Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2015-2016
Kamerstuk 34300-X nr. 20

Gepubliceerd op 2 november 2015 15:38

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



34 300 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2016

Nr. 20 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 29 oktober 2015

De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 14 oktober 2015 voorgelegd aan de Minister van Defensie. Bij brief van 14 oktober 2015 zijn ze door de Minister van Defensie beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Ten Broeke

De griffier van de commissie, Van Leiden

1

Wordt de basisgereedheid met de versterking van de personele en materiële gereedheid en het verhogen van de geoefendheid met de extra middelen volledig op een peil gebracht dat in overeenstemming is met de inzetbaarheidsdoelstellingen? Zo nee, welke knelpunten resteren?

25

Klopt het dat er voor opleiding en training van eenheden, schepen en vliegtuigen onvoldoende geld beschikbaar is, waardoor oefeningen, vaardagen en vlieguren op grote schaal worden geschrapt en bijvoorbeeld schietopleidingen tot een minimum worden beperkt? Zo ja, worden deze problemen met de extra middelen volledig opgelost?

42

Kunt u nader ingaan op hetgeen u stelt dat «met het aanpakken van de beperkingen ambities en middelen gaandeweg beter in balans worden gebracht»? Erkent u hiermee dat met de intensiveringen nog geen evenwicht wordt gebracht tussen middelen en ambities? Hoeveel extra geld is nodig om tot dit evenwicht te komen?

46

Hoeveel extra middelen zijn nodig om te voorzien in oplossing van alle knelpunten en beperkingen in de materiële gereedheid, personele vulling, en combat (service) support?

50

U geeft aan dat met de verhoging van de voorraden reservedelen en munitie en de uitbreiding van de onderhoudscapaciteit beoogd wordt de eerder gerapporteerde beperkingen op het gebied van de beschikbaarheid van materieel «de komende jaren steeds verder te verkleinen». Moet hieruit worden afgeleid dat u deze beperkingen de komende jaren slechts verkleind en dus niet volledig oplost? Zo nee, waarom niet? Welk extra bedrag is nodig om de beperkingen volledig op te lossen?

51

Welk deel wordt niet opgeheven, nu u aangeeft dat een «belangrijk deel» van de beperkingen en knelpunten in de materiële gereedheid «geleidelijk» wordt opgeheven? Waarom niet en hoeveel middelen zijn nodig voor volledige opheffing?

79

Kunt u aangeven welke mogelijkheden voor Defensie worden geschapen als er in 2017 nog een keer 345 miljoen euro bij zou komen? Zou u dat geld dan wederom steken in het versterken van de basisgereedheid van de krijgsmacht of zou u andere maatregelen kunnen en willen nemen?

80

Is het bedrag van 220 miljoen euro, oplopend naar 345 miljoen euro, voldoende om de basisgereedheid en inzetgereedheid van de krijgsmacht volledig te repareren? Zo nee, hoeveel is additioneel nodig om dit wel te bereiken?

81

Hoeveel geld zou Defensie erbij moeten krijgen om de inzetgereedheid volledig op orde te krijgen, uitgaande van het huidige ambitieniveau en rekening houdend met inflatiecijfers?

316

Wat is het verband tussen de slechts geringe stijging van aantallen personeel en de wens om meer ondersteunende eenheden te krijgen?

382

Bent u met de huidige budgetten in staat om in de aankomende jaren de basisgereedheid te garanderen met voldoende budget voor exploitatie en de wapensystemen te vernieuwen die in de aankomende twintig jaar moeten worden vervangen? Zo nee, welk bedrag komt u jaarlijks tekort voor de exploitatie en investeringen?

De extra middelen voor 2016 en verder zijn bestemd voor de in de onderstaande tabel opgenomen intensiveringen.

In € mln.

2016

2017

2018

2019

2020

Structureel

Verhogen materiële gereedheid

45

49

67

86

97

101

Verhogen personele gereedheid

22

31

53

72

90

90

Verhogen geoefendheid en VJTF

11

21

31

34

35

35

Overige ondersteuning en bedrijfsvoering

12

22

25

34

51

50

Verhogen investeringsbudget

130

122

94

69

72

69

Totaal

220

245

270

295

345

345

De materiële gereedheid wordt verhoogd door intensiveringen op het gebied van wapensysteemmanagement, onderhoudscapaciteit, reservedelen en onderhoudsdienstverlening en het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielervoertuigen (DVOW). De verhoging van de personele gereedheid wordt bereikt met extra budget voor het versterken van de organieke bezetting, opleiding en training, de versterking van schaarse operationele capaciteit, operationele aansturing en ondersteuning en het vergroten van het adaptief vermogen van het personeelsbestand. De geoefendheid wordt versterkt ten behoeve van de VTJF en daarnaast zijn er intensiveringen op het gebied van munitie, operationeel transport en het behoud van kennis voor tankoptreden. Voorts zal de versterking van de ondersteuning en bedrijfsvoering bijdragen aan de versterking van de basisgereedheid, evenals de investeringen.

Zoals bekend beziet het kabinet de versterking van de krijgsmacht in een meerjarig perspectief (Kamerstuk 33 736, nr. 81). Met de intensivering in de defensiebegroting voor 2016 en verder is daarin een belangrijke stap gezet. Het extra geld dat vanaf 2016 beschikbaar komt, wordt hoofdzakelijk aangewend om de basisgereedheid van de krijgsmacht te verhogen, mede gelet op de hogere eisen die daaraan in Navo-verband in de nieuwe veiligheidscontext worden gesteld. De in de inzetbaarheidsrapportage bij de begroting (Kamerstuk 33 763, nr. 84) beschreven knelpunten kunnen de komende jaren met behulp van het extra geld deels worden opgeheven. Het opheffen van deze knelpunten kost voorts tijd; het extra personeel en materieel moet namelijk eerst worden geworven en verworven en het personeel moet vervolgens worden opgeleid en getraind. Niet alle knelpunten zullen met behulp van de intensivering in de begroting 2016 kunnen worden opgelost. Met het extra budget zijn bijvoorbeeld slechts beperkte investeringen in de geoefendheid mogelijk. Evenmin is sprake van een structurele uitbreiding van de schaarse middelen voor gevechtsondersteuning en logistieke ondersteuning (combat support en combat service support). Voorts is de investeringsbehoefte voor alle benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen de komende vijftien jaar groter dan het beschikbare budget. Hierbij geldt dat ambities moeten aansluiten bij de beschikbare middelen. Dit leidt tot keuzes.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden, staan het kabinet daarom in het kader van het meerjarige perspectief vervolgstappen voor ogen. Daarbij gaat het, overeenkomstig de motie van het lid Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 34 300, nr. 27), om de verdere verbetering van de basisgereedheid, de versterking van de ondersteunende eenheden van de krijgsmacht (combat support en combat service support), een gerichte versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten. Ik kan hier echter niet op vooruitlopen.

2

Kunt u toelichten waarom er voor is gekozen de toedeling van de extra middelen voor Defensie in de begroting 2016 van Defensie niet inzichtelijk te maken op een identieke wijze zoals in de begroting 2015 Defensie?

3

Kunt u toelichten of binnen Defensie al duidelijk is op welke wijze de extra middelen aangewend worden voor de verschillende krijgsmachtsonderdelen? Kunt u daarover concreter, in lijn met de begroting 2015, informeren? Zo nee, waarom niet?

13

Kunt u nader toelichten hoe de extra middelen zullen worden verdeeld over de verschillende krijgsmachtonderdelen?

347

Wat is de reden dat een groot deel van het extra geld pas bij de 1e suppletoire begroting wordt verwerkt in de begrotingsartikelen?

383

Waarom is de verdeling van de extra middelen niet herleidbaar tot de verschillende defensieonderdelen / operationele commando's? Kun u dit alsnog inzichtelijk maken?

Net als bij de verwerking van de intensivering in de begroting 2015 is in deze begroting de verdeling van extra middelen op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt. Het uitwerken van de maatregelen vereist een zorgvuldig proces. Dat is op dit moment nog gaande. Bij de eerste suppletoire begroting 2016 wordt de artikelsgewijze toedeling van middelen verwerkt en toegelicht.

4

Kunt u een toelichting geven op de relatie tussen de hoogte van het bedrag van extra middelen voor Defensie voor 2016 (te weten 220 miljoen euro) en de op te lossen problemen rond basisinzetbaarheid en gereedheid van de krijgsmacht?

Zie het antwoord op vraag 1.

5

Welke knelpunten resteren nog waarvoor alleen financiële middelen niet afdoende zijn?

De problemen in de operationele gereedheid verschillen per eenheid en wapensysteem en zijn niet altijd financieel van aard. Zo beperkt de inzet in eenzijdige missies de geoefendheid voor andersoortige operaties, is er een schaarste aan ervaren technisch en medisch personeel en spelen soms fabrikanten een rol, zoals bij levertijden van munitie in relatie tot incidenteel piekverbruik. De inzetbaarheidsrapportage bevat per operationele eenheid de belangrijkste knelpunten voor de operationele gereedheid.

6

Waarom heeft u de motie Van der Staaij (Kamerstuk 34 000, nr. 23), die verzocht om aanpassing van het ambitieniveau, niet uitgevoerd?

47

Klopt het dat u, zelfs bij de door u voorgestane vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief – de versterking van de schaarse ondersteunende operationele eenheden – mede in internationaal verband, de versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten –, nog steeds uitgaat van het (verlaagde) ambitieniveau uit de nota «In het belang van Nederland», terwijl de veiligheidssituatie sindsdien verslechterd is? Zo ja, waarom streeft u niet naar een hoger ambitieniveau?

De inzetbaarheidsdoelstellingen, zoals opgenomen in de nota «In het belang van Nederland» (Kamerstuk 33 763, nr. 1) blijven in deze begroting ongewijzigd. In periodieke inzetbaarheidsrapportages aan de Tweede Kamer heb ik gemeld dat de krijgsmacht grotendeels voldoet aan het ambitieniveau en de daarbij behorende inzetbaarheidsdoelstellingen, maar ook dat er wezenlijke beperkingen bestaan. Met de maatregelen in de Defensiebegroting 2016 wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht versterkt. In het kader van het door het kabinet beoogde meerjarig perspectief worden beperkingen gaandeweg opgeheven. Dit gaat noodzakelijkerwijs vooraf aan de aanpassing van het ambitieniveau.

7

Klopt het dat u binnen het kabinet verzocht heeft om één miljard euro extra voor Defensie? Bent u bereid uw wensenlijst openbaar te maken?

12

Hoe beoordeelt u de schatting van officierenverenigingen dat tenminste een bedrag van 750 miljoen euro nodig is voor de «reparatie» van Defensie? Waarom heeft u minder dan de helft hiervan voor elkaar gekregen?

Zoals bekend stelt het kabinet vanaf 2016 een bedrag van € 500 miljoen, oplopend naar € 750 miljoen in 2020, beschikbaar voor maatschappelijke prioriteiten. Hiervan komt structureel € 345 miljoen beschikbaar voor Defensie (exclusief € 60 miljoen voor de uitvoering van missies). Het kabinet beziet de versterking van de krijgsmacht in een meerjarig perspectief (Kamerstuk 33 736, nr. 81). Met de intensivering in de defensiebegroting voor 2016 is daarin een belangrijke stap gezet. De in de inzetbaarheidsrapportage bij de begroting (Kamerstuk 33 763, nr. 84) beschreven knelpunten kunnen de komende jaren met behulp van het extra geld deels worden opgeheven. Het opheffen van deze knelpunten kost voorts tijd. Niet alle knelpunten zullen met behulp van de intensivering in de begroting 2016 kunnen worden opgelost. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden, staan het kabinet daarom in het kader van het meerjarige perspectief ook nog vervolgstappen voor ogen. Daarbij gaat het, overeenkomstig de motie van het lid Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 34 300, nr. 27), om de verdere verbetering van de basisgereedheid, de versterking van de ondersteunende eenheden van de krijgsmacht (combat support en combat service support), een gerichte versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten. Ik kan echter niet vooruitlopen op het geld dat voor deze vervolgstappen is benodigd.

8

Is de conclusie gerechtvaardigd dat Defensie op de rand van faillissement stond? Hoe is dit mogelijk, twee jaar na de totstandkoming van de toekomstnota «In het belang van Nederland»?

24

Hoeveel lijken stapelen zich op in de kast van het volgende kabinet, nu beperkingen en knelpunten in de materiële gereedheid niet volledig worden opgelost en gelet op de «moeilijke keuzes», waarover u in de beleidsagenda spreekt, die Defensie nog moet maken om binnen de financiële kaders te blijven, ambities en middelen die nog steeds niet met elkaar in evenwicht zijn, een investeringsbudget dat ontoereikend is voor de eerder geplande en broodnodige investeringen de komende vijftien jaar, en de knelpunten op het gebied van combat (service) support die niet worden weggenomen?

146

Hoe kan het dat de inzetbaarheidsdoelstellingen (het ambitieniveau) voor het eerst beschreven in september 2013 in de nota «In het belang van Nederland» nog exact hetzelfde is als die van de vorige begroting terwijl de wereld toch ook volgens u een stuk onveiliger is geworden?

242

Hoe heeft het zover kunnen komen dat u met zulke grote financiële problemen kampt, terwijl de nota «In het belang van Nederland» twee jaar geleden «financiële en operationele duurzaamheid» beloofde? Waarom is deze ambitie zelfs met extra middelen nadien niet behaald? Had de Algemene Rekenkamer achteraf gezien gelijk: «De werkelijkheid is nog rauwer dan uit de nota al blijkt. Ook met de maatregelen uit de nota is nog steeds sprake van een kloof tussen de (verlaagde) ambitie en de capaciteiten van de krijgsmacht, waardoor ook in de toekomst voortdurend concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid.»? (Kamerstuk 33 763, nr. 2)

Beperkingen aan bijvoorbeeld de geoefendheid en het voortzettingsvermogen evenals bijvoorbeeld langere reactietijden en lagere munitievoorraden, die eerder nog acceptabel waren, verhouden zich niet langer tot de ontwikkelingen in de (internationale) veiligheidssituatie. Ook de Navo stelt structureel hogere eisen aan de gereedheid van militaire eenheden. Deze hogere eisen gelden ook voor de Nederlandse krijgsmacht. In het kader van het meerjarige perspectief wordt daarom eerst prioriteit gegeven aan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. In het kader van het door het kabinet beoogde meerjarig perspectief worden beperkingen gaandeweg opgeheven. Daarmee kan Nederland al op relatief korte termijn een tastbare bijdrage leveren aan het Readiness Action Plan (RAP), en als onderdeel daarvan de snel inzetbare VJTF.

9

Hoe groot is het gat tussen de benodigde investeringen in vervanging van materieel en nieuwe capaciteiten en het beschikbare budget? Klopt het dat het om miljarden euro's gaat?

37

Welke «moeilijke keuzes», waarover u in de beleidsagenda spreekt, moet u nog maken om binnen de financiële kaders te blijven?

74

Hoe groot is het gat, gelet op uw stelling dat de investeringsbehoefte voor alle benodigde vernieuwingen en vervangingen de komende vijftien jaar groter is dan het beschikbare budget, en op welke wijze gaat u dit dichten?

76

Door de bezuinigingen en door capaciteitsgebrek bij DMO is een boeggolf van uitgestelde investeringen en achterlopende aanbestedingen ontstaan. Gelet op de grote vervangingen na 2020 zoals de F-16, onderzeeboten en fregatten, is nu al bekend dat met het huidige en aanstaande niveau van investeringen de gewenste vervangingen niet gehaald kunnen worden. Bent u bereid om het kabinet om meer financiële ruimte te vragen? Zo nee, waarom niet? Welke andere mogelijkheden ziet u dan om de opgelopen achterstand in te halen?

Zoals bekend is de investeringsbehoefte voor alle benodigde vernieuwingen en vervangingen de komende vijftien jaar groter dan het beschikbare budget. Ook voor het investeringsbudget geldt dat ambities moeten aansluiten bij de beschikbare middelen. Dit leidt ook in de toekomst tot keuzes, waar ik nu nog niet op vooruit kan lopen. De investeringsbehoefte van Defensie zal worden betrokken bij de uitwerking van het meerjarige perspectief dat het kabinet voor ogen staat (Kamerstuk 33 736, nr. 81). Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden, gaat het in dit meerjarige perspectief namelijk om de versterking van de ondersteunende eenheden van de krijgsmacht, een gerichte versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten. Ik kan hier niet op vooruitlopen.

10

Kunt u een overzicht geven van alle niet-juridisch verplichte uitgaven, zowel posten als concrete bedragen, uitgesplitst per beleidsartikel? Welke uitgaven per beleidsartikel kwalificeert u als niet juridisch verplicht? Bent u bereid deze uitgebreide informatie bij volgende begrotingen standaard in een dergelijk overzicht te verstrekken?

190

Kunt u aangeven waaruit de 25% bestaat waar bij de taakuitvoering Zeestrijdkrachten geen juridische verplichting aan verbonden is?

204

Waaruit bestaat de 20% niet juridisch verplichte uitgaven?

De niet-juridisch verplichte uitgaven betreffen de uitgaven waar nog geen concreet contract onder ligt. Uitgaven voor goederen en diensten die reeds zijn gecontracteerd en personele uitgaven zijn juridisch verplicht. In onderstaand overzicht is aangegeven welke bedragen nog niet juridisch verplicht zijn. Dit betreft voor de verschillende beleidsartikelen:

Artikel

Niet-juridisch verplicht bedrag (afgerond in € mln.)

1 Inzet

368 mln.

2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

172 mln.

3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

228 mln.

4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

139 mln.

5 Taakuitvoering Koninklijke marechaussee

29 mln.

6 Investeringen

376 mln.

7 Taakuitvoering DMO

469 mln.

8 Taakuitvoering CDC

281 mln.

De bedragen die nog niet juridisch verplicht zijn betreffen vooral bedragen ten behoeve van de gereedstelling, zoals de uitgaven voor oefeningen en brandstof. De activiteiten die bijdragen aan de gereedstelling worden in het lopende jaar gecontracteerd, wanneer ze werkelijk worden uitgevoerd. De uitgaven van artikel 1 (Inzet) worden in het jaar van uitvoering gerealiseerd door het verrekenen van uitgaven die elders in de begroting plaatsvinden. De verplichting ten laste van artikel 1 ontstaat daardoor in het jaar van uitvoering. Voor investeringen geldt dat vooral kleinere investeringsprojecten op de beleidsartikelen twee tot en met vijf van de operationele commando’s en projecten voor infrastructuur op dit moment nog niet juridisch verplicht zijn. Conform de motie-Hachchi c.s. (Kamerstuk 34 200 X, nr. 11) wordt sinds 2016 in de begroting per project weergegeven welke verplichtingen reeds zijn aangegaan.

11

Hoeveel blijft over van de 220 miljoen euro, oplopend naar 345 miljoen euro, na aftrek van de inflatie?

De € 220 miljoen, oplopend naar € 345 miljoen, komt beschikbaar voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. Daarnaast wordt de defensiebegroting in principe jaarlijks gecompenseerd voor de effecten van loon- en prijsontwikkeling (Nederlandse inflatiecijfers). Waar dit niet toereikend is, leidt dit tot prioriteitstelling in het investeringsplan en daarmee tot een vertraging en/of herschikking van projecten. Voorts wordt op dit moment onderzoek gedaan naar de stijging van prijzen van defensiematerieel ten opzichte van de generieke index waarmee de begroting van Defensie gecompenseerd wordt. Ten tijde van de Voorjaarsnota 2016 wordt u over de resultaten geïnformeerd.

12

Hoe beoordeelt u de schatting van officierenverenigingen dat tenminste een bedrag van 750 miljoen euro nodig is voor de «reparatie» van Defensie? Waarom heeft u minder dan de helft hiervan voor elkaar gekregen?

Zie het antwoord op vraag 7.

13

Kunt u nader toelichten hoe de extra middelen zullen worden verdeeld over de verschillende krijgsmachtonderdelen?

Zie het antwoord op vraag 2.

14

Waarom worden de budgetten voor Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) naar beneden bijgesteld? Wat zijn de gevolgen hiervan?

De budgetten voor 2016 zoals nu begroot, zijn ten opzichte van de begroting 2015 respectievelijk gestegen met ongeveer € 15 miljoen (CZSK) en gedaald met ongeveer € 3 miljoen (CLSK). De stijging van het CZSK-budget is onder meer het gevolg van het toekennen van budget voor contraterrorisme (CT). De neerwaartse bijstelling van het CLSK-budget is het saldo van enkele herschikkingen. Het betreft onder meer extra budget voor de loonbijstelling met 0,8 procent naar aanleiding van het CAO deelakkoord 2015 en een korting op de budgetten voor de Persoonsgebonden Uitrusting en externe opleidingen. Zie voor meer informatie pagina 94 en 95 van de begroting. De extra middelen voor het versterken van de basisgereedheid van de krijgsmacht zijn hier nog niet aan toegevoegd. Het lagere budget van CLSK heeft geen gevolgen voor de taakuitvoering.

15

In de Defensiebegroting van 2015, noch in de Defensiebegroting van 2016, staat iets te lezen over de aankondiging tijdens de NAVO-top in Wales in september 2014 van de Minister-President, samen met andere staatshoofden en regeringsleiders, terug te willen keren naar de 2% norm als besteding aan Defensie ten opzichte van het BBP. Hoe wilt u deze NAVO-toezegging in de komende jaren aanpakken?

17

Wat is de Nederlandse inzet na de NAVO-top in Wales in september 2014, waarin de wens geuit is dat lidstaten 2% van hun BBP aan defensie besteden? Stelt u 2% als doelstelling voor de komende jaren?

De Kamer is op 30 september 2014 geïnformeerd over de bij de Navo-top in Wales gemaakte afspraken over defensie-uitgaven. In Wales is afgesproken de trend van dalende defensie-uitgaven te keren. Bondgenoten die momenteel 2 procent of meer van het BBP besteden aan defensie-uitgaven zullen zich ervoor inspannen om ook in de toekomst tenminste dat percentage uit te geven. Bondgenoten die momenteel minder dan twee procent BBP besteden aan defensie-uitgaven, waaronder Nederland, hebben uitgesproken om de daling van die uitgaven te stoppen en te trachten de uitgaven te laten stijgen naarmate hun BBP weer groeit. Daarnaast hebben deze bondgenoten ook verklaard zich te zullen inspannen om de komende tien jaar hun defensie-uitgaven in de richting van de twee procent BBP-richtlijn te bewegen. Zoals bekend heeft het kabinet met de intensivering in de begroting voor 2015 een trendbreuk bij Defensie ingezet, waarmee de dalende trend van defensie-uitgaven gekeerd is. Met de maatregelen in de begroting 2016 is opnieuw een stap voorwaarts gezet in het meerjarig perspectief dat het kabinet voor Defensie voor ogen heeft. In mijn brief van 19 juni jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 81) heb ik vervolgstappen geschetst voor Defensie. Deze stappen zijn afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden.

16

Waarom staan niet-Defensie-uitgaven als kustwacht, grensbewaking, vreemdelingentoezicht nog steeds op uw begroting? Tellen deze kosten mee in de 2% norm?

De genoemde taken, met uitzondering van de kustwachttaken, worden geheel door de Koninklijke Marechaussee (KMar) uitgevoerd. De KMar is één van de defensieonderdelen en derhalve komen die kosten terug op de defensiebegroting. De kustwachttaken worden uitgevoerd door meer departementen, waaronder Financiën (douane), Infrastructuur en Milieu (Rijkswaterstaat), Veiligheid en Justitie (nationale politie) en Defensie. Voor Defensie voeren het CZSK en de KMar taken uit voor de kustwacht. Om die reden staan de gemaakte kosten voor de kustwachttaken ook vermeld op de defensiebegroting. De genoemde kosten tellen mee in de 2 procent norm.

17

Wat is de Nederlandse inzet na de NAVO-top in Wales in september 2014, waarin de wens geuit is dat lidstaten 2% van hun BBP aan defensie besteden? Stelt u 2% als doelstelling voor de komende jaren?

Zie het antwoord op vraag 15.

18

Hoe beoordeelt u de analyse dat de VS het leeuwendeel van de Defensie-uitgaven binnen de NAVO voor zijn rekening neemt, namelijk 75% van het totaal en dat op het vlak van burden sharing geen vooruitgang wordt geboekt?[2] Vindt u een dergelijke trans-Atlantische kloof houdbaar binnen de NAVO?

In de beleidsbrief «Internationale veiligheid in turbulente tijden in een instabiele omgeving» (Kamerstuk 33 694, nr. 6, 14 november 2014) heeft het kabinet tot uitdrukking gebracht meer Europese verantwoordelijkheid voor te staan. Een van de hoofdboodschappen van de Internationale Veiligheidsstrategie was al dat Europa naar het oordeel van het kabinet meer verantwoordelijkheid moet nemen en meer moet investeren in stabiliteit in de eigen omgeving. De opeenvolgende crises in de afgelopen twee jaar hebben eens te meer de urgentie aangetoond van versterking van de Europese veiligheid en van de rol van de Europese landen bij de oplossing van brandhaarden in en rondom Europa. Overeenkomstig de beleidsbrief «Internationale Veiligheid» zullen de Europese landen ook in Navo-verband meer verantwoordelijkheid moeten tonen voor het waarborgen van hun veiligheid. Er zal daarbij meer aandacht moeten uitgaan naar de collectieve verdediging en naar een evenwichtige lastenverdeling. In deze context zijn de tijdens de Navo-top overeengekomen afspraken en intenties ten aanzien van het uitgavenniveau voor Defensie relevant (zie verslag van de Navo-top in Newport, Verenigd Koninkrijk van 4 en 5 september 2014, Kamerstuk 28 676, nr. 210). Ons land neemt deze afspraken serieus. Het kabinet stelt vast dat een groeiend aantal Europese landen de defensie-inspanning inderdaad versterkt. Nederland is tevens krachtig voorstander van de versterking van de Europese defensiesamenwerking en vergroting van de gezamenlijke slagkracht en handelingsvermogen.

19

Kunt u een raming geven van de kosten van de opvang van asielzoekers voor Defensie? Hoe en ten koste waarvan wordt dit gefinancierd?

Defensie verleent – op verzoek – ondersteuning aan de opvang van vluchtelingen door het COA en gemeenten. Defensie zal de gemaakte kosten voor de ondersteuning van noodopvang met het COA verrekenen. De additionele kosten van de ondersteuning door Defensie van de crisisopvang door gemeenten, worden in 2015 vooralsnog met het budget voor de Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) verrekend.

20

Hoe beoordeelt u de kritiek van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) (Advies «Instabiliteit Rond Europa. Confrontatie met een nieuwe werkelijkheid, blz. 30–31) over de participatie van Nederland in meer dan 20 grotere en kleinere missies van zeer uiteenlopende aard in een groot aantal landen? Deelt u de kritiek dat dit leidt tot versnippering van capaciteiten en middelen?

Deelneming aan missies behoort tot de kerntaken van Defensie, ongeacht de omvang van de Nederlandse bijdrage. Kleine bijdragen aan missies zijn onderdeel van een bredere inzet, verbonden met de prioriteiten van het Nederlandse buitenlandse beleid. Het gaat vaak om hoogwaardige bijdragen (met name kennis en expertise alsook nichecapaciteiten). Deze bijdragen kunnen leiden tot het vergroten van (politieke) invloed en er kan een politiek signaal uitgaan van Nederlandse aanwezigheid. Tot slot kan een bijdrage de verdere ontwikkeling van het eigen personeel bevorderen.

Het kabinet is voornemens kleinere bijdragen te blijven leveren. Daarbij zal, meer dan voorheen, expliciet worden gekeken naar de duur van de inzet en de mogelijkheden van meer regionale focus en clustering. Tevens zal nog explicieter worden gekeken naar aspecten als politiek belang, bondgenootschappelijke verplichtingen, bedrijfsvoeringslast en de toegevoegde waarde van een Nederlandse bijdrage.

21

Op welke wijze gaat u de onvolkomenheden en aandachtspunten, die de Algemene Rekenkamer in het Verantwoordingsonderzoek over 2014 benoemde, oplossen? Waarom is dit geen onderdeel van de beleidsprioriteiten en heeft u dit niet zichtbaar in de beleidsagenda opgenomen?

In het Verantwoordingsonderzoek 2014 is er sprake van zeven onvolkomenheden en drie aandachtspunten. De zeven onvolkomenheden betreffen drie onvolkomenheden op het gebied van financieel beheer en vier in de bredere bedrijfsvoering (logistieke keten reservedelen, de datakwaliteit in ERP, IT-beheer en beveiliging toegang informatiesystemen). De drie aandachtspunten betreffen de investeringsquote, de P-dossiers en de strategische visie vastgoed. Het is mijn intentie om de onvolkomenheden op het gebied van de bredere bedrijfsvoering aan te pakken binnen de prioriteit «Versterking basisgereedheid» en de drie onvolkomenheden op het gebied van financieel beheer binnen de prioriteit «Versterking financiële duurzaamheid». De drie aandachtspunten worden uitgevoerd binnen de staande bedrijfsvoering. Voor een nadere specificatie van de prioriteit «Versterking basisgereedheid» verwijs ik volledigheidshalve naar bijlage 4.3 van de ontwerpbegroting 2016.

22

Op welke termijn mag de Kamer de evaluatie van het Defensie Materieel Proces (DMP) verwachten?

Begin december kunt u de resultaten van de evaluatie van het DMP verwachten.

23

In de begroting en de bijgaande inzetbaarheidsrapportage wordt bij de Zee-, Land- en Luchtstrijdkrachten voor het weergeven van de gereedheid van hun operationele eenheden een vierslag gehanteerd: onderhoud, opwerken, operationele gereedheid en recuperatie. Dit houdt in dat tenminste vier eenheden aanwezig moeten zijn om steeds een eenheid inzet gereed te hebben. In veel gevallen breed in de krijgsmacht is deze vierslag niet voor handen, hetgeen heeft geleid tot de gemelde achterstand in onderhoud en tot langdurige inzetbaarheidsimplosies na missies, zoals na Afghanistan het geval was bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Waarom stelt u niet voldoende middelen ter beschikking om deze vierslag mogelijk te maken?

De vierslag is een ideaaltypische structuur om het gereedstellen en inzetten van eenheden voor langere tijd voort te kunnen zetten. De nota «In het belang van Nederland» beschrijft dat die voortzetting in een aantal gevallen niet kan worden gerealiseerd zonder steun van partnerlanden. Defensie hecht ook daarom veel belang aan internationale militaire samenwerking en heeft meerdere initiatieven ontplooid om die internationale samenwerking verder vorm te geven. Door die samenwerking is het niet in alle gevallen noodzakelijk zelfstandig over alle middelen te beschikken om invulling te kunnen geven aan de ideaaltypische cyclus.

De recuperatieperiode is alleen van belang als de betreffende eenheid werkelijk is ingezet voor een missie.

Niet alle operationele commando's hanteren de vierslag. De fase «onderhoud» is alleen een specifieke fase als het een wapensystemen betreft die voor langere tijd niet operationeel inzetbaar zijn als gevolg van gepland onderhoud. Omdat de gereedstelling van landstrijdkrachten in de meeste gevallen samengestelde eenheden betreft, is de fase onderhoud in mindere mate van toepassing dan bij de zee- en luchtstrijdkrachten.

Op basis van bovenstaande kan over het al dan niet aanwezig zijn van een vierslag dan ook geen absolute uitspraak worden gedaan. Het is immers afhankelijk van de grootte van de eenheid, of de eenheid werkelijk wordt ingezet (anders geen recuperatiefase), en of het een systeem betreft waarvoor (groot) gepland onderhoud een specifieke fase in de gereedstelling betreft.

24

Hoeveel lijken stapelen zich op in de kast van het volgende kabinet, nu beperkingen en knelpunten in de materiële gereedheid niet volledig worden opgelost en gelet op de «moeilijke keuzes», waarover u in de beleidsagenda spreekt, die Defensie nog moet maken om binnen de financiële kaders te blijven, ambities en middelen die nog steeds niet met elkaar in evenwicht zijn, een investeringsbudget dat ontoereikend is voor de eerder geplande en broodnodige investeringen de komende vijftien jaar, en de knelpunten op het gebied van combat (service) support die niet worden weggenomen?

Zie het antwoord op vraag 8.

25

Klopt het dat er voor opleiding en training van eenheden, schepen en vliegtuigen onvoldoende geld beschikbaar is, waardoor oefeningen, vaardagen en vlieguren op grote schaal worden geschrapt en bijvoorbeeld schietopleidingen tot een minimum worden beperkt? Zo ja, worden deze problemen met de extra middelen volledig opgelost?

Zie het antwoord op vraag 1.

26

Hoeveel muziekkorpsen, muziekkapellen en fanfares zijn er bij Defensie?

27

Hoeveel kosten maakt u in totaal voor de muziekkorpsen, muziekkapellen en fanfares van Defensie?

28

Kunt u aangeven hoeveel de verschillende muziekkorpsen, muziekkapellen en fanfares bij Defensie per stuk kosten?

Er zijn bij Defensie acht muziekkorpsen, muziekkapellen en fanfares. De kosten bedragen iets minder dan € 12 miljoen. Dit betreft personeelskosten van de betrokken militairen en een forfaitair bedrag per muzikant voor de materiële exploitatie.

Kosten (in duizenden euro’s)

Marinierskapel der Koninklijke Marine

2.592

Tamboers en Pijpers van het Korps Mariniers

412

Koninklijke Militaire Kapel «Johan Willem Friso»

2.169

Regimentsfanfare «Garde grenadiers en Jagers»

1.061

Fanfare Bereden Wapens

834

Fanfare van het Korps Nationale Reserve (53 muzikanten)

913

Kapel van de Koninklijke Luchtmacht

2.717

Trompetterkorps der Koninklijke Marechaussee (53 muzikanten)

1.157

Totaal

11.855

29

Kunt u in een tabel weergeven hoe groot het tekort is aan verschillende soorten klein kaliber wapenmunitie, uitgesplitst naar type munitie (scherp en de verschillende typen oefenmunitie)?

57

Kunt u een lijst opstellen met voorraden en munitie en reserveonderdelen die snel en minder snel kunnen worden opgehoogd?

58

Wanneer kunnen de voorraden munitie en reserveonderdelen weer op de juiste/gewenste sterkte zijn?

197

Kan per krijgsmachtonderdeel specifieker aangegeven worden wanneer de lage materiële achterstanden weggewerkt kunnen zijn? Kunt u dit in een lijst aangeven, met specifieke gereedheid per onderdeel?

In het verleden werd gerapporteerd op het niveau van reservedelen en voorraden, maar dit verschafte niet het gewenste inzicht aan de Kamer. De materiële gereedheid is immers van meer factoren afhankelijk dan reservedelen of voorraden. In 2013 is daarom ervoor gekozen om te rapporteren op het niveau inzetbaarheidsdoelstellingen. Door nu een slag dieper te rapporteren op het niveau van de operationele gereedheid en ook de onderliggende factoren personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid te beschouwen, kan beter inzichtelijk worden gemaakt waar de grootste problemen zijn. Hiermee is het mogelijk om de relatie te leggen met de realisatie en de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de inzetbaarheidsrapportage heb ik overigens ook gemeld dat het Defensie geen operationeel gevoelige informatie openbaar maakt. De rapportage bevat daarom geen exacte percentages, aantallen of specifieke typeaanduidingen.

30

Klopt het dat alle nieuwbouwprojecten voor de marine zijn met één of meerdere jaren uitgesteld: vervanging M-fregatten, Landing Platform Docks (LPD’s), onderzeeboten en mijnenjagers? Zo ja, waarom en welke consequenties gaat dit krijgen voor de marine?

379

Klopt het dat bij zowel de mijnenbestrijdingsvaartuigen als de M-fregatten voor de periode 2019–2016, vergeleken met de ramingen van 2015, bedragen van respectievelijk ruim 100 miljoen euro en ruim 70 miljoen euro weggehaald zijn? Zo ja, waarom? Wat zijn de consequenties voor deze projecten en op welke wijze bent u voornemens deze middelen dan aan te wenden?

Voor de planning van grote materieelprojecten kijkt Defensie ver vooruit. Dit heeft te maken met de benodigde voorbereidingstijd en met de financiële inpasbaarheid op de lange termijn. In de planning zijn vervangingen voorzien van de multipurposef regatten, onderzeeboten, landing platform docks en mijnenbestrijdingsvaartuigen. In bijlage 4.2 van de begroting 2016 zijn de verschillen met de wapensysteemsjablonen van de begroting 2015 benoemd. Bij de vervanging van multipurpose fregatten, mijnenbestrijdingsvaartuigen, landing platform docks en onderzeeboten is opgemerkt dat die met één of enkele jaren zijn vertraagd.

Het beeld, dat bedragen zijn weggehaald bij de mijnenbestrijdingsvaartuigen en de multipurpose fregatten van respectievelijk ruim € 100 miljoen en ruim € 70 miljoen euro, is onjuist en wordt veroorzaakt door bij het beoordelen van de wapensystemen uitsluitend enkele jaren in beschouwing te nemen (in dit geval de jaren 2019 tot 2026). Hierdoor zijn bijvoorbeeld de effecten van verschuiving van projecten door de jaren heen en het aanpassen van de projectreeks in de jaren niet zichtbaar. Beide projectbudgetten zijn niet verlaagd, maar over meerdere jaren, tot na 2026, verdeeld. Zo is bij wapensysteem 7 (mijnenbestrijdingsvaartuigen) sprake van zowel vertraging van het project met een jaar en het herschikken van de hoogte van de investering in de projectjaren als het actualiseren van zowel de materiële en de personele exploitatie. Als alleen de periode 2019 tot 2026 wordt beschouwd, bedraagt het cumulatieve effect tussen de begroting 2015 en de begroting 2016 afgerond ongeveer € 92 miljoen. Wapensysteem 2 (multipurpose fregatten) is vertraagd van uitvoering in 2023 tot 2026 naar 2023 tot 2028 en de materiële exploitatie is geactualiseerd. Het cumulatieve effect in de periode 2019 tot 2026 bedraagt hier € 74,2 miljoen.

31

Komt Defensie met de jarenlange onderinvesteringen, de boeggolf aan uitgestelde investeringen en het ook nu weer verder uitstellen van vele investeringen uit de neerwaartse spiraal van steeds hoger oplopende exploitatiekosten die gedekt moeten worden vanuit het investeringsbudget? Hoe gaat u deze spiraal doorbreken?

224

Hoe groot is de door de jaren van onderrealisatie opgebouwde achterstand bij de investeringen inmiddels geworden? Hoe groot is het boeggolfeffect?

Defensie zit niet in een neerwaartse spiraal van steeds hoger oplopende exploitatiekosten. Bij het herschikken van het investeringsplan is het aspect exploitatiekosten zeker een factor van invloed. Het uitstellen van investeringen kan van invloed zijn op de hoogte van de exploitatiekosten. Indien mogelijk wordt daar rekening mee gehouden.

Zoals bekend kampt Defensie met onderrealisatie. Defensie heeft maatregelen genomen om de onderrealisatie terug te dringen. De effecten daarvan moeten de komende jaren zichtbaar worden. Echter aan het realiseren van de plannen zijn altijd risico’s verbonden, waardoor vertraging kan optreden. Deze risico’s zijn conform de motie-Hachchi c.s. (Kamerstuk 34 200-X, nr. 11) opgenomen in begroting. Belangrijk is de afspraak dat eventueel ongebruikt investeringsbudget kan meeschuiven naar volgende jaren. Investeringen hoeven zo niet te worden geschrapt.

32

Waarom heeft u de motie Knops (Kamerstuk 34 200 X, nr. 9) niet uitgevoerd? Bent u tenminste bereid bij de Voorjaarsnota 2016 met een structurele oplossing voor de problematiek van onvoldoende prijscompensatie van munitie- en materieelprijzen te komen?

33

Waarom neemt u de tijd tot aan de Voorjaarsnota om de motie Knops (Kamerstuk 34 200 X, nr. 9) uit te voeren met «in eerste instantie een onderzoek om de gevolgen van de valutawisselingen en de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen te bezien», terwijl in het Eindrapport Verkenningen (blz. 297) al werd vastgesteld dat de kosten voor defensiematerieel met naar schatting 2% tot 7% per jaar sneller stijgen dan de inflatie? Wat is er sinds de Verkenningen veranderd en waarom heeft u de motie niet bij de begroting 2016 uitgevoerd?

34

Hoe groot is het «koopkrachtverlies» voor Defensie in 2016 als gevolg van onvoldoende prijscompensatie voor materieel, uitgaande van de reeds bij de Verkenningen op blz. 297 gemaakte analyse dat de kosten voor defensiematerieel met naar schatting 2% tot 7% per jaar sneller stijgen dan de inflatie?

35

Hoe beoordeelt u de analyse van de Gezamenlijke Officieren Verenigingen & Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie (GOV/MHB) dat het uitblijven van reële prijscompensatie Defensie op jaarbasis 200 miljoen euro kost?

Veranderingen in de prijzen van materieel zijn van invloed op de defensiebegroting. De Rijksbegroting, waaronder defensie, wordt gecompenseerd voor prijsontwikkeling maar niet voor boven-inflatoire prijsstijgingen. Volgens de huidige systematiek dienen tegenvallers ten aanzien van boven-inflatoire prijsontwikkeling binnen de defensiebegroting te worden opgevangen. Om te komen tot een meer duurzame projectvoering onderzoekt het kabinet op dit moment het effect op de begroting van Defensie van de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen, in relatie tot de te ontvangen prijsbijstelling. Ten tijde van de Voorjaarsnota 2016 wordt u over de resultaten geïnformeerd. Daarnaast draagt het project Financiële Duurzaamheid bij tot een beter planproces, doordat risico’s eerder in beeld komen.

36

Kunt u nader ingaan op hetgeen u stelt dat «de voorgestelde intensiveringen een stap voorwaarts zijn in het kader van een meerjarig perspectief»? Waarom bent u niet bij de begroting 2016 gekomen met dit meerjarig perspectief en wanneer bent u dan voornemens hiermee te komen?

In de brief van 19 juni jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 81) zijn de vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht geschetst. De vervolgstappen zijn afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie de komende jaren, en ook de beschikbare financiële mogelijkheden. Ik kan niet vooruitlopen op besluitvorming hierover.

37

Welke «moeilijke keuzes», waarover u in de beleidsagenda spreekt, moet u nog maken om binnen de financiële kaders te blijven?

Zie het antwoord op vraag 9.

38

Welke gevolgen heeft de hogere plandollarkoers voor Defensie in 2016? Hoe groot zijn de extra kosten bij de investeringen en exploitatie?

De hogere plandollarkoers leidt in 2016 bij de investeringen tot een tegenvaller van circa € 50 miljoen. Bij de exploitatie leidt dit in 2016 tot een tegenvaller van circa € 50 miljoen. Beide bedragen zijn gebaseerd op de verwachte betalingen in dollars (in 2016). De tegenvaller kan lager uitvallen doordat de verplichting voor deze betalingen in dollars (deels) in eerdere jaren is aangegaan, waarbij een valutatermijncontract is gesloten tegen een gunstigere dollarkoers.

39

Kunt u concreet toelichten wat u bedoelt met een «beperkte» verhoging van het investeringsbudget?

Van de intensivering ten behoeve van de versterking van de basisgereedheid komt € 69 miljoen ten goede aan het investeringsbudget vanaf 2020. In de eerste jaren is dit bedrag hoger.

40

Welke ideeën heeft u zelf reeds ten aanzien van het krijgen van meer rust in het planproces binnen de huidige systematiek?

129

Hoe werkt u aan het verbeteren van de ramingssystematiek?

234

Wat betekent de zin; «.dat met de uitwerking van het groeitraject Financiële Duurzaamheid aandacht wordt geschonken aan het aan de begroting ten grondslag liggende ramingsproces, inclusief de samenhang tussen investeringen en exploitatie en een verbeterd risicomanagement»?

369

Welke middelen zet u in om de ramingen te verbeteren? Bestaat hier een stappenplan voor?

Voor het verbeteren van de kwaliteit van ramingen en plannen past Defensie simulatietechnieken toe om risico’s en onzekerheden in beeld te brengen. Bij complexe projecten, zoals het project F-35, kan hiermee de hoogte van de projectreserve worden bepaald. Hierbij wordt rekening gehouden met de gehele levensduur met daarbij een duidelijke relatie tussen investeringen en exploitatie. Daarnaast worden de ramingen uitgebreider intern getoetst, waarmee tevens uitvoering wordt gegeven aan de aanbevelingen van het interdepartementaal beleidsonderzoek wapensystemen (Kamerstuk 33 726, nr. 15). Dit betreft onder meer het professionaliseren van de controlfunctie door meer betrokkenheid aan de voorkant en het inregelen van checks and balances. Hieronder valt ook het vrijmaken van meer capaciteit voor analyse.

41

Wat zijn de huidige begrotingsafspraken met betrekking tot valutakoersverschillen, inflatieverschillen en andere conjuncturele wisselingen?

240

Welke afspraken zijn er voor het opvangen van valutawisselingen tussen de Minister van Financiën en u? Kan de Kamer hier ook inzicht in krijgen?

Er zijn geen bijzondere (begrotings)afspraken tussen mij en de Minister van Financiën. Dit betekent dat de genoemde wisselingen in beginsel binnen de begroting van Defensie moeten worden opgevangen.

42

Kunt u nader ingaan op hetgeen u stelt dat «met het aanpakken van de beperkingen ambities en middelen gaandeweg beter in balans worden gebracht»? Erkent u hiermee dat met de intensiveringen nog geen evenwicht wordt gebracht tussen middelen en ambities? Hoeveel extra geld is nodig om tot dit evenwicht te komen?

Zie het antwoord op vraag 1.

43

Waarom komt u slechts «deels» tegemoet aan de motie Segers (Kamerstuk 34 000 X, nr. 55)? Maakt verdere versterking van de MIVD onderdeel uit van de door u voorgestane vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief? Zo nee, waarom niet?

Met de intensivering van € 17 miljoen bij de MIVD ten behoeve van de bestrijding van het terrorisme, waartoe het kabinet op 27 februari jl. heeft besloten, is al een belangrijke stap genomen. Dit laat onverlet dat op andere terreinen nog sprake is van een verschil tussen de vraag naar inlichtingen en de mogelijkheden om aan die vraag te voldoen. Bij vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief zal hier een weging in moeten plaatsvinden.

Inlichtingen zijn onmiskenbaar van groeiend belang. Dit geldt ook voor het in toenemende mate informatiegestuurde optreden van de krijgsmacht. De wijziging van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) die het kabinet heeft voorgesteld, waarmee het technologisch achterhaalde onderscheid tussen kabel- en niet-kabelgebonden interceptie wordt opgeheven, is eveneens een noodzakelijke stap voorwaarts. Deze wijziging komt niet alleen de ondersteuning van militaire missies ten goede, maar ook de inlichtingenpositie ten behoeve van de nationale veiligheid en de digitale veiligheid van Nederland.

44

Bent u van plan nog in deze kabinetsperiode met een visie te komen op de toekomst van de krijgsmacht, in het kader van een meerjarig perspectief? Zo nee, waarom niet?

Ik zie geen reden om, in aanvulling op de brief van 19 juni jl. over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 33 763, nr. 81) en de nota «In het belang van Nederland», gedurende deze kabinetsperiode te komen met een nieuwe visie op de toekomst van de krijgsmacht. In de brief van 19 juni jl. zijn de vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief op de verdere versterking van de krijgsmacht geschetst en is tevens ingegaan op de daarbij van belang zijnde overwegingen. Daaraan voorafgaand is het kabinet in de Beleidsbrief Internationale Veiligheid van 14 november 2014 (Kamerstuk 33 694, nr. 6) voorts uitvoerig ingegaan op de nieuwe veiligheidscontext en de betekenis daarvan voor de krijgsmacht.

45

Waarom stelt u vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief afhankelijk van de ontwikkeling van de internationale veiligheidssituatie de komende jaren? Hoeveel instabieler en onveiliger moet het worden voordat u de urgentie en noodzaak onderkent van hogere defensie-uitgaven?

Het kabinet zet met de maatregelen in deze begroting een belangrijke stap ter versterking van de krijgsmacht. Tegelijkertijd wordt het kabinet geacht keuzes te maken. Er is namelijk niet onbeperkt geld en maatschappelijke prioriteiten zullen altijd tegen elkaar moeten worden afgewogen.

46

Hoeveel extra middelen zijn nodig om te voorzien in oplossing van alle knelpunten en beperkingen in de materiële gereedheid, personele vulling, en combat (service) support?

Zie het antwoord op vraag 1.

47

Klopt het dat u, zelfs bij de door u voorgestane vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief – de versterking van de schaarse ondersteunende operationele eenheden – mede in internationaal verband, de versterking van gevechtseenheden en de vervanging van noodzakelijke capaciteiten –, nog steeds uitgaat van het (verlaagde) ambitieniveau uit de nota «In het belang van Nederland», terwijl de veiligheidssituatie sindsdien verslechterd is? Zo ja, waarom streeft u niet naar een hoger ambitieniveau?

Zie het antwoord op vraag 6.

48

Welke de-escalerende maatregelen neemt u, naast de vastgestelde stappen tot versterking van Defensie?

Het kabinet zoekt, onder meer in Navo- en EU-verband, continu naar maatregelen om de veiligheidssituatie in de landen rondom Europa te verbeteren en escalatie van de conflicten te voorkomen. Nederland steunt voorts de inspanningen van de OVSE en in het bijzonder van de OVSE Special Monitoring Mission in het oosten van Oekraïne met betrekking tot de naleving door alle betrokken partijen van de in Minsk gemaakte afspraken.

49

Wanneer zal de bedrijfsvoering in de materieel-logistieke keten en elders in de organisatie op orde moeten kunnen zijn?

Het is niet mogelijk generiek te duiden wanneer alle knelpunten zijn opgelost (zie ook Kamerstuk 33 763, nr. 81). Na een aantal grootscheepse veranderingen en verbetertrajecten, waaronder de vele reorganisaties en ook de invoering van ERP, komt de bedrijfsvoering in de materieellogistieke keten en elders in de organisatie langzaam maar zeker in rustiger vaarwater. Het is van belang om de veranderingen goed te laten beklijven. Het duurt namelijk enige tijd voordat maatregelen effect sorteren. Defensie zal zich dan ook richten op de werkwijzen en het beter laten werken van de nieuwe organisatie. Er zijn daarom ook intensiveringen op het gebied van wapensysteemmanagement, onderhoudscapaciteit, reservedelen en onderhoudsdienstverlening. Daarnaast zijn er gerichte investeringen in de ondersteuning en bedrijfsvoering die bijdragen tot de versterking van de basisgereedheid. Deze intensiveringen, zoals opgenomen in de ontwerpbegroting 2016, zijn hard nodig om de knelpunten te adresseren.

50

U geeft aan dat met de verhoging van de voorraden reservedelen en munitie en de uitbreiding van de onderhoudscapaciteit beoogd wordt de eerder gerapporteerde beperkingen op het gebied van de beschikbaarheid van materieel «de komende jaren steeds verder te verkleinen». Moet hieruit worden afgeleid dat u deze beperkingen de komende jaren slechts verkleind en dus niet volledig oplost? Zo nee, waarom niet? Welk extra bedrag is nodig om de beperkingen volledig op te lossen?

51

Welk deel wordt niet opgeheven, nu u aangeeft dat een «belangrijk deel» van de beperkingen en knelpunten in de materiële gereedheid «geleidelijk» wordt opgeheven? Waarom niet en hoeveel middelen zijn nodig voor volledige opheffing?

Zie het antwoord op vraag 1.

52

Zonder IT functioneert Defensie niet en kunnen defensiemedewerkers hun werk niet goed doen. De IT-infrastructuur is daarom het fundament waar Defensie op drijft. Welke specifieke IT is randvoorwaardelijk voor het functioneren van Defensie? Zowel in de dagelijkse bedrijfsvoering als tijdens operationeel optreden. In hoeverre bestaat dit in de toekomst uit de nieuwe IT-infrastructuur?

Specifieke IT (IT die uniek is voor Defensie zoals TITAAN en BMS) en generieke IT (IT die ook buiten Defensie gangbaar is zoals SAP) zijn beide onontbeerlijk voor het functioneren van Defensie. De nieuwe IT-infrastructuur zal zowel generieke als specifieke IT-toepassingen ondersteunen en vervangt geleidelijk de huidige IT-infrastructuur.

53

Wat is de inschatting wat voor de aankomende tien jaar de minimale investerings- en exploitatiebudgetten zijn, om de randvoorwaardelijke IT op basisniveau te krijgen en te houden, zodat in de toekomst defensiemedewerkers hun werk goed kunnen blijven doen? Kunt u hier een uitgebreide toelichting op geven?

De ontwikkeling van IT gaat zo snel dat een voorspelling voor de komende tien jaar niet gemaakt kan worden. In de begroting is de inschatting die Defensie heeft gemaakt weergegeven.

54

Waarom heeft u ondanks de extra middelen niet besloten tot heroprichting van de vierde batterij Patriots? Maakt deze versterking van het voortzettingsvermogen wel onderdeel uit van de vervolgstappen die u voorziet in het kader van een meerjarig perspectief? Zo nee, waarom niet?

184

Maakt uitbreiding van het takenpakket van het Joint Support Ship (JSS) met strategisch transport en seabasing door het JSS onderdeel uit van de door u voorgestane vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief? Zo nee, waarom niet?

306

Herinnert u zich uw toezegging aan het lid Knops bij de behandeling van de begroting 2015 om vanuit een no regret-benadering geen besluiten te nemen bij de verkoop van materieel die de uitvoering van de motie Van der Staaij.s. (34 000, nr. 23) in de weg zouden kunnen staan? Bent u bereid de verkoop van houwitsers en mijnenjagers op te schorten tot de uitvoering van de beide moties Van der Staaij c.s. staaij (34 000, nr. 23 en 34 300, nr. 27)?

Met de maatregelen in deze begroting wordt de basisgereedheid van de krijgsmacht versterkt. In het kader van het door het kabinet beoogde meerjarig perspectief worden allereerst beperkingen gaandeweg opgeheven. Afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie de komende jaren, en ook de beschikbare financiële mogelijkheden, staan het kabinet vervolgstappen voor ogen. Ik kan niet op toekomstige besluitvorming vooruitlopen.

55

Kunt u toelichten wat u bedoelt met de opmerking dat «Defensie het personele aanpassings- en absorptievermogen van de krijgsmacht vergroot»? Betekent dit dat er meer personeel wordt aangetrokken? Zo ja, hoeveel, wat voor soort personeel, en bij welke onderdelen? Zo nee, wat betekent dit dan?

Defensie creëert ruimte om werknemers op tijdelijke basis te kunnen oproepen, zowel gepland als op korte termijn. Hierdoor kan Defensie sneller en slagvaardiger inspelen op veranderende operationele behoeften en veranderingen op de arbeidsmarkt. Ook kan Defensie sneller over nieuwe, innovatieve, kennis beschikken. Dit sluit aan bij de in de Agenda van de toekomst voor het personeelsbeleid genoemde doelstellingen, zoals het intensiever gebruik van reservisten met zowel civiele kennis als militaire ervaring, het verruimen van inhuurmogelijkheden, het vergroten van tijdelijke en horizontale in- en uitstroomstroommogelijkheden en het daarvoor verlagen van drempels voor herintredend personeel.

56

Welke kosten zijn gemoeid met de bijdrage die het kabinet wil leveren aan de NATO Response Force (NRF) en de onderdelen Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) en Initial Follow On Forces Group (IFFG)?

Deelneming aan de verbeterde (enhanced) NRF, waar de VJTF en IFFG samen met de Follow on Forces Group (FFG) deel van uitmaken, leidt tot hogere kosten dan deelneming aan de NRF in het verleden. Dit is het gevolg van de hogere eisen die de Navo stelt aan de gereedheid en inzetbaarheid van eenheden.

In 2015 test Nederland samen met Duitsland en Noorwegen het VJTF-concept. In het VJTF test bed worden ook de financiële consequenties van de hoge gereedheid en inzetbaarheid in kaart gebracht. De lessen van het test bed worden thans nog uitgewerkt. De Kamer wordt hierover voor het einde van het jaar geïnformeerd.

De kosten van deelneming aan de NRF zijn afhankelijk van de omvang van de bijdrage en het soort eenheden dat Nederland levert. Per jaar moet worden bezien welk bedrag moet worden gereserveerd voor de Nederlandse bijdrage aan de NRF. Vast staat dat oefeningen met een zeer korte reactietijd die de VJTF uitvoert in opdracht van SACEUR leiden tot hogere oefenkosten dan voorheen. In 2016 wordt de Nederlandse bijdrage aan de NRF gefinancierd vanuit de reguliere gereedstellingsbudgetten, aangevuld met de € 10 miljoen die in het kader van de motie-Van der Staaij is gereserveerd voor deelneming aan de VJTF.

57

Kunt u een lijst opstellen met voorraden en munitie en reserveonderdelen die snel en minder snel kunnen worden opgehoogd?

58

Wanneer kunnen de voorraden munitie en reserveonderdelen weer op de juiste/gewenste sterkte zijn?

Zie het antwoord op vraag 29.

59

Welke formele en informele rol heeft u tijdens het EU-voorzitterschap?

Binnen het Gemeenschappelijk Buitenland en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Veiligheid- en Defensiebeleid (GVDB) ligt het formele voorzitterschap bij de Hoge Vertegenwoordiger (HV), mevrouw Federica Mogherini. Sinds de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon in 2009 zit zij, of haar vertegenwoordiger, de vergaderingen en werkgroepen voor. Het Athena-comité, dat het financieringsmechanisme beheert voor de gemeenschappelijke kosten van militaire GVDB operaties, is een uitzondering op deze regel. Anders dan de laatste keer in 2004 zal Nederland nu een dienende rol vervullen binnen het GVDB. Dit betekent dat Nederland de HV en haar vertegenwoordigers zal ondersteunen tijdens vergaderingen, en waar nodig in de voorbereiding daarvan. De HV bepaalt de agenda, in samenspraak met het voorzitterschap.

60

Hoeveel dagen verwacht u in het kader van uw rol binnen het EU-voorzitterschap buiten Nederland actief te moeten zijn?

Tijdens het voorzitterschap zijn er verschillende defensiebijeenkomsten waarbij ik aanwezig zal zijn. Naast de informele bijeenkomst op 4 en 5 februari 2016 in Amsterdam is er ook een Raad Buitenlandse Zaken met Ministers van Defensie in Brussel op 18 april 2016. Daarnaast zal ik ook een aantal activiteiten, zoals seminars, bijwonen. Naast mijn verplichtingen als Minister van Defensie zal ik ook samen met de Minister van Buitenlandse Zaken de Raad vertegenwoordigen in het Europees parlement. Dat betekent dat ik zowel in Straatsburg als in Brussel vergaderingen zal bijwonen. Ik zal uw griffie ambtelijk op de hoogte laten houden van mijn verplichtingen.

61

Welke kosten zijn gemoeid met de integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in Havelte in een Duitse pantserdivisie?

Met dit integratieproject zijn zowel eenmalige investeringskosten gemoeid als jaarlijkse exploitatiekosten. De investeringskosten bedragen € 13 miljoen. Dit is opgebouwd uit de volgende posten:

  • € 11,9 miljoen aan ingeboekte afstotingsopbrengsten van de resterende zestien Leopard 2A6 tanks die niet worden ontvangen omdat Nederland deze tanks inbrengt in dit samenwerkingsproject en overdraagt aan Duitsland;

  • € 1,1 miljoen voor de aanschaf van communicatie- en IV-apparatuur voor de achttien tanks die Nederland van Duitsland gaat gebruiken, in het bijzonder voor het Battlefield Management System (BMS).

De geraamde exploitatiekosten bedragen € 19 miljoen per jaar. Het gaat hierbij hoofdzakelijk om personeelskosten van de Nederlandse compagnie van het Duitse tankbataljon, de kosten van oefeningen en trainingen, alsmede vergoedingen aan Duitsland voor tankopleidingen en voor het gebruik en het onderhoud van achttien Duitse tanks en enkele andere voertuigen.

Nederland en Duitsland hebben afgesproken dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van Duitse voorzieningen. Als gevolg daarvan hoeft Nederland geen kostbare eigen organisaties in te richten voor de opleidingen op en het onderhoud van de tanks. Verder hoeft Nederland geen eigen munitievoorraad aan te houden want Nederland kan tegen vergoeding gebruikmaken van Duitse munitie. De kosten van munitie voor het reguliere oefenprogramma zijn inbegrepen in de exploitatiekosten.

62

Bestaat het risico van verdringing door de aanschaf van nieuwe onderzeeboten?

70

Is er op het gebied van onderzeediensten, gezien de investeringen die ander landen willen doen, ook een vergaande samenwerking mogelijk?

De visie op de toekomst van de onderzeedienst (Kamerstuk 34 225, nr. 1 van 11 juni jl.) licht het belang van de vervanging van de Walrusklasse nader toe. De brief onderstreept dat de verschillende fasen in het Defensiematerieelproces (DMP) zullen voorzien in steeds preciezere informatieverstrekking over de hoogte van de investering. De besluitvorming over de behoeftestelling is nog niet voltooid. Dit vergt een integrale afweging op basis van alle met de vervanging gepaard gaande kosten, waaronder de instandhouding en de ondersteuning van de onderzeebootcapaciteit gedurende de gehele levensduur (Life Cycle Costing). In deze besluitvorming worden eventuele verdringingseffecten meegewogen. Het besluit over de vervanging van de onderzeeboten is voorzien in 2018, binnen de dan geldende financiële kaders.

Defensie streeft naar vergaande samenwerking gedurende de gehele levenscyclus van het materieel, maar is tegelijk afhankelijk van de bereidheid van partners om stappen te zetten. De voordelen bij onderzeebootsamenwerking worden niet zozeer bereikt door operationele inzet vanuit een gezamenlijke pool of een gedeelde capaciteit. De reden hiervoor is dat de meeste landen hun onderzeeboten op grond van nationale veiligheidsoverwegingen zelfstandig willen kunnen inzetten. De voordelen worden eerder gevonden op het terrein van de operationele gereedheid (opleiding en training) en de materiële gereedheid (onderhoud, reservedelen, programma’s voor levensduurverlenging).

Defensie volgt de ontwikkelingen betreffende de vervanging van onderzeeboten in een aantal landen op de voet. Waar mogelijk zullen kansen worden benut om partners te betrekken bij het eigen vervangingstraject. Hiermee kunnen de voordelen van samenwerking worden vergroot en is de beoogde verdieping niet afhankelijk van de bereidheid van één partner. De ontwikkelingen in Australië, Canada, Duitsland, Noorwegen en Zweden bieden hiervoor op dit moment de meeste aanknopingspunten. Van deze landen zijn Australië en Noorwegen van plan hun onderzeeboten omstreeks dezelfde tijd te vervangen als de geplande vervanging van de Walrusklasse.

63

Kunt u het aantal samenwerkingsverbanden opsommen waarbij Nederlandse legeronderdelen zijn geïntegreerd in legeronderdelen van een vreemde krijgsmacht of vice versa?

69

Zijn er naast bestaande samenwerkingen andere voorbeelden binnen alle onderdelen van Defensie mogelijk, die zich lenen voor een soort dergelijke grensverleggende samenwerkingsverbanden?

Bij internationale operaties is het uiteraard gebruikelijk dat buitenlandse commandanten het bevel krijgen over eenheden van een ander land. Hierbij gaat het echter steeds om tijdelijke vormen van geïntegreerde samenwerking.

Enkele voorbeelden van permanente integratie zijn de volgende:

  • de Admiraal Benelux (ABNL), waarin de marines van België en Nederland in hoge mate zijn geïntegreerd bij de staven en de opleidings- en onderhoudsorganisaties. Wel hebben de schepen een nationale bemanning, afgezien van uitwisselingspersoneel, en ook is de aansturing van schepen die meedoen aan internationale operaties nationaal georganiseerd.

  • De Nederlandse Luchtmobiele Brigade is geïntegreerd in de Duitse Division Schnelle Kräfte, en de 43e Gemechaniseerde Brigade wordt geïntegreerd in de Duitse Eerste Pantserdivisie.

  • België, Luxemburg en Nederland leveren samen het personeel voor het geïntegreerde Benelux-wapenbeheersingsbureau BACA (Benelux Arms Control Agency) in het Belgische Peutie.

  • Nederlands personeel maakt deel uit van multinationale verbanden zoals de AWACS-eenheid van de Navo, de C-17 eenheid (SAC C-17) in Hongarije en de staf van het European Air Transport Command (EATC) in Eindhoven. In het EATC poolen enkele landen waaronder Nederland hun luchttransportcapaciteit.

Defensie richt zich bij de integratie van eenheden voornamelijk op de Benelux-partners en Duitsland, de partners waarmee over de hele breedte van de krijgsmacht het meest intensief wordt samengewerkt. België en Nederland willen vanaf eind 2016 hun luchtbewaking integreren tegen de dreiging van civiele vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat (Renegade). Belgische en Nederlandse jachtvliegtuigen zullen bij toerbeurt deze bewakingstaak op zich nemen in de drie Benelux-landen. Met Duitsland dan wel België worden verder de mogelijkheden verkend voor intensieve samenwerking bij onder andere gespecialiseerde marine-eenheden, medische eenheden en vuursteuneenheden.

64

Kunnen Nederland en Duitsland individueel besluiten tot het inzetten van elkaars personele capaciteiten zodra de integratie van de 43e Gemechaniseerde brigade in een Duitse Pantserdivisie is voltooid?

65

Betekent het feit dat Duitsland straks individueel kan besluiten over de inzet van Nederlandse capaciteiten, dat de praktijk van de Red Card Holder niet meer van toepassing is?

68

Kan het Nederlandse deel van het Duits-Nederlands tankbataljon in de toekomst ingezet worden zonder toestemming van het Nederlandse parlement?

Alleen de Nederlandse regering beslist over de operationele inzet van de Nederlandse krijgsmacht, en alleen de Duitse regering beslist over de operationele inzet van de Duitse krijgsmacht. Voor de operationele inzet van de geïntegreerde Duits-Nederlandse eenheden is daarom een besluit van beide regeringen nodig. Voor elke operationele inzet van Nederlandse eenheden hanteert de regering de daarvoor gebruikelijke procedures zoals, indien van toepassing, de artikel 100-procedure. Dit geldt ook voor de Nederlandse eenheden die deel uitmaken van een geïntegreerde Duits-Nederlandse eenheid.

Ten aanzien van besluitvormingsprocedures is er dan ook geen verschil tussen inzet van een geïntegreerde Duits-Nederlandse eenheid en die van een puur Nederlandse eenheid. Vanzelfsprekend is voorafgaand aan de inzet van de Duits-Nederlandse eenheid nauw overleg noodzakelijk tussen beide landen over onder meer taken, mandaat en operationele aspecten. Dit zal nauwelijks verschillen met de huidige praktijk van internationale operaties waarin Nederlandse eenheden steeds worden ingezet samen met eenheden van andere landen. Ook daarvoor is goed overleg tussen deze landen nodig.

In de brief van 7 juli jl. (Kamerstuk 28 676, nr. 226) is uiteengezet dat de regering steeds zal trachten de Kamer voorafgaand aan de inzet van Nederlandse eenheden te informeren, ook als daarvoor geen grondwettelijke verplichting bestaat. Er zijn echter gevallen denkbaar waarin het niet mogelijk is de Kamer vooraf te informeren. De genoemde brief richt zich daarbij in het bijzonder op de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) van de Navo, maar dit kan in beginsel ook in andere situaties aan de orde zijn zoals bijvoorbeeld bij de EU Battlegroup. Dit geldt ook voor de inzet van een geïntegreerde Duits-Nederlandse eenheid die deel zou uitmaken van een dergelijk internationaal verband.

Bij de inzet van Nederlandse eenheden voor een internationale operatie wordt altijd een Red Card Holder aangewezen die namens de CDS in de gaten houdt of de inzet blijft binnen de grenzen van het Nederlandse mandaat. De Red Card Holder kan daarbij een opdracht van een buitenlandse commandant aan Nederlandse militairen tegenhouden als die opdracht niet zou voldoen aan deze voorwaarden. Dit zal ook het geval zijn bij de eventuele operationele inzet van geïntegreerde Duits-Nederlandse eenheden.

66

Welke voorstellen wilt u tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap doen om de Europese defensiesamenwerking minder vrijblijvend te maken?

67

Wat verstaat u onder «het versterken van de onderlinge peer pressure»?

71

Welke middelen/instrumenten zijn er binnen de EU om samenwerking op het gebied van Defensie minder vrijblijvend te maken?

72

Welke instrumenten/middelen zijn er binnen de EU om de peer pressure te versterken?

Defensiesamenwerking in de EU heeft nu een geheel vrijwillig en vrijblijvend karakter. In de huidige geopolitieke en veiligheidscontext kunnen we ons dit niet meer veroorloven. Ik wil me tijdens het voorzitterschap richten op het minder vrijblijvend maken van de bestaande afspraken zoals in de Code of Conduct on Pooling & Sharing en in het beleidskader voor langdurige en structurele defensiesamenwerking. Dit heb ik ook in mijn brief aan de Kamer van 26 april (Stand van zaken brief GVDB en defensieprioriteiten EU-voorzitterschap, Kamerstuk 21 501-28, nr. 125) gemeld. Het is van belang dat lidstaten beseffen dat Europa juist in deze tijd ook zelf verantwoordelijkheid moet nemen op veiligheidsterrein.

Ik ben van mening dat lidstaten meer verantwoording aan elkaar af zouden moeten leggen en meer openheid moeten betrachten over voorgenomen veranderingen in de nationale defensiebegroting en plannen voor capaciteitsontwikkeling. Lidstaten kunnen dan onderling elkaar op hun verantwoordelijkheden aanspreken (peer pressure). Dat gebeurt in mijn ogen nu onvoldoende. Dit zou kunnen door de EU-Ministers van Defensie één keer per jaar de balans te laten opmaken van wat er van de afspraken terecht is gekomen, op basis van gegevens die het EDA verzamelt. Het reeds bestaande Single Progress Report, dat een jaarlijks overzicht geeft van de vooruitgang en de nog bestaande tekorten ten aanzien van militaire capaciteitsversterking, kan hiervoor worden gebruikt. Dit document is vertrouwelijk en technisch van aard, maar we onderzoeken de mogelijkheden om dit rapport beter onder de aandacht van de Ministers te brengen.

De lidstaten zelf blijven echter de drijvende kracht achter Europese militaire samenwerking. Lidstaten moeten daarom worden gestimuleerd om samenwerkingsverbanden aan te gaan om zo de slagkracht in Europa te vergroten. Dit komt niet alleen de EU maar ook de Navo ten goede. Reeds bestaande bilaterale of regionale samenwerkingsverbanden, zoals samenwerking tussen bijvoorbeeld Nederland en Duitsland en de Benelux-landen, kunnen daarbij als goede voorbeelden dienen. Ook het EATC-model heeft in die zin een voorbeeldfunctie omdat andere landen zien dat het in de praktijk werkt. Daarnaast moet worden bezien hoe samenwerking kan worden gestimuleerd door financiële of fiscale prikkels, zoals bijvoorbeeld het geval is in het MRTT-project (BTW-vrijstelling). Het EDA onderzoekt momenteel de mogelijkheden op dit gebied.

Ik acht het van belang dat in dit systeem van peer pressure een positieve insteek wordt gehanteerd, waarbij lidstaten die voorop lopen worden geprezen om hun voorbeeldfunctie en anderen worden gestimuleerd om dit voorbeeld te volgen. Tot slot acht ik het van belang dat naast de Ministers van Defensie ook de regeringsleiders regelmatig spreken over het GVDB en over Europese defensiesamenwerking in het bijzonder. Alleen zo kan worden gewaarborgd dat Europese defensiesamenwerking ook op het hoogste niveau wordt gestimuleerd.

68

Kan het Nederlandse deel van het Duits-Nederlands tankbataljon in de toekomst ingezet worden zonder toestemming van het Nederlandse parlement?

Zie het antwoord op vraag 64.

69

Zijn er naast bestaande samenwerkingen andere voorbeelden binnen alle onderdelen van Defensie mogelijk, die zich lenen voor een soort dergelijke grensverleggende samenwerkingsverbanden?

Zie het antwoord op vraag 63.

70

Is er op het gebied van onderzeediensten, gezien de investeringen die ander landen willen doen, ook een vergaande samenwerking mogelijk?

Zie het antwoord op vraag 62.

71

Welke middelen/instrumenten zijn er binnen de EU om samenwerking op het gebied van Defensie minder vrijblijvend te maken?

72

Welke instrumenten/middelen zijn er binnen de EU om de peer pressure te versterken?

Zie het antwoord op vraag 66.

73

Welke «herschikkingen» zijn getroffen om voldoende budget beschikbaar te krijgen voor de uitvoering van de investeringsplannen in 2016? Zijn in 2017 opnieuw herschikkingen nodig?

83

Welke herschikkingen zijn gedaan om voldoende budget te hebben voor uitvoering van de investeringsplannen (lijst maken van alle keuzes binnen alle krijgsmachtonderdelen samen)?

Het betreft bijvoorbeeld het vertragen van de projecten MALE UAV, het licht indirect vurend wapensysteem (LIVS), de beschermingspakketten van het infanterie gevechtsvoertuig en de Capability Upgrade Elektronische Oorlogsvoering (CUP EOV). Gedurende de begrotingsperiode hoeven geen werkzaamheden voor projecten in realisatie te worden gestaakt of onderbroken. Elk jaar wordt als onderdeel van het begrotingsproces het investeringsplan aangepast aan het financiële kader. Dat brengt altijd herschikkingen met zich mee. Het geheel aan herschikkingen is een zeer omvangrijke hoeveelheid van kleine tot grote aanpassingen van het investeringsplan. De Kamer wordt geïnformeerd over de belangrijkste aanpassingen in de ontwerpbegroting en in het MPO.

74

Hoe groot is het gat, gelet op uw stelling dat de investeringsbehoefte voor alle benodigde vernieuwingen en vervangingen de komende vijftien jaar groter is dan het beschikbare budget, en op welke wijze gaat u dit dichten?

Zie het antwoord op vraag 9.

75

Welke overige gebieden ziet u -naast het leasen van tanks – als mogelijke toepassing van leasen, wanneer u leasen van belangrijke capaciteiten als mogelijkheid neemt om de financiële druk op de investeringsparagraaf te verlichten?

Defensie streeft ernaar beslissingen te baseren op een levensduurbenadering, waarbij de effecten op zowel investeringen als exploitatie, in samenhang worden bekeken. Het verlichten van de druk op de investeringen – met behulp van bijvoorbeeld lease – is onverstandig als de financiële druk op de begroting van Defensie daardoor per saldo wordt verhoogd. Besluitvorming over de optimale financieringswijze is een onderdeel van het DMP-proces.

76

Door de bezuinigingen en door capaciteitsgebrek bij DMO is een boeggolf van uitgestelde investeringen en achterlopende aanbestedingen ontstaan. Gelet op de grote vervangingen na 2020 zoals de F-16, onderzeeboten en fregatten, is nu al bekend dat met het huidige en aanstaande niveau van investeringen de gewenste vervangingen niet gehaald kunnen worden. Bent u bereid om het kabinet om meer financiële ruimte te vragen? Zo nee, waarom niet? Welke andere mogelijkheden ziet u dan om de opgelopen achterstand in te halen?

Zie het antwoord op vraag 9.

77

Binnen welke termijn is de verwervingsketen voldoende op orde om de geraamde investeringen te kunnen realiseren?

78

Kunt u uitleggen waarom u rekening houdt met onderrealisatie ondanks dat in 2016 voldoende budget beschikbaar is voor de uitvoering van de investeringsplannen?

230

Hoe groot is de kans, uitgedrukt in percentages, dat in 2016 een investeringsquote van 18% niet wordt gehaald?

Een investeringsquote van 18 procent is de ambitie. Aan het realiseren van de plannen zitten risico’s. Deze zijn conform de motie-Hachchi c.s. (Kamerstuk 34 200 X, nr. 11) opgenomen in begroting. Defensie werkt aan de versterking van de verwervingsketen. De effecten daarvan moeten de komende jaren zichtbaar worden. Voorts is de verwachting dat de investeringsquote zal stijgen wanneer grote projecten, zoals F-35, Chinook en DVOW, tot realisatie komen. Eventueel ongebruikt budget kan meeschuiven naar volgende jaren. Investeringen hoeven zo niet te worden geschrapt.

79

Kunt u aangeven welke mogelijkheden voor Defensie worden geschapen als er in 2017 nog een keer 345 miljoen euro bij zou komen? Zou u dat geld dan wederom steken in het versterken van de basisgereedheid van de krijgsmacht of zou u andere maatregelen kunnen en willen nemen?

Zie het antwoord op vraag 1.

80

Is het bedrag van 220 miljoen euro, oplopend naar 345 miljoen euro, voldoende om de basisgereedheid en inzetgereedheid van de krijgsmacht volledig te repareren? Zo nee, hoeveel is additioneel nodig om dit wel te bereiken?

Zie het antwoord op vraag 1.

81

Hoeveel geld zou Defensie erbij moeten krijgen om de inzetgereedheid volledig op orde te krijgen, uitgaande van het huidige ambitieniveau en rekening houdend met inflatiecijfers?

Zie het antwoord op vraag 1.

82

Hoe worden de aanbevelingen die de Algemene Rekenkamer heeft gemaakt in haar verantwoordelijkheidsrapport meegenomen bij het optimaliseren van de verwervingsketen?

227

Er worden maatregelen getroffen om de verwervingsketen te versteken. Aan welke maatregelen kan worden gedacht? Wordt er geïnvesteerd in meer kwalitatief betere verwervers?

229

Kunt u een overzicht geven van de maatregelen die zijn getroffen om de verwervingsketen (van behoeftestelling tot realisatie) te versterken? Wanneer worden de effecten van deze maatregelen zichtbaar?

231

Kunt u concretiseren welke knelpunten er nu nog zijn in de verwervingsketen? Kunt u daarbij aangeven of het bijvoorbeeld gaat om (hoeveelheid) personeel, expertise, capaciteit, communicatie, verstoorde verhoudingen en wat dies meer zij?

235

Welke maatregelen zijn er genomen om de verwervingsketen te verbeteren en welke termijn is er gesteld aan het zichtbaar worden hiervan?

241

Op basis waarvan verwacht u dat de investeringsquote de komende jaren zal stijgen? Hoe realistisch is deze verwachting in het licht van het stelselmatig niet halen van de geraamde investeringsquote (op 2012 na)?

De oorzaken van knelpunten in de verwervingsketen zijn onder meer capaciteitsproblemen in de verwervingsketen en onverwachte vertragingen bij diverse projecten. De verwervingsketen draagt zorg voor het proces van behoeftestelling tot en met de behoeftevervulling. Defensie neemt maatregelen om onderliggende oorzaken weg te nemen en maakt hierbij ook dankbaar gebruik van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. Na jaren van reorganisaties zijn ketens opnieuw ingericht. Op dit gebied komt Defensie in rustiger vaarwater. De effecten van genomen maatregelen en opnieuw ingerichte ketens moeten de komende jaren zichtbaar worden. Dit zal niet van de ene op de andere dag zijn gerealiseerd. Voor 2015 verwacht ik niet dat Defensie de geraamde investeringsquote zal realiseren.

Voorbeelden van maatregelen voor het verbeteren van de verwervingsketen zijn:

  • De personele capaciteit bij DMO is versterkt met meer inhuur op projecten. De capaciteit wordt verder versterkt met extra tijdelijke formatie en een betere vulling van de militaire functies.

  • Bij de begroting 2015 is geïnvesteerd in specialistische functies op relevante plekken (smart buyers/specifiers).

  • Er is een taskforce opgericht om de verbetering van het investeringspercentage en de realisatie daarvan op de korte en de lange termijn te bewerkstelligen en te bewaken.

  • Er is een onderzoek uitgevoerd door een extern bureau naar de gehele verwervingsketen. Het eindrapport wordt op korte termijn gedeeld met de Kamer.

83

Welke herschikkingen zijn gedaan om voldoende budget te hebben voor uitvoering van de investeringsplannen (lijst maken van alle keuzes binnen alle krijgsmachtonderdelen samen)?

Zie het antwoord op vraag 73.

84

Kunt u concreet toelichten wat precies wordt bedoeld met «cyberwapens (weaponized software)»? Om welke wapens gaat het precies?

Een cyberwapen kan worden beschreven als het geheel van inlichtingen, processen, techniek en kennis/mensen die benodigd zijn om digitale systemen schade toe te brengen. Onderdeel van dit geheel is de zogenaamde weaponized code, het stukje software dat het uiteindelijke effect veroorzaakt in bijvoorbeeld vijandelijke sensor-, wapen- en commandovoeringssystemen (SEWACO-systemen). Cyberwapens kennen zowel rudimentaire, relatief eenvoudige, als zeer complexe verschijningsvormen.

85

Over hoeveel «zero days» beschikt Defensie?

Defensie geeft op deze vraag geen antwoord om redenen van operationele veiligheid.

86

Hoeveel vertraging loopt het project Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV) op ten opzichte van de defensiebegroting 2015?

87

Hoe worden de inzetmogelijkheden van Nederlandse militairen beperkt door vertraging van het project MALE UAV?

88

Is de vertraging van het project MALE UAV een puur financiële kwestie?

237

Welke gevolgen heeft het vertragen van het MALE UAV project voor de vliegbasis Leeuwarden? Wat kan hieraan worden gedaan?

263

Waarom is het project MALE UAV met maar liefst zeven jaar vertraagd? Hoe groot is de financiële krapte bij Defensie als u de verwerving van een wapensysteem waar evident zo'n grote operationele behoefte aan bestaat voor zo'n lange periode vooruit schuift?

264

Kunt u een volledige toelichting geven op hoe het kan dat het MALE UAV project een vertraging op loopt van maar liefst zeven jaar? Kunt u daarbij aangeven waar de knelpunten zitten die de oorzaak zijn van deze vertraging?

265

Wat zijn de consequenties dat door zeven jaar vertraging de ISR-capaciteit later ter beschikking komt?

266

Wanneer verwacht men klaar te zijn met het onderzoek en is er duidelijkheid over de mogelijke alternatieven, zoals een leaseconstructie?

267

Kunt u toelichten wat u bedoelt met prioriteitstelling bij de opmerking «als gevolg van prioriteitstelling in het investeringsplan is het project met zeven jaar vertraagd»?

268

Per wanneer zal u beschikken over de vier Reapers, nu het MALE UAV project zeven jaar is vertraagd?

271

Wat zijn meer precies de implicaties van de vertraging voor de ontwikkeling van Reaperprogramma?

272

Welke fases moeten nog doorlopen worden en wanneer? Betekent dit dat de gecombineerde C/D-brief niet meer dit jaar naar de Kamer gestuurd wordt? Wanneer dan wel?

273

Zijn de onverwacht hogere kosten van het MQ-9 Reaper systeem de reden voor de genoemde vertraging?

274

Is een nieuwe streefdatum vastgesteld, aangezien in eerste instantie de eerste Reaper in 2017 in gebruik genomen zou kunnen worden? Zo ja, welke?

275

In hoeverre gaat de samenwerking met het Duitse Reaperprogramma nog door? En wat zijn de implicaties voor deelneming aan de zogeheten NATO Reaper User Group?

Het project MALE UAV is, met de bijbehorende voorbereidingen op de vliegbasis Leeuwarden, om financiële redenen met zeven jaar vertraagd ten opzichte van de begroting 2015. Het DMP-proces voor dit project vertraagt mee. Vandaar dat het project niet meer in het MPO is opgenomen. Zodra het project weer binnen de horizon van het MPO komt wordt het weer opgenomen, met een bijbehorende planning. Als onderdeel van het begrotingsproces wordt elk jaar het investeringsplan in balans gebracht met het financieel kader. Dit proces brengt met zich mee dat keuzes gemaakt moeten worden. Die herschikkingen houden ook in dat projecten vertraagd kunnen worden. De MALE UAV is daardoor in de tijd naar achteren geschoven. Door het later beschikbaar komen van een eigen capaciteit om te voorzien in operationele en strategische luchtwaarneming blijft Defensie vooralsnog grotendeels afhankelijk van coalitiecapaciteiten op dit gebied. Instroom zou op basis van de vertraging rondom 2024–2025 plaats kunnen vinden. Met Duitsland vond informatieuitwisseling plaats over de wederzijdse plannen op het gebied van onbemande luchtvaartuigen. Dat contact zal blijven bestaan, evenals de deelneming aan relevante Navo en EDA-overlegfora. Nederland maakt geen deel uit van de Reaper user group die alleen open staat voor de landen die het systeem hebben verworven. Het onderzoek of op alternatieve wijze, bijvoorbeeld via een leaseconstructie, eerder in deze behoefte kan worden voorzien is in gang gezet. De vraag wanneer het onderzoek voltooid kan zijn maakt deel uit van de startfase van het onderzoek.

89

Welke gevolgen heeft de hoge dollarkoers voor de investeringen die in 2016 gedaan worden in de F-35?

Het effect van de hoge dollarkoers is geraamd op € 13 miljoen in 2016. Deze geraamde hogere uitgave is verwerkt in de geraamde uitgaven Verwerving F-35 in de begroting 2016.

90

Zijn de investeringen die gedaan worden voor de LC-fregatten ook duurder door de hoge dollarkoers? Zo ja, hoe is dit opgelost?

91

Zijn de investeringen die gedaan worden in andere kapitale munitiesoorten duurder door de hoge dollarkoers? Zo ja, hoe wordt dit opgelost?

De investeringen in de SM-2 geleide raketten voor de LC-fregatten zullen naar verwachting leiden tot hogere uitgaven vanwege de hogere dollarkoers. Het investeringsbudget voor andere kapitale munitiesoorten is eveneens verhoogd vanwege de hogere dollarkoers. Deze geraamde hogere uitgave heeft mede geleid tot prioriteitstelling in het investeringsplan en daarmee onder meer tot een vertraging van projecten. Planning en ambitie van investeringen moeten immers binnen de beschikbare financiële kaders worden gebracht. In de begroting 2016 is inzichtelijk gemaakt welke keuzes zijn gemaakt. Dit betreft onder meer het uitstellen van de MALE-UAV.

92

Welk bedrag is, gezien het belang het kabinet hecht aan kort-cyclische kleinschalige innovatie-projecten, (extra) toegekend aan dit soort projecten?

Het is belangrijk defensiebreed het aanpassingsvermogen te versterken, daartoe de voorwaarden te scheppen en Defensie beter in staat stellen innovatieve initiatieven te omarmen. De inspanningen zullen het komende jaar gericht zijn op initiatieven die kort-cyclische innovatie mogelijk maken en stimuleren. Het gaat daarbij niet alleen om het stimuleren van kort-cyclische innovaties maar ook om het in kaart brengen van obstakels voor innovatie en deze wegnemen. Deze inspanningen zijn niet apart gebudgetteerd en worden binnen de organisatie opgepakt. Voorts dienen innovatie-projecten zich vaak onverwacht aan. Dat maakt het moeilijk deze vooraf te budgetteren. In voorkomend geval wordt gebruik gemaakt van bestaande budgetten.

93

Op welke wijze gaat u de samenwerkingsverbanden met Kennisinstellingen en het bedrijfsleven verstevigen? Liggen er al concrete plannen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe zien deze er uit?

De wijze waarop innovatieprocessen en innovatiesystemen in de moderne maatschappij gestalte krijgen, verandert. Defensie wordt steeds afhankelijker van anderen om bij te blijven en waar nodig voorop te lopen in de vernieuwing van capaciteiten, processen en structuren. Ter versteviging van de samenwerkingsverbanden voert Defensie een dialoog met kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Op welke wijze dat concreet wordt ingevuld zal het komende jaar verder worden vormgegeven.

94

Wat wordt er precies bedoeld met kort-cyclisch innoveren? Welke innovatieprojecten zijn er? Worden de partners uit de gouden driehoek hierbij betrokken?

Defensie heeft een goede reputatie wat betreft structurele kennisopbouw en geplande, vaak langjarige, innovatietrajecten. Dit geldt zeker daar waar het upgraden of vervangen van hoofdwapensystemen en belangrijke componenten betreft, zoals geavanceerde sensorsystemen. Daarnaast zijn er steeds vaker snelle technologische ontwikkelingen die vragen om kort-cyclische innovaties. Met kort-cyclisch innoveren wordt bedoeld dat een snelle (technologische) ontwikkeling die interessant is voor Defensie zo spoedig mogelijk in de organisatie wordt toegepast. Aangezien het hier veelal gaat om innovatie dichtbij de werkvloer is er geen integraal overzicht op centraal niveau van deze innovatieprojecten en wordt dit ook niet nagestreefd. Uiteraard wordt de gouden driehoek waar mogelijk en zinvol betrokken.

95

Wat is de ervaring met Concept Development and Experimentation (CD&E)-werkwijze? Kan er een lijst worden toegestuurd met CD&E-pilots? Hoeveel pilots hebben uiteindelijk tot een concrete aanbesteding geleid?

Het vroegtijdig betrekken van de eindgebruikers bij het experimenteren met en toetsen van mogelijke innovaties wordt (mede) vorm gegeven in Concept Development & Experimentation (CD&E). CD&E is bedoeld om ontwikkelaars en gebruikers bij elkaar te brengen in het ontwikkel- en innovatietraject om producten en diensten in wording zo veel mogelijk te toetsen aan de operationele praktijk. CD&E kent vele verschijningsvormen: van workshops met ontwikkelaars en gebruikers, via gestileerde of meer realistische simulaties, tot proeftuinen, living labs en zelfs experimenten op de werkplek, ingebed in de dagelijkse praktijk. Dat maakt het opstellen van een lijst met CD&E pilots niet mogelijk, evenals een antwoord op de vraag welke pilots tot een aanbesteding hebben geleid. Defensie streeft ernaar de rol van CD&E in haar vernieuwingsprocessen te verstevigen. Dit sluit aan bij een andere ontwikkeling, namelijk die van permanente verbetering van deelsystemen in vaak relatief snelle innovatiecycli. Defensie verlegt haar rol daarbinnen meer naar die van eindgebruiker in plaats van ontwikkelaar, hetgeen het belang van CD&E benadrukt.

96

Klopt het dat marktpartijen die betrokken zijn bij pilots, zoals bij CD&E, niet mee kunnen doen met een eventuele aanbesteding die voortkomt uit een succesvolle pilot? Is er een mogelijkheid binnen de EU-regelgeving of aanbestedingswetgeving om dit wel mogelijk te maken? Vindt u het wenselijk dat partijen die hebben bijgedragen aan pilots ook mee kunnen doen aan een aanbesteding? Waarom wel/niet?

De EU-regelgeving op dit gebied maakt het mogelijk dat de bij CD&E betrokken marktpartijen kunnen meedoen met een eventuele aanbesteding. Dat is ook wenselijk. Anders zouden marktpartijen niet meer in CD&E trajecten stappen.

97

Wanneer wordt gekozen voor een strategische partner voor de IT vernieuwing? Wat is de rol van deze partner precies?

De aanbesteding wordt op dit moment voltooid. Er is een voorlopige gunning afgegeven en het contract zal binnenkort worden getekend. De strategische partner zal Defensie ondersteunen bij het verder professionaliseren van de IT-regie, die zowel tijdens als na het vernieuwingstraject van groot belang is.

98

Wat zijn de financiële kaders voor de IT vernieuwing voor de aankomende vijf jaar?

De financiële kaders zijn de exploitatie- en investeringsreeksen uit de begroting. Binnen die kaders zal Defensie keuzes maken welk deel bestemd is voor de huidige IT en welk deel voor de vernieuwing.

99

Wat zijn de criteria om samenwerkingsprojecten met de industrie goed of af te keuren?

Criteria voor samenwerkingsprojecten zijn de mate waarin wordt voorzien in een behoefte binnen Defensie, het innovatieve gehalte (het te ontwikkelen product is nieuw), de kosten voor Defensie en de mate van (technische) haalbaarheid van het project.

100

Welke regeldruk stagneert de wendbaarheid binnen de organisatie?

Door snelle technologische ontwikkelingen, is sprake van toenemende onzekerheid. De kans dat regels dan knellen, hangt samen met de mate van detail. Een logische uitweg is het naar een hoger abstractieniveau tillen van de regelgeving. Bij operaties is er altijd sprake van een grotere onzekerheid en daarom wordt hier gewerkt met het beginsel van commander’s intent: sturen op de bedoeling en de invulling overlaten aan het oordeel van de professionals naar gelang de situatie die zij aantreffen. Dit principe tracht Defensie nu ook actief toe te passen op haar interne regelgeving: sturing die voldoende ruimte laat voor situatie-afhankelijke invulling, maar tegelijkertijd chaos en willekeur voorkomt. Defensie beschikt over een grote hoeveelheid interne regelgeving en heeft zich daarnaast te houden aan wettelijke kaders en richtlijnen. Het is hierbinnen niet mogelijk specifieke domeinen aan te wijzen waar de interne en exogene regeldruk de wendbaarheid hindert.

101

Zijn er ook risico’s verbonden aan het steeds opnieuw oriënteren en selecteren van leveranciers op het gebied van IT? Zo ja, welke?

Oriëntatie op de markt is noodzakelijk om de dienstverlening voortdurend te kunnen optimaliseren, bijvoorbeeld bij veranderende technologie, eisen of marktomstandigheden. Bij het selecteren van een nieuwe leverancier bestaat het risico dat diensten niet (meer) goed aansluiten. Om dit risico te ondervangen, verstevigt Defensie de regie op het samenstel van IT-diensten, onder meer door het aantrekken van een strategische partner (zie ook het antwoord op vraag 97).

102

Welke stappen onderneemt u om het tekort aan technisch personeel snel op te lossen en hoe is men hierbij concurrerend genoeg om het op te nemen tegen bedrijven uit deze branche, waar het tekort groot is?

Defensie werkt intensief samen met technische netwerken om Defensie als technisch werkgever te profileren en in persoonlijk contact te komen met de doelgroep. Verder worden er specifieke campagnes, wervingsactiviteiten, leerovereenkomsten en stages ingezet. Een voorbeeld van ontplooide activiteiten is het recent georganiseerde Techbase in Rotterdam. Er zijn ook in 2016 aanstellingspremies beschikbaar. Die moeten bijdragen aan het inlopen van het tekort aan technisch personeel en daarmee Defensie bestand maken tegen de concurrentie van technisch georiënteerde bedrijven.

103

Kunt u precies aangeven wanneer in 2016 de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) aan de Kamer wordt aangeboden?

De uitgebrachte adviezen en opmerkingen uit de internetconsultatie worden op dit moment verwerkt. De aan de Kamer toegezegde Privacy Impact Assessment door een onafhankelijke partij zal naar verwachting eind 2015 worden voltooid. Daarna zal het wetsvoorstel worden gereedgemaakt voor verzending naar de ministerraad. Na aanvaarding in de ministerraad kan het worden aangeboden aan de Afdeling Advisering van de Raad van State. Afhankelijk van de tijd die de Afdeling Advisering nodig heeft voor het uitbrengen van haar advies, zal daarna het nader rapport worden opgesteld ten behoeve van aanbieding aan uw Kamer. De daarvoor benodigde tijd is mede afhankelijk van de aard en inhoud van het advies.

104

Worden extra middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van het reservistenbeleid? Zo ja, om welk bedrag gaat het? Zo nee, waarom niet?

105

Worden de bezuinigingen op reservisten tijdens het begrotingsjaar 2015 volledig ongedaan gemaakt tijdens begrotingsjaar 2016? Zo nee, waarom niet en wat zijn de gevolgen voor de defensieorganisatie?

359

Hoe rijmt u de behoefte aan reservisten met de aankondiging van het CLAS dat er gekort wordt op het budget voor de reservisten?

De inzet van reservisten groeit veel sneller dan verwacht. Dat is positief en in lijn met de beoogde intensivering. Bij het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) dreigt dit jaar echter een overschrijding van het personeelsbudget. Om dat te voorkomen heeft het CLAS een tijdelijke beheersmaatregel genomen om de groeiende inzet van reservisten te temperen. Dit is in de huidige situatie onvermijdelijk omdat andere mogelijkheden om de personeelsuitgaven op korte termijn te verminderen, beperkt zijn.

De Landmacht komt haar verplichtingen na en beslist zelf of ze die met reservisten of beroepspersoneel uitvoert. Extra activiteiten buiten de reeds aangegane verplichtingen worden tot het einde van 2015 beperkt.

De extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid zullen onder meer worden gebruikt voor de inzet van reservisten. Het uitwerken van de maatregelen is op dit moment nog gaande. Bij de eerste suppletoire begroting 2016 wordt de artikelsgewijze toedeling van de extra middelen verwerkt en toegelicht.

106

Wordt met de onderhandelaarsovereenkomst eindelijk in financiële zin invulling gegeven aan de bijzondere positie van de militair? Zo nee, waarom niet en wanneer bent u voornemens dit wel te doen?

Bij de beantwoording van de vragen naar aanleiding van mijn brief over de bijzondere positie van de militair heb ik gemeld dat rekening wordt gehouden met de bijzondere positie van de militair in het arbeidsvoorwaardenstelsel van Defensie.

107

In hoeverre loopt de loonontwikkeling van het defensiepersoneel met de bereikte onderhandelaarsovereenkomst in de pas met die van de rest van de rijksoverheid en de markt? Is de voorziene loonruimte van 5,5% voldoende om bij economische hoogconjunctuur defensiepersoneel te werven, binden en behouden?

De loonontwikkeling voor het defensiepersoneel loopt volledig in de pas met de rest van de overheids- en onderwijssectoren. Met de loonstijging van 5,05 procent in twee jaar wordt een substantiële stap gezet in loonontwikkeling na jaren van nullijn. Naast deze loonontwikkeling worden ook gerichte maatregelen genomen voor het werven, binden en behouden van defensiepersoneel.

108

Herinnert u de zich de uitspraak van de Minister-President tijdens de Algemene Beschouwingen op 26 september 2013: «De Wet uniformering loonbegrip (WUL) die militairen zo hard heeft geraakt, is een graat die ons allemaal in de keel steekt. Er is nog geen concreet resultaat, maar er is wel een breed gevoelde wens – en ik denk dat dit genoeg is – om daar iets aan te doen.»? Worden met de onderhandelaarsovereenkomst de negatieve inkomenseffecten als gevolg van de WUL nu volledig gecompenseerd? Zo nee, waarom wordt deze «graat in de keel» van het personeel niet weggenomen?

Reeds in 2013 zijn maatregelen genomen om de negatieve inkomenseffecten van de WUL te mitigeren. In de nota «In het belang van Nederland» is structurele dekking gevonden voor deze maatregelen.

109

Beschikt u over voldoende middelen om de eerder geformuleerde ambitie van 100% vulling in 2016 te realiseren? Zo nee, welk bedrag schiet u tekort?

110

Klopt het dat u sinds 2012 niet meer de totale personeelsomvang in de begroting weergeeft die benodigd is voor een volledig gevulde defensieorganisatie, maar de (geschatte) gemiddelde jaarsterkte? En dat het arbeidsvoorwaardengeld dat over blijft op grond van het verschil tussen die twee – de personeelskosten behorende bij de vacatures – op voorhand al verdeeld is over andere posten binnen de Defensiebegroting? Kunt u uitgebreid ingaan op de kritiek op dit punt van GOV/MHB?

111

Klopt het dat verschillende defensieonderdelen een maximale vullingsgraad opgelegd krijgen, omdat het budget ontbreekt voor 100% vulling? Zo ja, waarom en wat gebeurt er met de middelen die daarmee vrijgespeeld worden?

115

Klopt het dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de afgelopen jaren de benodigde personeelssterkte aan het begin van het jaar al onder de 100% vastgesteld heeft, meestal rond de 93–94% en dat vervolgens begroot werd op minder dan 100% vulling van deze lagere personeelssterkte? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?

118

Klopt het dat sinds 2012 de vulling kunstmatig laag gehouden is om personeelskosten te besparen en het geld elders binnen de defensieorganisatie te besteden? Zo ja, om welk bedrag gaat het?

Volledige vulling blijft het streven maar er zullen altijd categorieën functies blijven bestaan die lastig te vullen zijn. Dit is bij andere werkgevers niet anders.

In aantallen sluit het huidige personeelsbestand aan op het functiebestand. Dat zou duiden op (bijna) 100 procent vulling. De organisatie heeft echter nog een beperkte kwalitatieve mismatch in rangen en schalen waarover ik u in de personeelsrapportage 2014 heb geïnformeerd. Daarnaast is vooral door opleidingen, uitzendingen en (langdurige) ziekte het personeel niet altijd beschikbaar op functie. Met andere woorden, de feitelijke vulling van de eenheden zal altijd lager blijven dan 100 procent terwijl er wel (bijna) 100 procent personeel in de organisatie aanwezig is.

Verschillen tussen de realisatie en het geplande budget worden gedurende het jaar ingepast binnen de begroting. Er is hierbij geen sprake van een opgelegde maximale vullingsgraad voor de defensieonderdelen. Het hier genoemde vullingspercentage betreft al het aanwezige personeel. In de personeelsrapportage naar de Kamer wordt gerapporteerd over het feitelijk inzetbare personeel. Hier valt bijvoorbeeld niet onder het personeel dat op uitzending is of in opleiding. Dit personeel moet uiteraard wel worden betaald en zit derhalve in het budget.

Vanaf 2016 geldt dat een budget van 98 procent wordt toegekend voor een vaste formatie van 100 procent. Dit omdat er altijd sprake is van openstaande functies binnen een organisatie door frictie tussen vraag en aanbod van personeel. Het personeelsbestand is echter duurder geworden door onder meer het verhogen van de ontslagleeftijd. Daardoor is inderdaad spanning ontstaan op het personeelsbudget. Er vallen dus geen middelen vrij.

De extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid komen onder meer ten goede aan het verbeteren van de personele gereedheid, en daarmee tevens de personele vulling.

112

In hoeverre is de afgelopen en komende jaren sprake van O=P=F? Hoe beoordeelt de kritiek van GOV/MHB dat u zonder overeenstemming te hebben bereikt met de Centrales voor Overheidspersoneel, zelfs zonder hen daarin te kennen, sinds 2012 1,7 miljard euro onttrokken heeft aan het arbeidsvoorwaardenbudget?

Vanwege de reorganisaties is in de afgelopen jaren gestuurd op het werkelijk aanwezige personeel. Vanaf 2016 geldt weer Organisatie=Personeel=Financiën.

Alle afspraken over arbeidsvoorwaarden worden in het Sector Overleg Defensie gemaakt. De overeengekomen arbeidsvoorwaarden gelden te allen tijde onverkort voor al het defensiepersoneel.

Er is op geen enkele manier geld onttrokken aan de arbeidsvoorwaarden. De daling van de budgetten wordt veroorzaakt door ontwikkelingen in de formatie en niet door verandering van de arbeidsvoorwaarden. De ontwikkelingen in de formatie van de defensieonderdelen worden toegelicht in de begroting.

113

Klopt het dat de forse achterstand in de primaire arbeidsvoorwaarden, zoals geduid door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn rapport «Trends & Cijfers 2014 Werken in de Publieke Sector» onveranderd is gebleven? Wat gaat u hieraan doen? Bent u alsnog bereid in financiële zin invulling te geven aan de bijzondere positie van de militair?

114

Klopt het dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2014 heeft laten berekenen dat het defensiepersoneel 4% achter loopt in de primaire arbeidsvoorwaarden t.o.v. de overige Rijksambtenaren? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

Het rapport Trends & Cijfers 2014 gaat uitsluitend in op de primaire arbeidsvoorwaarden. Wat betreft de ontwikkeling van de primaire arbeidsvoorwaarden loopt het defensiepersoneel in 2015 en 2016 in de pas met de overige overheids- en onderwijssectoren met de loonstijging van 5,05 procent. De totale arbeidsvoorwaarden omvatten ook de secundaire arbeidsvoorwaarden.

115

Klopt het dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) de afgelopen jaren de benodigde personeelssterkte aan het begin van het jaar al onder de 100% vastgesteld heeft, meestal rond de 93–94% en dat vervolgens begroot werd op minder dan 100% vulling van deze lagere personeelssterkte? Kunt u uw antwoord uitgebreid toelichten?

Zie het antwoord op vraag 109.

116

Hoe gaat u de trend van de afgelopen jaren van hogere uitstroom dan instroom keren, in het licht ook van de aantrekkende economie?

Door de benodigde krimp van de organisatie was de afgelopen jaren de uitstroom hoger dan de instroom. Het personeelsbestand heeft zich inmiddels in aantallen gestabiliseerd. De eerste helft van 2015 laat zien dat de uitstroom van militair personeel lager is dan de planning. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een daling in de reguliere uitstroom.

Voor enkele categorieën blijft het lastig personeel te werven. Naast inspanningen aan de wervingszijde neemt de organisatie ook maatregelen voor het behoud van dit personeel. Dit gebeurt onder meer door het aanbieden van een FPS fase 3 contract. Tekorten worden aangevuld door inzet van reservisten of inhuur.

117

Wat gaat u doen aan de door de Inspecteur-generaal der Krijgsmacht (IGK) vastgestelde te hoge werkdruk onder het personeel? Klopt het dat er nauwelijks personele «redundantie» in de organisatie is en dat er jarenlang ingezet is op lagere personeelssterkte en ondervulling?

De werkdruk wordt veroorzaakt door een lagere vullingsgraad maar ook doordat het aantal functies is afgenomen. Er is dus minder redundantie in de organisatie dan voor 2011. Dit vraagt om een andere manier van werken. Vooral op de werkvloer ervaart men de lagere vullingsgraad omdat personeel niet altijd beschikbaar is in verband met het volgen van opleidingen, uitzendingen of ziekte. De organisatie blijft streven naar een hogere vullingsgraad door een persoon pas te vervangen op het moment dat zijn opvolger is opgeleid of deels is opgeleid, door het ziekteverzuim terug te dringen en door te zorgen voor een betere afstemming bij de overgang van de ene functie naar de volgende functie. Voorts wordt met de extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht ingezet op meer personele capaciteit.

118

Klopt het dat sinds 2012 de vulling kunstmatig laag gehouden is om personeelskosten te besparen en het geld elders binnen de defensieorganisatie te besteden? Zo ja, om welk bedrag gaat het?

Zie het antwoord op vraag 109.

119

Kunt u de verdere versterking van de samenwerking met het wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs in 2016 concreet toelichten?

De Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW) bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) werkt op verschillende manieren samen met het civiele hoger onderwijs. Allereerst hebben veel van de FMW-hoogleraren een dubbelbenoeming bij de FMW en bij één van de Nederlandse universiteiten (waaronder de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Twente, Tilburg University of de Radboud Universiteit). Daarnaast heeft de FMW verschillende samenwerkingsverbanden met universiteiten. In 2015 is bijvoorbeeld een samenwerkingscontract afgesloten met TU Delft (Faculteit 3ME) over verdergaande samenwerking op het gebied van maritiem-technisch onderwijs en onderzoek. Via de diverse promovendi die onderzoek doen bij en begeleid worden door FMW-hoogleraren zijn er contacten met de meeste universiteiten in Nederland en onderzoeksinstituten als TNO, NLR of Marin. Op dit moment wordt verdergaande samenwerking onderzocht op het gebied van Military Strategic Studies met verschillende universiteiten. Daarnaast wordt er ook samengewerkt met andere (onderwijs en onderzoeks)instellingen zoals de kustwacht en de politieacademie.

120

Klopt het dat het ziekteverzuim bij Defensie aan het toenemen is? In hoeverre heeft de hoge werkdruk hiermee te maken?

Nee dat klopt niet. Het ziekteverzuim bij Defensie vertoont over de afgelopen jaren voor zowel militair- als burgerpersoneel juist een dalende trend.

121

Weet u wat de redenen zijn voor de hogere irreguliere uitstroom de afgelopen jaren? Klopt het dat achterblijvende arbeidsvoorwaarden, gebrek aan carrièreperspectief (numerus fixus), gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden (budgettaire problemen) en de hoge werkdruk belangrijke redenen voor deze uitstroom zijn en wat gaat u hieraan doen?

De redenen voor een verhoogde irreguliere uitstroom de afgelopen jaren ligt vooral in de opgelegde krimp van Defensie. Personeel moest vertrekken naar aanleiding van de bezuinigingen uit de Beleidsbrief 2011. De top drie van meest genoemde redenen bij vertrek bestaat uit: «interessante(re) mogelijkheden buiten Defensie», «loopbaan-/ontwikkelingsmogelijkheden» en «reorganisatie». Nu Defensie de reorganisatie grotendeels achter de rug heeft, zal de verhoogde irreguliere uitstroom naar verwachting afnemen.

122

Klopt het dat numerus fixus van 2016 niet gehaald wordt en als de leegloop niet tot stand wordt gebracht ook de (nieuwe!) numerus fixus van 2020 niet haalbaar zal zijn? Wat gaat u hieraan doen?

342

Is er sprake van een gewenst evenwicht in het aantal functionarissen burgerpersoneel per salarisschaal in 2016? Zo nee, op welke wijze zal dit verder wijzigen?

343

Is er sprake van een gewenst evenwicht in het aantal militairen per rang in 2016? Zo nee, op welke wijze zal dit verder wijzigen?

De afgelopen jaren is toegewerkt naar de formatie 2016. Op dit moment is het gewenste evenwicht nog niet geheel bereikt. De verwachting is dat het evenwicht in 2016 wel grotendeels wordt bereikt. In een aantal schalen en rangen zijn de verschillen ten opzichte van de formatie 2016 wat groter. De komende jaren wordt door gebruikmaking van de instrumenten in het in- door- en uitstroomproces gewerkt aan de verbetering van de balans in deze schalen en rangen.

123

Hoe past een eventuele cao (loon)verbetering in de begroting?

124

Is er binnen de begroting ruimte om het akkoord, dat reeds is goedgekeurd, te bewerkstelligen loonververhoging?

Aanpassingen in de cao worden verwerkt binnen de begroting. Voor de loonontwikkeling die voortvloeit uit het bovensectoraal akkoord geldt dat deze voor 2015 zal worden verwerkt in de tweede suppletoire begroting 2015. Voor de jaren 2016 en verder wordt dit akkoord verwerkt in de eerste suppletoire begroting 2016. De dekking van de overeengekomen loonontwikkeling bestaat uit een kabinetsbijdrage, de referentieruimte 2016 en de afspraken die zijn gemaakt over de versobering van de pensioenen.

125

Moet de inspanning niet ook, naast lastig te werven personeel, gericht zijn op instroom van voldoende personeel in het algemeen? Welke streefcijfers hanteert u en hoe realistisch acht u deze met een sterk aantrekkende economie?

Naast de extra wervingsinspanningen om de lastig te werven categorieën zoals technisch personeel, artsen en tandartsen te werven, blijft de werving ook gericht op de instroom van de overige categorieën personeel. Defensie zoekt daarbij voortdurend naar mogelijkheden om deze werving te verbeteren, zowel de werving- en selectieketen als de arbeidsmarkcommunicatie (gerichte campagnes). Defensie blijft bij de werving van alle categorieën (lastig te werven of niet) streven naar een 100 procent wervingsresultaat.

Het is echter niet wenselijk om de verminderde resultaten van de lastig te werven categorieën te compenseren met meer instroom vanuit de overige categorieën. Een 100 procent wervingsresultaat defensiebreed zal dan onherroepelijk leiden tot een mismatch in de samenstelling van het personeelsbestand.

126

U geeft aan dat goed inzicht in de kosten van onder meer personeel een basisvoorwaarde is. Is dit inzicht nu onvoldoende en zo ja, waarom en wat gaat u hieraan doen?

Het inzicht in de uitgaven van personeel is voldoende. Het inzicht in de kosten van (indirect) personeel gerelateerd aan wapensystemen wordt voor een belangrijk deel handmatig opgebouwd. De haalbaarheid voor het opnemen van deze gegevens in de basisadministratie wordt onderzocht. Hiervoor is een informatieanalysetraject gestart dat loopt tot midden 2016.

127

Gaat u bij de werving van technisch personeel, net als bij de instroom van vliegers, bij de instroom van technisch personeel de criteria aanpassen? Zo ja, op welke onderdelen?

De criteria voor technici worden waar mogelijk aangepast. Er wordt bij de vulling van de technische vacatures maatwerk in ruime zin toegepast. Zo wordt gekeken naar de vooropleidingen en bezien of omscholing mogelijk is. Dispensatievragen kunnen worden voorgelegd aan het defensieonderdeel en de NLDA. Militairen die als ongeschikt zijn gekenmerkt, worden, zo mogelijk, alternatieven geboden om te opteren als burgermedewerker binnen Defensie. Bij het niet voldoen aan een van de leeftijdscriteria die voor instromende militairen gelden, wordt onderzocht of een maatwerktraject «bijzondere instroom» kan plaatsvinden. Ook wordt de sollicitant gewezen op een aanstelling als reservist.

128

Gaat u voor het aantrekken en behoud van diverse personeelsgroepen de loonstructuur aanpassen?

De uitvoering van het actieplan werving en behoud uit 2013 heeft bijgedragen aan voldoende instroom voor het merendeel van de functies en aan de vulling overeenkomstig de behoefte. Wel blijft het voor bepaalde functies lastig om de gewenste vulling te bereiken. Het betreft de zogenoemde schaarste-categorieën. Defensie heeft gerichte maatregelen genomen om ook bij deze categorieën tot de gewenste vulling te komen. Zo worden door het Dienstencentrum Werving en Selectie in samenspraak met de defensieonderdelen, gerichte reclamespots en online arbeidsmarktcommunicatie ingezet alsmede specifieke wervingsevenementen die aansluiten bij het opleidingsniveau (onder andere Techbase).

Daarnaast zal verder worden gewerkt aan de doorontwikkeling van het Flexibel Personeel Systeem (FPS). De gemaakte afspraken over het FPS, die onder meer zien op de intensivering van loopbaanbegeleiding, versterking van scholing en opleiding en het flexibiliseren van het doorstroommoment naar FPS fase 3, worden in volgende deelakkoorden geconcretiseerd. De conclusies en aanbevelingen van de beleidsdoorlichting FPS, die op 28 mei aan uw Kamer zijn verstuurd, zullen worden meegenomen bij de doorontwikkeling van het FPS. Zolang het overleg met de centrales van overheidspersoneel gaande is, kan ik u over de inhoud van de doorontwikkeling van het FPS nog niet nader informeren.

129

Hoe werkt u aan het verbeteren van de ramingssystematiek?

Zie het antwoord op vraag 40.

130

In hoeverre wordt in het kader van goede interne control-functies ingezet op verbetering van de projectadministratie bij het project F-35?

In 2015 is reeds extra personele (financiële) capaciteit aan het project F-35 toegevoegd. Verder wordt onderzocht of en hoe het projectmanagement voor grote projecten structureel beter ondersteund kan worden. Daarnaast heeft Defensie onderzocht of er verbeteringen mogelijk zijn in de inrichting van de projectadministraties binnen Defensie Materieel Organisatie (DMO). De uitkomsten van dit onderzoek bevatten aanknopingspunten voor de verdere verbeteringen van projectadministraties. Voorstellen voor verbetering worden nu – waar nodig en mogelijk – geïmplementeerd.

131

Wanneer komt er een definitief besluit over het AOW-gat?

In het eerste deelakkoord arbeidsvoorwaarden Defensie is vastgelegd dat AOW en pensioenleeftijd aan elkaar gekoppeld zullen worden. Hierdoor is er op termijn geen sprake meer van een AOW-gat. Met de centrales van overheidspersoneel is een voorziening voor het AOW-gat overeengekomen die in oktober 2015 in werking is getreden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Alle deelakkoorden samen vormen straks het arbeidsvoorwaardenakkoord. Het tijdelijke karakter van de afspraken in de deelakkoorden verdwijnt zodra het arbeidsvoorwaardenakkoord gesloten is.

132

Onder voorbehoud van politieke besluitvorming zal België in 2016 de luchtcampagne tegen ISIS overnemen voor de duur van een jaar. Gelet op de zorgelijke toestand van de Belgische krijgsmacht, hoe ziet u de uitvoering van deze missie als België de missie niet kan of wil overnemen? Zijn er plannen voor 2017 na het jaar Belgische inzet?

167

Hoe zit het met de eventuele Belgische deelneming/overname aan/van de missie in Irak?

De Belgische krijgsmacht kan in 2016 de uitvoering van de luchtcampagne tegen ISIS overnemen. Onder voorbehoud van politieke besluitvorming zal België de Nederlandse inzet vanaf juli 2016 werkelijk overnemen voor de duur van een jaar. Afhankelijk van de behoefte en na politieke besluitvorming zou Nederland het vervolgens in 2017 weer van België kunnen overnemen.

133

Welk exploitatierisico wordt met de kasschuif IT van 10 miljoen euro van 2020 naar 2016 afgedekt? Is dit alleen van toepassing in 2016, of is het mogelijk dat er een structureel exploitatietekort is?

Er zijn maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat de exploitatie in 2016 binnen budget blijft. De kasschuif dekt het risico af dat de maatregelen onvoldoende opleveren. Als dat zo blijkt te zijn dan worden voor de volgende jaren aanvullende maatregelen genomen.

134

Hoe ontwikkel(d)en de defensie-uitgaven zich jaarlijks als percentage van het BBP in de jaren 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020? Word hiermee voldoende invulling gegeven aan de afspraak op de NAVO-top in Wales (september 2014) om de defensie-uitgaven in tien jaar tijd toe te laten groeien in de richting van de NAVO-norm van 2% BBP? Waarom wel/niet?

135

Hoe ontwikkel(d)en de defensie-uitgaven zich als percentage van het BBP in de jaren 2014, 2015, 2016, 2017, 2018, 2019 en 2020? Kunt u daarbij het jaarlijks overhevelen van 60 miljoen euro naar de begrotingen van de Ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, in het kader van het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV), meenemen en aangeven wat de gevolgen daarvan zijn?

137

Klopt het dat in het begrotingsjaar 2015 de Defensie-uitgaven gedaald zijn als percentage van het BBP? Hoeveel extra geld was nodig geweest om de uitgaven tenminste op hetzelfde peil te houden, en hoe verhoudt zich een en ander tot de afspraak in Wales om de defensie-uitgaven in tien jaar tijd te verhogen in de richting van de NAVO-norm van 2% BBP?

138

Is er wel sprake van een «trendbreuk» nu uit de meerjarencijfers in de begroting 2016 blijkt dat vanaf 2016 de omvang van de defensiebegroting in relatie tot het BBP afneemt?

139

Is er wel sprake van een «trendbreuk» nu uit de meerjarencijfers in de begroting 2016 blijkt dat vanaf 2016 de omvang van de defensiebegroting in relatie tot het BBP afneemt?

Op basis van de meest recente cijfers in de Macro-economische Verkenningen (MEV) 2016 van het CPB kan het volgende overzicht van de jaren 2014 t/m 2016 gegeven worden. Cijfers over 2017 en verder zijn niet beschikbaar en kunnen dus ook niet worden gegeven

In € miljard

2014

2015

2016

BBP (CPB raming 15 september 2015)

662,8

681,2

704,0

Bruto defensiebudget

7,8

8,0

8,2

(minus) Ontvangsten

0,3

0,4

0,3

Netto defensiebudget realisatie 2014 en stand OB2016

7,5

7,6

8,01

In percentage BBP

1,13%

1,12%

1,13%

X Noot
1

Door afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

De extra middelen in de begroting 2016 voor de versterking van de basisgereedheid zijn opgenomen in bovenstaande berekening. De € 60 miljoen die jaarlijks naar de Ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking worden overgeheveld beslaan voor 2016 ongeveer 0,009 procentpunt op het percentage van het BBP dat aan Defensie wordt uitgegeven. Overigens betreft € 20 miljoen hiervan dienstverlening door Defensie aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Uit bovenstaande berekening blijkt dat de defensie-uitgaven als percentage van het BBP in 2015 met 0,01 procentpunt zijn afgenomen ten opzichte van 2014. Om op een gelijk niveau te blijven zijn voor 2015, ten opzichte van 2014, ongeveer € 90 miljoen extra uitgaven nodig. Doordat de economie harder groeit dan verwacht, stijgt ook het BBP. Dit is de grootste oorzaak van een afnemende omvang van de defensiebegroting in relatie tot het BBP in 2015.

Zoals bekend heeft het kabinet met de intensivering in de begroting voor 2015 een trendbreuk bij Defensie ingezet, waarmee de dalende trend van defensie-uitgaven is gekeerd. De maatregelen in de begroting 2016 zijn opnieuw een stap voorwaarts in het meerjarig perspectief dat het kabinet voor Defensie voor ogen heeft. In mijn brief van 19 juni jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 81) heb ik vervolgstappen geschetst voor Defensie. Deze stappen zijn afhankelijk van de ontwikkelingen in de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden. Met de intensiveringen bij Defensie wordt invulling gegeven aan de Wales Summit Declaration.

136

Kunt u uitgebreid ingaan op het overhevelen van een bedrag van 200 miljoen euro bij de investeringen van 2016 naar de jaren 2018 en 2019? Waarom wordt zo'n groot bedrag overgeheveld, terwijl u kampt met een te lage investeringsquote en steeds hoger oplopende investeringsachterstanden?

147

Betekent het feit dat 200 miljoen euro van de investeringen in 2016 wordt doorgeschoven naar 2018 en 2019 dat u niet weet waar u de 220 miljoen euro extra voor Defensie in 2016 aan moet uitgeven?

245

Kunt u toelichten welke investeringen uitgesteld worden nu vanuit de begroting 2016 200 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 2018 en 2019?

247

Kunt u concreet toelichten wat u precies bedoelt met «budgetten en investeringsplannen beter op elkaar aan laat sluiten» en het besluit om daartoe 200 miljoen euro uit het investeringsbudget voor 2016 door te schuiven naar 2018 en 2019?

De verschuiving van € 200 miljoen uit 2016 betreft een mutatie ten behoeve van de optimalisatie van het kasritme. In de jaren 2018 en 2019 heeft Defensie hierdoor additioneel budget beschikbaar. Deze mutatie heeft geen verstoring in het investeringsplan veroorzaakt. Voor de projecten in uitvoering in 2016 is voldoende budget voorzien in deze begroting.

137

Klopt het dat in het begrotingsjaar 2015 de Defensie-uitgaven gedaald zijn als percentage van het BBP? Hoeveel extra geld was nodig geweest om de uitgaven tenminste op hetzelfde peil te houden, en hoe verhoudt zich een en ander tot de afspraak in Wales om de defensie-uitgaven in tien jaar tijd te verhogen in de richting van de NAVO-norm van 2% BBP?

138

Is er wel sprake van een «trendbreuk» nu uit de meerjarencijfers in de begroting 2016 blijkt dat vanaf 2016 de omvang van de defensiebegroting in relatie tot het BBP afneemt?

139

Is er wel sprake van een «trendbreuk» nu uit de meerjarencijfers in de begroting 2016 blijkt dat vanaf 2016 de omvang van de defensiebegroting in relatie tot het BBP afneemt?

Zie het antwoord op vraag 134.

140

Hoeveel jaar wordt de Gulfstream nog aangehouden?

141

Wat is de reden dat de Gulfstream langer wordt aangehouden? Kunt u dat inhoudelijk toelichten?

142

Hoeveel kost het per jaar dat de Gulfstream langer wordt aangehouden?

Bij de begroting 2015 is besloten om de Gulfstream later af te stoten omdat Defensie behoefte houdt aan snel en flexibel transport naar missiegebieden. Het exacte moment van uitfasering is nog niet bepaald. Tot die tijd kan de Gulfstream, net als in de huidige situatie, ook voor regeringsvluchten worden ingezet. De kosten voor het aanhouden van de Gulfstream zijn geraamd op ongeveer € 3,6 miljoen per jaar.

143

Kunt u aangeven en uitsplitsen van welke departementen budgetoverheveling heeft plaatsgevonden?

Voor het jaar 2016 hebben de volgende departementale budgetoverhevelingen plaatsgevonden:

Budgetoverhevelingen(bedragen x € 1.000)
 

2016

Uitgaven onderhoud Groene Draeck van AZ naar Defensie (artikel 2 Zeestrijdkrachten)

51

Personele Kosten Air Marshall security van V&J naar Defensie (artikel 5 Koninklijke Marechaussee)

350

Verlagen tarieven eenheidsprijzen kantoren van BZK naar Defensie (artikel 8 CDC)

4.000

Tegemoetkoming apparaatskosten BES eilanden van Defensie naar BZK

254

144

Hoe verklaart u het verschil in de defensie-uitgaven van 7,5 miljoen euro zoals gepresenteerd in de Miljoenennota, respectievelijk in de Defensiebegroting van 8,2 miljard euro? Kunt u dit verschil uitgebreid toelichten? Welk bedrag wordt gebruikt voor de berekening van het percentage defensie-uitgaven van het BBP?

Het bedrag van € 7,5 miljard, zoals gepresenteerd in de Miljoenennota (pagina 3), betreft een weergave van de defensie-uitgaven van € 8,2 miljard exclusief de HGIS-budgetten (€ 382 miljoen) en de ontvangsten (€ 269 miljoen). Het bedrag dat wordt gebruikt voor de berekening van het percentage defensie-uitgaven van het BBP is € 8,2 miljard euro (pagina 124). Zie hiervoor ook vraag 134.

145

Klopt het dat het budget voor Defensie in vergelijking met de suppletoire begroting van 2015 met slechts 71 miljoen euro verhoogd wordt (8.234–8162,4=71,6)?

De totale uitgaven in 2016 stijgen inderdaad met € 71 miljoen. Zoals vermeld in het overzicht en de toelichting op pagina 16 van de defensiebegroting is dit de som van een aantal mutaties. In de ontwerpbegroting 2016 ontvangt Defensie € 280 miljoen voor de versterking van de basisgereedheid en voor crisisbeheersingsoperaties. Daarnaast is onder meer € 200 miljoen van het investeringsbudget doorgeschoven naar 2018 en 2019 en zijn de verkoopontvangsten neerwaarts bijgesteld (-€ 45 miljoen). Deze bijstelling van ontvangsten is onder meer het gevolg van het uit de verkoop halen van negen Cougars vanwege het invullen van de helikopter capability gap en het langer aanhouden van de Gulfstream.

146

Hoe kan het dat de inzetbaarheidsdoelstellingen (het ambitieniveau) voor het eerst beschreven in september 2013 in de nota «In het belang van Nederland» nog exact hetzelfde is als die van de vorige begroting terwijl de wereld toch ook volgens u een stuk onveiliger is geworden?

Zie het antwoord op vraag 8.

147

Betekent het feit dat 200 miljoen euro van de investeringen in 2016 wordt doorgeschoven naar 2018 en 2019 dat u niet weet waar u de 220 miljoen euro extra voor Defensie in 2016 aan moet uitgeven?

Zie het antwoord op vraag 136.

148

In hoeverre maakt de NAVO het landen mogelijk om te investeren in nichecapaciteiten?

Het Navo Defensie Planning Proces (NDPP) is hét instrument om te waarborgen dat de Navo, nu en in de toekomst, beschikt over de vereiste capaciteiten om invulling te geven aan de drie kerntaken van Navo. Het NDPP heeft als primair doel het identificeren en aanbrengen van prioriteiten tussen de benodigde capaciteiten. Deze capaciteiten worden vervolgens over de lidstaten verdeeld, met als uitgangspunt dat geen enkele lidstaat meer dan 50 procent van een bepaalde capaciteit hoeft in te brengen.

Tijdens de ministeriële bijeenkomst in juni 2014 heeft de Secretaris-generaal de defensieministers een rapport over de behoefte aan Navo-capaciteiten aangeboden. Hieruit bleek dat vooral vanwege de dalende defensiebudgetten sprake is van langdurige zowel kwantitatieve als kwalitatieve tekorten.

De bondgenoten hebben tijdens de Navo-top in Wales afgesproken de trend van dalende defensie-uitgaven te keren en de beschikbare middelen nog effectiever te gaan inzetten met een focus op de belangrijkste capaciteitstekorten binnen de Navo.

149

Welke deel van de structurele politietaken van de Koninklijke Marechaussee (KMar) worden door u zelf betaald en welk deel niet?

Op grond van artikel 4 uit de Politiewet voert de KMar een aantal structurele politietaken uit. Deze taken worden volledig uit de defensiebegroting betaald. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie draagt jaarlijks bij aan de defensiebegroting voor een deel van deze taken. Het betreft een bijdrage voor taken die worden genoemd in de vreemdelingenwet.

150

Hoe verhouden de aanvallende cybercapaciteiten zowel organisatorisch als budgettair zich tot de totale anti-cyber capaciteiten van de overheid?

De primaire aandacht van de overheid ligt bij de bescherming van Nederland. Ook voor Defensie geldt dat er voornamelijk wordt gewerkt aan het zo sterk mogelijk maken van de cyber security, en dus het weerbaar zijn als het gaat om de cyberdreiging. Alhoewel cyber security iets is dat voor alle organisatieonderdelen van Defensie van belang is, zijn vooral het JIVC en de MIVD, waaronder de JSCU (Joint Sigint Cyber Unit), dagelijks bezig met de bescherming van het cyberdomein. Voor het DCC geldt dat het zich, samen met andere onderdelen van Defensie, bezig houdt met de opbouw van operationele cybercapaciteiten. Een harde scheiding tussen de werkzaamheden die worden verricht ten behoeve van de defensieve en de meer offensieve capaciteiten kan niet worden gemaakt. Zo draagt het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) met zijn kennis bijvoorbeeld bij aan alle defensiespelers in het cyberdomein. Offensieve militaire cyber capaciteiten zijn dan ook onderdeel van het geheel aan maatregelen die de overheid neemt ter verhoging van de weerbaarheid.

151

Wat is het verschil tussen een beleidsdoorlichting en een evaluatie?

Het Rijk organiseert diverse soorten evaluaties. Volgens de regeling van de Minister van Financiën houdende regels voor periodiek evaluatieonderzoek (Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek) is een een beleidsdoorlichting een synthese-onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van (een substantieel, samenhangend deel van) het beleid. De beleidsdoorlichting steunt daarmee op door de departementen georganiseerd (enkelvoudig) evaluatieonderzoek naar de doeltreffendheid en/of de doelmatigheid van beleid.

152

Waarom is bij het DMP, Veteranenzorg en de basisimplementatie Enterprise Resource Planning (ERP) gekozen voor een evaluatie in plaats van een beleidsdoorlichting?

153

Waarom komen de beleidsdoorlichtingen digitale weerbaarheid en cyberoperaties en integriteit te vervallen?

De aard en omvang van de specifieke beleidsonderwerpen DMP en basisimplementatie ERP lenen zich beter voor een evaluatie dan een beleidsdoorlichting. De beleidsdoorlichting integriteit is komen te vervallen omdat dit onderwerp zich niet goed leent voor een beleidsdoorlichting volgens de nadere bepalingen van de Regeling Periodiek Eveluatieonderzoek. De beleidsdoorlichting digitale weerbaarheid en cyberoperaties is komen te vervallen omdat het beleid eerst voldoende geïmplementeerd en geëvalueerd moet zijn om een beleidsdoorlichting uit te voeren. Hetzelfde geldt voor de beleidsdoorlichting veteranenzorg.

154

Hoe komt u tot deze keuze voor onderwerpen van beleidsdoorlichtingen?

Defensie bepaalt jaarlijks met de totstandkoming van de begroting de onderwerpen voor nieuwe beleidsdoorlichtingen. Richtinggevend daarbij is dat, conform de eis uit de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek, al het beleid ten minste eens in de zeven jaar in een beleidsdoorlichting moet worden geëvalueerd.

155

Wanneer in 2016 krijgt de Kamer de beleidsdoorlichting BIV?

De doorlichting wordt uitgevoerd in 2016. Het rapport zal voor eind 2016 samen met een kabinetsreactie en het oordeel van de onafhankelijke deskundige, aan het parlement worden aangeboden. Gerelateerd evaluatieonderzoek, zoals de evaluaties over militaire operaties, wordt betrokken bij de beleidsdoorlichting BIV.

156

Voldoet het beleid van verzekeren goed? Loopt u hier alsnog tegen problemen op? Hoe vaak is de laatste jaren van deze regeling gebruikt gemaakt?

Het beleid voldoet. Er worden geen problemen ervaren in de uitvoering van de regeling. In 2015 is eenmalig gebruik gemaakt van de regeling. In de afgelopen vijf jaar is twee keer gebruik gemaakt van de regeling.

157

Worden alle lopende en geplande missies nu binnen het BIV en zonder kasschuiven gefinancierd? Zo nee, welke kasschuiven vinden ondanks de verhoging van 60 miljoen euro nog steeds plaats en waarom?

159

Klopt het dat er nog steeds 123 miljoen euro via een kasschuif uit de periode 2017–2019 naar voren gehaald om ter financiering van de huidige missie in Irak tegen ISIS? Wordt de verlenging ook met een kasschuif gefinancierd? Hoe solide acht u deze wijze van financieren, ook in het licht van de kritiek vanuit de Kamer?

In de nota van wijziging van 18 november 2014 (Kamerstuk 34 000 V, nr. 12) is opgenomen dat het kabinet heeft besloten deel te nemen aan de strijd tegen ISIS in Irak en dat de financiering grotendeels uit de HGIS-onvoorzien komt door middel van een kasschuif uit de jaren 2017 t/m 2019. Deze kasschuif was nodig om de eerste fase van de ISIS missie in Irak te financieren. De middelen zijn vervolgens overgeheveld naar het onderdeel crisisbeheersingsoperaties van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) op de begroting van Defensie. De verlenging van de missie wordt gefinancierd uit de middelen die in het BIV 2016 beschikbaar komen, waaronder de structurele ophoging met € 60 miljoen vanaf 2016. De financiering is derhalve solide.

158

Wordt de inzet in het kader van Baltic air policing nog steeds vanuit de reguliere defensiebegroting gefinancierd, en niet vanuit het BIV? Zo ja, bent u bereid op dit punt de afspraken over de financiering vanuit het BIV te verruimen?

In 2014 kon de Nederlandse bijdrage aan Baltic Air Policing ingepast worden binnen het reguliere oefen- en trainingsschema van het Commando Luchtstrijdkrachten en werd derhalve uit de defensiebegroting gefinancierd. Financiering van toekomstige bijdragen zullen per geval moeten worden bezien.

159

Klopt het dat er nog steeds 123 miljoen euro via een kasschuif uit de periode 2017–2019 naar voren gehaald om ter financiering van de huidige missie in Irak tegen ISIS? Wordt de verlenging ook met een kasschuif gefinancierd? Hoe solide acht u deze wijze van financieren, ook in het licht van de kritiek vanuit de Kamer?

Zie het antwoord op vraag 157.

160

Klopt het dat inzet ten behoeve van het Airborne Warning And Control System plaatsvindt vanuit het instandhoudingsbudget van Defensie, en niet gefinancierd wordt vanuit het BIV? Waarom niet en bent u bereid dit te veranderen?

De inzet van AWACS in het kader van de geruststellende maatregelen wordt gefinancierd uit het reguliere Navo-budget waar Defensie een bijdrage aan levert. Assurance measures zijn momenteel niet ondergebracht in het BIV, omdat deze worden uitgevoerd in het kader van de collectieve verdedigingstaak van de Navo en daarmee buiten de criteria van het BIV vallen.

161

Kunt u toelichten welke inzet concreet viel onder de post «overige inzet» in 2015?

Onder de post «overige inzet» valt inzet door Defensie, niet aan te merken als crisisbeheersingsoperaties of nationale inzet in het kader van de Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Verantwoording over begrotingsjaar 2015 volgt in het jaarverslag 2015. Te denken valt aan de inzet in het kader van de Nuclear Security Summit en de ramp met vlucht MH-17. Verantwoording over begrotingsjaar 2015 volgt in het jaarverslag 2015.

162

Waar zit het verschil tussen de kosten van de programma uitgaven zoals dat vermeld is in de jaren 2015 (bedrag 301.477 euro), 2016 (bedrag 367.889 euro) en 2017 en verder (bedrag 318.388 euro) in?

In 2015 en 2016 is budget toegevoegd ter financiering van de strijd tegen ISIS, Resolute Support en MINUSMA. Daarnaast is vanaf 2016 structureel € 60 miljoen toegevoegd aan het BIV voor de financiering van missies.

163

Waarom pakt de verdeelsleutel crisisbeheersingsoperaties/verdeelartikel BIV (HGIS) na 2016 minder voordelig uit voor Defensie?

362

Waarom wordt het budget voor het BIV eerst volledig op de begroting van Defensie gezet en later gedeeltelijk overgebracht naar de begroting van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?

In het kabinet is afgesproken dat jaarlijks een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar blijft voor activiteiten van BZ en BH&OS ten behoeve van onder meer de hervorming van de veiligheidssector, beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is, rechtstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw. Voor Defensie blijft er € 59,5 miljoen beschikbaar ten behoeve van training en capaciteitsopbouw, civiel-militaire capaciteiten, enablers, de uitzendbare KMAR-pool, missie-gerelateerde nazorg en VPD's. Na interdepartementale besluitvorming worden de middelen – beschikbaar voor activiteiten van BZ en BH&OS – jaarlijks bij de eerste suppletoire begroting overgeheveld naar de betreffende begrotingen. Deze afspraak bestaat sinds het instellen van het BIV en blijft na 2016 ongewijzigd.

164

Kunt u een toelichting geven waaraan de 500.000 euro op het budget van EUNAVFOR Atalanta in 2016 zal worden uitgegeven?

Het budget is nodig voor de dekking van overlopende verplichtingen uit 2015. Deze inzet in 2015 eindigt in december waardoor een deel van de uitgaven pas in 2016 worden gedaan.

165

Wat waren de totale kosten zoals deze gemaakt zijn voor het inrichten van de missie in het kader van Minusma (Mali)?

Het is op basis van de huidige administratie niet zondermeer mogelijk inzichtelijk te maken wat de gerealiseerde additionele uitgaven per missiefase zijn.

166

Wat zijn de totale redeployment kosten van de Patriot missie Turkije?

De totale raming voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel bedraagt € 15,9 miljoen.

167

Hoe zit het met de eventuele Belgische deelneming/overname aan/van de missie in Irak?

Zie het antwoord op vraag 132.

168

Wat waren de totale kosten voor redeployment mbt de missie Police Training Kunduz?

De totale raming voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel bedraagt € 15,1 miljoen. Het is op basis van de huidige administratie niet zondermeer mogelijk inzichtelijk te maken wat de gerealiseerde additionele uitgaven per missiefase zijn.

169

Voor welke periode is het bovenste gedeelte van het Tangram hotel in Erbil afgehuurd door defensie?

Gedurende de eerste negen maanden heeft het Nederlandse detachement in Erbil gebruik gemaakt van een hotel.

170

Wat heeft het verblijf in het Tangramhotel (verblijf, maaltijden, beveiliging etc.) in totaal gekost?

Verantwoording over de uitgaven in het kader van de strijd tegen ISIS in begrotingsjaar 2015 volgt in het jaarverslag 2015.

171

Wat kost het huren van de gepantserde voertuigen per maand?

Omdat sprake is van operationeel gevoelige informatie kan niet worden ingegaan op huurprijzen van gebruikt materieel.

172

In december 2014 zijn Nederlandse verkenners naar Erbil vertrokken om de missie voor te bereiden. Die zouden volgens de Minister «enkele weken» in hotels verblijven. Waarom heeft het tot september 2015 geduurd voordat het kamp in Erbil af was?

173

Volgens de brief aan de Kamer van 7 mei 2015 (29 521, nr. 292) zou het kampement «medio 2015» af zijn. Waarom was de bouw van het kamp vertraagd?

In multinationaal verband is voor aanvang van de missie afgesproken dat het kamp gebouwd zou worden onder verantwoordelijkheid van Duitsland. De oorspronkelijke wens om het kamp begin april gereed te hebben is in eerste instantie vertraagd vanwege politieke besluitvorming in Duitsland over een missie in Irak. Verdere vertragingen is ontstaan doordat na aanvang van de bouw wijzigingen zijn doorgevoerd aan het oorspronkelijke ontwerp van het kamp om te voldoen aan aanvullende eisen gesteld door de luchthavenautoriteiten.

174

Heeft Nederland financieel bijgedragen aan de bouw van het kampement op het vliegveld? Zo ja, wat was die bijdrage?

Nederland neemt een deel van de initiële grondwerkzaamheden voor zijn rekening. De raming hiervoor bedroeg € 260.000. Verantwoording over de uitgaven in het kader van de strijd tegen ISIS in begrotingsjaar 2015 volgt in het jaarverslag 2015.

175

Wat zijn de verwachte kosten voor het gebruik van het kamp (verblijf, maaltijden, beveiliging etc) per maand?

De verwachte kosten voor het gebruik van het kamp (waaronder verblijf, voeding en beveiliging) bedragen ongeveer € 450.000 per maand.

176

Overweegt u, gezien de opmars van de Taliban in Afghanistan, een grotere bijdrage aan de missie Resolute Support? Zo nee, waarom niet?

De vraag die op 2 december aanstaande tijdens de Navo-Ministeriële voor Minister van Buitenlandse Zaken voorligt, is of Resolute Support overgaat naar de tweede fase (alleen training, advisering en assistentie in Kabul) en zo ja, wanneer. Als wordt besloten om de huidige eerste fase (training, advisering en assistentie in diverse regio’s in Afghanistan) te verlengen, dan zal het Kabinet de voortzetting van de huidige Nederlandse bijdrage aan die eerste fase in overweging nemen. Ook bij een eventuele deelneming aan de tweede fase, zal het Kabinet dit melden aan de Tweede Kamer.

177

Op basis van de huidige veiligheidssituatie en de daaraan gekoppelde vraag is in de begroting 2016 dekking zeker gesteld voor een inzet van tussen 50 en 75 Vessel Protection Detachments, wat betekent dat concreet? Welke analyse is er gemaakt om tot dit aantal te komen? Wat zijn de opties als er meer aanvragen komen?

In overleg met reders is de maximaal beschikbare VPD-capaciteit in 2012 uitgebreid tot 175 inzetten. Op basis van de huidige veiligheidssituatie en de daaraan gekoppelde vraag wordt verwacht dat in 2016 tussen de 50 en 75 VPD’s worden ingezet. De additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten alsmede de kosten van de opslag van materieelpakketten in de regio. De Nederlandse reders dragen bij aan de uitgaven voor de VPD’s. Het budget ten behoeve van de VPD’s is voor 2016 € 13,3 miljoen, waarvan € 8 miljoen wordt bijgedragen vanuit het BIV en € 5,3 miljoen vanuit de Nederlandse reders. Dit laatste bedrag is afhankelijk van de inzet. Defensie heeft een capaciteit voor een maximum van 175 inzetten.

178

Kunt u een overzicht geven van de aantallen Vessel Protection Detachment-inzet van de afgelopen drie jaar, inclusief 2015?

 

2012

2013

2014

2015 (1–1 tot 14–10)

Aantallen VPD-inzet

32

42

55

42

179

Hoeveel bedraagt het budget voor UNMISS in 2016?

De Nederlands bijdrage loopt tot 1 maart 2016. Het benodigde budget is opgenomen in de post «Kleinschalige NL-bijdragen» en bedraagt € 370.000.

180

Kunt u een overzicht geven van de kosten voor nationale inzet van de krijgsmacht, uitgesplitst per taak?

De belasting van het budget Financiering Inzet Nationale Krijgsmacht (FNIK) is afhankelijk van de vraag, waardoor de kosten per taak niet op voorhand zijn aan te geven. De detaillering per taak volgt in het jaarverslag.

181

Is er sprake van een personeel-, materieel-, en/of capaciteitstekort bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie? Kunt u uw antwoord toelichten?

Ja. De EODD heeft formatieplaatsen om in totaal 48 EOD-ploegen te formeren, verdeeld over 36 grondgebonden (CLSK en CLAS personeel) en 12 maritieme EOD-ploegen (CZSK). Het totaal aantal EOD-ploegen is nu 34 van de 48 EOD-ploegen (vullingsgraad 70 procent). Het werklastonderzoek van de EODD heeft aangetoond dat een uitbreiding noodzakelijk is, ook na volledige vulling tot 100 procent. Met de extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht is er ruimte voor beperkte uitbreiding.

Onlangs is de EODD voorzien van een nieuw voertuigenpark. De Improvised Explosive Devices (IED)-bestendige en conventionele voertuigen voor de nationale- en koninkrijkstaken zijn vervangen. Ook zijn er diverse soorten nieuwe EOD-robots ingestroomd. Na intensief gebruik van de robots voor opleidingen en trainingen is gebleken dat deze erg storingsgevoelig zijn en het reparatietraject lang is. De maritieme EOD-compagnie heeft geen onderwaterrobots. Dit vormt een beperking voor het maritieme EOD-optreden. De maritieme EOD-compagnie is samen met de Defensie DuikGroep (DDG) een verwervingstraject begonnen.

182

Wat zijn precies de criteria waarmee (additionele) uitgaven met het Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) verrekend kunnen worden?

In beginsel geldt dat de additionele kosten van incidentele nationale inzet van de krijgsmacht in het kader van militaire bijstand of steunverlening verrekend kunnen worden met het FNIK-budget. Daarnaast geldt dat in geval van een uitzonderlijk grootschalige en/of langdurige inzet van Defensie afspraken worden gemaakt over separate verrekening. Dit gebeurt in overleg met betrokken partijen.

183

Welke beleidsmiddelen zet u, in samenwerking met internationale partners en richting eventuele tegenstanders in, om de taak rond conflictbeheersing u, om het langverwachte karakter van de huidige dreigingsbeeld te verminderen?

Nederland heeft vaste bondgenoten en partners binnen en buiten Europa, zoals in de EU, de Navo en de VN. Naast deze samenwerking zoekt Nederland actief naar nieuwe coalities. Met staten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers. Internationale samenwerking en een sterke internationale rechtsorde zijn in deze onrustige tijden belangrijker dan ooit.

Tijdens het EU-voorzitterschap zal Nederland zich inzetten voor het voltooien van een nieuwe, brede externe EU-strategie. Deze strategie moet de EU in staat stellen haar ambities, prioriteiten, institutionele capaciteiten, instrumenten en financiële middelen beter op elkaar af te stemmen. Een verdere verdieping van de Europese defensiesamenwerking is hierbij onontbeerlijk. Een sterker GVDB is in het belang van de Unie, de Navo én de individuele landen. Nederland wil voorstellen presenteren die defensiesamenwerking minder vrijblijvend maken, bijvoorbeeld door het versterken van onderlinge peer pressure en het monitoren van defensiebudgetten.

In deze begroting treft het kabinet voorts maatregelen om de krijgsmacht te versterken, van in totaal € 220 miljoen in 2016 oplopend naar € 345 miljoen in 2020. Voorop staan de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht, de verdieping van de internationale samenwerking en een beperkte verhoging van het investeringsbudget. De aanhoudende conflicten in de nabijheid van Europa en ook verder weg, evenals de structureel hogere eisen die onder meer de Navo in dat verband aan de krijgsmacht stelt, geven hiertoe alle aanleiding. Voorts worden in deze begroting de mogelijkheden voor de financiering van de inzet van de krijgsmacht in internationale missies verruimd. Het Budget Internationale Veiligheid (BIV) wordt daartoe met € 60 miljoen structureel verhoogd. Om dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen blijven bieden, is verdere verdieping van de defensiesamenwerking noodzakelijk. Hiermee kunnen de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden versterkt en kunnen ontbrekende capaciteiten worden gecompenseerd.

184

Maakt uitbreiding van het takenpakket van het Joint Support Ship (JSS) met strategisch transport en seabasing door het JSS onderdeel uit van de door u voorgestane vervolgstappen in het kader van een meerjarig perspectief? Zo nee, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 54.

185

Welke (mogelijke) consequenties heeft het niet voldoen aan de operationele gereedsheidsnorm voor de onderzeeboten tot en met 2021?

Vanwege het instandhoudingsprogramma is er tot en met 2021 maar één onderzeeboot operationeel gereed in plaats van twee. Een tweede onderzeeboot werkt op. Er is dus nagenoeg geen redundantie. Het operationeel bestendigen van de onderzeeboten komt niet in gevaar omdat MOU (Memorandum of Understanding)-verplichtingen (bijdrage aan oefeningen in Britse wateren en de jaarlijkse commandantenopleiding) ruimschoots oefenmogelijkheden bieden voor de onderzeeboten zelf, op alle gebieden van onderzeebootoperaties. Wel zullen er tot 2021 minder oefengelegenheden zijn voor onderzeebootbestrijdingstraining voor oppervlakte eenheden. Deze teruggang is echter gepland en noodzakelijk voor de materiele gereedheid van de onderzeeboten. De gevolgen zijn daarom beperkt.

186

Met welke internationale partners wordt het uitvoeren van de taken strategisch transport en seabasing voor de Zr. Ms. Karel Doorman verkend?

Ik informeer de Kamer begin 2016 over de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik maken van het Joint Support Ship (JSS) en de hiervoor benodigde internationale partner(s).

187

Met hoeveel personen zal de Unit Interventie Mariniers worden uitgebreid? Hoeveel daarvan zijn mariniers met een operationele taak?

Voor de versterking van de Dienst Speciale Interventies zal de Unit Interventie Mariniers worden uitgebreid met 12 personen. Deze mariniers komen uit de eigen CZSK organisatie en moeten hiervoor speciaal worden opgeleid.

188

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen het CZSK in 2014 en 2015?

De externe inhuur bestaat zowel in 2014 als in 2015 uit € 1,1 miljoen voor reguliere inhuur op aanwezige vacatures, zoals automonteurs, hydrografen en medisch personeel. Het overige bedrag gaat naar inhuur van SAP-expertise om de overgang naar ERP te ondersteunen.

189

Hoe zijn de aflopende uitgaven binnen het CZSK tussen 2014 en 2020 te verklaren?

191

Kunt u uitleggen waarom de uitgaven voor personeel de komende jaren begroting-technisch achteruit gaat?

200

Hoe zijn de aflopende uitgaven binnen het CLAS te verklaren?

211

Hoe zijn de aflopende uitgaven binnen het CLSK te verklaren?

341

Hoe worden de teruglopende budgetten van taakuitvoering bij alle krijgsmachtsonderdelen verklaard?

Dit komt door de doorwerking van bezuinigingen uit eerdere jaren. De extra middelen voor het versterken van de basisgereedheid zijn nog niet aan het budget van de krijgsmachtonderdelen toegevoegd. Dit gebeurt bij de eerste suppletoire begroting 2016.

190

Kunt u aangeven waaruit de 25% bestaat waar bij de taakuitvoering Zeestrijdkrachten geen juridische verplichting aan verbonden is?

Zie het antwoord op vraag 10.

191

Kunt u uitleggen waarom de uitgaven voor personeel de komende jaren begroting-technisch achteruit gaat?

Zie het antwoord op vraag 189.

192

Wat is de reden dat Defensie de extra onderhoudskosten van 44.000 euro voor de Groene Draeck (namelijk 95.000 euro in plaats van 51.000 euro) voor zijn rekening neemt en niet de Koning zelf?

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken, ter gelegenheid van haar achttiende verjaardag. De Staat heeft daarbij toegezegd het onderhoud van de Groene Draeck voor haar rekening te nemen. Het Ministerie van Defensie is verantwoordelijk voor het onderhoud. Dit wordt uitgevoerd door het Marinebedrijf, een onderdeel van het Ministerie van Defensie.

Bij de evaluatie van de begroting van de Koning (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 I, nr. 11) is ook gekeken naar de Groene Draeck. De evaluatiecommissie overwoog dat de Groene Draeck is verbonden aan de voormalige drager van de kroon en de uitgaven daarvoor kunnen niet meer dienen te worden beschouwd als functioneel voor de huidige Koning. Op grond hiervan werd aanbevolen de uitgaven voor het onderhoud niet meer op de begroting van de Koning te plaatsen maar te ramen en verantwoorden op de begroting van het Ministerie van Defensie. Deze aanbeveling is overgenomen. Met ingang van 2016 staan de geraamde uitgaven op de begroting van Defensie.

Het bedrag van € 51.000 dat was opgenomen in de begroting van de Koning is gebaseerd op onderzoek uit 2007 door een extern bureau naar het benodigde onderhoud van de Groene Draeck. In 2015 is door hetzelfde externe bureau opnieuw een onderzoek uitgevoerd in samenwerking met Defensie. De conclusie is dat er structureel € 95.000 nodig is om het gehele onderhoud, standaard en aanvullend, op een verantwoorde wijze op het vereiste niveau te kunnen uitvoeren. Dekking voor de toename van het geraamde budget is gevonden binnen de begroting van Defensie.

193

Gaat het onderhouden van de Groene Draeck ten koste van andere taken van de krijgsmacht? Zo nee, hoe verklaart u dat? Zo ja, welke taken zijn dit en wat zijn de consequenties hiervan?

Het onderhoud gaat niet ten koste van andere taken van de krijgsmacht omdat het urenbeslag voor het uitvoeren van het onderhoud aan de Groene Draeck ten opzichte van de totaal beschikbare capaciteit van de Directie Materiële Instandhouding van het CZSK zeer beperkt is.

194

Kunt u uitleggen waarom er de komende jaren bij de Landstrijdkrachten met minder personeel gewerkt gaat worden?

De komende jaren werken nog een aantal maatregelen van de Beleidsbrief 2011 en de nota «In het belang van Nederland» door bij het CLAS. Vanaf 2018 stabiliseert de organisatie. Overigens is in de ontwerpbegroting 2016 de verdeling van de extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht nog niet verdeeld over de defensieonderdelen.

195

Welke (mogelijke) gevolgen heeft het niet behalen van drie van de vier ongewapend gevecht (OG)-normen binnen het Grondgebonden LuchtverdedigingsCommando?

De Operationele Gereedheid (OG) bestaat uit de componenten personele en materiële gereedheid. Het Grondgebonden LuchtverdedigingsCommando (DGLC) ondervindt voor haar eenheden problemen op één of beide componenten. Voor de personele component geldt dat beperkingen voortvloeien uit onder meer de uitzendbescherming en kennisverval bij een deel van de populatie door een eenzijdige inzet in Turkije en door verlies van kundig personeel als gevolg van functioneel leeftijdsontslag. Dit leidt tot een verminderde inzetbaarheid. Luchtverdedigingskennis is door de hoogtechnologische aard van de systemen niet in korte tijd aan te leren. Het vergt veel opleidings- en trainingstijd en capaciteit om een professionele luchtverdediging te realiseren.

Ook de materiële component is onderhevig aan beperkingen. Het betreft hier het gebrek aan het juiste materieel voor onder meer het grond-lucht raketafweersysteem NASAMS en onvoldoende beschikbaar werkend materieel, zoals de Compatriot I, of materieel dat inzetbaarheidsproblemen begint te tonen en haar End-Life-of-Type nadert. Dit alles zorgt voor een lage tot zeer lage OG met als effect dat het DGLC haar subeenheden niet of beperkt, in rol, grootte en/of tijd, kan inzetten. Om een volwaardig inzetbaar DGLC te realiseren is het noodzakelijk dat het personeel weer op het gewenste kennisniveau komt, dat de vrijvallende functies tijdig kunnen worden gevuld en het daarop geplaatste personeel ook de tijd krijgt om zich de kennis en kunde eigen te maken en materieel tijdig wordt vervangen zodat de systemen ook volledig kunnen worden ingezet.

196

Welke (mogelijke) gevolgen heeft het niet operationeel gereed zijn voor wat betreft de CBRN-taak (chemische, biologische of radiologische/nucleaire stoffen)? Loopt personeel (onaanvaardbare) risico’s door het uitblijven van monsternameapparatuur?

De gevolgen van het niet operationeel zijn beperken zich tot een deel van de CBRN-taak. Vooral de monstername binnen de CBRN-taak is niet geheel uit te voeren door het ontbreken van beschermende kleding met ademlucht. Hierdoor zijn, in het geval er (mogelijk) sprake is van Toxic Industrial Materials (TIMs), de monstername teams niet inzetbaar. In andere scenario’s (chemische, biologische en/of radiologische wapens) heeft dit geen invloed en kunnen de monstername teams hun taak wel uitvoeren. De gevolgen hiervan voor de veiligheid van Nederlands militair personeel zijn beperkt en leveren geen direct gevaar op.

197

Kan per krijgsmachtonderdeel specifieker aangegeven worden wanneer de lage materiële achterstanden weggewerkt kunnen zijn? Kunt u dit in een lijst aangeven, met specifieke gereedheid per onderdeel?

Zie het antwoord op vraag 29.

198

Wat is een kleine kadermissie?

Een kleine kaderzware missie is een missie waaraan Nederland een klein aantal personeelsleden op kaderniveau levert. Het gaat hier vaak om hoofdofficieren of ervaren onderofficieren, die belangrijke functies vervullen in de staven van de defensieonderdelen.

199

Wat is het verschil tussen civiele normen en niet-civiele normen bij het gebruik van het mobiel operationeel geneeskundig operatiekamersysteem (MOGOS) en waarom is dit van belang voor de operationele inzet hiervan?

De gezondheidszorg voor de krijgsmacht richt zich, met inachtneming van de omstandigheden waaronder de krijgsmacht moet opereren en de eisen die in dit kader aan het personeel en materieel worden gesteld bij de uitvoering van de operationele taak, op de in Nederland civiel gebruikelijke kwaliteitsnormen, de Nederlandse wetgeving en de Nederlandse professionele standaard.

Het mobiel operationeel geneeskundig operatiekamersysteem (MOGOS) maakt sinds 2000 deel uit van het gezondheidszorg systeem van de krijgsmacht. Om te kunnen blijven voldoen aan de civiele normen dient fors te worden geïnvesteerd in MOGOS. Defensie heeft op 11 september 2015 echter besloten geen investeringen meer in MOGOS te doen en MOGOS ook niet meer in te zetten. Tot definitieve invoering van vervangende hoogwaardige systemen kan met bestaand materieel tijdelijk en beperkt een alternatieve operatiekamer worden ingericht die voldoet aan de civiele normen. De invoering van vervangende systemen is voorzien tussen 2016 en 2018.

200

Hoe zijn de aflopende uitgaven binnen het CLAS te verklaren?

Zie het antwoord op vraag 189.

201

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen het CLAS in 2014 en 2015?

Als gevolg van de uitgestelde reorganisatie/oprichting van het EerstelijnsGezondheidsBedrijf (EGB) heeft het CLAS in 2014 en 2015 externe geneeskundige capaciteit aangetrokken om de bestaande organisatie operationeel te houden. Tevens zijn in 2014 en 2015 extra inhuurkrachten aangetrokken voor de functies van senior inkoper/verwerver en van ILS-medewerker voor het inlopen van achterstanden bij het Materieel Logistiek Commando (Matlogco). Daarnaast zijn voor het project ERP externe specialisten aangetrokken.

202

Waarom wordt er in de komende jaren minder geld op de begroting vrijgemaakt voor personele uitgaven (tabel blz. 36), terwijl er juist tekorten zijn op dit vlak (zie noot 9 op blz. 39)?

De personele uitgaven van het CLAS worden in deze vraag vergeleken met de doelstellingenmatrix van het CLSK.

203

Klopt het dat het budget voor de materiële uitgaven bij de Landstrijdkrachten oploopt?

Ja, het klopt dat het budget voor de materiële uitgaven bij de Landstrijdkrachten oploopt. Dit wordt veroorzaakt doordat in het verleden diverse keren budget is toegevoegd via herschikkingen binnen de defensiebegroting. Per saldo ontstaat hierdoor een stijging in het budget voor materiële uitgaven bij de Landstrijdkrachten. Ook is het budget voor materiële uitgaven voor 2016 dit jaar opgehoogd als gevolg van een technische herschikking van middelen voor het Matlogco van de programma-uitgaven naar de apparaatsuitgaven.

204

Waaruit bestaat de 20% niet juridisch verplichte uitgaven?

Zie het antwoord op vraag 10.

205

Wat betekent de zin «vooralsnog wordt voorzien om tot 2023 met de Cougar door te vliegen»? Houdt u eventueel rekening met een langere doorvlieg periode?

Zoals bekend is besloten tot het aanhouden en uitbreiden van de Cougar-vloot 2023 als gevolg van de ontstane capability-gap door de vertraagde invoer van de NH-90 (Kamerstuk 25 928, nr. 68). Vooralsnog is er geen aanleiding om de termijn «tot 2023» aan te passen.

206

Klopt het dat de Cougars met een relatief kleine extra investering eventueel tot 2030 kunnen doorvliegen? Heeft u onderzocht welke investering hiervoor nodig zou zijn? En zo nee, waarom niet?

Dit is niet onderzocht. Als hiertoe aanleiding is, zal uiteraard bekeken worden welke investering hiervoor nodig zou zijn.

207

Wat is de stand van zaken wat betreft het uitbesteden van onderhoud van de Cougars aan de industrie?

Onlangs is het sourcingonderzoek «Instandhouding Cougar» voltooid. Onderhoud in eigen beheer is het meest effectief en efficiënt gebleken, waarbij Defensie één of meerdere marktpartijen zal contracteren voor het uitvoeren van fase-inspecties.

208

Kunt u een toelichting geven op de kosten ter hoogte van 130 miljoen euro voor de extra Cougarinzet in de periode 2015–2023? Welk kosten zijn daarin allemaal meegenomen en voor welk bedrag?

210

Kunt u de raming van 130 miljoen euro totale kosten voor het extra inzetten van de Cougar nader specificeren?

In aanvulling op de huidige acht operationele Cougar-helikopters zullen nog vier extra Cougars worden ingezet om de beperkingen aan de helikoptercapaciteit door vertraging van de invoer van de NH-90 zoveel mogelijk te ondervangen. De vijf nog resterende Cougars zijn bestemd als logistieke reserve en worden niet meer afgestoten.

In de onderstaande tabel staan de budgettaire gevolgen voor de investeringen, personele en materiële exploitatie en opleidingen tot 2023. Tevens is rekening gehouden met extra «inkomstenderving» vanwege het stoppen van de voorgenomen verkoop.

 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Totaal

Kosten Cougar (€ mln.)

0,7

13,2

17,7

32,9

32,1

14,7

11,3

7,7

130,3

Een en ander staat verder uitgewerkt in de 15e jaarrapportage over het project NH-90 die recent is aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 25 928, nr. 72).

209

Wanneer zijn de vlieguren weer op niveau om de crews vol te laten trainen aan hun gereedheidstelling?

Voor de Cougar zijn voldoende vlieguren beschikbaar om de crews vol te laten trainen.

210

Kunt u de raming van 130 miljoen euro totale kosten voor het extra inzetten van de Cougar nader specificeren?

Zie het antwoord op vraag 208.

211

Hoe zijn de aflopende uitgaven binnen het CLSK te verklaren?

Zie het antwoord op vraag 189.

212

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen het CLSK in 2014 en 2015?

213

Waaruit bestaat de voorziene externe inhuur van personeel binnen het CLSK in 2016 en 2017?

De inhuur in 2014 en 2015 betrof technisch personeel met name voor vliegtuigonderhoud, medisch personeel en cabin attendants (deel uitmakend van een flexpool). Tevens was inhuurcapaciteit nodig voor training en kennis op het gebied van SAP en voor fysieke distributie (eveneens in een flexpool). Voor 2016 en 2017 wordt ook inhuur voorzien, met dien verstande dat een verhoogde instroom van medici, technisch personeel en logistiek personeel wordt verwacht waardoor de omvang van inhuur zal afnemen.

214

Klopt het dat de KMar niet meer personeel in dienst krijgt de komende jaren, terwijl er wel zes HRB-pelotons bijkomen eind 2016?

De zes HRB-pelotons zullen in eerste instantie worden gevuld met eigen personeel, maar tegelijkertijd wordt ook extra personeel aangenomen en opgeleid.

215

Kunt u toelichten hoeveel, uitgedrukt in euro en fte, het Defensie jaarlijks kost om koninklijke paleizen te bewaken en te beveiligen?

220

Welke zeven objecten bewaakt de Koninklijke Marechaussee permanent en tegen welke kosten, per object?

Defensie doet uit veiligheidsoverwegingen geen uitspraken over uitgaven van deze aard. De reden is dat hieruit informatie over de beveiliging van de desbetreffende objecten zou kunnen worden ontleend.

216

Kunt u toelichten hoeveel, uitgedrukt in euro en fte, Defensie jaarlijks in totaal kwijt is ten behoeve van opdrachten en werkzaamheden voor De Koning?

De KMar draagt zorg voor het bewaken en beveiligen van vitale objecten. Defensie doet uit veiligheidsoverwegingen geen uitspraken over uitgaven van deze aard. De reden is dat hieruit informatie over de beveiliging van de te beveiligen objecten zou kunnen worden ontleend. Het Militaire Huis, als deel van de Dienst Koninklijk Huis, draagt zorg voor de coördinatie en uitvoering van het militair ceremonieel en het organiseren van evenementen voor de Koning. Het Militair Huis bestaat uit 15 vte’n. In begroting I de Koning 2016 is hiervoor een bedrag van ongeveer € 1,8 miljoen geraamd. Het leveren van militair ceremonieel (bv. bij Prinsjesdag, staatsbezoeken, de inhuldiging etc.) is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering en is lastig uit te drukken in vte’n.

217

Beschikt de Koninklijke Marechaussee over voldoende capaciteit om permanent te worden ingezet voor de grensbewakingstaak van Nederland indien noodzakelijk?

De Koninklijke Marechaussee beschikt over voldoende capaciteit voor de grensbewakingstaak aan het Nederlandse deel van de EU-buitengrenzen. Als deze taak (tijdelijk) wordt uitgebreid naar de binnengrensregio heeft dat een herprioritering in de taken van de KMar tot gevolg.

218

Heeft de toenemende vraag naar inzet van de Koninklijke Marechaussee bij onder meer beveiligingstaken invloed op de getraindheid van het personeel?

Nee. Bij de uitbreiding van de taken van de KMar is tevens voorzien in de extra benodigde ondersteuning, waaronder capaciteit voor opleiding en training.

219

Welke legeronderdelen zijn beschikbaar en voldoende getraind om de Koninklijke Marechaussee te ondersteunen bij beveiligings- en grensbewakingstaken indien noodzakelijk?

De gehele defensieorganisatie is voldoende getraind om binnen het nationale taakdomein op te treden. Afhankelijk van de specifieke taak waarbij de KMar ondersteund wordt, komen vooral eenheden van de CLAS en CZSK hiervoor in aanmerking.

220

Welke zeven objecten bewaakt de Koninklijke Marechaussee permanent en tegen welke kosten, per object?

Zie het antwoord op vraag 215.

221

Wat zijn (mogelijke) gevolgen van het niet behalen van de OG-norm voor de Crowd and Riot Control (CRC)-capaciteit binnen de KMar?

Wanneer een beroep wordt gedaan op de volledige capaciteit, heeft de KMar voldoende mogelijkheden voor (her)prioritering om de gevraagde capaciteit in te zetten. De inzet zou in de voorbereiding wel leiden tot extra trainings- en oefenmomenten.

222

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen de KMar in 2014 en 2015?

Voor beide jaren geldt dat er specialisten zijn ingehuurd voor ondersteuning bij de implementatie van SAP en voor de kwaliteitsverbetering van KMar-specifieke operationele systemen. In beide gevallen wordt tegelijkertijd geïnvesteerd in de borging van deze kennis op het Opleidings- Trainings- en Kenniscentrum KMar (OTCKMar).

223

Kunt u aangeven waar het verschil uit bestaat dat er ligt tussen de bedragen totale personele uitgaven en uitgaven aan eigen personeel/externe inhuur bij de KMar zit?

Het verschil in de tabel tussen de bedragen «totale personele uitgaven» en «uitgaven aan eigen personeel» is ontstaan doordat een deel van de extra middelen voor de versterking van de veiligheidsketen in Nederland en het uitbreiden van de capaciteit van de KMar (maatregelen contraterrorisme, zie Kamerstuk 29 754, nr. 302) in deze begroting abusievelijk niet zijn toegevoegd aan «uitgaven aan eigen personeel», maar wel zijn opgenomen in «personele uitgaven».

224

Hoe groot is de door de jaren van onderrealisatie opgebouwde achterstand bij de investeringen inmiddels geworden? Hoe groot is het boeggolfeffect?

Zie het antwoord op vraag 31.

225

Kan worden toegelicht hoe de motie Ten Broeke c.s. (Kamerstuk 32 500 X, nr. 57) wordt uitgevoerd door defensie? Hoe vaak is gebruik gemaakt van artikel 346? Welke huidige en toekomstige projecten komen (mogelijk) in aanmerking voor artikel 346?

300

Welke toekomstige en huidige materieel en IT-projecten vallen onder de prioritaire technologiegebieden van de Defensie Industrie Strategie (DIS)?

Bij militaire aankopen wordt van geval tot geval bezien of respectievelijk een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel 346 VWEU (Vedrag betreffende de werking van de Europese Unie) kan worden gedaan, een uitzonderingsgrond van de Aanbestedingswet op het gebied van Defensie en Veiligheid (ADV) van toepassing is of dat de ADV moet worden gevolgd. Hierbij wordt rekening gehouden met de motie-Ten Broeke c.s. Het bezien van de mogelijkheden om artikel 346 VWEU toe te passen is maatwerk en de centrale vraag hierbij is of met de betreffende aankoop wezenlijke belangen van nationale veiligheid gemoeid zijn, die het afwijken van de ADV voldoende onderbouwen.

De prioritaire technologiegebieden geven op hoofdlijnen weer waaraan Nederland in het kader van de DIS wezenlijke belangen van nationale veiligheid koppelt. Indien de betreffende aankoop gekoppeld kan worden aan de prioritaire technologiegebieden uit de DIS, zijn er mogelijk gronden om een beroep op artikel 346 VWEU te doen. Of een project wel/niet valt onder de prioritaire technologiegebieden van de DIS moet per project zorgvuldig worden onderzocht en kan niet op voorhand in zijn algemeenheid worden vastgesteld.

Sinds de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied in februari 2013 wordt defensiebreed bijgehouden hoe vaak Defensie een beroep doet op artikel 346. Sinds die tijd heeft Defensie dat gedaan voor ongeveer 120 opdrachten. Soms worden binnen één investeringsproject meerdere opdrachten geplaatst. Voorbeelden van lopende projecten, waarvoor Defensie een beroep heeft gedaan op artikel 346 zijn alle recente Codemo-projecten, Maritime Ballistic Missile Defence en Medium Power radars, Verwerving helderheidsversterkende brillen, Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) en Vervanging en modernisering Chinooks. Voor de toekomst wordt overwogen om een beroep te doen op artikel 346 voor onder meer (delen van) de grote maritieme vervangingsprojecten en C-RAM en Class 1 UAV-detectiecapaciteit. Defensie doet echter niet uitsluitend een beroep op artikel 346 bij investeringsprojecten. Ook in de exploitatie wordt gebruik gemaakt van artikel 346, onder andere voor opdrachten ten behoeve van de strategische samenwerking met de industrie bij de instandhouding van luchtsystemen.

226

Welk deel van de totale investeringen in 2016 wordt afgerekend in dollars?

De verwachting is dat een bedrag van ongeveer € 250 miljoen van de totale investeringen zal worden afgerekend in dollars.

227

Er worden maatregelen getroffen om de verwervingsketen te versteken. Aan welke maatregelen kan worden gedacht? Wordt er geïnvesteerd in meer kwalitatief betere verwervers?

Zie het anwtoord op vraag 82.

228

Kunt u aangeven wat de redenen en oorzaken zijn voor het feit dat het budget tekortschiet om de komende vijftien jaar te voorzien in de investeringsbehoefte voor vervanging en vernieuwing?

Het tekort op het investeringsbudget heeft verschillende oorzaken. Ten eerste wordt het beter onderkend, omdat Defensie steeds meer de levensduurbenadering hanteert. Daardoor wordt inzichtelijk welke vervangings- en instandhoudingsinvesteringen nog een plek in het investeringsplan moeten krijgen. Bovendien worden vanaf dit jaar alle projecten, ook die in planning, geïndexeerd. Toch kan er sprake zijn van te lage ramingen van projectkosten door bijvoorbeeld onderschatting van prijzen van nieuwere generaties materieel en de ontwikkeling van de dollarkoers.

Voorts zijn er vooral in het verleden overhevelingen geweest tussen het investeringsbudget en exploitatie-uitgaven en hebben opeenvolgende taakstellingen geleid tot een terugval in de investeringen. Ook is er een aantal projecten met een grote financiële omvang, waardoor er weinig planningsvrijheid bestaat. Dit betreft bijvoorbeeld de projecten F-35, Chinook en DVOW. Ten slotte zijn er recent enkele grote projecten aan de Kamer gemeld die een ophoging van budget nodig hadden, zoals Chinook en DVOW.

229

Kunt u een overzicht geven van de maatregelen die zijn getroffen om de verwervingsketen (van behoeftestelling tot realisatie) te versterken? Wanneer worden de effecten van deze maatregelen zichtbaar?

Zie het antwoord op vraag 82.

230

Hoe groot is de kans, uitgedrukt in percentages, dat in 2016 een investeringsquote van 18% niet wordt gehaald?

Zie het antwoord op vraag 78.

231

Kunt u concretiseren welke knelpunten er nu nog zijn in de verwervingsketen? Kunt u daarbij aangeven of het bijvoorbeeld gaat om (hoeveelheid) personeel, expertise, capaciteit, communicatie, verstoorde verhoudingen en wat dies meer zij?

Zie het antwoord op vraag 82.

232

Hebben de problemen in de verwervingsketen op enige wijze te maken met de onwil bij het personeel van DMO om te verhuizen naar de Kromhoutkazerne in Utrecht? Kunt u uw antwoord toelichten?

De voorgenomen verhuizing van de DMO naar de Kromhoutkazerne wordt niet aangemerkt als een knelpunt in de verwervingsketen.

233

In hoeverre is personele onderbezetting bij DMO de oorzaak van de jarenlange orderrealisatie i.v.m. de investeringsquote? Indien dit een belangrijke oorzaak is, wat wordt hier aan gedaan en wanneer verwacht u dat de bezetting op het gewenste niveau is?

De realisatie van de investeringsquote is afhankelijk van diverse factoren, onder meer van personele capaciteit (zie ook het antwoord op vraag 77). Om die reden is het afgelopen jaar geïnvesteerd in personele vulling van de DMO organisatie waardoor er sprake is van een opgaande lijn. De capaciteitsbehoefte bij DMO is niet statisch maar ook afhankelijk van de projecten in uitvoering. De gewenste bezetting is dus een permanent punt van aandacht.

234

Wat betekent de zin; «.dat met de uitwerking van het groeitraject Financiële Duurzaamheid aandacht wordt geschonken aan het aan de begroting ten grondslag liggende ramingsproces, inclusief de samenhang tussen investeringen en exploitatie en een verbeterd risicomanagement»?

Zie het antwoord op vraag 40.

235

Welke maatregelen zijn er genomen om de verwervingsketen te verbeteren en welke termijn is er gesteld aan het zichtbaar worden hiervan?

Zie het antwoord op vraag 82.

236

Wat zijn (mogelijke) consequenties van het uitstellen van de projecten licht indirect vurend wapensysteem, de beschermingspakketten van het infanterie gevechtsvoertuig, de Capability Upgrade Elektronisch oorlogsvoering en de MALE UAV? Hebben deze vertragingen gevolgen voor de inzetgereedheid van eenheden? Zo ja, welke eenheden zijn dit en wat wordt hieraan gedaan?

Vertraging betekent over het algemeen dat die middelen of aanpassingen later ter beschikking komen of later geïmplementeerd worden. Vertraging kan tot gevolg hebben dat de kosten van instandhouding voor de huidige systemen hoger worden, of dat sprake is van een hogere storingsgraad. Dat verschilt per onderwerp en is op voorhand meestal niet te voorspellen of te kwantificeren. Het belangrijkste gevolg van de vertraging van het Licht Indirect Vurend Systeem is dat de huidige 120mm mortieren langer in stand gehouden moeten worden dan voorzien met hogere uitval tot gevolg. Het belangrijkste gevolg van de vertraging van de beschermingspakketten van het IGV is dat de gewenste extra bescherming van de voertuigen later ter beschikking komt. Het belangrijkste gevolg van de vertraging van de CUP EOV is waarschijnlijk een hogere uitval van de huidige systemen. Het belangrijkste gevolg van de vertraging van de MALE UAV is het later beschikbaar komen van een eigen capaciteit om te voorzien in operationele en strategische luchtwaarneming. Daardoor blijft Defensie vooralsnog grotendeels afhankelijk van coalitiecapaciteiten op dit gebied. Op dit moment worden door de vertragingen geen gevolgen voor de inzetgereedheid van eenheden voorzien.

237

Welke gevolgen heeft het vertragen van het MALE UAV project voor de vliegbasis Leeuwarden? Wat kan hieraan worden gedaan?

Zie het antwoord op vraag 86.

238

Wat waren/zijn de criteria op basis waarvan de keuzes gemaakt zijn om het uitstellen dan wel vervroegd invoeren van bepaalde investeringen?

256

Wie heeft de prioritering geplaatst bij de investeringen IGV en CRAM en CLASS-UAV-detectiecapaciteit, wat waren de criteria en waarom zijn deze investeringen naar latere perioden geschoven?

373

Wat zijn de criteria om kosten voor wapensystemen te vertragen, uit te stellen, naar voren te halen enzovoorts?

Als onderdeel van het begrotingsproces wordt elk jaar het investeringsplan in balans gebracht met het financieel kader. In dit proces worden keuzes gemaakt. Deze keuzes leiden mogelijk tot vertraging van projecten. Dit is een gevolg van de afwegingen die in de totale projectenportefeuille worden gemaakt. Factoren van invloed die daarbij een rol spelen zijn onder meer het operationele belang, de effecten op de exploitatiekosten, de belangen op het gebied van internationale samenwerking, kansen die zich voordoen met een internationale partner of met de industrie, financiële nadelen van uitstel en vice versa, en eventuele voordelen van vervroeging. Dit alles moet daarbij passend worden gemaakt binnen de begroting.

239

Wat wordt bedoeld met de zin dat een duurzame begroting ook aandacht vergt voor aanzienlijke gevolgen van valutawisselingen?

Zie het antwoord op vraag 32.

240

Welke afspraken zijn er voor het opvangen van valutawisselingen tussen de Minister van Financiën en u? Kan de Kamer hier ook inzicht in krijgen?

Zie het antwoord op vraag 41.

241

Op basis waarvan verwacht u dat de investeringsquote de komende jaren zal stijgen? Hoe realistisch is deze verwachting in het licht van het stelselmatig niet halen van de geraamde investeringsquote (op 2012 na)?

Zie het antwoord op vraag 82.

242

Hoe heeft het zover kunnen komen dat u met zulke grote financiële problemen kampt, terwijl de nota «In het belang van Nederland» twee jaar geleden «financiële en operationele duurzaamheid» beloofde? Waarom is deze ambitie zelfs met extra middelen nadien niet behaald? Had de Algemene Rekenkamer achteraf gezien gelijk: «De werkelijkheid is nog rauwer dan uit de nota al blijkt. Ook met de maatregelen uit de nota is nog steeds sprake van een kloof tussen de (verlaagde) ambitie en de capaciteiten van de krijgsmacht, waardoor ook in de toekomst voortdurend concessies gedaan zullen moeten worden aan de uitvoering van taken of aan de getraindheid.»? (Kamerstuk 33 763, nr. 2)

Zie het antwoord op vraag 8.

243

Is er nog voldoende investeringsruime om de IT-vernieuwing te realiseren als in 2017 tot en met 2019 alle IT-uitgaven juridisch verplicht zijn?

Ja, die ruimte is er, omdat het in de ontwerpbegroting gaat om begrootte verplichtingen en niet om aangegane verplichtingen. De al aangegane verplichtingen zijn hieronder weergegeven.

Voorzien in IT (in € mln.)

2016

2017

2018

2019

2020

Aangegane verplichtingen

31,4

7,0

1,1

0,5

0,2

244

Aan welke projecten wordt het geld uitgegeven dat in de jaren 2016 tot en met 2018 middels flinke extra bedragen wordt geïnvesteerd in IT? Is het IT-investeringsbudget na 2019 nog voldoende om de IT op basisniveau te behouden voor de langere termijn?

246

Welke IT-projecten worden er precies gefinancierd met Opdracht voorzien in IT en SSO DMO/OPS? Wordt hier nog een onderscheid gemaakt tussen «witte» en «groene» IT?

Met ingang van deze ontwerpbegroting bevat artikel 6 zowel de generieke als de specifieke IT. Het betreft hier alle IT-investeringen zoals de vervanging TITAAN, IGO-KMar, de IT-vernieuwing en de optimalisatie van ERP. In afwijking van eerdere jaren, toen met een vaste bandbreedte werd gewerkt, worden nu de projecten vermeld die echt in planning of in voorbereiding zijn. Defensie bepaalt jaarlijks wat een realistisch IT-investeringsbudget is voor projecten die de komende jaren worden uitgevoerd. Dit verklaart de aflopende reeks. Zie ook het antwoord op vraag 250.

245

Kunt u toelichten welke investeringen uitgesteld worden nu vanuit de begroting 2016 200 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 2018 en 2019?

247

Kunt u concreet toelichten wat u precies bedoelt met «budgetten en investeringsplannen beter op elkaar aan laat sluiten» en het besluit om daartoe 200 miljoen euro uit het investeringsbudget voor 2016 door te schuiven naar 2018 en 2019?

Zie het antwoord op vraag 136.

246

Welke IT-projecten worden er precies gefinancierd met Opdracht voorzien in IT en SSO DMO/OPS? Wordt hier nog een onderscheid gemaakt tussen «witte» en «groene» IT?

Zie het antwoord op vraag 244.

247

Kunt u concreet toelichten wat u precies bedoelt met «budgetten en investeringsplannen beter op elkaar aan laat sluiten» en het besluit om daartoe 200 miljoen euro uit het investeringsbudget voor 2016 door te schuiven naar 2018 en 2019?

Zie het antwoord op vraag 136.

248

Kunt u toelichten waarom de bijdrage aan de NAVO in 2016 ruim 13 miljoen euro minder is dan in 2015?

Tegenover de extra uitgaven in 2015 van ruim € 13 miljoen staan ontvangsten van dezelfde omvang van de Navo. Ieder jaar ontvangt Defensie middelen van de Navo voor de uitvoering van Navo projecten in Nederland. In 2015 betreft het onder meer de projecten Provide & Maintain modified ammunition (€ 5 miljoen), NATO Command Facilities for HQ Brunssum (€ 1 miljoen) en diverse kleinere projecten. De ontvangsten van ruim € 13 miljoen zijn onderdeel van de reeks «overige ontvangsten» op artikel 6.

249

Klopt het dat het budget voor Opdracht Voorzien in nieuw materiaal stijgt? Waar zit dit dan in?

Dat klopt. De stijging is te verklaren door de extra toebedeelde gelden voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht, alsmede een herschikking van gelden op artikel 6.

250

Waarom dalen de uitgaven Opdracht voorzien in IT na 2018 weer?

Het investeringsbudget voor IT is de optelsom van de budgetten van projecten in uitvoering en projecten in voorbereiding. De snelle technische ontwikkeling bij de IT maakt het moeilijk over een langere periode concrete projecten te voorspellen. Daarom daalt het IT-budget na een aantal jaren. Wanneer de behoefte aan een IT-project voldoende hoog is, wijst Defensie hiervoor budget toe in het investeringsplan.

251

Kunt u toelichten waarom u de bekostiging van wetenschappelijk onderzoek categoriseert als een investering?

Wetenschappelijk onderzoek is een investering in innovatie en veelal gericht op de in de (soms nabije) toekomst benodigde kennis.

252

Kunt u toelichten waarom u de bijdrage aan de NAVO categoriseert als een investering?

De bijdrage aan de Navo op artikel 6 is de Nederlandse bijdrage aan het NATO Security Investment Programma (NSIP) en investeringsbudgetten van de AWACS. Slechts een deel van de Nederlandse bijdrage wordt als investering gecategoriseerd. Het overige bedrag staat op artikel 9.

253

Wat zijn de criteria om over te gaan op een eventuele herijking van projecten?

Een project moet herijkt worden als er sprake is van een gewijzigde behoefte of als bijvoorbeeld de grootheden product, tijd en geld niet meer in overeenstemming zijn met de planning.

254

In hoeverre wordt de Kamer bij een dergelijke herijking betrokken?

De Kamer wordt geïnformeerd over alle herijkingen van DMP-plichtige projecten.

255

Waarom wordt er een ander, duurder, type data radio aangeschaft bij het Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)?

In het project AGBADS zijn andere radio’s noodzakelijk omdat de bestaande radio’s niet meer aan de veiligheidseisen voldoen en bij de Amerikanen zijn uitgefaseerd.

256

Wie heeft de prioritering geplaatst bij de investeringen IGV en CRAM en CLASS-UAV-detectiecapaciteit, wat waren de criteria en waarom zijn deze investeringen naar latere perioden geschoven?

Zie het antwoord op vraag 238.

257

Klopt het dat er bij het project AH-64D aanpassingen zijn gedaan in verband met de dollarkoers? Voor welk bedrag is dit gedaan?

De aanpassing in verband met de hogere dollarkoers voor de projecten AH-64D is € 17,5 miljoen. De aanpassing is verwerkt bij de projecten AH-64D verbetering bewapening en AH-64D zelfbescherming. Bij het project AH-64D Block II upgrade heeft de hoge dollarkoers geen effect, omdat de verplichtingen hiervoor al zijn aangegaan en – met behulp van valutatermijncontracten – het valutarisico is afgedekt.

258

Waarom is er in een relatieve korte periode voor het uitrangeren (die begint over drie jaar) van de F-16 gekozen om de hoge investering aan te gaan voor 29 Sniper Advanced Targeting Pod (ATP) voor de F-16’s?

In mei 2012 heb ik u ingelicht over de noodzakelijke vernieuwing van de operationele zelfverdediging van de F-16, waaronder de aanschaf van de ATP’s (Kamerstuk 32 733, nr.62). In die brief is het nut en de noodzaak van deze aanschaf uitgelegd. Hoewel het komende decennium de F-35 instroomt moet de F-16 operationeel relevant blijven tot volledige uitstroom. De huidige inzet in Irak toont die noodzaak eens te meer aan. Het F-16 jachtvliegtuig kan worden ingezet in alle delen van het geweldsspectrum. Het toestel kan daarbij worden geconfronteerd met luchtverdedigingssystemen op de grond en met vijandelijke gevechtsvliegtuigen. Door de proliferatie van moderne luchtverdedigingssystemen en gevechtsvliegtuigen neemt de dreiging hiervan toe en de F-16 moet daarom beschikken over een goede zelfbescherming. Vanwege technische en operationele veroudering neemt de effectiviteit van de huidige zelfbeschermingsapparatuur steeds verder af waardoor de F-16 steeds kwetsbaarder wordt. Dit beperkt de inzetmogelijkheden en verhoogt het risico op het verlies van vliegtuig en vlieger.

259

Welke procedures binnen de Amerikaanse overheid hebben voor prijsschommelingen bij het F-16 project gezorgd?

Het budget voor het project F-16 Zelfbescherming (ASE) is gestegen door compensatie voor de gestegen dollarkoers en toekenning van de prijspeilcompensatie. Er is geen relatie tussen het projectbudget en de procedures binnen de Amerikaanse overheid. Deze procedures waren wel van invloed op de projectplanning omdat het opstellen van de Letter of Agreement langer duurde dan verwacht. Dit heeft geleid tot een herfasering van de projectplanning. Het betrof hier procedures die de toegang tot technische en geclassificeerde data regelen.

260

Hoe ziet het afsprakenkader voor de F-35 tussen de Minister van Financiën en u eruit?

De afspraken voor de verwerving van de F-35 heeft het kabinet vastgelegd in de nota «In het belang van Nederland». Hierin is opgenomen dat de vervanging van de F-16 door de F-35 zo wordt vormgegeven dat elders in de krijgsmacht geen verdringing optreedt. Voor de indexatie van het projectbudget is later verduidelijkt dat het budget van het project Verwerving F-35 jaarlijks wordt gecompenseerd voor inflatie (prijs en loonbijstelling) en dat hierbij ook rekening wordt gehouden met (eventueel afwijkende) Amerikaanse inflatie.

261

Is het niet heel onverstandig om helemaal niets te doen met het budget voor de F-35 nu de raming ongeveer 550 miljoen euro hoger is?

262

Verwacht u dat u helemaal geen extra kosten heeft voor de aanschaf van de F-35 als gevolg van veranderingen in de dollarkoers?

De toestellen worden in verschillende tranches over een reeks van jaren aangeschaft en betaald. Zowel veranderingen in de dollarkoers als in de prijzen van de toestellen zullen de komende jaren van invloed zijn op de ramingen. Het kabinet acht het daarom onverstandig om op dit moment het budget aan de raming aan te passen. Dit zou abrupte, ingrijpende maatregelen vergen, terwijl het onzeker is of die uiteindelijk nodig zullen zijn.

263

Waarom is het project MALE UAV met maar liefst zeven jaar vertraagd? Hoe groot is de financiële krapte bij Defensie als u de verwerving van een wapensysteem waar evident zo'n grote operationele behoefte aan bestaat voor zo'n lange periode vooruit schuift?

264

Kunt u een volledige toelichting geven op hoe het kan dat het MALE UAV project een vertraging op loopt van maar liefst zeven jaar? Kunt u daarbij aangeven waar de knelpunten zitten die de oorzaak zijn van deze vertraging?

265

Wat zijn de consequenties dat door zeven jaar vertraging de ISR- capaciteit later ter beschikking komt?

266

Wanneer verwacht men klaar te zijn met het onderzoek en is er duidelijkheid over de mogelijke alternatieven, zoals een leaseconstructie?

267

Kunt u toelichten wat u bedoelt met prioriteitstelling bij de opmerking «als gevolg van prioriteitstelling in het investeringsplan is het project met zeven jaar vertraagd»?

268

Per wanneer zal u beschikken over de vier Reapers, nu het MALE UAV project zeven jaar is vertraagd?

Zie het antwoord op vraag 86.

270

Worden de klein kaliber wapens vervangen voor nieuwe exemplaren van dezelfde types, of voor geheel nieuwe type wapens?

De ondersteunende klein kaliber wapens worden vervangen door nieuwe exemplaren van hetzelfde type. De operationele eisen ten aanzien van deze wapens zijn niet gewijzigd.

271

Wat zijn meer precies de implicaties van de vertraging voor de ontwikkeling van Reaperprogramma?

272

Welke fases moeten nog doorlopen worden en wanneer? Betekent dit dat de gecombineerde C/D-brief niet meer dit jaar naar de Kamer gestuurd wordt? Wanneer dan wel?

273

Zijn de onverwacht hogere kosten van het MQ-9 Reaper systeem de reden voor de genoemde vertraging?

274

Is een nieuwe streefdatum vastgesteld, aangezien in eerste instantie de eerste Reaper in 2017 in gebruik genomen zou kunnen worden? Zo ja, welke?

275

In hoeverre gaat de samenwerking met het Duitse Reaperprogramma nog door? En wat zijn de implicaties voor deelname aan de zogeheten NATO Reaper User Group?

Zie het antwoord op vraag 86.

276

Waarom is een deel van het project Vervanging Mortieren doorgeschoven naar 2022? Is het prijstechnisch niet voordeliger om een groot aantal aan te schaffen?

De splitsing in het project is een gevolg van het stellen van prioriteiten in het investeringsplan. In dit project is sprake van verschillende deelprojecten. De voordelen van schaalgrootte zijn van toepassing op deelprojectenniveau. De splitsing veroorzaakt geen verspreide aanschaf van hetzelfde materieel zodat geen prijstechnisch nadeel ontstaat.

277

In welk jaar of jaren komen de 730 miljoen euro aan verplichtingen die u aangaat in het kader van de verwerving van de F-35 tot uitgave? Voorziet u afdekking van de risico's van een verdere stijging van de plandollarkoers?

279

Klopt het dat er bij de verplichtingen in 2016 van 730 miljoen euro voor de verwerving F-35 een groot deel hiervan (70%) rekening zal moeten worden gehouden met een hogere dollarkoers?

280

Met welke dollarkoers moet het kabinet bij de verwerving van de F-35 in 2016 (730 miljoen euro) rekening houden?

In 2016 zal voor een bedrag van ongeveer $ 850 miljoen aan verplichtingen worden aangegaan. Het grootste deel van de verplichtingen wordt aangegaan in het vierde kwartaal van 2016. Hierbij is overigens niet geanticipeerd op een mogelijke Block Buy in het F-35-programma. Afhankelijk van de aard en het moment van de afspraken die in dat kader worden gemaakt, kan dit bedrag nog worden gewijzigd.

Het afdekken van het valutarisico gebeurt op het moment dat een verplichting wordt aangegaan en een valutatermijncontract kan worden gesloten. Het eerder afdekken van het valutarisico is niet toegestaan. De dollarkoers van het moment waarop de verplichting wordt aangegaan bepaalt de koers voor het valutatermijncontract dat wordt gesloten. De aangegane verplichting in 2016 leidt tot uitgaven verspreid over de jaren 2016–2020, waarvan circa 40 procent in 2018.

278

Kunt u een integrale overzicht geven van alle vastgoedprojecten bij Rijksvastgoedbedrijf?

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft een kleine vierhonderd investeringsprojecten voor Defensie in diverse stadia van uitvoering. Voorbeelden zijn nieuwbouw van legering op de Van Ghentkazerne, de ontmanteling van schietbanen op de Leusderheide, bodemsaneringsprojecten, aanpassing van een keuken in een gebouw van het Militair Revalidatiecentrum in Doorn, de huisvesting van het EATC op vliegbasis Eindhoven en sanering van een bospomp op dezelfde locatie. Als ook andere categorieën projecten worden meegerekend, zoals instandhoudingsprojecten en de covo-projecten (commandanten voorzieningen), dan komt het totaal aantal projecten in uitvoering op meer dan 1000. De financiële omvang van deze projecten varieert van enkele duizenden tot vele miljoenen euro’s.

279

Klopt het dat er bij de verplichtingen in 2016 van 730 miljoen euro voor de verwerving F-35 een groot deel hiervan (70%) rekening zal moeten worden gehouden met een hogere dollarkoers?

280

Met welke dollarkoers moet het kabinet bij de verwerving van de F-35 in 2016 (730 miljoen euro) rekening houden?

Zie het antwoord op vraag 277.

281

Hoeveel duurder is het project Nieuwbouw Schiphol uiteindelijk geworden in vergelijking met eerdere ramingen?

De nieuwbouw voor de KMar op Schiphol wordt binnen het budget verwezenlijkt.

282

Hoe ziet de planning voor het project Bouwtechnisch Verbetermaatregelen Brandveiligheid eruit?

In januari 2013 is met de Inspectie Leefomgeving & Transport (IL&T) afgesproken dat alle gebouwen met een zorgfunctie en de legeringsgebouwen met ernstige tekortkomingen onmiddellijk zouden worden aangepast, gebouwen met een acuut risico uiterlijk 31 december 2014 zouden zijn aangepast en alle overige gebouwen met een verhoogd risico op 31 december 2016 op orde zouden zijn gebracht. Wegens de complexiteit van het project is de nalevingsafspraak eind 2014 herzien, waarbij de gebouwen met een acuut risico eind 2015 gereed moeten zijn en de legeringsgebouwen op 31 december 2018. Daarnaast is met IL&T afgesproken dat een managementsysteem voor brandveiligheid wordt ontwikkeld en dat er een plan van aanpak komt voor de overige gebouwen.

283

De meest risicovolle gebouwen worden op orde gebracht; hoe zit het met ander, minder risicovolle gebouwen? Moet hier ook nog geïnvesteerd worden om de woon- en werkomgeving op orde te krijgen?

Voor andere gebouwen, zoals kantoorgebouwen en lesgebouwen, is een plan van aanpak besproken. Momenteel wordt onderzocht hoeveel hiervoor moet worden geïnvesteerd.

284

Hoe lang gaan de pilotprojecten met betrekking tot bouwtechnische verbetermaatregelen lopen en hoe verhoudt zich dat met de planning zoals deze gemaakt is met de Inspectie Leefomgeving en Transport?

De pilotprojecten worden nu uitgevoerd. Het werk verloopt volgens planning. Alle projecten zullen volgens afspraak op 31 december 2018 zijn voltooid. Zie ook het antwoord op vraag 282.

285

Hoeveel wilt u investeren voor een F-35 motoronderhoudsfaciliteit op Vliegbasis Woensdrecht?

287

Hoeveel wil de Minister van Economische Zaken investeren voor een F-35 motoronderhoudsfaciliteit op Vliegbasis Woensdrecht?

289

Wanneer is het besluit te verwachten over de investering voor de faciliteiten van het motoronderhoud van de F-35? Hoe passen deze uitgaven in de reeds geplande aanpassingen op Woensdrecht? Hoe hoog is het budget dat met deze aanpassingen gemoeid is en wie (Defensie, EZ en Provincie) betaalt welk deel? Wordt er hierbij ook gekeken naar een bijdrage vanuit het bedrijfsleven?

De investering in een F-35 motoronderhoudsfaciliteit wordt geraamd tussen de € 80 en € 90 miljoen (inclusief BTW), afhankelijk van de dollarkoers. Bij een positief besluit over deze faciliteit is het Ministerie van Defensie voornemens de helft van het benodigde bedrag te financieren. Voorzien is dat het Ministerie van Economische Zaken en de Provincie Noord-Brabant ieder een kwart van de financiering voor hun rekening nemen. Gesprekken over de praktische uitwerking van de financieringsvoorwaarden bevinden zich in een afrondende fase. Definitieve besluitvorming over deelneming door de Provincie Noord-Brabant vindt naar verwachting midden november plaats. Het betreft hier nieuwbouw specifiek voor het onderhoud aan de F-135 motor en staat daarom los van eventuele andere geplande infra aanpassingen op vliegbases.

286

Komt de investering voor een F-35 motoronderhoudsfaciliteit op Vliegbasis Woensdrecht uit het budget voor de F-35? Zo nee, waarom niet?

Zoals ook gemeld in de voortgangsrapportage van 15 september jl. (Kamerstuk 26 488, nr. 393), is de investering in een F-35 motoronderhoudsfaciliteit een separaat project met een eigen budget. Dit is een vastgoedproject dat weliswaar een relatie heeft met de verwerving van de F-35, maar waarover een separate afweging heeft plaatsgevonden en waarbij is voorzien dat ook het Ministerie van Economische Zaken en de provincie Noord-Brabant een financiële bijdrage zullen leveren.

287

Hoeveel wil de Minister van Economische Zaken investeren voor een F-35 motoronderhoudsfaciliteit op Vliegbasis Woensdrecht?

Zie het antwoord op vraag 285.

288

Bent u bereid de Kamer per brief te informeren zodra er een besluit is genomen over een investering voor een F-35 motoronderhoudsfaciliteit op Vliegbasis Woensdrecht?

Ja.

289

Wanneer is het besluit te verwachten over de investering voor de faciliteiten van het motoronderhoud van de F-35? Hoe passen deze uitgaven in de reeds geplande aanpassingen op Woensdrecht? Hoe hoog is het budget dat met deze aanpassingen gemoeid is en wie (Defensie, EZ en Provincie) betaalt welk deel? Wordt er hierbij ook gekeken naar een bijdrage vanuit het bedrijfsleven?

Zie het antwoord op vraag 285.

290

Wanneer is de verhuizing vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn naar Vlissingen te verwachten?

De voortgangsrapportage vastgoed zal ook ingaan op de planning voor de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne. De voortgangsrapportage zal, conform planning, in november naar de Kamer gaan.

291

Voor welk bedrag gaat het NAVO-complex in Den Haag verbouwd worden en waarom is ervoor gekozen dat de Host Nation dit voor de rekening gaat nemen?

De kosten van de renovatie en de aanpassing van het gebouw aan de Oude Waalsdorperweg in Den Haag voor de huisvesting van het NATO Communications and Information Agency (NCIA) zijn nog onderwerp van onderzoek en overleg.

Host Nation Support is een in de Navo gebruikelijke manier om huisvesting van agentschappen en hoofdkwartieren te financieren.

292

In welk stadium bevindt de uitvoering van de reorganisatie (informatie gestuurd optreden) bij de KMar zich?

Bij de reorganisatie wordt gebruik gemaakt van een stapsgewijze aanpak, zodat de uitkomsten van experimenten en proefnemingen meegenomen kunnen worden. Het reorganisatietraject verloopt volgens de planning. De voorbereidende fase van het reorganisatietraject is nagenoeg voltooid.

Het Landelijk Tactisch Commando (LTC) KMar dient begin 2017 volledig operationeel te zijn. Het jaar 2016 zal gebruikt worden voor het overlegtraject met medezeggenschap en bonden en voor de implementatie van het LTC, zodat de nieuwe eenheid per 1 januari 2017 kan beginnen.

293

In hoeverre lopen de projecten TITAAN en ERP M/F/P Fase 2 door elkaar en/of naast elkaar?

ERP M/F/P fase 2 bestaat uit kleine projecten. Deze projecten staan inhoudelijk los van project TITAAN, maar ze lopen wel gelijktijdig.

294

In hoeverre zijn de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer, als het gaat over de implementatie van het ERP, verwerkt in de vervolgwerkzaamheden zoals deze nu gepland zijn?

De opmerkingen van de Algemene Rekenkamer hadden betrekking op de gegevenskwaliteit en het kennisniveau. De komende jaren zal de gegevenskwaliteit, die steeds belangrijker wordt voor het optimaliseren van de bedrijfsvoering, volop de aandacht houden. Het project Stay Clean moet ervoor zorgen dat de gegevenskwaliteit op peil blijft. Voor het vergroten van de kennis in de organisatie zijn er diverse maatregelen genomen, zoals het geven van advies en assistentie op de werkvloer, het verzorgen van kennissessies, E-learning en ketentrainingen.

295

Er worden verschillende IT-projecten en kosten genoemd. De IT-vernieuwing is hier echter niet terug te vinden. Dit project duurt vijf jaar. Wat zijn hiervan de jaarlijkse budgetten?

Voor de IT-Vernieuwing is het budget «IT-Problematiek» bestemd zoals terug te vinden in de tabel «Projecten in planning» op bladzijde 66 van de ontwerpbegroting. Daarnaast wordt bekeken welke lopende of geplande projecten kunnen bijdragen aan de IT-vernieuwing. Zoals gemeld gaat Defensie binnen de financiële kaders de IT-vernieuwing stapsgewijs invoeren. Hierbij wordt de eerstvolgende stap concreet gemaakt en een doorkijk gemaakt naar de vervolgstap.

296

Heeft de geplande start studiefase van het project «Vernieuwing TITAAN» inmiddels plaatsgevonden? Zo nee, waarom niet?

297

Hoe wordt getracht het hoge risico op factor Tijd binnen TITAAN beheersbaar te houden?

298

Wat betekent de vertraging van project TITAAN met circa 3,5 maanden organisatorisch en financieel?

Het project «Vernieuwing TITAAN» heeft veel gemeenschappelijk met de IT-vernieuwing. Het was daarom noodzakelijk eerst het ontwerp van de IT-vernieuwing verder uit te werken, voordat met de studiefase kon worden begonnen. Op dit moment worden de implicaties voor de projecten «vernieuwing TITAAN» en «Secure Werkplek Defensie» bepaald. Uitgangspunt is nog steeds dat in 2017 een volledig getest en geaccepteerd TITAAN kan worden opgeleverd. De vertraging leidt naar verwachting wel tot een later tijdstip van volledige uitrol (initieel gepland medio 2018).

De factor «tijd» wordt beheersbaar gehouden door te werken met prototypes, waardoor risicovolle delen van de ontwikkeling in een vroeg stadium kunnen worden beproefd. Daarnaast wordt gewerkt met mijlpalen die in volgorde van prioriteit worden gerealiseerd en waarbij voldoende tijd is ingeruimd om de tussenresultaten te kunnen testen.

Anders dan het herindelen van het budget en de projectcapaciteit heeft de vertraging vooralsnog geen organisatorische of financiële gevolgen.

299

Door welke praktische redenen wordt het budget van het Maritime Research Institute Netherlands (MARIN) toegevoegd aan dat van TNO en wat zijn de consequenties hiervan voor MARIN?

Een deel van de door Defensie gevraagde maritiem gerelateerde kennis is aanwezig bij het MARIN. Met TNO is dan ook afgesproken dat een deel van de programmafinanciering van Defensie bij TNO wordt aangewend voor onderzoek bij het MARIN. In die zin is er dan ook geen sprake van een toevoeging van een budget van het MARIN aan het budget voor TNO. Uit pragmatisch en administratief oogpunt is er niet voor gekozen om een aparte subsidiestroom naar het MARIN in te richten.

300

Welke toekomstige en huidige materieel en IT-projecten vallen onder de prioritaire technologiegebieden van de Defensie Industrie Strategie (DIS)?

Zie het antwoord op vraag 225.

301

Wat is de reden dat een groot aantal voorstellen betreffende de Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO) zijn afgewezen (te weten 45 van de 63)?

Het betreft vaak een combinatie van factoren. De belangrijkste redenen zijn: geen voorziene behoefte binnen Defensie, te laag innovatief gehalte (het te ontwikkelen product is al beschikbaar op de markt) of twijfels over de (technische) haalbaarheid van het voorstel.

302

Is het al bekend waaraan de resterende 1,3 miljoen euro binnen het CODEMO zal worden besteed? Zo ja, waaraan?

Nee. Dat is afhankelijk van de ingediende en nog in te dienen voorstellen.

303

Is de overgebleven 1,3 miljoen euro toereikend voor de financiering van nieuwe voorstellen, aangezien van de 10 miljoen nu 8,7 miljoen euro besteed is?

Codemo is afhankelijk van bedrijven voor het indienen van projectvoorstellen en de kwaliteit en relevantie voor Defensie daarvan. Dat maakt het lastig om in te schatten of, en zo ja wanneer, extra middelen moeten worden vrijgemaakt voor Codemo. Vooralsnog voldoet het budget.

304

Hoe gaat het met de vulling van het fonds via royalties? Hoe groot is de omvang van de royalties in het fonds?

Tot op heden is een beperkt bedrag aan royalties ontvangen. Er zijn de afgelopen maand brieven verstuurd aan de bedrijven die hun Codemo project succesvol hebben voltooid. Deze bedrijven worden verzocht te rapporteren over mogelijke royalties en zo ja wanneer zij verwachten royalties te kunnen gaan betalen. Dat geeft inzicht in de voortgang en in de vraag of er zo nodig extra middelen vrijgemaakt moeten worden om de toekomst van Codemo als succesvol instrument van de Defensie Industrie Strategie (DIS) te kunnen continueren.

305

Als volgens Defensie CODEMO een aansprekend instrument is vooral voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB), hoe kan het dan zijn dat 3 van de 18 goedgekeurde voorstellen van grootbedrijven zijn? Hoe groot is het toegekende bedrag uit CODEMO aan deze bedrijven?

Hoewel Codemo primair gericht is op het mkb en start-ups, kan Defensie om juridische redenen andere bedrijven niet uitsluiten. Het toegekende totaalbedrag aan grootbedrijven is € 1,63 miljoen.

306

Herinnert u zich uw toezegging aan het lid Knops bij de behandeling van de begroting 2015 om vanuit een no regret-benadering geen besluiten te nemen bij de verkoop van materieel die de uitvoering van de motie Van der Staaij.s. (34 000, nr. 23) in de weg zouden kunnen staan? Bent u bereid de verkoop van houwitsers en mijnenjagers op te schorten tot de uitvoering van de beide moties Van der Staaij c.s. staaij (34 000, nr. 23 en 34 300, nr. 27)?

Ik zal de Kamer tijdig betrekken als wij de verkoop van dit materieel overwegen.

307

Kunt u een overzicht geven van de leegstaande kazernes van Defensie?

De onderstaande objecten zijn door Defensie ontruimd.

Objectnaam

gemeente

Objectsoort

Planjaar ontruiming

SEINMAST COCKSDORP

De Cocksdorp

Zend- en ontvangstlocatie

2012

OT OUDEMOLEN

Tynaarlo

Oefenterrein

2014

OT DIJKVELD

Assen

Oefenterrein

2014

MARINEMUSEUM-OUDE RIJKSWERF

Den Helder

Peperhuisje

2012

VM MIJNENDIENST KAZERNE

Den Helder

Kazerne

2007

BUITENVELD

Den Helder

Kantoor

2015

MARINEKAZERNE DRIEHUIS

Velsen

Kazerne

2011

OT OVERVEEN

Bloemendaal

Oefenterrein

2014

FORT PENNINGSVEER

Haarlemmerliede

Werkplaats

2011

KRANENBURG NOORD

Harderwijk

Kazerne

2011

MUNITIE MAGAZIJNEN MC DE KOM

Wassenaar

Munitie opslaglocatie

2014

PRINSES JULIANAKAZERNE

’s-Gravenhage

Kantoor

2013

BINCKHORSTHOF

’s-Gravenhage

Kantoor

2014

FORT BIJ KUDELSTAART

Aalsmeer

Werkplaats

2014

FORT AAN DE WINKEL

Abcoude

Werkplaats

2014

MC NIEUW LOOSDRECHT

Hilversum

Logistiek

2010

LC KANAALWEG

Utrecht

Logistiek

2013

COMPLEX HOGEWEG

Amersfoort

Kantoor

2011

KAMP VAN ZEIST

Soest

Logistiek

2014

OFFICIERSCASINO

Soesterberg

Logistiek

2014

KAMPWEG 2

Soesterberg

Kantoor

2015

KAMP WATERLOO

Leusden

Huisvesting

2010

CONVOOI AOCS NW MILLIGEN

Apeldoorn

Zend- en ontvangstlocatie

2015

DETMERSKAZERNE

Lochem

Kazerne

2013

VM SCHIETBAAN HVH

Rotterdam

Sportcomplex

2014

POST HOEK VAN HOLLAND

Rotterdam

Kantoor

2012

ANTENNEPARK DE LIER

De Lier

Zend- en ontvangstlocatie

2014

PRINS WILLEM-ALEXANDERKAZERNE

Gouda

Kantoor

2011

MC LOPIK

Lopik

Communicatie

2015

LCW RHENEN COMPLEX ELST

Rhenen

Logistiek

2012

LCW RHENEN

Rhenen

Logistiek

2014

FORT NUMANSDORP

Cromstrijen

Werkplaats

2010

LC HUIJBERGEN

Huijbergen

Logistiek

2014

DIENSTGEBOUW KORTE RAAMSTRAAT

Breda

Communicatie

2013

POST BREDA

Breda

Kantoor

2014

DVD DIRECTIE ZUID

Tilburg

Kantoor

2014

VAN HORNEKAZERNE

Weert

Onderwijslocatie

2015

MC WEERT

Weert

Opslag

2015

DE JAGERSBORGH ROERMOND

Roermond

Kantoor

2010

OPSLAGTERREIN MET LOODSEN

Brunssum

Opslag

2013

NIC BRUNSSUM

Brunssum

Logistiek

2014

POMS EYGELSHOVEN

Kerkrade

Logistiek

2013

TERREIN KWARTJE 2

Curaçao

Woonlocatie

2012

308

Kunt u een overzicht geven van welk vastgoed van Defensie te koop staat, inclusief de omvang van dat vastgoed?

Na ontruiming draagt Defensie de objecten in materieelbeheer over aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), dat zorgdraagt voor de verkoop. Een overzicht van de gehele verkoopportefeuille van het rijk staat op de verkoopsite van het RVB: www.biedboek.nl.

309

Welk vastgoed van Defensie staat op de nominatie om binnen nu en een jaar te worden verkocht?

De volgende objecten zal Defensie in 2016 ontruimen en vervolgens ter verkoop overdragen aan het RVB:

Objectnaam

gemeente

Objectsoort

Planjaar ontruiming

DVD DIENSTKRING VOLKEL

Uden

Kantoor

2016

DVD DIENSTKRING DEN HELDER

Den Helder

Kantoor

2016

DVD DIRECTIE NOORD

Zwolle

Kantoor

2016

COMPLEX TWENTE

Enschede

Kazerne

2016

INSTITUUT DEFENSIE LEERGANGEN

’s-Gravenhage

Onderwijslocatie

2016

POST NOORD-HOLLAND

Den Helder

Kantoor

2016

310

Zijn de geraamde inkomsten bij verkoop realiseerbaar? Zijn er beschikbare kopers voor het voor verkoop beschikbare materieel? Kunt u aangeven in hoeverre de ramingen van verkopen de laatste jaren gehaald zijn (2010 t/m 2015)?

Bij afstoting van materieel wordt een zo realistisch mogelijke raming van mogelijke opbrengsten gemaakt op basis van een inschatting van de markt. De DMO gaat vervolgens op zoek naar potentiële kopers. De gerealiseerde verkoopopbrengsten blijven, onder meer door de onvoorspelbare markt en politieke besluiten, sinds enkele jaren achter op de begrote verkoopopbrengsten (behalve in 2011). Om de verkoopopbrengsten toch zo realistisch mogelijk te plannen, worden jaarlijks de ramingen in het Defensie afstotingsplan geactualiseerd naar inschatting van de geldende marktwaarde en -werking. Tegenvallers door niet gerealiseerde verkoopopbrengsten maken deel uit van het totaal van tegen- en meevallers in het uitvoeringsjaar.

311

Welke IT-uitgaven worden precies genoemd in artikel 7? Hoe is te verklaren dat de bijdrage SSO DMO/OPS vanaf 2017 e.v. gelijk is aan de post IT-E van DTO (pagina 83), maar in 2015 en 2016 niet? Wat is het verschil? Wat wordt er betaald met de post IT Overig?

Het verschil tussen bijdrage SSO DMO/Ops (artikel 7) en post IT-exploitatie wordt voor 2016 verklaard door de inzet van Eigen Vermogen (€ 7 miljoen in 2016). DTO keert in 2016 € 7 miljoen aan eigen vermogen uit dat wordt toegevoegd aan het IV-exploitatiebudget.

Omdat het IV-E budget (artikel 7) in 2015 niet was gesplitst in een deel DMO/Ops en een deel overig, is de aansluiting tussen bijdrage SSO DMO/Ops (artikel 7) en Post IT-exploitatie (DTO) niet te maken.

Voor de post overig geldt dat een deel via externe leveranciers en interdepartementale bijdragen loopt. Dit deel is in artikel 7 opgenomen als «waarvan IT; Overig».

312

Hoeveel wordt er bij Defensie in totaal jaarlijks besteed aan brandstof?

Voor varend, rijdend en vliegend materieel is voor brandstof voor het jaar 2016 in totaal € 111 miljoen opgenomen in de begroting.

313

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen DMO in 2014 en in 2015? Waaruit bestaat de voorziene externe inhuur binnen DMO voor de periode 2016 t/m 2020?

De inhuur in 2014 en 2015 was bedoeld om de belangrijkste capaciteitstekorten op te kunnen vangen. Deze tekorten waren ontstaan door ondervulling van de organisatie als gevolg van onder meer lastig vervulbare vacatures na de reorganisatie eind 2013 en het achterblijven van militaire vulling. De DMO heeft in reactie daarop het afgelopen jaar geïnvesteerd in personele vulling van de organisatie. Hierdoor is een opgaande lijn te zien waarvan de verwachting is dat deze zal continueren met de verdere uitwerking van de motie-Van der Staaij in het vooruitzicht. De verwachting is dat de inhuur voor de periode 2016–2020 door de voorziene maatregelen zal afnemen, maar dat in bepaalde gebieden nog steeds ondersteuning van de markt noodzakelijk zal zijn.

314

Waar zit de daling in het budget voor Personele Uitgaven bij de ondersteuning DMO in?

Dit is het effect van de eerder doorgevoerde reorganisatie bij DMO en is de doorwerking van bezuinigingen uit eerdere jaren.

315

Er wordt gemeld dat in 2016 de kosten voor alle informatievoorziening 192,5 miljoen euro is. Echter, de omzet moederdepartement van DTO is in 2016 in totaal 227.929.000 euro. Wat is dit voor verschil en hoe is deze te verklaren?

Van de uitgaven aan IT in artikel 7 wordt een deel uitgevoerd door DTO. Dit is in de DTO-begroting opgenomen als «waarvan betaald uit IV-E». Daarnaast werkt DTO mee aan IT-investeringsprojecten, (terug te vinden in de regel «waarvan betaald uit IT-I») en voert ze werk uit voor andere onderdelen van het Ministerie van Defensie («waarvan betaald uit niet IT-budgetten en door Baten-lastendiensten»). Deze drie regels tellen samen op tot de omzet moederdepartement in de begroting DTO.

316

Wat is het verband tussen de slechts geringe stijging van aantallen personeel en de wens om meer ondersteunende eenheden te krijgen?

Zie het antwoord op vraag 1.

317

Hoe wordt de verlaging van het budget voor personele uitgaven bij het Commando Diensten Centra (CDC) verklaard?

In 2016 stijgt het budget voor personele uitgaven. Dit wordt veroorzaakt door onder meer de reorganisatie van de eerstelijnszorg bij de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) (€ 25 miljoen), het deel van het Agentschap Dienst Vastgoed Defensie dat achterblijft (€ 8,2 miljoen), uitgaven voor personeelszorg (3,5 miljoen euro) en door transitiekosten (€ 9,5 miljoen).

Vanaf 2017 tot 2020 is het budget voor transitiekosten een stuk lager (respectievelijk € 1,8 miljoen, € 0,9 miljoen, € 0,8 miljoen en € 0,7 miljoen) omdat de voor 2016 voorziene additionele uitgaven vanaf 2017 niet meer terugkeren. Daarnaast daalt het budget als gevolg van de taakstelling op de rijksdienst van € 39 miljoen in 2017 en € 48 miljoen vanaf 2018.

318

Vanwaar was de externe inhuur bij het CDC in 2014 en 2015 zo hoog en waarom zal dit in de toekomst lager zijn?

In het geneeskundig domein (Defensie Gezondheidszorg Organisatie) was in 2014 en 2015 inhuur nodig voor specialistisch geneeskundig personeel door de vertragingen in de diverse reorganisatie trajecten. Tevens was specialistisch geneeskundig personeel nodig voor het opvangen van langdurig zieken en re-integratie trajecten op essentiële (vaak unieke) functies. In beperkte mate was inhuur van expertise nodig voor implementatie van gewijzigde wetgeving in de gezondheidszorg.

In het P&O-domein (Divisie Personeel en Organisatie Defensie en Staf CDC) was in 2014 en 2015 inhuur nodig voor extra adviescapaciteit ten aanzien van de reeks reorganisaties en voor specialistische ondersteuning van het Diensten Centrum Human Resources (DCHR). Deze ondersteuning is afgebouwd door efficiency maatregelen waardoor de uitgaven zullen dalen in latere jaren.

In het facilitaire domein (Divisie Facilitair en Logistiek) en het domein vastgoed en beveiliging was in 2014 en 2015 inhuur nodig om piekbelasting bij inkoop- en verwervingsprocessen het hoofd te kunnen bieden, voorts voor ondersteuning van het project Niet Operationeel Dienstvervoer, voor IT-ondersteuning en voor bewaking- en beveiliging bij reguliere inzet in hoofdzakelijk de nachturen en voor tijdelijke extra taken.

Inhuur is vanaf 2016 overigens onderdeel van het totale formatiebudget en wordt daarom niet meer geraamd.

319

Hoeveel wagens telt het wagenpark van Defensie?

Het wagenpark van Defensie telt 5.468 civiele dienstauto’s. Dit is exclusief zware civiele voertuigen en militaire voertuigen.

320

Hoeveel en welke (rang/schaal) medewerkers van Defensie, zowel militair- als burgerpersoneel, maken aanspraak op gebruik van, dan wel een eigen dienstauto met chauffeur?

321

Hoeveel dienstauto’s met chauffeur zijn er bij Defensie beschikbaar, en voor welke medewerkers?

Deze vervoersvorm betreft zowel dienstvervoer, waarbij een medewerker gedurende de duur van zijn functie permanent een eigen auto met chauffeur ter beschikking heeft, als incidenteel dienstvervoer, waarbij een medewerker incidenteel gebruik kan maken van VIP-vervoer over de weg.

Rechthebbenden op permanent dienstvervoer zijn burgers in ten minste BBRA schaal 18 (totaal 5) en militairen in ten minste de rang van vice-admiraal/luitenant-generaal (totaal 9). De groep rechthebbenden op incidenteel dienstvervoer met chauffeur bestaat uit militairen in de rang van ten minste commandeur/brigadegeneraal/commodore en burgers in ten minste schaal 16. In uitzonderlijke gevallen wordt dit vervoer ook ingezet voor dienstreizen op uitnodiging van de Minister ten behoeve van bijvoorbeeld dragers van de Militaire Willemsorde (zie DP40–10, regeling 2200, punt 6b voor een uitputtende opsomming).

Het permanente dienstvervoer wordt verricht met 14 voertuigen en 14 chauffeurs. Het incidentele dienstvervoer wordt verzorgd door een pool van 26 voertuigen en 52 chauffeurs.

Incidenteel dienstvervoer betreft 70 militairen en 35 burgers. Het totale aantal medewerkers dat gebruik kan maken van een dienstauto met chauffeur komt daarmee op 79 (70 plus 9) militairen en 40 (35 plus 5) burgermedewerkers. Het gaat in totaal dus om 119 medewerkers.

322

Hoeveel kosten de dienstauto’s met chauffeur per jaar?

Een dienstauto met chauffeur kost gemiddeld € 91.648 per jaar. Dit is inclusief de aanschafwaarde, exploitatiekosten en personeelskosten chauffeurs, maar exclusief brandstof en onvoorziene uitgaven.

323

Klopt het dat in 2016 bij DMO gemiddeld 838 meer personen werkzaam zijn ten opzichte van 2015? Om welke functies gaat het?

Het gaat op pagina 73 niet om de DMO maar om het CDC. De verwachte personele bezetting van het CDC is in 2016 838 vte’n hoger dan in 2015. De belangrijkste oorzaak is dat een aantal reorganisaties (waaronder die van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie) zijn vertraagd naar 2016. Dit heeft tot gevolg dat de formatie in 2016 stijgt ten opzichte van 2015 en hierdoor ook de personele bezetting. Bovendien is in 2015 nog sprake van een ondervulling bij het CDC, waarvan het de verwachting is dat deze in 2016 wordt ingelopen.

324

Waarin verschilt de bijdrage aan de NAVO op artikel 6 van de bijdrage aan de NAVO op artikel 9?

325

Waarom staat de bijdrage aan de NAVO op twee verschillende artikelen?

326

Zijn de bedragen op artikel 6 en artikel 9 met betrekking tot bijdrage aan de NAVO cumulatief?

327

Hoeveel draagt Defensie in totaal per jaar bij aan de NAVO, voor de jaren 2015–2020?

De financiële bijdragen van Defensie aan de Navo staan vanwege hun verschillende aard geraamd op verschillende beleidsartikelen van de begroting. In beleidsartikel 6 «Investeringen krijgsmacht» worden, naast de algemene bijdrage aan het Nato Security Investment Programme (NSIP), tevens de bijdrage aan de investeringsbudgetten van de AWACS en de Nederlandse NSIP-projecten geraamd. In beleidsartikel 9 «Algemeen» zijn daarnaast de Nederlandse bijdragen aan diverse Navo-exploitatiebudgetten begroot, zoals de instandhouding van de Navo Commandostructuur en de exploitatie van de AWACS en Alliance Ground Surveillance. Verder staat de Nederlandse gemeenschappelijke bijdrage aan Navo-missies en operaties op beleidsartikel 1 «Inzet».

328

Hoeveel geeft Defensie in totaal uit voor het EU-voorzitterschap?

331

Welke kosten voor het EU-voorzitterschap komen voor rekening van de Defensiebegroting?

De informele ministeriële bijeenkomst en de hoog ambtelijke bijeenkomsten die door het voorzitterschap in eigen land moeten worden georganiseerd vinden plaats op de centrale vergaderlocatie te Amsterdam. De kosten voor de inrichting en het gebruik van deze locatie worden gefinancierd uit het centrale voorzitterschapsbudget van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Defensie organiseert zes bijeenkomsten op deze centrale vergaderlocatie en betaalt een aantal kosten die worden gemaakt voor de deelnemers tijdens deze bijeenkomsten. Deze kosten betreffen onder meer catering, evt. aanvullende vertolking en kantoorbenodigdheden.

Defensie heeft voor de voorbereiding en uitvoering van het EU Voorzitterschap een bedrag begroot van € 1,9 miljoen. Daarvan wordt € 242.000 in 2015 uitgegeven en € 1,6 miljoen in 2016. Deze uitgaven betreffen onder meer vergaderingen ter voorbereiding op het voorzitterschap, werkoverleg met de Trio-partners, organisatie van werkbezoeken aan defensielocaties, aanvullende kosten voor het gebruik van de centrale vergaderlocatie in Amsterdam, relatiegeschenken, representatiemateriaal, de huur van locaties buiten Amsterdam, cateringkosten, diverse transportkosten in Nederland en de inhuur van Clingendael voor seminars.

329

Kunt u het verschil verklaren tussen de totalen voor subsidies en bijdragen in 2016 in de tabel op pagina 74 (24.173) en de tabel in bijlage 4.7 (19.841)?

In de tabel op pagina 74 wordt het totaal van subsidies en bijdragen gegeven. In de tabel in bijlage 4.7 worden daarentegen alleen de subsidies weergegeven. Het totaal aan subsidies en bijdragen bedraagt dus € 24.173 (in duizenden euro’s), hiervan is € 19.841 (in duizenden euro’s) subsidies en € 4.332 (in duizenden euro’s) bijdragen.

330

Kunt u de overige uitgaven in de tabel uitsplitsen naar specifieke uitgaven?

Deze overige uitgaven bestaan uit uitgaven ten behoeve van schadevergoedingen, voorlichting en overige departementsbrede uitgaven (zie tabel). De departementsbrede uitgaven betreffen voornamelijk uitgaven in het kader van het Nationaal Militair Museum, milieu en het EU-voorzitterschap.

Categorie

Bedrag (in € mln.)

Schadevergoedingen

1,6

Voorlichting

2,3

Departementsbrede uitgaven

29,7

331

Welke kosten voor het EU-voorzitterschap komen voor rekening van de Defensiebegroting?

Zie het antwoord op vraag 328.

332

Om hoeveel extra functionarissen bij de MIVD gaat het?

335

Klopt het dat de extra uitgaven van de MIVD niet in hogere aantallen personeel gaat zitten?

Om de komende jaren de inlichtingencapaciteit voor contraterrorisme bij de MIVD te versterken is door het kabinet vanaf 2016 € 17 miljoen structureel uitgetrokken (Kamerstuk 29 754, nr. 302). Het gaat hierbij om 155 extra vte’n voor de verwerving en de verwerking van aan terrorisme en extremisme gerelateerde informatie en de noodzakelijke specialistische ondersteuning.

333

Waaruit bestond de externe inhuur van personeel binnen het centraal apparaat in 2014 en in 2015? Waaruit bestaat de voorziene externe inhuur binnen het centraal apparaat voor de periode 2016 tot en met 2020?

In 2014 bestond de inhuur uit personeel voor certificeringswerkzaamheden bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Taskforce Cyber, het project Sourcing, het project Professionaliseren Materieelbeheer Defensie, het project Prisma en IT-ondersteuning bij het uitvoeren van wettelijke taken van de Audit Dienst Defensie (ADD).

In 2015 bestond de inhuur uit personeel voor certificeringswerkzaamheden bij de MLA, IT-ondersteuning en onderzoek naar de bedrijfsveiligheid bij Defensie.

Voor de periode 2016 tot en met 2020 bestaat de voorziene inhuur uit personeel voor certificeringswerkzaamheden bij de MLA, IT-ondersteuning, milieu-expertise en voor ondersteuning bij diverse bedrijfsveiligheidsprojecten.

334

Hoeveel burgers en hoeveel militairen werken momenteel bij de MIVD? Kunt u een overzicht geven van de aantallen per rang en de aantallen per salarisschaal?

Bij de MIVD zijn per 1 oktober 2015 861 personen werkzaam. Over de exacte onderverdeling naar burger, militair of rang doe ik in het openbaar geen uitspraken.

335

Klopt het dat de extra uitgaven van de MIVD niet in hogere aantallen personeel gaat zitten?

Nee. Zie het antwoord op vraag 332.

336

Hoeveel medewerkers van Defensie hebben op dit moment recht op een vergoeding voor hun woon-werkverkeer?

337

Hoeveel medewerkers van Defensie zouden recht hebben op een vergoeding voor woon-werkverkeer indien de regels zodanig worden aangepast dat iedereen hier recht op heeft, ongeacht het feit of er wel of geen «eigen huishouding» wordt gevoerd? Kunt u daarbij ook aangeven, eventueel een schatting, wat de extra kosten zouden zijn van de verruiming van deze regeling?

Defensie heeft naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 november 2014 het verschil in aanspraken opgeheven tussen medewerkers mét en medewerkers zonder eigen huishouding. Daardoor hebben nu circa 41.500 mensen recht op een tegemoetkoming voor woon-werkverkeer.

Momenteel vindt overleg plaats met de Centrales van Overheidspersoneel over de herziening van de regelingen voor woon-werkverkeer. De kosten daarvan zijn afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt, maar zullen binnen de beschikbare financiële kaders blijven.

338

Hoeveel legeringsplekken heeft Defensie in totaal?

Het totaal aantal geregistreerde bedden is 31.851 (in beheer bij het Facilitair Bedrijf Defensie). Daarnaast zijn er op de Kromhoutkazerne nog 151 bedden (in beheer bij Komfort) en 221 bedden in het caribisch gebied (in beheer bij CZSK).

339

Hoeveel legeringsplekken van Defensie zijn gemiddeld per dag en per maand bezet?

Er zijn verschillende soorten slaapplaatsen, namelijk voor vaste binnenslapers, voor deelnemers aan oefeningen en voor deelnemers aan een opleiding. Al naar gelang de duur en de omvang van een opleiding of een oefening kan de dagelijkse bezettingsgraad per locatie fluctueren. Uit een recente meting blijkt dat de gemiddelde bezetting per maand over alle bedden 78 procent is.

340

Hoeveel medewerkers van Defensie zijn zogenaamde binnenslaper, uitgedrukt in absolute aantallen en percentage?

Defensie heeft op dit moment 13.000 binnenslapers. Dit betreft circa 23 procent van het totaal aantal medewerkers dat Defensie in dienst heeft.

341

Hoe worden de teruglopende budgetten van taakuitvoering bij alle krijgsmachtsonderdelen verklaard?

Zie het antwoord op vraag 189.

342

Is er sprake van een gewenst evenwicht in het aantal functionarissen burgerpersoneel per salarisschaal in 2016? Zo nee, op welke wijze zal dit verder wijzigen?

343

Is er sprake van een gewenst evenwicht in het aantal militairen per rang in 2016? Zo nee, op welke wijze zal dit verder wijzigen?

Zie het antwoord op vraag 122.

344

Welke gevolgen hebben uw eigen bezuinigingen, onder meer de taakstelling van 48 miljoen euro en onder meer op de DMO, gehad op de verwervingsketen? Bent u bereid dit inzichtelijk te maken?

De maatregelen om de taakstelling Rijksdienst van € 48 miljoen te realiseren hebben geen direct effect gehad op de verwervingsketen bij de DMO. Wel is het doel om op termijn op het gebied van inkoop efficiënter te werken, waardoor minder inhuur mogelijk wordt.

345

Is het streven nog steeds om de taakstelling binnen de Rijksdienst, van 48 miljoen euro, te halen bij de ondersteunende diensten (DMO en CDC)?

346

Hoe denkt u de taakstellende korting van 17 oplopend tot 48 miljoen euro voor elkaar te krijgen?

De taakstelling is ingeboekt in de meerjarige begroting bij DMO, CDC alsmede de Bestuursstaf, waardoor deze is zeker gesteld. Om de taakstelling te realiseren treft Defensie intern maatregelen, zoals het beter benutten van voorraadlocaties, waardoor overtollige gebouwen en locaties kunnen worden afgestoten. Ook stuurt Defensie meer op geïntegreerde dienstverlening en minder stafcapaciteit. Daarnaast worden besparingen gerealiseerd door rijksbreed categoriemanagement en door maatregelen die zijn gericht op een verbeterde interne samenwerking en meer doelmatigheid.

347

Wat is de reden dat een groot deel van het extra geld pas bij de 1e suppletoire begroting wordt verwerkt in de begrotingsartikelen?

Zie het antwoord op vraag 2.

348

Waaraan is in 2015 de post nominaal en onvoorzien uitgegeven?

Op de post nader te verdelen voor 2015 is een bedrag gereserveerd van € 76 miljoen. Met de tweede suppletoire begroting wordt de Kamer geïnformeerd over de veranderingen in de begroting 2015.

349

Wordt een deel van het extra geld voor het verbeteren van de basisgereedheid ingezet bij de uitwerking van de nieuwe afgesloten cao of komt het budget hiervoor ergens anders uit Defensie of de Rijksbegroting?

Het extra budget voor het verbeteren van de basisgereedheid wordt niet ingezet voor de uitwerking van de nieuw afgesloten cao.

350

De IT exploitatie neemt af van 164 miljoen euro in 2016 naar 150 miljoen euro in 2017 e.v. Hoe is dit te verklaren wanneer het belang van IT toeneemt, er steeds meer met IT wordt gewerkt en de IT-infrastructuur wordt vernieuwd? Is dit budget voldoende om alle noodzakelijke IT-kosten te dekken?

De genoemde bedragen betreffen alleen de werkzaamheden die het Agentschap DTO uitvoert. In artikel 7 zijn de totale uitgaven aan de exploitatie van generieke IT opgenomen. Daarvan loopt ook een deel via externe leveranciers en via interdepartementale bijdragen. Dit deel is in artikel 7 opgenomen als «waarvan IT; Overig». De budgetten worden voldoende geacht om de geraamde uitgaven te dekken. Mocht dit niet zo blijken te zijn, dan worden aanvullende maatregelen genomen.

351

De IT investeringen bij de Defensie Telematica Organisatie (DTO) nemen eerst toe naar 65 miljoen euro in 2017 en nemen vervolgens af tot 51 miljoen euro vanaf 2019. Is dit budget voldoende voor alle noodzakelijk IT-investeringen, inclusief de vernieuwing van de IT-infrastructuur?

De genoemde bedragen betreffen werkzaamheden die het Agentschap DTO uitvoert. In de begroting van DTO zitten alleen de investeringen waarvoor opdracht gegeven is. Investeringen in planning bij het moederdepartement – zoals de IT-vernieuwing – staan nog niet in de begroting van het agentschap.

352

Het budget voor eigen personeel neemt af in de periode 2016–2019, tevens neemt het aantal FTE af van 1595 naar 1295. Waarvan is dit het gevolg en wat betekent dit voor de personeelsopbouw? Blijft er voldoende interne kennis aanwezig om de continuïteit van de IT-systemen te borgen?

Het agentschap moet zijn kosten in balans brengen met de opbrengsten. Minder opbrengsten staat daardoor gelijk aan minder personeel. Het IT-domein verandert naar aanleiding van de IT-visie en het High Level Ontwerp. Een neveneffect van deze veranderingen is een gewijzigde personele inzet en personeelsopbouw. De wijze waarop dit wordt ingevuld wordt momenteel uitgewerkt.

353

Moet er worden geïnvesteerd in hoger opgeleid IT-personeel? De arbeidsmarkt hiervoor is krap, welk wervingsbeleid gaat hierbij worden gevolgd?

De arbeidsmarkt is inderdaad krap. Het wervingsbeleid is gelijk aan dat voor technici. Specifieke campagnes, wervingsactiviteiten, leerovereenkomsten en stages worden ingezet. Daarnaast moeten mogelijke financiële compensatie door aanstellingspremies en het aansluiten bij grote IT-beurzen en evenementen bijdragen aan het terugdringen van het tekort aan IT-personeel.

354

Hoe zal het onderscheid tussen «witte» en «groene» IT in de toekomst worden begroot zodat de Kamer inzicht heeft in de totale exploitatie- en investeringskosten voor IT?

De generieke («witte») IT is voor de exploitatie apart opgenomen in artikel 7 onder materiële uitgaven. De specifieke («groene») IT maakt deel uit van de programma-uitgaven van artikel 7. Omdat het onderscheid vervaagt, onderzoekt Defensie of de exploitatiekosten moeten worden samengevoegd. Voor de investeringen is in artikel 6 geen onderscheid meer gemaakt tussen generieke en specifieke IT.

355

Waarom gaat de inhuur van externen bij IT projecten vanaf 2016 omhoog, terwijl de kosten van eigen personeel eerst stijgen (2016), maar vervolgens weer dalen (2017 en verder)?

De raming voor inhuur is berust op de benodigde capaciteit en kennis die niet in het eigen personeelsbestand beschikbaar zijn. Bij het agentschap DTO is dit voor projecten geraamd op een stabiele omvang van ongeveer € 22 miljoen. Ten behoeve van het apparaat en de reguliere dienstverlening daalt de geraamde inzet van externe inhuur vanaf 2018 licht.

356

Waarom wordt voor de uitvoering van IT-projecten gekozen voor externe inhuur in plaats van eigen personeel, terwijl er sprake is van benodigde aanvullende capaciteiten?

Defensie zet voor zoveel mogelijk werkzaamheden eigen personeel in, ook voor IT-projecten. Als de nodige kennis en kunde niet – of niet in voldoende mate – aanwezig zijn, wordt extern aanvullende capaciteit ingehuurd.

357

Kan, nu er duidelijkheid is over de toekomst van Paresto, het deel externe inhuur niet verlaagd worden en/of omgezet worden in eigen personeel?

Defensie zal in de bedrijfsvoering van Paresto maatregelen nemen die tot meer doelmatigheid leiden. Het Commando Dienstencentra (CDC) werkt deze maatregelen op dit moment uit, waarbij ook gekeken zal worden naar de optimale mix tussen eigen personeel en inhuur. Over de uitwerkingen van de maatregelen verwacht ik u in het tweede kwartaal van 2016 nader te kunnen informeren.

358

Kunt u de bezuiniging van 18 miljoen euro structureel op het budget voor Persoonsgebonden Uitrusting (PGU) en externe opleidingen inhoudelijk toelichten?

361

Wat wordt bedoeld met de zin; «De korting op de budgetten ten behoeve van Personele Uitgaven en externe opleidingen dient als structurele dekking van de problematiek op de personele exploitatie»?

Dit is het gevolg van een prioritering binnen de defensiebegroting vanwege tekorten op de personele exploitatie.

359

Hoe rijmt u de behoefte aan reservisten met de aankondiging van het CLAS dat er gekort wordt op het budget voor de reservisten?

Zie het antwoord op vraag 104.

360

Betekent de korting op externe opleidingen dat personeel bij Defensie minder mogelijkheid heeft om buiten Defensie opleidingen te volgen? Wat heeft dit voor gevolgen voor de ontwikkeling van personeel en daarmee voor de kennis die binnen de krijgsmacht wordt opgebouwd? Wat betekent dit voor de aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever?

De korting op het budget voor externe opleidingen heeft geen betrekking op opleidingen waarop arbeidsvoorwaardelijk aanspraak bestaat, zoals diverse opleidingen in het kader van de employability. Daarnaast is Defensie een opleidingsorganisatie, gericht op een leven lang leren. De loopbaanopleidingen, zoals initiële en functiespecifieke opleidingen en cursussen, verzorgt Defensie zelf. De ontwikkeling van het personeel en daarmee ook de opbouw van kennis binnen de organisatie, blijft hiermee gewaarborgd.

361

Wat wordt bedoeld met de zin; «De korting op de budgetten ten behoeve van Personele Uitgaven en externe opleidingen dient als structurele dekking van de problematiek op de personele exploitatie»?

Zie het antwoord op vraag 358.

362

Waarom wordt het budget voor het BIV eerst volledig op de begroting van Defensie gezet en later gedeeltelijk overgebracht naar de begroting van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?

Zie het antwoord op vraag 163.

363

Kunt u de nieuwe mutatie Cyber (formatie) onder beleidsartikel 3 toelichten? Wat is de relatie met de nieuwe mutatie Cyber (formatie) onder beleidsartikel 7?

De twee mutaties onder artikel 3 en artikel 7 betreffen de interne herschikking van de intensiveringsgelden die ter beschikking zijn gesteld in de Beleidsbrief 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1). Ten aanzien van de mutatie onder artikel 3 is dit de feitelijke financieel-administratieve toedeling van het budget voor de formatie van het Defensie Cyber Commando (DCC). Ten aanzien van de mutatie onder artikel 7 is dit de toedeling van het budget voor de formatie van het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT).

364

Waarom zijn er zulke enorme mutaties in de Opdracht Voorzien in IT? Hoe zijn deze te verklaren en waaraan zijn deze mutaties gerelateerd?

365

In de periode 2016–2028 is er bij Opdracht Voorzien in IT sprake van een totale positieve mutatie van 181 miljoen euro en een negatieve mutatie van totaal 197 miljoen euro. Hoe is het mogelijk dat, ondanks alle IT-investeringen en de verdere toename van IT, er op lange termijn minder geld is voor IT? Waarvan gaat dit ten koste en is er op termijn voldoende geld voor noodzakelijke investeringen en exploitatie?

In deze ontwerpbegroting zijn voor het eerst bij «Opdracht Voorzien in IT» de investeringen voor generieke en specifieke IT bij elkaar genomen. In de vorige ontwerpbegroting had «Opdracht Voorzien in IT» alleen betrekking op de generieke IT. Bovendien wordt er vanaf deze ontwerpbegroting gerekend met projecten die ook echt in uitvoering of in voorbereiding zijn, waar voorheen werd gewerkt met een vaste bandbreedte. Dit resulteert in grote mutaties. Zie ook het antwoord op vraag 244.

366

Klopt het dat er in 2016 291 miljoen euro aan investeringen in materieel worden uitgesteld wegens «herschikking» en «harmonisatie» en op die manier worden doorgeschoven naar latere jaren?

367

Klopt het dat er in 2017 100 miljoen euro aan investeringen in materieel worden uitgesteld wegens «herschikking» en op die manier worden doorgeschoven naar latere jaren?

Nee, dat klopt niet. In de regel «Harmonisatie investeringsplan» betreft de € 200 miljoen een technische budgetschuif. Deze schuif heeft geen negatieve planconsequenties tot gevolg. Met de extra middelen voor de versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht is onder meer het investeringsbudget opgehoogd. Dit wordt weergegeven in de regel «Verhogen defensiebudget ten behoeve van het versterken van de basisgereedheid van de krijgsmacht». De negatieve budgetregel «Herschikking binnen het artikel» onder «Voorzien in nieuw materieel» is een gevolg van overheveling van budget naar «Voorzien in infrastructuur» en «Voorzien in IT».

368

Klopt het dat er flink veel geld uit de toekomst wordt gehaald (jaren 2019–2025) om genoeg geld te hebben voor de IT in 2015–2018?

Nee. Zie ook het antwoord op vraag 364.

369

Welke middelen zet u in om de ramingen te verbeteren? Bestaat hier een stappenplan voor?

Zie het antwoord op vraag 40.

370

Zijn bij alle 27 wapensystemen veranderingen in wisselkoersen/prijsbijstelling verwerkt? Is het mogelijk om de bedragen door wisselkoersen/prijsbijstelling in een aparte kolom zichtbaar te maken?

Vanaf dit jaar worden alle projecten, ook die in planning, geïndexeerd. N.B.: het project F-35 kent een separaat afsprakenkader in dezen. Omdat de wapensysteemsjablonen uit verschillende soorten broninformatie worden samengesteld waarbij het totaaloverzicht zero base wordt opgebouwd is het niet mogelijk om de prijsbijstelling/wisselkoersaanpassingen in een aparte kolom zichtbaar te maken.

371

Kunt u een lijst maken met wapensystemen die in de exploitatie structureel verlaagd zijn en structureel verhoogd?

Ja. Bij de volgende wapensystemen zijn de geraamde uitgaven voor exploitatie structureel verlaagd: WS1-LCF, WS2-Multi purpose fregat, WS3-Patrouilleschepen, WS4-LPD, WS6-OZB, WS7-mijnenbestrijdingsvaartuigen, WS8-CV90, WS9b-Boxer, WS10b-AGBADS, WS12a-LEO2 bergingstank, WS15-Lichte Vau, WS17-KDC10, WS18-C130, WS20-CH-47, WS25-Milsatcom.

Bij de volgende wapensystemen zijn de geraamde uitgaven voor exploitatie structureel verhoogd: WS9a-Fennek, WS9c-Bushmaster, WS10a-Patriot, WS10c-Stinger, WS11a-Wissellaadsysteem, WS11b-TropCo, WS12c-Kodiak, WS13b-Mortieren, WS14b-Scan Eagle, WS21-Cougar, WS24-Kleding en Persoonlijke uitrusting, WS27-Mobile Combat Training Centre. Tevens zijn de geraamde uitgaven voor exploitatie bij WS28-overige systemen structureel verhoogd.

Verbeterd inzicht in de toewijzing van budgetten voor materiële exploitatie heeft geleid tot structurele verlaging van het exploitatiebudget bij diverse wapensystemen en verhoging van het exploitatiebudget voor wapensysteem 28 (overige wapensystemen). Dit komt doordat beter onderscheid wordt gemaakt naar (toerekenbare) uitgaven voor algemene onderdelen voor wapensystemen en algemene diensten en uitrusting die niet gerelateerd zijn aan wapensystemen. Daarnaast zijn voor een aantal wapensystemen de onderliggende normeringen aangepast wat heeft geleid tot een structurele bijstelling van de geraamde exploitatie-uitgaven.

Nog niet verwerkt in de wapensysteemsjablonen zijn de maatregelen voortkomend uit de extra middelen ter versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht. Een deel van de intensivering zal worden gebruikt om de materiële gereedheid structureel te verbeteren.

372

Is het cumulatieve effect van de hogere dollarkoers ter hoogte van ruim 400 miljoen euro (exclusief verwerving F-35) al verwerkt in het Defensie investeringsplan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom hier wel en niet bij de verwerving van de F-35?

374

Welke keuzes gaat u maken nu het cumulatieve effect van de dollarkoers op 400 miljoen euro ligt?

Deze ramingstegenvaller heeft mede geleid tot prioriteitstelling in het investeringsplan en daarmee onder meer tot een vertraging van projecten. Planning en ambitie van investeringen moeten immers binnen de beschikbare financiële kaders worden gebracht. In de begroting 2016 is inzichtelijk gemaakt welke keuzes zijn gemaakt. Dit betreft onder meer het uitstellen van de MALE-UAV. Voor het project Verwerving F-35 geldt, zoals bekend, een separaat afsprakenkader.

373

Wat zijn de criteria om kosten voor wapensystemen te vertragen, uit te stellen, naar voren te halen enzovoorts?

Zie het antwoord op vraag 238.

374

Welke keuzes gaat u maken nu het cumulatieve effect van de dollarkoers op 400 miljoen euro ligt?

Zie het antwoord op vraag 372.

375

Wat is de dollarkoers voor 2015 en 2016 volgens het CPB en geldt deze als leidraad voor ramingen en aanpassingen bij Defensie-investeringen?

Het CPB gaat in de meest recente raming van september (Macro Economische Verkenningen) uit van een dollarkoers van $ 1,10/€ in 2015 $ 1,09/€ in 2016. De begroting 2016 berust op de dollarkoers van de raming van maart 2015 (Centraal Economisch Plan) en is $ 1,13/€. Deze koers geldt als leidraad voor ramingen en zal in beginsel worden aangepast als het CPB een nieuwe raming voor de dollarkoers publiceert in het Centraal Economisch Plan 2016.

376

Wat voor bedragen worden er precies in de tabel weergegeven? Zijn dit ingeboekte bedragen of benodigde bedragen? Wat wordt er bedoeld met een spanning van -497 euro in 2016? Is dit een tekort in de exploitatie?

Tabel 1 (het Financieel overzicht) presenteert de begroting 2016 en daarmee de beschikbare bedragen. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt waaraan welk deel van de uitgaven is besteed (realisatie) en planmatig beoogd wordt te besteden (uitvoeringsjaar en verder). Het inzicht wordt gegeven per categorie (inzet, defensiebreed, organieke eenheden en wapensystemen) en daarbinnen verder verbijzonderd naar specifiek onderwerp.

In de tabel is een regel opgenomen onder de naam spanning. Dit is een planspanning, die tot doel heeft om in de eerste jaren van de begroting bewust meer projecten in uitvoering te plannen dan er budget is. Hierdoor kan worden voorkomen dat door realisatietegenvallers bij afzonderlijke projecten er aan het einde van het jaar budget onbesteed blijft. Het volume van deze planspanning bedraagt in 2016 € 497 miljoen.

377

Wat is in het bedrag voor Exploitatie ICT opgenomen? Wat is de relatie van de 195 miljoen euro die staat ingeboekt bij 2016 en de 164 miljoen euro IT exploitatie die staat opgenomen bij de begroting van DTO voor hetzelfde jaar? Hoe is het verschil te verklaren?

Het betreft de exploitatie-uitgaven van de generieke IT, die voor een groot deel door het agentschap DTO wordt uitgevoerd. Dit is het bedrag van € 164 miljoen in 2016. Het verschil met de € 195 miljoen in de regel Exploitatie ICT betreft de bedragen die aan externe leveranciers en aan interdepartementale bijdragen worden uitgegeven.

378

Past een grootschalige defensiebrede verwerving van radiosystemen bij de verschillende behoeftes van de diverse eenheden voor radiocommunicatie, nu de A-brief voor de vernieuwing radio’s weer is vertraagd.? Wordt de optie onderzocht om radio’s kleinschalig, zeker bij urgente behoeftes, mede via innovatietrajecten aan te schaffen?

Het programma «Vervanging radio’s» betreft meerdere projecten voor de vervanging van verschillende radiotypes en -systemen. Vanwege schaalvoordeel en interoperabiliteitseisen wordt er naar gestreefd om zo weinig mogelijk verschillende type radio’s te verwerven. Bij urgente behoeftes is het aspect «tijd» belangrijker. Waar mogelijk zal innovatie zeker een rol spelen in het proces. Ook hier gaat het om zorgvuldige afwegingen.

379

Klopt het dat bij zowel de mijnenbestrijdingsvaartuigen als de M-fregatten voor de periode 2019–2016, vergeleken met de ramingen van 2015, bedragen van respectievelijk ruim 100 miljoen euro en ruim 70 miljoen euro weggehaald zijn? Zo ja, waarom? Wat zijn de consequenties voor deze projecten en op welke wijze bent u voornemens deze middelen dan aan te wenden?

Zie het antwoord op vraag 30.

380

Klopt het dat M-fregat Zr. Ms. Van Amstel in 2025 rond de nu verwachte vervanging 32 jaar in dienst zal zijn, en mijnenjager Zr. Ms. Makkum 40 jaar? Wat betekent de vertraging van de vervanging van deze schepen waartoe u nu besloten heeft, en mogelijk verdere vertragingen in de toekomst, voor de exploitatiekosten en inzetbaarheid van de M-fregatten en mijnenjagers?

Ja. Zie ook het antwoord op vraag 30. Voor beide klassen schepen is bij de behoeftestelling uitgegaan van een technische levensduur. Dat betreft altijd een inschatting. Beide type schepen zijn te zijner tijd wel langer in dienst dan die technische levensduur. Als voor alle technische systemen geldt voor deze typen schepen dat ouderdom een toename van storing met zich mee brengt en een hogere exploitatielast. Deze zijn op voorhand meestal niet te voorspellen of te kwantificeren. Hoe langer de schepen in dienst zijn, hoe groter de kans daarop. Defensie neemt deze aspecten mee in de afweging van vervangingsprojecten.

381

Hoe heeft u de hogere Amerikaanse inflatie verwerkt in de investeringen de komende 15 jaar? Zijn alle projecten in het DIP, dus ook degene waarover nog geen officiële behoeftestelling in het kader van het DMP is vastgesteld, volledig gecompenseerd? Zo nee, welke niet?

In 2015 is er geen sprake van hogere Amerikaanse inflatie. De defensiebegroting wordt in principe jaarlijks, conform de reguliere systematiek, gecompenseerd voor de effecten van loon- en prijsontwikkeling (Nederlandse inflatiecijfers). Defensie indexeert alle investeringsprojecten, waar van toepassing op grond van onderliggende contracten. Waar de compensatie voor de effecten van de Nederlandse loon- en prijsontwikkeling niet toereikend is, leidt dit tot prioriteitstelling in het investeringsplan en daarmee tot een vertraging en/of herschikking van projecten. Zie ook het antwoord op vraag 11.

382

Bent u met de huidige budgetten in staat om in de aankomende jaren de basisgereedheid te garanderen met voldoende budget voor exploitatie en de wapensystemen te vernieuwen die in de aankomende twintig jaar moeten worden vervangen? Zo nee, welk bedrag komt u jaarlijks tekort voor de exploitatie en investeringen?

Zie het antwoord op vraag 1.

383

Waarom is de verdeling van de extra middelen niet herleidbaar tot de verschillende defensieonderdelen / operationele commando's? Kun u dit alsnog inzichtelijk maken?

Zie het antwoord op vraag 2.

384

Waarom maakt u niet duidelijk welke (nieuwe) investeringen gefinancierd worden met de extra middelen? Bent u de bereid dit alsnog aan te geven?

Ten aanzien van het investeringsplan heeft een integrale afweging plaatsgevonden van de investeringsprojecten binnen de nieuwe financiële kaders. Hierdoor is niet exact weer te geven welke investeringen gefinancierd worden met de extra middelen. Immers er is geen onderscheid gemaakt in het bestaande investeringsbudget en het later toegevoegde budget. Wel is het zo dat het project modernisering en vervanging Chinook en het Verbeterd operationeel Soldaat Systeem (VOSS) met voorrang worden gerealiseerd.

385

Waarom gaat u in de tekstuele toelichting op de motie-Van der Staaij I verder niet in op de internationale veiligheidssituatie, het ambitieniveau van de krijgsmacht en de verhouding tussen slagkracht en nationale inzet?

In de Beleidsbrief Internationale Veiligheid van 14 november 2014 (Kamerstuk 33 694, nr. 6) is het kabinet uitvoerig ingegaan op de nieuwe veiligheidscontext en de betekenis daarvan voor de krijgsmacht. Ook deze brief maakt deel uit van de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 34 000, nr. 23). In de brief van 19 juni jl. over de uitvoering van de motie-Van der Staaij c.s. (Kamerstuk 33 763, nr. 81) wordt dan ook naar deze brief verwezen. In de brief van 19 juni jl. is tevens een aparte paragraaf opgenomen over het ambitieniveau.

386

Op welke termijn denkt u de personele tekorten opgelost te hebben?

Personeelstekorten zullen blijven bestaan. Defensie zal net als andere werkgevers altijd te maken hebben met personeel dat lastig te werven is en waarvan een tekort op de gehele arbeidsmarkt bestaat. Defensie zal echter blijven streven naar een optimaal gevulde organisatie.

387

Klopt het dat versnelde afschrijvingen, zoals bijvoorbeeld een hogere slijtage van scheepsmotoren als gevolg van boven planmatig hoge vaarturen tijdens de antipiraterijmissies, niet vanuit het BIV kunnen worden gefinancierd? Bent u bereid de afspraken over financiering van missies te verruimen?

Defensie gebruikt geen afschrijvingssystematiek voor materieel. In de raming van missies worden aan missies gerelateerde additionele kosten meegenomen, conform de afspraken naar aanleiding van de motie-Knops/Ten Broeke uit 2012 en de motie-Aasted Madsen-van Stiphout/Ten Broeke uit 2010. Deze additionele uitgaven worden gedekt uit het BIV. Dit geldt ook voor kosten die voortkomen uit verhoogde slijtage en eventueel verhoogd verbruik van reservedelen.

388

In hoeverre is het BIV «belegd» in de jaren 2017, 2018 en 2019? Hoeveel vrije ruimte is er in die jaren nog over?

Jaarlijks wordt interdepartementaal besloten over de inzet van de middelen. Hiermee is het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV gewaarborgd. Na de jaarlijkse interdepartementale besluitvorming worden middelen ten behoeve van (onder andere) de veiligheidssectorhervormingen, beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is, rechtstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw (€ 60 miljoen) overgeheveld naar de begroting van BZ en BH&OS. Tegelijkertijd worden de middelen ten behoeve van training en capaciteitsopbouw, civiel-militaire capaciteiten, enablers, de uitzendbare KMar-pool, missie-gerelateerde nazorg en VPD's (€ 59,5 miljoen) verdeeld over de defensiebegroting.

De reeds belegde ruimte binnen het BIV in enig jaar is een opsomming van benodigde budgetten ten behoeve van missies en operaties, zoals weergegeven in de tabel op pagina 24 «overzicht crisisbeheersingsoperaties» en de uitgaven in het kader de geïntegreerde benadering zoals hierboven vermeld.

389

Hoe worden veteranen die jaren geleden uitgetreden zijn benaderd voor eventuele zorg?

Post actieve veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD-ers), veteranen in werkelijke dienst en hun relaties kunnen bij het Veteranenloket terecht met vragen op het gebied van zorg, erkenning en waardering. Bij de oprichting van het Veteranenloket zijn alle in het Veteranen Registratie Systeem (VRS) geregistreerde veteranen aangeschreven. Zij hebben uitleg gekregen over de oprichting en de werking van het Veteranenloket. Daarnaast is er informatie over het Veteranenloket te vinden op de website van het Veteraneninstituut.

Het Veteranenloket heeft contact met diverse veteranenverenigingen om de bekendheid van het Veteranenloket te vergroten. Ook is er contact tussen het Veteranenloket en de nuldelijnsondersteuning, zodat nuldelijnsondersteuners de werking van het loket en het zorgsysteem kunnen toelichten. Het Veteraneninstituut probeert op plekken waar veteranen elkaar ontmoeten de werking van het Veteranenloket voor het voetlicht te brengen.

390

Hebt u in beeld waar alle veteranen wonen, werken, verblijven enzovoorts?

Adresgegevens en arbeidsplaatsgegevens van militairen in actieve dienst zijn bij het Ministerie van Defensie bekend.

Veteranen in actieve dienst en post actieve veteranen zijn geregistreerd in het Veteranen Registratie Systeem (VRS) van het Veteraneninstituut. De gegevens in het VRS worden geharmoniseerd met de gegevens in de gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP). Indien een post actieve veteraan verhuist en dit aan de gemeente doorgeeft, worden de gegevens in het VRS aangepast. Daarnaast worden veteranen gevraagd om wijzingen van adresgegevens aan het Veteraneninstituut door te geven.

391

Krijgt u door wanneer veteranen na hun diensttijd in aanraking komen met Justitie?

Wanneer een post actieve veteraan in aanraking komt met Justitie wordt dit niet doorgegeven aan het Ministerie van Defensie. Het komt wel voor dat een post actieve veteraan met Justitie in aanraking komt, terwijl hij of zij binnen het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen wordt begeleid. De zorgverleners c.q. begeleiders van deze post actieve veteraan nemen in dat geval kennis van het contact met Justitie.

Op dit moment wordt de samenwerking tussen Justitie en het Veteranenloket verbeterd. Er is een werkgroep opgericht waarin het maatschappelijk werk van stichting De Basis, zorgcoördinatoren van het Veteranenloket en Justitie zijn vertegenwoordigd.

392

Hoe ver reikt het Landelijk Zorgsysteem Veteranen? Moeten veteranen zich zelf melden of worden zij op hulp geattendeerd zodra er via andere instanties (zorg, justitie enz.) meldingen binnenkomen?

Veteranen met een zorgvraag kunnen zich melden bij het Veteranenloket. Hier wordt hun vraag in ontvangst genomen en doorgeleid naar de zorgcoördinator. Veteranen dienen zich zelf te melden bij het Veteranenloket. Andere instanties en zorgverleners zijn of worden via verschillende wegen geïnformeerd over de werking van het loket en van het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV). Zij kunnen veteranen vervolgens attenderen op het loket en de ketenzorg van het LZV.

393

Wat gebeurt er met de resultaten van de onderzoeken die lopen in het kader van veteranenzorg? Op welke wijze worden deze resultaten meegenomen in het Defensiebeleid?

Defensie voert zelf onderzoek uit, of laat onderzoek uitvoeren met betrekking tot de gevolgen van uitzendingen. Ik heb hier onder andere melding van gemaakt in de Veteranennota 2014–2015 (Kamerstuk 30 139, nr. 148). Resultaten van onderzoeken worden, mits relevant en toepasbaar, in het defensiebeleid meegenomen, zowel op het gebied van preventie als curatie. Uw Kamer wordt steeds op de hoogte gehouden van dergelijke maatregelen.

394

Kunt u nader toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van de motie Eijsink en Bosman (29 521, nr. 262), over een evaluatie van het beleid ten aanzien van de inzet en inhuur van lokaal personeel?

De evaluatie wordt op dit moment uitgevoerd, en bevindt zich in de afrondende fase. Mijn streven is deze binnen enkele maanden aan uw Kamer aan te bieden.

395

Wanneer gaat u uw toezegging gestand doen om bij de uitwerking van de motie Van der Staaij c.s. (34 000, nr. 23) de Kamer ook te informeren over de deelneming aan kleine missies, de versnippering die dat met zich meebrengt, het afwegingskader dat daartoe geldt en de prioritering die daar in wordt gemaakt? Bent u bereid de Kamer hierover alsnog, per aparte brief, te informeren?

Zoals in het antwoord op vraag 20 is gesteld hoort deelneming aan missies tot de kerntaken van Defensie, ongeacht de omvang van de Nederlandse bijdrage, en is het kabinet voornemens kleinere bijdragen te blijven leveren.

In het kader van het meerjarig perspectief wordt nagedacht over mogelijke verbeteringen van de huidige praktijk van kleine bijdragen aan missies en de kosten die daaraan verbonden zijn. Zodra de gedachtenvorming is afgerond, zal ik de Kamer hierover informeren.

396

Waarom bent u nog steeds voornemens om de DMO te verhuizen naar de Kromhoutkazerne, tegen het zere been van het personeel in? Hoeveel problemen bent u bereid voor lief te nemen als een deel van het personeel niet bereid is mee te verhuizen en de DMO verlaat?

397

Bent u bereid, nu de medezeggenschap negatief heeft geadviseerd heeft over de verhuizing van de DMO en er geen overeenstemming bereikt is, uw besluit gemotiveerd aan de Kamer voor te leggen? Bent u daarbij bereid de onderliggende adviezen van Defensie, de medezeggenschap en de Auditdienst Rijk aan de Kamer te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

Zie hiervoor de afzonderlijke brief die ik op 23 oktober jl. over dit onderwerp heb verstuurd (BS2015019080).

398

Kan u nader toelichten wat de stand van zaken is met betrekking tot (het gesprek) over de mogelijkheden van een privaat investeringsfonds bij Defensie?

Tijdens het AO materieel van 26 maart jl. werd gerefereerd aan een artikel uit de Militaire Spectator over «Innovatieve financiering voor Defensie». Ik heb toegezegd daar na nader contact met de auteur op terug te komen. Er is intensief contact met de auteur over de mogelijkheden van het betrekken van private investeerders bij het mede financieren van materieelprojecten. De interne verkenning hiernaar leidde zover niet tot onoverkomelijkheden. De volgende stap richt zich nu op de mogelijkheid of concrete projecten als pilot kunnen dienen en hoe de besturing ingericht zou moeten worden.

399

Wanneer bent u bereid uw toezegging gestand te doen om in uw contact met uw Turkse ambtgenoot de berichten ter sprake te brengen dat via Turkije steun wordt verleend aan IS?

Zoals ik de Kamer ten tijde van mijn toezegging meldde, zal ik het gesprek met mijn Turkse collega op een daartoe passend moment niet uit de weg gaan. Voorts verwijs ik naar de antwoorden op Kamervragen gesteld door de leden Omtzigt en Knops (CDA), beantwoord op 30 september jl. (kenmerk 2015Z14700).

400

Wanneer komt u uw toezegging na om binnen een versnelde termijn met een reactie te komen op het AIV-advies «Instabiliteit rond Europa: Confrontatie met een nieuwe werkelijkheid»? Bent u zich ervan bewust dat de termijn van drie maanden inmiddels al verstreken is?

Ja. U kunt de reactie op dit advies op korte termijn tegemoet zien.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl