Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2011-2012
Kamerstuk 32733 nr. 62

Gepubliceerd op 4 mei 2012

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 62 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 mei 2012

INLEIDING

Zoals uiteengezet in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis (Kamerstuk 32 733, nr. 1 van 8 april 2011) zal de beoogde opvolger van de F-16 niet eerder dan in 2019 instromen bij het Commando luchtstrijdkrachten. Dit is drie jaar later dan nog in 2010 werd aangenomen (Kamerstuk 26 488, nr. 246 van 23 september 2010). Langer doorvliegen met de F-16 is dan ook onvermijdelijk en in de beleidsbrief is aangekondigd dat Defensie in totaal € 300 miljoen gaat investeren om dit mogelijk te maken. Dit bedrag zal worden besteed aan de volgende drie afzonderlijke investeringsprojecten:

  • Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging;

  • Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding;

  • Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en luchtwaardigheid.

Het betreft investeringsprojecten met elk een omvang van meer dan € 25 miljoen zodat de Kamer hierover afzonderlijk wordt geïnformeerd in overeenstemming met het Defensie Materieel Proces (DMP). Met deze brief informeer ik u over de behoeftestellingsfase (A-fase) van het eerstgenoemde project «Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging». Naar verwachting kan ik u eind 2012 informeren over de behoeftestellingsfase van het project «Instandhouding» en eind 2013 over die van het project «Vliegveiligheid en luchtwaardigheid».

Op 3 april jl. heeft de Algemene Rekenkamer in haar rapport (kamerstuk 31 300, nr. 28) «Monitoring vervanging F-16: Stand van zaken december 2011; Inzetbaarheid F-16 en ontwikkelingen Joint Strike Fighter» aandacht besteed aan het langer doorvliegen met de F-16. Kortheidshalve verwijs ik naar mijn bestuurlijke reactie, mede namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Financiën, die in het rapport is opgenomen. Zoals uiteengezet in deze bestuurlijke reactie onderzoek ik hoe een integraal overzicht kan worden gegeven van de investeringen en de exploitatie van de F-16 in relatie tot het project Vervanging F-16 en de operationele doelstellingen van Defensie.

ACHTERGROND

Het F-16 jachtvliegtuig kan worden ingezet in alle delen van het geweldsspectrum. Het toestel kan daarbij worden geconfronteerd met luchtverdedigingssystemen op de grond en met vijandelijke gevechtsvliegtuigen. Door de proliferatie van moderne luchtverdedigingssystemen en gevechtsvliegtuigen neemt de dreiging hiervan toe en de F-16 moet daarom beschikken over een goede zelfbescherming. Vanwege technische en operationele veroudering neemt de effectiviteit van de huidige zelfbeschermingsapparatuur steeds verder af waardoor de F-16 steeds kwetsbaarder wordt. Dit beperkt de inzetmogelijkheden en verhoogt het risico op het verlies van vliegtuig en vlieger.

Zoals vermeld zal de vervanger van de F-16 op grond van de huidige bestelsystematiek van de F-35 – indien voor dit toestel wordt gekozen – niet eerder dan in 2019 bij Defensie instromen. Op grond van het regeerakkoord zijn definitieve besluiten over de vervanger van de F-16 voorzien voor een volgende kabinetsperiode. Dit betekent dat er nu nog geen zekerheid is over de uitfasering van de F-16. Volgens de huidige, voorlopige planning wordt de uitfasering voltooid in 2026.

Met het project «Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging» krijgt de F-16 apparatuur waarmee de operationele inzet bij verschillende soorten dreiging voorlopig verantwoord blijft. De dreiging van luchtverdedigingssystemen en vijandelijke jachtvliegtuigen zal zich echter blijven ontwikkelen en het is niet mogelijk de F-16 tegen elke dreiging te blijven beschermen. Of een operationele inzet verantwoord is, zal steeds per geval moeten worden bezien.

Project F-16 Zelfbescherming. Met het project F-16 Zelfbescherming (ASE1) is reeds enkele jaren geleden onderkend dat de huidige zelfbeschermingsmiddelen technisch en operationeel zijn verouderd. Met de brief van 6 april 2006 (Kamerstuk 27 487, nr. 9) bent u geïnformeerd over de behoeftestelling. Het project F-16 ASE betreft een verbetering van de radarstoorzender, een uitbreiding van het radarwaarschuwingssysteem met een plaatsbepaling van de dreiging en de verbetering van het dreiging- en omgevingsbeeldscherm. De behoefte aan een sleepdoel (towed decoy) moest destijds nog nader worden onderzocht en een raketwaarschuwingssysteem (Missile Warning System) was toen voor de F-16 nog niet beschikbaar.

Dit project is nu zo ver gevorderd dat het verbeterde dreigings- en omgevingsbeeldscherm wordt ingebouwd in de F-16. De overige deelbehoeften zijn nog niet vervuld. In het kader van de beleidsbrief van april 2011 is besloten de looptijd van het project met een jaar te verlengen tot 2014. Bij eerdere bezuinigingen was het project al in omvang verminderd waarbij onder meer de deelbehoefte aan sleepdoelen is geschrapt. De operationele risico’s van de aanpassing zijn destijds aanvaard op grond van de toenmalige planning van de vervanging van de F-16. Nu de F-16 langer moet doorvliegen, moet het huidige zelfbeschermingspakket worden verbeterd en uitgebreid.

KWALITATIEVE BEHOEFTE

De behoefte aan een betere zelfbescherming kan worden onderscheiden in de volgende vijf deelbehoeften:

  • Verbetering Advanced Targeting Pod (ATP);

  • Missile Warning System (MWS);

  • Verbetering uitwerpsysteem van storingsmiddelen;

  • Sleepdoelen;

  • Aanpassing software Electronic Warfare Management System.

Deze apparatuur wordt zoveel mogelijk onderling geïntegreerd. Daarmee versterken de afzonderlijke systemen elkaar en ontstaat een geïntegreerd zelfbeschermingspakket waarmee de operationele risico’s van de inzet van de F-16 aanzienlijk worden verminderd. Hieronder worden de verschillende deelbehoeften nader toegelicht.

Verbetering Advanced Targeting Pod (ATP). Defensie beschikt over twee type doelaanwijssystemen voor de F-16: de LANTIRN Targeting Pod (TGP) en de Litening Advanced Targeting Pod (ATP). Beide zijn voorzien van een IR (infrarood) sensor en een TV (daglicht) sensor. De huidige zeventien TGP’s zijn technisch verouderd en het onderhoud is kostbaar. Dit systeem zal daarom worden afgestoten. Met de huidige ATP moet de F-16 dicht bij zijn doel komen, met risico’s voor vliegtuig en vlieger. Een nieuwe generatie doelaanwijssystemen beschikt over sensoren van een veel betere kwaliteit. Deze maken visuele identificatie en wapeninzet op veel grotere afstand van het doelwit mogelijk met minder risico’s voor de F-16. De huidige ATP’s kunnen met producten van de plank op de moderne, zogenoemde Litening G4 standaard worden gebracht. Ook worden enkele nieuwe ATP’s aangeschaft.

Missile Warning System (MWS). Een MWS bestaat uit sensoren die inkomende raketten kunnen detecteren. Inmiddels is een volledig geïntegreerd en gecertificeerd product voor de F-16 van de plank beschikbaar. Van de landen van het Multi National Fighter Program (MNFP) waarin F-16 gebruikers samenwerken, voorzien Denemarken, Noorwegen en de Verenigde Staten hun F-16’s reeds van dit systeem.

Verbetering uitwerpsysteem storingsmiddelen. De F-16 kan radarreflecterend materiaal (chaff) of brandende fakkels (flares) uitwerpen om dreigingen te misleiden. Het huidige uitwerpsysteem van flares heeft bij de hedendaagse dreiging onvoldoende capaciteit. Met een aanpassing van de huidige wapenpylons onder de vleugels kan de capaciteit om flares uit te werpen worden verdubbeld. Hiervoor is een modificatiepakket van de plank beschikbaar dat momenteel wordt gecertificeerd voor F-16 gebruik.

Sleepdoelen. Een F-16 kan indien noodzakelijk een radarreflector uitwerpen en op een bepaalde afstand achter zich aanslepen. De reflector misleidt vijandelijke radars of radargeleide raketten. Het sleepdoel wordt als een waardevolle aanvulling op het zelfverdedigingspakket beschouwd. Er is één product van de plank beschikbaar dat reeds op de F-16 is geïntegreerd en gecertificeerd.

Aanpassing software Electronic Warfare Management System (EWMS). De inzet van de zelfbeschermingsmiddelen van het toestel wordt gecoördineerd door het EWMS. Vanwege de aanschaf van de nieuwe zelfbeschermingssystemen is een aanpassing van de EWMS-software noodzakelijk die wordt ontwikkeld door de fabrikant. Er worden geen problemen voorzien bij de integratie en certificering op de F-16.

Met de vervulling van de hierboven opgesomde deelbehoeften worden binnen de technische en budgettaire mogelijkheden meerdere tekortkomingen weggenomen bij de zelfbescherming van de F-16. De F-16 beschikt na de modificatie over een acceptabel zelfbeschermingspakket dat – in combinatie met het project F-16 zelfverdediging (ASE) dat in 2014 wordt voltooid – de operationele risico’s aanzienlijk verlaagt. Ook na de voltooiing van beide projecten is de F-16 echter niet in alle denkbare scenario’s inzetbaar.

KWANTITATIEVE BEHOEFTE

Om kosten te besparen wordt de behoefte zo veel mogelijk vervuld door gebruik te maken van zogenoemde A- en B-kits. De A-kits, die bestaan uit de aanpassing van de EMWS-software, zijn vliegtuiggebonden en worden op alle vliegtuigen geïnstalleerd. De kwantitatieve behoefte aan A-kits bedraagt 68 stuks.

De B-kits zijn niet-vliegtuiggebonden en bestaan uit de overige vier deelbehoeften: de doelaanwijzingsapparatuur (ATP), het MWS, het uitwerpsysteem van storingsmiddelen en het sleepdoel. Niet alle toestellen worden standaard van een B-kit voorzien. Deze B-kits worden alleen geïnstalleerd op de toestellen als de missie dat vereist. De aantallen lopen per deelbehoefte enigszins uiteen omdat elke missie of taak een eigen samenstelling van de zelfbeschermingsapparatuur vereist.

Het uitgangspunt voor de kwantitatieve behoefte is de inzet van vijftien toestellen tegelijkertijd voor een interventieoperatie, waarbij tevens geldt dat de nationale QRA-taak altijd moet kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast is apparatuur nodig voor training en voor een logistieke reserve. Indien naast een interventieoperatie ook een langdurige inzet aan de orde zou zijn van acht toestellen in een stabilisatieoperatie, is het niet mogelijk al deze toestellen te voorzien van alle zelfbeschermingsapparatuur.

In totaal zijn voor de B-kits de volgende aantallen nodig:

  • ATP: 29 stuks voor inzet, QRA, training en logistieke reserve, waarvan zeven nieuwe en 22 gemodificeerde bestaande exemplaren;

  • MWS: 25 sets voor inzet, training en logistieke reserve;

  • Uitwerpsysteem storingsmiddelen: Defensie beschikt over 40 sets wapenpylons. Dit is ruim voldoende voor inzet, QRA, training, en logistieke reserve. Om configuratieverschillen te voorkomen, worden de bestaande uitwerpsystemen op alle 40 sets wapenpylons aangepast;

  • Sleepdoelen: 25 sets voor inzet, training en logistieke reserve.

FINANCIËLE ASPECTEN

Met de investering in zelfbeschermingsapparatuur is een bedrag gemoeid in de bandbreedte van € 50 miljoen tot € 100 miljoen. Dit bedrag komt ten laste van de defensiebegroting. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijke opbrengsten uit de verkoop van de huidige TPG-doelaanwijzingsapparatuur. In de commercieel vertrouwelijke brief van heden treft u nadere financiële informatie aan2. Met het oog op de onderhandelingspositie van Defensie verzoek ik u deze informatie vertrouwelijk te behandelen.

Het project heeft geen gevolgen voor de personele exploitatiekosten. De geraamde jaarlijkse materiële exploitatiekosten zullen na vervulling van de deelbehoeften dalen met € 300 000 tot € 2,2 miljoen. Dit is het gevolg van de gelijktijdige uitfasering van de in onderhoud kostbare TGP-doelaanwijzingsapparatuur.

PROJECTORGANISATIE EN -PLANNING

Ten behoeve van dit project is een projectgroep opgericht waarvan vertegenwoordigers van de Defensie Materieel Organisatie (DMO), de Commandant der Strijdkrachten en het Commando Luchtstrijdkrachten deel uitmaken.

De uitvoering van het project beslaat de periode 2015–2017. De benodigde modificaties aan de toestellen zullen zoveel mogelijk tijdens het reguliere onderhoud worden uitgevoerd terwijl de industrie de aanpassing van de ATP’s zal uitvoeren. De inzetbaarheid van de F-16’s komt hierdoor naar verwachting niet of nauwelijks in het geding. Gezien de projectomvang van minder dan € 100 miljoen ben ik voornemens de DMO te mandateren het project uit te voeren.

PROJECTRISICO’S

De producten zijn van de plank beschikbaar en zijn reeds grotendeels op de F-16 geïntegreerd en gecertificeerd. Nederland kan profiteren van de ervaring van MNFP-partners die reeds dergelijke systemen in gebruik hebben. Tevens kunnen eventuele aanpassingen in MNFP-verband worden uitgevoerd. Dit levert aanzienlijke operationele en financiële voordelen op, terwijl de projectrisico’s ten aanzien van product, tijd en geld laag zijn.

OVERIGE CONSEQUENTIES

Personeel en organisatie. Soortgelijke apparatuur is reeds in gebruik bij de F-16 eenheden. Er zijn geen gevolgen voor personeel en organisatie.

Opleiding, training en simulatie. De behoeftestelling heeft geen ingrijpende gevolgen voor opleiding, training en simulatie. Het nieuwe zelfbeschermingspakket maakt een aanpassing van de F-16 simulatoren noodzakelijk. Deze aanpassing zal worden uitgevoerd in het kader van het gerelateerde project «Langer Doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en luchtwaardigheid».

Infrastructuur. Deze behoeftestelling heeft geen infrastructurele consequenties.

Arbo en milieu. Bij de uitvoering van dit project zal worden voldaan aan de arbo- en milieuregelgeving.

Relatie met andere projecten. Deze behoeftestelling heeft een relatie met de volgende projecten:

Vervanging F-16. Zoals uiteengezet is de invoering van de vervanger van de F-16 vertraagd en zal de F-16 langer doorvliegen dan was voorzien. Met het project «Langer Doorvliegen F-16 – Operationele zelfbescherming» wordt de operationele inzetbaarheid van de F-16 verbeterd tot de uitfasering van het toestel;

F-16 Zelfbescherming (ASE). De apparatuur van het project F-16 Zelfbescherming (ASE) en deze behoeftestelling vormen samen één geïntegreerd zelfverdedigingspakket;

Langer Doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en luchtwaardigheid. Dit project behelst onder andere de instandhouding van het Operational Flight Program (OFP), het besturingssysteem van de F-16 dat ook wel de M-tape wordt genoemd. Indien de apparatuur van het project «Operationele zelfbescherming» aanpassingen noodzakelijk maakt van het OFP, dan worden die uitgevoerd in het kader van het project «Vliegveiligheid en luchtwaardigheid»;

F-16 Infraroodgeleide lucht-lucht raket. Bij dit project wordt de huidige, operationeel verouderde, infraroodgeleide raket vervangen. Deze nieuwe raket draagt bij aan de bescherming van de F-16;

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening fase II. Bij dit project worden lucht-grond precisiewapens met een groter bereik aangeschaft die de inzetrisico’s van de F-16 verminderen;

F-16 mode 5 IFF. Bij dit project wordt de F-16 voorzien van een systeem waarmee de F-16 vijandelijke en eigen eenheden beter kan onderscheiden;

F-16 M6.5 onderhoudstape. Dit project behelst voornamelijk een verbetering van het F-16 OFP. Dit is onder meer van belang voor de operationele inzet van precisiewapens. Tevens wordt met dit project de interoperabiliteit met coalitiepartners gewaarborgd.

Verwervingsstrategie en industriële aspecten. In overeenstemming met de beleidsbrief van 8 april 2011 wordt de behoefte grotendeels vervuld door de verwerving van producten van de plank die zich reeds in de praktijk hebben bewezen. De laatste deelbehoefte betreft een aanpassing van de EWMS-software door de leverancier. Als gevolg van de verwerving van uitontwikkelde producten is industriële participatie voor Nederlandse bedrijven niet te verwachten. De mogelijkheden voor sourcing zullen in de volgende projectfasen worden onderzocht.

Internationale samenwerking.

Nederland maakt deel uit van het Multinational Fighter Program (MNFP) waarin enkele Europese F-16 gebruikers en de Verenigde Staten samenwerken. De Europese MNFP-partners België, Denemarken, Noorwegen, en Portugal beschikken over vergelijkbare zelfverdedigingssystemen. Deze landen zijn echter al verder gevorderd met de verwerving van nieuwe systemen dan Nederland. Een gezamenlijke aanschaf met deze landen is daarom niet aan de orde. Wel zijn er mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van instandhouding. Deze zullen worden onderzocht.

VOORTZETTING VAN HET PROJECT

Na de voltooiing van de A-fase zal ik de DMO mandateren het project uit te voeren.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen


X Noot
1

Aircraft Selfprotection Equipment.

X Noot
2

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl