Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 15, item 8

8 Begroting Veiligheid en Justitie

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016 ( 34300-VI ).

(Zie vergadering van 15 december 2015.) 

De beraadslaging wordt heropend. 

De heer Engels (D66):

Mevrouw de voorzitter. Aan het einde van het debat van vorige week heb ik na de terughoudende reactie van de minister op de door mij ingediende motie aangegeven te overwegen om deze te wijzigen. Mijn fractie denkt dat met de nu voorliggende tekst, waarin met name in het dictum het een en ander is aangepast, tegemoet kan en zal worden gekomen aan de problemen die de minister met de motie had. De strekking van de motie blijft dezelfde, namelijk een zo breed mogelijk in deze Kamer gedragen ruggensteun aan de minister om de begroting van Veiligheid en Justitie zodanig op niveau te brengen dat de druk op de rechtsstaat substantieel zal worden verminderd. Ik hoop uiteraard dat de motie ook op brede steun in deze Kamer zal kunnen rekenen. 

De voorzitter:

De motie-Engels c.s. (34300-VI, letter L) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt: 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie voor 2016 na de jongste nota van wijziging minder financiële risico's en budgetspanningen kent; 

constaterende dat er vanuit de ketenpartners signalen zijn afgegeven dat voor het op een adequaat niveau functioneren van rechtspraak, Openbaar Ministerie en politie voor 2016 nog aanvullende middelen nodig zijn; 

constaterende dat thans vanuit het ministerie onderzoeken worden gedaan en prijsonderhandelingen met een aantal ketenpartners plaatsvinden over de vraag of en, zo ja, in welke mate hiervan sprake is; 

van oordeel dat de voornoemde begroting een solide basis dient te vormen voor de waarborging van de rechtsstaat in het algemeen en de kwaliteit van de strafrechtketen in het bijzonder; 

dringt er bij de regering op aan, in de komende Voorjaarsnota op basis van de uitkomsten van de thans lopende onderzoeken en onderhandelingen te komen tot een sluitende begroting waarmee risico's voor mogelijke tekorten en achterblijvende prestaties bij rechtspraak, Openbaar Ministerie en politie tot een minimum zijn gereduceerd, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

Deze gewijzigde motie is ondertekend door de leden Engels, Backer, Bredenoord, Stienen, Rinnooy Kan, Ruers, Strik, Bikker en Diederik van Dijk. 

Zij krijgt letter. O, was letter. L (34300-VI). 

Ik geef het woord aan de minister van Economische Zaken, die namens de minister van Veiligheid en Justitie een korte reactie zal geven. 

Minister Kamp:

Mevrouw de voorzitter. Het kabinet stelt de ruggensteun van de heer Engels altijd op prijs. Zijn gewijzigde motie is in lijn met een drietal moties die in de Tweede Kamer zijn aangenomen en die eveneens verwijzen naar lopende onderzoeken naar het toereikend zijn van de meerjarige budgetten van het Openbaar Ministerie, de rechterlijke macht en de politie. Ook het kabinet is van mening dat de begroting van Veiligheid en Justitie een solide basis moet vormen voor de waarborging van de rechtsstaat en de kwaliteit van de strafrechtketen. 

Bij de komende Voorjaarsnota in het voorjaar van 2016 zal het kabinet, ook conform de toezeggingen die het heeft gedaan aan de Tweede Kamer, verslag doen van de uitkomsten van diverse onderzoeken en de prijsonderhandelingen zoals ook aangehaald door de heer Engels, en zal het aangeven wat de budgettaire gevolgen daarvan zijn. Daarbij is het ons streven om de risico's op mogelijke tekorten zo veel mogelijk te reduceren. Wij kunnen vanzelfsprekend op dat punt geen 100% garantie geven, omdat het beleidsterrein van Veiligheid en Justitie heel veelvormig en breed is en incidenten nooit helemaal uit te sluiten zijn. 

De richting van de gewijzigde motie en die van mijn collega de minister van Veiligheid en Justitie zijn hetzelfde. Daarom beschouwt mijn collega de minister van Veiligheid en Justitie de motie als een steun in de rug en wordt het oordeel over de motie aan de Kamer gelaten. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De beraadslaging wordt gesloten.