Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 78, pagina 6621-6625

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 8 april 2010 over de postmarkt.

De voorzitter:

Er hebben zich twee sprekers gemeld, om te beginnen mevrouw Gesthuizen van de SP-fractie. U hebt een spreektijd van twee minuten.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Het kan niet veel gekker: een demissionair minister van Financiën die over een aangenomen Kamermotie zegt dat deze niet goed uitvoerbaar is. De prijzen die de overheid wilde betalen bij de postaanbesteding van de fiscus in 2009 maken het onmogelijk om kostendekkend te opereren. De minister van Financiën stelde in zijn brief van 23 maart dat de overheid niet kan vaststellen wat een goede prijs zou zijn om te betalen aan de postbedrijven. Echter, ik constateer toch stellig dat hij zichzelf hiermee tegenspreekt, aangezien hij in antwoorden, gedateerd 30 september 2009 op Kamervragen van mijzelf aanvoert dat het aanbestedingsteam een referentieaanneemsom hanteerde en dat deze op basis van onderzoek van de postmarkt en de tarieven voor 2008 tot stand kwam. Ik dien dan ook de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij de gunning van de aanbesteding voor poststukken door de fiscus het afgelopen jaar veel klachten zijn gekomen van marktpartijen over de aanneemsom en de bandbreedte welke de overheid hanteerde voor de aanbesteding;

van mening dat de overheid als inkoper het goede voorbeeld moet geven en behalve gunstige ook fatsoenlijke prijzen moet betalen voor diensten als de bezorging van post;

verzoekt de regering, de Kamer te informeren over de wijze waarop bij toekomstige postaanbestedingen de motie-Gesthuizen/Vos (29502, nr. 25) een rol gaat spelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Gesthuizen, Vos en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30(29502).

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Sinds het AO dat wij voerden, is er het nodige veranderd. De rechter heeft bepaald dat de AMvB welke eisen stelt aan de ontwikkeling van bedrijven van stukloon naar arbeidscontracten toch van kracht is. Dat is wel een feestje waard. Daarom meen ik dan ook dat er nog een andere wijze is om de overheid met haar postaanbesteding bij te laten dragen aan een goede ontwikkeling.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Staat door de rechter in het gelijk is gesteld en het Tijdelijk Besluit Arbeidsovereenkomst Post niet strijdig is met de Postwet;

van mening dat de aanbesteding van de post door de overheid in de praktijk niet mag leiden tot situaties die tegenstrijdig zijn met deze AMvB noch met bredere gestelde doelen omtrent goede arbeidsvoorwaarden;

verzoekt de regering om bij alle aanbestedingen van poststukken ervoor te zorgen dat slechts bedrijven die zich houden aan het ingroeimodel zoals beschreven onder artikel 2, lid 2, onderdeel b, van de AMvB, in aanmerking komen voor gunning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31(29502).

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Tot slot heb ik een motie met het oog op een mogelijke nationalisatie van TNT Post.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de liberalisering van de postmarkt tot een chaotische situatie leidt wat betreft de arbeidsverhoudingen in de markt, de concurrentiële verhoudingen en de situatie voor de consument;

constaterende dat het risico bestaat dat de uitvoering van de universele dienstverlening in gevaar komt ten gevolge van de grillen van activistische aandeelhouders en opkoopfondsen;

constaterende dat het onmogelijk efficiënt kan zijn om vier postbodes door de straat te laten lopen in plaats van een;

verzoekt de regering, een onderzoek in te stellen naar een mogelijke nationalisatie van de postdivisie van TNT en zich in Europees verband in te zetten voor het op termijn beëindigen van de verplichte concurrentie in de postsector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32(29502).

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik vervang mijn collega, de heer Elias. Ik heb begrepen dat mevrouw Gesthuizen in de vorige AO's twee bewindslieden heeft toegevoegd dat ze leugenaars waren. Ik had dus eigenlijk een motie van wantrouwen verwacht. Betekent dit dan dat ze toch wat van die woorden terugneemt? Anders verwacht ik toch een motie van wantrouwen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Nee. Dit hebben we bovendien al uitgebreid bediscussieerd in het algemeen overleg. Ik vind het wat vermoeiend om dat hier nog een keertje te gaan doen, moet ik heel eerlijk zeggen. Ik heb al verschillende keren tegen uw collega, de heer Elias, gezegd dat ik niet van plan ben om een motie van wantrouwen in te dienen.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het is toch het een of het ander? Of je hebt geen vertrouwen – als je zegt dat iemand liegt, heb je geen vertrouwen – of je zegt dat je het niet zo hebt bedoeld. Je hebt misschien een woord in de mond genomen, maar hebt het niet zo bedoeld. Is mevrouw Gesthuizen dan bereid om dat hier nu te zeggen?

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Nee, ik heb tijdens het algemeen overleg ook al aangegeven dat het kabinet mijns inziens zelf al met de brief waarin melding wordt gemaakt van het samenvoegen van onderzoeken die inzicht geven in de ontwikkeling van de afgelopen jaren op de postmarkt heeft aangetoond dat het de Kamer in de afgelopen jaren niet alle informatie op een goede manier heeft gegeven en dat het daarmee in feite zelf al schuld heeft erkend.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik constateer dat er grote woorden zijn gebruikt en ik zou het chic hebben gevonden als mevrouw Gesthuizen die woorden had teruggenomen, dan wel genuanceerd. Ik denk dat dat in het belang is van de goede omgang met elkaar in de Kamer.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dat mag mevrouw Van der Burg vinden en het siert haar ook dat zij een pleidooi houdt voor goede omgangsvormen. Dat doe ik ook. Ik benoem de dingen daarbij graag. Mijn eerste zorg ligt daarbij vooral bij de omgangsvormen die wij op dit moment kennen in de situatie op de postmarkt. Ik kan mij zeer wel voorstellen dat iedereen die betrokken is geweest bij het doen ontstaan van de chaotische situatie, waaronder nu met name werknemers te lijden hebben, daar liever niet mee geconfronteerd wordt. Maar ik ga over mijn eigen woorden.

Voorzitter: Gerkens

Mevrouw Vos (PvdA):

Voorzitter. Wij zijn nog lang niet klaar met de marktwerking in de postsector. Bedrijven concurreren elkaar nog steeds kapot en van een goede arbeidsmarktwerking kunnen wij nog lang niet spreken. Dus het duurt nog even voor wij zijn beland in een situatie waarin die markt normaal werkt, waarin de arbeidsmarkt normaal is en – vooral – waarin er normale lonen worden betaald. Het kabinet heeft aangegeven, en wij hebben ook gewild, dat de Arbeidsinspectie vanaf juli 2010 gaat controleren, maar wij willen wel dat de Arbeidsinspectie dat op een goede en scherpe manier doet en ook dat zij een compleet beeld krijgt van wat je nu werkelijk verdient als je met zo'n OVO waar het om gaat rondloopt.

Ik heb nog wel een vraag aan de minister, niet per se in een motie. Zij heeft toegezegd dat zij ons zo snel mogelijk het onderzoek zal sturen van de OPTA en de NMa over de instrumenten. Dan gaat het om de brief die de OPTA heeft gestuurd, waarin deze een aantal instrumenten heeft genoemd waarmee zij bijvoorbeeld beter en sneller kan ingrijpen in de postmarkt. Komt dat ook aan de orde in de rapportage die de minister ons zal sturen? Dan gaat het om de genoemde instrumenten, zoals kruissubsidiëring. Het zijn waarschijnlijk dezelfde instrumenten als ook destijds op de telecommarkt zijn gebruikt. Het lijkt mij goed dat wij snel informatie krijgen over die wijzigingen, zodat de nieuwe Kamer daarover ook snel een oordeel kan uitspreken.

Over de Arbeidsinspectie dien ik de volgende motie in. Wij hopen dat daarmee deze keer echt een heel gedegen onderzoek zal plaatsvinden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vanaf juli 2010 de Arbeidsinspectie zal controleren bij de postbedrijven;

overwegende dat op 2 september 1996 reeds een besluit is genomen om een aantal arbeidsverhoudingen onder de werking van de wet minimumloon en vakantietoeslag (WML) te brengen, waaronder de verhouding die de nieuwe postbedrijven hanteren;

overwegende dat ook mensen met een overeenkomst van opdracht minstens het wettelijk minimumuurloon moeten verdienen;

overwegende dat er veel signalen zijn dat postbezorgers met een overeenkomst van opdracht met de huidige stuksprijs niet het wettelijk minimumuurloon verdienen;

verzoekt de regering, de Arbeidsinspectie de beloning en de redelijkerwijs benodigde tijd voor uitvoering van de sorteer- en distributiewerkzaamheden van pas gestarte postbezorgers en postbezorgers met een arbeidshandicap te onderzoeken om zo een goed beeld te krijgen van de inkomsten van alle postbezorgers;

verzoekt de regering tevens, het UWV te laten onderzoeken of er volgens de gangbare juridische criteria sprake is van een arbeidsverhouding tussen de werkgever en de postbezorger,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vos, Gesthuizen en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33(29502).

De vergadering wordt van 16.03 uur tot 16.10 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heet beide ministers welkom. Ik zie dat de minister van Economische Zaken wil beginnen.

Minister Van der Hoeven:

Voorzitter. Niet lang geleden stuurden we de Kamer een brief over de feiten en de cijfers van de krimpende postmarkt. De Kamer is het met mij eens dat die markt krimpt. Eveneens is zij met mij van mening dat de oorzaak daarvan de digitalisering is en daarmee de toename van het e-mailverkeer. Dat laat onverlet dat mevrouw Gesthuizen een beetje hardleers is, maar dat is haar probleem.

Mevrouw Vos vroeg mij of de genoemde instrumenten ook in het onderzoek aan de orde kunnen komen. Ik zie mevrouw Vos niet, maar beantwoord die vraag bevestigend.

Ik ga in op de motie-Gesthuizen op stuk nr. 31 met het verzoek aan de regering om er bij alle aanbestedingen van poststukken voor te zorgen dat slechts bedrijven die zich houden aan het ingroeimodel, zoals dat is beschreven onder artikel 2, lid 2, onderdeel b van de AMvB, in aanmerking komen voor gunning. Wij ontraden de Kamer om die motie aan te nemen, omdat de rechter niet heeft bepaald dat de AMvB onder de Postwet geen probleem met zich zal brengen. Hij heeft geoordeeld dat er voor postbedrijven geen sprake was van een spoedeisend belang. De rechter heeft de eis daarom afgewezen. Hij kwam niet toe aan de vraag of de AMvB onder de huidige wet verbindende kracht heeft. Die vraag zou aan de orde kunnen komen in een bodemprocedure.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik wens de motie op stuk nr. 31 aan te houden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Gesthuizen stel ik voor, haar motie (29502, nr. 31) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van der Hoeven:

Ik kom op de motie-Gesthuizen op stuk nr. 32 met het verzoek aan de regering, een onderzoek in te stellen naar een mogelijke nationalisatie van de postdivisie van TNT en zich in Europees verband in te zetten voor het op termijn beëindigen van de verplichte concurrentie in de postsector. De voornaamste zorg van de overheid is dat een universele dienst wordt geleverd van goede kwaliteit. Dat is wettelijk geregeld. Het is niet nodig dat de Staat daarvoor een eigen bedrijf heeft. Ik ben geneigd om te zeggen dat het tegendeel het geval is. Een privaat bedrijf, zoals wij dat nu kennen, dat de dienst levert in opdracht van de Staat, doet dat efficiënt en effectief. Het bedrijf TNT voert ook een sociaal verantwoord beleid. Het doet dat door uitvoerig te overleggen met de vakbonden om tot cao-afspraken te komen. Ik zie echt niet wat nationalisatie daaraan kan bijdragen, anders dan dat wij de belastingbetaler dan laten opdraaien voor de aankoop van aandelen. Daarmee zijn miljarden gemoeid en dat zal echt niet een beter product opleveren.

Ik wijs erop dat de invloed van de aandeelhouder in geval van een structuur NV – dat is TNT – beperkt is, omdat veel bevoegdheden zijn neergelegd bij de raad van commissarissen. In die zin zal nationalisatie ook een weinig effectieve actie zijn. Kortom, wij ontraden de Kamer met klem om deze motie aan te nemen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik ga graag in op het punt dat wij de belastingbetaler met een enorme kostenpost opzadelen als wij de postdivisie van TNT nationaliseren. Ik wijs de minister erop dat het bezit van TNT de overheid ook het nodige oplevert. TNT Post heeft de afgelopen jaren ook winst gemaakt. Het gaat om honderden miljoenen euro's. Waarom denkt de minister dat dit alles niet kostendekkend mogelijk is?

Minister Van der Hoeven:

Daar heb ik het helemaal niet over gehad. Ik vind het prima dat een bedrijf als TNT winst maakt, hoe meer hoe liever. Als dat op een goede manier gebeurt, is dat geen enkel probleem. Het gaat er echter om dat in de motie staat dat nationalisatie kan bijdragen aan een bedrijf dat beter functioneert. Daarvan zal echter geen sprake zijn. Het gaat er ook om dat wij de belastingbetaler dan laten betalen voor het aankopen van aandelen. Daar staan rentekosten tegenover, alsmede bedrijfsrisico's die voor rekening komen van de overheid. En de overheid is geen bedrijf.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Nu doet de minister het weer. Misschien begrijpt zij het niet helemaal. Als je een bedrijf koopt, dan krijg je aandelen in je bezit. Dan ben je ook degene aan wie de winst wordt uitgekeerd. Ik wees de minister erop dat TNT de afgelopen jaren behoorlijk winst heeft gemaakt op het onderdeel Post. Die winst valt de overheid ten deel op het moment dat de overheid aandeelhouder van TNT is. Ik vraag de minister nogmaals waarom zij denkt dat ik met mijn idee over een nationalisatie de belastingbetaler met enorme kosten zou opzadelen.

Minister Van der Hoeven:

Misschien begrijpt mevrouw Gesthuizen mij niet. Dat is eerder het geval geweest. Ik kan mij nog heel goed herinneren welke woeste woorden zijn gebruikt door mevrouw Gesthuizen tijdens een overleg. Mevrouw Gesthuizen stelt nationalisatie voor, maar ik herhaal dat ik niet inzie wat nationalisatie kan bijdragen aan een beter functionerende universele dienst. Het wordt momenteel door bedrijven gedaan. Die bedrijven doen dat in opdracht van de staat en het gebeurt efficiënt en effectief. Daar gaat het om. Als je wilt nationaliseren, dan hoor je te kopen, gewoon te kopen. Dat betekent dat je de aandelen moet kopen, maar dan gaat het om miljarden. Ik spreek niet tegen dat er winst wordt gemaakt. Integendeel, maar het gaat om het aankopen van dit soort zaken. Over het aankoopbedrag betaal je rente. Zo simpel is het. Ik ontraad deze motie dus opnieuw.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik ben nu zeer voorzichtig, want de minister heeft al eens eerder in gedreigd met het opstappen uit een debat. De minister voegde toen overigens niet de daad bij het woord.

Ik constateer dat de minister mijn opmerkingen wat dit betreft onweersproken laat. Voor het aankopen van een bedrijf moet je geld lenen. Over dat geleende geld moet je rente betalen. Die rentekosten kun je dekken uit de behoorlijke winst die TNT maakt. Sterker nog, de overheid zou daar nog winst mee kunnen maken. Ik ben ervan overtuigd dat een universele dienst in handen van de staat beter is dan een universele dienst in handen van een of andere partij die van zo'n postdivisie een speelbal wil maken en die divisie vooral wil strippen en slopen.

Minister Van der Hoeven:

Voorzitter, er is mij geen vraag gesteld, maar publieke belangen borg je via wettelijke regels. Dat betekent universele dienstverlening en niet via publiek eigendom. Wat dat opstappen betreft: Ik heb dat toen niet gedaan omdat duidelijk was dat de Kamer mij steunde en niet mevrouw Gesthuizen.

Dat brengt mij bij de laatste motie op stuk nr. 33, ingediend door mevrouw Vos en meeondertekend door mevrouw Gesthuizen en mevrouw Van Gent. Ook deze motie ontraden wij, want als wij de motie uitvoeren, zetten wij een aantal stappen terug in de tijd, in plaats van vooruit. Er is een juridisch onderzoek uitgevoerd naar de contracten bij de nieuwe postbedrijven. Dat onderzoek heeft de Kamer op 27 november 2007 gekregen. Daarin is bekeken om welke contracten het gaat en hoe die zich verhouden tot de sociaalrechtelijke bescherming. Op dat onderdeel is er geen aanleiding om dat onderzoek opnieuw te gaan doen, ook omdat het uiteindelijk aan de rechter is om in individuele gevallen te bepalen om wat voor contracten het feitelijk gaat. Nieuw onderzoek voegt daar niets aan toe.

De Arbeidsinspectie heeft in 2008 onderzocht wat de verdiensten zijn van de postbezorgers met een overeenkomst van opdracht. Ook die feiten zijn bekend. Ze waren overigens mede aanleiding voor de weg die is ingeslagen. Het gaat er niet om wat een specifieke groep verdient, maar hoe die verdiensten zijn bij een gemiddelde arbeidsprestatie. Juist vanwege het onderzoek van de Arbeidsinspectie uit 2008 is ingezet op het bevorderen van arbeidsovereenkomsten via de cao en het Tijdelijk besluit arbeidsovereenkomst post. Er is voor die weg gekozen, met brede steun van de Kamer.

Ter uitvoering van de motie-Vos, aangenomen op 24 maart 2009, zal de Arbeidsinspectie vanaf juli dit jaar een Wml-controle uitvoeren op de arbeidsovereenkomsten in de postsector. Die controle sluit aan op de eerste evaluatie van het ingroeimodel door partijen die loopt tot eind juni. De precieze vorm en inhoud van het onderzoek van de Arbeidsinspectie hangen ook van de evaluatie van het ingroeimodel. Overigens zijn deze antwoorden afgestemd met de minister van SZW die op dit moment nog niet aanwezig is.

Tot slot wil ik mede namens de minister van SZW opmerken dat ook de Arbeidsinspectie zal moeten prioriteren. Als de Kamer wil dat wij dit doen, moet zij ook maar aangeven wat er niet moet gebeuren. Aan de andere kant kan ik mij ook voorstellen dat mevrouw Vos haar motie aanhoudt totdat de eerste evaluatie voorhanden is. De precieze vorm en inhoud van het onderzoek van de Arbeidsinspectie hangt immers in sterke mate af van de evaluatie van het ingroeimodel.

