Aan de orde is het debat over de Voorjaarsnota 2007 met bijbehorende suppletoire begrotingen (31061).

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. In de afgelopen tijd is uitvoerig stilgestaan bij de plannen van het kabinet voor het jaar 2008. Er is een debat gevoerd over het regeerakkoord. Twee weken geleden was er een debat over het beleidsprogramma oftewel het plaatjesboek of prospectus. Dat plaatjesboek lag bij mij thuis toen mijn kleindochter van ruim twee en een half jaar bij ons kwam logeren. Zij zag het en zei meteen: opa, voorlezen! Zij kan nog niet lezen, maar zelfs zij had in de gaten dat er belangrijke tekst in stond. Daar kunnen sommigen van ons nog wat van leren. Ook het woord prospectus is mooi gekozen. Het komt van het Latijnse werkwoord prospicere, wat vooruitzien betekent.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb enige ervaring met kinderen op die leeftijd. Die zijn vooral geïnteresseerd in sprookjes.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Het aardige is dat mijn kleindochter weet wanneer ik fantaseer en wanneer ik een leuk verhaal vertel. Dat is mijn ervaring. Ik ben echter een generatie ouder.

Wij hebben veel gehoord over het jaar 2008. Mijn fractie kijkt met spanning uit naar de Miljoenennota 2008. Vandaag hebben wij het over de ontwikkelingen binnen de begrotingen voor het jaar 2007. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: het plaatje voor 2007 baart de CDA-fractie zorgen. Ik begin met het goede nieuws. De Nederlandse economie draait goed. De meest recente ramingen komen uit op 2,75% economische groei over 2007. De vooruitzichten op lange termijn blijven gunstig. Ook voor 2008 is een groei van 2,75% voorzien. Waakzaamheid is echter geboden.

De OESO heeft het over het gevaar van oververhitting. De Parijse denktank maakt zich vooral zorgen over de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. De werkloosheid daalt verder en het aantal vacatures bereikt recordhoogten. Dit brengt het gevaar van een loonexplosie en een klassieke loon- en prijsspiraal met zich. Duidelijk wordt dat er sprake is van een structurele verkrapping op de arbeidsmarkt, die onder invloed van de vergrijzing alleen nog maar toeneemt.

De 33ste doelstelling van het kabinet, verhoging van de arbeidsparticipatie van 70% nu naar 80% in het jaar 2016, is daarom wat mijn fractie betreft een van de belangrijkste speerpunten in de komende periode. Het gaat vooral om het betrekken van etnische minderheden, ouderen en vrouwen bij de arbeidsmarkt. Ik kom hierop dadelijk terug.

Ook het IMF waarschuwt voor oververhitting van de Nederlandse economie. Het is een goede les om in tijden van voorspoed te sparen voor tijden dat het slechter gaat. Anticyclisch handelen heet dat in het economisch jargon. Ik stel vast dat voor 2007 daarvan helaas geen sprake is. De jongste cijfers van het CPB over het EMU-saldo bevestigen dat. De verwachte plus van 0,2% bij de Miljoenennota 2007 is als sneeuw voor de zon verdwenen en is omgeslagen in een stevig tekort. Bij de Voorjaarsnota maakte het kabinet nog melding van een tekort van 0,7%. Inmiddels is het opgelopen tot 0,8%, ruim 4 mld. in de min.

Dit is eens te meer zorgwekkend omdat volgens het CPB een hogere olieprijs geldt en dus hogere aardgasbaten dan aanvankelijk verwerkt in de Voorjaarsnota. Mijn fractie vraagt zich af waar dit eindigt. Voor 2007 zijn door het kabinet namelijk geen uitgavenkaders vastgesteld. Als die vastgesteld zouden zijn volgens de geldende begrotingsregels, zou blijken dat de uitgavenkaders met ruim 2 mld. waren overschreden. Volgens de regels zou daarvoor binnen de kaders compensatie moeten worden gezocht, maar dat is niet gebeurd! Kan de minister bevestigen dat de uitgavenkaders met genoemd bedrag zijn overschreden? Kan het achterwege laten van het vaststellen van kaders voor 2007 leiden tot een verdere verslechtering van het beeld voor 2007 in de uitgavensfeer?

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Wat mijn fractie graag zou willen weten is of de CDA-fractie vindt dat er voor 2007 uitgavenkaders zouden moeten zijn of dat 2007 een overgangsjaar is waarin de minister van Financiën maar wat kan aanrommelen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De tekorten worden gedeeltelijk veroorzaakt door de boedelbrief, achtergelaten door het vorige kabinet, en zijn gedeeltelijk te wijten aan tegenvallende aardgasbaten, door de olieprijs en de zachte winter. Al u mij even verder laat gaan, zal ik u vertellen hoe wij daarover denken.

De heer Weekers (VVD):

Ik ben zeer benieuwd naar het verdere betoog, maar u hebt zojuist geen antwoord gegeven op mijn vragen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Als u even wacht, komt dat!

De heer Weekers (VVD):

In het verkiezingsprogramma van het CDA, een heel mooi boekje, staat: De uitgavenkaders worden voor de gehele kabinetsperiode vastgelegd in meerjarige uitgavenkaders voor de diverse sectoren. Vindt u dat 2007 daarbij hoort of vindt u dat 2007 daar niet bij hoort?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Als ik door mag gaan, geef ik tegelijkertijd antwoord op uw vragen.

Voorzitter. Ik ga er zo uitgebreid op in, omdat ook de andere tegenvallers mijn fractie zorgen baren. Eén zachte winter en een wat lagere aardgasprijs veroorzaken een verslechtering van het EMU-saldo van zo'n 2,5 mld., 0.5% van het bbp. Dient, zo wil mijn fractie graag weten, in de raming geen rekening te worden gehouden met de mogelijkheid van meer zachte winters?

Nog een laatste opmerking over het tekort 2007. Het saldo tekort lokale overheden is tot genoegen van mijn fractie teruggelopen met 0,1%. Dat is goed nieuws. Het slechte nieuws is dat ondanks deze verbetering het totaalbeeld over 2007 er zo slecht uitziet.

Voorzitter. De CDA-fractie – dit tevens in antwoord op hetgeen de heer Weekers net vroeg – beschouwt het totaalbeeld over het overgangsjaar 2007 als een betreurenswaardig maar onvermijdelijk gegeven en legt zich daarbij neer. Daarbij speelt ook dat in het regeerakkoord ferme en vaste doelstellingen zijn opgenomen voor de jaren 2008 tot en met 2011. Ook de toezegging dat de tegenvallers in de zorg over 2007 in de komende jaren meer dan ingelopen zullen worden, speelt daarbij een rol. De CDA-fractie ziet uit naar de Miljoenennota 2008 en verwacht dat daarin de lastenkaders en de uitgavenkaders voor de komende jaren zodanig zijn vastgesteld dat de doelstelling van een overschot van 1% in 2011 zeker kan worden gehaald.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Die laatste zin is natuurlijk overbodig, want coalitiepartij CDA vraagt de minister van Financiën om het coalitieakkoord uit te voeren en brengt dat als een ferme suggestie van de CDA-fractie naar voren.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Een constatering, mijnheer Vendrik!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Zo kunnen wij nog heel wat wind in dit land verplaatsen.

De voorzitter:

Uw vraag!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Die stel ik dan. De heer De Nerée stelt namens de CDA-fractie dat er sprake is van een onvermijdelijk maar zeer betreurenswaardige situatie, de verslechtering van het EMU-saldo.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Betreurenswaardig maar onvermijdelijk!

De voorzitter:

Stelt u uw vraag!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik zei het zo ongeveer.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

U zei "zeer betreurenswaardig en onvermijdelijk".

De voorzitter:

Mijnheer De Nerée, als de vraag is gesteld, kunt u het antwoord geven!

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Maar als de heer Vendrik doet alsof hij citeert, dan moet hij het ook wel goed doen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Zal ik dan gewoon maar de vraag stellen? De vraag was: betreurenswaardig, maar hoe komt dat nu? Wie is daarvoor verantwoordelijk?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

D66! Als wij geen kabinetscrisis hadden gehad...

De heer Vendrik (GroenLinks):

Zo gemakkelijk komt u hier niet mee weg. In september, twee maanden voor de verkiezingen, hebben wij hier een Miljoenennota gezien van minister Zalm gesteund door de VVD en uw CDA. Een feestbegroting, heel veel zoet, met lastenverlichtingen en een projectie van het begrotingssaldo van een kleine plus. Nu constateren wij bij de eerste de beste gelegenheid dat deze arme minister van Financiën er 5 mld. op achteruit is gekacheld. Dat is geen kattenpis; Zalm zat er 5 mld. naast, met steun van CDA en VVD. Wat is er gebeurd? Werd er in het licht van de verkiezingen een wat te optimistisch beeld geschetst? Was de behoefte aan goed nieuws te groot? Werd een iets te ruime jas gedragen? Moeten wij achteraf betreuren dat dit de opstelling was van het kabinet, inclusief steun daarvoor van de CDA-fractie? Moeten wij achteraf constateren dat die begroting gewoon niet deugde, dat het een verkiezingsbegroting was, dat de boel was opgepompt en dat de rekening is doorgeschoven naar een volgend kabinet? Hoezo financiële soliditeit?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Wij hebben destijds op goede gronden voor de Miljoenennota 2007 gestemd. Daarin stond inderdaad een kleine plus van 0,2%. Ook onder een vorig kabinet zou de zaak in de min geschoten zijn door de tegenvallende aardgasbaten. U weet dat ook. Daar is niets aan te doen. Daar zijn begrotingsregels voor. Als die aardgasbaten tegenvallen, dan kunnen wij daar helaas verder niets aan doen. Volgens de begrotingsregels van toen mocht dat niet gecompenseerd worden met lastenverhogingen. De oorzaak is dus voor een deel gelegen in de teruglopende aardgasbaten, in een lagere olieprijs en in een zachte winter. U bent tot veel in staat, maar ook u lukt het niet om een zachte winter om te buigen, ook niet verbaal.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Wij geven de schuld aan het weer. Eerst was het D66 maar nu heeft Peter Timofeeff het gedaan. Zo komen wij nog ergens.

De heer Weekers (VVD):

Ik constateer aan de hand van de Voorjaarsnota dat de uitgavenoverschrijdingen plus de intensiveringen van dit kabinet voor dit jaar leiden tot 2 mld. extra in 2007 bovenop de oorspronkelijke kaders en tot 3 mld. extra structureel omdat 1 mld. wordt gecompenseerd door incidentele meevallers. Ik kom daar straks nog op terug in mijn eigen termijn. De heer De Nerée zegt dat het betreurenswaardig maar onvermijdelijk is en dat het in 2007 moet worden weggepoetst. Kan hij aangeven hoe dat moet worden weggepoetst? Vindt hij dat inkomstenmeevallers in de belastingsfeer kunnen worden gebruikt om het gat in 2007 te dichten?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb gewezen op de tegenvallende aardgasinkomsten. Daar kan niets aan worden gedaan. Er zijn ook om andere redenen tegenvallers veroorzaakt. Ik wijs op de boedelbrief van de heer Zalm, de zorgkosten, het generaal pardon en de schuldaflossing Nederlandse Antillen. Dat zijn voor een groot gedeelte onvermijdelijke tegenvallers. Ik heb het om die reden betreurenswaardig maar onvermijdelijk genoemd. Ik hoop dat in de periode 2008 tot en met 2011 met name in de zorguitgaven een slag wordt gemaakt waardoor de voortdurende overschrijdingen die ook optraden onder de vorige kabinetten en gecompenseerd werden door sociale zaken, een ander kader, ophouden en er kostendekkend wordt gewerkt.

De heer Weekers (VVD):

Ik houd de heer De Nerée drie dingen voor. Allereerst wijs ik op het verkiezingsprogramma van het CDA. Daarin staat dat het CDA De Nerée tot Babberichnaar een solide begroting streeft. Achter het eerste bolletje staat dat het CDA zich niet rijk rekent en uitgaat van een economische groei van 1,75%. Is deze verkiezingsbelofte ingelost of rekent het CDA zich rijk?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

In het regeerakkoord wordt uitgegaan van een groei van 2%. Dat is een zeer terechte aanname voor 2007 en 2008. Volgens het CPB mag voor latere jaren worden uitgegaan van een groei van ruim 2%. Als was uitgegaan van een economische groei van 1,75% dan was dat veel te laag geweest.

De heer Pechtold (D66):

Ik stoor mij een beetje aan de passieve houding die het CDA vandaag uitstraalt. De heer De Nerée gebruikt de woorden "betreurenswaardig" en "onvermijdelijk" en noemt vervolgens de val van het kabinet. Die was misschien ook betreurenswaardig maar zeker onvermijdelijk.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik ga niet verder in op hetgeen zich destijds heeft afgespeeld.

De heer Pechtold (D66):

Vervolgens noemt u, de financieel specialist van uw fractie, het weer en de daarmee samenhangende aardgasbaten, en het generaal pardon, waarbij u niet de opbrengsten noemt die tegenover de kosten staan. Bovendien noemt u de Nederlandse Antillen en de staatsschuld die rentelasten betreffen die, zeker nu de deal nog niet gesloten is, nog lang niet ingaan. U noemt een en ander onvermijdelijk. Ziet u geen mogelijkheden om bij te sturen? Bent u bereid om maatregelen te nemen? Deze passieve houding verwacht ik niet van een financieel woordvoerder van een regeringspartij.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb net tegen de heer Vendrik al gezegd dat tegen het weer niets te doen is. Ook u kunt daar niets aan doen. Als er minder verstookt wordt, dan zijn de aardgasbaten en de btw-opbrengsten daarvan lager. Die vormen een tegenvaller in de belastingensfeer. Zo eenvoudig ligt de zaak. U kunt dat ook niet ombuigen. Voor het generaal pardon hebben wij gezamenlijk gekozen en daarvan dragen wij de consequenties. Ook dat is onvermijdelijk. Het standpunt van mijn partij daarin is bekend. Op het punt van de Nederlandse Antillen moet inderdaad nog een overeenkomst worden gesloten. De kosten zijn in de tegenvallers alvast meegenomen voor een bedrag van 500 mln. Om die reden gebruik ik de woorden "betreurenswaardig maar onvermijdelijk".

De heer Pechtold (D66):

De punten die u noemt als verklaringen betekenen slechts voor de toekomst veel slecht nieuws. Met de klimaatontwikkelingen zullen wij vaker tegen dergelijke tegenvallers aanlopen. Ik vraag evenwel naar uw passieve houding. Bent u bereid om alsnog maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat zaken wel goed komen of legt u zich daar klakkeloos bij neer en accepteert u dat de zaken uit de hand lopen onder het mom van "dan beginnen wij ons eerste jaar maar op deze manier"?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb net gezegd dat er mogelijk vaker zachte winters optreden en ik heb gevraagd of daar in de ramingen geen rekening mee moet worden gehouden. Als daar in de ramingen rekening mee wordt gehouden, dan moet daar ook aan de uitgavenzijde rekening mee worden gehouden om over de periode 2008 tot en met 2011 uit te komen op 1% overschot. Hopelijk worden de kosten van de gezondheidszorg – die overschrijding van ongeveer 1,2 mld. – ingelopen. Ik noem die overschrijdingen nogmaals betreurenswaardig maar onvermijdelijk.

De voorzitter:

Ik sta nog een interruptie van de heer Weekers toe, maar hij kent mij. Twee interrupties moeten voldoende zijn. Probeer dan niet om een derde vraag te stellen in de tweede interruptie.

De heer Weekers (VVD):

Ik krijg geen antwoord van de heer De Nerée. Ik constateer dat het CDA in zijn verkiezingsprogramma heeft staan dat het een solide begroting wil en het zich niet rijk rekent. Het eerste punt dat het CDA heeft weggegeven, is het punt van het behoedzaam ramen. Het tweede punt geeft het CDA vandaag weg: kennelijk worden voor 2007 geen strakke uitgavenkaders gehanteerd. De heer Van Geel heeft in april nog laten weten niet in te stemmen met het onverantwoord vooruitschuiven van problemen. De heer De Nerée gaat daar nu wel mee akkoord. Hij rommelt daarnaast aan het uitgangspunt van zorgvuldig begroten en zorgvuldig het huishoudboekje op orde brengen door inkomsten en uitgaven strikt te scheiden. Ik heb de haan drie keer horen kraaien.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Dat is mooi. Dan hebt u een goed gehoor. De vraag is welke conclusie daaraan wordt verbonden. Ik raad u aan om de begrotingsregels bij de Miljoenennota 2004 erop na te slaan. Er werd toen een strikte scheiding tussen het lastenkader, de belastingen, en het uitgavenkader gehanteerd. Die regels zijn overgenomen in het regeerakkoord. Het regeerakkoord is zelfs nog strikter. In de begrotingsregels van vorige kabinetten stond dat pas aan de alarmbel werd getrokken bij een tekort van 2,5%. In dit regeerakkoord staat dat aan de alarmbel wordt getrokken bij een tekort van 2%. Wat u zegt is dus onjuist.

Voorzitter. Ik ben al kort ingegaan op de beleidsdoelstelling van het kabinet om de arbeidsparticipatie voor bepaalde groepen te verhogen. Bij voorgaande gelegenheden heeft mijn fractie gewezen op het belang van het vergroten van de participatie op de arbeidsmarkt, met name onder ouderen. Gelukkig gaat het stukje bij beetje de goede kant op. In 2006 is in de oudste categorie werknemers de participatie met 1% gestegen van 39,7% naar 40,7%. Wij zijn er echter nog lang niet. Om de vergrijzing het hoofd te kunnen bieden zal meer nodig zijn, ook participatie van de grijze, beter gezegd zilveren massa van mensen boven de 65. Om dat te bereiken moet het voor hen aantrekkelijk zijn om te blijven werken of om weer te gaan werken, en dat op vrijwillige basis. Te vaak blijven gezonde senioren met een schat aan ervaring thuis omdat het simpelweg niet loont om aan de slag te gaan. Mijn fractie heeft daarom al bij de algemene beschouwingen naar aanleiding van de Miljoenennota 2005 geopperd om voor de groep 65-plussers een apart belastingtarief van 10% voor inkomsten uit loondienst tot € 10.000 in te voeren met een verlicht arbeidsrechtelijk regime.

Vorig jaar is hierover een motie aangenomen bij de behandeling van het Belastingplan 2007, waarin de regering werd gevraagd om bij de Voorjaarsnota 2007 met voorstellen te komen tot introductie van een apart belastingtarief voor 65-plussers. Namens mijn fractie heb ik toen al een proeve van wetgeving aan de Handelingen laten toevoegen. In deze proeve is opgenomen hoe een en ander zou kunnen worden verwezenlijkt in de wetgeving. Zoals ik namens mijn fractie al bij eerdere gelegenheden naar voren heb gebracht, zou een dergelijke maatregel volgens een onderzoek van De Nederlandsche Bank destijds leiden tot 400.000 deeltijdbanen. In de schriftelijke beantwoording van de vragen over de Voorjaarsnota leest mijn fractie dat de zaak nu weer wordt opgeschoven naar het najaar. Dat is niet de wijze waarop kabinet en Kamer met elkaar omgaan. Ik heb de proeve van wetgeving inmiddels geactualiseerd.Namens mijn fractie verzoek ik het kabinet om deze proeve van wetgeving voor onverplicht advies te zenden naar de Raad van State, dit op grond van artikel 15.2 en voor zover nodig artikel 18.2 van de Wet op de Raad van State.

Voorzitter. Mag ik u een exemplaar overhandigen? Mag ik vragen of er een exemplaar aan de minister kan worden overhandigd? Mijn verzoek is om er een officieel Kamerstuk van te maken.

De voorzitter:

Dit document zal worden gepubliceerd als Kamerstuk (31061, nr. 11).

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Op de arbeidsmarkt dreigt ook een nijpend tekort aan hogeropgeleiden. Naast het beter opleiden van de eigen bevolking moet Nederland aantrekkelijk worden voor kenniswerkers uit het buitenland. Uit de dialoog die het kabinet de afgelopen periode met de samenleving is aangegaan, kwam naar voren dat bedrijven zich storen aan de veelheid van regelingen, de vele loketten en de lange doorlooptijden. In het beleidsprogramma wordt in doelstelling 13 alvast een aantal maatregelen aangekondigd. Deze zien naar onze mening op de zogenaamde kennismigrantenregeling, ook wel bekend als het snelloket. Deze regeling is volgens kritiek uit het veld inderdaad aan versoepeling toe. Daarom juicht mijn fractie het toe dat de inkomensgrens van net afgestudeerden tot 30 jaar wordt verlaagd naar € 25.000, wat gelukkig onder het gemiddelde jaarsalaris van een net afgestudeerde van € 27.000 ligt. Ook het verlengen van de zoekperiode na afstuderen van drie maanden naar een jaar, is een maatregel die in de praktijk gewenst wordt. Mijn fractie vraagt zich wel af of het voornemen van het kabinet om de procedure bij de IND te verkorten tot twee weken voldoende soelaas biedt. Uit de praktijk blijkt namelijk dat het probleem met name is gelegen in de toegang tot het snelloket en niet zo zeer in de afhandeling van de procedure. Zodra de werkgever toegang heeft verkregen tot het snelloket, wordt de verblijfsvergunning voor de desbetreffende kennismigrant meestal binnen twee weken verstrekt. Worden met het verkorten van de procedure bij de IND tot twee weken ook deze problemen opgelost? Ik heb het dus over de periode voordat je aan de periode van twee weken toekomt. Is een inschatting te maken of door bovenstaande maatregelen meer kennismigranten worden aangetrokken? Kan worden aangegeven welke suggesties specifiek uit het veld zijn gekomen en wat daarmee is gedaan?

Enige weken geleden hebben wij het verantwoordingsdebat gevoerd over de jaarrekening 2006. Naar aanleiding van de jaarverslagen en rapporten van de Rekenkamer hebben wij hierover openhartig van gedachten gewisseld. Dat is goed, want in een democratie past het dat verantwoording wordt afgelegd over de besteding van publieke middelen. Voor zover deze middelen door de departementen zelf worden besteed, is de controle daarop niet al te ingewikkeld. Voor zover deze gelden indirect worden besteed – denk aan rechtspersonen met een wettelijke taak, waaronder ook de zbo's vallen – wordt dit al moeilijker. Dit neemt echter niet weg dat de Kamer verplicht is om de besteding van publieke middelen te volgen en te monitoren, al was het maar om deze bestedingen te kunnen legitimeren. In het verleden heeft mijn fractie al eens gevraagd om bepaalde zbo's in dit kader nader te bekijken. Dit keer wil mijn fractie graag dat de Rekenkamer eens een onderzoek instelt naar een andere rechtspersoon met een wettelijke taak, namelijk de publieke omroep; dit als vervolg op het globale onderzoek dat is uitgevoerd in 2006.

Hierbij speelt een aantal belangrijke vragen een rol. In hoeverre is sprake van rechtmatige, doeltreffende en doelmatige besteding van publieke gelden die door het Rijk ter beschikking worden gesteld aan de publieke omroepen? In hoeverre voldoen de bedrijfsvoering en de beloningsstructuur van de publieke omroepen aan de daaraan te stellen normen? Gelukkig wordt in de begroting van OCW over 2007 586 mln. ter beschikking gesteld aan de publieke omroepen. Daarnaast beschikken zij gelukkig ook nog over 196 mln. aan Ster-opbrengsten. Zoals bekend hecht mijn fractie aan het bestaan van publieke omroepen. Pluriformiteit in het medialandschap moet gewaarborgd worden. Dat is ook de reden dat in het regeerakkoord extra gelden worden toebedeeld aan de publieke omroepen, onder andere om tegenvallende reclame-inkomsten te compenseren.

De heer Crone (PvdA):

Ik ben een beetje verrast door dit verzoek van de CDA-fractie. Tegenwoordig moet de Rekenkamer maar optreden bij elk probleem dat het CDA ziet. Wat is hier nu het probleem? Het Commissariaat voor de Media is al aangewezen als toezichthouder en stelt allerlei specifieke eisen op de punten die de heer De Nerée noemt, zoals beloningen en toezicht. Wil hij nu dat de Rekenkamer dat allemaal overdoet? Dan zou ik zeggen: dat heeft geen toegevoegde waarde maar kost wel veel geld. Of wil hij nog eens in beeld gebracht zien welke controle er nu al bestaat op de publieke media?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

In vervolg op het onderzoek dat in 2006 is ingesteld en dat zeer globaal was, wil ik graag dat de Algemene Rekenkamer er nog eens naar gaat kijken en de vragen beantwoordt die ik zo juist heb geformuleerd.

De heer Crone (PvdA):

Dat vergt dus wederom enorm diepgaand onderzoek door de mensen van de Rekenkamer. Of wil de heer De Nerée controle op hoe de controlesystematiek in elkaar zit?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik begrijp niet wat de heer Crone vraagt. Ieder departement waarover verantwoording wordt afgelegd, heeft een eigen accountantsdienst of auditdienst die alle zaken bekijkt en op een gegeven moment verklaringen afgeeft. Dat wil niet zeggen dat de Algemene Rekenkamer er niet naar zou mogen kijken. Daarom hebben wij ook de jaarverslagen. Ik wil graag dat ook rechtspersonen met een wettelijke taak op eenzelfde wijze verantwoording afleggen. Op eenzelfde wijze kan door de Rekenkamer worden gekeken of datgene wat is gebeurd, goed is. Dat is de vraag die ik heb gesteld.

De heer Crone (PvdA):

Daarvoor is het Commissariaat van de Media opgericht. Er is geen zbo met een eigen toezichthouder, zal ik maar zeggen. Het Commissariaat van de Media controleert hoeveel tijd er in een uitzending wordt besteed aan cultuur en wat dies meer zij.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Binnen een aantal rechtspersonen met een wettelijke taak zijn toezichtstructuren ingebouwd. Ik zeg nogmaals dat ook bij departementen de departementale accountantsdienst naar de verantwoordingen kijkt. Dat wil niet zeggen dat de Rekenkamer er niet meer aan te pas zou hoeven te komen. Wij willen graag dat dit een keer gebeurt, net zoals daarnaar is gekeken bij andere zbo's en rechtspersonen met een wettelijke taak.

De heer Pechtold (D66):

Als je onderzoek doet, moet degene die je onderzoekt ook met een open vizier worden benaderd. De heer De Nerée zegt dat de Rekenkamer daar misschien nog eens moet gaan kijken. Ik vind die woorden nogal algemeen. Toen onze collega zojuist vroeg naar de meer specifiekere vorm die dit zou moeten hebben, kon de heer De Nerée dat niet benoemen. Ik vraag mij dan af wat hij daar nu precies wil. Het Commissariaat voor de Media kijkt naar vorm en inhoud. De heer De Nerée noemt wel even het woord "bedrijfsvoering". Kan hij mij dan voorbeelden noemen van zaken die de laatste tijd in dat kader bij de publieke omroepen veel mis zijn gegaan en waarnaar hij onderzoek wil doen? Ik vind dat de heer De Nerée specifieker moet benoemen wat hij onderzocht wil hebben in de bedrijfsvoering. Ik vind dat hij duidelijk moet maken dat het niet om vorm en inhoud van de programma's gaat, want dat is wat ik duidelijk heb begrepen uit een vorige interruptie.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Absoluut. Het gaat mij niet om vorm en inhoud van de programma's. Het gaat mij erom dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de gelden die ter beschikking gesteld worden. Het gaat mij er niet om dat een bepaald programma wel of niet gemaakt mag worden. Als het waar is wat u zegt, kun je überhaupt niet meer kijken. Bij departementale begrotingen is vastgelegd dat de Algemene Rekenkamer elk jaar een jaarverslag uitbrengt, zonder dat wij denken dat er iets fout gaat bij zo'n departement. Ik vraag de Algemene Rekenkamer om hier, net als bij zo'n departementale begroting, ook een keer te kijken. Andere rechtspersonen met een wettelijke taak zijn ook onderzocht. Daar zit zeer zeker geen beschuldiging in, maar ik vraag gewoon objectief om de Rekenkamer daar een keer naar te laten kijken. De weerstanden die ik voel, ook bij de heer Crone, begrijp ik gewoon niet. Het past in de systematiek dat ook dit soort rechtspersonen een keer te maken krijgt met de Algemene Rekenkamer.

De heer Pechtold (D66):

U zegt dat wij een beetje geprikkeld reageren. U krijgt misschien echter de verdenking tegen u wanneer u niet specifiek zegt dat het Commissariaat voor de Media toezicht houdt op vorm en inhoud van de programma's. Ik wil graag klip en klaar van u horen dat de CDA-fractie daar geen onderzoek naar wil. Het gaat u om de bedrijfsvoering van de publieke omroepen. Als dat niet het geval is, vind ik dat u specifieker moet benoemen waar het onderzoek om moet gaan.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb heel duidelijk omschreven wat de onderzoeksvraag zou dienen te zijn en ik herhaal dat nu: in hoeverre is sprake van rechtmatige, doeltreffende en doelmatige besteding van publieke gelden die door het Rijk ter beschikking worden gesteld aan de publieke omroepen en in hoeverre voldoen de bedrijfsvoering en de beloningsstructuur van de publieke omroepen aan de daaraan te stellen normen? Dat is de onderzoeksopdracht, niet meer en niet minder.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik kan mijn aarzeling wel verklaren, maar ik weet niet of ik ook voor de heer Pechtold en de heer Crone spreek. Het CDA en de publieke omroep zijn een lekker stel met elkaar. Wij herinneren ons de heer Atsma die vanaf dezelfde plek programma's wilde verbieden, codes wilde opleggen en zo ongeveer zelf aan de knoppen van de televisie wilde zitten namens ons allemaal. Wat dat betreft moet de heer De Nerée toch even een bruggetje over. Gaat het nu specifiek om een onderzoek naar de publieke omroep...

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb "publieke omroepen" gezegd. Dat is niet onbelangrijk, tenzij u het natuurlijk wel onbelangrijk vindt.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Goed, publieke omroepen. Of gaat het de heer De Nerée erom dat de minister van Financiën de Rekenkamer regelrecht toegang verschaft tot bijvoorbeeld de omroepen, de RDW, welke zbo dan ook, de sociale zekerheid en desnoods tot particuliere instellingen in de zorg die deels door de overheid worden gefinancierd, ook al heeft die instelling daar geen zin in? Ik herinner mij het debat met de voorganger van deze minister een aantal jaar geleden over de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer buiten de directe overheidssfeer. De vraag hoe ver die bevoegdheid gaat, is namelijk nog een heel debat waard, want dat is bepaald ingewikkeld. Gaat het de heer De Nerée vooral daarom en is het dus een oproep aan de minister van Financiën?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Het is geen oproep aan de minister van Financiën. De Kamer heeft zelfstandige bevoegdheden om dat aan de Algemene Rekenkamer te vragen. Ik heb mij ervan vergewist dat de Comptabiliteitswet daarvoor ruimte biedt. U zult het terugkrijgen in de Commissie voor de Rijksuitgaven, waar wij dit verzoek officieel indienen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dan is dat in ieder geval helder. Ik ben dan toch heel erg benieuwd waarom u zich nu ineens richt op de publieke omroepen. Ik kan nog wel meer zbo's verzinnen waar wordt gewerkt met publiek geld. Daar kunnen wij de Rekenkamer ook wel op af sturen. Vanwaar nu ineens de publieke omroepen? Vanwaar de urgentie? Vanwaar het signaal – ik heb het nog niet gehoord – dat daar ineens van alles fout is en dat een onderzoek geïnitieerd door de Kamer, wat wij niet dagelijks doen, zou rechtvaardigen?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Dat is heel eenvoudig. Enkele jaren geleden heb ik naar andere dingen gevraagd. Als de heer Vendrik een aantal andere rechtspersonen met een wettelijke taak graag onderzocht ziet, staat het hem vrij om dat te vragen. Het staat de CDA-fractie vrij om dit keer aan de Rekenkamer te vragen om naar de publieke omroepen te kijken. U zegt dat er een enorme band is tussen het CDA en de publieke omroepen en die is er ook. Daarom zijn wij nergens bang voor.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik heb nog een vraag over een niet onbelangrijke kwestie die de heer De Nerée niet heeft aangeroerd.

De voorzitter:

U moet het wel kort houden.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Zeker, voorzitter. Na aanvaarding van het betreurenswaardige beeld van de begroting 2007 deed de heer De Nerée ferme uitspraken over wat er bijvoorbeeld met de zorg moet gebeuren in 2008. Wij constateren dat er al sprake is van een overschrijding van zo'n 2 mld. door de heer Klink en zijn staatssecretarissen. In het coalitieakkoord zit al een taakstelling van 0,5 mld. Minister Klink moet volgend jaar dus 2,5 mld. ophoesten, want anders heeft hij een probleem met het CDA. Begrijp ik het goed dat minister Klink door zijn eigen partij is gewaarschuwd? Hoe moet de minister deze grote overschrijding van 2,5 mld. volgens de CDA-fractie gaan oplossen?

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De heer Vendrik heeft weer selectief geluisterd. Ik zal hem daarom nog een keer vertellen wat ik hierover heb gezegd. Wij accepteren 2007, omdat het betreurenswaardig maar onvermijdelijk is. Ik heb erbij gezegd dat de tegenvallers in de zorg over 2007 in de komende jaren meer dan ingelopen zullen worden. Dat speelt daarbij ook een rol. Het gaat dus niet om 2008. Ik heb gezegd dat de CDA-fractie ervan uit gaat dat het uitgaven- en lastenkader in 2008 dusdanig wordt vastgesteld dat wij in 2011 een overschot van 1% hebben. Dat hebben wij ook nodig om de uitdaging van de vergrijzing aan te kunnen. Dat is de reden waarom mijn fractie hier zo op hamert. Wij duwen geen zaken weg, maar zeggen alleen "let op wat er staat te gebeuren".

De heer Irrgang (SP):

Voorzitter. De klimatologische kwalificaties zijn niet van de lucht. Wij spreken vandaag over de voorjaarsnota, maar in conjuncturele zin is het natuurlijk hoog zomer. De economie groeit en bloeit. Dat leidt er onder andere toe dat de werkloosheid verder daalt, waardoor meer en meer mensen kunnen meedraaien in de maatschappij en tegelijkertijd ook meer te besteden hebben. De luxeproblemen die daarmee gepaard gaan, zijn krapte op de arbeidsmarkt waardoor werkgevers moeilijker personeel kunnen vinden en snel stijgende loonkosten voor diezelfde werkgevers. Maar het blijven luxeproblemen.

Internationaal gezien lijkt er voorlopig ook geen sprake van echte bedreigingen, misschien op een harde landing na van de Amerikaanse economie en in het kielzog daarvan van de wereldeconomie als de crisis op de sub-prime hypotheekmarkt zou doorzetten in een volledige financiële crisis. Als er bedreigingen zijn voor de wereldeconomie, dan is het toch wel dat de huidige strubbelingen en de onrust op de kredietmarkten zou doorzetten. Dergelijke ontwikkelingen hangen ook sterk samen met de opkomst van hedgefondsen en private equity die met hoge schulden een toenemend gevaar vormen voor de stabiliteit van het internationaal financieel stelsel. Gunstig is in ieder geval dat het belang van de Amerikaanse economie voor de wereldeconomie duidelijk lijkt te zijn afgenomen. Dat komt waarschijnlijk doordat wij te maken hebben met twee nieuwe buitenboordmotoren van de wereldeconomie, namelijk de opkomst van China en India. Hierdoor lijkt de wereldeconomie te kunnen blijven doorstomen, ook al begint de Amerikaanse economie nu echt te kwakkelen. Dat doorstomen geldt zeker ook voor de Nederlandse economie als onderdeel van de Europese economie.

Opvallend aan deze voorjaarsnota is natuurlijk dat het gunstige economische tij zich niet vertaalt in een gunstiger EMU-saldo. Het omgekeerde is zelfs het geval. Sloot de minister het jaar 2006 nog af met een begrotingsoverschot van 0,6% bbp. De voorjaarsnota laat voor 2007 een verwacht begrotingstekort zien van 0,7% bbp. Dat is opvallend. Dan valt ook niet zo snel het verwijt dat het kabinet als het toch al goed gaat met een procyclisch beleid van veel extra uitgaven een onverantwoord begrotingsbeleid zou voeren. Is dat ook echt zo?

In de ontwerpbegroting voor 2007 die het vorige kabinet indiende was al een klein begrotingsoverschot voorzien. Een reden die daarbij naar mijn indruk ook zeker een rol speelt, is dat door de hoge olieprijzen van vorig jaar een bonanza aan inkomsten voor het Fonds Economische Structuurversterking is ontstaan. Wettelijk moet 40% daarvan worden uitgegeven, maar dat was in 2006 niet mogelijk. De verplichte uitgaven komen voornamelijk in het jaar erop en voor een deel ook in de daaropvolgende jaren. Dat mechanisme leidt ertoe dat wij in 2006 te maken hadden met een hoger overschot, doordat het geld deels niet werd uitgegeven, en tegelijkertijd een hoger tekort, doordat het wettelijk wel moet worden uitgegeven in het lopende begrotingsjaar.

Dit is wat mijn fractie betreft overigens een illustratie om aan het FES een einde te maken. Van een fonds met als uitgangspunt economische rationaliteit, vermogen onder de grond voor vermogen boven de grond, lijkt nu, bij deze hoge olieprijzen, echt geen sprake meer.

De lagere olieprijzen in combinatie met de stijgende euro zijn de belangrijkste oorzaak dat in deze Voorjaarsnota een verdere verslechtering van het EMU-saldo zichtbaar is. Dit verklaart meer dan helft van de totale verslechtering. Niet meer uitgaven door een ander kabinetsbeleid maar minder inkomsten door lagere olieprijzen en een stijgende euro. Op dit moment bevindt de olieprijs zich overigens alweer rond de $70 en is de euro gestopt met stijgen. De vraag is dan ook in hoeverre de minister kan aangeven of dit voor 2007 nog tot een gunstig EMU-saldo leidt. In de Voorjaarsnota wordt gerekend met $55, terwijl het CPB nu rekent met $65, maar daar is het tekort weer een tiende hoger. Dat is opvallend. Kan de minister erop reageren hoe wij dit met elkaar moeten rijmen? Wat zit er nog in het vat?

De op een na belangrijkste reden waarom het tekort nu verslechtert, is de stijging van de uitgaven voor de gezondheidszorg. Dat komt echter niet door beleid maar vooral door meer productie omdat er blijkbaar meer zorg moet worden verleend, in de ziekenhuizen en in de AWBZ. Dat kunnen wij het kabinet moeilijk kwalijk nemen. Het alternatief is bezuinigen en nieuwe wachtlijsten. Dat wil de SP-fractie juist voorkomen.

Sinds 2003 zijn de zorguitgaven overigens altijd tegengevallen door een te lage raming. Dat leidt ertoe dat het CPB in de nieuwe MLT-verkenning nu uitgaat van een groei van 5,5% per jaar. Als het goed is, zullen dergelijke overschrijdingen in de toekomst dus minder voorkomen.

OESO, IMF en REA hebben in verschillende vormen en gradaties de kritiek geuit dat het begrotingsbeleid te ruim zou zijn of zelfs procyclisch. Ik kan dat op basis van deze Voorjaarsnota niet concluderen. Het nieuwe kabinet doet wat nieuwe uitgaven maar dekt tegelijkertijd ook de budgettaire lijken in de kast die er nog lagen van het oude kabinet. Per saldo is dat nagenoeg neutraal. Er is dus geen sprake van procyclisch beleid, zoals het IMF suggereert. Het financieel kader voor volgend jaar is zelf anticyclisch. Dat zien wij ook aan de voorspellingen van de Europese Commissie. Zonder aanvullend beleid verwacht de Commissie een begrotingsevenwicht, inclusief beleid een begrotingsoverschot van 0,4% van het bbp.

Er moet dus nog heel wat gebeuren voordat het begrotingsbeleid in 2008 procyclisch zou uitpakken. Te ruim is het wat mijn fractie betreft al helemaal niet. Volgens het CPB gaan mensen er door dit beleid in 2008 zelfs licht in koopkracht op achteruit. Dat is een opvallende voorspelling van het CPB, vooral omdat de lonen in 2008 met ruim 3% flink stijgen. Deelt de minister van Financiën die verwachting over de koopkracht voor volgend jaar? De SP-fractie vindt het in ieder geval onaanvaardbaar als mensen met lagere en middeninkomens er volgend jaar op achteruit zouden gaan. Ook daarop krijg ik graag een reactie van de minister.

Wij hebben voor dit debat ook een advies gekregen van onze eigen Raad van Economisch Adviseurs, de REA. De SP-fractie is nooit voorstander geweest van de REA, omdat dit toch een deeltijdclubje van overigens zeer eminente personen is die af en toe een goed of minder goed geschreven opinie schrijven. Dit is niet de vorm van tegenwicht die wij tegen het vermaledijde ministerie van Financiën oorspronkelijk in gedachten hadden. Met sommige adviezen van de REA uit het verleden zijn wij het eens, met andere duidelijk niet, meestal nog in hetzelfde advies ook.

Het advies dat wij nu hebben gekregen is toch wel een heel bijzonder geval. Het lijkt bij vlagen meer een politiek pamflet dan een economisch advies, vooral als daarin wordt gepleit voor "libertair paternalisme". Dan gaan bij mij alle alarmbellen rinkelen. Nu dacht ik dat libertair bijna hetzelfde is als liberaal. Ik heb gekeken op Wikipedia, een open bron om met prins Willem-Alexander te spreken. Daar staat dat het libertarisme "een op vrijheid gebaseerde politieke filosofie" is, "verwant aan het liberalisme". Het gaat nog verder, want vervolgens staat erbij: "Volgens veel libertariërs is het libertarisme eigenlijk een radicale of consequentere variant van het liberalisme." Het is dus eigenlijk nog erger dan het liberalisme. Als een soort politieke disclaimer staat er dan ook nog bij dat oorspronkelijk de naam werd gevoerd door linkse anarchisten, terwijl het libertarisme in de loop van de twintigste eeuw vooral in zwang is geraakt om een kapitalistische ideologie aan te duiden. Voor de oorspronkelijke betekenis kunnen wij kijken naar het libertarisch socialisme, terwijl er ook nog bij staat dat er raakvlakken zijn met het anarchisme, omdat libertariërs niets moeten hebben van de overheid. Dan wordt er nog iets uitgelegd over het non-agressieprincipe van de libertariërs, waarna voor de SP-fractie echt het definitieve bewijs volgt dat dit een politiek geïnspireerd advies is: "Het libertarisme vormt een inspiratiebron voor het neoliberalisme en heeft raakvlakken met het objectivisme." Ik zal het de Kamer besparen wat het laatste betekent.

Nu moet ik formeel zeggen dat wij de REA gaan evalueren, maar wij vonden dit advies niet het allerbeste advies van de Raad van Economisch Adviseurs.

De heer Pechtold (D66):

Wat mij opvalt in dit betoog is dat het IMF verkeerde conclusies heeft getrokken, dat de REA verkeerd heeft geadviseerd maar dat het kabinet het eigenlijk wel fantastisch doet. Met zulke vrienden, die zo veel uitgeven, heeft het kabinet geen grotere kritikaster meer nodig!

De heer Irrgang (SP):

De plannen van het kabinet voor volgend jaar behelzen onder meer de invoering van een eigen risico, waarmee 0,5 mld. is gemoeid, en bezuiniging op de rechtsbijstand. Dat zijn plannen waar mijn partij absoluut niet achter staat. Als u mij vraagt of het begrotingsbeleid van het kabinet te ruim of procyclisch is, moet ik antwoorden dat ik het daar niet meer eens ben.

De heer Pechtold (D66):

U hebt ook gehoord dat het CDA zegt dat de zorg de komende jaren maar 2,5 mld. moet inlopen. Dat zijn wel de gevolgen van het begrotingsbeleid van het kabinet dat van u vandaag zo veel pluimen krijgt. Het valt mij op dat er anders wordt geraamd, waardoor gewoon maar 2 mld. extra wordt gepakt, en dat de SP dat graag mee uitgeeft, als zat die partij in het kabinet, maar dat de SP geen verantwoordelijkheid neemt voor de bijeffecten die er wel degelijk zijn.

De heer Irrgang (SP):

Ik meen dat de raming verkeerd was voor de zorguitgaven. Ik vind het dus goed dat die naar boven wordt bijgesteld. Ik ben bang dat het inlopen van de bezuiniging in latere jaren, zoals de heer Nerée tot Babberich het vriendelijk formuleert, een onbegaanbare weg is. Ik zie niet in hoe wij dat zouden kunnen doen op een manier die niet onwenselijk uitpakt, zoals een verdere verhoging van het eigen risico. Daar is mijn partij niet voor.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Bij mij kwam dezelfde gedachte op als bij de heer Pechtold. Ik wil het even anders proberen. In vak-K zit een minister van Financiën die pittige maanden achter de rug heeft. Doet hij het goed?

De heer Irrgang (SP):

De heer Vendrik weet dat onze fractie ten aanzien van de topinkomens en de positie van de aandeelhouders forse kritiek op deze minister van Financiën heeft. Ik ben echter niet van mening dat het begrotingsbeleid dat hij voert te ruim is. Wij zullen deze minister prijzen als dat op zijn plaats is en vervloeken als dat nodig is.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. De heer Irrgang begon over het weer. Ik sluit mij bij hem aan. Er is niet veel van te merken, maar het schijnt zomer te zijn. Het is zomer volgens de meteorologische kalender, maar ook volgens het CPB. Sterker nog, het CPB concludeert dat het blijft zomeren. Dat geeft de burger moed, en de minister van Financiën vast ook. De economische vooruitzichten voor 2007 en 2008 zijn goed. Er is sprake van een economische groei van 2,75% voor beide jaren. Daar kunnen wij verder mee.

Betekent dit ook dat de minister de komende zomer achterover kan leunen in zijn strandstoel? Wij gunnen de minister uiteraard zijn rust, maar wij willen waken voor een al te uitbundig vakantiegevoel. In de vakantie geef je namelijk makkelijker geld uit. Dat is althans wel mijn beleving. Begin dit jaar bleek al, dat je daarvan later last kunt krijgen. In de slipstream van het vorige kabinet deed zich een aantal forse tegenvallers voor. Deze werden onder andere veroorzaakt door een te hoge raming van de aardgasbaten en een flinke tegenvaller in de ontwikkeling van de zorgkosten.

De toenmalige fractie van de ChristenUnie heeft de toenmalige minister van Financiën vorig jaar al gewaarschuwd voor al te optimistisch rekengedrag, in het bijzonder op het gebied van de aardgasbaten. Onze vrees is helaas bewaarheid geworden.

Wij realiseren ons dat deze tegenvallers, die een begrotingstekort voor 2007 tot gevolg hebben, deze minister niet kunnen worden aangerekend. Uitspraken als zou het tekort zijn veroorzaakt door het uitgavenpatroon van dit kabinet zijn naar onze mening misplaatst. Het begrotingstekort kwam al aan het licht op een moment dat dit kabinet nog nauwelijks de kans had gehad om een euro uit te geven, laat staan te besparen.

Toch is het tekort over 2007 een gegeven en heeft de coalitie zich ten doel gesteld om in 2011 een structureel overschot van 1% van het bbp te realiseren. De minister heeft zich tot nu toe optimistisch getoond over het halen van deze doelstelling. Waarop baseert hij dit? Hoe denkt hij het tekort in te passen in het streven naar een structureel overschot? Zijn er volgens hem extra maatregelen nodig om dit doel in 2011 te realiseren? Zo ja, welke zijn dit? Ik verneem hierop graag de reactie van de minister.

Mijn fractie hecht sterk aan de houdbaarheidsdoelstelling in 2011. Daarbij past een sober en acyclisch uitgavenbeleid, niet alleen omwille van solide overheidsfinanciën maar ook om de inflatie in toom te houden. In een hoogconjunctuur is de druk om extra uitgaven te doen hoog. Laten wij echter vooral proberen om de spreekwoordelijke hand op de knip te houden. De oproep om nu al koopkrachtmaatregelen te nemen is wat ons betreft voorbarig. Laten wij eerst de Miljoenennota afwachten om te zien hoe de koopkrachteffecten voor de verschillende huishoudens uitvallen. Dan kunnen wij de effecten van het beleid pas echt inschatten en beoordelen.

Wij zien de behandeling van de Miljoenennota als het moment waarop wij het kabinet kunnen bevragen over de voornemens voor de komende kabinetsperiode. Hierop willen wij alvast een schot voor de boeg afgeven door het kabinet een aantal concrete onderwerpen aan de hand te doen waaraan mijn fractie belang hecht en die, naar onze overtuiging, van belang zijn om nu al mee aan de slag te gaan.

Als eerste wil ik in dit verband spreken over de AOW-plannen. Om de vergrijzing te kunnen opvangen heeft het kabinet aangekondigd de AOW bij vroegtijdige uitdiensttreding te fiscaliseren. De maatregel gaat pas in 2011 in, maar dat ontslaat het kabinet niet van de plicht om nu al met een gedegen uitgewerkt plan te komen. Wij dringen er bij de minister op aan om de uitwerking in een vroeg stadium bekend te maken. De haalbaarheid van de plannen moet goed zijn onderbouwd. Verschillende gerenommeerde instituten moet, naar onze mening, een stempel op de haalbaarheid kunnen zetten. Wanneer mogen wij naar verwachting de uitgewerkte AOW-plannen tegemoet zien? Is de regering voornemens om verschillende instituten hun oordeel over de haalbaarheid te laten geven?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Kan de heer Cramer ons vertellen welke instituten dit zijn? Hoe mooi moet hun stempel zijn? Begrijp ik dat dit nu een voorwaarde is geworden voor de instemming van coalitiepartner ChristenUnie met de AOW-plannen van het kabinet? Klopt dat?

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Vendrik stelt het iets te direct. Ik vraag aan de minister hoe ver hij met de planvorming is gevorderd. Ik wacht het antwoord op deze vraag af. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat wij daarmee tijdig beginnen. Je zult nu actie moeten ondernemen als je wilt dat het in 2011 ingaat.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat was mijn vraag niet. Mijn vraag ging niet over de tijdigheid. Dat geldt voor zo veel onderwerpen, ook voor dit. Het is vanzelfsprekend dat je op tijd met je plannen moet komen. Mijn vraag ging over de zinsnede die de heer Cramer uitspraak over het stempel van instituten die moeten kijken naar de uitvoerbaarheid van een naar mijn mening onuitvoerbaar plan. Dat zal later blijken. Hij komt daarmee aandragen en zet het nogal zwaar aan. Welke instituten zijn het? Hoe zwaar en hoe groen moet het stempel zijn, wil het kabinet een "go" krijgen van de ChristenUnie?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik zal hier geen uitspraak doen over alle instituten die er mogelijk bij kunnen worden betrokken. Ik vraag de minister te reageren. Ik ben van mening dat er een gedegen onderbouwing dient te zijn van de plannen. Ik verwacht dat de minister de plannen goed zal voorbereiden. Wij menen dat het goed is wanneer partijen uit de markt of uit het veld naar de plannen kijken en hun oordeel erover geven zodat de Kamer een afgewogen oordeel krijgt, dat breed wordt gedragen in de samenleving.

De voorzitter:

De heer Cramer vervolgt zijn betoog.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. De staatssecretaris van Financiën heeft aangekondigd plannen te zullen ontwikkelen over de bpm-differentiatie. Mijn fractie juicht dit van harte toe. Bij de begrotingsbehandeling van VROM is vorig jaar een motie-Huizinga-Heringa aangenomen waarin de regering werd verzocht een bpm-differentiatie vorm te geven op basis van absolute zuinigheid in plaats van op relatieve zuinigheid. Volgens informatie van de staatssecretaris wordt het energielabel van auto's op dit moment voor 25% bepaald door absolute zuinigheid en voor 75% door relatieve zuinigheid ten opzichte van andere auto's van vergelijkbare grootte. Wij zijn benieuwd naar de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van deze motie-Huizinga-Heringa. Naar onze mening zou deze er toe moeten leiden dat wordt gekeken naar de absolute zuinigheid. Wij nemen aan dat de uitvoering van de motie zichtbaar zal worden in het Belastingplan 2008. Graag krijgen wij van deze minister de bevestiging dat bij de voorbereiding van de bpm-differentiatieplannen deze motie zal worden uitgevoerd.

Mijn fractie is blij dat na jaren van bezuinigingen eindelijk meer geld beschikbaar is gekomen voor Defensie. Het blijkt nu dat de jas toch blijft knellen. Daarover maakt mijn fractie zich zorgen. Wij zien een belangrijke rol voor het Nederlandse leger weggelegd in vredesmissies. Een welvarend land als het onze moet haar internationale verantwoordelijkheid durven en kunnen nemen. Een sterk leger dat internationaal wil opereren, kost geld. Dat moeten wij durven erkennen en daaraan moeten wij de consequenties durven verbinden. Het gaat om de slagkracht van ons leger. Ziet de minister met ons het belang van een sterk internationaal opererende krijgsmacht en deelt hij onze mening dat daaraan een prijskaartje hangt?

Vorig jaar heeft de toenmalig minister van Financiën voorgesteld om de buitengewone uitgaven voortaan via de Wmo uit te keren omdat de tegemoetkoming niet altijd bij chronisch zieken en gehandicapten terechtkomt, terwijl hij daarvoor primair is bedoeld en zij het het hardst nodig hebben.

De voorzitter:

Ik meen dat de heer Pechtold nog een vraag wil stellen over het vorige onderdeel van uw betoog.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Dat heeft u goed bemerkt. Ik merk dat de ChristenUnie in de maag zit met de portefeuille Defensie. De heer Van Middelkoop heeft gisteren zijn excuus moeten maken. Helaas. Elke keer horen wij de oproep aan de minister van Financiën om bij te springen. Onlangs klonk deze in een algemeen overleg, en zojuist opnieuw. Ik vind dat iets te makkelijk.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Wat zegt u?

De heer Pechtold (D66):

Ik vind het iets te makkelijk. Of de heer Cramer geeft duidelijk te kennen dat hij een andere koers van het kabinet ten aanzien van Defensie wenst en dat hij het niet eens is met de plannen van zijn partijgenoot Van Middelkoop om enkele tanks en andere dingen te gaan verkopen, of hij stelt duidelijk dat er geld bij moet komen en waar dat vandaan moet komen. Dat vraagt hij ook van de oppositie. De heer Cramer kan niet zonder meer van de minister van Financiën verlangen dat er meer geld komt. Ik verzoek hem zijn richting duidelijker aan te geven.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik meen dat mijn vraag glashelder is. De ChristenUnie hecht aan een leger dat daadkrachtig kan opereren wanneer dat van ons wordt gevraagd. Wij hebben de intentie om mee te doen aan internationale operaties. Daartoe moeten wij goed zijn geëquipeerd. Daarover bestaat geen discussie. Ik vraag de visie van de minister van Financiën. Kan hij zijn collega hierin steunen? Met het stellen van deze vraag is de positie van de ChristenUnie naar mijn mening duidelijk. Wij zien graag dat dit gebeurt.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Dat zou ik dan graag gematerialiseerd zien. Minister Van Middelkoop van Defensie heeft voorgesteld om materieel te verkopen. Daar is de heer Cramer dus tegen. Ik verzoek hem om dat allereerst te verduidelijken. Daarnaast zijn missies, zoals die in Uruzgan, die in het eerste jaar twee keer zoveel kostte als voor twee jaar was begroot, gewoon schreeuwend duur. Kan de woordvoerder van de ChristenUnie, naast het terugdraaien van de bezuiniging door middelen te verkopen, aangeven hoeveel geld hij aan de minister van Financiën vraagt voor de portefeuille Defensie?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Nee, dat kan ik niet. De plannen van het ministerie van Defensie moeten nog worden gepresenteerd, samen met een begroting van de kosten. In de Voorjaarsnota kijken wij vooruit, ook naar de begroting voor 2008. Daar gaan mijn vragen over.

De heer Pechtold (D66):

Dit is geen antwoord.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Jawel.

De voorzitter:

Het antwoord bevalt u misschien niet.

De heer Pechtold (D66):

De heer Cramer vroeg aan de minister om extra geld. Dat is geen vrijblijvend verzoek om nog wat geld. Dan wil ik graag van de heer Cramer twee antwoorden. Betekent dit het terugdraaien van de verkoop van Houwitsers, tanks en noem maar op? Hoeveel is zijn claim bij de minister van Financiën? Dat lijken mij meer dan redelijke vragen. Anders weet de minister ook niet waar hij op moet antwoorden. Dadelijk zegt de minister dat de heer Cramer 1 mln. kan krijgen. Daar doet hij helemaal niets mee op de portefeuille Defensie. Het gaat dus specifiek om de vragen: bezuinigingen terugdraaien en wat is het bedrag?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Deze discussie moeten wij volgens mij niet bij de Voorjaarsnota voeren, maar bij de behandeling van de begroting van Defensie. Ik vraag naar de visie van de minister op dit onderwerp. Ik ben duidelijk geweest over de intentie van de ChristenUnie.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dit is echt bizar, want dit debat gaat over geld en het wordt met de eerstverantwoordelijke in het kabinet voor geld gevoerd. Ik weet precies wat de heer Bos zo direct zal zeggen. Hij gaat zeggen dat het kabinet voor een sterke, goed geoutilleerde krijgsmacht is, met fantastisch personeel, die haar internationale verantwoordelijkheid kan waarmaken. Is het debat dan voorbij, mijnheer Cramer? Ik dacht het niet, want de heer Cramer begint er niet voor niets over. Het is nu van tweeën een. Of hij zegt dat het coalitieakkoord hem op het punt van defensie niet bevalt en dat, bij nader inzien, "zijn" Eimert toch een beetje moet worden geholpen. Of hij laat het hierbij. Dan weten wij ook waar wij aan toe zijn, namelijk dat de minister hem niet tegemoet hoeft te komen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Vendrik kan proberen mij een uitspraak te ontlokken, maar dat ga ik niet doen. Ik vraag de visie van de minister. Daar ben ik benieuwd naar. Ik vind dat van belang, onder meer voor de voorbereiding van het debat over de Miljoenennota, als het gaat om de echte verdeling van het geld.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dit is toch bizar? Wij vragen de minister van Financiën toch niet naar de kabinetsvisie op defensie? Daarvoor moet de heer Cramer bij Eimert van Middelkoop zijn. De heer Bos heeft overal verstand van, dus wij kunnen het best aan hem vragen, maar hij is de chef geld en niet de chef materieel van Defensie. Dan moet de heer Cramer bij Van Middelkoop zijn. Als hij het bij dit debat aan de orde stelt, neem ik aan dat het over geld gaat. Dan zijn wij weer thuis. De hamvraag is dus: vindt de ChristenUnie dat er geld bij moet, klopt het coalitieakkoord, moet Eimert worden geholpen, of niet? Hoe zit het nu? Moet er geld bij of niet?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik heb al geconstateerd dat er in het coalitieakkoord geld bij is gekomen. Ik snap dus het probleem van de heer Vendrik niet zo goed.

De heer Weekers (VVD):

De heer Cramer vraagt aan de minister van Financiën nota bene een visie op defensie. Ik vraag de heer Cramer dus andermaal wat de visie van de ChristenUnie op defensie is en of hij de aangekondigde bezuiniging op bijvoorbeeld de twee tanksquadrons wil terugdraaien?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Volgens mij is de definitieve uitspraak over die bezuiniging nog niet definitief rond. Het is een intentie van de minister van Defensie. De eerste vraag van de heer Weekers is mij even ontschoten.

De heer Weekers (VVD):

Die vraag luidde: wat is de visie van de ChristenUnie op defensie? De heer Cramer vraagt het wel aan de minister van Financiën, maar wat is nu eigenlijk zijn visie?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Volgens mij ben ik daarin glashelder geweest. Ik zal het de heer Weekers nogmaals vertellen, zodat hij niet terug hoeft te kijken in de Handelingen van deze vergadering. Wij zien een belangrijke rol voor het Nederlandse leger in vredesmissies. Een welvarend land als Nederland moet zijn internationale verantwoordelijkheid durven en kunnen nemen, maar dat kost geld. Deze vraag stel ik dus ook aan de minister van Financiën.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Vindt de heer Cramer dat de minister van Defensie met het budget dat hem ter beschikking staat, de rol kan invullen die de heer Cramer hem toedicht?

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Weekers stelt een vraag met een gesloten antwoord, namelijk ja of nee. Dat kan volgens mij niet. Wij hebben in het coalitieakkoord extra geld voor Defensie uitgetrokken, omdat de ChristenUnie van mening was dat wij met het bestaande budget, waar overigens fors op was bezuinigd, ook toen de VVD in de regering zat, te weinig konden doen. Dat budget is nu uitgebreid, maar wij stellen ons bij de lopende missies de vraag of wij, de minister en deze Kamer, daarvoor extra geld nodig zouden hebben. Met andere woorden: mag het geld kosten? Deze vraag heb ik gesteld, niets meer en niets minder.

Voorzitter. Ik was gebleven bij de regeling Tegemoetkoming buitengewone uitgaven, ook wel de TBU genoemd. Deze gelden komen niet altijd bij de chronisch zieken en gehandicapten terecht, terwijl ze primair voor hen zijn bedoeld. Wij zijn van mening dat de TBU-regeling momenteel niet optimaal werkt. Wij moeten bezien hoe wij daarin verandering kunnen aanbrengen, maar wij hebben onze twijfels of uitkering via de Wmo het beste alternatief is.

De CG-Raad heeft een plan ontwikkeld dat voorziet in een betere stroomlijning van de diverse tegemoetkomingen in de zorgkosten. Is de minister bekend met dit plan en is hij van mening dat dit een goede basis zou kunnen zijn voor het verdere beleid op dit punt van het ministerie?

De heer Vendrik (GroenLinks):

De heer Cramer brengt een heel gevoelig punt naar voren, want het overhevelen van die aftrek van buitengewone uitgaven voor specifieke ziektekosten naar de gemeentesfeer, de Wmo, gaat ook nog eens gepaard met een bezuiniging van 400 mln. Daarmee wordt ongeveer 25% van het onderliggende budget weggehaald. Zegt de heer Cramer hiermee eigenlijk tegen het kabinet, dat deze bezuinigingsafspraak uit het coalitieakkoord, wat betreft de ChristenUnie opnieuw tegen het licht moet worden gehouden?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik vraag of de minister bekend is met het plan van de CG-Raad om dat beter te stroomlijnen en een efficiëntere tegemoetkoming te kunnen realiseren. Daar vraag ik naar.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Stel dat de minister straks antwoordt dat hij bekend is met dit plan. Is de heer Cramer dan tevreden?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Mijn volgende vraag zou dan zijn of hij dat plan wil gebruiken als basis voor zijn beleid.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Als de minister dat doet, dan ligt de hele Wmo-route overboord en misschien zelfs ook de bezuiniging. Vandaar dat ik de vraag stelde. Wat is de consequentie van deze interventie van de heer Cramer?

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik snap de vraag niet. Wij hebben in het coalitieakkoord afspraken gemaakt. Ik vraag de minister of hij de plannen van de CG-Raad, gericht op de betere stroomlijning van de diverse tegemoetkomingen, wil meenemen in de uitvoering van zijn beleid.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dit wordt een beetje te dol, want de heer Cramer ontloopt het geven van een heel simpel antwoord. Je kunt een uitspraak in een coalitieakkoord niet ter discussie stellen...

De heer Cramer (ChristenUnie):

Dat doe ik niet.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Jawel, want de plannen van de CG-Raad stellen die uitspraak ter discussie. Lees de plannen dan! Dit is de zoveelste variant op het debat dat hier al jarenlang wordt gevoerd en waar de CG-Raad ook altijd een actieve inbreng in heeft gehad. Je kunt die kwestie hier niet aan de orde stellen en vervolgens zeggen dat de maatregel uit het coalitieakkoord gewoon doorgaat. Dat gaat niet samen. Dat is het tekenen van een vierkante cirkel. Mijn politieke vraag is wat dit voor de ChristenUnie betekent.

De voorzitter:

Die vraag heeft u al enkele malen gesteld. Dat antwoord heeft u al gehad.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter, het is zoals u zegt: ik heb het antwoord al gegeven. Ik kan geen beter antwoord geven. De ChristenUnie is het eens met wat er in het coalitieakkoord staat, maar wij verzoeken de minister de opmerkingen van de CG-Raad in zijn beleid te implementeren.

Bij de nabehandeling van het Belastingplan 2007 heeft de minister in een brief aan de Eerste Kamer melding gemaakt van zijn plannen met de herinvesteringreserve, onder meer naar aanleiding van de motie-Slob. De minister heeft aangegeven te onderzoeken of het mogelijk is tot een algemene regeling, waarbij de bij het staken van een onderneming gerealiseerde boekwinst kan worden doorgeschoven naar een nieuw te starten onderneming. De vraag is of de minister zijn reactie op de motie-Slob ook in de Tweede Kamer wil uitspreken en wanneer hij ter zake met een concreet standpunt komt.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Mijn fractie is geschrokken van de Voorjaarsnota, maar nog meer van de antwoorden op haar vragen en niet zozeer van de tijdelijke verslechtering van het EMU-saldo, want dat is voornamelijk te wijten aan de tegenvallende aardgasinkomsten. Die tegenvaller reken ik de minister van Financiën niet aan. Ik reken hem wel aan dat hij de uitgaven niet weet te beheersen. Sterker nog, hij heeft de uitgavenkaders voor 2007 niet eens vastgesteld. Hij doet dat pas voor de periode 2008-2011, hetgeen betekent dat de ministers van het kabinet Balkenende 4 dit jaar op de pof kunnen leven. Mijn fractie vindt dat onverantwoord en ook in tegenspraak met in elk geval het verkiezingsprogramma van het CDA. Ik heb tegen de heer De Nerée al gezegd dat ik de haan als het gaat om de financiële paragraaf al drie keer heb horen kraaien, maar volgens mij is dit ook in tegenspraak met het coalitieakkoord.

Onze bange vermoedens dat dit kabinet en deze minister van Financiën de hand niet op de knip weten te houden, lijken bewaarheid te worden. De hardwerkende meerderheid in dit land wordt namelijk opgezadeld met extra belastingen en de mooie erfenis van het vorige kabinet, namelijk een robuuste economische groei, een laag blijvende inflatie en een stijgende koopkracht, wordt in no time verkwanseld. Wat een prestatie!

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Weekers vergeet gemakshalve dat het vorige kabinet er in de begroting voor de zorg 1 mld. naast heeft gekleund en dat de gasbaten veel te ruim zijn geraamd. Daar is bij de Najaarsnota voor gewaarschuwd, maar desondanks zijn die ingeboekt om een heel mooi financieel plaatje te krijgen.

De heer Weekers (VVD):

De tegenvallende gasinkomsten reken ik deze minister niet aan. Het gaat om het volgende. De minister moet er bij uitgavenoverschrijdin­gen voor zorgen dat er maatregelen worden genomen om overschrijdingen terug te draaien of in te perken dan wel alternatieve bezuinigingen aan te dragen. Het is natuurlijk waar: een deel betreft doorwerking van het vorige kabinet. Deze minister van Financiën krijgt daarmee te maken: de boedelbrief, tegenvallers in de zorg enzovoorts. Je kunt wel achterom kijken en zeggen: daar ligt de schuld, maar je moet vooruitkijken en zorgen dat de problemen worden opgelost. Van de heer Cramer had ik verwacht dat hij samen met zijn coalitiepartners, zeker gelet op de grote woorden die zijn fractievoorzitter Slob samen met CDA-fractievoorzitter Van Geel eind april heeft gebezigd, afspraken zou hebben gemaakt over het dichten van het gat.

De heer Cramer (ChristenUnie):

De heer Weekers gaat heel makkelijk voorbij aan het verhaal van die aardgasbaten. Dat zou niet te verwijten zijn aan deze minister. Dat klopt, maar het is wel te verwijten aan de vorige minister. Bij de Najaarsnota is tegen die minister gezegd: u boekt veel te hoog in. En willens en wetens heeft hij daaraan vastgehouden. Dus, mijnheer Weekers, die erfenis is volledig te wijten aan het vorige kabinet. U praat over grote woorden, maar wij hebben in het coalitieakkoord een stevig kader neergezet. De minister heeft aangegeven dat hij daar de hand aan zal houden. Ik snap uw verontwaardiging dus niet zo goed en ik zou graag een reactie krijgen op het gat dat u hebt laten vallen.

De heer Weekers (VVD):

Ik heb geen gat laten vallen, ik ben geen minister van Financiën. De aardgasbaten zijn op een bepaalde wijze gecalculeerd. Er kunnen waarschuwingen zijn uitgebracht, maar ik heb een- en andermaal aangegeven dat het deze minister niet valt te verwijten dat er tegenvallers in deze sfeer zijn. Deze minister kan er ook niets aan doen dat er meevallers in de belastinginkomsten zijn. Hij moet er wel voor zorgen dat de uitgaven worden beheerst. De heer Cramer kan zeggen dat de uitgaven beheerst zullen worden, maar ik concludeer dat dat in 2007 niet zal gebeuren. Hoe zal het uitgavenkader voor 2008 eruitzien? Het zal, zo vrees ik, behoorlijk worden opgehoogd.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik loop al een paar jaar mee, maar het is echt lang geleden dat wij bij gelegenheid van een voorjaarsnota een stuk van het kabinet behandelden waarin het begrotingssaldo 5 mld., een vol procentpunt bbp, slechter is dan wat een halfjaar geleden door de minister van Financiën werd beloofd. Een vol procentpunt, dat is lang geleden! Terwijl het economisch allemaal lekker loopt, hetgeen goed voor de begroting is. Desondanks één procentpunt bbp verslechtering! De heer Weekers mag grote woorden richting minister Bos bezigen, maar het zou hem sieren als hij hier ronduit zou erkennen dat in september door het derde kabinet-Balkenende, onder auspiciën van zijn partijgenoot de heer Zalm, een begroting is ingediend die in alle opzichten te feestelijk is geweest. Daardoor zijn wij nu, ondanks gunstig economisch tij, 5 mld. kwijtgeraakt. Zo bijzonder is de Voorjaarsnota die wij hier bespreken!

De heer Weekers (VVD):

Ik ga hier geen enkel cijfer verdoezelen. Dat het over grote bedragen gaat, erken ik. Sterker nog, in de Voorjaarsnota wordt de indruk gewekt dat wij worden geconfronteerd met een tekort van 2 mld. Als ik meetel de incidentele meevallers in de EU-afdracht (340 mln.), het Infrastructuurfonds (693 mln.) en de macrobijstelling socialezekerheidskader (187 mln.), concludeer ik dat de structurele tegenvallers in de uitgavensfeer groter zijn dan worden gepresenteerd. Daar zal een oplossing voor gevonden moeten worden. Natuurlijk had ook ik liever gezien dat de uitkomsten vandaag dichterbij de raming hadden gezeten. Hoe lossen wij het zaakje op?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het is uw goed recht om de heer Bos zo hard aan te pakken in dit debat. Dat is lekker voor het debat, prima. Maar zou het niet chic zijn om ook even te kijken naar het eigen recente politieke verleden en te erkennen dat de begroting die de VVD heeft ondersteund, twee maanden voor de verkiezingen ingediend door minister Zalm van uw partij, wel erg ruim in de jas zat en misschien iets te positief was?

De heer Weekers (VVD):

Uiteindelijk zien wij dat pas wanneer het jaar wordt afgesloten. De heer Irrgang heeft al gewezen op de prijs van de olie. De prijs van olie is nu bijna € 20 per vat hoger dan de prijs waarvan eerder is uitgegaan. Dat betekent dat het zaakje nog wel zal fluctueren. Wij hebben inkomstenmeevallers dankzij het economisch getij. Ik betreur het ook dat wij uitgaventegenvallers hebben, maar laten wij daarvoor een oplossing vinden.

De heer Crone (PvdA):

De motie van de heer Rutte, ingediend bij het beleidsprogramma, is door hem aangehouden en zou vandaag weer op de agenda staan. In die motie staat precies wat u zegt, namelijk dat uitgavenoverschrijdingen binnen het afgesproken uitgaventotaal moeten worden opgevangen. Ik ben het met u eens: wij moeten niet naar het verleden kijken; wij moeten de oplossing-Rutte volgen. Ik dacht: Frans Weekers is een eerlijke vent, die komt ervoor uit. Maar ik heb nog geen amendement gezien. U heeft de dure plicht om twee keer per jaar de begroting aan te passen, nu en bij de Miljoenennota. Dus uw woorden zijn hol, tenzij u nu zegt hoe u ervoor gaat zorgen dat deze uitgaven binnen het uitgavenkader passen? Wees een vent, dat moet u nu zeggen. De heer Irrgang is een vent, want hij zegt dat dit een goede begroting is. Hij dient geen voorstel in voor extra geld, maar is tevreden voor dit jaar.

De heer Weekers (VVD):

Ik kan mij heel levendig voorstellen dat de SP ontzettend blij is met wat er nu gebeurt, want de SP gelooft heilig in een grote overheid en weinig ruimte voor de burger, althans in de portemonnee. Ik kan de houding van het CDA absoluut niet plaatsen, dat zich dat schouderklopje van de SP laat welgevallen.

In de uitgavensfeer constateer ik niet alleen dat het kabinet wordt geconfronteerd met tegenvallers, maar ook dat beleidskeuzes leiden tot forse extra uitgaven. Wat mij betreft, kunnen die het eerst worden geschrapt. Ik noem de WAO/WIA/brugbanen en het generaal pardon. Bovendien is het volstrekt prematuur om op dit moment al de eerste tranche te nemen van de schuldenproblematiek van de Antillen. Ten eerste is het probleem met Curaçao nog helemaal niet opgelost; wij weten nog totaal niet wat de positie van Curaçao is. Ten tweede heeft een deel van de Kamer, in elk geval mijn fractie, aan de schuldsaneringsregeling voor de Antillen de voorwaarde verbonden dat de terugkeerregeling voor criminele Antilliaanse jongeren een onderdeel daarvan is. Het zijn in juridische zin weliswaar gescheiden trajecten, maar wij hebben gezegd dat wij dat uiteindelijk gemeenschappelijk willen beoordelen. Wil je daar problemen oplossen, dan moet je ook hier problemen oplossen. Dat gebeurt niet; dat doet het kabinet niet. Ik heb al een aantal onderdelen aangeduid waarin wat mij betreft het mes kan worden gezet. Dat had de heer Crone ook kunnen doen.

De heer Crone (PvdA):

Dit gaat volstrekt langs mijn vraag heen. Het kabinet zelf doet een aantal uitgaven, maar die zijn saldoneutraal en worden gedekt uit andere bezuinigingen en meevallers, allemaal in het uitgavenkader. Daarmee haalt u niet de 2 mld. binnen die nodig is om binnen het uitgavenkader te blijven. U moet nu man en paard noemen. Als u vindt dat wij binnen het zorgkader moeten blijven, moet u nu 2 mld. op tafel leggen. Anders is uw verhaal hol en niks waard. Dan moet u geen grote broek aantrekken en kunt u anderen niet verwijten dat zij niet naar de toekomst kijken. Ik vraag dan ook welke amendementen u gaat indienen.

De heer Weekers (VVD):

Ik verwijt de PvdA absoluut niet dat zij gaat potverteren, nu zij voor het eerst sinds jaren weer in de coalitie zit. Ik verwijt u ook niet dat u niet ingrijpt in de uitgaven in de zorg, die hier en daar uit de hand lopen. Sterker nog, u heeft aangekondigd dat een aantal pakketverruimende maatregelen wordt genomen. Bijvoorbeeld de pil komt opnieuw in het pakket. Verwijt mij dan niet dat ik vandaag geen concrete amendementen heb ingediend. U zult bij de begroting 2008 heel concrete tegenvoorstellen van de VVD tegemoet kunnen zien. Wat het totaalplaatje betreft, verwijs ik nog maar eens naar het boekwerk "Keuzes in kaart". De VVD zou heel wat andere keuzes hebben gemaakt.

De heer Crone (PvdA):

Ik stel vast dat er geen amendementen op de Voorjaarsnota komen en dat de VVD zich bij dezen neerlegt bij deze Voorjaarsnota. U dient zelfs geen amendement voor 10 mln. in. Nou, dat is ferm!

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb goed naar de heer Weekers geluisterd. Voor 0,5% is het onvermijdelijk door de tegenvallers in de aardgasbaten, zegt hij. Er ligt een boedelbrief van het oude kabinet, ongeveer 0,2%. Daarmee zitten wij op 0,7%. De kosten in de zorg zijn sterker gestegen dan aanvankelijk geprognosticeerd, ook 0,2%. Dan zitten wij tegen die 1% aan. Er was 0,2% voorspeld, dus wij zitten met een tekort van 0,8%. De heer Weekers doet zelf een constatering, maar hij geeft niet aan wat hij eraan wil doen. Wilt u snoeien in de zorg? Wilt u de belastingen verhogen? Dan zou u concreet zijn. Maar u zegt alleen: kijk eens, dit is overgekomen van het vorige kabinet en wij doen er niks aan, maar in 2008 zal ik met nieuwe voorstellen komen. Ik constateer dat de heer Weekers niets doet aan 2007 en dat hij ook niet bereid is om er verder iets aan te doen, want dan zou hij wel met concrete plannen komen. Wilt u wat doen aan de zorg omdat daar tegenvallers zijn? Wat wilt u eraan doen? En wilt u de belastingen verhogen? Dat hoor ik in zijn verhaal.

De heer Weekers (VVD):

De heer De Nerée heeft kennelijk slechte oren. Het is goed dat de oorarts nog wel in het pakket zit.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De oren zijn slecht, maar het gehoor is goed.

De heer Weekers (VVD):

U hebt mij totaal niet over lastenverhoging gehoord. U zult mij er zo meteen nog even over horen, want ik vind dat wij een aantal belastingen niet moeten verhogen. Wij moeten de uitgavenkaders blijven vasthouden. Bij tegenvallende uitgavenontwikkelingen moeten hier en daar maatregelen worden genomen. Je kunt kijken in de pakketsfeer; ik heb zojuist al een voorbeeld gegeven. In elk geval kun je beginnen met het schrappen van de beleidsintensiveringen van de nieuwe coalitie voor dit jaar, waarvan ik er al enkele heb genoemd. Wanneer wij een deal kunnen sluiten, mijnheer De Nerée, zal ik zo meteen allerlei amendementen formuleren die ik graag samen met u zal indienen om het gat een stuk kleiner te maken. Zojuist heb ik al een aantal suggesties gedaan.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Ik heb aan de heer Weekers gevraagd wat hij gaat doen. Hij gaat nu nadenken over amendementen over 2007. Ik hoor inmiddels dat hij iets aan het pakket gaat doen en dat hij ook nog andere dingen gaat doen. Hij geeft niet aan wat hij doet aan het tekort van 2,5 mld. aan aardgasbaten, maar ik wacht het af. Ik heb gevraagd wat hij gaat doen aan de zorg en aan de lastenkant. Over de zorg heb ik iets gehoord, bijvoorbeeld pakketverkleining. Over de lastenkant heb ik nog niets gehoord.

De heer Irrgang (SP):

Ik begrijp dat de heer Weekers vindt dat de extra uitgaven in de zorg moeten worden opgevangen door extra bezuinigingen in de zorg. Betekent het verkleinen van het pakket of het invoeren van een eigen risico ook niet dat de burger in zijn portemonnee wordt gepakt?

De heer Weekers (VVD):

Natuurlijk zal de burger dat uiteindelijk voelen in de portemonnee. Daar kun je niet omheen. Maar u kent het verkiezingsprogramma van de VVD. Wij willen ook lastenverlichting door de belastingtarieven in vier jaar tijd te verlagen. Daarmee krijgt de burger weer extra ruimte in zijn portemonnee om andere tegenvallers en lastenverzwaringen op te vangen.

De heer Irrgang (SP):

Dan constateer ik dat de VVD klaagt over lastenverzwaring, maar zelf met voorstellen komt die de burger uiteindelijk ook in de portemonnee pakken. Of je nu door de hond of de kat wordt gebeten, maakt in dit geval weinig uit.

De heer Weekers (VVD):

Van eigen betalingen in de zorg gaat wel degelijk een remmende werking uit, waarmee je voorkomt dat de zorguitgaven nog verder uit de pas lopen.

De minister heeft ons geschreven dat hij het weinig zinvol acht om de huidige uitgavenramingen te toetsen aan het uitgavenkader uit de Miljoenennota 2007, omdat dat is opgesteld door het vorige kabinet. Ik vind dat een wonderlijke redenering. Wij weten dat dit kabinet zich al jaarlijks 2 mld. rijk rekent door uit te gaan van een hogere economische groei. Maar die zijn al belegd in het grote plaatjesboek van het 100-dagensprookje van de heer De Nerée. Zie ik het goed dat de uitgavenoverschrijdingen à 3 mld. uit de Voorjaarsnota daarbovenop komen? Of worden die in de loop van dit jaar of volgend jaar weggewerkt conform het coalitieakkoord? Als ze niet worden weggewerkt, vraag ik de minister hoe ze worden gedekt. Gebeurt dat met meevallers in de inkomstensfeer, of met extra belastingmaatregelen? Ik ben daar heel erg benieuwd naar, want als dat het geval is, lijkt het er in elk geval op dat ook de norm dat inkomsten en uitgaven worden gescheiden, voor 2007 niet wordt gehanteerd. Dat was de derde leugen uit het CDA-verkiezingsprogramma.

Ik heb zojuist vragen gesteld over 2007. Ik ben erg benieuwd hoe de uitgavenkaders straks in de Miljoenennota 2008 eruit komen te zien. Los van de concrete hoogte, zou ik van de minister willen weten op basis waarvan dit gebeurt. Is de Miljoenennota 2007, plus de afspraken uit het regeerakkoord, dus de opplussing met circa 2 mld. per jaar en een andere wijze van rentetoerekening, het uitgangspunt? Of gaat de minister dat op een andere manier regelen? In elk geval krijg ik graag inzicht in het verloop in de jaren, zodat wij op de een of andere manier de aansluiting tussen 2006 en 2007, en 2008 en verder kunnen zien om te voorkomen dat er iets wordt weggemoffeld.

Het gaat goed met de Nederlandse economie. De economische ontwikkelingen in 2006 waren positief, en het herstel zet zich in 2007 door. Dat is vooral dankzij de moeilijke, maar noodzakelijke maatregelen van het vorige kabinet. Het IMF heeft het vorige kabinet dan ook geprezen, en noemt de begrotingsconsolidatie in de afgelopen jaren indrukwekkend, mede gezien de belangrijke structurele component. Over het nieuwe kabinet is het IMF in elk geval minder lovend. Het IMF maant Den Haag tot beperking van de uitgaven, het adviseert tot 2011 voorzichtige uitgavenplafonds te hanteren, en zegt dat het in de huidige situatie met een sterke economische groei, in combinatie met de krappe arbeidsmarkt, van belang is om de overheidsuitgaven in te perken, om zo oververhitting van de economie te voorkomen, en om de consequenties van de vergrijzing voor de overheidsfinanciën op te vangen. Het IMF doet dan ook de aanbeveling, onverwachte meevallers in 2007 – dat zijn de meevallers in de inkomstensfeer, vanwege de gunstige conjunctuur – direct in de aflossing van de staatsschuld te laten lopen. Overigens meen ik dat ook in het coalitieakkoord te hebben gelezen, maar ik heb uit de interventie van de heer De Nerée tot Babberich begrepen dat dit voor 2007 niet zal gelden. Hoe ziet de minister zijn ambitie als minister van Financiën? Volgens mij ben je niet zozeer een goede minister van Financiën als je geluk hebt met de meevallende inkomsten, maar wel als je de uitgaven weet te beheersen. Welke ambitie heeft hij en hoe streeft hij die na? Ik heb overigens niet al te hoge verwachtingen meer, na de eerste termijn van de heer De Nerée tot Babberich, omdat de financiële waakhond van het CDA kennelijk zijn tanden is kwijtgeraakt. Dat vind ik jammer, want ik ken hem als iemand die graag ergens zijn tanden in zet. Ik steun hem als het gaat om het onderzoek naar de uitgaven bij de publieke omroepen, maar ik hoop niet dat dat een schaamlap is om het vieren van de teugels te bedekken.

De heer Pechtold (D66):

Samen een beetje grommen naar de media, maar elkaar verwijten een kunstgebit te hebben! Dat zit waarschijnlijk niet meer in het fonds! Waardoor bent u overtuigd dat er een onderzoek moet komen naar de publieke omroep?

De heer Weekers (VVD):

Omdat de VVD in het algemeen er voorstander van is om categorieën van overheidsuitgaven, zeker als ze worden besteed door instellingen die op wat grotere afstand staan van de minister, kritisch tegen het licht te houden. Ik had mij kunnen voorstellen dat de heer De Nerée met een ander voorstel was gekomen. Als blijkt dat bestuurders flink verdienen, of dat middelen worden besteed aan andere doeleinden, moet daar eens goed naar worden gekeken. Ik vind het ook heel goed dat de Rekenkamer kritisch kijkt naar alle departementen. Bij diverse departementen, ook waar VVD'ers de afgelopen jaren de regie hebben gevoerd, zijn heel kritische opmerkingen gemaakt, die nu ter harte moeten worden genomen.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb geleerd dat lange antwoorden meestal geen heldere antwoorden zijn. U zegt dat het gaat om zaken die ver van de minister af staan, maar dat geldt voor alle 457 zbo's, dat zijn allemaal zaken die op een afstand van de minister staan, maar wel onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen. Het was een voorstel van het CDA, dus als dat met een van de 456 andere zbo's was gekomen, had u het ook goed gevonden. Dat neem ik aan van niet. Kunt u het argument noemen waarom u net als het CDA bij de publieke omroep terechtkomt?

De heer Weekers (VVD):

De huidige coalitie trekt extra middelen uit voor de publieke omroep, met name om tegenvallende reclame-inkomsten te compenseren. Ik krijg signalen dat er totaal geen sprake is van tegenvallende reclame-inkomsten. Als wordt bekeken of bijvoorbeeld kan worden gekort op de publieke omroep, wordt er onmiddellijk geschermd met de redenering dat dat ten koste gaat van de kwaliteit van de programma's. Ik zou dat getoetst willen zien. Nu de heer De Nerée met dat voorstel is gekomen, zouden wij dat moeten steunen. Was dan met een ander voorstel gekomen, dan had ik dat op zijn merites beoordeeld! Misschien komt u straks nog met een voorstel, dat zal ik dan in welwillende overweging nemen. Wij moeten altijd extra goed kijken naar de besteding van de centen van de belastingbetaler.

De Commissie heeft het begrotingsbeleid van deze minister laks genoemd. De kritiek van het geesteskind van de heer De Nerée, de REA, was ook niet mals. Hij schreef de Kamer dat het beter zou zijn om de begrotingsregels van Zalm in ere te herstellen, uit te gaan van een behoedzame economische groei en meevallers te gebruiken voor aflossing van de staatsschuld. Het is mij een raadsel, hoe de heer De Nerée dat rapport in hemelsnaam kon bestempelen in de NRC als ondersteuning van zijn beleid. Ook andere gezaghebbende instituten, zoals de OESO en DNB zeggen dat de Nederlandse economie op het kookpunt komt, en dat dit kabinet daarom niet meer moet gaan uitgeven.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Hebt u het rapport goed gelezen? De REA constateert namelijk ook dat het uitgangspunt van 2% jaarlijkse groei een realistisch uitgangspunt is, terwijl het in een eerdere fase nog aan de 1,75% vasthield. Dat moet u dan ook even meenemen. Wij vinden dit een steun in de rug, omdat de REA pleit voor de handhaving van strikte begrotingsregels. Wij hebben strikte begrotingsregels, en wij pleiten ook voor strikte handhaving daarvan.

Voorzitter: Verbeet

De heer Weekers (VVD):

De heer De Nerée tot Babberich zegt nu heel gemakkelijk dat er goede begrotingsregels zijn en dat wij die strikt handhaven. Voor 2007 laat hij die regels in ieder geval vieren. Ik beschouw zijn woorden als waarschuwing aan de minister van Financiën dat vanaf 2008 het speelkwartier is afgelopen.

Ik kom op het realistisch scenario. In de visie van de VVD-fractie is een economische groei van 2% realistisch. Wij hebben ervoor gekozen om er 0,25% onder te duiken – dat deed de CDA-fractie in haar verkiezingsprogramma overigens ook – omdat wij het geld niet op basis van het realistisch scenario willen uitgeven. Wij willen dat doen op basis van het behoedzaam scenario. Dat leidt immers tot een grotere buffer om tegenvallers op te vangen. Die buffer ontneemt het kabinet zich de komende jaren. Ik vrees dan ook dat wij de komende jaren het probleem dat in de Voorjaarsnota is verwoord nog vaker zullen tegenkomen.

Ik ga in op de krapte op de arbeidsmarkt in combinatie met de signalen dat de inflatie aanwakkert. Die krapte zal uiteindelijk leiden tot een loonprijsspiraal. De concurrentiepositie van Nederland zal na jaren van moeizaam herstel weer snel achteruit kachelen. De looneisen die volgen, worden voorts nog door twee keuzes van het kabinet opgeschroefd. Ten eerste heeft de door dit kabinet afgesloten goudomrande cao voor ambtenaren een riante bodem in de markt gelegd. Ten tweede zullen hardwerkende Nederlanders er niets van begrijpen als zij in een bloeiende economie uiteindelijk aan koopkracht moeten inleveren. Ook dat komt voort uit foute keuzes van het kabinet. Het heeft een fors pakket aan lastenverzwaring in petto. Dat gebeurt niet nu, bij deze Voorjaarsnota. Wij hebben afgelopen vrijdag echter een stuk van het CPB gezien, dat een vertaalslag is van het coalitieakkoord, waaruit die lastenverzwaring duidelijk blijkt. De lastenverzwaringen die worden genoemd zijn: bpm op nieuwe auto's, energieheffingen op motoren en apparaten, het verhogen van luchthavenbelasting, het verhogen van de accijns op alcohol en tabak, btw-verhoging voor activiteiten waaraan gezinnen plezier beleven – ik noem kermissen en pretparken – het verlagen van de algemene heffingskorting op de inkomstenbelasting en het fors verhogen van de zorgpremies. Het laatste is onder andere het gevolg van het feit dat het kabinet het basispakket straks zal uitbreiden en dat het nog geen maatregelen in het vooruitzicht heeft gesteld om de zorguitgaven in de hand te houden. Ik verzoek de minister om daarop in te gaan.

Gisteren heb ik in het Algemeen Dagblad gelezen dat de financieel woordvoerders van de fracties van het CDA en de PvdA hebben gezegd dat het kabinet maatregelen moet nemen om de koopkracht van de mensen met de lagere inkomens op te vijzelen. Als zij echter blijven vasthouden aan hun onzalige belastingplannen voor 2008, kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat de hardwerkende middengroepen het gelag zullen betalen. De VVD-fractie maakt zich daarover ernstige zorgen. Zij kan zich niet voorstellen dat de CDA-fractie haar verkiezingsbelofte breekt en dat zij niet opkomt voor de middengroepen. De VVD-fractie hoopt wel dat de CDA-fractie haar steunt in de gedachte dat koopkrachtverlies in een bloeiende economie onacceptabel is en dat er in ieder geval voor moet worden gezorgd dat hardwerkende mensen meer ruimte krijgen in hun portemonnee nadat zij jarenlang de broeksriem moesten aanhalen. In tweede termijn zal ik over deze kwestie een Kameruitspraak vragen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De heer Weekers heeft in het Algemeen Dagblad geen quote van mij aangetroffen. Ik heb gezegd dat wij afwachten wat er in de Miljoenennota 2008 over de koopkracht is vermeld. De tranen schieten mij in de ogen als ik de heer Weekers over de koopkracht hoor. Enige tijd geleden hebben wij geprobeerd om de energielasten met € 35 te compenseren. De minister van Financiën en de VVD-fractie heeft toen bijna een kabinetscrisis veroorzaakt. Het klinkt mij dan ook een beetje vreemd in de oren als de heer Weekers zegt dat het belangrijk is om voor die mensen op te komen. Ik zeg nogmaals dat ik afwacht wat er in de Miljoenennota staat. De energiekosten zullen omlaag gaan en er ligt een voorstel voor het omlaag brengen van de WW-premies.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Er is een bekend gezegde dat wie zijn geschiedenis vergeet, gedoemd is om haar over te doen. Aan dat gezegde moest ik denken toen ik de stukken van de Voorjaarsnota doornam. Mij staan de jaren van hoogconjunctuur ten tijde van het tweede paarse kabinet nog helder voor de geest. Minister Zalm heeft later ruiterlijk toegegeven dat de toenmalige regering veel striktere begrotingsregels had moeten blijven toepassen. Iets dergelijks begon zich vorig jaar ook af te tekenen. Ik vraag de minister hoe hij dit ziet. Hij had op een andere plaats op de werkvloer van de democratie zo zijn opvattingen daarover.

Mijn fractie constateert dat het huidige kabinet in dezelfde valkuil dreigt te vallen als het tweede paarse kabinet. De Zalmnorm is ingeruild voor de Bosnorm. Die Zalmnorm zou te rigide en te strak zijn. De norm zou als te stringent worden ervaren. Door uit te gaan van de trendmatige groei in plaats van de behoedzame raming kan extra geld uitgegeven worden. Mijn fractie vindt dat bedenkelijk. Wie zijn geschiedenis vergeet, is immers gedoemd om haar over te doen. Ik denk dat de minister mij zal tegenwerpen dat afgesproken is dat er in het jaar 2011, het laatste jaar van dit kabinet als het de rit uitzit, een overschot zal zijn van een procentpunt. Is dat niet het vooruitschuiven van problemen? Moeten die niet in het eerste jaar worden aangepakt? Ik moet nog zien dat de PvdA-fractie als de campagnetijd nadert, met de hete adem van de SP in de nek, zware bezuinigingen doorvoert. De oproep van mijn fractie aan de regering is om ervoor te zorgen dat in deze tijd van hoogconjunctuur de aandacht voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën niet verslapt. In dat licht valt het mijn fractie tegen dat bij de eerste tegenvaller voor dit kabinet, een verslechtering van het EMU-saldo met 0,9% bbp, geen forse bezuinigingen volgen. Het kabinet geeft slechts aan dat het saldo naar verwachting in 2008 verbetert. Dat mag ik hopen. Is dat echter een stevige basis onder het financiële beleid? Is dat vertrouwenwekkend?

Ook de Raad van Economisch Adviseurs is kritisch over het kabinetsbeleid. Over het gezag van die raad is al het nodige gewisseld. Volgens de raad staat het huidige kabinet bloot aan drie gevaren. De economie groeit uitbundig. In afwezigheid van begrotingsdiscipline kan dit tot een opwaartse druk op de overheidsuitgaven leiden. Een neiging tot overdadig overheidsbemoeienis is onmiskenbaar. Pijnlijke maar noodzakelijke hervormingen dreigen uitgesteld te worden. Juist in tijden van hoogconjunctuur moeten hervormingen aangepakt worden. Enkele voorbeelden zijn genoemd. Ik noem het AOW-dossier, de bpm en een switch bij de aftrek voor buitengewone uitgaven. Dat zijn grote dossiers waar van alles en nog wat aan vast zit. Wij moeten daarmee behoedzaam en zorgvuldig omgaan. Wij moeten er echter ook niet te lang mee wachten. Laat de risico's van zo-even genoemde analyse toch geen kans krijgen!

Bij behandeling van de VWS-begroting op 18 januari van dit jaar heeft de Kamer een motie van mijn hand breed gesteund. Die motie vraagt de regering om met de schippersinternaten in overleg te treden over de budgettering daarvan. Daar spelen allerlei ontwikkelingen. Het op de internaten gebodene staat ter discussie. Dat kan niet meer voor dat budget. De motie vroeg om in het kader van de Voorjaarsnota in financiële zin terug te komen op de gesprekken met de sector. Van die motie wordt in de Voorjaarsnota niet gerept. Dat is wel toegezegd. Van de minister voor Jeugd en Gezin heeft de Kamer een karige brief gekregen dat hij bezig is met gesprekken met de sector. De Kamer wordt daarover van de zomer geïnformeerd. Ik wil het echter bij deze gelegenheid afhandelen. Het gaat om een bedrag van 1 mln. of daaromtrent.

Ik sluit mij aan bij de woorden van collega Cramer over Defensie. Het perspectief voor de begroting van Defensie is slecht. Dat kan niet met alle internationale inspanningen van Nederland bij vredesmissies enzovoorts. Ik hoor graag de toezegging dat hier wat gebeurt.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Normen en waarden kunnen soms erg effectief zijn. Neem de Zalmnorm, ingevoerd door het eerste paarse kabinet. De staatsschuld bedroeg toen rond de 65% van het bbp. Inmiddels is die gezakt tot onder de 50%. Natuurlijk is dat niet uitsluitend te danken aan het budgettaire beleid van de afgelopen twaalf tot dertien jaar. Ook de economische groei speelde een rol, al moet ik zeggen dat er in de periode van 2003 tot 2005 een ernstige vertraging is geweest. Van essentieel belang in al die jaren was de disciplinerende werking van de Zalmnorm.

Deze coalitie heeft kans gezien om binnen de eerste honderd dagen de eerste twee elementen van de Zalmnorm te grabbel te gooien en onduidelijkheid te creëren over de derde. Om te beginnen de voorzichtige groeiraming. In het coalitieakkoord is daarvan afgestapt, nog voordat de honderd dagen goed en wel waren begonnen. Dan het hoofdbesluitvormingsmoment. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de gang van zaken rond het beleidsprogramma en de Participatietop de boel hier enigszins heeft vertroebeld. Helemaal bont maakt de minister van Financiën het met de Voorjaarsnota. Die is naar de Kamer gestuurd op 29 mei 2007, nog binnen de eerste honderd dagen dus.

Ik reken het de minister niet aan dat er een tegenvaller aan de ontvangstenkant van de begroting is. Die is er met name door de tegenvallende aardgasbaten door de zachte winter. De bedoeling van het trendmatige begrotingsbeleid is immers dat er geen paniekmaatregelen hoeven te worden genomen als de inkomsten tegenvallen. Het is goed zolang het EMU-tekort maar niet boven een bepaalde signaalwaarde uitkomt. Kortom, een hoger begrotingstekort als gevolg van inkomstentegenvallers is binnen zekere grenzen conform de spelregels.

Met die spelregels is er echter een probleem. De minister heeft nog altijd geen uitgavenkaders vastgesteld. In de Voorjaarsnota toetst hij de uitgaven dus niet aan de kaders. En heeft het kabinet ergens de beschikking over een norm die werkt en die toepasbaar is, dan wordt die buiten werking gesteld. De Zalmnorm is immers aan de kant geschoven. Het excuus van de minister in de antwoorden op de schriftelijke vragen over de Voorjaarsnota overtuigt mij totaal niet. Het nieuwe uitgavenkader moet nog worden vastgesteld en in een toetsing aan het uitgavenkader van het vorige kabinet heeft dit kabinet geen zin. Daar komt het eigenlijk op neer. Een mooie boel is dat! Daar komt de minister echter niet mee weg. Hij kan toch niet een half jaar zonder uitgavenkader regeren? Wie rekent en doet alsof het oude uitgavenkader nog van toepassing is, ziet dat dit oude kader met ruim 2 mld. wordt overschreden. Er is een overschrijding in de zorg van 2 mld. zonder compensatie. Het kabinet definieert het probleem weg, zodat het niet opgelost hoeft te worden. Ook de voorgaande kabinetten kenden financiële tegenvallers. Die kwamen dan altijd in actie. Regering regeer, zo zou ik willen zeggen. Nu is het wachten op de Miljoenennota 2008. De Voorjaarsnota trekt de meeste zorgtegenvallers in 2007 alvast door naar latere jaren. Hoe moet ik dit zien?

De heer Crone (PvdA):

U zegt dat vorige kabinetten altijd prompt reageerden op tegenvallers bijvoorbeeld in de zorg. Omdat er meevallers tegenover stonden, bijvoorbeeld in de sociale zekerheid, was een dergelijk optreden echter steeds niet nodig. Kunt u mij één jaar noemen waarin minister Zalm voorstellen deed om het zorgkader te handhaven? Vaak is het onmogelijk om tijdens het lopende jaar pakketten te verkleinen of premies te verhogen. Zelfs een regering met D66 heeft dat nooit gedaan.

De heer Pechtold (D66):

Het is wel mogelijk om op het moment dat zich tegenvallers voordoen ervoor te zorgen dat daar adequate bezuinigingen tegenover staan. Ik stel vast dat het kabinet dat niet doet. Er zijn al een paar debatjes hierover gevoerd. Dit kabinet schuift de tegenvallers gewoon voor zich uit. Het CDA spreekt nu stevige woorden dat dit in de komende jaren moet worden aangepakt. Met anders begroten en een minister van Financiën die zegt dat tegenvallers niet gecompenseerd hoeven te worden, kom je er niet. De kabinetten waar D66 in zat hebben dat altijd wel gedaan. Soms moeten dan pijnlijke maatregelen worden genomen en moet er in hetzelfde jaar worden bezuinigd maar dat is de afspraak die met elkaar wordt gemaakt.

De heer Crone (PvdA):

Ik stel vast dat u mij gelijk geeft. U kunt niet één jaar noemen waarin lopende het jaar voor tegenvallers die vanaf februari naar voren kwamen, dekking werd gezocht in het zorgpakket of in de premies. Zalm had steeds de mazzel dat zich uitgavenmeevallers voordeden in de sociale zekerheid waarmee hij de tegenvallers in de zorg kon compenseren. Die mazzel is er nu niet. Ik ben net als de VVD-fractie benieuwd naar uw grote woorden en of u straks hier komt te staan als de keizer zonder kleren. Welke voorstellen kunt u doen om nu het zorgkader te handhaven?

De heer Pechtold (D66):

Ik wil die handschoen best oppakken maar ik hoop dan wel dat de tijd die ik daarvoor nodig heb niet van mijn spreektijd wordt gehaald.

De voorzitter:

Zolang u het kort houdt. Een handschoen zonder vingers.

De heer Pechtold (D66):

Zoals u van mij gewend bent.

De voorzitter:

Ik ken u ja.

De heer Pechtold (D66):

Ik zal ingaan op het voorbeeld van de Antillen. Het is natuurlijk idioot om opeens 410 mln. in te boeken als een probleem terwijl dat op dit moment helemaal niet aan de orde is. Mijn partij zou daar nooit op deze manier mee zijn omgegaan. D66 zou ook de herbeoordeling van de 45- tot 50-jarigen, 39,4 mln., niet op deze manier hebben aangepakt. Mijn partij zou de uitkeringen Wajong niet met 64 mln. hebben verhoogd noch de WAO met 223 mln. hebben verhoogd. Dit zijn zaken die ik even zo noem en daarmee zit ik al op de helft van het probleem. Als ik in het kabinet had gezeten, had ik pogingen gedaan om de zorgoverschrijdingen terug te dringen en niet het pakket almaar uitbreiden zodat de overschrijdingen zich blijven voordoen.

De voorzitter:

Uw spreektijd loopt weer.

De heer Pechtold (D66):

Ik kom dan helaas net niet tot die 2 mld. Dat ligt dan aan de tijd.

Voorzitter. Ik vrees dat het coalitieakkoord ook voor de toekomst weinig goeds voorspelt. Ik hoor de bewindslieden keer op keer vol trots zeggen dat zij in 2011 op een begrotingsoverschot van 1% uitkomen. Het IMF benadrukt echter, op basis van CPB-berekeningen, dat er in 2011 een structureel overschot van 3,5% nodig is, of andere maatregelen met effecten op de lange termijn, om de vergrijzing betaalbaar te houden. Daar komt dit kabinet bij lange na niet in de buurt. De oplossing van D66 is bekend.

Ik heb geen begrip voor de lakse houding van het CDA. Voor 2003 werd van tevoren een begrotingstekort van 0,5% bbp verwacht. De economie stortte vervolgens dusdanig in dat het tekort uiteindelijk uitkwam op 3,2%. Samen met CDA en VVD hebben wij toen in Balkenende II de schouders eronder gezet om de zaak recht te trekken, en met succes. In 2006 was er uiteindelijk een begrotingsoverschot van 0,6%. Waarom stelt het CDA alles wat er op financieel gebied is bereikt nu in de waagschaal? Het CDA zet daarmee in de toekomst de AOW op het spel. De meest pijnlijke illustratie daarvan was de pluim die het CDA vandaag van de SP kreeg.

Zelfs nu het goed gaat met de economie kan het kabinet niet met een tegenvaller omgaan. Dat komt ervan als budgettaire spelregels niet serieus worden genomen. Een normloos begrotingsbeleid is een waardeloos begrotingsbeleid.

De heer Vendrik (GroenLinks):

U citeerde zojuist met grote instemming het IMF dat roept dat dit kabinet in 2011 een begrotingsoverschot van ruim 3% moet hebben in verband met de lasten die in de toekomst voortvloeien uit de vergrijzing. Ik herinner mij heel goed Keuzes in kaart, de doorrekening van alle partijprogramma's. Ook D66 kwam in de verste verte niet aan die 3%. Daar is overigens een goede reden voor want die vergrijzingslast wordt pas over dertig of veertig jaar actueel en hoeft dus niet in één kabinetsperiode al tot het resultaat van 3% overschot te leiden. Dat is onzin.

De voorzitter:

U hebt straks ook nog een eigen termijn waarin u dit allemaal kunt vertellen.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Mijn vraag is of D66 werkelijk wil streven naar een begrotingsoverschot van ruim 3% in 2012. Weet de heer Pechtold wel wat hij zegt?

De heer Pechtold (D66):

Het streven naar een doel is op zijn minst beter dan niets doen. De oplossing van D66 voor de vergrijzing is bekend. Ik wijs er in dit verband op dat D66 van het CPB de beste rapportcijfers kreeg ten aanzien van de vergrijzing omdat mijn partij keuzes durft te maken waar ik in deze Kamer nog niets over heb gehoord. Ik noem als voorbeeld het verhogen van de AOW-leeftijd. Als dit kabinet in de komende vier jaar de eerste vier maanden pakt, dan loopt dat probleem vanzelf minder hard op. U zou het op dit punt met mij eens moeten zijn.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het is mooi dat u mijn vraag gebruikt om een filippica tegen Bos te starten. Dat mag voor een deel ook wel. Mijn punt is evenwel dat u een moment in de toekomst kiest waarop er een bepaald begrotingsoverschot moet zijn; in 2011 moet er kennelijk een begrotingsoverschot van 3% zijn. Dat haalt D66 ook niet. Het kabinet kan dat niet verweten worden. Het is onverstandig om dat in 2011 al te willen.

De heer Pechtold (D66):

U luistert niet goed naar mijn woorden. Ik geef aan dat het IMF, met steun van het CPB, benadrukt wat nodig is. Als het IMF dat aangeeft, dan moet daar op zijn minst een ambitie op geformuleerd worden. Dit kabinet formuleert echter geen enkele ambitie ten aanzien van hervormingen; hervormingen op de woningmarkt, hervormingen in de vergrijzing, hervormingen in de zorg enzovoorts. In het afgelopen jaar, met een tegenvallende conjunctuur heeft D66 in Balkenende II de WAO, de prepensioenen en de zorg aan durven te pakken. Nu gaat het erom door te pakken zolang de wind in de rug staat. Ik heb het dan niet over cijfers achter de komma maar over het tonen van actie.

De vergadering wordt enkele minuten geschorst.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Dit is een bijzonder debat. Het is namelijk de eerste voorjaarsnota van de nieuwe minister van Financiën. Ik ben al jarenlang iemand anders tegenover mij gewend. Ik heb er zin in. Ik hoop dat de heer Bos dat ook heeft. Ik wens hem veel sterkte toe in de komende jaren; dat kan hij gebruiken.

Ook om andere redenen behandelen wij een bijzondere voorjaarsnota. Ik heb bij interruptie al aangegeven dat het een voorjaarsnota is zoals wij in jaren niet hebben gehad. Ondanks een voorspoedig draaiende economie, wat altijd goed is voor de overheidsbegroting, keldert het begrotingssaldo. In een half jaar, tussen september 2006 en mei 2007 is een bedrag van 5 mld. de sloot in gelopen.

Mijn eerste vraag aan de minister van Financiën is "hoe kan dit?". Hoe kan dat verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de raming zo groot zijn? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Ik zal maar vast een voorzet geven. Mijn taxatie is dat wij met terugwerkende kracht tot de financiële beschouwingen in oktober 2006 gewoon gelijk hebben gekregen. Er is toen een feestbegroting ingediend waar gewapperd is met geld. Er was sprake van ongerichte lastenverlichting voor iedereen om in november 2006 de verkiezingen te winnen. Er was sprake van een feestbegroting: eerst het zuur, dan het zoet. Het zoet was te rijk en nu zitten wij op de blaren en mag een volgend kabinet de troep van CDA en VVD weer opruimen. Graag een reactie van deze PvdA-minister van Financiën. Hoe ver zit ik er naast? Niet ver, denk ik.

Het is nog om een andere reden een interessante voorjaarsnota. Deze minister van Financiën werkt namelijk zonder kaders en dat is toch een vreemde aangelegenheid. Ik heb daar in april toch maar eens een paar vragen over gesteld. Ik dacht: daar gebeurt iets en dat is vreemd. De minister van Financiën heeft die vragen inderdaad beantwoord op 11 mei. Het wordt verder ook nog toegelicht in de antwoorden op de schriftelijke vragen. Hij zegt daar in antwoord op vraag 3: er zijn op dit moment dus nog geen uitgavenkaders, er is alleen een saldodoelstelling (en begrotingsregels). Nu had ik toch begrepen dat onderdeel van die begrotingsregels was dat je een kader had. Je had een uitgavenkader en een lastenkader. Daar hang je de werking van al die regels aan op. Als wij geen kaders hebben, moet ik concluderen dat wij dus ook geen regels hebben. Hoe zit het nu? Hoe moet ik dit antwoord nu begrijpen? Het is des te pikanter dat de minister van VWS die boodschap volgens mij niet had begrepen, want in zijn suppletoire begroting wordt vrolijk het budgettair kader zorg er nog even bijgehaald. Er is dus wel een zorgkader, maar kennelijk zijn er geen andere kaders. Wie heeft hier nu gelijk, Bos of Klink?

