Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 58, item 6

6 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvragers stel ik voor, de dertigledendebatten over de btw-verhoging per 1 oktober 2012 en over een opleidingsstop bij de politieacademie van de agenda af te voeren.

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 31125-14; 31125-15; 31125-17; 2013Z02649; 31125-16; 32538-6; 2013Z03264; 28676-174; 2013Z03179; 2013Z02963.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VAO Staatsdeelnemingen naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 6 maart, met als eerste spreker de heer Van Vliet, en het VAO JBZ-Raad naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 6 maart, met als eerste spreker mevrouw Helder.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Vliet.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Mijn voorstel is om het plenaire debat over de Wet uniformering loonbegrip en de zeer nadelige neveneffecten daarvan van de agenda af te voeren. Daarvoor heb ik twee redenen. De eerste reden is dat de PVV wil meedenken over het werkbaar houden van onze plenaire agenda. Mark my words, mevrouw de voorzitter. De tweede en belangrijkste reden is dat wij in collegiale harmonie hebben besloten om een wetgevingsoverleg te houden. Ik kan de coalitie dus niet blij maken met de mededeling dat wij het debat niet aangaan; integendeel, wij zullen meer spreektijd benutten. Daarvoor is een WGO geëigender.

Ik wil nog iets zeggen over het AO over medezeggenschap dat volgende week zal worden gehouden. Wij wachten met smart op een brief van het kabinet over de voortgang en ontwikkeling van medezeggenschap. Die brief moet zo snel mogelijk binnenkomen, anders heeft het AO weinig zin. Dat zou bijzonder jammer zijn.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Ik dank u voor uw medewerking.

Het woord is aan de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Dit is een "kroniek van een aangekondigde regeling van werkzaamheden". Wij hadden afgesproken om bij het plenaire debat van gisteravond ook de aanpak van de jeugdwerkloosheid te betrekken. In het debat is dat dossier wel aangestipt, maar over de echte plannen van minister Asscher hebben wij nauwelijks kunnen spreken. Dat verdienen de jongeren wel. Het is een heel belangrijk onderwerp, want 15% van de jongeren is op dit moment werkloos. Daarom herhaal ik mijn verzoek om een plenair debat over het plan van minister Asscher.

De voorzitter:

Is er steun voor een debat over jeugdwerkloosheid?

De heer Van Vliet (PVV):

Dit voorstel komt dan wel van een woordvoerder van D66, maar het overstijgt de partijpolitiek. Wij zijn het er zeer mee eens. Jongeren moeten een baan krijgen. Dat lukt het kabinet niet. Wij steunen het verzoek om een debat.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

De heer Van Weyenberg sprak er gisteren bij de regeling al over dat dit misschien aan de orde zou komen. Ik deel zijn opvatting dat dit onderwerp gisteren onvoldoende belicht kon worden. Ik steun hem dus in de opvatting dat wij hierover zo snel mogelijk moeten spreken, maar ik denk dat het handiger is om hiervoor een spoed-AO in te plannen als wij er echt snel over willen spreken. Dat geef ik hem dus in overweging.

De voorzitter:

Steunt u het verzoek om een debat niet, of steunt u het wel, met een poging om het onderwerp eerder in een algemeen overleg te bespreken? Of geeft u geen steun?

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

Laat ik het zo formuleren: ik geef de voorkeur aan een spoed-AO, juist vanwege het belang om dit onderwerp zo snel mogelijk te kunnen bespreken. Mocht men daar niet mee instemmen, dan wil ik er ook niet voor gaan liggen en moeten wij maar een gewoon debat houden.

De voorzitter:

Wij hebben hier "voor" en "tegen", maar wij hebben geen "er niet voor gaan liggen". Dat kennen wij niet. U kent het wel, maar ik kan er niets mee. Ik wil van u horen of u het verzoek om een debat steunt, of dat u de intentie van het debat steunt, maar de voorkeur geeft aan een algemeen overleg omdat dit eerder geagendeerd kan worden. In het laatste geval noteer ik: geen steun voor een plenair debat.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

Dan kies ik toch voor dat laatste.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dit onderwerp is onvoldoende aan de orde gekomen. GroenLinks steunt dus het verzoek om een debat.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Het is een ongelooflijk belangrijk onderwerp. Gisteren is hiervoor overigens een eerste aanzet gegeven, onder anderen door de fractievoorzitter van D66. Ik wil graag spoedig een AO. Om het heel helder te zeggen: onze voorkeur gaat uit naar een spoed-AO.

Mevrouw Leijten (SP):

Steun voor het debat.

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor het debat. Ik heb net gehoord dat de VVD niet zal tegenwerken als een groot deel van de Kamer voor is. Misschien kunnen we dat nog een keer horen van de VVD.

De voorzitter:

Er is op dit moment geen meerderheid voor het voorstel.

De heer Krol (50PLUS):

Nee, maar een groot deel van de Kamer is er wel voor.

De voorzitter:

Mijnheer Van Weyenberg, ik hoor dat iedereen het met u eens is dat er meer, snel en uitgebreid over dit onderwerp gesproken moet worden. U hebt echter geen steun voor een plenair debat. Het voordeel van een algemeen overleg is dat u daarin ruime spreektijd hebt en het onderwerp dus waarschijnlijk breder kunt bespreken dan als het het negentiende dertigledendebat op de lijst zou worden.

De heer Van Weyenberg (D66):

Jammer. Ik was even heel hoopvol dat we gewoon in de plenaire zaal een debat over dit onderwerp zouden kunnen voeren, maar ik constateer dat daar inderdaad geen steun van de coalitiepartijen voor is. Dat vind ik jammer. Ik deel uw suggestie dat een dertigledendebat dat pas over lange tijd gepland kan worden, niet behulpzaam is voor het onderwerp noch voor de agenda van deze Kamer. Daarom ga ik nu ervan uit dat wij op heel korte termijn een uitgebreid algemeen overleg exclusief over het desbetreffende plan van aanpak kunnen voeren.

De voorzitter:

Ik zie iedereen in de zaal instemmend knikken. Ik neem aan dat het gaat lukken. Anders zie ik u hier ongetwijfeld weer terug.

Het woord is aan de heer Van Gerven van de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Gisteren is tijdens het mondelinge vragenuur een debatje gevoerd met de minister over het uit de handel nemen van de Diane-35-pil. De minister zei dat zij dit niet wil, maar inmiddels zijn nieuwe gegevens naar voren gekomen. Daarom verzoek ik mede namens mevrouw Klever van de PVV om een debat met de minister van Volksgezondheid, inclusief stemmingen, dat nog deze week moet plaatsvinden. Naast de elf potentiële sterfgevallen ten gevolge van het gebruik van de Diane-35-pil zijn er namelijk ook dertien meldingen van potentiële sterfgevallen binnengekomen in relatie tot het gebruik van derde- en vierdegeneratieanticonceptiepillen.

De voorzitter:

Is er steun voor het verzoek om nog deze week een debat te houden over dit onderwerp, inclusief stemmingen?

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat zou dan morgen moeten. Het kan volgens mij heel kort en daarom steunen wij het verzoek.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

De minister heeft aangegeven dat er Europees overleg plaatsvindt, waarvan wij binnenkort de uitkomst krijgen, en dat er al adviezen van het CBG zijn. Ik vind het dus niet nodig om nu te debatteren. Ik wil dat afwachten.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Wat wil de heer Van Gerven uit het debat halen? Debatteren om het debatteren lijkt mij namelijk geen doel.

De heer Anne Mulder (VVD):

Ik ben het eens met collega Dijkstra.

De voorzitter:

Er is onvoldoende steun voor een debat.

De heer Van Gerven (SP):

Ik wil even antwoord geven op de vraag van mevrouw Bouwmeester van de Partij van de Arbeid. De SP is er voorstander van dat de derde- en vierdegeneratieanticonceptiemiddelen én de Diane-35-pil per direct uit de handel worden genomen, omdat de risico's daarvan evident zijn. Die risico's zijn groter dan bij pillen van de tweede generatie. Ik wil een uitspraak van de Kamer over de meest recente cijfers. Dat is de reden van mijn verzoek om een debat.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u heel graag deze week nog een motie wilt indienen. Dat is uw belangrijkste intentie.

