Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 14, item 3

3 Spoedwet aanpak stikstof

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Regels voor de aanpak van de stikstofproblematiek in relatie tot natuur (Spoedwet aanpak stikstof) ( 35347 ).

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van wetsvoorstel 35347, Regels voor de aanpak van de stikstofproblematiek in relatie tot natuur. Ik heet de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van harte welkom terug in de Eerste Kamer.

Ik maak de leden erop attent dat twee leden hun maidenspeech zullen houden. Ik zal voorafgaand aan elke maidenspeech een belsignaal laten klinken. Na elke maidenspeech zal ik de spreker kort toespreken. Na de laatste maidenspeech — dat is in dit geval die van de heer Nicolaï — zal ik de vergadering kort schorsen voor felicitaties.

Ik heb begrepen dat de heer Van Pareren het woord wil voor een ordevoorstel.

De heer Van Pareren (FvD):

Voorzitter. Ik heb een ordevoorstel namens onze fractie en dat luidt als volgt, na een korte inleiding. Er is gisteren door de voorzieningenrechter in Den Haag de uitspraak gedaan dat het RIVM zijn cijfers moet gaan tonen, voor 1 januari, of dat de regering moet gaan aangeven dat ze dat niet doet, maar wel goed onderbouwd. Dit betekent dat wij als Kamer op dit moment niet alle gegevens beschikbaar hebben om een goed oordeel over deze wet te kunnen vellen. Daarom vragen wij ons af of het zinvol is vandaag een inhoudelijk debat over deze wet te gaan voeren. Wij stellen dan ook voor om dit debat kort uit te stellen, tot laten we zeggen 2 januari, zodat wij in staat zijn met elkaar over feiten te praten. Nu is het zo dat er volgens de, laat ik het vriendelijk zeggen, huidige cijfers of interpretatie van die cijfers een grote last bij één grote bevolkingsgroep ligt. Dat is niet fair en wij vinden dat er een level playing field moet zijn oftewel een gelijk speelveld. Dat is dus wat wij voorstellen: gelijk speelveld, goede informatie, volledige informatie, de juiste informatie en daarop pas het debat gaan voeren.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Pareren. Mag ik even rondkijken bij de fracties wie hier het woord over wil voeren? Mevrouw Faber.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Dank u, voorzitter. De PVV-fractie is het eens met meneer Van Pareren. Het is namelijk niet bekend of de depositiedata die zijn ingevoerd in het AERIUS-systeem volledig zijn. De verdenking is dat deze niet volledig zijn, maar we baseren wel het beleid en dus ook dit wetsvoorstel dat we moeten gaan beoordelen, op de ingevoerde data van het AERIUS-systeem.

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Nee, ik ben nog niet klaar, voorzitter. Als u mij heel even wilt laten uitpraten, alstublieft. Dan is het ook nog zo ... Meneer Van Pareren heeft het over 2 januari. Ik denk dat 2 januari te vroeg is, omdat het RIVM tot 1 januari de tijd heeft om te gaan bedenken of ze die data wel of niet gaan verstrekken en, zo ja, dan moeten ze ze binnen zeven dagen verstrekken. Dan zit je dus op 8 januari en zou het debat ná 8 januari moeten zijn. Wij steunen dus het voorstel van Forum voor Democratie. Dank u wel.

De voorzitter:

Mag ik de woordvoerders verzoeken even kort te zeggen of hun fractie wel of niet het voorstel steunt. Anders gaan we hier een hele termijn van maken en daar hebben we eigenlijk de tijd niet voor.

De heer Pijlman (D66):

Voorzitter. Wij steunen het voorstel niet. De systematiek van het wetsvoorstel wordt er niet door veranderd. Dan is verder uitstel niet nodig.

Mevrouw Prins-Modderaar (CDA):

Wij steunen het voorstel niet. Wij willen graag vandaag het debat.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Idem, voorzitter. De gegevens zijn niet nodig om de systematiek van de wet te kunnen beoordelen. Wat ons betreft kan het debat vandaag gewoon doorgaan.

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter. Daar sluit de VVD zich bij aan.

De heer Koole (PvdA):

Ook wij steunen het voorstel niet. Als er nog informatie nodig zou zijn, dan is dit debat goed geschikt om daar de minister op te bevragen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ook mijn fractie steunt het voorstel niet.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Mijn fractie steunt het voorstel niet. Wij hebben de gegevens niet nodig om de wet te kunnen beoordelen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Wij begrijpen het verzoek, maar gezien de spoed, ook vanwege de bouw, om de zaak weer op gang te krijgen, kunnen wij het helaas niet steunen.

De heer Schalk (SGP):

Voorzitter. Ook mijn fractie heeft geen behoefte aan uitstel. Dat is niet nodig voor deze wetsbehandeling.

De heer Gerbrandy (OSF):

Ik steun het voorstel niet.

De heer Janssen (SP):

Voorzitter. De SP steunt het voorstel niet. Het AERIUS-model is nog nooit stabiel geweest in de afgelopen jaren, dus dat verandert niets aan de systematiek.

De heer Nicolaï (PvdD):

Voorzitter, ik sluit mij aan bij de vorige spreker.

De voorzitter:

Dan kijk ik naar de indiener van het voorstel, de heer Van Pareren. Kunt u zich erin vinden dat wij het debat nu gaan houden? Er is geen meerderheid voor uw voorstel.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Voorzitter, als u mij toestaat, wil ik graag een opmerking maken. Deze chambre de réflexion, die zich altijd op de borst slaat dat ze zo zorgvuldig te werk gaat en de wetgeving goed bekijkt, gooit gewoon het zorgvuldigheidsbeginsel aan de kant. Ook het motiveringsbeginsel wordt aan de kant gegooid en ook het verbod op vooringenomenheid wordt aan de kant gezet. Dat vind ik zeer, zeer triest. Hieruit blijkt maar weer dat het PVV-standpunt om de Eerste Kamer af te schaffen toch wel hout snijdt.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Faber. Een vrolijk begin van de dag. Ik kijk nog even naar de heer Van Pareren. Kunt u zich erin vinden dat wij nu het debat gaan houden, gezien het gebrek aan steun voor uw voorstel? Ik stel vast dat dit het geval is.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Pareren voor zijn eerste termijn.

De heer Van Pareren (FvD):

Voorzitter. Ondanks het verzoek ben ik toch wel voorbereid om dit betoog te houden; dat zal enige geruststelling geven. Ik heb zelfs een hele stapel papier bij me. Ik zal proberen ons standpunt kort uiteen te zetten.

Met spoed naar de Spoedwet aanpak stikstof, dat is waar we vandaag voor staan. Maar is het nu een stikstofprobleem, of hebben wij gewoon een boekhoudprobleem? Oftewel, is er niet een boekhoudcrisis gaande? Want daar gaat het eigenlijk over. Laten wij bijvoorbeeld kijken naar biomassa. Biomassacentrales vervuilen de lucht dermate, dat men erachter is gekomen dat de hypermoderne kolencentrales in vergelijking daarmee schoon zijn. Toch vindt het gebruikte boekhoudprogramma — het zal niet Exact zijn, vermoed ik — dat er nul uitstoot is. Dat is heel bijzonder.

Er is ineens ook haastige spoed. Acht maanden geleden sprak de rechter zich uit. De rechter sprak zich heel duidelijk uit. Hij zei namelijk: het klopt niet wat er nu gedaan wordt; zo is het niet de bedoeling. Acht maanden het land op slot. En nu hebben wij spoedhaast om de bouw weer los te krijgen. Naar mijn beste weten is er ook voor de bouw een vorm van reces, maar goed, de spoed wordt wel als redelijk beschouwd. Eerder is al gezegd — dat hoorde ik ook de afgevaardigde mevrouw Faber zeggen — dat wij als Kamer niet alleen een chambre de réflexion zijn, maar dat wij, zo zou ik dit willen aanvullen, zorgvuldig onze besluiten moeten nemen, echter ook op basis van realiteit. Zo hebben wij ook de 130 km-symboolmaatregel. Daarover is veel gesteggel geweest binnen de coalitie. Uiteindelijk is men erop uitgekomen dat de maximumsnelheid naar 100 km/u moet. Berekeningen geven aan dat er een 0,07% reductie zal plaatsvinden, terwijl de wat positievere berekeningen in dit kader — als je dat tenminste positief kan noemen — een reductie van 0,09% laten zien.

Laat ik beginnen met te stellen dat stikstof natuurlijk niet zo erg gevaarlijk is, want zonder stikstof zouden wij gewoon niet kunnen ademen. In onze adem zit 80% stikstof en slechts 20% zuurstof, en er zit, jawel, ook nog CO2 in met nog wat edele metalen. Waarom het edel is weet ik niet, maar goed, zo heet het nou eenmaal. Maar het is verstikkend geworden voor de Nederlander wat de beleidsmakers allemaal verzinnen om de zaak hier in Nederland stil te leggen, want dat is gewoon het geval. Er is hier een woningnoodramp gaande. Wie had ooit kunnen bedenken dat er in 2020 — het is bijna 2020 — een woningnoodramp in Nederland is, omdat acht maanden geleden een boekhoudprogramma is afgekeurd?

Die hele spoedwet trekt ongelofelijk veel energie uit Nederland. Er zijn nog zo verschrikkelijk veel vragen over die spoedwet dat we er nog niet mee klaar zijn. Dan zitten we met een situatie dat er een onoverbrugbare achterstand is ontstaan in de woningbouw. Maar het is niet alleen de woningbouw die een onoverbrugbare achterstand heeft. Het is ook de bouw in de infrastructuur. Ook de institutionele bouw wordt hierdoor ongelofelijk geraakt. Het is meer dan alleen woningbouw. De hele industriële productiviteit in Nederland — hoort u ook wat VNO-NCW hierover zegt — ligt stil. Een ander woord zal ik niet gebruiken, want dat past hier niet.

Hoe komt het nou toch dat dit zo plaatsvindt? Het begint er al mee dat het hele dossier is neergelegd bij het ministerie van LNV. Daar zit ook natuur bij. Het is natuurlijk een aardige bijzonderheid dat het ministerie van Landbouw ook natuur in zijn dossier heeft zitten. Dat zijn twee grote tegengestelde dossiers die de twee hersenhelften van het ministerie vragen om daar goed mee om te gaan. Ik wou het gisteren al zeggen: de minister die ik in deze vergadering mis, is de minister van Economische Zaken. Het is namelijk niet alleen een landbouwprobleem, het is wel degelijk een groter probleem. Het is het probleem van de economische bedrijvigheid in Nederland. En ook de bouw en de industrie vallen toch echt eerder onder het ministerie van Economische Zaken dan onder het ministerie van LNV alleen.

Voorzitter. Als Forum zien wij een gefabriceerde crisis. Een crisis die gefabriceerd is door boekhoudkundig en bureaucratisch te kijken naar een probleem, een vermeend probleem. Er worden maatregelen genomen die draconisch zijn en die geen verband meer houden met de heersende realiteit. Want als het echt zo ernstig zou zijn, dan zou de wereld op slot zitten. Dan zou er helemaal niets meer gebeuren. Maar het aardige is, er is geen crisis. Het is een gemaakte crisis. Dat is eigenlijk helemaal niet aardig, dat is in- en intriest.

Kijken we naar een oplossing. Vaak wordt gevraagd: je vindt wel dat het niet goed gaat, maar hoe moet het dan? Het is niet moeilijk om te benoemen dat er binnen onze EU, binnen Europa, heel dichtbij een model is dat uitstekend werkt en dat in ieder geval de industrie laat doordraaien, net als de bouwer en de boer. Dat is eventjes een kilometer of 80 naar het oosten, naar Duitsland. Het gekke is dat je, als je de grens overgaat, een heel ander model aantreft. Dat land zit niet op slot, dat gaat gewoon door. Waarom zijn wij hier in Nederland zo ongelofelijk ingekapseld en zijn we niet meer in staat om de grote lijnen te zien, het belang van de Nederlandse Staat en van onze ontwikkeling in Nederland?

Ik heb een aantal vragen, want het spreekwoordelijke water klotst tegen de plinten aan op dit moment. De nood is hoog. Er zijn een aantal zaken die ik gisteren al per ongeluk, maar misschien ook zo duidelijk heb gezegd dat de minister zei: goh, u bent al met het volgende dossier bezig. Ik kan misschien nog een ander dossier noemen, teflon, maar laten we het nu even houden bij dit dossier. Wij merken op dat de drempelwaarde voor de stikstofdepositie hier in Nederland heel erg laag is. Je gaat er dus snel overheen. Waarom doen we dat? Waarom die zware voorwaarde? Onze eerste vraag is dus: gaat de regering ervoor zorgen dat er een realistische waarde wordt neergezet?

Kijk naar onze buurlanden. Ik noemde Duitsland al, maar kijk ook naar België. Je kunt niet doen alsof daar grenzen zitten en stikstof zegt: Nederland doet het zo leuk; ik ga niet meer komen. Nee, die stikstof komt ook hier. Onze vraag aan de minister is: kan de grens omhoog? Dat is niet alleen voor de boeren, maar ook voor de bouw belangrijk, want anders zitten ze weer in vergunningenstelsels. Er is nu zoiets ontwikkeld dat dat maanden duurt. En dan ben je nog niet klaar, want als er weer een of andere groep of persoon komt die zegt "ik ben het er niet mee eens", dan ben je na dat halfjaar wachten alweer verder in de aap gelogeerd, want dan ben je nog twee maanden bezig, met vervolgens nog kans op een hoger beroep.

De Raad van State heeft ook een aantal zaken gezegd over het weiden van koeien en het bemesten van het land per activiteit. Daarvoor zou een vergunning vereist zijn. Dat is een onwerkbare situatie. De vraag aan de regering is dus: kunt u daar wat barmhartiger in zijn, zodat er ook voor de boeren ruimte is om hun werk gewoon te blijven doen? Er is wel enige ruimte gekomen, maar een heldere totaal vergunde ruimte is niet toegezegd.

Dan heb je het intern salderen. Daarbij wordt gerekend met de emissiewaarde ten tijde van de vergunningverlening of de waarde van de best beschikbare techniek. Wat wordt er gebruikt? Welke vorm wordt er nu toegepast? Daar is allemaal onzekerheid over en dat is in principe niet nodig. Die onzekerheid kun je niet gebruiken als je een heldere wet wilt neerleggen die geaccepteerd en gedragen wordt en daardoor ook uitgevoerd kan worden.

Een groot aantal bedrijven heeft formeel buiten zijn schuld geen vergunning in deze na-PAS-periode. Hier moet een oplossing voor komen. Wanneer komt die er? Is er ook sprake van gedoogbeleid?

We hebben het er al even over gehad. Het was de aanleiding van ons punt van orde aan het begin. Er is een onderzoek van het Mesdagfonds geweest, er is een verder onderzoek geweest, en er is zelfs een rechtszaak over geweest, maar de metingen kloppen niet. Gaat u ervoor zorgen dat de metingen wel gaan kloppen, zodat op basis van goede metingen ... Ik hoorde het RIVM zeggen: wij kunnen heel goed meten; alleen, de politiek gaat aan de slag met onze metingen. Ik weet dus nooit wat er is gemeten. Is het de politiek die het meten doet, of is het echt een kundige, objectieve meting?

De vraag is dan natuurlijk ook direct: waarom moet er zo geheimzinnig over worden gedaan? Waarom moet daar een rechtsgang voor plaatsvinden? Waarom moet de voorzieningenrechter daarmee bezig zijn? Het is ook onze bevolking. Laten we niet in strijd met elkaar omgaan, maar in overleg, in samenwerking en in oplossingsgerichtheid. Het is volstrekt noodzakelijk dat er een transparant meet- en monitoringsnetwerk van stikstofdeposities in Nederland wordt ingevoerd. Gaat u hiervoor zorgen? En wanneer? En als u dat niet doet, waarom doet u dat dan niet?

We hebben het gisteren ook al gehad over de afroming van de emissierechten voor de boeren. Gaat u ervoor zorgen dat dat marktconform gebeurt, zodat het geen maatregel van minder en steeds minder wordt, maar een maatregel die realiteit in zich heeft en daardoor ook kan rekenen op acceptatie? Ons standpunt over de vergunde depositieruimte is: eens gegund, blijft gegund. Hoe staat de regering daarin? Gaat zij daarvoor zorgen en wanneer is dat duidelijk?

Dan is er het eerste aankooprecht van provincies voor boerengrond. Hoe blijft de waarde van die grond dan behouden? Minister, gaat u ervoor zorgen dat de provincies er ook echt van uitgaan dat zij een faire methodiek hanteren en dat dit het geval blijft? Wij stimuleren de Limburgse provinciale uitleg van de beleidsregels. Gaat u ervoor zorgen dat die ook in de andere provincies wordt gevolgd?

Bij de bouw is helderheid in regels ongelofelijk belangrijk: waar zijn wij aan toe en waar kunnen wij van op aan? De bouw vraagt om heel duidelijke drempelwaarden. Er zijn verschillende momenten in de bouw. Tijdens de bouw is men druk aan het werk en komt er van alles aanrijden, maar dat is een beperkte periode. Dat geeft inderdaad meer uitstoot dan wanneer er wordt gewoond in de huizen, gebouwen, industriegebouwen en noem maar op. Dus wilt u, regering, ervoor zorgen dat hierover snel duidelijkheid komt en dat u met twee waarden gaat werken? Een waarde met begrip voor de vele activiteiten rond het bouwen en daarna de gebruikersfase met een lagere coëfficiënt of mol per hectare. Dat is heel belangrijk, want wij roepen wel met z'n allen dat de bouw weer aan de slag gaat als dit erdoor komt, maar de bouw ziet dit als een eerste stap. Het is zeker niet de laatste stap en ik heb hier één punt genoemd dat die stap kan remmen als daar geen helderheid over komt, niet alleen helderheid maar ook een duidelijke maatstaf, een duidelijke waarde.

De stikstofbank geldt voor de woningbouw en zeven infrastructurele werken, maar voor het gemak lijkt het erop dat de utiliteitsbouw nu wordt vergeten. Ik noemde het net anders, maar het is een sector die even groot is als de eerste twee genoemde. Waarom wordt die bouw vergeten? Gaat u ervoor zorgen dat die met dezelfde voorwaarden kan werken als de eerder twee genoemde sectoren? Wanneer gaat u dat bekendmaken?

De provincies hebben de beleidsnotitie intern of extern salderen. Zij gaan een stukje stikstofplafond neerleggen op een hoognodige uitbreiding. Dat treft niet alleen de bouw maar de hele industrie. Het is opvallend dat de EU, waar u uw hele programma aan ophangt, dat recht niet eist. Minister, kunt u ervoor zorgen dat deze beleidsnotitie van de provincies wordt aangepast en dat op zo kort mogelijke termijn? Ik was net wat enthousiast toen ik sprak over 2 januari, maar 10 januari is ook een heel schappelijke termijn. Zo nee, waarom niet? Een heldere realistische drempelwaarde voor de sector zorgt er dus voor dat de bouw weer goed van de grond komt en dat we daarmee ook echt iets doen wat wij willen bereiken.

We mogen ervan uitgaan dat deze wet, ik heb het gisteren ook al gezegd, juridisch uitentreuren is onderzocht. Kunt u aangeven dat dit ook zo is en wat het resultaat is? Als er toch enige twijfels zijn, welke preventieve actie is er dan ingezet door de regering?

Voorzitter. Ik ben bijna aan mijn laatste vraag en ik ben ook bijna door mijn spreektijd heen. Ik herhaal ons verzoek dat ik gisteren ook al heb gedaan: minister, blijf alstublieft in overleg en wacht niet tot de nood het hoogst is. Zie de marktpartijen, om ze zo maar even te noemen, als partijen waarmee gewerkt moet worden. Dus de vraag is: kunt u ervoor zorgen dat er vanaf nu systematisch met de betrokken partijen even hard gewerkt wordt als met andere partijen waar nu ook mee gewerkt wordt? Dus met elkaar, in de verbinding werken aan oplossingen.

Ik heb al eerder gezegd dat ik de minister van Economische Zaken mis. U mis ik niet, fijn dat u er bent, minister. Maar nogmaals, ik mis de minister van Economische Zaken om het in de breedte te zien.

Dan hebben we nog de Natura 2000-gebieden. Ik zou toch ook echt ernstig willen verzoeken om daarvan een nieuwe indeling te maken, een realistische, beperktere indeling. Niet alle snippers door Nederland, want dan ben je gauw uitgereden hier, maar gewoon, realistisch benoemen wat benoemd moet worden en vooral niet elk hoekje meetellen, want dat geeft een probleem, zoals we nu zien.

De heer Pijlman (D66):

Zegt de heer Van Pareren nu: "We kunnen wel met minder natuur toe"?

De heer Van Pareren (FvD):

Als ik me mijn woorden herinner, dan heb ik niet gezegd dat we met minder natuur toe kunnen. Ik heb gezegd dat wij beter kunnen clusteren in natuurgebieden. Dat zou soms kunnen leiden — voorzitter, wou ik de heer Pijlman zeggen — tot een vermindering, maar ik mag u duiden dat ik woon in een drukbevolkte stad en dat ik nog steeds heel veel natuur om mij heen zie. Dus het gaat ook om de motivering van wat je natuur noemt. Maar ons hart is ook warm voor de natuur, meneer Pijlman.

De heer Pijlman (D66):

Dat begrijp ik, maar het kan best wel wat minder als het nodig is om de stikstof verder uit te stoten. Vat ik het zo goed samen? Als het nodig is, dan doen we dat.

De heer Van Pareren (FvD):

Voorzitter. Meneer Pijlman vraagt aan mij of dit zo is. Ik mag erop duiden dat we nu met een wet werken waarin we de woningbouw willen stimuleren. Ik kan mij voorstellen dat die woningen ergens moeten staan en ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat er een stukje leeg land verdwijnt. Leeg land, wat sommigen natuur noemen en wat anderen bouwland, agrarisch land, noemen, en bouwland voor huizen, dus bouwgrond.

De heer Pijlman (D66):

De laatste keer. Ik begrijp het, maar zo werkt het niet. We hebben zelf Natura 2000-gebieden aangewezen en ik begrijp nu van u dat als daar wat anders moet, u dat niet zo erg vindt, want de een noemt dit natuur en de ander zegt "dit is bouwland". Maar zo zit ons systeem en de wetgeving niet in elkaar. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Pareren. O, u gaat nog door.

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u, voorzitter, voor uw dank. Ik wou inderdaad nog even afronden met wat wij dan wél een goed idee vinden. Dat heb ik al genoemd, maar ik wil het graag in slotpunten nog benaderen en benadrukken. Dat is het Duitse model. Dan hebben we gewoon de boel opgelost. Dan gaan we met elkaar kijken hoe we het verder kunnen verfijnen naar de toekomst toe. Maar dan krijgen we voorlopig niet meer een situatie dat heel Nederland op slot gaat. Want er is een grote woningnoodramp ontstaan en dat is volledig afkeurenswaardig en ook niet meer verkoopbaar naar onze inwoners. Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u, meneer Van Pareren. Het woord is aan mevrouw Faber.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Nadat dit kabinet, geknecht door de Europese Unie en aangemoedigd door de milieuclubs, een stikstofprobleem heeft gecreëerd, komt deze regering niet met een spoedwet, maar met prutswet. De noodwet geïnitieerd door de PVV, die daadwerkelijk een halfjaar lucht had kunnen geven aan de boeren en de bouwers, werd genadeloos afgeschoten in de Tweede Kamer. En nu komt deze regering met een schijnoplossing, die de situatie alleen maar erger maakt en de boeren gaan de hoofdprijs betalen.

Voorzitter. Dit wetsvoorstel voorziet in een ministeriële regeling om de drempelwaarde op nationaal niveau voor stikstofdepositie te kunnen wijzigen. Die kan hoger worden gezet, maar ook in de toekomst lager. De drempelwaarde kan dan wel op nationaal niveau hoger worden gezet, maar op lokaal niveau blijven de Natura 2000-gebieden met de bijbehorende strakke beheersregels een showstopper. Volgens het rekenmodel AERIUS zou er nu al te veel stikstof neerslaan in deze gebieden, maar in hoeverre is dit een betrouwbaar instrument als het RIVM aangeeft dat dit model meer dan 30% afwijkingen vertoont en soms op lokaal niveau wel 70%? Er is ook nog niet bekend welke depositiedata er zijn ingevoerd. Dat weten we nu niet, dus dan gaan we ergens over beslissen waar we eigenlijk nog niet over kunnen beslissen, maar dat terzijde. Zo kan het zomaar gebeuren dat, als die data wel naar buiten komen, er claims komen van bijvoorbeeld het Mesdagfonds en de Stichting Stikstofclaim. Dat komt dan ook weer op het bordje van de belastingbetaler.

Maar goed, de minister komt nu met maatregelen om weer lucht te geven aan bouw- en infraprojecten, want voordat je het weet, staat het Malieveld na de boeren en de bouwers zomaar vol met woningzoekenden en daklozen, en dat moeten we natuurlijk niet hebben. Zo komt er alleen een vergunningsplicht voor projecten die significante gevolgen hebben voor de Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden alleen verstrekt indien er ruimte is in de depositieruimte, wat samen met de verstrekte vergunningen bijgehouden gaat worden in een nieuw stikstofregistratiesysteem, een soort PAS 2.0 dus. Ik ben benieuw hoe lang deze PAS 2.0 stand gaat houden tegen de gesubsidieerde milieuclubs. De kans is groot dat zij ook deze PAS 2.0 voor de rechter slepen. De vraag aan de minister is dan ook: hoe schat zij de houdbaarheid in van de PAS 2.0?

Voorzitter. Om extra depositieruimte te creëren, wil de minister autominnend Nederland verbieden het gaspedaal harder in te trappen dan 100 km/uur. Dus niets vroem, vroem. Koren op de molen van de linkse groene bakfietsridders. Die zijn al blij als ze al trappend en hijgend 20 km/uur halen. Tsja, groene socialisten kunnen dikwijls slecht verkroppen dat de een iets meer heeft of iets meer kán dan de ander.

Voorzitter. Niet alleen de maximumsnelheid wordt verder begrensd, maar ook het aantal dieren in de veehouderij. Tientallen jaren hebben onze boeren keihard gewerkt aan een sterke, moderne agrarische sector. Zij moderniseerden hun bedrijven, met als gevolg agrarische producten van topkwaliteit én een sterke CO2-, fosfaat- en stikstofreductie. Maar als dank worden zij al jarenlang weggezet als een soort ecocriminelen en nu heeft dit kabinet het lef om de door henzelf veroorzaakte noodsituatie met beide handen aan te grijpen om de veehouderij verder te laten krimpen door middel van saneringen en het afromen van rechten. Ik heb al eerder aangegeven dat het afromen van rechten een constructie is om eigendom af te pakken.

Voorzitter. Er is in principe niets mis mee om veevoer aan te passen zodat eiwitten efficiënt ingezet worden, maar laat dit alsjeblieft over aan de sector zelf. Als de boeren en de veevoederproducenten er heil in zien, pakken ze dat echt zelf wel op. De sector heeft immers al laten zien dat hij over een enorme veerkracht beschikt en sterk kan innoveren. En wat gebeurt er met de voorraad veevoer? Wat zijn de gevolgen voor de kosten? En hoe zit het met het ruwvoer, bijvoorbeeld gras? Heeft de voorgestelde maatregel inzake voerspoor ook extra gevolgen voor de toegestane hoeveelheid uit te rijden mest? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Dan de versnelling van de warme sanering van de varkenshouders. Of het nu een warme of een koude sanering is, het blijft een sanering. Het krimpen van de veestapel heeft ook grote gevolgen voor de andere bedrijven, zoals de vleesverwerkende industrie. Ook die bedrijven lopen risico op krimp. Zij moeten gaan importeren of meer importeren uit het buitenland. Alsof die varkens over de grens niet poepen. Maar kennelijk niet in de buurt van een door mensen aangelegd stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. Want niet iedereen is gekke Gerritje. En waarom de varkens? Een voorsortering op de voortschrijdende islamisering wellicht, want varkens zijn haram. Blijkbaar moeten wij van de speklappen af. Graag een reactie van de minister.

Ik zie nu de leden van de SP-fractie wat gniffelen. Mag ik hen uitnodigen om even naar de interruptiemicrofoon te lopen als zij een opmerking of vraag hebben?

Voorzitter. De door de maatregelen ontstane ruimte zal voor 30% naar de natuur gaan. Dit klinkt sympathiek, maar in feite wordt die 30% aangewend om een gekunstelde situatie in stand te houden. Men is eraan voorbijgegaan dat mooie natuur niet per se Natura 2000-natuur hoeft te zijn; men ging mee in het stupide idee om meer dan honderd stikstofgevoelige Natura 2000-gebiedjes verspreid over het land aan te leggen. Zolang dat niet verandert, wordt de strop steeds strakker aangetrokken. En in eerste instantie zijn het de boeren die de hoofdprijs betalen. En dan? Dan zijn wij aan de beurt.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Faber. Het woord is aan de heer Van Ballekom.

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter. Ik houd van consistentie en wederom heeft mevrouw Faber mij niet teleurgesteld. Geknecht door de Europese Unie, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, maar in mijn familie zouden wij zeggen: het was weer van dik hout zaagt men planken. Terwijl wij vorige week hoorden dat wij moesten kappen met kappen. Maar oké.

Voorzitter. Ik zou mevrouw Prins en de heer Nicolaï veel succes willen wensen met het houden van hun maidenspeech, later deze dag, en hen op voorhand alvast willen feliciteren.

Normaal gesproken begint een inbreng met een dankwoord aan de minister voor het beantwoorden van de gestelde vragen. Ik zou hier vandaag een uitzondering op willen maken en vooral eerst mijn collega's willen bedanken voor de vragen die zij hebben gesteld. Ik heb die vragen en ook de antwoorden gelezen en heb daar veel van geleerd. Het heeft mijn fractie bevestigd in de overtuiging dat wij aan de mensen in het land verplicht zijn om spoed te betrachten. Het heeft ons gerustgesteld, maar daarop kom ik nog terug.

Vanaf het begin van de discussie over de spoedwet moest ik denken aan een uitspraak van een politicus voor wie ik in mijn jonge jaren zeer veel respect had. Hij was bij toeval ook nog een ambtsvoorganger van deze minister. Hij liet zich meermaals ontvallen: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Dat geldt nu in zekere zin ook.

Een spoedwet is zelden een juridisch hoogstandje waar de juristen hun vingers bij aflikken. Dit brengt ons direct op de vragen over de juridische houdbaarheid, onder meer gesteld door GroenLinks. In de visie van de VVD-fractie heeft de minister deze vragen adequaat beantwoord. In het verlengde hiervan toch nog een vraag aan de minister. Heeft de VVD-fractie het goed begrepen dat in tegenstelling tot de PAS er thans stikstofruimte wordt vrijgegeven als die ook daadwerkelijk is gecreëerd, en dat deze ruimte continu door het RIVM wordt gemeten en berekend? Als dat zo is, is er een belangrijke vraag over de juridische houdbaarheid beantwoord.

Waarom een spoedwet en niet direct structurele maatregelen? Geconstateerd moet worden dat de vergunningverlening moeizaam verloopt, ook voor projecten die nauwelijks bijdragen aan de stikstofproblemen. Dat voelt niet goed. Daarom moeten wij zo snel mogelijk met een antwoord komen. Dermate complexe problemen — en dat is het stikstofprobleem — kunnen wij niet van vandaag op morgen oplossen. Op terechte vragen gesteld door Forum antwoordt de regering dat er in samenwerking met provincies gewerkt wordt aan een solide langetermijnaanpak ter verbetering van natuur en het terugbrengen van stikstofdeposities. Dit alles in nauwe samenwerking met belanghebbenden en belanghebbende instellingen. De regering heeft toegezegd beide Kamers hierover periodiek te informeren. De VVD-fractie neemt hiervan met instemming kennis en wenst de regering, en met name deze minister, daarbij alle wijsheid en inventiviteit toe om met structurele voorstellen te komen.

In de tussentijd, zo begrijpt mijn fractie, dient te worden verzekerd dat er een goede balans wordt gevonden tussen zaken waaraan de stikstofruimte wordt besteed. Woningbouw en natuurverbetering, waarvoor ook fors geld gereserveerd wordt? Dat is duidelijk. Maar zoals uit antwoorden van de regering op vragen van D66 blijkt, draagt het filerijden voor een niet-onbelangrijk deel bij aan het stikstofprobleem. Kortom, vergeet de infrastructuur en de transportsector niet in een poging — daarmee zouden we twee vliegen in één klap kunnen slaan — niet alleen het fileleed maar ook het stikstofleed te verlichten.

Nog even terugkomend op de verbetering van de natuur.

Voorzitter, de heer Van Pareren zou mij een vraag willen stellen.

De voorzitter:

Ik dacht: ik laat het u even afmaken. Maar meneer Van Pareren, gaat uw gang.

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u, voorzitter. Via u wil ik de heer Ballekom danken voor de ruimte die hij mij hierin gunt. Ik hoorde de heer Ballekom aangeven dat er druk gewerkt wordt met de provincies aan goede maatregelen. Mijn naam werd daarbij genoemd. Ik ben nieuwsgierig of u dat kunt duiden. Ik gaf aan dat de provincie Limburg een heel goed voorbeeld is. Zelf zit ik als Statenlid in een andere provincie en ik kan u zeggen dat die provincie niet zo'n goed voorbeeld is. Kunt u het nader duiden?

De heer Van Ballekom (VVD):

Volgens mij heb ik u niet bij naam genoemd. Ik heb uw partij genoemd. Een hele lange tijd terug was het "Von", maar dat is tegenwoordig "Van". In die zin is mijn naam veranderd.

Ik kan het niet duiden, want daarvoor is het nog te vroeg. Dat is ook de reden waarom wij erg uitkijken naar waar de minister mee komt en waar zij nog mee bezig is, in samenwerking met provincies en belanghebbenden. Daar hebben we alle vertrouwen in.

De heer Van Pareren (FvD):

Excuses dat ik de naam van de heer Van Ballekom niet goed zei.

De heer Van Ballekom (VVD):

Al doende leert men.

De heer Van Pareren (FvD):

Excuses dat ik zojuist in mijn redevoering vergeten ben mevrouw Prins en de heer Nicolaï, die er niet is, te noemen. Ik realiseerde mij niet dat zij gisteren niet allemaal aanwezig waren.

De heer Van Ballekom (VVD):

Voorzitter. Nog even terugkomend op de verbetering van de natuur en de besteding van de gelden. Kan de minister ons daarover wat meer informatie verstrekken? Investeren in natuurverbetering is een deeloplossing van het stikstofprobleem. Hoe gaat de minister dat realiseren, met name in die gebieden waar de stikstofdeposities aanzienlijk zijn? De VVD zou er een voorstander van zijn indien dit gerealiseerd kan worden zonder dat het bijdraagt aan een verdere versnippering. Het streven zou het creëren van solide en grote natuurgebieden moeten zijn. Versnippering zou moeten worden tegengegaan.

Voorzitter, ten slotte. Het systeem van het invoeren van een drempelwaarde waaronder geen vergunning nodig is, is een aantrekkelijke. Het voorkomt rompslomp en irritatie, maar we moeten er natuurlijk wel zeker van zijn dat de regelgeving hieromtrent goed onderbouwd en juridisch houdbaar is. Over de mogelijkheden om met dit instrument te werken ontvangt de VVD te gelegener tijd graag informatie.

Voorzitter. Uit deze bijdrage blijkt dat ik mijn fractie zal adviseren in te stemmen met deze spoedwet, ondanks het feit dat ik de afgelopen dagen overspoeld ben met mails en verzoeken om dat toch niet te doen zolang er geen structurele oplossing in zicht is. Tegen de mensen die mij die mail hebben gestuurd, zou ik willen zeggen: we kunnen Nederland eenvoudigweg niet op slot zetten; dat doen we niet. Om met de woorden van mijn collega Otten te spreken, die dat in de pers heeft gezegd: we laten de Nederlandse economie niet stikken. Voor de goede orde, dat heeft mijn partij nog nooit gedaan en dat doet zij nu dus ook niet.

Dank u wel.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik ben het er helemaal mee eens dat we Nederland niet op slot moeten zetten, maar dan moeten we toch beginnen bij de bron van alle ellende, en dat zijn die Natura 2000-gebieden. Dus als we nou eens beginnen met het versoepelen van de beheersregels voor de Natura 2000-gebieden of met het eraf halen van die status. Hoe ziet meneer Van Pareren dat?

De heer Van Ballekom (VVD):

De heer Ván Pareren en de heer Ván Ballekom. O, sorry, voorzitter.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Excuus. Ik moet nog een beetje wennen aan al die namen in zo'n nieuwe Kamer.

De voorzitter:

Het is nog vroeg. Meneer Van Ballekom.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik denk dat als we dat heel snel hadden kunnen regelen met de Europese Unie, de regering daar wel voor gekozen zou hebben. Ik heb begrepen dat er overleg gaande is. Het zal nog een hele tijd duren voordat er wat meer inzicht bestaat in de mogelijkheden en de onmogelijkheden om die gebieden anders vorm te geven en aan te passen. Ik denk dat we die tijd niet hebben.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Hieruit kunnen we dus wel concluderen dat de Europese Unie in feite een verstikkende factor is in dit geheel.

De heer Van Ballekom (VVD):

Nou ja, dat kun je zo niet zeggen, want we hebben natuurlijk zelf ingestemd met het op deze manier indelen van die gebieden. Dat we daar misschien achteraf wat spijt van hebben, is een andere zaak. Dat heeft niets te maken met de knechten die ons knechten uit Brussel. Dat heeft meer met onszelf te maken.

De voorzitter:

Mevrouw Faber, voor de derde maal.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Nu gaat het natuurlijk heel interessant worden, want de collega van de VVD geeft nu in feite wel toe dat de elite mee is gegaan in die ... gekte.

De voorzitter:

Pardon?

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Dat is m'n snoepje.

De voorzitter:

Er is een dokter in de zaal, als het nodig is.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik hoop niet dat mevrouw Faber daarin stikt, maar ik ben de vraag kwijt. Dit is zo afleidend.

De voorzitter:

Dan ronden we het hiermee af.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Zal ik 'm opnieuw stellen? Ik stel 'm opnieuw, voorzitter. Het moet niet gekker worden vandaag. Het wordt nu natuurlijk wel heel interessant, want in feite geeft de collega van de VVD dus wel toe dat de elite mee is gegaan in die Europese Unie-gekte en dat we daarom nu met deze problemen zitten.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb toch een totaal andere visie op de Unie en ook op de gekte. Natuur moet beschermd worden. Dat kunnen we het beste gezamenlijk aanpakken. De wijze waarop wij invulling geven aan die regelgeving hebben we aan onszelf te wijten, of te danken, of hoe je dat ook wilt zien. Als je dat zou willen wijzigen, moet je daar serieus naar kijken, maar ik denk dat we heel wat maanden verder zijn voordat we een andere oplossing hebben. En die tijd hebben we gewoon niet. Maar ik hoop wel dat de regering daar serieus naar zal gaan kijken.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik ben blij dat de VVD nu eindelijk tot de conclusie komt dat ze de Nederlandse economie niet moet laten stikken.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat hebben we nog nooit gedaan.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Nee, maar u hebt wel een verstikkend beleid gevoerd de afgelopen negen jaar door met deze stikstofwetgeving een ratjetoe aan regels te creëren, waar niemand meer een touw aan vast kan knopen. Ik ben blij dat u nu tot voortschrijdend inzicht komt. Onder druk van onze kant wordt nu ook eindelijk de regie gepakt. Daar ben ik ook heel erg blij mee.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Otten (Fractie-Otten):

Mijn vraag aan de heer Van Ballekom is: wat zijn de structurele maatregelen die volgens de VVD moeten worden genomen om deze crisis beheersbaar te maken voor de bouw, de boer en het Nederlandse bedrijfsleven?

De voorzitter:

Een kort antwoord, meneer Van Ballekom.

De heer Van Ballekom (VVD):

Daar komt de regering mee, zoals ze beloofd heeft. Ik denk dat een verbetering van de natuur een deel van de oplossing is. Dat is ook aangegeven. Als we de structurele maatregelen nu al zouden kennen, dan hadden we een ander debat gevoerd.

De voorzitter:

Een korte reactie, meneer Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik hoorde de heer Van Ballekom volgens mij zeggen dat een nationalisatie van de natuurgebieden een deel van de oplossing is. Dat hoorde ik u toch net zeggen?

De heer Van Ballekom (VVD):

Een verbetering van de natuur is een deel van de oplossing, ja. Daar wordt ook geld voor uitgetrokken.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Daar hebben we een oplossing voor ingediend, en die heeft u toen, ondanks dat u die sympathiek vond, niet gesteund. Maar wat heeft u de afgelopen tien jaar gedaan? U had dit toch kunnen bedenken? Nu komt u doordat het land in een crisis vastloopt, tot de conclusie dat er iets moet gebeuren. Waar was de regie?

De voorzitter:

Graag een korte samenvatting.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik weet niet precies wanneer Natura 2000 en de invulling door Nederland zijn overeengekomen, maar het lijkt me langer dan tien jaar geleden. Dat de problemen zich nu voordoen, was al lange tijd bekend. Vandaar dat wij nu ook een structurele oplossing moeten gaan zoeken. Dat gaan we volgend jaar zeker doen. Ik heb de minister daar ook alle wijsheid en inventiviteit bij toegedacht. Ik denk dat wij dan hier in dit huis daar ook nog met elkaar over van gedachten zullen wisselen.

De voorzitter:

Gezien de tijd is er nog ruimte voor een korte interruptie van de heer Van Pareren.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik zou de heer Van Ballegooijen willen vragen ... Ballekom!

De heer Van Ballekom (VVD):

Het blijft moeilijk, maar het is mijn hele leven al zo. Ik raak daar niet meer door van mijn stuk.

De heer Van Pareren (FvD):

Excuus hiervoor. U zegt dat het een probleem is en u heeft gesproken over een oplossing. Ik heb net het Duitse model aangedragen. Hoe staat u daarin?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb te weinig parate kennis om het Duitse model tot in de finesses te analyseren, maar wij kunnen in Nederland met 18 miljoen mensen op een heel klein stukje grond, op een heel goede manier met zo min mogelijk belasting voor het milieu die mensen huisvesten, laten werken en recreëren. Duitsland heeft een andere problematiek. Ik zeg wel eens: misschien moet de Randstad worden vergeleken met de agglomeratie Parijs; maar Duitsland en Frankrijk kunnen hun deposities natuurlijk compenseren doordat er een leeg achterland is. Bij ons is dat achterland minder leeg.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik ga met uw welnemen naar de volgende spreker, de heer Van Gurp.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ook wat mij betreft proactieve felicitaties aan mevrouw Prins en de heer Nicolaï. Ik doe dit nu, omdat ik vanmiddag na hun maidenspeeches pas later aan de beurt kom en dan duurt het zo lang voordat ik hen heb gefeliciteerd.

In de tweede plaats merk ik op dat ik me naar aanleiding van het debat tot nu toe in een wat ironische situatie bevind. Ik heb een spreekster een verhaal horen houden waar ik mij noch qua redeneertrant noch qua stijl ook maar een heel klein beetje bij thuis voel, verre van dat, maar die onder de streep misschien wel tot dezelfde conclusie over deze wet komt als ik. Ik heb zojuist een spreker gehoord met een redeneertrant en argumentatie waar ik me heel wel bij thuis voel, maar die onder de streep waarschijnlijk tot een andere conclusie over de wet komt dan ik. Ik heb besloten dat ik het maar bij ons eigen verhaal en onze eigen conclusies zal houden. Dat markeert dan misschien ook wel onze unieke positie.

Voorzitter. Het Europese Hof en de Raad van State hebben in 2018 en 2019 een dikke streep door het Programma Aanpak Stikstof gezet. Waarom? Omdat het PAS te veel was gebaseerd op wishful thinking, de stikstofdepositie niet goed werd gecompenseerd en het niet bijdroeg aan de versterking van de natuur. Je kunt niet zeggen dat je dat niet had kunnen zien aankomen, maar toch sloeg het vonnis van de Raad van State op veel plaatsen in als een bom. Ook de regering bleek niet voorbereid en het heeft zeven maanden geduurd voordat wij over een spoedwet kunnen praten waarvan zelfs de voorstanders zeggen: het is weliswaar een rommelig gedoetje, maar je moet toch iets.

