Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 71, pagina 4948-4952

Aan de orde is de behandeling van:

het verslag van een algemeen overleg met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over handhaving (29383,22343,25422, nr. 95).

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Leeuwen (SP):

Voorzitter. Wij hebben het over een slepend dossier. Het is en blijft dweilen met de kraan open als wij niet echt tot maatregelen komen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat over het al of niet gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen veel onrust en onzekerheid is ontstaan bij bewoners;

overwegende dat onnodig veel kostbare tijd van gemeenten gaat zitten in het verzamelen van bewijslast;

van mening dat aan die onrust en onzekerheid snel een einde moet worden gemaakt;

verzoekt de regering, de gemeenten aan iedereen een persoonsgebonden gedoogbeschikking te laten verlenen die aantoonbaar al voor 31 oktober 2003 de recreatiewoning bewoonde,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Leeuwen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100(31200 XI).

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Ook ik wil een motie indienen wegens de voortdurende onrust.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er over het al of niet gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen reeds vaak in de Kamer is gedebatteerd en dat dit heeft geleid tot aanvaarding van de motie-Veenendaal c.s. in 2005;

overwegende dat er nog steeds veel onrust is bij bezitters van recreatiewoningen in gemeenten waar gemeentebesturen de bewoning van recreatieverblijven niet willen legaliseren of een persoonsgebonden beschikking willen afgeven;

overwegende dat er gemeenten zijn die willen handhaven met terugwerkende kracht bij de permanente bewoning van recreatiewoningen, ook als zij voor 31 oktober 2003 niet handhaafden in de praktijk;

van mening dat deze situatie niet wenselijk is, behalve bij gemeenten die kunnen aantonen dat zij voor 31 oktober 2003 niet alleen op papier maar ook in de praktijk handhaafden, dan wel waar de rechter reeds uitspraak heeft gedaan;

verzoekt de regering, gemeenten te laten stoppen met handhaven met terugwerkende kracht en recreatie-bewoners in die gemeenten alsnog een persoonsgebonden beschikking te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Neppérus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101(31200 XI).

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. De PVV-fractie is voor het legaliseren van de bewoning van recreatiewoningen; laat mensen lekker in recreatiewoningen wonen als zij dat willen. Maar goed, de regering en de gemeenten beslissen anders, en daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er veel mensen wonen in recreatiewoningen;

overwegende dat veel van deze bewoners worden bedreigd door uitzetting;

verzoekt de regering, de gemeenten aan te sporen om alleen op te treden tegen illegale bewoning van recreatiewoningen indien er sprake is van overlast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102(31200 XI).

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Voorzitter. Ik wil twee moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onderscheid tussen "woning" en "recreatiewoning" slechts bij commercieel geëxploiteerde vakantieparken goed te maken is;

overwegende dat dit grotendeels kunstmatige onderscheid tot veel verwarring en onzekerheid blijkt te leiden;Vermeij

overwegende dat alleen een onderscheid tussen woningen die wel of niet aan het Bouwbesluit voldoen, helder is;

verzoekt de regering, te onderzoeken of en op welke wijze het onderscheid tussen woningen en recreatiewoningen in wet- en regelgeving op termijn kan worden opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Vermeij en Neppérus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103(31200 XI).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinetsbeleid ten aanzien van de permanente bewoning van recreatiewoningen zoals vastgelegd in 29200-XI van 11 november 2003 tot doel heeft dat gemeenten binnen de gegeven randvoorwaarden zelfstandig kunnen afwegen om ofwel te handhaven, ofwel te werken met persoonsgebonden vrijstellingen, ofwel te legaliseren;

overwegende dat de provincie Gelderland de enige provincie is die als voorwaarde in het streekplan stelt dat gedogen en legaliseren pas aan de orde is als handhaven onmogelijk is gebleken;

overwegende dat daarmee wordt ingegrepen op de bedoelingen van het kabinetsbeleid en dat ook de minister van VROM bij brief aan de Tweede Kamer in december 2007 aangeeft dat de door de provincie gestelde handhavingsvoorwaarde er in de praktijk toe leidt dat Gelderse gemeenten in hun keuzemogelijkheden worden beperkt en de Gelderse voorwaarde tot handhaving tot impasses leidt;

overwegende dat na inwerkingtreding van de nieuwe WRO de minister de mogelijkheid heeft om een proactieve aanwijzing te geven;

verzoekt de regering, door middel van een – proactieve – aanwijzing of op enigerlei andere wijze de provincie Gelderland ertoe te bewegen dat het beleid in overeenstemming wordt gebracht met de intentie van het kabinet, opdat de Gelderse gemeenten de door het kabinet beoogde keuzevrijheid alsnog krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104(31200 XI).

Ik heb begrepen dat er verder geen moties meer worden ingediend. Dan wachten wij even met de beantwoording tot de minister alle moties voor zich heeft.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Cramer:

Voorzitter. Er zijn verschillende moties ingediend die allemaal eigenlijk over hetzelfde gaan. De motie van mevrouw Neppérus behandel ik als eerste, omdat ik aan de hand daarvan ook de andere moties kan bespreken. Ik kan dus hiernaar verwijzen.

De motie van mevrouw Neppérus gaat over het verzoek aan de regering om gemeenten te laten stoppen met handhaven met terugwerkende kracht en recreatiebewoners in die gemeenten alsnog een persoonsgebonden beschikking te geven. In het recente AO heeft zij mij duidelijk in mijn beleid gesteund. Zij heeft mij zelfs geprezen dat na vijftien jaar onduidelijkheid in dit dossier gezorgd is voor duidelijkheid. Die wordt geëffectueerd op 1 januari 2010. Dat beleid wil ik nu dus gaan uitvoeren. Wij gaan hier niet de discussie herhalen over de inhoud van het beleid. In ieder geval is de wetswijziging in gang gezet. Gemeenten moeten bovendien voor 1 januari 2010 in individuele gevallen de gewenste duidelijkheid verschaffen. Tot 2010 is maatwerk nodig, als het gaat over legaliseren, handhaven en persoonlijke gedoogbeschikkingen. Dat is allemaal mogelijk. Iedereen die op het ogenblik onverhoopt niet de gewenste duidelijkheid heeft, krijgt die met de nieuwe wet. Dat zal een persoonlijke ontheffing betreffen.

De motie van mevrouw Neppérus moet ik sterk ontraden, omdat deze leidt tot uitvoeringsproblemen en tot meer onduidelijkheid tussen de verschillende groepen bewoners en voormalige bewoners. Ik voeg er heel nadrukkelijk aan toe dat het ook tot rechtsongelijkheid leidt en een gevoel van onrechtvaardigheid. Immers, het blijft gaan om onrechtmatige bewoning. Handhaving is een gemeentelijke bevoegdheid in dit dossier, evenals in andere dossiers. Een verplichting om niet te handhaven, is bestuurlijk ongebruikelijk en in dit dossier overbodig. Ook om deze redenen wordt deze motie door mij sterk ontraden.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Het klopt dat ik in het AO het beleid van de minister gesteund heb, maar dat was met uitzondering van dit onderdeel. Dit noem ik even volledigheidshalve. Verder meen ik dat de brief van de minister juist tot verwarring en onrechtvaardigheid leidt. Wij zijn het dus niet met elkaar eens. Mij gaat het erom dat bij oude dossiers, waarbij de gemeenten hebben gezwegen, niet alsnog met terugwerkende kracht wordt gehandhaafd. Het moet mogelijk zijn, na te gaan om welke dossiers dat gaat.

De voorzitter:

Dat was de strekking van uw motie.

Minister Cramer:

Voorzitter. De motie van de heer Van Leeuwen gaat, zoals ik eerder aangaf, eigenlijk over hetzelfde. Daarin staat namelijk: verzoekt de regering, de gemeenten aan iedereen een persoonsgebonden gedoogbeschikking te laten verlenen, die aantoonbaar al voor 31 oktober 2003 de recreatiewoning bewoonde. Om redenen die ik zojuist heb genoemd naar aanleiding van de motie van mevrouw Neppérus, wil ik ook deze motie ontraden. Ik voeg hieraan toe dat de gemeente op zich die mogelijkheid heeft, maar dat zij ook voor handhaving kan kiezen. Het is uiteindelijk de rechter die naar redelijkheid zal oordelen. Daar gaat het vooral om.

De heer Van Leeuwen (SP):

Wij hebben het eerder gehad over de rol van de rechter. Ik vind dat het beleid zo moet zijn ingericht dat een gang naar de rechter niet nodig is. Ik krijg langzamerhand genoeg van de juridisering van de samenleving. Het gaat erom dat uit alle reacties, die de minister hoogstwaarschijnlijk ook ontvangen heeft, blijkt dat het onmogelijk is om handhaving voor die datum aan te tonen. Het verwordt tot een welles-nietesspelletje. Een argument dat gebruikt wordt, is: de gemeente heeft niets gezegd en ik woon hier al sinds 1980; bovendien is er nooit wat gebeurd. Dat is de oorzaak van de onzekerheid. Daarom hebben al die mensen ook gereageerd. Wij hebben daar uiteraard nader onderzoek naar gedaan. Die mensen willen evenwel anoniem blijven; zij willen hun naam dus niet noemen, omdat zij als de dood zijn dat zij uit de woning geschopt worden. Daar gaat mijn motie over. Als de regering daar een keer een streep onder zet, kan men verder met een schone lei, ook met het oog op de toekomst. Dan kan er een veel duidelijker beleid gevoerd worden. Daar gaat mijn motie dus over.

De voorzitter:

Dat was inderdaad de strekking van uw motie.

Minister Cramer:

Als ik hierop reageer, treed ik weer in detail. De heer Van Leeuwen moet twee situaties goed uit elkaar houden. Er zijn situaties waarin gemeenten beleid en handhaving goed hebben geregeld. Daar verloopt het vlekkeloos. Daar waar zij alleen beleid hebben geformuleerd, kan volgens de jurisprudentie achteraf alsnog worden gehandhaafd. Vooral over dergelijke situaties spreken wij. In een heel enkele situatie is er geen beleid en geen handhaving. Ik ga die details niet nu overleggen en ik ontraad de aanneming van deze motie.

De heer Madlener heeft een motie ingediend die in dezelfde richting wijst. In de motie wordt de regering verzocht, de gemeenten aan te sporen om alleen op te treden tegen illegale bewoning van recreatiewoningen indien er sprake is van overlast. De aanneming van deze motie ontraad ik sterk; daarbij is zij ook niet echt uitvoerbaar.

De heer Madlener (PVV):

Maken wij nu regels om de regels, of maken wij regels en beleid om problemen op te lossen? Als er problemen zijn, moeten wij handhaven. Dat ben ik met de minister eens. Er zijn veel situaties in Nederland, waarin mensen gewoon wonen en geen enkele overlast veroorzaken. Als er geen problemen zijn, moeten wij niet zeggen dat wij regels uitvoeren omwille van de regels. Als er geen problemen zijn, hoeven wij ook niet te handhaven. Er zijn immers geen problemen? Dat is een prima uitgangspunt.

De voorzitter:

Ik ga ervan uit dat u dit ook in het debat heeft gewisseld.

Minister Cramer:

Er is een verschil tussen overlast en onrechtmatige bewoning. Overlast is een ander dossier. Wij spreken hier over optreden tegen onrechtmatige bewoning. Ik realiseer mij goed dat de wijze waarop de Kamer hiermee omgaat, voor veel mensen in het land een emotioneel punt is. Mijn verantwoordelijkheid is ervoor te zorgen dat ik de gemeenten duidelijk maak hoe dit probleem eindelijk, na vijftien jaar, wordt opgelost. De richtlijnen heb ik nu gegeven en daar hebben de gemeenten zich aan te houden. Het zijn duidelijke procedures en daar houd ik mij aan. Het gaat om onrechtmatige bewoning en niet om overlast.

De voorzitter:

Ik ga er nogmaals van uit dat dit is gewisseld tijdens het debat.

Minister Cramer:

Ik kom op de moties van mevrouw Vermeij. In de eerste motie wordt de regering verzocht, ervoor te zorgen dat de Gelderse gemeenten de door het kabinet beoogde keuzevrijheid alsnog krijgen. Het gaat om een proactieve aanwijzing, met een onderstreping voor aanwijzing voor de provincie Gelderland. Ik laat het oordeel graag over aan de Kamer. In principe past de motie in het beleid, maar een aanwijzing is wellicht niet nodig als de provincie zelf het streekplan aanpast. De provincie is daar al mee bezig. Ik laat het graag aan het oordeel van de Kamer over om hierop te reageren.

Ik kom op de tweede motie van mevrouw Vermeij en mevrouw Neppérus.

De voorzitter:

Mevrouw Vermeij wil eerst op haar eerste motie reageren.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

De minister zegt dat zij zelf niets hoeft te doen als de provincie Gelderland het zelf oplost. Stel dat dit niet het geval is, mag ik dan haar uitleg zo interpreteren dat zij dan haar middelen zal gebruiken om de provincie Gelderland daar op te wijzen?

Minister Cramer:

Mevrouw Vermeij kan dit inderdaad zo interpreteren, want dat past in het beleid.

In de motie van mevrouw Vermeij en mevrouw Neppérus wordt de regering verzocht, te onderzoeken of en op welke wijze de wet- en regelgeving rond het onderscheid tussen woningen en recreatiewoningen kan worden opgeheven. Dat zie ik als een duidelijke ondersteuning van mijn beleid. Nu de ontwikkeling richting duidelijk onderscheid gaat, moeten wij goed onderzoeken hoe wij dat gaan definiëren. Zoals de Kamer weet, zijn veel recreatiewoningen waarover wij nu spreken, in de toekomst niet meer als recreatiewoningen aan te merken. Het worden gewoon woningen en alleen recreatieparken zullen recreatiewoningen worden genoemd. In dat verband moeten wij goed weten waarover wij spreken en over welke gevallen het gaat. Wij zullen dit zeker meenemen in onze eigen aanpak, die wij overigens al onderzoeken.

De voorzitter:

Ik hoorde de minister zeggen "ondersteuning van het beleid".

Minister Cramer:

Juist.

De voorzitter:

Betekent dat iets voor u, mevrouw Vermeij?

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Ja, maar ik heb toch nog een vraag. Wij hebben de Nota Ruimte en de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening. Via de motie wordt de regering verzocht, te onderzoeken hoe het onderscheid kan verdwijnen. Het is nu nog niet zo. Wil de minister ons niet tegemoetkomen door te zeggen: ik zet het allemaal wel op een rij, ik voer het onderzoek uit en informeer de Kamer daarover?

Minister Cramer:

Dat doe ik.

De voorzitter:

Dat maakte ik ook op uit de woorden "ondersteuning van het beleid".

Mevrouw Vietsch (CDA):

Ik heb toch een vraag. De minister zegt dat zij het onderscheid weghaalt, maar dat onderscheid schuilt bijvoorbeeld in de energieprestatienormen, in allerlei hygiënische normen en in grootte van kamers. Ik ben er op zichzelf voorstandster van dat daar flink in wordt geschrapt. Zegt de minister nu dat alle recreatiewoningen aan de woningbouwnormen moeten voldoen of schrapt zij al deze normen?

Minister Cramer:

Hier kom ik op een later moment op terug.

De voorzitter:

Dat lijkt mij op dit moment ook voldoende.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Gezien de toezeggingen, trek ik mijn motie in.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Vermeij/Neppérus (31200-XI, nr. 103) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit. Ik ga ervan uit dat de overige moties aanstaande dinsdag op de stemmingslijst staan.