Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201919637 nr. 2459

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2459 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2019

Inleiding

In het regeerakkoord zijn verschillende afspraken gemaakt op het terrein van asiel en migratie, onder meer over de Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen (DRLVK)(bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34). De huidige discussie over het kinderpardon heeft ertoe geleid dat de coalitiepartijen hebben gezocht naar een nieuwe balans in het regeerakkoord met betrekking tot enkele onderwerpen op het terrein van asiel en migratie.

Daarbij is overeenstemming bereikt dat in de eerste verblijfsrechtelijke procedure zoveel mogelijk aspecten die van belang zijn voor de vraag of verblijf in Nederland mogelijk is, moeten worden beantwoord. Daarnaast is van belang prikkels die verblijf in Nederland verlengen te verminderen. In de huidige inrichting van het stelsel behoudt een vreemdeling hoop op een verblijfsvergunning tot het allerlaatste moment. Dat leidt er mede toe dat het verblijf wordt gerekt. Daarmee groeit ook de kans dat men tijdens het verblijf alleen al door de lange duur daarvan in een schrijnende situatie terecht komt. Dit leidt ertoe dat uiteindelijk vreemdelingen een vergunning wordt verstrekt terwijl er in eerste instantie geen grond was voor verblijf in Nederland.

Ik neem hiertoe de volgende maatregelen:

Kinderpardon: herbeoordeling en beëindiging

De aanvragen op de DRLVK van alle personen die zijn afgewezen op grond van het meewerkcriterium worden opnieuw beoordeeld. Deze herbeoordeling zal plaatsvinden aan de hand van het beschikbaarheidscriterium. Dit houdt in dat een vreemdeling beschikbaar moet zijn geweest voor vertrekgesprekken en meldplicht. Alle overige voorwaarden en contra-indicaties van de DRLVK, zoals het tegenwerpen van openbare orde- aspecten en 1F of identiteitsfraude, blijven gehandhaafd. De verwachting is dat hierdoor een groot deel van de afgewezen personen alsnog in aanmerking zal komen voor een vergunning.

De definitieve regeling wordt per heden beëindigd. Ik zal daarbij de noodzakelijke overgangsmaatregelen treffen. Publicatie hiervan volgt zo snel mogelijk.

Discretionaire bevoegdheid

De huidige discretionaire bevoegdheid komt te vervallen. In plaats daarvan krijgt de Hoofddirecteur van de IND de bevoegdheid om tijdens de eerste aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning mede te beoordelen of een verblijfsvergunning kan worden verleend onder een andere beperking dan voorzien in het Vreemdelingenbesluit. Deze beoordeling kan plaats vinden tot aan de beslissing in hoger beroep. De finale toetsing inzake het verblijfsrecht van de vreemdeling komt daarmee bij de rechter te liggen.

Bij de beoordeling van de schrijnende omstandigheden kan specifiek aandacht worden gegeven aan de omstandigheden van het kind, waarbij de IND kan verzoeken om onafhankelijk advies.

Hervestiging

Met het oog op de juiste balans binnen het door het kabinet te voeren migratiebeleid is tevens besloten voor de jaren 2019–2021 het nationale hervestigingsquotum terug te brengen van 750 naar 500 vluchtelingen (het niveau van voor het sluiten van het regeerakkoord). Het aantal hervestigde vluchtelingen in 2018 wordt afgesloten op 610 personen.

Financiering

Het kabinet zal bij besluitvorming over de voorjaarsnota bezien hoe de IND op een stabielere wijze gefinancierd kan worden.

Ik breng in herinnering dat ik de Commissie van Zwol de opdracht heb gegeven om onderzoek te doen naar alle aspecten die eraan bijdragen dat vreemdelingen, ondanks een afwijzing van een toelatingsaanvraag en de daaruit voortvloeiende vertrekplicht, vaak langdurig in Nederland verblijven en daarbij bijzondere aandacht te hebben voor (gezinnen met) kinderen. Ik heb de heer van Zwol geïnformeerd over de genomen maatregelen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers