Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935210 nr. 1

35 210 Voorjaarsnota 2019

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 mei 2019

De Voorjaarsnota 2019 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2019. Het kabinet geeft hierin een overzicht van de wijzigingen van de begroting voor het lopende begrotingsjaar ten opzichte van Miljoenennota 2019. Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering van alle ministeries. Deze nota beschrijft de economische en budgettaire uitgangssituatie en schetst een actueel beeld van de Nederlandse economie (paragraaf 2). Vervolgens worden de ontwikkelingen aan de uitgaven- (paragraaf 3) en de inkomstenkant (paragraaf 4) van de begroting besproken, die resulteren in het actuele beeld van de overheidsfinanciën (paragraaf 5).

In de bijlagen bij deze Voorjaarsnota zijn de budgettaire kerngegevens (bijlage 1) en een toelichting op de belastinginkomsten (bijlage 2) opgenomen. Bijlage 3 en 4 geven meer inzicht in respectievelijk de uitgekeerde eindejaarsmarge op de verschillende begrotingshoofdstukken en de overboeking van regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post. Bijlage 5 bevat de verticale toelichting waarin per individueel begrotingshoofdstuk de belangrijkste mutaties worden toegelicht.

Kernpunten

  • Dit voorjaar zijn er meevallers onder het uitgavenplafond die optellen tot circa 1,5 miljard euro in 2019. Het gaat met name om meevallers en ramingsbijstellingen bij de zorguitgaven, lager uitvallende rentelasten, lagere EU-afdrachten en hogere dividendafdrachten van staatsdeelnemingen.

  • Binnen de afgesproken uitgavennormering worden middelen beschikbaar gesteld voor belangrijke opgaven op het terrein van Groningengas, asiel en migratie, klimaat, defensie en onderwijs. Ook wordt geld ingezet om knelpunten in de uitvoering van beleid en de realisatie van projecten aan te pakken.

  • De financiële gevolgen van de versnelling in de afbouw van het Groningengas worden conform de begrotingsregels onder het uitgavenplafond ingepast. Met de versnelling onderstreept het kabinet het streven naar een zo spoedig mogelijke beëindiging van de gaswinning in Groningen.1

  • Als onderdeel van de politieke afspraken over asiel en migratie uit januari van dit jaar komt voor de herbeoordeling van het kinderpardon eenmalig 13 miljoen euro beschikbaar. Voor een stabiele financiering van de asielketen wordt circa 100 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld, zodat het operationele proces beter kan worden ingericht, het aantal mensen dat sinds de asielcrisis in 2015 in procedure is afneemt en de doorlooptijden worden teruggebracht.2

  • De Minister-President heeft in december het nationaal plan defensie-uitgaven bij de NAVO aangeboden. In dit plan bevestigt het kabinet zijn politieke intentie om structureel te investeren in een aantal prioritaire capaciteiten, die aansluiten bij de capaciteitendoelstellingen van de NAVO. In lijn met deze intentieverklaring wordt dit jaar 10 oplopend tot 461 miljoen euro in 2024 extra ingezet voor deze capaciteitsdoelstellingen. Structureel gaat het om 162 miljoen euro extra per jaar.3

  • Het kabinet heeft bij de aanbieding van het ontwerp-klimaatakkoord en bij de eerste reactie op de doorrekening van het ontwerp-klimaatakkoord een pakket aan maatregelen aangekondigd.4 5 Voor de uitvoering van deze maatregelen wordt geld gereserveerd op de aanvullende post. Deze gelden worden na de besluitvorming over het klimaatakkoord toegevoegd aan de begrotingen. De reservering bedraagt 400 miljoen euro in 2019 en structureel 110 miljoen euro per jaar.

  • Naast deze opgaven maakt het kabinet extra geld vrij voor knelpunten in de uitvoering van beleid. Voorbeelden zijn de tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten van de jeugdhulp, de gestegen kosten in het onderwijs door de toename van het aantal leerlingen en studenten, extra uitgaven voor bèta- en techniekopleidingen en het aanbrengen van balans in de financiën van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie.

  • Na de voorjaarsbesluitvorming groeit de zorg in 2019 nog steeds met bijna 8 procent, ten opzichte van een groei van ruim 9 procent in 2019 voor de voorjaarsbesluitvorming. De uitgaven aan sociale zekerheid wijzigen beperkt als gevolg van de besluitvorming en laten een groei zien van ca. 4 procent. De uitgaven aan onderwijs zijn na de voorjaarsbesluitvorming hoger dan ervoor (1,5 procent in 2019).

  • Het overheidssaldo en de overheidsschuld laten in 2019 een beperkte afname zien ten opzichte van de verwachting bij Miljoenennota. In deze Voorjaarsnota komt het overheidssaldo uit op een overschot van 0,9 procent bbp (1,0 procent bbp bij Miljoenennota) en een schuld van 50,1 procent bbp (49,6 procent bbp bij Miljoenennota). Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de economie in 2019 minder hard groeit dan bij Miljoenennota (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2) werd verwacht.

  • Het trendmatig begrotingsbeleid is een belangrijke verworvenheid, zowel voor een toekomstbestendige financiering van de overheidsuitgaven als voor een dempende werking op economische fluctuaties. Ook het CPB adviseert daarom hieraan vast te houden. De Nederlandse begroting is gevoelig voor economische schokken. Een overschot kan snel omslaan in een tekort. Daarnaast heeft het CPB recent laten zien (in de technische raming voor de middellange termijn) dat er bij een conjunctureel neutrale ontwikkeling in 2023 sprake is van een begrotingstekort. Door vast te houden aan trendmatig begrotingsbeleid en buffers op te bouwen, wordt voorkomen dat bij een omslag in de economie bezuinigd moet worden.

1. De uitgangssituatie

Het economisch beeld 2019

De Nederlandse economie blijft in 2019 doorgroeien, maar in een lager tempo dan de voorgaande jaren (zie tabel 1). De economische groei wordt door het CPB in het Centraal Economisch Plan (CEP) geraamd op 1,5 procent, wat een neerwaartse bijstelling is ten opzichte van de raming van 2,6 procent ten tijde van de Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). Na jaren van betrekkelijk hoge groei keert de economie terug naar een gematigdere groei die volgens het CPB gebruikelijk is voor de Nederlandse economie op de lange termijn. Ondanks het rustigere groeitempo blijft de geraamde economische situatie gunstig. De werkloosheid blijft historisch gezien laag, en de werkgelegenheid en de lonen stijgen verder.

De oorzaken van de lagere groeiverwachting zijn met name de neerwaarts bijgestelde raming van de uitvoer en de particuliere consumptie. De uitvoer heeft last van de zwakkere wereldhandelsgroei. De consumptie neemt onder andere minder snel toe door de afnemende impuls van de werkgelegenheidsgroei. De overheidsbestedingen groeien, maar volgens het CEP minder hard dan geraamd bij Miljoenennota (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2).

De verwachte uitvoer groeit in 2019 minder snel dan in 2018. Hierdoor is de economische groei in 2019 nog meer binnenlands gedreven dan voorgaand jaar. De sterkere toename van de overheidsuitgaven ten opzichte van vorig jaar compenseert grotendeels voor de lagere groei van de particuliere consumptie en de investeringen, waardoor de groei van de binnenlandse bestedingen op peil blijft.

De werkgelegenheid blijft stijgen, maar in een minder tempo dan de afgelopen jaren doordat de werkloosheid al laag is en de groei vertraagt. De werkloosheid blijft hierdoor naar verwachting stabiel op 3,8 procent. De arbeidsmarkt blijft krap. Dit heeft een opwaarts effect op de lonen, die dit jaar naar verwachting met 2,7 procent toenemen.

De raming van de economische groei kent per definitie onzekerheden. Zo blijft de Nederlandse economie gevoelig voor de ontwikkeling van de wereldhandel. Een no deal-Brexit of een verdere toename van importheffingen ten gevolge van het handelsbeleid van de VS kunnen de economische groei sterk neerwaarts beïnvloeden.

Tabel 1: Macro-economische veronderstellingen voor 2019

2019 (mutaties per jaar in %)

Miljoenennota 2019

Voorjaarsnota 2019

Volume bbp en bestedingen

   

Bruto binnenlands product

2,6

1,5

Particuliere consumptie

2,3

1,3

Investeringen (incl. voorraden)

4,1

2,6

Uitvoer

4,2

1,1

Invoer

4,8

1,5

Inflatie (hicp)

2,5

2,3

Lange rente Nederland (niveau in %)

0,7

0,4

Relevante wereldhandelsvolume

4,0

1,8

Werkloosheid (% beroepsbevolking)

3,5

3,8

Werkzame beroepsbevolking

1,5

1,4

Contractloon marktsector

2,9

2,7

Bron: Centraal Planbureau, MEV 2019 en CEP 2019

Het begrotingsbeleid

Het kabinet voert een trendmatig begrotingsbeleid. Kernelement van het trendmatig begrotingsbeleid zijn de uitgavenplafonds, waarmee de maximale uitgaven zijn vastgelegd. Ook hanteert het kabinet een inkomstenkader waarin de beleidsmatige ontwikkeling van de belastingendruk over de kabinetsperiode is vastgelegd. Mee- en tegenvallers aan de inkomstenkant komen daardoor ten laste van het EMU-saldo en leiden niet tot meer of minder begrotingsruimte. Hetzelfde geldt voor niet-beleidsmatige ontwikkelingen van de werkloosheidsuitgaven (WW en bijstand). Zo ademt de begroting mee met de economie: in goede tijden verbeteren de overheidsfinanciën en wordt een buffer opgebouwd, zodat bij een economische neergang niet direct bezuinigd hoeft te worden.

Het CPB onderschrijft het belang van trendmatig begrotingsbeleid in zijn laatste CEP. Het laten mee-ademen van de begroting met de conjunctuur zorgt voor meer zekerheid voor bedrijven en burgers en voor een betere afweging van waar het geld aan moet worden uitgegeven. Het trendmatig begrotingsbeleid levert hiermee een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie en het welbevinden van burgers. Hierbij wijst het CPB op het belang van voldoende buffers om vast te kunnen houden aan het trendmatig begrotingsbeleid wanneer het economisch minder goed gaat. Deze boodschap van het CPB onderschrijf ik ten zeerste.

De Nederlandse begroting is erg gevoelig voor economische schokken. Daarnaast heeft het CPB recent laten zien (in de technische raming voor de middellange termijn) dat er bij een conjunctureel neutrale ontwikkeling in 2023 sprake is van een begrotingstekort. Het overschot kan dan ook snel omslaan in een tekort. Het belang van sterke buffers is, ook met het oog op de toegenomen neerwaartse risico’s, toegenomen. Door deze buffers nu volgens de regels van het trendmatig begrotingsbeleid te vergroten kunnen we voorkomen dat bij een omslag in de economie meteen bezuinigd moet worden.

3. Uitgaven

In het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) is het uitgavenplafond – bestaande uit drie deelplafonds Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg – vastgesteld voor de gehele kabinetsperiode. Deze paragraaf toetst de uitgaven aan het totaalplafond en de verschillende deelplafonds, volgens de in het Regeerakkoord vastgelegde plafondsystematiek.

Tabel 2 laat zien dat het totale uitgavenplafond sluit in 2019, waarbij compensatie over de deelkaders plaatsvindt. De overschrijding van het deelplafond Rijksbegroting wordt gecompenseerd door onderschrijdingen bij de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg.

De mutaties per deelplafond worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 5 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties ten opzichte van Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2) in meer detail toegelicht.

Tabel 2: Ontwikkeling uitgaven plafond Totaal

(in miljarden euro; – is onderschrijding)

2019

Totaal uitgavenplafond

 

Uitgavenplafond

292,4

Uitgavenniveau

292,4

Over-/onderschrijding

0,0

   

Rijksbegroting

 

Uitgavenplafond

139,4

Uitgavenniveau

141,0

Over-/onderschrijding

1,6

   

Sociale zekerheid

 

Uitgavenplafond

81,7

Uitgavenniveau

81,1

Over-/onderschrijding

– 0,6

   

Zorg

 

Uitgavenplafond

71,3

Uitgavenniveau

70,3

Over-/onderschrijding

– 1,0

Deelplafond Rijksbegroting

Tabel 3: Ontwikkeling uitgaven plafond Rijksbegroting

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2019

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2019

139.385

2

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

606

3

Plafondcorrectie volumebesluit gas

– 30

4

Overige plafondcorrecties

– 245

5

Aanpassingen uitgavenplafond vanwege loon- en prijsontwikkeling

– 287

6

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2019 (= 1 t/m 5)

139.428

     

7

Uitgaven bij Miljoenennota 2019

140.317

8

GF/PF: Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg

552

9

Overboekingen met Sociale Zekerheid en Zorg (excl. GF/PF)

54

10

Plafondcorrecties

– 275

11

Aanpassingen uitgaven vanwege loon- en prijsontwikkeling

– 188

     

12

GF/PF: Accres en beleidsmatige ontwikkeling

– 218

13

GF/PF: Overboekingen naar GF/PF van departementale begrotingen

313

14

HGIS: Herijking asieltoerekening

149

15

HGIS: Vredespaleis

50

16

HGIS: Overig

– 31

17

EU-afdrachten

– 274

18

Rente

– 158

19

Winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen

– 120

20

Capaciteitsdoelstellingen NAVO

10

21

Rechtspraak en Openbaar Ministerie

61

22

Leerlingenramingen en bètatechniek

96

23

Klimaatakkoord

400

24

GF/PF: Eindejaarsmarge over 2018

311

25

Eindejaarsmarge over 2018 (exclusief GF/PF)

466

26

In=uit-taakstelling

– 776

27

Invulling in=uit-taakstelling

220

28

Kasschuiven vanaf Najaarsnota 2018

358

29

Kasschuiven Voorjaarsnota (exclusief HGIS)

– 129

30

Diversen

– 209

31

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2019 (= 7 t/m 30)

140.979

     

32

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota

(= 7 – 1)

932

33

Over-/onderschrijding uitgavenplafond bij Voorjaarsnota (= 31 – 6)

1.550

Bij Voorjaarsnota 2019 is er een overschrijding van het uitgavenplafond Rijksbegroting van 1.550 miljoen euro (regel 33 in tabel 3). Dit komt doordat ten opzichte van de Miljoenennota (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2) de overheid 662 miljoen euro meer uitgeeft op het plafond Rijksbegroting dan verwacht (som van regels 8 t/m 30). Tegelijkertijd is het uitgavenplafond met 43 miljoen aangepast (som van regels 2 t/m 5). De overschrijding neemt hierdoor toe met 618 miljoen euro.

Aanpassingen uitgavenplafond (2 t/m 5)

Overboekingen met de deelplafonds Sociale Zekerheid en Zorg leiden tot een opwaartse bijstelling van cumulatief 606 miljoen euro. Dit betreffen voornamelijk overboekingen naar het Gemeente- en Provinciefonds (GF/PF). Het gaat om onder meer middelen voor jeugdzorg (420 miljoen euro) en de overheveling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2019 voor de overgehevelde budgetten van Wmo en Jeugd (187 miljoen euro) naar de algemene uitkering van het Gemeentefonds.

