9 Telecommunicatie

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het verslag van een schriftelijk overleg over telecommunicatie ( 24095, nr. 313 ).

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Een hartelijk woord van welkom aan de minister van EL&I, die zijn maaltijd heeft afgebroken om hier te kunnen zijn. Wij hebben vier sprekers die allemaal twee minuten spreektijd hebben. De eerste spreker is de heer Van Bemmel.

De heer Van Bemmel (PVV):

Voorzitter. Het gaat allemaal over meer concurrentie. Ik begin meteen. Mijn eerste motie gaat over de zogeheten fallback-mogelijkheid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de veiling van mobiele telecomfrequenties bedoeld, of minstens mede bedoeld is om meer concurrentie in de markt voor mobiele telecommunicatie tot stand te brengen;

constaterende dat de Kamer zich eerder uitsprak voor de komst van twee nieuwe aanbieders in de markt om zo meer concurrentie tussen aanbieders van mobiele telecomdiensten te bevorderen;

van mening dat de effectiviteit van concurrentie het beste gediend is als die nieuwkomers van aanvang af op gelijke voet kunnen concurreren met de bestaande aanbieders;

van mening dat de door het kabinet in de veilingregels voorgestelde transitietermijn van 21 maanden voor de beschikbaarstelling van spectrum aan nieuwkomers, niet effectief bijdraagt en mogelijk zelfs tegengesteld kan werken aan die doelstelling en een gelijk speelveld tussen bestaande en nieuwe aanbieders dus onnodig vertraagt, of minstens kan vertragen;

verzoekt de regering om de veilingregels binnen uiterlijk veertien dagen na indiening van deze motie zo te wijzigen, dat de transitietermijn wordt beperkt tot zes maanden voor alle niet gereserveerde frequentiekavels die een nieuwkomer verwerft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Bemmel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 314 (24095).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de veiling van mobiele telecomfrequenties bedoeld of minstens mede bedoeld is om meer concurrentie in de markt voor mobiele telecommunicatie tot stand te brengen;

constaterende dat de Kamer zich eerder uitsprak voor de komst van twee nieuwe aanbieders in de markt om zo meer concurrentie tussen aanbieders van mobiele telecomdiensten te bevorderen;

constaterende dat hiertoe drie frequentiekavels gereserveerd zijn voor nieuwkomers, waarvan twee in de 800 MHz-band en een in de 900 MHz-band, waarbij een nieuwkomer op maximaal twee van de drie kavels mag inschrijven;

constaterende dat de veilingregels de mogelijkheid open laten dat als bij inschrijving van de veiling alle nieuwkomers zich op twee dezelfde kavels richten en dus geen enkele nieuwkomer zich bij inschrijving meldt voor het derde kavel, de reservering van dat derde kavel voor nieuwkomers direct vervalt en nieuwkomers dus niet later in de veiling alsnog op dat gereserveerde kavel kunnen bieden;

van mening dat dit onbedoeld alsnog tot uitsluiting van een van de twee beoogde nieuwkomers kan leiden en daarmee de komst van twee nieuwe aanbieders en meer concurrentie in de markt onnodig kan beperken;

verzoekt de regering, uiterlijk binnen veertien dagen na indiening van deze motie de veilingregels zo aan te passen, dat de reservering van alle drie de kavels gegarandeerd blijft voor nieuwkomers tot de veiling is afgerond en pas als na de veiling blijkt, dat zich voor een van de drie kavels geen nieuwkomers hebben gemeld, dat kavel daarna alsnog en zonder verdere reservering apart te veilen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Bemmel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 315 (24095).

De heer Van Bemmel is 30 seconden over zijn spreektijd. Zijn derde motie moet hij dus een andere keer indienen.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Ik dien geen moties in. Ik heb enkele vragen en die hebben alles te maken met de moties die de heer Van Bemmel zojuist heeft ingediend. Wij hebben al een aantal keren met de minister gesproken over de frequentieveiling. Eigenlijk hebben wij er al lang en breed een punt achter gezet. Wij hebben afgesproken hoe die veiling eruit gaat zien.

Als de veiling helemaal wordt uitgewerkt en de precieze details boven tafel komen, komen de lobbyisten weer langs en die wijzen je dan op kleine dingetjes in de veilingvoorwaarden. Daar zit misschien wel iets in. Als de Kamer de zekerheid wil hebben dat er een aantal nieuwkomers uit deze veiling komt, moet er niet een soort achterdeurtje zijn, waarbij, als zij niet van begin af aan op alle kavels bieden, de kavels uiteindelijk zullen terugvallen, zodat er minder nieuwkomers overblijven.

Een tweede punt in de veilingvoorwaarden betreft de transitietermijn. De bestaande frequentiehouders krijgen behoorlijk lang de tijd om over te schakelen naar nieuwe frequenties en om hun oude frequenties af te schakelen en over te dragen aan nieuwkomers. In de snelle ontwikkeling van deze markt zou dat ertoe kunnen leiden dat die nieuwkomers wel degelijk enigszins op achterstand worden gezet. Ik hoor graag van de minister uitleg daarover. Ik overweeg om de moties van de heer Van Bemmel te ondersteunen als de minister mijn zorgen niet kan wegnemen.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. Wij zouden een AO over telecommunicatie voeren. Vooral na de Vodafoonstoring was er heel veel urgentie, maar toen waren er Catshuisonderhandelingen. Dat is al weer even geleden. Toen is er een schriftelijk overleg gevoerd en daaraan hebben wij toch nog een urgente motie overgehouden. Die gaat over de veiling. De heer Van Dam en de heer Van Bemmel zeiden het al: de Kamer heeft geknokt voor meer nieuwkomers. Dan moet dit ook daadwerkelijk mogelijk zijn. De overgangsregeling is in onze ogen met een verlenging van 21 maanden wel erg aan de lange kant. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel de Kamer als de regering het belang van toetreding van nieuwkomers tot de telecomsector onderschrijft;

constaterende dat het door de verlenging van de gsm-vergunningen langer kan duren voordat nieuwkomers aan de slag kunnen, waardoor ook het beoogde effect van meer concurrentie vertraagd wordt;

overwegende dat de continuïteit van de mobiele dienstverlening van groot maatschappelijk en economisch belang is, zowel voor gebruikers als voor bedrijven;

overwegende dat het van groot belang is dat de multibandveiling zo snel mogelijk plaatsvindt;

overwegende dat de transitie een gezamenlijke inspanning van zowel bestaande als nieuwe aanbieders vraagt;

verzoekt de regering:

  • - de gsm-vergunningen niet langer te verlengen dan nodig is om te voorkomen dat de continuïteit van de mobiele dienstverlening in gevaar kan komen;

  • - het in elk geval mogelijk te maken de gsm-vergunningen zo kort mogelijk te verlengen door enerzijds de verlengtermijn van 21 maanden niet als een vaste termijn te hanteren, maar uitdrukkelijk als een maximumtermijn en te streven naar een veel kortere transitietermijn;

  • - de partijen die frequenties verwerven en de huidige aanbieders die nu over deze frequenties beschikken, maar die moeten afstaan, te verplichten om met elkaar te overleggen om tot een zo snel mogelijke transitie te komen;

  • - zo nodig te intermediëren in dat overleg, zodat een verantwoorde maar tevens zo spoedig mogelijke transitie gewaarborgd is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 316 (24095).

De heer Van Bemmel (PVV):

Deze motie komt mij erg bekend voor. Ze lijkt erg op die van mij. Betekent dit dat de heer Verhoeven de motie van de PVV-fractie zal steunen? Hij heeft mijn tweede motie ook gezien. Wij hebben gestreden voor twee nieuwkomers. Het is mogelijk dat de tweede niet komt omdat iedereen op de 800 MHz-band gaat zitten. Dat betrof de fallbackoptie. Hoe staat de heer Verhoeven tegenover die motie?

De heer Verhoeven (D66):

Ik had de derde motie van de heer Van Bemmel willen steunen, maar die heeft hij niet ingediend. Er blijven er nog twee over. Daarin zie ik problemen. In de eerste motie is sprake van zes maanden als maximumtermijn. Dat vinden wij weer heel stringent omdat je dan niet de ruimte biedt om het proces goed te doorlopen. Dat vinden wij twijfelachtig.

De heer Van Bemmel (PVV):

Als wij dat zouden aanpassen, zou de heer Verhoeven dit dan een mooie motie vinden om te steunen? Dan gaat hij voor het origineel in plaats van zijn kopie.

De heer Verhoeven (D66):

Dan heb je de facto de motie die ik zojuist heb ingediend, dus dat is niet nodig.

Mevrouw Schaart (VVD):

Voorzitter. Ik heb één motie en twee vragen. Ik ga daarom meteen van start met de motie. Die gaat over het Agentschap Telecom.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer in mei 2011 bij motie de minister van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie heeft opgedragen om concrete verbetering te boeken in de relatie tussen het Agentschap Telecom en de van haar afhankelijke marktpartijen;

overwegende dat de minister in oktober 2011 aan de Kamer in dat licht een aantal concrete wijzigingstrajecten heeft toegezegd, inclusief tijdpaden;

constaterende dat die trajecten helaas nog onvoldoende concreet resultaat hebben opgeleverd en in elk geval nog niet afgerond zijn;

voorts constaterende dat mede daardoor onvoldoende resultaat en voortgang geboekt wordt in verbetering van de verhouding tussen markt en Agentschap Telecom;

verzoekt de regering om versnelling in het proces te brengen, zodat realisatie van de toegezegde nieuwe kaders en wijzigingen binnen enkele maanden gerealiseerd wordt, met instemming van de betrokken marktpartijen;

verzoekt de regering voorts om de Kamer per kwartaal te rapporteren over de concrete en per onderwerp geboekte voortgang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schaart, Verhoeven en Van Bemmel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 317 (24095).

Mevrouw Schaart (VVD):

Ik heb nog twee vragen aan de minister. De eerste betreft de zendproblemen in Noord-Nederland door de verplaatsing van de mast van Radio 538 naar de zendmast in Smilde. Wat is daarbij de stand van zaken en zijn de luisteraars in Noord-Nederland verzekerd van een goede radio-ontvangst? Mijn tweede vraag betreft het feit dat deze Kamer in mei vorig jaar het amendement op stuk nr. 42 (31412) met algemene stemmen heeft aangenomen. Bijna twee maanden geleden heeft de Eerste Kamer dit amendement zonder stemming aangenomen. Inmiddels is de Telecomwet gepubliceerd in de Staatscourant, maar het genoemde amendement nog steeds niet. Het amendement zal daarom pas per 1 januari 2013 in werking kunnen treden, omdat – voor zover ik heb begrepen – volgens het ministerie nog allerlei lagere regelgeving op orde moet worden gebracht. Kan de minister uitleggen waarom dat het geval is, waarom die lagere regelgeving vorig jaar niet al voorbereid was en welke mogelijkheid de minister ziet en wil benutten om een versnelling te realiseren, zodat de regels alsnog uiterlijk op 1 september 2012 van kracht worden?

De voorzitter:

Mevrouw Schaart was de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Ik denk dat de minister enige tijd nodig heeft om de moties te ontvangen en te lezen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Verhagen:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de gestelde vragen en voor haar inbreng.

Ik begin met de motie van de heer Van Bemmel op stuk nr. 314. Die motie ziet evenals de derde motie van de heer Verhoeven op het verkorten dan wel het maximeren van de transitietermijn. In de motie van de heer Van Bemmel wordt de regering verzocht, de transitietermijn voor de overgang van de oude naar de nieuwe vergunningen te verkorten tot zes maanden. De heer Verhoeven vraagt de regering in zijn derde motie om de gsm-vergunningen niet langer te verlengen dan nodig is, om te voorkomen dat de continuïteit van de mobiele dienstverlening in gevaar komt. Hij vraagt mij om het mogelijk te maken, de gsm-vergunning aanzienlijk korter te maken dan de beoogde verlengtermijn van 21 maanden.

Na de veiling moeten partijen, ook de heer Verhoeven, voldoende tijd hebben om hun netwerken aan te passen en om daarna om te schakelen van de oude naar de nieuwe vergunning. Ondertussen moet natuurlijk de dienstverlening goed kunnen doorgaan. De consument staat hierbij immers voorop. De continuïteit van de mobiele dienstverlening is van groot belang, zowel voor consumenten als voor bedrijven. Mensen moeten kunnen blijven bellen en moeten kunnen blijven internetten. Dat hoef ik de Kamer niet uit te leggen. Zeker in een tijd waarin er een campagne aankomt, is dat wellicht nuttig.

De uitkomst van de veiling kennen wij nog niet. In sommige gevallen zijn meer aanpassingen nodig dan in andere. Het ligt eraan wie uiteindelijk een bepaald kavel krijgt en wat er dan moet gebeuren. Ik heb advies gevraagd aan een expert, wat op zich nooit slecht is. PA Consulting, een bureau dat daar echt in gespecialiseerd is, heeft aangegeven dat in sommige gevallen een transitieperiode van 24 maanden na afloop van de veiling nodig is om de continuïteit van de dienstverlening zeker te stellen. Ik geef op een briefje: als de dienstverlening uitvalt en er dus geen telefoonverbinding is, is dit huis te klein. Dat is de reden dat ik voor 21 maanden heb gekozen. De huidige vergunningen lopen 3 maanden na de veilingen af, met die 21 maanden erbij kom je dan op 24 maanden. Dan hebben zij dus genoeg tijd.

Partijen moeten daarnaast voor de veiling zo veel mogelijk duidelijkheid krijgen over de verlenging, zodat zij weten waar zij aan toe zijn als zij bieden op die vergunning. Ik moet dus kiezen voor een termijn, uitgaand van een zorgvuldige transitie. Ik wil geen risico nemen. Ik wil niet worden geconfronteerd met Kamervragen en spoeddebatten omdat wij geen telefoonverbinding meer hebben, om het maar heel simpel te zeggen. Het vooraf verkorten van de termijn van 24 maanden zou niet verantwoord zijn, want dat zou serieuze storingen van de mobiele dienstverlening met zich mee kunnen brengen. Dat is de reden waarom ik dat niet voor mijn rekening wilde nemen en voor deze termijn heb gekozen. Ik ben er daarbij steeds vanuit gegaan dat partijen voor die veiling duidelijkheid moeten krijgen over de verlenging.

Ik besef dat de Kamer – niet alleen fracties die moties hebben ingediend – die termijn wat lang vindt. Als de huidige vergunninghouders na de veiling ongeveer dezelfde hoeveelheid frequenties houden, kan het waarschijnlijk aanzienlijk sneller gaan. Dan hoeven zij minder aanpassingen te doen. Ik heb veel sympathie voor de strekking van de motie, in de zin van dat wij moeten bezien of het korter kan. Dat klinkt overigens meer door in de motie van de heer Verhoeven op stuk nr. 316 dan in de motie van de heer Van Bemmel op stuk nr. 314. De heer Van Bemmel wil gewoon duidelijke regelgeving, ondanks het feit dat zijn partijgenoot de heer Graus vanmiddag zei dat er überhaupt geen nieuwe regelgeving voor het bedrijfsleven mag komen vanaf nu. Dat werd echt gezegd: geen nieuwe regels voor bedrijfsleven, met name voor het mkb. Bij de nieuwkomers zouden middelgrote of kleine bedrijven kunnen zitten, zeker als het prijsvechters zijn. Maar goed, de PVV-fractie mag zelf uitvechten hoe zij daarmee omgaat.

De voorzitter:

Zou u, terwijl u de lijst van de diverse partijen beoordeelt, ook uw oordeel kunnen geven over de moties?

Minister Verhagen:

Ja. Het is volgens mij veiliger om na de veiling te beslissen over de duur van de verlengtermijn. Ik ontraad derhalve de motie van de PVV op stuk nr. 314. Daarin staat namelijk – linksom of rechtsom, het zal me een zorg wezen – dat die termijn maximaal zes maanden mag zijn. In de motie van D66 wordt gevraagd ...

De voorzitter:

De PVV-fractie heeft twee moties ingediend.

Minister Verhagen:

Ik behandel nu de eerste motie van de PVV-fractie, die op stuk nr. 314, en de motie van de D66-fractie op stuk nr. 316. In de motie op stuk nr. 314 wordt gevraagd om een maximering van de verlengtermijn tot zes maanden. Die ontraad ik. Ik waarschuw nogmaals voor de gevolgen van een dergelijke wijziging voor de telefoniegebruiker. In de motie van D66 op stuk nr. 316 wordt gevraagd om 21 maanden als maximum te hanteren. Ik wil het oordeel hierover, gelet op de sympathie die ik voel voor het zo kort mogelijk houden van de overgangstermijn, overlaten aan de Kamer.

Ik kom nu op de motie op stuk nr. 315 van de heer Van Bemmel waarin wordt verzocht om het mogelijk te maken dat nieuwkomers zich kunnen inschrijven op alle drie de gereserveerde kavels, hoewel zij maximaal twee gereserveerde kavels mogen verwerven. In de veilingregeling is een procedure opgenomen waarin staat dat als uit de aanvragen van nieuwkomers blijkt dat er geen belangstelling is voor een of meerdere gereserveerde kavels, deze beschikbaar komen voor alle aanvragers. Met die voorziening willen wij voorkomen dat essentieel laag spectrum vooraf onnodig op de plank blijft liggen en dus wederom een jaar of anderhalf jaar niet wordt gebruikt. Met de huidige regeling vinden wij de juiste balans tussen enerzijds ruimte voor nieuwkomers en anderzijds het ervoor zorgen dat het spectrum niet onnodig blijft liggen. Dat hebben wij uitvoerig in de Kamer besproken. De 2,6 GHZ-veiling in 2010 heeft bewezen dat dit een goede balans is. Een aanpassing van deze voorziening vind ik daarom niet nodig.

Ik vind de motie overigens vrij theoretisch. Ik verwacht namelijk dat zeker een van de nieuwkomers, bijvoorbeeld de prijsvechter die de heer Van Bemmel op het oog heeft, ook zal inschrijven op de 900 MHz-vergunning. Dat zal zo'n nieuwkomer zeker doen omdat men weet dat nieuwkomers eerder voor de 800 MHz zullen gaan en het dus best moeilijk kan worden om zo'n vergunning te verwerven. Als geen enkele nieuwkomer inschrijft voor de 900 MHz, is er blijkbaar ook niet echt behoefte aan 900 MHz. Immers, anders zouden er wel nieuwkomers op inschrijven. In zo'n situatie is het toch logisch om de andere partijen ook een kans te geven om die vergunning te verwerven? De heer Van Bemmel kan zeggen dat ik dit binnen twee weken moet wijzigen bij aanvaarding van deze motie. Hij had ook kunnen zeggen dat ik dat vorige week al had moeten doen. Zo'n vergunningregeling kost gewoon tijd. Dit zal dus tot vertraging leiden. Met alle respect, maar wij spreken hier nu al een jaar over. Ik ontraad de Kamer het aanvaarden van deze motie, zeker omdat wij, door het aanvaarden van deze motie, tijdens de wedstrijd de spelregels zouden veranderen. Als ik ergens een broertje dood aan heb, is het wel daaraan.

Ik kom op de motie-Schaart c.s. op stuk nr. 317. Ik vind dit een sympathieke motie. Wat daarin wordt gevraagd, is ondersteuning van beleid. Mevrouw Schaart houdt mij hiermee bovendien bij de les. Wij moeten daadwerkelijk voor voortgang zorgen. Wij moeten ervoor zorgen dat dit daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Agentschap Telecom heeft een intensief traject doorlopen met de markt. De gesprekken worden voortgezet. Ik zal de Kamer informeren over de uitkomsten. Ik beschouw de motie dus als ondersteuning van beleid. Ik zal de Kamer regulier over de geboekte voortgang rapporteren. Als deze motie door de Kamer wordt aanvaard, zal ik uitvoeren wat daarin wordt gevraagd. Ik laat het oordeel over de motie uiteraard aan de Kamer over.

Er zijn nog wat vragen gesteld. Mevrouw Schaart vraagt waarom het amendement-Schaart pas per 1 januari in plaats van per 1 september wordt uitgevoerd. Dit gaat over de antenne-opstelpunten van NOVEC. Alle nummers die daarbij horen, zijn voor het grote publiek wat minder bekend. Ik heb besloten om vast te houden aan de vaste verandermomenten. Daarover hebben wij al eerder afspraken gemaakt met het bedrijfsleven. Dat hebben wij juist gedaan omdat het bedrijfsleven duidelijkheid wil. Wanneer veranderen regels? Ik zie geen reden om daarvan af te wijken. Op deze manier hebben partijen ook redelijke termijnen om zich aan te passen. Het vaste verandermoment was 1 januari. Ik vond dat er onvoldoende zwaarwegende argumenten waren om af te stappen van de regel van de vaste verandermomenten.

Mevrouw Schaart heeft ook gevraagd naar de stand van zaken rond de verplaatsing van Radio 538. Daarop werd ik laatst ook al aangesproken door een vertegenwoordiger daarvan. Wij hebben gesproken over de ontvangstkracht van de publieke omroep in Groningen en over de verplaatsing van Radio 538. Ik heb toen toegezegd dat er overeenstemming was tussen de betrokken partijen over de verplaatsing van Radio 538 naar de zendmast in Smilde. Na die overeenstemming is die zendmast door een brand ingestort. Daardoor moest Radio 538 weer uitwijken naar Hoogezand. De voorbereidingen voor de verplaatsing naar Smilde lopen nog, want de nieuwe zendmast in Smilde is nog niet gereed. Ik heb van Agentschap Telecom begrepen dat er deze week overleg is geweest met Radio 538 en de zendoperator Broadcast Partners. Gezamenlijk wordt gezocht naar een oplossing die de technische en juridische toets kan doorstaan. Ik zet mij daarvoor dus in, net als mevrouw Schaart. Ik vind ook dat dit moet gebeuren. Het is hoog nodig dat betrokkenen tot overeenstemming komen. Het doel is dus juist, het mogelijk maken van de verplaatsing zonder dat de luisteraars, de NPO en de commerciële vergunninghouders hiervan hinder ondervinden. Ik hoop daarmee in de lijn van gedachtevorming van mevrouw Schaart te handelen.

