- de motie-Karimi/Van Velzen over een parlementair
onderzoek naar de affaire-Khan en -Slebos (30300 XIII, nr.
63);
- de motie-Karimi over strafrechtelijke vervolging van
personen die medewerking verlenen aan de verspreiding van massavernietigingswapens
(30300 XIII, nr. 64).
De voorzitter:
De motie-Karimi/Van Velzen (30300-XIII, nr. 63) is in die zin gewijzigd
dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de internationale atoomspion Abdul Qader Khan erin is
geslaagd geheime informatie over de verrijkingsprocedure van uranium uit Nederland
te verspreiden naar Pakistan en andere landen;
constaterende dat hij en zijn zakenpartners, zoals de Nederlander Henk
Slebos, gezorgd hebben voor verdere verspreiding van nucleaire informatie
en technologie naar landen als Iran, Libië en Noord-Korea;
constaterende dat er in de affaire-Khan en -Slebos nog vele vragen onbeantwoord
zijn, onder meer aangaande de rol van de inlichtingendiensten en Justitie
in dezen;
constaterende dat niet uitgesloten kan worden dat de netwerken van Khan
en Slebos nog steeds actief zijn;
van mening dat voorkomen moet worden dat Nederland in de toekomst nogmaals
betrokken raakt in de proliferatie van nucleaire informatie en technologie;
spreekt als haar mening uit dat een parlementair onderzoek gewenst is
naar de affaire-Khan en -Slebos, met als doel waarheidsvinding en het trekken
van conclusies ten aanzien van betere wet- en regelgeving, controle en toezicht,
teneinde de verdere proliferatie van massavernietigingswapens vanuit Nederland,
in welke vorm dan ook, te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 68 (30300-XIII).
De motie-Karimi (3000-XIIII, nr. 64) is in die zin gewijzigd dat zij thans
luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de internationale atoomspion Abdul Qader Khan erin is
geslaagd geheime informatie over de verrijkingsprocedure van uranium uit Nederland
te verspreiden naar Pakistan en andere landen;
constaterende dat een van Khans belangrijkste toeleveranciers, de Nederlander
Henk Slebos, naar eigen zeggen drie decennia lang benodigdheden voor nucleaire
technologie aan hem en anderen heeft geleverd;
van mening dat er geen adequate wetgeving is voor het strafrechtelijk
vervolgen van personen die medewerking verlenen aan de verspreiding van kennis,
technologie en toebehoren ten behoeve van de productie van massavernietigingswapens;
verzoekt de regering, te komen met voorstellen om deze strafrechtelijke
vervolging mogelijk te maken en de Tweede Kamer daarover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 69 (30300-XIII).
Wij stemmen meteen over deze gewijzigde moties.