Conform de begrotingsregels vallen volumebeslissingen over gas onder het deelplafond Rijksbegroting. Voor 2019 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van het uitgavenplafond met 30 miljoen euro, waardoor de budgettaire ruimte onder het plafond daalt. De overige plafondcorrecties betreffen vooral correcties voor het gebruik van een Design, Build, Finance and Maintain-contract (DBFM) van verschillende infrastructurele projecten (– 277 miljoen euro). Als het kabinet kiest voor een DBFM-constructie, dan past het kabinet het gereserveerde budget aan het betaalritme van het DBFM-contract aan. In plaats van een hoge investering in een korte periode is de gebruiksvergoeding dan lager over een veel langere periode. Conform begrotingsregels wordt het uitgavenplafond hiervoor aangepast.

De loon- en prijsontwikkeling is lager dan tijdens de Miljoenennota geraamd, wat leidt tot een neerwaartse bijstelling van het uitgavenplafond van 287 miljoen euro. Per saldo resulteren de verschillende plafondaanpassingen in een opwaartse bijstelling van het deelplafond rijksoverheid met 43 miljoen euro.

Bijstellingen uitgaven (8 t/m 30)

De bijstellingen van de uitgaven die samenhangen met overboekingen tussen deelplafonds, plafondcorrecties en loon- en prijsontwikkeling zijn hierboven reeds toegelicht.

GF/PF: Accres en beleidsmatige ontwikkeling

De hoogte van de uitgaven van het Rijk werkt via de normeringsystematiek door in de indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en het plafond van het Btw-compensatiefonds. De jaarlijkse indexatie van de fondsen heet het accres. Deze post bestaat voornamelijk uit het accres, dat naar beneden is bijgesteld door verwerking van realisaties 2018 in het FJR (– 197 miljoen euro) en door bijstelling van de uitgaven in 2019 in deze Voorjaarsnota (– 91 miljoen euro). In Voorjaarsnota wordt uitgegaan van een accres 2019 voor GF/PF van 1,5 miljard euro.

GF/PF: Overboekingen naar GF/PF

Binnen deelplafond Rijksbegroting worden middelen overgeheveld van de departementale begrotingen naar het Gemeentefonds- en Provinciefonds (GF/PF). Het gaat onder meer om middelen voor buurtsportcoaches (73 miljoen euro), loon- en prijsbijstelling (72 miljoen euro) en middelen uit de regio-envelop (51 miljoen euro).

HGIS: Herijking asieltoerekening

De kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan het budget voor ontwikkelingssamenwerking (official development assistance, ODA). De richtlijn van de OESO-DAC voor de toerekening is verduidelijkt. Dat leidt tot een aanpassing in de toerekening per 2019. Tegelijkertijd wordt een verbetering van de toerekeningsystematiek doorgevoerd. Dit leidt tot een transparantere, schokbestendigere en doelmatigere toerekening. Dit levert een per saldo lagere toerekening op, die éénmalig structureel generaal gedekt wordt.

HGIS: Vredespaleis

Voor de renovatie van het Vredespaleis wordt 50 miljoen euro toegevoegd aan de middelen Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Dit bedrag wordt gereserveerd op de Aanvullende Post.

HGIS: overig

De overige middelen HGIS worden verlaagd met per saldo 31 miljoen euro. Dit is met name het gevolg van de reguliere macrobijstellingen van het HGIS-budget, dat gekoppeld is aan de macro-economische ontwikkeling. Verder is de reguliere asieltoerekening vanuit de HGIS overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van JenV en vindt op de begroting van Financiën een kasschuif plaats bij de betaling aan de Wereldbank, waardoor een voor 2020 geplande betaling al in 2019 doorgang vindt.

EU-afdrachten

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse bruto nationaal inkomen (BNI) opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van de BNI-afdracht van 318 miljoen euro. Van de gereserveerde 500 miljoen euro valt het restant daardoor vrij (– 182 miljoen euro). Verder heeft de Europese Commissie in april 2019 de eerste aanvullende begroting gepresenteerd met daarin een surplus van 1,8 miljard euro. Dit heeft voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van 88 miljoen euro in 2019 als gevolg.

Rente

De raming van de rentelasten wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen

De raming van de winstafdracht van DNB wordt aangepast naar aanleiding van de meest recente inzichten van DNB. De nieuwste winstramingen van de staatsdeelnemingen leiden tot een hogere dividendraming.

Capaciteitsdoelstellingen NAVO

Het kabinet heeft zijn politieke intentie om structureel te investeren in een aantal prioritaire capaciteiten, die aansluiten op de capaciteitendoelstellingen van de NAVO, bevestigd. In lijn met deze intentieverklaring wordt hiervoor extra geld, oplopend tot 461 miljoen euro in 2024, vrijgemaakt. Structureel wordt er 162 miljoen euro extra per jaar ingezet.

Rechtspraak en OM

Door het uitblijven van baten van het inmiddels stopgezette digitaliseringsprogramma «Kwaliteit en Innovatie» en vanwege de autonome terugloop van het aantal zaken, kampt de Rechtspraak met een tekort. Daarnaast wordt het nog niet ingevulde deel van de taakstelling Rutte II voor het Openbaar Ministerie (OM) teruggedraaid.

Leerlingenramingen en bèta techniek

Meer leerlingen en studenten dan eerder geraamd nemen deel aan het onderwijs. De kosten voor onderwijsinstellingen die hierdoor ontstaan worden gecompenseerd. Daarbovenop wordt structureel 41 miljoen euro per jaar vrijgemaakt voor bèta- en techniekopleidingen in het mbo en hoger onderwijs.

Klimaatakkoord

Het kabinet heeft bij de aanbieding van het ontwerp-klimaatakkoord en bij de eerste reactie op de doorrekening van het ontwerp-klimaatakkoord een pakket aan maatregelen aangekondigd.6 7 Voor de uitvoering van deze maatregelen wordt geld gereserveerd op de aanvullende post. Deze gelden worden na de besluitvorming over het klimaatakkoord toegevoegd aan de begrotingen. De reservering bedraagt 400 miljoen euro in 2019 en structureel 110 miljoen euro per jaar.

Overige mutaties

Departementen kunnen een deel van de in 2018 niet-bestede middelen via de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2019. Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt ook een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2018 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Door hiervoor alvast een taakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2018 niet voor een belasting van het uitgavenplafond. Dit voorjaar is er in=uittaakstelling van 776 miljoen ingeboekt die voor 220 miljoen is ingevuld.

Bij Najaarsnota (Kamerstuk 35 095, nr. 1) en FJR (Kamerstuk 35 200, nrs. 1 en 2) zijn middelen vanuit 2018 doorgeschoven naar 2019. Dit zijn onder andere middelen die gereserveerd zijn voor de wederopbouw van Sint Maarten (190 miljoen euro) en middelen voor het toekomstfonds (94 miljoen euro).

Bij Voorjaarsnota zijn middelen geschoven tussen 2019 en latere jaren. Het gaat onder andere om kasschuiven van middelen voor warme sanering van de varkenshouderij, de Belastingdienst en de Dienst Justiele Inrichtingen. De kasschuif van middelen voor de Wereldbank maakt onderdeel uit van de reeks overig HGIS.

De post diversen bevat het saldo van de resterende uitgavenmutaties op de departementale begrotingen.

Infrastructuur

Bij de behandeling van de begroting van Infrastructuur en Waterstaat voor 2019 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen (Handelingen II 2018/19, nr. 19, item 13) met het verzoek een plan te ontwikkelen tegen onderuitputting van het Infrastructuurfonds en de Kamer hierover voor de Voorjaarsnota te informeren.8 Na een eerste analyse van de projectenportefeuille stelt IenW de prognoses voor een aantal projecten bij in de eerste suppletoire begroting van het infrastructuurfonds en zijn de bijbehorende budgetten verplaatst van realisatie naar planuitwerking en verkenning. Via de fondssystematiek blijven de bedragen beschikbaar voor infrastructuur en kan het gehele programma zoals met uw Kamer gedeeld tot uitvoering worden gebracht. Er is sprake van een risico op onderuitputting in dit jaar. De aankomende periode wordt gebruikt om dit risico verder in kaart te brengen en te bezien welke mogelijkheden voorhanden zijn om programmering, raming en de realisatie van projecten te optimaliseren. Daar waar nodig om de beschikbare middelen te laten aansluiten op de programmering van projecten, worden uitkomsten vertaald naar de begroting. Zo nodig wordt de begroting van Defensie hier ook bij betrokken. Het kabinet informeert het parlement over deze uitkomsten uiterlijk bij de Miljoenennota 2020.

Uitvoeringsorganisaties

Politieke en maatschappelijke wensen ten aanzien van nieuw beleid, het doorvoeren van noodzakelijke vernieuwing en het borgen van de continuïteit leiden tot stevige uitdagingen voor uitvoeringsorganisaties. Burgers en bedrijven ervaren in toenemende mate de gevolgen hiervan. De Ministeries van SZW, Financiën en BZK nemen het initiatief een taakopdracht te formuleren voor een probleemanalyse, gericht op de grote uitvoeringsorganisaties, ter vaststelling door de MR. Uw Kamer zal hierover voor Prinsjesdag nader worden geïnformeerd. Het streven is om de probleemanalyse met scenario’s van mogelijke oplossingsrichtingen begin 2020 op te leveren.

Deelplafond Sociale Zekerheid

Tabel 4: Plafondtoets Sociale Zekerheid

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2019

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2019

81.705

2

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

– 27

3

Plafondcorrecties

8

4

Aanpassingen uitgavenplafond vanwege loon- en prijsontwikkeling

– 136

5

Aanpassingen uitgavenplafond vanwege conjuncturele effect WW en bijstand

192

6

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2019 (= 1 t/m 5)

81.742

     

7

Uitgaven bij Miljoenennota 2019

81.232

8

Overboekingen met Rijksbegroting en Zorg

– 27

9

Plafondcorrecties

8

10

Aanpassingen uitgaven vanwege loon- prijsontwikkeling

– 136

11

Aanpassingen uitgaven vanwege conjuncturele effect WW en bijstand

192

     

12

AOW

– 87

13

Wajong

– 98

14

Ziektewet

56

15

Loonkostenvoordeel

– 132

16

Herstel niet-automatisch herstarten WKB

215

17

Diversen

– 82

18

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2019 (= 7 t/m 17)

81.141

     

19

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Miljoenennota 2019

(=7- 1)

– 473

20

Over/onderschrijding uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2019 (= 18 – 6)

– 601

Bij Voorjaarsnota 2019 is er sprake van onderschrijding van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid van 601 miljoen euro (regel 20). Bij Miljoenennota 2019 was er sprake van een onderschrijding van uitgavenplafond Sociale Zekerheid van 473 miljoen euro (regel 19). Ten opzichte van Miljoenennota wordt 91 miljoen euro minder dan verwacht uitgegeven aan Sociale Zekerheid (som van regels 8 t/m 17). Tegelijkertijd wordt het uitgavenplafond Sociale Zekerheid per saldo opwaarts bijgesteld met 37 miljoen euro (som van regels 2 t/m 5). De onderschrijding neemt hierdoor toe met 128 miljoen euro.

Aanpassingen uitgavenplafond (2 t/m 5)

In de begrotingsregels van dit kabinet is afgesproken het uitgavenplafond aan te passen voor de loon- en prijsontwikkeling en voor het conjuncturele effect van de WW en bijstand. Tevens wordt het uitgavenplafond aangepast voor plafondcorrecties en overboekingen met uitgavenplafonds Rijksbegroting en Zorg.

Bijstellingen uitgaven (8 t/m 17)

De bijstellingen van de uitgaven die het gevolg zijn overboekingen tussen deelplafonds, plafondcorrecties en loon- en prijsontwikkeling en WW en bijstand zijn hierboven reeds toegelicht.

AOW

De uitgaven aan de AOW zijn naar beneden bijgesteld ten opzichte van eerdere verwachtingen voor 2019. De bijstelling wordt vooral verklaard door een lager dan verwacht aantal AOW’ers, wat voornamelijk samenhangt met de nieuwe CBS-bevolkingsprognose. Het aantal AOW’ers viel in 2018 lager uit dan verwacht, doordat de sterfte in 2018 hoger uitviel dan het CBS verwachtte.

Wajong

De uitgaven aan de Wajong zijn lager dan eerder geraamd. Dit komt onder andere doordat meer Wajongers aan het werk zijn dan eerder gedacht, wat zorgt voor een lagere gemiddelde uitkering. Ook wordt er een terugontvangst verwacht van het UWV van te veel ontvangen middelen in 2018. Dit bedrag wordt in 2019 terugbetaald.

Ziektewet

De tegenvaller op de Ziektewet wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een opwaartse bijstelling van het aantal ZW-uitkeringen. Uit de realisatiecijfers blijkt dat de stijging van het aantal ziektejaren gedurende 2018 tegen de verwachting in heeft doorgezet. Daarnaast is de werkloosheidsraming van het CPB (CEP) opwaarts bijgesteld. Hieruit volgt dat naar verwachting het aantal zieke werklozen in de ZW toeneemt. Voor beide ontwikkelingen is het volume aangepast.

Loonkostenvoordeel

De uitgaven aan het loonkostenvoordeel (LKV) vallen lager uit dan eerder verwacht. Dit volgt uit de realisatiecijfers van de Belastingdienst.

Herstel niet-automatisch herstarten WKB

De Belastingdienst is er bij een onderzoek naar het niet-gebruik van het kindgebonden budget (WKB) achter gekomen dat er een groep is die ten onrechte geen WKB heeft ontvangen. Het kabinet gaat deze omissie herstellen voor de periode vanaf 2013 tot en met het lopende toeslagjaar. Dit leidt tot incidentele uitgaven van in totaal naar verwachting 420 miljoen euro, verdeeld over 2019 en 2020. Ook zijn er vanaf 2020 structurele kosten van 50 miljoen euro per jaar die door SZW gedekt worden. Voor 2019 zijn de kosten 215 miljoen euro die door SZW gedekt worden middels meevallers in 2019.

Diversen

Onder de post «diversen» valt onder andere een incidentele meevaller op de compensatie dagloon doordat de dekking van de compensatie in 2019 lager uitvalt dan verwacht. Daarnaast is er een meevaller op de Participatiewet door veranderingen in de prijs en veranderingen in het volume. Tevens zijn de uitgaven aan de kinderbijslag (AKW) en het kindgebonden budget (WKB) opwaarts bijgesteld. Ook is er een kleine tegenvaller op de uitgaven aan de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Tevens is de eindejaarsmarge onder het deelplafond Sociale Zekerheid van 12,8 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van SZW.

