Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 58, item 14

14 Europese kerncentrales

Aan de orde is het dertigledendebat over het bericht "Europese kerncentrales niet veilig genoeg".

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Nieuwszender BNR berichtte vandaag dat het schoonmaken van Fukushima zo'n 100 miljard kost. Stel je eens voor wat zo'n bedrag zou betekenen voor de Nederlandse economie of voor de economie van een ander Europees land. We hebben een rapport gekregen waarop ook Commissaris Oettinger een toelichting namens de Europese Unie gaf. Hij zei dat er minstens 15 tot 25 miljard moet worden geïnvesteerd om de Europese kerncentrales en installaties op een veilig niveau te brengen.

Ik wil van de minister weten hoeveel er in de tussentijd is uitgegeven aan die veiligheid en hoeveel er op dat punt is verbeterd. Hoe is het, in Nederland, met de veiligheid van Borssele, vooral wat betreft haarscheurtjes in het kernreactorvat? Is dat nu met de modernste techniek, de ultrasone techniek, onderzocht? Hoe is het met Tihange? Hebben we inmiddels een risicoanalyse voor de Nederlandse burgers over wat er zou gebeuren als daar een ongeluk plaatsvindt? De kans daarop is klein, maar als het gebeurt, zijn de gevolgen groot. Zijn de haarscheurtjes daar voldoende onderzocht? Is daar een noodstroomvoorziening voor het geval de stroom van die centrale wegvalt?

Hoe is het gesteld met Europese kerncentrales die op breuklijnen staan, waar aardbevingen kunnen plaatsvinden? Is er een risicoanalyse voor als zo'n aardbeving zich voordoet? Wat is dan het gevolg voor de Nederlandse economie en de Nederlandse burgers?

Hoe staat het met de scheiding tussen toezicht en vergunningverlening in Nederland? Een van de aanbevelingen die voortkwam uit het ongeluk in Japan, is dat er een volledige scheiding moet zijn, niet een soort fictieve scheiding, met een muurtje tussen ambtenaar A en ambtenaar B, die niet met elkaar mogen praten.

Hoe staat het met het kernafval in de duinen van Petten? Zijn er risico's voor het grondwater? Kan het daar gaan lekken? De vaten roesten namelijk enigszins. Mocht er sprake zijn van vervuiling van het grondwater, wat is dan het risico voor de bewoners?

Hoe zit het met de plannen van de Belgische regering om kernafval ondergronds op te slaan dicht bij de Nederlandse grens? Is er een risicoanalyse voor het grondwater en voor de Nederlandse drinkwaterwinning daar?

Hoe staat het met de mogelijkheid tot het verstrekken van jodiumpillen in heel Nederland, op plekken langs de grens? Ik weet dat het in Borsele inmiddels is geregeld, maar langs de grens kan er door grensoverschrijdende ongelukken een eventueel risico van een kernramp zijn.

Hebben we inmiddels, geruime tijd na Fukushima, al onze risicoplannen, onze crisiscommunicatieplannen en onze evacuatieplannen goed afgestemd met onze buurlanden? Zijn bijvoorbeeld alle telefoonnummers van burgermeesters bekend bij de verschillende voorzitters van de veiligheidsrisicogebieden in Limburg, Overijssel en Brabant? Hoe staat het daarmee?

Dit alles is eigenlijk één grote vraag om ons eens gedetailleerd mee te nemen in een update van het Europese onderzoek naar de veiligheid van Europese reactors, welk onderzoek ook de aanleiding voor dit debat was. Daaruit kwam vrij duidelijk naar voren dat het nog bij lange na niet op orde is.

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter. De Partij voor de Vrijheid is voor kernenergie, mits die veilig en verantwoord is. Na de ramp in Fukushima heeft de stresstest voor Borssele klip-en-klaar aangetoond dat deze centrale veilig is. Nut en noodzaak van dit debat zijn wat onze fractie betreft dan ook volstrekt onduidelijk. Maar nu ik hier toch sta, wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om net als in het vorige debat de minister een beetje te helpen. Ik wijs de minister graag op de feiten over kernenergie die de subsidievretende windmolenlobby nogal eens onvermeld laat. Kernenergie is naar onze mening nog altijd een van de efficiëntste vormen van energie. Die ene kleine kerncentrale in Borsele voorziet in 4% van onze totale energievoorziening. Ter vergelijking: onze kleine kerncentrale in Borsele levert evenveel energie op als een strook van 52 kilometer aan windmolens op zee. Daarnaast gaat een kerncentrale minstens drie keer zo lang mee als een windturbine en draait een kerncentrale niet op subsidies die de belastingbetaler moet ophoesten. Bovendien is een kerncentrale extreem milieuvriendelijk vanwege het ontbreken van CO2-uitstoot. Een centrale veroorzaakt dan ook van bouw tot ontmanteling even weinig broeikasgas per kilowattuur als een windmolen.

Energiebedrijven staan op dit moment niet te springen om een nieuwe kerncentrale te bouwen. Zij ontvangen geen marktverstorende subsidies en durven het niet aan, gezien de politieke waan van de dag, om de aanvankelijke forse investering aan te gaan. Bovendien valt natuurlijk niet te ontkennen dat door de vreselijke gebeurtenissen in Fukushima het draagvlak voor kernenergie onder de bevolking een forse deuk heeft opgelopen. Echter, ook op het gebied van kernenergie doen zich zeer interessante innovaties voor elders in de wereld. Het valt niet uit te sluiten dat er nieuwe types van kerncentrales beschikbaar komen die voor een nieuwe energierevolutie kunnen zorgen naast schaliegas en schalieolie. Zoals de bekende filosoof Karl Popper ooit al betoogde, laten technologische ontwikkelingen zich niet voorspellen.

Tot zover de potentiële toekomstige energievraagstukken. Nu weer terug naar de realiteit van vandaag waarin dit kabinet zichzelf een doelstelling van 16% duurzame energie heeft opgelegd waaraan het hele energiebeleid is opgetuigd. Dat is een rare doelstelling die wat de PVV betreft linea recta de prullenbak in kan. Gezien de duurzaamheidshobby die dit kabinet aanhangt en het feitenrelaas dat ik zojuist heb gegeven, begrijp ik niet waarom de minister die 4% kernenergie in Nederland niet meerekent als duurzame energie. Er is immers geen CO2-uitstoot. Omdat de secretaris van I en M weigert een eenduidige definitie te geven van het begrip "duurzaamheid", staat het de minister van Economische Zaken dus vrij om er een eigen invulling aan te geven. Daarnaast wordt kernenergie bij sommige energiebedrijven reeds als duurzame energie bestempeld, dus dat is binnen de branche niet ongebruikelijk. Bovenal geeft de minister daarmee zichzelf en de belastingbetaler wat lucht, omdat er dan minder miljarden geïncasseerd hoeven te worden om de door hem gewenste verduurzaming te bekostigen. In deze tijden van crisis is iedereen daarbij gebaat. Mijn concrete vraag is op basis van welke criteria deze minister kernenergie niet milieuvriendelijk vindt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Als de PVV Popper gaat citeren, kan het nog wel wat worden met die partij. Mijn vraag is of mevrouw Klever één kerncentrale kan noemen in de hele wereld die gebouwd is zonder een vorm van financiële bijdrage van overheden.

Mevrouw Klever (PVV):

De kerncentrale in Borsele is al afgeschreven. Dat betekent dat wij bijna gratis energie krijgen. Daar gaat het om. Ik snap dat mevrouw Van Tongeren hier krampachtig probeert om het deukje wat verder uit te diepen in het draagvlak onder de bevolking dat kernenergie geen toekomst heeft in Nederland, maar daar doen wij niet aan mee.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik concludeer dus dat mevrouw Klever niet één kerncentrale kan noemen. Zij zegt: het is correct dat de kerncentrale in Borsele gewoon ook uit gemeenschapsmiddelen is gefinancierd. Dank u wel!

Mevrouw Klever (PVV):

Mevrouw Van Tongeren legt mij dingen in de mond die ik niet heb gezegd. Daar neem ik dan ook krachtig afstand van. Ik vind dat echt impertinent.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Hoe later de avond, hoe schoner de antwoorden van de minister, hoop ik.

De veiligheid van kerncentrales is een sine qua non of in goed Nederlands: als ze niet veilig zijn, kunnen ze niet draaien. Tegelijkertijd is 100% zekerheid natuurlijk nooit te geven. Dus hoe bepaal je de veiligheid: door benchmarking en stresstesten, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen.

Bij de verlenging van de levensduur van Borssele is afgesproken dat deze centrale bij de mondiale top zou moeten horen qua veiligheid. Blijkt dit ook uit de test, zo vraag ik de minister. Zo ja, kan hij dat dan onderbouwen? Zo nee, waarom niet? Welke actie moet er dan volgens hem nog worden ondernomen?

Ook de veiligheid van buitenlandse kerncentrales is voor onze burgers cruciaal. Daarom heb ik een aantal vragen over de Europese stresstesten. Deelt de minister de kosteninschatting van 10 tot 25 miljard voor het beter beveiligen van alle bestaande Europese kerncentrales? Kan hij inzicht geven in de mate waarin de nodige maatregelen genomen worden door andere EU-lidstaten? En hoe zit het met de centrales die dichtbij Europa liggen, maar buiten de Europese Unie, bijvoorbeeld de centrales in Turkije, Armenië en andere voormalige Sovjetstaten in Centraal-Azië en Iran? Wordt er afgedwongen dat die maatregelen wel genomen worden indien de lidstaten in kwestie bijvoorbeeld krap bij kas zitten in tijden van crisis? Ik heb het dan natuurlijk over de lidstaten van de Europese Unie. Overigens was ik blij om te zien dat er bij de discussie over de besteding van de Europese middelen in ieder geval wel geld is gereserveerd voor decommissioning van oude centrales in het voormalige Oostblok. Kan en moet de grens waaronder de potentiële schade van een ramp bij een exploitant ligt, geactualiseerd worden met de huidige kennis? Dat wil zeggen "verder omhoog", want deze grens ligt nu onder 1 miljard euro en dat is bepaald van een andere orde van grootte dan de investeringsopgave.

Er is recentelijk een AMvB voorgehangen met daarin de kaders die nodig zijn voor de langetermijnopslag. Wat komt er na de COVRA? Die plannen moeten er nog deze kabinetsperiode, namelijk volgend jaar, zijn. Kan de minister zijn visie op de langdurige opslag schetsen? Wil hij die bijvoorbeeld in Nederland realiseren of wil hij zich inkopen in de opslag die in Finland in aanbouw is? Wanneer hoort de Kamer hier meer over en wanneer beoogt de minister hierover een definitief besluit te nemen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Goh, kerncentrales blijken niet veilig te zijn! Wie had dat nou gedacht? Ik neem aan dat de regering de gezondheid en het welzijn van mensen boven alles stelt en ik zeg dan ook tegen de minister: succes! Ik ben heel benieuwd.

De voorzitter:

Dat was een heel korte bijdrage. Zo kan het dus ook.

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Vandaag hebben wij dan eindelijk dit lang geleden aangevraagde debat over de veiligheid van kerncentrales. Dit debat is aangevraagd door GroenLinks, een verklaard tegenstander van kernenergie en van kerncentrales in het bijzonder.

Dat juist GroenLinks als aanvrager van het debat vandaag vroeg om het spoeddebat met een jaar uit te stellen door het onderaan de lijst met nog te plannen debatten te plaatsen, is voor mij het beste bewijs dat er met de veiligheid van kerncentrales in Nederland niets mis is. Want wie een spoeddebat aanvraagt, weet immers welk punt gemaakt gaat worden en zal dagelijks aandringen op de spoedige behandeling van het onderwerp. Dat het vandaag niet gebeurt, stelt mij dan ook zeer gerust! Het is ook niet zo gek, want Borssele hoort bij de 25% veiligste centrales in de wereld. Het is een bewuste keuze van de Nederlandse regering, want met de veiligheid van mensen mogen wij geen loopje nemen. De Europese stresstest is natuurlijk de feitelijke onderbouwing van de veiligheid van de centrale. En de VVD ziet in de conclusies van de minister en de Kernfysische Dienst dan ook geen aanleiding om te twijfelen aan de veiligheid van de centrale in Borsele.

De voorzitter:

Ik begrijp wel waarom mevrouw Van Tongeren achter de interruptiemicrofoon staat.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik heb dit debat natuurlijk niet voor niets aangevraagd. Had de VVD-fractie dit met mij belangrijk gevonden, dan hadden wij hierover al veel eerder een plenair debat gehad. Ik vind een onderwerp als de veiligheid van onze burgers en de grote impact die een ramp kan hebben op onze economie, wel een plenair debat waard. Ik zou daarom graag van de VVD horen waarom zij nooit en te nimmer een verzoek van GroenLinks voor een plenair debat over kernenergie gesteund heeft.

De heer Leegte (VVD):

Het antwoord daarop is niet zo moeilijk. Als de VVD iets belangrijk vindt, zorgen wij ervoor dat het snel besproken wordt. Daarvoor bestaan allerlei procedures. We kunnen vragen stellen aan de minister. We kunnen het voor een algemeen overleg agenderen. We hadden het kunnen agenderen voor de begrotingsbehandeling in december. Dat GroenLinks van al die mogelijkheden geen gebruik heeft gemaakt, laat wel zien dat het onderwerp helemaal niet zo urgent is. Kennelijk wil GroenLinks een politiek nummertje maken of emoties stimuleren. Dat is allemaal leuk en aardig, maar het is vooral een geruststellende gedachte, want blijkbaar gaat er helemaal niets mis met die veiligheid. Uw optreden bewijst dat en daarom is het zo goed dat wij dit debat hebben.

De voorzitter:

De laatste keer mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het siert de VVD dat zij mij ziet als de "ultieme autoriteit" in Nederland op het gebied van kernveiligheid. De VVD heeft dat zojuist bij monde van de heer Leegte gezegd. Ik kan de VVD helaas niet geruststellen, want ik en ook Oettinger, misschien wel iemand met een klein beetje meer status dan een woordvoerder van de GroenLinks-fractie, zeggen dat er in Nederland en Europa ongelooflijk veel mis is met de veiligheid op kerngebied en dat er 10 tot 25 miljard in geïnvesteerd moet worden. Dat zeiden wij oktober vorig jaar al, maar de VVD vindt dit blijkbaar niet belangrijk genoeg om er ook maar één minuut aan te besteden.

De heer Leegte (VVD):

Als ik GroenLinks al iets vind in het debat over kernenergie, dan is het als de bel van de tram, die waarschuwt als hij eraan komt. Als de bel niet luidt rond de veiligheid van kerncentrales, is dat het beste bewijs dat het met de veiligheid van die centrales niets mis is. Dat GroenLinks, juist GroenLinks, dit debat, dat deze fractie vroeger nog zo belangrijk vond, met vandaag een jaar wil uitstellen, geeft aan dat het niet gaat om de veiligheid maar dat het er kennelijk om gaat, een politiek punt te maken. En daarom zijn wij hier met zijn allen.

Voorzitter. Uit de stresstest blijkt dat de veiligheidsmarges van Borssele nog wel verder vergroot zouden kunnen worden. Dat is ook logisch, want wij gaan nieuwe dingen toevoegen in het debat over de veiligheid. De minister heeft de vergunninghouder EPZ dan ook opgedragen om een verbeterplan op te stellen en dit te implementeren. De Kernfysische Dienst ziet daarop toe. Graag zou ik van de minister willen weten wat het tijdpad is en hoe hij daarbij de Kamer betrokken houdt.

Ook zou ik de minister willen vragen of het klopt dat de overheid niet bijdraagt aan de exploitatiekosten van de kerncentrale in Borsele en dat er dus ook geen subsidies worden verstrekt. Dat is van belang omdat daarmee duidelijk is dat eventuele veiligheidseisen geen enkel beslag op de rijksbegroting leggen. Ik zeg dat zo nadrukkelijk omdat het enige belang van de overheid dus de veiligheid van de centrale is, en zo moet het ook zijn.

Wat betreft de veiligheidssituatie van andere Europese centrales, hoor ik graag van de minister wat de stappen zijn die andere lidstaten nemen in het verder verbeteren van de nucleaire veiligheidssituatie, hoe daarop wordt toegezien en welke rol hij hierin voor zichzelf ziet weggelegd bij de Europese Commissie.

Het is jammer dat er voorlopig geen nieuwe kerncentrales kunnen komen. Kerncentrales zijn naar de mening van de VVD namelijk veilig. Zoals de PVV ook zegt, leveren ze goedkope energie, waarbij ze ook nog eens geen CO2 uitstoten. Daarbij draagt kernenergie significant bij aan de onafhankelijkheid van fossiele energie. Je stopt een uraniumstaaf in de centrale en je hebt twee jaar lang energie. Hoe kun je het beter hebben? Het is dan ook niet voor niets dat het Verenigd Koninkrijk en Finland kernenergie in het hart van hun energietransitie plaatsen. Zij gaan op low carbon sturen en zeggen: daar hoort kernenergie bij. Dat is voor de VVD een logische keuze.

Natuurlijk ben ik een realist en zie ik de enorme overcapaciteit op de elektriciteitsmarkt. Die betekent dat kerncentrales, net als andere centrales, geen geld kunnen verdienen. Ik ben er echter trots op dat Nederland nuchter genoeg is om in ieder geval de optie van kernenergie serieus open te laten.

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Op 25 oktober heeft mijn fractie reeds de nodige vragen gesteld naar aanleiding van het feit dat de stresstest van de Europese Unie uitwees dat de veiligheid van de kerncentrales in Europa niet altijd helemaal in orde was. De minister heeft daarop geantwoord, waarvoor alsnog onze dank.

In Doel en Tihange in België zijn haarscheurtjes geconstateerd. Nu leek het dat die centrales weer opgestart zouden mogen worden, maar dat is weer uitgesteld. Mijn vraag aan de minister is of hij de actuele stand van zaken kan geven. De Partij van de Arbeid is bezorgd over de situatie en wij vinden het heel verstandig dat die centrales stilliggen en dat er uitgebreid wordt geïnspecteerd. Er is natuurlijk onafhankelijk toezicht in België, maar onze bewoners aan de grens wonen er vlak bij, zoals ik al eerder, bij het debat over de begroting, kenbaar heb gemaakt. Ik denk dus dat wij daarin een belangrijke verantwoordelijkheid hebben.

Ik heb toen ook bij de minister geïnformeerd of de veiligheid van de bewoners goed was geregeld. Toen heb ik de minister horen zeggen dat er een schuilplan was en de bewoners zouden kunnen schuilen. Vandaag zou ik toch van de gelegenheid gebruik willen maken om wat meer te horen over de manier waarop dat werkt. Wat gebeurt er als er daadwerkelijk een onverhoopt nucleair ongeluk in België zou plaatsvinden, zo vlak bij onze grens? Wie is daarvoor verantwoordelijk in Nederland, welke voorbereidingen hebben wij getroffen, hoe communiceren wij dan met de Belgen en wat kan de bevolking verwachten? Zijn er ook duidelijke verschillen met de situatie rond Borssele?

Wij maken ons ook nog steeds bezorgd omdat uit onderzoek zou zijn gebleken dat een deel van de documentatie van de bouw van die reactorvaten ontbreekt. Is de minister daarvan op de hoogte, zo heb ik al eerder geïnformeerd. Graag verneem ik de mening van de minister ten aanzien van het ontbreken van die documentatie.

Een voorgaand kabinet, Rutte I, heeft besloten om de Kernfysische Dienst te verplaatsen, weg van I en M, toen VROM, en hem onder te brengen bij EZ. Mijn voorganger, Samsom, heeft daar toen tegen geprotesteerd omdat hij vindt – en met hem vinden ook de deskundigen van het Internationaal Atoomenergieagentschap dat – dat deze verplaatsing niet zo verstandig is, omdat het instituut onafhankelijk moet zijn. Heeft de minister hier een mening over? Zo ja, verneem ik die graag van hem.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zou de heer Vos op dit laatste punt willen vragen of hij zelf nog steeds de mening van zijn voorganger deelt.

De heer Jan Vos (PvdA):

Zoals ik in eerdere instantie al aan u hebt meegedeeld, is er geen onderscheid in de standpunten van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De heer Samsom was er zeer uitgesproken over. Hij sprak zelfs van een "schending van internationale verdragen". De officiële positie van de Partij van de Arbeid is dus nog steeds dat het terug moet naar IenM?

De heer Jan Vos (PvdA):

Zoals ook al eerder gezegd: het temperament en de woordkeuze van de heer Samsom laat ik voor hem, maar wat ik zojuist heb gezegd staat nog steeds als een huis.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik begrijp dat de minister direct kan antwoorden. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Kamp:

Voorzitter. De woordvoerders hebben verwezen naar wat er is gebeurd in Fukushima. We hebben allemaal gezien dat daar in de wereld op gereageerd is. Alle landen hebben zich gerealiseerd dat de risico's van kerncentrales opnieuw onder ogen moesten worden gezien. In Europa hebben we dat in Europees verband gedaan. We hebben in Europa afspraken gemaakt over de manier waarop we de veiligheid van onze kerncentrales gaan bekijken. Daarvoor is de zogenaamde "stresstest" in beeld gebracht. Die houdt in dat we niet meer aan de autoriteiten van de kerncentrales vragen om aan te tonen dat hun kerncentrale veilig is en tegen een stootje kan. Nee, we vragen ze om aan te geven wat er moet gebeuren om hun kerncentrale in de problemen te brengen, of ze, als dat gebeurt, in staat zijn om adequaat op die problemen te reageren en of ze ook dan nog de veiligheid kunnen waarborgen.

Dit betekent dat er op een heel andere manier tegen die veiligheid moest worden aangekeken. Ik denk dat het erg goed is dat we dit gedaan hebben. Op deze manier komen eventuele blinde vlekken namelijk aan het licht. Je denk dat je al alles hebt gedaan wat nodig voor de veiligheid, maar moet je dan richten op manieren waarop er toch verbeteringen in de veiligheid mogelijk zijn. De Europese landen hebben dit allemaal gedaan. Nederland heeft het gedaan voor de kerncentrale in Borsele. We zijn er nog wat verder in gegaan, want we hebben niet alleen gedaan wat we volgens de Europese afspraken moesten doen, maar ook iets extra's. We hebben namelijk ook alle andere nucleaire installaties in Nederland in beeld gebracht: in Almelo, waar een verrijkingsfabriek staat, in Petten waar een onderzoeksreactor staat en in Delft waar een onderzoeksreactor staat en een COVRA. Ook daarvan hebben we analyses gemaakt.

De stresstest in Europa is in een aantal stappen uitgevoerd. In ieder land moest de exploitant van iedere kerncentrale aangeven hoe zijn analyse eruitzag voor wat betreft de nieuwe invalshoek van het zoeken naar mogelijkheden om de veiligheidsmarges te verbeteren en blinde vlekken eruit te halen. Ze moesten dus zelf met een analyse komen. Daarna is die door het land beoordeeld. Het land heeft gekeken of het goed is gebeurd, of het ermee eens is en of het de verantwoordelijkheid ervoor kan nemen. Daarna is de per centrale gemaakte en centraal door het land beoordeelde analyse overhandigd aan een internationale deskundigengroep. Mensen uit de verschillende Europese landen zijn bij elkaar gaan kijken hoe het in de verschillende landen gebeurt. Ze keken dus hoe het gebeurt in Engeland, in Frankrijk, in Nederland. In een aantal stappen hebben we gezorgd dat we de stresstest in Europa op een heel goede manier hebben afgewikkeld.

De conclusie die is getrokken uit al die testen in Europa is dat het veiligheidsniveau van de Europese kerncentrales goed is. Maar er zijn inderdaad ook een aantal mogelijkheden ontdekt om verbeteringen te realiseren, ook verbeteringen die noodzakelijk zijn. Daar moest iedereen mee aan de gang. Dit gold ook voor de centrale in Borsele. Deze is goed uit de stresstest gekomen. De kerncentrale bleek veiliger te zijn dan deze op grond van de vergunning zou moeten zijn, maar ook in Borsele waren er verbetermogelijkheden. Die verbetermogelijkheden zijn in beeld gebracht. Dat wat reeds kon gebeuren, is gebeurd. Een voorbeeld hiervan is dat als bluswater beschikbaar is, het ook meteen ingezet moet kunnen worden om waterverlies in het opslagbassin van splijtstof te compenseren. Die voorziening is getroffen. Aggregaten zijn mobiel gemaakt en aggregaten voor noodvoorzieningen die al mobiel waren, zijn op een andere wijze mobiel gemaakt, waardoor ze nu veel sneller op de plek te brengen zijn waar ze nodig zijn in geval van crisis. Accu's hadden in het geval dat de stroom uitvalt, een beschikbaarheid van drie uur. Die is inmiddels naar zeven-en-een-half uur gebracht. Mobiele apparatuur die in geval van ontwrichting nodig is om adequaat te kunnen optreden, is inmiddels ook al aangeschaft. Er is dus al een heleboel gebeurd.

