Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 71, pagina 4962-4964

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer (aanpassing begrip stoffen (luchtkwaliteitseisen) (31137).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Voorliggend wetsvoorstel roept bij mijn fractie de nodige vragen op. Waarom is het precies nodig en vooral, wat is de werking ervan? Hoe breed is een en ander? Wij hebben in de schriftelijke ronde vragen gesteld. De antwoorden op die vragen hebben bij mij alleen maar meer vragen opgeroepen. Ik wil graag helder hebben wat het precies betekent als wij de terminologie gaan veranderen. Werkt dat door in bepaalde artikelen? Wat betekent dat voor het bedrijfsleven? Wat betekent dat voor de administratieve lasten en vooral, wordt het weer mogelijk dat Nederland extra eisen gaat stellen aan luchtkwaliteit, boven de bestaande eisen? Ik hoop dat de minister mij, anders dan in de schriftelijke ronde, nu wel meer duidelijkheid kan geven.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik houd het ook kort. Wij hebben als enige in Europa die verschrikkelijke koppeling tussen de luchtkwaliteit en de ruimtelijke ordening. Dat maakt juist dit soort kleine wetswijzigingen heel riskant. De gevolgen kunnen in Nederland namelijk veel groter zijn dan in andere Europese landen. Nu staat de regering te trappelen om deze onvolkomenheid, die ik wel begrijp, snel te herstellen. Vanuit juridisch oogpunt en de consistente lijn om Europese regelgeving te implementeren, begrijp ik dat, maar ik vind dat door de koppeling die wij dus als enige hebben, de mogelijke gevolgen moeilijk te overzien zijn. Wij hebben al enorme problemen met projecten. De tweede Maasvlakte komt er nu aan. Ik krijg graag een afdoende antwoord en de garantie van de minister dat deze wijziging niet leidt tot een verdere vertraging van projecten, met name vanwege de luchtkwaliteit. Ik heb dus echt een afdoende antwoord nodig. Ik hoop dat de minister mij dat kan geven.

Mevrouw Spies (CDA):

Voorzitter. Ook mijn inbreng wordt kort. Met de komst van de REACH-verordening heeft het begrip stoffen uit de Wet milieubeheer een iets andere invulling gekregen. Dat is een logisch gevolg van de verordening. Op het gebied van luchtkwaliteitseisen kan die verordening een ongewenst effect hebben, want er kan discussie ontstaan over de vraag of het begrip stoffen uit de verordening wel een op een alle stoffen dekt die voor luchtkwaliteit relevant zijn. Om alle misverstanden te voorkomen, wordt nu specifiek in het onderdeel luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer het begrip stoffen weer opgenomen, dat voor de REACH-verordening al in de wet stond. Dat lijkt misschien een beetje een U-bocht, maar naar het oordeel van de CDA-fractie wordt daarmee de rechtszekerheid en dus de voortgang van projecten wel gediend. Als ik het goed zie, stellen wij bovendien zeker dat wij op de ingeslagen weg door kunnen gaan om de problemen met de luchtkwaliteit op te lossen. Discussies worden immers voorkomen over de vraag welke stoffen al dan niet onder bijvoorbeeld de AMvB "niet in betekenende mate" gaan vallen. Daarmee zouden wij onszelf en de oplossing van het luchtkwaliteitsprobleem een slechte dienst bewijzen. Kortom: de CDA-fractie kan zich vinden in dit wetsvoorstel.

De heer Madlener (PVV):

Wij wachten af of de minister inderdaad vindt dat de gevolgen wel zullen meevallen. U verwijst naar de ingeslagen weg die wij moeten volgen om de verschrikkelijke problemen met de luchtkwaliteit en de bouwstop op wegen en andere projecten op te heffen. In onze optiek is de ingeslagen weg totaal niet effectief. Waarom houdt de CDA-fractie zo vast aan de koppeling tussen luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening? Nederland heeft die als enige land in Europa. Bovendien veroorzaakt die enorme economische schade. Waarom houdt de CDA-fractie er zo aan vast?

Mevrouw Spies (CDA):

Dit is een iets andere discussie. Mijn fractie is er zelfs trots op. Uw benadering lijkt op een struisvogelbenadering. Die houdt bijvoorbeeld in dat je eerst een weg aanlegt en later pas nagaat of daarover ook mag worden gereden. Wij willen bij het verkrijgen van een vergunning alle dingen graag in een klap beoordelen, zodat wij een weg aanleggen in de wetenschap dat daarover kan worden gereden. Wij willen dus een integrale afweging van alle voors en tegens, van alle relevante aspecten. De koppeling zit al sinds de jaren zestig in de Nederlandse Wet op de Ruimtelijke Ordening. Dat is altijd een groot pluspunt geweest, omdat daardoor snellere, betere en integrale afwegingen konden worden gemaakt. Een vergelijkbare koppeling hebben wij in de Wabo opgenomen. In feite wordt daarbij ook uitgegaan van een integrale benadering. Die geniet in onze ogen nog steeds de voorkeur. Het gaat ook om het met elkaar in verband brengen van ruimtelijke ordening en luchtkwaliteit. Het is natuurlijk een beetje dom, mijnheer Madlener, om huizen te bouwen en daarna te constateren dat er niemand in mag wonen, omdat de luchtkwaliteit ter plaatse niet goed genoeg is.