Een ander pikant punt is wat er in 2008 gebeurt. In het coalitieakkoord staat dat de lasten in 2008 met 1,7 mld. worden verzwaard, een beetje zuur en later een beetje zoet. Dat heeft deze minister kennelijk toch van de vorige minister overgenomen. Als je geen lastenkader definieert is het de vraag hoe het met die lasten zit in 2008. Worden die inderdaad met 1,7 mld. verzwaard of zit daar nog gebruiksruimte in voor het kabinet deze zomer? Die vraag is niet van belang ontbloot, omdat verschillende coalitiefracties volgens mij een tikje nerveus zijn over de koopkracht in 2008. Daarover worden her en der al opmerkingen gemaakt. Het zou over de hele linie een minnetje kunnen worden, want ondanks de contractloonstijging is die lastenverzwaring te groot om op nul uit te komen. Daar zit dus gebruiksruimte in. Deze gebruiksruimte zou ertoe kunnen leiden dat inkomstenmeevallers die de minister van Financiën wellicht gaat noteren, toch gebruikt worden voor lastenverlichting om die lastenverzwaring voor een deel te compenseren. Ik wil uitleg over dit gedoe. Hoe zit dit? Ik vind het niet een heel sterke indruk maken. Wat is dan leidinggevend in het jaar 2008? Het saldo of de lastenverzwaring uit het coalitieakkoord? Ik weet het niet meer, graag helderheid in dit debat.

Ook in de voorjaarsnota wordt geconstateerd dat het coalitieakkoord voor het jaar 2007 geen negatieve consequentie heeft voor de lopende begroting. De tegenvaller van afgerond 5 mld. bestaat uit aardgas, veel zorg en nog een paar andere punten die per saldo tot een verslechtering van 5 mld. leiden. Als ik goed reken, leidt het coalitieakkoord wel degelijk tot een verslechtering van het beeld met 650 mln. Ik vraag de minister van Financiën opheldering over die zinsnede uit de voorjaarsnota. Dat doe ik in het bijzonder, omdat dit toch een vrij kale voorjaarsnota is in termen van "wat hebben wij nu aan deze man in vak-K?". Je weet het nog niet zo goed, want het kan positief uitvallen, maar het kan ook wat negatiever uitvallen. Daarom stel ik een paar vragen om eens even te kijken wat er nu gaat gebeuren.

Bij de zorg is sprake van een overschrijding van 2 mld., tenminste als je het confronteert met het budgettair kader zorg dat niet meer bestaat. Ik volg minister Klink maar even. In het coalitieakkoord voor 2008 staat 0,5 mld. ingeboekt aan extra bezuinigingen. Minister Klink heeft dus de opdracht om 2,5 mld. – dat is 5% – van de zorguitgaven in één jaar te bezuinigen. Dat is een heel heftige boodschap. Gaat dat nu zo gebeuren? Is dat de politieke opdracht die minister Klink deze zomer moet volbrengen om deze minister van Financiën gelukkig te maken? Graag een antwoord.

Dan kom ik op de chronischziekenaftrek, de TBU, die nu in de fiscaliteit zit en naar de Wmo wordt geduwd. En passant wordt daarbij 400 mln. bezuinigd. Ik heb vorige week van staatssecretaris Bussemaker begrepen dat die operatie wordt doorgeschoven naar 2009. Volgens mij zit zij hier ook helemaal niet op te wachten, maar dat is een interpretatie mijnerzijds. Voor het kader in 2008 is er dus ineens 400 mln. zoek. Waar blijft dat geld? Wordt het gecompenseerd? Graag antwoord.

Als de minister van Financiën toch wat ruimte wil gebruiken om die lastenverzwaring te verminderen, dan zou ik hem liever op een ander spoor willen zien, namelijk op hetgeen staatssecretaris De Jager dit voorjaar zei. In het coalitieakkoord staat een bedrag van 1 mld. voor vergroening van de fiscaliteit ingeboekt voor vier jaar. Mijn opvatting ter zake is bekend: dat moet veel en veel meer worden, zeker voor een kabinet dat zegt een duurzame economie zo centraal te willen stellen. Staatssecretaris De Jager zei toen: ik wil mij in dit kabinet wel sterk maken om er bijvoorbeeld 2 mld. van te maken. Dat is nog zes keer te weinig, maar dat is beter dan twaalf keer te kort. Steunt de minister van Financiën staatssecretaris De Jager deze zomer als hij in het Belastingplan 2008 en alles wat daar verder uitkomt aan fiscale uitwerking van het coalitieakkoord met voorstellen zal komen om de vergoeding van de belastingen op een dubbel tempo te zetten van 1 mld. naar 2 mld.? Dat zou namelijk ook ruimte bieden in het koopkrachtbeeld om een iets betere verdeling van lusten en lasten te organiseren. Ik wil dat de coalitie en deze minister van Financiën voorop graag meegeven.

Ik ben het helemaal eens met de heer Cramer. Er zit een onzalig compromis in het coalitieakkoord. Wij lezen er niets over in de voorjaarsnota, er staat niets over in het beleidsprogramma. Wij tasten in het duister rond die AOW. Dat is een compromis dat politiek te begrijpen is, maar uitvoeringstechnisch en qua logica zeg ik: niet doen! Ik roep de minister van Financiën op om dat te herzien.

De voorzitter:

Uw tijd is om.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter, mag ik nog twee korte punten maken?

De voorzitter:

Nee, uw tijd is om. De heer Cramer mag u een vraag stellen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Ik wil even iets corrigeren. De heer Vendrik heeft een ruimhartige interpretatie gegeven van mijn bijdrage. Hij suggereert namelijk dat ik iets onzaligs heb geconstateerd in het coalitieprogramma en volgens mij is dat niet waar. Is hij dat met mij eens?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik constateerde alleen dat de heer Cramer de nodige bezwaren uitte over deze afspraken in het coalitieakkoord en ineens een zware uitvoeringstoets wil. Ik weet al wat die toets gaat uitwijzen, namelijk dat het niet kan en dat je het dus ook niet moet doen. Daaraan voeg ik op mijn rekening toe dat het AOW-plan van dit kabinet qua logica echt in de prullenbak kan.

De heer Irrgang (SP):

De heer Vendrik beredeneert dat volgens de regels van het kabinet tegenvallers in de zorg zouden moeten leiden tot een bezuiniging van 2,5 mld. volgend jaar, in ieder geval als je consequent door redeneert. Wat is de positie van de GroenLinksfractie? Vindt de heer Vendrik dat ook of vindt hij dat juist niet?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik rakel het punt op, want als je zo'n forse taakstelling oplegt aan de minister van VWS, te realiseren in het begrotingsjaar 2008, dan is dat vragen om ongelukken. Ik vermoed dat dit gebeurt en vraag dus om helderheid, want ik weet het niet precies. Ik denk dat het kabinet er beter aan doet om daarin een andere koers te varen. Ik denk ook dat wij eerlijk het debat met elkaar moeten aangaan over de vraag waar die voortdurend achterblijvende ramingen van de ontwikkeling van de zorguitgaven vandaan komen.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Net als voor de heer Vendrik is er ook voor mij sprake van wisseling van de wacht. Na lange jaren, slechts met een jaar onderbreking door de heer Hoogervorst, met de heer Zalm, zijn er nu begrotingsnormen die nog strenger zijn dan die van Zalm. Iedereen heeft al gewezen op de tegenvallers, dus hoef ik die niet allemaal te herhalen. Het is toch wel opmerkelijk dat het kabinet tegelijkertijd alweer een enorme verbetering kan presenteren voor 2008. Het kan natuurlijk nog iets veranderen, maar er is sprake van een positief saldo van 0,4%. Daarmee past dit kabinetsdoel in het schema om in 2011 op 1% te komen. Het kabinet blijft dus wel degelijk budgettair op koers. Wij steunen ook dat het kabinet het herstel geleidelijk aan doet.

Opmerkelijk is wel dat het kabinet zelf per saldo geen tegenvallers veroorzaakt. Per saldo is de tegenvaller veroorzaakt door ramingsfouten en de gasbaten. Je kunt dat de puinhopen van Zalm noemen. Anderen zeiden dat er vorig jaar sprake was van een feestbegroting om goed voor de dag te komen bij de verkiezingen. Zoals altijd zit je na een feest met een kater. Dan is er veel schraal bier en ligt er veel rommel op de grond. De heer Weekers en zijn partij weten dat als geen ander.

De voorzitter:

U moet wel binnen de orde blijven. Voor wij het weten hebben wij het hier over drank.

De heer Crone (PvdA):

Dit is geheel binnen de orde. Kon ik maar zeggen dat dit een grapje was.

De heer Weekers (VVD):

Kennelijk zit de heer Crone met een kater. Vervolgens trekt hij nog een paar goede flessen wijn open, moet ik constateren. Buiten de tegenvallers die voortvloeien uit het beleid van het vorige kabinet, zoals uit de boedelbrief, zijn er toch behoorlijk wat het gevolg nieuw beleid. Voor de Antillen gaat dat om een behoorlijk bedrag. Daarnaast zijn er tegenvallers op onderdelen van de WIA, zoals brugbanen en verhoging van uitkeringen. Is de heer Crone dat soms vergeten?

De heer Crone (PvdA):

Op bladzijde 6 van de Voorjaarnota legt het kabinet keurig uit dat deze zaken per saldo nul voor de begroting opleveren. De Voorjaarsnota wordt dus niet belast door het kabinetsbeleid. Helaas kan dit kabinet, dat in maart is aangetreden, lopende de rit niet zo veel meer veranderen. De fouten zijn het gevolg van ramingsfouten van minister Zalm.

De heer Weekers (VVD):

Dat moet toch ergens uit worden betaald?

De heer Crone (PvdA):

Leest u pagina 6 van de Voorjaarnota nog eens, mijnheer Weekers. Daar staat het keurig uitgelegd.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter, ik vraag de heer Crone waarvan hij vindt dat deze zaken moeten worden betaald.

De heer Pechtold (D66):

Ik wil een vraag stellen over de reservering van 410 mln. voor de Antillen. Er is nog geen uitzicht op wanneer dat bedrag uitgegeven gaat worden. Dat is toch puur proberen om iets neer te leggen bij het vorige kabinet? Dat is toch helemaal niet nodig op dit moment?

De heer Crone (PvdA):

Ik neem aan dat de heer Pechtold straks antwoord krijgt op zijn vraag hierover. Daar ben ik ook nieuwsgierig naar. Het is een besluit waar ook het vorige kabinet voor heeft gezorgd, dat weet hij als geen ander. Het lijkt mij goed dat dit wordt afgehandeld. Als dat tien jaar later kan, is dat ook niet erg. Dat maakt het probleem op zich echter niet kleiner. Ik ben benieuwd wat de bestuurlijke gevolgen zijn, maar politiek zie ik geen verschil met mijn redenering.

De heer Pechtold (D66):

Het punt is dat het totale probleem van de rentelasten nu in de reservering van 410 mln. wordt gezet, terwijl afspraken met de Antillen op een heel geleidelijke manier over decennia een beeld zouden laten zien. Nu wordt er gedaan alsof dit ineens dit jaar een probleem is. Dat is een van de voorbeelden. Zo tel je de problemen snel op.

De heer Crone (PvdA):

Regeren is vooruitzien en soms moet je zaken in één klap afdekken. Zo gaat dat soms in de begroting. Ik wacht graag het antwoord af.

Wij prijzen de minister dat het tekort niet in een keer wordt weggewerkt, want dan hadden wij onverhoeds moeten bezuinigen. Ik wil erop wijzen dat er nog geen enkel jaar is geweest dat minister Zalm, die hier zo wordt geprezen, in het jaar dat er tegenvallers waren al bezuinigde of premies kon verhogen. Dat zou tot bestuurlijke onrust leiden. Ik heb daar al naar gevraagd.

Vorig jaar maakte minister Zalm het heel erg bont door zorgkosten, met name post voor opleiding van specialisten van 600 mln., uit de zorgverzekering te halen zodat de premie laag kon worden gehouden zo vlak voor de verkiezingen en dat bedrag te dekken uit de algemene middelen. Dat waren de trucs die in de feestbegroting zaten. Gaat deze minister die maatregelen terugdraaien nu er geen verkiezingen op komst zijn? Ik heb een serieuze vraag. De zorguitgaven vallen elke keer tegen. Dat is geen probleem van deze minister, want dat is al jaren het geval. Hoe gaat hij dat aanpakken? Gaat dit op langere termijn leiden tot grotere budgettaire risico's. Wij zijn blij dat dit kabinet een uitgavenvergroting in de zorg heeft geraamd van 8,5 mld. De huidige tegenvallers leiden dus niet tot een noodzaak tot bezuinigen, maar zij snoepen wel een deel van die 8,5 mld. af. Dat is wel een verschil, bezuinigen ten opzichte van 8,5 mld. groei of bezuinigen ten opzichte van een stabiele begroting.

Wij zijn ook blij met de grote stijging van uitgaven voor onderwijs en milieu. Ook op die terreinen kunnen in de komende jaren echter risico's ontstaan. Een stijging van de lonen, zal bijvoorbeeld een weerslag kunnen hebben op het onderwijs. Een risico met betrekking tot het milieu is dat de klimaatdoelstellingen ambitieus zijn en wij daar niet op willen inleveren. Wij maken ons ook zorgen over de uitgaven die zijn geraamd voor de prachtwijken. Er is immers, zoals ook op de voorpagina van de NRC stond, nog steeds geen overeenstemming over de wijze waarop de vermogens van de corporaties hiervoor kunnen worden aangewend. Het was toch een van de hoofdpunten in alle verkiezingsprogramma's, van VVD tot SP en alles daartussen, dat die zouden worden ingezet. Kan de minister toezeggen dat dit voor de Miljoenennota in kannen en kruiken is en dat de p.m. die nu nog in het beleidsprogramma staat, wordt ingevuld. Een p.m. is immers niet erg overtuigend.

Ik kan over al deze posten enthousiast zijn, maar ik kan ook niet uitsluiten dat er nieuwe tegenvallers ontstaan of dat de financiering, bijvoorbeeld als die uit bezuinigingen moet komen, niet wordt gerealiseerd. Wij willen die tegenvallers dan zeker niet afwentelen door het investeringsprogramma minder ambitieus te maken. Ligt de minister nog op schema bij het realiseren van de bezuinigingen? Dat is natuurlijk het eerste dat moet gebeuren. Dat geldt met name voor de overheidsbezuinigingen. Kan de controletoren worden teruggedrongen? Wij hebben daar nog steeds geen voorstellen voor gezien. Wij willen daar graag aan meewerken, mits het budgetrecht wordt gerespecteerd. De tolerantiegrenzen kunnen wel wat worden aangepast, maar niet zodanig dat de rechtmatigheid in het geding komt. Vandaar mijn verbazing dat er weer een extra controletoren op de publieke omroepen wordt gezet door de CDA-fractie. Het lijkt mij niet nodig om daar in mee te gaan.

De globale cijfers over de koopkracht zijn hier ook al even gemeld. Ik reken erop dat minister Bos alles zal doen om bij de Miljoenennota een koopkrachtplaatje te laten zien dat voor de middeninkomens en lage inkomens geen minnen bevat. Daarbij moet uiteraard rekening worden gehouden met milieu-inspanningen. Als je milieuheffingen invoert, hebben mensen die zich ernaar gedragen een koopkrachtvoordeel en mensen die dat niet doen een koopkrachtnadeel. Ik denk dat de boodschap helder moet zijn. De minister kan dit oplossen in het Belastingplan.

De heer Irrgang (SP):

De heer Crone zei een kort tussenzinnetje over milieumaatregelen. Kan hij klip en klaar zeggen dat een gemiddelde achteruitgang van 0,25%, zoals het CPB nu voorspelt voor de middeninkomens en lagere inkomens, voor de PvdA-fractie politiek onaanvaardbaar is?

De heer Crone (PvdA):

Het is een gemiddelde achteruitgang. Het is nog helemaal niet duidelijk wie er op achteruit gaan en wie niet. Ik hoor ook links en rechts dat sommige groepen er enorm op vooruit gaan, ook groepen met lage inkomens en kwetsbare groepen. Ik wil het totaalpakket zien. Onze intentie is uiteraard dat de middeninkomens en lage inkomens er niet op achteruit gaan, rekening houdend met milieu-inspanningen die mensen zelf kunnen verrichten waarmee zij bepaalde heffingen kunnen ontlopen. Daar zal de heer Irrgang het mee eens zijn.

De heer Irrgang (SP):

Mijn vraag was of het voor de heer Crone politiek onaanvaardbaar is dat de lagere inkomens en de lagere middeninkomens er volgend jaar op achteruit gaan?

De heer Crone (PvdA):

Volgens mij was mijn antwoord glashelder.

Ik heb een concreet wijzigingsvoorstel. Er is binnen de gezondheidszorg een debat gaande om de vaccinatie tegen het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt snel in te voeren. Omringende landen doen dat al. De Gezondheidsraad zal hier binnenkort over adviseren. De voorliggen adviezen zijn allemaal positief. Het betreft een serieuze kwestie. Door vaccinatie kan het aantal gevallen van baarmoederhalskanker sterk worden teruggedrongen. Wat ik ook niet wist, is dat per jaar ongeveer 250 jonge vrouwen overlijden aan baarmoederhalskanker.

Het blijkt mogelijk te zijn om met een betrekkelijk klein bedrag van 10 mln. de achterstand in de vaccinatie van jonge vrouwen en meisjes versneld in te lopen. Ik heb daar een aantal financieringsbronnen voor gevonden. Die zijn voor een deel al genoemd in een amendement van mevrouw Arib. Wij zijn uiteraard bereid om met minister Bos en minister Klink verder te spreken over de dekking. Onze suggestie is om de dekking te halen uit de onderuitputting voor het ministerie van VWS die nu zelfs in de Miljoenennota structureel wordt verlaagd. In vraag 60 hebben wij hier informatie over gevraagd. Die onderuitputting bedraagt 15 mln. structureel. Wij begrijpen dat niet. Door het verhogen van de WAO-uitkering, hoeven minder zorgtoeslagen te worden uitgekeerd. Dat zal een meevaller opleveren voor de VWS-begroting die nog niet is meegenomen in de boeken.

Ten slotte – anderen hebben daar ook al op gewezen – is de raming van de aardgasbaten in de Voorjaarsnota wel erg somber geworden, namelijk een prijs € 55 voor dit jaar. Het CPB heeft deze vorige week verhoogd naar € 63, terwijl de prijs op de markt inmiddels al weer € 75 is. Zelfs een sprongetje van € 55 naar € 63 geeft aanzienlijke ruimte. Ik hoor graag nu een antwoord van minister Bos of morgen van minister Klink in het debat over de suppletoire begroting. Ik vraag minister Bos om mee te werken aan het realiseren van deze dekking zodat met deze 10 mln. het proces van vaccinatie kan worden versneld.

De heer Weekers (VVD):

Op zich is het voorstel van de heer Crone uitermate sympathiek. Wanneer wij ergens een fatsoenlijke dekking zouden vinden, zou de VVD-fractie best geneigd zijn om het te steunen. De drie dekkingsvoorstellen die de heer Crone noemde, zijn echter volstrekt ondeugdelijk. Uit de Voorjaarsnota blijkt er in de zorguitgaven sprake is van een overschrijding van 1354 mln. Dat gaat hij nog eens lekker opplussen. Vindt hij niet met mij dat eventuele meevallers in de zorg moeten worden gebruikt om die overschrijdingen wat terug te brengen? Ik vraag aan de heer Crone of hij bereid is om naar alternatieve dekking te zoeken. In het coalitieakkoord is afgesproken dat de pil in het pakket komt. Als hij dat een halfjaar later doet, heeft hij in elk geval dekking om het een voor het ander in te ruilen en kan hij een daadwerkelijke keuze maken.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb drie manieren van dekking genoemd. Tot onze verbazing lazen wij in de begroting dat er een jaarlijks terugkerende onderuitputting is op de begroting van VWS. Omdat die jaarlijks terugkeerde, heeft het kabinet nu structureel de begroting van VWS met 15 mln. naar beneden bijgesteld. Dat vinden wij bizar. Als er altijd tekorten zijn, help je er niemand mee door de begroting structureel naar beneden bij te stellen met 15 mln. Dat is in ieder geval meer dan genoeg om dit te dekken. Ik heb nog twee andere bronnen genoemd, dus de vierde bron die u noemt is nu nog niet aan de orde. Ik neem aan dat ik al voldoende argumentatie heb gegeven. Misschien overtuigt minister Bos u straks ook dat ik een deugdelijke dekking heb aangegeven.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Deze kwestie heb ik twee maanden geleden aangekaart in een debat met minister Klink. Daarbij heb ik hem verzocht om grote spoed, omdat de Gezondheidsraad nog een advies zal uitbrengen, waarna de minister een standpunt moet innemen. Dan kan dit worden toegevoegd aan het rijksvaccinatieprogramma. Nu zou ik grote snelheid willen, maar ik vrees dat het echt niet gaat lukken om dit in 2007 al te realiseren. Zou het dan niet logischer zijn om hiervan een motie te maken en het kabinet daarin op te roepen tot maximale spoed? Dan kunnen wij bij een positief besluit het debat over de precieze dekking daarvan hervatten. Is dat een suggestie?

De heer Crone (PvdA):

Dit punt is glashelder. Het kan natuurlijk niet dit jaar in het rijksvaccinatieprogramma, maar wel in het basispakket, zodat mensen zelf bij de huisarts of elders de prik kunnen halen, die vervolgens wordt vergoed. Dat kan met ingang van morgen gebeuren, zelfs met ingang van gisteren. Dan is het onderdeel van het basispakket, zij het dat het buitenom moet worden vergoed omdat wij niet meer de premies kunnen verhogen. Ik wist niet dat u hiermee ook was gekomen. Dit lijkt mij een oplossing waarin u zich kunt vinden.

Ik rond af met een politieke conclusie van dit debat. Ik voer al lang voorjaarsnotadebatten. Ik heb altijd gemerkt dat oppositiepartijen – in ieder geval deed ik dat zelf altijd – voorstellen indienden om verbeteringen aan te wijzen. Natuurlijk hoef je niet 2 mld. aan bezuinigingen bij amendement te corrigeren, maar ik vind het vandaag wel een slappe hap. De VVD en D66 hebben een heel grote broek aangetrokken maar zijn met veel holle retoriek gekomen zonder voorstellen te doen. Dan scoor je gemakkelijk bij de kiezer, want dan ben je zuinig, doe je aan lastenverlichting en beloof je koopkrachtverbetering. Wij zullen zien wat er in de tegenbegroting komt. Ik verwacht een herhaling van dit feest. De SP is fermer door geen amendement in te dienen maar ook geen verzoeken te doen om het beleid aan te passen. Dat is consistent. Ik reken mij dan ook rijk met de steun van de SP. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat er alleen maar een amendement is van een regeringspartij, in dit geval toevallig van mij, maar ik ben wel blij met de steun die ik daarvoor verwacht te kunnen krijgen, althans wat de intentie betreft. Over de dekking spreken wij uiteraard nog in tweede termijn.

De heer Pechtold (D66):

Dit wordt de komende jaren genieten. U hebt nu al de SP als grootste enthousiasteling. U hebt zojuist van mij concrete voorstellen gehoord, maar u gaat niet eens in op onze stellingen dat op dit moment de minister in zijn eerste maanden kennelijk een heel andere minister is, die problemen voor zich uitschuift en collega's niet dwingt om bezuinigingen door te voeren. Ik zou graag willen dat u daarop nog een keer ingaat. Aan dit debat zullen wij u in deze kabinetsperiode graag herinneren.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb daarnet wel gereageerd. U deed enkele suggesties voor bezuinigingen. Ik geef toe dat dat ferm is, terwijl de VVD dat niet deed. U noemde het niet verhogen van de WAO-uitkering en het afzien van alle andere leuke dingen die dit kabinet wil, overigens in de orde van grootte van niet meer dan 200 mln. U dekt het gat niet van 2 mld. U komt niet eens aan 0,5 mld. Het enige wat u noemt zijn de Antillen, maar u weet ook dat dat een kwestie van techniek is. De politieke beslissing is genomen door het vorige kabinet. Wanneer wij dit niet dit jaar doen, is het tekort volgend jaar 0,5 mld. hoger. Daar gaat het dus niet om. Dat is geen ferme politieke actie van D66. Ik geef toe dat u de uitkeringen verlaagt. Dat zullen wij trouwens ook wel weer zien in de tegenbegroting, want dat doet de VVD ook, maar de VVD houdt hier zijn mond. Ik geef toe dat uw keizer een klein broekje aan heeft.

De heer Irrgang (SP):

Voordat de heer Crone iets te dicht bij mij gaat staan, merk ik op dat wij in september met een tegenbegroting zullen komen. Wij kunnen het er misschien over eens zijn dat dit begrotingsbeleid niet te rijmen is. Dat betekent echter niet dat er onderliggend heel andere keuzes te maken zijn, bijvoorbeeld over de invoering van een eigen risico en over de bezuiniging op de buitengewone ziektenaftrek. Dat debat zullen wij in september bij de behandeling van de begroting voor 2008 voeren.

De heer Crone (PvdA):

Daarop verheug ik mij, want dan gaat u natuurlijk voorstellen doen om de middeninkomens aan te pakken en de hypotheekrente onmiddellijk te verlagen. Dat staat allemaal in uw programma. Ik stel vast dat u bij deze begroting geen wijzigingsvoorstellen doet, dus dan is het gewoon geregeld voor dit jaar. Dat is toch een prettige politieke vaststelling? Met zo'n oppositie heb je bijna geen regeringspartijen meer nodig.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. De linkse lente is aangebroken. Deze lente gaat gepaard met flinke windstoten en heftige regenbuien. Dit is geen toeval. Iedereen waarschuwt dit kabinet om te matigen om oververhitting van de economie tegen te gaan, maar alle adviezen van IMF, REA en OESO zijn aan dovemansoren gericht. Ontsporing van de economie kan alleen maar worden voorkomen door de overheidsuitgaven te beperken en door aan te sturen op een begrotingsoverschot. De overschotten worden echter direct weer opgesoupeerd om met maatregelen te komen zoals meer Europa, meer immigratie, meer uitkeringen, meer gesubsidieerde kunst en cultuur, meer ontwikkelingshulp en meer opvang. Dit zijn allemaal zaken waar de hardwerkende burger niet op zit te wachten, maar die wel door diezelfde hardwerkende burger moeten worden betaald.

Wat deze burger werkelijk wil, is minder belastingen, minder files, minder regels en betutteling, meer veiligheid op straat, een betaalbare zorg, beter onderwijs en minder immigratie. Het kabinet melkt het Nederlandse groeipotentieel uit tot de laatste druppel, zonder deze groei aan te grijpen om structurele hervormingen door te voeren, bijvoorbeeld in het belastingstelsel, de criminaliteitsbestrijding en het immigratiebeleid. Ook de REA berichtte hierover reeds. Dit is een gemiste kans.

Om al deze beleidsvoornemens te kunnen betalen, kiest het kabinet voor een serie belastingmaatregelen, zoals verhoging van de bpm, een extra energieheffing, verhoging van de luchthavenbelasting, een slurptaks, een belasting op verpakkingsmaterialen, een verhoging van accijnzen op alcohol en tabak, een btw-verhoging voor kermissen en een verhoging van de zorgpremies. Dit alles zal leiden tot een koopkrachtdaling van de burgers. Dit is zelfs voor de coalitiepartijen PvdA en CDA onacceptabel, zo lazen wij gisteren in het AD.

De begrippen "bezuinigen" en "de tering naar de nering zetten" die Nederland ooit groot hebben gemaakt zijn aan dit kabinet niet besteed. Het kabinet gebruikt mooie woorden als "dialoog" en "participatie", maar zorgt in de praktijk voor meer overheidsbemoeienis en pamperen van de zwakkeren in de samenleving, ten koste van de werkende bevolking.

Eind 2006 hebben wij met veel moeite de op hol geslagen MEP-subsidiekraan weten dicht te draaien, maar het kabinet draait die meteen weer een kwart slag open. Of de belastingbetaler maar even 204 mln. extra wil betalen, naast de reeds bestaande, grote verplichting van 2,1% tot 2010.

Dit brengt mij bij het generaal pardon. Terwijl de ongebreidelde immigratiestroom naar Nederland gewoon doorgaat, komt het kabinet ook nog met een volstrekt ongerechtvaardigd generaal pardon, dat de Nederlandse burgers miljarden gaat kosten. Wij zien de bezettingsgraad in de asielzoekerscentra weer toenemen. Uitgeprocedeerde asielzoekers weigeren namelijk te vertrekken, in afwachting van het volgend generaal pardon, met toestemming van dit kabinet. In de Voorjaarsnota wordt zelfs 122 mln. extra gestort in deze onwenselijke opvangkampen.

De tegenvallende gasbaten worden verklaard door de lage olieprijs en de zachte winter. Beide oorzaken worden door dit kabinet als incidenteel bestempeld. Dit lijkt ons heel naïef. Gaat het kabinet deze gasbaten naar beneden bijstellen voor de komende jaren?

Het kabinet verwacht wel dat de belastinginkomsten in 2007 maar liefst 3,1 mld. hoger zullen uitvallen dan geraamd. Hoe is dit te verklaren? Is dit nu eindelijk structureel te noemen dankzij de economische groei? Vorig jaar hadden wij ook te maken met een grote meevaller in de belastinginkomsten. De regering anticipeert nu al op een oververhitting van de economie door te stellen dat de lonen in 2008 waarschijnlijk sneller zullen stijgen dan het bbp, waardoor relatief meer loonheffingen en belastingen worden verwacht. In plaats van het probleem van oververhitting te voorkomen, door bijvoorbeeld de arbeidsparticipatie in de private sector te verbeteren, wordt er door dit kabinet van geprofiteerd.

Voor de ontwikkelingshulp worden extra middelen beschikbaar gesteld. Omdat Congo niet op tijd aan de voorwaarden heeft voldaan voor kwijtschelding van zijn schuld in 2007 moet de belastingbetaler nu 189 mln. extra ophoesten. Ook zijn wij er een groot voorstander van om ontwikkelingshulp die niet adequaat wordt verantwoord met terugwerkende kracht en met rente terug te vorderen. Hierover hebben wij vorige week een motie ingediend.

Ook is het voor ons onbegrijpelijk dat de buitenlanduitgaven verder worden verhoogd tot 5,6 mld. Wij zijn tegenwoordig meer met het buitenland bezig dan met onze eigen problemen. Kan de minister dit uitleggen aan de burgers? Nederland laat de grootste daling in het EMU-saldo zien sinds tien jaar en dat nog wel in een periode van hoogconjunctuur. Men spreekt de verwachting uit dat het saldo in 2008 weer positief zal zijn. Waarop is deze verwachting gebaseerd? Kunnen wij de minister hierop afrekenen?

Ik wil tot slot een concreet voorstel doen. De andere woordvoerders hadden ook allemaal een concreet voorstel als uitsmijter. Het mijne heeft betrekking op de dalende werkloosheid. Het is voor de Partij voor de Vrijheid onbegrijpelijk dat de forse daling van het aantal werklozen met 19%, zoals door zowel het CPB als UWV gemeld, voor dit kabinet geen aanleiding vormt om de werkloosheidspremie significant te verlagen. Reeds in 1993 is in deze Kamer een motie-Bolkestein aangenomen waarin wordt uitgesproken dat de vaststelling van de premiehoogte jaarlijks kostendekkend dient te geschieden. Hieraan wordt geen gevolg gegeven. De reserves lopen ieder jaar op, terwijl dit geld terug moet naar de burger.

Het UWV heeft gisteren een advies uitgebracht aan de minister om de WW-premies te halveren. Is de minister bereid om het advies van het UWV over te nemen?

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 19.30 uur. De minister zal zijn uiterste best doen om op dat tijdstip hier te zijn. Deze schorsing is tevens de dinerpauze.

De vergadering wordt van 18.32 uur tot 19.30 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heb met de leden afgesproken dat er maximaal drie interrupties worden toegestaan.

Minister Bos:

Voorzitter. Er was mij weinig tijd gegeven om mijn antwoord in eerste termijn voor te bereiden, maar dankzij een groep geweldige ambtenaren, die inmiddels allemaal van de hongerflauwte achterover in hun bankjes hangen, lukt het toch om het debat nu voort te zetten en dat doe ik graag. Ik bedank daarbij alle leden voor hun gewaardeerde bijdragen.

Ik zal eerst op een paar algemene en grote punten ingaan, die met name te maken hebben met het begrotingsbeleid, de kwaliteit daarvan en de relatie met de situatie in 2007, want daarover gaat dit debat natuurlijk in essentie. Voorts zal ik de perspectieven voor 2011 aangeven. Daarna zal ik een reeks kleinere, maar niet minder belangrijke onderwerpen langslopen, die in de diverse bijdragen aan de orde zijn gekomen.

Er is gevraagd naar de ambitie van deze minister van Financiën. De minister van Financiën is de meest dienstbare minister in het kabinet. Het ambt vergt karakters met grote bescheidenheid. Ik meen dit serieus, want zeker bij het begrotingsbeleid is het de ambitie, ook van deze minister, alle collega's in staat te stellen, hun ambities in de komende vier jaren waar te maken en de belastingbetaler waar voor zijn geld te geven. Dat klinkt allemaal heel rustig en heel gewoon, maar het is moeilijk genoeg om dat op een goede manier te doen. Dat stel ik mij de komende jaren ten doel.

In dat kader zijn er vragen gesteld over de kwaliteit van het begrotingsbeleid. Dat is natuurlijk essentieel, zeker als je de belastingbetaler waar voor zijn geld wilt geven en je ervoor wilt zorgen dat elke euro op de juiste manier wordt besteed. Daarbij is, met name door de heer Vendrik, gesuggereerd dat er, vanwege de afwezigheid van kaders, helemaal geen spelregels zouden zijn waaraan wij ons op dit moment houden. Dat is natuurlijk niet zo. De eerste set spelregels die onverminderd vanaf dit moment geldt, betreft de spelregels zoals die in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Ik noem ons aller streven om naar een overschot van 1% in 2011 toe te werken. Wij willen dit overschot bereiken door van jaar op jaar het saldo te verbeteren. In deze context streven wij naar een evenwichtig koopkrachtbeeld, waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, elk jaar van deze regeerperiode. Deze regels gelden op dit moment al en elk voorstel, van welke collega dan ook, wordt daarop getoetst.

Daarnaast zijn er de begrotingsspelregels. Deze spelregels zijn ook in het coalitieakkoord geformuleerd en zijn inmiddels in uitgewerkte vorm door het kabinet aangenomen. Daarbij zijn wij overgeschakeld van een behoedzaam scenario naar een realistisch scenario. Dat is een een-op-eenvertaling van de aanbevelingen die het IMF ter zake heeft gedaan.

Een tweede verbetering van de begrotingssystematiek van de afgelopen jaren is dat de signaalwaarde, het punt waarop wij ingrijpen, mocht het saldo zich de verkeerde kant op ontwikkelen, vroeger ligt dan de afgelopen jaren. Dit is niet meer het geval bij min 2,5%, maar al bij min 2%.

Een derde verbetering van het toch al zo goede begrotingsbeleid is dat wij de rentelasten uit de uitgavenkaders hebben gehaald. Dat klinkt allemaal wat technisch, maar het is wel een heel relevante verbetering, met name in het licht van de opmerkingen die vandaag zijn gemaakt over hoe procyclisch of hoe anticyclisch ik bezig ben. Juist deze rentelasten plegen mee te bewegen met de conjunctuur. Haal je ze dus uit je uitgavenkader, dan maak je daarmee je begrotingsbeleid neutraler ten opzichte van de economische cyclus. Dat zijn dus de spelregels die gelden. Voor deze zaken hebben mijn collega's en ik allemaal getekend en die moeten wij elke dag van de week uitvoeren.

In dat licht bezien, zijn de opmerkingen over hoe zorglijk het beeld van 2007 is, wat dat zegt over dit kabinet en dat de minister van Financiën er met de pet naar zou gooien als het gaat om deugdelijk begrotingsbeleid, natuurlijk larie. Dat zal ik proberen uit te leggen.

Ten eerste moeten wij niet vergeten dat het de afgelopen tien jaar slechts een keer is voorgekomen, dat het saldo dat in de begroting werd voorzien, gelijk was aan het saldo waarmee bij de Voorjaarsnota werd gerekend. Het feit dat er dus verschillen optreden tussen hoe je denkt dat het zal zijn en hoe het zich uiteindelijk ontwikkelt, is helaas iets van alle tijden. Zelfs de grootte van het verschil, het feit dat het van plus 0,2% naar min 0,7% gaat, in de tijdsperiode van Miljoenennota naar Voorjaarsnota, is weliswaar veel, maar de afgelopen tien jaar zijn er minstens twee andere jaren geweest waarbij dat verschil nog groter was. Deze afwijkingen kunnen voorkomen en hebben te maken met de onvoorspelbaarheid van de economie en van de ontwikkeling van uitgaven en inkomsten. Gezien de historie zeggen deze afwijkingen bar weinig over het gevoerde begrotingsbeleid.

Ten tweede hebben de kabinetten voor mij, inclusief de ministers van Financiën voor mij, de kaders die relevant waren voor hun regeerperiode, altijd pas vastgesteld bij de eerste Miljoenennota. Zij hadden daarin ook niet veel keuze. Het enige verschil tussen dit kabinet en de vorige kabinetten is dat deze periode bij dit kabinet iets langer duurt, omdat wij vroeg in het jaar zijn aangetreden en de Miljoenennota er pas in september is. Maar ook bij de vorige kabinetten die aan een regeerperiode begonnen, kwamen de kaders er pas op het moment dat het Centraal Planbureau alles kon doorrekenen in het licht van de eerste Miljoenennota en de verdere plannen voor de rest van de kabinetsperiode. Op dat punt doet dit kabinet dus precies hetzelfde als vorige kabinetten en doet deze minister van Financiën ook precies hetzelfde als vorige ministers van Financiën. Kaderloze periodes zijn geen uitvinding van ons, laat staan van mij.

Een tweede punt waarop dit kabinet volstrekt consistent handelt, in lijn met gewaardeerde voorgangers, is dat als er een ontwikkeling plaatsvindt aan de inkomstenkant van de begroting, wij daar niet paniekerig op reageren. Als het meevalt, is dat mooi meegenomen, want dat betekent dat wij de schuld sneller kunnen aflossen. Als het tegenvalt, is dat jammer en betekent het dat wij de schuld langzamer gaan aflossen. De allergrootste factor die heeft bijgedragen aan de verslechtering van het saldo 2007, namelijk de tegenvallende aardgasbaten, is er dus eentje in de trant van: jammer, maar helaas. Ook door vorige kabinetten en vorige ministers van Financiën zouden die net zo zijn behandeld als door dit kabinet en deze minister van Financiën.

Dat geldt ook voor de tweede, grote oorzaak van de verslechtering van het saldo, namelijk de overschrijdingen in de zorg. Ook daar sta ik, helaas moet ik nu zeggen, in een traditie van voorgangers die weten dat, als zich bijvoorbeeld in 2006 een overschrijding in de zorg voordoet, je daar pas in 2007 achter komt en pas in 2008 maatregelen kunt nemen. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. De manier waarop dit kabinet daarmee is omgegaan, is ook volstrekt consistent met de manier waarop vorige kabinetten en voorgangers dat hebben gedaan. Ik zeg er voor de liefhebbers bij dat het niet klopt dat je helemaal niets aan overschrijdingen in het lopende jaar kunt doen. De heer Crone had grosso modo gelijk toen hij stelde, kijkend naar vorige jaren waarin dat gebeurde, dat die maatregelen pas het jaar daarop effect kregen. Wie de Voorjaarsnota echter goed heeft gelezen, heeft bijvoorbeeld gezien dat wij in de sfeer van de tarieven van de huisartsen wel degelijk dit jaar al ingrijpen, dit om de overschrijdingen in de zorg aan te pakken. Het kan dus wel, zij het beperkt.

Dan kom ik bij de derde oorzaak van de verslechtering, de overschrijdingen. Die is met name gelegen in de sfeer van de Antillen. Daarover zijn ook de nodige opmerkingen gemaakt. De heer Pechtold sprak steeds over rente, maar het gaat echt om schuldsanering. Die schuldsanering was aan voorwaarden gebonden. Die kwamen erop neer dat de Antillen het Slotakkoord zouden ondertekenen en dat wij akkoord zouden moesten zijn met een deugdelijke vorm van financieel toezicht op de Antillen, omdat wij eerder niet beginnen met de kwijtschelding. Door dat op te nemen in de Voorjaarsnota hebben wij willen aangeven dat wij de kans aanwezig achten dat dat al dit jaar lukt. Dan stellen wij de Kamer op een later tijdstip ook niet voor een verrassing. Wij reserveren dus alvast zodat wij, als het dit jaar lukt, die uitgave kunnen doen. Zoals de heer Crone heeft gezegd: als die voorwaarden niet dit jaar worden vervuld, maar misschien pas volgend jaar, komt dat volgend jaar wel en valt het saldo ten opzichte van de Voorjaarsnota voor dit jaar in ieder geval relatief mee. Overigens is het laatste nieuws dat er een akkoord is bereikt met de BES-eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, over financieel toezicht. Zij hadden het slotakkoord al ondertekend. Wij beginnen dit jaar met de schuldsanering die in ieder geval op die eilanden betrekking heeft.

De heer Pechtold (D66):

Vanuit mijn interesse voor het Koninkrijk is dat goed nieuws, maar ik wil toch graag de reservering van 410 mln. misschien niet op dit moment, maar later onderbouwd zien. De Antillen hadden een totale internationale schuld van 2,5 mld., waarvan slechts 150 mln. aan Nederland. Als u die in een keer heeft kwijtgescholden, kom ik tot een derde van dat bedrag. Maar niet duidelijk is hoe u in het eerste jaar gelijk die kosten maakt. Het bedrag voor de BES-eilanden is een klein deel van het totaal. Ik krijg graag de toezegging van de minister dat wij een specificatie op dit punt krijgen.

Minister Bos:

Dat doe ik graag.

Ook wij zijn bezorgd dat het saldo in 2007 minder mooi is dan wij hadden gehoopt. Niettemin hebben wij gehandeld zoals dat hoort in het kader van een deugdelijk begrotingsbeleid en ook perfect past in de traditie van mijn gewaarde voorgangers.

Een aantal leden heeft opmerkingen gemaakt over de grote overschrijdingen en de consequenties voor volgende jaren. In het coalitieakkoord is verondersteld dat wij in 2007 te maken krijgen met onvermijdelijke boedel in de orde van grootte van 800 mln. Dat bedrag voor 2007 bleek een beetje te hoger te zijn, te weten 2,4 mld. In sommige specifieke sectoren was het verschil tussen de raming in de boedel en het uiteindelijke bedrag nog pregnanter aanwezig. Wij gingen bijvoorbeeld uit van een boedelproblematiek in de zorg van 50 mln., maar dat bleek uiteindelijk 1,2 mld. te zijn. U kunt zich voorstellen wat het betekent voor collega's die toetreden tot een kabinet op basis van een veronderstelling dat zij weten hoe de begroting in elkaar zit en welke problemen zij moeten oplossen, als dat opeens van een heel andere omvang blijkt te zijn. Niettemin zijn mijn collega's en ik op al die terreinen het afgelopen voorjaar erin geslaagd – in de Voorjaarsnota vindt u in zekere zin de eerste tranche van de weerslag daarvan – overeenstemming te bereiken over de wijze waarop wij die tegenvallers wegwerken in de komende jaren. Het kabinet heeft daarbij bewust de keuze gemaakt om structurele problemen structureel weg te werken, niet met incidentele geintjes, maar door ervoor te zorgen dat wat nu nog een forse tegenvaller lijkt in die zin dat het groter is dan in de boedelbrief is geraamd over een paar jaar tot nul is teruggebracht. Wij hebben er overeenstemming over bereikt en ik heb goede hoop dat het ons zal lukken.

De heer Weekers (VVD):

Zegt de minister dat hij in het kader van de begroting 2008 door middel van maatregelen het structurele element zal compenseren van de uitgavenoverschrijdingen die op dit moment zijn gepresenteerd?

De minister heeft in het verantwoordingsdebat gezegd dat de scheiding van inkomsten en uitgaven zal worden gehandhaafd. Geldt dat ook voor het jaar 2007?

Minister Bos:

De scheiding van inkomsten en uitgaven kun je alleen hanteren als je kaders hebt. Wij hebben op dit moment geen kaders. Wanneer die kaders er zijn na vaststelling van de Miljoenennota, zal de scheiding tussen inkomsten en uitgaven gehandhaafd blijven. Tot die tijd blijf ik de regels hanteren zoals ik net heb geëxpliciteerd: ministers zijn verantwoordelijk voor datgene wat op hun eigen begroting gebeurt en er is geen ruimte voor nieuw beleid, tenzij dat in het coalitieakkoord is afgesproken. Het enige nieuwe beleid dat geld kost en dat in 2007 wordt uitgevoerd, betreft zaken die in het coalitieakkoord expliciet zijn afgesproken, bijvoorbeeld in de sfeer van de WAO. De rest zal moeten wachten tot 2008 en verder. Dat is niet voor niets, want dan hebben wij kaders en kunnen wij de daarvoor benodigde controlemechanismen gebruiken.

Ik kom bij de eerste vraag van de heer Weekers. Inderdaad, over de overschrijdingen waarmee de collega's in het voorjaar langskwamen, in zekere zin de werkelijke dimensies van wat wij dachten te kennen uit de boedelbrief, zijn afspraken gemaakt hoe wij ervoor zorgen dat ze in 2011 het saldo niet meer belasten. Daarvoor zijn structurele oplossingen gevonden die u bij de begrotingen voor de komende jaren keer op keer zult tegenkomen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

De minister zegt dat er geen uitgavenkaders zijn, maar dat er structurele oplossingen zijn gevonden voor de problemen die hij is tegengekomen. Als ik hem goed heb beluisterd, betekent dit dat, voor zover er zich verdere tegenvallers voordoen die niet uit het vorige kabinet komen, de bewindslieden die dit jaar binnen hun eigen begroting moeten opvangen. De sky is dus niet de limit. Je kunt niet toetsen aan uitgavenkaders, dus je moet ervoor zorgen dat je niet in de problemen komt.

Minister Bos:

Net als in vorige jaren en net als in tijden dat er wel kaders zijn, zijn er soms zaken in negatieve zin waaraan je niets kunt doen. Maar gelukkig staan er dan ook altijd zaken in positieve zin tegenover. De hoofdregel, ook op dit moment, is dat er geen ruimte is voor nieuw beleid, tenzij er expliciet afspraken over zijn gemaakt en dat collega's eventuele problemen in de uitvoering zelf opvangen. Dat loopt op dit moment buitengewoon goed.

Ik kijk even kort vooruit naar 2008 en verder naar 2011.

De heer Irrgang (SP):

Mag ik nog een vraag stellen over 2007? Ik heb gevraagd of de inmiddels hogere olieprijs nog een gunstig effect heeft. Het is een beetje raar: het CPB heeft een hogere raming, terwijl er ook een hogere olieprijs in zit.

Minister Bos:

Ik kan er op dit moment weinig zinnigs over zeggen. Ik wacht af welke veronderstellingen het CPB uiteindelijk gaat hanteren in de MLT, die tegelijkertijd met de Miljoenennota wordt gepubliceerd. Ik durf er geen voorspelling aan te wagen wat er de komende maanden gedurende de zomer gaat gebeuren, op welk punt het CPB zijn voorspellingen vastzet en welke realisaties van het saldo dat oplevert aan het eind van dit jaar.

Voor 2008 hebben wij redelijk zicht op een verbetering van het saldo, ook in structurele zin. Diverse cijfers doen de ronde, maar laten wij het er voorlopig op houden dat het saldo dan weer positief zal zijn. Deze opinie wordt gedeeld door gezaghebbende internationale instituten. De Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het IMF zien diezelfde verbetering optreden.

Het tweede punt heeft betrekking op de koopkracht in 2008. Volgens de eerste signalen die vorige week naar buiten zijn gekomen, wordt het een moeizaam koopkrachtbeeld. Je kunt er in zekere zin nog positief tegen aankijken dat je dit beter in economisch goede tijden kunt hebben dan in economisch slechte tijden. In die zin zouden sommigen zelfs kunnen zeggen dat het een perfecte vorm van anticyclisch beleid is. Het gaat in ieder geval alles tegen wat zou kunnen leiden tot verhitting op de arbeidsmarkt, omdat je er niet ook nog eens met een gigantische koopkrachtverbetering overheen gaat. Niettemin zijn wij ons er terdege van bewust dat men er wel de redelijkheid van moet zien en dat, of het nu heel goed of wat minder goed gaat, de lasten eerlijk verdeeld zullen moeten worden. De komende maanden, als wij er nadere gegevens over hebben, zullen wij er hard aan werken. Dan zullen wij zeker ook de geluiden uit de Kamer meenemen dat met name de positie van de lagere en de middeninkomens daarbij aan de orde dient te zijn.

De heer Pechtold (D66):

Ik zou er graag een categorie aan toevoegen die ik bij dit kabinet nogal eens onder de aandacht moet brengen: de alleenstaanden. Ik heb het bij het beleidsplan en bij het regeerakkoord gezegd. Ik roep de minister van Financiën op om het ook voor alleenstaanden lonender te maken. Zou u hen aan die groep willen toevoegen?

Minister Bos:

U heeft dat bij het debat over de regeringsverklaring al gevraagd. Toen was het antwoord dat wij niet geweldig veel instrumenten hadden om in de fiscaliteit of anderszins met name die groep gericht en goed te bedienen. Ik blijf mij het liefst bedienen van een evenwichtig inkomensbeeld waarin de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, waarbij wij zeker ook zullen kijken naar de groep die u hier duidt. Sommige groepen zijn overigens wel goed herkenbaar, bijvoorbeeld alleenstaande ouders. Ik kan mij goed voorstellen dat wij in de begroting van volgend jaar nadrukkelijk naar die groep kijken.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben al voor een groot deel tevreden. Wij hebben het over 2,5 miljoen à 3 miljoen mensen. U pakt daar een subgroep uit waar ik inderdaad ook zeer veel sympathie voor heb. Met name uw collega's lijken over elkaar heen te buitelen voor al diegenen in deze maatschappij die in groeps- en gezinsverband georganiseerd zijn. Wanneer er klappen vallen, kunnen alleenstaanden dingen veel minder makkelijk opvangen. Daarom vraag ik extra aandacht voor hen. Dat is meer een opmerking; daar hoeft de minister dus niet op te reageren.

Minister Bos:

Dat is duidelijk.

Wat kunnen wij zeggen over de ontwikkelingen richting 2011? Ik citeer allereerst bij uitzondering de nummer 2 van de VVD-lijst: "afspraak is afspraak". Wij hebben met elkaar 1% afgesproken als saldo. Daar gaan wij dus ook gewoon voor en daar werken wij naartoe. Dat is natuurlijk niet helemaal zonder problemen en risico's. In dat licht is met name de vraag van de heer Crone over het overleg met de woningbouwcorporaties relevant, mede in het licht van de berichtgeving in de NRC van vanavond. In het coalitieakkoord is te lezen dat wij zijn uitgegaan van een heffing op het corporatievermogen die per jaar 750 mln. binnen zou moeten brengen. Als dat niet zou lukken en als ook de betaalbaarheidsheffing die op dit moment nog steeds bij de Eerste Kamer ligt en daar voorlopig nog blijft liggen, niet zou doorgaan, slaat dat bij elkaar een gat in het saldobeeld van ongeveer 1 mld. Het moge iedereen duidelijk zijn dat wij dat in het licht van de saldodoelstelling in 2011 niet kunnen hebben. Er is mij en collega Vogelaar dus veel aan gelegen om de bijdrage van de woningbouwcorporaties, zoals die volgens mij in alle verkiezingsprogramma's van de hier vertegenwoordigde partijen voor aanzienlijke bedragen aanwezig is, te realiseren.

Het gesprek daarover met de woningbouwcorporaties loopt. Zolang dat gesprek loopt, wil ik daar niet een al te zware hypotheek op leggen, maar het loopt niet makkelijk. Dat heeft met name te maken met twee of drie punten, allereerst natuurlijk het bedrag. Dat hoort een beetje bij het gesprek. Ten tweede hebben wij het in lijn met het coalitieakkoord en in lijn met alle verkiezingsprogramma's natuurlijk nadrukkelijk over gelden die op enigerlei wijze publiek ter beschikking moeten komen om vervolgens vanuit onze publieke verantwoordelijkheid met maximale invloed van de woningbouwcorporaties en met name de gemeentelijke wethouders weer aangewend te kunnen worden in de wijken. Dat moet liefst niet alleen in stenen gebeuren, maar juist langs meer assen. Wij denken immers dat de sleutel tot successen in de wijken juist gelegen is in het feit dat het zowel om renovatie van woningen gaat als om speelplaatsen, conciërges, toezichthouders, voorzieningen voor jongeren et cetera. De woningbouwcorporaties hebben er iets meer moeite mee dat die gelden via een heffing op de een of andere manier publiek ter beschikking komen. Wij proberen zodanig met dat bezwaar om te gaan dat zij er toch vertrouwen in hebben dat wij dat vermogen niet alleen eerst op een verstandige wijze afromen, maar vervolgens ook op een verstandige wijze inzetten, waarbij zij ook zelf veel te zeggen krijgen. Dat gesprek loopt. Ik voel mij daarbij zeer gesteund door hoe de Kamer over deze materie denkt.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Als ik de minister van Financiën zo hoor, groeit bij mij de politieke irritatie over belangrijke publieke instellingen in dit land die denken dat zij zelf kunnen uitmaken waar zij met onze miljarden daartoe mogen. Er stond in het NRC vanavond ook nog iets anders. Dat zou wel of niet verband houden met de kwestie waar de minister van Financiën zojuist over sprak. Er is op het ministerie van VROM een lijst beschikbaar met de topinkomens van de bestuurders van deze prachtige instellingen. Die bestuurders vinden inderdaad dat zij als beste weten hoe zij met onze miljarden kunnen omgaan. Naar verluidt verdient een gemiddelde woningbouwcorporatiedirecteur drie keer het MP-salaris. De minister van Financiën is ook een beetje chef topinkomens.

Minister Bos:

Dat mocht hij willen!

De heer Vendrik (GroenLinks):

Waar een politieke wil is, is een weg. Ik zou dus graag van de minister vernemen – als het niet op dit moment kan omdat ik hem er misschien een beetje mee overval, dan graag op een later moment in dit debat – hoe het met die lijst zit. Zullen wij die voor de zomer gewoon maar openbaar maken? Mag ik ook een politieke reactie van het kabinet op het verschijnsel dat woningbouwcorporatiedirecteuren – dus alweer in de publieke sector – er zo lekker bij verdienen?

Minister Bos:

Voor de goede orde: het is de semipublieke sector. Dat klinkt als een detail, maar wij moeten dat heldere onderscheid handhaven omdat dat veel uitmaakt voor wat je daar in de praktijk aan kunt doen. Niettemin zal ik dit met collega Vogelaar opnemen.

