Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 29, pagina 1973-1975

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 12 december 2006 over vrij verkeer van werknemers tussen de nieuwe EU-lidstaten.

De heer De Wit (SP):

Mevrouw de voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg van 12 december jl. over het mogelijk verder openstellen van de grenzen per 1 januari is in ieder geval bij mijn fractie verwarring ontstaan over wat er in de tussenliggende tijd gebeurt, waar tijdens dat overleg is besloten in ieder geval niet per 1 januari de grenzen te openen. De staatssecretaris heeft een besluit gepubliceerd waaruit blijkt dat hij in zestien sectoren wil overgaan tot vrijstelling van de arbeidsmarkttoets. Mijn fractie is het daar niet mee eens. Ik verkeerde zelf in de veronderstelling dat wij anders hadden besloten, namelijk dat in afwachting van de nadere brief van de staatssecretaris geen stappen door hem zouden worden ondernomen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat per 17 december 2006 voor zestien sectoren de arbeidsmarkttoets voor werknemers uit Midden- en Oost-Europese landen is afgeschaft;

overwegende dat het opheffen van de arbeidsmarkttoets niet alleen gebaseerd kan worden op de werkloosheidscijfers in een sector, maar dat daarbij ook de maatregelen in de sector om jongeren op te leiden en werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten in te schakelen, moeten worden betrokken;

overwegende dat de maatregelen om gelijk loon voor gelijk werk en fatsoenlijke huisvesting te waarborgen nog ontoereikend zijn en dat die in veel sectoren geheel ontbreken;

verzoekt de regering om de arbeidsmarkttoets voor de zestien sectoren opnieuw in te voeren en tot 1 maart 2007 geen andere sectoren aan te wijzen waar de arbeidsmarkttoets vervalt en mitsdien het besluit van 17 december 2006 ongedaan te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Wit en Fritsma. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 57(29407).

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

De heer De Wit wil voor de zestien sectoren die de staatssecretaris heeft genoemd, de arbeidsmarkttoets terugdraaien. Dat zou ook kunnen betekenen dat er een tekort aan mensen in het ambulancevervoer ontstaat. Dat is immers één van de sectoren die de staatssecretaris in zijn lijst heeft opgenomen. Wil de heer De Wit daarvoor de verantwoordelijkheid dragen?

De heer De Wit (SP):

Mij is nooit gevraagd om de verantwoordelijkheid daarvoor te dragen. Afgezien daarvan ben ik van mening dat het onverantwoord is om in deze situatie over te gaan tot het aantrekken van mensen die onze taal nog niet eens spreken. Ik neem dan ook aan dat er, als wij die mensen voor het ambulancevervoer inzetten, onverantwoorde situaties zullen ontstaan. Laat staan dat daarvoor flankerend beleid is ontwikkeld. Verdringing en flankerend beleid spelen in deze kwestie een rol. De staatssecretaris heeft die zaken nog niet geregeld.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. Tijdens het vragenuur van gisteren heb ik de staatssecretaris over deze kwestie vragen gesteld. Daarbij kwam ook het verslag aan de orde van het algemeen overleg dat vorige week is gehouden. Ik hecht eraan om dat te memoreren, omdat de staatssecretaris heeft gezegd dat hij de Kamer toen al over de arbeidsmarkttoets heeft ingelicht. Ik wilde toen weten waar de komende maanden zou worden gevraagd om de arbeidsmarkttoets af te schaffen. De staatssecretaris heeft op mijn vraag het volgende antwoord gegeven: "Ik heb met u afgesproken, rekeninghoudend met bepaalde criteria en in overleg met sociale partners, sectoren te openen. Bij een aantal is dat gedaan. Op dit moment wordt mij onder andere door de bouw- en de transportsector met grote nadruk gevraagd om datzelfde te doen. Ik heb tot op dit moment niets meer gedaan. Dat is niet netjes om te doen voor dit overleg. Dat element ligt er nog steeds en daar zal ik naar moeten kijken." Ik had de staatssecretaris gevraagd naar de toets en het loslaten daarvan in de komende maanden. Ik herhaal dat de staatssecretaris aan de Kamer tijdens dat overleg geen enkel signaal heeft afgegeven waaruit bleek dat hij drie dagen later die toets zou loslaten. Ik heb ook nog steeds geen antwoord gekregen op mijn vraag van gisteren over de manier waarop de staatssecretaris de criteria weegt. Hij heeft altijd gesproken over verschillende criteria, dus niet alleen over de daling in de WW. Toch begrijp ik nu dat het vooral over de WW gaat.

Ik dien een motie in over het aantal mensen dat nog steeds in de kaartenbakken zit van het CWI. De staatssecretaris heeft gesproken over 2600 personen in de bouw. Ik heb begrepen dat het 19.000 personen betreft. Daaronder vallen ook de personen die niet direct beschikbaar zijn.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering heeft besloten om met ingang van 17 december het aantal van de arbeidsmarkttoets vrijgestelde sectoren met 16 uit te breiden;

constaterende dat daarmee voor deze sectoren niet meer getoetst hoeft te worden op beschikbaarheid van prioritair arbeidsaanbod in Nederland;

constaterende dat er ondanks de economische groei binnen de genoemde sectoren nog sprake is van onvrijwillige werkloosheid en een geringe kans op werk voor enkele groepen, waaronder oudere werklozen;

verzoekt de regering, in de sectoren waar de arbeidsmarkttoets is of in de nabije toekomst wordt losgelaten, onverminderd in te zetten op een vraaggerichte re-integratie van werklozen naar werk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bussemaker en Van Hijum. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 58(29407).

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Ik ga ervan uit dat, zolang de tewerkstellingsvergunning niet is opgeheven, de staatssecretaris zich houdt aan de afspraak dat blijvend zal worden getoetst op arbeidsomstandigheden, -voorwaarden, -verhoudingen en huisvesting. Ik verzoek hem dan ook heel dringend om voor deze sectoren precies aan te geven hoe op die aspecten vanaf heden zal worden getoetst.

De voorzitter:

De bedoeling van dit debat is om moties in te dienen en niet om vragen te stellen. Ik vraag de staatssecretaris, buitengewoon kort op deze vragen te antwoorden. Ik sta geen interrupties meer toe.

Staatssecretaris Van Hoof:

Voorzitter. De heer De Wit heeft gezegd dat hij veronderstelde dat er een ander besluit aan de orde was, namelijk niet het openstellen van sectoren door het laten vervallen van de arbeidsmarkttoets. Mevrouw Bussemaker heeft gezegd dat zij veronderstelde dat verdere stappen niet direct maar pas over enkele maanden zouden plaatsvinden. Daaruit blijkt dat er kennelijk in het algemeen overleg niet goed is gecommuniceerd. Ik heb dat overleg immers verlaten met de stellige overtuiging de Kamer adequaat te hebben geïnformeerd. Ik heb dat gisteren ook gezegd in antwoord op enkele mondelinge vragen. Misschien had ik het explicieter en duidelijker moeten doen. Ik begrijp nu dat een aantal Kamerleden het niet goed heeft begrepen. Dat is jammer. Ik dacht dat de Kamer stilzwijgend instemde met een en ander.

Ik wil de indruk vermijden dat ik sluw allerlei zaken erdoor druk waarover de Kamer en ik van mening verschillen. Ik heb nog steeds de stellige overtuiging dat wij een afspraak hebben gemaakt naar aanleiding van de discussie van vorig jaar mei. Wat ik nu heb gedaan, past in die afspraak. Ik handel dan ook overeenkomstig de criteria die ik eerder aan de Kamer heb meegedeeld. Dat is niet alleen de ontwikkeling in de WW-cijfers, maar ook de verwachting van deskundigen en het overleg met een aantal sectoren binnen het bedrijfsleven. Op basis daarvan heb ik een nieuwe stap gezet. Tegen de achtergrond van de cijfers en de behoefte in het land, zoals het tekort aan arbeidskrachten in de transportsector, is het heel slecht als wij het doen vervallen van de arbeidsmarkttoets en de tewerkstellingsvergunning terugdraaien. Dat betekent dat ik aanvaarding van de motie van de heren De Wit en Fritsma ontraad.

Ik ben het eens met wat in de motie van mevrouw Bussemaker en de heer Van Hijum staat over de categorieën mensen die op dit moment nog niet op de arbeidsmarkt participeren. Wij zetten daar breed op in. Ik heb gisteren een aantal maatregelen genoemd. De motie verzoekt om in de sectoren waar de arbeidsmarkttoets is vervallen of komt te vervallen onverminderd in te zetten op de re-integratie van werklozen. Ik ben zeer gemotiveerd om door te gaan met het beleid. Ik zal daar zo nodig mijn inspanningen voor vergroten. Ik heb met deze motie dan ook veel minder moeite.

Bij de tewerkstellingsvergunning toetsen wij enerzijds de arbeidsvoorwaarden en anderzijds de huisvesting. Dat blijven wij doen. Pas bij het volledig openstellen van de grenzen komt het flankerend beleid aan de orde. Op dit moment heb ik geen plannen voor verdere stappen, gezien de cijfers en de informatie. Een en ander is natuurlijk afhankelijk van hoe lang ik nog in deze functie verkeer en hoe de economie zich zal ontwikkelen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de moties zijn aan het einde van de avond.