Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-2001nr. 43, pagina 3357-3359

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de minister stel ik voor, de stemmingen over de Wet foetaal weefsel (26639) één week uit te stellen.

Op verzoek van enkele fracties stel ik voor, de stemmingen over de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (23207) één week uit te stellen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in:

  • - de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Bolhuis tot lid in de bestaande vacature;

  • - de vaste commissie voor Financiën het lid Bolhuis tot lid in de bestaande vacature;

  • - de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Bolhuis tot lid in de bestaande vacature.

  • Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegen heid het lid Verburg tot lid in de bestaande vacature.

Het woord is aan mevrouw Albayrak.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Voorzitter! Vorige week heeft de vaste commissie voor Defensie gesproken met de staatssecretaris van Defensie over het gebruik van verarmd uranium in NAVO-munitie. Dat debat heeft een voor de fractie van de Partij van de Arbeid onbevredigende afloop gekend. Vandaar dat ik u wil vragen, ruimte te maken op de plenaire agenda, zodat wij in ieder geval één motie kunnen indienen.

De voorzitter:

Heeft dat haast, mevrouw Albayrak?

Mevrouw Albayrak (PvdA):

Graag deze week, voorzitter. Het heeft geen enorme haast.

De voorzitter:

Ik zal de Kamer daarover op een later tijdstip een voorstel doen.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter! De meest recente cijfers van de Stichting Nederlandse hartpatiënten wijzen uit dat de wachtlijsten voor openhartoperaties en dotterbehandelingen weer een stijgende lijn vertonen. Dit is in tegenspraak met de berichten die wij tot nu toe horen van het ministerie en de minister van Volksgezondheid. Ik vind het een zeer verontrustend signaal. Ik wil de Kamer dan ook toestemming vragen om de minister van Volksgezondheid hierover te mogen interpelleren.

De voorzitter:

Ik zie dat geen van de andere leden de behoefte heeft, hierover het woord te voeren.

Ik stel voor, dit verzoek in te willigen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik zal goed naar de agenda kijken en nagaan, wanneer hiervoor ruimte kan worden gemaakt. Ik verzoek mevrouw Kant, zo snel mogelijk de interpellatievragen in te leveren.

Mevrouw Kant (SP):

Dat zal ik doen, voorzitter.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Weekers.

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter! De werving van buitenlandse verpleegkundigen lijkt op één grote teleurstelling uit te draaien. Vanwege de taal- en cultuurproblemen zijn velen inmiddels teruggekeerd en is er al veel geld weggegooid. Bovendien lijken de afspraken met de sector met voeten te zijn getreden. In de kranten staan geruchten dat er geronseld zou worden en dat er andere termijnen dan de werkelijke worden voorgespiegeld dat men hier mag werken. Mijn verzoek is dan ook, of de minister van VWS de Kamer nog deze week in een brief de actuele stand van zaken kan schetsen. In die brief dient te staan wat concreet wordt gedaan om in Nederland en in de Europese Unie te werven. Met andere woorden: wat wordt er gedaan om de kwaal te bestrijden in plaats van de symptomen aan te pakken? Tevens zou ik in de brief de vraag beantwoord willen zien hoe ver de minister van VWS met haar collega van Sociale Zaken is gevorderd om de regels rond de Wet arbeid vreemdelingen aan te scherpen.

De voorzitter:

Ik denk dat ik weet wat mevrouw Kant wil gaan zeggen.

Mevrouw Kant (SP):

Ik denk dat de heer Weekers dit ook weet. Over alle punten die hij noemt, heb ik vorige week een trits schriftelijke vragen ingediend. Toch wil ik zijn verzoek steunen, als mijn vragen dan per ommegaande mee beantwoord worden.

De voorzitter:

Ik denk dat ik een mooie combinatie kan maken. Ik stel voor, dit gedeelte van het stenogram door te geleiden naar het kabinet én daarbij te vragen om tegelijkertijd de al eerder gestelde, schriftelijke vragen te beantwoorden. Het hele terrein zal dan wel bestreken worden.

De heer Weekers (VVD):

Het zou mooi zijn als alle vragen nog deze week beantwoord kunnen worden.

De voorzitter:

Wij zullen dat vragen, want dat hoort ook nog bij dit gedeelte van het stenogram.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Van Vliet.

Mevrouw Van Vliet (D66):

Voorzitter! Per 1 januari 2001 is het mogelijk om je als in het buitenland wonende Nederlander te verzekeren voor de AWBZ. Dat is een goede zaak. Vandaag is het al 30 januari en blijkens berichten is de premiehoogte voor deze verzekering nog steeds niet vastgesteld. Wij zouden dan ook de bewindslieden van VWS en Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen vragen om in een brief de stand van zaken aan te geven. Het liefst horen wij dan dat het nu geregeld is.

De voorzitter:

Ik stel de Kamer voor, dit gedeelte van het stenogram door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van den Berg.

De heer Van den Berg (SGP):

Voorzitter! Vorige week is het debat over de grondwetsherziening inzake het referendum en de Tijdelijke referendumwet geschorst op verzoek van de regering. Wij zijn uit elkaar gegaan in de veronderstelling en de gerechtvaardigde verwachting dat voor de aanvang van het debat de regering zou laten weten waar het nader beraad, waarom de minister heeft gevraagd, toe zou leiden. Dit zou gebeuren, zo is dat hier ook gezegd, hetzij in de vorm van een nota van wijziging, hetzij in een brief met de resultaten van het nader beraad waarom de regering zelf heeft gevraagd. Ik constateer dat ons nog geen enkele mededeling van de regering bereikt heeft. Ik zie dat u het debat in uw wijsheid hebt gepland voor morgenmiddag, maar ik neem aan dat de Kamer er recht op heeft om te weten waar zij aan toe is. Ik vraag u dan ook, te bevorderen dat de berichten waar ik het zojuist over had de Kamer voordien bereiken of anders een ander moment voor behandeling van dit onderwerp te kiezen.

De voorzitter:

Daar heeft u gelijk in. Toen wij vorige week donderdagmiddag de agenda opstelden, dachten wij dat de minister wel met een brief zou komen. U hebt dus volstrekt gelijk in uw constatering. Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Laten wij afspreken dat het bericht er uiterlijk morgenvroeg om tien uur moet zijn. Anders zullen wij morgenmiddag ruimte maken voor een interpellatie. Een VAO heb ik ook nog in de aanbieding.

Overeenkomstig het voorstel van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Ter Veer.

De heer Ter Veer (D66):

Mevrouw de voorzitter! Als voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw vraag ik u om het verslag van een algemeen overleg over biologische landbouw op de agenda te plaatsen, opdat er een motie kan worden ingediend.

De voorzitter:

Heeft dat haast?

De heer Ter Veer (D66):

Niet per se, maar donderdag komt ons slecht uit, omdat wij dan een heel druk werkprogramma hebben als commissie.

De voorzitter:

Daar zal ik rekening mee houden. Ik zal later een voorstel doen.

Het woord is aan de heer Rietkerk.

De heer Rietkerk (CDA):

Mevrouw de voorzitter! De Nederlandse politiebond heeft een onderzoek gedaan naar de uitrusting van de politie. Via de krant vernamen wij vorige week wat alarmerende berichten. Het onderzoeksrapport is eind vorige week aangeboden aan de minister van BZK, de heer De Vries. De CDA-fractie vraagt een brief aan de minister over de conclusies van dat rapport. Welke conclusies deelt de minister wel en welke niet en welke maatregelen gaat hij nemen? Wij krijgen graag voor 1 maart een reactie in verband met een algemeen overleg kort daarna.

De voorzitter:

Heeft u het rapport zelf al?

De heer Rietkerk (CDA):

Ook niet. Het zou ook fijn zijn als wij dat krijgen.

De voorzitter:

Het is prettig om het erbij te hebben, lijkt mij.

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter! Mag ik uit het voorgaande afleiden dat er deze week een interpellatie komt waar ook stemmingen aan verbonden zijn?

De voorzitter:

U moet daar altijd rekening mee houden, maar wij proberen de stemmingen te plannen: donderdag tussen de middag of in de loop van de middag. Ik vraag bij het indienen van een motie meestal wel of het nog nodig is om er dezelfde week over te stemmen. Soms lukt het om het in de week erop te doen.