Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 58, item 4

4 Kieswet

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen ( 33268 ).

De voorzitter:

Ik heet de leden welkom. Ik heet de minister van harte welkom.

De heer Van Raak staat als eerste spreker op de lijst, maar hij heeft aangegeven niet te zullen spreken. Ik geef dus als eerste het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Soms valt de uitslag van een verkiezing een beetje tegen. Daar weten wij ook alles van, maar – ik denk dat het belangrijk is om het debat daarmee te openen – de uitslag als zodanig staat in Nederland nauwelijks ter discussie. Vaak leeft bij iedereen in de samenleving het gevoel dat sprake is geweest van een eerlijk en zorgvuldig proces. Het lijkt mij belangrijk om het debat met die woorden te openen. Het vertrouwen in ons proces in Nederland is hoog. Dat is het koesteren waard. Alles wat wij daaraan zouden willen veranderen, dient met die bril te worden bekeken.

Ik hecht eraan ook een aantal mooie woorden te spreken over het vrijwilligerswerk tijdens de verkiezingen. Mensen zitten een hele dag op het stembureau en zorgen vaak voor een leuke sfeer met potten dropjes. Het is altijd weer gezellig. Ze zitten in scholen en proberen veel mensen erbij te betrekken. Natuurlijk krijgen ze een vergoeding, die overigens wisselt, maar ik vind het belangrijk om ook daarover positieve woorden te spreken. We constateren wel dat sprake is van veel verschillen. Het gaat niet overal fantastisch. Wij steunen het plan voor een verplichte training, zodat mensen beter weten wat precies van hen wordt verwacht. Maar is dit nu voldoende? Is helder waarom bepaalde regels niet worden nageleefd? Wij horen dat er ook mensen op het stembureau zijn die kiezers servicegericht een beetje helpen, maar dan misschien net dingen doen die niet mogen. Is er draagvlak voor alle afspraken die wij hebben gemaakt en wat zouden wij daaraan kunnen doen? Als we alleen maar zorgen voor een training, terwijl mensen nog steeds denken dat het een beetje anders zou moeten, is het probleem volgens mij nog niet opgelost.

Er zijn ook nog steeds problemen met kiezers in het buitenland. Vanochtend hoorde ik de heer Taverne daarover op de radio. Hij was bevlogen en vertelde eigen ervaringen. Hij heeft volgens mij goede ideeën. Ik wil hem dadelijk de vloer geven op dat thema, want ik denk dat ook wat dit betreft een aantal dingen moet worden verbeterd. De start van de registratie van niet-ingezetenen is tevens van belang, maar het is nog niet helemaal duidelijk wanneer die uiterlijk gereed moet zijn voor de volgende verkiezingen. Kan de minister daar nog iets over zeggen?

We worden vaak benaderd door mensen die nog steeds niet helemaal helder hebben wanneer de gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. De minister heeft ons naar aanleiding van een eerdere vraag daarover via de social media gewezen op de site van de Kiesraad, maar op de een of andere manier heb ik het antwoord nog niet scherp. Kan de minister daarover vandaag duidelijkheid geven? Er is veel belangstelling voor. Mensen willen dit graag weten.

Ten slotte willen wij nog eens kijken naar de stemcomputer. Het blijft bijzonder dat wij er in een land dat zo digitaal is ingericht, een land waar zoveel via automatisering gaat, almaar niet in slagen om met een stemcomputer te stemmen, te meer omdat wij er in Nederland trots op mogen zijn dat wij in het oosten van het land een bedrijf hebben dat daar een heel goed trackrecord op heeft. Wij kunnen die dingen als geen ander leveren, maar op de een of andere manier loopt het niet. Het vertrouwen dat het goed gaat, is er niet, terwijl je ervoor kunt zorgen dat er een strookje uitrolt zodat je een en ander kunt verifiëren. Wij roepen de minister indringend op hiermee voortvarend verder te gaan. Wij willen licht zien aan het eind van deze tunnel. Daar moet een mooie stemcomputer staan, zodat wij met één druk op de knop onze stem kunnen uitbrengen. Mensen moeten daar ook vertrouwen in hebben. De uitslag moet ook snel bekend zijn. Met goede randvoorwaarden moeten wij wat dat betreft een stevige stap kunnen zetten. Ook de Kiesraad zegt dat we niet moeten stoppen met denken. Wat het CDA betreft mag er een tandje bij. We hebben er goede bedrijven voor. Het is een innovatief proces. Laten wij dat warm omarmen en er stevige stappen mee zetten.

De heer Bosma (PVV):

Voorzitter. Er ligt een interessant wetsvoorstel voor. Een hoop technische zaken, dingen waarover je nooit had nagedacht worden nu per wet geregeld. Wij zullen dat maar als winst beschouwen.

Ik zie wel wat in die verplichte training voor stembureauleden. Ik herinner mij een interessante casus van de heer Brenno de Winter, een internetjournalist die met een Lichtbildanweis – wat dat ook moge zijn – een stembureau binnendrong en daar nog kon stemmen ook. Op zijn Lichtbildanweis stond Big Wobber als naam vermeld, maar hij kon gewoon stemmen. Het lijkt mij hartstikke goed dat de mensen die de hele dag op zo'n stembureau zitten en op die manier onze democratie ter wille zijn, beter worden opgeleid.

Mijn partij heeft bij vorige verkiezingen wat derdewereldpraktijken gezien in stembureaus. Allerlei groepen moslims gingen gezamenlijk het stembureau in. Er stonden ook mensen, wellicht van partijen die er wat electoraal belang bij hadden, die hielpen bij de stemkeuze. Allerlei echtparen verdwenen in stemhokjes. Daar zijn maatregelen tegen genomen, onder anderen door de heer Aboutaleb in Rotterdam. Daar hangen nu allemaal mooie pictogrammen die duidelijk maken dat je alleen met één persoon in zo'n stemhokje mag. Dat lijkt mij hartstikke goed. Het is mooi als hier in de toekomst tegen wordt opgetreden. Mijn partij heeft er ook filmpjes over gemaakt. Je waant je gewoon in de derde wereld. Dat soort dingen moeten wij niet hebben.

In dat licht bezien vond ik het punt van de waarnemers wel interessant. Mijn partij heeft overwogen om met hesjes te gaan controleren in wijken waarvan wij vermoeden dat er veel problemen zullen ontstaan. Wij hebben er indertijd ook filmpjes van gemaakt. Als er iets wordt geschapen waardoor mensen kunnen controleren en in stembureaus aanwezig kunnen zijn, lijkt mij dat hartstikke goed. Ik begrijp dat er nu een amendement is waarin dit wordt beperkt tot internationale waarnemers. Ik wil graag van de minister horen hoe hij aankijkt tegen waarnemers in stembureaus. Wij hebben gewoon een burgemeester die zijn werk moet doen, dus eigenlijk zou het niet nodig moeten zijn. Ik hoor graag van de minister wat zijn gedachten daarover zijn.

Ook het afschermen van mensen die ondersteuningsverklaringen ondertekenen is mij uit het hart gegrepen. In 2006, toen mijn partij voor het eerst meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen, hebben wij mensen moeten ronselen. Ik zie mijzelf nog rondlopen in Drenthe. Die provincie was mij namelijk toegewezen. Allerlei gesubsidieerde extreemlinkse antidiscriminatiebureautjes zijn al die mensen gaan natrekken. Die namen zijn ook op internet verschenen. Je moet maar afwachten of mensen daarvan negatieve gevolgen ondervinden, in welke sfeer dan ook. Veel van dit soort extreemlinkse lieden staan niet afkerig tegenover geweld. Ik vond het nogal alarmerend wat deze gesubsidieerde idealisten deden. Het lijkt mij dan ook heel goed dat de adressen worden afgeschermd. Het is mij totaal onduidelijk wat deze antidiscriminatiebureautjes met onze namen wilden. Afschermen lijkt mij, zoals gezegd, goed. Het speelt niet meer voor de partijen die hier zitten, want als je eenmaal in de Tweede Kamer zit, hoef je geen ondersteuningsverklaringen te hebben. Voor nieuwe partijen is het heel goed. Het houdt de democratie open en zorgt ervoor dat nieuwe partijen kunnen toetreden.

Ik sta wat kritisch tegenover software en allerlei ICT-toepassingen. Het moet allemaal verifieerbaar zijn. Dat is hyperbelangrijk. Het is een raar gevoel om een stemlokaal in te gaan, op een knop te drukken en vervolgens weer weg te gaan. Dat is het dan; je hebt er geen enkele controle op. "Papierspoor" is een Nederlands woord voor "paper trail". Dat lijkt mij noodzaak. Je ziet dan dat je hebt gestemd en eventueel ook waarop je hebt gestemd. Het lijkt mij absoluut noodzakelijk dat het analoog verifieerbaar is.

Op de drie Nederlandse eilanden van de Antillen gaat men invoeren wat wij in Nederland in de gemeenteraden ook kennen, namelijk het gegeven dat niet-Nederlanders kunnen stemmen voor gemeenteraden. Ik noem zo'n eilandraad maar even een gemeenteraad. Dat is natuurlijk een rare zaak. Als je wilt stemmen voor een Nederlands vertegenwoordigend lichaam, moet je op z'n minst Nederlander zijn. Ik herinner mij dat de SP in haar agenda voor 2000 had staan dat je met een dubbele nationaliteit niet mocht stemmen; je moest een enkelvoudige Nederlandse nationaliteit hebben. Zover als de SP indertijd ging wil mijn partij vooralsnog niet gaan. Maar het lijkt mij helder dat je Nederlander moet zijn als je gaat stemmen. De praktijk die we nu hebben dat je voor gemeenteraden en voor eilandraden kunt kiezen als je geen Nederlander bent, is een rare zaak. Die willen wij graag afgeschaft hebben. Daartoe heb ik een amendement ingediend.

Gisteren waren wij in de warme boezem van mijn partij bezig met het voorbereiden van het grote debat over de economie. Dat ging over miljarden, over de economische toestanden en over CPB-zaken. Ik werd toen gebeld door een krant van wakker Nederland met de vraag wat mijn prangende mening is over de kleur van het stempotlood. Die kwestie schijnt heel belangrijk te zijn. Vooralsnog is mijn fractie van mening dat het stempotlood gerust rood mag zijn. Er heeft zich een D66'er onsterfelijk gemaakt door met een andere kleur potlood te stemmen bij de verkiezing voor de Eerste Kamer. Dat was iemand uit de Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij zei: je staat in het stembureau en je moet allerlei afwegingen maken. Als dat al een intellectuele uitdaging voor je is, weet ik niet helemaal of je Statenlid moet zijn, maar dat laat ik maar even in het midden.

Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister.

De heer Schouw (D66):

Mevrouw de voorzitter. Uit de inbreng van mijn fractie in het verslag blijkt dat het een mooie wet is. Het is fijn dat er aanpassingen zijn.

Ik heb een paar opmerkingen. Eigenlijk zou mijn fractie een algehele herziening van de Kieswet willen. Sinds 1989 is de Kieswet 30 keer herzien. Er staan nog meer wijzigingen op stapel. Samen met de Kiesraad is mijn fractie van mening dat de wet zou moeten worden herzien. Ik weet dat dit menskracht kost, maar het heeft twee grote voordelen. Het eerste voordeel is de logica en consistentie in meer juridische zin. Het tweede voordeel is dat de leesbaarheid kan worden vergroot, zodat alle mensen die in de stembureaus zitten, heel goed zaken kunnen nagaan. Afijn, het gaat om een publieksversie van de wet. Kan de minister daar iets mee?

De PvdA en de VVD hebben een amendement ingediend om de nationale waarnemers weer uit de wet te halen. Het lijkt mijn fractie een goed idee om de wet op dat punt aan te passen.

Het opleiden van de leden van de stembureaus lijkt mijn fractie ook een goed idee. Ook de voorgaande sprekers hebben dit gezegd. Het is belangrijk dat daar een zeer gekwalificeerde, bijna gediplomeerde voorzitter is die de zaken in de hand houdt en zorgt dat de stemmingen betrouwbaar zijn.

Over elektronisch stemmen hebben we het al heel vaak gehad. Mijn fractie is daarvan voorstander. Wanneer dat mogelijk is, ook in financiële zin – ik vermoed dat dit de grootste barrière is – moeten we dat doen. Daarbij moeten de randvoorwaarden gelden die de heer Bosma neerlegde: zorg voor een papieren afdruk voor degenen die hun stem hebben uitgebracht. Ik verwacht dat dit een hoop privacyangst wegneemt.

Mijn fractie heeft een amendement ingediend over de kleur van het potlood. Zij kwam op die gedachte omdat de wet het mogelijk maakt dat Nederlanders die in het buitenland stemmen, de kleuren groen, blauw en zwart gebruiken. Dat staat al in de wet, zo zeg ik tegen de heer Bosma, maar alleen voor mensen in het buitenland. Het zou bijna discriminerend zijn voor de mensen in het binnenland dat zij alleen met een rood potlood mogen stemmen. Elke ratio om dat verschil te maken, ontbreekt. Mijn fractie sluit zich graag aan bij de VNG, de Kiesraad en, zo zeg ik tegen de heer Heijnen, bij de gemeente Den Haag, die vraagt om die mogelijkheid ook voor Nederlanders te laten gelden.

De heer Van Raak (SP):

Stemmen doe je met een rood potlood, niet met een zwart, groen of blauw potlood, een Prittstift of wat dan ook. Misschien moet je het omdraaien. Ik kan mij niet voorstellen dat het onmogelijk is om op de ambassades, consulaten en plekken in het buitenland waar gestemd kan worden, een rood potlood neer te leggen. Het is zo simpel. Je hoeft niet je eigen potlood of viltstift mee te nemen, want dat potlood ligt er gewoon. Dat is handig en overzichtelijk. Dat hebben wij altijd zo gedaan. Het is een mooie traditie. Bovendien is het vooral bij het tellen van de stemmen heel handig dat het allemaal hetzelfde is. Er wordt een rood potlood neergelegd. Nu moet je helemaal vanuit huis een potlood meenemen. Je moet bijna een heleboel moeite gaan doen om überhaupt nog met een andere kleur te kunnen stemmen. Wat is nu het probleem dat wij hiermee oplossen? In het verleden is er inderdaad ooit een fout gemaakt, maar ja, dat moet je ook niet doen.

De heer Schouw (D66):

Ik begrijp dat er vanuit socialistische huize een voorkeur is voor rood. Dat vind ik legitiem. De heer Van Raak kijkt echter niet naar de feiten. In het buitenland is de foutenmarge bij stemmen door inkleuring van een vakje 4,3%. In Nederland is die marge 0,2%. Je zou dus kunnen zeggen dat het in Nederland geen probleem is, maar in absolute aantallen worden in Nederland veel fouten gemaakt doordat wij in de wet voorschrijven dat je alleen mag werken met een rood potlood. Mensen gaan naar een stembureau en maken daardoor een fout. Als je dit mogelijk maakt in het buitenland – ik moet dit zeggen tegen een oud-lid van de Eerste Kamer – moet je dit ook mogelijk maken in het binnenland. Dat is logisch vanuit de consistentie van wetgeving. Wij zijn immers één Koninkrijk.

De voorzitter:

Voordat ik de heer Van Raak nogmaals het woord geef, wil ik het volgende opmerken. Ik heb bij aanvang van het debat niet voorgesteld om alle interrupties in tweevoud te doen. Dat wil ik bij dezen alsnog voorstellen. Ik geef de heer Van Raak het woord voor zijn tweede interruptie.

De heer Van Raak (SP):

De oud-senator is zeer consistent, want hij wil dit in het buitenland ook niet. Dan kunnen wij het beter maar niet doen.

