Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331125 nr. 15

31 125 Defensie Industrie Strategie

Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 november 2012

Met haar brief van 12 november jl. heeft de vaste commissie voor Defensie mij om aanvullende informatie gevraagd over het uitbesteden van SAR-taken en de inhoud van het overleg met de centrales van overheidspersoneel. Met deze brief reageer ik op dat verzoek.

SAR en patiëntenvervoer

Het Kamerlid Knops (CDA) heeft tijdens het algemeen overleg over sourcing van 21 juni jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 13) de suggestie gedaan dat Defensie de SAR-taken en het patiëntenvervoer van de Waddeneilanden kan uitbesteden (aan bijvoorbeeld de ANWB) aangezien het geen kerntaken van Defensie betreft. In de brief van 1 november jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 14) heeft mijn ambtsvoorganger gemeld dat nader onderzoek heeft uitgewezen dat voor de uitbesteding van de SAR-taken en het patiëntenvervoer geen business case te maken is en daarom dit onderwerp niet op de sourcingagenda geplaatst is.

Search and rescue (SAR) is een integraal onderdeel van het takenpakket van de maritieme helikopters en maakt daarom deel uit van de behoeftestelling voor de NH-90 helikopters die zijn uitgerust voor de uitvoering van deze taak. Het personeel is daarvoor opgeleid en getraind. De civiele uitvoering van de SAR-taak voor de Nederlandse kustwateren en ruime binnenwateren wordt gecoördineerd door de Kustwacht en uitgevoerd met materieel en personeel van Defensie onder de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu. Deze taak zou door een marktpartij kunnen worden uitgevoerd, maar stelt wel hoge eisen aan materieel en personeel. Defensie heeft ervaring met de huur van dergelijke capaciteit om de periode tussen de uitfasering van de Lynx helikopter en de ingebruikname van de NH-90 te overbruggen. Zodra de NH-90 operationeel is, waarschijnlijk in 2014, zullen voor deze taak twee NH-90 helikopters beschikbaar zijn. Door deze taak te combineren met de reguliere opleidingen en trainingen hoeft Defensie daarvoor geen afzonderlijke capaciteiten beschikbaar te stellen. Uitbesteding van de civiele SAR-taak zal voor Defensie geen besparingen opleveren.

Defensie voert het patiëntenvervoer van en naar de Friese Waddeneilanden (Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog) al sinds lange tijd om niet uit onder de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 2010 hebben de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie en de provincie Friesland over de uitvoering van deze taak een bestuurlijk convenant getekend. Daarin hebben zij afgesproken dat Defensie deze taak om niet zal blijven uitvoeren. Defensie zal voor dat patiëntenvervoer gebruik maken van de twee NH-90»s die tevens beschikbaar zijn voor de SAR-taak. Het patiëntenvervoer is geen kerntaak en zou door een marktpartij kunnen worden uitgevoerd, mede omdat deze taak minder eisen stelt aan personeel en materieel dan de SAR-taak.

Er van uitgaande dat Defensie vrijvallende vlieguren zal gebruiken voor oefendoeleinden levert uitbesteding voor Defensie geen capaciteitsreductie op en dus ook geen besparingen.

Los van doelmatigheidsoverwegingen acht ik uitbesteding in opdracht van Defensie ook uit bestuurlijke overwegingen niet wenselijk. Defensie zou daarmee opdrachtgever worden voor taken waarvoor een andere minister beleidsverantwoordelijk is. De rol van Defensie wordt in dat geval onduidelijk. Bij uitbesteding ligt een directe relatie van een marktpartij met de beleidsverantwoordelijke of, in het geval van patiëntenvervoer, de regio Friesland meer voor de hand.

Bovenstaande laat onverlet dat de ANWB desgewenst zelf mogelijkheden kan onderzoeken en voorstellen kan doen om het patiëntenvervoer en de SAR-taken uit te voeren. Een dergelijk voorstel dient dan te worden gericht aan de ondertekenaars van het convenant en, voor zover het voorstel betrekking heeft op civiele SAR-taken, ook aan het ministerie van Infrastructuur & Milieu. Defensie heeft hierover contact gehad met de ANWB. De ANWB heeft laten weten het eigen onderzoek begin 2013 te willen presenteren aan betrokken partijen. Ik wacht dat onderzoek met belangstelling af.

Sociaal statuut

In de brief van 19 juni (Kamerstuk 31 125, nr. 12) en 1 november jl. heeft mijn ambtsvoorganger gemeld dat Defensie afspraken wil maken met de centrales van overheidspersoneel over hun betrokkenheid voor aanvang van sourcingprojecten, omdat in veel gevallen de overdracht van personeel aan een marktpartij aan de orde is. In een concept Sociaal Statuut Uitbesteding zijn de voorwaarden en de uitgangspunten vastgelegd die gelden bij de overname van arbeidsvoorwaarden. Daarbij zijn vragen aan de orde zoals de rechten van het personeel dat overgaat naar de overnemende partij en de bijbehorende arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen (zowel primaire als secundaire).

In augustus jl. is het concept Sociaal Statuut formeel aangeboden aan de centrales van overheidspersoneel en vanaf 4 september jl. worden hierover besprekingen gevoerd. Ik hecht er belang aan dat hierover zo spoedig mogelijk duidelijkheid ontstaat omwille van de betrokken medewerkers en de uitvoering van de sourcingsprojecten en hoop dat begin volgend jaar een akkoord kan worden bereikt. Ik zal u daarover dan snel informeren. Tot het zo ver is, is de inhoud van de besprekingen een aangelegenheid tussen de minister van Defensie als werkgever en de centrales van overheidspersoneel als vertegenwoordigers van het defensiepersoneel.

De minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert