32 824 Integratiebeleid

Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2015

Op 19 februari 2013 ontving de Kamer de Agenda Integratie1, waarin de uitgangspunten, doelstellingen en maatregelen van dit kabinet op het gebied van integratie zijn benoemd. Net als in de brieven van 19 december 20132 en 21 november 20143, informeer ik u met deze brief over de voortgang van de Agenda Integratie van het afgelopen jaar.

In de bijlage treft u een weergave van de voortgang van alle onderdelen, ondergebracht langs de drie lijnen uit de Agenda Integratie: «omgaan met anderen en verinnerlijken van waarden», «grenzen stellen en opvoeden» en «meedoen en zelfredzaam zijn». Tevens wordt hierin per programma een vooruitblik gegeven op de belangrijkste activiteiten voor de komende periode. In dit overzicht zijn ook de thema’s opgenomen die gaandeweg aan de Agenda Integratie zijn toegevoegd, te weten het tegengaan van sociale spanningen en de ontwikkeling van de kennisfunctie.

Tevens zijn als bijlage bijgevoegd:

  • I. De tweede monitor sociale inclusie Roma. De kabinetsreactie hierop treft u in een bijlage bij deze brief.

  • II. De Monitor Inburgeringsexamen Buitenland (MIEB). Deze monitor bestrijkt de periode van 1 november 2014 tot 1 juli 20154.

Over de aanpak met betrekking tot de integratie en participatie van vergunninghouders, de participatieverklaring en de aanpak van de jeugdwerkeloosheid is de Kamer recent geïnformeerd5. Voor deze onderdelen wordt in de bijlage volstaan met een verwijzing naar de betreffende Kamerbrieven. Over de voortgang van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme wordt de Kamer in periodieke voortgangs-rapportages afzonderlijk geïnformeerd.

Kernwaarden als fundament van de samenleving

Mondiale gebeurtenissen hebben een diepe doorwerking in onze samenleving. De terroristische aanslagen in Parijs en de daaropvolgende dreigingen op diverse plekken in Europa, creëren bij velen angst en zorgen voor de toekomst. De internationale gemeenschap en de Nederlandse samenleving staan voor dringende vraagstukken rondom veiligheid en vrijheid die stevige en koersvaste antwoorden vergen. De omgang met diversiteit en religiositeit binnen de samenleving en het in goede banen leiden van de integratie van nieuwkomers vormen vraagstukken die hieraan verbonden zijn. De aanslagen worden vanuit brede lagen in de samenleving scherp veroordeeld. Met duidelijke boodschappen hebben veel moslimorganisaties direct na de recente aanslagen in Parijs met kracht afstand genomen van het terrorisme.

Het kabinet zet stevig in op het vergroten van de weerbaarheid van jongeren en hun ouders in Nederland tegen de aantrekkingskracht van jihadisten en andere extremisten. Dit gebeurt onder andere vanuit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme6 waarin verschillende preventieve maatregelen zijn opgenomen, zoals het trainen van docenten op scholen waar vermoedens zijn van radicaliserende leerlingen, of waar zelfs een uitreisgeval is. Docenten krijgen handvatten om het gesprek aan te gaan met jongeren die extreme opvattingen hebben, om radicalisering te kunnen herkennen en vervolgstappen in kaart te brengen. Tegelijkertijd worden op deze scholen burgerschaps- en debatactiviteiten aangeboden voor leerlingen, waarmee debatvaardigheden worden getraind en het voeren van open dialoog wordt gestimuleerd. Zo worden moeilijke onderwerpen in de klas en op school bespreekbaar gemaakt en wordt de handelingsvaardigheid van onderwijsprofessionals vergroot.

Hoe groot de noodzaak van de aanpak en preventie van radicalisering ook is, we moeten er evenwel voor waken dat we ons als samenleving niet door angst laten leiden. De terreur van ISIS en andere gewelddadige jihadistische organisaties, zowel in Europa als in het Midden Oosten, Afrika en elders op de wereld, heeft ook een weerslag op de beeldvorming over moslims. We kunnen het niet toestaan dat we ons als Nederlanders uit elkaar laten drijven en tegenover elkaar komen te staan. Het hoog houden van onze individuele vrijheden vormt het fundament van onze Nederlandse samenleving. Nederlandse waarden zoals seksuele oriëntatie, gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, vrijheid van werk, religie en partnerkeuze, vormen daarbij de basisprincipes. Door deze vrijheden hoog te houden, ernaar te leven en deze uit te dragen, zorgen we ervoor dat er een klimaat is waarbinnen iedereen zichzelf kan zijn, kansen krijgt en dat we als samenleving bij elkaar blijven. Van nieuwkomers wordt verwacht dat zij kennis maken met deze kernwaarden en dat zij zich deze eigen maken.

Het vluchtelingenvraagstuk doet een dringend beroep op het vermogen van de samenleving om zich open te stellen voor nieuwkomers die op de vlucht zijn voor geweld. De mensen die volgens de Vreemdelingenwet mogen blijven, vangen we op en moeten we kansen bieden op integratie en werk. Kennis van de Nederlandse waarden, beheersing van de taal en kans op werk zijn essentieel om mee te kunnen doen. De participatieverklaring vormt het aangewezen instrument om nieuwkomers hiermee kennis te laten maken en draagt ertoe bij dat nieuwkomers snel hun verantwoordelijkheid kunnen nemen om tot participatie te komen.

Ook hier liggen uitdagingen. Het is begrijpelijk dat er zorgen zijn bij mensen over de gevolgen voor de sociale cohesie in de wijk en of de nieuwe groepen in voldoende mate tot een actieve bijdrage aan de samenleving komen. In de brief over de integratie en participatie van vergunninghouders is uiteengezet op welke wijze de aansluiting wordt geoptimaliseerd.

De vele en uiteenlopende particuliere initiatieven gericht op de opvang van vluchtelingen, en de integratie van statushouders, zie ik als een positief signaal. Mensen voelen zich aangesproken om anderen in nood bij te staan, soms individueel en soms vanuit organisaties als scholen, buurtgemeenschappen of studentenverenigingen. Deze activiteiten zijn illustratief voor de veerkracht in onze samenleving en de bereidheid persoonlijk bij te dragen aan de ondersteuning van nieuwkomers.

Maatschappelijk onderhoud van de kernwaarden

Om de hierboven genoemde kernwaarden in de samenleving te borgen, is er voortdurende alertheid nodig op ontwikkelingen die deze vrijheden (kunnen) beperken. Het hoog houden van deze vrijheden is dan ook niet vanzelfsprekend en vergt «onderhoud», gericht op zowel nieuwkomers als de ontvangende samenleving. Vanuit de Agenda Integratie wordt hiertoe ingezet op onderstaande thema’s.

In de afgelopen maanden hebben de turbulente ontwikkelingen in het Midden-Oosten en Turkije invloed gehad op zowel de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende Turkse en Koerdische gemeenschappen in Nederland als op de relatie met Turkije. Met verschillende Turks-Nederlandse organisaties – waaronder de vier Turkse Religieuze Stromingen en Organisaties (TRSO’s) – worden daarom zowel lokaal als nationaal gesprekken gevoerd en worden activiteiten ontplooid op een breed scala aan onderwerpen. Het betreft onderwerpen als toegang tot de arbeidsmarkt en discriminatie. Maar ook onderwerpen als ervaren groepsdruk en ongewenste inmenging vanuit Turkije. Ik acht het ontoelaatbaar dat jongeren met een Turkse achtergrond, veelal geboren en getogen in Nederland, in hun ontwikkeling onder druk komen te staan en zich afkeren van de Nederlandse samenleving.

De signalen vanuit de tweede en derde generatie migranten over het ervaren gevoel niet geaccepteerd te worden in de Nederlandse samenleving, zijn zonder meer zorgelijk. Hierbij wil ik ook refereren aan de SCP studie die uw Kamer heeft ontvangen naar de sociaal culturele afstand van niet-westerse migranten, waaronder specifieke aandacht voor jongeren, tot de Nederlandse samenleving.

Sommige salafistische leerstellingen in Nederland kunnen leiden tot onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie. Dergelijk gedrag kan resulteren in spanningen tussen bevolkingsgroepen en kan voor sommigen een voedingsbodem vormen voor radicalisering naar gewelddadig jihadisme. In de kabinetsreactie opgesteld in reactie op de notitie van NCTV en AIVD over Salafisme in Nederland: «Diversiteit en dynamiek»7 is beargumenteerd waarom, vanuit maatschappelijk oogpunt, stelling wordt genomen tegen problematische gedragingen die op de lange termijn de sociale stabiliteit van de Nederlandse samenleving kunnen ondermijnen en zijn de hoofdlijnen van de aanpak uiteengezet. De Kamer kan, zoals afgesproken in het algemeen overleg preventie radicalisering op 10 december jl., op korte termijn een brief van het kabinet tegemoet zien waarin de aanpak verder wordt uitgewerkt.

We leven in een samenleving waar zichtbaar sprake is van uitsluiting en discriminatie. Waar varkenskoppen worden neergelegd bij de ingang van een toekomstig asielzoekerscentrum. Waar stenen vliegen door de ruit van een moskee. Waar een herdenking van de Kristallnacht plaats vindt achter een haag van beveiligers en politie. Uit de politiecijfers over 2014 blijkt dat er sprake is van een stijging van het aantal gerichte antisemitische incidenten en incidenten waar moslims het slachtoffer zijn.

Het is onaanvaardbaar dat groepen burgers met een islamitische of joodse achtergrond het doelwit vormen van haatzaaien en discriminatoire incidenten en zich als gevolg daarvan onveilig voelen in ons land. Dit jaar is de campagne « zet een streep door discriminatie» gestart, die ondubbelzinnig duidelijk maakt dat discriminatie hier niet wordt getolereerd. Hiernaast worden er diverse initiatieven genomen om antisemitisme, moslimhaat en andere vormen van racisme aan te pakken op social media, in het voetbal en lokaal in de samenwerking tussen gemeente, politie, en antidiscriminatievoorzieningen.

De gemeenschappen spelen hierin zelf ook een belangrijke rol. Zo heeft recent een gesprek plaats gevonden tussen de KNVB en joodse organisaties over de aanpak van spreekkoren in voetbalstadions. Samen met de koepel voor islamitische organisaties in de regio Haaglanden en de politie, wordt begin 2016 de eerste bijeenkomst georganiseerd om de lokale samenwerking bij de aanpak van moslimhaat te versterken.

