Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 81, pagina 5695-5696

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 24 april 2008 over het bewegingsonderwijs.

De voorzitter:

Het kerstregime is van toepassing. Dit betekent dat moet worden volstaan met het zonder nadere versierselen oplezen van moties. U kunt alleen vragen stellen aan de staatssecretaris als u haar antwoord niet begrijpt. Gezien het hoge opleidingsniveau van deze leden kan ik mij dit echter nauwelijks voorstellen.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):

Voorzitter. Wij hebben zojuist een goed algemeen overleg gehad. Er is één geschilpunt overgebleven, over het wel of niet verplicht laten indalen van twee modules van de leergang bewegingsonderwijs in de initiële opleiding van de pabo. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kwalitatief goed bewegingsonderwijs in het primair onderwijs voor de motorische ontwikkeling van het kind van groot belang is;

overwegende dat momenteel de modules bewegingsonderwijs volledig buiten de initiële opleiding worden gehouden;

constaterende dat de combinatie van beginnend docent en het volgen van de leergang bewegingsonderwijs als zeer zwaar wordt ervaren;

van mening dat alle docenten in het primair onderwijs minimaal twee modules van de leergang bewegingsonderwijs moeten hebben gevolgd;

verzoekt de regering, de eerste twee modules van de leergang bewegingsonderwijs als verplicht onderdeel te laten indalen in de initiële pabo-opleiding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Jacob van Dijk en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 171(31200 VIII).

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Mijn fractie heeft geen vertrouwen in de aanpak van de regering van het bewegingsonderwijs. De leergang bewegingsonderwijs wordt te zeer uitgekleed door de voorgestelde maatregelen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering de omvang van de leergang bewegingsonderwijs met 25% wil reduceren;

van mening dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de leergang bewegingsonderwijs;

verzoekt de regering, de voorgenomen reductie van de leergang bewegingsonderwijs geen doorgang te laten vinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 172(31200 VIII).

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Ik denk dat ik uit mijn hoofd wel op de moties kan reageren. Wij hebben in het algemeen overleg zojuist vastgesteld dat op het moment dat wij gaan doen wat de heer Jan Jacob van Dijk en de heer Van der Vlies mij vragen, de verlichting van de leergang in het komende jaar in ieder geval verder weg is dan ooit. Dit zal namelijk betekenen dat wij het curriculum van de pabo echt moeten aanpassen. Ik zie geen mogelijkheden om dit te doen op de wijze die zij voorstellen, ook omdat elk uur dat je verplicht besteedt aan bijvoorbeeld bewegingsonderwijs onmiddellijk ten koste zal gaan van wat wij de basisvaardigheden noemen. U kent onze focus op rekenen en taal. Derhalve moet ik het aannemen van deze motie ontraden.

Hetzelfde geldt voor de motie-Jasper van Dijk/Leijten, waarin eigenlijk iets heel anders wordt gevraagd, een precies tegenovergestelde beweging, namelijk om helemaal geen verlichting aan te brengen in de leergang bewegingsonderwijs. Wij hebben een evaluatie gehouden. Daaruit blijkt klip en klaar dat studenten de opleiding weliswaar goed en plezierig vinden, maar wel zodanig zwaar dat dit ook een probleem is om de opleiding te volgen. Aangezien wij inderdaad, zoals de heer Van der Vlies zei, er uiteindelijk ook voor moeten zorgen dat er voldoende docenten zijn die de bevoegdheid bewegingsonderwijs houden, is het noodzakelijk om iets te doen aan het verlichten van de leergang, maar wel met behoud van kwaliteit. De veronderstelling dat de reductie die nu voorligt ten koste gaat van de kwaliteit van de leergang, is onjuist. Ook het aannemen van deze motie moet ik ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Vanavond worden de moties in stemming gebracht.

De vergadering wordt van 13.05 uur tot 13.15 uur geschorst.