De heer Madlener (PVV):

Juist voor het huizen bouwen maakt de regering een uitzondering: er mogen tot 500 woningen worden gebouwd. Van bijvoorbeeld een tweede Maasvlakte, die uiterst belangrijk is voor de Nederlandse concurrentiepositie, zegt u: dat kan niet. Ik vind dat een heel kromme redenering. U brengt onze economie in mijn ogen veel schade toe.

Mevrouw Spies (CDA):

De CDA-fractie strijdt net zo hard voor een tweede Maasvlakte als de fractie van de Partij voor de Vrijheid, mijnheer Madlener. Bij de tweede Maasvlakte is echter iets heel anders aan de hand. Als het goed is, trekken wij op dat terrein zij aan zij op. Wij moeten veel meer aan onze procedures doen. Die moeten wij beter stroomlijnen. Zo moeten wij ervoor zorgen dat niet jan en alleman 25 keer bezwaar en beroep kan aantekenen. Daar is de snelheid bij de Tweede Maasvlakte mee gediend. U weet misschien net zo goed als ik dat het milieueffectrapport dat voor de Tweede Maasvlakte was gemaakt op één onderdeel nog onvoldoende was. Dat ging over de glasaal. Dit zal ongetwijfeld een heel belangrijk punt zijn, maar het heeft op zichzelf niets te maken met de koppeling tussen ruimtelijke ordening en luchtkwaliteit die u legt.

De heer Madlener (PVV):

Wij moeten dat nog afwachten, want de procedures zijn nog niet allemaal doorlopen en er is nog niet gestart. Mocht het niet zo zijn, dan verwacht ik van het CDA stevige woorden als mensen door te gaan procederen ook de aanleg verder vertragen.

Mevrouw Spies (CDA):

Die belofte doe ik u graag. Geeft u dan omgekeerd uw steun aan dit wetsvoorstel om problemen voor de toekomst te voorkomen.

De heer Poppe (SP):

Voorzitter. De angst dat het voor het bedrijfsleven moeilijk wordt en de koppeling aan de ruimtelijke ordening zijn andere discussies. Het gaat hier gewoon om een eenduidige aanduiding van het begrip "stoffen". Dit is een verbetering, dus wij steunen dit voorstel. Die andere discussie moeten wij op een ander moment voeren.

Minister Cramer:

Voorzitter. Tot 1 juni 2007 kon in de Wet milieubeheer met één alomvattende definitie van het begrip "stoffen" worden uitgegaan. Als gevolg van de Europese verordening REACH is dat sinds 1 januari 2007 niet langer mogelijk. De REACH-definitie omvat enkel stoffen die door de mens zijn vervaardigd. Het blijkt dat er stoffen zijn die niet door vervaardiging van de mens maar anderszins door toedoen van de mens zijn ontstaan. Zij vallen daardoor niet onder de definitie van REACH. Het gaat bijvoorbeeld om stoffen die in verbrandingsmotoren ontstaan en stoffen die in de buitenlucht ontstaan door fotochemische reacties met stoffen die door de mens in het milieu worden gebracht. Ook oplosmiddelen vallen er niet onder.

In de nieuwe titel 5.2 van de Wet milieubeheer hebben wij het begrip "stoffen" geïntroduceerd dat wel de lading dekt voor stoffen waarvoor bijlage II van de wet luchtkwaliteitsnormen bevat. Dat betekent dat wij hiermee het eerdere, ruimere begrip opnieuw hebben ingevoerd, alleen voor titel 5.2. Hiermee wordt voldaan aan de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit zonder in strijd te zijn met de REACH-verordening. Dit is een manier om problemen van juridische aard vooraf te voorkomen. Daarmee sluiten wij problemen uit die wij anders juist krijgen met de invoering van allerlei zaken.

Datgene waar mevrouw Neppérus om vraagt is voor het bedrijfsleven betekenisloos, in die zin dat het geen consequenties heeft, anders dan de afspraken waarover wij in ander verband ook al spreken. Het voorkomt juist problemen en stagnatie. Wij stellen geen extra eisen.

De heer Madlener heeft gevraagd naar de koppeling tussen luchtkwaliteit en ruimtelijke ordening. Dat is nu niet aan de orde. Hierover spreken wij in ander verband. Ik zeg echter nogmaals dat de aanpassing van deze wet hier echt niet over gaat. Het gaat hierbij puur om de definitie van de stoffen, om ervoor te zorgen dat wij kunnen werken met de begrippen die wij voor de diverse maatregelen hanteren. Nogmaals, deze wijziging vertraagt de projecten niet. Integendeel, zij zal er voor zorgen dat er minder juridische complicaties optreden. Zo worden problemen dus juist voorkomen. De rechtszekerheid is hiermee juist gediend; mevrouw Spies zei dit ook al. Daarom wil ik op deze weg doorgaan. Ik ben het dan ook eens met de opmerkingen hierover van mevrouw Spies en de heer Poppe.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over het wetsvoorstel zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

De vergadering wordt van 12.45 uur tot 14.00 uur geschorst.

Voorzitter: Verbeet

De voorzitter:

Op de tafel van de griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.