Het PAS is weg en daarmee ontstond er — en daar praten wij natuurlijk ook over vandaag — een groot probleem met het vergunnen van nieuwe activiteiten in de buurt van Natura 2000-gebieden. De conclusie was eigenlijk helder. Om maatschappelijk gewenste activiteiten te kunnen laten doorgaan, moet je kiezen voor een combinatie van versterking van de natuur en vermindering van de stikstofdepositie. Tot dat geregeld is, zitten nieuwe activiteiten in de directe omgeving van Natura 2000-gebieden in de knel. Dat geeft flinke problemen, vooral voor de woningbouw. De woningbouw heeft er op zich vrij weinig mee te maken — die levert een heel klein beetje stikstof op — en wij vinden de woningbouw allemaal heel belangrijk. Dus is er werk aan de winkel en dus moet er een effectief antwoord komen. Tot zover volg ik de redeneringen allemaal.

De pijlers voor zo'n doeltreffende aanpak zijn eigenlijk niet zo verschrikkelijk ingewikkeld. We weten waar de Natura 2000-gebieden liggen, we weten wat natuurversterking en natuurbescherming betekent en we weten wat de belangrijkste bronnen van stikstofuitstoot zijn. Ik stel ook voor om het beestje maar bij de naam te noemen. De belangrijkste bronnen van stikstofuitstoot zijn, met stip op één, de veehouderij, op grote afstand gevolgd door industrie en scheepvaart en daar weer een eindje achter het wegverkeer en de huishoudens. Bij de veehouderij gaat het dan weer voor meer dan de helft om de melkveehouderijen, en vooral om de ammoniak. Dat zijn de gegevens. Dan heb ik het niet over schuld of zo, dat zijn gewoon de feiten. Met die feiten in de hand kon de regering aan de slag om met een goed antwoord te komen. Ik hoor graag van de minister of ik het goed weergeef, want het is volgens mij wel de basis van het gesprek dat we voeren. Dus als ik daar niet correct in ben, dan stel ik het op prijs als zij mij in haar eerste termijn de goede weg wijst.

Iedereen begrijpt dat de problemen waar we het over hebben niet in een paar maanden zijn opgelost. Daarvoor hebben we het ook veel te ver laten komen. In het merendeel van de op land gelegen Natura 2000-gebieden is het stikstofgehalte veel en veel te hoog, met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van de natuur die we willen beschermen. Dat is niet zo één-twee-drie omgekeerd.

Wat de samenleving wél mag verwachten is een aanpak die er een bijdrage aan levert, een aanpak waarin heldere doelen zijn gesteld op het gebied van natuurversterking, waarin heldere doelen zijn gesteld op het gebied van het terugdringen van stikstofdepositie, er ook een concreet tijdpad is om die doelen ook daadwerkelijk te halen en een hoofdlijn van maatregelen die daartoe kunnen bijdragen. Dat is een basis die ik vandaag had verwacht. Dan snap ik dat het allemaal nog niet precies afgerond is, maar dan heb je iets.

Op basis van die maatregelen kun je dan, samen met betrokkenen, maar wel bínnen dat kader en bínnen die tijdshorizon, stappen gaan zetten. Ik hoor graag van de minister waarom de regering niet in één keer voor die aanpak heeft gekozen, waarom er zeven maanden overheen is gegaan en we dan over een wet komen te praten waarvan we allemaal zeggen: het is eigenlijk niet veel, of je nou voor of tegen stemt, en laten we nou maar gauw aan een structurele oplossing gaan werken. Het was me liever geweest als dat de afgelopen maanden was gebeurd. Ik overweeg op dit punt in de tweede termijn een motie in te dienen.

Dan gaat het vervolgens over de wet die voorligt. Wat doe je daarmee? Zoals gezegd, je kunt zeggen "het is niet veel, maar laten we daar nou maar voor zijn". Je kunt ook zeggen "het is niet veel, laten we er maar tegen zijn". Wij kijken er eigenlijk vooral naar of deze wet gaat doen wat die belooft te doen. Dat lijkt mij voor de Eerste Kamer een buitengewoon belangrijke vraag. Doet de Spoedwet aanpak stikstof wat die beoogt te doen?

Dan moet ik, werkelijk tot mijn spijt, zeggen dat we daar grote twijfels bij hebben. Er zitten in de wet nauwelijks harde instrumenten om stikstofdeposities te verminderen. Die instrumenten zijn er wel, maar ze zitten niet in de wet. Het terugdringen van de maximumsnelheid is er een van; los van wat je daar allemaal van kunt vinden, draagt die in ieder geval een beetje bij. Een warme sanering van de varkenshouderij levert iets op, op termijn. Het enige harde instrument dat in deze wet zit, is het veevoerspoor. Juist dat veevoerspoor is nog boterzacht. Het is misschien een hard instrument, maar de vraag is of het gaat werken, wat het effect is, of het allemaal zo wel kan, wat het doet voor het dierenwelzijn, of het verplicht gaat worden en als het al verplicht zou gaan worden, op welke termijn, en of het gehandhaafd kan worden. Dat levert het komende halfjaar echt geen stikstofruimte op.

Daarnaast, aan de verminderingskant, heb je natuurlijk ook nog een stikstofregistratiesysteem — maar ja, dat registreert wat eruit gaat en wat erin komt; het is goed dat het er komt denk ik, maar daar win je de oorlog niet mee — en de drempelwaarden. Maar over die drempelwaarden is nou net voorlichting gevraagd aan de Raad van State. Die voorlichting liegt er niet om. Wat zegt de Raad van State? Die drempelwaarden kúnnen, maar ze kunnen alleen gebiedspecifiek. Ik hoor net allemaal mensen over landelijke drempelwaarden. Dat lijkt me niet mogelijk. Dat zegt de regering volgens mij ook in de brief die ik gisteravond om twaalf uur nog met kleine oogjes heb proberen te lezen. Maar de Raad van State zegt ook: die drempelwaarden kunnen alleen als ze ingebed zijn in een veel bredere, effectieve totaalaanpak, met aantoonbare, meetbare doelen en een wetenschappelijk onderbouwde aanpak. Dat is dus dat totaalplan wat we nodig hebben. Ik ben niet per se tegen drempelwaarden, alleen, drempelwaarden gaan niet werken en niet effectief zijn, en kunnen dus ook niet ingevoerd worden voordat we een totaalaanpak hebben. En wat er dan onderaan de streep overblijft voor die wet is buitengewoon gering. Ik kan het eigenlijk niet vinden. Dan is het frame — en dat frame begrijp ik wel — het zal allemaal wel waar zijn, maar zeur nou maar niet, want die woningbouw moet weer op gang komen; ze moeten 75.000 woningen bouwen en zeven wegen aanleggen. Ik heb respect voor partijen — dat zeg ik dan ook maar, al is het helemaal niet mijn politieke stijl, noch familie — die om díé reden voor dit wetsvoorstel stemmen, maar ik ben het niet met ze eens. En waarom ben ik het niet met ze eens? Ik ben het er niet mee eens, omdat die wet niet gaat doen wat er gezegd wordt dat die gaat doen en dat heb ik gepoogd te beargumenteren.

Nu is het gelukkig zo dat niet alle woningbouwprojecten stilliggen. Daar wordt van alles over geroepen, maar dat is gelukkig niet waar. Er zijn absoluut barrières, dat is zeker wel waar. Het is ook niet zo dat de woningbouwprojecten die stilliggen, allemaal alleen maar door die stikstof stilliggen, maar het is wel waar dat die stikstofdepositie barrières opwerpt die we liever niet zouden zien. Ik zeg: zorg dan dat die barrières echt opgeruimd worden, door effectieve natuurmaatregelen en effectieve stikstofmaatregelen, en kom niet met iets waar je hooguit minuscuul een heel klein beetje zus en een heel klein beetje zo mee kunt.

De heer Pijlman (D66):

De wet wordt door u ontleed en als lang niet voldoende bestempeld. Maar in andere debatten bepleit uw partij natuurlijk ook dat die woningbouw gestimuleerd moet worden.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Zeker.

De heer Pijlman (D66):

Wat zou u op dit moment dan willen?

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Inderdaad willen wij heel graag dat de woningbouw weer vlot komt. Ik heb ook gezegd dat ik respect heb voor partijen die daarom voor deze wet stemmen. Ik heb ook gezegd dat deze wet volgens mij de woningbouw niet gaat helpen. Wat nodig was — en dat heb ik, denk ik, ook gezegd, maar daar hadden we zeven maanden geleden aan moeten gaan werken — is een wat meer structurele aanpak. Als je een taakstelling hebt en de stikstofdepositie in de komende tien jaar terug wilt brengen tot 50% van wat die nu is, en dat moeten deze maatregelen bewerkstelligen en de eerste drie maatregelen zijn deze, deze en deze en we hebben een wetenschappelijk bureau dat dat onderbouwt en monitort, dan heb je een aanpak. En we gaan ecologische verbindingszones aanleggen. Dat woord mag ik, geloof ik, niet meer gebruiken; dat heet nu "versterking van natuurgebieden". Ik ben ook tegen versnippering, maar dan moet je ze ontsnipperen en ze niet opheffen. Dát is een aanpak die standhoudt, en dat weten we eigenlijk allang.

De heer Pijlman (D66):

Ik denk dat een hele hoop dingen die u zegt juist zijn, maar het heeft niet zo heel veel zin — al is wel mooie beeldspraak in dezen — om de koe nog in de kont te kijken. We gaan er nu voor om nú wat te doen zodat die woningbouw echt weer op gang komt en in uw aanpak stelt u dat alleen maar uit. Eens, die structurele aanpak moet er komen. Dat heeft ook de Raad van State gezegd, maar we gaan nú aan het werk en GroenLinks vindt blijkbaar uitstel voor de woningbouw verantwoord.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Nee, GroenLinks zegt dat uitstel voor de woningbouw gecontinueerd wordt door deze wet, omdat deze spoedwet niet daadwerkelijk bijdraagt aan het voltrekken van die woningbouw. Ik vind het ook spijtig dat er tijd verknoeid is, zeven maanden en nog veel langer, maar je kunt niet zeggen dat wij niet al bij inwerkingtreding van de PAS gezegd hebben dat we hier zouden komen. Ik vind dat we enig recht van spreken hebben. In de tussentijd zul je niet anders kunnen, totdat er iets is wat effectief is, dan gewoon op de bouwplaats salderen. Dat is heel wel mogelijk, overigens. Het vraagt wat van bouwers, die daar overigens al zeer actief mee bezig zijn. Ik heb het niet over GroenLinks, maar over bouwers en zulke bedrijven. Zorg er daar gewoon voor dat je nul uitstoot hebt of dat de uitstoot die je hebt, gesaldeerd wordt op de bouwplaats. Dat is op dit moment veel effectiever dan een wet die niet effectief is.

De voorzitter:

Dank u wel. Nog een korte vraag, meneer Pijlman.

De heer Pijlman (D66):

Nou ja, conclusie: als u alleen al even de bijdragen van Bouwend Nederland leest, dan weet u dat deze wet absoluut nodig is om nú weer te kunnen gaan bouwen.

De voorzitter:

Dat is geen vraag. Meneer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Een vraag aan de heer Van Gurp over zijn toelichting en uitleg. Ik snap dat hij zegt: we hadden dat zeven maanden geleden moeten gaan beginnen. Dat is niet gebeurd. Daar zijn we het allemaal over eens, denk ik. Ziet de heer Van Gurp wat we vandaag bespreken, deze aanpak stikstof, als een soort ultimum remedium? Oftewel, kun je er ook niet op een andere manier naar kijken en zeggen: oké, voor dit moment kunnen we hiermee in ieder geval de zaak vlottrekken en er komt nog veel meer?

De voorzitter:

Meneer Van Gurp, graag een kort antwoord. En wilt u uw bijdrage dan afronden?

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Ik zal dat zo kort mogelijk doen, maar kennelijk ben ik niet duidelijk. Ik heb geprobeerd niet alleen te zeggen dat het een ultimum remedium is. Ik heb gezegd: het gaat niet werken. En omdat het niet gaat werken, heb je er niks aan om voor te stemmen en te doen alsof het wel gaat werken. Dat is de kern van mijn betoog. Vanzelfsprekend voeren we daar een debat over en hoor ik daar graag de minister over, maar dit is de positie die ik neerleg.

De voorzitter:

Meneer Schalk nog kort.

De heer Schalk (SGP):

Misschien gaat het op termijn niet werken, dat zullen we moeten afwachten. Maar voor dit moment is dit toch een goede tussenstap die in ieder geval een soort noodtoestand voor de bouw oplost.

De voorzitter:

Dat is geen vraag. Meneer Van Gurp.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Ik rond af, want eigenlijk heb ik mijn slotwoord per interruptie wel gehad. Ik wou dat ik het geloof van de heer Pijlman en de heer Schalk kon delen — het geloof van de heer Schalk deel ik misschien in andere opzichten wel, maar niet in dit opzicht — ...

De heer Schalk (SGP):

Dat acht ik winst!

De heer Van Gurp (GroenLinks):

... dat dit in ieder geval een zinvolle tussenstap is. In onze overtuiging is het geen tussenstap, want het gaat niks doen en het gaat niks doen omdat er geen harde instrumenten zijn. Het enige wat zou kunnen werken, is de drempelwaarde en daar kun je pas wat aan hebben in een totaalaanpak en die totaalaanpak is er nu juist niet. Dat is de kern van ons betoog en ik had van harte gewild — zo ben ik ook begonnen — dat ik tot een andere conclusie kon komen, want dan bevond ik me in een prettige familie, maar ik kan niet anders dan tot deze conclusie komen. Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Gurp. Dan is het woord aan mevrouw Prins voor haar maidenspeech.

Mevrouw Prins-Modderaar (CDA):

Meneer de voorzitter. Eerst wil ik graag de heer Van Pareren, mevrouw Kluit en mevrouw Nanninga van harte feliciteren met hun maidenspeech gistermiddag en wens ik de heer Nicolaï straks veel succes toe.

Voorzitter, je zult vandaag de dag maar boer zijn. En dan denk ik aan een jonge boer, die enkele jaren geleden het boerenbedrijf van zijn vader heeft overgenomen. Voor zover hij weet, is zijn familie altijd boer geweest en het boerenleven zit hem dan ook in het bloed. Hij kan zich niets anders voorstellen dan boer te zijn. Dat is zijn lust en zijn leven. Na zijn agrarische opleiding en enkele jaren samenwerken met zijn vader, heeft hij de stap gewaagd en niet alleen het bedrijf overgenomen, maar tegelijkertijd stevig geïnvesteerd in vernieuwing, zoals emissievrije stallen en veel aandacht voor het voer en het welzijn van de dieren.

Want deze jonge boer gelooft in de varkenshouderij, maar beseft ook dat het boeren zoals vroeger niet meer verantwoord is in deze tijd. Na het verstrekken van een stevig businessplan heeft de bank hem gefinancierd en in april van dit jaar heeft hij zelfs — met hulp van de bank — nog wat productierechten gekocht, zodat hij die op een later moment kan inzetten. Tot eind mei was hij enthousiast en gedreven aan het werk, hij verdiende weliswaar nog niet zo veel, maar had plezier in de ontwikkeling van zijn bedrijf.

Maar kijk nu: hij leeft al maanden in onzekerheid. Hij slaapt slecht en maakt zich zorgen over de toekomst van zijn gezin en van zijn bedrijf. Zelf wordt hij er overigens ook niet vrolijker op, al helemaal niet wanneer hij de kranten leest. O zeker, hij beseft dat veranderingen nodig zijn, dat de landbouw zijn deel moet pakken in deze stikstofcrisis. Anderzijds: het zijn juist de boeren, die in de afgelopen jaren écht significante bijdragen hebben geleverd aan het verminderen van de stikstofdepositie!

Tegelijkertijd, voorzitter, je zult maar bouwer zijn in deze tijd. Met bloed, zweet en tranen heb je je bouwbedrijf in de afgelopen jaren door de economische crisis weten te loodsen. Het is uiteindelijk gelukt en gelukkig: de laatste paar jaar waren mooie jaren. Tot je genoegen heb je je vroegere werknemers weer terug kunnen halen uit de WW. Je hebt weer een team van werkers om je heen gekregen waar je trots op bent. Een team dat in de afgelopen jaren menige woning heeft opgeleverd. Het bedrijf groeide allengs weer tot zo'n 50 werknemers. Net mooi in jouw regio, zo naast de Duitse grens. Waar je elkaar nog kent: je opdrachtgevers, maar ook je toeleveranciers, de loodgieters, de schilders, de keukenleveranciers et cetera.

Maar sinds eind mei heeft deze bouwer geen nieuwe opdrachten meer gekregen. Gelukkig was hij net aan een nieuw project van zo'n 150 woningen begonnen, maar eind februari 2020 zijn die klaar. En dan? Hij slaapt er niet van. Moet hij nu zijn trouwe werknemers weer ontslaan, opnieuw naar het UWV gaan? Of erger, dreigt er straks een faillissement?

Je zult maar die onderwijzeres zijn die, na vele smeekbedes van een van haar oude schoolgenoten, is gaan werken in het westen van het land. Nu reist zij iedere dag 150 km heen en 150 km terug. Wat wil zij graag met haar partner en kinderen in de buurt van de school wonen. Zij wilden hun oude huis al te koop zetten en waren al bezig met de aankoop van een eengezinswoning in een nieuwe wijk van de stad van haar school. De huizen moeten nog gebouwd worden en de belangstelling is groot, want zo vaak vind je niet meer een huis voor een prijs waar je als onderwijzeres nog een hypothecaire lening voor kunt krijgen. Helaas, de projectontwikkelaar heeft haar laten weten dat het sinds de stikstofcrisis niet duidelijk is of en, zo ja, wanneer de bouw gestart kan worden. Zij baalt ervan. Het elke dag reizen gaat haar opbreken, zeker nu zij en haar partner geen perspectief meer hebben op een woning. Hadden zij dit wel, dan had zij kunnen aftellen. Haar oude school in het oosten van het land wil haar graag terug. Maar ze twijfelt.

Of je zult maar een van die vele boswachters zijn. Die twijfelt niet meer. Elke dag ziet hij met eigen ogen dat in zijn gebied de diversiteit aan bomen en planten verschraalt. Hij is niet de enige. Bijna alle boswachters zien de verschraling en spotten ook steeds minder vogelsoorten en insecten dan vroeger. Vroeger twijfelde hij nog: is het alleen in zijn gebied, of is het maar tijdelijk? Maar na alle onderzoeken en analyses die er zijn gedaan, weten hij en zijn collega-boswachters het zeker: het gaat niet goed met de natuur in Nederland. De huidige inspanningen zijn echt te weinig. Echt, zo verzucht hij, alle hens moeten aan dek. Sinds eind mei heeft hij weer wat hoop dat er nu echt wat gaat gebeuren. Maar wanneer dan?

Voorzitter, zie hier enige voorbeelden uit de kring van boeren, burgers, bouwers en buitenlui. Burgers namens wie en voor wie wij hier lid zijn van de Eerste Kamer. Burgers die boos zijn, of gefrustreerd, maar bovenal burgers die zich zorgen maken, die onzeker zijn. Zij zijn bang voor de toekomst van hun bedrijf, hun baan, hun gezin, hun land. Allemaal burgers die sinds eind mei een standstill in ons land ervaren. Allemaal burgers die niet weten wat ze moeten of kunnen doen, en die moeten wachten tot er helderheid komt. Want wat gaat Nederland doen? Wat mag er binnenkort wel en wat kan dan niet meer?

In deze context heeft het kabinet thans de eerste maatregelen aangekondigd met de Spoedwet aanpak stikstof. Deze wet en de daarbij behorende maatregelen roepen bij de CDA-fractie gemengde gevoelens op. Enerzijds opluchting: gelukkig, er worden maatregelen getroffen, een deel van de bouw kan vermoedelijk weer hervat worden en er komt extra budget voor het herstel van de natuur. Anderzijds is de CDA fractie ongelukkig met de beperkte voortgang. Nog te veel mensen blijven na deze wet in het ongewisse. Heeft de boer nu helderheid over zijn toekomst, voor zijn gesprek met de bank? Kan de bouwer in de grensregio weer aan de slag? Het kabinet spreekt over een crisis, maar juist een crisis vraagt om snel en adequaat handelen. In een crisis is het van belang het hoofd koel te houden, de regie te pakken en duidelijk aan je omgeving te laten zien dat je overzicht hebt en dat je doet wat je moet doen.

O zeker, met deze spoedwet wordt een eerste stimulans gegeven aan de bouw. Tegelijkertijd is het percentage stikstofdepositie van de bouw- en infrasector uiterst bescheiden. Dit roept bij ons de vraag op wanneer het kabinet met zijn visie, met zijn plannen voor de echte stikstofcrisis komt. Het kan toch niet zo zijn dat de zojuist aangetreden nieuwe Europese Commissie nota bene in de eerste week van haar bestaan wél een omvangrijk klimaatplan presenteert, terwijl de Nederlandse regering welbeschouwd sinds mei jongstleden nog niets van zich heeft laten horen.

Voorzitter, tijdens mijn jarenlange ervaring in het bedrijfsleven heb ik geleerd: "never waste a good crisis". Juist dan is er ruimte om nieuw en/of aangescherpt beleid te maken en dit ook te implementeren. Het land is zich dan namelijk bewust van het feit dat er ingegrepen móet worden. Onze boeren, burgers, bouwers en buitenlui zijn dan ook op zoek naar nieuwe zekerheid. Juist onzekerheid heeft immers een negatieve impact op de mens. Er is dan ook een grote behoefte aan een perspectief waarin — al is het dan wellicht op hoofdlijnen — wordt geschetst hoe een en ander kan worden gerealiseerd. Een perspectief met ruimte voor onze landbouwsector, een van de meest innovatieve sectoren van ons land, én met ruimte voor natuur en het herstel van de natuur. Een land dat we door willen geven, moet toekomstbestendig zijn, waarbij voedsel — en dus landbouw — en een gezond milieu zij aan zij cruciaal zijn en elkaar ook moeten en kunnen versterken.

Natuurlijk hebben wij met belangstelling kennis genomen van "Waardevol en Verbonden", het plan van de minister, een perspectief op de toekomst van landbouw, natuur en voedsel in ons land. Wij missen daarin echter hoe op hoofdlijnen deze ambitie te realiseren is. Wat betekent dit voor de boeren in ons land? Mogen zij erop vertrouwen dat er ook waardering is en blijft voor het werk dat zij doen? Wat zijn de gevolgen voor onze economie? Hoe wordt de transformatie naar een andere landbouw vormgegeven en hoe worden de boeren in hun eigen toekomstperspectief ondersteund? Kan de minister ons aangeven wanneer er meer helderheid komt over de concretisering van dit plan?

Voorzitter, dan de Spoedwet aanpak stikstof zelf. Wij hebben begrepen dat het kabinet, op basis van de vrijgekomen depositieruimte als gevolg van de verlaging van de snelheid naar 100 km/u, een andere samenstelling van veevoer en de warme sanering van varkenshouderijen, de inschatting maakt dat 70% van deze ruimte de mogelijkheid biedt tot de bouw van 75.000 woningen en de uitvoering van zeven MIRT-projecten. De CDA fractie vraagt zich af hoe realistisch het is om deze vrijgekomen stikstofruimte voor 75.000 woningen als het ware te reserveren, aangezien er in 2019 al minder woningen zijn opgeleverd dan in 2018 en het in de bouw een van de grote uitdagingen is om nog betaalbare bouwlocaties te vinden. Met andere woorden: in hoeverre is het mogelijk ruimte te gunnen aan andere bouw- en infraprojecten?

Wat is de overweging geweest van de keuze om 70% van de vrijgekomen stikstofruimte toe te wijzen aan de bouw en 30% extra toe te wijzen aan natuurherstel? Laten wij wel wezen: de bouw veroorzaakt slechts een zeer kleine hoeveelheid stikstofdepositie. Tegelijkertijd zorgt de spoedwet dankzij een beperkte ruimte reeds voor een impuls in de bouwsector. Heeft de minister overwogen de totale vrijgekomen stikstofruimte beschikbaar te stellen voor de bouw, mede gelet op de extra 250 miljoen voor de natuur en het natuurherstel?

Herkent de minister de signalen dat diverse mkb-bouw- en -infrabedrijven in de periode van maart tot juni 2020 stilvallen qua werk? Is het kabinet bereid, mocht deze zorg inderdaad realiteit worden, om onderzoek te doen naar mogelijkheden als een variant op de deeltijd-WW of, zoals in Duitsland bestaat, de Kurz-WW, ter leniging van de tijdelijke werkloosheid?

Het stikstofregistratiesysteem werkt via een directe koppeling van de locatie in een Natura 2000-gebied, waar de toename van stikstofdepositie door een project plaatsvindt, en de locatie in hetzelfde gebied waar dankzij een bronmaatregel de depositieruimte is ontstaan. Heeft de minister inzicht in hoeverre de gebieden waar de nood voor bouw- en infraprojecten het hoogst is, te matchen zijn met de gebieden waar de bronmaatregelen gerealiseerd kunnen worden?

In hoeverre zijn er mogelijkheden voor de bouw in grensregio's en in het westen van ons land? Hoe kunnen wij de bouwdeals die door de minister van Binnenlandse Zaken zijn afgesproken in de vijf regio's waar de grootste krapte op de woonmarkt is, plaatsen in relatie tot de wet- en regelgeving van deze spoedwet?

De CDA-fractie is verheugd over de extra 250 miljoen voor het herstel van diverse Natura 2000-gebieden. Kan de minister ons inzicht geven op basis van welke criteria deze Natura 2000-gebieden worden geselecteerd? Wordt hierbij rekening gehouden met de plannen die de minister met de Europese Commissie gaat bespreken inzake de mogelijkheden van samenvoegen en/of herindelen van Natura 2000-gebieden en de actualisatie van het doelensysteem van diverse Natura 2000-gebieden? Wij hechten eraan dat deze extra gelden effectief en dus ter versterking van die gebieden worden ingezet waarover geen enkele twijfel bestaat.

Overigens vragen wij ons af hoe wordt omgegaan met de Natura 2000-gebieden die grensoverschrijdend zijn. Kan de minister ons aangeven welk percentage van vergunningen momenteel stilligt bij de provincies en welk percentage alsnog gegund wordt dankzij de inzet van deze spoedwetgeving?

Het stikstofregistratiesysteem vergt veel tijd voordat er echt weer gebouwd kan worden in ons land. Dit systeem zorgt voor extra administratieve lasten en biedt in sommige gebieden geen of nog geen soelaas. Het inzetten van een drempelwaarde, liefst gebiedsgericht zoals de Raad van State aangeeft, is simpeler en werkt sneller. Kan de minister ons informeren over de planning en de aard van de inzet van de drempelwaarde? Is de minister bereid deze drempelwaarde niet alleen gebiedsgewijs, zoals ze in haar brief van gisteren aangaf, maar juist ook in de tijd per gebied toe te delen, waarbij gebieden met hoge nood voorrang krijgen?

Voorzitter. De spoedwet stikstof biedt gelukkig mogelijkheden voor de bouwsector om in de komende maanden zijn werkzaamheden weer op te pakken. Tegelijkertijd zijn de voorgestelde maatregelen complex en bevat de uitwerking nog vele losse eindjes. Wij hier in de Eerste Kamer hebben als primaire verantwoordelijkheid de wet- en regelgeving te toetsen op doelmatigheid, rechtmatigheid en handhaafbaarheid. Als CDA-fractie wachten wij met grote belangstelling op een meer omvattend perspectief ten aanzien van de vraag hoe wij in Nederland niet alleen de stikstofcrisis aanpakken, maar vooral ook gezamenlijk, als boeren, burgers, bouwers en buitenlui, zij aan zij aan een gezond en duurzaam Nederland gaan werken. Wetten toetsen in het licht van een werkelijk perspectief heeft namelijk onze voorkeur. Belangrijker nog is echter het punt dat maatregelen, hoe moeilijk wellicht ook, door de samenleving beter begrepen en beter nageleefd zullen worden en ook beter gehandhaafd kunnen worden wanneer men beseft waarom deze wetten in het kader van een helder omschreven doel nodig zijn.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Prins. Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen.

Na uw opleiding tot directiesecretaresse ging u werken bij sigarettenfabriek Laurens, destijds de producent van Caballero. U maakte daar kennis met de wereld van reclame en marketing en volgde verschillende opleidingen op het gebied van marketing, presentatie en public relations. U werd manager van reclamebureau Nijgh Campbell Ewald, adjunct-directeur van PPGA/JWT en voorzitter van de raad van bestuur van Saatchi & Saatchi. Uiteindelijk werkte u 25 jaar in de reclamewereld voor u overstapte naar de non-profitsector.

U werd "directeur verandering" bij het UWV. Op die periode terugkijkend zei u in Vrij Nederland: "Bij het UWV bezigden ze een taalgebruik dat echt niemand snapte. Dat moest anders." Dan kom je natuurlijk bij de Eerste Kamer uit, dat begrijp ik. "De mens moest centraal komen te staan en niet langer de regels en procedures." Na een aantal jaar was de verandering meetbaar. Het leverde u in 2008 de titel Communicatievrouw van het Jaar op.

Sinds 2009 bent u voorzitter van de raad van bestuur van Philadelphia Zorg, dat zorg biedt aan ruim 8.000 mensen met een verstandelijke beperking. Ook hier werd u gevraagd om een proces van verandering in te zetten en de organisatie toekomstbestendig te maken. In 2011 bent u uitgeroepen tot Zorgmanager van het Jaar, omdat u erin was "geslaagd binnen een grote zorgorganisatie voor een cultuurverandering te zorgen", zo meldt het juryrapport.

U bent verder lid van de raad van commissarissen van Total Care, lid van de raad van advies van het Centraal Administratie Kantoor, vicevoorzitter van het bestuur van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland en vicevoorzitter van de raad van toezicht van KRO/NCRV.

Het adagium "een leven lang leren" is op u zeker van toepassing. Naast uw werk bleef u uw hele loopbaan ook leren. Zo volgde u verschillende executive programmes aan de Radboud Universiteit en de Erasmus Universiteit in Nederland, maar ook aan Harvard University en Singularity University in Silicon Valley in de Verenigde Staten.

Met uw lidmaatschap van de Eerste Kamer voor het CDA zet u voet op weer een nieuw terrein, de politiek. Nogmaals van harte welkom, en we kijken uit naar uw verdere inbrengen.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Pijlman.

De heer Pijlman (D66):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst mijn hartelijke gelukwens voor collega Prins voor haar heldere en inlevende betoog. Straks ook alle succes toegewenst aan collega Nicolaï.

Voorzitter. Onze natuur staat onder grote druk. Kleine Natura 2000-gebieden worden bedreigd door een teveel aan stikstofuitstoot, waardoor de natuur verschraalt en verdwijnt. Daarmee staat de biodiversiteit onder druk, zoals wij bijna wekelijks in de media kunnen lezen. Insecten verdwijnen, plantensoorten worden schaarser. Los van de waarde die de natuur in zichzelf heeft, is verschraling van de biodiversiteit ook een bedreiging voor de mens. Ons land heeft relatief weinig natuur. Inclusief water is het 13% en exclusief water is het maar 7%. We bevinden ons daarmee in de staartgroep van de Europese landen, maar de stikstofuitstoot is het hoogst per hectare van alle Europese landen: meer dan 50 kilo per hectare, waar het Europese gemiddelde 15 kilo is. En dan nog hebben we moeite om de uitstoot binnen de grenzen te houden en te voldoen aan de regels die we zelf eerder vastlegden.

Opnieuw moest de rechter, in dit geval de Raad van State, er aan te pas komen om ons op het falende beleid en de handhaving ervan te wijzen. Dat is niet de eerste keer. Voor de CO2-uitstoot, het Urgendavonnis, geldt hetzelfde. Het is voor het vertrouwen in de rechtsstaat niet goed wanneer de overheid zich niet houdt aan haar eigen regels en daar door de rechter op gewezen moet worden. En dat is niet alleen hier het geval. Je mag toch van een overheid verwachten dat zij zich aan de eigen regels houdt en dat zij ook het goede voorbeeld geeft aan burgers die ze controleert op het handhaven van de overheidsregelingen? Wil de minister daar eens op reflecteren?

Eenieder wordt gehouden zich aan de wet te houden. Juist ook op het beleidsterrein van LNV lopen we vaak tegen de door ons zelf gestelde grenzen aan, die dan met verfijning van regelgeving weer opnieuw gehandhaafd moeten worden, hetgeen een enorme bureaucratie oplevert, maar in feite aangeeft dat we naar een systeemomslag toe moeten, hetgeen deze minister in haar voornemen om tot circulaire landbouw te komen, ook onderkent. Deze spoedwet is ook een voorbeeld van beleid dat voorkomen had kunnen worden door het eerder inzetten van een extensiever landbouw- en een sterker milieubeleid.

Voorzitter. Door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei jongstleden kwam de vergunningverlening van een aantal projecten stil te liggen, hetgeen economisch grote schade aanricht, maar het ook onmogelijk maakt de noodzakelijk nieuwbouw van woningen op gang te brengen. Daar wil ik het nu eerst over hebben.

We hebben in Nederland een wooncrisis. Sociale huurwoningen worden nog maar beperkt gebouwd en ook de koopmarkt schiet ernstig tekort, zodat veel jonge mensen noodgedwongen in kamertjes of thuis blijven wonen; mevrouw Prins sprak daar net behartigenswaardige woorden over. Daarbij is het ook een gouden tijd voor huisjesmelkers. Het kabinet heeft nu 2 miljard vrijgemaakt voor het op gang brengen van de woningbouw, maar dan komt de stikstofcrisis en ligt de woningbouw op veel plekken stil.

Voorzitter. De bouw draagt volgens de uitspraak van de Raad van State voor 0,6% bij aan de stikstofdepositie, terwijl die een enorm algemeen belang vertegenwoordigt. Het is zelfs zo dat nieuwbouw uiteindelijk in veel gevallen grote milieu- en klimaatwinst oplevert. Wij kunnen ons dan ook heel goed voorstellen dat er juist voor de bouw drempelwaarden komen. We zijn er nog niet van overtuigd dat het in deze noodwet voorgestelde beleid snel kan leiden tot een verbetering van de situatie, met name in Zuid-Holland, waar woningbouw dringend noodzakelijk is, ook in het kustgebied. Drempelwaarden zijn daarvoor absoluut nodig.

In haar beantwoording van onze vragen daarover stelt de minister dat zij voornemens is drempelwaarden in te voeren. Ze heeft inmiddels voorlichting bij de Raad van State gevraagd. Gisteravond zei de minister dat ze die ook regionaal wil invullen. Dat betekent dus dat de drempelwaarden hoger zullen zijn waar het kan en dat de drempelwaarden lager zullen worden waar de bedreiging van de natuur het hoogst is. De minister verwijst daarbij naar het nieuwe AERIUS-rekenmodel, dat haarscherp zou moeten kunnen aangeven wat kan en wat niet kan. Hoe zeker is dit model? Is het al eerder toegepast, zo vraag ik de minister, zodat we niet over een jaar weer voor nieuwe juridisch complicaties komen te staan. Ik krijg daar graag een reactie op.

Voorzitter. Het kabinet wil na het aannemen van deze noodwet direct overgaan tot de invoering van een stikstofregistratiesysteem. Het spreekt ons daarbij aan dat nieuwe rechten voor de bouw en de natuur alleen worden uitgegeven wanneer het systeem gevuld is met rechten. Ik heb het dan over de 70%- en 30%-regeling. Maar waaronder valt bijvoorbeeld duurzame infrastructuur die nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen? Denk aan duurzame elektriciteitsvoorzieningen. Zijn die hier al in voorzien? Zitten die bij de zeven projecten die u bij de infrastructuur noemt, of moeten die wachten op de definitieve maatregelen?

Het spreekt ons aan dat we nu een systeem opbouwen dat we eerst gaan verdienen en dan gaan uitgeven. Dat is belangrijk, want dan komen we minder snel opnieuw in een PAS-fuik terecht. Wij waarderen het ook positief dat het kabinet voornemens is de motie-Moorlag uit te voeren waarin gevraagd wordt om absolute prioriteit te geven aan de woningbouw. De vraag daarbij is dan wel hoelang het duurt voordat de noodzakelijke vergunningverlening weer op gang kan komen om de echt grote projecten te helpen.

De maatregel die op kort termijn het meest oplevert, is de verlaging van de snelheid. Wanneer gaat deze maatregel in? Is de voorbereiding al ter hand genomen? Wat zijn de kosten ervan? En hoe worden die gedekt? Er zullen heel wat bordjes moeten worden weggehaald en heel wat nieuwe bordjes moeten worden geplaatst. Er komt daarmee overigens ook een einde aan een vaak erg onduidelijke toepassing van de 100 km/u-, 120 km/u- en 130 km/u-regeling.

De heer Koole (PvdA):

De heer Pijlman refereert aan de in de Tweede Kamer aangenomen motie-Moorlag waarin staat dat bij de vrijkomende stikstofruimte voorrang moet worden verleend aan het bouwen van woningen. Hij zei eerder in zijn betoog dat hij een gebrek aan sociale huurwoningen zag. Hij sprak ook over duurzame woningen. Zegt de heer Pijlman nu ook dat als er voorrang aan woningen wordt verleend, dat in eerste instantie vooral duurzame woningen moeten zijn die bestemd zijn voor de lagere inkomens en de middeninkomens?

De heer Pijlman (D66):

Dat hangt natuurlijk erg af van de plannen die voorliggen, maar wat u zegt, vind ik zeker sympathiek. Wat ons betreft zal er direct voor de lagere inkomens en de middeninkomens gebouwd moeten worden. Daar is de nood het hoogst.

De tweede maatregel die het kabinet neemt, is de ...

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Mag ik misschien naar aanleiding van het antwoord op de vraag van de heer Koole toch iets vragen? Ik begrijp het toch goed dat er pas ruimte uitgegeven kan worden als er ruimte ontstaan is. Dat heeft u ook net betoogd. Er kan dus alleen ruimte vrijkomen voor projecten waar ook voldoende gebiedsgericht ruimte voor gecreëerd is. Er liggen plannen daarvoor. Het klinkt ontzettend sympathiek dat dat dan wel sociale woningen moeten worden, maar daar gaan we hier toch helemaal niet over? En daar gaat deze wet toch op geen enkele manier over?

De heer Pijlman (D66):

Ik verwees naar de motie-Moorlag die aan de overkant is ingediend en aangenomen en waarvan ik heb begrepen dat het kabinet die wil uitvoeren. Nee, de stikstofwet gaat natuurlijk over iets anders, maar die maakt het mogelijk dat de woningbouw hervat wordt. En ja, dan vinden wij dat dat voor de lagere inkomens en de middeninkomens direct opgepakt moet worden.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Mijn vraag ging inderdaad over het laatste, als ik nog een keer mag, voorzitter. De motie-Moorlag ken ik. Ik heb ook zelf gevraagd of het kabinet die gaat uitvoeren, en het gaat die uitvoeren. In de vrijgekomen ruimte is woningbouw dus een prioriteit. Die prioriteit is gebiedsgericht en afhankelijk van waar stikstofruimte ontstaat. Die ruimte ontstaat voor de plannen die er voor die gebieden liggen. Dan bepalen wij als Eerste Kamer en dan bepaalt zelfs de regering toch niet mee of dat woningen voor de minima of villa's zijn? Dat hangt toch gewoon af van de plannen die klaarliggen in de gebieden waar er ruimte vrijkomt?

De heer Pijlman (D66):

Ik begrijp niet wat meneer Van Gurp wil zeggen. Ik heb net betoogd dat dat afhangt van de plannen die direct uitvoerbaar zijn en voorliggen. Dus ja, daar hebt u natuurlijk gelijk in.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de heer Pijlman zijn betoog vervolgt. Meneer Van Gurp, nog een laatste opmerking.

De heer Van Gurp (GroenLinks):

Ik reageerde omdat u meeging in de suggestie van de heer Koole, die iets vraagt wat sympathiek klinkt, maar volgens mij hier niet geregeld kan worden, omdat het is zoals u nu zegt. Het gaat om de plannen die er liggen. Wij maken hier als Eerste Kamer niet uit wat er in die plannen staat.

De voorzitter:

Dat is een herhaling.

De heer Pijlman (D66):

Dat is inderdaad een herhaling. Ik begrijp de heer Koole zo dat hij iedereen wil aanmoedigen om die plannen zo snel mogelijk voor te leggen, want daar heeft het land het meeste behoefte aan. Dat was ook de strekking van de motie van William Moorlag.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Pijlman (D66):

Voorzitter. De tweede maatregel die het kabinet neemt, is de aanpassing van het veevoer door een vermindering van eiwit, zodat de stikstofuitstoot afneemt. De Universiteit Wageningen adviseert daarbij. Ik begrijp dat het kabinet meent dat het nieuwe regime in april zou kunnen ingaan. D66 heeft over deze maatregel veel meer twijfels. Is het wel effectief? Is het uitvoerbaar? En is het handhaafbaar? Theoretisch kan het voedselrantsoen voor dieren eiwitneutraler worden samengesteld, maar hoe gaat dat dan in de praktijk? Is bijvoorbeeld de diervoederindustrie, die de boeren financieel steunt bij hun acties, bereid tot de noodzakelijke aanpassingen? Zal de individuele boer zich eraan houden of zich eraan kunnen houden? Hoe registeren en handhaven we dat dan?

Op voorhand lijkt het ons een erg fraudegevoelig systeem dat moeilijk uitvoerbaar en handhaafbaar is. Welke sancties zijn er voor de industrie en voor de individuele boer wanneer men zich niet aan deze nieuwe regels houdt? Wij beschouwen dit echt als een noodmaatregel, maar die zagen we in de landbouw en de veeteelt al heel erg vaak. Het gaat om een enorme verfijning van regelgeving die een grote bureaucratie oplevert, fraudegevoelig is en bij de boeren ook tot heel veel frustratie leidt.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat er op de site van RVO staat over de toepassing van mest- en fosfaatrechten voor boeren, dan valt op dat zij berekeningen moeten toepassen voor, let wel, twintig verschillende soorten vee, zoals het weidevee, zoogkoeien, vrouwelijk jongvee, mannelijk jongvee, vrouwelijk jongvee ouder dan 1 jaar, bestemd om zoogkoe te worden, vrouwelijk jongvee jonger dan 1 jaar, bestemd om zoogkoe te worden, enzovoort, enzovoort. Wat doen we met dit soort bureaucratie de boeren aan en wat doen we ook de overheid daarmee aan, want zij moet registreren, controleren en handhaven hetgeen schier onmogelijk is? Ik heb gisteren gevraagd naar de kosten van deze bureaucratie voor zowel de boeren als de overheid. U wilt de systemen rondom mest vereenvoudigen. Ik zou u willen vragen om daar ook eens een kostenberekening op los te laten. Wat kost het de individuele ondernemer en de overheid om dit soort systemen in de lucht te houden?

Kortom, hoe je het ook wendt of keert, als natuurinstandhouding en -versterking ons doel is conform de Habitatrichtlijn, dan ontkomen wij niet aan een inkrimping van de veestapel en het toegroeien naar een circulaire landbouw. We hebben daarbij veel te lang de kop in het zand gestoken. De commissie-Remkes heeft ons in het rapport Niet alles kan, er terecht op gewezen dat niet alles naast elkaar kan en dat wij ook keuzes moeten maken. Die keuzes hebben we te lang uitgesteld. Die keuze maakt u nu ook als u met maatregel 3 voorstelt de veestapel in te krimpen door de varkenshouderij te saneren. In het regeerakkoord was hiervoor al 200 miljoen uitgetrokken. De maatregel is nu in uitvoering genomen; boeren kunnen, dacht ik, zich tot 15 januari aanmelden. In dit pakket wordt daar nog eens 60 miljoen aan toegevoegd. Wordt dit direct aan het bestaande pakket toegevoegd of wordt er weer een nieuwe regeling opengesteld?

We hadden het gisteren over het gemiddelde jaarinkomen van de varkensboeren. Het afgelopen jaar was dan €275.000. Ik wil het absoluut niet overdrijven, want het jaar daarvoor was het €9.000, dus je moet het allemaal middelen, maar u zei toen dat u bij de sanering van de varkensboeren wel uitgaat van €275.000 en de marktwaarde van de varkens op dat moment. Die is nu heel hoog door het uitbreken van de Afrikaanse varkenspest en de vraag naar vlees in met name China. Wat betekent dit nu voor de warme sanering van de varkenshouderij? Ik meen dat u gisteren zei dat u verwacht dat 7% tot 10% de opbrengst zou kunnen zijn. Wat is er daarna nodig om tot de benodigde vermindering bij met name kwetsbare natuurgebieden te komen?

De heer Schalk (SGP):

Ik ga even terug naar de oproep van de heer Pijlman om de veestapel te verminderen. Gisteren was hier de Meststoffenwet aan de orde. Wij hebben toen met elkaar geconstateerd dat de boeren eigenlijk complimenten verdienen omdat zij duidelijk onder de plafonds blijven. Waarom zou je dan nu een extra oproep doen om die vermindering in te zetten?

De heer Pijlman (D66):

Het een sluit het ander niet uit. Ik kom straks nog even terug op boeren die zelf allerlei maatregelen nemen. Maar het zal ook voor de SGP duidelijk zijn dat de manier waarop wij met onze landbouw en veeteelt omgaan in dit heel dichtbevolkte land, om verschillende redenen, natuur- en milieubeleid en dierenwelzijn, niet houdbaar is en dat je niet ontkomt aan inkrimping van de veestapel als je natuurbeheer en milieu centraal stelt, zoals het kabinet ook doet. Dat staat ook in dit wetsvoorstel. De minister wil nu tussen de 7% en 10% wegnemen.

De heer Schalk (SGP):

Dat laatste klopt wel, maar dan gaat het over die warme sanering. Ik hoorde in het betoog van de heer Pijlman eigenlijk dat hij veel verder wil gaan dan het wetsvoorstel. Ik vroeg aan hem waarom wij dat zouden doen als wij merken dat de boeren juist keihard werken om zich te houden aan de plafonds die wij in Nederland hebben vastgesteld.

De heer Pijlman (D66):

Ik vind het een beetje verwarrende discussie. Ik denk niet dat de SGP beweert dat wij zo kunnen doorgaan. Het lijkt er nu op dat u dat wel vindt. Overigens verdienen alle boeren die zelf een omslag maken altijd onze steun. Ook boeren die tegen de grenzen van hun bedrijf aanlopen en heel veel moeite hebben met alle regelgeving die de afgelopen jaren op hen is afgekomen, verdienen onze steun, maar het kan niet zo blijven.

Voorzitter. Ik zou nu aan de minister willen vragen wanneer het definitieve pakket van het kabinet komt. Wanneer bereikt Remkes 2 ons? Ik meen dat het definitieve rapport voor de kerst zou verschijnen. Ik begrijp nu dat het is uitgesteld. Het gaat hier om een noodpakket. Het kan, zegt de Raad van State, maar dan wel ingebouwd in een totaalpakket. Wanneer komt dat naar ons toe?

Voorzitter. Natuurbeheer en -behoud en versterking zijn het doel van dit pakket. Het kabinet trekt daar via een begrotingsmaatregel in totaal nog eens 250 miljoen voor uit. Ook na de beantwoording van onze vragen daarover is het ons onduidelijk hoe die middelen nu worden ingezet. Het is al eerder gevraagd. In de brieven over dit onderwerp meldt de minister dat zij voornemens is in overleg met de Europese Commissie te treden over de versterking van de Natura 2000-gebieden door samenvoegen of het instellen van nieuwe gebieden. Kleine en te kwetsbare gebieden die feitelijk al zijn opgegeven, zouden dan werkelijk kunnen worden opgegeven. Nu heeft Nederland zelf de keuze gemaakt voor de indeling van onze Natura 2000-gebieden; dat is gisteren ook al gezegd. Naar ik meen heeft destijds staatssecretaris Bleker al eerder zonder succes gepoogd hetzelfde te doen. Als dat waar is, waarom meent het kabinet daar dan nu wel de handen van de Europese Commissie voor op elkaar te kunnen krijgen? Graag daarop een reactie. Wij kunnen ons overigens wel voorstellen dat het eerst instellen van nieuwe gebieden en daarna pleiten voor samenvoeging of opheffing van kleine gebieden, enige kans op succes kan hebben. Is dat wat het kabinet beoogt?

Voorzitter. Om dit pakket succesvol te laten zijn, moet er na het aannemen van deze wet nog een hele hoop gebeuren. Het is daarbij verstandig dat in meerdere amendementen is vastgelegd, onder andere door de heer De Groot, dat beide Kamers intensief bij het vervolg worden betrokken en dat ook de ministeriële regelingen in een voorhangprocedure aan dit huis worden voorgelegd. Ik krijg daar graag een bevestiging van. Het is ongebruikelijk maar in dit geval zeer gewenst. Wat kunnen wij de komende maanden tegemoet zien van het kabinet, vraag ik de minister.

Voorzitter. Ik heb gisteren bij de behandeling van de mestwetgeving gepleit voor een speciale behandeling van boeren, zoals biologische boeren, die zelf op een andere bedrijfsvoering zijn overgegaan waardoor minder schade voor natuur en milieu ontstaat. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de boeren van Schiermonnikoog die hebben aangeboden tot een forse reductie van hun veestapel te komen, met 35%, door een eigen kaasmakerij op te zetten die gebruikmaakt van de kruiden die groeien op de kwelders. Een prachtig initiatief, ook voor bevordering van het toerisme. Zij zien in de natuur om hen heen de kwalijke gevolgen van de stikstofuitstoot. Ze nemen hun verantwoordelijkheid en willen overgaan tot een andere bedrijfsvoering. Worden deze initiatieven door het ministerie financieel ondersteund?

Veel boeren die zelf al maatregelen hebben genomen of willen nemen, zijn benauwd dat zij straks door de overheid over een kam worden geschoren met hen die nog niets hebben gedaan en dat zij dan juist hun veestapel verder zouden moeten inkrimpen, hetgeen hun bedrijfsvoering onder druk zet. Dat vinden wij ook onrechtvaardig. Op mijn vragen hierover antwoordt de minister dat zij overweegt doelvoorschriften voor deze boeren in te voeren. Ik hoop dat zij dat nog eens nader kan toelichten.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Begrijp ik nu dat meneer Pijlman een voorstander is van biologische landbouw?

De heer Pijlman (D66):

Ik ben óók voorstander van biologische landbouw, maar dat is niet het enige. Als wij een goede, levendige, ook op export gerichte landbouw- en veeteeltsector overeind willen houden, hetgeen u ook bepleitte, dan is biologische landbouw daarvoor niet genoeg. Maar ik vind wel dat de initiatieven die er zijn, niet alleen biologische boeren maar ook boeren die ernaar streven om tot een circulaire landbouw te komen, zoals ook het kabinet bepleit, gesteund moeten worden in de ombouw van hun bedrijven.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Dank aan de heer Pijlman voor zijn uitgebreide antwoord. Maar ik heb begrepen dat meneer Pijlman ook een groot voorstander is van natuur. Is hij zich er dan wel van bewust dat biologische landbouw juist een veel grotere impact heeft op natuur en klimaat? Dat kan zelfs wel oplopen tot 70%. Je hebt namelijk veel meer grond nodig voor biologische landbouw omdat de opbrengst veel lager is.

De heer Pijlman (D66):

Ja, extensievere landbouw kost inderdaad meer grond om tot dezelfde opbrengsten te komen. Maar als je die opbrengsten helemaal centraal stelt, dan kom je in een systeem terecht dat mijns inziens nu vastloopt.

Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is op welke wijze het ministerie boeren ondersteunt die overgaan tot een biologische of circulaire landbouw en veeteelt. Zijn er regelingen om juist dit type boeren, landbouw en veeteelt te versterken, juist ook bij Natura 2000-gebieden? Ik zou graag van de minister de toezegging krijgen dat wij een korte notitie krijgen welke instrumenten daarvoor worden ingezet, zodat we dat beleid ook verder kunnen volgen. Het kabinet heeft in de omslag die het wil maken naar circulaire landbouw daar al een voorzet voor gedaan en een deel van het budget van deze minister gaat daar ook naartoe. Maar ik mis het overzicht, zodat we dat moeilijk kunnen beoordelen.

Voorzitter, ik sluit af. Zo snel mogelijk aan de slag met structurele maatregelen voorkomt dat we vaker noodwetten moeten toepassen en dat de rechter ons weer moet wijzen op onze tekortkomingen als overheid. Wij zien uit naar de beantwoording door de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

Voorzitter. Hokus, pokus, pilatus, pas, en weg zijn alle vergunningen. Daarom staan we hier vandaag om te bezien of er nog iets te redden valt met een spoedwet. Zo zal ik dit voorstel ook beschouwen en behandelen, als een spoedwet met een beperkte reikwijdte en niet meer dan dat. Voor alle duidelijkheid: dit is voor de SP geen uitgelezen gelegenheid om nog even politiek iets, hoe onderwerpvreemd ook, binnen te slepen. Ook wij zijn gebeld. Wie niet, zou ik bijna willen vragen, maar dat zou sneu zijn voor degenen die niet gebeld zijn. Ook wij zijn gebeld en toen hebben we dat ook gewoon aangegeven. Het gaat ons om de inhoud van de wet. En het gaat ons, zoals het de Eerste Kamer betaamt, om het door laten gaan van wat goed is en om het tegenhouden van wat slecht is. Want dit debat gaat in essentie om bouwvakkers die huizen willen bouwen, gezinnen die op die huizen zitten te wachten om erin te kunnen gaan wonen en boeren die willen blijven boeren. Dit gaat om mensen en niet om politiek gewin. Maar wij onderschrijven nadrukkelijk de noodzaak van spoedige maatregelen om ook de woningbouw weer op gang te brengen. Daar ligt ook onze prioriteit. We hebben echter grote bedenkingen bij de weg die ter uitvoering van deze spoedwet wordt gekozen.

Voorzitter. Na de uitspraak van de Raad van State over de onhoudbaarheid van de PAS ligt nu een spoedwet voor om de gevolgen gedeeltelijk ongedaan te maken. Die uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof, zo kunnen we gerust vaststellen, kon niet onverwacht komen. Eerder had de Raad van State al duidelijke bedenkingen geuit over de juridische houdbaarheid van de wet, overigens net als de Commissie voor milieueffectrapportage en de Adviescommissie Versnelling en Verbetering Besluitvorming Infrastructuur. En opnieuw geeft de Raad van State nu duidelijke signalen van twijfel af over de juridische houdbaarheid van de thans voorliggende spoedwet. De schoten voor de juridische boeg zijn dus duidelijk. Het blijft voor ons een wonder op welke argumenten en welke gronden de regering denkt dat deze spoedwet in rechte wél stand zal houden. De schriftelijke beantwoording hiervan heeft mij nog niet kunnen overtuigen. Het lijkt een beetje op een herhaling van de argumenten die we kregen aangereikt bij kritische vragen over de houdbaarheid van de PAS. Dat zou ook allemaal goed komen. Dus ik wil de minister op dit punt graag nog een keer vragen een poging te wagen. Immers, als deze spoedwet geen stand houdt, gaat veel kostbare tijd verloren. Daar zijn noch de bouwvakkers, noch de woningzoekenden, noch de boeren bij gebaat.

Voorzitter. Wat is de reden dat er niet gekozen is voor een einddatum van deze spoedwet? Het is tenslotte een noodverband om activiteiten weer op gang te brengen en geen oplossing voor de stikstofproblematiek ten principale, zoals de regering ook zelf aangeeft. Zou een werkingsduur van bijvoorbeeld een jaar, gekoppeld aan het in procedure brengen van een wet met permanente maatregelen binnen dat jaar, de juridische haalbaarheid niet enorm vergroten? De Raad van State wijst daar ook op. Het moet ingebed zijn. In een dergelijke situatie zou er ook adequaat kunnen worden ingespeeld op rechterlijke uitspraken die de werking van de spoedwet raken, want dan kun je daar nog ten principale iets aan veranderen in de wetgeving die je op dat moment ook aan het maken bent.

De beantwoording van deze vraag, die ik ook in schriftelijke vorm gesteld heb, leverde het antwoord op dat er geen noodzaak is tot tijdelijkheid, omdat de spoedwet binnen de grotere aanpak past. Ja, dat is een beetje een kip/ei-redenering, maar het gaat mij over de juridische houdbaarheid. Want dat mag zo zijn voor wat betreft het doel en de aanpak, maar waarom dan niet meteen de grote aanpak concreet parallel opgepakt?

Daarbij wijst de regering erop dat die plannen er ook zijn, maar nog niet concreet, en dat ze de werking op korte termijn missen. Ik herhaal daarom mijn vraag in het licht van de kwaliteit van de wetgeving, en daarmee de juridische houdbaarheid: is de regering bereid een toezegging te doen over de tijdelijke werking van deze spoedwet? Of is het gewoon een politiek gegeven dat de verdeeldheid in de coalitie zo groot is dat het ontbreekt aan draagkracht voor concrete maatregelen die daadwerkelijk ook op lange termijn zoden aan de dijk zouden zetten?

Voorzitter. Op dit vorige punt aansluitend, deelt de regering de opvatting van de SP dat in de spoedwet alleen datgene geregeld moet worden wat noodzakelijk is om werkzaamheden weer mogelijk te maken? Is het noodzakelijk om alle in de spoedwet voorgestelde maatregelen in werking te laten treden, of kunnen delen van die wet niet in werking treden of anderszins niet geëffectueerd worden om daarmee de juridische houdbaarheid te vergroten? Kunnen onderdelen van het nu voorliggende wetsvoorstel niet beter in het parallelle, gelijk te starten traject van wetgeving voor permanente maatregelen worden opgenomen? Kan de minister bijvoorbeeld aangeven wanneer de veevoermaatregelen — we hoorden net D66 heel kritisch zijn op dit punt — ook daadwerkelijk aantoonbaar effect kunnen hebben, waar de Raad van State ook rekening mee kan houden op het moment dat er een zaak wordt voorgelegd?

Wordt hier niet in dezelfde gedachtegang als de PAS, alweer een voorschot genomen door, vooruitlopend op het concreet worden van de effecten, al ruimte weg te geven? Ik hoor de hele tijd het tegenovergestelde vanuit de regering, maar wat is dan het tijdspad in de praktijk? Want als deze maatregel alleen effect heeft op langere termijn, dan hoort die niet in de spoedwet thuis maar in dat parallelle wetgevingsproces. Want in de spoedwet horen immers alleen maatregelen thuis die direct effect hebben en waarvan dit effect ook meetbaar en aantoonbaar is. Ik hoorde ook het CDA kritisch zijn op de stikstof, of in ieder geval de opmerking maken — laat ik het zo zeggen — dat het lang duurt voordat het stikstofregistratiesysteem effect heeft. Dat is maatregel twee, van de drie of vier waarvan we kunnen vragen wat dat nou op korte termijn gaat opleveren.

Dat geldt dus, zoals ik net zei, bijvoorbeeld voor het veevoerspoor. Ik heb tot nu toe alleen maar boeren gehoord die er helemaal niks in zien. Zoals meerderen van u ben ik ondertussen, sinds 4 uur vannacht, lid van een appgroep waarin de gevoelens gedeeld worden. Ik heb daar weinig positieve geluiden over het veevoerspoor voorbij horen komen. Ik had er een kunnen citeren, maar laat ik dat nou maar even niet doen omdat die misschien niet helemaal past in dit huis.

Als dat geen effect heeft op korte termijn, dan wordt het een papieren oplossing. Laat ik er dan dit bij zeggen. Als gedeputeerde zijn mij jarenlang wekelijks de rode en groene hexagonen om de oren gevlogen in het AERIUS-model. Bij iedere nieuwe versie verschoten er weer hexagonen van kleur, soms tot blijdschap, soms tot teleurstelling, maar in ieder geval altijd tot verbazing. De vraag is ook hoe zich dat gaat verhouden tot drempelwaarden. Een instabiel AERIUS-systeem in verhouding tot drempelwaarden, hoe regionaal ook, hoe gaat zich dat verhouden? Wie heeft daar voorrang? Graag een reactie van de minister op deze vragen.

Voorzitter. Teneinde het parlement in staat te stellen zijn rol in deze problematiek goed te kunnen invullen, is het mij alleen een raadsel waarom er nu, nu er wel een zware voorhangprocedure voor het veevoerspoor komt — wat in de Tweede Kamer geregeld is — geen zware voorhangprocedure op andere punten komt, zoals het aanwijzen van categorieën van projecten. Daarmee zou het draagvlak van de maatregel vergroot kunnen worden en dat komt de houdbaarheid ten goede.

In de schriftelijke beantwoording op deze vraag geeft de minister aan dat een zware voorhang voor dit soort uitvoeringsgerichte regelgeving niet gebruikelijk is. Nee, maar dat is ook wel een heel slap antwoord, met alle respect, want we hebben hier ook niet te maken met een gebruikelijke situatie. Het woord spoedwet geeft dat al aan. We worden als Eerste Kamer gevraagd ons in allerlei bochten te wringen om een spoedwet met stoom en kokend water in te kunnen laten gaan — waarvan een einddatum ontbreekt, de effectiviteit nog onbewezen is en het tijdspad niet vaststaat — en dan bestaat de regering het, wanneer er om extra zorgvuldigheid wordt gevraagd gelet op de ongebruikelijk snelle behandeling, zich erop te beroepen dat dit niet gebruikelijk is. Ik wil daar echt een wat minder hooghartig antwoord op van de minister.

Voorzitter. Ik stel vast dat er als oplossing ook in de spoedwet weer vooral gekeken wordt hoe regels kunnen worden aangepast om tot oplossingen te komen. Ik heb in de schriftelijke vragen die ik de regering gesteld heb, gevraagd om een overzicht te geven van de oplossingen die met een financiële bijdrage kunnen worden gerealiseerd, zoals extra inzet voor bescherming van natuur en de daarmee samenhangende waarden. Graag geordend, zo was mijn vraag, naar effectiviteit en mate van juridische houdbaarheid. Dit allemaal in het licht van het effect van deze spoedwet en de houdbaarheid daarvan.

De beantwoording luidt dat op dit moment in kaart wordt gebracht welke kostenefficiënte stikstof- en natuurmaatregelen genomen kunnen worden, wat deze opleveren qua stikstofdepositie en natuurherstel en wat de budgettaire gevolgen van deze maatregelen zijn. Op een later moment zal het kabinet bezien of het nodig en mogelijk is om extra middelen vrij te maken. Dus maar even voor mij in gewoon Nederlands: we hebben nog geen idee wat werkt, wat het kost en we weten ook niet of we daar geld voor over hebben. Maar, zo is mijn vraag aan de minister, weet zij dit dan wel voor de maatregelen die nu in de spoedwet staan? Daar zou ik graag een beargumenteerd antwoord van de minister op willen hebben.

Voorzitter. Aan leesvoer geen gebrek de afgelopen dagen. Zo kwam het Planbureau voor de Leefomgeving voor het weekeinde nog net met een advies over de aanpak van het stikstofprobleem. Kern van het advies is, zoals ik het heb gelezen: zorg voor robuuste natuur; zorg dat de natuur zo robuust is dat hij een stootje kan hebben.

Mijn complimenten nog en felicitaties voor de bijdrage van mevrouw Prins in haar maidenspeech. Aan haar verhalende trend in "je zult maar ..." wil ik er één toevoegen. Je zult maar een partij zijn die een staatssecretaris levert aan een gedoogkabinet, die de natuur afbreekt door het schrappen van 70% van de middelen (beschikbaar) voor aankoop van natuur en verantwoordelijk is voor de introductie van het hocus-pocus-pilatus-PAS-systeem. Dan heb ik het natuurlijk over staatssecretaris Bleeker in Rutte I, maar ook over de verdere uitwerking en verfijning van dat model door het duo Samsom en Koopmans daarna tijdens Rutte II. Nu mag deze minister in Rutte III de problemen oplossen. De probleem die er met grote waarschijnlijkheid niet zouden zijn geweest, als we het PBL-advies lezen, als we destijds de beschikbare middelen zouden hebben gebruikt om de natuur te versterken, zoals voorzien was, en robuust te maken. Mijn vraag aan de minister is of zij dit ook zo ziet en leest in het PBL-advies.

Voorzitter. Zoals ik aan het begin van mijn betoog heb aangegeven, staat voor de SP voorop dat bouwvakkers weer huizen kunnen bouwen, dat gezinnen weer snel in die huizen kunnen gaan wonen en dat boeren kunnen boeren. Om dat mogelijk te maken, zijn er bewezen effectieve maatregelen nodig op de korte termijn, die de juridische toets van de Raad van State kunnen doorstaan. Dat is de meetlat die de SP hanteert bij de beoordeling van deze spoedwet. De SP heeft er zeer grote twijfel over of de nu voorliggende spoedwet, gelegd langs deze meetlat, tot een positieve beoordeling leidt. De schriftelijke beoordeling heeft die twijfel niet weg kunnen nemen, integendeel. En daar helpt geen fotomoment, onderwerpvreemde toezegging of andere belofte aan.

Voorzitter. Een aantal opmerkingen over de aanloop naar dit debat. Wij hadden eerder de heer Robesin die dacht met een bezoek aan het Torentje de Hedwigepolder te redden van de ondergang. En we hadden de fractievoorzitter van de SGP in de Tweede Kamer, de heer Van der Staaij, die veelvuldig verbleef op de achterbank van de dienstauto van premier Rutte. En nu hebben wij de heer Otten die als kerstman voortijdig zijn arrenslee voor het torentje parkeerde om met een luid "go, go, go, Merry Christmas" een cadeau onder de kerstboom van het kabinet te leggen, te weten zijn steun voor deze juridisch wankele spoedwet.