Emancipatie en participatie

Wanneer we kijken naar de maatschappelijke positie van mensen met een migrantenachtergrond en de omgang met pluriformiteit in de samenleving, dan zijn er zeker ook positieve ontwikkelingen. Uit cijfers van het CBS8 blijkt dat de achterstanden van migranten in het onderwijs geleidelijk worden ingelopen. Dit is hoopgevend omdat een gedegen opleiding de belangrijkste voorwaarde is voor een baan. Oververtegenwoordiging van niet-westerse migranten in de criminaliteit, voorheen een hardnekkig probleem, neemt vanaf 2007 af en deze afname lijkt zich de laatste jaren te versnellen.

Daarnaast is het positief dat groepen emanciperen, mondig worden en opkomen voor gelijke rechten. Maatschappelijke discussies over ervaringen en gevoelens van uitsluiting, achterstelling en discriminatie vormen een noodzakelijke stap in het proces om te komen tot een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt. Soms kan dit betekenen dat gevestigde gewoonten en gebruiken, zoals Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest, ter discussie worden gesteld. Het debat over integratievraagstukken wordt in Nederland soms hard gevoerd, waarbij beledigen en schelden niet worden geschuwd. Als samenleving moeten we echter wederzijds begrip en verbinding zoeken. Mijn ministerie onderhoudt hiertoe contacten met een uitgebreid netwerk van organisaties, initiatieven en sleutelfiguren uit allerlei geledingen en met uiteenlopende achtergronden. Met het actieplan Zelfbeschikking zet ik in op persoonlijke keuzevrijheid; in Nederland mag je zijn wie je bent en heb je het recht je eigen keuzes te maken zonder druk of dwang, juist ook in die gemeenschappen waar eer en groepsdruk een rol spelen.

In het voorjaar start een campagne waarin hoopgevende verhalen over het maken van eigen keuzes centraal staan.

Migranten die thans aan de zijlijn staan, verdienen een eerlijke kans om evenredig te profiteren van de zich herstellende economie. Ook migrantenjongeren moeten in staat worden gesteld om de onderwijsdiploma’s waarvoor hard is gewerkt, te kunnen verzilveren op de arbeidsmarkt. Het bieden van perspectief is belangrijk voor jongeren om het gevoel te behouden bij deze samenleving te horen.

De aansluiting van onderwijs naar arbeidsmarkt dient verder verbeterd te worden. Daarom is het kabinet met vijf steden een samenwerking aangegaan om met vernieuwende oplossingen (migranten)jongeren die de boot dreigen te missen, te ondersteunen. Over deze «City Deal» is de Kamer onlangs geïnformeerd met de brief over de aanpak jeugdwerkloosheid (Kamerstuk 29 544, nr. 674).

Het verbeteren van de taalvaardigheid van werknemers vormt een cruciale stap om hen goed te laten functioneren, veilig te laten werken en doorgroeimogelijkheden te bieden. Het programma «Tel mee met Taal» richt zich op de verbetering van de taalvaardigheid en zal vanaf 2016 breed ingezet worden onder volwassenen en kinderen in de basisschoolleeftijd. Inmiddels is het Taalakkoord Werkgevers al door 70 organisaties ondertekend. Zij committeren zich hiermee aan het verbeteren van taal op de werkvloer. In 2016 wordt dit verder uitgebouwd.

Voor volwassen nieuwkomers is werk een belangrijke stap in de inburgering. Vanaf dit jaar is daarom de oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt toegevoegd aan het inburgeringsexamen. Met het oog op het hogere aantal vluchtelingen heb ik u in de brief over de integratie en participatie van statushouders geïnformeerd over de extra maatregelen die ik voor deze groep tref om een vlotte stap richting arbeidsparticipatie mogelijk te maken.

Ondersteuning aan de uitvoering

De integratie van nieuwkomers vindt plaats in de buurt, op school en op de werkvloer. Op het lokale niveau zal de nieuwkomer zich een plek in de samenleving moeten verwerven en is het aan de maatschappelijke instellingen in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs om ervoor te zorgen dat iedereen een gelijke kans krijgt. Het Ministerie van SZW biedt ondersteuning aan organisaties die in de dagelijkse praktijk hiervoor aan de lat staan.

Met de oprichting van het Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) begin dit jaar worden gemeenten en andere partijen in het veld ondersteund met kennis en kunde over ontwikkelingen in de samenleving en werkbare methodieken. In aanvulling daarop is de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) erop gericht gemeenten, professionals en gemeenschappen bij te staan in vraagstukken rond spanningen tussen groepen en in het bijzonder rond radicalisering. Om lokale partijen bij hun beleidsontwikkeling, -uitvoering en -evaluatie te ondersteunen is verder in 2015, zoals in 2013 is toegezegd aan de 38, de «Buurtmonitor Integratie» gelanceerd. Dit instrument geeft op buurtniveau een landsdekkend beeld van de stand en ontwikkeling op het terrein van integratie en is toegankelijk via de website www.buurtintegratie.nl.

Daarnaast voert het Ministerie van SZW op verschillende terreinen pilots en projecten uit om de kwaliteit van de uitvoering van instellingen te verbeteren. Dit is onder andere gedaan op het gebied van GGZ-hulpverlening aan kwetsbare (migranten)jeugd; oudergroepen die ervaringen uitwisselen over opvoeden («Wijkacademies»); en de inzet van rolmodellen bij de re-integratie van ex-gedetineerde migrantenjongeren.

De uitgangspunten en onderdelen van de Agenda Integratie zijn onverminderd urgent. Ik kijk terug op een jaar waarin er vanuit de verschillende programma’s van de Agenda Integratie hard is gewerkt om met diverse partijen te bouwen aan een samenleving waar individuen tot ontplooiing en nieuwkomers tot participatie komen en waar ruimte is voor verschillende leefwijzen en oriëntaties. Voor 2016 zijn er in aansluiting op de maatschappelijke ontwikkelingen stevige ambities geformuleerd waarvoor vanuit het Rijk zal worden samengewerkt met de gemeenten, de partijen in het veld én de samenleving. Zie hiervoor de bijlage, waarin per programma de geplande activiteiten zijn opgenomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Kabinetsreactie tweede monitor sociale inclusie Roma

Op een aantal beleidsterreinen monitort het Kabinet de positie van Roma en Sinti in de Nederlandse samenleving (de eerste Monitor Inclusie is in 2013 uitgebracht, de tweede Monitor Inclusie is als bijlage bij de voortgangsbrief Agenda Integratie gevoegd). Hieronder de belangrijkste resultaten van de tweede Monitor:

  • De schoolparticipatie van Roma- en Sintikinderen is toegenomen.

  • Er is meer keuzevrijheid te ontstaan onder Roma- en Sintijongeren op het terrein van onderwijs, arbeid en ook partnerkeuze.

  • Roma en Sinti zoeken steeds meer contact met de overheid en zij benadrukken het belang dat er mét hen wordt gesproken en niet alleen óver hen. Er zijn meer zelforganisaties opgestart waarin Roma zelf actie ondernemen om hun positie te verbeteren.

  • In vergelijking met andere groepen in Nederland is de arbeidsmarktpositie van Roma en Sinti precair, zijn zij sterk uitkeringsafhankelijk, hebben zij een relatief laag opleidingsniveau, ontbreekt er vaak een startkwalificatie, is er relatief vaak sprake van huwelijkdwang en kindhuwelijken, zijn relatief veel Roma stateloos, en ervaren de Roma en Sinti vaak discriminatie, met name op de arbeidsmarkt.

Het Kabinet gaat er van uit dat met name het generieke beleid voor Roma en Sinti, net als alle Nederlandse burgers, wordt ingezet:

  • Om de schooluitval een halt toe te roepen, wordt via het programma Aanval op de Schooluitval voortijdig schoolverlaten aangepakt.

  • De Participatiewet biedt gemeenten een scala aan instrumenten en voorzieningen voor toeleiding naar werk. Dit biedt, samen met de ontschotting van middelen en de andere decentralisaties, meer mogelijkheden voor een integrale aanpak, die juist voor deze mensen vaak nodig is.

  • T.a.v. discriminatie zet het kabinet stevig in om discriminatie tegen te gaan. Het Kabinet heeft 44 maatregelen genomen om discriminatie op de werkvloer en de arbeidsmarkt aan te pakken. De resultaten tot nu toe staan in de voortgangsbrief van het Actieplan tegen arbeidsmarktdiscriminatie.9

  • In de brief van april jongstleden10 heeft Minister V&J, mede namens Minister SZW, reeds uitgebreid verslag gedaan van vorderingen bij het Programma Aanpak Uitbuiting Roma kinderen. Centraal binnen het programma staat de balans tussen handhaven en perspectief bieden.

  • In het Actieplan Zelfbeschikking (2015–2017)11 worden de diverse activiteiten vanuit rijkszijde beschreven, zoals deskundigheidsbevordering van professionals in de gezondheidszorg en het onderwijs v.w.b. huwelijksdwang.

  • Om dialoog op lokaal niveau verder te bevorderen heeft het ministerie SZW in 2015 drie dialoogbijeenkomsten georganiseerd met een vijftal lokale bestuurders en een select aantal Roma en Sinti.

  • In de door Nederland voorgezeten EU-werkgroep Bescherming Rechten van Romakinderen wordt ingezet op het uitwisselen van promising practices waar het gaat om de onderwijsparticipatie van met name Romameisjes.

  • Daarnaast is in de expertwerkgroep CAHROM (Raad van Europa) expliciet aandacht gevraagd voor de schadelijke effecten van en tevens de verantwoordelijkheid van Roma zelf bij huwelijksdwang en mensenhandel.

Overzicht Voortgang Agenda Integratie per november 2015

Bijlage bij brief Voortgang Agenda Integratie

In de Agenda Integratie van dit kabinet zijn de verschillende programmaonderdelen ondergebracht langs de drie lijnen:

  • I) «Meedoen en zelfredzaamheid»;

  • II) «Grenzen stellen en opvoeden»;

  • III) «Omgaan met anderen en verinnerlijken van waarden».

In dit schematische overzicht zijn per programma de doelstellingen, ontwikkelingen en resultaten weergegeven. Tevens is een vooruitblik op de komende activiteiten en de vermelding van de stand van zaken met betrekking tot het parlementaire verkeer (Kamervragen daargelaten) opgenomen. De Roma zijn als aandachtsgroep in 2013 aan de Agenda Integratie toegevoegd en worden hier onder de lijn «grenzen stellen en opvoeden» behandeld. Onder «IV) «Kennisontwikkeling» is de kennisfunctie toegelicht.

 

I «Meedoen en zelfredzaam zijn»

Programma

Tel mee met Taal en Taalakkoord Werkgevers

Maatschappelijke doelstelling programma

De aanpak Taal van SZW kent twee hoofdingrediënten: de interdepartementale aanpak Tel mee met Taal (OCW, VWS, SZW) en het Taalakkoord Werkgevers.

Het programma Tel mee met Taal richt zich op de verbetering van de taalvaardigheid voor het zelfstandig kunnen functioneren en participeren in de Nederlandse samenleving. Het Taalakkoord Werkgevers stimuleert werkgevers Nederlands op de werkvloer te faciliteren. Bij het taalakkoord gaat het om taalvaardigheid als werknemersvaardigheid.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

In 2015 is het programma Tel mee met Taal opgestart met de volgende doelstellingen:

1. In de periode 2016–2018 verbeteren tenminste 45.000 Nederlanders hun taalbeheersing zodanig dat zij aantoonbaar beter scoren op taalbeheersing en maatschappelijke participatie, waaronder arbeidsdeelname.

2. In 2018 worden in totaal 1 miljoen jonge kinderen tot en met de basisschoolleeftijd bereikt met leesbevorderingsactiviteiten, zodat hun taalvaardigheid en leesplezier toenemen.

 

Medio november 2015 hebben inmiddels 70 organisaties zich aan het Taalakkoord Werkgevers verbonden.

Belangrijkste punten voor 2016

In 2016 start het programma Tel mee met Taal met de volgende actielijnen:

• Lokale netwerkaanpak

• Regionale Taalakkoorden

• Leesbevordering

• Experimenten

• Kennis en communicatie

 

De succesvolle aanpak van het Taalakkoord werkgevers wordt in 2016 voorgezet, waarbij in samenwerking met het netwerk van bedrijven, branches en taalaanbieders het bereik verder wordt vergroot. De aanpak kent 4 sporen:

• Werving en advisering van bedrijven

• Benaderen van het MKB via brancheorganisaties

• Partnerschappen met koepelorganisaties en intermediairs (zoals UWV, AWVN, MVO Nederland, STAR)

• Partnerschappen met taalaanbieders om het taalaanbod op de markt te stimuleren en te mobiliseren

 

In 2016 zal gewerkt worden aan versterking van de wisselwerking tussen enerzijds de interdepartementale aanpak Taal en anderzijds het Taalakkoord Werkgevers.

Programma

Inburgering

Maatschappelijke doelstelling

Met de uitvoering van de Wet inburgering Buitenland (Wib) wordt beoogd om gezinsmigranten in eigen land voor te bereiden op het leven in Nederland. De uitvoering van de Wet inburgering (Wi) is erop gericht om nieuwkomers in Nederland de taal eigen te laten maken en kennis op te laten doen van de samenleving en de arbeidsmarkt, zodat zij in staat zijn om een zelfredzaam bestaan op te bouwen.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Bij brieven van 30 maart (Kamerstuk 32 824, nr. 90) en 2 september (Kamerstuk 32 824, nr. 105) is de Tweede Kamer geïnformeerd over diverse ontwikkelingen en resultaten op het terrein van inburgering, zoals:

• het inzagerecht bij de inburgeringsexamens

• de ontwikkeling van voorbeeld- en oefenexamens

• het nieuwe examenonderdeel Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt

• onderzoek naar het examenonderdeel leesvaardigheid

• de overgang van oude naar nieuwe examenonderdelen

• mogelijkheden tot ontheffing van de inburgeringsplicht

• de voortgang van de inburgering van nieuwkomers die in 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden

• de technische ontwikkelingen bij de afname van het basisexamen inburgering in het buitenland

• de uitspraak van het Europese Hof van Justitie inzake het basisexamen inburgering.

 

Voorts is de monitor basisexamen inburgering buitenland over de periode van 1 november 2014 tot 1 juli 2015 uitgebracht (bijgevoegd). Hieruit blijkt m.b.t. de slagingspercentages het volgende:

• Het slagingspercentage van KNS is hoog, 99% van de kandidaten slaagt in 1 keer. Voor lezen is het slagingspercentage nu 79%, dat is 10% lager dan voor de vorige toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen. De oorzaak hiervan wordt thans onderzocht. Bij het onderdeel spreken ligt het percentage op 61%, ook dit is gedaald ten opzichte van de 88% bij de Toets Gesproken Nederlands. De reden hiervoor is de nieuwe gebruikswijze bij dit onderdeel. Er wordt hard aan gewerkt om dit te verhelpen.

Belangrijkste punten voor 2016

• De blijvend hoge instroom van asielmigranten met als gevolg hogere uitgaven voor leningen, maatschappelijke begeleiding en voorinburgering.

• De inburgeringsresultaten en de handhaving van de inburgeringsplicht van nieuwkomers van wie de inburgeringstermijn in 2016 afloopt.

• Wijziging van de Wi als gevolg van de invoering van de participatieverklaring.

• Wijziging van de Wib als gevolg van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie

Stand van zaken parlementaria

• Motie-Schouw over de kwaliteit en de prijs van inburgeringscursussen: rapportage is voorzien eind 2015/begin 2016

• Motie-Dibi over het monitoren van de effecten van de gewijzigde wet (participatie d.m.v. scholing en/of (vrijwilligers)werk: onderzoek staat gepland voor 2017

Programma

Participatieverklaring

Maatschappelijke doelstelling

De participatieverklaring draagt eraan bij dat nieuwkomers, ten behoeve van hun integratie en participatie aan de Nederlandse samenleving, kennis hebben van zowel hun rechten en plichten als de fundamentele kernwaarden van de Nederlandse samenleving.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Pilot participatieverklaring

In de periode maart 2014 tot en met maart 2015 hebben 13 gemeenten en regio’s1 met uiteenlopende projecten deelgenomen aan de pilot participatieverklaring. Doelen van de pilot waren naast het wijzen op de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving verwelkoming van de nieuwkomers, het tot stand brengen van een band tussen de nieuwkomer, de gemeente en de Nederlandse samenleving, de nieuwkomers wegwijs maken in Nederland en de gemeente waarin zij zich vestigen, nieuwkomers informeren zodat zij weerbaarder worden tegen misbruik en uitbuiting, en nieuwkomers in aanraking brengen met relevante voorzieningen ten dienste van een snelle inburgering en integratie. Een centraal onderdeel van de pilot was de ondertekening van de participatieverklaring door nieuwkomers. In de participatieverklaring staan de belangrijke basisprincipes van de Nederlandse samenleving centraal. Het ondertekenen van de participatieverklaring was ingebed in een breder traject (het «participatieverklaringstraject»). De pilot is geëvalueerd. Het evaluatierapport is opgeleverd.

 

Internationale verkenning naar toepassingen van participatieverklaringen en integratiecontracten

Naar aanleiding van vragen uit de Kamer 2 heeft ook een studie plaatsgevonden naar Europese voorbeelden van soortgelijke participatieverklaringen en integratiecontracten in Duitsland, Denemarken, Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk en België (Vlaanderen). Doel van de verkenning was het verkrijgen van inzicht in de inhoud en juridische context van de verschillende participatieverklaringen en contracten en de daarbij gehanteerde toepassingsmodellen. Deze studie is in het voorjaar van 2015 afgerond.

Belangrijkste punten voor 2016

• Het kabinet zal de participatieverklaring breed invoeren voor alle inburgeringsplichtige nieuwkomers3. Dit gebeurt voor asielgerechtigden vanaf begin 2016.

• Ten behoeve van invoering van participatieverklaringstraject voor alle inburgeringsplichtigen wordt in 2016 een Wetsvoorstel ingediend om de Wet Inburgering aan te passen.

• Gemeenten krijgen een centrale rol in de uitvoering van het participatieverklaringstraject waardoor ook de verbinding kan worden gelegd met lokale voorzieningen en instellingen.

Stand van zaken parlementaria

Per brief van 27 november jl. is de kamer geïnformeerd over de resultaten van de pilot, de internationale juridische verkenning en de vervolgstappen waaronder de uitrol.

X Noot
1

Het betreft de gemeenten en regio’s, Amersfoort, Amsterdam, Den Haag, Deventer, Doetinchem, Enschede, ’s- Hertogenbosch, Noord Limburg (Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray), Nissewaard, Veluwerand (Ermelo, Harderwijk en Zeewolde), Waalwijk, Westland en West Brabant (Zundert).

X Noot
2

Kamerstuk 32 824, nr. 48 (Algemeen overleg integratieonderwerpen).

X Noot
3

Kamerstuk 32 824, nr. 115

Programma

EU-migratie en Integratie

Maatschappelijke doelstelling

EU- arbeidsmigranten zowel in de landen van herkomst als in Nederland beter en eerder informeren zodat:

• Zij goed op de hoogte zijn van zowel rechten en plichten als de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving;

• Zij weerbaarder worden tegen misbruik en uitbuiting;

• Een binding tot stand wordt gebracht tussen de migrant en de Nederlandse samenleving;

• Zij relevante voorzieningen (zoals onderwijs en zorg) weten te vinden;

• Zij bewuster nadenken over de migratiegevolgen en – indien men voor langere tijd in Nederland wil verblijven – men bereid is meer te investeren in de Nederlandse samenleving (leren van de Nederlandse taal, kennisnemen van de rechten en plichten en Nederlandse waarden en goede lange termijn huisvesting).

 

Dit draagt bij aan een betere maatschappelijke aansluiting in de Nederlandse samenleving en vergroot de acceptatie van EU-migranten en hun kinderen door de ontvangende samenleving.

Vanuit de Europese Commissie is meer draagvlak en ondersteuning voor participatiebeleid van EU-burgers in een ander lidstaat. De Commissie ziet Nederland niet meer als land dat mogelijk inbreuk wil maken op de richtlijn vrij verkeer, maar als land dat de richtlijn door middel van participatiebeleid een stap verder wil helpen.

Om te kunnen anticiperen op mogelijke integratieproblemen vindt doorlopend onderzoek plaats en wordt een actief netwerk binnen de doelgroep onderhouden.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Onderzoek «Roemeense migranten: De leefsituatie in Nederland kort na migratie» is afgerond.

• SCP-onderzoek «Langer in Nederland» -> Ontwikkelingen in de leefsituatie van migranten uit Polen en Bulgarije in de eerste jaren na migratie (april 2015), Kamerstuk 29 407, nr. 202

• Stichting Lize is ondersteund om een landelijk netwerk zelforganisaties op te richten.

