Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000 nr. 72

35 000 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

Nr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2018

Het kabinet heeft op 5 oktober 2018 aangekondigd het pakket vestigingsklimaat als onderdeel van het pakket Belastingplan 2019 opnieuw te willen wegen. In deze brief informeer ik u, mede namens de Minister-President, over de uitkomsten daarvan.

Het kabinet wil dat Nederland voor ondernemers een aantrekkelijk vestigingsland is. Een plek waar ondernemingen creatief en productief kunnen zijn. Een goed vestigingsklimaat is voor Nederland van groot belang, omdat bedrijven – klein en groot – zorgen voor werkgelegenheid en welvaart.

Het kabinet heeft bij de heroverweging gekeken naar het gehele pakket aan fiscale maatregelen gericht op het versterken van het vestigingsklimaat. Daartoe behoorde ook de afschaffing van de dividendbelasting. Hoewel deze maatregel een belangrijk onderdeel was van het pakket, heeft het kabinet besloten de dividendbelasting te laten bestaan en het vestigingsklimaat via andere maatregelen te verbeteren. Dit doel blijft immers voor het kabinet voorop staan.

Het gaat onder andere om een verdere verlaging van de vennootschapsbelasting, een pakket aan maatregelen waarmee het midden- en kleinbedrijf er verder op vooruit gaat en maatregelen om innovatie en ondernemerschap verder te bevorderen. Hiermee behouden we een aantrekkelijk vestigingsklimaat en creëren we ruimte voor ondernemingen om innovatief en productief te zijn. De werkgelegenheid en welvaart die hiermee gepaard gaan, komen ten goede aan heel Nederland. Daarnaast wordt met dit pakket ook een aantal overgangsmaatregelen getroffen bij maatregelen uit het pakket Belastingplan 2019 die het bedrijfsleven raken, zoals de 30%-regeling, de beperking afschrijving gebouwen in de vennootschapsbelasting en een verzachting van de rekening-courant maatregel voor directeur-grootaandeelhouders. Tot slot wordt in dit pakket ook een lagere raming van de aangekondigde invoering van de CO2-minimumprijs gedekt.

Aanpassingen pakket vestigingsklimaat

De nieuwe maatregelen richten zich op verbetering van het vestigingsklimaat door verlaging van de vennootschapsbelasting, maatregelen om innovatie en ondernemerschap verder te bevorderen en overgangsregelingen voor eerder aangekondigde maatregelen.

 

Lastenrelevante effecten, standen in mln. €

2019

2020

2021

 

Handhaven dividendbelasting

0

1.911

1.911

1

Hoog Vpb-tarief naar 20,5% in 2021 (– 0,5%-punt t.o.v. RA)

474

– 914

– 1.185

2

Ondersteuning MKB: laag Vpb-tarief naar 15% (– 1%-punt t.o.v. RA)

0

– 228

– 228

3

Verlagen werkgeverslasten op arbeid

0

0

– 200

4

Overgangsrecht beperking afschrijving gebouwen in de Vpb

– 2

– 2

– 2

5

Uitstel spoedreparatie fiscale eenheid tot 1-1-2018

– 42

0

0

6

Overgangsrecht verkorten maximale looptijd 30%-regeling

– 392

– 359

60

7

Intensivering S&O-afdrachtvermindering vanaf 2020

0

– 76

– 76

8

Verzachting rekening-courantmaatregel dga’s

– 15

– 15

– 15

9

Dekking correctie raming CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekking

0

– 236

– 236

10

Vervallen voorstel fiscale beleggingsinstellingen

0

– 54

– 54

 

Totaal

23

27

– 25

1. Verdere verlaging hoge vennootschapsbelastingtarief

Het kabinet verlaagt het hoge vennootschapsbelastingtarief (Vpb-tarief) van 22,25% naar 20,5% per 2021. Het hoge Vpb-tarief komt daarmee 0,5%-punt uit onder het eerder in het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) voorgestelde niveau van 21%. Per saldo verlaagt het kabinet het hoge Vpb-tarief met 4,5%-punt. De in het Regeerakkoord voorziene verlaging van het hoge Vpb-tarief in 2019 wordt uitgesteld; het tarief blijft in 2019 25%.

2. Ondersteuning MKB: verdere verlaging lage vennootschapsbelastingtarief

Als extra impuls voor vooral het MKB verlaagt het kabinet het lage Vpb-tarief (stapsgewijs) verder van 16% naar 15% in 2021. In totaal verlaagt het kabinet het lage vennootschapsbelastingtarief met 5%-punt; het lage Vpb-tarief wordt met 1%-punt extra verlaagd ten opzichte van het Regeerakkoord.

3. Verlagen werkgeverslasten op arbeid

Om het ondernemersklimaat verder te versterken reserveert het kabinet vanaf 2021 een bedrag van € 200 miljoen structureel om de werkgeverslasten op arbeid te kunnen verlagen.

4. Overgangsrecht beperking afschrijving gebouwen in de vennootschapsbelasting

Er wordt overgangsrecht geïntroduceerd om de effecten van de beperking van de afschrijvingsmogelijkheden op gebouwen in eigen gebruik die recent in gebruik zijn genomen te verzachten. Hiermee wordt de door het kabinet voorgestelde beperking van de mogelijkheden om af te schrijven op gebouwen in eigen gebruik verzacht. Als het gebouw voor 1 januari 2019 door de belastingplichtige in gebruik is genomen en op dat gebouw nog geen 3 jaar is afgeschreven, dan mag de belastingplichtige alsnog deze 3 jaar volgens het oude regime blijven afschrijven. Het maakt in die gevallen niet uit of de boekwaarde daardoor onder 100% van de WOZ-waarde komt (uiteraard geldt wel de beperking tot 50% van de WOZ-waarde onder het huidige recht). Deze overgangsmaatregel komt met name terecht bij bedrijven die recentelijk in vastgoed hebben geïnvesteerd.

5. Verkorting terugwerkende kracht spoedreparatie fiscale eenheid

In het aanhangige wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid (Kamerstuk 34 959) was voorzien dat de spoedreparatiemaatregelen in de vennootschapsbelasting en dividendbelasting zouden terugwerken tot en met 25 oktober 2017, 11.00 uur. Als verzachtende maatregel zal het kabinet deze terugwerkende kracht beperken tot en met 1 januari 2018. Daarmee wordt voor de meeste belastingplichtigen voorkomen dat de aangifte vennootschapsbelasting 2017 moet worden ingediend met inachtneming van de (op dit moment nog niet tot wet verheven) spoedreparatiemaatregelen.

6. Overgangsrecht verkorten maximale looptijd 30%-regeling

Voor het vestigingsklimaat is het van groot belang om werkgevers ruimte te bieden om buitenlandse werknemers aan te trekken. Nederland kent mede daarom de zogenoemde 30%-regeling voor ingekomen werknemers, die het mogelijk maakt onder voorwaarden een forfaitair bedrag van maximaal 30% van het loon onbelast te vergoeden. Om de effectiviteit van deze regeling te vergroten, is in het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) afgesproken de maximale looptijd van deze regeling met drie jaar te verkorten. Het kabinet treft alsnog overgangsrecht voor de groep waarvoor de regeling als gevolg van deze maatregel in 2019 of 2020 zou eindigen.

7. Intensivering S&O-afdrachtvermindering

Voor een goed vestigingsklimaat is innovatiekracht van vitaal belang. Het kabinet ondersteunt R&D-activiteiten via de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA). Het kabinet geeft deze ondersteuning een impuls door het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering in 2020 te verhogen met 2%-punt van 14% naar 16%. Innovatieve ondernemers krijgen hierdoor een hogere vermindering van de af te dragen loonbelasting, als zij kosten maken en uitgaven doen ten behoeve van speur- en ontwikkelingswerk.