Een van de onderwerpen in het gesprek met de woningbouwcorporaties, die het voor hen interessant kunnen maken om met ons mee te werken aan zo'n heffing voor de aanwending van wat uiteindelijk inderdaad maatschappelijk vermogen is, is het maken van afspraken over governance: waar bemoeien wij ons vanuit de politiek wel mee en waar bemoeien wij ons vanuit de politiek niet mee? Er is bij de woningbouwcorporaties behoefte om op dat terrein aan een heleboel onduidelijkheden een eind te maken. Er is ook bij ons behoefte om duidelijkheid te krijgen over waar wij wel of juist niet iets over te zeggen hebben. Als wij dat tot onderdeel kunnen maken van een totale afspraak, die dus niet alleen over woningbouwproductie, woningisolatie, huurstijgingen en heffingen gaat, maar ook over hoe wij ons bestuurlijk tot elkaar verhouden, zou dat een enorme winst zijn voor alle betrokken partijen. Vandaar dat ik vanaf deze positie nogmaals een beroep op de woningbouwcorporaties doe om zich in die gesprekken met ons constructief op te stellen, ook wetend hoe u daar allemaal over denkt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Begrijp ik het goed dat de minister zich nu als het ware al indekt voor het niet halen van die 1% EMU-saldo voor 2011 als het niet lukt met de woningbouwcorporaties? Hoe ziet dat saldo er in 2011 uit als wij er niet uit komen over die 1 mld.?

Minister Bos:

Dat kunt u zelf berekenen: 1 mld. is al snel 0,2% minder. Ik gaf gewoon antwoord op de vraag van de heer Crone of er een risico is. In mijn antwoord probeerde ik te laten blijken dat ik zeer vastberaden ben om de taakstelling die mij vanuit het regeerakkoord op dit punt is meegegeven, tot uitvoering te brengen. Refererend aan alle verkiezingsprogramma's denk ik daarbij ook op de steun van de Kamer te kunnen rekenen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Zijn er nog meer risico's?

Minister Bos:

Ik heb heel bewust dit risico gekozen, omdat ik denk dat wij redelijk grip hebben op alle andere punten die wij onder controle kunnen hebben. Alle andere dingen zijn zaken zoals: wat gebeurt er met de internationale olieprijs of de dollarkoers? Dat zijn zaken die ik, hoe graag ik dat ook zou willen, uiteindelijk niet onder controle heb. De zaken die beleidsmatig spelen, zijn volgens mij op dit moment grosso modo redelijk onder controle.

Dat waren de algemene punten. Ik loop nu zo rap mogelijk de specifieke punten langs die vanuit de diverse bijdragen aan mij zijn meegegeven. Allereerst de opmerking van de heer De Nerée over de Algemene Rekenkamer en de publieke omroep. Ik sta daar vrij ontspannen in. Ik heb niet precies gehoord welk probleem aan de orde zou zijn waardoor dit nodig zou zijn, maar ik merk wel hoe de Kamer daar uiteindelijk over zal oordelen.

De heer De Nerée en de heer Van der Vlies hebben gevraagd wat ik heb geleerd van Paars II. Een van de zaken die wij van dat kabinet hebben geleerd, is natuurlijk dat het gevaarlijk is om meevallerformules te hebben op het moment dat de inkomsten meevallen. Die formules hebben wij dus ook niet. Wij hebben een lastenkader, een inkomstenkader. Dat is een les uit dat verleden. Wij hebben natuurlijk ook geleerd dat je enorm moet uitkijken dat je in tijden waarin het economisch goed gaat, niet in een spiraal van stijgende lonen en prijzen terechtkomt waar je een paar jaar later een verslechterde export- en concurrentiepositie aan te danken hebt die je dan met allerlei moeilijke maatregelen moet gaan redresseren. Dat is een van de redenen waarom dit kabinet zo inzet op het aanboren van ook de moeilijkst beschikbare krachten op de arbeidsmarkt, omdat dat ontspanning op de arbeidsmarkt teweeg kan brengen. Vandaar onze blijheid met het akkoord van de Participatietop van vorige week, omdat dat juist gaat over de groep die niet vanzelf aan de bak komt, maar met een zetje in de rug misschien wel.

De heer De Nerée heeft een proeve van wetgeving gepresenteerd met betrekking tot een specifiek alternatief voor de effectieve belastingdruk op oudere werknemers. Wij hebben daar in eerdere instantie al een paar bezwaren tegen geventileerd. Omdat het inderdaad niet de eerste keer is dat de heer De Nerée hierover begint en omdat hij ook bereid is om zich constructief op te stellen in het vervolgtraject, zijn wij niettemin bij uitzondering bereid om deze proeve door te geleiden naar de Raad van State voor advies.

De heer De Nerée tot Babberich heeft ook een vraag gesteld over het snelloket. Later in mijn betoog zal ik die beantwoorden.

De heer Irrgang en anderen hebben opmerkingen gemaakt over het FES. Het coalitieakkoord is daarover naar mijn idee betrekkelijk duidelijk. Wij willen dat in deze kabinetsperiode minstens 500 mln. van de intensiveringen via het FES lopen. Daarvoor geldt dat er sprake moet zijn van een investeringskarakter. In deze periode komen wij ook met een wetsvoorstel om in de toekomst een beter FES te hebben en dus het hoofd te bieden aan een aantal problemen dat met dat fonds te maken heeft. Dan komt de op zichzelf betrekkelijk willekeurige afhankelijkheid van de olieprijs in beeld. Daarbij komt natuurlijk ook in algemene zin de vraag aan de orde hoe de noodzaak tot het doen van investeringen moet worden afgewogen ten opzichte van de noodzaak tot het doen van consumptieve uitgaven. De vraag die daarbij een rol speelt, is hoe breed de definitie moet zijn van het belang van de economische structuurversterking. Eveneens komt daarbij aan de orde in hoeverre duurzaamheidsaspecten en ruimtelijke aspecten een rol kunnen spelen, evenals de kenniseconomie, onderwijs enzovoorts. Dat cluster aan afwegingen over het voeden van het fonds en de bestedingen van de gelden, komt in het kader van dat wetsvoorstel aan de orde.

De heer De Nerée tot Babberich heeft gevraagd of het mogelijk is om de wachttijd bij het snelloket van de IND tot twee weken te verkorten. Ik heb het antwoord op die vraag inmiddels gevonden. Wij hebben begrepen dat de vertraging van de afgelopen jaren vooral te maken heeft met het feit dat er bijzonder veel onvolledige aanvragen binnenkwamen. Ongeveer 40% daarvan was onvolledig. Inmiddels heeft de IND dat percentage behoorlijk teruggebracht door gericht voorlichting aan werkgevers te geven. De verwachting is dan ook dat de door de heer De Nerée tot Babberich gewenste wachttijd wordt gerealiseerd.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Het snelloket werkt, want daar kan men binnen twee weken terecht. Het gaat alleen om de aanloop naar het snelloket. Voordat men daar is, zijn er al enkele maanden verstreken. Daarvoor vraag ik aandacht.

Ik dank de minister voor zijn antwoord op mijn andere vraag. Hij heeft geantwoord dat een en ander zal worden doorgeleid naar de Raad van State.

Minister Bos:

De heer Cramer en anderen hebben opmerkingen gemaakt over Defensie en de financiële perikelen aldaar. Ik benadruk dat de afwegingen die minister Van Middelkoop maakt in het kader van zijn Defensiebegroting niets te maken hebben met eisen of nieuwe voorwaarden die door het ministerie van Financiën worden gesteld. Het tegendeel is waar. Voor het eerst sinds tijden komt er meer geld op de begroting van het ministerie van Defensie. Dat kon de Kamer lezen in het coalitieakkoord en het beleidsprogramma. Minister Van Middelkoop heeft echter gemeend dat herprioritering van bestedingen binnen de begroting van het ministerie van Defensie op termijn tot een slagvaardigere krijgsmacht zal leiden en hij wordt daarin gesteund door de andere kabinetsleden. Ik heb begrepen dat hij daarvan deze week een eerste indicatie heeft gegeven en ik neem aan dat daarover de komende tijd debatten met hem zullen worden gevoerd.

De heer Van der Vlies (SGP):

Er is uiteraard een onderscheid te maken tussen wat begrotingsintern en nationaal binnen Defensie gebeurt en de diverse missies waarmee wij te maken hebben. Er is sprake van een stijgende tendens van de voorzienbare en onvoorzienbare kosten. Moet dat alles binnen de begroting van het ministerie van Defensie worden opgevangen? Dat is een kwestie van beleid. Het is goed mogelijk dat de minister van Financiën daarop een visie heeft.

Minister Bos:

Ik ben niet de minister van Defensie, maar ik meen dat ik met enige zekerheid kan stellen dat begrotingsregels of -kaders er nooit toe bijdragen dat de veiligheid van onze man- en vrouwschappen over de grens in gevaar komt. Dat is nooit het geval. De vraag is aan welke missies wij moeten meedoen, op welk niveau en hoe lang. Uiteindelijk is dat de vraag naar de te stellen prioriteiten. Wij hebben de Kamer een brief gestuurd over het onderzoeken van een aantal opties. Dat onderzoek zal gerelateerd zijn aan de vragen of wij in Uruzgan willen blijven, voor hoe lang en van welk niveau van betrokkenheid sprake moet zijn. Dat is iets wat mede in dat licht zal worden bezien.

De heer Van der Vlies (SGP):

Wij hoeven die discussie nu niet te openen. Het traject dat daarvoor is afgesproken, aanvaard ik. Daarover is in de afgelopen tijd weliswaar wat ruis geweest, maar inmiddels is bekend dat de uitkomst ongeveer eind augustus wordt verwacht en dat daarover in september een debat plaatsvindt. Dit speelt echter ook voor de periode waarvoor wij al afspraken hebben gemaakt.

Minister Bos:

Ja, maar wij zien alle mogelijkheden om ons te houden aan de verplichtingen die wij in dat kader zijn aangegaan en de veiligheid voor onze man- en vrouwschappen daarbij te waarborgen. De minister van Defensie maakt overigens elke dag, elke week of elke maand afwegingen om ervoor te zorgen dat de afspraken passen binnen de begrotingsafspraken. Tot nu toe lukt hem dat uitstekend.

De heer Weekers (VVD):

Gelet op de enorme kostenontwikkeling in Afghanistan kan worden geconstateerd dat er bij Defensie sprake is van kannibalisme. Als wij niet ingrijpen, eet zij zichzelf op. Is de minister van Financiën bereid om zijn blik te werpen op de definitie van het ODA-budget en na te gaan of vredes- en veiligheidsoperaties daaronder kunnen worden gebracht? Uit de voorjaarsnota blijkt immers dat er in verband met de schuldproblematiek uiteindelijk extra middelen aan het ODA-budget worden toegevoegd. Misschien is het mogelijk om die zaken te matchen.

Minister Bos:

Nee, die bereidheid heb ik niet. Wij weten dat de Nederlandse aanpak in Afghanistan en in andere gebieden internationaal opvalt en dat die zeer wordt gerespecteerd. De reden daarvan is dat onze militaire aanpak wordt gecombineerd met diplomatische aanpak en inzet op het terrein van ontwikkelingssamenwerking. In de praktijk zien wij dus dat ons Defensieapparaat en ons ODA-apparaat bijzonder goed samenwerken om ervoor te zorgen dat alle inspanningen worden ondersteund. Het is naar mijn idee niet nodig om daarvoor de definitie aan te passen.

Een aantal Kamerleden heeft gerefereerd aan de AOW-plannen. Ik meen dat de heer Cramer dat in eerste instantie heeft gedaan. De bedoeling blijft om daarmee in 2011 aan te vangen. Dat is conform het coalitieakkoord. Wij menen dat het ten opzichte van alle betrokkenen fair is om de gelegenheid te geven zich daarop tijdig in te stellen. Daarom zal aan de hand van het belastingplan dat volgend jaar voorligt de uiteindelijke vormgeving van die plannen in de Kamer aan de orde worden gesteld. Zoals bekend, hebben wij in het coalitieakkoord afgesproken dat wij daarover met sociale partners zullen spreken.

De heer Cramer heeft ook een vraag gesteld over de motie-Huizinga over de bpm-differentiatie in het Belastingplan 2008. In het coalitieakkoord staat dat die differentiatie zal worden verzwaard. Op dit moment gaan wij na in hoeverre het lukt om daaraan in het Belastingplan 2008 uitvoering te geven. De Kamer kan in ieder geval verwachten dat daarop in dat belastingplan wordt ingegaan. Desnoods zal duidelijk worden gemaakt dat het ons niet is gelukt om die differentiatie meteen volgend jaar in te voeren. Ongetwijfeld zal over deze kwestie een debat met de Kamer worden gevoerd.

Er werd gevraagd naar de motie-Slob over de faciliteit in de inkomstenbelasting voor geruisloze doorschuiving bij bedrijfsverplaatsing. Gevraagd wordt om dat niet alleen toe te staan in geval van direct overheidsingrijpen, maar ook bij indirect ingrijpen door de overheid. De fractie van de ChristenUnie heeft daarop al meerdere malen aangedrongen. Zij weet dat dat alleen mogelijk is door de wetsteksten te veranderen. Mijn voorganger heeft toegezegd dat hij wil nagaan wat de mogelijkheden zijn. Daarmee zijn wij bezig. Ik kan mij voorstellen dat wij bij het komende belastingplan een antwoord geven op de vraag hoe ver wij met die afweging zijn gekomen.

De heer Cramer heeft een opmerking gemaakt over de bezuinigingen op de faciliteit buitengewone uitgaven. Dat deed hij ook in het licht van de reacties van de CG-Raad. Ik ben mij ervan bewust dat die raad de regeling wil behouden. Hij heeft allerlei voorstellen gedaan om de regeling nader toe te spitsten op chronisch zieken en gehandicapten. In de afgelopen jaren is dat al menigmaal geprobeerd. Wij hebben helaas ook menigmaal moeten concluderen dat het nooit gelukt is om die regeling precies toe te spitsen op de bedoelde groep. Als de TBU-regeling echt alleen ten goede zou komen aan chronisch zieken en gehandicapten, is de conclusie dat er in Nederland meer dan drie miljoen gehandicapten en chronisch zieken zijn. Dat is echter niet zo. Dit element van ondoelmatigheid moeten wij adresseren.

Bij de komende Miljoenennota doen wij de Kamer voorstellen over een faire bezuiniging. In het coalitieakkoord staat 400 mln. Volgend jaar gaan wij praten met de gemeenten over hoe het resterende budget te integreren is in de Wmo-verantwoordelijkheid van die gemeenten. Op gemeentelijk niveau wordt er expertise ontwikkeld over de vraag welke gehandicapten en chronisch zieken de meeste steun nodig hebben. Dat spitst de zaken meer toe dan een bureaucratische formule uit Den Haag. Zo komen de middelen die beschikbaar zijn voor gehandicapten en chronisch zieken bij die groep terecht. In alle fasen van de discussie blijven wij overigens in gesprek met de CG-Raad. Hun suggesties nemen wij, waar enigszins mogelijk, ter harte.

De heer Van der Vlies refereerde aan zijn motie over de schippersinternaten. De minister voor Jeugd en Gezin is op dit moment in overleg met de schippersinternaten. Dat is de Kamer gemeld in een brief van 22 juni. Zodra dit overleg is afgerond, wordt de Tweede Kamer over de uitkomst van het overleg geïnformeerd. Dat zal deze zomer zijn.

De heer Van der Vlies (SGP):

Dat staat inderdaad in de brief die minister Rouvoet op verzoek van de Kamer heeft gezonden. In mijn motie staat dat het gaat om een bedrag van 1,2 mln. Een halve ton is op voorhand gevoteerd. Het gaat om een serieus probleem voor een kleine doelgroep. Over het resterende bedrag zou overleg worden gevoerd. Het zou bij voorjaarsnota geregeld worden, zo het al geregeld kan worden. Nu loopt het overleg blijkbaar nog. Wij laten deze kans dus aan ons voorbijgaan. Ik vraag de minister daarom de toezegging om niet moeilijk te doen als het geld gaat kosten.

Minister Bos:

Ik geef het verzoek graag door aan collega Rouvoet. Ik kan mij voorstellen dat hij, als het overleg deze zomer is afgerond, tot een beslissing komt bij de uiteindelijke begroting voor 2008. Daarover word in augustus besloten. In eerste instantie is het aan minister Rouvoet of hij voor 1 mln. ruimte vindt om aan de motie tegemoet te komen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Er is een verschil tussen het huidige debat en het debat van straks. Als er geld nodig is na het overleg, is de vraag of het in de eigen begroting gevonden moet worden of dat het geplust wordt bij de Voorjaarsnota. In dat geval zou ik een royale houding op prijs stellen.

Minister Bos:

Ik wacht de bevindingen van collega Rouvoet af.

De heer Vendrik heeft gevraagd naar de man van 1 mld. Hij vraagt of het miljard bovenop de vergroeningsopgave van het coalitieakkoord wordt gerealiseerd. Ik wijs erop dat de heer De Jager, in het gesprek waar de heer Vendrik aan refereert, zegt zich voor te kunnen stellen dat het kabinet op enig moment meer aan fiscale vergroening doet dan voorgenomen in het coalitieakkoord. Ruimte daarvoor bestaat er ook, mits wij daarover in de komende maanden overeenstemming bereiken. Dan kan het in de kaders vastgelegd worden. Het bedrag van 1 mld. is toen als voorbeeld genoemd. Ik weet niet waarop wij uitkomen en wat de voorstellen van de heer De Jager op dit punt behelzen. Die informatie krijgt de Kamer op Prinsjesdag.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Het coalitieakkoord bevat niet voor niets een afspraak hierover. Bij het debat over het coalitieakkoord was een belangrijk kritiekpunt van ons dat de ambitie van de coalitie zo laag is. Nu beluister ik bij de minister dat het coalitieakkoord op dit punt niet maatgevend is en dat er wellicht flink wordt geplust. Is er nu wel of geen ruimte? Wat is de waarde van de afspraken uit februari?

Minister Bos:

Er is geen ruimte om tijdens de rit te beslissen om de milieubelastingen te verhogen en de inkomsten daarvan zus of zo te besteden. Dat is strijdig met de begrotingsregels. Nu zijn de kaders echter nog niet vastgesteld. Wij zijn nog in overleg over wat er redelijkerwijs aan fiscale vergroening kan plaatsvinden en hoe er met inkomsten- en uitgavenkant van de begroting wordt omgegaan. Vervolgens kan bezien worden wat verstandig is. De heer De Jager bekijkt op dit moment alle opties voor fiscale vergroening. Hij weet dat hij minimaal thuis moet komen met wat in het coalitieakkoord staat. Als hij meer wil, zullen voorstellen daartoe zorgvuldig worden bekeken in de komende maanden.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik vind dit een merkwaardige gang van zaken. Het coalitieakkoord is helder over fiscale vergroening. Er wordt 1 mld. opgehaald via groenere heffingen of meer groene heffingen, bijvoorbeeld de vliegticketbelastingen. Dat wordt teruggesluisd via de loon- en inkomstenbelasting. Ik beluister nu bij de minister dat er veel meer ruimte is voor fiscale vergroening. Dat is interessant. Ik wil dan echter horen aan welke belastingen er wordt gedacht. Ik begrijp overigens niet dat de minister zegt dat het afhangt van het lastenbeeld. Fiscale vergroening zoals ik het bedoel, is ongevoelig voor het lastenkader. Wij hebben geen behoefte aan een milieuheffing voor uitgavenverhoging. De milieuheffing moet omhoog en de loon- en inkomstenbelasting moet naar beneden.

Minister Bos:

Ik begrijp de verbazing van de heer Vendrik niet. Hij stelde mij immers de vraag naar het miljard van De Jager. Ik dacht dat de heer Vendrik het had over het miljard dat eventueel bovenop het coalitieakkoord komt. Daarover heeft De Jager een aantal maanden geleden immers een interview gegeven. Over het miljard in het coalitieakkoord kan ik helder zijn. Dat miljard komt er. De Kamer vindt het terug in het komende belastingplan. De vraag wat daarbovenop mogelijk is, valt in tweeën uiteen. Gedurende de kabinetsperiode is het mogelijk om lastenneutraal te vergroenen. Dat kan door de milieubelasting te verhogen en de lasten op een andere wijze te verlagen. Dan moet ongelooflijk goed naar de koopkrachteffecten worden gekeken en naar welke bedrijven erdoor in de knel komen. Meer fundamenteel bekijken welke middelen vrijgespeeld kunnen worden, kan alleen door daarover te beslissen voorafgaand aan het afspreken van uitgavenkaders. In die afweging zijn wij nog verwikkeld.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat begrijp ik wel, maar het is niet van belang ontbloot. Omdat de realisatie van ambitieuze milieudoelen achterblijft, hebben wij tijdens het debat over het coalitieakkoord aan de heer Van Geel gevraagd wat de maat der dingen is: het doel, de middelen of de afspraken in het coalitieakkoord. Van Geel zei toen dat het financieel kader waarin een pakket vergroening zit, maatgevend is. Daaruit begrepen wij dat het blijft bij 1 mld. voor vergroening. Ik begrijp van de minister van Financiën dat die afspraak niet zo hard is en dat het meer kan worden, misschien wel veel meer.

Minister Bos:

Ik probeer mijn antwoord zo te formuleren dat ik geen valse verwachtingen wek. Als die verwachtingen door uitspraken van een paar maanden geleden wellicht wel zijn gewekt, zou het kunnen gaan om heel grote bedragen. Ik probeer duidelijk te maken dat het niet uitgesloten is dat er meer gebeurt dan in het coalitieakkoord, maar dat het zeer de vraag is of dit op een verantwoorde wijze lukt. Die afweging zijn wij op dit moment aan het maken. Ik kan het niet helderder maken.

De heer Crone heeft gevraagd hoe het zit met de bekostiging van de specialistenopleidingen uit de rijksbegroting. Ik geloof dat hij daarvoor het woord begrotingstruc gebruikte. Dat is per 1 januari 2007 gebeurd om een level playing field tussen ziekenhuizen te creëren. Dat effect heeft het ook, als je het uit de begroting financiert. Wij zijn aan het bekijken hoe wij daar de komende jaren mee omgaan. Ik ben bang dat ik ook tegen hem moet zeggen dat wij er bij de Miljoenennota meer over zullen vertellen.

De heer Crone ging ook in op het amendement-Arib over vaccinatie tegen baarmoederhalskanker in het basispakket. Dat zou 35 mln. kosten. Mevrouw Schippers heeft een amendement ingediend over een kleiner, afgebakend cohort dat 10 mln. zou kosten. Mijn collega Klink heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over deze materie. Dat advies zal eind van het jaar verschijnen. Wij willen wachten tot dat advies er is, voordat wij hierover een beslissing nemen. Als wij dat al zouden willen, denken wij dat opname in het basispakket misschien niet de meest verstandige manier is om hiermee om te gaan. De informatie van het College voor zorgverzekeringen is dat vaccinatie op verzoek wordt gedaan, dus als iemand gevaccineerd wil worden, als het in het basispakket zit. De ervaring is dat er dan zelden een hoge vaccinatiegraad wordt bereikt, dat risicogroepen niet goed worden bereikt en dat controle op het bereik onmogelijk is. Als je het niet in het basispakket opneemt maar in een vaccinatieprogramma, is de kans waarschijnlijk groter dat je het bereik hebt dat je wilt hebben. Als het goed is, worden dit soort afwegingen, met de bijbehorende kosten en vragen of dit de beste manier is om het probleem op te lossen, geadresseerd in het advies van de Gezondheidsraad. Ik zou het bijzonder op prijs stellen als de fractie van de Partij van de Arbeid met het amendement van mevrouw Arib kan wachten tot dat advies er is, want er hoeft geen twijfel over te bestaan dat wij sympathie hebben voor het doel.

De heer Crone (PvdA):

Dank voor de sympathie, maar de adviesaanvraag is pas onlangs verstuurd, terwijl wij er al een jaar lang om vragen. Het kabinet had wel wat harder mogen lopen. Het is maar de vraag of mensen het vrijwillig vragen, als het structureel in het basispakket komt, dus het moet in het vaccinatieprogramma. Het gaat erom dat een groep meisjes dadelijk tussen wal en schip zal vallen. Zij zouden het via een overgangsmaatregel in het basispakket vergoed kunnen krijgen. Ik zal met mijn collega's overleggen om wat druk op het kabinet te zetten. Dan kan een grote groep in het najaar worden geholpen die nu niet meer automatisch in het vaccinatieprogramma zou vallen. Voor deze jonge vrouwen gaan wij misschien in tweede termijn een verzoek doen aan het kabinet.

Minister Bos:

Ik merk wel welk verzoek er aan ons wordt gedaan. Dan praten wij verder.

De heer Crone en anderen hebben vragen gesteld over de raming van de zorgkosten. Ik geloof dat de heer Crone de cijfers paraat had. Dit kabinet heeft in het zogenoemde basispad al een zeer hoge raming verwerkt van de stijging van de zorgkosten in de komende jaren: ruim 8 mld. Dat is niet alleen in termen van miljarden euro's, maar ook van procenten nooit eerder vertoond. De stijging op andere begrotingen verdwijnt daarbij als sneeuw voor de zon.

Niettemin moeten wij constateren dat een ervaringsgegeven lijkt te zijn dat je altijd te maken hebt met overschrijdingen, hoe ruim de raming ook is op het gebied van de zorg. Een verklarend element daarin is, naar ik aanneem, dat het aanbod zijn eigen vraag schept. Daarbij speelt mee dat er een recht op zorg bestaat, ook uit hoofde van het verzekeringskarakter. De stelselwijzigingen in de zorg, zoals de introductie van het basispakket en gematigd concurrerende verzekeraars, hebben in termen van doelmatigheid nog niet opgeleverd wat wij hopen dat zij over een aantal jaren zullen opleveren. Ik geloof dat het probleem van de kosten in de zorg niet primair is dat de ramingen niet toereikend zijn, maar dat wij onvoldoende grip hebben op de factoren die leiden tot overschrijdingen. Ik weet dat dit een voortdurend punt van aandacht is bij de collega's Klink en Bussemaker.

De heer Crone vroeg of wij een beetje op schema liggen bij de terugdringing van de bureaucratie en hoe het zit met de controletoren. De terugdringing van de bureaucratie valt onder de "operatie vernieuwing rijksdienst", waarvoor collega Ter Horst verantwoordelijk is. Deze ligt op schema en daar zijn wij allemaal druk mee bezig. Er vindt overleg plaats met de Rekenkamer over de controletoren, de manier waarop wij verantwoording afleggen en de tolerantiegrenzen die wij daarbij hanteren. Wij willen daar het liefst uitkomen op een manier dat wij er allebei hetzelfde van vinden. Ik heb deze week al twee brieven gestuurd over de manier waarop in de Kamer verantwoording wordt afgelegd over allerlei zaken, over de manier waarop het verantwoordingsdebat wordt ingericht en op welk tijdstip dat het beste kan plaatsvinden. Wij hopen het overleg met de Rekenkamer in de komende maanden te kunnen afronden, zodat wij hierover na de zomer een brief aan de Kamer kunnen sturen.

Onze inzet is om met behoud van onze huidige rechtmatigheidsambitie te streven naar een grotere efficiency. Dat kan door minder te controleren bij relatief kleine uitgavenposten. Een ander idee waar wij samen met de Rekenkamer naar kijken, is dat wij sommige uitgavenposten en subsidies misschien niet elk jaar hoeven te controleren, maar over een reeks van meerdere jaren tezamen. Een derde pad waarlangs efficiencywinst bereikt kan worden, is om de uitvoering van de controle niet per departement, maar door departementen gezamenlijk ter hand te laten nemen. Dat zijn een paar ideeën die circuleren in het overleg met de Algemene Rekenkamer.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid voor een korte tweede termijn, alleen voor het indienen van moties.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Met permissie, daar maak ik bezwaar tegen. Ik probeer in financiële debatten zo min mogelijk moties in te dienen en de dingen gewoon uit te discussiëren. Dat wil ik vanavond ook doen. Gunt u mij dan twee minuten spreektijd in tweede termijn in plaats van het indienen van een motie. Dat is minder dan de helft van de eerste termijn, die al vrij krap was. Anders wordt het wel heel mager.

De voorzitter:

Ja, als u zich daaraan houdt, gaan wij dat zo doen. Dat betekent dat wie moties heeft, deze in die twee minuten indient.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Voorzitter. Veel dank voor de antwoorden van de minister op de vele vragen die zijn gesteld. Wij hebben goed geluisterd. Ik geloof dat de striktheid die wij wilden bereiken en die in het regeerakkoord zit over begrotingsregels, nageleefd zal worden. Dank aan de minister dat de proeve van wetgeving wordt doorgezonden naar de Raad van State. Wij kunnen zelf vragen om een onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de publieke omroepen. Ik begreep uit de woorden van de minister dat hij geen bezwaar heeft tegen zo'n onderzoek. Ik dien geen moties in.

De heer Irrgang (SP):

Voorzitter. Bij de Voorjaarsnota wordt, zoals wel vaker gebeurt, vast een vooruitblik gegeven op de begroting voor volgend jaar. Voor de begroting die wij in september zullen behandelen, is in ieder geval van belang hoe de koopkrachtontwikkeling er gemiddeld uit ziet, zeker voor lagere inkomens en middeninkomens. De minister van Financiën heeft gezegd dat hij daar goed naar zal kijken. Daarmee geeft hij natuurlijk geen garanties. Dat hoor ik heel goed. Ook na een interruptie door de heer Crone viel het mij op dat de minister zei dat die achteruitgang eigenlijk niet zou moeten, maar als mensen geen milieumaatregelen nemen, dan is het hun eigen schuld. Dan hadden zij maar wat meer spaarlampen moeten kopen, althans dat gevoel kreeg ik er een beetje bij. Bij een verwachte economische groei van 3% en 3% loonstijging volgend jaar, denk ik dat het niet uit te leggen valt als mensen met een laag inkomen of een middeninkomen er volgend jaar op achteruit zouden gaan. Ik ga er dan ook vanuit dat het kabinet daar goed rekening mee houdt bij het opstellen van de begroting voor volgende jaar.

Uit het antwoord van de minister van Financiën begreep ik dat de tegenvaller bij de zorguitgaven in de jaren 2008-2011 geleidelijk zal worden opgevangen. Hij sprak van een oplossing die is gevonden. Het klonk alsof er al een concrete oplossing was in termen van maatregelen. Anders is het niet meer dan een doelstelling om het probleem op te lossen. Als men al concrete maatregelen in gedachten heeft, zeker voor de periode 2008-2011, dan is daarmee in feite sprake van een soort annex bij het coalitieakkoord. Ik vind eigenlijk dat de Kamer op de hoogte zou moeten worden gesteld van wat de afspraken die blijkbaar in het kabinet zijn gemaakt over een meerjarige periode, precies behelzen.

De heer Cramer (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij hebben een goed debat met elkaar gevoerd over de zware opgaven en het hoge ambitieniveau dat wij ons als coalitie hebben opgelegd. Ik vind dat de minister een goed betoog heeft gehouden over zijn ambitie en die van het kabinet. Ik dank hem daarvoor. Ook de hulpkaders zijn nog eens goed neergezet, alsmede de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het hele kabinet op dit punt en dat de ministers daarop door de minister van Financiën worden aangesproken. Mij rest de minister te danken voor het uiteenzetten van zijn visie op de verschillende onderwerpen die ik heb aangesneden en de toezegging met betrekking tot de uitwerking van de verschillende moties. De ChristenUniefractie ziet de uitwerking in de Miljoennota met goede moed, maar ook met een gezonde dosis spanning, tegemoet.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Dit debat heeft vandaag de nodige helderheid gebracht, in die zin dat duidelijk is geworden dat het huidige kabinet geen uitgavenkader heeft voor het jaar 2007. Om die reden zijn de begrotingsspelregels, die zijn afgesproken in het coalitieakkoord, wat je daar ook van moge vinden, in 2007 aan de kant gezet. Als voorbeeld noem ik de strikte scheiding van de inkomsten en uitgaven. Mijn fractie betreurt dat, want dat zou er toe kunnen leiden dat het jaar 2007 gebruikt kan worden om behoorlijk te rommelen met getallen, inkomstenmeevallers en uitgavenoverschrijdingen. Er gloort een klein beetje hoop in de opmerking van de minister dat hij een aantal tegenvallers van dit jaar volgend jaar structureel probeert te dekken door middel van ombuigingen. Dat zou kunnen betekenen dat wij straks bij de Miljoenennota moeten constateren dat tegenvallers die wij vandaag bespraken ten aanzien van de uitgaven, daarmee slechts een incidenteel karakter krijgen. Daarmee wordt de pijn verzacht.

Ik vind het jammer dat het kabinet 100 dagen heeft uitgetrokken om in een plaatjesboek 9 mld. extra te kunnen verdelen en dat die 100 dagen niet zijn gebruikt om een oplossing te vinden voor die structurele uitgavenoverschrijdingen. Ik hoop dat de komende 100 dagen daar wel voor gebruikt gaan worden. Ik dien twee moties in. De eerste motie heeft te maken met de uitgavenkaders en budgettaire spelregels.

De WeekersKamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de uitgavenkaders en budgettaire spelregels voor het lopende begrotingsjaar buiten werking zijn gezet, doch dat voor de periode 2008-2011 strikte begrotingsdiscipline is beloofd;

van oordeel dat voor een solide begrotingsbeleid harde uitgavenkaders en duidelijke en stringente budgettaire spelregels onontbeerlijk zijn die bovendien strikt dienen te worden gehandhaafd;

verzoekt de regering, in een hoofdstuk van de Miljoenennota 2008 uitgebreid de harde meerjarige uitgavenkaders alsmede de stringente budgettaire spelregels uiteen te zetten en in de verantwoording over het jaar 2007 aan te geven wat de consequenties van het ontbreken van effectieve kaders en spelregels over 2007 zijn gebleken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Weekers, Pechtold en Vendrik. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5(31061).

De heer Weekers (VVD):

Ik heb een belangrijk punt gemaakt van de koopkracht. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het goed gaat met de Nederlandse economie;

constaterende dat de regering voornemens is, lastenverzwaringen door te voeren om uitgavenstijgingen te compenseren, en dat mede door deze lastenverzwaringen de koopkracht van veel Nederlanders volgend jaar zou kunnen dalen;

van oordeel dat iedereen zou moeten kunnen profiteren van de gunstige conjunctuur;

verzoekt de regering, bij het voorbereiden van de begroting 2008 afdoende maatregelen te treffen, zodat de koopkracht niet alleen voor de uitkeringsgerechtigden niet verslechtert, maar juist ook voor de hardwerkende middengroepen verbetert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Weekers en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6(31061).

De heer Weekers (VVD):

Ik roep in herinnering dat de heer Rutte inzake de strikte scheiding van inkomsten en uitgaven en de uitgavenoverschrijding over het jaar 2007 een motie heeft ingediend tijdens het debat over het beleidsprogramma. Die motie is aangehouden naar aanleiding van onduidelijkheid over het antwoord. Wij hebben vanavond duidelijkheid gekregen. Daarom wenst mijn fractie die motie in stemming te brengen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Weekers stel ik voor, de motie-Rutte c.s. (31070, nr. 9) aan de agenda toe te voegen.

Daartoe wordt besloten.

De heer Weekers (VVD):

Ik heb een vijftal hoogstaande economische instituten en adviseurs genoemd die gele kaarten hebben uitgedeeld en ik vind het jammer dat de minister daar maar heel summier op is ingegaan. Ik zou van hem wel eens willen weten hoe vaak hij geel moet krijgen van externe instanties voordat bij hem alle signalen op rood springen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Ik zal kort zijn. Ik zeg de minister dank voor zijn beantwoording. Hij heeft begrepen dat de SGP-fractie eigenlijk dicht bij dat behoudende en terughoudende beleid wil blijven voor wat betreft de begrotingsinrichting voor de toekomst. Het kan dan meevallen en daar kun je dan je winst mee doen. Daar is over gediscussieerd en ik laat dat punt nu verder rusten.

Ik ga nog even in op de schippersinternaten. Ik ben gewend om mijzelf serieus te nemen, het Kamerdebat serieus te nemen en ook uitspraken van de Kamer serieus te nemen. Hier voor mij ligt een Kamerbreed gesteunde en ondertekende motie die is ingediend op 18 januari jongstleden en is aangenomen door de Kamer. Als reactie krijg je dan, wat ook de laatste zin van het dictum is, dat daarin bij gelegenheid van de Voorjaarsnota 2007, zo dat nodig zou zijn, zal worden voorzien. Het gaat om een bedrag van ten hoogste 1,2 mln. Ik heb er niets meer over gehoord. Nu kan het niet zo zijn dat er ineens miezerig over wordt gedaan als dat overleg, dat kennelijk nog loopt, tot conclusie zou hebben dat er dus wat geld nodig is. Daarom doe ik een beroep op deze minister om een royale houding aan te nemen als er een beroep op hem zou worden gedaan voor dit bescheiden bedrag. Ik begrijp heel goed dat wij op de kleintjes moeten letten. Ik gooi het geld ook niet over de balk, maar ik zou heel erg teleurgesteld zijn als ik hierover in het najaar bij gelegenheid van de begrotingsbehandeling een nieuw gevecht moet aangaan. Wij zouden dan niet serieus met onszelf omgaan.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik heb één opmerking en twee moties. Mijn opmerking heeft betrekking op de eerste zin die de minister zojuist uitsprak. Hij zei: ik wil een minister zijn die bescheiden is naar de collega's en bescheiden naar de belastingbetaler. De volgorde is fout, maar de houding naar mijn gevoel ook. Ik wil een minister die als een leeuw staat voor de belastingbetaler. Hij moet niet alleen goed laten zien wat er met die centen gebeurt, maar hij moet vooral trachten te beperken dat hij die centen nodig heeft. De minister heeft niet voor niets die mooie kist met al die flinke, ijzeren sloten op zijn kamer staan. Zo'n minister wil ik zien. Zeker in het eerste jaar zou hij dat moeten zien waar te maken richting zijn collega's. Wie weet kan het nog komen. En dan nu de moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering in 2007 geen uitgavenkader hanteert maar ten opzichte van het oude uitgavenkader afkoerst op een overschrijding van 2 mld.;

overwegende dat het kabinet tegelijkertijd honderden miljoenen uittrekt voor beleidsmatige uitgavenverhogingen in de sociale zekerheid en 410 mln. voor een reservering voor schuldsanering van de Antillen;

verzoekt de regering, alsnog maatregelen te nemen om de uitgavenoverschrijdingen in de zorg te verminderen en deze voor het overige te compenseren met uitgavenverminderingen in de andere budgetdisciplinesectoren, bijvoorbeeld door het uitstellen of heroverwegen van beleidsmatige uitgavenverhogingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Weekers en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7(31061).

De heer Pechtold (D66):

Ik heb een lans proberen te breken voor de alleenstaanden. De minister is mij een eind tegemoet gekomen maar krijgt nog een geheugensteuntje met de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het coalitieakkoord en het beleidsprogramma vooral oog hebben voor gezinnen terwijl er in Nederland 2,5 miljoen alleenstaanden zijn en dit aantal de komende jaren zal groeien tot 3,5 miljoen;

van mening dat alleenstaanden een vergeten groep vormen en vaak kwetsbaar zijn in financieel opzicht;

verzoekt de regering, het koopkrachtbeleid voor alleenstaanden zodanig vorm te geven dat werken voor alleenstaanden lonender gaat worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Weekers, Vendrik en Crone. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8(31061).

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Er zijn momenten dat ik licht nostalgisch terugverlang naar 1 mei 2006 toen partijleider Bos zijn Netspar-lezing uitsprak. Dit is zo'n moment. Die partijleider durfde nog gevoelige hervormingen op het gebied van de woningmarkt, de AOW en de arbeidsmarkt aan. Dit kabinet begint daar niet aan en dat is jammer.

Mijn fractie houdt haar hart vast voor wat precies die afspraak met minister Klink inhoudt. Er lijkt een afspraak te zijn, precies zoals Irrgang vermoedde, over wat er volgend jaar op de zorg lijkt af te komen. Dat geldt ook voor de TBU want ik begrijp dat er volgend jaar bezuinigd wordt en de boel pas in 2009 de boel naar de gemeentes wordt gebracht. Dat gaan de chronisch zieken en gehandicapten volgend jaar in hun koopkrachtbeeld nog merken. Ik heb drie verlangens ten aanzien van de Miljoenennota waarmee de minister aan het werk is. Als het bedrag van 1,1 mld. in het coalitieakkoord niet maatgevend is – mijn fractie dacht altijd van wel en dit is dus goed nieuws – en er veel meer ruimte in het vat zit voor fiscale vergroening, dan ziet mijn fractie graag bij de Miljoenennota of het belastingplan een uitwerking van wat dan wel het plan is van het kabinet. Geef duidelijkheid over wat het kabinet van plan is in plaats van die 1,1 mld. Het standpunt van mijn partij is bekend.

Ik vraag de minister van Financiën ook om in de Miljoenennota in te gaan op zijn echte plannen met het FES. Mijn fractie wil daar graag vanaf maar ik begrijp dat het vernieuwd wordt. Ik verzoek om helderheid hierover in de Miljoenennota.

Dit geldt eigenlijk ook voor de merkwaardige manier waarop de zorgpremies ineens in het lastenbeeld terugkomen. Ook dat is over de rand van de tafel gevallen in dit debat. Deze worden niet publiek maar privaat vastgesteld en lopen niettemin mee in het lastenbeeld en het lastenkader van het kabinet. Dat is een vreemde gewaarwording.

Het kabinet heeft net aangegeven hoe het wil omgaan met de motie-Halsema die in het debat over het beleidsprogramma twee weken geleden is ingediend. Die ging over het zwangerschapsverlof voor vrouwelijke ondernemers. Het kabinet mist weer het punt. Mijn fractie wil in september een concreet wetsvoorstel zien, niet de zoveelste notitie, waarin het zwangerschapsverlof voor vrouwelijke ondernemers per 1 januari 2008 geregeld wordt. Ik vraag de minister om een toezegging dat het kabinet deze motie uitvoert.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Hij weet er in een halfjaar al veel te veel vanaf. Ik herinner mij al niet eens meer wie zijn voorganger was. Ik ben blij met de Kameropstelling als geheel want er is nu zelfs geen amendement van mijn hand meer aan de orde. Wat kan een kabinet beter hebben dan een begrotingshoofdstuk zonder wijzigingsvoorstellen? Ik zal niet provoceren maar met zo'n oppositie heb je geen regeringspartijen meer nodig.

Ik heb onder druk van de oppositie mijn amendement omgezet in een motie. Het betreft overigens een serieuze kwestie namelijk de vaccinatie tegen een virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken.

De VendrikKamer,

gehoord de beraadslaging,

gelet op het feit dat via vaccinatie een virus dat baarmoederhalskanker bij jonge vrouwen kan veroorzaken effectief kan worden teruggedrongen;

verzoekt de regering, reeds dit jaar een daadwerkelijke start te maken met deze vaccinatie en de vergoeding daarvan, en hierover concrete maatregelen te nemen voor 1 september aanstaande,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Crone, Pechtold, Vendrik en Irrgang. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9(31061).

De heer Crone (PvdA):

Uiteraard wordt bedoeld dat voor 1 september bij de Kamer een plan ligt waarin staat welke financiële ruimte er is om zo veel mogelijk groepen te helpen. Dat plan wordt natuurlijk in alle redelijkheid bezien. Het argument dat een en ander via een vaccinatieprogramma moet, is niet doorslaggevend omdat juist in een overgangssituatie veel tussenoplossingen mogelijk zijn. Dit is een serieuze kwestie en wij rekenen op steun. Wij waarderen de sympathie die de minister heeft voor dit onderwerp. Ik verwacht dat minister Klink met de steun van de Kamer in de rug met een mooi voorstel kan komen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat de beleidskeuzes van dit kabinet niet de onze zijn. Dat is een kwestie van prioriteiten stellen. Deze tijd van hoogconjunctuur is hét moment om structureel te hervormen en lasten voor de burgers te verlichten. Elke voorstel tot lastenverlichting wordt echter verworpen met verwijzing naar verslechtering van het EMU-saldo. Wij willen oneigenlijke inning van belastingen en premies tegengaan en dienen daarom de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de vaststelling van de premies voor werknemersverzekeringen jaarlijks kostendekkend dient te geschieden;

overwegende dat de aangehouden reserves gezien het huidige dekkingsaldo, zich reeds boven het maximaal toegestane reserveringsplafond bevinden;

verzoekt de regering, de werkloosheidspremies jaarlijks kostendekkend vast te stellen en de premie voor de werkloosheidsuitkeringen per 2008 fors naar beneden bij te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10(31061).

Minister Bos:

Voorzitter. Ik loop het rijtje maar even af. De heer Irrgang heeft nog eens benadrukt hoe zeer zijn fractie hecht aan een goed koopkrachtbeeld met name voor de lagere en de middeninkomens volgend jaar. Ik hecht daar met, naar ik aanneem, velen hier ook zeer aan. Ik neem dat punt mee in de besluitvorming van deze zomer. De heer Irrgang vroeg zich af of de maatregelen die kennelijk zijn afgesproken met collega Klink – de heer Vendrik had het vanuit een ander perspectief over dezelfde materie – niet een soort annex bij het coalitieakkoord zijn. Hij moet dat maar beoordelen bij de behandeling van de begroting straks. Bij de tegenvallers in de zorg is het van tweeën een. Er kan worden besloten om niets te doen, waardoor de saldodoelstelling in het coalitieakkoord niet wordt gehaald, of een en ander te verhalen op de afgesproken intensiveringen. Het is echter ook mogelijk om het probleem bij de wortel aan te pakken. In dat licht hebben staatssecretaris Bussemaker en minister Klink afspraken met mij gemaakt. Ik heb er vertrouwen in dat zij de Kamer van de maatregelen die op dit moment verder worden uitgewerkt bij de komende begroting kunnen overtuigen.

De heer Irrgang (SP):

Wat de leden van het kabinet met elkaar afspreken, is allereerst een zaak van het kabinet. Als het alleen de begroting 2008 zou gelden, dan zou ik mij kunnen voorstellen dat wij daarvan kennis nemen bij de Miljoenennota. Ik heb echter begrepen dat het gaat over 2008, doorlopend naar 2009, 2010 en 2011. Of worden alle maatregelen in 2008 ingevoerd met een beslag in de periode daarna. Ik vind dat dit niet nog jaren boven de markt mag blijven hangen.

Minister Bos:

Ik zal er nog met collega Klink over spreken, maar ik neem aan dat in de komende begroting van VWS zicht wordt geboden op hoe de geconstateerde uitvoeringsproblematiek over de volle breedte wordt weggewerkt. De Kamer zal dan niet van jaar op jaar met nieuwe maatregelen worden geconfronteerd, maar in één keer een zo totaal mogelijk beeld van de aanpak krijgen.

De heer Weekers gebruikte grote woorden: er wordt gerommeld en begrotingsregels worden aan de kant gezet. Ik heb juist een substantieel deel van mijn betoog gebruikt om ook hem ervan te overtuigen dat ik het gros van de regels uitvoer die door zijn favoriete minister van Financiën de afgelopen jaren werden uitgevoerd. De heer Weekers zei ook: en dan probeert hij het voor volgend jaar te dekken. Ik probeer niets te dekken, wij dekken het gewoon. Dat geldt niet alleen voor volgend jaar, ook dit jaar doen wij al allerlei zaken. Er worden dit jaar op basis van de afspraken in het coalitieakkoord en de boedelbrief al 800 mln. aan maatregelen genomen, bijvoorbeeld bij de huisartsen. Daarmee hebben wij niet gewacht en zijn wij nu al begonnen.

De heer Van der Vlies heeft mij nog een keer indringend gewezen op hoe het kabinet hoort om te gaan met een duidelijke uitspraak van de Kamer. Dat geldt zeker als het om betrekkelijk geringe bedragen gaat. Die boodschap is duidelijk aangekomen.

De heer Pechtold zei dat ik bescheiden wilde zijn in de richting van de belastingbetaler. Ik wilde alleen maar bescheiden zijn in de zin dat mijn ambities vooral betrekking hebben op het in staat stellen van mijn collega's om alle goede dingen te doen waaraan zij zich hebben verbonden. Daarnaast heb ik nadrukkelijk gesteld dat de minister van Financiën een eigen verantwoordelijkheid heeft om de belastingbetaler waar voor zijn geld te bieden. Daarmee beaam ik in feite wat de heer Pechtold van mij verlangt.

De heer Vendrik vraagt om helderheid over de wijziging in het FES. Op dit punt is onze gedachtevorming nog niet afgerond. Hij vroeg concreet om er in de komende Miljoenennota een eerste zicht op te kunnen krijgen. Ik ga dat proberen. Verder heeft hij opgemerkt – dit heeft hij wel eens eerder gedaan –dat het van de gekke is dat zorgpremies meelopen in het lastenkader. Er valt inderdaad een vraagteken bij te plaatsen, aangezien de zorgpremies niet door de overheid worden vastgesteld maar door private organisaties. Het gaat echter wel om collectief verplichte lasten, zaken die iedereen moet betalen. Dat is een grond om ze wel degelijk mee te nemen in de relevante kaders. De burger kan niet beslissen of hij de premie wel of niet betaalt, waardoor wij de verantwoordelijkheid hebben om te zorgen dat hij niet te veel betaalt.

Ik kom bij de moties.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik heb de minister ook gevraagd om in de Miljoenennota aan te geven hoe het de komende jaren gaat met die fiscale vergroening. Kennelijk biedt het coalitieakkoord nog ruimte.

Minister Bos:

Wij geven in de aanstaande Miljoenennota het volledige beeld.

In de motie van de heer Weekers, medeondertekend door de heren Pechtold en Vendrik, wordt gevraagd om in de Miljoenennota voor 2008 duidelijk de spelregels en de kaders uiteen te zetten en bij de verantwoording over het jaar 2007 terug te kijken op het jaar 2007 op dit vlak. Dat lijkt mij alleszins doenbaar. Als de Kamer daarom vraagt, zullen wij daaraan uitvoering geven.

In de tweede motie, van de heren Weekers en Pechtold, wordt gevraagd om koopkrachtmaatregelen in het vooruitzicht te stellen, die niet alleen betrekking hebben op uitkeringsgerechtigden maar ook op hardwerkende middengroepen. Ik moet hierop formeel en heel terughoudend reageren. In dit debat geef ik geen enkele garantie over welke koopkrachtontwikkeling dan ook. Dit heeft te maken met de grote onzekerheid over wat straks uiteindelijk onze mogelijkheden zijn om zaken bij te stellen. De enige garantie die ik geef, is dat het beeld zal beantwoorden aan de afspraak die wij in het coalitieakkoord hebben gemaakt: de sterkste schouders zullen de zwaarste lasten dragen. In dat licht is het onverstandig om op afwegingen vooruit te lopen en allerlei problemen te vooronderstellen waarvan nog moet worden afgewacht of ze aan de orde zijn.

De heer Weekers heeft ook de motie van de heer Rutte weer tot leven gebracht. In het dictum daarvan wordt de regering verzocht alle uitgavenoverschrijdingen binnen het afgesproken uitgaventotaal op te vangen en eventuele inkomstenmeevallers volledig te bestemmen voor verbetering van het begrotingssaldo. Er wordt in deze motie gesproken over "een afgesproken uitgaventotaal", alsof er op dit moment een kader is. Dat is er niet, zoals ik reeds heb geprobeerd uit te leggen. In die zin is het voor ons niet mogelijk gevolg te geven aan deze motie. Overigens is er geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en terughoudendheid die wij in het begrotingsbeleid betrachten.

De heer Pechtold heeft een motie ingediend om een aantal zaken terug te draaien. Hij spreekt over beleidsmatige uitgavenverhogingen in de sociale zekerheid – ik neem aan dat hij doelt op de WAO – en de Nederlandse Antillen. Deze uitgaven moeten volgens hem worden uitgesteld of heroverwogen teneinde andere overschrijdingen te compenseren. Dat is allereerst in strijd met afspraken die ik heb gemaakt met collega's, die niet strijdig zijn met het begrotingsbeleid. Bovendien lijkt de motie me in strijd met afspraken die wel degelijk in het coalitieakkoord zijn vastgelegd, bijvoorbeeld over de WAO. In dat licht ontraad ik het aannemen van deze motie.

De heer Pechtold heeft ook een motie ingediend, medeondertekend door de heren Weekers, Vendrik en Crone, waarin wordt verzocht het koopkrachtbeleid voor alleenstaanden zodanig vorm te geven dat werken voor alleenstaanden lonender wordt. Ik heb al eerder gezegd dat ik deze motie zou kunnen steunen als ik die heel breed mag uitleggen. De regering wil dat werken over de volle breedte lonend is, dus ook voor alleenstaanden. Ik wil echter niet worden gedwongen om een nieuw instrumentarium te ontwerpen dat specifiek op deze groepen betrekking heeft. Deze motie zou ik willen opvatten als een algemene reminder om deze groep niet in de vergetelheid te doen belanden. In dat licht kan ik er prima mee leven.

Ik beschouw het als een gebaar van de heer Crone dat hij in dit debat niet het gesprek met ons aangaat met een amendement maar met een motie over vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Ik kan me er inhoudelijk het nodige bij voorstellen. Mocht de Kamer zich hiervoor uitspreken, dan zullen wij een grote inspanning verrichten in de richting van wat van ons wordt verlangd. Op dit moment kan ik echter niet specifiek vooruitlopen op waartoe wij wel of niet in staat zijn. Ik heb al eerder gewezen op de adviesaanvraag die loopt bij de Gezondheidsraad. Ik zal mij over dit en over andere relevante aspecten verstaan met collega Klink.

De voorzitter:

Minister, de motie die u net behandeld heeft, wordt geacht te zijn ondertekend door de heer Irrgang.

Minister Bos:

Dat verhoogt de druk alleen maar; ik voel een hete adem in mijn nek.

Ten slotte de motie van het lid Van Dijck, waarin wordt gevraagd de werkloosheidspremie jaarlijks kostendekkend vast te stellen en de premie voor werkloosheidsuitkeringen per 2008 fors naar beneden bij te stellen. Als wij dat zomaar zouden doen, slaat dat een enorm gat in onze begroting en in onze saldodoelstelling. Ik kan mij niet voorstellen dat de heer Van Dijck dat van ons verlangd. Ons beleid rondom premies is dat ze in principe lastendekkend zijn. De maatvoering en het tempo waarin die doelstelling kan worden gerealiseerd, hangt sterk af van de ruimte die wij van jaar tot jaar blijken te hebben. In dat licht ontraad ik het aannemen van deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aanstaande donderdag zal over de ingediende moties worden gestemd.

Ik stel voor de suppletoire begrotingen samenhangende met de Voorjaarsnota voor het jaar 2007 waarvoor zich geen sprekers hebben gemeld en waarop geen amendementen zijn ingediend, te weten 31061, de hoofdstukken IIA, IIB, III tot en met XV en de fondsen A tot en met F zonder stemming aan te nemen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Hoofdstuk XVI is hiermee dus niet aangenomen.

Mevrouw Arib (PvdA):

Ik wil graag mijn amendement over het vaccin tegen baarmoederhalskanker (31061-XVI, nr. 3) intrekken.

De voorzitter:

Het amendement-Arib (stuk nr. 3) is ingetrokken.

Ik stel voor, de suppletoire begroting van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport samenhangende met de Voorjaarsnota voor het jaar 2007 (31061-XVI) zonder stemming aan te nemen.

Daartoe wordt besloten.

Naar boven