Deelplafond Zorg

Tabel 5: Plafondtoets Zorg

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2019

1

Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2019

71.940

2

Overboekingen met Rijksbegroting

– 579

3

Aanpassingen uitgavenplafond vanwege loon- en prijsontwikkeling

– 80

4

Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2019 (= 1 t/m 3)

71.281

     

5

Uitgaven bij Miljoenennota 2019

71.438

6

Overboekingen met Rijksbegroting

– 579

7

Aanpassingen uitgaven vanwege loon- prijsontwikkeling

– 80

8

Jeugdhulp

350

9

Ambulantisering ggz-domein

50

 

10

Actualisering Zvw-uitgaven

– 281

11

Actualisering Wlz-uitgaven

– 71

12

Ramingsbijstelling opleidingen

– 225

     

13

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

– 120

14

Nominaal en onderverdeeld Zvw

– 72

     

15

Diversen

– 79

16

Uitgaven bij Voorjaarsnota 2019 (= 5 t/m 15)

70.331

     

17

Over/onderschrijding Uitgavenplafond bij Miljoenennota 2019 (=5- 1)

– 502

18

Over/onderschrijding Uitgavenplafond bij Voorjaarsnota 2019 (= 16 – 4)

– 950

Bij Voorjaarsnota 2019 is er sprake van een onderschrijding van het uitgavenplafond Zorg van 950 miljoen euro (regel 18). Bij Miljoenennota 2019 was er sprake van een onderschrijding van uitgavenplafond Zorg van 502 miljoen euro (regel 17). Ten opzichte van de Miljoenennota is circa 1,1 miljard euro minder dan verwacht uitgegeven aan Zorg (som van regels 6 t/m 15). Tegelijkertijd is het uitgavenplafond Zorg neerwaarts bijgesteld met 668 miljoen euro (som van regel 2 en 3). De onderschrijding neemt hierdoor toe met 448 miljoen euro.

Aanpassingen uitgavenplafond (2 + 3)

Het uitgavenplafond Zorg wordt verlaagd als gevolg van overboekingen naar het uitgavenplafond Rijksbegroting. Dit betreft onder meer middelen voor jeugdzorg (350 miljoen euro) én de overheveling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2019 voor de al eerder overgehevelde budgetten van Wmo en Jeugd (187 miljoen euro) naar de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Verder is, ten opzichte van de CPB-raming bij Miljoenennota, de raming van loon- en prijsontwikkeling in de zorg op basis van het CEP 2019 naar beneden bijgesteld. Het uitgavenplafond Zorg is hiervoor gecorrigeerd.

Bijstellingen uitgaven (6 t/m 15)

De bijstellingen van de uitgaven die samenhangen met overboekingen tussen deelplafonds en loon- en prijsontwikkeling zijn hierboven reeds toegelicht.

Jeugdhulp

Gemeenten zijn nog niet in staat geweest om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de Jeugdhulp binnen een termijn van vier jaar te realiseren. Er is sprake van een volumestijging en uitgavenstijging. Daarvoor komt het kabinet de gemeenten de komende jaren tegemoet met een extra budget van in totaal 420 miljoen euro in 2019, 300 miljoen euro in 2020, en 300 miljoen euro in 2021.

Tabel 6: Extra middelen jeugdhulp

(in miljoenen euro)

2019

2020

2021

2022

Extra middelen jeugdhulp (plafond Zorg)

350

190

290

190

Kasschuif in Gemeentefonds (plafond Rijksbegroting)

70

110

10

– 190

Totaal jeugdhulp (plafond Rijksbegroting)

420

300

300

0

Wv. Jeugdhulp Gemeentefonds (plafond Rijksbegroting)

400

300

300

 

Wv. Jeugdautoriteit op VWS-begroting (plafond Rijksbegroting)

20

     

Ambulantisering ggz-domein

Het kabinet stelt extra financiële middelen beschikbaar voor het realiseren van de ambities uit het hoofdlijnenakkoord ggz. De reeks loopt op van 50 miljoen euro in 2019 tot 95 miljoen euro 2022 en wordt daarna structureel ingeboekt.

De middelen zullen daadwerkelijk voor de gemeenten beschikbaar komen nadat de VNG formeel partij wordt bij het hoofdlijnenakkoord ggz. Uw Kamer is hier verder over geïnformeerd in de brief van de Minister van VWS over de Voorjaarsbesluitvorming Jeugd en ggz.

Uitgaven Zorgverzekeringswet

Op basis van voorlopige realisatiecijfers over 2018 van het Zorginstituut Nederland zijn de uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) geactualiseerd. De uitgaven op diverse sectoren zijn in 2018 lager uitgevallen dan geraamd. Vanaf 2019 worden deze lagere uitgaven structureel verwerkt in de begroting. Het gaat dan onder meer om aanpassingen van 63 miljoen euro bij geneesmiddelen, 57 miljoen euro bij hulpmiddelen, 47 miljoen euro bij grensoverschrijdende zorg en in totaal 99 miljoen euro bij diverse sectoren in de overige eerstelijnszorg.

Uitgaven Wet langdurige zorg

Op basis van voorlopige realisatiegegevens over 2018 van het Zorginstituut en de NZa zijn de uitgaven onder de Wet langdurige zorg (Wlz) geactualiseerd. Dit betreft het structureel verwerken van de vrijval van de resterende herverdelingsmiddelen Wlz-kader over 2018 (130 miljoen euro), lagere opbrengsten van de eigen bijdragen Wlz in 2018 (25 miljoen euro), en een aantal overige actualisaties (33 miljoen euro).

Ramingsbijstellingen opleidingen

De uitgaven aan medische (vervolg)opleidingen zijn in 2019 en verder naar verwachting lager dan eerder geraamd. Het Capaciteitsorgaan constateert dat er steeds meer artsen in opleiding tot specialist (aios) in deeltijd werken. Deze trend zet naar verwachting de komende jaren door. Tevens leiden ziekenhuizen minder gespecialiseerde verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel op dan waarmee in de raming van het Capaciteitsorgaan rekening is gehouden.

Ramingsbijstellingen geneesmiddelen

De uitgaven aan geneesmiddelen zijn in 2019 en verder naar verwachting lager dan eerder geraamd. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de uitgaven aan geneesmiddelen van 120 miljoen euro in 2019 oplopend tot 230 miljoen euro in 2021 (additioneel bij de actualisatie van geneesmiddelen van 63 miljoen euro).

Nominaal en onderverdeeld Zvw

Het bovenstaande betreft niet ingezette middelen voor Voorwaardelijke Toelating en het verlagen van de beschikbare groeiruimte voor diverse Zvw-sectoren (niet zijnde hoofdlijnenakkoord-sectoren of genees- en hulpmiddelen).

Diversen

De post diversen betreft onder meer een kasschuif voor SectorPlanPlus naar 2022 (55 miljoen euro).

Horizontale ontwikkeling uitgaven

Figuur 1 geeft de procentuele groei van 2018 naar 2019 weer voor de drie grootste uitgavencategorieën, zowel voor de voorjaarsbesluitvorming, als erna. De uitgaven aan sociale zekerheid na besluitvorming wijken beperkt af ten opzichte van de uitgaven voor besluitvorming en laten een groei zien van ca. 4 procent. De zorguitgaven groeien minder hard dan voor besluitvorming werd verwacht. In plaats van een groei van ruim 9 procent groeien de zorguitgaven in 2019 naar huidig inzicht iets minder dan 8 procent. De groei van de uitgaven aan onderwijs (inclusief cultuur en media) stijgen in 2019 licht tot ca. 1,5 procent. Van de drie grootste uitgavenposten blijft de zorg voor en na besluitvorming over de Voorjaarnota het hardste groeien. Het FJR 2018 bevat een nadere toelichting van de onderbouwing van ramingen van uitgaven aan sociale zekerheid, zorg en onderwijs. Hierin wordt ook ingegaan op het open-einde karakter van sociale zekerheids- en zorguitgaven en de implicaties hiervan voor de ramingen van deze uitgaven.

In de vorige paragraaf is weergegeven hoe de ruimte onder het totaalplafond is aangewend per deelplafond voor diverse budgettaire opgaven en voor het oplossen van knelpunten in de uitvoering van beleid.

Figuur 1. Procentuele groei (in lopende prijzen) van drie grootste uitgavencategorieën 2019 t.o.v. 2018

Figuur 1. Procentuele groei (in lopende prijzen) van drie grootste uitgavencategorieën 2019 t.o.v. 2018

4. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2019 is ten opzichte van de stand Miljoenennota 2019 met 3,3 miljard euro neerwaarts bijgesteld. In bijlage 3 is een uitsplitsing van de raming naar belastingsoort opgenomen, op zowel EMU- als kasbasis.

Tabel 7: Belasting- en premieontvangsten 2019 op EMU-basis

(in miljarden euro)

Miljoenennota 2019

Voorjaarsnota 2019

Mutatie

Belastingen en premies volksverzekeringen

234,1

232,0

– 2,2

waarvan belastingen

190,6

190,9

0,2

waarvan premies volksverzekeringen

43,5

41,1

– 2,4

Premies werknemersverzekeringen

69,0

67,8

– 1,1

Totaal

303,1

299,8

– 3,3

Tabel 8 geeft een uitsplitsing van de oorsprong van de bijgestelde raming ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). Aangepaste beleidsmaatregelen zorgen voor 0,8 miljard euro lagere belasting- en premieontvangsten. De endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de inkomsten gerelateerd aan de economische ontwikkeling, zorgt daarbovenop voor 2,5 miljard euro lagere ontvangsten. Deze bijstelling volgt uit het economisch beeld op basis van het CEP 2019 van het CPB. Daarin is de waardeontwikkeling van het bbp met 1,4 procentpunt neerwaarts bijgesteld. Daarnaast is de raming bijgesteld op basis van de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand april.

Tabel 8: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2019

(in miljarden euro)

Ontvangsten

Stand Miljoenennota 2019

303,1

Mutatie

– 3,3

waarvan beleidsmaatregelen

– 0,8

waarvan economisch beeld (inclusief doorwerking 2018)

– 2,5

Stand Voorjaarsnota 2019

299,8

Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

Aangepast beleid heeft een neerwaarts effect van 0,8 miljard op het EMU-saldo van 2019 ten opzichte van de Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). De heroverweging van het pakket vestigingsklimaat door het kabinet in het afgelopen najaar zorgt voor 0,1 miljard euro lagere inkomsten bij de loon- en inkomensheffing, vpb en dividendbelasting.9 Daarnaast hebben zorgverzekeraars de nominale zorgpremie voor 2019 uiteindelijk lager vastgesteld dan eerder geraamd, met 0,7 miljard euro lagere zorgpremies als gevolg.

Endogene ontwikkeling belasting en premieontvangsten

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten uit de btw-ontvangsten is met 1,9 miljard euro neerwaarts aangepast. Dat volgt uit een minder gunstige ontwikkeling van de particuliere consumptie en het aandeel duurzame consumptie. Daarnaast is de raming van de loon- en inkomensheffing met 0,5 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Dat volgt uit een minder optimistische verwachting van de ontwikkeling van zowel de lonen als de werkgelegenheid. Ook de endogene ontwikkeling van de premies werknemerszekeringen komt daardoor lager uit (– 0,5 miljard euro). De raming van de endogene vpb-ontvangsten voor 2019 is vrijwel ongewijzigd ten opzichte van de Miljoenennota 2019.10

De opwaartse ramingsbijstellingen bij de overdrachtsbelasting en de dividendbelasting volgen voor een groot deel uit de doorwerking van de gerealiseerde ontvangsten over 2018. De gerealiseerde ontvangsten over 2018 kwamen bij deze belastingsoorten uiteindelijk nog flink hoger uit dan bij Miljoenennota 2019 werd verwacht (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). De verwachting is dat deze ontwikkelingen zich in 2019 voortzetten.

Tabel 9: Belangrijkste mutaties raming belasting en premieontvangsten 2019 ten opzichte van Miljoenennota 2019 op EMU-basis

(in miljoenen euro)

Totale mutatie

waarvan beleid

waarvan endogeen

Omzetbelasting

– 1.883

0

– 1.883

Loon- en inkomensheffing

– 1.058

– 607

– 452

Premies werknemersverzekeringen

– 1.142

– 656

– 486

Vennootschapsbelasting

288

325

– 37

Dividendbelasting

560

77

484

Overdrachtsbelasting

168

0

168

Overig

– 243

42

– 285

Totaal

– 3.310

– 818

– 2.492

5. EMU-saldo en EMU-schuld

EMU-saldo

Tabel 10: Verticale ontwikkeling overheidssaldo

(+ is overschot)

Miljarden euro

Procenten bbp

EMU-saldo 2019 Miljoenennota

8,3

1,0%

Noemereffect

 

0,0%

Belasting- en premie-inkomsten

– 3,3

– 0,4%

Netto-uitgaven onder het plafond

   

w.v. Rijksbegroting

– 0,7

– 0,1%

w.v. Sociale Zekerheid

0,1

0,0%

w.v. Zorg

1,1

0,1%

Netto-uitgaven niet onder het plafond

   

w.v. Dividend deelnemingen financiële instellingen

0,5

0,1%

w.v. Overig

1,0

0,1%

EMU-saldo 2019 Voorjaarsnota

7,0

0,9%

Overheidssaldo

Het overheidssaldo, ook wel het EMU-saldo genaamd, komt in 2019 naar verwachting uit op 0,9 procent van het bbp. Dit is een beperkte afname van 0,1 procent bbp ten opzichte van de verwachting bij het opstellen van de Miljoenennota 2019.

Sinds de Miljoenennota zijn de inkomsten en de uitgaven onder het plafond gedaald. Deze mutaties zijn in de voorgaande paragrafen toegelicht. Daarnaast wordt er meer dividend ontvangen dan eerder verwacht uit staatsdeelnemingen financiële instellingen. Deze extra ontvangsten zijn niet relevant voor het uitgavenplafond en hebben een saldoverbeterend effect. De post overig bestaat onder meer uit overige uitgaven en ontvangsten die niet onder een deelplafond vallen.

EMU-schuld

Tabel 11: Verticale ontwikkeling overheidsschuld

(+ is toename schuld)

Miljarden euro

Procenten bbp

EMU-schuld 2019 Miljoenennota

403,5

49,6%

Doorwerking schuld 2018

– 4,7

– 0,6%

Noemereffect

 

0,8%

EMU-saldo

1,3

0,2%

Kastransverschillen

0,3

0,0%

Aandelenaankoop Air France-KLM

0,7

0,1%

EMU-schuld 2019 Voorjaarsnota

401,1

50,1%

Overheidsschuld

Naar verwachting komt de overheidsschuld uit op 50,1 procent van het bbp. Dit is 0,5 procent bbp hoger ten opzichte van de verwachting zoals gepresenteerd in de Miljoenennota 2019. Tabel 11 geeft een verklaring voor deze ontwikkeling.

Twee belangrijke effecten zijn de doorwerking van de schuld 2018 en het zogeheten noemereffect. De doorwerking van de schuld 2018 heeft een schuldverlagend effect. De uiteindelijk schuld eind 2018 was namelijk lager dan werd verwacht bij de Miljoenennota (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). Dit werkt door in de raming van de schuld voor 2019, en dus in de raming voor heel 2019. Het noemereffect heeft op dit moment een schuldverhogend effect. Dit is het gevolg van een lager bbp dan bij Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2) werd verwacht. Daardoor is de schuld uitgedrukt in procenten bbp nu hoger dan in de Miljoenennota (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2). Daarnaast hebben het gewijzigde EMU-saldo en de aandelenaankoop Air France-KLM een beperkte doorwerking op de schuld.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

Bijlage 1: Budgettaire kerngegevens

In de hoofdtekst van de Voorjaarsnota wordt de ontwikkeling van het EMU-saldo en de EMU-schuld sinds de Miljoenennota toegelicht. Daarbij gaat het om mutaties die een invloed hebben op het begrote EMU-saldo en EMU-schuld. Deze mutaties leiden tot een nieuwe geraamde stand van het EMU-saldo en EMU-schuld. De opbouw hiervan wordt in deze bijlage toegelicht.

