaad met gemeenten en verschillende belangenorganisaties. Met hen ben ik daarover in gesprek. Bij het opstellen betrek ik ook de uitkomsten van de beleidsdoorlichting die op dit moment in opdracht van het ministerie wordt uitgevoerd. Die beleidsdoorlichting is van belang omdat we, net als de Algemene Rekenkamer, graag willen weten dat het beleid dat we voeren effectief, efficiënt en kosteneffectief is. Dus bij de keuzes straks van het in te zetten beleidsinstrumentarium kijk ik ook naar die kosteneffectiviteit, maar natuurlijk ook naar maatschappelijk draagvlak. De heer Ziengs zei: kijk bijvoorbeeld ook nog naar blootstelling en maak een weging van een aantal indicatoren. Ik denk dat dat een hele goede suggestie is. Je neemt de gezondheidseffecten mee, de blootstelling, de kosteneffectiviteit. Al dat soort dingen moet je helder in beeld hebben voordat je gewoon een goed pakket met elkaar kunt vaststellen. Dat rekenen we dus ook allemaal door. Naar verwachting zal ik uiterlijk in het voorjaar van 2019 het Schone Lucht Akkoord aanbieden aan uw Kamer.

En ondertussen werken we de laatste overschrijdingen van de Europese grenswaarden weg. Daarom noem ik ook de aanpassing van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ik heb u recent een lijst gestuurd met ongeveer 100 maatregelen, die nu in consultatie zijn. Ik hoop nog voor de zomer met uw Kamer te kunnen spreken over de aanpassing van dat NSL, die dan hopelijk na de zomer van 2018 in werking kan treden.

De heer Wassenberg zei ergens tussendoor: "die maatregelen werken niet". Maar een heel aantal landen in Europa heeft van de Europese Commissie inmiddels een ingebrekestelling gekregen omdat die landen te weinig maatregelen hadden getroffen. In Nederland hebben we die niet gekregen omdat we echt heel hard bezig zijn om maatregelen te treffen die die knelpunten wegwerken. En we laten ook doorrekenen wat de effectiviteit daarvan is en of dat voldoet.

De heer Wassenberg (PvdD):

De staatssecretaris zegt dat wij in Nederland maatregelen nemen om knelpunten weg te werken, maar dat is dus niet waar. We nemen wel maatregelen: we investeren in emissiearme stallen en in luchtwassers. Maar die werken niet. Ze worden uitgezet, ze zijn fraudegevoelig en de universiteit van Wageningen heeft nu aangetoond dat ze minder dan de helft effectief zijn als ze wél aanstaan. Dus je kunt die maatregelen wel nemen, maar als ze niet werken, heeft dat natuurlijk niet zo'n zin. Dat was mijn punt. Ik zeg niet dat we te weinig doen, maar ik zeg dat we de verkeerde dingen doen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik weet dat de heer Wassenberg en ik het nooit helemaal eens zullen worden over of er genoeg gebeurt in de intensieve veehouderij. Daarom is de heer Wassenberg ook van de Partij voor de Dieren en ben ik van D66. Maar ik denk dat de heer Wassenberg wel het onderscheid moet maken tussen "niet werken" en "minder werken". De optelsom van alle maatregelen die we nemen, is voldoende om die knelpunten weg te werken. In die zin kan de heer Wassenberg dus niet volhouden dat de maatregelen niet werken, want als we de knelpunten met elkaar in het totale pakket dat we nemen weg weten te werken, dan hebben we toch uiteindelijk maatregelen getroffen met effect. Of die allemaal evenveel effect hadden als we dachten bij het begin? Daar komt het punt van de luchtwassers van de heer Wassenberg naar boven. Het blijkt dat die inderdaad minder werken dan we in het begin voorzien hadden, en daar wordt het beleid dus ook op aangepast.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik had het inderdaad over dat onderzoek van de universiteit van Wageningen, maar ik had het ook over de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Die heeft gezegd dat ze ook niet werken ter voorkoming van de uitstoot van broeikasgassen. Ik weet dat dat een iets andere discussie is, maar daar werken ze dus ook niet en daarvoor zou je moeten denken aan reductie van het aantal dieren. Ik denk dat dat ook het geval is in deze discussie over luchtkwaliteit. Daarom was mijn vraag: waarom is dan toch weer de olifant in de kamer? Waarom wordt er overal omheen gesproken, maar wordt er niet gesproken over de reductie van het aantal dieren? Ik denk dat dat echt een oplossing is, zonder allerlei neveneffecten en zonder negatieve andere gevolgen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Het is mij bekend dat de heer Wassenberg altijd aan dat middel denkt. Ik vind het belangrijk om de kosteneffectiviteit van verschillende middelen tegen elkaar af te zetten. Die doorrekening gaan we ook doen.

Voorzitter. Een heel aantal van u heeft gevraagd: wordt de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen nou in kaart gebracht? Ja. Als we een pakket vaststellen, waarbij we dus steeds verder gaan werken aan schone lucht, vind ik het belangrijk dat we dan ook zorgen dat we de effectiviteit van die maatregelen gewoon goed in beeld hebben. Dan kunnen we met elkaar een goed pakket bouwen. Uit de evaluatie en het onderzoek van de Rekenkamer trekken we natuurlijk lessen en daar gaan we mee verder.

De heer Von Martels (CDA):

Nog even voor de zekerheid: als die kosten-batenanalyse er maar komt voor het Schone Lucht Akkoord. Ik hoop dat u dat kunt bevestigen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Jazeker, want ik wil die kosten-batenanalyse hebben om een goed Schone Lucht Akkoord te kunnen samenstellen. Het zal voor mij dus een van de instrumenten zijn die ik nodig heb om dat Schone Lucht Akkoord samen te stellen. Een aantal van u had het ook over de maatregelen die gemeenten kunnen nemen. Ook gemeenten willen natuurlijk graag weten wat de effectiviteit van verschillende maatregelen is. Het zal voor hen ook bepalend zijn voor hun inzet, dus dat zal er allemaal moeten zijn voor dat Schone Lucht Akkoord.

De vragen zitten een beetje door elkaar heen, dus ik loop de woordvoerders niet een-op-een af, ben ik bang. Welke maatregelen neemt het Rijk in het kader van het verder werken aan de luchtkwaliteit? Het Rijk werkt aan bronbeleid, emissienormen voor mobiele machines worden vanaf 2018 gefaseerd aangescherpt — ook bronbeleid — en er komen aangescherpte emissies voor middelgrote en grote stookinstallaties. Fiscaal gaat er een mrb-toeslag voor oude vervuilende diesels gelden. Een fiscaal voordeel is opname in de MIA/VAMIL-lijst bij de aanschaf van bepaalde katalysatoren voor zware dieselvoertuigen. Verder wordt er natuurlijk gewerkt aan zero-emissiestadslogistiek. Ook de differentiatie van parkeertarieven en milieuzones kunnen allemaal bijdragen.

Dan kom ik eerst even op de effectiviteit en het Europese bronbeleid, dat een heel aantal van u heeft aangekaart. Want inderdaad, wij zijn netto-exporteur van luchtvervuiling. Dat geeft ons een verantwoordelijkheid richting het buitenland. Tegelijkertijd importeren we ook luchtvervuiling. Daarom zijn juist die Europese afspraken zo belangrijk. Aan meneer Von Martels zeg ik: zeker, ik ben absoluut bereid om ook in Europa die discussie aan te gaan. Daar loopt een fitnesscheck, maar ik vond uw suggestie heel goed om te kijken welke indicatoren wij hier kunnen ontwikkelen, naar aanleiding van de motie-Kröger, en om te bezien of we ook in Europa die indicator kunnen inbrengen, om met elkaar gezondheid steeds meer centraal te stellen, ook in het Europese luchtkwaliteitsbeleid. Ik ben dus graag bereid om, als we die indicator hebben ontwikkeld, ook mijn collega's te laten delen in die kennis, zodat we er allemaal ons voordeel mee kunnen doen en dus gezamenlijk ons voordeel ermee kunnen doen, want lucht stopt niet bij de grens, zoals de heer Ziengs zei. We hebben er dus echt belang bij dat we ook in Europa de juiste discussie voeren.

Van Europa naar wat er lokaal kan. Er is gevraagd om een korte update over de milieuzones. Ik ben inderdaad in gesprek over de harmonisatie van milieuzones. Ik vind het heel belangrijk dat het voor een automobilist straks helder is wat het betekent. Tegelijkertijd zien we dat een aantal gemeenten in hun collegeakkoorden hebben gezegd dat ze graag een milieuzone willen invoeren. Om te voorkomen dat er in die tussentijd alsnog een soort lappendeken ontstaat, heb ik meteen na de gemeenteraadsverkiezingen aan alle gemeenten een brief gestuurd dat ik dit aan het harmoniseren ben. Ik hoor eigenlijk van al die gemeenten: we kijken graag naar het kader dat u gaat ontwikkelen en we willen ook met elkaar voorkomen dat die lappendeken ontstaat. Ik zal de Kamer nog voor de zomer informeren over de stappen die we van plan zijn om te nemen met betrekking tot de milieuzones. We gaan ook rekening houden met overgangstermijnen en dergelijke. Ik wil een simpel systeem voor de automobilist, en tegelijkertijd is het natuurlijk aan gemeenten om te bepalen of ze het invoeren of niet.

Mevrouw Van Brenk had nog een vraag over de luchtvaart; ook mevrouw Kröger vroeg daarnaar. Wordt er onderzoek gedaan naar de gezondheidseffecten van ultrafijnstof? Het RIVM verwacht het onderzoek naar de gezondheidseffecten in 2021 af te ronden. Op het moment dat de tussenrapportages klaar zijn in 2019 zal ik deze aan de Kamer aanbieden; mevrouw Kröger refereerde er ook al aan. Ik denk dat dat het moment is om misschien eens na te denken of we al handelingsperspectieven kunnen ontwikkelen, want het duurt dan nog tot 2021 voordat de definitieve rapportages klaar zijn. Ik snap wel iets van de tijdswinst die mevrouw Kröger denkt te kunnen boeken, maar ik vind wel dat we het onderzoek z'n plek moeten geven om aan de juiste knoppen te kunnen draaien om dingen te onderzoeken. Ik wil dat dus niet nu doen. Als de tussenrapportages er in 2019 zijn, zullen we kijken of daartoe aanleiding is.

Voorzitter. Mevrouw Kröger vroeg ook naar diesel en de mogelijkheid van Nederland om een boete uit te delen in verband met de dieselfraude. In principe is dit mogelijk. De hogere emissies worden nu echter gecorrigeerd, waardoor van milieuschade dan geen sprake meer is. Het onderbouwen van die claim wordt dan wel lastig. Het is een onderwerp dat een beetje en marge zit van het onderwerp van vandaag, namelijk het rapport van Gezondheidsraad, maar dit is de informatie die ik mevrouw Kröger hier nu over kan geven.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger heeft een vraag, zo te zien.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik heb op beide punten een vraag, maar ik begin even met de diesel. Ik snap het antwoord van de staatssecretaris niet helemaal. Er zal ook in Nederland milieuschade zijn doordat hier sjoemeldiesels hebben rondgereden en nog steeds rijden. Kunnen we die schade in kaart brengen? Over welke kosten hebben we het dan? Dan kun je ook kaart brengen of je een bedrijf daarvoor verantwoordelijk kunt maken.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

De emissies van auto's worden nu gecorrigeerd, dus de milieuschade gaat niet meer verder. Mevrouw Kröger vraagt of er een mogelijkheid is om milieuschade in het verleden alsnog te claimen. Zo had ik haar vraag eerder niet begrepen. Ik zal eens kijken of we daarop een antwoord kunnen vinden in de tweede termijn. Ik kan het zo op dit moment niet inschatten.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank, heel graag het antwoord in tweede termijn. Ik begrijp dat de boete die in Duitsland is uitgedeeld, ook was voor milieuschade die al was geweest. Dat is eigenlijk de analogie.

Dan met betrekking tot de ultrafijnstof. Enerzijds snap ik dat de staatssecretaris zegt "we gaan eerst het onderzoek zien", aan de andere kant zijn er al behoorlijke indicaties dat ultrafijnstof een flinke gezondheidsimpact heeft. Dat is ook de aanleiding voor het onderzoek. Het zo snel mogelijk in kaart brengen van beleidsopties, wat toch ook altijd wel tijd kost, voorkomt dat we weer heel veel tijd kwijt zijn op het moment dat het onderzoek er is. Heel vaak zien we: eerst heel lang wetenschappelijk onderzoek, vervolgens normen en dan wellicht effecten. Daar zit mijn zorg.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik heb al gezegd dat ik begrijp waar mevrouw Kröger op doelt. Alleen, nu daarmee starten vind ik te vroeg. Ik vind wel dat je eerst een idee moet hebben van waar het naartoe gaat, voordat je kunt nadenken over effectieve maatregelen. Laten we eens kijken wat er uit de tussenrapportages komt en of dat goede handvatten geeft. Dat is het moment om dat te doen. Dat nu al doen, wat mevrouw Kröger eigenlijk vroeg, vind ik te vroeg. Het eindonderzoek komt inderdaad pas in 2021. De technologie ontwikkelt zich ook verder. Ik vind het echt belangrijk om in ieder geval de tussenrapportages op dit punt af te wachten.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Kan ik dit dan als een toezegging opvatten, of kan ik de toezegging krijgen dat vanaf 2019 in de tweede fase van het onderzoek de beleidsontwikkeling parallel daaraan gestart wordt?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik begrijp dat mevrouw Kröger graag een harde toezegging wil hebben. Ik heb gezegd dat ik het zal overwegen. Ik wil echt eerst de tussenrapportages hebben om vervolgens te bepalen of het nuttig is, afhankelijk van wat er uitkomt. Nogmaals, ik snap de vraag die mevrouw Kröger stelt. Als er duidelijke richtingen komen uit de tussenrapportages, kun je dan niet alvast gaan nadenken? Dan moeten die duidelijke richtingen er wel zijn en ik weet nu nog niet of die er zijn. Dat weet ik pas in 2019. Ik weet zeker dat mevrouw Kröger dit onderwerp niet zal vergeten en zeker bij de tussenrapportages opnieuw de vraag zal stellen. Laten we die dan met elkaar beantwoorden.

De heer Wassenberg vroeg naar de palletkachels. Waarom krijgen die subsidie? Die krijgen subsidie omdat in de huidige systematiek de biomassa meetelt voor de duurzame-energiedoelstelling die Nederland ook heeft. Overigens zijn de nieuwe paletkachels waarvoor subsidie wordt gegeven, beter dan de ouderwetse kachels en openhaarden als het gaat om de fijnstofuitstoot.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb hier toch een heel klein beetje een déjà vu, maar dan met een andere bewindspersoon. Het ging indertijd namelijk over bijstook in kolencentrales. Toenmalig Kamerlid Van Veldhoven was daar toen ook heel kritisch over. Er was ooit afgesproken dat dat allemaal duurzaam was, maar het bleek in de praktijk een stuk minder duurzaam te zijn. Het wordt nu ook afgebouwd. Ik doe daarom ook dit verzoek met betrekking tot die subsidie op die paletkachels. Er is ooit afgesproken dat die duurzaam zijn, maar is dat wel zo? Zijn die niet deel van het probleem, zoals ik net al zei, in plaats van deel van de oplossing?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Het is misschien wel goed dat de heer Wassenberg dit wat breder trekt. De hoeveelheid duurzame biomassa die voor Nederland beschikbaar is om in te zetten in die grote transitie waar we met dit klimaatakkoord naartoe willen en waar dit kabinet ook met de 49%-reductie van CO2 naartoe wil, is natuurlijk heel breed. Je moet dus heel zorgvuldig gaan kijken waar je die biomassa inzet. Dat punt van de heer Wassenberg snap ik dus. Die discussie is volop gaande. We zijn bezig met de ontwikkeling van een klimaatakkoord. Daarbij zullen we ook moeten kijken naar vragen als "wat de hoeveelheid biomassa is waar we duurzaam een beroep op kunnen doen?" en "hoe benutten we die dan zo effectief mogelijk?"

Mevrouw Van Eijs stelde een vraag over de snorfietsen. Ik streef zeker naar zero-emissie-eisen voor bron- en snorfietsen. Ik ben met de RAI en de BOVAG in overleg om te kijken hoe we snel naar de verkoop van alleen nog elektrische snorfietsen toe kunnen. Voor bromfietsen blijkt dat wat lastiger te zijn. Er is een rechtstreeks werkende Europese verordening, waardoor je niet zomaar kunt stoppen. Voor de snorfietsen is dat niet zo, dus we kijken met de RAI en de BOVAG hoe we dat kunnen versnellen.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik ben blij om te horen dat er in ieder geval voor snorfietsen al aan gewerkt wordt. Ik begrijp dat het misschien lastiger is voor bromfietsen, maar het zou, denk ik, wel heel lastig uit te leggen zijn aan de mensen thuis, en misschien ook wel aan mij zelf, dat we de snorfiets wel zero-emissie gaan maken en de bromfiets niet. De auto is dan inmiddels elektrisch, de fiets is elektrisch, alles is elektrisch, behalve dan de bromfiets.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik begrijp dat heel erg goed. Het kabinet wil de mobiliteit in de breedte verduurzamen. Er is niet voor niets een tafel mobiliteit onder het klimaatakkoord. We zeggen daar niet: de bromfietsen zijn uitgezonderd. We kijken natuurlijk in de breedte daarnaar, maar bij het ene is het net iets makkelijker om het bijvoorbeeld ook in de regelgeving vast te leggen dan bij het andere. Maar in de breedte streeft het kabinet naar het steeds schoner maken van de mobiliteit. Dat helpt ook heel erg voor de luchtkwaliteit, dus op dat punt deel ik ook de mening die mevrouw Van Eijs in haar inbreng net verwoordde.

Naar aanleiding van de vraag van de heer Von Martels over de milieuzones heb ik net een update gegeven. De heer Wassenberg vroeg nog of inzichtelijk is te maken hoeveel geld er in luchtwassers wordt gestoken. In het verleden zijn luchtwassers met rijksgeld gestimuleerd. Nu worden luchtwassers meestal door de boeren zelf geheel betaald. We hebben net de discussie gehad over hoe effectief die luchtwassers zijn, maar ze hebben natuurlijk wel een bijdrage geleverd aan het tegengaan van ammoniak, geur- en fijnstof.

Voorzitter, dat waren volgens mij de meeste concrete vragen, maar ik kijk nog even in mijn aantekeningen. Mevrouw Kröger had nog een vraag gesteld over onderzoek. Zij zei dat er meer onderzoek nodig is en dat we ook moeten kijken naar de cumulatie van stoffen. We hebben daar in een eerder debat ook weleens over gesproken. Ik heb toen ook gezegd dat ik dat belangrijk vind. Het is ook echt iets waarop we in Europa gezamenlijk moeten optrekken omdat er toch nog veel kennisontwikkeling nodig is.

De PVV zei nog: ik heb geen concrete oplossingen voor knelpunten gehoord. Ik hoop dat ik met de rijksmaatregelen die onderdeel zijn van het NSL een aantal punten heb genoemd, maar in de steden worden ook heel gericht maatregelen genomen om heel specifieke knelpunten aan te pakken. Er wordt bijvoorbeeld voor gezorgd dat er op een bepaalde kade in een bepaalde stad — laat ik ze niet bij naam noemen — elektrische bussen worden ingezet zodat de uitstoot daar op de plek waar heel veel bussen rijden, ook echt enorm naar beneden gaat. Zo kunnen we bepaalde hotspots echt heel effectief aanpakken.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

De staatssecretaris ging net even heel erg snel. Ze herhaalde uit mijn bijdrage aan het debat dat er meer onderzoek nodig is, althans dat was mijn suggestie, met name naar de hersenfuncties van foetussen en kleine kinderen en naar die wisselwerking. In haar reactie geeft de staatssecretaris aan dat het Europees moet gebeuren, dus mijn vraag is wat Nederland gaat doen om ervoor te zorgen dat er meer onderzoek komt op deze twee specifieke thema's.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Volgens mij vindt er veel onderzoek plaats. Ik heb willen benadrukken dat ik het belangrijk vind dat dit onderzoek plaatsvindt. Het RIVM heeft bijvoorbeeld al heel veel kennis. Dat wordt natuurlijk ook internationaal ingebracht. Het punt van de cumulatie dat mevrouw Kröger noemde, hebben we ook bij andere debatten over stoffenbeleid aan de orde gehad. Toen heb ik gezegd dat ik de onderzoeken naar cumulatie van belang vind. Dat onderwerp hebben we ook Europees aangekaart om ervoor te zorgen dat we daar samen met Europese landen meer inzicht in krijgen. Onderzoek naar de cumulatie van bijvoorbeeld chemische stoffen is heel ingewikkeld en heel langdurig. Als je dat als land alleen doet, ben je veel minder effectief dan wanneer je daar samen met andere landen aan werkt of in ieder geval de kennis daarover deelt. Dit punt heeft mevrouw Kröger dus eerder gemaakt. Ik zie dat en Nederland werkt daar van harte aan mee.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Volgens mij heb ik nog één interruptie over, dus die ik ga nu inzetten; ik heb goed geteld. De staatssecretaris zei dat in het verleden luchtwassers gesubsidieerd waren, maar nu niet meer. Ik heb gevraagd hoeveel er in de afgelopen jaren naartoe is gegaan. Ik heb een motie klaarliggen om dat te vragen, maar als de staatssecretaris zegt dat zij dat wel even kan laten uitzoeken en dat aan de Kamer kan meedelen, dan scheelt dat weer een motie. Dat scheelt straks weer een keer een hand opsteken, dus dat zou fijn zijn. Misschien kan ze ook iets aangeven in die beantwoording over welk provinciaal geld daar eventueel naartoe is gegaan. Ik weet dat dit niet het goede adres is om dat te vragen, maar misschien kan de staatssecretaris bij provincies nagaan hoeveel provinciaal geld en hoeveel rijksgeld er in de afgelopen periode naartoe is gegaan.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik maak de heer Wassenberg natuurlijk altijd graag blij, maar ik weet niet of ik hem op dit punt blij kan maken. Het is ook een beetje aan de grenzen van waar dit debat over gaat om heel specifiek te vragen hoeveel geld er bij provincies naar de subsidie voor luchtwassers is gegaan. Ik ben wel bereid om even te kijken of we dat makkelijk boven tafel zouden kunnen halen, maar om er nu een heel onderzoek te gaan doen ... Deze discussie is wellicht beter op haar plek in de debatten over landbouw, maar we zullen even een snelle check doen en de heer Wassenberg dat laten weten.

De heer Von Martels (CDA):

U heeft iets gezegd over houtstook, maar nog niet alles. Wie weet krijgen we nog een dertigledendebat hierover. Misschien kunt u vast een tipje van de sluier oplichten in welke richting we moeten gaan denken, of in welke richting het kabinet gaat denken, want de Gezondheidsraad zegt het nodige erover. Welke aanbevelingen wilt u wel overnemen en welke niet?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Volgens mij is er niet alleen een dertigledendebat over aangekondigd, maar heb ik ook aangekondigd dat ik bij het SLA terugkom op de aanbevelingen van het platform houtstook. Een aantal aanbevelingen hadden betrekking op maatregelen die we nu meteen al kunnen invoeren. Het gaat dan heel erg om bijvoorbeeld zo'n stookalarm. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om dat in hun gemeente af te kondigen, zodat mensen gealerteerd worden: vandaag is een slechte dag; stook vandaag niet. Ook gaat het om verdere informatieverstrekking. Met een aantal van die maatregelen gaan we meteen aan de slag. De overige maatregelen wil ik ook echt toetsen in de kosteneffectiviteitsdoorrekening — wat is het effect op de gezondheidsindicator van mevrouw Kröger — om te bepalen of we die meenemen.

De heer Von Martels (CDA):

Als ik het goed begrijp, moeten gemeenten er dus rekening mee houden dat er in de toekomst een stookalarm komt. Hoe denkt u dat ongeveer te gaan vormgeven?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

We vinden het heel belangrijk om gemeenten instrumenten te geven waarmee ze daar waar het een probleem is lokaal iets kunnen doen. Van de gemeenten hoorde ik: we hebben nu niet genoeg instrumenten; we zouden soms best iets willen, maar help ons dan om dat te kunnen doen. Heel veel mensen weten niet wanneer het een slechte dag is om de kachel aan te steken vanwege de effecten op fijnstof. Daar kan de gemeente een rol in spelen door zo'n smogalarm af te geven. Daarnaast willen we de informatievoorziening en een aantal van dat soort zaken versterken. Ik weet niet precies uit mijn hoofd wanneer we dat zullen hebben afgerond, maar de bedoeling is eigenlijk wel om dit voor komende winter te doen. Het idee was nou juist dat je daar zo snel mogelijk mee aan de slag zou kunnen als je dat als gemeente graag wilt inzetten. We gaan ook nog proberen om voor gemeenten een indicator te ontwikkelen, waarmee zij wat beter kunnen berekenen of er nou echt sprake is van geuroverlast door houtstook of niet. Wanneer is er echt iets aan de hand en wanneer niet? Als je dat niet kunt meten of bepalen, is het voor gemeenten ook lastig om te kijken waar zij op in moeten zetten.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik was even teruggekomen op het uitbreiden van de vliegbewegingen en welke impact dat heeft. Ik weet dat de staatssecretaris een ambitieus plan heeft. Ik zou graag van haar willen weten in hoeverre dat interfereert met die uitbreiding van dat vliegen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Bij de discussie die u vooral met de minister voert over het vliegverkeer, wordt natuurlijk steeds ook heel zorgvuldig gekeken naar de milieueffecten daarvan, dus daar wordt naar gekeken. Het lijkt mij ook belangrijk dat u dat meeneemt in die discussies.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Zou de staatssecretaris nog een uitspraak durven doen of dat wenselijk is, omdat we toch zien dat uitbreiding van vliegbewegingen heel veel effect heeft op fijnstofuitstoot? Ik kan mij voorstellen dat zij eigenlijk zou willen dat dat minder wordt. We blijven nog steeds hopen op die elektrische vliegtuigen, maar kan zij daar nog iets over zeggen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik vind het wenselijk dat de mobiliteit in de breedte schoner word, dus dat geldt ook voor het vliegverkeer. Daar hebben we wat minder direct invloed op, want dat is echt een wereldwijde markt. We hadden net een discussie over waar je biomassa of biobrandstoffen inzet. Dan ben ik er wel voorstander van dat we dat met name concentreren op die sectoren waar we nog weinig alternatieven hebben, maar waar het wel kan bijdragen aan het schoner maken van die mobiliteit in de breedte.

Ik kijk even of ik nog punten heb gemist. Er was nog een vraag van de heer Ziengs over hoe we de steden erbij betrekken. Als onderdeel van het ontwikkelen van dat samenwerkingsprogramma lucht kijken we nadrukkelijk naar de steden en overleggen we veel met hen.

Ik heb ook nog een antwoord voor de heer Wassenberg over het inzicht in de subsidies op luchtwassers. Een paar jaar geleden zijn al Kamervragen gesteld over de omvang van de subsidie voor gecombineerde luchtwassers. Die informatie kan ik u nogmaals sturen. Ik ben graag daartoe bereid.

Mevrouw Kröger vroeg naar het in kaart brengen van milieuschade uit het verleden. Dat zal niet eenvoudig zijn. Ik zal dat verder moeten uitzoeken en ik zal daar schriftelijk op terug moeten komen. Meer kan ik daar op dit moment helaas niet over zeggen.

Voorzitter, dan hoop ik dat ik daarmee de vragen van de leden in eerste termijn beantwoord heb.

De voorzitter:

Daar lijkt het wel op. Ik constateer dat er behoefte bestaat bij de leden aan een tweede termijn. Dan gaan we de rij af. Ik merk op dat er een spreektijd van één minuut zal gelden. Als u een motie wilt indienen, moet die ook in die ene minuut. Mevrouw Kröger, gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel autoproducenten zoals Volkswagen en anderen aantoonbaar en bewezen gefraudeerd hebben met hun uitlaatgastechnologie;

constaterende dat Volkswagen in Duitsland een boete van 1 miljard euro heeft gekregen voor deze fraude en dat de hoogte ervan mede is gebaseerd op maatschappelijke schade en onterecht verkregen winsten;

overwegende dat ook andere autoproducenten vergelijkbare boetes boven het hoofd hangen;

overwegende dat, mede door de sjoemeldiesels, ook Nederland veel schade heeft geleden door uitblijvende verbetering van de luchtkwaliteit, door voortijdige sterfte, gezondheidsschade, schade aan landbouwgewassen en de noodzaak tot extra maatregelen;

verzoekt de regering om te berekenen hoeveel extra luchtvervuiling de sjoemeldiesel heeft te verantwoorden, wat de materiële schade hiervan is en of deze schade op de betreffende autofabrikanten is te verhalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 294 (30175).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in 2019 de eerste resultaten van het gezondheidsonderzoek met betrekking tot de blootstelling aan ultrafijnstof bij onder andere kinderen rond Schiphol worden gepubliceerd;

verzoekt de regering om te starten met technische en/of beleidsmatige middelen in kaart te brengen die de emissies van ultrafijne deeltjes door de luchtvaart kunnen verminderen parallel aan het onderzoek dat op dit moment plaatsvindt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 295 (30175).

Dank u wel.

Dan is nu het woord aan de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Nederland jaarlijks 12.000 mensen vroegtijdig overlijden door vervuilde lucht;

constaterende dat de Gezondheidsraad en het RIVM de intensieve veehouderij als één van de hoofdoorzaken van luchtvervuiling noemen;

overwegende dat een krimp van de veestapel het probleem effectief en bij de bron aanpakt en daarmee een voor de hand liggende maatregel vormt voor de verbetering van luchtkwaliteit;

constaterende dat inkrimping van het aantal dieren in de veehouderij nog altijd geen deel uitmaakt van het instrumentarium van luchtkwaliteitsbeleid;

verzoekt de regering om krimp van het aantal dieren in de veehouderij als instrument op te nemen in het luchtkwaliteitsbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 296 (30175).

Er is een vraag van de heer Von Martels.

De heer Von Martels (CDA):

Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de motie. U heeft het over de inkrimping van het aantal landbouwhuisdieren? Zei u dat?

De heer Wassenberg (PvdD):

Ja. Nou, dat zei ik niet, maar dat bedoelde ik wel.

De heer Von Martels (CDA):

Dat zijn er heel veel. Kunt u nog iets specifieker zijn? Want nu weet natuurlijk niemand wat u bedoelt en we weten ook allemaal dat de veestapel, zeker in de melkveehouderij, al behoorlijk is ingekrompen. Wilt u dan nog verder gaan? Ik kan het me haast niet voorstellen.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik weet dat er op dit moment nog meer dan een half miljard dieren in de veehouderij zitten. Per jaar. Het gaat vooral om heel veel pluimvee, om meer dan 10 miljoen varkens — ik geloof 12 of 13 miljoen — en om rundvee. Dat zal inderdaad een stuk minder moeten. Hoeveel, dat moeten we maar eens even bekijken. De Partij voor de Dieren heeft daar natuurlijk ideeën over. Wij willen een krimp van ongeveer 70%. Dat zal niet van het ene moment op het andere gaan. Dat is iets waar je naar moet streven voor de lange termijn. Maar het is wel zo dat er op dit moment meer dan een half miljard landbouwhuisdieren zijn. Het totale aantal is de afgelopen jaren eigenlijk alleen maar gestegen. De lucht, met name in de gebieden rond de intensieve veehouderij, is slecht. Dat is ook wat de Gezondheidsraad zegt en wat het RIVM zegt. Overigens is de luchtkwaliteit verbeterd, behalve in gebieden met heel veel industrie of in gebieden met heel veel intensieve veehouderij. Als je de lucht wilt verbeteren, ontkom je niet aan een reductie van het aantal dieren. En dat is wat deze motie behelst.

De heer Von Martels (CDA):

Het is jammer dat u niet wat specifieker bent, want u scheert nu alle dieren over één kam. Wat ik alleen nog wilde toevoegen, is het feit ... Nee. Ik vind het gewoon belangrijk dat de normen worden gehaald. We hoeven de discussie niet over te doen, maar ik hoop dat meneer Wassenberg iets specifieker kan zijn. Daar heb ik nog geen antwoord op.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik kan proberen nog een antwoord te geven. Bijvoorbeeld bij pluimvee is er gigantisch veel fijnstof, maar bij varkens heb je heel veel ammoniak. Dat zul je op een gegeven moment aan moeten pakken. In gebieden met heel veel vervuiling, heb je ook heel veel stikstofverbindingen. Die komen ook voort uit, of die hangen ook samen met, die ammoniakuitstoot. Ik kan daar nu niet een cijfer aan hangen. Ik zeg alleen: alle adviescommissies zeggen dat je niet ontkomt aan een reductie van het aantal dieren. Ga dat nog een keer uitzoeken. Beschouw dat niet als de olifant in de kamer waar iedereen wel omheen loopt, maar die niet wordt benoemd. Dat is eigenlijk mijn punt. En dat wordt in die motie geformuleerd, zonder daar nog precieze cijfers aan te hangen. Dat laat ik even aan de regering.

De voorzitter:

U heeft nog een tweede motie?

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb nog één motie, dus ik hou dalijk tijd over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij stoken van hout schadelijke stoffen vrijkomen die slecht zijn voor het milieu en de volksgezondheid;

constaterende dat bij het stoken van hout veel CO2 vrijkomt, en houtstook daarom geen duurzame vorm van energie is;

verzoekt de regering om subsidies voor pelletkachels en biomassaketels te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 297 (30175).

De heer Wassenberg (PvdD):

De tijd liep stiekem door, voorzitter. Dus, ik heb nog een vraagje aan de staatssecretaris. Daarvoor wilde ik mijn laatste elf seconden reserveren, maar ik zie dat het er nu maar negen zijn. De staatssecretaris zei dat er in het verleden al een brief is gestuurd naar de Kamer die inzage gaf in de subsidies voor luchtwassers en dat ze die dus niet meer naar de Kamer zou sturen. Mijn vraag is dan: kan die wel worden geactualiseerd? Ik weet niet precies wanneer die brief is gestuurd, maar als die in elk geval kan worden geactualiseerd met ook de laatste cijfers, zou ik daar heel blij mee zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Wassenberg. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter, geen motie van de kant van D66, wel dank aan de staatssecretaris voor haar antwoorden. We kijken uit naar het algemeen overleg Luchtkwaliteit, waarin we nog verder en dieper zullen ingaan op de materie en misschien ook iets meer tijd hebben. We zijn ook blij dat de staatssecretaris aangeeft dat ze kritisch kijkt hoe ze snorfietsen en misschien ook bromfietsen naar zero emissie kan krijgen en dat ze over het stookalarm in overleg is met de gemeentes. We zijn benieuwd wat daar uit gaat komen.

Ik wil de staatssecretaris in het kader van houtstook nog wel meegeven dat ik toch wel veel verhalen hoor over zorgen over die pelletkachels. Als de hele straat duurzaam overstapt op pelletkachels betekent dat natuurlijk ook wel iets voor de luchtkwaliteit in die straat. Ik denk dus dat het goed is om dat mee te nemen en die subsidie misschien ook kritisch te bekijken.

Voor de rest kijken we vooral uit naar het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit 2.0 en naar het SLA. Ik ben elke keer kwijt waar die afkorting voor staat, maar het is in ieder geval het nieuwe plan dat voor de langere termijn de normen naar beneden gaat halen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Ik heb een motie en ik vertrouw erop dat de staatssecretaris die als ondersteuning van haar beleid ziet.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat luchtkwaliteit niet stopt bij de grens en dat maatregelen dus nationaal en internationaal moeten worden ingezet;

overwegende dat de Europese normen voor luchtkwaliteit minder streng zijn dan die van de WHO;

overwegende dat al bij lage niveaus van luchtverontreiniging gezondheidsschade is waargenomen;

verzoekt de regering in Europees verband een verlaging van de Europese normen voor luchtkwaliteit te bepleiten, zo mogelijk tot aan de waarden van de WHO,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Brenk en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 298 (30175).

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. Wij willen de staatssecretaris aanmoedigen om haar ambitieuze doelen te blijven stellen en wensen haar heel veel succes. Laten we zorgen dat we koploper zijn en blijven met onze luchtkwaliteit.

De voorzitter:

Dank u, mevrouw Van Brenk. Dan is het woord aan de heer Von Martels. Die heeft daar ook geen behoefte aan. Dan kijk ik even naar de staatssecretaris. Zullen we vijf minuten schorsen? Dan doen we dat.

De vergadering wordt van 21.22 uur tot 21.26 uur geschorst.

De voorzitter:

We kunnen weer verder. De staatssecretaris is klaar voor de beantwoording van de gestelde vragen en een beoordeling van de ingediende moties.

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. Als eerste de motie op stuk nr. 294 van mevrouw Kröger, die mij vraagt om in kaart te brengen wat de schade is van de dieselfraude. Ik heb al aangegeven dat ik hier schriftelijk nog even op terug wil komen. Ik zou mevrouw Kröger dus willen vragen om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Mevrouw Kröger, bent u daartoe bereid?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Daar ben ik zeker toe bereid. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer zij daarop terugkomt?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

We proberen dat zo snel mogelijk te doen. Ik weet niet hoe lang dat zal duren, maar ik neem aan dat dat niet heel erg lang hoeft te duren. Mocht dat wel zo zijn, dan laat ik het u weten. Dan kunt u alsnog bepalen of u de motie alsnog in stemming wilt brengen, maar het zou fijn zijn als ik dit eerst even kan uitzoeken en dan kom ik er schriftelijk op terug.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Kan dat voor het AO Luchtkwaliteit, zodat er nog een stemming over kan zijn vóór het AO Luchtkwaliteit?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

We gaan een poging wagen. Als dat niet lukt, dan laten we u dat weten.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (30175, nr. 294) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 295.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Bij de motie op stuk nr. 295 ...

De voorzitter:

Pardon, staatssecretaris. Er is nog een vraag van de heer Ziengs.

De heer Ziengs (VVD):

We moeten natuurlijk wel weten wat dan het advies is. Als die motie nu wordt aangehouden en vervolgens wordt ingediend, moeten we wel een advies hebben van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ja, mocht mevrouw Kröger die motie tussentijds ... Laat ik het zo zeggen: we gaan eerst aan mevrouw Kröger aangeven of het kan, dus ik ben blij dat zij in de tussentijd van plan is om de motie aan te houden. We zullen dat advies dan ook aan de andere leden van de Kamer doen toekomen, met daarbij een oordeel over de motie, mocht die op dat moment in stemming worden gebracht. De heer Ziengs zegt namelijk inderdaad terecht dat alle leden natuurlijk de behoefte aan deze informatie hebben om hun oordeel over deze motie te kunnen wegen.

Dan de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 295 over het alvast starten met het onderzoek. Ik heb al aangegeven dat ik bij de tussenrapportage bereid ben om daarnaar te kijken, maar niet nu al, omdat ik vind dat we eerst als enige basis een tussenrapportage moeten hebben om te kijken in welke richting we dat gaan ontwikkelen. Dus ik ontraad deze motie.

Dan is er de motie op stuk nr. 296 van de heer Wassenberg over de inkrimping van de veehouderij ten behoeve van het luchtkwaliteitsbeleid. Daarmee neemt de heer Wassenberg wat mij betreft een voorschot. Hij zegt: ik weet nu al wat de beste maatregel is. Ik vind het te vroeg om dat nu al te zeggen en daarom ontraad ik de motie.

De voorzitter:

De heer Wassenberg wil reageren.

De heer Wassenberg (PvdD):

De staatssecretaris vindt het nu nog "te vroeg" voor deze motie en daarom ontraadt ze die. Dan zou ik willen vragen: wanneer vindt ze het wél op tijd? Als ze namelijk zegt dat die binnen afzienbare tijd wel in stemming gebracht zou kunnen worden, dan zou ik de motie zomaar kunnen aanhouden.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Meneer Wassenberg gaat natuurlijk altijd zelf over het aanhouden of niet aanhouden van een motie, maar ik ga de kosteneffectieve maatregelen in kaart brengen en daarna komen we met elkaar tot het Schone Lucht Akkoord. Dan zien we welke maatregelen daarin passen, maar de heer Wassenberg zegt dat dit er in ieder geval deel van moet uitmaken. We hebben net met elkaar besproken dat een heel aantal wegingsfactoren daarbij een rol zullen spelen en deze motie loopt daar wat mij betreft op vooruit. De heer Wassenberg zou ook kunnen zeggen: ik ga eerst bekijken wat er straks in het SLA staat en dan overweeg ik opnieuw of ik de motie in stemming wil brengen. Dan is er meer grond om het mee te vergelijken.

De heer Wassenberg (PvdD):

Nou, ik heb het idee dat wij de afgelopen maanden eigenlijk genoeg indicaties hebben gehad. Dus dan laat ik de motie komende dinsdag toch gewoon in stemming brengen. Dank u wel.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan moet ik haar dus helaas ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 297 van de heer Wassenberg over de subsidie op pelletkachels. Dat is eigenlijk een discussie die thuishoort in de debatten die de heer Wassenberg met minister Wiebes voert, want dit is echt een onderdeel van de doelstellingen omtrent hernieuwbare energie. Er gelden namelijk hele strikte eisen voor welke kachels subsidie krijgen. Dus dat is echt een onderdeel van wel of geen biomassa-inzet voor hernieuwbare energie. Ik moet deze motie dus ontraden, want die hoort bij een ander debat.

Dan was er nog de vraag of de informatie over de subsidie op luchtwassers kan worden geactualiseerd. Er wordt al jaren niet of nauwelijks subsidie verleend, maar ik zal bij de toezending van de oude antwoorden even kijken of we zo snel nog een actualisering kunnen vinden. Mocht dat echt een heel uitgebreide exercitie worden, dan kom ik wel even bij de heer Wassenberg terug, want ik weet dat hij dat ook niet bedoelt.

Mevrouw Van Brenk zegt dat we met elkaar moeten werken aan schonere lucht, ook in de Europese Unie. Dat ben ik met haar eens. Ik vind ook dat we met name moeten werken aan het centraal stellen van de gezondheid. De realiteit is wel dat de landen in Europa daar nog heel erg verschillend in staan. Heel veel landen hebben nog erg veel moeite met het überhaupt halen van de Europese normen. Daarom is het voor mij meer een tactische afweging dat ik de onderhandelingsinzet van Nederland nu liever concentreer op het centraal stellen van de gezondheid dan op een verdere aanscherping van de doelen, waarvan een heleboel lidstaten zullen zeggen: we hebben al veel moeite om de Europese doelstellingen te halen. Vanuit de afweging waar ik het Nederlandse politieke kapitaal op inzet, ontraad ik de motie van mevrouw Van Brenk op stuk nr. 298 om in te zetten op een aanscherping van de Europese normen. Ik kan me ook voorstellen dat mevrouw Van Brenk zegt dat ze de motie aanhoudt tot na de fitnesscheck, om te zien hoe het er dan allemaal uitziet. Dan kan zij eventueel alsnog overwegen om de motie in stemming te laten brengen.

Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee de vragen heb beantwoord en de moties heb becommentarieerd.

De voorzitter:

Ik dank de leden voor hun inbreng en de staatssecretaris voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties vinden aanstaande dinsdag plaats.