• De Brochures «Nieuw in Nederland» (voor Europese arbeidsmigranten) worden op dit moment geüpdate en beschikbaar gesteld aan nieuwe migranten.

Belangrijkste punten voor 2016

• Verdiepend SCP-hoofdonderzoek kinderen van EU-arbeidsmigranten. Het onderzoek wordt in de zomer van 2016 afgerond.

• Tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie organiseert Nederland een bijeenkomst voor de «Nationale Contactpunten voor Integratie» over het thema sociale inclusie. Tevens organiseert Nederland een werkbezoek voor onder meer ambtenaren van de Europese Commissie waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de participatie van EU burgers.

• De Europese Commissie heeft aangekondigd in maart 2016 met nieuwe voorstellen te komen op het terrein van legale migratie en integratie.

Stand van zaken parlementaria

• Toezegging brief «Verkenning Poolse, Bulgaarse en Roemeense kinderen in Nederland» van 23 september 2014; Kamerstuk 29 407, nr. 196.

• Verdiepend SCP-hoofdonderzoek kinderen van EU-arbeidsmigranten wordt in de zomer van 2016 afgerond en in het najaar aan de TK aangeboden.

Programma

Aanpak Jeugdwerkloosheid

Maatschappelijke doelstelling

Een relatief grote investering is al geleverd en begint vruchten af te werpen: het onderwijssucces van migrantenjongeren stijgt. Desondanks hebben migrantenjongeren een veel zwakkere arbeidsmarktpositie dan autochtone jongeren. Migrantenjongeren hebben door de omgeving waarin zij opgroeien in verhoogde mate te maken met een kwalitatieve mismatch op de arbeidsmarkt als gevolg van een «verkeerde» studiekeuze, gebrekkige werknemersvaardigheden, ineffectief zoekgedrag en het ontbreken van een startkwalificatie. Ook negatieve beeldvorming/discriminatie lijkt een belangrijke verklaring te zijn.

 

Waar we derhalve nog in moeten investeren is jongeren beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Dat begint al in het onderwijs. Dit betekent jongeren ondersteunen bij het maken van een weloverwogen studiekeuze, hun werknemersvaardigheden versterken, jongeren helpen bij de overgang naar werk en jongeren handvatten bieden om negatieve beeldvorming/discriminatie te overbruggen.

 

Ook moet de beeldvorming over migrantenjongeren kantelen. Niet langer moet worden gedacht vanuit problemen, maar moet het wenkende perspectief worden geboden van een generatie vol potentie.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Over de resultaten van de aanpak Jeugdwerkloosheid is uw kamer in maart geïnformeerd1. Bij die brief stuurde ik u ook de Agenda Aanpak Jeugdwerkloosheid 2015 – 2016. De Aanpak Jeugdwerkloosheid zet in op vier speerpunten.

• Loopbaanleren: samen met onderwijsinstellingen en hun partners zorgt de aanpak voor de ontwikkeling van loopbaancompetenties bij jongeren gericht op het maken van een passende studiekeuze met arbeidsmarktperspectief en het ontwikkelen van goede werknemersvaardigheden en effectief zoekgedrag. Deze vaardigheden zijn minder ontwikkeld bij migrantenjongeren.

• Matchen op werk: samen met gemeenten, UWV en hun partners worden jongeren met matige werknemersvaardigheden, ineffectief zoekgedrag en jongeren zonder startkwalificatie gematched op vacatures. Relatief veel migrantenjongeren maken deel uit van deze groep. De ambitie van de arbeidsmarktregio`s is om 23 duizend jongeren binnen twee jaar vanuit een uitkering (WW en bijstand) aan de slag te krijgen. Aanvullende bestuurlijke afspraken worden gemaakt om jongeren zonder startkwalificatie aan het werk te helpen.

• Afspraken met werkgevers: samen met werkgevers wordt de kans op werk vergroot voor jongeren, door in te zetten op loopbaanleren, instroom, leerwerkcombinaties en culturele diversiteit. Over anderhalf jaar zijn 100 nieuwe Werkakkoorden afgesloten (zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 31 maart 2015 over de aanpak jeugdwerkloosheid).

• City Deal: de rijksoverheid en vijf steden (Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Leeuwarden en Zaanstad) zijn gestart met een City Deal. Met een brede coalitie gaan zij aan de slag met vernieuwende oplossingen gericht op (migranten)jongeren woonachtig in zwakke buurten, die in principe goed functioneren (geen grote voorliggende problematiek die onderwijs- of arbeidsmarktdeelname verhinderen), maar desondanks de boot dreigen te missen.

Belangrijkste punten voor 2016

• De City Deal zal doorlopen in 2016. Over anderhalf jaar zal duidelijk zijn hoeveel migrantenjongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zijn bereikt in de vijf steden. Dan zal duidelijk zijn wat voor aanpak werkt. Ook gaan dan minimaal vijf andere steden aan de slag met een brede coalitie om de arbeidsmarktpositie van (migranten)jongeren te verbeteren.

• De Minister en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sturen in het voorjaar 2016 een sectoroverstijgende brief Loopbaanleren aan de Tweede Kamer.

Stand van zaken parlementaria

In de brief aan de Tweede Kamer van 31 maart is aangekondigd dat vijf steden met de rijksoverheid aan de slag gaan om (migranten)jongeren uit zwakke buurten in het onderwijs beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt en hen meer perspectief te bieden op werk. De City Deal is een uitwerking hiervan. Daarmee is tegemoet gekomen aan de gewijzigde motie Karabulut/Yücel (Kamerstuk 29 544, nr. 612), waarin de regering wordt verzocht om zo spoedig mogelijk concrete, buurtgerichte plannen te presenteren.

X Noot
1

Kamerstuk 29 544, nr. 599

Programma

Toegankelijkheid en Bereik Zorginstellingen

Maatschappelijke doelstelling

• Migranten verschillen in het algemeen niet zozeer van de algemene bevolking t.a.v. gezondheid en welbevinden, maar op bepaalde thema’s blijken sommige groepen migranten meer met bepaalde problemen te kampen. De hulpverlening is daar nog onvoldoende op toegesneden: migranten worden nog onvoldoende op tijd bereikt met geschikte hulp.

• Verbeteren bereik en effectiviteit van het generieke beleid in de zorg.

• Faciliteren samenwerking lokaal bestuur, professionals, experts en migrantenzelforganisatie rond te verbeteren thema´s zoals jeugd- en opvoedhulp en geestelijke gezondheidszorg.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Door ZonMW wordt in enkele academische werkplaatsen transitie jeugd gewerkt aan implementatie en borging van de resultaten van het programma Diversiteit in het jeugdbeleid (2008–2013). Het gaat om in dit programma ontwikkelde cultuursensitieve competentieprofielen, scholingsaanbod ter aanvulling van relevante curricula, hulpverleningsmethodieken en bereikstrategien (beter bereiken van de doelgroep).

• Voorzetting leerstoel «opvoeden in de Multi-etnische stad» VU, benutten resultaten pedagogische infrastructuur kenniswerkplaats 10+/ kenniswerkplaats transitie jeugd Amsterdam.

• In het EIF1-programma «Verbetering GGZ kwetsbare (migranten)jeugd» is gewerkt aan effectieve aanpakken voor vroegsignalering, doorgeleiding en tijdige, effectieve ggz/lvb-hulpverlening en psycho-educatie aan kwetsbare migrantenjongeren en hun ouders. De gemeenten Nijmegen, Rotterdam, Ede en Gouda hebben zich twee jaar lang ingezet samen met de GGZ en andere lokale samenwerkingspartners in de 0e en 1e lijn (zoals MEE, JGZ, migrantenorganisaties) om de signalering van psychische problematiek bij migrantenjeugdigen en de hulp aan deze jongeren structureel te verbeteren. Enkele resultaten:

○ Er is een train-de-trainer ontwikkeld waarbij professionals (0e, 1e, 2 lijn)

○ getraind worden in vroegsignalering GGZ-/LVB-problematiek migrantenjeugd en cultuursensitief werken.

○ Bij de aanpakken is ingezet op vroegsignalering, snelle screening van GGZ- en LVB problemen en licht hulpaanbod op scholen en in wijken.

○ Laagdrempelige psycho-educatie aan migrantenouders (en jongeren): in alle 4 gemeenten zijn er zo’n 135 voorlichtingsbijeenkomsten (wijken/scholen) geweest waarbij circa 1000 ouders zijn bereikt.

○ Er is gewerkt aan een structurele verankering van de werkwijzen binnen de keten van Jeugd-GGZ/LVB-partners (o.a. lokale netwerken gevormd en aansluiting bij transitie Jeugdzorg).

○ Het programma is na twee jaar afgerond en de resultaten zijn tijdens het slotcongres op 19 november 2015 landelijk ontsloten.

Belangrijkste punten voor 2016

Kennis uit o.a. de leerstoel «Opvoeden in de multi-etnische stad» wordt ingezet in een door SZW te faciliteren samenwerking van lokaal bestuur, professionals, experts en migrantenzelforganisatie rond het thema «weerbaar opvoeden» in relatie tot preventie van radicalisering.

Stand van zaken parlementaria

N.v.t.

II Grenzen stellen en opvoeden

Programma

Aanpak Jeugdcriminaliteit

Maatschappelijke doelstelling

• Er is nog steeds een oververtegenwoordiging van migrantenjongeren in de criminaliteitscijfers. Met name de aanwas onder 12-minners en het aantal veelplegers is zorgelijk. Er bestaat handelingsverlegenheid t.o.v. jonge criminelen. Bij een deel van de criminele jongeren zijn de huidige interventies niet effectief en sluiten niet aan op hun leefwereld. Er is een gebrek aan opvoedingsvaardigheden, goede rolmodellen en succesverhalen in hun leefomgeving. Daarnaast is een overvloed aan verleiding van het snelle geld.

• Aanpak Jeugdcriminaliteit zet zich in voor het:

 

– Voorkomen van nieuwe aanwas i.s.m. MinVenJ bij de werkgroep «Vroegtijdig signaleren en ingrijpen» – effectievere aanpak van 12-minners van het Programma Kindermishandeling en Jeugdgroepen en vijf proeftuingemeenten.

– «Alleen jij bepaalt wie je bent» – Sportief preventieprogramma van MinVenJ gericht op risicojongeren uit achterstandswijken van het speciaal onderwijs en laagste niveaus van het VO. Dit programma wordt door SZW versterkt met twee trajecten: het vergroten van ouderbetrokkenheid en het versterken van de identiteitsvorming onder deze risicojongeren. Steeds minder ouders zijn betrokken bij de sportclub van hun kind, m.n. onder deze groep. Zij kunnen zich niet vinden in de traditionele clubs of weten niet wat het effect is van hun afwezigheid bij de vrijetijdsbesteding van hun kind. Daarnaast is er een probleem met problematische gedrag van jongeren op en rond het sportveld.

– Terugdringen van recidive onder ex-gedetineerde migrantenjongeren. Nazorg van maatschappelijk werk wordt aangevuld met maatjes en moedernetwerken: Forsa! en Al Nour. De maatjes fungeren als rolmodellen die de jongeren in detentie en daarna nog een jaar in vrijheid bijstaan. De maatjes, van dezelfde leeftijd en achtergrond, hebben een positieve invloed op de jongere.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Vroegtijdig signaleren: drie landelijke werkconferenties in 2015 hebben ertoe geleid dat in de vijf proeftuingemeenten een daadkrachtige integrale aanpak is opgezet voor de multiprobleemgezinnen van 12-minners. Gemeenten hebben onderling ervaringen uitgewisseld en knelpunten zijn benoemd. In 2016 wordt de aanpak verfijnd en verbeterd.

• «Alleen jij bepaalt»: Twee organisaties zijn inmiddels gestart om ouderbetrokkenheid bij de aangesloten sportclubs te vergroten en de train-de-trainer identiteitstraining te realiseren. Via de ouder-betrekt-ouder-methode betrekt men nu een groter aantal ouders bij de sportclubs. Daarnaast wordt gekeken hoe de traditionele activiteiten van de sportclubs aangevuld kunnen worden met activiteiten die passen bij een divers ledenbestand, bijvoorbeeld familiedagen. De rolmodellen/sporttrainers krijgen inmiddels training in het herkennen van identiteitsproblemen bij de risicojongeren en handvatten om hiermee om te gaan. Beide trajecten voorzien in een grote behoefte bij sportclubs.

• Forsa!-pilots zijn gestart in Den Haag, Almere en Delft. In cofinanciering met deze gemeenten en het Rijk zijn in totaal 34 trajecten voor ex-gedetineerde jongeren ingekocht. De eerste resultaten van de Forsa-methodiek in Den Haag zijn zeer goed: jongeren re-integreren sneller en slechts twee van de 35 ex-gedetineerde migrantenjongeren zijn (na één jaar) gerecidiveerd. Deze Haagse trajecten waren gefinancierd door het Rijk, de gemeente en diverse fondsen.

 

Aangezien detentie één van de plaatsen is waar jongeren radicaliseren zijn de Forsa!-maatjes speciaal getraind in het signaleren van radicalisering.

Belangrijkste punten voor 2016

• Vroegtijdig signaleren – Afsluitende werkconferentie en tools voor het opzetten van een integrale aanpak voor gemeenten t.b.v. aanpak 12-minners in multiprobleemgezinnen.

• Handreikingen ouderbetrokkenheid bij sportclubs en identiteitstrainingen uit de trajecten «Alleen jij bepaalt» t.b.v. sportclubs en gemeenten. Verspreiding kennis i.s.m. MinVenJ en het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid)

• Forsa!-methodiek – start van pilots in drie Brabantse gemeenten. Afsluiting van pilots in Den Haag, Almere en Delft. Borging van de methodiek in gemeenten en uitrol via o.a. het CCV

Stand van zaken parlementaria

N.v.t.

Programma

Ouderbetrokkenheid

Maatschappelijke doelstelling

• Het programma Ouderbetrokkenheid richt zich op het vergroten van het bewustzijn van migrantenouders van de rol die van hen verwacht wordt als opvoeder, en het verbeteren van hun toerusting daarvoor.

• Methodiekontwikkeling om zelfstandige oudernetwerken in de wijk op te zetten en te koppelen aan professionals (project Wijkacademies).

• Methodiekontwikkeling vergroten ouderbetrokkenheid migrantenouders bij de school.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Wijkacademies zijn succesvol. Methodiek is beschreven en toegankelijk. Aandachtspunt is de inpassing in regulier gemeentelijk beleid.

• Project Rotterdam Zuid loopt nog. Resultaten komen in loop van 2016. Hogeschool Rotterdam verzorgt monitoring.

• Onderzoek ouderbetrokkenheid migrantenouders MBO is in september 2015 gestart.

Belangrijkste punten voor 2016

• Afronden wijkacademies. Breder bekend stellen methodiek met aandacht voor het inpassen in lokaal beleid.

• Afronden project Ouderbetrokkenheid in onderwijs Rotterdam Zuid. Resultaatmeting komt beschikbaar via Hogeschool Rotterdam.

• Afronden onderzoek ouderbetrokkenheid migrantenouders in het MBO met handelingsgerichte rapportage (augustus 2016)

Stand van zaken parlementaria

N.v.t.

Programma

Integratie van Roma

Maatschappelijke doelstelling

Aandacht voor de positie van Roma en Sinti In Nederland vanuit het generieke integratiebeleid, specifiek t.a.v. het vergroten van de toegankelijkheid van publieke instellingen.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Op een aantal beleidsterreinen monitort het Kabinet de positie van Roma en Sinti in de Nederlandse samenleving. De eerste Monitor Inclusie is in 2013 uitgebracht; de tweede Monitor Inclusie is als bijlage bij de voortgangsbrief Agenda Integratie gevoegd1. In bijlage 2 treft u de belangrijkste uitkomsten van deze monitor aan en de reactie van het kabinet op deze aan.

• Om dialoog op lokaal niveau verder te bevorderen heeft het ministerie SZW in 2015 drie dialoogbijeenkomsten georganiseerd met een vijftal lokale bestuurders en een select aantal Roma en Sinti.

• In de door Nederland voorgezeten EU-werkgroep Bescherming Rechten van Romakinderen wordt ingezet op het uitwisselen van promising practices waar het gaat om de onderwijsparticipatie van met name Romameisjes.

• Daarnaast is in de expertwerkgroep CAHROM (Raad van Europa) expliciet aandacht gevraagd voor de schadelijke effecten van en tevens de verantwoordelijkheid van Roma zelf bij huwelijksdwang en mensenhandel.

Belangrijkste punten voor 2016

• Afronding programma Aanpak Uitbuiting Romakinderen (2014–2016) door met name in te zetten op de borging van de ontwikkelde beleids- en handelingsinstrumenten.

Stand van zaken parlementaria

N.v.t.

X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

III Omgaan met anderen en verinnerlijken van waarden

Programma

Pluriformiteit & Burgerschap

Maatschappelijke doelstelling

De Nederlandse democratische rechtsstaat is een belangrijk kader in onze pluriforme samenleving die steeds diverser wordt. De rechtsstaat biedt houvast aan alle burgers, ongeacht etniciteit, leefstijl, religie, sekse of land van herkomst. In het integratiebeleid heeft het thema grondrechten in een pluriforme samenleving een belangrijke functie. De samenleving verandert voortdurend door ontwikkelingen in binnen- en buitenland, dat maakt het debat over burgerschap en pluriformiteit doorlopend actueel. Dat geldt ondermeer daar waar mensen worden buitengesloten of worden aangetast in hun fundamentele vrijheden. Samenleven vraagt voortdurende aandacht en onderhoud en vraagt tevens een concretisering en operationalisering van de kernwaarden en verworvenheden van onze democratische rechtsstaat. Concreet zijn daartoe in 2015 activiteiten uitgevoerd op de onderwerpen

1) Burgerschap en onderwijs;

2) Maatschappelijke codes en grenzen van de rechtsstaat (parallelle gemeenschappen) en

3) Sociaal ondernemerschap en opwaartse mobiliteit.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Burgerschap en onderwijs

• Project leerlingenparticipatie VO: Op een tiental middelbare scholen is in 2015 gewerkt aan een opzet waarbij leerlingen een rol spelen in de inrichting van het burgerschapsonderwijs op hun school. Afsluiting vindt plaats op de SLO-conferentie Burgerschap in het Onderwijs op 19 januari 2016.

• Handreiking «Values. Op zoek naar gedeelde waarden» voor het curriculum burgerschap in het onderwijs: Een handreiking waarmee scholen de basiswaarden kunnen bepalen die zij centraal willen stellen in hun onderwijsbeleid en hun burgerschapsonderwijs. De handreiking gaat nader in op de manier waarop scholen van visie naar praktische toepassing kunnen komen. Het concept van de handreiking is beoordeeld door experts en gebruikers. Deze handreiking is bedoeld om schoolleiders te ondersteunen in het vormen van die visie en om het proces van waardenontwikkeling in de school te bevorderen. De handreiking is beschikbaar op http://burgerschapindeschool.nl/ en als losse publicatie.

• Methodiek «Dialoog als burgerschapsinstrument» voor lerarenopleidingen: In nauwe samenwerking met de lerarenopleidingen Rotterdam en Amsterdam is in samenwerking met SLO en Diversion een methodiek ontwikkeld voor lerarenopleidingen om moeilijk bespreekbare onderwerpen in de klas bespreekbaar te maken. De basis van de peer education methodiek is ontwikkeld.

• Methode burgerschap MBO «De maatschappij dat ben jij»: Op MBO scholen is burgerschapslesmateriaal ontwikkeld, ter aanvulling op het huidige «loopbaan» curriculum in het MBO.

• Pilot transformatieve school: De pilot «transformatieve school» is begin 2015 gestart; een scholenproject met VO en MBO leerlingen in drie aandachtswijken (Feyenoord, Schilderswijk, Slotervaart) om de opwaartse mobiliteit van jongeren te versterken en de liftfunctie van de betrokken onderwijslocaties te herstellen.

• Website http://burgerschapindeschool.nl/ (Portal leermiddelen discriminatie (islamofobie, antisemitisme): Website is gelanceerd. Vanuit SZW zijn verschillende methodieken aangedragen die op deze SLO site worden aangeboden.

• Op 19 januari 2016 wordt door SLO een grote conferentie over burgerschap in het onderwijs georganiseerd. Bij deze conferentie worden alle trajecten op burgerschap bij elkaar gebracht om kennis te delen en vooral vooruit te kijken. Vanuit SZW zal een bijdrage worden geleverd vanuit het traject lerarenopleidingen, transformatieve school. Ook worden de resultaten van lokale gesprekken antisemitisme meegenomen.

• Verbreding pilot lerarenopleidingen: OCW is als cofinancier in het lopende schooljaar ingestapt in de pilot «dialoog als burgerschapsinstrument» zodat naast de hogescholen van Rotterdam en Amsterdam ook een eerstegraadsopleiding en een pabo kunnen participeren.

