Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 38, item 15

15 Landbouw- en Visserijraad

Aan de orde is het VAO Landbouw- en Visserijraad (AO d.d. 12/12).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wasbeerhond geen noemenswaardige schade veroorzaakt, maar dat deze dieren in Friesland toch worden bestreden;

verzoekt de regering, het afschieten van wasbeerhonden niet meer toe te staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 758 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De tweede motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de biociderichtlijn ruimte geeft om nationaal nadere eisen te stellen aan het doden van gewervelde dieren;

constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een verordening Invasieve exoten;

verzoekt de regering, zich ervoor in te zetten dat de regels en besluiten tot het doden van gewervelde dieren een nationale bevoegdheid blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 759 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Tot slot heb ik een motie over etikettering, waarover in Europa wordt gesproken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat een betrouwbare en duurzame voedselketen inzicht biedt in de herkomst van producten;

verzoekt de regering, er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat de voorstellen voor herkomstetikettering van vlees zodanig worden aangepast dat ook het land waar het geslachte dier geboren is, vermeld zal worden op het etiket,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 760 (21501-32).

De voorzitter:

De moties worden gekopieerd, dus we wachten even tot alle moties bij de staatssecretaris zijn.

Ik begrijp dat de staatssecretaris heel goede aantekeningen heeft gemaakt en ook mee heeft geluisterd. Ze kan nu antwoorden.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Meeluisteren doe ik altijd. Deze keer kan ik meteen antwoorden, wat ook de eindtijd van de vergadering wellicht ten goede komt.

De eerste motie, op stuk nr. 758, gaat over de wasbeerhond. Ik heb in het algemeen overleg al aangegeven dat ik dit nader wil uitzoeken en de Kamer daarover zal berichten. Ik vraag mevrouw Ouwehand daarom om haar motie tot die tijd aan te houden. Ze kan haar in stemming brengen, maar ik kan niet overzien wat ik doe. Ik heb er informatie voor nodig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Prima, dan houd ik de motie aan. Wanneer komt die informatie ook alweer?

Staatssecretaris Dijksma:

Ik denk binnen ongeveer twee maanden. Ik moet even de workload op het departement in de gaten houden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (21501-32, nr. 758) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik kom op de tweede motie-Ouwehand/Thieme, op stuk nr. 759, over het doden van gewervelde dieren, dat een nationale bevoegdheid zou moeten blijven. Het besluit tot doden ligt altijd bij de nationale lidstaten, maar — om die reden ontraad ik de motie — de EU kan wel voorschrijven onder welke omstandigheden dit zou moeten gebeuren. Dat kan het geval zijn bij bijvoorbeeld besmettelijke dierziekten, zoals vogelgriep en mond-en-klauwzeer (MKZ). Ik zeg erbij dat ik het goed vind dat de Europese Unie in dat geval dergelijke regels stelt. Het dictum van deze motie is zo ruim geformuleerd dat hier alle veterinaire regels onder zouden kunnen vallen. Dat lijkt me niet verstandig. Om die reden ontraad ik de motie.

Ik kom op de derde motie, op stuk nr. 760, van mevrouw Ouwehand. Die gaat over de voedselketen en de etikettering. Ze verzoekt in de motie om de herkomstetikettering aan te passen. Ik ontraad deze motie. In het algemeen overleg heb ik aangegeven dat de consument vooral belangrijk vindt waar het dier is opgegroeid. We moeten ook hier bekijken welke extra lasten en welke extra kosten voor toezicht en handhaving dit met zich brengt. Ik wil hiermee niet nu op deze manier aan de slag gaan. Verder meld ik dat het hele verhaal van de etikettering een bevoegdheid is van de minister van VWS. Het is goed om hierbij de gescheiden verantwoordelijkheden in de gaten te houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar het voorstel over herkomstetikettering wordt behandeld in de Landbouwraad waar deze staatssecretaris aan tafel zit?

Staatssecretaris Dijksma:

Dat klopt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik moet zeggen dat ik dat toch raar vind, ook gelet op de inzet van de staatssecretaris voor het beperken van transporttijden van levende dieren. Mensen vinden het belangrijk dat zij niet bijdragen aan lange veetransporttijden. Hiermee wordt niet duidelijk of het dier dat je op het punt staat op te eten, als jong dier een lange transporttijd achter de rug heeft gehad om daarna ergens te worden vetgemest en geslacht. Juist die informatie vinden mensen wel belangrijk.

Staatssecretaris Dijksma:

Volgens mij hebben we het nu over verschillende dingen. Ik ben inderdaad bezig, en dat zal een zaak van zeer lange adem zijn, om binnen de Unie niet alleen de bestaande transportnorm goed gehandhaafd te krijgen — dat is al heel wat — maar die norm ook te verkorten naar acht uur. Dat is mijn inzet. Bij herkomstetikettering gaat het echt over de vraag waar een dier geboren is. Mevrouw Ouwehand spreekt over de plaats waar geslacht wordt. Het kan heel goed zijn dat een dier in het land van herkomst geboren én geslacht is en pas daarna op transport gaat naar andere landen, als vlees dus. Het probleem waarover mevrouw Ouwehand zich buigt, is niet per se opgelost met herkomstetikettering.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik vind dat toch gek. De staatssecretaris weet dat veel burgers, die ook als consument in de supermarkt staan, zorgen hebben over transporttijden. Waarom zou je niet aan een product dat als Nederlands kalfsvlees in de Nederlandse schappen ligt, mogen zien dat dit kalfje in Litouwen geboren is? Het is op transport gezet naar Nederland en daar verder vetgemest en geslacht, maar het komt uit Litouwen. Dat is relevante informatie, hoor.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik heb net aangegeven dat er ook gewoon een enorme potentiële uitvoeringslast kan hangen aan wat mevrouw Ouwehand vraagt, los van de discussie die we een andere keer moeten voeren over de vraag waar het dier geslacht wordt, waar vlees vandaan komt en hoe je daar informatie over geeft. Om die reden wil ik in deze omstandigheden haar voorstel niet overnemen. Mijn advies over de motie blijft onveranderd.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal morgen worden gestemd.