Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201532824 nr. 79

32 824 Integratiebeleid

Nr. 79 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2014

Op 19 februari 2013 ontving de Kamer de Agenda Integratie1, waarin de doelstellingen en maatregelen van dit kabinet op het gebied van integratie zijn benoemd. Net als in de brief van 19 december 20132, informeer ik u met deze brief over de voortgang van de Agenda Integratie over het afgelopen jaar. In de bijlage treft u het volledige overzicht aan van de voortgang langs de drie lijnen uit de Agenda: «omgaan met anderen en verinnerlijken van waarden», «grenzen stellen en opvoeden», «meedoen en zelfredzaamheid»3.

Ruimte scheppen en grenzen stellen

Integratie gaat over in vrijheid samen leven waarbij een ieder zichzelf kan zijn, het gevoel heeft bij de samenleving te horen en over de mogelijkheden beschikt om mee te doen. Tegelijkertijd is dit ook ieders plicht. Wanneer je in Nederland leeft, wordt er van je verwacht dat je je inzet om bij te dragen. Integratie gaat ook over de kernwaarden die we in Nederland met elkaar delen. Het gaat erom de vrijheden van onze rechtsstaat ten volle te benutten en er tegelijkertijd zodanig naar te handelen dat deze vrijheden ook voor anderen gelden. We kunnen het ons niet veroorloven om verschillen te mijden en langs elkaar heen te leven. Evenmin kunnen we accepteren dat door een scherp debat mensen of groepen worden weggezet. Deze fase waarin we scherp met elkaar het gesprek voeren, is nodig om te komen tot een gedeeld beeld van wat behoort tot de geoorloofde individuele vrijheden en wat de integratie wel of niet bevordert.

In het op 19 november jl. verschenen Jaarrapport Integratie 20144 van het CBS dat ik u hierbij aanbied, wordt geconstateerd dat er op onderdelen vooruitgang is geboekt op de emancipatie van migranten. Goed nieuws is dat de criminaliteitscijfers onder migranten zijn teruglopen en dat de achterstand in het onderwijs ten opzichte van autochtone Nederlanders in 2013 kleiner is geworden. Dat laatste is positief omdat uit het onderzoek ook blijkt dat onderwijs cruciaal is voor de kansen op werk. Toch is er nog steeds sprake van een aanzienlijke sociaaleconomische achterstandspositie van migranten. De economische recessie treft migranten harder dan autochtonen. Daarnaast is de hoge werkloosheid onder migrantenjongeren zorgelijk. Een situatie van achterstand kan mensen het gevoel geven dat ze niet mee kunnen doen in onze samenleving en kan daarmee voeding geven aan spanningen in de samenleving. Het is daarom zaak om de jeugdwerkloosheid stevig aan te blijven pakken.

Oplopende maatschappelijke spanningen

Het afgelopen jaar zijn er verschillende gebeurtenissen geweest, die een weerslag hebben gehad op de Nederlandse samenleving. De situatie in Syrië, Irak en Gaza leidde tot spanningen in Nederland, met de demonstraties in de Schilderswijk van deze zomer als duidelijke uiting daarvan. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel de overheid als de samenleving om ervoor te zorgen dat conflicten elders in de wereld, niet leiden tot spanningen in Nederland. De discussie over Zwarte Piet wordt door sommigen gevoerd op een wijze die partijen niet bij elkaar brengt, maar de verhoudingen op scherp zet en afstand tussen mensen creëert.

Ik ben bezorgd over het beeld van toenemende onverdraagzaamheid. De manier waarop mensen afgaan op vooroordelen en elkaar niet als individu benaderen, staat een samenleving waarin iedereen in veiligheid zichzelf mag zijn in de weg. Helaas komt het voor dat moslims met angst of zelfs agressie worden benaderd. Er zijn incidenten geweest, waarbij gebedshuizen werden beklad, een varkenskop werd opgehangen of moskeebestuurders werden bedreigd. Joodse burgers voelen zich onveilig op straat omdat sommigen menen dat zij aanspreekbaar zijn op de situatie in de Palestijnse gebieden. Zo was het bij de herdenking van de Kristalnacht in de Portugese Synagoge in Amsterdam op 9 november pijnlijk dat de herdenking bewaakt moest worden. Intolerantie jegens anders gelovigen of andersdenkenden is volstrekt ontoelaatbaar.

Op 11 november jl. presenteerde Forum de uitkomsten van een peiling, uitgevoerd door Motivaction onder circa 700 Nederlandse moslimjongeren van Turkse en Marokkaanse afkomst tussen de 18 en 34 jaar oud. De uitkomsten ervan hebben tot grote commotie geleid onder de Turks-Nederlandse gemeenschap. Uw Kamer heb ik daarover per brief geïnformeerd.5 De boze en soms emotionele reacties laten zien dat velen zich niet herkennen in de uitkomst van de peiling. In deze brief wil ik nogmaals tot uitdrukking brengen, dat ook ik de uitkomsten niet herken. Uw Kamer kan op korte termijn een brief tegemoet zien, waarin ik uiteenzet hoe het aanvullende onderzoek vorm zal krijgen. Naast de vele reacties heeft de peiling ook tot een breed ondertekende petitie van politiek en maatschappelijk geëngageerde jonge Turkse Nederlanders geleid. Met de initiatiefnemers ervan ga ik binnenkort in gesprek, net zoals ik het gesprek met de vier Turkse stromingen en organisaties (TRSO’s) voort zal zetten.

In Nederland is geen plaats voor extremisme. De aanwas van jongeren die zich aangetrokken voelen tot radicaal gedachtegoed, hun afsluiting van de samenleving en de haat waarmee dit gepaard kan gaan, vergt samenwerking, inzet en vertrouwen van alle betrokken partijen. De islamitische gemeenschappen zijn daarin een belangrijke bondgenoot. Direct na de manifestaties met betrekking tot radicalisering en jihadisme van deze zomer, heeft het kabinet het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme6 opgesteld en uw Kamer aangeboden. 7Radicalisering wordt gericht aangepakt: via een persoonsgerichte benadering en met inzet op die gebieden waar het risico op radicalisering het grootst is. Daarnaast zijn brede maatregelen nodig om de rechtsstaat te versterken en een brede tegenbeweging vanuit de samenleving te stimuleren. Het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme is inmiddels volop in uitvoering. Met de brief van 12 november jl. is de Kamer geïnformeerd over de voortang.8

Inzet van overheid en samenleving

De uitvoering van de Agenda Integratie ligt, zoals blijkt uit het bijgevoegde overzicht, goed op koers. Op de verschillende programma’s zijn, veelal in samenwerking met maatschappelijke partners, op veel fronten stappen gezet. Ik noem er hier een aantal.

Om te voorkomen dat groepen zich afwenden van onze maatschappij zet ik me ervoor in dat jongeren zich in vrijheid kunnen ontplooien. Daarom vind ik het belangrijk om in gesprek te gaan met mensen in de samenleving. Ik voer gesprekken met Turks religieuze organisaties over onderwerpen als transparantie van de organisaties, het toekomstbeeld van de Turkse jongeren in Nederland, informeel onderwijs en de verbintenis met Turkije. In deze gesprekken wil ik vanuit gedeelde belangen hierover tot afspraken komen. Ook wordt op constructieve wijze met de bestuurders van de internaten gesproken over het toezicht op deze instellingen. Een wetsvoorstel waarin voor dit toezicht een basis in de wet wordt verschaft heb ik inmiddels aan uw Kamer gezonden.

Een recent voorbeeld, is de geslaagde interreligieuze bijeenkomst in de Ridderzaal die op 20 november jl. plaatsvond met jongeren, religieuze en maatschappelijke leiders om te werken aan goede verhoudingen tussen de verschillende etnische en geloofsgroepen en om gezamenlijke acties op te pakken. Ook zijn er in het afgelopen jaar verschillende ronde tafels georganiseerd over de aanpak van discriminatie, islamofobie en antisemitisme, waarin ook onderlinge afspraken zijn gemaakt over te nemen acties.

Iedereen in Nederland dient te kunnen deelnemen aan de samenleving en het arbeidsproces. Ik zet er daarom stevig op in om de participatie te vergroten. De ontwikkeling van de participatieverklaring als instrument waarmee mensen op weg worden geholpen in de samenleving, draagt hieraan bij. De uitvoering van de pilot loopt volop. De eisen van het inburgeringsexamen zijn aangescherpt zodat men beter toegerust is op een toekomst in Nederland9. Voor inburgeringsplichtigen met een reguliere verblijfsvergunning ben ik voornemens om door een aanpassing van het Besluit inburgering, het mogelijk te maken dat zij een alfabetiseringscursus uit de lening van DUO kunnen betalen.

De arbeidsmarktmodule is ontwikkeld om de overgang van inburgering naar daadwerkelijke arbeidsdeelname te verbeteren. In de bijlage (p.2) ga ik conform de toezegging gedaan in het AO van 5 juni jl. in op de aansluiting vanuit de arbeidsmarktmodule op de reguliere trajecten van toeleiding naar werk.

De integratieakkoorden op werk en taal dragen direct bij aan het aantal arbeidsplaatsen voor migrantenjongeren en de taalbeheersing van migrantenwerknemers10. Uitgangspunt bij beide akkoorden is dat gestart wordt met afspraken met individuele werkgevers, bij wie de bereidheid en inzet bestaat om bij te dragen aan het bieden van kansen op de arbeidsmarkt. Mogelijk worden deze afspraken in een later stadium uitgebreid met afspraken met andere actoren. Het kabinet zal de sociale partners blijven betrekken bij de verdere uitrol en uitvoering van de akkoorden. Tevens zal worden ingezet op verbinding van deze akkoorden met het door de Stichting van de Arbeid te ontwikkelen diversiteitscharter. De inzet van Team Sterk is gericht op de aanpak van de jeugdwerkloosheid, waarvan een aanzienlijk deel een migrantenachtergrond heeft. Zo is het project JINC, dat jongeren van 8 tot en met 16 jaar door beroepsoriëntatie op de werkvloer, het aanleren van (sociale) vaardigheden en workshops over ondernemerschap op weg helpt naar een goede start op de arbeidsmarkt, uitgebreid in 3 steden.

In samenwerking met mijn collega’s van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zet ik erop in dat jonge mensen middels het burgerschapsonderwijs leren over maatschappelijke codes en ongeschreven regels in relatie tot diversiteit in de samenleving. Over de voortgang van de maatregelen waarmee invulling wordt gegeven aan de versterking van burgerschapsonderwijs, informeer ik u zoals toegezegd in het Algemeen Overleg van 21 mei jl. in de bijlage11.

De elkaar snel opvolgende maatschappelijke ontwikkelingen, vragen ook om actuele en onderbouwde kennis. Het nieuwe kennisprogramma Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) voor integratievraagstukken dat op 1 januari 2015 van start zal gaan, voorziet hierin en stelt op een vraaggerichte wijze kennis beschikbaar aan de belanghebbende partijen in het veld.

Integratiedoelen zijn niet vanuit de overheid met wetten af te dwingen. De overheid kan kaders stellen of initiatieven mogelijk maken, maar de sleutel voor integratie ligt in de samenleving zelf. Mensen moeten de kans krijgen om mee te doen en hier ook actieve bereidheid toe tonen. Het is nodig dat mensen ten opzichte van elkaar niet onverschillig zijn maar het gesprek aangaan. De opgave is om als samenleving de verantwoordelijkheid te nemen dat mensen met verschillende zienswijzen en oriëntaties zich in Nederland gekend en gerespecteerd weten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstuk 32 824, nr. 80

X Noot
2

Kamerstuk 32 824, nr. 47

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

CBS Jaarrapport Integratie 2014, raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Kamerstuk 32 824, nr. 78.

X Noot
6

Kamerstuk 29 754, nr. 253

X Noot
7

Kamerstuk 22 043, nr. 83

X Noot
8

Kamerstuk 29 754, nr. 271

X Noot
9

Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van de Kamerleden Ulenbelt en Karabulut (Kamerstuk 32 824, nr. 66)

X Noot
10

Kamerstuk 32 824, nr. 77.

X Noot
11

Kamerstuk 29 544, nr. 548