Tabel 1 geeft aan hoe het EMU-saldo van de centrale overheid wordt opgebouwd vanuit de inkomsten (belastingen en premies) en netto-uitgaven (uitgaven minus niet-belastingontvangsten). De netto EMU-relevante uitgaven bestaan uit zowel de uitgaven onder het uitgavenplafond als de EMU-relevante uitgaven die niet onder een plafond vallen. Om tot het EMU-saldo van de gehele collectieve sector te komen moet het saldo van de decentrale overheden worden opgeteld bij het saldo van de centrale overheid. Het feitelijke EMU-saldo 2019 bedraagt dan naar verwachting 7,4 miljard euro, oftewel 0,9 procent van het bbp.

Tabel 1: Opbouw EMU-saldo

(in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)

2019

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

299,8

   

Netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

292,5

Rijksbegroting

141,0

Sociale zekerheid

81,1

Zorg

70,3

Overige netto-uitgaven

– 1,2

Gasbaten

– 1,6

Dividend deelnemingen financiële instellingen

– 0,9

Overig

1,2

Totale netto-uitgaven

291,3

   

EMU-saldo centrale overheid

8,5

EMU-saldo decentrale overheden

– 1,5

   

Feitelijk EMU-saldo

7,0

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

0,9%

   

EMU-schuld

401,1

EMU-schuld (in procenten bbp)

50,1%

   

Bruto binnenlands product (bbp)

800,1

Bijlage 2: Belasting- en premieontvangsten

Tabel 1: Raming belasting- en premieontvangsten 2019 op EMU-basis (in miljoenen euro's)
 

Miljoenennota 2019

Voorjaarsnota 2019

Verschil

Indirecte belastingen

95.776

93.761

– 2.015

Invoerrechten

3.253

3.274

21

Omzetbelasting

59.636

57.753

– 1.883

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.201

2.285

85

Accijnzen

12.270

12.043

– 227

– Accijns van lichte olie

4.456

4.481

25

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

4.028

3.971

– 57

– Tabaksaccijns

2.623

2.454

– 170

– Alcoholaccijns

335

331

– 3

– Bieraccijns

457

457

0

– Wijnaccijns

371

349

– 22

Belastingen van rechtsverkeer

5.585

5.801

216

– Overdrachtsbelasting

2.848

3.016

168

– Assurantiebelasting

2.737

2.785

48

Motorrijtuigenbelasting

4.290

4.256

– 34

Belastingen op een milieugrondslag

5.870

5.671

– 199

– Afvalstoffenbelasting

192

186

– 6

– Energiebelasting

5.390

5.190

– 200

– Waterbelasting

288

292

4

– Brandstoffenheffingen

0

2

3

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

274

287

13

Belasting op zware motorrijtuigen

198

186

– 13

Verhuurderheffing

1.720

1.759

39

Bankbelasting

478

447

– 31

       

Directe belastingen

94.648

96.861

2.214

Inkomstenbelasting

1.986

3.765

1.779

Loonbelasting

59.701

59.261

– 439

Dividendbelasting

5.556

6.117

560

Kansspelbelasting

538

544

6

Vennootschapsbelasting

25.308

25.596

288

– Gassector

750

700

– 50

– Niet-gassector

24.558

24.896

338

Erf- en schenkbelasting

1.558

1.578

20

       

Overige Belastingontvangsten

201

231

30

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

141

141

0

       

Totaal belastingen op EMU-basis

190.624

190.854

230

Premies volksverzekeringen op EMU-basis

43.495

41.097

– 2.398

Premies werknemersverzekeringen

68.971

67.830

– 1.142

waarvan zorgpremies

43.360

42.402

– 958

       

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

303.091

299.781

– 3.310

Tabel 2: Raming belasting- en premieontvangsten 2019 op kasbasis (in miljoenen euro's)
 

Miljoenennota 2019

Voorjaarsnota 2019

Verschil

Indirecte belastingen

94.182

92.508

– 1.673

Invoerrechten

3.241

3.264

23

Omzetbelasting

58.126

56.553

– 1.573

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.201

2.284

83

Accijnzen

12.250

12.057

– 193

– Accijns van lichte olie

4.450

4.476

25

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

4.021

3.964

– 57

– Tabaksaccijns

2.617

2.482

– 135

– Alcoholaccijns

335

331

– 4

– Bieraccijns

456

457

0

– Wijnaccijns

370

348

– 22

Belastingen van rechtsverkeer

5.558

5.767

209

– Overdrachtsbelasting

2.829

2.991

162

– Assurantiebelasting

2.729

2.777

47

Motorrijtuigenbelasting

4.275

4.243

– 32

Belastingen op een milieugrondslag

5.863

5.663

– 199

– Afvalstoffenbelasting

192

185

– 7

– Energiebelasting

5.383

5.184

– 199

– Waterbelasting

288

292

4

– Brandstoffenheffingen

0

2

3

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

273

287

13

Belasting op zware motorrijtuigen

196

183

– 13

Verhuurderheffing

1.720

1.759

39

Bankbelasting

478

447

– 31

       

Directe belastingen

94.743

96.932

2.189

Inkomstenbelasting

1.986

3.765

1.779

Loonbelasting

59.799

59.335

– 464

Dividendbelasting

5.556

6.117

560

Kansspelbelasting

536

541

6

Vennootschapsbelasting

25.308

25.596

288

– Gassector

750

700

– 50

– Niet-gassector

24.558

24.896

338

Erf- en schenkbelasting

1.558

1.578

20

       

Overige Belastingontvangsten

201

231

30

waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

141

141

0

       

Totaal belastingen op kasbasis

189.125

189.672

547

KTV Belastingen (aansluiting naar EMU-basis)

1.499

1.182

– 317

       

Premies volksverzekeringen op kasbasis

43.320

40.975

– 2.345

KTV premies volksverzekeringen (aansluiting naar EMU-basis)

175

122

– 53

Premies werknemersverzekeringen

68.971

67.830

– 1.142

waarvan zorgpremies

43.360

42.402

– 958

 

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

303.091

299.781

– 3.310

Bijlage 3: Overzicht van de uitgekeerde eindejaarsmarges

Tabel 1 geeft inzicht in de bij Voorjaarsnota 2019 uitgekeerde eindejaarsmarges per begrotingshoofdstuk in 2019.

Tabel 1: Eindejaarsmarges in miljoenen euro's

Begrotingshoofdstuk

Eindejaarsmarge 2019

Staten-Generaal

– 2,4

Hoge Colleges van Staat

1,1

Algemene Zaken

0,6

Koninkrijksrelaties

0,0

Justitie en Veiligheid

24,7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

54,5

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

10,3

Financiën

– 11,4

Defensie

81,5

Infrastructuur en Waterstaat (incl. Infrastructuurfonds en Deltafonds)

242,0

Economische Zaken en Klimaat

19,2

Landbouw, natuur en voedselkwaliteit

– 2,0

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (begrotingsgefinancierd)1

22,7

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (begrotingsgefinancierd)

35,0

Gemeentefonds en Provinciefonds

310,7

Homogene Groep Internationale Samenwerking

2,5

Totaal

789,2

X Noot
1

Dit betreft de eindejaarsmarge op de deelplafonds Rijksbegroting en Sociale Zekerheid.

Bijlage 4: Overzicht Regeerakkoordmiddelen op de Aanvullende Post

In deze bijlage zijn twee tabellen opgenomen. De eerste toont alle mutaties die sinds het Financieel Jaarverslag Rijk 2018 (Kamerstuk 35 200, nrs. 1 en 2) hebben plaatsgevonden op Regeerakkoordreserveringen op de Aanvullende Post. Waar het overboekingen naar departementale begrotingen betreft, is ook het ontvangende begrotingshoofdstuk en beleidsartikel opgenomen. De tweede tabel laat de stand van de Regeerakkoordreserveringen op de Aanvullende Post zien per Voorjaarsnota 2019.

Tabel 1: Mutaties Aanvullende Post Voorjaarsnota 2019
   

2019

2020

2021

2022

2023

Ontvangende begroting

Nr.

Mutaties RA-middelen Voorjaarsnota 2019

Bedragen in € mln.

– 815,0

– 280,8

– 246,7

– 292,4

– 217,2

Hoofdstuk

Artikel

 

Openbaar bestuur

             

A3

Belastingdienst

– 20,2

– 26,6

– 0,4

0,0

0,0

9B Financiën

1 Belastingen

                 
 

Veiligheid

             

B5

Politie

– 37,2

– 60,9

– 60,9

– 60,9

– 60,9

6 Justitie en Veiligheid

31 Politie

B6

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

– 39,6

– 24,9

– 24,9

– 24,0

0,0

6 Justitie en Veiligheid

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

92 Nog onverdeeld

 

Defensie

             
 

Bereikbaarheid

             
 

Milieu

             
                 
 

Landbouw

             

F28

Capaciteit NVWA

– 5,0

2,5

2,5

0,0

0,0

   

F29

Cofinanciering Fonds warme sanering varkenshouderij

– 50,0

– 84,0

– 40,0

– 10,0

0,0

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel

F30

Fonds bedrijfsopvolging agrarische sector

– 50,0

– 25,0

0,0

0,0

0,0

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel

F31

Cofinanciering innovatie visserij

– 5,0

– 5,0

– 5,0

0,0

0,0

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedsel

 

Onderwijs, onderzoek en innovatie

     

G33

Aanpak werkdruk primair onderwijs

0,0

0,0

– 81,0

– 193,0

– 152,5

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1 Primair onderwijs

G39

Maatschappelijke diensttijd

– 35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

G40

Cultuur (en historisch democratisch bewustzijn)

– 1,7

– 27,9

– 27,9

– 28,9

– 28,8

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

14 Cultuur

G42

Media/ onderzoeksjournalistiek

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

15 Media

G43

Intensivering erfgoed en monumenten

– 38,6

0,0

0,0

0,0

0,0

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

14 Cultuur

                 
 

Zorg

             
 

Sociale Zekerheid

         
                 
 

Overdrachten bedrijven

             

J101

Eigen vermogen Invest-NL (niet saldo relevant)

– 400,0

0,0

0,0

0,0

30,0

   
                 
 

Internationale samenwerking

       
 

Overige uitgaven

             

L105

Reservering regionale knelpunten

– 68,3

– 9,1

– 4,1

– 0,6

0,0

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

51 Nog onverdeeld

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

– 15,0

– 15,0

0,0

30,0

0,0

   

L108

Gasfonds Groningen

– 44,4

0,0

0,0

0,0

0,0

13 Economische Zaken en Klimaat

5 Een veilig Groningen met perspectief

Tabel 2: Standen reserveringen Regeerakkoord aanvullende post
   

2019

2020

2021

2022

2023

Nr.

Reserveringen Regeerakkoord

Bedragen in € mln.

555,6

2122,9

2302,0

2076,8

1976,6

 

Openbaar bestuur

         

A3

Belastingdienst

181,9

4,0

24,6

0,0

0,0

A4

Reservering transitie werkgevers zorg en overheid a.g.v. afschaffing doorsneesystematiek pensioenen

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

 

Veiligheid

         

B5

Politie (o.a. agenten in de wijk, innovatie, recherche en werkgeverschap)

0,0

0,0

23,0

47,0

47,0

B6

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

0,1

45,1

45,1

46,0

0,0

B14

Experimenten regulering wietteelt

0,0

1,0

1,0

1,0

1,0

             
 

Defensie

         

C20

Uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

110,0

110,0

110,0

110,0

110,0

             
 

Milieu

         

E23

Envelop klimaat

0,0

300,0

300,0

300,0

300,0

E24

SDE+: nieuwe verplichtingen vanaf 2020

0,0

103,0

368,0

290,0

288,0

E25

Natuur en waterkwaliteit

0,0

40,0

0,0

0,0

0,0

E26

Invoeren alternatief voor salderingsregeling

0,0

213,0

240,0

240,0

240,0

             
 

Landbouw

         

F28

Capaciteit NVWA

0,0

17,5

18,5

15,0

15,0

F29

Cofinanciering Fonds warme sanering varkenshouderij (prioritair voor Noord-Brabant)

16,0

0,0

0,0

0,0

0,0

             
 

Onderwijs, onderzoek en innovatie

         

G33

Aanpak werkdruk primair onderwijs (incl. 20 miljoen kleine scholen)

0,0

0,0

0,0

0,0

40,5

G39

Maatschappelijke diensttijd

0,0

75,0

100,0

100,0

100,0

             
 

Zorg

         

H57

Bevorderen digitaal ondersteunende zorg

0,0

3,6

10,0

10,0

5,0

H59

Preventiemaatregelen

0,0

0,0

0,0

10,2

9,1

H62

Onafhankelijke cliëntondersteuning

0,0

0,0

0,0

10,0

10,0

H64

Brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren

1,6

1,6

1,8

1,0

0,0

H65

Belonen van uitkomsten

0,0

0,0

2,7

5,7

0,0

H70

Experimenten regulering wietteelt

0,0

1,0

1,0

1,0

1,0

             
 

Sociale Zekerheid

         

I82

Pilot scholing WGA (voor mensen waarvoor onvoldoende functies te duiden zijn)

0,0

10,0

10,0

10,0

0,0

I86

Collectiviseren transitievergoeding MKB

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

             
 

Overdrachten bedrijven

         

J101

Eigen vermogen Invest NL (niet EMU-saldorelevant)

100,0

500,0

500,0

500,0

500,0

             
 

Overige uitgaven

         

L105

Reservering regionale knelpunten (waaronder BES, Rotterdam-Zuid, nucleair, Eindhoven, ESTEC, Zeeland)

140,4

333,1

166,3

0,0

0,0

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

0,0

15,0

30,0

30,0

0,0

L108

Gasfonds Groningen

5,6

50,0

50,0

50,0

10,0

Bijlage 5. Verticale toelichting bij Voorjaarsnota 2019

De verticale toelichting geeft voor iedere begroting binnen de rijksbegroting een overzicht van de belangrijkste budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en ontvangsten sinds de Miljoenennota 2019 (Kamerstuk 35 200, nrs. 1 en 2). Een meer gedetailleerde toelichting kan worden gevonden in de memories van toelichting op de eerste suppletoire begrotingswetten van de verschillende departementen.

Leeswijzer

Hierna volgt voor ieder begrotingshoofdstuk een tabel met de belangrijkste mutaties, gevolgd door toelichtingen hierop. De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1) Mee- en tegenvallers;

  • 2) Beleidsmatige mutaties;

  • 3) Technische mutaties.

De categorie technische mutaties omvat alle overboekingen met andere begrotingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet onder een uitgavenplafond vallen.

Mutaties worden toegelicht indien ze een bepaalde ondergrens overschrijden. De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de som van alle mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen. Als samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden ze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder de HGIS valt zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De mutaties die optreden binnen de HGIS worden apart gepresenteerd in de verticale toelichting van de HGIS.

Met ingang van Voorjaarsnota 2019 worden in deze verticale toelichting alle begrotingshoofdstukken die onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen separaat gepresenteerd, te weten hoofdstuk 15 (begrotingsgefinancierd; Sociale Zaken en Werkgelegenheid), hoofdstuk 40 (premiegefinancierd; Sociale Verzekeringen) en hoofdstuk 83 (Koppeling uitkeringen). De oude situatie betrof een verticale toelichting voor hoofdstuk 15 en één voor uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Met deze wijziging wordt de Kamer vollediger geïnformeerd en wordt overlap voorkomen. Omdat dit de eerste keer is van de nieuwe werkwijze ontvangt de TK nu ook eenmalig de VT van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen.

Samenvattend overzicht mutaties sinds Miljoenennota 2019

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,9

0,2

IIA

Staten Generaal

33,3

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat

10,4

0,0

III

Algemene Zaken

2,3

0,1

IV

Koninkrijksrelaties

90,6

1,7

V

Buitenlandse Zaken

– 105,2

– 331,4

VI

Justitie en Veiligheid

900,0

65,8

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

201,9

30,8

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.017,2

– 21,3

IXA

Nationale Schuld

– 179,9

– 2.016,1

IXB

Financiën

1.081,4

970,8

X

Defensie

352,8

13,8

XII

Infrastructuur en Waterstaat

72,3

24,2

XIII

Economische Zaken en Klimaat

421,0

71,4

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

167,5

16,8

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2.831,5

9,3

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1.032,5

46,7

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

 

Overige begrotingen

 

Sociale Verzekeringen

187,1

– 35,3

 

Gemeentefonds

1.011,7

0,0

 

Provinciefonds

11,7

0,0

 

Infrastructuurfonds

41,3

41,3

 

Diergezondheidsfonds

23,1

23,1

 

BES-fonds

4,5

0,0

 

Deltafonds

20,7

20,7

 

Accres Gemeentefonds

– 14,7

0,0

 

Accres Provinciefonds

– 2,3

0,0

 

Prijsbijstelling

– 624,2

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 2.005,4

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

– 9,0

0,0

 

Aanvullende Post

– 1.787,6

0,0

 

Deelplafond Sociale Zekerheid

– 122,0

– 31,5

 

Deelplafond Zorg

– 1.132,2

– 25,3

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

197,8

24,5

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

43,3

43,3

43,4

44,8

44,8

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

 

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

 

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

44,2

44,1

44,2

45,7

45,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

44,2

44,1

44,2

45,7

45,7

           

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen – uitgaven

Dit betreft de som van meerdere mutaties, waarvan de grootste tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling is (0,7 mln.) die is overgeboekt naar de begroting.

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

145,5

145,5

150,4

147,3

147,4

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Bedrijfsvoering tk

6,7

4,8

0,0

0,0

0,0

Vervangingsinvesteringen tk

20,7

2,5

0,0

0,0

0,0

Diversen

1,5

2,0

2,0

2,0

2,0

 

28,9

9,3

2,0

2,0

2,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

4,4

4,5

4,7

4,6

4,6

 

4,4

4,5

4,7

4,6

4,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

33,3

13,8

6,6

6,5

6,6

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

178,8

159,3

157,0

153,9

154,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

178,8

159,3

157,0

153,9

154,0

           

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Bedrijfsvoering TK

Het budget voor bedrijfsvoering van de Tweede Kamer wordt in 2019 en 2020 opgehoogd voor investeringen in informatiebeveiliging, de toegankelijkheid van debatten en continuïteit van de dienstverlening.

Vervangingsinvesteringen TK

Aan de begroting van de Tweede Kamer worden middelen toegevoegd voor vervangingsinvesteringen in audiovisuele middelen en de verhuizing van het datacenter.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Het oningevulde deel van de taakstelling uit Rutte I en II wordt structureel met generale middelen ingevuld. Verder wordt de negatieve eindejaarsmarge uit 2018 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal. Het deel van de negatieve eindejaarsmarge dat samenhangt met een oningevulde taakstelling 2018 wordt ook generaal gecompenseerd.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Er worden middelen overgeboekt vanaf de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor extra beveiligingsmiddelen en informatiemateriaal bij het bezoek aan het parlement door VO-leerlingen. Tevens wordt de loon- en prijsbijstelling tranche 2019 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS EN DE KIESRAAD: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

121,4

121,7

122,3

122,8

122,4

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

4,5

4,7

3,2

1,1

1,1

 

4,5

4,7

3,2

1,1

1,1

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

5,9

3,4

3,4

3,4

3,4

 

5,9

3,4

3,4

3,4

3,4

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

10,4

8,1

6,6

4,5

4,5

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

131,7

129,8

128,9

127,3

126,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

131,7

129,8

128,9

127,3

126,9

           

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS EN DE KIESRAAD: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

5,9

5,9

5,9

5,9

5,9

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

5,9

5,9

5,9

5,9

5,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

5,9

5,9

5,9

5,9

5,9

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

De hogere kosten voor het Hoger Beroep Vreemdelingen (HBV) leiden tot bijstelling van de middelen die voor de jaren 2019 en 2020 aan de begroting van de Raad van State worden toegevoegd. De Raad van State en de Nationale ombudsman ontvangen middelen voor de uitvoering van hun wettelijke taken, conform de afspraken die hierover zijn gemaakt in 2018. Aan de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orde worden middelen toegevoegd voor de implementatie van het nieuwe digitale systeem LINT. Daarnaast zijn voor het doorvoeren van een reorganisatie en modernisering van de Algemene Rekenkamer bij tweede suppletoire begroting 2018 middelen doorgeschoven naar 2019. Tot slot wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Conform de afspraak met betrekking tot de taken-middelenanalyse worden middelen overgeboekt vanaf de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de begroting van de Raad van State voor de afschaffing van dubbelbenoemingen. Daarnaast worden vanaf de begroting van BZK middelen overgeheveld naar de begroting van de Kiesraad voor de verbetering van het Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) systeem. Tevens wordt de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

67,3

67,4

69,2

71,3

71,4

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

1,7

1,7

1,7

1,8

1,8

 

1,7

1,7

1,7

1,8

1,8

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

2,3

1,7

1,7

1,8

1,8

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

69,6

69,1

70,9

73,1

73,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

69,6

69,1

70,9

73,1

73,1

           

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

6,9

6,9

6,9

6,9

6,9

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Dit betreft de eindejaarsmarge uit 2018 die aan de begroting van AZ wordt toegevoegd.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Dit betreft tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling die wordt overgeboekt naar de begroting van AZ.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

108,8

104,6

103,2

90,4

90,4

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Wederopbouw

28,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Wisselkoersreserve

7,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

– 0,2

0,2

0,0

0,0

0,0

 

35,7

0,2

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Overbruggingskrediet luchthaven sxm

13,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

6,1

4,2

4,2

3,9

3,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Lening lopende inschrijving curacao 2019–2049

34,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

1,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

54,9

4,2

4,2

3,9

3,9

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

90,6

4,4

4,2

3,9

3,9

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

199,4

109,0

107,3

94,3

94,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

199,4

109,0

107,3

94,3

94,3

           

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

38,3

31,9

30,5

30,4

30,4

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Diversen

1,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

1,7

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1,7

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

40,0

31,9

30,5

30,4

30,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

40,0

31,9

30,5

30,4

30,4

Wederopbouw Sint Maarten

De middelen voor wederopbouw op Sint Maarten die in 2018 niet tot besteding zijn gekomen, worden buiten de eindejaarsmarge om aan de begroting 2019 van Koninkrijksrelaties toegevoegd.

Wisselkoersreserve

Het saldo van de wisselkoersreserve eind 2018 wordt buiten de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting 2019 van Koninkrijksrelaties.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Met een kasschuif worden middelen voor de Integriteitskamer in 2019 doorgeschoven naar 2020. Daarnaast worden als gevolg van de huidige wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro de budgetten 2019 geactualiseerd. Tot slot wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Overbruggingskrediet luchthaven SXM

Vanuit de wederopbouwmiddelen voor Sint Maarten die gereserveerd staan op de Aanvullende Post wordt een gedeelte overgeboekt naar de begroting van Koninkrijksrelaties om het overbruggingskrediet (13,3 mln.) voor de luchthaven op Sint Maarten te financieren. In het wederopbouwfonds bij de Wereldbank zijn reeds middelen gereserveerd voor de luchthaven. Wanneer deze worden vrijgegeven zal een verrekening plaats vinden met het overbruggingskrediet.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Vanaf de begroting van BZK worden middelen overgeboekt voor de informatiebeveiliging van Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) (2,5 mln.) en voor technische ondersteuning vanuit Nederland bij bestuursontwikkeling (1,5 mln.). Verder vindt structurele overboeking van de jaarlijkse departementale bijdrage aan SSO-CN plaats. Tevens wordt de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties en de compensatie voor wisselkoerseffecten in 2019 geactualiseerd.

Lening lopende inschrijving Curaçao 2019–2049

Er wordt een nieuwe lening middels lopende inschrijving verstrekt aan Curaçao voor de periode 2019–2049.

Diversen – technische mutaties, niet-belastingontvangsten

Als gevolg van de huidige wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro worden de budgetten 2019 geactualiseerd

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

8.496,4

9.546,0

9.250,0

9.508,3

9.790,9

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Bijstelling n.a.v. eu-begroting 2019

– 17,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Dab 1: surplus eu-begroting 2018

– 88,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Inzet reservering voor nacalculatie

– 318,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 423,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Overboeking reservering voor nacalculatie

318,5

0,0

0,0

0,0

0,0

 

318,5

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

– 105,2

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

8.391,2

9.546,0

9.250,0

9.508,3

9.790,9

Totaal Internationale samenwerking

1.558,0

1.520,7

1.533,3

1.562,4

1.601,5

Stand Voorjaarsnota 2019

9.949,2

11.066,7

10.783,2

11.070,7

11.392,4

           

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

383,7

671,7

685,2

696,7

712,8

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Nacalculatie incl. bronnenrevisie

– 318,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

– 12,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 331,4

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

– 331,4

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

52,3

671,7

685,2

696,7

712,8

Totaal Internationale samenwerking

99,7

93,3

78,3

78,3

78,3

Stand Voorjaarsnota 2019

152,0

765,0

763,5

775,1

791,1

Bijstelling n.a.v. EU-begroting 2019

De raming van de BNI-afdracht in 2019 wordt met 17 mln. neerwaarts bijgesteld omdat de raming van de overige inkomsten op de Europese begroting voor 2019 hoger uitvalt dan verwacht.

Dab 1: surplus EU-begroting 2018

De Europese Commissie heeft in april 2019 de eerste aanvullende begroting gepresenteerd met daarin het surplus voor de Europese begroting over 2018. Het surplus valt in totaal uit op 1,8 mld., wat voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van 88 mln. in 2019 als gevolg heeft.

Inzet reservering voor nacalculatie & overboeking reservering voor nacalculatie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van de BNI-afdracht van 318 mln. Eerder is hiervoor in de begroting een reservering getroffen. De overboeking betreft de overboeking van de reservering vanaf de Aanvullende Post naar de begroting van BZ.

Nacalculatie incl. bronnenrevisie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van deze afdracht van 318 mln. Eerder is hiervoor in de begroting een reservering getroffen.

Diversen – ontvangsten

Met de zesde aanvullende begroting over 2018 is de raming van het effect van de Spring Forecast 2018 op de invoerrechten op basis van nieuwe ramingen en realisaties naar beneden bijgesteld. Dit heeft compensatie vanuit de BNI-afdrachten van de lidstaten als gevolg en betekent voor Nederland een opwaartse bijstelling van deze afdracht van 13 mln. Door de late aanname van de 6e aanvullende begroting 2018 is dat effect naar 2019 doorgeschoven als negatieve overige ontvangst

Justitie en Veiligheid

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

12.704,8

12.305,2

12.150,7

11.873,2

11.954,3

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Asiel: coa herijkingsreeks oda oud en nieuw (non-oda)

149,1

99,0

50,6

26,7

37,3

Asiel: coa mutatie vjn (oda)

– 22,9

57,0

41,0

14,9

– 1,0

Asiel: coa non-oda

– 40,1

47,8

69,9

84,2

64,7

Asiel: ind basisfinanciering

41,5

65,6

65,3

65,4

65,6

Asiel: ind mpp

32,9

34,6

23,5

0,0

0,0

Asiel: mpp nidos

– 20,7

– 16,4

– 17,2

– 17,7

– 18,1

Asiel: oda-toerekening

24,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Eindejaarsmarge

24,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Herstellen weeffout asiel onderwijs

– 45,6

– 45,7

– 41,1

– 37,4

– 35,4

Kasschuiven: dji frictiekosten

77,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

49,0

93,3

80,2

0,0

0,0

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

– 79,5

– 68,2

– 67,3

– 65,4

– 41,5

Rechtsbijstand

– 19,7

– 19,4

– 14,5

2,0

25,8

Rechtspraak

50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Terugdraaien taakstelling om

11,3

17,3

17,3

17,3

12,3

Diversen

38,7

16,4

16,4

14,3

14,3

 

270,5

281,3

224,1

104,3

124,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

B12 ondermijningsbestrijdingsfonds

100,0

0,0

0,0

0,0

0,0

B5 politie

49,8

82,0

82,0

82,0

82,0

B6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

69,9

24,9

24,9

24,0

0,0

Herstellen weeffout asiel onderwijs

45,6

45,7

41,2

37,4

35,4

Loonbijstelling

310,8

300,6

297,4

290,9

293,1

Prijsbijstelling

44,5

43,3

42,4

41,4

41,5

Diversen

9,1

6,0

11,0

24,1

24,2

 

629,7

502,5

498,9

499,8

476,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

900,0

783,8

723,0

604,0

600,1

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

13.604,7

13.089,0

12.873,6

12.477,2

12.554,4

Totaal Internationale samenwerking

48,4

34,0

34,1

34,1

34,1

Stand Voorjaarsnota 2019

13.653,1

13.123,1

12.907,7

12.511,3

12.588,5

           

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.600,6

1.544,9

1.539,8

1.499,2

1.495,0

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Asiel: inzet asielreserve

21,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

– 29,3

– 33,3

– 65,3

0,0

0,0

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

75,7

3,0

5,0

5,0

5,0

Diversen

– 5,8

– 5,8

– 5,8

– 5,8

– 5,8

 

62,1

– 36,1

– 66,1

– 0,8

– 0,8

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

3,7

0,9

0,9

0,9

0,9

 

3,7

0,9

0,9

0,9

0,9

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

65,8

– 35,2

– 65,2

0,1

0,1

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

1.666,3

1.509,6

1.474,6

1.499,3

1.495,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

1.666,3

1.509,6

1.474,6

1.499,3

1.495,1

Asiel: COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA)

De toerekening aan official development assistance (ODA) van de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers wordt met ingang van 2019 conform de verduidelijkte richtlijn van OESO-DAC herijkt. Dit leidt er onder meer toe dat de kosten voor vastgoed en overhead niet meer mogen worden toegerekend en dat de toerekening en kosten voor rechtsbijstand, tolken IND en voorlichting wel. Voorts wordt de eerstejaarsasielopvang voortaan op individueel niveau wordt bepaald. Daarnaast wordt een verbetering van de toerekeningsystematiek doorgevoerd. In de nieuwe systematiek wordt de raming gebaseerd op de verwachte bezetting in het Centraal Orgaan opvang Asiel (COA) in plaats van de asielinstroom. Dit leidt tot een transparantere, schokbestendigere en doelmatigere toerekening. Gevolg van deze herijking is dat per saldo minder kosten mogen worden toegerekend aan ODA. Deze lagere toerekening wordt éénmalig generaal gedekt en toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Deze herijkingsreeks (non-ODA) wordt ook op de JenV-begroting inzichtelijk gemaakt en moet worden bezien in samenhang met de posten COA non-ODA en COA mutatie VJN (ODA).