Een aantal dingen is nog niet gebeurd, want er moesten nieuwe studies worden verricht en sommige componenten zouden nog versterkt kunnen worden om, ook in het geval van aardbevingen, nog meer te kunnen opvangen. Die dingen gaan nog gebeuren. Daar is een plan voor opgesteld. Dat zal allemaal afgewerkt worden. In het jaar 2017 zal het allemaal afgewikkeld zijn. De totale kosten die dat met zich brengt voor Borssele, zijn naar schatting 30 miljoen euro.

Mevrouw Van Tongeren vroeg hoe het zit met de veiligheid van Borssele. Dat zit dus goed. Je kunt behalve naar de veiligheid van de installatie op zichzelf ook nog kijken naar de beveiliging van de installatie. Ook daar is recent naar gekeken met de IAEA, de internationale organisatie die daarvoor is. De beveiliging tegen terrorisme of tegen diefstal die zou kunnen plaatsvinden, is geanalyseerd, met name voor Borssele. Er is vastgesteld dat Borssele, maar ook de andere installaties in Nederland, allemaal voldoen aan de internationale veiligheidsvoorschriften. Ook is vastgesteld dat Nederland een volwaardig en robuust beveiligingsbeleid voert. Dus zowel wat betreft veiligheid als wat betreft beveiliging hebben we de zaak op orde. Er zijn verbetermogelijkheden. Die worden benut. Dat hoort ook zo, want als je met kernenergie omgaat, mag dat alleen als je dat op een verantwoorde manier doet. Dat is het streven van de regering. Het is een streven waarover we geen compromissen willen sluiten.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil de minister specifiek vragen of het kernreactorvak in Borssele in zijn geheel onderzocht is met de nieuwe onderzoekstechniek, de ultrasone techniek om haarvatscheurtjes aan te tonen. Is dat inmiddels gebeurd?

Minister Kamp:

Nee, dat is niet gebeurd. Dat onderzoek is wel gedaan in Tihange en Doel. Daar zijn twee centrales stilgelegd en heeft men dat onderzoek kunnen doen. Wij hebben vastgesteld dat de problemen die zich in die twee centrales voordeden, zich waarschijnlijk niet voordoen in Borssele, omdat daar andere technieken zijn toegepast bij het vervaardigen van de installatie. Vervolgens hebben we geconcludeerd dat het onderzoek wel gedaan moet worden, maar dat daar een andere tijdsdruk achter zit. In april wordt de centrale stilgelegd, omdat er dan onderhoud moet worden gedaan. Die gelegenheid wordt meteen gebruikt om dat onderzoek te doen. Waar u nu naar vraagt, zal dus in april gebeuren.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Tongeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Wordt dan het hele vat onderzocht of alleen de lasnaden? Lassers die betrokken zijn geweest bij het vervaardigen van het kernreactorvat in Borssele, hebben destijds namelijk, hoewel er was nog geen klokkenluidersregeling was, aangegeven dat zij toen al ernstige problemen zagen. Doen we dus hele vat of alleen de lasnaden?

Minister Kamp:

Laat ik dit als aandachtspunt van mevrouw Van Tongeren bij het werk betrekken. Ik zal zorgen dat de Kamer een rapportage krijgt over wat er precies is onderzocht en wat de bevindingen daarvan zijn.

Mevrouw Van Tongeren heeft gevraagd hoe het nu in Tihange en in Doel zit. Doel noemde zij niet, maar ik noem het er maar even bij, omdat het toch vergelijkbaar is. In ieder geval in de maand maart zullen de beide installaties nog stilliggen. Door mijn voorganger is met de Belgische collega afgesproken dat de besluiten die men daar neemt, met ons gedeeld worden. De onderzoeksbevindingen zullen met ons gedeeld worden. Wij zijn daar dus bij betrokken. Wij denken dat België de kernenergie net zo serieus neemt als wij, evenals de veiligheid van kernenergie en kerncentrales. Wij volgen graag in vertrouwen wat de Belgen daaraan doen.

Op de veiligheid van Europese kerncentrales zal ik wat nader ingaan wanneer ik spreek over de ambities van Brussel op dit terrein. Laat ik eerst iets zeggen over kerncentrales in algemene zin. De heer Leegte liet zich daar positief over uit. Mevrouw Klever deed dat ook. Namens de regering stel ik op dit moment vast dat het investeringsklimaat voor een eventuele nieuwe kerncentrale niet gunstig is. Er is grote overcapaciteit in de elektriciteitsproductie. Dat komt bovendien door de lage CO2-prijs en de hoge investeringskosten die gemoeid zijn met de bouw van nieuwe kerncentrales. Daardoor is dat op dit moment niet aan de orde. Vanwege het feit dat het niet aan de orde is, ligt er geen aanvraag voor. Wij verwachten ook niet dat er een aanvraag voor komt te liggen. Dat betekent dat wij het laten bij de situatie zoals die is. Er is een besluit genomen dat Borssele langer openblijft. De vergunningverlening daarvoor zal binnenkort aan de orde zijn. Daar laat ik het bij. Ik ga geen moeilijke discussie voeren als daar geen aanleiding voor is. Mocht die situatie veranderen, dan zullen wij tijdig bij de Kamer komen en over dit onderwerp in wat meer algemene zin van gedachten kunnen wisselen.

Dan kom ik op de inspanningen van Brussel. Er worden nationale actieplannen opgesteld in de diverse landen om goed te reageren op de bevindingen van de stresstesten die in die verschillende landen zijn gedaan. Het is de ambitie van de Europese Commissie dat die actieplannen naar Brussel worden gestuurd, dat Brussel die beoordeelt, dat de bevindingen van Brussel vervolgens gewisseld worden met de diverse landen en dat over de conclusies die de landen daaruit trekken, weer gecommuniceerd wordt met de Europese Commissie.

Daar wordt door de landen in Europa verschillend over gedacht. Nederland heeft daar niet zo'n probleem mee. Ik ben bereid om dat te doen, omdat het voor ons zinvol is. Andere landen vinden dat zij dit voor hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij denken dat het goed is dat wij in Europa allemaal stresstesten doen volgens dezelfde systematiek, maar dat het aan de landen zelf is om daar conclusies uit te trekken. Er is veel deskundigheid bij de landen. Landen zijn zich ook sterk bewust van hun verantwoordelijkheid. De situatie is zo dat hier nog niet de laatste conclusie uit getrokken is. Mijn inschatting is dat Brussel een zekere rol zal spelen om voor zo veel mogelijk uniformiteit te zorgen in het behandelen van de testen en het trekken van conclusies. Bovendien kan in Europees verband gekeken worden of het Verdrag inzake nucleaire veiligheid verbeterd kan worden. Daar zouden wij gezamenlijk in op kunnen trekken, maar mijn beeld is dat de landen het beoordelen van de resultaten van de actieplannen zo veel mogelijk bij zichzelf zullen houden. Ik denk dat dat voorlopig nog zo zal blijven.

Mevrouw Van Tongeren heeft gesproken over de scheiding van toezicht en vergunningverlening. Ook de heer Vos deed dat. Hij deed dat vanuit een wat andere invalshoek. De heer Vos zei: de Kernfysische Dienst is overgegaan naar EZ, maar die zou nu terug moeten gaan naar I en M. Dat laatste spreekt mij niet zo aan. Van het schuiven van zaken van het ene naar het andere ministerie zie ik het nut niet zo in. Er zijn een paar standaardeisen die internationaal gesteld worden aan een land om op een verantwoorde manier om te gaan met nucleaire energie.

Ten eerste moet er een onafhankelijke autoriteit zijn. Ten tweede moet er voldoende kritische massa zijn bij zo'n autoriteit. Die moet voldoende gebieden hebben waar zij zich in verdiept en zich mee bezighoudt, zodat kan worden voldaan aan de derde eis, die van voldoende deskundigheid. Er moet dus een autoriteit zijn die ergens over gaat en die over voldoende zaken deskundigheid heeft.

De landen van de Europese Unie, die meestal veel meer met kernenergie doen dan wij, bundelen hun kennis van nucleaire energie. Die brengen ze onder in één onafhankelijke autoriteit, zodat er niet verspreid over verschillende diensten en ministeries kleinere clubjes mensen zijn die zich ermee bezighouden, maar ze allemaal bij elkaar zitten. Dat gebeurt in Frankrijk, waar heel veel kernenergie is. Dat gebeurt in het Verenigd Koninkrijk, waar ook veel kernenergie is. Wij hebben weinig kernenergie, dus voor ons speelt dit extra. Ik denk dat het van groot belang is dat wij een sterke, onafhankelijke autoriteit hebben, zoals de heer Vos ook zei, en dat we niet per se vergunningverlening en toezicht moeten willen scheiden maar vooral moeten zorgen voor de deskundigheid die nodig is om goed te begrijpen wat er in Nederland gebeurt, waar de risico's zitten en hoe daar zo verantwoord mogelijk mee kan worden omgegaan. Ik heb daar al een eerste discussie over gevoerd in het kabinet. Wij gaan daarmee door. Er zal binnenkort ook een internationale beoordeling zijn van de manier waarop wij in Nederland met dit soort zaken omgaan. Ik denk dat het nuttig is om het daar niet op te laten aankomen, maar onze eigen verantwoordelijkheid te nemen en de zaken tijdig zo te organiseren dat het de toets der kritiek kan doorstaan.

Wij zullen dus een plan ontwikkelen om zo'n onafhankelijke autoriteit op de goede manier neer te zetten. Of die autoriteit bij het ene ministerie of bij het andere komt en of die in het verband van een grotere inspectie bepaalde dingen samen gaat doen, vind ik allemaal niet zo belangrijk. Ik vind het belangrijk dat het een goede, echt onafhankelijke autoriteit wordt die ervoor kan zorgen dat de veiligheid in Nederland op het gebied van nucleaire energie gewaarborgd is. Ik stel de Kamer dan ook voor om af te wachten hoe we dit gaan uitwerken. Als we de zaak hebben uitgewerkt, zullen we onze bevindingen graag aan de Kamer voorleggen, zodat zij daar een opvatting over kan hebben.

Mevrouw Van Tongeren heeft gevraagd hoe het zit met het kernafval. Wat betreft het kernafval in Nederland is het duidelijk. Als gevolg van het langer open blijven van de kerncentrale in Borsele zal er langer opslag moeten zijn in Vlissingen, bij COVRA. De Kamer weet dat wij daar tot 100 jaar willen opslaan. Daar is dus een uitbreiding voor nodig. Dat betekent dat behalve de vergunningverlening voor het door laten gaan van Borssele, ook vergunningverlening aan de orde is voor uitbreiding van COVRA. Dat wordt allemaal netjes afgewikkeld volgens de procedures die daarvoor bestaan. Ik denk dat de vergunningverlening voor de verlenging van Borssele al op redelijk korte termijn kan worden afgerond. Ik ben druk bezig met de laatste fase daarvan.

Er is ook gevraagd naar het kernafval in België. België heeft inderdaad besloten dat radioactief afval ondergronds moet worden opgeborgen. Voorafgaand aan het realiseren van zo'n ondergrondse opslag zal men een uitgebreide risicoanalyse doen. Daar zal ook een milieueffectrapportage voor worden gemaakt in België. Het is vanzelfsprekend dat wij die ontwikkelingen vanuit Nederland zullen volgen, daarover zullen communiceren met de Belgen en ervoor zullen zorgen dat de belangen van Nederland op een goede wijze worden behartigd.

Ik ga nu in op de risico's die wij in Nederland lopen als gevolg van centrales die in België staan, namelijk de centrale in de buurt van Maastricht en de centrale in de buurt van Zeeland. Wij zijn erop voorbereid wat daar moet gebeuren. Er werd gevraagd naar jodiumpillen. Op die plekken waar die pillen redelijkerwijs op voorraad moeten zijn, zijn ze op voorraad. Voor de vraag hoe er precies op rampen gereageerd moet worden, hebben wij de plannen van de veiligheidsregio's. Als de Kamer de details van die plannen wil weten, kan ik bekijken hoe ik haar daarover een keer kan informeren. Ik weet niet of dat schriftelijk moet of in de vorm van een brief, al dan niet besloten. Je moet twee dingen tegelijk doen. Je moet ervoor zorgen dat je je zaken op orde hebt, maar je moet geen onnodige onrust creëren. Ik wil bekijken welke vorm in dat spanningsveld de beste is om de Kamer daarover wat meer in detail te informeren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik zou daar graag over geïnformeerd worden, maar het liefst openbaar, omdat dit ook de bevolking aangaat. Ik weet dat er grote discussies in die veiligheidsregio's plaatsvinden. De minister weet dat ongetwijfeld ook. Die discussies gaan voornamelijk over de maat van het gebied. In het buitenland wordt na de ramp in Fukushima een andere maat aangehouden dan in Nederland. Je krijgt dan niet een cirkel rond het probleemgebied, maar een cirkel die niet past: een kleintje en een grote. Op welk moment wordt de knoop daarover doorgehakt? Het is nu al geruime tijd na Fukushima. Wij zijn nu op ambtelijk niveau met onze buurlanden aan het steggelen over de grootte van het risicogebied.

Minister Kamp:

Ik begrijp dat mevrouw Van Tongeren dit soort informatie graag openbaar wil hebben. Ik kan mij dat goed voorstellen. Ik denk echter dat het ook nuttig is om het onveiligheidsgevoel van de mensen te managen. Als er reden toe is, moet je je onveilig voelen, maar als daar geen reden toe is, niet. Ik wil dus bekijken in welke vorm ik dat het beste kan gieten. Het vraagpunt van mevrouw Van Tongeren zal ik daarbij betrekken. Het is mijns inziens nuttig om de Kamer eens te informeren over wat er eventueel kan gebeuren en op welke wijze daar in Nederland op gereageerd wordt, hoe dit alles in Nederland en België op elkaar is afgestemd. Mochten er slepende discussies zijn, garandeer ik mevrouw Van Tongeren dat ik die niet langer laat slepen. Ik vind dat dit soort dingen gewoon opgelost moet worden. Ik zal mij in het bijzonder op korte termijn verdiepen in het aandachtspunt dat mevrouw Van Tongeren mij heeft meegegeven.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik dank de minister voor het antwoord.

De voorzitter:

U hebt dus geen behoefte aan een tweede termijn?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil de minister vragen of hij in dit kader een indicatieve termijn kan geven. De ramp in Fukushima is nu al een forse tijd geleden. Kan de minister dit binnen een maand of drie doen?

Minister Kamp:

Ja, laten wij het zo doen. Mocht het anders zijn, dan zal de Kamer daarover geïnformeerd worden, maar dit lijkt mij een redelijk verzoek van mevrouw Van Tongeren.

Ik heb de opslag in België besproken. Wij hebben ook gesproken over de jodiumpillen. Mevrouw Van Tongeren vroeg of de veiligheidsplannen zijn afgestemd met de buurlanden. Ik neem aan dat zij aanleiding heeft om die vraag te stellen. Zij vermoedt kennelijk dat dit niet of in onvoldoende mate het geval is. Zij heeft in het bijzonder het voorbeeld van de telefoonnummers van de burgemeesters genoemd. Ik zal bekijken hoe het zit met de afstemming van de veiligheidsplannen. Daarbij zal ik het bijzondere aandachtspunt van mevrouw Van Tongeren meenemen.

Mevrouw Klever vroeg zich af waarom wij kernenergie niet meenemen als duurzame energie. Wij doen dit niet, omdat er in Europees verband een richtlijn is vastgesteld die wij in een wet hebben geïmplementeerd. In die richtlijn is aangegeven wat je wel en niet als duurzame energie kunt aanmerken. Kernenergie is niet als duurzame energie aangemerkt, vanwege de daarmee verbonden afvalproblematiek en de daarmee samenhangende veiligheidsrisico's. Er is een analyse gemaakt en een conclusie getrokken. In Europees verband hebben landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk die ook ondersteund. Wij houden ons voor duurzame energie dus vast aan wat er in de richtlijn en in onze eigen wet staat.

Mevrouw Klever (PVV):

Nederland zet nog eens 2% bovenop de Europese doelstelling. Zou kernenergie dan niet voor die laatste 2% als duurzaam betiteld kunnen worden? Ik verwijs in dit verband ook nog even naar het betoog van de heer Leegte van de VVD. Hij vertelde dat kernenergie ook in het Verenigd Koninkrijk als duurzaam wordt gezien.

Minister Kamp:

De Europese richtlijn geldt niet alleen voor ons, maar ook voor het Verenigd Koninkrijk. Er is een Europese doelstelling vastgelegd voor 2020 en een onderscheid naar landen gemaakt. Ik denk dat het nuttig is om ons gewoon daaraan te houden, vooral ook omdat wij dit in onze eigen wet hebben geïmplementeerd.

Mevrouw Klever (PVV):

De minister heeft nog geen antwoord gegeven op mijn vraag over de laatste 2%. Daar gaan we dan toch zelf over? De minister van Economische Zaken kan toch zelf de definitie van "duurzaam" bepalen? En aangezien kernenergie 0% CO2-uitstoot oplevert ...

Minister Kamp:

Ja, maar ik heb gezegd dat er twee overwegingen zijn waardoor je iets kritischer tegen kernenergie kunt aankijken dan mevrouw Klever doet, zonder meteen tegenstander van kernenergie te worden. Het lijkt mij nuttig om voor onze 16%-doelstelling de definitie van de 14%-doelstelling te hanteren en daarvoor geen aparte definitie te maken.

De heer Leegte (VVD):

Ik maak even een opmerking voor het verslag. Ik heb gezegd dat het past in de low-carbonstrategie van het Verenigd Koninkrijk. Dat is iets anders dan duurzaamheid. Alle duimen zijn vingers, maar niet alle vingers zijn duimen.

Minister Kamp:

Mevrouw Van Veldhoven vroeg zich af of de kerncentrale in Borsele bij de mondiale top hoort. In 2006 is afgesproken dat de openstelling van de kerncentrale in Borsele verlengd wordt. Er is toen een politiek besluit genomen om de bedrijfsduur te verlengen tot het jaar 2033. Dat hebben we vervolgens ook vastgelegd in de Kernenergiewet. Nu werken we het politieke besluit dat we in de wet hebben vastgelegd uit in de vorm van een vergunning. Dat houdt in dat wij in de vergunningsvoorwaarden vastleggen wat in het politieke besluit is afgesproken en in de wet is vastgelegd. De vergunning is in ontwerp ter inzage gelegd. Daar zijn een heleboel reacties op gekomen. Ik zal daar binnenkort een besluit over nemen. Zodra dit besluit genomen is, wordt het gepubliceerd. Het is niet uitgesloten dat degenen die hun mening over het ontwerpbesluit kenbaar hebben gemaakt zich dan ook nog tot de Raad van State wenden. Daarop zal de Raad van State beoordelen of alles wat we destijds hebben gezegd, overwogen, toegezegd en vastgelegd, op een correcte manier in de vergunning is verwerkt en of de ingebrachte zienswijzen van een adequate reactie zijn voorzien.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

In het convenant met de exploitant, EPZ, is expliciet afgesproken dat de kerncentrale in Borsele tot 25% veiligste kerncentrales van de OECD-landen moest gaan behoren. Mijn vraag aan de minister was: blijkt uit de Europese stresstest dat de veiligheid van de kerncentrale in Borsele inderdaad zo goed is? Ik kan me voorstellen dat het een vrij gedetailleerde vraag is. Ik vind het daarom ook prima als de minister er liever schriftelijk op antwoordt. Ik zou het namelijk graag onderbouwd zien. Als de minister zegt dat we er toch van afwijken, dan hoor ik graag op welke punten en welke aandacht dit verdient.

Minister Kamp:

De kerncentrale in Borsele voldoet aan de eisen. Bovendien is de kerncentrale op dit moment nog veiliger dan volgens de vergunningsvoorwaarden vereist is. Er is een stresstest gedaan, waarna een aantal verbetermogelijkheden zijn aangegeven. Die verbetermogelijkheden worden allemaal benut. Ik denk dus dat men in Borsele het maximale voor veiligheid doet wat men redelijkerwijs kan doen. Mevrouw Van Veldhoven vraagt of dit ook ertoe leidt dat de kerncentrale in Borsele tot de veiligste 25% hoort. Ik kan zo niet nazeggen of dit destijds als eis is gesteld, maar ik neem dat graag van haar aan. Ik zal de Kamer informeren over de vertaling van de voorgenomen vergunning. Dat kan ik volgens mij het beste doen tegen de tijd dat ik het besluit over de vergunning neem. Ik verwacht dat besluit binnenkort te kunnen nemen. De vergunning wordt vervolgens gepubliceerd en ik zal de Kamer rond die tijd specifiek informeren over het punt dat mevrouw Van Veldhoven aan de orde heeft gesteld. Mevrouw Van Veldhoven heeft ook gesproken over de opslag bij de COVRA. Daarop heb ik gereageerd. Ik heb ook gereageerd op haar vragen over de veiligheid en de andere Europese landen, de ambities van de Europese Commissie en de houding van de landen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Mijn specifieke vraag was vooral wat er na de COVRA komt. In 2014 moeten wij een oplossing hebben voor de definitieve opslag. Wat beoogt de minister? Wat is zijn visie? Wanneer horen we daar meer over?

Minister Kamp:

Ik heb op dit moment geen informatie te geven over de periode na de COVRA. De COVRA is voor een periode van uiteindelijk 100 jaar. Dat is bijzonder lang. Ik ben op dit moment nog niet toe aan de periode daarna, maar ik zal in beeld brengen wanneer ik daar wel aan toe moet zijn. Mevrouw Van Veldhoven zegt 2014; dan heb ik nog even de tijd. Ik zal de Kamer nog zeggen wat en wanneer daarover precies moet worden besloten. Dan kan zij mijn voortgang op dit punt beoordelen.

De heer Leegte heeft gezegd dat er een aantal verbeteringen moet worden doorgevoerd in Borssele. Ik heb hem al gezegd dat het de bedoeling is dat alle verbeteringen in 2017 zijn uitgevoerd. Ik denk dat het nuttig is dat de Kamer dit kan volgen. Ik laat mij hierover elke drie maanden rapporteren. De vergunninghouder gaat dan met een rapportage naar de Kernfysische Dienst met een voortgang op het punt van die verbeteringen. Het lijkt mij heel nuttig om de Kamer hierover ook eens per jaar te informeren. Ik zal haar hierin één keer per jaar inzicht geven. Zij kan ervan uitgaan dat wij al gedaan hebben wat wij konden doen en dat wij in tijd hebben neergezet wat wij nog moeten gaan doen. Wij gaan dat volgens het tijdsschema afwerken. De Kamer kan dat per jaar controleren.

De heer Leegte heeft gevraagd of ik kan bevestigen dat de overheid niet bijdraagt aan de exploitatiekosten van de kerncentrale Borssele. Ik kan dat inderdaad bevestigen. De vergunninghouder is ervoor verantwoordelijk dat de kerncentrale draait en dat de kosten en baten in evenwicht zijn. Hij is er ook verantwoordelijk voor dat de maatregelen die uit de stresstest volgen, genomen worden. Alle kosten komen voor rekening van de vergunninghouder. De overheid draagt hieraan niet bij. De kosten drukken dus ook op geen enkele wijze op de rijksbegroting.

De heer Leegte (VVD):

Ik bedank de minister voor zijn toezegging van een jaarlijkse rapportage. Mijn suggestie zou zijn om die met de begroting mee te sturen, zodat wij eens per jaar dit onderwerp kunnen meenemen tijdens de begrotingsbehandeling. Dat scheelt ons een hoop werk.

Minister Kamp:

Dat zal ik doen. In algemene zin probeer ik ook om dergelijke zaken gelijk met de begroting bij de Kamer te krijgen. Het lijkt me heel nuttig om dat ook op dit punt te doen. Dank voor de suggestie.

De heer Vos heeft ook gesproken over de veiligheid met betrekking tot België. Ik heb gezegd wat er zou kunnen gebeuren, wat er dan gedaan moet worden en hoe daar met de bevolking over gecommuniceerd wordt. Ik heb ook het nodige gezegd over de manier waarop wij de informatie die wij hierover hebben, met de Kamer gaan wisselen en of dat schriftelijk is of in de vorm van een brief, al dan niet besloten. Ik ben ook ingegaan op het punt betreffende de Kernfysische Dienst. Zijn streven naar onafhankelijkheid staat bij mij ook voorop. Dat vind ik belangrijker dan de vraag bij welk ministerie deze dienst is ondergebracht. Het moet vooral functioneel zijn. Ik voer nooit een stammenstrijd. Ik probeer altijd eraan bij te dragen dat de overheid zo is georganiseerd dat zij optimaal functioneert tegen zo laag mogelijke kosten.

Dat was wat de woordvoerders mij hebben voorgelegd en waarop ik heb kunnen reageren.

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dan verzoek ik u om uw vraag daarin mee te nemen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik krijg in tweede termijn maar één minuut en ik wil ook moties indienen. Ik heb nog een aantal onbeantwoorde vragen.

De voorzitter:

U mag uw onbeantwoorde vragen even kort opsommen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Eén vraag heeft betrekking op het beschadigde kernafval in vaten dat in de duinen bij Petten ingegraven ligt. Wat is de stand van zaken en wat is het risico? Gaan we die eruithalen? Gaan we die fatsoenlijk opnieuw inpakken? De andere vraag ging over centrales in Europa die op breuklijnen liggen. Er zijn er 144 bekeken, maar als over de grens een ongeluk plaatsvindt, hebben wij daar ook last van en moeten wij daaraan meebetalen. Deze vraag mag ook schriftelijk of in de aangekondigde rapportage worden meegenomen.

Minister Kamp:

Mevrouw Van Tongeren heeft een groot aantal vragen op mij afgevuurd. Ik heb die zo goed mogelijk beantwoord. Wat de plaatsing van kerncentrales op breuklijnen betreft, is het niet zo dat landen te koop lopen met informatie daarover. Landen dragen zelf een verantwoordelijkheid. Landen hebben gezamenlijk in Europees verband stresstests uitgevoerd. Vervolgens trekken ze daar hun eigen conclusies uit. Zij zijn ook verantwoording schuldig aan hun eigen bevolking. Wij kunnen daar niet in treden. Ik wil vanuit Nederland niet als politieagent voor de kerncentrales in heel Europa gaan functioneren. Ik denk dus niet dat het goed is als ik doe wat mevrouw Van Tongeren heeft gevraagd.

Voor zover ik de overige informatie niet heb gegeven, zal ik dat indien mogelijk doen bij de jaarlijkse rapportage bij de begroting.

De voorzitter:

Daarmee zijn we gekomen aan het eind van de eerste termijn. Ik begrijp dat er behoefte is aan een tweede termijn.

Het woord is aan mevrouw Van Tongeren. De spreektijd is één minuut.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister van Economische Zaken verantwoordelijk is voor de energievoorziening, de vergunningverlening en het toezicht op kerncentrales;

overwegende dat een van de lessen uit de ramp in Fukushima was dat de vergunningverlening en het toezicht volledig gescheiden moeten zijn, zoals ook al geregeld is in verdragen;

verzoekt de regering, vergunningverlening voor en toezicht op kerncentrales bij verschillende ministeries onder te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46 (32645).

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Dan zou ik toch graag een antwoord willen op mijn vraag over de vaten met nucleair materiaal die in de duinen van Petten liggen te roesten en mogelijk lekken. Kan de minister toezeggen dat kernafval zeker niet in Groningen opgeslagen gaat worden of op andere plekken in Nederland waar een aardbevingsrisico bestaat, zoals in Brabant, of op plekken waar gedreigd wordt met de winning van schaliegas? De minister zegt dat dit pas over honderd jaar aan de orde is. Misschien dat het er dan pas begraven wordt, maar over de plannen daarvoor zijn we al een tijd met het kabinet in discussie. Daarom zijn de Belgen ook bezig met hun kernopslag in de buurt van de Nederlandse grens.

Mevrouw Klever (PVV):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernenergie geen CO2 produceert en van de bouw tot de ontmanteling even weinig broeikasgas per kWh als een windmolen;

overwegende dat de 4% kernenergie in Nederland een bijdrage kan leveren aan het halen van de norm van 16% duurzame energie van dit kabinet, indien kernenergie wordt meegeteld als duurzame energie;

constaterende dat daarmee het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse huishoudens ontlast kunnen worden, doordat er op korte termijn minder miljarden aan subsidies nodig zijn voor hetzelfde resultaat;

verzoekt de regering, kernenergie te beschouwen als duurzame energie en zodoende mee te laten tellen in het aandeel duurzame energie in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klever. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47 (32645).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ook bij dit debat dien ik geen moties in. Ik vraag alleen om een nadere toelichting en een paar toezeggingen van de minister. Allereerst heb ik een vraag over het onderzoek naar een scheiding tussen aan de ene kant de regulatory body en aan de andere kant de andere verantwoordelijkheden of rollen ten aanzien van kernenergie. Kan de minister toezeggen dat hij daarbij ook de juridische analyse van de oplossing die Nederland kiest in verhouding tot het IAEA-verdrag inzake nucleaire veiligheid, met name artikel 8, naar de Kamer toe stuurt?

Dan heb ik een vraag over het punt van de volledige en correcte uitvoering van het Borssele Convenant. Ik vind het echt heel belangrijk dat wij er bij dit soort moeizame en moeilijke politieke compromissen met elkaar echt voor zorgen dat wij beide kanten van de deal helemaal uitvoeren. De ene kant van de deal was dat Borssele tot de top 25% meest veilige centrales in de OECD-landen zou behoren. Dat moeten wij dan ook zorgvuldig beoordelen. Waar er aanvullende maatregelen nodig zijn om dat te behalen, moeten die genomen worden. Ook bij het nemen van maatregelen blijft er natuurlijk altijd een afweging tussen wat er kan en wat het kost. Daarover hebben wij deze afspraak niet voor niets gemaakt.

Het moment van de informatievoorziening moet uiteraard tijdig zijn. Ik weet zeker dat de minister de Kamer niet voor een voldongen feit wil stellen op zo'n gevoelig onderwerp. Ik neem aan dat hij daarmee keurig rekening houdt bij de keuze voor het moment waarop hij de informatie naar de Kamer zendt.

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Sommige ideeën willen wij graag geloven, bijvoorbeeld dat de Chinese Muur het enige door mensen gemaakte bouwwerk is dat wij vanaf de maan kunnen zien. De muur is natuurlijk heel lang maar niet breed en heeft eigenlijk hetzelfde karakter als de meeste snelwegen door Europa. Ik wil maar zeggen dat wie niet voor feiten openstaat, de feiten ook niet in zijn hoofd laat binnenkomen. Wie tegen kernenergie is, zal altijd wijzen op de risico's van kernenergie en nooit geloven in de veiligheid daarvan, welk onderzoek daar dan ook tegenover staat. Als er echt een probleem is, zou je immers ook een debat willen voeren op het moment dat dit zo snel mogelijk kan. Wie een debat wil uitstellen op het moment dat er de mogelijkheid is om dit te doen, speelt de rol van de strip in de krant. Je wordt er niets wijzer van, maar het geeft wel een glimlach. Ik dank de minister voor zijn antwoorden en samen met mijn collega van de Partij van de Arbeid heb ik nog een motie.

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Met name het Internationaal Atoomenergieagentschap heeft vraagtekens geplaatst bij de positionering van de Kernfysische Dienst onder het ministerie van EZ, omdat het ministerie ook verantwoordelijk is voor energie en kernenergie. Dat heb ik ervan begrepen. Desalniettemin heb ik de argumenten van de minister ook gehoord. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het toezicht van de Kernfysische Dienst op de kerncentrales in Nederland absoluut onafhankelijk dient te zijn;

constaterende dat de richtlijnen van het Internationaal Atoomenergieagentschap voorschrijven (1) om het toezicht op kerncentrales te scheiden van het bevorderen van kernenergie, (2) dat er een onafhankelijke autoriteit moet zijn met voldoende kritische massa en deskundigheid;

constaterende dat de organisatie, taken en bevoegdheden op het terrein van nucleaire veiligheid en straling versnipperd zijn;

verzoekt de regering om de taken en bevoegdheden te bundelen in een autoriteit nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en ervoor te zorgen dat deze autoriteit onafhankelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Leegte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48 (32645).

Minister Kamp:

Voorzitter. Mevrouw Van Tongeren stelt de Kamer bij motie op stuk nr. 46 voor uit te spreken dat de vergunningverlening voor en toezicht op kerncentrales bij verschillende ministeries moet worden ondergebracht. Ik begrijp dat er het nodige positieve te zeggen is over de scheiding van vergunningverlening en toezicht. Ik hoop echter dat de Kamer ook van mij wil aannemen dat je niet optimaal van de beschikbare kennis profiteert, als je met zoiets specifieks als kernenergie bezig bent en je verspreid over het hele land verschillende, heel ongelijksoortige, relatief kleinschalige activiteiten verricht en verschillende plukjes ambtenaren bij verschillende ministeries en diensten zich daarmee bezig houden. Juist in zo'n situatie kan het heel nuttig zijn om de mensen bij elkaar te zetten en met elkaar ervoor te laten zorgen dat alles in Nederland op een verantwoorde manier gebeurt. Dat is ook een nuttig principe. In de motie van mevrouw Van Tongeren wordt alleen maar uitgesproken dat het gescheiden moet worden en bij verschillende ministeries moet worden ondergebracht. Dat is niet de manier waarop ik het benader. Daarom ontraad ik deze motie.

De tweede motie, op stuk nr. 47, is van mevrouw Klever. Ze zegt dat kernenergie als duurzame energie moet worden meegeteld. Op zich is dat bijzonder, want mevrouw Klever moet helemaal niets hebben van duurzame energie. Ze wil graag dat we zo veel mogelijk fossiele energie gebruiken. Nu wil ze kernenergie, die zij als iets positiefs beschouwt, onderbrengen bij de duurzame energie. Ik kan de consistentie daarvan moeilijk doorgronden. Wel consistent is het volgende. Nederland legt in de wet een doelstelling van 14% duurzame energie vast en daar hoort kernenergie niet bij. Als Nederland die doelstelling verhoogt naar 16%, dan reken je kernenergie daarbij nog steeds niet mee. Om die reden ontraad ik de motie van mevrouw Klever.

Ik kom nog terug op mevrouw Van Tongeren. Ze heeft me namelijk ook nog een tweetal vragen gesteld, waarop ze reactie verdient. De eerste reactie betreft de vaten in Petten. Mevrouw Van Tongeren zal ongetwijfeld de situatie in Petten kennen. Ze noemt het vaten, maar ze weet dat het om een zeer gecontroleerde opslag gaat. Je hebt een ruimte van beton waar grote kokers zijn. In die kokers, die ook weer helemaal beschermd zijn, zitten een soort vaten. Die vaten worden dan op die manier gecontroleerd. Er zitten ook vaten in die er allang in zitten en waarbij sprake is van lekkage, althans waarbij er ten minste aanwijzingen voor lekkage zijn. Daar is sanering op zijn plaats. Die is gepland en zal worden uitgevoerd. Ik zie erop toe dat gebeurt wat daar moet gebeuren.

Verder zijn er recentelijk rond Petten nog een tweetal problemen geweest met lekkages: één in het tertiaire systeem om de reactor heen en één in het primaire systeem. Ik ter plaatse wezen kijken. Het eerste was een probleem waarbij er een zekere vervuiling in het grondwater zat, maar dat was een beperkte vervuiling en bovendien zat er maar heel weinig beweging in het grondwater. Dat heeft dus geen effecten voor de volksgezondheid, zoals me ook door het RIVM is bevestigd. Toch vind ik dat het moet worden opgeruimd. We hebben dus de oorzaak van die vervuiling weggenomen. Het ging om tritium, niet het grootste probleem dat je daar kunt hebben. De oorzaak is dus weggenomen. Vervolgens wordt het grondwater daar gesaneerd, zodat de zaak dan helemaal is opgelost.

Voor de tweede lekkage, in het primaire systeem, is de centrale stilgelegd. Die ligt nog steeds stil. De centrale zal niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat we hebben geconcludeerd dat het op een veilige manier kan. Dat zal niet op zeer korte termijn gebeuren. Ik denk aan minimaal een periode van nog enkele maanden. Als het op een veilige manier weer in gebruik kan worden genomen, zal ik dat zeker doen, omdat in Petten ook isotopen worden geproduceerd die voor diagnosen in de medische sfeer benut worden en ook voor de behandeling van kankerpatiënten worden gebruikt. Die zijn absoluut nodig, niet alleen in Nederland maar ook in Europa en in de hele wereld. Petten levert namelijk een substantieel deel van de isotopen in de wereld. Daarom wordt die centrale als het kan weer in gebruik genomen, maar niet eerder dan nadat ik ervan overtuigd ben dat dat op een veilige manier kan.

Wat betreft de vaten gaan we de sanering volgens planning doorvoeren. Wat betreft de andere lekkages hoop ik dat mevrouw Van Tongeren hiermee voldoende informatie heeft.

Mevrouw Van Tongeren heeft gezegd dat ze de definitieve opslag van kernafval niet in aardbevingsrisicogebieden wil hebben. Die overweging zal zeker in beeld worden gebracht bij de keuze van een definitieve oplossing. Ik heb over die definitieve oplossing al iets gezegd. Ik geloof niet dat ik daaraan nu nog iets moet toevoegen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ben blij te horen dat de sanering van de duinen bij Petten zal plaatsvinden.

Wij hadden vroeger de situatie dat het gescheiden was bij twee ministeries. Die situatie is pas opgeheven met het aantreden van Rutte I. Ik vind de argumenten van de minister dus niet zo steekhoudend, omdat wij heel lang de gescheiden situatie hebben gehad. Dat komt ook overeen met de verdragen. Ik vraag de minister om er nog eens, desnoods op een ander moment, over na te denken of dat niet heel verstandig is: verdragsverplichtingen nakomen, de lessen uit Japan volgen en de situatie terugbrengen die wij het grootste gedeelte van de tijd in Nederland hebben gehad.

Minister Kamp:

Wij hebben die situatie in Nederland gehad, omdat wij destijds dachten dat het ministerie van EZ kernenergie zat te promoten en een ander ministerie vooral voorzichtig moest zijn. Maar wij promoten helemaal geen kernenergie. Wij gaan heel zakelijk met kernenergie om. U hebt gemerkt dat ik helemaal niet verwacht dat er in deze kabinetsperiode nog iets zal veranderen in de huidige situatie en de besluitvorming die eerder heeft plaatsgevonden. Dan is het heel nuttig, zo is geoordeeld, om ervoor te zorgen dat je in ieder geval op ministerieel niveau de zaak zo veel mogelijk bij elkaar hebt. Wij gaan er nu een stap verder in wat mij betreft. Ik kom er zo nog op terug naar aanleiding van de derde motie. Voor de korte termijn hoeft u zich zeker geen zorgen te maken. Wat de lange termijn betreft, heb ik al gezegd dat je er op twee manieren tegenaan kunt kijken, te weten scheiding van verantwoordelijkheden en concentreren van kennis. Hoe dat uiteindelijk uitpakt, zal de Kamer worden gepresenteerd als de regering haar conclusie heeft getrokken.

Mevrouw Van Veldhoven zegt dat bij het trekken van die conclusie ook een gedegen juridische analyse hoort. Zij wil dan ook dat de Kamer die analyse kan inzien op het moment dat de Kamer het resultaat van onze afwegingen moet beoordelen over die onafhankelijke autoriteit. Dat zal ik doen. Ik zal ervoor zorgen dat de Kamer die analyse krijgt.

Mevrouw Van Veldhoven kwam nog een keer terug op Borssele bij de top 25. Zij zei: je versprak je, het was niet top 25 in aantallen, maar top 25 in procenten. Ik neem dat graag van haar aan. In ieder geval vind ik dat deze zaak niet te lang moet blijven liggen. Ik ben van plan om uiterlijk bij de begroting 2014 – dat zal in september zijn – de Kamer erover te informeren of dit inderdaad zo uitpakt. Het voorwerk om dat te kunnen beoordelen is al gestart en tegen die tijd moet ik toch de conclusies kunnen trekken. Zonder tegenbericht krijgt de Kamer die informatie uiterlijk op de derde dinsdag van de mooie maand september.

De heer Vos en de heer Leegte hebben een motie voorgelegd die inhoudt dat het toezicht op de kerncentrales absoluut onafhankelijk dient te zijn, dat de richtlijnen van het IAEA voorschrijven dat er een scheiding moet zijn en dat er een onafhankelijke autoriteit moet zijn met voldoende kritische massa en deskundigheid. Geconstateerd wordt dat nu sprake is van versnippering. De regering wordt verzocht om de taken en bevoegdheden te bundelen in één autoriteit nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en ervoor te zorgen dat deze autoriteit onafhankelijk is. De Kamer is al wat verder dan ik ben. Ik denk dat het zo moet, maar ik wil graag die analyse maken om te zien of ik het zodanig kan uitwerken dat het inderdaad aan alle internationale voorschriften voldoet. Ik kan mij heel goed voorstellen dat het deze kant opgaat; vandaar dat ik dit in gang heb gezet. Als de Kamer dit nu al wenst uit te spreken, heb ik daar geen bezwaar tegen. Ik zal mijn werk doen en het uiteindelijke resultaat aan de Kamer voorleggen. Ik denk dat de heren Vos en Leegte zich dan niet door deze motie zullen laten weerhouden om toch dat resultaat van mijn werk kritisch te beoordelen. Op die manier heb ik geen probleem met deze motie. Ik hoop dat ik daarmee voldoende heb gereageerd.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van dit debat. Over de moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

Sluiting 23.08 uur.