Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 94, item 10

10 Milieuraad

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 11 juni 2013 over de Milieuraad.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er tijdens de Milieuraad wordt gesproken over nieuwe Europese klimaat- en energiedoelen voor de periode vanaf 2020;

constaterende dat een aantal lidstaten alleen een bindend doel voor CO2-reductie wil;

constaterende dat het Planbureau voor de Leefomgeving aangeeft dat alleen een tussendoel voor broeikasgasreductie in 2030 op langere termijn de kosten zal verhogen in vergelijking met beleid dat is gericht op het realiseren van complementaire doelstellingen voor broeikasgasreductie, energiebesparing en koolstofarme innovatie;

constaterende dat sturen op hernieuwbare energie en energiebesparing leidt tot meer energie-onafhankelijkheid en energie-efficiency;

verzoekt de regering, in de onderhandelingen over de nieuwe Europese klimaat- en energiedoelen vast te houden aan drie doelen voor energiebesparing, duurzame energie en CO2-reductie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 464 (21501-08).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in de raadsonderhandelingen het voorstel van de Europese Commissie voor de invoering van CO2-doelstellingen voor personenvoertuigen voor 2020 en 2025 actief heeft ondersteund (COM(2012)393);

overwegende dat bronbeleid van groot belang is;

verzoekt de regering, zich met maximale ambitie te blijven inzetten voor de CO2-emissiedoelstellingen voor personenvoertuigen, zoals besloten door de milieucommissie van het Europees Parlement, van 95 gram/km in 2020 en verdere verlaging daarvan in 2025 en niet in te stemmen met voorstellen om de werking hiervan te verzwakken dan wel te vertragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 465 (21501-08).

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. Voor als de staatssecretaris zo meteen naar de Milieuraad gaat, wil de VVD haar twee zaken meegeven. Ten eerste de milieueffectenbeoordeling. De VVD heeft daar echt moeite mee, als deze leidt tot een verzwaring van de onderzoekslasten, dus van de administratieve werkzaamheden waar iemand die iets in dit land wil ondernemen, tegen aanloopt. Dit betekent bijvoorbeeld dat mensen weer een nieuw rapport moeten maken dat 50.000 of 100.000 euro kost. Dat scheelt ons investeringen. Volgens mij kunnen wij dit ons in deze tijd van economische recessie niet veroorloven. We moeten dus zeker geen verzwaring van die lasten hebben, en zeker ook niet tot op dit detailniveau. Volgens mij hebben wij dit in Nederland beter geregeld. Laat Europa dus alsjeblieft van Nederland overnemen hoe het dit heeft geregeld, in plaats van andersom.

Mijn tweede punt gaat over de biobrandstoffen. Zoals bekend wil de VVD zo snel mogelijk naar 10% bijmenging. Natuurlijk willen wij ook de betere biobrandstoffen. Het mag echter niet zo zijn dat wij ons heel star opstellen en weer roomser zijn dan wie dan ook, wat vervolgens weer zou betekenen dat investeringen in Nederland uitblijven. Dat kunnen wij ons niet veroorloven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Biobrandstoffen kunnen een bijdrage leveren aan het vergroenen van onze energiemix, maar we moeten heel goed nadenken over wat voor soort biobrandstoffen we gebruiken. Wij zijn tot de constatering gekomen dat eerstegeneratiebiobrandstoffen, of conventionele biobrandstoffen, het vaak minder goed doen dan wij eigenlijk hadden gewild, en dat er wel degelijk alternatieven in ontwikkeling zijn die een veel betere milieuscore hebben. Die willen wij graag stimuleren, en daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij de onderhandelingen over de regels voor het gebruik van biobrandstoffen in Europa verdeeldheid bestaat over een plafond voor bijmenging van eerstegeneratiebiobrandstoffen;

overwegende dat uit nationale en internationale studies naar de eerstegeneratiebiobrandstoffen, of "conventionele biobrandstoffen", blijkt dat deze een hoge indirecte uitstoot van CO2 veroorzaken;

van mening dat voor een verduurzaming van de brandstofmix, de afbouw van deze biobrandstoffen noodzakelijk is;

verzoekt de regering, in de verdere onderhandelingen in de Europese Raad niet in te stemmen met een uitkomst zonder een plafond dat een verdere groei van het percentage bijmenging van conventionele (eerstegeneratie)biobrandstoffen uitsluit, en te blijven pleiten voor het meewegen van de indirecte CO2-uitstoot van brandstoffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 466 (21501-08).

De staatssecretaris heeft verzocht om een heel korte schorsing. Zij heeft ook nog niet alle moties. Wij wachten even tot dit wel het geval is.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Ik begin met de motie van mevrouw Dik op stuk nr. 464. Gisteren tijdens het AO heb ik hierover uitgebreid met haar gesproken. De kern is de doelstelling voor broeikasgasreductie in 2030, om zo op het pad naar 2050 te blijven. Het allermooiste is een CO2-doelstelling met een goed functionerend ETS, maar om de CO2-doelstelling te bereiken, zijn er tot 2020 afspraken gemaakt over energiebesparing en duurzame energie. We hebben ons daar in EU-verband aan gecommitteerd.

In de consultatie van de EU, het groenboek, wordt de vraag gesteld of dit op termijn verstandig is. Er hangt veel van af. Het hele pakket moet consistent zijn. Ik heb ook gezegd dat ik hecht aan een zorgvuldige discussie hierover met de Kamer. Mijn inzet blijft om de Kamer de zaken zo snel mogelijk toe te sturen, waaronder een conceptreactie op het groenboek. Ik zal ook in de voorhang zaken zo snel mogelijk toesturen, zoals is afgesproken.

Ik heb echter ook gezegd dat we ondertussen een klimaatroadmap maken en dat er discussie plaatsvindt in de EU en nationaal in de SER. Binnen de EU wordt er gekeken hoever de lidstaten zijn in de procedure. We hebben natuurlijk ook de onderhandelingen binnen het SER-akkoord. Het zal mevrouw Dik-Faber waarschijnlijk dus niet verrassen dat ik haar motie op dit moment ontraad.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 465, van mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik herinner mij de discussie van gisteren natuurlijk ook goed, maar er is op dit moment heel veel gaande op het gebied van het herformuleren van de doelen voor de periode na 2020. Dan is het juist nu heel verstandig om vanuit Nederland een krachtige positie in te nemen en aan te geven voor welke drie onderscheiden doelen we willen gaan. Laten we ons niet tot één doel beperken.

Staatssecretaris Mansveld:

Het hele pakket moet consistent zijn. We moeten er niet op vooruitlopen, los van percentages, hoogten van doelen, het overleg binnen de EU en binnen het SER-akkoord. Het is nu zeker niet het juiste moment. Ik herhaal dat ik de motie toch echt ontraad.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Een consistent pakket betekent voor de ChristenUnie de drie doelen en niet slechts een van de drie, want dan hebben wij maar een derde van het pakket.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik ga verder met de motie op stuk nr. 465. Wij onderschrijven deze en ik zie haar als ondersteuning van beleid.

Ik ontraad de motie op stuk nr. 466 van mevrouw Van Veldhoven. Bijmenging van conventionele biobrandstoffen is nog niet uit te sluiten. Een goede verhouding tussen conventioneel en geavanceerde brandstoffen is van belang. Wij gaan voor de 5% cap. Ik kan op dit moment niet conventioneel daarvoor uitsluiten en ik ontraad de motie.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is misschien een wat lange zin, maar het gaat erom dat wij een verdere groei van de bijmenging van de eerste generatie biobrandstoffen willen uitsluiten. Wij beseffen dat er nog een tijdje eerste generatie zal worden gebruikt. Er wordt inderdaad gesproken over een cap van 5%, maar het gaat ons erom dat wij niet naar een verdere groei gaan. Dat willen wij uitsluiten.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik heb net aangegeven dat wij voor de 5% cap gaan en dat ik op dit moment conventioneel niet kan uitsluiten. Ik blijf bij mijn standpunt dat ik de motie ontraad.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik begrijp het argument van de staatssecretaris niet helemaal. Ze zegt dat ze voor de cap van 5% gaat. Dit betekent dat geen verdere groei zal plaatsvinden en daarmee is de motie toch ondersteuning van beleid? Ik vraag haar niet om de eerste generatie helemaal uit te sluiten. Ik vraag haar om het niet te accepteren wanneer in Europees verband voor een veel ruimere cap gepleit zou worden, 8% bijvoorbeeld. Dit zou namelijk een groei van de eerste generatie betekenen.

Staatssecretaris Mansveld:

Ik hoor wat mevrouw Van Veldhoven zegt. Wij streven naar en gaan voor de cap van 5%. Ik weet niet in hoeverre ik die kan garanderen. Als mevrouw Van Veldhoven hier zegt dat Nederland is blijven streven naar 5% terwijl het Europees 6% is geworden, dan steun ik dat. Ik kan niet tijdens de onderhandelingen garanderen dat de uitkomst 5% wordt.

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, ik begrijp dat u hierover in het AO uitgebreid heeft gesproken. Ik strijk met mijn hand over het hart. Ga uw gang!

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zou de staatssecretaris niet met haar vraag willen laten zitten, voorzitter.

De voorzitter:

Nee, dat willen wij niet.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het verzoek aan de regering is om in de onderhandelingen dat standpunt in te nemen. Uiteraard kan Nederland alleen de uitkomst van die onderhandelingen niet bepalen. Mijn fractie is zich daarvan zeer bewust.

Staatssecretaris Mansveld:

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemming over de moties vindt morgen plaats bij aanvang van de middagvergadering.

De vergadering wordt van 15.13 uur tot 15.20 uur geschorst.