Mevrouw Vos (PvdA):

Ik heb twee opmerkingen. Ik begin bij het onderzoek dat naar de OVO's is gedaan. Hier kwam uit naar voren dat een en ander helemaal nog niet helder is, zeker in het licht van de AMvB die al in 1996 is aangenomen. Het UWV doet vaak steekproeven onder zelfstandigen. Men beziet dan – de minister van Financiën weet daar alles van – of de VAR wel klopt. Er zijn zo ontzettend veel signalen, ook van de NMa, dat de constructie waar al die postbezorgers mee werken eigenlijk wel erg veel lijkt op een arbeidsrelatie. Het lijkt ons dan ook goed dat het UWV nog eens met die blik ernaar kijkt, juist omdat het onderzoek uit 2007 niet veel helderheid heeft gebracht. Verder merk ik het volgende op. Inderdaad gaat de Arbeidsinspectie op verzoek van de Kamer en het kabinet een onderzoek doen. Ik weet dat dit gebeurt en ik ben er ook heel blij mee. Wij weten allemaal dat op dit moment allerlei mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de post bezorgen. Het is mooi werk voor mensen die anders misschien aan de kant staan. Echter, ook zij zullen het wettelijk minimumuurloon moeten verdienen. Als de Arbeidsinspectie dit onderzoek uitvoert, moet zij ons ervan vergewissen dat juist deze groep – wij vinden het heel belangrijk dat deze mensen werken en dat dit werk loont – wordt meegenomen. Dat is nog niet helemaal duidelijk. Ik kan eventueel de motie aanhouden tot wij het onderzoeksvoorstel hebben. Het is niet strijdig met wat de Arbeidsinspectie doet. Het heeft niet zozeer met prioritering te maken. Het is meer een vraag van "neem dit op in je onderzoeksmethode".

Minister Van der Hoeven:

Zoals gezegd gaat de Arbeidsinspectie vanaf juli 2010 controleren op het wettelijk minimumloon. Dat heeft te maken met de arbeidsovereenkomsten in de postsector. Dat soort controle sluit aan op de eerste evaluatie van het ingroeimodel. Misschien is mevrouw Vos een beetje te vroeg met haar motie, dat kan natuurlijk ook.

De voorzitter:

Mevrouw Vos, houdt u hiermee uw motie aan?

Mevrouw Vos (PvdA):

Ik denk erover na.

Minister De Jager:

Voorzitter. Tegen de heer Vendrik zeg ik dat ik inderdaad inmiddels weer gewoon in Nederland ben. Dat is allemaal gelukt. Gisteren was ik weer aan het werk. Ik heb inderdaad een beetje geluk gehad. Voor veel mensen komt pas vandaag het vliegverkeer weer op gang.

Namens het kabinet geef ik een reactie op de motie op stuk nr. 30. De algemene notie – het is al eerder gezegd – is dat aanbestedingseisen niet echt het geëigende middel zijn om dit soort beleid te realiseren. Het is niet effectief en ook niet gewenst. Een AMvB of wet- of regelgeving is de voor de politiek gewenste route om bepaalde wensen te realiseren. Dat gezegd hebbende, het kabinet is met de Kamer van mening dat sprake moet zijn van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden in de postsector.

Kijken wij naar de motie en het dictum "verzoekt de regering, de Kamer te informeren over hoe bij toekomstige postaanbestedingen de motie-Gesthuizen/Vos (29502, nr. 25) een rol gaat spelen". De motie-Gesthuizen/Vos bevat een aantal elementen die wij niet konden realiseren. Dit gevoegd bij de algemene notie dat aanbestedingseisen niet het geëigende middel om bepaalde wensen door te drukken. Wij zien wel bepaalde mogelijkheden om de Kamer te informeren over de manier waarop de motie-Gesthuizen/Vos (29502, nr. 25) een rol zou kunnen spelen. Met inachtneming van de algemene notie dat aanbestedingseisen niet de geëigende route zijn, vind ik het op zich niet bezwaarlijk om aan het dictum te voldoen. Wij moeten dan wel even bekijken of het algemene of specifieke aanbestedingseisen zijn. Over de algemene eisen gaat de minister van Economische Zaken. De specifieke aanbestedingseisen kunnen vallen onder de beleidsverantwoordelijkheid van een van de bewindslieden van Financiën. Wij kunnen de Kamer dus informeren met inachtneming van de gegeven notie, de brief en het gezegde in het algemeen overleg. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer over.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de moties zullen aanstaande donderdag plaatsvinden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.