Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 15, item 15

15 Stemming Belastingplan 2016

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016) (34302). 

(Zie vergadering van heden.) 

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf. 

De heer Köhler (SP):

Zou ik onze stemverklaring in een keer voor het hele pakket met de drie bijbehorende moties mogen geven? Dan bent u er in een keer van af. 

De voorzitter:

Bedoelt u het hele pakket? We stemmen nu over het Belastingplan. 

De heer Köhler (SP):

Ik doel op het hele belastingpakket, met de moties onder de letters K, L en M. Aan de Elektriciteitswet ga ik me vanavond niet wagen. 

De voorzitter:

Ga uw gang. U legt een stemverklaring of over alles wat betrekking heeft op het Belastingplan. 

De heer Köhler (SP):

Voorzitter. De SP-fractie zal vanuit haar immer positieve grondhouding stemmen voor de Wet implementatie wijzigingen moeder-dochterrichtlijn 2015 en voor de Wet overige fiscale maatregelen. 

Over de overige wetten zijn we kritischer. Het Belastingplan 2016 voldoet ook na alle wijzigingen niet aan onze minimumeis dat mensen met lage inkomens evenredig moeten meedelen in de lastenverlichting. Daarom zullen we tegen dit plan stemmen. 

Ik heb in tweede termijn genuanceerd toegelicht waarom de SP de novelle bij het Belastingplan geen verbetering vindt. Onze argumenten zijn door niemand weersproken. Daarom stemmen we ook niet voor de novelle. 

De Wet tegemoetkomingen loondomein regelt het zogenaamde lage-inkomensvoordeel, de subsidie voor werkgevers die werknemers lage lonen betalen. Dat zou tegen de kosten van 0,5 miljard euro per jaar 7.000 banen opleveren. Dat vindt onze fractie geen efficiënte aanwending van overheidsmiddelen. Daarom zullen we tegen deze wet stemmen. 

Ik ga snel in op de moties. De motie op letter K van de heer Van Rij zullen wij niet steunen, omdat de SP wel tevreden is met het kabinetsvoorstel om de vermogensrendementsheffing te differentiëren in de overgangsfase naar belasting op werkelijke rendementen. In de motie op letter L wordt de regering verzocht om vanaf 2017 de ouderenkorting structureel te handhaven op €222 per jaar. Wij vinden dat geen bovenmatige koopkrachtreparatie, omdat ook de structurele verhoging van de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie nog gecompenseerd moet worden. Wij steunen daarom deze motie. 

De voorzitter:

Ik onderbreek u even. Voor de motie onder letter M geef ik even het woord aan de heer Ester. 

De heer Ester (ChristenUnie):

Voorzitter. De commissie voor Financiën heeft vanmiddag in haar vergadering besloten om het Centraal Planbureau uit te nodigen voor een gedachtewisseling over de CPB-prognosemodellen, waaronder de arbeidsaanbodmodellen. Ook de actualisering van deze modellen komt daarbij aan de orde. Deze gedachtewisseling is geheel in lijn met de strekking van mijn motie, zeker wat de berekening van werkgelegenheidsopbrengsten van beleid betreft. Ik heb daarom besloten om mijn motie aan te houden. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ester stel ik voor, zijn motie (34302, 34303, 34304, 34305, 34306, 34276, 34360, letter M) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

De motie waarbij u was aangeland is aangehouden, mijnheer Köhler. 

De heer Köhler (SP):

Dan moet u het leukste deel van mijn stemverklaring missen, maar dat komt dan een volgende keer. 

De voorzitter:

Ik vreesde al zoiets. De motie is aangehouden, niet ingetrokken, dus u kunt het nog bewaren. 

De heer Van Rij (CDA):

Voorzitter. Namens de CDA-fractie geef ik een stemverklaring over het Belastingplan 2016. De CDA-fractie is akkoord met het Belastingplan 2016, maar wel met de aantekening dat de CDA-fractie geacht wordt tegen het box 3-plan gestemd te hebben, zoals dat op 1 januari 2017 zal ingaan. 

De CDA-fractie is akkoord met de Wet implementatie wijzigingen moeder-dochterrichtlijn 2015, met de kanttekening dat de staatssecretaris zijn toezegging inzake de hybride leningen gestand doet. De door de staatssecretaris toegezegde brief over dit onderwerp ziet de CDA-fractie met belangstelling in de loop van 2016 tegemoet. 

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Voorzitter. De fractie van GroenLinks is kritisch op de novelle. Wij vinden dat er op het gebied van werk weinig gebeurt en er een lichte achteruitgang is op het punt van een eerlijker inkomensverdeling. Anderzijds constateren wij dat er wel degelijk een plus in zit wat betreft de 100 miljoen voor energiebesparing, ook al is dat een eenmalige voorziening. Hetzelfde geldt voor het geld dat voor de kinderopvang beschikbaar komt. Wij zullen daarom voor de novelle stemmen. 

Dat wil echter niet zeggen dat we het Belastingplan zullen steunen. Op hoofdlijnen blijft onze fundamentele kritiek hierop bestaan. Het gaat om 5 miljard lastenverlichting, die naar ons idee op veel betere wijze had kunnen worden ingezet. De lasten van particulieren worden verlicht, maar het geld had wat ons betreft naar belangrijke maatschappelijke noden moeten gaan. Wij zien dat het te weinig werkgelegenheid en vergroening oplevert. Maatschappelijke noden in de thuiszorg en de zorg worden niet opgelost. De tweedeling tussen werkenden en niet-werkenden wordt vergroot. Wij zullen om die reden tegen het Belastingplan stemmen. 

De heer Schalk (SGP):

Voorzitter. Bij de behandeling van het Belastingplan heeft de SGP zich geconcentreerd op de ongelijke behandeling van een- en tweeverdieners; het is u wellicht opgevallen. Dit Belastingplan brengt met zich mee dat een eenverdiener tot wel vijf keer meer belasting betaalt dan een tweeverdiener. De novelle maakt het nog slechter. Wie zorgt voor een ander wordt fiscaal afgerekend. De staatssecretaris heeft toegegeven dat dit schuurt. Zijn toezegging om in het eerste kwartaal van 2016 hierover met mijn partij door te spreken, heb ik in dank aanvaard. Hopelijk kan deze problematiek in het Belastingplan 2017 worden aangepakt. 

Het is de taak van de Eerste Kamer om wetsvoorstellen te beoordelen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De SGP struikelt over het eerste aspect: de rechtmatigheid. Het opnieuw vergroten van de kloof tussen een- en tweeverdieners is onrechtvaardig. De SGP zal dan ook met overtuiging tegen het Belastingplan en de novelle stemmen. 

De heer Backer (D66):

Voorzitter. Uit de inbreng van de D66-fractie in eerste en tweede termijn zal duidelijk zijn dat wij het Belastingplan, alle onderdelen daarvan en de novelle zullen steunen. 

Dan resten nog de twee moties. Wat betreft de motie van de heer Van Rij op letter K zijn wij het eens over de tijdelijkheid van het systeem. Wij zijn het er ook over eens dat we op weg gaan naar reële rendementen, maar dat die discussie rustig en overtuigend moet worden gevoerd. De staatssecretaris heeft een rapportage bij het Belastingplan 2017 aangekondigd. Dat is voor ons nu voldoende. En verder zaait de motie nog enige verwarring in zijn overwegingen. Wij hebben dus besloten om deze motie niet te steunen. 

Dat geldt ook voor de motie onder letter L over de structurele ouderenkorting. Wat er ook zij van het doel, de dekking wordt juist gevonden in regelingen, de IACK en de arbeidskorting, die wij nu juist hebben willen stimuleren en die ook in het Belastingplan zijn opgehoogd. Dus ook deze motie zullen wij niet steunen. 

De heer Van Strien (PVV):

Voorzitter. Ik heb geen stemverklaring, maar een vraag. Het CDA heeft gezegd dat het voor het Belastingplan (34302) stemt, maar tegen het onderdeel box 3. Wat betekent dit nou? Betekent dit dat het wetsvoorstel in tweeën gedeeld wordt of is dit gewoon een stem van het CDA voor het Belastingplan? 

De voorzitter:

Het CDA heeft gezegd dat het voor het Belastingplan stemt, maar dat het tegen het onderdeel over box 3 is. Dit betekent dat het CDA het hele Belastingplan steunt, inclusief wat er nu in staat over box 3. Ik denk alleen — maar dat is een interpretatie mijnerzijds — dat het CDA wil aangeven dat het zichzelf alle rechten voorbehoudt om daartegen op te komen als dat aan de orde zal zijn. Heb ik dat goed begrepen, mijnheer Van Rij? 

De heer Van Rij (CDA):

Voorzitter, ik had het niet beter kunnen verwoorden. Dank u wel. 

De voorzitter:

Dan ben ik blij. Ik stel vast dat niemand meer een stemverklaring wil afleggen. 

Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan. 

Daartoe wordt besloten. 

In stemming komt het wetsvoorstel. 

De voorzitter:

Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, de OSF en D66 voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SP en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.