Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 91, pagina 6429-6431

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Biskop aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over zorgen met betrekking tot mbo-studenten.

De heer Biskop (CDA):

Voorzitter. Helaas hebben wij moeten constateren dat de busstakingen alweer de derde dag ingaan, juist op een moment dat binnen het middelbaar beroepsonderwijs examens plaatsvinden. Het conflict speelt al enige tijd. Ten tijde van de examens in het voortgezet onderwijs is door de stakers rekening gehouden met het vervoer van de examenkandidaten. Bij de mbo-examens geeft dit nu wel problemen. Binnen het mbo worden 500.000 studenten opgeleid om als beroepsbeoefenaar de motor van onze economie te gaan vormen.

Natuurlijk begrijpen wij dat de staatssecretaris geen formele rol speelt in het conflict. Zaterdag heeft ze echter al een oproep gedaan aan partijen. De CDA-fractie betreurt het dat hieraan door de partijen geen gehoor is gegeven. Ik vraag de staatssecretaris welke reactie zij van de partijen heeft gekregen op haar oproep. Heeft zij nog andere acties ondernomen om ervoor te zorgen dat mbo'ers op tijd op hun examen kunnen komen?

Stel dat de mbo-studenten aantoonbaar schade ondervinden van de busstaking omdat zij te laten komen. Bestaat dan de mogelijkheid dat zij in dat geval een verlengde examentijd krijgen? Of stel dat zij het examen helemaal missen. Is er dan een mogelijkheid voor een herexamen, zonder dat dit leidt tot beperking van het recht op herexamen dat zij al hadden? Zijn er nog andere mogelijkheden? Heeft de staatssecretaris dit besproken met het mbo, bijvoorbeeld met de MBO Raad en, zo ja, wat was het antwoord?

Wij zien dat verschillende roc's hun verantwoordelijkheid hebben genomen en zelf bussen inzetten om hun leerlingen naar school te laten komen. Dit zal ongetwijfeld ook leiden tot schadeclaims bij de busmaatschappijen. Ik vraag mij af of het ministerie behulpzaam zou kunnen zijn – op heel veel plekken in Nederland zullen immers schadeclaims gaan komen – bij het verkrijgen van inzicht in de vraag hoe een en ander loopt en of het ministerie enige hulp kan bieden.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. Ik denk dat wij dit allemaal heel vervelend vinden voor onze leerlingen in het middelbaar beroepsonderwijs. Dit was ook de reden dat ik zaterdag de hoop uitsprak dat men, net als in het voortgezet onderwijs, ook in dit geval oog zou hebben voor leerlingen die examens moeten doen. Binnen het middelbaar beroepsonderwijs zijn op dit moment zo'n 100.000 leerlingen hiermee bezig. De heer Biskop vraagt welke reacties ik heb gekregen. Dit zijn reacties van steun. Mensen zeiden dat het goed is om een dergelijke oproep te doen, omdat het belangrijk is. Van de betrokken personen heb ik verder geen reacties gekregen. Verder heb ik gemeend dat het correct was om de zorg die ik had ook neer te leggen bij mijn collega van Verkeer en Waterstaat om te bezien of binnen de interne netwerken misschien nog iets zou kunnen gebeuren. Indertijd heb ik dit ook gedaan rond het voortgezet onderwijs toen de eerste signalen kwamen dat dit mogelijk een probleem zou worden.

Verder heb ik contact opgenomen met de JOB. Deze geeft aan tot nu toe een bescheiden hoeveelheid klachten te hebben ontvangen. Daarnaast heb ik contact opgenomen met de MBO Raad. Hieruit bleek dat inderdaad een aantal roc's eigen vervoer regelt. De raad heeft gezegd tot nu toe verder weinig klachten gehoord te hebben. Gelukkig gaat het niet om centrale examens die maar op één moment plaatsvinden, maar om schoolexamens. Daarmee heeft de school wat ruimte en flexibiliteit om te bezien hoe men op incidentele situaties inspeelt.

De heer Biskop (CDA):

Gelukkig hoor ik van de staatssecretaris dat zij haar zorgen gedeeld heeft met haar collega. Deze heeft gebruik gemaakt van het netwerk. Ik vraag mij af wat dit precies heeft opgeleverd. Immers, de stakingen gaan nog steeds door. Begrijp ik de staatssecretaris goed dat zij, als er problemen ontstaan, garandeert dat de leerlingen gewoon examen kunnen doen, al dan niet op een ander moment?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ik heb met mijn collega gesproken, net als bij het vo. Ik vind gewoon dat wij er samen iets meer bij betrokken zijn. In de Tweede Kamer is vorige week tijdens een AO met staatssecretaris Huizinga uitgesproken dat de rijksoverheid geen formele bemoeienis heeft met de onderhandelingen die nu plaatsvinden. Dat is de formele positie.

De tweede vraag ging over de schadeclaims. Ik heb er vertrouwen in dat onze roc's heel goed naar de kinderen zullen kijken. Dat signaal is vanochtend door de MBO Raad afgegeven. Dit was ook de reactie van de mbo's toen wij met hen contact hebben opgenomen over hoe het loopt en hoe de ervaring is tot op heden. Ik ga er echt van uit dat als er problemen met het openbaar vervoer zijn, een roc dit oppakt en kinderen de gelegenheid geeft om nog eens met het examen aan de slag te gaan. Ik moet echter zeggen dat dit wel aan de roc's is. Zij hebben hiervoor de verantwoordelijkheid.

Mij is ook gevraagd of ik de roc's zou willen ondersteunen bij juridische claims et cetera. Ik denk niet dat het op mijn weg ligt om dit te doen. Ik weet ook niet of roc's dergelijke stappen zullen nemen. Het is aan de roc's om dit te bepalen. Ik kan daaraan verder niets doen. Ik heb gemeend mijn hoop te moeten uitspreken dat er met de leerlingen op het mbo net zo coulant zou worden omgegaan als met de leerlingen op het vo. Maar ja, er is wel sprake van een andere situatie. Het was ook op een later moment. Dat heb ik vanuit de bonden ook al aangegeven.

De heer Dibi (GroenLinks):

Je zult vandaag de dag maar een zestien- of zeventienjarige mbo-student zijn. Niet alleen heb je dan het imago van een voortijdig schoolverlater, niet alleen heb je geen recht op gratis schoolboeken terwijl je leeftijdsgenoten daarop wel recht hebben, niet alleen heb je geen ov-jaarkaart terwijl je leeftijdsgenoten daarop wel recht hebben, maar je wordt ook nog eens in een periode vol stress zwaar de dupe van stakingen.

Vorige week is tijdens het CDA-congres een motie aangenomen. Hiermee wordt de staatssecretaris gedwongen geld te zoeken voor de ov-jaarkaart. Kan de staatssecretaris eens klip-en-klaar duidelijk maken of deze kaart er nu wel of niet komt? Zij moet niet zeggen dat zij geld gaat zoeken. Daaraan hebben die mensen uiteindelijk niets. Komt er in deze kabinetsperiode een ov-jaarkaart voor de zestien- en zeventienjarige mbo'ers?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ik vind het een heldere vraag, maar zal voor een deel moeten terugvallen op datgene wat ik eerder met de Kamer heb besproken. De gedachte achter de betreffende resolutie begrijp ik. Dat was afgelopen zaterdag ook mijn reactie erop. Ik heb toen wel gezegd dat een heel groot deel van de mbo-leerlingen heel dicht bij hun school wonen. Ik vind gemeenschapsgeld net even iets te kostbaar om dit hiervoor generiek aan te wenden. Dat is mijn mening.

De heer Dibi noemt een aantal punten. Naar aanleiding van het debat in de Eerste Kamer van afgelopen week over de boeken heb ik toegezegd om een onderzoek te doen naar de verschillen tussen het mbo en het vo wat betreft de financiering en de tegemoetkomingen. Ik zal dit met gezwinde spoed doen. Uiterlijk na de zomer kom ik daarmee. Vooralsnog moet ik het daarbij laten. De heer Dibi weet dat congressen geen straaljagers kopen en ook geen ov-jaarkaarten aanschaffen. Dat is maar gelukkig ook.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):

