Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 59, item 9

9 Evaluatie wijziging Remigratiewet

Aan de orde is het VSO Evaluatie wijziging Remigratiewet (33085-20).

De voorzitter:

We gaan verder met het verslag van het schriftelijk overleg Evaluatie wijziging Remigratiewet. Ik geef de heer Kuzu namens DENK het woord.

De heer Kuzu (DENK):

Dat is fijn, voorzitter. Dank u wel.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minimale leeftijdsgrens voor de Remigratiewet op 1 juli 2014 is gewijzigd van 45 naar 55 jaar;

overwegende dat gegadigden voor de Remigratiewet hierdoor extra lang tegen hun zin moeten verblijven in Nederland en langer gebruikmaken van sociale voorzieningen;

overwegende dat door deze wijziging minimaal tien jaar langer een hogere uitkering betaald moet worden aan deze gegadigden;

constaterende dat uit een rapport van Regioplan blijkt dat de Remigratiewet per vertrokken remigrant een besparing van €25.087 oplevert over een periode van tien jaar;

overwegende dat deze wijziging een verlies-verliessituatie creëert;

verzoekt de regering om een win-winsituatie te creëren door de minimale leeftijdsgrens te verlagen naar de oorspronkelijke leeftijd van 45 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (33085).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de vergrijzing ook het aantal oudere migranten de komende jaren fors stijgt;

constaterende dat het recht op terugkeer, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, voor oudere migranten moet blijven gelden;

verzoekt de regering derhalve om de Remigratiewet te handhaven, ook na 2024, teneinde tweedegeneratiemigranten van de voorzieningen van deze wet gebruik te kunnen laten maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (33085).

De heer Kuzu (DENK):

De een-na-laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat oudere migranten sinds de wetswijziging van 2014 niet meer kunnen gebruikmaken van de basisvoorziening om hun reis te bekostigen;

verzoekt de regering derhalve om een vergoeding voor het faciliteren van terugkeer opnieuw in te voeren, desnoods voor een deel van de kosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (33085).

De heer Kuzu (DENK):

En de laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de beperking van de doelgroep, waarbij als voorwaarde geldt dat de migrant 18 jaar of ouder was bij de komst naar Nederland te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 24 (33085).

De voorzitter:

Ik kijk even naar de minister. Ah, mevrouw Becker heeft een vraag voor u.

Mevrouw Becker (VVD):

Ja, dank u wel, voorzitter. Want we hebben net een debat gehad met de heer Kuzu waarin hij eigenlijk zei dat we zouden moeten ophouden met de term "integratie", dat dat stigmatiserend is, dat mensen hier zijn en dat zij volwaardig onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving. Volgens mij was dat nou juist het idee van de versobering en de uitfasering van de Remigratiewet: waarom zouden we mensen die hier misschien wel zijn opgegroeid — de heer Kuzu heeft het over "de tweede generatie" — mensen die nog de kans hebben om op de Nederlandse arbeidsmarkt te participeren, nou de mogelijkheid geven om naar het oorspronkelijke land van herkomst uit te reizen, gefinancierd door de Nederlandse overheid, en hun daar ook nog een uitkering geven? Ik krijg nu wel een beetje het gevoel dat u wilt dat er van twee walletjes wordt gegeten. Of mensen zijn hier en doen volwaardig mee, maar waarom moet er dan nog een regeling blijven om terug te kunnen keren naar hun thuisland?

De heer Kuzu (DENK):

Omdat dit gaat over de mensen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen. Dat zijn mensen waar u het ook over heeft, die met hun hoofd in Turkije zitten, of in Marokko, in Suriname of in welk ander land dan ook waar ze ooit vandaan zijn gekomen, maar hier zitten. Ze maken gebruik van sociale voorzieningen, hebben al een jaar een bijstandsuitkering, hebben geen kans of minder kans op een baan. Nou, die mensen kunnen we hier in de bijstand houden, of die remigratievoorziening bieden, waardoor ze hun wil kunnen uitvoeren. Dat zou overigens de overheidskas — en dat zou de VVD moeten aanspreken — ook een besparing opleveren.

Mevrouw Becker (VVD):

Maar de heer Kuzu had het net toch over de tweede generatie in een van zijn moties, of heb ik dat niet goed gehoord?

De heer Kuzu (DENK):

Dat gaat over de tweede generatie waar het gaat om de leeftijdsgrens. Die is nu gesteld op 18 jaar. Er zijn mensen die echt op het randje zaten, 17 waren toen ze ooit hiernaartoe zijn gekomen, en echt weinig kans hebben op de arbeidsmarkt. Voor hen willen we die grens ook oprekken. Het wordt nu inderdaad wat technisch, maar — en nogmaals, dat zou ook voor de VVD aansprekend moeten zijn — het levert een besparing op van middelen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk naar de staatssecretaris.

Minister Koolmees:

Naar de minister!

De voorzitter:

Naar de minister. Ik schors de vergadering twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister.

Minister Koolmees:

Dank, mijnheer voorzitter. Dank aan de heer Kuzu voor de gestelde vragen en in het indienen van de moties. We hebben een schriftelijk overleg gehad over de evaluatie van de Remigratiewet. We hebben uitgebreid schriftelijk met elkaar gecommuniceerd over de aanleiding, de achtergronden en de afwegingen van de regering.

Overigens is het goed om te weten dat de verscherping van de wet, die geleid heeft tot een wetswijziging, is gebaseerd op twee moties. In 2008 was er een motie van het CDA, van mevrouw Van Toorenburg. Daarin werd verzocht om een heroverweging van de Remigratiewet, ervan uitgaande dat de leeftijdsgrens van 45 jaar niet aansloot bij het arbeidsmarktbeleid, omdat men daarmee te vroeg werd afgeschreven van de arbeidsmarkt. Daarnaast was men überhaupt aan een andere visie toe. De tweede motie is van GroenLinks, de motie-Dibi uit 2010. Daarin werd het verzoek gedaan om de doelgroep van de Remigratiewet te beperken tot de eerste generatie. Langs die lijn is de wet aangepast en is de evaluatie uitgevoerd.

Nu kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 21 verzoekt de regering om een win-winsituatie te creëren door de minimale leeftijdsgrens te verlagen naar de oorspronkelijke leeftijd van 45 jaar. Dat staat dus haaks op de motie-Van Toorenburg. Het past ook niet in het beleid van het kabinet dat alle Nederlanders, ook, indachtig het vorige debat, Nederlanders met een migratieachtergrond, doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Dat geldt dus ook voor Nederlanders met een migratieachtergrond. Het gaat niet om de besparing, het gaat ook gewoon om de lijn dat iedereen moet meedoen. Volgens was dat net ook de lijn van mevrouw Becker in het interruptiedebatje. Daarmee ontraad ik de motie dus.

De motie op stuk nr. 22 verzoekt de regering om de Remigratiewet te handhaven. Dat is echt in tegenspraak met wat we politiek hebben besloten en ook met wat de evaluatie laat zien. De wetswijziging heeft in de praktijk goed uitgewerkt. Het werkt goed. Het leidt tot behoud van arbeidspotentieel. Ik wil de komende jaren toewerken naar een betere benutting van het potentieel op de arbeidsmarkt, door middel van het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt. Op die manier willen we ook meer perspectief bieden aan migranten op de arbeidsmarkt. Er is al rekening gehouden met een langere overbruggingsfase van tien jaar tot de uitfasering van de wet in 2024. Daarmee ontraad ik ook deze motie.

Dan de derde motie. Ik heb haar hier niet liggen. Die gaat over een deel van de doelgroep uit landen waar Nederland een wervingsovereenkomst mee had, bijvoorbeeld een Surinamer die op 16- of 17-jarige leeftijd naar Nederland is gekomen en zich door deze beperking uitgesloten voelt van de remigratievoorziening. Zoals voor veel regelingen geldt, moet er een grens worden gesteld. Zo ook bij deze wetswijziging. Er is voor gekozen om bij die beperking van de doelgroep tot de eerste generatie de grens te stellen op 18 jaar, omdat men dan volwassen is. Is dat de vierde motie? Nee, de derde motie. O, toch de vierde. Dus de motie op stuk nr. 24 ontraad ik ook. Sorry voor de verwarring, voorzitter. Hier stond de derde motie, maar het is de vierde. De vierde motie ontraad ik dus.

Dan nu de derde motie. Hierin staat: overwegende dat de definitie van de eerste generatie kan aansluiten bij de algemeen geldende definitie waarbij personen die als minderjarige naar Nederland kwamen wel tot de eerste generatie worden gerekend en daarmee in aanmerking komen voor de remigratievoorziening. Ga ik nu dingen door elkaar halen? Excuus, voorzitter, voor de verwarring. Ik heb hier twee keer de vierde motie liggen. In de derde motie, de motie op stuk nr. 23, staat: verzoekt de regering derhalve om een vergoeding voor het faciliteren van de terugkeer opnieuw in te voeren, desnoods voor een deel van de kosten. Dat is dus in tegenspraak met het doel van de aanpassing van de wet. Het kabinet heeft hier ook bewust niet voor gekozen. Daarom ontraad ik ook deze motie.

Excuses voor de vier keer negatief. We hebben hier een uitgebreid schriftelijk debat over gevoerd. We hebben in het verleden welbewuste keuzes gemaakt, ook door moties van uw Kamer, om deze wet aan te passen.

Dank u.

De voorzitter:

Ik dank de minister hartelijk voor de debatten die hij vandaag met ons heeft gevoerd, over een diversiteit aan onderwerpen. Ik dank ook de leden hartelijk.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan dinsdag stemmen over de moties. Ik wil graag schorsen tot 14.55 uur.

De vergadering wordt van 14.25 uur tot 14.55 uur geschorst.

Voorzitter: Arib