8. Verzachten rekening-courantmaatregel directeuren-grootaandeelhouders

In de aanbiedingsbrief bij het pakket Belastingplan 2019 (Kamerstuk 35 000, nrs. 1 en 2) is aangekondigd het excessief lenen van de eigen vennootschap door directeur-grootaandeelhouders te ontmoedigen (rekening-courantmaatregel). De eerder geschetste contouren worden verzacht:

  • in plaats van een overgangsregeling voor bestaande eigenwoningschulden worden ook nieuwe eigenwoningschulden van de dga uitgezonderd;

  • bovenop deze eigenwoningschuld zal een aanvullende drempel van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk gelden.

Deze maatregel leidt tot een lastenrelevante derving van € 15 miljoen structureel. Daarnaast is sprake van een neerwaarts effect op het EMU-saldo in 2019 (minder anticipatie-effecten) van € 0,45 miljard (minder anticipatie-effecten, in plaats van € 1,8 miljard € 1,35 miljard).

9. Dekking correctie raming CO2-minimumprijs elektriciteitsopwekking

De opbrengst van fiscale wetgeving wordt op het moment van indienen bij de Tweede Kamer herijkt. Dit geldt ook voor de in het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) aangekondigde invoering van de CO2-minimumprijs voor elektriciteitsopwekking. Herijking van deze maatregel leidt tot een lagere raming van de opbrengst, onder andere door gedragseffecten, het feit dat sluiting kolencentrales eerder niet was meegenomen en een hogere ETS-prijs. De geraamde lastenkaderrelevante derving bedraagt € 236 mln in 2020 en 300 mln in 2021. Die maatregel wordt nu voor 2020 en voor 2021 met € 236 mln gedekt.

10. Direct beleggen in vastgoed door fiscale beleggingsinstelling

In het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) is aangekondigd dat fiscale beleggingsinstellingen (fbi’s) niet meer direct mogen beleggen in Nederlands vastgoed. Omdat de dividendbelasting wordt gehandhaafd, vervalt de directe aanleiding voor deze maatregel. Over Nederlands vastgoed gehouden door fbi’s zal in principe Nederlandse dividendbelasting worden geheven. Gelet hierop ziet het kabinet af van de voorgestelde aanpassing van het fbi-regime.

Verdere proces

Het kabinet heeft besloten de dividendbelasting te handhaven. De dividendbelasting en de bronbelasting op dividend naar laag belastende jurisdicties hebben inhoudelijke samenhang. Het is daarom nodig om de integratie van beide belastingen en de gevolgen hiervan, bijvoorbeeld voor de uitvoering, eerst te bestuderen. Daarom stelt het kabinet de invoering van de bronbelasting op dividend nu uit.

De conditionele bronbelastingen op rente en royalty’s naar laag belastende jurisdicties hebben geen samenloop met de dividendbelasting. Voor deze bronbelastingen blijft het geplande tijdstip van inwerkingtreding 2021.

Bij de procedurevergadering van 10 oktober 2018 heeft uw Kamer besloten de inbrengdatum voor de Wet bronbelasting 2020 (Kamerstuk 35 028) en de 30%-regeling en de correctie van het box 2-tarief in het Belastingplan 2019 (Kamerstuk 35 026) uit te stellen. U heeft besloten de inbrengdatum vast te stellen zodra het kabinet uw Kamer informeert over de uitkomsten van de heroverweging.

Nu uw Kamer door middel van deze brief wordt geïnformeerd over die uitkomsten, geef ik uw Kamer in overweging om – in afwachting van de in deze brief aangekondigde de nota’s van wijziging – een nieuwe inbrengdatum vast te stellen. Het kabinet zou uw Kamer zeer erkentelijk zijn als door die nieuwe inbrengdatum de schriftelijke beantwoording van de nog door uw Kamer te stellen vragen kan worden meegenomen in het tweede wetgevingsoverleg. Dat wetgevingsoverleg is voorzien voor maandag 5 november aanstaande. Inbreng op uiterlijk woensdag 24 oktober zou ik u dan ook in overweging willen meegeven. Wij streven ernaar uw Kamer op 26 oktober 2018 de nota’s van wijziging, de daarop betrekking hebbende adviezen van de Raad van State en de Nader rapporten aan te bieden.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel