Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 15, pagina 588-589

Aan de orde is de stemming over het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de invoering van een bestuurlijke boete voor overtreding van een aantal voorschriften betreffende het laten stilstaan en parkeren van voertuigen, en voor andere lichte verkeersovertredingen (Wet bestuurlijke boete fout parkeren en andere lichte verkeersovertredingen) (30098).

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

Mevrouw Broekers-Knol (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie heeft goede nota genomen van hetgeen door de regering naar voren is gebracht tijdens het plenaire debat van vorige week. Het wetsvoorstel Bestuurlijke boete fout parkeren moet volgens de regering door deze Kamer worden aangenomen om de uitvoering van de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte te financieren. De minister van Justitie heeft medegedeeld bereid te zijn tot een novelle met als strekking dat over uiterlijk vijf jaar of zoveel eerder als mogelijk, het voorliggende voorstel dan zijnde de Wet bestuurlijke boete fout parkeren en andere lichte verkeersovertredingen wordt ingetrokken. Dit zal gebeuren zodra de aanpassingen met betrekking tot de OM-afdoeningen en de WAHV om de boa's te kunnen inzetten in het kader van de OM-afdoening, zijn gerealiseerd.

De VVD-fractie is niet voor het wetsvoorstel Bestuurlijke boete fout parkeren. De VVD-fractie is van oordeel dat het aannemen van wetsvoorstel 30098 leidt tot een zeer ongewenste verwatering van wat volgens de inrichting van onze rechtsstaat behoort tot de strafrechtketen. De VVD-fractie meent dat zaken als fout parkeren moeten worden beboet óf door de politie óf door boa's met OM-afdoening. Als het beboeten gebeurt door de boa met OM-afdoening moeten de financiën aan de gemeenten toekomen.

Dit alles gezegd hebbend, zal de VVD-fractie tegen wetsvoorstel 30098 stemmen.

De heer Kox (SP):

Mevrouw de voorzitter. Tijdens het overleg dat wij eerder in deze Kamer voerden over wetsvoorstel 30098 is gebleken, dat dit een onvoldragen en onvoldoende doordacht wetsvoorstel is en niet in lijn met eerdere afspraken in deze Kamer om zaken via de OM-afdoening te regelen. Slechte wetsvoorstellen moeten wij hier niet promoveren tot slechte wetten. Daarom zal mijn fractie tegen wetsvoorstel 30098 stemmen. De mededeling dat er een novelle zal komen, als een soort ingebouwde tijdbom om de wet over een jaar of vier te laten exploderen, zien wij als een vondst van de minister van Justitie, waarvoor onze complimenten, maar helpt niet echt.

De heer Holdijk (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Als u mij toestaat en ik de orde niet al te zeer verstoor, wil ik beide wetsvoorstellen in mijn stemverklaring betrekken.

De voorzitter:

Wij stemmen over beide wetsvoorstellen afzonderlijk. Kunt u uw stemverklaring niet splitsen?

De heer Holdijk (SGP):

Ik heb een geïntegreerde verklaring en zal dus geen stemverklaring afleggen bij de stemming over wetsvoorstel 30101.

De voorzitter:

Omdat het bijna kerst is, sta ik u toe om een gecombineerde stemverklaring af te leggen.

De heer Holdijk (SGP):

Dank u.

Voorzitter. Vorige week leek er een meerderheid in deze Kamer te bestaan voor steun aan wetsvoorstel 30101. Ook wij stonden achter dit wetsvoorstel, aangezien wij constateren dat er sprake is van een feitelijke lacune in de handhaving van voorschriften die overlast in de openbare ruimte moeten tegengaan, aangezien de politie het laat afweten.

De minister van Binnenlandse Zaken heeft erkend dat wetsvoorstel 30098, het wetsvoorstel over bestuurlijke boete fout parkeren en enkele nog nader te bepalen andere lichte verkeersovertredingen, "geringe waarde" toevoegt aan de komende bestuurlijke strafbeschikking op grond van de Wet OM-afdoening. De minister van Justitie zegde een novelle toe waardoor de werkingsduur van de wet zou worden beperkt tot maximaal vijf jaar. Van intrekken van het voorstel wilde de regering niet weten vanwege het feit dat de opbrengsten die uit die wet voor de gemeenten voortkomen, de financiën moeten leveren, willen ze kiezen voor de mogelijkheden van de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte.

Met een onzes inziens verkeerd beroep op de eis van de uitvoerbaarheid van wetten, waaraan deze Kamer overigens terecht zeer hecht, werden wij voor de keuze geplaatst: óf beide wetsvoorstellen aanvaarden óf accepteren dat geen van beide voorstellen als wet in werking zal treden. Men zou dit kunnen zien als een vorm van koppelverkoop. Bestuurlijk gezien een handige manoeuvre, maar juridisch uit een oogpunt van behoorlijke wetgeving geen argument om een wetsvoorstel aan te nemen waaraan geen zelfstandige behoefte bestaat. Al met al reden voor de SGP-fractie om voor wetsvoorstel 30101 en tegen wetsvoorstel 30098 te stemmen.

In eerste en tweede termijn heb ik mede namens de fractie van de ChristenUnie het woord mogen voeren. De fractie van de ChristenUnie stelt er prijs op dat ik verklaar, dat zij voor wetsvoorstel 30098 zal stemmen, om bestuurlijke redenen én gelet op de toezegging die de minister van Justitie heeft gedaan.

De heer Rehwinkel (PvdA):

Mevrouw de voorzitter. De Partij van de Arbeidfractie zal instemmen met zowel het wetsvoorstel Bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte als het wetsvoorstel Bestuurlijke boete fout parkeren. Wij achten het belangrijk dat tegen ergernissen als wildplassen en hondenpoep, maar ook bijvoorbeeld fout parkeren kan worden opgetreden. Bij de behandeling van beide wetsvoorstellen zijn door ons wel duidelijke kanttekeningen geplaatst bij wat door ons multiplicatie van de handhaving is genoemd. Naast de weg van de bestuurlijke boete zou bijvoorbeeld in de toekomst ook die van de OM-afdoening en die van de administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften openstaan.

De Partij van de Arbeidfractie heeft aangedrongen op een beperkte levensduur van de Wet bestuurlijke boete voor fout parkeren. De regering is daartoe uitdrukkelijk bereid gebleken. De regeling zal hooguit vijf jaar van kracht zijn. Daarna zullen verkeersovertredingen worden ondergebracht in de nieuwe Wet OM-afdoening. Ook de bestaande Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Wet Mulder inzake transacties ter voorkoming van vervolging zullen in de nieuwe wet worden ingepast. Om deze reden (bestuurlijke boete fout parkeren uiteindelijk dus niet naast de OM-afdoening) en ook omdat de bestuurlijke boete fout parkeren van belang is bij toepassing van de bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte, zal mijn fractie haar instemming aan beide wetsvoorstellen verlenen.

De heer Van de Beeten (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Ook ik wil graag gebruikmaken van de door kerstgevoelens bij u ingetreden coulance en over beide wetsvoorstellen een stemverklaring afleggen, overigens ook op grond van het feit dat het gaat om een gezamenlijke behandeling van beide wetsvoorstellen.

De CDA-fractie waardeert zeer de geste die door de regering is gedaan bij de behandeling vorige week, om te trachten het verschil van inzicht over de wenselijkheid van temporisering van de invoering van de Wet OM-afdoening te overbruggen door middel van een novelle. Zij is echter niet overtuigd van de noodzaak om langs die weg te komen tot overbrugging van dat verschil van inzicht. Mede gelet op de brief van de minister van Justitie van 8 oktober 2007 omtrent de voorgenomen invoering van de OM-afdoening bij de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, menen wij dat het probleem niet zit in de praktische uitvoering.

Wij kijken op een andere wijze aan tegen het wetsvoorstel over de bestuurlijke overlast. Dat heeft te maken met de aard van de normstelling. Bij de verkeersvoorschriften van de Wegenverkeerswet gaat het om landelijk vastgestelde door het parlement bepaalde normen; bij de overlast gaat het om handhaving van de lokale normen. Bij de overlastproblematiek is evident sprake van integrale handhaving door de lokale overheid. Bovendien is er een veel ernstiger handhavingstekort dan bij de verkeersvoorschriften. De heer Dölle heeft deze verschillen vorige week uiteengezet.

Op grond daarvan komt de CDA-fractie tot het oordeel dat het wenselijk is om wetsvoorstel 30101 thans in te voeren, zodat gemeenten daarmee aan de slag kunnen en wetsvoorstel 30098 niet te steunen. Zij spreekt daarbij de hoop uit dat de bewindslieden erin slagen, op korte termijn met de lokale overheden tot duidelijke afspraken te komen over een redelijke financiële regeling voor de afdrachten naar de lokale overheden.

De heer Engels (D66):

Mevrouw de voorzitter. Ik weet mij nu ook voldoende gedekt om beide wetsvoorstellen direct van commentaar te voorzien.

De voorzitter:

Ik zal het nooit meer toestaan.

De heer Engels (D66):

Dat is genoteerd.

Vorige week hebben wij een indringende, plezierige en op veel onderdelen vruchtbare discussie gevoerd met beide ministers. Ook mijn fractie heeft toen belangrijke en fundamentele vragen aan de orde gesteld over de verhouding tussen strafrecht en bestuursrecht, over de complementariteit en dat soort zaken. Ik heb aangegeven dat voor mijn fractie heel zwaar telt dat gemeentebesturen moeten kunnen beschikken over voldoende middelen om de aantasting van de publieke ruimte goed te kunnen tegengaan.

Ik heb ook aangekondigd dat ik met een positieve grondhouding zou teruggaan naar mijn fractie. Gelukkig kan ik meedelen dat de uitkomst daarvan is dat mijn fractie zal stemmen vóór beide wetsvoorstellen.

De voorzitter:

Ik heet de inmiddels binnengekomen ministers Donner en Eurlings, alsmede staatssecretaris De Jager en de heer Depla van harte welkom in deze Kamer.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, het CDA, de SP, de SGP, de PvdD en GroenLinks tegen dit wetvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.