Wat is nu het probleem? Als je gaat stemmen, kun je blijkbaar in een stemhokje komen waar geen rood potlood ligt. Je kunt hieraan van alles doen. Je kunt zeggen dat mensen hun eigen potlood mogen meenemen, of je kunt de wet veranderen, voor het buitenland of voor Nederland; wij kunnen de hele wereld op zijn kop zetten. Je zou er echter ook gewoon voor kunnen zorgen dat er bij het stemhokje een rood potlood ligt.

De heer Schouw (D66):

Ten eerste is het natuurlijk een tijdelijk probleem, omdat wij zullen overgaan op elektronisch stemmen. Ten tweede gaat de heer Van Raak niet in op mijn inhoudelijke punt over de foutenmarge. Honderden mensen per jaar maken een fout vanwege het feit dat wij het gebruik van een rood potlood voorschrijven. Ik vind dat zonde. Als je de moeite neemt om naar het stembureau te gaan, zou het fantastisch zijn als je stem geldig is, ook als je per ongeluk een blauwe, groene of andere kleur pen hebt gebruikt. Ik begrijp het principiële punt niet. Als het de heer Van Raak ernst was geweest, hadden wij een amendement van zijn hand gezien om het kleurenpotlood uit het buitenland te verbannen. Zo'n amendement heeft de heer Van Raak niet ingediend, dus ik zeg tegen hem: boter bij de vis. Anders staat hij gewoon een beetje te kletsen.

De voorzitter:

Wij moeten elkaar niet uitdagen, net nu ik heb voorgesteld om de interrupties in tweevoud te doen.

De heer Schouw (D66):

Ik wilde de heer Van Raak een beetje prikkelen, zodat hij dat amendement gaat indienen.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van Raak wil reageren, maar ik denk niet dat dat nodig is. Ik denk dat wij echt moeten vasthouden aan het voorstel om interrupties in tweevoud te doen.

De heer Heijnen (PvdA):

Ten opzichte van gisteravond bespreken wij nu wel een uiterst triviaal punt, maar toch wil ik een vraag stellen. Is de heer Schouw weleens aanwezig geweest bij het tellen of hertellen van stemmen? Volgens mijn waarneming is het veel makkelijker te onderscheiden of een uitgebrachte stem geldig is – is de markering zichtbaar en binnen het hokje? – als de stem is uitgebracht met een rood potlood, dan met welke andere kleur dan ook. Dat geldt ook voor groen/geel. Wat vindt de heer Schouw van deze waarneming? Heeft de heer Schouw zich ervan vergewist dat het voor de juistheid van de telling – het kan beslissend zijn – veel veiliger is om rood te gebruiken dan welke andere kleur dan ook?

De heer Schouw (D66):

Zeker, mijnheer Heijnen. Ik ben verifieerbaar een aantal keren waarnemer geweest in het buitenland en ook verifieerbaar lid van het stembureau. Ik kan dus bevestigen dat ik dit heb gedaan. Ik kan niet zeggen dat het eenvoudiger is om het met drie verschillende kleuren in te vullen dan met rood, omdat die mogelijkheid niet bestaat. Ik kan alleen vaststellen dat de wetgever dadelijk het stemmen met verschillende kleuren wel toestaat in de overzeese gebieden, maar niet in Nederland. Dat is toch gek? Dat moet de heer Heijnen toch ook met mij eens zijn?

De heer Heijnen (PvdA):

Ik waardeer consistentie in opvattingen altijd, maar ik durf het experiment met de VVD en de heer Schouw niet aan om de juistheid van de telling op het spel te zetten door meer kleuren toe te staan. Daarover verschillen we van mening.

De heer Schouw (D66):

De heer Heijnen heeft geen spoor van wetenschappelijk bewijs dat het tellen met drie kleuren slechter gaat dan met één kleur. Ik overigens ook niet. De heer Heijnen is op basis van zijn eigen bevinding van opvatting dat je er slechter door gaat tellen, maar dat weten we dus niet. Ik ga gewoon uit van hetgeen in de wet staat: er wordt een verschil gemaakt tussen het buitenland en het binnenland. Maak dat verschil niet, maar trek dit door.

De heer Bisschop (SGP):

De heer Schouw verbindt de voorkeur voor de kleur rood voor het potlood om de stem mee uit te brengen aan de socialistische traditie.

De heer Schouw (D66):

Dat was een grapje.

De heer Bisschop (SGP):

Ik nam het nogal serieus. Misschien denkt de heer Schouw wel dat de "S" van SGP ook voor socialistisch staat, maar dat is niet het geval. Desondanks is de SGP ook een warm voorstander van een eenduidig helder kleurgebruik: rood. Als de heer Schouw overigens bereid is om zijn amendement zodanig aan te passen dat de kleur oranje eventueel gebruikt mag worden, wil ik het wel in de fractie bespreken en bekijken of we dit amendement kunnen steunen.

Even serieus, de heer Schouw geeft aan dat er sprake is van een foutenmarge. Heb ik het goed gehoord dat de heer Schouw op geen enkele wijze een link heeft gelegd tussen vermindering van de foutenmarge en het ruimer toestaan van kleurpotloden in het stemhokje? Met welk percentage daalt het aantal fouten als de overige kleuren die de heer Schouw in het amendement heeft genoemd, wel zijn toegestaan?

De voorzitter:

Volgens mij heeft de heer Schouw het gebrek aan wetenschappelijk bewijs al genoemd.

De heer Schouw (D66):

Dat hebt u heel juist, mevrouw de voorzitter. Overigens heb ik oranje ook gemeld. Het zou bijzonder zijn als we daarover misschien overeenstemming kunnen bereiken. Ik moet de heer Bisschop verwijzen naar de oplossing die het kabinet heeft gekozen om de foutenmarge in het buitenland te verminderen. Daar heeft het kabinet dus een idee over, namelijk om met drie verschillende kleuren het stembiljet in te vullen. Daar put ik hoop uit.

De heer Bisschop (SGP):

Ik hoor de heer Schouw echter niet de wetenschappelijke onderbouwing leveren dat dit daadwerkelijk tot een vermindering leidt. Ik vraag mij af of wij de zaak ermee dienen als er in het vervolg in elk stemhokje een doosje kleurpotloden ligt. Dat moeten we volgens mij gewoon niet doen.

De heer Schouw (D66):

Dit is geen vraag. Volgens mij is het een conclusie. Het is jammer, want de tussenoplossing om oranje toe te voegen is daarmee weer van tafel.

De heer Bosma (PVV):

We bespreken vandaag een wet van twee kilo, maar het gaat alleen over de kleurpotloden. We lossen een probleem op via allerlei moeilijke toestanden en Bruynzeelpotloden. Volgens mij is het heel simpel op te lossen. We bedrijven incidentpolitiek, terwijl het probleem ligt bij één D66'er, nota bene een jurist. Misschien is hij zelfs een D66-rechter, maar dat vertelt het verhaal niet. Ik heb het over de heer Willem Cool, die voor D66 in de Staten van Noord-Holland zit. Ik citeer: "Je staat daar in het stemhokje en je staat alles af te wegen." Hij moest gewoon een rood potlood pakken, maar hij had hiervoor niet de intellectuele capaciteit. Dat scheelde D66 één zetel in de Eerste Kamer. Het verhaal had heel anders kunnen zijn in de Eerste Kamer. Dat is het probleem: één D66'er was niet in staat om het juiste potlood te pakken. En daarom moeten allemaal amendementen worden ingediend en zijn er allerlei toestanden. Is het niet veel simpeler als de heer Schouw eens aan zijn partijgenoten vertelt hoe een rood potlood eruitziet?

De heer Schouw (D66):

De heer Bosma maakt er weer een act van. Dat mag hij; dat recht heeft hij. Bij de voorbereiding van het debat, bekijk je echter ook wat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Kiesraad of de gemeente Den Haag, die verantwoordelijk is voor het stemmen in het buitenland, ervan vinden. Zij adviseren alle drie – en ze zijn toch niet de minste adviseurs – om de situatie met het potlood nou eens te regelen. De PVV-fractie maakt een karikatuur van iets wat door een aantal grote organisaties als een serieus probleem wordt gezien, maar zo kennen wij de PVV.

De heer Bosma (PVV):

Het is fijn dat u ons kent, mijnheer Schouw. Als socialistenvreter verklaar ik mij vandaag solidair met het rode potlood.

De heer Schouw (D66):

Ik constateer dat de heer Bosma niet inhoudelijk ingaat op de opmerkingen van de Kiesraad, de VNG en de gemeente Den Haag die dit als een probleem zien. Wij als wetgevers zouden een poging kunnen doen om dit op te lossen.

Een ander probleem dat mijn fractie graag opgelost wil hebben, is de vervangingsregeling voor raadsleden die zelf niet in staat zijn om te zeggen dat ze graag vervangen willen worden, omdat ze langdurig in coma zijn. Als raadsleden in coma zijn, kunnen ze ook niet hun stem uitbrengen. Dat is slecht voor de democratie. Mijn fractie heeft een amendement ingediend om dat probleem op te lossen. Ik hoor dadelijk wel wat de collega's ervan vinden. Ik zeg er tegelijkertijd bij dat het om weinig gevallen gaat. Maar het zou goed zijn als wij als wetgever toch bekijken of wij daar een oplossing voor kunnen vinden.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Als je heel snel naar dit amendement kijkt, denk je: het is sympathiek, tik maar in, prima. Maar tegelijkertijd zijn wij wat bezorgd dat we meer overhoop halen dan het op het eerste gezicht lijkt. Wanneer kan iemand zijn handelen niet meer overzien? Wij zouden toch willen dat dit amendement niet hier even snel op het allerlaatste wordt behandeld, maar dat we daar toch een advies van de Raad van State bij krijgen. In tijden waarin alles goed gaat en er vertrouwen is, is er misschien niets aan de hand. De CDA-fractie vindt echter dat we heel kritisch naar dit amendement moeten kijken. Het is prima als er niets aan de hand is, maar ik wil niet het risico lopen dat we over een poosje met een amendement gekkigheid kunnen uithalen.

De heer Schouw (D66):

Op dit punt zijn mevrouw Van Toorenburg en ik het helemaal met elkaar eens. Dit is een probleem en daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Het kan iedereen overkomen. We moeten dit probleem oplossen. Als we het oplossen, moet het zorgvuldig gebeuren en moeten wij als medewetgever de consequenties in het snotje hebben.

De heer Van Raak (SP):

Ik wil mij daarbij aansluiten. Aan de ene kant lijkt dit amendement een oplossing te kunnen zijn voor mensen die in heel grote problemen komen. Voor mensen die heel ziek worden, kan dit een goede manier zijn om tot een oplossing te komen. Aan de andere kant ben ik ook een beetje bang voor de staatsrechtelijke consequenties. Ik ben bang dat een dokter een stempel moet geven voor een volksvertegenwoordiger. Ik wil de heer Schouw oproepen om het niet op deze manier bij dit wetsvoorstel te behandelen, maar om er echt een serieuze discussie aan te wijden. Het is een teer en moeilijk punt met allerlei staatsrechtelijke consequenties. Ik vind het moeilijk om hier zomaar ja tegen te zeggen. Kunnen we hier niet nader over discussiëren en er nader advies over vragen?

De heer Schouw (D66):

Ik geef aan de heer Van Raak hetzelfde antwoord als aan mevrouw Van Toorenburg. We delen het probleem. We vinden dat we het moeten oplossen. Dat moet zorgvuldig gebeuren. Ik ga er zomaar eens van uit dat dadelijk de minister namens het kabinet dat ook zegt. Dan zullen we eens even kijken welk spoor we kunnen uitzetten om dit op te lossen, want zorgvuldigheid is belangrijk.

Tot slot: stemmen in het buitenland. We hebben een specialist in deze Kamer – en daar zijn we heel erg blij mee – die zich daar ontzettend druk over maakt. Dus de lijn die dadelijk uitgezet zal worden, onderschrijft mijn fractie van harte, want het is ontzettend belangrijk dat stemmen in het buitenland gemakkelijker wordt voor de mensen die graag willen participeren in onze nationale democratie. Aan de minister zou ik willen vragen welke vereenvoudigingen hij bijvoorbeeld voorziet ten aanzien van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2015. Wat zijn de beloftes waar we rekening mee kunnen gaan houden?

De heer Taverne (VVD):

Voorzitter. Wij zijn gezegend in een parlementaire democratie te leven. Gelukkig behoeven we die niet meer te bevechten, maar we moeten die wel beschermen en bovenal moeten we er aan meedoen. De meest praktische en tegelijkertijd meest fundamentele manier om dat te doen, is door bij verkiezingen te stemmen. Het is daarbij de dure plicht van de overheid om dit niet onnodig moeilijk te maken. Er zijn – collega Schouw eindigde zijn bijdrage er al mee – ruim 700.000 kiesgerechtigde Nederlanders in het buitenland. Uit eigen ervaring weet ik dat het deze groep wel degelijk onnodig moeilijk wordt gemaakt om haar stem uit te brengen. De reden daarvoor is dat vanuit het buitenland op dezelfde manier moet worden gestemd als in Nederland, dus met papier en potlood, al dan niet van een andere kleur. Dat maakt de procedure onhandig, omslachtig en ouderwets.

De termijnen om je als kiezer te moeten registreren, het heen en weer sturen van de bescheiden, dat alles werkt in de hand dat weinig mensen er uiteindelijk toe komen om vanuit het buitenland bij Nederlandse verkiezingen te stemmen. Bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen waren het er maar een schamele 35.000 die het is gelukt. Ik heb zelf afgelopen zomer een website geopend om mensen er een beetje bij te helpen. Dat is voor een deel gelukt, maar vooral ook kwamen er ontzettend veel klachten binnen van mensen die uitspraken hoe jammer ze het vonden dat ze het stembiljet pas in de bus kregen nadat in Nederland de verkiezingen al waren geweest.

De nu door de minister voorgestelde verbeteringen, zoals het voortaan ook met een andere kleur dan rood invullen van het stembiljet en de mogelijkheid om je voortaan ook op de eilanden te registreren als kiezer, gaan daar, naar ik vermoed, niet heel veel verbetering in brengen. In ieder geval, zo durf ik wel te voorspellen, gaan er niet 650.000 mensen meer door stemmen. Om die reden heb ik afgelopen zomer een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat het mogelijk maakt Nederlanders in het buitenland voortaan via internet te laten stemmen. Meer landen bieden die mogelijkheid, recent nog Frankrijk, waar bij de laatste Franse parlementsverkiezingen 700.000 Franse expats via internet hebben gestemd, wat zonder noemenswaardige problemen is verlopen. Frankrijk is toch voorwaar geen bananenrepubliek. Dus dan moeten we dat in Nederland toch ook kunnen, minister?

In het regeerakkoord is afgesproken dat er met voorstellen zal worden gekomen om het gemakkelijker te maken om vanuit het buitenland te stemmen. Graag nodig ik de minister uit zich aan te sluiten bij mijn voorstel en ervoor te zorgen dat het nu voor eens en voor altijd gemakkelijker wordt gemaakt.

De manier waarop we in Nederland stemmen, biedt naar het oordeel van de VVD ook nog ruimte voor verbetering. Niet door het in het leven roepen van nationale waarnemers, want dat lijkt mij nu niet het meest prangende probleem aangezien we al internationale waarnemers hebben. Als de minister het plan zou hebben om internationale waarnemers voortaan de deur te wijzen, dan kan ik dat nog begrijpen, maar dat is niet zo. Ik stel daarom voor om af te zien van nationale waarnemers. De hoofden van stembureaus kunnen toch worden geacht voldoende in de gaten te houden of het stemmen goed verloopt? De aangescherpte eisen voor de mensen die in het stembureau hun dienst vervullen, helpen daar ook bij. Ik heb inmiddels samen met collega Heijnen een amendement ingediend dat ertoe strekt het introduceren van nationale waarnemers uit de wet te halen.