 

Parallelle gemeenschappen / TRSO’s

• Gesprekken met Milli Görüs, Diyanet, Gülen en SICN: Zowel in breder verband met de verschillende Turkse gemeenschappen als met de vier TRSO’s afzonderlijk wordt ambtelijk en bestuurlijk de dialoog opgezocht en onderhouden.

• Werkbezoek Duitsland: Op 28–29 en 30 april is een werkbezoek aan Duitsland gebracht met het «Turkije dossier» als thema. Er zijn gesprekken met zowel de Duitse autoriteiten als Turks-Duitse organisaties gevoerd.

• Gesprekken tussen Minister SZW en ambassadeur van Turkije: Op 19 januari 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen MSZW en ambassadeur Arslan waarbij de MSZW uit naam van de Turkse premier is uitgenodigd een bezoek aan Turkije te brengen. Op 17 april 2015 heeft MSZW met vicepremier Kurtulmus van Turkije gesproken.

 

Sociaal ondernemerschap

• SER Advies Sociale ondernemingen: De SER heeft 22 mei unaniem het verkennende advies Sociale ondernemingen vastgesteld. Met het advies levert de raad belangrijk grondwerk voor het vaststellen van de rol en positie van sociale ondernemingen. Ook doet de raad aanbevelingen aan sociale ondernemingen hoe zij hun maatschappelijke waarde zichtbaar kunnen maken en kunnen vergroten. Het advies is een reactie op een adviesaanvraag van Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

• Kabinetsreactie SER-advies: In het vierde kwartaal 2015 wordt een kabinetsreactie op het SER-advies naar de Tweede Kamer verzonden.

• Project «Van Deal Flow naar Social Deal»: Voor het project «Van Deal Flow naar Social Deal», is stichting Society Impact vanuit SZW, BZK en VWS een projectsubsidie toegekend. Activiteiten richten zich op een programmalijn BZK met accent op kennisvergaring, kennisontwikkeling en kennisdeling bij BZK-stakeholders zoals gemeenten, woningcorporaties en welzijninstellingen. Een programmalijn VWS rond mantelzorgontlasting, het continueren van de activiteiten rond Dementelcoach, de ontwikkeling van Health Impact Bonds en het opzetten van projectenpijplijn/dealflow rond Health Impact Bonds met stakeholders in het zorgdomein. En een programmalijn SZW rond taal, taalvaardigheid, arbeidsparticipatie en integratie.

Belangrijkste punten voor 2016

• Verdere verspreiding methodiek «Dialoog als burgerschapsinstrument» voor lerarenopleidingen en verbreding pilot lerarenopleidingen

• Conferentie Burgerschap in het Onderwijs januari 2016

• Pilot transformatieve school

Stand van zaken parlementaria

• Motie Potters/Karabulut over Diyanet imams waarin het Kabinet wordt verzocht geen cursussen Nederlands aan te bieden of te financieren voor imams die vanuit Turkije of Marokko worden uitgezonden naar Nederland, de samenwerking met Diyanet te staken en zich niet afhankelijk te maken van de landen van herkomst voor de integratie. (Kamerstuk 32 824, nr. 96). Deze motie is afgedaan door de beantwoording van de Kamervragen van de Leden Karabulut (SP) en Potters (VVD) over «import van imams uit Marokko en Turkije en bondgenootschap met de Marokkaanse en Turkse overheid voor integratie en de-radicalisering» (Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 110).

• In navolging van mijn toezegging om u in deze voortgangsrapportage te informeren over de uitvoering van de motie Karabulut/Potters over het vervolgonderzoek naar de TRSO’s (Kamerstuk 32 824, nr. 103) het volgende: op dit moment is de opzet en uitvoering van dit onderzoek in voorbereiding. De resultaten zal ik naar verwachting voor de zomer van 2016 aan uw Kamer toesturen.

Programma

Aanpak discriminatie en sociale inclusie

Maatschappelijke doelstelling

De inzet vanuit SZW richt zich op:

• bevordering van kennis en bewustwording t.a.v. negatieve vooroordelen en discriminatie;

• aanpak daarvan door gemeenten, maatschappelijke organisaties, instellingen en werkgevers;

• versterking van de «weerbaarheid» van jongeren en gemeenschappen tegen discriminatie en vooroordelen;

• zorg voor toegankelijkheid van discriminatievoorzieningen en verhoging meldingsbereidheid voor bepaalde groepen;

• uitvoering actieplan arbeidsdiscriminatie (zie onder 3).

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Moslimdiscriminatie

• Najaar 2015: oplevering vervolgonderzoek naar risico- en beschermingsfactoren moskeeën (geeft inzicht in vraag waarom er bij sommige moskeeën wel en bij andere geen agressieve incidenten plaatsvinden).

• In oktober 2015 heeft de Ronde Tafel Islamofobie en Moslimdiscriminatie plaatsgevonden (met vertegenwoordigers van migranten- en moslimorganisaties, onderzoekers, ADV’s en politie). Dit heeft input opgeleverd voor diverse onderwerpen, o.m. nieuw nationaal actieprogramma discriminatie, meldingsbereidheid discriminatie en discriminatie binnen het onderwijs.

 

Antisemitisme

• Eerste helft 2015: project van Inspraak Orgaan Turken om antisemitisme bespreekbaar te maken in Turkse gemeenschap (o.m. 26 bijeenkomsten door hele land). Evaluatie NIOD: geconstateerd dat lokaal de eerste stappen zijn gezet voor contacten tussen de beide gemeenschapen.

• Juni 2015: onderzoek «Oorzaken en triggerfactoren antisemitisme» aan Kamer aangeboden. (Kamerstuk 30 950, nr. 78). Onderzoek gericht op de doorwerking van het Midden-Oosten in Nederland in relatie tot antisemitisme als ook op het voetbal. In aanvulling is in oktober 2015 nader onderzoek aan Kamer aangeboden over «beelden van islamitische jongeren over het zionisme».

(Kamerstuk 30 950, nr. 79).

• Sinds juni 2015: leraren worden bij het bespreekbaar maken van moeilijke thema’s in de klas (o.m. ontkenning Holocaust, moslimdiscriminatie, homofobie, heftige gebeurtenissen in de media) beter ondersteund:

○ Ministerie van OCW heeft Stichting School en Veiligheid gevraagd om hun helpdesk voor leraren te verbeteren en regionale bijeenkomsten te organiseren (hiermee wordt in najaar begonnen);

○ Ministerie van SZW ondersteunt traject «Rechtstaat in de Klas»: lokale bijeenkomsten voor leraren in het voortgezet onderwijs in verschillende regio’s.

 

Nederlandse invulling van het decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst

• Decade zal worden gebruikt om aanpak van racisme in Nederland te versterken

• Analyse van de problematiek waar mensen van Afrikaanse afkomst tegenaan lopen zal de basis vormen van de focus van activiteiten; die activiteiten zullen aansluiten bij generieke maatregelen gericht op inclusiviteit en verbinding.

• Bij de invulling en uitvoering van het decennium zal erop worden ingezet om ruim baan te geven aan maatschappelijk initiatief.

 

Arbeidsmarkt

• Uw Kamer is in het Actieplan arbeidsmarktdiscriminatie van 16 mei 2014 geïnformeerd over specifieke maatregelen met betrekking tot het tegengaan van stereotypering, vooroordelen en de inzet op bevordering van culturele diversiteit op de werkvloer. Met de Voortgangsrapportage actieplan arbeidsmarktdiscriminatie van 1 september jl. is uw Kamer over de voortgang bij de uitvoering van het actieplan geïnformeerd. (Kamerstuk 29 544, nr. 649).

• Juli 2015: Diversiteitcharter publiek is gepresenteerd. Tot op heden hebben 23 organisaties uit verschillende sectoren (zowel publiek als privaat), inclusief het Ministerie van SZW, de politie en de vier grote gemeenten het charter ondertekend. Ook de overige departementen binnen de rijksoverheid hebben het voornemen uitgesproken om zich te committeren aan het charter.

 

Discriminatie in social media

Oktober 2015: expertmeeting bij SZW plaatsgevonden, waarbij o.a. Twitter, Facebook en Youtube aan tafel zaten. Vastgesteld is dat er het nodige wordt gedaan om internetdiscriminatie te bestrijden, maar dat er meer stappen gezet kunnen worden, waarbij de samenwerking tussen social media-bedrijven en meldpunten internetdiscriminatie van bijzonder belang is. De eerste afspraken hiertoe, met onder meer het meldpunt MiND, zijn tijdens het overleg gemaakt.

Belangrijkste punten voor 2016

• Nieuw nationaal actieprogramma discriminatie (BZK, SZW, V&J, OCW, VWS).

• M.b.t. bestrijden moslimdiscriminatie: bijeenkomsten met migrantenorganisaties/ moskeebesturen, ADV’s en politie, om moslimdiscriminatie lokaal te agenderen. Hierbij zal bredere bekendheid gegeven worden aan voorbeelden van goede samenwerking tussen de lokale actoren.

• Onderzoek triggerfactoren moslimdiscriminatie (geeft inzicht in mate/ oorzaken daarvan en factoren die kunnen leiden tot incidenten moslimdiscriminatie onder jongeren).

• M.b.t. bestrijden antisemitisme: in februari 2016 organiseert de Minister van SZW een overleg met sleutelfiguren uit Joodse en Islamitische gemeenschap over hun inzet om doorwerking in Nederland van het Israëlisch-Palestijnse conflict te verminderen.

• M.b.t. decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst:

○ I.h.k.v. decennium zal begin 2016 een conferentie georganiseerd worden waarin geïnteresseerden met elkaar in dialoog kunnen gaan en plannen en activiteiten kunnen ontwikkelen.

○ Daarnaast wordt ondermeer een rondetafelnetwerk met maatschappelijke ambassadeurs opgezet die ook zelf eigen activiteiten uitvoeren tijdens het decennium.

○ Onderzoek naar anti-zwart racisme (najaar 2016).

• 2016: Kennisplatform Integratie & Samenleving doet in opdracht van SZW onderzoek naar mogelijke discriminatie bij het vinden van een stage door MBO-studenten. Op basis van de onderzoeksresultaten zullen in 2016 potentieel kansrijke methoden of interventies als pilot worden ingezet.

• De landelijke campagne discriminatie is in 2015 door BZK gelanceerd. SZW zal de campagne in 2016 invullen met het onderwerp arbeidsdiscriminatie.

Stand van zaken parlementaria

In het kader van Motie Bisschop c.s. over de aanpak van antisemitisme in Europa (Kamerstuk 34 166, nr. 17), zal tijdens het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie aandacht besteed worden aan de versterking van de rechtstaat en de bestrijding van discriminatie en antisemitisme.

Programma

Zelfbeschikking

Maatschappelijke doelstelling

Op 6 januari 2016 is het actieplan zelfbeschikking naar de Tweede Kamer gestuurd. Het actieplan bouwt voort op het plan van aanpak preventie huwelijksdwang 2012–20141. Het actieplan zelfbeschikking moet ertoe leiden dat mensen zich bewust zijn dat ze het recht hebben om zelf keuzes te maken over hun eigen leven, bijvoorbeeld bij keuzes die spelen bij school, opleiding, werk of vrije tijd, partnerkeuze, scheiding, religie etc. In Nederland mag je zijn wie je bent. Je hebt recht om zelf keuzes te maken over je eigen leven, zonder druk of dwang.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

1. Positieve kentering naar keuzevrijheid

• Professionalisering voorlichters: het Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft de reeds getrainde voorlichters verder geprofessionaliseerd om hen actief in te zetten via een trainers- en voorlichterspool. In november en december 2015 starten de eerste trainingen.

• Trouwen tegen je wil: ieder jaar voor de zomervakantie wordt de campagne «Trouwen tegen je wil» herhaalt met informatie wat je moet doen als je bang bent te moeten trouwen tegen je wil of bang bent te worden achtergelaten. De campagne is online gevoerd van 11 mei tot 8 juni 2015 waarbij een filmpje centraal stond waarin een slachtoffer van huwelijksdwang haar weg vindt naar de website. Het filmpje is ruim 725.000 keer uitgekeken, waarbij zo’n 70 procent van de views zijn gedaan door vrouwen in de leeftijd van 16 tot 25. Ook de website is ruim 8.500 keer bezocht, waarbij de pagina «wat kan ik doen» ruim 2.000 keer is bekeken. In totaal heeft de campagne 57.547 clicks gehaald. www.trouwentegenjewil.nl

 

2. Vergroten bewustzijn schending mensenrechten

Brochure «Wat zegt de wet. Wat kun jij doen als professional»: het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating heeft in opdracht van SZW een brochure ontwikkeld die sinds 8 oktober 2015 beschikbaar is. Het doel is niet-juristen op hoofdlijnen inzicht te geven in het juridisch kader bij de aanpak van huwelijksdwang en achterlating. Professionals weten vaak niet welke rechten slachtoffers hebben en hoe zij slachtoffers hierover kunnen adviseren. De brochure gaat onder meer in op mensen- en kinderrechten en de aanpak via het strafrecht en civielrecht. Zo gelden er strikte regels rond het wettig huwelijk: eerst wettig en dan pas religieus trouwen. Professionals in het veld kunnen met deze kennis mensen van waardevolle informatie voorzien. www.huwelijksdwangenachterlating.nl en http://www.huwelijksdwangenachterlating.nl/sites/www.huwelijksdwangenachterlating.nl/files/4076.1001_a5_brochure_lkha_web.pdf

 

3. Lokale agendering en facilitering

Het Kennisplatform Integratie en Samenleving ondersteunt en adviseert gemeenten en sociale wijkteams bij de preventie, signalering en aanpak van huwelijksdwang. Op 14 augustus 2015 is een vernieuwde factsheet over huwelijksdwang verschenen (http://www.kis.nl/publicatie/factsheet-huwelijksdwang). Er wordt voortdurend informatie verstrekt via de website www.huiselijkgeweld.nl.

 

4. Een sterk en actief netwerk: Platform Eer & Vrijheid

Het platform Eer & Vrijheid is voor alle partijen die zich bezighouden met huwelijksdwang, achterlating, verborgen vrouwen en eergerelateerd geweld. Professionals en vrijwilligers die zich dagelijks inzetten om deze problemen aan te pakken kunnen kennis delen, netwerken, verbinden, maar ook onderwerpen agenderen. Dit kan op landelijke bijeenkomsten, kleinere bijeenkomsten, maar ook digitaal. Op 15 januari 2015 en 8 oktober 2105 vonden de halfjaarlijkse landelijke bijeenkomst plaats. Er waren 130 deelnemers aanwezig uit alle provincies met een zeer diverse achtergrond. www.eerenvrijheid.nl

 

5. Versterking signalering door professionals: Landelijk trainingsaanbod aan onderwijsinstellingen

Fier Fryslan en Kompaan en de Bocht hebben van SZW de opdracht gekregen om docenten en betrokken zorgprofessionals binnen het VO, MBO en HBO met een gratis training deskundiger en vaardiger te maken bij signalen van huwelijksdwang, achterlating en eergerelateerd geweld. Deze trainingen worden in de periode van september 2015 tot juli 2017 aangeboden. Voorafgaand aan de training wordt gestart met een e-learning module om de basiskennis op peil te brengen. De bestaande e-learning module is speciaal hiervoor geschikt gemaakt voor docenten. www.huwelijksdwang.info

 

6. Evaluatieonderzoek

SZW heeft Panteia en Bureau Omlo de opdracht gegeven om het Actieplan Zelfbeschikking te evalueren. Om de effectiviteit van het beleid te kunnen volgen, en zo nodig bij te stellen, wordt een evaluatieonderzoek uitgevoerd met een nulmeting (2015), tussenmeting (2016) en eindmeting (2017).

 

7. Sociale acceptatie van LHBT’s

OCW en SZW financieren het programma «Coming In» gericht op het versterken van de positie van bi-culturele LHBT’s. Het driejarige programma wordt door Rutgers, Movisie en COC Nederland uitgevoerd. Het programma bevat activiteiten voor het sensitiveren van professionals en vrijwilligers die te maken krijgen met bi-culturele LHBT’s en voor het versterken (empoweren) van bi-culturele LHBT’s zelf.

Belangrijkste punten 2016

Nieuwe campagne met verhalen: er wordt een campagne ontwikkeld waarin verhalen centraal staan. Het gaat om positieve, hoopgevende verhalen over het maken van keuzes en het vinden van een balans met de familie. Voor een grote groep mensen in Nederland is het nog niet vanzelfsprekend om eigen keuzes te maken. Met de campagne willen we de eerste voorzichtige stap zetten om daar verandering in te brengen; namelijk door in korte documentaires voorbeelden te laten zien die goed hebben uitgepakt. En andere mensen, met deze goede voorbeelden in de hand, het initiatief te laten nemen om over eigen keuzes te praten. De campagne start in het voorjaar van 2016.

Stand van zaken parlementaria

Onderzoek informele (kind)huwelijken: naar aanleiding van een aangenomen motie (PvdA/SP)2 wordt in opdracht van SZW door de Universiteit van Maastricht en het Verwey Jonker Instituut een onderzoek uitgevoerd naar informele huwelijken. Het doel van dit onderzoek is zicht te krijgen op de omvang en mogelijke interventies van informele (kind)huwelijken die worden gesloten binnen bepaalde (geloofs)gemeenschappen in Nederland. De resultaten worden verwacht begin 2016.

X Noot
1

Kamerstuk 32 175, nr. 35

X Noot
2

Kamerstuk 32 824, nr. 37

Programma

Toezicht jeugdverblijven

Maatschappelijke doelstelling

• Een aantal jeugdverblijven (waarvan een groot deel met een Turkse-Nederlandse signatuur) vangen doordeweeks groepen minderjarigen op (inclusief overnachting). De (sociale) veiligheid en het welzijn van deze minderjarigen zijn niet gewaarborgd vanwege het ontbreken van (wettelijk) toezicht.

• Meer zicht en transparantie bij deze jeugdverblijven door het introduceren van toezicht, om de (sociale) veiligheid en het welzijn van de kinderen in jeugdverblijven zo veel mogelijk te waarborgen.

• In februari 2013 is gestart met het invoeren van vrijwillig toezicht op deze jeugdverblijven in opdracht van het bestuurlijk overleg onder leiding van de Minister van SZW. Een ambtelijke werkgroep bestaande uit SZW, VWS en de gemeenten met jeugdverblijven, heeft in overleg en nauwe samenspraak met (vertegenwoordigers van) de (Turkse) jeugdverblijven een kwaliteit- en toetsingskader tot stand gebracht.

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Geboekte resultaten en relevante ontwikkelingen vrijwillig toezicht

• Bij 21 van de 25 jeugdverblijven is inmiddels in opdracht van (14) gemeenten een 0-meting uitgevoerd door de GGD. De 0-metingen hadden tot doel de startsituatie te inventariseren en vormden de basis voor aanbevelingen voor het doorvoeren van verbeteringen om te kunnen voldoen aan de afspraken die in 2013 vrijwillig zijn gemaakt tussen rijk, gemeenten en jeugdverblijven. Bij een groot deel van de jeugdverblijven vindt in de loop van 2015 een eerste meting plaats. Het algemene beeld is dat als impact van het vrijwillige traject de relatie tussen jeugdverblijf en gemeente zich in positieve zin ontwikkelt en dat er wederzijds begrip is gegroeid over elkaars positie en verantwoordelijkheden. Daarnaast is de «koud watervrees» voor het overheidstoezicht dat bij sommige jeugdverblijven bestond door het vrijwillige traject weggenomen.

 

Geboekte resultaten en relevante ontwikkelingen voorstel van wet op de jeugdverblijven en onderliggend ontwerpbesluit op de jeugdverblijven

• De Wet op de jeugdverblijven is in juli 2015 met 148 stemmen aangenomen in de Tweede Kamer en is in behandeling bij de Eerste Kamer. De beoogde datum van inwerkingtreding ligt in het eerste kwartaal van 2016.

• De memorie van antwoord is verzonden naar de EK (Kamerstuk 34 053.D)

• Het ontwerpbesluit op de jeugdverblijven is gereed, en is aan de Afdeling advisering van de Raad van State aangeboden ter advisering.

 

De TK (behandeld in het AO integratie d.d. 29-10-2015) en de EK (ontwerpbesluit gaf geen aanleiding tot opmerkingen) zijn gekend in het ontwerpbesluit.

Belangrijkste punten voor 2016

• Het vrijwillig toezicht staat in 2016 in het teken van de voorbereidingen op de inwerkingtreding van de Wet op de jeugdverblijven.

• Beëindigen vrijwillig toezicht op de jeugdverblijven bij de inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

• Behandeling van het wetsvoorstel in de EK.

• Indien de wet in de EK wordt aangenomen: de inwerkingtreding van de Wet op de jeugdverblijven en de overdracht van de wet aan VWS.

Stand van zaken parlementaria

De memorie van antwoord is naar de EK verzonden. De Motie Azmani/Yucel (Kamerstuk 33 400 XV, nr. 99) is met de wet afgehandeld.

Programma

Tegengaan van sociale spanningen

Maatschappelijke doelstelling

Tegengaan van:

• Sociale spanningen in Nederland incl. import van spanningen uit het buitenland zoals de Turks/Koerdische spanningen

Resultaten en relevante ontwikkelingen

Toegenomen spanningen tussen Turken en Koerden

• Op 3 december 2014 en op 28 oktober 2015 hebben Turkse en Koerdische organisaties onder voorzitterschap van Minister Asscher overleg gepleegd.

• Zowel op 3 december 2014 als op 28 oktober 2015 is afgesproken dat Turkse en Koerdische organisaties hun achterban actief oproepen om beheerst om te gaan met meningsverschillen en dat zij (op lokaal niveau) gezamenlijk in gesprek gaan om bedreigingen en andere escalaties in ons land te voorkomen. Minister Asscher is bereid om lokale initiatieven die de spanningen verminderen te willen ondersteunen.

 

Beleidsreactie Salafisme in Nederland

• Onder regie van SZW is de kabinetsreactie opgesteld over de notitie van NCTV en AIVD over Salafisme in Nederland: diversiteit en dynamiek. In de kabinetsreactie wordt beargumenteerd waarom vanuit maatschappelijk oogpunt, de bescherming van de samenleving en sociale stabiliteit, stelling wordt genomen tegen problematische gedragingen. Gedragingen die zeker op de lange termijn de sociale stabiliteit kunnen ondermijnen. De kabinetsreactie is normstellend en schetst op hoofdlijnen de voorgestane aanpak. De Kamer zal, conform het besprokene in het AO Preventie radicalisering van 10 december jl., op korte termijn een brief van het kabinet ontvangen.

• Deze aanpak wordt, conform de motie Potters c.s. (Kamerstuk 32 824 nr. 112), in afstemming met onder andere relevante gemeenten die met het vraagstuk van salafisme te maken hebben, nader ontwikkeld, geconcretiseerd en geïmplementeerd. Aan de basis ervan ligt de versterking van de kennis- en informatiepositie van zowel nationale en lokale overheid ten behoeve van een structurele interbestuurlijke samenwerking.

Belangrijkste punten 2016

De dialoog met de diverse gemeenschappen rondom het onderwerp spanningen wordt actief gevoerd wanneer nodig:

• Driemaandelijkse overleggen met Turkse, Koerdische en Alevitische gemeenschappen, eerstvolgend overleg februari 2016: los van het bespreken van spanningen, het formuleren van een agenda over andere zaken als onderwijs, jeugdwerkloosheid, discriminatie e.d.

• In samenwerking met FAON en HTIB proberen Turks/Armeense dialoog op gang te brengen met bijzondere aandacht voor de herdenking van de Armeense tragedie op 24 april 2016.

• Daarnaast zullen wij in dialoog blijven met de diverse gemeenschappen om tijdig actie te kunnen nemen wanneer spanningen opkomen zodat escalatie wordt voorkomen.

 

Aanpak salafisme

De aanpak van het salafisme richt zich op problematische gedragingen en de (lokale) sociale stabiliteit. De aanpak ervan is gericht op de opbouw van een duurzame en gedegen kennis- en informatiepositie van relevante gemeenten en het tot stand brengen van een adequate interbestuurlijke samenwerking. Ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van salafisme is reeds begonnen.

Stand van zaken parlementaria

• Motie Potters c.s. 29 oktober 2015 (Kamerstuk 32 824 , nr. 112): op korte termijn wordt een brief aan de Tweede Kamer gezonden met de concrete aanpak

• Motie Roemer/Zijlstra over een lijst van salafistische organisaties die in ons land actief zijn (Kamerstuk 29 754, nr. 337): kabinet komt terug op hoe deze motie zal worden uitgevoerd; dit wordt meegenomen bij bovengenoemde brief

IV Kennisfunctie

Programma

Kennisontwikkeling

Maatschappelijke doelstelling

• Betrouwbare kennis vormt een van de onderlegger voor de ontwikkeling en uitvoering van effectief beleid.

• SZW ontwikkelt daarom kennis ten behoeve van de onderbouwing van het eigen beleid, maar stelt ook actief kennis beschikbaar aan derden, zoals gemeenten en partijen in het veld, zodat zij in staat zijn hun eigen verantwoordelijk zo goed mogelijk te nemen.

• De oprichting van de Expertise-unit Sociale stabiliteit van dit voorjaar kent twee directe aanleidingen. Enerzijds is dat de aankondiging van een expertisecentrum radicalisering in het Actieplan Jihadisme van d.d. 29 augustus 2014 (Kamerstuk 29 754, nr. 253). Anderzijds is dat de wens om de kennisfunctie op het terrein van sociale stabiliteit te continueren. De signalering, praktijk- en netwerkkennis en ondersteuning van uitvoeringspartijen bij de aanpak van radicalisering is daarmee voorlopig binnen SZW georganiseerd, gezien de urgentie op het thema en het ontbreken van geschikte externe partijen. Uit gesprekken met gemeenten, professionals en burgers is opgehaald dat er een grote behoefte bestaat aan kennis en expertise: inhoudelijke kennis over processen en inhoud van maatschappelijke spanningen en radicalisering, kennis over welke interventies werken, kennis over met wie je kunt / moet samenwerken en kennis die leidt tot juist handelen met duurzaam effect.

• De ESS richt zich op het versterken van praktijkkennis die leidt tot blijvende handelingsvaardigheid. De «scope» van onderwerpen varieert daarbij van radicalisering en (islamitisch) extremisme, maatschappelijke spanningen die ontstaan bij het bouwen van een moskee, tot ook maatschappelijke onrust in publieke debatten over bijvoorbeeld «zwarte piet». Daarbij werkt de ESS dienstverlenend: vraaggericht en op maat. De ESS richt zich primair op overheden (gemeenten / Rijk), professionals in de eerste lijn (docenten, opbouwwerkers, wijkagenten etc) en migrantengemeenschappen (jongeren / ouderen / specifieke groepen).

Resultaten en relevante ontwikkelingen

• Op 1 januari 2015 is het Kennisplatform Samenleving en Integratie (KIS) gestart. Dit platform waarbinnen het Verwey-Jonker Instituut en Movisie samenwerken, stelt op vraaggerichte wijze kennis beschikbaar aan partijen in het veld (zie: www.kis.nl). Het eerste jaar heeft het programma zich gevestigd als een hoogwaardig kennisplatform. Met name door middel van de portaalfunctie heeft KIS een laagdrempelig bereik onder uiteenlopende kennisafnemers.

• In 2015 is, zoals op 5-9-2013 toegezegd aan de Tweede Kamer, de «buurtmonitor Integratie» gelanceerd. Dit instrument geeft op buurniveau een landsdekkend beeld van de stand en ontwikkeling van de integratie. Het is toegankelijk via de website www.buurtintegratie.nl.

• In 2015 is een nieuwe editie van het Survey Integratie Migranten (SIM2015) uitgevoerd. Dit levert een grootschalig databestand op met gegevens over de integratie van diverse herkomstgroepen, dat de basis vormt voor onderzoek (o.a. van het SCP) in de komende jaren.

 

Voor de Expertise Unit Sociale Stabiliteit:

• De quickscan Radicalisering en Maatschappelijke Spanningen (toezegging gedaan tijdens het Kamerdebat d.d. 14 januari 2015, (Handelingen II 2014/15, nr. 41, item 7). De quickscan is een verkennend onderzoek onder 49 gemeenten naar het staande lokale beleid en de aanwezige kennis en expertise bij gemeenten en eerstelijns professionals ten aanzien van de preventie van radicalisering.

• Het verdiepende onderzoek «triggerfactoren in het Radicaliseringsproces» (uitwerking van actiepunt 25f van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme) Het onderzoek zorgt voor meer inzicht in triggerfactoren, in kwetsbare groepen voor radicalisering en in de invloed van (inter)nationale ontwikkelingen op het gebied van maatschappelijke spanningen. Dit onderzoeksrapport bestaat uit een literatuurstudie naar gebeurtenissen die een doorslaggevende rol spelen in het radicaliserings proces van een individu en is aangevuld met een expertmeeting met praktijkdeskundigen.

• Het ontwikkelen van een handreiking moskee-incidenten voor moskeeën, gemeenten, politie en anti-discriminatievoorzieningen.

• Trainingen aan professionals in onderwijs en welzijnswerk.

Belangrijke punten voor 2016

• KIS zal zich verder ontwikkelen, een inhoudelijke verdiepingsslag maken en richten op het verstevigen van de positie in het veld.

• Het SIM2015 is beschikbaar voor analyse;

• In 2016 verschijnt er een nieuwe editie van het Jaarrapport Integratie bij het CBS;

• De buurtmonitor Integratie zal met nieuwe jaargangen worden geactualiseerd;

• Bij het SCP zal op basis van het SIM2015 een verdiepende studie verschijnen naar de effecten van het integratiebeleid, dat een belangrijke hoeksteen vormt voor de beleidsdoorlichting van artikel 13.

• De beleidsdoorlichting artikel 13 Samenleving en Integratie, zal in 2016 aan de Kamer worden aangeboden (Kamerstuk 30 982, nr. 23)

 

Voor de Expertise Unit Sociale Stabiliteit:

• Verdere opbouw van de ESS en van netwerken onder gemeenten, gemeenschappen en professionals

• Advisering op maat aan gemeenten, gemeenschappen en professionals

Stand van zaken parlementaria

De toezegging uit de parlementaire agenda [05-09-2013] naar aanleiding van het debat over Shariawijken is met de publicatie van de Buurtmonitor Integratie afgedaan.


X Noot
1

Kamerstuk 32 824, nr. 80

X Noot
2

Kamerstuk 32 824, nr. 47

X Noot
3

Kamerstuk 32 824, nr. 79

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Kamerstuk 19 607, nr. 2085

Kamerstuk 32 824, nr. 115

Kamerstuk 29 544, nr. 674

X Noot
6

Kamerstuk 29 754, nr. 253

X Noot
7

Kamerstuk 29 614, nr. 38

X Noot
8

Bron: «Kernindicatoren integratie», Maatwerktabellen van het CBS, 2015.

X Noot
9

Kamerstuk 29 544, nr. 649

X Noot
10

Kamerstuk 32 824, nr. 92

X Noot
11

Kamerstuk 32 175, nr. 154

Naar boven