Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-2001nr. 43, pagina 3354-3356

Vragen van het lid Van der Hoeven aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over het aantal lesdagen op scholen in Flevoland.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA):

Voorzitter! Ik had geen vragen aan de minister, eerlijk gezegd, maar ik had vragen aan de staatssecretaris. Nu is de minister er evenwel. Misschien kan hij aangeven, waarom hij er zit en niet de staatssecretaris. Maar goed, je moet je behelpen met wat God je stuurt en God heeft nu de minister gestuurd.

Ik kom tot de vragen, voorzitter. Een school in Almere trekt aan de bel, want de nood is zo hoog dat zij niet alleen denken aan een vierdaagse schoolweek, maar zelfs aan een driedaagse. De vraag is dan: hoe vaak komt een vierdaagse schoolweek als noodoplossing al voor? Heeft de minister – maar het is de staatssecretaris die hierover gaat – hier ook cijfers over? Hoe betrouwbaar zijn die cijfers overigens, als volgens de directeur van de betreffende school de inspectie niet meer wordt gebeld, telkens als hij een overtreding moet doen in het kader van de lesweek?

Wat is er in feite nog acceptabel? Krijgen we straks een tweedaagse schoolweek, uit overmacht? En wat gebeurt er intussen? Natuurlijk, er zijn allerlei noodmaatregelen, maar die werken pas op langere termijn. Daar is tijd voor nodig, of men verdrinkt in regelgeving. De overheid is evenwel verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en de vraag is of de overheid die nog met goed fatsoen op deze manier kan garanderen.

Het ministerie van OCW heeft allerlei prijsvragen en een heel mooie prijsvraag zelfs, met een ton als prijs, voor minder regels op scholen, maar de lesweek wordt nog altijd korter. Het gaat dan toch om de bestedingsvrijheid van de scholen. De vraag aan de minister is hoe hij denkt die bestedingsvrijheid van de scholen te vergroten, zodat zij de problemen kunnen tackelen.

Ten slotte vraag ik de minister of hij bereid is een noodscenario te ontwikkelen als scholen daadwerkelijk overgaan tot een driedaagse lesweek en, als dat nodig mocht zijn, een beroep te doen op het kabinet in verband met extra financiering.

Minister Hermans:

De reden waarom ik hier sta en niet de staatssecretaris is dat door ons het accent met name is gelegd op het lerarenbeleid.

Op de vraag, op hoeveel scholen er sprake is van een vierdaagse schoolweek, moet ik op dit moment het antwoord schuldig blijven. Ik zal zorgen dat het antwoord er komt.

Voorzitter! Het moge duidelijk zijn dat de inspectie zodanig toezicht houdt, dat niet alleen het bellen van belang is. De zaak wordt wel degelijk in de gaten gehouden. Ik zal met de inspectie contact opnemen en informeren of zij in meer gevallen niet gebeld wordt. Naar mijn mening heeft de inspectie een redelijk beeld van wat er aan de hand is.

Zoals u weet, is er een groot aantal maatregelen genomen om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Het gaat daarbij onder andere om een vernieuwende instroom van leraren. Ik kan u melden dat op de onderhavige school sprake is van vijf zij-instromers per 1 januari en negen per 1 februari. Die maatregel zal dus op korte termijn effect sorteren.

De kwaliteit blijft natuurlijk van groot belang. Alle plannen en noodmaatregelen zullen dan ook steeds in dat licht bezien worden.

Het gaat er niet alleen om het probleem met orthodoxe en onorthodoxe maatregelen op te lossen, de scholen moeten ook een zodanige ruimte krijgen dat zij zelf in staat zijn de problemen te tackelen. Ik heb al eens in een toespraak gezegd dat ik de toekomst onderwijs geven meer zie in teamverband, waarbij niet alleen leraren maar ook onderwijsassistenten, IT-deskundigen en ouders in de klas aanwezig zijn onder de verantwoordelijkheid van een leraar. Als dat wordt bereikt, is er ook sprake van een andere situatie wanneer iemand ziek is. Ik ben er dan ook een groot voorstander van om de ruimte voor de scholen te vergroten om zelf een oplossing te kunnen vinden, natuurlijk wel met behoud van kwaliteit zoals uit de inspectierapporten duidelijk zal moeten blijken.

Mijn ambtenaren gaan morgen praten met de gemeente Almere. Daarbij wordt gekeken, wat er precies aan de hand is. De cijfers waarover ik beschik, geven aan dat vanwege de enorme groei in Almere sprake is van eenzelfde situatie als in de vier grote steden en daar zijn de scholen er met behulp van een zeer intensief gemeentelijk beleid samen in geslaagd de problematiek voor het grootste deel op te lossen.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA):

Dat brengt mij tot de vraag, wat de minister van plan is te doen aan de problematiek van die groeisteden. Wij praten nu weliswaar over Almere, maar alle gemeenten met Vinex-locaties worden op korte termijn met dezelfde problemen geconfronteerd. Vinex-locaties betreffen aangenomen kabinetsbeleid. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat wij straks over allerlei scholen komen te spreken die allemaal in dit soort problemen zitten en leerlingen naar huis moeten sturen waardoor in feite de lesweek naar drie dagen gaat!

Minister Hermans:

Met de vier grote steden is een speciaal convenant gesloten.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA):

Met alle respect, voorzitter, het gaat niet om de vier grote steden. Het gaat om de groeigemeenten, want ook daar doen zich de problemen voor en niet alleen in de vier grote steden.

Minister Hermans:

Ik wil bekijken, of er al dan niet met de groeisteden een soortgelijk convenant gesloten zou moeten worden en of er sprake kan zijn van maatvoering ook met betrekking tot deze problematiek. Het is een vrij lastige zaak. Ook in Arnhem/Nijmegen en Brabant is sprake van soortgelijke ontwikkelingen, het is echter niet overal hetzelfde. Scholen moeten in eerste instantie zelf zoeken naar oplossingen. Uiteindelijk kan noch de minister noch de Kamer alle problemen op 8000 basisscholen van hieruit oplossen. Wij kunnen wel proberen te faciliteren en die lijn wil ik de komende tijd graag voortzetten.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA):

Voorzitter! De minister heeft er natuurlijk volkomen gelijk in dat wij hier niet al die problemen kunnen oplossen. Het zou misschien echter wel goed zijn als een en ander op een goede manier aan de scholen gecommuniceerd wordt, zodat die precies weten wat er aan additionele mogelijkheden beschikbaar is gekomen. Hoe zorgt de minister ervoor dat men weet wat de grenzen zijn, zodat wij niet in de driedaagse schoolweek terechtkomen?

Minister Hermans:

Er is via het normale orgaan Uitleg gecommuniceerd. Alle informatie daarover is bekend. Ik zal nagaan of die informatie ook nog extra beschikbaar is op de website van OCW. Ik heb echter bepaald niet de indruk dat scholen niet weten dat er een rits aan mogelijkheden extra beschikbaar is gekomen om de problematiek het hoofd te bieden. Ik heb wel geconstateerd dat bij sommige scholen in Almere nog niet alle maatregelen bekend waren. Ik waag het om voorzichtig te melden dat dit wellicht meer aan Almere ligt dan aan de informatie van de zijde van het departement.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA):

Die conclusie trek ik niet voordat ik er meer vanaf weet. Zo gemakkelijk gaat het niet.

De minister legt het accent op het lerarenbeleid, maar ik heb het accent gelegd op de schoolweek die dreigt terug te gaan naar vier, en daarna naar drie dagen. Er ligt echter een voorstel van de staatssecretaris om de vijfdaagse schoolweek verplicht te stellen. Hoe verhoudt zich een dergelijk wetsvoorstel met de feitelijke situatie in het land?

Minister Hermans:

De staatssecretaris zal over dat wetsvoorstel ongetwijfeld met de Kamer in debat treden. Verder is ook bij het voorstel van de staatssecretaris besproken dat een noodsituatie eventueel aanleiding kan zijn tot een vierdaagse schoolweek, maar dan voor een beperkte periode.

De voorzitter:

Er zijn veel collega's die het woord willen voeren. Ik geef u allen kort de gelegenheid om een vraag te stellen.

Het woord is aan de heer Van der Vlies.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter! Lesuitval is altijd slecht. Lesuitval in groep 8 is evenwel extra bezwaarlijk, omdat leerlingen in die groep voor de overstap staan naar het voortgezet onderwijs. Deelt de minister deze prioriteit en is hij voornemens daaraan consequenties te verbinden?

De heer Rijpstra (VVD):

Mevrouw de voorzitter! Heeft de minister er zicht op of er in Almere gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot het verzilveren van arbeidsduurverkorting?

Mevrouw Lambrechts (D66):

Voorzitter! Wij hebben met elkaar afgesproken wanneer er sprake zou kunnen zijn van een noodsituatie. Die afspraak was niet dat de scholen het zelf maar uit moeten maken. De afspraak was dat scholen eerst zouden bekijken of er in de pool vervanging aanwezig is, of er vervanging te regelen is via het uitzendbureau, of ADV mogelijkheden biedt, of er een klassenassistent ingezet kan worden en zelfs of er een onbevoegde voor de klas kan staan. Op deze manier zou worden voorkomen dat leerlingen onverwachts naar huis worden gestuurd. Wie bewaakt dat een en ander werkelijk op deze manier wordt uitgevoerd en kinderen niet te snel naar huis worden gestuurd?

Mevrouw Barth (PvdA):

Voorzitter! Wij hebben de minister bij het begrotingsdebat al gevraagd om Almere in hetzelfde traject te sluizen als de grote vier omdat de situatie daar in september al heel ernstig was. Is de minister bereid om die stap zo snel mogelijk te zetten? Hij zegde toen overleg toe. Dat zal morgen plaatsvinden en dat is prachtig. Wij willen echter dat Almere in hetzelfde traject wordt opgenomen.

De heer Rabbae (GroenLinks):

Voorzitter! Het gevaar in Almere heeft zich reeds in andere gemeenten al voorgedaan en zal zich waarschijnlijk ook in de toekomst voordoen. Wordt het niet tijd dat de minister samen met de staatssecretaris een soort vliegende brigade van leerkrachten opzet die, afhankelijk van de posities van zieke leraren binnen scholen, ingezet kunnen worden?

De heer Van Bommel (SP):

Voorzitter! Dit probleem betreft niet alleen de grote steden of de groeisteden, en het betreft al helemaal niet alleen het ziekteverzuim. Het achterliggende probleem is veel groter en betreft twee decennia roofbouw op het onderwijs, afbraakbeleid en afgedwongen fusies. Wanneer verzamelt de minister de moed om tot een integrale analyse te komen van de vraag waarom wij in deze sector een veel groter probleem hebben dan in vergelijkbare sectoren? Dan kunnen wij ook tot echte oplossingen komen.

Minister Hermans:

Voorzitter! Uitval is slecht in iedere groep, maar dat geldt voor groep 8 in het bijzonder. De school heeft echter de verantwoordelijkheid om te bekijken hoe de beschikbare leerkrachten het meest efficiënt over de groepen kunnen worden verdeeld.

De heer Rijpstra vroeg naar de verzilvering van ADV. Ik doelde er in mijn antwoord op vragen van mevrouw Van der Hoeven al op dat mij uit het contact met de wethouder bleek, dat het nog niet bekend was dat arbeidsduurverlenging op vrijwillige basis inmiddels sinds november vorig jaar tot de mogelijkheden behoort. Wat dat betreft, is nog wel enige informatie noodzakelijk.

Mevrouw Lambrechts heeft gevraagd, wie bewaakt dat dat zal gebeuren. Daarbij vindt toezicht van de inspectie plaats. Wanneer een aantal maatregelen niet heeft gewerkt of onvoldoende werkt, kan er namelijk een noodsituatie ontstaan. Reeds twee jaar geleden heeft men een noodplan opgesteld. Uiteindelijk is gekozen voor een roulatiesysteem, dat echter te belastend was voor de leraren. Toen heeft men besloten, toch over te gaan tot het huidige systeem. Er zal ook moeten worden bekeken of al die maatregelen die inmiddels in gang zijn gezet, daadwerkelijk zijn uitgeprobeerd.

Er is gevraagd, wat de positie van Almere ten opzichte van de grote steden is. Ik heb al aangegeven dat we daar morgen over gaan praten. Wij gaan bekijken of er meer steden in een vergelijkbare situatie verkeren, en of een soortgelijk convenant als met de grote steden ook met de andere steden kan worden afgesloten. Maar dat moeten we zeer zorgvuldig doen, anders ontstaat de situatie dat het probleem gemakshalve in Den Haag wordt neergelegd, terwijl de oplossing, inclusief het budget, juist op plaatselijk niveau moet plaatsvinden. Geld is daarbij overigens niet het allereerste probleem, dat is de beschikbare capaciteit.

De heer Rabbae heeft een vraag gesteld over vliegende brigades. Ik bekijk momenteel of er nog meer maatregelen mogelijk zijn. In het kader van Maatwerk-1 en -2 zal ik via een voortgangsrapportage bekijken of daarvoor mensen beschikbaar zijn, of dat nationaal of regionaal moet gebeuren, wat de effecten daarvan zijn en of het een hanteerbaar middel is.

De heer Van Bommel stelde een vraag over het ziekteverzuim. Het klopt dat dat niet de enige reden was. Gisterenavond zond het journaal van de vier aan mij gestelde vragen slechts één antwoord uit, zodat het leek alsof alleen ziekteverzuim de reden was. Zoals bekend is het rapport van de commissie-Van Rijn in voorbereiding, handelend over de collectieve sector als concurrentiekracht ten opzichte van de markt. In dat rapport zal een analyse worden gemaakt van de situatie in de verschillende overheidssectoren, en zal een aantal maatregelen in het onderwijsveld worden voorgesteld.