Er zijn echter nog meer verbeteringen mogelijk. Thans bestaat … O, ik zie plots de heer Bosma aan de andere kant achter een interruptiemicrofoon staan.

De heer Bosma (PVV):

Ik kom even uit een andere hoek van de Kamer, om het verrassingselement wat groter te maken.

In mijn termijn heb ik gesproken over stembureaus waar grote groepen moslims tegelijkertijd de stemhokjes in gingen. We hebben er ook filmbeelden van gemaakt. Het oogde gewoon als de derde wereld. Dat moet toch gecontroleerd kunnen worden? Stel je voor dat burgemeesters daar helemaal niet door gealarmeerd zijn en dat eigenlijk wel best vinden, in tegenstelling tot de heer Aboutaleb in Rotterdam, die wel maatregelen nam. Stel je voor dat dit schering en inslag is. Dan moet toch iemand met bijvoorbeeld een hesje aan in een stembureau kunnen zitten om dat te controleren?

De heer Taverne (VVD):

Ik ben dat volkomen met de heer Bosma eens, maar naar mijn mening helpt het niet om een nieuw contingent waarnemers toe te voegen. Er zijn al waarnemers van de OVSE. Wij sturen ook waarnemers naar andere landen. Zij moeten toch in staat worden geacht om de misstanden waar te nemen die nationale waarnemers ook zouden waarnemen? De fracties van de VVD en de PvdA zien de toegevoegde waarde hier niet zozeer van in.

De heer Bosma (PVV):

Wij hebben vaker signalen gekregen. Partijgenoten van mij zijn vaak in de stembureaus geweest en hebben daar de meest weerzinwekkende derdewereldtaferelen gezien. Wij moeten dat toch gewoon kunnen controleren? Mensen van mijn partij moeten toch gewoon in de stemhokjes kunnen zitten waar dit soort islamitische praktijken heerst?

De heer Taverne (VVD):

Als leden van de partij van de heer Bosma ook in het stemhokje willen gaan zitten, hebben we een nieuw exces erbij waar waarnemers het oog op zouden moeten houden, maar dat bedoelde de heer Bosma natuurlijk niet.

Ik ben het met de heer Bosma eens dat misstanden moeten worden voorkomen. Dat doe je door, als deze zich voordoen, dat eerst te constateren. Ik ben van mening dat de waarnemers van de OVSE dat prima kunnen doen, en dat is overigens ook gebleken. Het toevoegen van nationale waarnemers heeft niet veel meerwaarde. Het leidt eerder tot extra organisatie, rompslomp en kosten. Ik stel voor dat wij het vooralsnog bij de internationale waarnemers laten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

De heer Taverne hecht aan waarnemers. Waarom zouden wij die dan alleen bij landelijke verkiezingen willen hebben en niet bij gemeenteraadsverkiezingen? Voor zover wij dat hebben begrepen, komen er geen internationale waarnemers naar niet-nationale verkiezingen. Dan heb je toch een hele groep waar je geen zicht op houdt?

De heer Taverne (VVD):

Ik durf het niet met te veel stelligheid te beweren, maar ik kan mij voorstellen dat niets in de weg staat aan het toelaten van internationale waarnemers bij lokale verkiezingen. Het is misschien nog niet gebeurd, maar ik zou niet weten waarom het niet kan. Ook bij de lokale verkiezingen geldt echter dat de hoofden van stembureaus, zeker met de aanvullende opleidingseisen, in staat moeten worden geacht om de gang van zaken voldoende in de gaten te houden. Je lost dat niet op door meer mensen te laten controleren.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Het is toch een beetje vreemd om het wel goed te vinden dat internationale waarnemers aanwezig zijn bij landelijke verkiezingen, omdat wij vinden dat deze zorgvuldig moeten plaatsvinden. Blijkbaar is het hoofd van het stembureau dan niet goed genoeg. Gemeenteraadsverkiezingen zijn echter ook heel fundamenteel. Straks gaat er vreselijk veel naar de gemeenten. Het is dus van groot belang dat die verkiezingen goed verlopen. Het CDA is dan ook voor waarnemers in enige vorm bij die verkiezingen. Internationale waarnemers gaan daar niet naartoe. Laten we juist daarvoor de nationale waarnemers introduceren.

De heer Taverne (VVD):

Ik wil daarover graag nadenken. Ik wil daarover ook graag met mevrouw Van Toorenburg in gesprek, maar het uitgangspunt dat nu in het voorstel is opgenomen, namelijk dat voor alle verkiezingen in Nederland nationale waarnemers toegevoegd moeten kunnen worden, gaat ons in ieder geval te ver.

De heer Van Raak (SP):

De heer Taverne heeft dit voorstel gedaan omdat hij minder toezicht wil. Wij moeten niet al te hooghartig zijn. In Nederland gaat een hoop mis bij verkiezingen. Ik denk dat er juist meer toezicht nodig is. De heer Taverne voert als argument aan dat het een hoop kosten en een hoop rompslomp met zich meebrengt. Ja, verkiezingen betekenen een hoop kosten en een hoop rompslomp en toch houden wij ze. Toch vinden wij ze heel belangrijk. Wat is nu eigenlijk de reden om die nationale toezichthouders af te schaffen?

De heer Taverne (VVD):

Ik denk dat meer toezicht niet per se zal leiden tot hogere kwaliteit van wat er in stembureaus gebeurt. Daarom is het zo belangrijk dat de opleidingseisen voor de bemensing van het stembureau worden verbeterd en aangescherpt. Ik denk, en dat is ook gebleken, dat misstanden waarvan wij nu een paar voorbeelden hebben gehoord, zijn geconstateerd door internationale waarnemers. Nogmaals, ik wil niet louter internationale waarnemers, maar het is een beetje van tweeën één. Ik denk dat alleen het toevoegen van meer ogen niet per se leidt tot betere kwaliteit. Wij moeten zorgen dat het in de stembureaus goed gebeurt. Daarvoor zijn wij zelf best mans genoeg

De heer Van Raak (SP):

Daarmee ben ik het niet eens. Ik denk dat meer ogen wel tot beter optreden op de stembureaus leiden. Ik denk dat wij dat niet alleen aan de internationale waarnemers moeten overlaten, maar dat juist nationale waarnemers ook kunnen kijken. Wij hebben nu nieuwe afspraken gemaakt om te zorgen dat de stembureaus goed functioneren. Dan lijkt het mij juist nu nodig om niet minder maar meer waarnemers te hebben die kunnen zien of alles goed wordt uitgevoerd.

De heer Taverne (VVD):

Ik hoor en versta de heer Van Raak goed, maar ik stel vast dat wij het niet eens zijn.

Er zijn nog meer mogelijkheden voor verbetering in ons Nederlandse kiesproces. De mogelijkheid bestaat nu om lijstverbindingen aan te gaan. Dat hebben wij voor de Eerste Kamerverkiezingen afgeschaft. Dat heeft overigens beperkt soelaas geboden voor de transparantie van het proces, maar toch. Simpel gezegd heeft het lijstverbindingsysteem zeker voor de Tweede Kamerverkiezingen tot gevolg dat je op een partij kunt stemmen, maar dat je stem bij een andere partij terechtkomt als je een beetje pech hebt. Dat is gek. De VVD-fractie stelt om die reden voor om voor alle duidelijkheid die mogelijkheid af te schaffen. Ik heb daarover inmiddels samen met de heer Schouw van de D66-fractie een amendement ingediend.

Mij is nog iets anders opgevallen, namelijk dat voor kleine gemeenten op het gebied van verkiezingen …

De heer Van Raak (SP):

Ik vind dit een interessante suggestie, die echter in het kader van dit debat een beetje uit de lucht komt vallen. Enerzijds is er iets voor te zeggen. Je kiest een partij en via een lijstverbinding kan het zomaar gebeuren dat jouw stem bij een ander terechtkomt. Er zit iets in. Anderzijds legt het ook ernstige beperkingen op aan de vrijheid van politieke partijen. Ook dit vind ik, net als de kwestie van de heer Schouw, zo'n kwestie waarover ik wel even wil nadenken. Is het goed om dit er in het kader van dit wetsvoorstel even bij te sprokkelen of zegt de heer Taverne dat wij hierover eens een serieuze en goede discussie moeten voeren? Dan doe ik hem de suggestie om dit onderwerp even aan te houden en er een goed debat over te voeren.

De heer Taverne (VVD):

Vanzelfsprekend ben ik zeer voor het voeren van een goed debat hierover. Wat mij betreft kunnen wij dat ook doen in de context van dit debat. Ik begrijp het argument dat het misschien niet het juiste moment is om het hier voor te stellen. Tegelijk leek mij dit een niet ongeschikt moment, omdat er een behoorlijke lijst veranderingen wordt voorgesteld, waarvan de ene misschien wat verder strekkende gevolgen heeft dan de andere. Ik wil daar echter ook niet al te lang mee wachten. De heer Van Raak brengt als argument naar voren dat het de vrijheid van partijen beperkt. Dat ben ik niet helemaal met hem eens, in die zin dat het niet afdoet aan de vrijheid van partijen om hun best te doen zo veel te stemmen te halen als ze kunnen. Wel ontneemt het partijen een mogelijkheid om – vergeeft u mij de bewoording – op min of meer slinkse wijze wat stemmen te verzamelen om toch een extra zetel te krijgen. Nogmaals, dat gebeurt met stemmen waarvan degenen die hebben gestemd, niet altijd hebben bedoeld om op de partij te stemmen die uiteindelijk de zetel ontvangt. Dat vind ik een omissie in ons systeem. Ik vind om die reden dat wij deze omissie zouden moeten wegnemen.

De heer Van Raak (SP):

Het is natuurlijk niet slinks, want het is gewoon afgesproken dat je het kunt doen. Waar ik een probleem mee heb – dat geldt voor het amendement van de heer Schouw over de doktersverklaring en over uw voorstel voor de lijstverbinding – is dat een en ander per amendement wordt verbonden aan dit vrij technische wetsvoorstel. Uw voorstel is niet in de schriftelijke ronde aan de orde geweest, maar wordt hier in de eerste termijn aangekondigd, niet zozeer als punt van discussie, maar als aankondiging; "Ik heb een amendement ingediend". Ik denk dat deze zaken beter bediscussieerd moeten worden. Ik denk ook dat wij ons hierover moeten laten adviseren. Ook hiervoor geldt dat ik denk dat het voorstel nog niet rijp is om in de Kamer te behandelen.

De heer Taverne (VVD):

Ik vertrouw erop dat de heer Van Raak mij kent als iemand die de regels van dit huis goed kent en ze graag precies naleeft. Ik snap zijn argument. Overigens is het advies, weliswaar niet in volstrekt officiële vorm, maar dan toch in minder officiële vorm, via een gesprek met de Kiesraad, waarbij wij de heer Van Raak node hebben gemist, wel degelijk aan bod gekomen. De Kiesraad ziet ook goede redenen om deze mogelijkheid af te snijden. Dat neemt niet weg dat ik vanzelfsprekend alle partijen graag de gelegenheid geef om hier goed over na te denken. De suggestie die de heer Raak deed om het amendement aan te houden, zal ik serieus overwegen, mocht dit hem helpen om zijn partij eventueel ervan te overtuigen dat het een goed idee is.

De heer Bisschop (SGP):

Ik heb het verslag van het gesprek met de Kiesraad van gisteren, waar ik ook bij was, nog niet gezien. Ik meen mij te herinneren dat de Kiesraad in dezen een uitspraak heeft gedaan in de trant van: dit is aan het oordeel van de politiek. Dat is iets anders dan dat de Kiesraad zich daarover in meer of mindere mate positief over zou hebben gelaten. Ik denk dat het goed is om dat misverstand even te corrigeren. Het punt dat de heer Taverne aansnijdt, betreft het terechtkomen van stemmen bij een partij waarop niet door betrokkene is gestemd. Is de heer Taverne het met mij eens dat dit eigenlijk een onjuiste redenering is? Om de simpele reden dat de lijstverbindingen vooraf zijn aangegaan en gepubliceerd zijn. Eenieder die op een bepaalde partij stemt, weet van tevoren dat de reststem ook ten gunste kan komen van een verwante partij. De redenering is dus niet helemaal deugdelijk.

De heer Taverne (VVD):

Ik verzeker de heer Bisschop graag van mijn volstrekte overtuiging van de juistheid van mijn eigen redenering. Ik ben het daar werkelijk geheel mee eens. Ik ben het niet met de heer Bisschop eens. Mijn bezwaar is dat je nu op een partij kunt stemmen, maar dat die stem uiteindelijk op een andere partij terecht kan komen, zonder dat je dit hebt bedoeld. Dat gaat via lijstverbindingen. U gaat ervan uit dat die worden aangegaan met een geestverwante partij. Belangrijker vind ik dat je daarmee als kiezer de mogelijkheid ontnomen wordt om op een partij te stemmen, terwijl je, als dat onvoldoende soulaas zou bieden om die partij voldoende zetels te geven, niet wilt dat je stem ergens anders uitkomt. Ik vind het eerder een beperking van de mogelijkheden van de kiezer dan dat het een partij meer mogelijkheden biedt. De kiezer is, wat mijn partij betreft, het uitgangspunt.

De heer Bisschop (SGP):

Ik twijfelde er niet aan dat de heer Taverne overtuigd was van de juistheid van zijn redenering, maar toch plaats ik er vraagtekens bij. Laat ik het concreet maken. Bij de laatste verkiezingen had de SGP een lijstverbinding met de ChristenUnie. Dankzij die lijstverbinding is de laatste restzetel bij de ChristenUnie terechtgekomen. De vijfde zetel van de ChristenUnie is dus te danken aan de reststemmen van de SGP. Was dat niet het geval geweest, dan was die terechtgekomen bij de Partij voor de Dieren. Wat denkt de heer Taverne dat de SGP-stemmers gedacht zouden hebben? Ik heb nagevraagd hoe zij daarover dachten. De humor van het geval is natuurlijk dat de vijfde zetel van de ChristenUnie door een vrouw is ingenomen.

De voorzitter:

Ik denk dat uw vraag duidelijk is.

De heer Bisschop (SGP):

Ik denk hiermee voldoende ammunitie aangeleverd te hebben voor de heer Taverne om nog een keer heel goed naar zijn redenering te kijken. Die is namelijk niet deugdelijk, om de simpele reden dat de SGP-stemmers die zetel echt tien keer liever naar de ChristenUnie zagen gaan dan naar de Partij voor de Dieren. Dat was het effect geweest.

De heer Taverne (VVD):

De heer Bisschop vraagt mij naar een waardering van de manier waarop de leden van de ChristenUnie over iets denken. Dat lijkt mij lastig. Ik durf, wetende dat de SGP en de ChristenUnie hart hebben voor alles wat op deze aardbol leeft en beweegt, wel te beweren dat zij er ongetwijfeld ook genoegen in hadden geschept dat hun stem was uitgekomen bij een partij die voor een heel specifiek deel van de schepping opkomt.

De heer Bisschop (SGP):

Helaas, verkeerde taxatie.

De heer Taverne (VVD):

Voorzitter. Ik was gekomen bij de andere verbeteringen die naar mijn mening mogelijk zijn. Ik wil graag het volgende aan de orde stellen. Er is verschil tussen het aantal stemmen dat nodig is om een zetel te bemachtigen in een kleine gemeente en in een grote gemeente. In kleine gemeenten – dat zijn gemeenten met minder dan negentien raadszetels – is het voldoende om 75% van de kiesdeler te halen om via een restzetel in aanmerking te komen voor een zetel. Kan de minister mij uitleggen wat daarachter de gedachte is? Om met voorkeursstemmen gekozen te kunnen worden, is het eigenlijk overal nodig om 25% van de kiesdeler te halen. In de bovenvermelde kleine gemeenten echter heb je 50% van de kiesdeler nodig daarvoor. Ik vraag mij af waarom dat zo is. Graag hoor ik daar een antwoord op van de minister.

De heer Van Raak (SP):

De omgang met de kiesdrempel was in Saba, Statia en Bonaire mooi opgelost. Het zijn openbare lichamen, daar gelden niet altijd dezelfde regels voor als in Nederland. Er wordt lokaal maatwerk geleverd, omdat de eilanden nu eenmaal 9.000 kilometer hier vandaan liggen en heel anders zijn. Mede op ons verzoek zijn de volksvertegenwoordigers van die eilanden gevraagd wat zij daarvan vinden. De volksvertegenwoordigers op Saba wilden dat de regel bleef zoals die was. Op Bonaire waren ze het eens met het vorige voorstel van de regering, maar buiten het parlement weer niet. Men is het daar dus niet over eens. Ik vind het juist ontzettend goed dat de regering ervoor heeft gekozen om het te laten liggen, zolang de volksvertegenwoordigers op Saba, Statia en Bonaire nog verdeeld zijn. Waarom is de heer Taverne het daar niet mee eens?

De heer Taverne (VVD):

De heer Van Raak heeft niet goed geluisterd, of ik heb niet duidelijk gesproken. Ik zei niet dat ik het er niet mee eens ben. Ik heb alleen aan de minister gevraagd waarom het zo is. De heer Van Raak kan gerustgesteld zijn.

De belangrijkste verbetering heb ik tot het laatst bewaard, namelijk de manier waarop wij in Nederland stemmen. Die manier zouden we definitief moeten vervangen. In plaats van met een rood potlood zouden we met een stemmachine moeten stemmen. Gelukkig hebben een paar sprekers voor mij al in meer of minder bedekte termen steun voor dat verzoek uitgesproken. Hoewel ik persoonlijk dol ben op tradities en op nostalgische gebruiken, is het stemmen met potlood en papier achterhaald en ouderwets. Belangrijker is dat het niet secuur is. Bij iedere verkiezing raken er stembiljetten kwijt en worden er telfouten gemaakt. Ook bij de afgelopen verkiezingen bleek een groot aantal stemmen ongeldig te zijn. Bij de vorige verkiezingen ging het om ruim 20.000 stemmen. Bovendien is het voor de ongeveer 350.000 mensen met een fysieke beperking vaak niet mogelijk om zelfstandig te stemmen, zolang zij dat met potlood en papier moeten doen. Ik vind dat daar verandering in moet komen. Daarom heb ik in het initiatiefwetsvoorstel dat ik afgelopen zomer heb ingediend ook opgenomen dat wij in Nederland elektronisch moeten gaan stemmen zodra dat veilig kan. Ik stel vast dat in het voorstel het experiment met vernieuwde stembiljetten is verdwenen. Mag ik daaruit opmaken dat de minister eveneens de mening is toegedaan dat wij de stap naar stemcomputers moeten gaan maken? Als dat zo is, nodig ik de minister heel graag uit om samen met mij op te trekken om deze sprong voorwaarts te maken.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. Bij mijn weten praten wij binnen afzienbare tijd opnieuw over de Kieswet, omdat er wijzigingen aan de orde zijn die ook wat principiëler en belangrijker zijn dan die wij vandaag bespreken. Is de minister het met mij eens dat dat een betere gelegenheid is om de amendementen te bespreken die hier boven de markt hangen met betrekking tot de vervanging, de lijstverbinding en de kiesdrempel dan op dit moment? De gedachten daarachter zijn mij ook sympathiek, zeker als het gaat om het amendement over de vervanging. Hoe incidenteel wellicht ook, maar als dit zich voordoet, heb je een geweldig probleem. Ik beschouw het met de heer Schouw als onze taak om dat op te lossen. Dus ik ben benieuwd of de minister daartoe mogelijkheden ziet.

Dit zijn vooral technische wijzigingen die beogen ons betrouwbare verkiezingsproces betrouwbaar te houden en als dat mogelijk is de betrouwbaarheid daarvan nog iets te verbeteren. De minister stelt op dit punt voor, de stembureauleden beter te instrueren. Daarmee zijn wij het eens. In het gesprek met de Kiesraad is gebleken dat dat vooral betrekking zou moeten hebben op het handhaven van de orde op de stembureaus en op het telproces. Is de minister bereid om die specifieke punten onderdeel te laten zijn van de instructie van stembureauleden?

Mijn tweede punt betreft de waarnemers. Ik zie de aanbeveling, ook aan Nederland, om waarnemers aan te stellen. Mijn indruk is dat die aanbeveling veel meer gericht is op het geheel van landen en minder op aanleidingen in Nederland om waarnemers te gaan aanstellen. De PvdA hecht sterk aan de verantwoordelijkheid van de kiesraden die op decentraal niveau de verantwoordelijkheid hebben voor een ordentelijk proces. Dat gaan wij niet ter discussie stellen of wegnemen door die verantwoordelijkheid weer bij iemand anders te leggen. Vandaar dat ik samen met de heer Taverne op zijn initiatief dit wijzigingsvoorstel heb aangebracht.

Daarbij komt dat als je waarnemers zou gaan aanstellen, je dat ook weer wettelijk moet regelen. Wat zijn de bevoegdheden? Wat mogen zij wel en niet? Wat zijn hun sancties? Aan wie moeten zij rapporteren? Dit vergt wet- en regelgeving waarvan ik denk dat die het doel, namelijk een goed gegarandeerd, betrouwbaar verkiezingsproces, niet dichterbij brengt. Wat ons betreft focussen wij ons op de instructie aan stembureauleden.

Rondom de registratie van kiezers stelt de minister voor om een verandering aan te brengen als het gaat om Nederlandse kiezers in het buitenland. Tot nu toe was daarvoor de gemeente Den Haag verantwoordelijk. Nu wil de minister dat men op Sint-Maarten, Curaçao en Aruba zelf verantwoordelijk wordt voor de registratie van kiezers. Ik heb mij laten vertellen dat daarbij een aantal problemen bestaat.

In de eerste plaats vergt dit twee organisaties, want dit doet men onder verantwoordelijkheid van BZK, dat nu een apart systeem moet ontwikkelen, terwijl dat in de gemeente Den Haag beschikbaar is. In de tweede plaats is er een extra frauderisico, omdat men zich kan registreren in een van deze drie landen van het Koninkrijk maar ook via de Verenigde Staten. Waar men soms op een van deze eilanden zit en soms in de Verenigde Staten, zou dat een mogelijkheid met zich mee kunnen brengen dat men twee stempassen krijgt in plaats van één, omdat men zich twee keer heeft laten registreren. Het gevaar bestaat dat de kiezer pas later zijn stembescheiden krijgt, omdat er meer controle nodig is als gevolg van het feit dat er nu twee entiteiten zijn die buitenlandse kiezers registeren. Is dat, met het oog op de kosten die hiermee gemoeid zijn, efficiënt? Wat bereiken we ermee om op die drie eilanden een aparte winkel op te richten? Volgens de laatste Tweede Kamerverkiezingen gaat het om in totaal 1.307 kiezers die zich daar hebben laten registreren. Ik zou dan veel liever het proces via dat ene stembureau van de gemeente Den Haag steviger willen inrichten, als daar problemen mee zijn. Overigens heb ik op dit punt nog wel een amendement laten maken. Als de minister goede redenen heeft om hieraan te hechten en mij daarvan kan overtuigen, wil ik van de indiening daarvan wellicht nog afzien. Vooralsnog zie ik dat niet heel sterk, dus ik ben benieuwd.

Over de stemcomputers is al heel veel gezegd. Tegenwoordig ben je, als je zes jaar in de Kamer zit, al een oudgediende. Ik herinner me dan ook nog heel goed de discussie naar aanleiding van "Wij vertrouwen stemcomputers niet", die voor een toenmalige meerderheid van de Tweede Kamer aanleiding is geweest om met stemcomputers te stoppen en weer over te gaan op het handmatig stemmen. Ik hecht met alle anderen aan de mogelijkheid om weer via de stemcomputer te stemmen, maar ik wil dat op een manier die net zo betrouwbaar is als, of betrouwbaarder is dan handmatig stemmen. Ik wil dan ook dat de minister investeert in het draagvlak bij de critici. Verder ben ik heel erg benieuwd hoe de minister gaat acteren met die toch breed gevoelde wens in de Kamer, maar ook daarbuiten, om weer op stemcomputers over te gaan.

Ik heb voorts nog een probleem met de financiering van de verkiezingscampagnes. Het is een onderwerp dat hieraan annex is, maar omdat ik me intern heb laten overtuigen van de onmogelijkheid om voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen de Wet financiering politieke partijen uit te breiden naar lokale verkiezingen, denk ik dat we ons er nu in dit kader even over moeten buigen. In de stembureaus wordt de afgelopen jaren de instructie gegeven te letten op de orde in het stembureau en op het feit dat er niet twee mensen in een stemhokje gaan. Is de minister bereid om een instructie aan de voorzitters van de kiescommissies, de burgemeesters, te geven om erop toe te zien dat, als er veel geld wordt besteed aan een campagne, daarmee niet het vraagstuk van zonder last, waarbinnen volksvertegenwoordigers geacht worden te opereren, aan de orde komt? Dat loopt dan vooruit op de wet, maar ik zou dat erg op prijs stellen. Als er een incident is, bijvoorbeeld een geweldig groot bord in een gemeente, waarvan je je moet afvragen hoe dat betaald is, dan kan de burgemeester toch eens met de desbetreffende kandidaat gaan praten en vragen of men dat zelf heeft betaald of heeft gekregen en, zo ja, van wie, en of dat geen problemen oplevert met de belofte of eed die men gaat afleggen, namelijk dat men zonder last gaat stemmen? Is men bereid dat dan ook openbaar te maken? De fractie van de Partij van de Arbeid heeft op dit punt een motie opgesteld, maar als de minister zegt dit te gaan doen, is die motie wellicht overbodig.

De heer Bosma (PVV):

De heer Heijnen begon met iets heel moois. Hij zei dat het vandaag zou gaan over wat operationele zaken en hij stelde voor om, als er toch wat principiëlere dingen aan de orde komen die hier eigenlijk niet horen, daarover te praten bij de behandeling van de Kieswet. Toen dacht ik: hè, hè, hij heeft wel een punt. Nu komt hij echter zelf met iets veel principiëlers, te weten de financiering van politieke partijen. Hij heeft het zelfs over een groot bord dat ergens hangt. Wat hij nu doet, is een referentie aan de zaak-Weekers die we hier eerder hebben besproken. Het lijkt me dat hij een keiharde uitdaging doet aan het adres van een coalitiegenoot, de VVD. Heeft hij dit voorstel in coalitieverband besproken? Het lijkt me dat hij nu bezig is om oude wonden te openen.

De heer Heijnen (PvdA):

Wij bespreken ontzettend veel in coalitieverband, maar niet alles. Ik had ook de vliegtuigjes kunnen noemen die overvliegen met geweldig mooie teksten erachter, zoals: kies kandidaat A. Zo is er sprake van veel meer incidenten waarbij de vraag kan worden gesteld hoe dit is betaald voor de campagne. Je kunt je daarbij de vraag stellen of dit bij de prudentie past die wij in Nederland gewend zijn. Wij doen dat namelijk in Nederland niet. Wij voeren geen campagne met grote bedragen afkomstig uit giften van wie dan ook. Immers, daarmee laad je de verdenking op je, dat je mogelijk rekening houdt met de belangen van degene die jou dat geld heeft gegeven. Ik noem daarbij voorbeelden, zoals een vliegtuigje of een groot bord. Maar ieder voorbeeld is mij welkom.

De heer Bosma (PVV):

Ik laat deze keiharde aanval op de VVD maar even voor wat hij is. Je zult maar samen in een coalitie zitten en weer over de zaak-Weekers willen beginnen. Het lijkt mij duidelijk dat de Partij van de Arbeid opnieuw op oorlogspad is, zoals Diederik Samsom dat vorige week was bij Pauw & Witteman.

De heer Heijnen vindt dat de voorzitter van de kiescommissie, dus de burgemeester, dit moet controleren. Die moet volgens mij gewoon zorgen voor potloden van de juiste kleur, hij moet ervoor zorgen dat het stembureau op tijd open is en meer van zulke zaken. Die burgemeester rijdt in zijn gemeente rond en ziet een billboard staan met de heer Weekers erop. Moet hij daarnaar dan een onderzoek instellen? Welke mogelijkheden heeft hij daarvoor? Moet hij het op eigen houtje doen? Hoe ziet de heer Heijnen dit voor zich?

De heer Heijnen (PvdA):

De heer Bosma onderschat de mogelijkheden van burgemeesters om op te treden. Als de integriteit van het openbaar bestuur aan de orde is, staat de burgemeester een heel arsenaal mogelijkheden ter beschikking om de desbetreffende kandidaat of politieke partij die vertegenwoordigd is in de gemeenteraad, aan te spreken. Als hij een misstand signaleert, kan hij daarmee vervolgens naar de commissaris van de Koningin en desnoods naar de minister. Hij kan daarmee naar de commissie van de geloofsbrieven of naar het Openbaar Ministerie. Hij heeft dus tal van mogelijkheden. Dit ligt in het verlengde van wat de heer Bosma zelf aan de orde stelt over misstanden in stembureaus. Het gaat erom dat er mensen moeten zijn die zich bewust zijn van risico's en hiermee aan de slag gaan.

De heer Taverne (VVD):

Ik waardeer altijd de manier waarop de heer Bosma het debat weet op te leuken met persoonlijke details. Daaraan ga ik maar even voorbij, en ook aan de voorbeelden van de heer Heijnen. Wij hebben vorig jaar in deze zaal de wet over de financiering van politieke partijen behandeld. De heer Heijnen zal zich herinneren dat dit een bewogen debat was. Wij hebben toen afgesproken dat we de regels voor financiering van politieke partijen aanscherpen. Dat wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. Wij hebben bij het debat in de Tweede Kamer ook afgesproken dat we de gemeentelijke verkiezingen nog even zouden laten rusten. We hebben afgesproken dat we zouden afwachten hoe de nieuwe wet in de praktijk werkt. Met de opneming van een evaluatiebepaling gaan wij de gelegenheid te baat nemen om dit eventueel uit te breiden als daarvoor in te toekomst reden zou zijn op basis van de ervaringen met de wet. Ik vraag de heer Heijnen daarom of het niet ontijdig is om op dit moment een dergelijke motie in te dienen.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik geloof dat er sprake is van een misverstand. Dat kan aan mij liggen, maar ik vrees dat het misverstand bij de heer Taverne ligt. Het regeerakkoord voorziet namelijk in de afspraak dat we de Wet financiering politieke partijen ook doen uitstrekken over plaatselijke afdelingen van politieke partijen. De Partij van de Arbeid hecht ook op dit punt aan de uitvoering van het regeerakkoord, net als de VVD. Het was mij een lief ding waard geweest als dit voorstel maart 2014 al kracht van wet had gehad, dus bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Mij is gebleken dat dit technisch niet mogelijk is. Mijn verzoek aan de minister strekt ertoe om dat gat te vullen.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Taverne nog een vraag wil stellen, maar volgens mij heeft hij al twee keer geïnterrumpeerd. De heer Heijnen vervolgt zijn betoog.

De heer Heijnen (PvdA):

Mijn laatste punt gaat over de herindelingsverkiezingen. Het zal het ministerie overkomen, net als het de Partij van de Arbeid overkomt, dat er afdelingen van partijen vragen: hoe zit het nu, wanneer kunnen wij gaan stemmen? Als dat mij gevraagd wordt, zeg ik altijd: dat gebeurt altijd in november, als de Eerste Kamer heeft besloten over het wel of niet doorgaat van de herindeling. Als die herindeling doorgaat, wordt er zoals gebruikelijk in november gestemd. Uitzonderingen zijn de jaren waarin de gemeenteraadsverkiezingen met een jaar worden uitgesteld. Dat komt ook voor. Dat is onbevredigend. Partijen moeten op een verstandige en zorgvuldige manier kandidaten selecteren en die op een lijst plaatsen, in een volgorde waarbij de interne partijdemocratie een rol speelt.

Ik heb dan ook een technisch amendement laten maken – ik hoop dat de minister hierop positief reageert – dat erin voorziet dat de herindelingsverkiezingen plaatsvinden op een woensdag in november die voortvloeit uit de wet. Je weet dan al van tevoren dat als de Eerste Kamer op een bepaald moment ja heeft gezegd tegen herindeling, de verkiezingen op die datum x in november plaatsvinden. Ik beveel mijn collega's dit amendement van harte aan.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij vorige sprekers die met vreugde en dankbaarheid geconstateerd hebben dat wij in ons land gezegend zijn met een zorgvuldige verkiezingsprocedure. Ik voeg hieraan toe: en een hooggekwalificeerd orgaan dat hierop blijft toezien, namelijk de Kiesraad. Er is echter alle reden om hier scherp op te blijven en te garanderen dat processen eerlijk blijven verlopen en inzichtelijk blijven. Het is, denk ik, een uitstekende traditie dat met een zekere regelmaat procedures tegen het licht worden gehouden.

Wij onderschrijven van harte het uitgangspunt van dit wijzigingsvoorstel, namelijk dat er geïnvesteerd zal worden in de professionalisering van stembureauleden. Ik denk dat deze investering zich dubbel en dwars terugbetaalt. Daarentegen heeft mijn fractie niet zo veel met de gedachte dat er bij onze verkiezingen door de minister aan te wijzen waarnemers zouden kunnen fungeren. Je krijgt dan onmiddellijk de vraag met welke autoriteit ze zijn bekleed. Als ze alleen maar bedoeld zijn om het verloop van het proces te registreren, waar te nemen en erover te rapporteren en ze er geen rechtsvervolg aan kunnen geven als zich in het stembureau ongewenste en ongeoorloofde zaken voordoen, dan is er wel een constatering achteraf, maar is het probleem niet opgelost. Je zit hier met het probleem wie welke pet op heeft. De voorzitter van het stembureau is de formele verantwoordelijke voor de gang van zaken. Die waarnemer ziet ook allerlei dingen maar kan niet ingrijpen. Of kan hij wel ingrijpen? Stel dat dit laatste het geval is, wie heeft dan de eindverantwoordelijkheid voor de gang van zaken aldaar? Ik zou zeggen: laten wij investeren in de professionalisering van de stembureauleden, zodat taferelen die zich hebben voorgedaan – daar zijn inderdaad berichten van en ik bagatelliseer ze zeker niet – zich niet meer voordoen en er adequaat kan worden ingegrepen. Wordt er gesignaleerd dat er problemen zijn in een bepaald kiesdistrict, dan kan ik mij voorstellen dat je toewerkt naar een situatie waarin de burgemeester geautoriseerd is om bij volgende verkiezingen preventief toezicht te organiseren. Ik denk dat dit effectiever is dan het uitrollen over de stembureaus van een deken van waarnemers. In plaats van generiek zou ik specifiek, chirurgisch, willen opereren.

De heer Van Raak (SP):

Een waarnemer is natuurlijk geen politieagent. Het is niet zo dat er een waarnemer staat die zegt: stembureau, we gaan nu ingrijpen! Nee, een waarnemer – het woord zegt het al – neemt waar. Hij kijkt of er dingen misgaan. Het is de bedoeling dat hij rapporteert wat er mis is gegaan, zodat de Tweede Kamer vervolgens maatregelen kan nemen en problemen kan bespreken. Ik snap niet zo goed wat het probleem van de heer Bisschop met die waarnemers is.

De heer Bisschop (SGP):

Nou, het is niet mijn probleem, maar van deze figuur. Hij wordt in wezen belast met dezelfde taak als die van de voorzitter van het stembureau. Die moet zorgen voor een ordelijk verloop en moet rapporteren via een proces-verbaal hoe het verloop is geweest. De waarnemer doet in feite hetzelfde als de voorzitter van het stembureau, waardoor je een doublure krijgt. Als ook sprake is van een andere inhoud, zouden we de taak van de voorzitter van het stembureau kunnen uitbreiden, zodat we op een vanzelfsprekende manier het toezicht goed hebben georganiseerd.

De heer Van Raak (SP):

Ik hoop werkelijk niet dat het hoofd van een stembureau een waarnemer is, wat inhoudt dat hij daar 's ochtends gaat zitten met een kop koffie en gaat waarnemen. Ik hoop namelijk dat het hoofd van een stembureau de zaken organiseert volgens de nieuwe regels die we in deze technische wet afspreken. Het is dan heel logisch dat iemand anders gaat waarnemen of het allemaal een beetje goed gebeurt. Het is niet logisch dat degene die het uitvoert, tegelijk waarneemt of het goed wordt uitgevoerd.

De heer Bisschop (SGP):

Ik meen dat dit wel degelijk in elkaars verlengde ligt. De voorzitter van het stembureau is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken. Hij maakt daar proces-verbaal van op, ook van de dingen die niet goed zijn gegaan. Daarmee heb je precies het punt dat ook een waarnemer zou moeten inbrengen. Bij een volgende verkiezing in een bepaald stemdistrict kan een burgemeester preventief maatregelen nemen – de ruimte daarvoor zou ik willen vergroten – zodat er daadwerkelijk opgetreden kan worden als zich opnieuw vergelijkbare incidenten zouden voordoen. Ik zie meer in professionalisering van het stembureau dan in het toevoegen van een nieuwe figuur.

Dit staat overigens los van het verschijnsel van internationale waarnemers. Dat is in mijn visie veel meer een vorm van collegiale visitatie: democratieën die elkaar over en weer scherp houden en die elkaars procedures becommentariëren.

Wij vinden het positief dat vastgelegd wordt dat verkiezingen niet op de tweede woensdag van maart zullen plaatsvinden, zijnde de biddag voor het gewas en de arbeid, zoals die in de protestantse traditie heet. We hebben er vrede mee dat ook de woensdag na carnaval geen verkiezingen gehouden zullen worden, al was het maar om vergroting van het aantal zwevende kiezers te voorkomen.

Ik verneem graag het oordeel van de minister over de stemcomputers. Ik heb het gevoel dat de kwaliteit van de stemcomputers zodanig is dat de foutenmarge daarbij niet groter is dan wanneer handmatig wordt gestemd met een rood potlood. Let wel, met een rood potlood, want anders is het nog steeds fout.

Ik vraag aandacht voor de begeleiding van mensen met een beperking. De Kieswet is vrij strikt: er is maar één persoon aanwezig in het stemhokje. Dat is een goed principe. Ik kan mij echter voorstellen dat de voorzitter van een stembureau met enige wijsheid omgaat met mensen met een geestelijke of verstandelijke beperking die wel degelijk de ambitie hebben om toch hun stem uit te brengen en daarbij begeleid worden. Ik begrijp dat dit op gespannen voet kan staan met de zorgvuldigheidseisen, maar dit neemt niet weg dat het voor betrokkenen wel degelijk heel waardevol kan zijn om op die wijze begeleid te worden.

Minister Plasterk:

Voorzitter. We bespreken vandaag vrij veel onderwerpen die ook op de kijkers thuis een technische indruk zouden kunnen maken. Niettemin zijn ze van groot belang. Vrije, eerlijke verkiezingen waarin de zaken goed lopen zijn de basis van de democratie. Het is goed dat we hier in de plenaire zaal bij gelegenheid kijken of de Kieswet op onderdelen moet worden verbeterd, waardoor hij nog meer ertoe kan leiden dat de volkswil tot uiting komt in de samenstelling van de volksvertegenwoordiging en daarmee in het bepalen van het beleid in het land. Eerst zal ik een paar onderwerpen die door diverse sprekers aan de orde zijn gesteld, behandelen. Dan zal ik ingaan op de resterende amendementen. Tot slot zal ik per spreker nagaan of ik onderwerpen heb laten liggen.

Ik begin met het door velen genoemde onderwerp van het elektronisch stemmen. Van vele kanten wordt gezegd dat het niet meer helemaal van deze tijd is om op papier te stemmen, terwijl wij proberen toe te werken naar een papierloze overheid. Het stemmen gebeurt nog steeds met formulieren en een potlood; die papieren moeten in een doos of bus worden gedaan en de stemmen moeten worden geteld en herteld. Men vraagt zich af of dit niet anders kan. Zoals de Kamer weet, zijn er eerder pogingen gedaan om het anders te doen, namelijk door middel van elektronisch stemmen. Die poging is toen gestrand op een aantal technische bezwaren. Zo waren er zorgen over de vraag of je zou kunnen meten welke knop iemand heeft ingedrukt.

De heer Heijnen zei: ik herinner mij de discussie nog van een x-aantal jaren geleden. Inmiddels is de techniek echter voortgeschreden. Ik denk dat het tijd is dat wij deze discussie opnieuw aangaan en dat wij bezien of het mogelijk is om nu te doen wat een aantal jaren geleden niet mogelijk was, namelijk overgaan op elektronisch stemmen. Mijn antwoord op de vraag van de heer Taverne is dan ook "ja". Dit is ook de reden waarom ik het experiment dat in gang was gezet om met nieuwe biljetten te gaan werken, in de ijskast wil zetten. Nieuwe biljetten vereisen nieuwe machines. Die investering zou eraan in de weg staan om een jaar later over te gaan op elektronisch stemmen. Dat is een keuze die wij binnenkort moeten maken. Het heeft mijn voorkeur om dit punt even te bevriezen en de mogelijkheid van elektronisch stemmen te onderzoeken.

De heer Van Raak (SP):

Dat begrijp ik, maar ik voorzie dat de discussie over het elektronisch stemmen nog heel lang gaat duren. Ik vermoed dat de enige veilige manier van elektronisch stemmen is dat er een papiertje uit de stemmachine komt, zodat je de stemmen kunt natellen. Dan heb je alsnog papier. Ik zou dat niet willen. In de discussie over elektronisch stemmen zijn er nog veel problemen en hobbels op de weg. Daar zijn wij nog lang niet uit. Ik vraag de minister dus toch om met dat nieuwe stembiljet door te gaan. Ik heb begrepen dat het heel mooie stembiljetten zullen worden.

Minister Plasterk:

Ik heb de verschillende versies van die biljetten gezien. Misschien heeft de heer Van Raak ze ook gezien; ik meen dat ik ze een keer heb meegenomen naar een AO. De verschillende modellen zijn in verschillende gemeenten al eens getest en zijn buitengewoon mooi. Die investering betekent echter dat wij er voor jaren aan vast zouden zitten. Ik denk niet dat wij een jarenlange discussie nodig hebben om elektronisch stemmen in te voeren. Dit heeft dus toch mijn voorkeur. Ik geef toe dat het een gok is, want mocht er na een halfjaar uitkomen dat het geen begaanbare weg is, dan zeggen wij achteraf: waren wij nou maar voortvarender met die nieuwe biljetjes een nieuwe weg ingeslagen. Ik ben echter bereid die gok te nemen. Ik denk dat hiervoor nu voldoende basis is, mede op grond van adviezen van de VNG en anderen om het elektronisch stemmen opnieuw op te pakken. Dat zou mijn voorkeur hebben.

De heer Schouw (D66):

Aan de ene kant ben ik verrast door hetgeen de minister zegt, maar aan de andere kant ben ik er heel blij mee. De halfbakken oplossingen die eerder werden voorgesteld, voelden immers niet goed. Kunnen wij het debat hierover, over de plussen en minnen, voor de zomer voeren? Dan is duidelijk welke kant wij kunnen opgaan.

Minister Plasterk:

Ik was nog niet helemaal klaar met dit onderwerp. Ik ben van plan, een commissie in te stellen die, zoals de heer Heijnen stipuleerde, zodanig zou moeten worden samengesteld, dat er niet alleen fans van dit idee in zitten. De samenstelling moet voldoende breed zijn. Ik ben die commissie aan het formeren. Ik wil proberen om dit voor het AO – er is een vrij uitgebreid algemeen overleg gepland op 21 maart – rond te hebben en ik wil de Kamer hiervan per brief op de hoogte stellen, zodat dit onderwerp bij het AO aan de orde kan komen.

De heer Taverne (VVD):

Ik ben erg blij met de woorden van de minister dat hij nu echt werk wil gaan maken van elektronisch stemmen. Ik ben daar extra blij mee omdat ik dat voorstel zelf heb ingediend. Ik interpreteer dit als het aannemen van de uitgestoken hand die ik de minister toestak om samen op te trekken in dit dossier.

Minister Plasterk:

Ik ben blij dat de heer Taverne het zo interpreteert. Dat zou inderdaad mijn volgende opmerking geweest zijn. Ik ben mij ervan bewust dat er al een initiatiefwetsvoorstel met deze strekking ligt. Daar zit ook nog een ander onderdeel in. Ik neem aan dat de heer Taverne hier op enig moment naar wil kijken. Het internetstemmen is nog weer iets anders dan elektronisch stemmen. Het is de vraag hoe dat in het vervolgtraject gaat. De heer Taverne heeft het initiatief genomen. Van regeringswege kunnen we aan het proces bijdragen door er een adviescommissie naar te laten kijken, waarna het in wetgeving kan worden omgezet als de Kamer vindt dat de tijd daartoe rijp is.

Het onderwerp van de waarnemers is in de eerste termijn van de Kamer vrij ver uitgediscussieerd. Het lijkt zelfs al uitgekristalliseerd te zijn, maar ik wil toch proberen daar nog iets tegenover te stellen. In de zogenaamde "Kopenhagencriteria" van de OVSE zijn afspraken gemaakt over internationale verkiezingswaarnemers en daarbij is ook het belang onderstreept van lokale verkiezingswaarnemers. De internationale waarnemers zijn er namelijk lang niet altijd bij. Het zou best kunnen dat men hierbij niet aan Nederland denkt als het grootste probleemland, maar desalniettemin geldt het natuurlijk ook voor Nederland. De OVSE heeft Nederland er in een rapportage over de verkiezingen op gewezen dat een regeling voor nationale waarnemers ontbreekt.

Het is overigens geen dwingend recht, dus hoeven we ons er niet naar te voegen. In die zin kan de Kamer doen wat zij wil zonder in strijd te komen met de wet. Ik vind transparantie en controleerbaarheid wel een belangrijke waarborg. Ik neig er dus naar om het amendement op stuk nr. 15 te ontraden. Het wordt dan in ieder geval niet uitgesloten om nationale waarnemers te hebben. Dan kunnen we altijd bij een andere gelegenheid bekijken wat er precies mee beoogd wordt en wordt nu niet bij wet de mogelijkheid weggenomen om het te doen. Dat is, in alle bescheidenheid, mijn advies aan de Kamer.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voor zover wij weten, stuurt de OVSE alleen waarnemers bij landelijke verkiezingen. Dan is er een gebrek aan mogelijke waarneming bij lokale verkiezingen. Het kan ook belangrijk zijn om deze extra in de gaten te houden. Kan de minister hierop reflecteren?

Minister Plasterk:

Er is niets wat de OVSE belet om waarnemers te sturen bij lokale verkiezingen, maar men doet dat in de praktijk inderdaad niet of weinig. Mevrouw Van Toorenburg heeft dus gelijk dat er dan geen waarnemers zijn. Ik zeg niet dat we nu op stel en sprong moeten organiseren dat ze er komen. Ik weet niet of dat de hoogste nood van het land is, maar ik wil voorkomen dat we nu bij wet uitsluiten dat ze er kunnen komen. Ik zie dus geen groot maatschappelijk probleem, maar ik raad de Kamer toch aan om dit amendement niet over te nemen.

De heer Schouw (D66):

De minister stelt voor om het amendement niet aan te nemen. We moeten de regel in de wet als een passieve regel zien, maar wanneer wordt deze geactiveerd, door wie en onder welke omstandigheden?

Minister Plasterk:

Dan ontneemt de wet niemand de mogelijkheid om het op enig moment te doen. Dat is eigenlijk het enige wat ik vraag. Het is ook een genuanceerd advies. Ik zeg niet dat we nu een groot probleem hebben en onmiddellijk een organisatie van waarnemers in het leven moeten roepen. De OVSE zegt echter dat het ook om lokale waarnemers kan gaan. We zijn dus misschien niet juridisch gebonden, maar het is wel naar de geest van de OVSE-overeenkomst. Waarom zouden we dit bij wet gaan uitsluiten? Ik doe een beroep op de Kamer om daar misschien nog eens over na te denken.

De heer Heijnen (PvdA):

We kunnen een heleboel in wetten opnemen waarvan we niet uitsluiten dat we dat misschien ooit nog eens zullen doen. De reden hiervoor zit in de OVSE-aanbevelingen. Die zijn uitermate relevant, maar nu net niet voor Nederland. Ik zie altijd een kritische houding in deze Kamer om geen onnodige zaken op te nemen, ook al zijn ze facultatief. Ik ben toch een beetje benauwd dat, ondanks de minister en de Kamer, ambtenaren of anderen er toch mee aan de slag gaan. Voordat je het weet, heb je een winkel vol waarnemers, kaders en protocollen. De situatie in Nederland vergt dat naar onze smaak niet. Daarom vraag ik toch samen met de heer Taverne of de minister dit aan het oordeel van de Kamer kan overlaten. Dan kan de Kamer besluiten of zij de aanbeveling van de OVSE wel of niet wil opvolgen.

Minister Plasterk:

De OVSE heeft er in haar rapportage over de verkiezingen wel op gewezen dat er een regeling voor nationale waarnemers ontbreekt. Zij heeft dat dus gezien. Of Nederland zich daarnaar wil voegen, is uiteindelijk aan Nederland zelf. Nogmaals, ik heb geen enkel plan om nu ineens een organisatie voor waarnemers uit de grond te stampen. Maar gegeven de opvatting van een grote minderheid in deze Kamer, zou ik toch willen blijven bij mijn advies. Misschien is dat een wat dubbel signaal, maar de Kamer kan mijn advies in meerderheid naast zich neerleggen. Mijn advies zou toch zijn om niet bij wet uit te sluiten dat er eventueel nationale waarnemers zijn. Het is geen prangende kwestie. Ik heb niet het voornemen om hier meteen organisatorisch of in de formatie ruimte aan te besteden.

Ik kom op een vrolijker onderwerp: de prangende kwestie van het rode potlood. De wereld stort in, er is crisis in de wereld, en wij praten hier over de kleur van het potlood. Niettemin is het een belangrijk onderdeel van het stemproces. Ik wil serieus ingaan op de argumenten van de vergelijking van het binnen- en buitenland. De gedachte achter het rode potlood is niet zozeer dat het van belang is welke kleur dat potlood heeft, maar dat het van belang is dat er gestemd wordt met het voorwerp dat daartoe in het stemhokje is gedeponeerd. Zo is het voor de mensen die tellen duidelijk dat er geen sprake is van wagensmeer, van iets wat onder iemands nagels was blijven hangen of van andere lichaamssappen, maar dat er is gestemd met het daartoe in het stemhokje aanwezige voorwerp, namelijk het rode potlood. Het had evengoed een groen potlood kunnen zijn. Een zwart potlood is inderdaad lastiger, omdat je dan het verschil met vervuiling niet zomaar kunt onderscheiden. Het klinkt triviaal, maar er worden miljoenen biljetten in een paar uren geteld. Dat is dus de gedachte achter het rode potlood.

Waarom is dat in het buitenland anders? De mensen die vanuit het buitenland stemmen, krijgen niet het rode potlood aangereikt. Het gaat natuurlijk om veel kleinere aantallen mensen. Het blijkt dat zij vaak een potlood uit hun binnenzak pakken. Dan zou je moeten zeggen dat het eigenlijk oranje of zwart is en niet rood. Dan hebben die mensen helemaal voor niets gestemd. Daarom willen we er met dit wetsvoorstel voor zorgen dat de andere kleuren ook zijn toegestaan voor de categorie waarbij geen gebruik kan worden gemaakt van een stemhokje waar een voorwerp ligt om mee te stemmen. Ik denk dat die combinatie het volgende inhoudt. Voor de grote bulk, de grote aantallen in Nederland, zorgen we ervoor dat er op de meest ondubbelzinnige manier gestemd wordt en dat er makkelijk gestemd kan worden. En voor die kleine categorie in het buitenland zorgen we ervoor dat mensen niet nodeloos ongeldige stemmen zullen uitbrengen.

Ik heb het nog even nagevraagd, maar het is niet zo dat VNG en de Kiesraad hebben geadviseerd om van het rode potlood af te zien. Zij hebben zich daar niet over uitgesproken.

De heer Van Raak (SP):

Ik ben het helemaal eens met de minister, behalve op één punt. Ook mensen in het buitenland moeten ergens naartoe om te stemmen. Daar kan dan toch gewoon een rood potlood liggen? Waarom zou het onmogelijk zijn om daar een rood potlood te hebben?

Minister Plasterk:

Daar hebben we minder zicht op. Laatst bleek bijvoorbeeld dat bij de Europese verkiezingen heel veel stemmen ongeldig moesten worden verklaard, terwijl er geen enkele twijfel was over waarop gestemd was. Met een keurig potlood of een pen was één vakje gekleurd. Vandaar dat ik voorstel om het voor die categorie te laten lopen. Daar hebben we immers geen zicht op.

Dan het punt van de vervangingsregeling. Dat is een principieel punt. Wat is er aan de hand? Ik denk dat de aanleiding hiertoe te maken heeft met een buitengewoon triest geval in de gemeente Schouwen-Duiveland. Een gemeenteraadslid van D66 is daar al lange tijd in coma. Men heeft dat overigens in de gemeente Schouwen-Duiveland, zo goed en zo kwaad als dat kan, wel in de praktijk opgelost. Iemand anders woont namelijk de vergaderingen bij. Maar die persoon kan bijvoorbeeld niet meestemmen, want de betrokkene ligt natuurlijk in coma. De vraag is hoe je daarmee zou moeten omgaan. Dit is gelukkig een buitengewoon weinig voorkomende situatie. Wat bijvoorbeeld veel meer voorkomt, zijn spookraadsleden: mensen die gekozen zijn en die nooit meer komen opdraven. Daar kunnen we ook niets aan doen, want zij zijn nu eenmaal gekozen volksvertegenwoordigers en niemand staat het in de weg. We zouden hiermee dus een aparte wettelijke regeling maken voor een situatie die zich op dit moment één keer voordoet en die volgend jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen niet meer aan de orde zal zijn. Dan moeten mensen zichzelf immers opnieuw op een lijst laten zetten. Als er al iets aan zou moeten gebeuren, zou dat in ieder geval na advies van de Raad van State moeten zijn, omdat het toch raakt aan zwaarwegende aspecten rond de relatie tussen kiezer en gekozene. Om die reden zou ik ontraden om het nu te doen bij dit wetsvoorstel, want de behandeling ervan kunnen we om allerlei praktische redenen niet ophouden. Mijn inhoudelijke oordeel op dit moment – als er een nader advies over zou komen, laat ik mij ook graag door anderen nader adviseren – is om hier geen voorstander van te zijn. De intieme band tussen kiezer en gekozene kan tot de Grondwet aan toe eigenlijk alleen verbroken worden door een wilsbeschikking van de gekozene. Als een gekozene uit de gemeenteraad stapt, dan is dat niet anders, maar verder kan geen derde raken aan het recht van iemand om die zetel te bezetten. De vraag is of je daar nu in moet gaan treden, zeker waar het om zo'n zeldzame situatie gaat. Je kunt het natuurlijk zo organiseren dat mocht je in coma raken, een bepaalde persoon namens jou mag besluiten of je je zetel al dan niet opgeeft, maar ja, mensen kunnen na zo'n mandatering ook weer scheiden of er kunnen allerlei andere situaties ontstaan. Dus de vraag is of je wel in een situatie moet willen belanden dat een derde gaat treden in de intieme relatie tussen de kiezers die er recht op hebben te weten wie ze gekozen hebben en de gekozenen. Ik zou er uiteindelijk principieel geen voorstander van zijn. Ik meen dat de praktische oplossing die men nu in Schouwen kiest de enige manier is om het in te vullen.

De heer Schouw (D66):

De minister geeft zelf al aan dat het een precaire kwestie is. Tegen de minister zeg ik dat die wel vaker voorkomt. Alleen één geval is nu manifest. Waar we hier toch een beetje coöperatief moeten optreden, constateer ik dat een groot deel van de Kamer een advies hierover aan de Raad van State wil vragen. Ik zou het kabinet dan ook bij dezen willen vragen om dat advies te vragen. Dan kan ik het desbetreffende amendement aanhouden en wellicht geldt dat wel voor nog een amendement. Het zou fijn zijn als deze minister één beweging achteruit doet als het gaat om zijn principiële benadering, want als hij daaraan vasthoudt behoeven we ook geen advies van de Raad van State in te winnen.

Minister Plasterk:

Dat zeg ik toe. Ik ben ook graag bereid om mij door anderen die ook een opvatting over de Grondwet hebben, wellicht te laten overtuigen. Dus die stap terug wil ik graag doen. Dit zou mijn opvatting op dit moment zijn als u mij daar nu om vroeg, maar ik ben bereid om op dit punt voorlichting van de Raad van State daarover te vragen en de Kamer daarover dan te informeren.

De heer Taverne heeft gesproken over de lijstverbindingen. Op zichzelf is het recht van politieke partijen om voor de verkiezingen aan kiezers te melden dat ze een eventuele restzetel samen zouden willen proberen binnen te slepen, een oud recht in de Nederlandse politiek. Dat leidt ertoe dat twee kleine partijen uit kunnen komen op het aantal zetels dat ze hadden gehad wanneer ze één partij zouden zijn geweest. Dus wanneer een partij splitst in twee partijen en apart de verkiezingen ingaan maar wel met een lijstverbinding, dan kan die lijstverbinding ertoe leiden dat ze niet door het splitsen alleen een zetel verliezen voor die twee partijen samen. Het is in ieder geval transparant want het moet voor de verkiezingen gebeuren. Ik denk dat het de kleine partijen iets begunstigt, maar dat is wel met rede. Bovendien worden die lijstverbindingen weloverwogen aangegaan. Het is eigenlijk een onderwerp van het politieke debat en de politieke campagne. In de Eerste Kamer is inderdaad besloten om dat niet meer te doen. De reden darvoor is dat er daar sprake is van indirecte verkiezingen. Dus eerst worden de Provinciale Staten gekozen. Dan weet je al wat de uitslag van de verkiezingen is. Pas op dat moment kunnen de lijsten gemaakt worden voor de Eerste Kamer. Dus pas op dat moment kunnen die lijsten met elkaar verbonden worden. Dat kan grondwettelijk niet voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Dus heeft men in de Tweede en de Eerste Kamer gezegd dat dit een onwenselijke situatie is omdat het vragen is om strategische lijstverbindingen. Je weet namelijk al wat de mensen in het land hebben gestemd. Je weet ook al dat wanneer die twee bepaalde partijen een lijstverbinding aangaan, het met zekerheid een restzetel oplevert. Dan krijg je heel strategisch gedrag, waarbij wordt onderhandeld over lijstverbindingen met het oog op het binnenhalen van een extra zetel. De Tweede Kamer en vervolgens de Eerste Kamer hebben gezegd dat dit niet wenselijk is. Om die reden is de mogelijkheid om een lijstverbinding voor de Eerste Kamer aan te gaan, afgesloten. Ik ben er geen voorstander van om dat voor de andere organen ook te doen om de reden die ik zonet heb genoemd. Overigens is het pikant om hierbij op te merken dat bij de discussie in de Eerste Kamer over de kwestie die ik zojuist noemde, de heer De Graaf van D66 voorstander was van het ook daar herstellen van de mogelijkheid van lijstverbindingen. Het is misschien goed om dit te betrekken bij de overwegingen over een eventueel amendement. Ik ontraad dus het aannemen van het desbetreffende amendement.

Dan ga ik nu in op de andere amendementen en resterende vragen. Ik ga zo meteen in op het onderwerp "stemmen in het buitenland".

Het amendement van de heer Bosma strekt ertoe om het kiesrecht voor niet-Nederlanders bij gemeenteraadsverkiezingen en de eilandraden af te schaffen. Dat is een heel oude discussie. Het standpunt van de heer Bosma daarover is ook wel bekend. Dit kiesrecht vloeit overigens voort uit verdragsbepalingen van de Europese Unie. Je zou kunnen zeggen dat dit verdrag er niet zou moeten zijn, maar daar vloeit het wel uit voort. De regering ontraadt het om dat nu te veranderen. Naar ik meen, is het altijd de consistente lijn geweest dat men ook als niet-Nederlander bij lokale verkiezingen kan stemmen.

De heer Bosma (PVV):

Het is jammer dat de heer Plasterk zich verschuilt achter de Europese Unie, het Brusselse wangedrocht. Heeft hij misschien ook zelf een mening? Deelt hij wellicht mijn mening dat, als je stemt voor Nederland, je dan ook gewoon moet kiezen voor Nederland en dat het minste wat je dan moet hebben, de Nederlandse nationaliteit is?

Minister Plasterk:

Nee. Ik meen dat, als je minimaal vijf jaar ingezetene bent, je stemgerechtigd zou moeten zijn voor lokale verkiezing die betrekking hebben op de lokale gemeenschap. Ik wijs er slechts op dat het in strijd is met de EU-verplichtingen als je daarvan afwijkt. Die EU-verplichtingen zijn wij mede aangegaan, waarschijnlijk omdat ook Nederland daar voorstander van was. In die zin is dit dus consistent.

De voorzitter:

De heer Taverne schiet op uit zijn stoel.

De heer Taverne (VVD):

Het is geen mosterd na de maaltijd, maar de minister is al een paar stappen verder. Ik wil heel even terugkomen op de opmerking van de minister over de lijstverbindingen. Ik heb nog even overlegd met de mede-indiener van het desbetreffende amendement, de heer Schouw. Zou het een goed idee zijn om, mede gelet op de opmerking van collega Van Raak hierover, ook de Raad van State hierover om advies te vragen? De minister maakt toch een pakketje met verzoeken.

Minister Plasterk:

Ja, dat lijkt me niet onredelijk. Ik zeg dat toe.

De heer Taverne (VVD):

Dank u wel.

De heer Van Raak (SP):

Dan wordt het wel erg huishoudelijk, maar volgens mij kun je amendementen niet aanhouden. We moeten immers stemmen over de wet. De amendementen zouden dan moeten worden ingetrokken, zo meen ik. Dat geldt voor de heer Schouw en de heer Taverne.

Minister Plasterk:

Daar ging ik ook van uit. Mocht het advies van de Raad van State aanleiding geven tot wijziging, dan kan dat voor de regering altijd een reden zijn om daar alsnog in de Kamer op terug te komen.

De voorzitter:

Het is de bedoeling dat de leden zelf aan de interruptiemicrofoon melden om welke amendementen het gaat. Dat kan echter ook in tweede termijn.

De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Plasterk:

Ik ben even aan het zoeken. Ik wilde ingaan op het stemmen vanuit het buitenland, maar het desbetreffende antwoord is in een van mijn stapels beland. Misschien kunnen mijn vrienden mij even helpen. Ik kom er zo op terug.

Het amendement van de heer Heijnen over de verkiezingsdatum lijkt mij op zichzelf goed. Het is wel goed om daarbij aan te tekenen dat de Wet ARHI regelt dat gedeputeerde staten de verkiezingsdatum kunnen vaststellen. Enerzijds is een vaste datum een ijkpunt, maar anderzijds kan op basis van de ARHI-termijnen flexibliteit nodig zijn, waardoor alsnog een andere datum moet worden vastgesteld. Totale zekerheid kun je daarmee niet bieden. Ik zie ook het voordeel van zo'n ijkpunt. Ik laat het oordeel over dat amendement derhalve graag aan de Kamer.

In het wetsvoorstel is een aantal voorstellen inzake het stemmen in het buitenland opgenomen. Ik noem het zich kunnen registreren op de eilanden en het gebruik van een potlood met een andere kleur. Er komt natuurlijk nog een initiatief van de heer Taverne om dit ook via het internet mogelijk te maken. Wij wachten dat initiatief af. Ik heb al bij een eerdere gelegenheid gezegd dat bij de beoordeling daarvan twee criteria van belang zijn. Dat is aan de ene kant de vraag of fraude kan worden uitgesloten. Dat kan bij stemmen via het internet natuurlijk toch iets sneller aan de orde zijn. Je kunt snel ergens inbreken. We zien ook dat er af en toe een account op de sociale media gehackt wordt. Dan is het komisch, maar we willen niet dat het de kiesprocedure in gevaar brengt. Aan de andere kant willen we natuurlijk de vertrouwelijkheid kunnen garanderen. Het mag dus ook niet zo zijn dat door stemmen via het internet anderen kunnen achterhalen wat iemand gestemd heeft. Met die twee toetsstenen zien we dat initiatief van de heer Taverne tegemoet. Ik neem overigens aan dat hij die ook zal hanteren.

Ik loop een aantal andere opmerkingen in volgorde van de sprekers af. Mevrouw Van Toorenburg heeft gevraagd op welke datum de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 plaatsvinden. Het antwoord op die vraag is 19 maart. Dat vloeit voort uit de wet, omdat daarin staat dat de maandag in de eerste week van februari de kandidaatstelling plaatsvindt. Dat is in dit geval op 3 februari 2014. Ik meen dat de verkiezingen 44 dagen later moeten plaatsvinden. Het antwoord is dus 19 maart 2014.

Bij de training van stembureauleden schenken wij aandacht aan de achtergronden van de regels om te voorkomen dat men onbewust vanuit servicegerichtheid de regels overtreedt. De training is inderdaad niet alleen maar gericht op de manier waarop zij zich moeten gedragen, maar er is ook aandacht voor het waarom. Zeker bij regels als de identificatieplicht of het niet met twee personen tegelijk in een hokje mogen zijn, is het belangrijk dat mensen ook snappen waarom die regels er zijn. Dat komt dus zeker in de training aan de orde.

De heer Taverne (VVD):

Ik heb nog een vraag over de vaststelling van de datum van de gemeenteraadsverkiezingen. Het is mooi dat er ook rekening wordt gehouden met feestdagen Ik begrijp toch goed dat in het voorstel ook zit dat bij KB de datum van verkiezingen kan worden gewijzigd? Dat geldt dus ook, mocht daar een noodzaak toe zijn, voor de datum die nu is vastgesteld?

Minister Plasterk:

Het antwoord op die vraag is "ja", maar dat voornemen ligt er niet.

Mevrouw Van Toorenburg heeft gevraagd wanneer de registratie voor de verkiezingen voor de kiezers in het buitenland wordt afgeschaft. Die wordt afgeschaft zodra de wet is aangepast. Binnenkort krijgt de Kamer conform de toezegging van vorig jaar een voorstel over de wijze waarop wij dat zullen vormgeven. Dat zal niet geïmplementeerd kunnen worden voor de verkiezingen van 2014, want die registratie begint namelijk al in november van dit jaar. Het lukt niet om voor die tijd de wetgeving te wijzigen en alle systemen daarop te richten. Ik zal dus kijken wat we zonder die wetswijziging kunnen doen om bij de verkiezingen van volgend jaar wel meer Nederlanders in het buitenland te bereiken, zodat ze zich kunnen registreren. Wij kunnen er misschien nog nader op ingaan tijdens het algemeen overleg van 21 maart aanstaande.

Ik ben al ingegaan op de vragen en het amendement van de heer Bosma. Ik dank de heer Schouw voor de steun aan het voorstel zoals het er over de gehele breedte ligt. Hij vraagt om een algemene herziening van de Kieswet. Die is al een aantal jaren met steeds kleine stapjes veranderd en daardoor niet meer zo fraai. Ik ben het eens met die wens, maar ik heb op dit moment inderdaad niet de ambtelijke capaciteit om dat nu eens helemaal opnieuw te gaan inrichten. Zodra er ruimte ontstaat, wil ik er met alle plezier naar kijken. We zijn met een aantal andere wetstrajecten bezig, ook op het gebied van de Kieswet. Ik zie geen kans om dat met een krimpende formatie nu in te passen.

De heer Schouw (D66):

Volgens mij delen wij de noodzaak, maar het helpt altijd wel om een termijn af te spreken. Het hoeft niet volgend jaar te gebeuren. Als het nu eens over een jaar of drie gebeurt. Dan kan het opgenomen worden in de planning en dan gebeurt er wat. Is dat iets waar de minister mee kan leven?

Minister Plasterk:

Het woord "noodzaak" wil ik niet overnemen. Wij delen het gevoel dat het geen helemaal fraai geheel meer is en dat het goed zou zijn om er iets aan te veranderen als dat zou kunnen. Ik zoek naar een mogelijkheid om de heer Schouw tegemoet te komen. Ik wil ook kijken of er een publieksversie van de Kieswet kan worden gemaakt, zodanig dat eenieder in ieder geval weet wat de essentie daarvan is. Ik kijk daarvoor even naar mijn collega's. Ik wil mij ook daarvoor niet aan termijnen binden. Dat doe ik misschien liever dan het wetsvoorstel helemaal te veranderen. Dan moet ik ook het hele traject weer doorlopen. Ongetwijfeld zullen er dan een hoop grote en kleine zaken aan de orde komen en dan wordt het wel een heel circus.

De heer Schouw (D66):

Het is een publieksversie die vooral is gemaakt met het oog op al die mensen die de stembureaus keer op keer moeten bemensen. Het zou enorm helpen als die ook precies weten wat er in die wet staat. Als de minister daarnaar wil kijken en de Kamer daarover wil rapporteren, heel graag.

Minister Plasterk:

Daarnaar wil ik met alle plezier kijken. Geef mij even de tijd. Ik zal de Kamer daarover in ieder geval dit kalenderjaar rapporteren.

Ik kom bij de heer Taverne. Over waarnemers hebben wij gesproken. Aan zijn initiatiefwetsvoorstel is zojuist uitgebreid aandacht besteed. Op zijn vraag of de vernieuwde stembiljetten even in de koelkast zijn gezet, luidt het antwoord: ja, om redenen van het elektronisch stemmen. Wij zien zijn initiatiefwetsvoorstel dan ook met interesse tegemoet.

De heer Heijnen bracht een goed punt naar voren. Hij vroeg of ingrijpende zaken het traject niet kunnen vertragen. Die vertraging kunnen wij inderdaad niet hebben. Ik stel daarom voor dat de Kamer de amendementen wel of niet overneemt en dat er over het wetsvoorstel wordt gestemd, waarbij alsnog advies aan de Raad van State kan worden gevraagd om zaken later in een wetgevingstraject aan de orde te krijgen. Ik heb dit al voor twee voorbeelden toegezegd.

De heer Heijnen vroeg onder verwijzing naar de zojuist vastgestelde Wet financiering politieke partijen, die betrekking heeft op landelijke politieke partijen, om een eventuele toezegging van maatregelen om burgemeesters op dit punt te activeren. Nu luistert dat nauw. Ik ben wel geïnteresseerd in de motie van de heer Heijnen, zodat wij precies kunnen zien wat het dictum en de overwegingen daarin zijn. Als wij die in de tweede termijn van de heer Heijnen krijgen, kan ik daarover alsnog een oordeel geven.

Hij heeft ervoor gepleit om de registratie op de overzeese landen Curaçao, Sint-Maarten en Aruba niet daar te doen plaatsvinden, maar in Den Haag. De vorige keer gebeurde dit in Den Haag. De Kiesraad is tegen het aanbrengen van die verandering. Het is hier naar mijn informatie de vorige keer niet vlekkeloos verlopen. Het zou toch zo'n 20.000 mensen in de gelegenheid stellen om zich daar te laten registreren. Mijn voorkeur heeft het dus niet. Ik vraag hem om zich wellicht te voegen naar het advies van de Kiesraad en bij deze gelegenheid de registratie daar te laten plaatsvinden, zoals het in het wetsvoorstel staat.

De heer Heijnen (PvdA):

Ik begrijp dat de minister misschien niet stuk voor stuk op de bezwaren kan ingaan die ik opsomde, maar het verbaast mij dat er in verband met de aparte registratie op die eilanden over zoiets klaarblijkelijk verschil van opvatting bestaat tussen het hoofdstembureau in Den Haag, dat dit jaar in jaar uit goed doet, en de wetgever. Is het denkbaar dat de minister mensen bij elkaar brengt en de praktische problemen die hij noemt, onder andere de fraudegevoeligheid, probeert op te lossen?

Minister Plasterk:

Dat kan, maar wij hebben nu te maken met het voorliggende wetsvoorstel. Ik ben daarom toch geneigd om te varen op het advies van de Kiesraad, die dan maar in de positie moet zijn om te beslissen. Het is wel de kerntaak van de Kiesraad om te kijken waar het minste risico op fraude bestaat en waar het het best georganiseerd verloopt. Het is wat mij betreft ook een gezagsargument. Los van het feit dat ik eigenstandig moeilijk kan beoordelen of Den Haag gelijk heeft. Ik vaar op het advies van de Kiesraad. Laten wij dat toch maar op die manier doen. Bestaat het gevaar dat kiezers hun stembescheiden later krijgen? Nee, de reden om de registratie en de zorg voor de stembescheiden bij de vertegenwoordigers te leggen is nu juist, dat de kiezers hun spullen dan sneller krijgen. Ik denk dat dit enige tempowinst zal opleveren.

De heer Taverne heeft een vraag gesteld over de kiesdrempel. Alleen voor de Tweede Kamer is er een kiesdrempel die gelijk is aan de kiesdeler. De gedachte daarachter is dat er zo veel zetels zijn dat dit kan. Bij alle andere verkiezingen kan een partij dus een restzetel krijgen, ook als deze de kiesdeler niet haalt. Alleen bij heel kleine gemeenteraden kan dit tot in onze ogen onaanvaardbare consequenties leiden, omdat het dan mogelijk is dat een partij op basis van elf stemmen opeens een zetel krijgt, door het grootste-overschotstelsel. Om die reden is er een drempel ingevoerd van 75% van de kiesdeler. Ik zie geen reden om die drempel verder te verhogen. Mijn voorkeur zou zijn om het te laten zoals het is. Ik denk dat dit voorkomt wat wij willen voorkomen, zonder negatieve bijwerkingen.

Ik kom even terug op het onderwerp stemmen vanuit het buitenland, waarvoor de heer Taverne zich bij alle gelegenheden zeer actief opstelt. Er zit al een aantal vereenvoudigingen in het wetsvoorstel, zoals het registreren op de eilanden, waarover wij het zojuist hadden, en het gebruik van andere kleuren. Verder noem ik het sturen van een stembiljet via e-mail. Dat wordt geregeld in een experimentenwet die een dezer dagen bij de Kamer wordt ingediend. Bovendien gaan wij zo veel mogelijk Nederlanders van wie een adres in het buitenland bekend is, aanschrijven met het verzoek om zich te laten registreren. Uiteindelijk blijf ik met interesse kijken naar pogingen om stemmen via internet op enig moment mogelijk te maken. Dat zou wellicht het ultieme middel zijn, onder de voorwaarden die ik zojuist heb genoemd.

De meeste punten van de heer Heijnen heb ik aan de orde gehad.

De heer Bisschop vroeg aandacht voor mensen met een beperking. In deze zaal gaat het nu plenair specifiek over een wetsvoorstel. Mijn voorstel is om het onderwerp van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking aan de orde te stellen in het algemeen overleg van 21 maart. Ik geloof dat daarvoor vier uur is ingeruimd, dus daarvoor is ruimschoots gelegenheid.

De voorzitter:

Daarmee zijn wij aan het einde van de eerste termijn. Is er behoefte aan een tweede termijn? Ik constateer dat dit het geval is. Ik schors de vergadering tot kwart voor één en daarna vangen wij aan met de tweede termijn.

De vergadering wordt van 12.38 uur tot 12.45 uur geschorst.

De voorzitter:

Wij gaan door met de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Er staan vandaag verschillende stukken op de agenda. Een stuk dat niet op de agenda staat en dat ook niet aan de Handelingen zal worden toegevoegd, maar dat wel leuk is om hier genoemd te worden, is het stuk dat op dit moment door de heer Hans Versfelt wordt geschilderd op de publieke tribune. Hij is een schilderij aan het maken van de Tweede Kamer en het lijkt mij toch wel leuk dat we dat feit tenminste in de Handelingen laten opnemen. Dan staat het netjes vermeld, zodat hij nog eens kan teruglezen dat hij dat vandaag hier heeft gedaan. Het is een stuk dat niet aan de Handelingen wordt toegevoegd, maar dat prachtig wordt.

Voorzitter. We hebben een serieus debat gevoerd over de Kieswet, waarbij een aantal leden terecht wat amendementen heeft ingediend, die – zo hebben wij begrepen – naar alle waarschijnlijkheid weer zullen worden ingetrokken, omdat ze om een wat fundamentelere herbezinning vragen. Daar zijn wij blij mee. Als we al dingen wijzigen in de Kieswet, is het belangrijk dat we dat zorgvuldig voorbereiden, kenbaar maken en er een debat over kunnen voeren. We zijn blij dat we nu helderheid hebben over de datum van de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014. Men staat te popelen om zich goed voor te bereiden. We zullen binnenkort weer debatteren over de Kieswet en de procedures. Het is een belangrijke kwestie, maar deze wet kan wat ons betreft op deze wijze voortgaan.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Bosma. Hij heeft geen behoefte aan een tweede termijn. Dan is het woord aan de heer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn precieze en duidelijke beantwoording. Ik vind het moedig dat hij het besluit heeft genomen om nieuwe stembiljetten en het halve tellen even op sterk water te zetten en met deze Kamer de discussie over de stemcomputers aan te gaan. Daarbij staat privacy, privacy, privacy – ik zeg het maar even – natuurlijk op nummer één. Het is heel goed dat we daarover kunnen praten.

Meer in formele zin trek ik mijn amendement op stuk nr. 12 in, omdat de minister heeft toegezegd dat de regering daar een advies over gaat vragen aan de Raad van State. Dat advies wachten wij dan af.

De voorzitter:

Het amendement-Schouw (stuk nr. 33268, nr. 12) is ingetrokken.

De heer Taverne (VVD):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden in eerste termijn. Ik ben vanzelfsprekend zeer verheugd met de opmerkingen die hij heeft gemaakt over het verbeteren van het stemproces in Nederland en over het verdergaan met het nadenken over en in werking stellen van het proces om te komen tot elektronisch stemmen. Ik ben ook blij met de aandacht die hij heeft voor de noden van de Nederlandse kiesgerechtigden in het buitenland. Ik zie ernaar uit om daarin met hem op te trekken. Blij ben ik eveneens met de vrij brede steun die ik onder de collega's in deze Kamer heb gehoord voor het elektronisch stemmen en de mogelijkheden die dat biedt. Ik vind dat ontzettend belangrijk, omdat de eerder genoemde 350.000 mensen met een beperking daardoor een grotere kans krijgen om zelfstandig hun stem uit te brengen, waarmee ze invulling kunnen geven aan het stemgeheim dat ook aan hen toekomt.

Wij hebben de toelichting van de minister overwogen op het amendement op stuk nr. 15, dat ik samen met collega Heijnen van de PvdA heb ingediend over de introductie van nationale waarnemers. We hebben daarbij ook de opmerkingen betrokken die de Kiesraad daarover heeft gemaakt. Om die reden hechten wij eraan het amendement te handhaven.

Wat het amendement over lijstverbindingen op stuk nr. 16 betreft dat ik samen met collega Schouw heb ingediend dank ik de minister voor de bereidwilligheid om dit amendement ook voor te leggen aan de Raad van State voor voorlichting. De minister kan niet in de agenda van de Raad van State kijken, maar is hij bereid om de Raad van State te vragen enige haast te maken met dat advies zodat wij daarvan spoedig kennis kunnen nemen? Hieruit volgt dat ik dit amendement nu intrek.

De voorzitter:

U bedoelt het amendement dat is vervangen door het amendement op stuk nr. 17.

De heer Taverne (VVD):

Een terechte correctie, voorzitter, excuus. Dank u wel.

De voorzitter:

Het amendement-Taverne/Schouw (stuk nr.17) is ingetrokken.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. Het gezag van de Kiesraad speelt op verschillende dossiers een doorslaggevende rol wat ons betreft en ook wat de minister betreft. Ik verwijs naar de registratie van kiezers op de eilanden. Ik wil dat volgen. Wil de minister bevorderen dat de Kiesraad met het Stembureau Den Haag in gesprek gaat over de nadelen die de gemeente Den Haag daarbij vaststelt, ten einde te proberen die te beperken en mogelijk te vermijden?

Een tweede punt betreft de motie over de transparantie van de financiering van politieke partijen. De motie luidt aldus:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de transparantie van financiering van politieke partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 hoogstwaarschijnlijk nog niet wettelijk geregeld is;

overwegende dat volksvertegenwoordigers "zonder last" hun werk moeten doen;

van mening dat de burgemeesters als voorzitters van de gemeentelijke stembureaus een taak hebben in het bewaken van de integriteit van het verkiezingsproces;

van mening dat extern gefinancierde campagneactiviteiten van een kandidaat-volksvertegenwoordiger niet de schijn mogen wekken dat die volksvertegenwoordiger niet meer "zonder last" zijn werk zou kunnen doen;

verzoekt de regering, de burgemeesters erop te wijzen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 alert te zijn op signalen van mogelijke integriteitsschendingen in relatie tot campagnefinanciering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Heijnen en Klein. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 19 (33268).

De heer Bosma (PVV):

Dit is een interessante motie van de heer Heijnen. Maar dit staat toch ook al in het coalitieakkoord, of verschilt het daar nu van? Ik heb dat niet bij mij. Maar als het in het coalitieakkoord staat en de heer Heijnen dient een motie in waar dit al in staat, dan vertrouwt hij zijn eigen coalitieakkoord niet. En als hij iets indient wat haaks staat op dat coalitieakkoord, dan valt hij nu zijn eigen coalitieakkoord aan. Help mij nu eens, mijnheer Heijnen!

De heer Heijnen (PvdA):

Dat doe ik graag, want de heer Bosma ken ik toch als een vaak scherpzinniger collega dan nu. Ik heb het ook net al gezegd. Het coalitieakkoord leidt tot wetgeving. Die is niet klaar voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Deze motie dient ter overbrugging van de situatie tot het in werking treden van die wet.

De heer Bosma (PVV):

Dan is het dus een aanval op het eigen coalitieakkoord. Daarin staat: wij gaan dit regelen, het komt allemaal goed; ook de inperking van politieke partijen gaan wij regelen op gemeentelijk niveau. Nu zegt de heer Heijnen dat dat niet snel genoeg gaat en wil hij dus een soort wijziging van het coalitieakkoord. Dat is toch raar? Ik vraag mij echt af wat de VVD hier nu van vindt. De VVD zwijgt op dit onderwerp de hele dag al. Wij zien de heer Taverne hierbij niet. Ik ben toch heel benieuwd hoe de VVD hier tegenover staat. Deelt de heer Heijnen mijn mening dat dit een aanpassing is van het coalitieakkoord?

De heer Heijnen (PvdA):

Dat is niet het geval. Ook naar dit punt hebben de heer Taverne en ik nog eens goed gekeken. Het regeerakkoord leidt tot wetgeving die in voorbereiding is. Die is helaas niet van toepassing op het moment van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014. Op weg daar naartoe kunnen wij met de beschikbare instrumenten, namelijk de verantwoordelijkheid van burgermeesters als hoofden van de stembureaus, uit de voeten door hen te vragen op te letten wanneer kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen acties verrichten waarbij sprake is van een zodanige financiering dat de vraag naar het onafhankelijk en zonder last opereren zich laat stellen. Dat gaan wij dan doen.

De heer Schouw (D66):

Ik begrijp de motie en ik heb er ook sympathie voor, maar ik zit een beetje met een los eindje. Stel dat ik burgemeester ben van Roermond en ik zie bij de gemeenteraadsverkiezingen dat er twee heel grote billboards in mijn gemeente worden neergezet door de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid. Indachtig die motie moet ik opletten, want die billboards zijn misschien wel gefinancierd door een lokale ondernemer. Wat moet ik als burgemeester dan precies doen? De motie van de heer Heijnen roept op om iets te doen, maar wat moet ik doen?

De heer Heijnen (PvdA):

De burgemeester zou contact kunnen opnemen met de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid en vragen of hij inzicht wil geven in de manier waarop hij die borden heeft laten betalen dan wel zelf heeft betaald. Hij kan de betrokken kandidaat erop wijzen dat hij er verstandig aan doet om daarover transparant te zijn. Een en ander in de geest van de wet zoals die voor landelijke politieke partijen geldt en die straks ook voor plaatselijke partijen geldt. Daarmee voorkomt de kandidaat dat, als hij wordt gekozen, anderen de vraag stellen of er geen relatie is tussen die gift en zijn opereren in de gemeenteraad.

De heer Schouw (D66):

Dan ben ik precies bij mijn punt, want dan zegt die lijsttrekker van de Partij van de Arbeid: mijnheer de burgemeester, op basis van welke bevoegdheid stelt u die vragen? Dat is even het punt, want als we die bevoegdheid niet regelen, kan de fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid zeggen: burgemeester, waar bemoeit u zich mee? Ga heen en word warm! En dan is het feest afgelopen.

De heer Heijnen (PvdA):

De burgemeester heeft thans al de bevoegdheid om toe te zien op de integriteit in het openbaar bestuur in zijn gemeenteraad, net zoals iedere burger, maar hij als voorzitter van de gemeenteraad in het bijzonder. Sterker nog, er is wetgeving in voorbereiding die al bij de Raad van State ligt, die al in consultatie is geweest en die we dus allemaal hebben kunnen zien, en die de verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de integriteit ook formeel regelt. Ik hoop dat we die wel kunnen vaststellen en in wetgeving laten neerslaan vóór maart 2014. Dan is het punt van de heer Schouw helemaal geadresseerd.

De heer Bisschop (SGP):

Ik wil daarbij aansluiten. Ik benijd de burgemeesters niet die op basis van deze motie zouden moeten gaan opereren, omdat de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Hoe kom je daarachter? Wat maak je bovendien allemaal los? In de scherper wordende verkiezingsstrijd kan het ook zo zijn dat de ene fractie of de ene partij een anonieme tip aan de burgemeester geeft om eens goed te kijken naar een reclamecampagne. Dat is toch geen werkbare vorm? Ik begrijp de zorg die uit de motie spreekt en die deel ik ook. We moeten hier uiterst zorgvuldig mee omgaan, want dit is een van de pijlers van een goed functionerende democratie. Ik ben het daar van harte mee eens. We nemen met deze motie echter een beetje de binnenbocht door met zo'n algemene formulering de burgemeesters te willen belasten met het toezicht. Is de heer Heijnen het met mij eens?

De heer Heijnen (PvdA):

Nee.

De heer Bisschop (SGP):

Daar was ik al bang voor.

De heer Heijnen (PvdA):

De Wet financiering politieke partijen stelt heel duidelijke grenzen aan de bedragen en giften waarover men transparant moet zijn. Boven de € 1.000 dient men een en ander intern te registeren, boven de € 4.500 dient men dat bekend te maken. De burgemeesters zouden er dus op kunnen toezien of lokale kandidaten en partijen op hun site publiceren of en in hoeverre er sprake is geweest van een gift boven de € 4.500. Concreter kan ik het niet maken.

Over de bevoegdheid heb ik het net, in antwoord op de vraag van de heer Schouw, al gehad.

De heer Bisschop (SGP):

Is de heer Heijnen het met mij eens dat deze motie qua intentie doet wat zij beoogt, maar dat de rechtsgrondslag van de burgemeester op dit moment door die motie onvoldoende en ontoereikend is?

De heer Heijnen (PvdA):

Burgemeesters hebben in dit land gezag. Dat gezag van burgemeesters heeft met name betrekking op het integer opereren van de lokale democratie, inclusief het stemproces. Ik heb niet de twijfel die de heer Bisschop heeft over de manier waarop de burgemeester met dit gezag kan omgaan, met de aansporing en alertering via deze motie.

De heer Van Raak (SP):

Je kunt natuurlijk sponsoring door commerciële partijen verbieden, zoals wij willen doen. Dan heb je dit opgelost. Je kunt dit ook in de wet regelen, zoals we nu hebben gedaan. Daarbij wordt gezegd: je moet het openbaar maken. Dat is ook een oplossing die mogelijk is. Ik voorzie echter ook dat het grote probleem ontstaat dat de burgemeester straks achter politici aan moet, waarna de politici hem vragen: burgemeester, waar bemoeit u zich mee? Dan kan de burgemeester onderwerp worden van een politiek debat over een wet die nog niet in werking is getreden. Ik vind het ontzettend sympathiek dat de heer Heijnen vooruitdenkt, maar ik voorzie heel veel problemen bij de uitvoering.

De heer Heijnen (PvdA):

Het zal moeten blijken of die problemen ontstaan. Op dit moment is er niets. Ik wil tot uitdrukking brengen dat de Kamer er veel aan gelegen is dat er geen giften in het geniep worden gedaan aan partijen, dus zonder dat de burger kan beoordelen of er mogelijk sprake is van "voor wat, hoort wat". Daarbij doel ik op stemgedrag of een opvatting in de raad van de desbetreffende kandidaat die terug te voeren is op die gift. Dat wil de heer Van Raak van de SP niet, dat wil ondergetekende niet en dat wil niemand in de Kamer. Wij willen incidenten daaromtrent vermijden. Dit is daarvoor een aardig hulpmiddel.

De heer Van Raak (SP):

Ik ben het ermee eens dat wij dit moeten voorkomen en moeten aanpakken. Het gaat mij echter om de figuur van de burgemeester. Is dat wel de goede figuur hiervoor? Is er misschien een andere figuur die dit beter kan doen? Misschien heeft de minister daarvoor een suggestie.

De heer Heijnen (PvdA):

Als dat zo is, ben ik daar ontvankelijk voor en pas ik de motie graag aan.

De voorzitter:

Wil de heer Bisschop gebruikmaken van zijn spreektijd in de tweede termijn? Ik zie dat dit niet het geval is. Het woord is aan de minister voor de beantwoording in de tweede termijn.

Minister Plasterk:

Ik dank de leden voor de steun voor dit wetsvoorstel. Ik heb op twee punten toegezegd om een voorlichting aan de Raad van State te vragen. De heer Taverne vroeg of ik daarvan een spoedverzoek zou willen maken. Daarbij heb ik eerlijk gezegd een lichte aarzeling. Ik wil het doen van een spoedverzoek echt beperken tot de gevallen waarbij ik tegen een deadline aanwerk. Ik zeg toe dat ik zal proberen om de vaart erin te houden. Ik ga ervan uit dat de Raad van State hier niet onnodig lang over zal doen.

Er is gesproken over nationale waarnemers. Ik heb mijn best gedaan om de Kamer ervan te overtuigen dat ik dit niet uitsluit. Dit is zeker geen halszaak. Ik constateer dat, zoals het zich laat aanzien, een Kamermeerderheid vindt dat zij daarop niet zit te wachten. De OVSE heeft op dit punt geen dwingende werking. Het is dus inderdaad aan de Kamer om dit te doen.

Ik kom tot slot op de motie van de heer Heijnen, op stuk nr. 19. Ik zal eerst mijn conclusie geven. Ik laat het oordeel over deze motie graag over aan de Kamer. In de eerste overweging van die motie staat al dat er met deze motie wordt vooruitgelopen op de komende wet. Over de richting kunnen we het dus al helemaal niet oneens zijn. Met de andere overwegingen ben ik het ook eens. In het dictum wordt de regering gevraagd – ik neem aan dat het mij wordt gevraagd – om de burgermeesters te vragen om toe te zien op de integriteit. De burgemeester doet dat, als hoofd van het centraal stembureau, sowieso al. Het hoofd van het centraal stembureau ziet toe op de integriteit van het verkiezingsproces. Zoals de heer Heijnen zojuist al zei, heeft de burgemeester ook een lokaal gezag, waardoor het wel degelijk een effect kan hebben als hij ergens aandacht voor vraagt. Ik ben het echter eens met eenieder die zegt dat er geen sterke wettelijke grondslag is voor enig ingrijpen. Dat is precies de reden dat er een wetsvoorstel op dit punt ligt. In die zin is wat in de motie wordt gevraagd, meer het uitspreken van een intentie. Het heeft geen groot rechtsgevolg.

De heer Bosma (PVV):

Als er geen sterke wetsgrond is voor wat wordt gevraagd in de motie, dan moet de minister toch gewoon concluderen dat dit een rare symboolmotie is? Daarin staat eigenlijk: burgemeester als er tijdens de verkiezingen bij u een groot billboard hangt, grijp dan in en doe iets! De minister moet dan toch gewoon eerlijk zijn en deze motie ontraden? Dit toch een heel rare motie?

Minister Plasterk:

Het gebeurt heel regelmatig dat er door de Kamer uitspraken worden gedaan die geen direct rechtsgevolg hebben maar die de aard van een oproep of een opvatting of mededeling hebben. Ik vind het dan ook niet ongebruikelijk.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn beantwoording in tweede termijn. Over de motie, amendementen en het wetsvoorstel zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Hierna zouden wij een debat houden over het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet en de Provinciewet in verband met het aanpassen van enkele bepalingen inzake het financieel toezicht op gemeenten en provincies (33302). Bij nader inzien hebben geen van de woordvoerders de behoefte om te spreken. Wij willen dan ook het voorstel doen om dit alsnog als hamerstuk af te doen.

De voorzitter:

Het debat zal van de plenaire agenda worden afgevoerd. Om 14.30 uur zal de Kamer beginnen met het debat over de wijziging van onder meer de Wet marktordening gezondheidszorg i.v.m. het tijdig signaleren van risico's voor continuïteit van zorg alsmede i.v.m. het aanscherpen van procedures met het oog op kwaliteit en bereikbaarheid van zorg (33253).

De vergadering wordt van 13.05 uur tot 14.30 uur geschorst.

Voorzitter: Van Miltenburg