Ik ben ook zeer benieuwd welke delen — ik kijk de heer Otten maar even aan; dat is wel zo netjes — van de voorliggende wet of de schriftelijke beantwoording van de vragen van deze Kamer over deze wet zo onduidelijk of onbegrijpelijk waren dat de heer Otten er een aparte sessie met de minister-president en de minister van Financiën voor nodig had om ze te begrijpen. Wil hij zijn medesenatoren in zijn termijn later vandaag daarin meenemen, zodat ook wij ons oordeel beter kunnen vormen? Want blijkbaar zijn daar overtuigende argumenten gewisseld. Overigens was de minister van LNV ook niet bij dat gesprek, dus misschien vindt zij het ook nog interessant om het van uw kant te horen.

Eenzelfde vraag zou ik ook willen stellen aan de heer Van Rooijen. Kan hij ons uitleggen hoe de problematiek van de rekenrente bijdraagt aan het oplossen van de stikstofproblematiek? Ik ben daar oprecht benieuwd naar. Wellicht wil hij daar straks in zijn eigen bijdrage een aantal zinnen aan wijden.

Voorzitter, ik ga u gelukkig maken, omdat ik een minuut overhoud in de tijd. Naar de mening van de SP is het enige waar bouwvakkers, de gezinnen die een dak boven hun hoofd willen en de boeren werkelijk mee geholpen worden dat er nu geïnvesteerd wordt in maatregelen die meetbaar effect hebben en niet juridisch ten onder gaan. Daarom is ons oordeel over deze spoedwet tot nu toe onverminderd negatief, maar wachten we uiteraard de beantwoording van de minister en de heer Otten af om te bezien of er nog een poging gedaan kan worden om ons van ons ongelijk te overtuigen.

De voorzitter:

Dank u. Dan is het woord aan de heer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter. Ik kom blijkbaar als geroepen na de heer Janssen. Ik zal daar dadelijk op ingaan, maar ik wil eerst mevrouw Prins-Modderaar feliciteren met haar maidenspeech. Dat lijkt mij nog veel belangrijker dan wat zojuist aan de orde was, hoewel dat ook belangrijk is. Mijn gelukwensen. Ik zie uit naar een goede samenwerking. Ik wens de heer Nicolaï alvast — hij is na mij aan het woord — succes met zijn maidenspeech.

Voorzitter. Vandaag behandelen we de Spoedwet aanpak stikstof, waarbij wordt aangetekend dat dit wetsvoorstel al heel wat stof heeft doen opwaaien in de media en in de samenleving. Deze spoedwetgeving is gebaseerd op een tweetal stikstofuitspraken over het Programma Aanpak Stikstof, PAS, van de Raad van State van 29 mei 2019, waarbij werd bepaald dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken, zoals wegenaanleg, woningbouw en uitbreiding van veehouderijen. Want op basis van het PAS werd vooruitlopend — dus vooraf — toestemming gegeven voor zojuist genoemde activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor beschermde natuurgebieden, in de veronderstelling dat toekomstige maatregelen positieve effecten zullen hebben voor die gebieden. Dat is in strijd met de Europese Habitatrichtlijn, want die eist dat vooraf vast moet staan dat werkelijk geplande toekomstige maatregelen daadwerkelijk ook resultaat hebben. Kortweg gezegd: omdat het PAS niet voldoet aan de richtlijn mag het ook niet als toestemmingsbasis voor nieuwe activiteiten worden gebruikt.

Voorzitter. Al in de jaren tachtig werd er volop actie gevoerd tegen klimaatverandering. Bomen dreigden bruin of kaal te worden. Dode bossen bij onze buren en dode vissen in Scandinavië. Zure regen kreeg de schuld. Kamerleden gingen in die tijd op werkbezoeken naar de bossen in Duitsland en op de Veluwe. Er werden debatten gevoerd. Er kwam een overheidscampagne met het motto "Stop zure regen". En er waren forse gevolgen voor boeren en automobilisten, en de energie werd duurder. Hoe herkenbaar. 35 jaar later, kampen we met een veel zorgelijker situatie. Volop acties, veel debatten en wederom veel gevolgen voor boeren, de woningbouw, automobilisten en ook voor de energierekening van de burger.

Nu dit jaar ten einde loopt, is het tijd om kort terug te blikken op het afgelopen jaar. Een jaar met ongelofelijk veel aandacht voor het klimaat, voor klimaatverandering, voor klimaatdrammers en voor klimaatontkenners. De klimaatzaak, waarin de uitspraak na cassatie door de Staat overigens aanstaande vrijdag volgt, tezamen met de rechterlijke uitspraken over stikstof, zetten de hele discussie op scherp. Veel burgers van ons land volgen het tempo van de ontwikkelingen, voorstellen en plannen niet, en 50PLUS begrijpt die burgers.

Het is de grootste verandering van deze tijd. Iedereen krijgt ermee te maken en juist daarom is het van belang dat we dit samen doen: jong en oud, arm en rijk, voor- en tegenstanders. Wat 50PLUS betreft moet er meer geïnvesteerd worden in draagvlak en is enige temporisering van belang. Het moet, maar het moet niet morgen of overmorgen. Op naar 2050, stap voor stap, dat is ons devies. Daarmee dringt zich ook de vraag op: wat hebben de partijen die de afgelopen 35 jaar regeringsverantwoordelijkheid hebben gedragen, gedaan? Waar waren ze al die tijd? Waarom is er niet al veel eerder gestart met de noodzakelijke veranderingen? Waarom zijn de burgers niet veel eerder en meer betrokken en voorbereid? We hadden al verder op weg kunnen zijn.

Want, voorzitter, nu voelt het voor veel mensen als een overval, met alle maatschappelijke onrust van dien. Iedereen is ontevreden, iedereen is boos. De een zegt: dit is te weinig. De ander zegt: dit is veel te veel. Protesten op Schiphol dit weekend, vliegveld Eindhoven en ook morgen zijn er weer acties, al zijn — zo heeft de rechter zojuist besloten — blokkades bij distributiecentra niet toegestaan.

Terug naar vandaag, voorzitter. Met enorme haast moeten we de Spoedwet aanpak stikstof behandelen, met als belangrijke reden op korte termijn bouwactiviteiten met een zeer geringe stikstofemissie weer mogelijk te maken. Mijn fractie constateert echter dat de regering sedert november 2018 op de hoogte was van het feit dat de onderbouwing van de PAS niet deugde. Toen al oordeelde het Europees Hof dat een overheid pas nieuwe activiteiten mag toestaan, als vooraf vaststaat dat de gevolgen van de maatregelen, die in de PAS zijn opgenomen, een positieve uitwerking hebben op beschermde natuurgebieden. En wat deed de regering nadien naar aanleiding van die uitspraak? Helemaal niets!

Door volledig stil te zitten is nu de chaos in de samenleving ontstaan zoals we die nu ervaren. Grote, bijna wekelijkse protesten van boeren, een woningmarkt die op slot zit, waardoor de woningbouw — voor senioren, maar ook voor starters — stagneert, met als gevolg nog grotere prijsstijgingen, waardoor woningen onbetaalbaar worden. Faillissementen dreigen voor bouwondernemers en hun toeleveranciers en mogelijk enorme schadeclaims. Langzaam begint het zelfs tot dit kabinet door te dringen dat het met oplossingen moet komen. Vandaar de voorliggende Spoedwet aanpak stikstof.

Maar, voorzitter, wat beoogt deze wet nu precies? Zal deze snel in elkaar gedraaide wet echt voor oplossingen gaan zorgen op de korte termijn? Of is het slechts een in aller haast aangelegd noodverband? Via een kunstmatige constructie — de combinatie van de invoering van een drempelwaarde en een stikstofregistratiesysteem, de zogenaamde stikstofbank, waar de uitstoot wordt bijgehouden — moet er op korte termijn voldoende stikstofruimte komen om woning-, weg- en waterbouw weer op gang te krijgen.

Feitelijk worden administratieve maatregelen gemaakt die wel erg dezelfde kant opgaan als de Programmatische Aanpak Stikstof, waarvan het Europees Hof al heeft vastgesteld dat het niet voldeed aan de Habitatrichtlijn. Niet voor niets heeft de Raad van State al zeer kritische kanttekeningen geplaatst bij maatregelen zoals het introduceren van de stikstofbank en drempelwaarden, en zeker ook bij de combinatie en het gelijktijdige gebruik ervan. Graag een uitgebreide reactie van de minister.

Het mag duidelijk zijn dat de maatregel betreffende het stikstofarm maken van veevoer evenmin grote effecten zal hebben. Daarvoor is de steun van de boeren nodig en moet stikstofarm veevoer ook voorradig en beschikbaar zijn, hetgeen thans niet het geval is. Graag een reactie van de minister. Kan de minister uitgebreid toelichten wat de effecten zijn van de 100 km/u-maatregel? Mijn fractie kijkt uiteraard naar het alsmaar naar voren gebrachte argument van landsbelang, maar moet ook kijken naar de kwaliteit van wetgeving en de uitvoerbaarheid daarvan. Mijn fractie heeft twijfels over de juridische houdbaarheid. Kan de minister hier nader op ingaan?

Voorzitter. Dan wil ik nu aandacht vragen voor het nijpend tekort aan seniorenwoningen als onderdeel van de steeds grotere woningnood in ons land. Mijn fractie wil meer inzicht in welke bouwactiviteiten er gestart kunnen worden met deze wet in de hand. Naar aanleiding van onze vragen geeft de minister in de memorie van antwoord — in het voorlopig nadere verslag, moet ik zeggen — aan dat het gaat om 75.000 woningen in 2020. Ik vraag de minister waar hoeveel woningen van welk type gebouwd worden. Wil zij reageren op uitspraken van de wethouder in Den Haag, die zegt dat zijn gemeente met deze wet niets opschiet? Hij zegt dat er woningen bijvoorbeeld in het oosten van het land gebouwd kunnen worden. 50PLUS wil in het bijzonder aandacht voor de noodzaak van het bouwen van seniorenwoningen. Er is een schrijnend tekort van wel 50.000 tot 100.000 woningen, met alle gevolgen van dien. Als we dat versneld kunnen oplossen, zorgt dat ook voor doorstroming op de woningmarkt en komen er bestaande woningen vrij voor gezinnen en starters. Graag een reactie van de minister.

Kan de minister eens uitgebreid ingaan op artikel 5, lid 5 a? Want de antwoorden van de minister op onze vragen in de nota naar aanleiding van het verslag van gisteravond hebben ons nog niet overtuigd. Wat beoogt de minister als zij zegt: met provincies en gemeenten wordt bezien hoe eventuele criteria van prioritering en reservering in de regeling zelf verankerd kunnen worden? Is de minister hierover al in gesprek met provincies en gemeenten? Graag een antwoord.

Mijn fractie heeft tot slot dan nog de volgende vragen. Kan de minister nader toelichten wat zij bedoelt met nadere consultatie van het maatschappelijk veld over de invulling van criteria? In hoeverre kan en wil het kabinet zelf betrokken zijn bij de keuze van bouwprojecten? En in hoeverre kan de minister bevorderen dat voorrang wordt gegeven aan het bouwen van seniorenwoningen? Dat is voor mijn fractie een essentieel punt. Wat kan de minister toezeggen?

Voorzitter, ik rond af. Op de langere termijn zetten de gedane voorstellen van het kabinet geen groene zoden aan de dijk om het jarenlang negeren van de stikstofproblematiek in de kern aan te pakken. We wachten de beantwoording van de minister met bijzondere belangstelling af.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Rooijen. Dan is het woord aan de heer Nicolaï voor zijn maidenspeech. Maar eerst is er nog een interruptie van de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

De heer Van Rooijen knikte straks bemoedigend toen ik deze vraag in mijn termijn aan hem stelde. Wil hij nog even terugkomen op de rekenrente en de stikstofproblematiek?

De voorzitter:

Heel kort graag.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Daar hebben we het al zo vaak over dat ik niet elke keer sta te trappelen, maar een voorzet kop ik graag in. Wij hebben natuurlijk nooit een koppeling gemaakt. Bij de Financiële Beschouwingen met minister Hoekstra — u herinnert zich dat — heb ik een motie ingediend om te vragen, ook naar aanleiding van een brief van 40 deskundigen — om onderzoek te doen naar de rekenrentemethodiek en om daarvoor een onderzoekscommissie in te stellen. Die motie is een keer aangepast en ik heb haar twee keer aangehouden. Het kabinet had haar eerst ontraden en een week later, vorige week dinsdag, werd ik in een tweede brief gevraagd om de motie aan te houden. Dat heb ik toen ook gedaan.

Het vervolg zal zijn dat ik de commissie Sociale Zaken vanmiddag zal vragen om de antwoorden die de minister drie maanden nadien heeft gegeven — op 25 pagina's over het pensioenakkoord en de Commissie Parameters — op vragen die wij gesteld hadden, om in de commissie een procedure te openen om in januari vragen te stellen over al die antwoorden die we hebben gekregen. Dan zal ik de commissie ook vragen om in februari een debat in te plannen, op basis van die antwoorden, met minister Koolmees over de antwoorden die we tegen die tijd zullen hebben gehad. Ik verzeker u: daar zal de rekenrentemotie weer aan de orde komen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Nicolaï voor zijn maidenspeech. Althans, mevrouw Faber nog even. Heel kort, want we lopen behoorlijk uit de tijd.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Ik vind het een beetje een vreemd antwoord van de heer Van Rooijen. Zijn partijleider, Henk Krol, heeft gezegd dat er in ruil voor steun aan de spoedwet wel iets terug moet komen in de senaat en dat dan toch het onderzoek betreffende de rekenrente, een wens van zijn partij, uitgevoerd zal moeten worden. Dus dan rijst bij mij de vraag: spreekt de heer Krol dan onzin, of onze collega Van Rooijen?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ik heb kennisgenomen van die uitspraak. Mijn fractie heeft in deze Kamer een vaste lijn. In het tijdsverloop hebben wij in het debat een motie ingediend die eerst door de regering werd ontraden. Even later werd mij gevraagd om die motie aan te houden, wat ik heb gedaan, waarmee wij dus dat proces in de komende een à twee maanden verder brengen. Wij zullen dus, zoals ik net al aangaf, op basis van de antwoorden die de minister begin februari zal geven op de vragen die de commissie gaat stellen — ik zal dat vanmiddag voorstellen — op dat onderwerp terugkomen. Nog anders gezegd: de rekenrentemotie van november is toen al ingezet en stond toen uiteraard los van het debat dat nog niet eens in de Tweede Kamer aan de orde was.

De voorzitter:

Dan gaan we nu echt door. U kunt in uw tweede termijn ... Mevrouw Faber, dan een heel korte interruptie.

Mevrouw Faber-van de Klashorst (PVV):

Maar wie spreekt er nu de waarheid, meneer Krol of meneer Van Rooijen?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

In deze Kamer kan slechts de voorzitter van deze fractie daarover het woord voeren. Dat heb ik bij dezen gedaan.

De voorzitter:

Helder. Dank u wel, meneer Van Rooijen. Dan is het woord aan de heer Nicolaï voor zijn maidenspeech.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik was al twee keer opgestaan om hiernaartoe te komen, maar ik kreeg steeds de kans niet. Toch was ik best wel blij met de interventies van mijn twee medeleden, want het gaat allemaal over de matchfixing die hier aan de orde is, waarop ik in mijn maidenspeech nog terugkom.

Ik wil eerst mevrouw Prins feliciteren. Met belangstelling heb ik naar haar bijdrage geluisterd. Ik kom daar straks nog op terug, maar ik denk dat wij elkaar op een bepaald punt zeker zullen kunnen vinden. Verder feliciteer ik ook de medeleden die gisteren al hun maidenspeech hebben gehouden. Toen was ik niet aanwezig omdat ik deze maidenspeech moest voorbereiden en het allemaal spoed-spoed-spoed was. Ik heb ook weinig geslapen, want vannacht heb ik de brief van de minister nog moeten lezen, die ik vanochtend nog in mijn speech moest verwerken.

Dan kom ik aan mijn verhaal, meneer de voorzitter. Hoe passend zou het niet zijn om hier, de eerste keer dat ik op dit spreekgestoelte heb plaatsgenomen, te beginnen over — schrikt u niet — de uil van Minerva. Maar ik zeg maar meteen met nadruk dat dit een heel andere uil is dan die waardoor andere politieke debutanten bevlogen zijn geraakt. Wij vormen samen de chambre de réflexion. Anders dan aan de overkant, waar snelle vogels in- en uitschieten, wordt in deze Kamer verwacht dat wij in rust en met Wijsheid — met een hoofdletter — ons bezinnen, dat wij in staat zijn om afstand te nemen van de politieke waan van de dag. De leden van de Kamer die mij uit de commissies kennen, weten hoe serieus ik over onze taak denk. Ik vind dat wij de kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving zorgvuldig behoren te toetsen.

Nu, voorzitter, vandaag moet ik hier een spoedwet bespreken terwijl wij nauwelijks de tijd en de gelegenheid hebben gekregen om haar zorgvuldig te toetsen. Het lijkt alsof het kabinet wil dat wij vooral niet te lang naar het voorstel kijken. Nu of nooit! Een wet die gepaard ging met mooie aanbiedingen. Elke fractie kon in ruil voor steun aan deze wet cadeautjes ontvangen. Politieke koehandel, matchfixing als vlucht naar voren. De heer Janssen wees daar ook al op.

Gisteravond laat ontvingen wij pas de nota naar aanleiding van het eindverslag en natuurlijk werden vragen, als gevolg van al die spoed, niet of niet naar tevredenheid beantwoord. Bij de spoed die de minister meent te kunnen stellen, hoort kennelijk ook dat wij pas vannacht zijn overvallen met haar brief, die zij ook al dagen eerder had kunnen zenden. En waarom, zou mijn vraag aan de minister zijn, ontvingen wij die brief pas vannacht? En dan gaat het nota bene om een zogeheten spoedwet waar geen enkele spoed aan zit. Een spoedwet die ik hierna als "Spookwet drie keer niks" zal aanduiden.

Is dit de zorgvuldigheid die je verwacht in een chambre de réflexion? Ik sta hier, bij de eerste debatkennismaking met u als collega-senatoren, een beetje ontgoocheld op het spreekgestoelte. De matchfixing door het kabinet-Rutte heeft mij alvast een illusie armer gemaakt. Ik dacht dat het hier zou gaan om een zorgvuldige toetsing op het gebied van rechtmatigheid en uitvoerbaarheid.

Voorzitter. Het is ook mijn eerste kennismaking met de minister van LNV. Zij zit daar manmoedig — of is het tegenwoordig vrouwmoedig of mensmoedig? Moedig moet zij wel zijn, want je zult maar coördinerend minister zijn voor de PAS en de stikstofproblematiek. Wat een ramp, die PAS, en de onwaarachtige houding van voorgaande ministers, die deden of het allemaal juridisch klopte, terwijl zij beter wisten. En nu moet deze minister komen met iets dat wél de juridische stormram van de milieuorganisaties kan doorstaan, met een regeling die ook genade kan vinden in de ogen van de Raad van State.

In de memorie van toelichting bij de Spookwet drie keer niks sprak de regering nog met veel aplomb over de invoering van een landelijke drempelwaarde: een juridisch uiterst wankele PAS-partout als je niet de maatregelen neemt die de Raad van State verlangt. Kennelijk is de angst voor een nieuw juridisch debacle op het ministerie toegeslagen, want vannacht kregen we ineens te horen dat daarvan is afgezien en dat men eerst "op zoek gaat" naar de mogelijkheid om met een regionale drempelwaarde te gaan werken. Daarmee is de angel uit het ontwerp. Maar is de samenleving daarmee geholpen? Kunnen bouwplannen nu de komende jaren weer wel uitgevoerd worden? Daar ging het toch om, met deze Spookwet drie keer niks?

De weg die de minister had moeten bewandelen om de samenleving echt te helpen, is door de Raad van State geplaveid. Herstel de natuurgebieden zo snel mogelijk. Handen uit de mouwen om de verplichtingen die uit de Habitatrichtlijn voortvloeien daadwerkelijk na te komen. Maar dat doet de minister niet. Dus moet de zogenaamde spoedwet worden uitgekleed om een nieuw juridisch debacle te voorkomen.

Dit kabinet van niet-gelijkgestemden heeft gemeend tijd te moeten kopen, te doen alsof er oplossingen geboden worden, maar is de facto gekomen met een fake-wet die in elkaar geflanst is door decorbouwers — schone schijn zonder juridische substantie.

Voorzitter. Als advocaat en docent bestuursrecht vind ik het ronduit ontluisterend dat een wet van dit niveau door dit huis kan worden aangenomen. Nooit had ik kunnen denken dat ik mijn maidenspeech in dit huis zou moeten houden in een debat over een spookwet die ook nog eens gefixt is.

Voorzitter. Waarom heeft de regering nog geen plan ingediend met concrete maatregelen die tot herstel van de natuurgebieden leiden, in plaats van vage toezeggingen over een budget voor zulke maatregelen? In de brief van vannacht wordt weer loze taal gebruikt: "Het kabinet kiest voor een robuuster en realistisch natuurbeleid. Hierbij houdt het kabinet het huidige beleid kritisch tegen het licht". "Ik ga samen met de provincies bekijken hoe de uitvoering van het natuurbeleid kan worden verbeterd", meldt de minister trots. Is dat alles?

Waarom heeft de regering aan de Spookwet drie keer niks niet een regeling verbonden die de mogelijkheid biedt om boeren op een fatsoenlijke manier uit te kopen? De regeling voor de sanering van de varkenshouderij — de heer Pijlman sprak er al over — is niet zo'n regeling. Als men die regeling opslaat en niet alleen kijkt naar wat er in de briefwisselingen over geschreven wordt, dan ziet men dat die regeling alleen van toepassing is in bepaalde gebieden en alleen bij een te hoge geurscore — ook alweer zo'n bureaucratisch begrip waar de heer Pijlman het over had. Het is dus niet een algemene regeling die voorziet in een inkrimping van de veestapel. Ik had gehoopt dat D66 hier ook daarvoor zou pleiten, maar ook dat is kennelijk gefixt.

Voorzitter. Met maatregelen als inkrimping van de veestapel op basis van een fatsoenlijke regeling zou het wel mogelijk zijn om een juridisch houdbare drempelwaarderegeling in te voeren waarop bouwend en ondernemend Nederland zit te wachten. Ik kom nu ook op de bijdrage van mevrouw Prins, want daarmee kan je ook sneller aan de slag dan met een bureaucratisch stikstofregistratiesysteem. Ik moet zeggen dat ik heel erg geschrokken ben van wat de heer Pijlman aan ons heeft voorgelezen over de bureaucratie waar de boeren mee te maken krijgen. Als er wel zo'n goede regeling komt voor de boeren, dan krijgen de boeren de zekerheid van een warme sanering en niet het gevoel dat zij door de samenleving, de bank en de boerenpartijen in de steek worden gelaten. Als die weg gevolgd wordt, zien de bezorgde burgers die voor hun kinderen en kleinkinderen een leefbaar milieu wensen, dat er stappen worden gezet in de goede richting.

Voorzitter. Met de PAS op de plaats die de minister nu maakt blijven bouwers, boeren en burgers in de kou staan. Inderdaad, drie keer niks is de boodschap van deze zogenaamde spoedwet. De manmoedige houding die we van deze minister mochten verwachten, is verpieterd tot de moed der wanhoop. Ze lijkt vermalen in de belangenstrijd in een regering die zegt geld over te hebben, maar niet bereid blijkt tot de structurele en ingrijpende maatregelen waaraan de volgende regering toch niet zal kunnen ontkomen. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt.

Voorzitter. De beslissingen over natuurherstel worden getraineerd. De beslissing over de drempelwaarderegeling blijft in de lucht hangen. Hoe we moeten omgaan met de projecten die sinds de uitspraak van de Raad van State illegaal zijn voortgezet, moeten we nog te horen krijgen. Het wachten is op adviezen van de commissie onder leiding van superbrandweerman Remkes, maar die heeft het ook druk met het blussen van andere brandjes. Wat heeft de minister de bouwers eigenlijk te bieden? Het staat vast dat in het westen alle bouwprojecten helemaal nog niet vlot getrokken kunnen worden met het zogeheten stikstofregistratiesysteem.

"Met name in de kustregio zullen mogelijkerwijs sneller grenzen bereikt worden, gegeven de grote woningbouwvraag en de beperkte ruimte die er is voor aanvullende stikstofdepositie op de kwetsbare natuur", meldt de minister in antwoord op mijn vragen. Dat antwoord kon ik vannacht lezen. Dat is ook niet moeilijk te begrijpen, want veevoermaatregelen en sanering van varkenshouderijen leveren natuurlijk niet voldoende depositieruimte op in het westen van Nederland. Het kleine beetje ruimte dat gerealiseerd wordt met de Spookwet drie keer niks zal bovendien eerst gebruikt moeten worden om de maar liefst 3.637 illegale projecten die zijn doorgezet na de uitspraak van de Raad van State, te legaliseren.

Bouwers, boeren en burgers, ze worden het ten dode opgeschreven bos ingestuurd met een gebrekkige wet en een onzinnig depositieregistratiesysteem dat het komende jaar, dus tot de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer, niet oplevert wat men nodig heeft. Ik ben benieuwd wie van de collega-senatoren die voor deze wet stemmen naar eer en geweten zal kunnen zeggen dat hij de Spookwet drie keer niks zorgvuldig op rechtmatigheid, kwaliteit en uitvoerbaarheid heeft getoetst, zoals van leden van dit huis verwacht mag worden.

Voorzitter. I had a dream! Vannacht had ik een droom. Ik huppelde als 6-jarig jongetje samen met een meisje door de wei. Ik weet haar naam nog: Ellen Vee. Het was een echte weide zoals ik hem gekend heb, toen ik hand in hand met mijn tweelingzusje tussen de bloemen, bijen, vliegen en koeienvlaaien rondsprong. Nu liep ik hand in hand met dat meisje. We hadden veel gemeen; allebei trokken we partij voor de dieren. We ademden diep in, daar in die echte natuur. Alleen gezonde lucht! Hoe blij huppelde ik daar. Maar mijn dartele sprongen vertraagden toen het tot mij doordrong dat mijn dieren een stuk gelukkiger en langer leefden dan die van het meisje. De droom die zo idyllisch begon, raakte steeds meer verstoord. Ineens schrok ik wakker toen heel laag een bulderend vliegtuig overkwam. En toen ik goed keek naar de horizon, waar ik dacht prachtige bossen te ontwaren, bleken het bouwkranen van protesterende bouwbedrijven te zijn. En beelden van boerentractors die door de winkelstraten van Den Haag raasden, drongen zich op. En dan ook nog, voor lijk liggende milieuactivisten die kruispunten blokkeerden.

Ja, voorzitter. Als de regering met een spookwet komt die drie keer niks oplost, structurele ingrepen uit de weg gaat en bouwers met de ellende laat zitten, boeren geen uitzicht op een oplossing geeft en burgers die opkomen voor een leefbare planeet voor hun kinderen en kleinkinderen, in de kou laat staan, is het dan raar dat de samenleving zich in de steek gelaten voelt en er zich taferelen gaan voordoen waar je liever niet over droomt? Is het dan niet begrijpelijk dat klimaatmarsen plaatsvinden om de weg te wijzen die moet worden begaan?

Naast spookwetten kennen we ook spookrijders. De opiniepeilingen laten al zien dat de spookrijders van deze regering — ook als ze maar 100 km/u rijden — worden afgerekend op hun onwijze beslissingen en hun grenzeloze besluiteloosheid. De Partij voor de Dieren pretendeert niet de wijsheid in pacht te hebben en stelt de uil van Minerva niet tegenover de afgod Transitie. Ja, er is een transitie nodig. Dat is iets wat boeren, burgers en buitenlui op hun klompen kunnen aanvoelen. Die transitie heeft niets te maken met klimaatgekte, maar met het besef dat een transitie die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft voorgedaan, moet worden teruggedraaid. Een economisch systeem en een cultuur van de mens als dikke ik die zich boven de andere zoogdieren en de levende natuur meende te mogen stellen, hebben ertoe geleid dat de natuurlijke weiden en bossen met hun biodiversiteit die ik als kind nog gekend heb, in enkele decennia tot levenloze raaigraswoestijnen en kwijnende bossen getransformeerd zijn.

Voorzitter. Het is geen tijd voor dromen, maar voor ingrijpende en structurele maatregelen. De fabeltjeskrant is uit, de uil is gevlogen bij gebrek aan een natuurlijk landschap. Een Spookwet drie keer niks en een brief van de minister vol loze en boterzachte plannen is in de ogen van de Partij voor de Dieren een weglopen voor de verantwoordelijkheid die de regering tegenover bouwers, boeren en burgers behoort te nemen en een gemiste kans om iets aan de leefbaarheid voor onze kinderen en kleinkinderen en alle andere levende natuur te doen.

Ik roep het kabinet op liever ten halve te keren dan ten hele te dwalen, maar ik vrees dat deze oproep aan dovemansoren gericht zal zijn, nu het kabinet vooral gericht lijkt op het eigen overleven, ten koste van het overleven van dieren, natuur en milieu en komende generaties.

Voorzitter. Laten we hopen dat de komende verkiezingen zullen leiden tot minder matchfixing en meer idealen!

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Meneer Nicolaï, van harte gelukgewenst met uw maidenspeech. Staat u mij toe om iets van uw achtergrond te schetsen.

Na uw studie Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde u aan dezelfde universiteit in het Bestuursprocesrecht. Intussen was u al aan de slag als docent en later universitair hoofddocent Bestuursrecht, hetgeen u bent gebleven tot 2018. U stond aan de wieg van de studierichting Milieurecht aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1989 tot 2004 was u tevens hoogleraar Publiekrecht aan de Open Universiteit.

Sinds 1985 bent u advocaat. De laatste vijftien jaar heeft u uw eigen kantoor. U kreeg naamsbekendheid als advocaat van journalist Willem Oltmans en later van prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn.

Aan uw levensloop valt op dat u zich nooit tot één beroep bepaald heeft. Zo was u freelancejournalist voor Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, de VPRO en De Nieuwe Linie, én bent u uitgever van uw eigen fotoboeken.

Als voorzitter van de Willem Oltmans Stichting zet u zich in voor het uitgeven van de dagboeken van Oltmans en het uitreiken van de Willem Oltmansprijs voor onafhankelijke journalistiek.

Bij de Stichting Fondo Desaroyo Aruba bent u betrokken geweest bij het ontwerpen van wetgeving voor het land Aruba. U adviseerde bij de modernisering van de arbeidswetgeving en een landsverordening Algemene regels van bestuursrecht.

Sinds de zaak Oltmans, zo vertelde u enkele jaren geleden, weet u hoe kwetsbaar staatsburgers kunnen zijn. En dat ze beschermd moeten worden tegen de, ik citeer: "ongebreidelde macht van de overheid". Ik stel mij zo voor dat dit ook uw motivatie is geweest om de overstap te maken naar de politiek. Sinds 11 juni bent u lid van de Eerste Kamer namens de Partij voor de Dieren.

U zei eens dat uw proefschrift ging over, en ik citeer opnieuw: "de beginselen van behoorlijk bestuur. Daar zit bestuur in, beleid en politiek, maar ook recht en moraal. Waar dat samenkomt, daar ligt voor mij als wetenschapper en advocaat mijn grootste interesse". Dezelfde invalshoeken komen samen in de Eerste Kamer. Aan uw curriculum vitae kunt u nu ook het beroep van parlementariër toevoegen.

Nogmaals van harte welkom en we kijken uit naar uw verdere inbrengen.

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken zodat de leden u en mevrouw Prins-Modderaar kunnen feliciteren. Ik verzoek u, meneer Nicolaï, en mevrouw Prins zich op te stellen voor het rostrum voor de felicitaties, waarbij ik u als Voorzitter graag als eerste feliciteer.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Koole.

De heer Koole (PvdA):

Dank u wel, meneer de voorzitter. Wij spreken vandaag over een zeer belangrijk onderwerp, maar alvorens ik daarmee begin, wil ik eerst mevrouw Prins en de heer Nicolaï feliciteren met hun maidenspeech.

Over dat belangrijke onderwerp van vandaag spraken wij eigenlijk gisteren ook al, namelijk de vraag hoe wij concrete stappen kunnen zetten ter bescherming van klimaat en milieu. De teleurstellende resultaten van de klimaattop in Madrid laten zien dat er nog veel werk aan de winkel is. Dat laat ook het ambitieuze plan voor een Green Deal van de Europese Commissie zien. De Europese Commissie kwam inderdaad wel heel snel met voorstellen, zeg ik mevrouw Prins na. Wij zouden dat graag ook van deze regering hebben gezien. Ik heb hier gisteren in het debat over de Meststoffenwet ook enkele opmerkingen over gemaakt. We kunnen niet op onze handen gaan zitten.

Dat kunnen we ook niet bij het probleem van het tekort aan woningen. De woningmarkt is zeer overspannen en woningbouw is hard nodig. Dit geldt vooral voor betaalbare en duurzame woningen voor de lagere inkomens en middeninkomens. En daarvoor is het nodig dat het verlenen van bouwvergunningen weer op gang komt. Die vergunningverlening is volgens de PvdA-fractie van groot belang, maar het herstel van de natuurwaarden evenzeer. De regering constateert immers dat vrijwel alle Natura 2000-gebieden in Nederland te kampen hebben met een ernstige overbelasting van stikstof. Gisteravond zeer laat ontvingen wij nog een voortgangsbrief van de minister over de aanpak van de stikstofproblematiek waarvan de kern volgens de regering is: "met volle inzet werken aan herstel en versterking van de natuur en het terugdringen van de stikstofproblematiek".

De vraag die wij na afloop van dit plenaire debat over de spoedwet moeten beantwoorden, is of het wetsvoorstel de juiste balans bevat tussen beide doelen, woningbouw enerzijds en natuurherstel en -behoud anderzijds, en of in dit debat die balans op een adequate manier in wetgeving en toezeggingen is verankerd.

Over het wetsvoorstel heeft mijn fractie, net als de meeste andere in deze Kamer, schriftelijke vragen gesteld en wij danken de regering voor de beantwoording ervan. Dat heeft op sommige punten de zaken verduidelijkt, maar op andere soms weer vragen opgeroepen. Die wil ik hier graag aan de orde stellen.

Allereerst de term "spoed" in de naam van dit wetsvoorstel. We hebben de afgelopen weken dramatische oproepen gehoord om toch vooral met deze wet in te stemmen, omdat anders mensen in de bouw werkloos onder de kerstboom komen te zitten. Het voorkomen en bestrijden van werkloosheid is sociaaldemocraten op het lijf geschreven. Maar die kerstboom? In de beantwoording van de vragen lezen wij dat aanname van dit wetsvoorstel het mogelijk maakt dat de regeling voor het stikstofregistratiesysteem voor de bouw meteen in werking kan treden, dus per 1 januari 2020. Dat betekent echter niet dat er gelijk vergunningen kunnen worden uitgegeven op basis van dat systeem. Het betekent dat door de inwerkingtreding van die regeling dat systeem — ook wel de stikstofbank genoemd — vervolgens kan worden gevuld met stikstofdepositieruimte en hoe meer depositieruimte er in dat systeem zit, des te groter de kans dat vergunningen kunnen worden uitgegeven. Is de regering het met deze stelling eens? Wie is trouwens bevoegd om stikstofruimte aan de stikstofbank te onttrekken, het Rijk of de provincie, zo vraag ik de minister.

De depositieruimte kan volgens de memorie van antwoord alleen worden gevuld door maatregelen waarvan de effecten vast zijn komen te staan. Dat is een goede zaak, vindt mijn fractie. Het moet dus echt overtuigend zijn aangetoond dat specifieke maatregelen effectief leiden tot minder stikstofdepositie, wil die stikstofbank zich kunnen vullen.

De eerste maatregel waarbij dat volgens de regering het geval is, is de snelheidsbeperking voor autowegen, die overigens niet door dit wetsvoorstel wordt geregeld. De effecten van die maatregelen zijn op zijn vroegst medio maart te verwachten.

De tweede maatregel is die van het veevoerspoor, die wel in dit wetsvoorstel is opgenomen. Qua doelmatigheid is deze maatregel moeilijk te controleren en ook de handhaving is zeer intensief. Kan de minister aangeven hoe zij die handhaving denkt te gaan organiseren? Het is, zo begrijpen wij, bovendien niet zeker dat de maatregel doorgaat, want daarvoor is eerst nog een notificatieprocedure bij de Europese Commissie vereist. En als zich daarbij geen hobbels op de weg zouden voordoen, moet dit voorstel ook nog in beide Kamers van ons parlement worden voorgehangen. Bij elkaar duurt dat ten minste vier maanden en dan zitten we dus in mei.

De effecten van een derde specifieke maatregel, die ook in het wetsvoorstel is opgenomen, betreffen de saneringsregeling voor de varkenshouderij. Dat kost enige tijd, zegt de regering. Hoeveel tijd, zo vraag ik aan de minister.

Op basis hiervan concludeert mijn fractie dat in elk geval in de eerste drie, vier maanden van het komend jaar geen of nauwelijks enige vulling van de stikstofbank te verwachten is. Deelt de regering deze inschatting? Dat betekent dan toch dat de eerste vergunningen op basis van de opgebouwde stikstofdepositieruimte pas op zijn vroegst eind maart, begin april volgend jaar zouden kunnen worden verleend. Is de regering het daarmee eens?

De feitelijke werkzaamheden op basis van de nieuw verleende vergunningen zullen waarschijnlijk nóg later beginnen. De kerstbomen zijn dan allang weer in de tuin teruggeplant of verwerkt in een biomassacentrale.

En dan nog zullen wellicht niet héél veel vergunningen kunnen worden afgegeven, omdat volgens de nu voorgenomen maatregelen alleen die van de snelheidsbeperking zeker tot minder stikstofdepositie leidt. Waarom niet geprobeerd is dat regime van de 100 kilometer per uur áltijd op álle snelwegen toe te passen, is mijn fractie nog steeds niet duidelijk. Kan de minister dat nog eens een keer uitleggen? De urgentie van de problematiek is hoog en dan helpen álle kleine beetjes.

En nu we het hier toch over hebben, is de minister voornemens specifiek op die 100 km/u te gaan handhaven? Want als dát niet gebeurt, zal er van minder stikstofdepositie geen sprake kunnen zijn.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

De heer Koole legt uit dat de in de spoedwet voorgestelde maatregelen veel tijd zullen kosten om echt in werking te treden. Vindt de heer Koole niet met mij dat dat juist een reden is om deze wet zo snel mogelijk aan te nemen, zodat we zo weinig mogelijk tijd verliezen? We weten namelijk dat het tóch al tijd gaat kosten.

De heer Koole (PvdA):

Wij zijn voor het aannemen van een wet die snel werkt, maar we moeten wel weten dat die ook echt de daarmee beoogde effecten heeft. Daar heb ik vervolgens dadelijk ook nog een aantal vragen over. Wij hebben daar enige twijfel over. Hopelijk kan de minister die wegnemen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik neem aan dat de heer Koole het feit dat het nog enige tijd duurt voordat de maatregelen echt kunnen gaan werken niet ziet als een reden om ertegen te stemmen.

De heer Koole (PvdA):

Die maatregelen moeten snel gestart worden, mits ze ook werken en mits ze ook zijn ingebed in een pakket van maatregelen waar de Raad van State over spreekt, zodat het bij elkaar juridisch houdbaar is. Dus ja, snelheid is vereist, maar wel een goed samenstel van maatregelen waardoor het ook gaat werken.

Ik had het over de stikstofbank. De volgende vraag daarover is: heeft de regering overwogen die stikstofbank ook regionaal te laten vullen door maatregelen die voortkomen uit de gebiedsgerichte aanpak? Graag een reactie van de minister hierop.

In de schriftelijke vragen van de PvdA-fractie zijn verschillende aanvullende maatregelen — ik had het er daarnet al over — gesuggereerd, om de regering te helpen sneller resultaten te bereiken, juist vanwege de urgentie. Een daarvan, de uitvoering van de in de Tweede Kamer aangenomen motie van partijgenoot Moorlag, neemt de regering op. Dat doet onze fractie deugd. Het betekent dat is toegezegd dat in een ministeriële regeling zal worden uitgewerkt dat de vrijgekomen stikstofruimte bij voorrang wordt benut voor woningbouw. Woningbouw krijgt dus ook voorrang voor de zeven MIRT-projecten die de regering ook uitgevoerd wil zien. Voor de bouw van de 75.000 woningen in 2020 wijken desnoods dus andere projecten. Herkent de minister zich in de weergave van deze toezegging? Kan de minister tevens toezeggen dat die ministeriële regeling vóór maart 2020 tot stand komt, zodat die van kracht is wanneer de eerste vergunningen op basis van de opgebouwde stikstofdepositieruimte zullen worden verstrekt? En gaat de minister ervan uit dat die 75.000 nieuwe woningen, duurzame woningen moeten zijn, die in meerderheid bestemd zijn voor de lagere en middeninkomens? Wij hebben daar eerder al op deze ochtend een debatje over gevoerd met de heren Pijlman en Van Gurp. Want voor die lagere en middeninkomens knelt de overspannen woningmarkt het ergst. Zou de minister daarover gesprekken willen aangaan met de VNG en wellicht ook met de woningbouwcorporaties? Dat zeg ik tegen de heer Van Gurp, want ik begrijp dat de minister dit niet zelf nationaal kan regelen; maar je kunt wel de minister stimuleren om die gesprekken daarover aan te gaan.

Bij andere in onze schriftelijke vragen gesuggereerde extra maatregelen zijn de antwoorden helaas minder concreet. Het idee van een regeling waarbij boeren een vergoeding krijgen voor tijdelijke leegstand van stallen, eveneens in een in de Tweede Kamer aangenomen motie van Moorlag verwoord, wordt "onderzocht". En op de suggestie dat op korte termijn winst kan worden behaald door het beschikbaar stellen van extra middelen voor de uitvoering van een warme sanering, niet alleen van de varkenshouderij, maar ook van de melkvee- en kalverhouderij in het kader van een gebiedsgerichte aanpak, antwoordt de regering dat er een "verkenning" zal plaatsvinden. Deze antwoorden vindt mijn fractie wel erg, zo niet té, voorzichtig. Kan de minister íets meer ambitie tonen en hierbij spoed betrachten? Kan zij aangeven wanneer dat onderzoek en die verkenning zullen zijn afgerond?

In antwoord op weer een andere suggestie zegt het kabinet dat het binnenkort, vóór 1 februari 2020, een besluit neemt over het innemen van dier- en/of fosfaatrechten in relatie tot extern salderen. Wat is hierbij de inzet van het kabinet? In welke richting zou dat besluit volgens de minister moeten gaan?

Al deze additionele bronmaatregelen zien op een snelle reductie van de stikstofemissie. Dat is hard nodig, voor de natuur en voor de woningbouw. Daarnaast zijn maatregelen nodig om de natuur te herstellen, zegt ook het Planbureau voor de Leefomgeving. Het daarvoor uitgetrokken bedrag van 250 miljoen euro is belangrijk en de PvdA verwelkomt dit. Maar dit is een eenmalig bedrag, dat zal worden ingezet daar waar het snelst natuurwinst is te boeken.

De natuur is er echter zó beroerd aan toe dat voor een langere termijn extra investeringen in de natuur nodig zijn naar het oordeel van de PvdA-fractie. Het herstel van natuur en biodiversiteit is een kwestie van lange adem en vereist daarom snelle actie die lang wordt volgehouden. Daar is extra geld voor nodig. En daarom vroegen wij in de schriftelijke vragen de regering om, conform alweer een in de Tweede Kamer aangenomen motie-Moorlag, via een verhoging van de uitkering van het Provinciefonds structureel geld beschikbaar te stellen voor natuurbehoud en -herstel. Die vraag is niet beantwoord.

In de gisteravond laat ontvangen brief staat weliswaar dat het kabinet in 2020 een besluit zal nemen over meerjarige investeringen ten behoeve van natuur en biodiversiteit, maar een besluit kan alle kanten op gaan. Daarom vraag ik de minister onze schriftelijke vraag alsnog te beantwoorden.

Enige zorgen maakt onze fractie zich over het in de brief van 13 november genoemde voornemen om in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn voor het samenvoegen en herindelen van gebieden. Kan de minister bevestigen dat het niet de bedoeling is de totale omvang van beschermde gebieden te verminderen? We hebben in dit land immers al veel te weinig beschermde natuur. Acties, gericht op het versterken en verbinden van Natura 2000-gebieden zijn wel welkom en ook daarvoor zouden die extra structurele middelen voor natuurbehoud en -herstel gewenst zijn. Is de regering het daarmee eens?

Mijnheer de voorzitter. Alles staat of valt met de juridische houdbaarheid van de voorstellen. Niemand wil een herhaling van het PAS-debacle. In de beantwoording van de schriftelijke vragen is duidelijker dan tot nu toe uiteengezet dat de effecten van maatregelen pas in de stikstofbank worden opgenomen als die maatregelen en die effecten daadwerkelijk vaststaan. Dat lijkt me de juiste benadering. Maar wie bepaalt wanneer die effecten daadwerkelijk vaststaan, zo vraag ik de minister. De toestemmingsverlening mag niet vooruitlopen op de vaststelling van die vaststaande effecten. Wanneer de vaststelling van effecten wordt betwist, kan hiertegen dan formeel bezwaar worden gemaakt of een contra-expertise worden gevraagd?

De regering zegt terecht dat er niet meer stikstofruimte kan worden benut dan daadwerkelijk in de stikstofbank aanwezig is. Dat is, na het PAS-debacle, niet meer dan vanzelfsprekend, hoop ik. In dat verband suggereert de regering dat als voorwaarde voor de gebruikmaking van het stikstofregistratiesysteem wordt gesteld dat de ondernemer zelf maatregelen neemt die de stikstofuitstoot zo veel mogelijk beperken, zoals het gebruik van elektrisch materieel in de bouwfase. Kan de minister aangeven hoe in het toezicht hierop en de handhaving hiervan is voorzien?

Het kabinet is voornemens, zo lezen we in de memorie van antwoord, om deze Kamer op korte termijn te informeren over de mogelijkheid van het instellen van een drempelwaarde. Samen met de provincies wordt daarnaar gekeken. Betekent dit dat als gevolg van dit wetsvoorstel eerst een stikstofbank wordt ingericht en eventueel pas daarna overgegaan wordt tot een systeem met drempelwaarden? Het stikstofregistratiesysteem is bedoeld om de vergunningverlening voor de bouw los te trekken, stelt de regering. Als dat doel zou zijn bereikt, zal worden bezien of dit systeem wordt geschrapt. Is pas dan een eventueel systeem met drempelwaarden aan de orde? Waarom is niet gewacht met het in een wetsvoorstel opnemen van de mogelijkheid van een systeem van een drempelwaarde tot het moment dat de vergunningverlening door de stikstofbank is losgetrokken of ten minste tot het moment dat Rijk en provincies een uitgewerkt voorstel gereed hebben? Nu wordt de Kamer gevraagd een wetsvoorstel goed te keuren waarin de mogelijkheid van een drempelwaarde is opgenomen, terwijl de Raad van State tamelijk kritisch is over dit instrument en een uitgewerkt voorstel vooralsnog ontbreekt?

In de gisteren ontvangen brief is de keuze gemaakt voor een regionale drempelwaarde. Die keuze deelt onze fractie. Maar voordat een regionale drempelwaarde kan worden geïntroduceerd is het eerst nodig "stikstofruimte" te creëren, schrijft de minister in de brief. Kan de minister garanderen dat ook voor deze stikstofruimte geldt dat de effecten van te nemen maatregelen daadwerkelijk vaststaan voordat deze effecten deze stikstofruimte kunnen vullen?

Mijnheer de voorzitter, tot slot. Een fundamentele herbezinning op de schaarse stikstofruimte is nodig, schrijft het kabinet in de brief van gisteren. De noodzaak van die herbezinning onderschrijft onze fractie. Maar de urgentie van maatregelen voor natuurbehoud en -herstel is groot en vereist tegelijk dat snel en langdurig met concrete maatregelen de stikstofproblematiek te lijf wordt gegaan. Dat vergroot ook de mogelijkheid om weer snel duurzame en betaalbare woningen te kunnen bouwen.

De leden van de PvdA-fractie zien daarom de beantwoording van hun vragen met belangstelling tegemoet.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koole. Dan is nu het woord aan mevrouw Huizinga.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Mijn fractie is blij dat we vandaag deze spoedwet behandelen. Het heeft van ons als Eerste Kamerleden, maar ook van de minister en haar ambtenaren, veel inzet, tijd en bereidwilligheid gevraagd. Maar nu zijn we in staat tot een goede behandeling van deze wet. Mijn fractie vindt het ook belangrijk om haast te maken met deze wet vanwege de maatschappelijke onrust die er is ontstaan rond boeren en bouwers. Deze spoedwet biedt zicht op het lostrekken van de woningbouw. Het kabinet richt zich op het mogelijk maken van de bouw van 75.000 woningen en het uitvoeren van zeven MIRT-projecten. Dat is niet alleen belangrijk voor onze economie en voor het overeind blijven van de bouwbedrijven. Het is ook belangrijk in de persoonlijke levenssfeer van mensen die bang zijn hun werk in de bouw kwijt te raken. Deze wet is belangrijk voor mensen uit vooral de midden- en lagere inkomensgroepen die wachten op een huis en in de huidige woningmarkt niets kunnen kopen. Deze wet geeft het begin van een oplossing. Daarnaast geeft de wet mogelijkheden om versneld te werken aan natuurherstel.

Voorzitter. Velen hebben al verwezen naar het advies van de Raad van State ten aanzien van deze wet. Mijn fractie leest in dat advies de kritische kanttekening dat deze spoedwet niet het enige antwoord op de stikstofcrisis kan zijn. Deze wet kan dienen als eerste stap in een veelomvattender pad naar gezondere natuur en minder stikstofuitstoot. Mijn fractie hoort daarom graag van de minister hoe zij de verdere aanpak van de stikstofuitstoot ziet. De minister heeft gezegd het advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek van Remkes af te wachten, dat te implementeren en in overleg te treden met allerhande instanties en bestuursorganen om tot goede afspraken te komen. Dat is zeker allemaal belangrijk. Overigens hoor ik ook graag of in het vervolg de industrie in beeld zou komen bij het verminderen van de stikstofuitstoot, want die missen wij nog in dit plan.

Mijn fractie zou graag van de minister het ontwerp van een structurele aanpak willen horen. Is zij bereid om een einddoel te formuleren wat betreft stikstofuitstoot en gezonde natuur? Kan zij ook een tijdstip noemen waarop dat doel bereikt zou moeten zijn, met op de weg daarnaartoe meetbare tussendoelen? Zo'n structurele aanpak biedt houvast en voorkomt dat we in de toekomst opnieuw in een situatie als de huidige verzeild raken. Daarmee handelen we ook in lijn met het advies van de Raad van State. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Een ander punt is de 250 miljoen die vrijgemaakt wordt voor natuurherstel, een heel behoorlijk bedrag. Mijn fractie is er blij mee. Ik hoor graag hoe dat geld aangewend gaat worden om het natuurherstel te bewerkstelligen en op welke termijn de regering het denkt uit te geven. Kan de minister een schatting geven wat deze investering in concrete termen op zou kunnen leveren aan natuurherstel?

Het bedrag, hoe groot ook, is incidenteel. Daarmee ademt het toch iets als een hapsnapbeleid. Zou een structureel doel als gezonde natuur niet meer gebaat zijn bij een jaarlijks structureel bedrag? Op basis van zo'n bedrag kan immers beleid gemaakt worden. Mijn vraag is of de minister dit ook zo ziet en of zij zich in zal zetten voor een structurele aanpak om te komen tot gezonde natuur.

Voorzitter. Nu naar de spoedwet zelf. Die moet in samenhang gezien worden met andere maatregelen, zoals het verlagen van de maximumsnelheid naar 100 km/u en 60 miljoen extra voor de sanering van de varkenshouderij. De wet is bedoeld om een wettelijke basis te leggen voor stappen die de regering mogelijk zal nemen. Zo is het niet zeker — en sinds gisteravond weten we dat het ook niet gaat gebeuren — dat er een nationale drempelwaarde zal worden ingesteld, maar de wet geeft wel mogelijkheden voor zo'n drempelwaarde, bijvoorbeeld ook een regionale. De eisen van het veevoerspoor moeten nog worden genotificeerd bij de Europese Commissie. Na voorhang hoopt de minister dat in april rond te hebben. Dit zijn allemaal maatregelen die in de toekomst mogelijk zullen worden genomen of die in de toekomst hun werking kunnen hebben. Maar bij goedkeuring van de wet zal het stikstofregistratiesysteem voor de bouw direct per 1 januari worden ingezet om de actuele stikstofruimte in een gebied helder te hebben, zo begrijpen wij. Is dat juist?

Bij het registratiesysteem gelden strikte voorwaarden. Zo moet de opgenomen vermindering van de uitstoot additioneel zijn aan reguliere maatregelen voor natuurkwaliteitsbehoud en -herstel en mag de stikstofruimte maar op één plek worden ingezet. Onder meer deze voorwaarden maken het systeem juridisch houdbaar, schrijft de minister. Duidelijk is dat de minister niet in de val wil trappen waar de PAS op stukliep. Zij wil pas ruimte geven voor nieuwe projecten wanneer daar meetbaar ruimte voor is ontstaan door vermindering van de stikstofuitstoot. Niet vooruitlopen op de effectiviteit van de maatregelen, maar pas acteren wanneer de maatregelen in werking zijn en de effectiviteit feitelijk gebleken is. Dat lijkt ons een goede aanpak.

Dit betekent dat het doel van deze wet, het mogelijk maken van 75.000 woningen en zeven MIRT-projecten, niet zeker is. Het zal afhangen van de werkelijk bereikte vermindering van de stikstofuitstoot hoeveel vergunningen zullen kunnen worden verleend. Is dat inderdaad de situatie, vraag ik de minister. En dan nog een vraag: is het juridisch mogelijk om zowel een drempelwaarde voor stikstof te hanteren als ook een stikstofregistratiesysteem in de lucht te houden? Of moet hiertussen gekozen worden? Uit het antwoord op deze vraag werd mij dit niet helemaal duidelijk.

Stikstof daalt plaatselijk neer. In de beantwoording van de vragen waarschuwt de minister dat de effecten van de wet daarom ook plaatselijk kunnen verschillen. Hoe gaat de minister om met de mogelijk scheve ogen wanneer in de ene regio meer mogelijkheden voor woningbouw ontstaan dan in de andere? Heeft ze daar een oplossing voor of moeten we bij de minister voor Wonen zijn om daar meer over te horen?

Mijn fractie is blij met de aandacht in de spoedwet voor natuurherstel. Snellere besluitvorming om tot herstelmaatregelen te komen via de Crisis- en Herstelwet en 30% van de gewonnen stikstofruimte naar natuur, om een paar maatregelen te noemen. In een andere context is gesproken over een mogelijke herschikking van kleine Natura 2000-gebieden, om zo robuustere Natura 2000-gebieden te creëren; anderen hebben hierover ook al vragen gesteld. Daarvoor zijn gesprekken in Europa nodig. Kan de minister reflecteren op de kansrijkheid van deze gesprekken?

Voorzitter, tot slot. De stikstofcrisis is een uiterst complex onderwerp. Het raakt de bevoegdheid van onze drie bestuurslagen. Er zijn veel stakeholders en belanghebbenden en talloze juridische en maatschappelijke haken en ogen. In dit lastige veld is deze spoedwet wat mijn fractie betreft een goede en, in de woorden van de heer Nicolaï als ik het goed begrepen heb, moedige stap om te komen tot ons gezamenlijke doel: een florerende economie en een florerende natuur.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Huizinga. Dan is het woord aan de heer Gerbrandy.

De heer Gerbrandy (OSF):

Dank u wel, voorzitter. Eerst de felicitaties aan collega's Prins en Nicolaï; hele verschillende bijdragen, maar daarom niet minder waardevol — alhoewel?

Voorzitter. Het is goed dat het kabinet met deze spoedwet komt. Ons land verkeert in grote onzekerheid en verwarring. Die onzekerheid en verwarring treffen niet alleen de bouwwereld, maar ook de landbouw en natuurorganisaties. Het treft ons allemaal. Deze onzekerheid heeft grote economische consequenties. Bovendien geeft het maatschappelijke onrust. Het heeft zelfs emotionele gevolgen voor mensen die het nu treft. Ik had hier staan "de miskleun van de PAS", maar ik ga dat veranderen in: het mislukken van de PAS hebben wij allemaal meegemaakt. Wij moeten ook in de spiegel kijken, want de overheid heeft het toch zes à zeven jaar laten versloffen en nu gaan we de wrange vruchten daarvan plukken. Het wordt tijd dat er een herstel komt, en daarvoor is deze spoedwet een poging, en ik hoop een hele goede poging.

Een juridisch debacle zou deze spoedwet kunnen zijn. Ik heb drie zorgen: de rechtmatigheid, de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid, juist die onderdelen waarvoor wij hier staan. Het is door tot nu toe dertien partijen steeds genoemd: is het wel haalbaar, zit het juridisch goed in elkaar? Je kunt daar grote vraagtekens bij plaatsen, en dat hebben we hier gedaan. Onze collega Van Gurp zegt: volgens mij gaat het niet werken. Ik vind de nuance die hij ons voorgelegd heeft prachtig. Bijna niemand in deze Kamer kan zeggen: zo doen we het en zo doen we het niet. Er is een moeilijke keuze te maken en daarom vraag ik onze minister nogmaals om in te gaan op deze drie aspecten: rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Neem het veevoerspoor. Hoe ga je dat handhaven? Hoe ga je dat bekijken? Ik heb daar met u zorgen over, maar er is een groot ander, algemeen belang: dit land dreigt op slot te raken en er moet iets gebeuren.

Voorzitter. Ik ga nu twee dingen noemen die wat minder aan de orde zijn geweest. Ik probeer kort te zijn. Ik wil binnen dit vraagstuk speciale aandacht vragen voor biologische boeren. De heer Pijlman van D66 noemde ze al. Ik heb gisteren, toen hij daarmee kwam, ook gezegd dat ik er vandaag ook mee zou komen. Zij hebben part noch deel aan dit probleem. Sterker nog, zij wijzen de weg naar een toekomstbestendige en duurzame landbouw. Het kan toch niet zo zijn dat deze voorlopers getroffen worden door de maatregelen van deze spoedwet? Natuurlijk zie ik de motie die Pijlman aankondigde — daar sprak hij in ieder geval over — om geld te steken in de circulaire biologische veehouderij, graag tegemoet. Die zal ik steunen. Daar ga ik met hem om vragen.

Het tweede punt, voorzitter, is de woningbouw. Die is verschrikkelijk belangrijk voor ons allemaal, want er is een crisis. Ik zal deze spoedwet steunen, met name om de woningbouw los te krijgen in dit land. Maar wie zal deze huizen bouwen en waar? Een van de belangrijkste partijen zijn de woningcorporaties, en juist die worden door dit kabinet en ook het vorige kabinet ernstig benadeeld. In 2013 werd de verhuurderheffing ingevoerd. 1,7 miljard wordt uit de sector getrokken. Het kabinet wil deze wet, het kabinet wil 75.000 huizen per jaar bouwen; ik meende net 7.500 te horen, maar dat was vast een verspreking. De corporaties kunnen ongeveer 40% tot 50% van dat aantal bouwen. Hoe kan het kabinet dan aan de ene kant deze wet willen om dat allemaal vlot te trekken en aan de andere kant de oplossing door de corporaties frustreren? De verhuurderheffing moet verdwijnen. Ik roep het kabinet op om deze dwaalweg te verlaten.

Voorzitter, ik rond af. Het natuurherstel vind ik heel erg belangrijk. Perspectief voor de landbouw? Daar kan dit land niet zonder. De huizenbouw moet zo vlug mogelijk van start kunnen gaan. Daarom zal ik mijn fractie adviseren om voor te stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ten slotte voor de lunchpauze de heer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst felicitaties aan mevrouw Prins en de heer Nicolaï voor hun mooie maidenspeeches. Een opmerking in de richting van de heer Janssen: inderdaad, op de achterbank van de heer Van der Staaij, maar dat was in 2010 en wat ze toen bespraken is natuurlijk niet bekend, maar in ieder geval is zeker dat het niet over deze wet ging.

Voorzitter. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen heb ik al gezegd dat ons land op slot gaat door de juridische procedures. De stikstofproductie loopt letterlijk en figuurlijk uit de pas, met als gevolg dat de bouw stilvalt, duizenden banen op het spel staan en dat de boeren in hun voortbestaan bedreigd worden terwijl ze duurzamer produceren dan hun collega's in het buitenland. Als er iets op slot zit, is maar één ding relevant: waar zijn de sleutels?

De regering probeert met een paar sleutels het slot te openen met de spoedwet die vandaag voorligt. Het kabinet wil enkele maatregelen nemen om de stikstofbelasting omlaag te brengen, waaronder een eventuele verlaging van het stikstofgehalte in veevoer. Daarvoor biedt deze wet een kapstok. Om onder meer de bouw uit het slop te trekken zijn er extra sleutels nodig, zoals een stikstofregistratiesysteem of een drempelwaarde, waarvoor de wet eveneens een kapstok biedt. Daardoor ontstaat er ruimte die voor 70% gebruikt wordt voor het lostrekken van de vergunningverlening voor bouwactiviteiten. De overige 30% komt ten goede aan de natuur.

Over het pakket van maatregelen is van alles te zeggen. Een voorbeeld. Als je de theoretische depositieverhogingen van woningbouwprojecten — alles bij elkaar gemiddeld 0,3 mol — weg moet strepen tegen de verlaging van de depositie door snelheidsaanpassing met gemiddeld 1 mol per hectare per project tegen een achtergronddepositie van 2.000 mol, waar zijn we dan mee bezig? Veel ingrijpender immers zijn de maatregelen voor de agrarische sector, zoals de vermindering van stikstofemissie door vee en mest door veevoermaatregelen en de vermindering van stikstofdepositie door de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Gelet op de toelichting is de spoedwet bedoeld om woningbouw- en infrastructuurprojecten uit het slop te trekken. Dat snap ik, maar een andere sector die ook ruimte nodig heeft voor duurzame bedrijfsontwikkeling is de agrarische sector. Op dit moment is saldering eigenlijk de enige mogelijkheid voor hen. De fractie van de SGP heeft er grote moeite mee dat hiervoor juist belemmeringen opgeworpen worden. De sector zou wel mogen leveren, maar kan verder eigenlijk geen kant uit. Door bijvoorbeeld het innemen van latente vergunningsruimte bij interne saldering, terwijl bedrijven daar deels voor betaald hebben, wordt de rechtszekerheid aangetast. Het innemen van productierechten bij externe saldering is een enorme drempel voor toepassing van dit instrument, terwijl het weinig van doen heeft met de stikstofproblematiek. Dat vindt de fractie van de SGP wel heel eenzijdig. Welke mogelijkheden ziet de minister om deze belemmeringen te heroverwegen? Of is het ten minste een optie om het innemen van productierechten bij externe saldering niet door te zetten?

Voorzitter. De fractie van de SGP zet grote vraagtekens bij de stikstofberekeningen. Bij verkeersprojecten wordt na 5 km gestopt met rekenen, omdat deposities verderop niet betekenisvol zijn te herleiden tot een individueel project. Inderdaad. Maar wie schetst mijn verbazing dat bij bouw- en andere projecten het rekenmodel pas stopt bij 0,005 mol, en daardoor tot grote afstand meegerekend wordt? Dat is toch meten met twee maten? Ik heb in de schriftelijke reacties gevraagd naar de wetenschappelijke onderbouwing van die 0,005 mol. Die heb ik nog niet gekregen. Ik ontvang die onderbouwing graag alsnog. Volgens mij is er alle reden om die nuchtere benadering voor het verkeer ook bij andere emissies toe te passen. Waarom gebeurt dat niet?

Voorzitter. De fractie van de SGP vraagt ook aandacht voor de Natura 2000-gebieden. Een juridisch kluwen wordt behapbaarder als we aan de voorkant regelen dat niet alles zo zwaar meetelt. Het kabinet gaat alle aanwijzingsbesluiten nalopen op doelen die niet direct voortvloeien uit de Natura 2000-richtlijnen en ook checkt het kabinet alle Natura 2000-gebieden op de haalbaarheid van doelen en de mogelijkheid voor herindeling. Prima, maar de vraag is wat dat oplevert. In deze opsomming wordt ook een belangrijke kans gemist. Bij de toetsing van projecten worden alle Natura 2000-habitattypen en soorten in een gebied over één kam geschoren, omdat bij de formulering van de doelen nauwelijks tot uitdrukking komt of het gaat om een habitatsnipper, die er op nationale schaal, laat staan Europese schaal, nauwelijks toe doet, of dat het gaat over een groot en belangrijk habitat. Kan de minister toezeggen dat ze ook hiermee aan de slag gaat?

Voorzitter. Ten slotte vraag ik aandacht voor de beschikbaarheid van data. De sector wil graag openheid over alle onderliggende bouwstenen en gegevens van gebruikte stikstofrekenmodellen. De regering heeft dit eerder toegezegd, maar die openheid is er nog steeds niet. Hier maak ik mij grote zorgen over. Ik vraag het kabinet snel alle boeken open te doen. Mijn fractie heeft er ook moeite mee dat vergunningsaanvragers fors moeten betalen voor data uit de nationale databank flora en fauna, terwijl een goede onderbouwing steeds belangrijker wordt. Kan de minister misschien toezeggen dat vergunningsaanvragers gratis toegang krijgen tot deze natuurdata?

Voorzitter. Deze Spoedwet aanpak stikstof biedt haakjes die we nodig kunnen hebben. Nederland moet van het slot af. Met deze spoedwet is echter niet alles gezegd. Gisteravond laat ontving onze Kamer een brief met een lange reeks van vervolgstappen op velerlei gebied. Als we niet oppassen, zien we door de bomen het bos niet meer. Kan de minister een overzichtelijk schema aanleveren waarin activiteiten in de tijd worden uitgezet en waardoor het proces te monitoren is, ook voor deze Kamer?

Voorzitter. Ik zie uit naar de antwoorden en toezeggingen van de minister op benoemde zorgpunten, zodat er vertrouwen ontstaat dat we niet opnieuw uit de pas gaan lopen met onze maatschappelijke en economische ontwikkelingen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Schalk.

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 12.39 uur tot 13.30 uur geschorst.