Asiel: COA mutatie VJN (ODA)

De nieuwe systematiek voor de ODA-toerekening leidt tot aanpassing van de stand van de ODA-toerekening voor de eerstejaarsasielopvang. Zie toelichting bij de COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA). Dat leidt tezamen met de nieuwe Meerjaren Productie Prognose (MPP) tot aanpassing van de ODA-toerekening.

Asiel: COA non-ODA

De ramingsbijstelling naar aanleiding van de MPP en de stabielere financiering voor het COA leidt tot een verhoging van de uitgaven voor het COA. Deze reeks voor het COA moet worden bezien in relatie tot de volgende posten: COA mutatie VJN (ODA) en de COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA). Tezamen zorgen deze drie mutaties voor de benodigde verhoging van het budget voor COA.

Asiel: IND basisfinanciering

Het kabinet stelt extra middelen ter beschikking voor de stabiele financiering van de asielketen, waaronder voor de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND).

Asiel: IND MPP

De ramingsbijstelling op basis van de MPP wordt tot en met 2021 verwerkt.

Asiel: MPP Nidos

Op basis van de MPP-raming wordt voor Nidos een lagere bezetting verwacht. De uitgaven aan Nidos worden daarop aangepast.

Asiel: ODA-toerekening

Vanwege de hogere asielinstroom in 2018 is de ODA-toerekening naar boven bijgesteld. JenV ontvangt 24,7 mln. van de begroting van BHOS.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge (EJM) van 24,7 mln. is toegevoegd aan de begroting van het Ministerie van JenV.

Herstellen weeffout asiel onderwijs

Voortaan wordt de toerekening aan ODA van onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geboekt in plaats van op de begroting van JenV. Hiervoor vindt een aantal budgettair neutrale boekingen plaats tussen de begrotingen van JenV en BHOS en van BHOS en OCW. Op de begroting van JenV is de overboeking van de JenV-begroting naar de BHOS-begroting zichtbaar (niet-HGIS naar HGIS; deze gelden worden vervolgens van BHOS naar OCW overgeheveld).

Kasschuiven: DJI frictiekosten

Er wordt een reservering gemaakt van 77,1 mln. ter financiering van de frictiekosten van het sluiten van verschillende locaties van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

Dit betreft de budgettaire verwerking van de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens. De raming van de capaciteitsbehoefte in de justitiële ketens wordt verwerkt in de diverse uitgavenramingen op de JenV-begroting, voor de jaren 2019–2021, waaronder voor het Openbaar Ministerie en de forensische zorg.

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek JenV

JenV zet verschillende incidentele meevallers, waaronder het afromen van het eigen vermogen boven de 5% bij de agentschappen, en de prijsbijstelling in ter dekking van de problematiek.

Rechtsbijstand

De meevallers in 2019 t/m 2021 volgend uit de PMJ-raming worden ingezet om ingeboekte besparingen vanaf 2022 te compenseren. De besparingen gaan niet door vanwege het aanhouden van het Wetsvoorstel duurzaam stelsel rechtsbijstand.

Rechtspraak

De Rechtspraak kampt met een structureel tekort door de autonome terugloop van het aantal zaken en het uitblijven van baten van het inmiddels stopgezette digitaliseringsprogramma «Kwaliteit en Innovatie».

Terugdraaien taakstelling OM

Het nog niet ingevulde deel van de taakstelling Rutte II voor het Openbaar Ministerie (OM) wordt teruggedraaid.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

In de post diversen zitten verschillende onderdelen, waaronder 5 mln. incidenteel voor de aanschaf van toerusting voor de politie, extra middelen voor de Autoriteit persoonsgegevens in verband met extra werkzaamheden voortvloeiend uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de ramingsbijstelling Raad voor de Rechtspraak voor Asielzaken. Ook bevat deze post de toegevoegde middelen voor de campagne tegen antisemitisme (1 mln. per jaar t/m 2021), voor het Uitstapprogramma voor prostituees (RUPS) (1 mln. per jaar t/m 2021), structureel 1 mln. voor het tegengaan van drugsdumpingen en structureel 3 mln. voor aanpak van contrabande. Voor dit laatste reserveert het kabinet structureel 3 mln.

B12 ondermijningsbestrijdingsfonds

Er is incidenteel 100 mln. van de Aanvullende Post naar JenV overgeheveld voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals aangekondigd in de nota van wijziging (Kamerstuk 35 000 VI, nr. 12).

B5 politie

JenV ontvangt Regeerakkoordmiddelen vanaf de Aanvullende Post voor verschillende doeleinden bij de Politie, onder andere voor het terugdringen van arbeidsverzuim en voor het centraliseren van arrestantenzorg. Een deel van de middelen wordt ingezet voor dekking van problematiek op de JenV-begroting. Daarnaast wordt de volgende tranche van B5 Politie (bestedingsplan 2018) overgeheveld.

B6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

De Regeerakkoordmiddelen voor de digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen worden overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen. Een deel van de middelen wordt ingezet voor dekking van tekorten in de justitiële ketens.

Herstellen weeffout asiel onderwijs

Voortaan wordt de toerekening aan ODA van onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de begroting van OCW geboekt in plaats van op de begroting van JenV. Hiervoor vindt een aantal budgettair neutrale boekingen plaats tussen de begrotingen van JenV en BHOS en van BHOS en OCW. Op de begroting van JenV is de overboeking van de JenV-begroting naar de BHOS-begroting zichtbaar (niet-HGIS naar HGIS; deze gelden worden vervolgens van BHOS naar OCW overgeheveld).

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2019 wordt toegevoegd aan de begroting van JenV.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2019 wordt toegevoegd aan de begroting van JenV.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

In de post diversen zitten verschillende onderdelen, waaronder de Regeerakkoordmiddelen B10 voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en de overheveling van middelen voor de landelijke vreemdelingenvoorzieningen naar het gemeentefonds.

Asiel: inzet asielreserve

De resterende middelen in de asielreserve worden ingezet voor de problematiek.

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

Dit betreft de budgettaire verwerking van de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens. De raming van de capaciteitsbehoefte in de justitiële ketens wordt verwerkt in de diverse ontvangstenramingen op de JenV-begroting, voor de jaren 2019–2021, waaronder administratiekosten van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en griffierechten.

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek JenV

JenV zet verschillende incidentele meevallers, waaronder het afromen van het eigen vermogen boven de 5% bij de agentschappen, in ter dekking van de problematiek.

Daarnaast wordt de raming van de boeteopbrengsten van de Autoriteit Persoonsgegevens stapsgewijs verhoogd.

Diversen – beleidsmatige mutaties, niet-belastingontvangsten

De post diversen betreft de actualisatie van de raming voor boeten en transacties (B&T).

Diversen – technische mutaties, niet-belastingontvangsten

De post diversen bestaat voornamelijk uit een desaldering van de opbrengsten voor het medegebruik van C2000 in 2018.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

5.481,3

5.586,2

5.549,6

5.629,2

5.777,2

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Ejm h7

48,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Ejm h7 (specifieke inzet)

– 28,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Huurtoeslag

– 5,2

8,9

– 3,4

– 18,7

– 34,2

Diversen

32,3

25,1

16,5

21,5

20,0

 

46,9

34,0

13,1

2,8

– 14,2

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Klimaatenvelop gasvrije wijken

41,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

113,6

36,3

33,9

32,5

31,9

 

155,0

36,3

33,9

32,5

31,9

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

201,9

70,3

47,0

35,3

17,6

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

5.683,2

5.656,5

5.596,6

5.664,5

5.794,8

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,6

0,7

Stand Voorjaarsnota 2019

5.683,7

5.657,0

5.597,1

5.665,1

5.795,5

           

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

679,4

696,3

657,8

640,5

634,5

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Huurtoeslag

– 33,1

– 44,0

– 12,4

1,8

1,0

Diversen

16,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 16,2

– 44,0

– 12,4

1,8

1,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

47,1

2,2

2,2

2,0

2,0

 

47,1

2,2

2,2

2,0

2,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

30,8

– 41,8

– 10,2

3,8

3,0

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

710,2

654,4

647,5

644,3

637,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

710,2

654,4

647,5

644,3

637,5

EJM H7

De eindejaarsmarge van 54,6 mln. wordt toegevoegd aan de begroting van BZK. Hiervan zet BZK 6,4 mln. via het generale beeld in voor dekking van problematiek binnen eigen begroting.

EJM H7 (specifieke inzet)

BZK zet een deel van de eindejaarsmarge binnen de eigen begroting in, onder andere voor de Omgevingswet, het aanvullen van het negatief eigen vermogen 2018 van SSC-ICT, de desinformatiecampagne, de woondeals en de archiefachterstanden bij Doc-Direkt.

Huurtoeslag

De raming van de huurtoeslag laat in de eerste jaren tegenvallers zien die vanaf 2022 omslaan in meevallers. De structurele meevaller is het gevolg van een lagere huurprijsontwikkeling. De belangrijkste oorzaken van de tekorten in 2019–2021 zijn de bijstelling van de verwachte hoogte van de werkloosheid in 2019 en het uitstellen van de stroomlijning van het invorderingsbeleid bij de Belastingdienst. De meerjarenraming sluit op 0 door een incidentele bijdrage van 14,4 mln. vanuit de eindejaarsmarge 2018 van de begroting van BZK.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Er worden middelen toegevoegd aan de begroting van BZK voor de niet-huisvestingskosten die de gebruikers (Staten-Generaal, Raad van State, AZ) maken vanwege de renovatie van het Binnenhof. Daarnaast worden middelen toegevoegd aan de begroting van BZK voor de Omgevingswet, de capaciteitsuitbreiding van de AIVD voor het uitvoeren van de Geïntegreerde Aanwijzing en een structurele bijdrage van 5 mln. aan de AIVD voor bestrijding van jihadisten. Daarnaast zet BZK een deel van de LPO en de eindejaarsmarge in voor o.a. de Omgevingswet, het aanzuiveren van het negatief eigen vermogen 2018 van SSC-ICT, de woondeals en de archiefachterstanden bij Doc-Direkt.

Klimaatenvelop aardgasvrije wijken

Vanaf de aanvullende post is budget overgemaakt voor het programma aardgasvrije wijken. Het doel van dit programma is om kennis en ervaring op te doen met het aardgasvrij maken van wijken om later op te kunnen schalen naar de aantallen die nodig zijn voor een CO2-arme gebouwde omgeving in 2050. In totaal is in 2019 41,4 mln. beschikbaar. Hiervan is 35 mln. voor het aardgasvrij maken van wijken. Een bedrag van 5 mln. is voor de uitvoering van het programma Aardgasvrije wijken met onder meer een kennis- en leerprogramma voor gemeenten. Het resterende deel van 1,4 mln. is voor de uitvoeringskosten.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Vanaf de aanvullende post zijn middelen overgemaakt voor het innovatieprogramma Gebouwde Omgeving (25 mln.) en de Regionale Energiestrategieën (12,5 mln.). Daarnaast worden vanaf de begroting van BZK middelen overgeboekt naar de begrotingen van de Overige Colleges van Staat voor de kosten van dubbelbenoemingen (2,4 mln.) en naar de begroting van Koninkrijksrelaties voor kosten van technische ondersteuning bij bestuursontwikkeling (1,4 mln.). Tot slot wordt de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van BZK.

Diversen – beleidsmatige mutaties, niet-belastingontvangsten

Conform de regeling agentschappen wordt het surplus eigen vermogen van FMHaaglanden (FMH) en Rijksvastgoedbedrijf (RVB) bij voorjaarsnota afgeroomd. Het bedrag wordt ingezet voor het aanzuiveren van het negatief eigen vermogen in 2018 van SSC-ICT. Daarnaast leidt de verkoop van bufferzonegronden tot incidentele extra opbrengsten.

Diversen – technische mutaties, niet-belastingontvangsten

Het betreft o.a. de jaarlijkse desaldering voor Doc-Direct voor de dienstverlening aan notarissen en een desaldering voor de verwachte ontvangsten van de Shared Service Organisaties (SSO's). Daarnaast zijn de detacheringsontvangsten en -uitgaven structureel hoger bijgesteld. Tot slot als gevolg van de structurele toename van de aanvragen voor veiligheidsonderzoeken nemen de uitgaven voor veiligheidsonderzoeken structureel toe. Hier staan hogere ontvangsten tegenover.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

41.923,9

41.534,2

41.522,1

41.727,2

42.054,7

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Mutaties art 11 autonoom (r)

– 55,5

– 69,3

– 57,2

– 58,8

– 66,8

Referentieraming

84,0

108,5

75,0

87,2

101,2

Diversen

– 6,8

– 14,6

– 27,1

– 23,3

– 16,6

 

21,7

24,6

– 9,3

5,1

17,8

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Beta techniek

41,0

41,0

41,0

41,0

41,0

Compensatie tegenvallende reclame-inkomsten

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Duo problematiek investering onderhoud en vervanging ict-systemen

16,0

20,7

24,7

26,7

28,5

Kasschuif ov

50,0

– 50,0

0,0

0,0

0,0

Kasschuif werkdrukmiddelen g33 po

40,5

96,5

15,5

– 96,5

– 56,0

Inzet lpo tranche 2019

– 145,3

– 148,3

– 148,3

– 148,6

– 148,8

Vullen taakstelling

0,0

114,4

140,3

156,2

160,9

Diversen

15,7

– 17,2

– 5,5

8,6

32,0

 

57,9

57,1

67,7

– 12,6

57,6

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

G33 aanvullende post werkdruk primair onderwijs

0,0

0,0

81,0

193,0

152,5

Loonbijstelling tranche 2019

876,8

877,0

875,8

868,4

874,5

Prijsbijstelling tranche 2019

163,6

154,0

154,0

162,7

164,3

Diversen

– 29,3

– 32,7

– 12,6

– 7,8

15,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Mutaties art. 11 autonoom (nr)

– 179,1

– 147,4

– 137,0

– 131,7

– 120,5

Uitdeling prijsbijstelling niet-relevant tranche 2019

72,2

72,6

73,4

74,2

74,8

Diversen

33,5

– 9,3

– 14,5

– 10,5

– 8,7

 

937,7

914,2

1.020,1

1.148,3

1.152,3

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.017,2

995,9

1.078,6

1.140,8

1.227,9

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

42.941,1

42.530,1

42.600,7

42.868,0

43.282,6

Totaal Internationale samenwerking

106,0

106,2

101,7

98,0

96,0

Stand Voorjaarsnota 2019

43.047,1

42.636,3

42.702,4

42.966,0

43.378,7

           

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.329,2

1.390,2

1.436,7

1.515,9

1.555,2

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Mutaties art. 11 autonoom ontvangsten (r)

– 30,8

– 40,3

– 43,4

– 45,8

– 43,1

Diversen

– 6,6

– 14,7

– 11,8

– 4,5

2,5

 

– 37,4

– 55,0

– 55,2

– 50,3

– 40,6

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

6,6

21,6

6,5

6,6

7,7

 

6,6

21,6

6,5

6,6

7,7

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

– 12,1

– 17,5

– 1,4

– 3,3

18,3

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Diversen

21,6

25,1

29,5

30,7

33,8

 

9,5

7,6

28,1

27,4

52,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

– 21,3

– 25,8

– 20,6

– 16,3

19,1

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

1.307,9

1.364,3

1.416,1

1.499,6

1.574,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

1.307,9

1.364,3

1.416,1

1.499,6

1.574,3

Mutaties art 11 autonoom (r)

De plafondrelevante uitgaven aan studiefinanciering zijn voor de komende jaren naar beneden bijgesteld met bedragen tussen 56 mln. en 67 mln. Voor 2019 gaat het om een bijstelling van circa 56 mln. Dit wordt deels veroorzaakt door lagere uitgaven op de omzettingen van prestatiebeurs in gift in de beroeps opleidende leerweg (bol). Ook is er een neerwaartse bijstelling op de uitgaven aan het OV. De realisatie over 2018 laat zien dat het aandeel ho-studenten dat de reisvoorziening activeert wat lager is dan aanvankelijk geraamd, mede doordat het aandeel internationale studenten zonder recht op ov stijgt. Daarnaast zijn er nog diverse kleine mutaties.

Referentieraming

Uit de Referentieraming 2019 blijkt dat het totale aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de aantallen die in de OCW-begroting 2019 waren geraamd. Dit geldt vooral in het hoger onderwijs en het primair onderwijs.

Diversen – mee- en tegenvallers, uitgaven

Deze post bestaat uit verschillende mutaties. De Referentieraming 2019 zorgt voor een meevaller op relevante uitgaven op artikel 11 door een verschuiving van studenten aan beroeps opleidende leerwegen (bol) naar beroeps begeleidende leerwegen (bbl). Bbl-studenten hebben geen recht op studiefinanciering. Op artikel 12 zorgt de Referentieraming 2019 ook voor een meevaller door lagere aantallen meerderjarige scholieren in het voortgezet onderwijs.

Bèta techniek

Het kabinet heeft structureel 41 mln. per jaar beschikbaar gesteld voor het stimuleren van bèta- en techniekopleidingen. In 2019 worden de middelen gebruikt om te investeren in de opleidings- en lerarencapaciteiten voor bèta- en technisch onderwijs in het mbo en hoger onderwijs. De middelen voor 2020 en verder worden eerst gereserveerd op artikel 91. Vanaf volgend jaar worden deze middelen structureel verwerkt in de onderwijsbudgetten. Hierbij wordt het adviesrapport van de commissie Van Rijn in beschouwing genomen.

Compensatie tegenvallende reclame-inkomsten

Op basis van de motie Pechtold (Kamerstuk 35 000, nr. 17) worden de tegenvallende reclame-inkomsten voor 2019 met 40 mln. gecompenseerd.

DUO problematiek investering onderhoud en vervanging ICT-systemen.

Uit de doorlichting van DUO blijkt dat sprake is van onderhoud- en vervangingsproblematiek oplopend tot structureel 49,1 mln. in 2030. Per 2021 wordt de oploop van de middelen t.o.v. 2020 op artikel 91 gereserveerd. Dit wordt doorverdeeld naar de beleidsartikelen als de aanbevelingen uit het implementatieplan van de doorlichting zijn doorgevoerd.

Kasschuif ov

In 2019 wordt 50 mln. vooruitbetaald aan OV-bedrijven voor het studentenreisproduct in 2020. Contractueel is vastgelegd dat OCW de vergoeding voor de OV-studentenkaart uiterlijk medio januari van het betreffende jaar aan de vervoerbedrijven betaalt. Door de betaling aan de vervoerbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar te doen, kan zonder af te wijken van de afspraken met de vervoerbedrijven een bijdrage worden geleverd aan de optimalisering van de kasritmes van de staat over de jaren heen.

Kasschuif werkdrukmiddelen g33 po

Deze kasschuif vindt plaats om de werkdrukmiddelen vanuit 2022 en 2023 naar voren te schuiven.

Inzet lpo tranche 2019

Een deel van de verplichte loon-en prijsbijstelling tranche 2019 wordt ingezet als dekking voor de openstaande taakstelling op artikel 91 en de onderhoud- en vervangingsproblematiek bij DUO.

Vullen taakstelling

De taakstelling op de begroting van OCW wordt gevuld.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Deze post bestaat uit verschillende kasschuiven, de opboeking van de eindejaarsmarge, het investeringsvoorstel persoonsgericht innen, een bijdrage aan BZK voor rijksbrede IT-ontwikkelingen, overige DUO-problematiek en enkele kleine tegenvallers en meevallers.

G33 Aanvullende post werkdruk primair onderwijs

Dit betreft de werkdrukmiddelen die eerder zijn overgeboekt van de aanvullende post naar de begroting van OCW (Kamerstuk 31 293, nr. 435).

Loonbijstelling tranche 2019

De tranche 2019 van de loonbijstelling is overgemaakt naar OCW.

Prijsbijstelling tranche 2019

De tranche 2019 van de prijsbijstelling is overgemaakt naar OCW.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Deze post bestaat uit diverse (kleine) overboekingen en een tweetal desalderingen als gevolg van lagere STER-inkomsten en hogere ontvangsten op MBO-subsidies. Grote overboekingen zijn de RA-reeksen G40 (cultuur), G42 (onderzoeksjournalistiek), G43 (erfgoed en monumenten) en een overboeking voor buurtcoaches.

Voortaan worden onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de OCW-begroting toegerekend aan ODA. Hiervoor vindt een budgettair neutrale boeking plaats tussen de begrotingen van BHOS en OCW.

Mutaties art. 11 autonoom (nr)

De niet-plafondrelevante uitgaven aan studiefinanciering zijn voor de komende jaren naar beneden bijgesteld. Voor 2019 gaat het om een bijstelling van circa 179 mln. Ruim de helft van dit bedrag wordt veroorzaakt door lager geraamde uitgaven aan de leningen (rentedragende lening, collegegeldkrediet en levenlanglerenkrediet) als gevolg van de lagere realisatie in 2018. De andere helft wordt veroorzaakt door diverse mutaties.

Uitdeling prijsbijstelling niet-relevant tranche 2019

De tranche 2019 (niet-relevant) van de prijsbijstelling is overgemaakt naar OCW.

Diversen – niet relevant voor het uitgavenplafond, uitgaven

Deze post bestaat uit diverse mutaties. De Referentieraming 2019 zorgt voor een tegenvaller op artikel 11 op de niet-relevante uitgaven. Vanaf 2020 en verder zorgt de referentieraming 2019 voor een meevaller op artikel 11. De niet-relevante uitgaven op artikel 12 zijn naar boven bijgesteld op grond van de realisatie in 2018.

Mutaties art. 11 autonoom ontvangsten (r)

De niet-relevante ontvangsten van terugbetaalde leningen zijn naar boven bijgesteld op grond van de realisatie in 2018.

Diversen – mee- en tegenvallers, niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat uit diverse mutaties. De referentieraming 2019 zorgt voor lagere lesgeldontvangsten op artikel 13, door lagere aantallen in het bol onderwijs. Een hogere CPI zorgt op artikel 13 voor een autonome oplopende meevaller. Een hogere prijsontwikkeling zorgt namelijk voor hogere lesgeldontvangsten dan eerder geraamd.

Diversen – beleidsmatige mutaties, niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat uit een desaldering, dekking voor tegenvallers en hogere ontvangsten als gevolg van het investeringsvoorstel persoonsgericht innen. Dit voorstel zet in op een actieve en persoonsgerichte manier van het innen van studieschulden om vroegtijdig betaalproblemen op te sporen en te voorkomen.

Diversen – technische mutaties, niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat uit een tweetal desalderingen als gevolg van lagere STER-inkomsten en hogere ontvangsten op MBO-subsidies.

Diversen – niet relevant voor het uitgavenplafond, niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat uit hogere niet-plafondrelevante ontvangsten als gevolg van het investeringsvoorstel persoonsgericht innen. Daarnaast zijn de niet-plafondrelevante ontvangsten van terugbetaalde leningen op artikel 11 naar boven bijgesteld op grond van de realisatie in 2018.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.370,0

7.276,0

7.348,7

7.625,1

6.977,0

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Rente vaste schuld

– 179,0

– 278,0

– 351,0

– 351,0

– 351,0

Rente vlottende schuld

0,0

– 26,0

– 180,0

0,0

0,0

Rentelasten

0,0

– 60,0

– 112,1

– 112,1

– 112,1

 

– 179,0

– 364,0

– 643,1

– 463,1

– 463,1

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

– 0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

– 0,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Rente vaste schuld

0,0

0,0

0,0

– 92,0

– 138,0

Rente vlottende schuld

0,0

0,0

0,0

– 216,0

– 97,0

Rentelasten

0,0

0,0

0,0

7,5

70,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Rentelasten

0,0

– 19,3

– 69,0

– 100,7

– 54,9

 

0,0

– 19,3

– 69,0

– 401,2

– 219,0

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

– 179,9

– 383,3

– 712,1

– 864,4

– 682,2

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

7.190,1

6.892,7

6.636,5

6.760,7

6.294,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

7.190,1

6.892,7

6.636,5

6.760,7

6.294,8

           

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

11.097,0

9.013,4

7.413,6

7.137,9

5.650,5

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Rente vlottende schuld

– 23,0

123,0

34,0

0,0

0,0

Diversen

0,6

– 4,5

– 10,7

– 10,7

– 10,7

 

– 22,4

118,5

23,3

– 10,7

– 10,7

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,0

0,0

0,0

– 17,2

– 21,3

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Aflossingen op leningen

228,4

– 25,2

– 7,2

– 24,9

– 43,4

Mutatie in rekening-courant en deposito

1.838,2

1.474,7

891,5

1.795,9

2.093,2

Rente derivaten

– 279,0

– 302,0

– 64,0

152,0

80,0

 

1.787,6

1.147,5

820,3

1.905,8

2.108,5

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.765,2

1.265,9

843,6

1.895,1

2.097,9

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

12.862,2

10.279,3

8.257,2

9.033,0

7.748,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

12.862,2

10.279,3

8.257,2

9.033,0

7.748,3

Rente vaste schuld – mee- en tegenvallers en technische mutaties

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt met name als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat actuele rentes bij de uitgifte van nieuwe leningen lager waren dan de geraamde rentestanden van het CPB.

Rente vlottende schuld – uitgaven, mee- en tegenvallers en technische mutaties

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt met name als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Rentelasten – mee- en tegenvallers en technische mutaties

Deze post betreft de rentelasten binnen het kasbeheer die aan deelnemers wordt vergoed voor de tegoeden die worden aangehouden in de schatkist. Een deel van deze rentelasten, namelijk de rentelasten van de sociale fondsen, is niet relevant voor het uitgavenplafond. De ramingen van de rentelasten is gewijzigd als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Rente vlottende schuld – ontvangsten

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Mutatie in rekening-courant en deposito

De geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en deposito’s van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de sociale fondsen.

Rente derivaten

De raming van de renteontvangsten op renteswaps is naar beneden bijgesteld als gevolg van het voortijdig beëindigen van rentederivaten in de laatste maanden van 2018, na de raming voor de Miljoenennota 2019. Tevens is de raming bijgesteld als gevolg van de geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Financiën

IXB FINANCIËN: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.205,7

6.815,1

6.519,1

6.546,3

6.478,1

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Afdrachten staatsloterij

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Belasting- en invorderingsrente (dekking problematiek)

37,2

49,2

49,2

49,2

49,2

Diversen

0,8

0,2

0,0

0,0

0,0

 

138,0

149,4

149,2

149,2

149,2

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Bijdrage logius (gdi)

68,0

72,7

63,7

51,9

41,7

Eigen personeel (overig bd)

47,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Intensivering witwassen, fraudebestrijding en ondermijning

0,9

15,0

29,0

29,0

29,0

Kasschuiven

– 106,3

25,5

51,4

15,7

8,6

Rvu (dekking problematiek)

– 30,1

– 43,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

– 0,9

– 2,1

– 4,8

– 5,1

– 4,9

 

– 21,4

68,1

139,3

91,5

74,4

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Loonbijstelling

78,9

77,6

70,8

71,6

69,7

Diversen

38,1

41,3

10,2

5,0

2,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Aankoop air france-klm (holding)

744,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Schade-uitkering ekv

135,0

7,0

7,0

7,0

7,0

Teruggave gelden smp/anfa

– 33,0

9,3

23,7

21,4

– 6,6

Diversen

1,4

1,5

0,0

0,0

0,0

 

964,8

136,7

111,7

105,0

72,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.081,4

354,2

400,3

345,7

295,9

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

8.287,2

7.169,3

6.919,4

6.892,1

6.774,0

Totaal Internationale samenwerking

365,7

51,1

178,8

287,5

337,4

Stand Voorjaarsnota 2019

8.652,9

7.220,4

7.098,2

7.179,6

7.111,4

           

IXB FINANCIËN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

2.385,1

2.405,3

2.212,8

2.252,4

2.619,1

Mee- en tegenvallers

         

Rijksbegroting

         

Afdrachten staatsloterij

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

Belasting- en invorderingsrente (dekking problematiek)

84,2

67,3

67,3

64,2

64,2

Dividenden staatsdeelnemingen

120,0

65,0

55,0

70,0

70,0

Dnb winstafdracht

40,0

1,0

311,0

282,0

– 102,0

Doorbelasten kosten vervolging (dekking problematiek)

3,6

15,0

15,0

15,0

15,0

Diversen

11,7

– 0,7

– 0,6

– 0,9

– 0,7

 

359,5

247,6

547,7

530,3

146,5

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Rvu (dekking problematiek)

95,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

1,3

– 2,6

– 4,5

– 4,5

– 5,5

 

96,4

– 2,6

– 4,5

– 4,5

– 5,5

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Schaderestituties ekv

– 44,9

– 6,7

– 0,4

– 7,1

– 7,0

Diversen

9,0

7,2

6,4

6,4

3,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

         

Dividenden staatsdeelnemingen

541,0

386,0

386,0

386,0

386,0

Dnb winstafdracht

6,0

0,0

40,0

18,0

– 2,0

Diversen

3,8

– 8,4

– 11,5

– 9,7

0,4

 

514,9

378,1

420,5

393,6

381,2

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

970,8

623

963,7

919,4

522,2

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

3.355,90

3.028,40

3.176,50

3.171,70

3.141,20

Totaal Internationale samenwerking

4,7

4,8

4,7

4,7

4,7

Stand Voorjaarsnota 2019

3.360,60

3.033,20

3.181,20

3.176,40

3.145,90

Afdrachten staatsloterij – uitgaven en niet-belastingontvangsten

Om te voldoen aan de wettelijke bepalingen in de Wet op de Kansspelen dat alle afdrachten van de Staatsloterij aan de staat toekomen, wordt structureel bij zowel uitgaven als ontvangsten een boekhoudkundige reeks opgenomen voor afdrachten Staatsloterij.

Belasting- en invorderingsrente (dekking problematiek) – uitgaven en niet-belastingontvangsten

Bij de ontvangsten van de Belasting- en invorderingsrente wordt een meevaller verwacht bij de ontvangsten van 64 mln. structureel. Ook wordt er een tegenvaller bij de uitgaven verwacht van 49 mln. structureel. De per saldo meevaller wordt structureel ingezet als onderdeel van de dekking voor de bijdrage aan Logius en incidenteel voor hogere uitgaven aan eigen personeel bij de Belastingdienst.