Ik meen de vraag van de heer Van Dam te hebben beantwoord bij mijn reactie op de moties op de stukken nrs. 314 en 316. Ik denk dat ik hiermee de moties en vragen heb behandeld.

De voorzitter:

Dat lijkt mij ook. De heer Van Bemmel heeft nog een korte, kleine vraag.

De heer Van Bemmel (PVV):

Mijn vraag gaat over mijn tweede motie, de motie op stuk nr. 315 over het 900-blok. Ik heb hier een stukje uit de Staatscourant. Daarin zien wij dat de minister zelf op 5 juni, kort geleden, de veilingregels heeft gewijzigd. Dat kan dus blijkbaar wel. De minister schiet altijd helemaal in de stress als wij een wijziging willen, maar de minister zelf doet dat toch graag, zo te zien.

De voorzitter:

Uw vraag is?

De heer Van Bemmel (PVV):

Het was belangrijk dat wij minimaal twee nieuwkomers kregen. Wij weten gewoon dat zij op het 800-blok gaan inschrijven. Als je dan je kansen verspeelt en als je dan niet meer kunt zeggen dat je tweede keuze het 900-blok is, is de kans levensgroot, echt levensgroot – dat zeg ik ook in de richting van de heer Verhoeven – dat er in feite uiteindelijk maar één nieuwkomer bij komt.

Minister Verhagen:

Ik loop niet weg voor besluiten, in tegenstelling tot sommige anderen. Zo kent men mij. De heer Verhoeven begrijpt wat ik bedoel, zie ik. Het ging hierbij om een technische correctie over de notarisvereiste, totaal onvergelijkbaar met wat de heer Van Bemmel vraagt. De heer Van Bemmel vraagt een complete wijziging van het veilingtraject, dat wij hier na zes debatten hebben vastgesteld. Met alle respect, wij hebben hierover zes keer gesproken. Het moest zelfs zover komen dat nota bene door een lid van de oppositie een motie werd ingediend om te vragen dat alsjeblieft eindelijk het beleid van dit kabinet werd uitgevoerd en dat het kabinet doorging. Zover is het gekomen, en wat doen wij nu? Wij gaan weer wijzigen. Ik vind het allemaal prachtig, hoor: u danst, wij vragen. Ik vind dit echter niet vergelijkbaar. Het is van het begin af aan helder geweest dat men op 900 kan bieden. Er staat daarvoor geen enkele belemmering in de weg. Als men per se 900 wil hebben, kan men dat doen. Als men het niet doet, heeft men er blijkbaar geen behoefte aan.

De voorzitter:

Heel kort ten slotte, mijnheer Van Bemmel.

De heer Van Bemmel (PVV):

De minister kan in ieder geval niet zeggen dat de heer Van Bemmel en de PVV weglopers zijn. Wij zijn hier iedere keer teruggekomen om te vechten voor deze concurrentie. Ik vind het echt heel jammer dat de minister toch weer zijn eigen regeltjes erdoor drukt, waardoor er waarschijnlijk toch maar één nieuwkomer zal komen.

Minister Verhagen:

Met alle respect, ik vind het bijna van de zotte dat wij hier in zes overleggen plenair tot op de komma nauwkeurig tot overeenstemming zijn gekomen en dat de heer Van Bemmel nu zegt dat ik mijn eigen regeltjes wil opleggen. Ik vind het bijna onbestaanbaar. De heer Van Bemmel kan een andere opvatting hebben, dat moge zo zijn, maar hij kan niet zeggen dat ik de regels die ik verzonnen heb, opleg aan de Kamer. Integendeel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister hartelijk. Wij hopen dat zijn eten nog warm is. Aanstaande dinsdag stemmen wij over de moties. Ik wil heel snel door met het volgende VAO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven