Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 76, item 9

9 VAO grondstoffen en afval

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 27 maart 2012 over grondstoffen en afval.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik vervang collega Paulus Jansen, die de algemeen overleggen over dit onderwerp heeft gedaan. De SP steunt alle moties waarin het behoud van statiegeld wordt nagestreefd. Zelf dient zij twee andere moties in. De eerste motie die ik mede namens collega Paulus Jansen en mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink indien, luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot aantal studies wijst op een relatie tussen benzo(a)pyreen en kanker;

constaterende dat teerhoudend asfalt met minder dan 50 mg benzo(a)pyreen een groenelijststof is en vrij geëxporteerd kan worden terwijl die in Nederland goed thermisch verwerkt kan worden;

verzoekt de regering, afspraken te maken met overheden om dit afval conform de code verantwoord weggebruik in Nederland duurzaam thermisch te laten verwerken en dit vast te leggen bij de gunning van opdrachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bashir, Paulus Jansen en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (30872).

De heer Bashir (SP):

De tweede en laatste motie die ik indien, luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit analyses van Europol blijkt dat criminele organisaties zich steeds vaker bezighouden met grensoverschrijdende afvalhandel;

constaterende dat internationale samenwerking bij toezicht en handhaving op afvalstromen (het IMPEL-project) de handhaving bij de deelnemende landen op een gelijkwaardiger niveau moet brengen en dat alle EU-lidstaten, behalve Italië, Griekenland en Luxemburg, meewerken aan dit project;

van mening dat toestemming (een EVOA-beschikking) voor grensoverschrijdend afvaltransport uitsluitend afgegeven mag worden als landen een deugdelijk handhavingsbeleid hebben en openstaan voor internationale samenwerking bij toezicht en handhaving;

verzoekt de regering om in Europees verband aan te dringen op verplichte deelname aan het IMPEL-project als voorwaarde voor het afgeven van EVOA-beschikkingen voor afvaltransporten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bashir en Paulus Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 86 (30872).

Mevrouw Van der Werf (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie wil graag twee moties indienen. De eerste motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het conceptverpakkingenakkoord dat voorligt tussen het ministerie van I en M, onderhandelingsdelegaties van de gemeenten (de VNG) en het verpakkend bedrijfsleven, ambitieuze doelen bevat voor hergebruik van glas, papier en karton, hout, metaal en kunststof;

constaterende dat het verpakkingenakkoord de keuze voor het inzamelen van grote petfrisdrankflessen met het statiegeldsysteem vrijgeeft;

overwegende dat de afspraken op papier zich in de praktijk nog moeten bewijzen;

verzoekt de regering om in 2014 een ijkmoment en -methodiek vast te stellen op basis waarvan de Kamer, als het ijkmoment een negatieve uitkomst heeft, kan besluiten het vrijgeven van het statiegeldsysteem terug te draaien, en om het besluit tot vrijgeven van het statiegeldsysteem op zijn vroegst per 1 januari 2015 te effectueren;

verzoekt de regering tevens om in 2014 te toetsen of voldaan wordt aan de volgende prestatiegaranties:

  • - groei van het hergebruik van huishoudelijk kunststofafval naar 100 kton;

  • - plaatsing van een inzamelingsbak bij alle supermarkten in Nederland, in overleg met de gemeenten;

  • - gebruik van recyclaat in minimaal 25% van de nieuwe petfrisdrankflessen met statiegeld erop;

  • - einde van het gebruik van pvc als verpakkingsmateriaal in supermarkten, tenzij niet anders mogelijk is;

  • - afschaffing van gratis plastic draagtassen in supermarkten of vervanging door een duurzaam alternatief;

  • - een pilot voor inzameling en hergebruik van drankenkartons, zowel in bronscheidende als nascheidende gemeenten;

  • - een operationeel verpakkingsinstituut werkend aan een verpakkingsagenda met concrete en heldere doelen;

verzoekt de regering voorts om:

  • - te streven naar adequate vergoeding voor gemeenten om de doelen uit het akkoord te behalen;

  • - met de betrokken partijen afspraken te maken over monitoring, inclusief de bekostiging van deze monitoring,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Van Veldhoven en Leegte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 87 (30872).

Mevrouw Van der Werf (CDA):

Voorzitter. De tweede motie is wat korter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende:

  • - dat afval als grondstof een – waarschijnlijk groeiende – financiële waarde heeft;

  • - verenigingen, clubs en andere maatschappelijke organisaties een rol kunnen spelen bij de inzameling van afval en het tegengaan van zwerfafval;

overwegende:

  • - dat zij daarmee een bijdrage kunnen leveren aan de recyclingdoelstellingen en tegelijkertijd geld kunnen genereren voor hun activiteiten;

  • - dat zij niet afhankelijk moeten zijn van keuzes van het bedrijfsleven voor een inzamelmethodiek;

verzoekt de regering, zo goed mogelijk te faciliteren dat een deel van de opbrengsten van diverse afvalstromen kan terugvloeien naar verenigingen, clubs en andere maatschappelijke organisaties die actief bijdragen aan inzameling van dit afval,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (30872).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het concept-verpakkingenakkoord ambitieuze doelen bevat voor het hergebruik van glas, papier en karton, hout, metaal en kunststof, en tevens het deels vrijgeven inhoudt van het statiegeldsysteem;

overwegende dat het nieuwe akkoord een substantiële verbetering dient te vormen voor de grondstoffenrotonde, in lijn met de afvalbrief van het kabinet;

verzoekt de regering, de versteviging waarvan sprake is in de brief van de regering van 10 april, langs de volgende lijnen in te vullen: 1. het totale aandeel ingezameld plastic uit huishoudelijk afval bedraagt 65% in 2018 van het kunststof verpakkingsmateriaal dat vrijkomt bij huishouden; dit materiaal dient op een hoogwaardige manier hergebruikt te worden; 2. alle niet goed herbruikbare verpakkingsmaterialen zoals PVC, polystyreen en zwart plastic zijn uiterlijk in 2018 vervangen door duurzame alternatieven, tenzij kan worden aangetoond dat er geen goed alternatief bestaat; 3. de inzameling en recycling van drankenkartons wordt na evaluatie van de pilot in 2014 – eventueel gefaseerd – ingevoerd als onderdeel van de uitwerking van het verpakkingenakkoord als de evaluatie een positief resultaat heeft; 4. (sport)verenigingen, goededoelenorganisaties en scholen die via de inzameling van kleine petflesjes, kleine drankenkartons en blikjes een bijdrage leveren aan het voorkomen van zwerfafval worden hiervoor financieel beloond; 5. gratis plastic tasjes in 2018 ook buiten het supermarktkanaal af te schaffen of te vervangen door duurzame alternatieven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Van der Werf, Dikkers en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het concept-verpakkingenakkoord ambitieuze doelen bevat voor het hergebruik van glas, papier en karton, hout, metaal en kunststof, en tevens een afschaffing inhoudt van het statiegeldsysteem, mits een evaluatie van de tussenresultaten in 2014 positief uitpakt;

verzoekt de regering, de tussenevaluatie te laten uitvoeren door een onafhankelijke instantie zoals de Inspectie voor de Leefomgeving;

verzoekt de regering tevens, de AMvB zo snel mogelijk te wijzigen, door daarin op te nemen dat de bepaling over statiegeld automatisch komt te vervallen tenzij volgens de evaluator niet aan de tussendoelstellingen is voldaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (30872).

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. De ChristenUnie concludeert na het debat en de brief van dinsdag dat de staatssecretaris niet ingaat op de conclusies van de eigen inspectie over de onbetrouwbaarheid van de recyclingcijfers voor kunststof. Wat als de inspectie in 2014 weer vergelijkbare conclusies trekt? Ook trekt de staatssecretaris conclusies uit rapporten die wetenschappelijk gezien niet mogen worden getrokken. Ten slotte komt de staatssecretaris onvoldoende tegemoet aan de randvoorwaarden voor afschaffing van statiegeld. Statiegeld is geen doel op zich, maar je moet een goed systeem niet afschaffen als er onvoldoende garanties zijn dat het alternatief betere resultaten levert. Vandaar de volgende drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kostenvergelijking statiegeld versus plastic hero uitgaat van strijdige aannames, niet is gebeurd in een integrale studie op basis van dezelfde meetlat en er nog geen peer reviews en externe beoordeling heeft plaatsgevonden van het rapport van de Wageningen Universiteit (WUR);

overwegende dat de meest recente kostenanalyse van de WUR laat zien dat de onzekerheid over de kosten en opbrengsten zeer groot is en afhankelijk is van aannames;

verzoekt de regering, voor de aangekondigde tussenevaluatie de Kamer een onafhankelijke integrale vergelijkende kosten-opbrengsten en milieurendementanalyse te sturen inclusief de gevolgen voor het zwerfafval van de scenario's (1) afschaffen statiegeld, (2) uitbreiden statiegeld, (3) optimalisatie van huidige situatie met plastic hero en statiegeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 91 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit de rapportage van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat de data uit de monitoringsrapportage van het verpakkend bedrijfsleven over 2010 niet bruikbaar zijn om representatieve hergebruikpercentages voor kunststof mee te berekenen;

overwegende dat betrouwbare informatie over gerecyclede volumes en over de totale milieubelasting van de betrokken verpakkingen nodig is om een eventuele afname of toename van de maatschappelijke kosten te kunnen beoordelen;

verzoekt de regering, het verpakkingenakkoord zodanig aan te passen dat het bedrijfsleven voor alle verpakkingen die zij op de markt brengt betrouwbare cijfers moet rapporteren over de omvang en de milieudruk van de op de markt gebrachte, ingezamelde en gerecyclede verpakkingen, vergeleken met 1 januari 2012, alsmede deze cijfers voorafgaand aan de informatievoorziening naar de Kamer jaarlijks te laten toetsen door de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Kamer van de bevindingen van de inspectie op de hoogte te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 92 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering uitgaat van een substantiële toename in het hergebruik van kunststof verpakkingsafval (exclusief statiegeld) ten opzichte van 2010, terwijl gemeenten toen nog maar net waren gestart met de gescheiden inzameling van kunststoffen;

verzoekt de regering, de term "substantieel" nader te kwantificeren door in het verpakkingenakkoord vast te leggen dat:

  • - de totale hoeveelheid gerecyclede kunststof verpakkingsafval in 2013 en 2014 ten minste voldoet aan de in het onderhandelakkoord opgenomen percentages (43% en 44%);

  • - de hoeveelheid niet-gerecyclede kunststof verpakkingsafval uit het huishoudelijk restafval in 2013 ten minste 20% lager is dan in 2011 en in 2014 ten minste 20% lager is dan in 2012;

  • - in 2014 ten minste de helft van het te verwachten verlies aan milieuwinst door eventuele afschaffing van het statiegeldsysteem op 1 januari 2015 reeds is gecompenseerd door extra recycling van kunststof verpakkingsafval, en voldoende zekerheid bestaat over volledige compensatie in de daaropvolgende jaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93 (30872).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De PvdD is de partij voor de dieren en voor het behoud van statiegeld. Maar goed, dan kan ik wel bezig blijven.

Ik dien twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek van CE Delft en de praktijk in 40 gemeenten en omringende landen laten zien dat recycling van drankenkartons relatief veel milieuwinst per euro oplevert;

overwegende dat de aangekondigde pilot naar een inzamelsysteem voor drankenkartons daarom moet gaan over de vraag op welke wijze wij drankenkartons gaan inzamelen;

verzoekt de regering, in het verpakkingenakkoord op te nemen dat in 2014 een ambitieuze recyclingdoelstelling voor drankenkartons wordt vastgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 94 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inspectie heeft vastgesteld dat het aannemelijk is dat de hergebruikpercentages van kunststof verpakkingen neerwaarts moeten worden bijgesteld en dat niet mag worden geconcludeerd dat de hergebruikpercentages uit het Verpakkingenbesluit zijn gehaald;

overwegende dat het halen van de recyclingdoelstellingen voorwaarde was voor het afschaffen van het statiegeld;

constaterende dat een groot deel van het zwerfafval bestaat uit kleine petflesjes en dat het opruimen van zwerfafval gemeenten jaarlijks zo'n 200 mln. kost;

verzoekt de regering, het statiegeldsysteem niet af te schaffen, maar uit te breiden met kleine petflesjes,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 95 (30872).

Het woord is nu aan mevrouw Van Tongeren van GroenLinks. Hebt u ook een heel lange motie, mevrouw Van Tongeren?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter, ik dien twee moties in. Het schijnt belangrijker te zijn of ze lang of kort zijn.

De voorzitter:

Ik vraag dit in verband met de spreektijden, maar het geeft niet. Ga uw gang.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van plan is, de boetes op het verspreiden van zwerfafval door burgers te verviervoudigen;

overwegende dat de regering een convenant heeft gesloten met het verpakkende bedrijfsleven over afval en verpakkingen;

constaterende dat handhaving van de afspraken in het convenant met bedrijven niet op een juridisch sluitende wijze is geregeld;

verzoekt de regering, in het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton juridisch sluitende bepalingen op te nemen om de afspraken uit het convenant met bedrijven te kunnen handhaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Van der Werf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 96 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit peilingen van TNS NlPO blijkt dat er breed maatschappelijk draagvlak is voor behoud en uitbreiding van de statiegeldregeling;

constaterende dat het VNG-bestuur het onderhandelaarsakkoord afval en verpakkingen afwijst, omdat het bestuur het nu afschaffen van statiegeld een brug te ver vindt;

constaterende dat de supermarktketens zoals Aldi en LidI pleiten voor het behoud van statiegeld, omdat zij vrezen dat de prijzen van petflessen stijgen als het statiegeld afgeschaft wordt;

overwegende dat de statiegeldregeling effectief en betaalbaar is en dat consumenten eraan gewend zijn;

verzoekt de regering, de statiegeldregeling niet af te schaffen, maar uit te breiden door er ook kleine petflessen en blikjes in op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 97 (30872).

De heer Leegte (VVD):

Het is alsof GroenLinks een partij is geworden die luistert naar de kiezersonderzoeken en marktonderzoeken om vervolgens haar mening daarop te baseren.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik heb geen vraag gehoord. Ik heb alleen een constatering gehoord.

De heer Leegte (VVD):

Mijn vraag is of de partij GroenLinks een partij is geworden die haar mening vormt op basis van kiezersonderzoeken. Dat staat in de overweging van de motie.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het antwoord is "nee". Deze voorstellen over afval staan ook in ons huidige en in ons vorige verkiezingsprogramma. Deze mening dragen wij dus al heel erg lang uit.

De heer Leegte (VVD):

Het was dus een afleidingsmanoeuvre.

De heer De Mos (PVV):

Voorzitter. Ik heb twee moties. Ik wil spreken als de brandweer, maar niet dan nadat ik de staatssecretaris een compliment heb gegeven voor zijn besluit om het PVV-idee te volgen en de boete op zwerfafval te verhogen. De PVV wilde keer drie, maar sinterklaas Atsma deed het zelfs keer vier. Waarvoor hulde!

Dan nu de moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris heeft toegezegd de boete op het gooien van afval op straat, te verhogen van € 90 naar € 390;

van mening dat deze verhoging een nog beter preventief effect zal hebben als de verhoging duidelijk wordt gecommuniceerd naar de burgerij;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat deze verhoging in een landelijke publiekscampagne, omtrent de bestrijding van (zwerf)afval, gecommuniceerd gaat worden richting burgerij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Mos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 98 (30872).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik steun de maatregel, maar ik vind niet dat deze in de plaats moet komen van het statiegeld. Hoe effectief denkt de PVV dat deze maatregel zal zijn? Laatst hebben wij al kunnen zien dat de rechtbank in Zwolle een zaak heeft moeten laten lopen waarbij iemand werd aangeklaagd voor het op straat gooien van afval. Het is heel moeilijk om mensen a. daarbij op heterdaad te betrappen en b. hen daarvoor veroordeeld te krijgen. Ik ben voor hoor, maar zal het effectief genoeg zijn voor het afschaffen van het statiegeld?

De heer De Mos (PVV):

Ik wil het algemeen overleg niet overdoen, maar in dat overleg heb ik het Zwitserland van mijn grootmoeder aangehaald. Dat land kent geen statiegeld, maar er staan wel hoge boetes op het wegwerpen van (zwerf)afval op straat. Zwitserland is een brandschoon en prachtig land. Je kunt er heerlijk skiën. Gaat u eens met mij mee, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Is de heer De Mos op de hoogte van de door mij genoemde uitspraak van de rechtbank in Zwolle?

De heer De Mos (PVV):

Wij kunnen het hier over Zwolle hebben; dat is een heel aardige stad. Ik haal hier het schitterende land Zwitserland aan. Mevrouw Ouwehand is een voorstander van het behoud van statiegeld, maar de 20 mln. die het bedrijfsleven wil investeren in het afschaffen van het statiegeld zet zij daarmee misschien wel op de tocht. Het geld voor de handhaving van deze geweldige verhoging van de boete – die de PVV in het debat voor elkaar heeft gekregen – wordt daardoor wellicht in gevaar gebracht. Ik zou zeggen: denk met ons mee, dan komt alles dik in orde.

Voorzitter. Ik dien mijn tweede motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit het onderhandelingsakkoord verpakkingen tussen VNG, het ministerie en het bedrijfsleven blijkt dat het bedrijfsleven voor de aanpak van (zwerf)afval 20 mln. per jaar extra beschikbaar stelt aan gemeenten;

van mening dat deze 20 mln. per jaar niet in de post algemene middelen van gemeenten mag verdwijnen, maar ook daadwerkelijk gebruikt moet worden voor afvalbestrijding;

constaterende dat de VNG als tussenpersoon zorgt voor de verdeling van deze gelden;

verzoekt de regering, afspraken te maken met de VNG over het oormerken van deze 20 mln. per jaar, zodat deze gelden daadwerkelijk worden besteed aan de bestrijding van (zwerf)afval,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Mos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99 (30872).

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ga ervan uit dat de heer De Mos ervan op de hoogte is dat de VNG vandaag bekend heeft gemaakt dat zij dit akkoord niet langer steunt. Zij heeft zich teruggetrokken. Toch neemt de heer De Mos in zijn overwegingen op dat er een akkoord is met de VNG. Kan de heer De Mos dat nader uitleggen?

De heer De Mos (PVV):

Zeker. Er komt nog een gesprek tussen de staatssecretaris en de VNG. De VNG gaat zelf ook nog in gesprek. Dit is een extra duwtje in de rug voor de VNG, dat zij zich twee keer moet bedenken voordat zij dit afschiet omdat de 20 mln. vanuit het bedrijfsleven dan in gevaar komt. Er komt nog meer in gevaar, namelijk de bestrijding van zwerfafval, iets wat mevrouw Van Tongeren en ik allebei zo graag willen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De heer De Mos is het dus met mij eens dat de overweging in zijn motie op dit moment niet klopt?

De heer De Mos (PVV):

Er ligt een bestuursakkoord voor dat wij nu bespreken. Het onderdeel "statiegeld" is daarin twijfelachtig volgens de brief die wij vandaag hebben gekregen, maar er is een akkoord. Ik hoop alleen dat de VNG zo wijs is om ook voor het statiegelddeel te tekenen, anders raakt zij die 20 mln. misschien kwijt. Dan zijn wij verder van huis. Ik ga er echter van uit – bij mij is het glas altijd half vol en bij mevrouw Van Tongeren half leeg – dat het allemaal goed komt.

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Je zou bijna vergeten dat het AO nog over veel andere dingen ging, bijvoorbeeld over het stimuleren van duurzame energie door hergebruik en vergistingen. Ik dien de volgende motie in om een extra start te geven aan hernieuwbare energie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bedoeld is als vereenvoudiging van vergunningsprocedures;

constaterende dat op het gebied van vergunningsaanvragen voor meervoudige activiteiten zoals afval en mestvergisters er nog flinke administratieve winst is te halen;

overwegende dat het wegnemen van administratieve belemmeringen helpt bij het stimuleren van duurzame decentrale energieopwekking en daarmee aan de verduurzaming van Nederland;

overwegende dat het ondernemers helpt als zij via een aanspreekpunt, bijvoorbeeld een ambtenaar in de rol van loketregisseur, die helpt de aanvraag in goede banen te leiden, hun vergunningsaanvraag kunnen laten lopen;

verzoekt de regering om aan te geven op welke wijze deze loketregisseur vorm gegeven kan worden, bijvoorbeeld binnen de RUD's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leegte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100 (30872).

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Mijn tweede motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat paragraaf 4, artikelen 8 tot en met 11 in het Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton betrekking hebben op het heffen van statiegeld;

constaterende dat deze artikelen nooit in werking zijn getreden;

overwegende dat de sector, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de rijksoverheid een principeafspraak hebben gemaakt om te komen tot 52% hergebruik van kunststoffen, wat zal leiden tot een drastische vermindering van het zwerfafval;

constaterende dat de sector vraagt om vrije middelkeuze om dit hoge percentage te halen;

spreekt haar steun uit voor het akkoord;

verzoekt de regering, de artikelen 8 tot en met 11 in paragraaf 4, uit het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leegte, Van der Werf en De Mos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101 (30872).

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Uiteindelijk gaat het debat over het conservatisme van mensen die willen behouden en het optimisme van mensen die vooruit durven gaan naar de duurzaamheidsagenda. Daarom spreekt mijn fractie haar steun uit voor het akkoord zoals het er in principe ligt.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. De fractie van de Partij van de Arbeid dient drie moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat deze regering als doel heeft om meer mensen vanuit de sociale werkvoorziening aan een reguliere baan te helpen;

constaterende dat de regering de doelstelling van recycling wil verhogen en er daardoor meer banen in deze branche komen;

verzoekt de regering, in overleg te treden met de recyclingbranche om waar mogelijk mensen vanuit de sociale werkvoorziening aan een baan te helpen in de recyclingsector en te zorgen voor eventueel noodzakelijke begeleiding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dikkers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102 (30872).

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. Mijn tweede motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens het activiteitenbesluit milieustraten met een "voldoende adequaat voorzieningenniveau" hun "restbak" mogen aanbieden aan een AVI;

constaterende dat in deze restbakken vaak nog veel materiaal zit dat recyclebaar is;

verzoekt de regering om in het activiteitenbesluit te laten opnemen dat deze restbakken voortaan naar een sorteerinstallatie worden gebracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dikkers, Van Veldhoven, Van der Werf en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (30872).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een algemeen doel van 83% heeft gesteld voor alle afvalstromen wat betreft recycling;

overwegende dat het wenselijk is dat de resultaten van de totale afvalstroom en de individuele reststroom inzichtelijk worden gemaakt;

overwegende dat de resultaten van de afzonderlijke afvalstromen momenteel op verschillende manieren worden gemonitord en gerapporteerd;

verzoekt de regering, inzichtelijk te maken hoe de huidige informatiestromen effectiever kunnen worden ingericht;

verzoekt de regering tevens, op basis hiervan de Kamer structureel en overzichtelijk te rapporteren over de voortgang van de inzameling van elke afzonderlijke afvalstroom;

verzoekt de regering voorts, dit voorstel aan de Kamer te doen toekomen voor het eerstvolgende algemeen overleg Afval,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dikkers en Leegte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (30872).

De vergadering wordt van 18.25 uur tot 18.35 uur geschorst.

Staatssecretaris Atsma:

Voorzitter. Ik dank de leden voor de gestelde vragen en de ingediende moties. Het lijkt mij het meest praktisch om gelijk in te gaan op de ingediende moties. Die geven immers samen het gehele palet van de discussie van de afgelopen anderhalve maand weer.

De heer Bashir spreekt in zijn motie op stuk nr. 85 met name zijn zorg uit over het gebruik van teerhoudend asfalt. Ik heb in het algemeen overleg al gezegd dat dit een punt van aandacht is. Ik heb zijn motie vertaald als een verzoek om afspraken te maken met betrokkenen uit de verschillende branches en sectoren. Daar ben ik het mee eens. De intentie van het kabinet is te doen wat de Kamer bij de motie van de leden Bashir, Paulus Jansen en Wiegman vraagt. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer over, met de opmerking dat ik er positief tegenover sta.

De leden Bashir en Paulus Jansen verzoeken in hun motie op stuk nr. 86 de regering om in Europees verband aan te dringen op verplichte deelname aan het IMPEL-project. Dit raakt de discussie over de export van afval vanuit derdelanden naar Nederland. Ik heb in het algemeen overleg gezegd dat wij nu al spreken over EVOA-bepalingen. Er is geen sprake van vrij transport zonder enige vorm van controle. Het is dus niet nodig om deze extra borging aan te brengen. Ik heb al aangegeven dat onze eigen inspectie ook ter plekke, in Nederland, opnieuw controles en nacontroles uitvoert om te bekijken of dat wat wordt aangevoerd conform de EVOA-bepalingen is. Ik kan niet anders dan deze motie ontraden.

Mevrouw Van der Werf verzoekt de regering in haar motie op stuk nr. 87 om een ijkmoment in beeld te brengen met betrekking tot de discussie die wij de afgelopen weken hebben gevoerd. Het is op zich prima om zo'n ijkmoment vast te stellen. Daar ben ik het mee eens. Mevrouw Van der Werf heeft aan dat ijkmoment een aantal randvoorwaarden gekoppeld. De randvoorwaarden in algemene zin ondersteun ik. Alleen bij de overweging dat er sprake moet zijn van 25% hergebruik, moet ik de kanttekening plaatsen dat dit op dit moment volgens de huidige inzichten niet haalbaar is. Dat is onder meer het geval doordat veel flessen die afkomstig zijn van huismerken niet het herbruikbare PET bevatten. Ik vraag haar om dat percentage conform hetgeen wij eerder hebben besproken op maximaal 23 te zetten. Ik zeg uitaard toe dat zodra er zicht is op een hoger percentage, wij met de branche, de sectoren, nadere afspraken proberen te maken over ophoging ervan. Op dit moment is het percentage van 25 volgens de gegevens die wij nu hebben niet haalbaar. Ik vraag haar of het 23% kan zijn in plaats van 25%. In de overige genoemde criteria kan ik mij wel vinden.

Mevrouw Van der Werf (CDA):

De indieners hebben zich gebaseerd op een aantal Europese cijfers. Daar is een soort gemiddelde van genomen. Ik kan meegaan in het terugbrengen ervan tot 23%. Die 2% lijkt echter heel weinig. Ik zou dan wel graag horen waar dat dan in zit, dat het geen 25% is en het precies op 23% uitkomt. Wat is nodig om het percentage de komende jaren op te hogen? Ik vraag de staatssecretaris toe te zeggen ons daar informatie over te doen toekomen.

Staatssecretaris Atsma:

Dat zeg ik toe. Ik heb al gezegd dat het alles te maken heeft met de flessen van met name huismerken, waarin het percentage PET relatief laag of zelfs verwaarloosbaar is. Ik kom hierop terug in een van de eerstvolgende brieven die wij aan de Kamer moeten schrijven. Ik dank mevrouw Van der Werf ervoor dat zij akkoord gaat met verlaging van het percentage naar 23.

In de motie op stuk nr. 88 verzoekt mevrouw Van der Werf de regering om zo goed mogelijk te faciliteren dat de opbrengsten van diverse afvalstromen ten goede komen aan verenigingen, clubs of andere maatschappelijke organisaties die actief bijdragen aan de inzameling van het afval. Na het overleg dat wij hebben gevoerd, mag het duidelijk zijn dat ik een warm voorstander ben van deze prikkel. Ik vind dat verenigingen, organisaties die een goed doel dienen, en kerken absoluut gestimuleerd moeten worden om op deze weg door te gaan of om deze weg in te slaan. Gemeenten die dit ontmoedigen – die zijn er helaas ook – kunnen dit als een belangrijk signaal duiden. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Ik ben het er overigens zeer mee eens.

In de motie op stuk nr. 89 vraagt mevrouw Van Veldhoven, samen met onder anderen mevrouw Van der Werf van de CDA-fractie, om een versteviging van het afvalakkoord. Zij vraagt om een aantal aanscherpingen in de afspraken. Als ik de motie zo mag duiden dat deze versteviging de komende tijd onderwerp van gesprek met de sector kan zijn, ga ik er graag mee verder. Ik weet echter op voorhand dat het percentage van 65 voor het inzamelen van kunststof uit huishoudelijk afval lastig is. Je weet namelijk, simpel gezegd, niet wat 100% is. Als je niet weet wat 100% is, kun je niet vaststellen wat 65% is. Dat is mijn kanttekening hierbij. Als mevrouw Van Veldhoven zich hierin kan vinden, zal ik deze motie als medehandreiking meenemen naar de verschillende vertegenwoordigers van de verpakkingensector. Ik zeg in ieder geval dat het percentage van 65 lastig zal zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is prima dat de staatssecretaris verdergaat met deze opdracht van de Kamer. Laat het duidelijk zijn dat deze motie inderdaad een opdracht is van de Kamer om een en ander te verstevigen. Voor mijn fractie is het een belangrijke voorwaarde voor het steunen van het akkoord.

Verder zegt de staatssecretaris dat hij niet kan bepalen hoeveel van het afval kunststof is. In zijn brief schrijft hij echter dat een bepaalde hoeveelheid van het huishoudelijk afval, afval is van kunststofverpakkingen.

Staatssecretaris Atsma:

Op dit moment wel. Ik kan echter nu niet vaststellen hoe het zal zijn in 2018. Dat kan niemand. We willen minder kunststof in het afval hebben dan nu het geval is. U hebt zelf daartoe een aantal initiatieven genomen. In de motie noemt u het schrappen van het gratis verstrekken van plastic zakjes. Als je die ambitie uitspreekt, weet je dat de hoeveelheid kunststof in het afval minder zal worden. Het kwantificeren is echter lastig. Als de motie mij wordt meegegeven als een uitdrukkelijke wens van de Kamer om verder te onderhandelen met het bedrijfsleven, zie ik dat als een stimulans om ermee aan de slag te gaan. Ik ben eerlijk over wat niet kan en wat niet haalbaar is. Dat rapporteer ik dan ook. Nu zeg ik in ieder geval dat ik er graag mee aan de slag ga.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Een percentage van een bepaalde hoeveelheid is wel te bepalen. Het is echter niet te bepalen wat de absolute hoeveelheid zal zijn. Dat ben ik met de staatssecretaris eens. We weten nu niet hoeveel afval en hoeveel kunststofafval er zal zijn. We weten dus niet exact hoeveel kiloton plastic afval er zal zijn. Daarom heb ik een en ander als percentage weergegeven en het lijkt me dat er met dat percentage te werken valt.

De voorzitter:

Mevrouw Van Veldhoven, we gaan niet opnieuw de discussie voeren. Geef alleen kort aan of u de motie wel of niet zult wijzigen.

Staatssecretaris Atsma:

Laat ik een laatste poging doen. Ik zie de motie als een inspanningsverplichting voor de sector. Ik hoop dat ik mevrouw Van Veldhoven ervan kan overtuigen dat ik de motie zal meenemen als een inspanningsverplichting voor dat percentage van 65.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De staatssecretaris komt er dus op terug in zijn brief, wellicht voor het volgende AO?

Staatssecretaris Atsma:

Ja, dat zal ik uiteraard zo snel als mogelijk doen.

Ik kom bij de motie van mevrouw Van Veldhoven op stuk nr. 90. Daarin vraagt zij om twee dingen. In de eerste plaats vraagt zij de regering, ervoor te zorgen dat de evaluatie en het meten wat er precies gebeurt, door de inspectie wordt gedaan. Daarmee ben ik het zeer eens. In de tweede plaats stelt zij in de motie dat als de tussendoelen worden gehaald, het niet meer nodig is om de bepaling te handhaven die in het dictum staat. Daarmee ben ik het in principe eens. Ik verwijs echter naar een motie die de heer Leegte namens zijn fractie en een aantal andere fracties heeft ingediend. De strekking van zijn motie gaat verder. Uiteraard zijn wij het ermee eens dat als de tussendoelen – mevrouw Van der Werf heeft het over ijkpunten – worden gehaald, het verhaal van tafel zou kunnen zijn. Ik ben blij dat mevrouw Van Veldhoven dat ook uitspreekt.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zou graag een voorkeur van de staatssecretaris horen. Hij heeft tijdens het AO gezegd dat hij toch graag een stok achter de deur heeft. Wat heeft zijn voorkeur? Wil hij de optie direct schrappen of wil hij een horizonbepaling in de AMvB opnemen?

Staatssecretaris Atsma:

Mevrouw Van Veldhoven heeft ijkmomenten aangereikt. Die worden hopelijk door de Kamer gesteund. Het ijkmoment is uiteraard al voldoende borging. Daardoor zal de sector moeten doen wat wij hebben afgesproken. Bovendien is er sprake van een continue monitoring. Ook anderen hebben daarop geduid in andere moties. Ik maak mij daarover daarom verder geen zorgen. De sector weet wat er gepresteerd moet worden. Als wordt gehaald wat wij hebben vastgelegd, is het automatisch van tafel. De andere motie, die ik straks zal bespreken, is volgens mij echter nog wat explicieter. Ik laat dus het oordeel over deze motie aan de Kamer, maar ik vind eigenlijk dat de motie van de heer Leegte c.s. nog wat verder gaat. Als die dus breed draagvlak in de Kamer krijgt, is volgens mij deze motie van mevrouw Van Veldhoven minder verstrekkend. Die kan dus als zodanig later anders worden beoordeeld.

Ik kom op de motie van mevrouw Wiegman op stuk nr. 91. Daarin wordt de regering verzocht, voor de aangekondigde tussenevaluatie de Kamer een onafhankelijke, integrale, vergelijkende kosten-opbrengsten- en milieurendementanalyse te sturen, inclusief een aantal scenario's rond het afschaffen van statiegeld, het optimaliseren van de huidige situatie en het uitbreiden van het statiegeldsysteem. Ik heb tijdens het algemeen overleg al gezegd dat ik hiertegen ben. Ik moet deze motie dus ontraden.

In haar motie op stuk nr. 92 vraagt mevrouw Wiegman de regering, het verpakkingenakkoord zodanig aan te passen dat het bedrijfsleven over alle verpakkingen die zij op de markt brengt, betrouwbare cijfers moet rapporteren. Die vraag hebben wij natuurlijk ook aan het bedrijfsleven gesteld, want het is een logische vraag. Hiervoor is de inspectie. Kortom, ik vind het niet nodig om dat nog eens extra te onderstrepen via deze motie. De motie gaat bovendien wat mij betreft verder dan wat al eerder is afgesproken. De inspectie is heel goed in staat om dit te checken en te monitoren. Ik zou op dit punt het akkoord niet willen aanpassen. Ik moet de motie ontraden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik kom eerst terug op de motie op stuk nr. 91. Ik ben eigenlijk wel benieuwd waar de staatssecretaris precies tegen is. Dat is mij niet duidelijk geworden. Is hij tegen onderzoek? Is hij tegen betrouwbare cijfers? Het rapport van de Wageningen Universiteit dat wij dinsdag hebben ontvangen en de toelichtende brief vat ik eigenlijk op als een soort uitnodiging. In mijn eigen woorden samengevat schrijft men eigenlijk: Excuses, in zo'n kort tijdsbestek hebben wij niet alles helemaal goed kunnen doorrekenen, dus behandel de aannames en uitkomsten niet als zekerheden. Ik lees hierin dus eigenlijk een beetje het verzoek om nader onderzoek te doen.

Staatssecretaris Atsma:

Zo lees ik de brief niet. Ik heb ook niet gelezen dat Wageningen UR afstand neemt van wat men heeft geschreven, integendeel. Ik weet wel dat mevrouw Wiegman tegen het afschaffen van statiegeld is. Zij is voor het uitbreiden van het statiegeldsysteem. Dat is precies waar het kabinet niets voor voelt. Dat is waarover het verpakkend bedrijfsleven de discussie met ons heeft gevoerd. Dat is ook precies de reden waarom het verpakkend bedrijfsleven heeft gezegd, fors meer te gaan investeren in een betere en schonere leefomgeving en in milieukwaliteit. Ik weet heel goed wat mevrouw Wiegman bedoelt. Zij zal heel goed begrijpen wat de achtergrond ervan is als ik zeg dat ik deze motie moet ontraden.

De voorzitter:

Wij gaan de discussie niet opnieuw doen, mevrouw Wiegman.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik ben benieuwd of de staatssecretaris bereid is om mijn motie serieus te nemen. Of zegt hij: mevrouw Wiegman is toch tegen de afschaffing van het statiegeld en dus ontraad ik deze motie?

Staatssecretaris Atsma:

Ik heb al aangegeven dat mevrouw Wiegman twijfelt aan de validiteit van de cijfers van de WUR. De WUR neemt geen afstand van de eigen bevindingen. Integendeel, zou ik willen zeggen. Lees het rapport er maar op na. Ik weet welke insteek mevrouw Wiegman had in de twee termijnen van het algemeen overleg. Wij verschillen op dit punt van mening. Ik heb al aangegeven waarom wij tegen uitbreiding van het statiegeldsysteem zijn. Er is geen enkele reden om dat nog eens nader te onderzoeken. Dat geldt ook voor het al dan niet afschaffen van het huidige statiegeldsysteem voor de grote petflessen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de staatssecretaris verder gaat met de volgende moties.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik heb helemaal geen mogelijkheid gehad om op het oordeel over motie op stuk nr. 92 te reageren.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft gereageerd op de moties op stuk nr. 91 en op stuk nr. 92. De laatste motie heeft hij ook ontraden.

Staatssecretaris Atsma:

Mevrouw Wiegman heeft goed verstaan dat ik de motie op stuk nr. 92 heb ontraden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Daar heb ik een vraag over. Ik ben blij dat de staatssecretaris vanavond de cijfers van zijn eigen inspectie vanzelfsprekend acht en ook serieus neemt. Waarom heeft hij dat de afgelopen maanden dan niet gedaan, gelet op de brieven die hij hierover naar de Kamer heeft gestuurd? Als het zo vanzelfsprekend is, verwacht ik dat de staatssecretaris de motie als ondersteuning van zijn beleid beschouwt en zegt dat het goed is om dat nog eens met elkaar te onderstrepen.

Staatssecretaris Atsma:

In het algemeen overleg heb ik een- en andermaal aangegeven dat wij de brieven en de rapportages van de inspectie zeer serieus nemen. Daarom hebben wij een pakket maatregelen aangekondigd om van het bedrijfsleven – het gaat vooral om afval van het bedrijfsleven en niet zozeer om huishoudelijk afval – extra waarborgen te krijgen. Daarmee nemen wij de inspectie en haar rapportages buitengewoon serieus. Ik kan ten minste niet concluderen dat wij dat niet doen, integendeel.

In de motie op stuk nr. 93 verzoekt mevrouw Wiegman om de term "substantieel" nader te kwantificeren door in het verpakkingenakkoord een aantal zaken vast te leggen. De voorstellen die zij op dit punt doet, gaan ons te ver, maar dat zal niemand verbazen. Ik heb in eerdere reacties op moties van mevrouw Van Veldhoven en mevrouw Van der Werf aangegeven hoe wij aankijken tegen de verfijning die zij wensen. Daar kunnen wij mee uit de voeten. Dit gaat wat ons betreft te ver. Ik moet de motie op stuk nr. 93 echt ontraden.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Wordt deze motie ontraden op grond van vergelijkbare argumenten ten aanzien van vorige moties, zoals de vraag of het haalbaar is en het meedenken over andere percentages? Of heeft het ontraden een meer ideologisch karakter? Wil de regering dit gewoon niet?

Staatssecretaris Atsma:

Allebei. Als het praktisch niet uitvoerbaar is, moet je nee zeggen. Wij weten ook wat uw insteek is. In die zin speelt dat als bijkomend argument een rol. U heeft terecht niet alle argumenten herhaald die u tijdens het algemeen overleg heeft genoemd. Ik heb natuurlijk wel goed geluisterd. Ik weet waar u staat. Een aantal percentages gaat wat ons betreft te ver. Dat lijkt mij volstrekt helder. Ik heb ook tegen mevrouw Van der Werf gezegd dat het percentage van 25 ons te ver gaat.

De voorzitter:

Nee, mevrouw Wiegman, de staatssecretaris vervolgt zijn reactie op de moties.

Staatssecretaris Atsma:

Mevrouw Ouwehand verzoekt in haar motie op stuk nr. 94 om in 2014 een ambitieuze recyclingdoelstelling voor drankenkartons in het verpakkingenakkoord op te nemen. In het algemeen overleg heb ik aangegeven en dat bevestig ik bij dezen dat wij van plan zijn om een pilot te starten. Als die goed uitpakt, is het haalbaar en dan kunnen wij er ook echt mee aan de slag. Mevrouw Ouwehand stelt dat CE Delft al een zodanige pilot heeft uitgevoerd dat je onmiddellijk los kunt gaan. Dat betwijfelen en bestrijden wij. Deze motie moet ik dus ontraden.

In de motie-Ouwehand/Wiegman-van Meppelen Scheppink op stuk nr. 95 proberen de indieners de regering ertoe te bewegen het statiegeldsysteem niet af te schaffen, maar uit te breiden met kleine petflesjes. Ik heb zojuist al tegen mevrouw Wiegman gezegd dat dat niet de bedoeling is en niet onze plannen zijn. Kortom, ook deze motie moet ik ontraden.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, ik was vergeten mevrouw Ouwehand te verontschuldigen. Zij had andere verplichtingen.

Staatssecretaris Atsma:

Maar zij luistert ongetwijfeld mee.

Mevrouw Van Tongeren luistert ook mee. Zij vraagt in de motie-Van Tongeren/Van der Werf op stuk nr. 96 – ik zie de motie nu niet – om de boetes juridisch zodanig te verankeren dat er geen discussie over kan ontstaan. In het akkoord hebben wij duidelijke afspraken gemaakt over het kunnen naleven wat wij hebben afgesproken. In het overleg heb ik ook gezegd dat er moet worden opgetreden als niet wordt nagekomen wat is vastgelegd. Eigenlijk handelen wij dus in de geest van waar mevrouw Van Tongeren mede namens mevrouw Van der Werf om vraagt. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid, omdat ook wij vinden dat er een sluitend systeem moet zijn om een en ander te kunnen controleren en juridisch af te kunnen dwingen. Daarom wil ik in de geest van deze motie ook naar de huidige wetgeving kijken. Waar dat niet nodig is, zullen wij dingen niet aanpassen, maar als dat wel nodig is, gaan wij dat zeker doen. Ik hoop dat ik de motie zo mag verstaan.

In de motie-Van Tongeren op stuk nr. 97 wordt de regering verzocht de statiegeldregeling niet af te schaffen, maar uit te breiden door er ook kleine petflessen en blikjes in op te nemen. Dit is nog een verdere aanscherping van wat in een eerdere motie van mevrouw Ouwehand aan de orde kwam. Deze motie ontraad ik dan ook om vergelijkbare redenen.

In de motie-De Mos op stuk nr. 98 heeft de indiener gevraagd om een integraal communicatieplan voor het aanpakken en tegengaan van zwerfafval. Hij heeft gevraagd in een landelijke campagne ook te communiceren dat de boetes substantieel worden verhoogd. Ik ben graag bereid om dit in de campagne mee te nemen, dus ik zie de motie als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel daarover derhalve graag aan de Kamer over.

In de motie-De Mos op stuk nr. 99 vraagt de indiener om de 20 mln. – dat is veel meer dan gemeenten op dit moment krijgen voor het aanpakken van zwerfafval – te oormerken zodat gemeenten verplicht zijn om het geld daaraan te besteden. In het overleg met de VNG naar aanleiding van de brief van vanmiddag, van de recente gesprekken en van wat de Kamer nog eens in de moties uitspreekt, zou ik graag via de VNG een appel willen doen op de gemeenten dat zij de 20 mln. die is bedoeld voor de aanpak van zwerfafval, daar ook aan te besteden. Wij kunnen geld niet oormerken, maar wel een klemmend beroep doen op de VNG om het geld in die zin aan te wenden. Als ik de motie van de heer De Mos zo mag interpreteren, dan zie ik haar als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel daarover dus ook graag over aan de Kamer.

In de motie-Leegte op stuk nr. 100 vraagt de indiener om initiatieven te nemen om te komen tot één loketregisseur. Ook in het algemeen overleg heeft de heer Leegte daarover gesproken. Hij heeft met name gewezen op de mogelijkheid om bijvoorbeeld binnen de RUD's hiervoor expliciet aandacht te vragen. Ik deel de opvatting dat er zo veel mogelijk één loket moet zijn waar burgers en bedrijven terechtkunnen, en ik ben graag bereid om de intentie van deze motie positief uit te dragen. Ik zal die zeker meenemen in de overleggen met gemeenten en andere overheden. De motie is wat mij betreft dus ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel graag over aan de Kamer.

In de motie-Leegte c.s. op stuk nr. 101 wordt de regering verzocht om de artikelen 8 tot en met 11 in paragraaf 4 van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton te schrappen. De indieners sluiten daarmee aan op het pleidooi dat eerder werd gehouden in het algemeen overleg. Ik wees zojuist in het interruptiedebatje met mevrouw Van Veldhoven al op deze motie. Ik zie de motie als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel uiteraard over aan de Kamer, maar ik constateer dat hiermee wordt uitgesproken dat er draagvlak is voor de afspraken die tot nu toe zijn gemaakt.

Mevrouw Dikkers verzoekt de regering in haar motie op stuk nr. 120 om te bekijken of mensen uit de sociale werkvoorziening een rol zouden kunnen spelen in recyclingbedrijven en, naar ik aanneem, ook in aanverwante bedrijven. Ik heb in het algemeen overleg al aangegeven dat ik graag bereid ben om ook dit idee onder de aandacht van het bedrijfsleven te brengen. Het ligt voor de hand om het ook bij de VNG aan te kaarten, omdat zij vaak medeaandeelhouder van dit type bedrijven is. Ik zie deze motie dus als ondersteuning van iets wat de Kamer als geheel zou willen bevorderen. Ik laat het oordeel daarom graag aan de Kamer.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Het is heel fijn dat de staatssecretaris zo positief reageert. Ik wil de motie wel intrekken, maar dan zou ik graag voor het volgende AO een brief krijgen van de staatssecretaris over de stappen die hij heeft gezet en over het resultaat of het te verwachten resultaat.

Staatssecretaris Atsma:

Uiteraard spreekt mij die benadering nog meer aan. Ik zal aan de Kamer rapporteren over de uitkomst van de gesprekken met zowel het bedrijfsleven als de gemeenten, zodra die hebben plaatsgevonden.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Worden wij daar voor het volgende AO over geïnformeerd?

Staatssecretaris Atsma:

Ja, wat mij betreft zo snel als mogelijk. Dat kan binnen enkele weken zijn.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Dank u wel. Dan trek ik de motie niet in, maar houd ik haar aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Dikkers stel ik voor, haar motie (30872, nr. 102) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Atsma:

In haar motie op stuk nr. 103 verzoekt mevrouw Dikkers de regering om datgene wat in de restbakken terechtkomt, eerst aan te bieden voor nascheiding. Zo heb ik mevrouw Dikkers ook in het algemeen overleg verstaan. Ik heb toen aangegeven dat veel bedrijven nu in de praktijk al actief zijn met én nascheiding én verbranding. Ze zouden namelijk wel gek zijn om waardevolle grondstoffen in de oven te deponeren. Ik kan me niet voorstellen dat men dat doet. Ik kan echter de verplichting die mevrouw Dikkers uitspreekt, niet overnemen, om de simpele reden dat wij daar niet over gaan. De bedrijven die nu overgaan tot verbranding, mogen verbranden wat niet een andere, nuttige toepassing zou kunnen krijgen. Die zouden dus in principe in overtreding zijn. Ik zal ervoor zorgen dat de inspectie nog eens nadrukkelijk naar dit item kijkt. Ik heb in het algemeen overleg ook toegezegd dat ik de Kamer er graag nader over rapporteer. Ik kan echter niet doen wat mevrouw Dikkers vraagt, omdat dan iedereen die restbakken vult, de inhoud bij de concurrent zou moeten inleveren ter beoordeling of er nog te gebruiken grondstoffen inzitten. Dat kan ik niet toezeggen.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik kan mij niet voorstellen dat men niet zelf zou kunnen beoordelen of daar herbruikbare materialen in zouden zitten. Er verdwijnen veel te gemakkelijk zaken in de restbakken. Ik breng deze motie in stemming.

Staatssecretaris Atsma:

Dan moet ik deze motie ontraden.

Voorzitter. In de motie-Dikkers/Leegte op stuk nr. 104 wordt de regering verzocht, de Kamer structureel en goed te informeren over een aantal zaken. Uiteraard ben ik daartoe bereid. Ik ben ook bereid om voor het eerstvolgende AO te melden hoe wij een en ander gaan doen. Dat is conform de strekking van deze motie. Het zou mij prima uitkomen als mevrouw Dikkers op basis hiervan concludeert dat de motie overbodig is. We gaan het sowieso doen omdat meerdere fracties daarom hebben gevraagd in de afgelopen overleggen. Ik kan alleen zeggen dat ik het met mevrouw Dikkers eens ben. De Kamer krijgt de gevraagde informatie.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Ik zie de aanmoediging van de staatssecretaris als een ondersteuning van het beleid van Dikkers/Leegte. We brengen de motie graag in stemming.

Staatssecretaris Atsma:

Dan kan ik niet anders zeggen dat deze motie op positieve bijval kan rekenen. Het oordeel laat ik uiteraard over aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

De vergadering wordt van 19.08 uur tot 20.00 uur geschorst.