De heer Van Gerven (SP):

Precies. Ik wil een uitspraak van de Kamer over de opstelling van de minister.

De voorzitter:

Ik constateer dat er onvoldoende steun is voor het verzoek om nog deze week een plenair debat over het onderwerp te houden. Uw verzoek kan dus niet gehonoreerd worden.

De heer Van Gerven (SP):

Ik constateer dat er wel steun is voor een dertigledendebat, nummer twintig op de lijst. Ik moet wel zeggen dat het mij zeer spijt dat er geen steun is voor een gewoon debat, omdat door deze handelwijze potentieel mensenlevens in de waagschaal worden gesteld. Wij komen er later op terug.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, er zijn ook andere procedures in dit huis. Een schriftelijk overleg of een AO kan heel snel. Dat gaan we niet regelen in deze zaal.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Ik wil even een persoonlijk feit maken. Iemand van de SP zegt: er komt geen debat, dus de rest stelt levens in de waagschaal. Dat is feitelijk onjuist. Ik vind het zeer oncollegiaal en onbeschoft dat u daar de rest van het parlement van beschuldigt, mijnheer Van Gerven. Ik vind dat u dat terug moet nemen.

De voorzitter:

Dat is een punt van orde.

De heer Van Gerven (SP):

Mag ik hierop reageren? Het is al tien jaar en langer bekend dat de derdegeneratie- en vierdegeneratieanticonceptiepillen een twee keer grotere kans geven op trombose en dat de Diane-pil mogelijk zelfs tot vier keer een grotere kans geeft op trombose.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, bij een persoonlijk feit gaat u niet op de inhoud in. U kunt de beschuldiging weerleggen die mevrouw Bouwmeester heeft gedaan. Dat gaan we niet via een inhoudelijk debat doen, want daar hebt u geen steun voor gekregen in de Kamer. Het persoonlijke feit dat mevrouw Bouwmeester heeft gemaakt, betreft het volgende. Haar en andere parlementariërs wordt de schuld in de schoenen geschoven. Dat vindt mevrouw Bouwmeester niet terecht. Daar kunt u op ingaan, maar niet op de inhoud. Ik sta dat niet toe. U hebt namelijk geen steun gekregen om over dit onderwerp een inhoudelijk debat te voeren.

De heer Van Gerven (SP):

Maar ik moet inhoudelijk motiveren waarom het onjuist is.

De voorzitter:

Nee, het gaat over de procedure waarvan u …

De heer Van Gerven (SP):

Nee, zij maakt een persoonlijk feit.

De voorzitter:

Dat gaat over de procedure.

De heer Van Gerven (SP):

Nee, het gaat over mijn aantijging dat er door de handelwijze van de Kamer potentieel mensenlevens in gevaar zijn. Dat feit wil ik markeren …

De voorzitter:

Dat kan niet door er inhoudelijk op in te gaan. De vraag is eigenlijk inhoudelijk. Mevrouw Bouwmeester zegt: het feit dat wij nu geen steun geven voor een inhoudelijk debat, betekent niet dat wij schuld hebben aan iets wat u inhoudelijk wilt bespreken. Er zijn namelijk ook andere manieren om dit punt aan de orde te stellen. Dat was ik net met u aan het bespreken.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, luister …

De voorzitter:

Bent u het met mevrouw Bouwmeester eens of niet? De beschuldiging betreft de vraag of dit de enige plek is waar dit geagendeerd kan worden.

De heer Van Gerven (SP):

Daar ben ik het dus niet mee eens. Hoe eerder die pil uit de handel gaat, hoe minder risico's er zijn voor de gebruikers daarvan. Er zijn meer dan honderdduizenden …

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, wij gaan het verder niet over de inhoud hebben. Ik herhaal het voor de derde keer: omdat ik Voorzitter ben en over de plenaire agenda maar ook over het proces hier in de Kamer ga, weet ik dat er vele manieren zijn en heel snelle procedures om met elkaar tot een Kameruitspraak te komen. Een plenair debat hierover is niet gelukt. Ik geef u de volgende suggestie mee, want ik kan het hier verder niet regelen. Als u het zo belangrijk vindt, dan kunt u proberen om via een andere weg de Kameruitspraak te krijgen waar u om vraagt. Bij de volgende regeling van werkzaamheden kunt u dan een VAO aanvragen.

De heer Van Gerven (SP):

Afrondend, wij zullen de op een na snelste weg bewandelen.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Leijten voor een rappel.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Op 16 januari stelden wij Kamervragen over e-healthdiensten en de btw-heffing daarop. Op 7 februari stelden wij Kamervragen aan de staatssecretaris van VWS over de uitspraken over de overheveling van zorgtaken naar gemeenten. Wij verwachten hierop gewoon antwoord.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Een kwartiertje geleden is een herzien weekschema verspreid. Daarin is voor vanavond een nieuw debat opgevoerd over kernenergie. Dat is wel heel erg kort dag. Ik vraag mij af waarom dit debat vanavond is gepland.

De voorzitter:

De Kamer heeft besloten om een debat dat deze middag was gepland, van de agenda af te halen. Twee weken geleden heeft het Presidium mij de opdracht gegeven om, als er een gat ontstaat, dat op te vullen. Het heeft mij de ruimte geboden dat te doen met dertigledendebatten. Die mochten op elk moment gepland worden. De minister van EZ is in huis vanwege een ander debat, en de minister van VWS was bereid om eerder naar de Kamer te komen. Zo hebben we geprobeerd om het gat op de agenda zo klein mogelijk te houden. Er is volledig gehandeld in lijn met het besluit dat binnen het Presidium is genomen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Evenals u vind ik het heel belangrijk dat we zo goed mogelijk gebruikmaken van deze zaal. Kijkend naar de lijst van debatten, is er een debat van de heer Elias dat al veel eerder was aangevraagd dan dit spoeddebat. We kunnen niet continu alle dertigledendebatten die op de lijst staan in voorbereiding hebben. Dus een bepaalde indicatie van welke debatten mogelijk aan de beurt zouden kunnen zijn, is dan natuurlijk wel handig.

De voorzitter:

Ik kijk naar de lijst en naar de beschikbaarheid op dat moment. Een gat vullen, is heel ingewikkeld omdat we te maken hebben met de agenda's van velen en met het feit dat bewindspersonen soms niet in Den Haag zijn om hun werk te doen maar op andere plaatsen. Dus er is totaal niet gekeken naar de aanvragen. We kijken naar de lijst en naar het eerste debat dat we tegenkomen dat inplanbaar is. Volgens mij hebben we dat ook zo met elkaar georganiseerd.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun daarvoor. Ik zou ook willen uitspreken het oneens te zijn met mevrouw Van Veldhoven. Op het moment dat een lid namens een fractie hier een debat op de langetermijnagenda weet te plaatsen, zal dat lid ook klaar moeten zijn voor dat debat of dat dertigledendebat. Het heeft mijn fractie de afgelopen periode gestoord dat de plenaire zaal wel heel vaak leegstond. Ik zou dan ook graag teruggaan naar de periode van 2006, 2007, toen ik net in de Kamer kwam, waarin we lekker doordraaiden met de debatten tot 's avonds laat en waarbij als er een gaatje viel, een debat werd ingepland dat al langer op de lijst stond.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb het gevoel dat mevrouw Agema niet weet dat ik niet de aanvrager ben van het debat, maar dat het is aangevraagd door GroenLinks. Ik kreeg bijna de indruk dat zij vond dat ik niet goed voorbereid was en dat wil ik bij dezen dan ook graag uit de wereld helpen.

De heer Jan Vos (PvdA):

De fractie van de PvdA zal vanavond graag deelnemen aan het debat, maar zij heeft wel enige sympathie voor het standpunt van de fractie van D66. Ik kan mij voorstellen dat met name voor fracties die wat minder groot zijn, wat meer voorbereidingstijd noodzakelijk is.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

GroenLinks kan het debat vanavond voeren.

Mevrouw Venrooy-van Ark (VVD):

Zeker ook steun voor het houden van het debat vanavond. We maken hier in de regeling dagelijks mee dat mensen een debat op stel en sprong of zo spoedig mogelijk willen. Dus elke keer dat een gat gevuld kan worden, verdient dat hulde van de VVD-fractie.