Ik wil teruggaan naar het onderwerp waarover de vragen gesteld werden, namelijk over hoe het precies zit met de busstakingen en de consequenties ervan voor de mbo-scholieren. De staatssecretaris heeft zojuist heldere antwoorden gegeven aan mijn collega, de heer Biskop. Is de staatssecretaris bereid om ons na afloop een rapportage te sturen waarin zij aangeeft wat in de afgelopen periode is gebeurd, wat de knelpunten en problemen zijn geweest en op welke wijze roc's ermee zijn omgegaan? Op die manier zouden wij een draaiboekje kunnen ontwikkelen om te voorkomen dat wij in de toekomst dit soort problemen weer krijgen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ik moet eerlijk zeggen dat dit voor het CDA een vrij centralistische aanpak is. Ik geloof heel erg in de verantwoordelijkheid die scholen zelf nemen. Zij moeten bekijken hoe zij de problemen oplossen met hun leerlingen. Ik weet niet wat de heer Van Dijk zich erbij voorstelt. Wat ik kan doen, is de MBO Raad en de JOB vragen om aan te geven wat hun beeld is. Hun antwoord kan ik u dan met een kort briefje laten weten, maar ik wil mijn ambtenaren niet een diepe analyse laten maken, want op die manier komen wij er niet. Wat hier geconstateerd is, is in ieder geval heel vervelend. Daarom heb ik ook mijn hoop uitgesproken dat coulance zal worden betracht. Blijkbaar is men er nog niet uit, maar het is hoopgevend dat de heer De Vries is aangetrokken als analyticus. Hij komt aan het eind van de week en ik hoop dat zijn betrokkenheid snel tot oplossingen leidt. Ik wil dus best nagaan wat het beeld van deze twee organen is, dat vind ik geen probleem, maar daar wil ik het bij laten.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik veronderstel dat de gemiddelde toeschouwer van dit vragenuurtje helemaal niets meer snapt. Wij hebben in Nederland een enorm probleem. Wij pikken nu eigenlijk de mbo'ers eruit, terwijl veel mensen een groot probleem hebben. Allereerst zijn dat de buschauffeurs. Zij vechten voor een fatsoenlijk salaris en zijn de klos, want ze horen niets.

De voorzitter:

Mijnheer Roemer, zojuist kreeg ik van de zijlijn commentaar vanwege de vraag van de heer Dibi. Die mensen aan de zijlijn hadden wel een beetje gelijk, want de opmerkingen moeten echt de vraag betreffen die op de lijst staat. U kunt niet alles aan de orde stellen wat u belangrijk vindt. Als u het daarover wilt hebben, had u daarover zelf een vraag moeten aanmelden.

De heer Roemer (SP):

Dat heb ik gedaan. Twee weken op rij heb ik geprobeerd om de stakingen bij het streekvervoer op de agenda van het vragenuurtje te krijgen. Blijkbaar hebt u twee keer geweigerd om mijn vragen daarover te agenderen. Dan moet u nu niet zeggen: u had er zelf mee moeten komen. Dan had u die vragen moeten toestaan.

De voorzitter:

Maar toen heb ik de vragen niet toegestaan. U moet zich nu richten op wat aan de orde is.

De heer Roemer (SP):

Ik heb mijn vragen ook voor vandaag aangemeld.

De voorzitter:

U moet zich richten op de vragen die zijn goedgekeurd.

De heer Roemer (SP):

Maar deze kwestie heeft een veel breder verband, want niet alleen de mbo-studenten zijn de klos. Eerder waren dat bijna andere studenten. Voor hen is een regeling getroffen. Ik wil van de staatssecretaris de keiharde garantie dat de mbo-studenten niet de dupe worden van een staking van chauffeurs die terecht voor hun zaak opkomen. Het is namelijk een zaak van het kabinet, van de regering. De staatssecretaris zegt wel dat dat formeel niet zo is, maar heel veel redenen waarom er gestaakt wordt en waarom de bedrijven in de problemen zitten, hebben rechtstreeks te maken met maatregelen die door het kabinet zijn genomen. Mijn concrete vraag aan de staatssecretaris is tweeledig: wilt u er in het kabinet voor pleiten dat het probleem van de stakingen echt actief door het kabinet wordt aangepakt en dat voor een oplossing wordt gekozen en geeft u de mbo-studenten de garantie dat zij van deze stakingen never nooit de dupe worden?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Wat de laatste vraag betreft: daarop heb ik al gereageerd richting CDA-fractie. Als ik daarop antwoord geef, verval ik in herhaling. Wat de eerste vraag betreft: niet alleen het kabinet, maar ook de gehele Kamer met uitzondering van de SP vindt dat de rijksoverheid in dezen geen rol heeft. Het gaat hierbij om een zaak tussen werkgevers en werknemers. Dus niet alleen het kabinet, maar ook de meerderheid van deze Kamer is deze mening toegedaan en dan is het niet aan mij om te zeggen: ik ga het anders doen; los van het feit dat ik dat ook niet verstandig zou vinden.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoorden.