Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 november 2012
Met haar brief van 12 november jl. heeft de vaste commissie voor Defensie mij om aanvullende
informatie gevraagd over het uitbesteden van SAR-taken en de inhoud van het overleg
met de centrales van overheidspersoneel. Met deze brief reageer ik op dat verzoek.
SAR en patiëntenvervoer
Het Kamerlid Knops (CDA) heeft tijdens het algemeen overleg over sourcing van 21 juni
jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 13) de suggestie gedaan dat Defensie de SAR-taken en het patiëntenvervoer van de Waddeneilanden
kan uitbesteden (aan bijvoorbeeld de ANWB) aangezien het geen kerntaken van Defensie
betreft. In de brief van 1 november jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 14) heeft mijn ambtsvoorganger gemeld dat nader onderzoek heeft uitgewezen dat voor
de uitbesteding van de SAR-taken en het patiëntenvervoer geen business case te maken is en daarom dit onderwerp niet op de sourcingagenda geplaatst is.
Search and rescue (SAR) is een integraal onderdeel van het takenpakket van de maritieme helikopters
en maakt daarom deel uit van de behoeftestelling voor de NH-90 helikopters die zijn
uitgerust voor de uitvoering van deze taak. Het personeel is daarvoor opgeleid en
getraind. De civiele uitvoering van de SAR-taak voor de Nederlandse kustwateren en
ruime binnenwateren wordt gecoördineerd door de Kustwacht en uitgevoerd met materieel
en personeel van Defensie onder de beleidsverantwoordelijkheid van de minister van
Infrastructuur en Milieu. Deze taak zou door een marktpartij kunnen worden uitgevoerd,
maar stelt wel hoge eisen aan materieel en personeel. Defensie heeft ervaring met
de huur van dergelijke capaciteit om de periode tussen de uitfasering van de Lynx
helikopter en de ingebruikname van de NH-90 te overbruggen. Zodra de NH-90 operationeel
is, waarschijnlijk in 2014, zullen voor deze taak twee NH-90 helikopters beschikbaar
zijn. Door deze taak te combineren met de reguliere opleidingen en trainingen hoeft
Defensie daarvoor geen afzonderlijke capaciteiten beschikbaar te stellen. Uitbesteding
van de civiele SAR-taak zal voor Defensie geen besparingen opleveren.
Defensie voert het patiëntenvervoer van en naar de Friese Waddeneilanden (Vlieland,
Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog) al sinds lange tijd om niet uit onder de
beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
In 2010 hebben de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties en Defensie en de provincie Friesland over de uitvoering van
deze taak een bestuurlijk convenant getekend. Daarin hebben zij afgesproken dat Defensie
deze taak om niet zal blijven uitvoeren. Defensie zal voor dat patiëntenvervoer gebruik
maken van de twee NH-90»s die tevens beschikbaar zijn voor de SAR-taak. Het patiëntenvervoer
is geen kerntaak en zou door een marktpartij kunnen worden uitgevoerd, mede omdat
deze taak minder eisen stelt aan personeel en materieel dan de SAR-taak.
Er van uitgaande dat Defensie vrijvallende vlieguren zal gebruiken voor oefendoeleinden
levert uitbesteding voor Defensie geen capaciteitsreductie op en dus ook geen besparingen.
Los van doelmatigheidsoverwegingen acht ik uitbesteding in opdracht van Defensie ook
uit bestuurlijke overwegingen niet wenselijk. Defensie zou daarmee opdrachtgever worden
voor taken waarvoor een andere minister beleidsverantwoordelijk is. De rol van Defensie
wordt in dat geval onduidelijk. Bij uitbesteding ligt een directe relatie van een
marktpartij met de beleidsverantwoordelijke of, in het geval van patiëntenvervoer,
de regio Friesland meer voor de hand.
Bovenstaande laat onverlet dat de ANWB desgewenst zelf mogelijkheden kan onderzoeken
en voorstellen kan doen om het patiëntenvervoer en de SAR-taken uit te voeren. Een
dergelijk voorstel dient dan te worden gericht aan de ondertekenaars van het convenant
en, voor zover het voorstel betrekking heeft op civiele SAR-taken, ook aan het ministerie
van Infrastructuur & Milieu. Defensie heeft hierover contact gehad met de ANWB. De
ANWB heeft laten weten het eigen onderzoek begin 2013 te willen presenteren aan betrokken
partijen. Ik wacht dat onderzoek met belangstelling af.
Sociaal statuut
In de brief van 19 juni (Kamerstuk 31 125, nr. 12) en 1 november jl. heeft mijn ambtsvoorganger gemeld dat Defensie afspraken wil maken
met de centrales van overheidspersoneel over hun betrokkenheid voor aanvang van sourcingprojecten,
omdat in veel gevallen de overdracht van personeel aan een marktpartij aan de orde
is. In een concept Sociaal Statuut Uitbesteding zijn de voorwaarden en de uitgangspunten
vastgelegd die gelden bij de overname van arbeidsvoorwaarden. Daarbij zijn vragen
aan de orde zoals de rechten van het personeel dat overgaat naar de overnemende partij
en de bijbehorende arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen (zowel primaire als secundaire).
In augustus jl. is het concept Sociaal Statuut formeel aangeboden aan de centrales
van overheidspersoneel en vanaf 4 september jl. worden hierover besprekingen gevoerd.
Ik hecht er belang aan dat hierover zo spoedig mogelijk duidelijkheid ontstaat omwille
van de betrokken medewerkers en de uitvoering van de sourcingsprojecten en hoop dat
begin volgend jaar een akkoord kan worden bereikt. Ik zal u daarover dan snel informeren.
Tot het zo ver is, is de inhoud van de besprekingen een aangelegenheid tussen de minister
van Defensie als werkgever en de centrales van overheidspersoneel als vertegenwoordigers
van het defensiepersoneel.
De minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert