Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534000-I nr. 11

34 000 I Vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2015

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 juni 2015

Tijdens afgelopen begrotingsbehandelingen zijn in uw Kamer vragen gesteld over de uitgaven op de begroting van de Koning, de transparantie van het daarmee samenhangende stelsel, de grondslag van de belastingvrijdom voor uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis en de hoogte van de grondwettelijke uitkeringen. Op 4 december 2013 heb ik uw Kamer hierop een gedegen evaluatie van de begroting van de Koning toegezegd, vijf jaar na de invoering van de huidige opzet, op basis van de uitgangspunten van de Stuurgroep herziening stelsel kosten Koninklijk Huis (Handelingen II 2013/14, nr. 32, item 7, blz. 12)

De evaluatie is uitgevoerd door ABDTOPConsult. De opdracht van de onderzoeks-commissie was tweeledig, te weten:

  • Het evalueren van het stelsel van te ramen en verantwoorden uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap, inclusief de transparantie daarvan;

  • Het uiteenzetten van de rationale van de belastingvrijdom en de hoogte van de grondwettelijke uitkeringen.

Op 4 juni jl. is het evaluatierapport aan mij aangeboden. Bijgevoegd bij deze brief stuur ik u dit rapport, ter kennisneming aan uw Kamer1.

Het kabinet is voornemens de aanbevelingen die in het rapport zijn opgenomen, over te nemen. Hiermee wil het kabinet voorzien in verdere transparantie omtrent de uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap. Concreet betekent dit het volgende:

  • 1. De uitgaven voor de Groene Draeck zullen met ingang van de begroting 2016 worden overgebracht naar de begroting van het Ministerie van Defensie, omdat deze uitgaven niet meer als functioneel ten behoeve van de huidige Koning kunnen worden beschouwd;

  • 2. Met ingang van de begroting 2016 zal een extracomptabele bijlage bij de begroting van de Koning worden gevoegd. Deze bijlage zal de uitgaven – en daarbij horende toelichtingen – komen te bevatten die worden verantwoord op andere begrotingen. Het gaat dan om de Ministeries van Buitenlandse Zaken voor staatsbezoeken, Wonen & Rijksdienst voor de instandhouding van paleizen en Veiligheid & Justitie en Defensie voor beveiliging. Om te voorkomen dat inzage wordt gegeven in de mate van beveiliging, worden geen uitspraken gedaan over de hoogte van het bedrag aan beveiligingsmaatregelen. De extracomptabele bijlage brengt geen verandering in de ministeriële verantwoordelijkheid voor de respectievelijke begrotingsposten, maar heeft tot doel de vindbaarheid van en het inzicht in deze uitgaven te verbeteren. Door deze op een integrale wijze bij de begroting van de Koning te presenteren, wordt de transparantie vergroot. Als bijlage bij het evaluatierapport is een voorbeeld van een dergelijke bijlage opgenomen. Het Ministerie van Algemene Zaken gaat de regie voeren op de totstandkoming van de extracomptabele bijlage;

  • 3. Om tegemoet te komen aan de geconstateerde behoefte aan transparantie over onderwerpen en activiteiten die horen bij het koningschap en die volgens de begrotingssystematiek niet in de begrotingen en jaarverslagen hoort, staan verschillende wegen open. Zo wordt al sinds een aantal jaren in het Jaaroverzicht van het Koninklijk Huis aandacht besteed aan de activiteiten van het Koninklijk Huis en aan capita selecta. Daarnaast streeft de Rijksvoorlichtingsdienst onder meer door actieve benutting van social media naar het bereiken van (nieuwe) doelgroepen;

  • 4. Met ingang van de begroting 2016 zal meer contextinformatie en zullen uitgebreidere toelichtingen worden gegeven bij de uitgaven die samenhangen met de uitoefening van het koningschap. Dit betreft niet alleen de begrotingsposten die op de begroting van de Koning staan, maar met name ook de posten die op de andere begrotingen staan (zie punt 2). Het Ministerie van Algemene Zaken gaat regie voeren op de totstandkoming van de toelichtingen die in deze begrotingen zullen worden gegeven. Het Ministerie van Algemene Zaken neemt het initiatief tot het oprichten van een interdepartementale werkgroep die hierover de afstemming verricht (dit tevens in samenhang met de extracomptabele bijlage zoals genoemd onder punt 2).

Zoals aangegeven zullen de aanbevelingen uit het rapport hun beslag krijgen met ingang van de begroting 2016, die op Prinsjesdag 2015 wordt gepresenteerd.

In de behandeling van de AZ-begroting 2015 in uw Kamer, heb ik in reactie op vragen van de leden Van Ojik en Slob, welke breed werden gesteund in uw Kamer, toegezegd in de evaluatie van de begroting van de Koning aandacht te schenken aan de mogelijkheid om reserveringen te treffen voor groot onderhoud aan de paleizen. De paleizen zijn rijksmonumenten en worden, net zoals bijvoorbeeld de monumentale gebouwen waarin de Hoge Colleges van Staat zijn gehuisvest, gefinancierd via de W&R-begroting. Het aanleggen van reserveringen voor groot onderhoud aan paleizen raakt daarmee het stelsel van de bekostiging van de Hoge Colleges van Staat en de paleizen, zoals gefinancierd via artikel 6.1 van de W&R-begroting. De inrichting van dat stelsel wordt, in verband met de oprichting van het Rijksvastgoedbedrijf, thans vorm gegeven door W&R, het Ministerie van Financiën en AZ. Daarbij zal ook aandacht zijn voor de mogelijkheid van een reservering voor groot onderhoud. Het kabinet zal de Kamer hierover aan het eind van dit jaar informeren.

Daarnaast bevat het rapport een uitgebreide analyse van de belastingvrijdom en de hoogte van de grondwettelijke uitkeringen. Mede gelet op het unieke karakter van het ambt van het koningschap en de complexiteit die gepaard zou gaan met een brutering van de grondwettelijke uitkeringen is het kabinet van mening dat de belastingvrijdom en de hoogte van de grondwettelijke uitkeringen ongewijzigd kunnen blijven.

Een afschrift van deze brief en bijlagen stuur ik tevens ter informatie aan de president van de Algemene Rekenkamer.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl