Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-2001nr. 43, pagina 3360-3361

Aan de orde zijn de stemmingen over twee moties, ingediend bij het debat over het huurprijzenbeleid, te weten:

- de motie-Van Gent over een maximale huurstijging van 2,5% (27441, nr. 2);

- de motie-Van Gent/Van 't Riet over de motiveringsplicht van verhuurders (27441, nr. 3).

(Zie vergadering van 25 januari 2001.)

De voorzitter:

Mevrouw Van 't Riet heeft alsnog een motie ingediend. Dat lijkt mij zeer ongebruikelijk bij een VAO, maar mevrouw Van 't Riet heeft wel het woord gevoerd in het AO en kennelijk was er een samenloop van omstandigheden waardoor zij niet aanwezig kon zijn bij het debat over het VAO. Ik heb begrepen dat de motie inmiddels is rondgedeeld en dat er geen bezwaar tegen bestaat om direct over deze motie te stemmen. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat een inflatievolgend huurbeleid gewenst is;

overwegende, dat waar sprake is van een onevenwichtige verhouding tussen prijs en kwaliteit, het redelijk is dat een verhuurder een huurverhoging mag vragen die boven het inflatiepercentage uitkomt;

voorts overwegende, dat uit de toezichtsverslagen van 1998 en 1999 blijkt dat de sociale huursector er financieel goed voorstaat, het eigen vermogen en het weerstandsvermogen zijn toegenomen, het Centrale Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) geoordeeld heeft dat de financiële positie van de toegelaten instellingen geen reden geeft tot zorg;

van mening, dat het van belang is dat verkoopwinsten kunnen worden aangewend voor onrendabele investeringen die noodzakelijk zijn in de sociale huursector;

constaterende, dat de huurstijging in de dure segmenten relatief is toegenomen;

verzoekt de regering bij de vaststelling van de in artikel 15 van de Huurprijzenwet voorgeschreven algemene maatregel van bestuur (Besluit huurprijzen woonruimte) uit te gaan van een normering van de redelijkheid van de huurverhoging, waarbij de huurcommissie de hoogte van de huurverhoging toetst aan het woningwaarderingsstelsel. Hierbij dient het uitgangspunt te zijn dat:

  • - indien de huur boven de 60% van de maximaal toegestane huurprijs is, de huurverhoging niet hoger kan zijn dan het in de Huurprijzenwet vastgestelde inflatiepercentage;

  • - indien de huur lager is dan 60% van de maximaal toegestane huurprijs kan, indien gemotiveerd, een huurverhoging worden berekend van ten hoogste 3,8% in het huurjaar 2001-2002,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt deze motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 4 (27441).

De heer Biesheuvel (CDA):

Voorzitter! Ik ben blij dat u deze gang van zaken als ongebruikelijk betitelt. Ik wil deze ongebruikelijkheid niet honoreren zonder op z'n minst een advies van de staatssecretaris over deze motie te horen.

De voorzitter:

Dat lijkt mij een terechte vraag. Mede omdat ik heb begrepen dat een en ander voor 1 februari a.s. zijn beslag moet krijgen, vraag ik de staatssecretaris of hij in staat is om ons nu een advies over de motie te geven.

Staatssecretaris Remkes:

Dat kan, mevrouw de voorzitter. In het AO heb ik aangegeven dat ik er, gegeven het feit dat huurders en verhuurders er samen uit proberen te komen, voor gekozen heb het komende huurjaar een overgangsjaar te laten zijn. Om die reden heb ik mij aangesloten bij het compromis over een maximumpercentage van vorig jaar. Bij de behandeling van de VROM-begroting is een amendement van de leden Duivesteijn en Biesheuvel aanvaard en het lijkt mij consistent om dan ook maar, evenals vorig jaar, te kiezen voor de uitvoering van dat amendement, zodat de huurders met huursubsidie langs die weg gecompenseerd worden. Aanvaarding van de motie-Van 't Riet zou een doorkruising van die bestuurlijke lijn betekenen en ik ontraad dan ook aanvaarding van deze motie.

De voorzitter:

Ik begrijp dat de heer Duivesteijn en andere leden eigenlijk een opmerking hierover zouden willen maken, maar als ik hen daartoe in de gelegenheid stel, zou het een heropening van de beraadslaging betekenen. Het leek mij in ieder geval nodig dat de staatssecretaris een advies over de motie aan de Kamer zou geven, maar verder zou ik het debat niet willen overdoen. Ik heb overigens de indruk dat het debat ook na vandaag nog wel doorloopt.

In stemming komt de motie-Van Gent (27441, nr. 2).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gent/Van 't Riet (27441, nr. 3).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, het GPV, de RPF en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van 't Riet (27441, nr. 4).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks en D66 voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Belinfante