Diversen – uitgaven

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Zo worden er voor de Belastingtelefoon, bedrijfsvoering, managementinformatie en risicomanagement middelen van de Aanvullende Post overgeheveld naar de Financiën-begroting (20,2 mln. in 2019 en 26,6 mln. in 2020). Ook wordt de prijsbijstelling tranche 2019 aan de begroting van Financiën toegevoegd (15,8 mln. in 2019, aflopend tot 14,1 mln. in 2024).

Bijdrage Logius (GDI)

De kosten voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) aan Logius worden gedekt binnen de begroting van Financiën.

Eigen personeel (overig BD)

Het budget voor eigen personeel bij de Belastingdienst wordt meerjarig in lijn gebracht met de formatiekaders, cumulatief 47 mln. (7 mln. in 2020, 31 mln. in 2021 en 9 mln. in 2022). De verwachte meevaller van 47 mln. in 2019 bij de belasting- en invorderingsrente wordt als dekking ingezet. Deze meevaller wordt, via een kasschuif, naar toekomstige jaren geschoven om aan te sluiten bij het juiste tempo van de uitgaven. Per saldo heeft dit geen effect op de personele uitgaven in 2019.

Intensivering witwassen, fraudebestrijding en ondermijning

Dit betreft een intensivering bij de Belastingdienst voor de aanpak van fraude, witwassen en ondermijning. Voor dit pakket wordt structureel 29 mln. generaal toegekend.

Kasschuiven

Met behulp van kasschuiven worden middelen van 2019 doorgeschoven naar 2020 en verder, waarmee het budget in lijn gebracht wordt met het ritme van de verwachte uitgaven. Een deel van de schuif heeft betrekking op de budgetten voor het personeel van de Belastingdienst. Daarnaast vindt een aantal kleinere kasschuiven plaats, waaronder een schuif van middelen voor Invest-NL en de uitvoeringskosten van fiscale beleidswijzigingen.

RVU (dekking problematiek) – uitgaven en niet-belastingontvangsten

Een uitspraak van de belastinginspecteur heeft tot gevolg dat de vertrekregeling bij de Belastingdienst niet als Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) wordt aangemerkt. Deze meevaller wordt ingezet als onderdeel van de dekking voor de bijdrage aan Logius.

Loonbijstelling

De tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Aankoop Air France-KLM (holding)

Op 26 februari jl. is bekend gemaakt dat de staat aandelen Air France-KLM heeft gekocht voor een bedrag van 744,4 mln. Dit is verwerkt in een incidentele suppletoire begroting (Kamerstuk 35 148, nr. 1).

Schade-uitkering ekv

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schade-uitkeringen van de exportkredietverzekering (EKV) als financiële transacties. Pas bij het sluiten van de polis wordt schade geboekt ten laste van het plafond. Er worden enkele niet-kaderrelevante ramingsbijstellingen bij EKV doorgevoerd, om ervoor te zorgen dat de ramingen beter aansluiten bij de verwachte realisatie.

Teruggave gelden SMP/ANFA

Binnen de EU is een nieuw ritme afgesproken van de teruggave van gelden SMP/ANFA aan Griekenland.

Dividenden staatsdeelnemingen -mee- en tegenvallers en technische mutaties, niet-belastingontvangsten

De nieuwste winstramingen van de staatsdeelnemingen leiden tot een hogere dividendraming.

DNB winstafdracht – mee- en tegenvallers en technische mutaties, niet-belastingontvangsten

De raming winstafdracht DNB wordt aangepast n.a.v. de meest recente winstraming.

Doorbelasten kosten vervolging (dekking problematiek)

Aan belastingschuldigen worden de kosten doorberekend van invorderingsmaatregelen. Op basis van de realisatiecijfers van de afgelopen jaren en de verwachtingen voor de komende jaren wordt de raming van de verwachte ontvangsten voor kostenvervolging opwaarts bijgesteld. Deze meevaller wordt gebruikt als dekking voor de bijdrage aan Logius. Van de meevaller in 2019 van 15 mln. wordt 11,4 mln. gebruikt als dekking van de negatieve eindejaarsmarge (zie ook diversen).

Diversen – niet-belastingontvangsten

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Zo leiden ramingsbijstellingen bij de EKV tot 7 mln. hogere ontvangsten in 2019 en 2020 en 4,1 mln. in de jaren daarna. In 2019 wordt 11,4 mln. van de hogere ontvangsten voor doorbelasting van kosten voor vervolging ingezet ter dekking van de negatieve eindejaarsmarge van Financiën. Ook worden de verwachte renteontvangsten van de lening aan Griekenland naar beneden bijgesteld op basis van de meest recente renteramingen van het CPB.

Schaderestituties EKV

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schaderestituties van de EKV als financiële transacties. Dit betekent dat de schaderestituties geen effect hebben op het EMU-saldo. Volgens de begrotingsregels betekent dit dat de schaderestituties daarom ook niet meer plafondrelevant zijn. Met deze mutatie wordt deze aanpassing budgettair verwerkt.

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

10.270,6

10.726,9

10.916,4

10.523,2

10.295,9

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (bsb)

15,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Capaciteitsdoelstellingen navo

10,0

42,0

249,0

358,0

406,0

Eindejaarsmarge 2018

81,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

4,0

8,4

13,4

17,5

17,5

 

110,8

50,4

262,4

375,5

423,5

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Loonbijstelling

144,0

146,0

146,9

146,2

145,8

Prijsbijstelling

91,5

99,0

101,6

94,1

89,9

Diversen

6,5

– 0,8

– 0,3

– 0,6

– 0,6

 

242,0

244,2

248,2

239,7

235,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

352,8

294,7

510,6

615,1

658,5

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

10.623,4

11.021,5

11.427,0

11.138,3

10.954,4

Totaal Internationale samenwerking

258,5

210,0

208,4

208,4

208,4

Stand Voorjaarsnota 2019

10.881,8

11.231,5

11.635,4

11.346,7

11.162,8

           

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

310,3

279,3

277,8

278,5

331,6

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

13,8

0,7

0,7

0,7

0,7

 

13,8

0,7

0,7

0,7

0,7

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

13,8

0,7

0,7

0,7

0,7

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

324,1

280,0

278,5

279,3

332,3

Totaal Internationale samenwerking

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

Stand Voorjaarsnota 2019

325,5

281,4

279,9

280,7

333,7

Budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (BSB)

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken hevelt 15,3 mln. over naar het Ministerie van Defensie ten behoeve van de bescherming van diplomaten en ambassades door de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB).

Capaciteitsdoelstellingen NAVO

De Minister-President heeft in december het nationaal plan defensie-uitgaven bij de NAVO aangeboden. In dit plan bevestigt de regering haar politieke intentie om structureel te investeren in een aantal prioritaire capaciteiten, die aansluiten bij de capaciteitendoelstellingen van de NAVO. In lijn met deze intentieverklaring maakt het kabinet hier structureel extra geld voor vrij. De extra middelen worden primair aangewend voor prioritaire capaciteiten. Ten aanzien van de precieze invulling van het Nationaal Plan zal binnenkort worden gecommuniceerd.

Eindejaarsmarge 2018

De eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de begroting van Defensie.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Dit is het saldo van verschillende mutaties, waaronder capaciteitsuitbreiding van de MIVD voor het uitvoeren van de geïntegreerde aanwijzing en een bedrag van structureel 3 mln. voor de Koninklijke Marechaussee (KMar) om de capaciteit voor grensbewaking verder te versterken.

Loon- en prijsbijstelling

De tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Dit is het saldo van verschillende mutaties, waaronder exploitatiekosten voor het digitale landelijke netwerk voor mobiele communicatie ten behoeve van de hulpverlenende instanties, zoals politie, brandweer, ambulancediensten en de Koninklijke Marechaussee (C2000) en een overboeking voor noodsleephulp en betonningstaken door Kustwacht Nederland.

Diversen – technische mutaties, niet belastingontvangsten

De technische mutaties bij de niet-belastingontvangsten bestaan uit een saldo van diverse mutaties, waaronder een afdracht van het surplus van het agentschap operations (OPS).

Infrastructuur en Waterstaat

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

9.527,0

9.269,4

9.304,9

9.148,9

9.361,2

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Dekking voor vullen taakstellende onderuitputting

– 23,5

– 23,0

– 26,0

– 26,0

– 23,0

Ejm regeringsvliegtuig

28,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Intensivering ilt

10,0

12,0

15,0

15,0

15,0

Invullen taakstellende onderuitputting

32,5

20,0

23,0

23,0

23,0

Kornwerderzand

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

– 6,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

80,6

9,0

12,0

12,0

15,0

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

E23 envelop klimaat

65,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Inpassing dbfm a16 rotterdam

– 95,2

– 92,8

– 137,5

– 289,9

46,1

Inpassing dbfm a24 blankenburgverbinding

– 181,9

– 220,2

– 117,0

2,7

132,6

Loon- en prijsbijstelling 2019

213,8

210,6

210,5

204,3

207,1

Diversen

– 10,9

7,3

– 0,5

– 0,1

0,3

 

– 8,3

– 95,1

– 44,5

– 83,0

386,1

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

72,3

– 86,0

– 32,4

– 70,9

401,1

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

9.599,2

9.183,4

9.272,5

9.078,0

9.762,2

Totaal Internationale samenwerking

29,1

27,0

26,1

20,3

18,6

Stand Voorjaarsnota 2019

9.628,3

9.210,4

9.298,6

9.098,3

9.780,8

           

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

19,4

15,6

16,4

14,5

14,3

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

Diversen

24,2

0,1

0,2

0,4

0,6

 

24,2

0,1

0,2

0,4

0,6

           

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

24,2

0,1

0,2

0,4

0,6

           

Stand Voorjaarsnota 2019 (subtotaal)

43,6

15,7

16,6

14,8

15,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2019

43,6

15,7

16,6

14,8

15,0

Dekking voor vullen taakstellende onderuitputting en Invullen taakstellende onderuitputting

De taakstellende onderuitputting op artikel 99 nominaal en onvoorzien wordt budgettair ingevuld op de beleidsbegroting van IenW (HXII). Om 2019 te ontlasten wordt middels een kasschuif budget uit de jaren 2020, 2021 en 2022 naar 2019 gehaald om de negatieve eindejaarsmarge 2018 te dekken.

EJM regeringsvliegtuig

In 2016 is een reservering getroffen van 90 mln. op de IenW-begroting voor de vervanging van het regeringsvliegtuig. In 2017 is het koopcontract voor de levering van het nieuwe regeringsvliegtuig getekend en is het oude regeringsvliegtuig verkocht. Het niet-bestede deel (28,3 mln.) van de reservering voor het regeringsvliegtuig uit 2018 wordt toegevoegd aan de IenW-begroting 2019. Dit omdat één van de betalingen voor de vervanging van het Regeringsvliegtuig pas in 2019 plaatsvindt.

Intensivering ILT

Op de IenW-begroting worden middelen toegevoegd voor de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) om urgente knelpunten binnen de bedrijfsvoering aan te pakken en invulling te geven aan de risicogerichte aanpak.

Kornwerderzand

Ten behoeve van de verbreding van de sluis en bruggen bij Kornwerderzand wordt een bijdrage van 40 mln. beschikbaar gesteld in 2019.

Diversen – beleidsmatige mutaties, uitgaven

Deze post bestaat uit verschillende beleidsmatige mutaties. De grootste mutaties betreffen onderstaande overboekingen met het IF en DF:

  • Overhevelingen naar de Brede Doeluitkering voor projecten Kwaliteit Blankenburgverbinding (20,2 mln.) en Beter Benutten/Snelfietsroutes (12,5 mln),

  • Een bijzondere uitkering aan Caribisch Nederland in 2019 (15 mln.) voor het beheer en het onderhoud van de infrastructuur op de eilanden.

Daarnaast vallen onder deze post de hogere ontvangsten in het kader van de middelenafspraak bodem (0,8 mln.) uit 2018 en een bedrag van 5 mln. voor een maatregel van asbest- naar duurzaam».

E23 Envelop klimaat

Via een nota van wijziging zijn de Regeerakkoordmiddelen uit de Klimaatenvelop 2019 voor Mobiliteit (43,4 mln.) en Circulaire Economie (22,5 mln.) aan de begroting van IenW toegevoegd (Kamerstuk 35 000 XII, nr. 6).

Inpassing DBFM A16 Rotterdam en A24 Blankenburgverbinding

De projectbudgetten voor de DBFM (Design, Build, Finance & Maintain)-projecten A16 Rotterdam en A24 Blankenburgverbinding worden omgezet in begrotingsreeksen voor betaling van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

Loon- en prijsbijstelling 2019

De tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Deze post bestaat uit diverse desalderingen (24,2 mln.) en overboekingen (– 35,2 mln.);

  • De grootste desalderingen zijn de bijdragen voor de Waterschappen via het gemeentefonds ten behoeve van de Waterschapsverkiezingen (+ 12,0 mln.), bijdragen van co-financierders (Canada, UK en Denemarken) ten behoeve van de Global Commission on Adaptation (+ 5,0 mln.) en meer externe ontvangsten op het onderzoeksprogramma H2020 en ESPON door het Planbureau Leefomgeving (+ 1,8 mln.).

  • De overboekingen bestaan uit twee posten;

    • a. Overboekingen naar het gemeentefonds, provinciefonds en BTW-compensatiefonds (– 28,5 mln.), waaronder de bijdrage voor de waterschapsverkiezingen (– 12,0 mln.) en het programma Beter Benutten (– 9,5 mln.).

    • b. Diverse overboekingen met andere departementen (– 6,7 mln.). De grootste posten zijn met LNV vanuit de regio-envelop voor Erosieproblematiek op St. Eustatius (+ 3,5 mln.), met EZK voor een pilot CO2-reductie (– 5,1 mln.), met Defensie voor Noodsleephulp en Betonning (– 3,0 mln.) en een overboeking naar BZK voor het nationaal Energiebesparingsfonds (– 2,0 mln.).

Diversen – technische mutaties, ontvangsten

Deze post bestaat uit diverse desalderingen waarvan de grootste bijdragen zijn voor de Waterschappen via het gemeentefonds ten behoeve van de waterschapsverkiezingen (+ 12,0 mln.), bijdragen van co-financierders (Canada, UK en Denemarken) ten behoeve van de Global Commission on Adaptation (+ 5,0 mln.) en meer externe ontvangsten op het onderzoeksprogramma H2020 en ESPON door het Planbureau Leefomgeving (+ 1,8 mln.).

Economische Zaken en Klimaat

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: UITGAVEN

 

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

4.460,6

5.077,7

4.971,3

5.053,4

5.136,2

Beleidsmatige mutaties

         

Rijksbegroting

         

Dekking interne problematiek

– 40,2

– 6,7

– 3,8

– 3,0

– 3,6

Eindejaarsmarge toekomstfonds 2018

93,6

0,0

0,0

0,0

0,0

Eindejaarsmarge 2018

19,2

0,0

0,0

0,0

0,0

Interne problematiek

38,7

14,1

11,5

11,5

10,4

Diversen

– 15,4

18,8

23,4

9,0

10,0

 

95,9

26,2

31,1

17,5

16,8

Technische mutaties

         

Rijksbegroting

         

E23 envelop klimaat

122,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Reservering l108 groningen reeks van de aanvullende post.

44,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitvoeringskosten rvo voor afwikkeling schadevergoedingen

53,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

88,2

65,0

64,8